Artikel 1. In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "hoofdstuk I," opgeheven;
b) in het eerste lid, 4°, worden de woorden ", met uitzondering van de kandidaat-militair tijdens een afwachtingsstage of een afwachtingsperiode" opgeheven;
c) het tweede lid wordt opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Titre
9 FEVRIER 2026. - Arrêté royal modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (25)
Texte (25)
Article 1er. Dans l'article 1er, § 2, de l'arrêté royal du 18 mars 2003 relatif au statut pécuniaire des militaires de tous rangs et au régime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 23 février 2022, les modifications suivantes sont apportées :
a) dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er les mots "chapitre Ier," sont abrogés ;
b) dans l'alinéa 1er, 4°, les mots ", à l'exception du candidat militaire pendant un stage d'attente ou une période d'attente" sont abrogés ;
c) l'alinéa 2 est abrogé.
a) dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er les mots "chapitre Ier," sont abrogés ;
b) dans l'alinéa 1er, 4°, les mots ", à l'exception du candidat militaire pendant un stage d'attente ou une période d'attente" sont abrogés ;
c) l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 2. In artikel 1bis van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 september 2018 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2024, wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 1bis de l'arrêté royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de réserve des Forces armées, inséré par l'arrêté royal du 12 septembre 2018 et modifié par l'arrêté royal du 28 avril 2024, l'alinéa 5 est abrogé.
Art. 3. In het koninklijk besluit van 25 april 2004 betreffende de aanvraag- en toekenningsprocedures van het verlof voor ouderschapsbescherming en het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant, wordt een artikel 1ter ingevoegd, luidende:
"Art. 1ter. Indien een militair voