1° aangetekende brief:een aangetekende brief of een elektronisch aangetekende bezorging conform de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
2° aansluiten: de aansluiting met premiebetaling bij een zorgkas, door personen op wie de Vlaamse sociale bescherming van toepassing is;
[4 [5 ...]5;]4
3° bachelor in de verpleegkunde: een persoon die beschikt over een diploma van bachelor in de verpleegkunde of een persoon wiens behaalde graad hiermee gelijkgeschakeld is conform artikel II.378 van de Codex Hoger Onderwijs;
4° basisprocedure: de procedure, vermeld in boek 2, deel 2, titel 2, hoofdstuk 2;
5° [2 BEL-profielschaal of BelRAI screener: de evaluatieschalen waarmee de duur en de ernst van de verminderde zelfredzaamheid worden gemeten, vermeld in artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018, en artikel 6, § 2, van bijlage 2 van het besluit van 28 juni 2019. De BelRAI screener is een wetenschappelijk onderbouwd evaluatie-instrument dat gebaseerd is op het internationale Resident Assessment Instrument. Het is een gevalideerd instrument dat gestandaardiseerde informatie over de zorgbehoefte van de gebruiker genereert met als doel een betere zorg voor de gebruiker;]2
[7 [8 ...]8;]7
[4 5° /1 besluit van 7 december 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;]4
6° [2 besluit van 28 juni 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers]2;
[8 6/1° besluit van 19 juli 2024: het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 over de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;]8
7° betaalde premie: de premie waarvan het bedrag op de rekening van de zorgkas of van het agentschap staat;
8° [2 bewoner: een persoon die in een woonzorgcentrum woont of gebruik maakt van een centrum voor kortverblijf]2;
9° budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet houdende de persoonsvolgende financiering;
[2 9° /1 centrum voor dagverzorging: een centrum voor dagverzorging als vermeld in artikel 23 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dat een bijkomende erkenning heeft conform artikel 6, § 2, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het besluit van 28 juni 2019;]2
[2 9° /2 centrum voor dagverzorging voor personen met een ernstige ziekte: een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning als centrum voor dagverzorging voor personen die lijden aan een ernstige ziekte als vermeld in artikel 6, § 2, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het besluit van 28 juni 2019;]2
[2 9° /3 centrum voor dagverzorging voor zorgafhankelijke personen: een centrum voor dagverzorging met een bijkomende erkenning als centrum voor dagverzorging voor zorgafhankelijke personen als vermeld in artikel 6, § 2, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het besluit van 28 juni 2019;]2
10° [2 centrum voor kortverblijf: het centrum voor kortverblijf type 1, vermeld in 26, § 1, tweede lid, 1° van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, met uitsluiting van het centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de daartoe bestemde lokalen van een erkend centrum voor herstelverblijf]2;
11° centrum voor kortverblijf met een bijkomende erkenning: een centrum voor kortverblijf dat gebruikers die thuis wonen tijdelijk en op een multidisciplinaire wijze een intensief observatie- en begeleidingstraject aanreikt met als doel de gebruikers te oriënteren naar het meest passende woonzorgaanbod en dat daardoor een bijkomende erkenning als oriënterend kortverblijf heeft verkregen;
12° dagverzorgingscentrum: het dagverzorgingscentrum, vermeld in artikel 25 van het Woonzorgdecreet dat een bijkomende erkenning heeft conform artikel 10/5 van het besluit van 24 juli 2009;
13° dagverzorgingscentrum voor personen met een ernstige ziekte: een dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning als dagverzorgingscentrum voor personen die lijden aan een ernstige ziekte als vermeld in artikel 10/5, § 3, van het besluit van de 24 juli 2009;
14° dagverzorgingscentrum voor zorgafhankelijke personen: een dagverzorgingscentrum met een bijkomende erkenning als dagverzorgingscentrum voor zorgafhankelijke personen als vermeld in artikel 10/5, § 2, van het besluit van 24 juli 2009;
15° decreet van 18 mei 2018: decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
[5 15° /1 Departement Zorg: het departement, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]5
16° desinfectie: het doden, inactiveren of reduceren van schadelijke micro-organismen;
17° entiteit: een koepelterm voor zowel een woongelegenheid in een woonzorgcentrum als een verblijfseenheid in een centrum voor kortverblijf of in een [3 centrum voor dagverzorging]3;
18° expert: een ergotherapeut, kinesitherapeut, logopedist, psycholoog of verpleegkundige die opdrachten uitvoert voor de Zorgkassencommissie;
19° extra vergoeding: de vergoeding die kan worden aangerekend voor de persoonlijke en individuele diensten en leveringen;
20° factureringsperiode: de ononderbroken periode van twaalf maanden waarvoor een tegemoetkoming voor zorg is vastgesteld. Die periode loopt van 1 januari van het jaar J + 2 tot en met 31 december van het jaar J + 2, waarbij onder "J" het kalenderjaar, vermeld in 45°, wordt verstaan;
[1 20° /1 Fonds Sociale Maribel: het Fonds Sociale Maribel, ingesteld bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid conform artikel 35, § 5, C, 2°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;]1
21° gegradueerde in de verpleegkunde: een persoon die beschikt over:
a) een diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering personen met de graad van gegradueerde, vermeld in artikel II.378, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs;
b) de graad van gediplomeerde verpleegkundige, uitgereikt voor 2009;
c) de graad van gebrevetteerde verpleegkundige, uitgereikt voor 1997;
d) de graad van ziekenhuisassistent, uitgereikt voor 1996;
e) de graad van verpleegassistent, uitgereikt voor 1979;
22° gelijkgestelde dagen of uren: de niet-gepresteerde dagen of uren die echter gelijkgesteld worden met arbeidsdagen of -uren, als ze aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de voorziening (onder meer jaarlijkse vakantie, feestdagen, ziekteperiode gedekt door een gewaarborgd loon), met uitzondering van de dagen of uren disponibiliteit bij een openbaar bestuur;
23° gemachtigde indicatiesteller: een organisatie, voorziening of een professionele zorgverlener die gemachtigd is de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid van een persoon, vermeld in artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018, vast te stellen;
24° gemiddeld aantal erkende entiteiten: het aantal erkende entiteiten dat met de volgende formule overeenstemt
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-12-2018, p. 105699)
waarbij:
a) L = het aantal erkende entiteiten op de eerste dag van de referentieperiode;
b) li = de verhoging of vermindering van het aantal entiteiten tijdens de referentieperiode;
c) Ji = het aantal dagen tussen de datum van de aanpassing van het aantal entiteiten en de laatste dag van de referentieperiode;
d) J = het aantal dagen van de referentieperiode;
e) n = het aantal aanpassingen van het aantal entiteiten in de referentieperiode;
25° gespecialiseerd rolstoeladviesteam: een indicatiesteller in het kader van de mobiliteitshulpmiddelen, erkend [10 conform de procedure, vermeld in artikel 358/7 tot en met 358/17,]10 met het oog op de opmaak van medische voorschriften snel degeneratieve aandoening en van rolstoeladviesrapporten, vermeld in artikel 350;
26° herstelling: de nodige technische tussenkomsten om defecten te verhelpen, al dan niet met vervanging van alle defecte of versleten onderdelen;
27° hoofdparamedicus: het loontrekkende of statutaire lid van het personeel voor reactivering van een zorgvoorziening, dat aangeduid wordt binnen een zorgequipe van minstens twaalf voltijds equivalenten, samengesteld uit het personeel voor reactivering, om er de coördinatie van te verzekeren;
28° [2 hoofdverpleegkundige: de hoofdverpleegkundige of teamverantwoordelijke, vermeld in artikel 67, 69 en 70 van bijlage 11 bij het besluit van 28 juni 2019]2;
[7 28° /1 IFIC: sectorale analytische functieclassificatie en daaraan gekoppeld loonhuis dat ontwikkeld is door het Instituut voor Functieclassificatie (IFIC-vzw) in samenwerking met de sociale partners met het doel gelijkwaardige functies te identificeren en op een gelijkwaardige manier te belonen;
28° /2 IFIC-categorie: categorie die van toepassing is in de functieclassificatie voor de gezondheidszorg, met daaraan gekoppeld een loonbarema;
28° /3 IFIC-code: unieke code die toelaat om de functie van het personeelslid te identificeren;]7
29° [2 initiatiefnemer: de rechtspersoon die een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf of een centrum voor dagverzorging uitbaat]2;
[7 29° /1 INSZ-nummer: het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;]7
30° Katz-schaal in de thuisverpleging: de evaluatieschaal om de verminderde zelfredzaamheid te meten, die gebruikt wordt om de tegemoetkomingen in de verstrekkingen, vermeld in artikel 34, eerste lid, 1°, b), van de Ziekteverzekeringswet te berekenen;
31° Katz-schaal in een woonzorgcentrum, een [2 centrum voor dagverzorging]2 of een centrum voor kortverblijf: de evaluatieschaal om de verminderde zelfredzaamheid te meten, vermeld in artikel 424;
[1 31° /1 koninklijk besluit van 17 augustus 2007: het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen betreft;]1
32° koninklijk besluit van 28 december 2011: het koninklijk besluit van 28 december 2011 betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep, in bepaalde federale gezondheidssectoren, wat betreft de premies voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden en ongemakkelijke prestaties;
33° leidend ambtenaar: de leidend ambtenaar die door de Vlaamse Regering is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap;
34° mantel- en thuiszorg: de zorgvorm betreffende het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden waarbij de niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt wordt door een niet-residentiële zorgvoorziening, een professionele zorgverlener of een mantelzorger;
35° manuele rolstoel: een manuele rolstoel voor volwassenen, een manuele kinderrolstoel of een rolstoelonderstel;
36° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
37° niet-gelijkgestelde dagen of uren: de niet-gepresteerde dagen of uren die niet gelijkgesteld worden met arbeidsdagen of -uren, als ze geen aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de voorziening (onder meer ziekteperiode die niet gedekt wordt door een gewaarborgd loon, bevallingsrust, onbetaald verlof). Daarin moeten ook de dagen of uren worden opgenomen van het personeelslid met disponibiliteit;
[4 37/1° niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: een van de volgende ondersteuningsvormen:
a) een persoonlijkeassistentiebudget als vermeld in hoofdstuk IV/1 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
b) ondersteuning door een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap met toepassing van artikel 7 of 9, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
c) persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden;
d) een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;]4
38° nieuw woonzorgcentrum: een van de volgende woonzorgcentra:
a) elk woonzorgcentrum met een nieuw erkenningsnummer;
b) elk woonzorgcentrum dat tijdens de referentieperiode niets heeft gefactureerd sinds de dag waarop zij de facturering heeft gestart;
c) elke woonzorgcentrum dat het voorwerp uitmaakt van een overname na faillissement;
[9 d) elke vestiging van een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 1, 19°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024, die voor het eerst wordt erkend;]9
39° onderhoud: het nodige nazicht en de technische tussenkomsten om het optimaal functioneren van het mobiliteitshulpmiddel te verzekeren;
40° personeel voor reactivering: het personeel dat taken vervult voor de reactivering, revalidatie en de sociale re-integratie;
41° prestatielijst: de prestatielijst, vermeld in artikel 240;
42° productlijst: de lijst van voor vergoeding aangenomen producten, vermeld in artikel 359;
43° psychiatrisch verzorgingstehuis: een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 54 van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, dat erkend is conform artikel 56 van het voormelde decreet;
44° reconditionering: de terugname van het mobiliteitshulpmiddel en het klaarmaken van het mobiliteitshulpmiddel om aan een andere gebruiker ter beschikking te stellen, met inbegrip van de reiniging, het onderhoud, de herstelling en, als dat nodig is, de desinfectie van het mobiliteitshulpmiddel;
45° referentieperiode: de ononderbroken periode van twaalf maanden waarvoor alle gegevens betreffende de activiteit van de zorgvoorziening aan het agentschap zijn bezorgd. Die periode loopt van 1 juli van het jaar J tot en met 30 juni van het jaar dat daarop volgt (J + 1);
46° reiniging: het verwijderen van zichtbaar vuil en onzichtbaar organisch materiaal om te voorkomen dat micro-organismen zich kunnen handhaven, vermeerderen en verspreiden;
47° residentiële zorg: de zorgvorm betreffende het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden waarbij de niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt wordt door een voorziening die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap als een woonzorgcentrum of een psychiatrisch verzorgingstehuis of een daarmee gelijkgesteld centrum;
48° rolstoeladviesteam: een indicatiesteller in het kader van de mobiliteitshulpmiddelen, erkend conform [10 de procedure, vermeld in artikel 358/7 tot en met 358/17,]10 met het oog op de opmaak van rolstoeladviesrapporten, vermeld in artikel 350;
49° uitgebreide procedure: de procedure, vermeld in boek 2, deel 2, titel 2, hoofdstuk 3;
50° uitgebreide plus-procedure: de procedure, vermeld in boek 2, deel 2, titel 2, hoofdstuk 4;
51° verblijfsdag: een dag waarvoor een gebruiker recht heeft op een tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of [2 centrum voor dagverzorging]2;
52° vereenvoudigde aanvraagprocedure: de procedure, vermeld in boek 2, deel 2, titel 2, hoofdstuk 1;
53° vergoedingsvoorwaarden: de voorwaarden die ingevolge de bepalingen van het decreet van 18 mei 2018 en van dit besluit moeten vervuld zijn opdat een tegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel aan de gebruiker kan worden verleend, met uitzondering van de voorwaarden die betrekking hebben op de verzekeringsstatus van de gebruiker;
54° [9 ...]9
55° verzekeringsstatus: informatie over de gebruiker die betrekking heeft op het al dan niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden voor de aansluiting en de premiebetaling, vermeld in artikel 42 tot en met 46 van het decreet van 18 mei 2018;
[7 55° /1 vestiging: een of meer gebouwen die op dezelfde plaats liggen en die als woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf type 1 of centrum voor dagverzorging worden uitgebaat;]7
56° werkdagen: alle dagen met uitzondering van:
a) zaterdagen;
b) zondagen;
c) wettelijke feestdagen, vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;
57° [2 woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dat erkend is conform artikel 4 van het besluit van 28 juni 2019]2;
58° [2 woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 44 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dat erkend is conform artikel 6, § 2, eerste lid, 3° en tweede lid van het besluit van 28 juni 2019]2;
[6 58° /1 [9 zij-instroomzorgkundige]9: het personeelslid dat de job van zorgkundige ambieert en daarvoor een kwalificerend opleidingstraject volgt in het kader van het structurele instroomkanaal voor de zorg- en welzijnssectoren, vermeld in het intersectoraal kaderakkoord van 1 juli 2022 over het structureel instroomkanaal voor de zorg en welzijnssectoren, en die bepaald zijn in collectieve arbeidsovereenkomsten of in de protocollen, vermeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, ter uitvoering van het voormelde akkoord;]6
59° zorginspectie: [5 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]5;
60° zorgpersoneel: de verpleegkundigen, de zorgkundigen, de kinesitherapeuten, de ergotherapeuten, de logopedisten en het personeel voor reactivering.
[9 61° kinesitherapeut die dienstverantwoordelijke is: het loontrekkend of statutaire lid van het personeel voor reactivering van een zorgvoorziening, met een visum als kinesitherapeut, dat aangeduid wordt binnen een zorgequipe van minstens twaalf voltijds equivalenten, samengesteld uit het personeel voor reactivering, om er de coördinatie van te verzekeren;
62° ondernemingscontract: een rechtstreekse contractuele relatie tussen een zelfstandige medewerker en de voorziening.]9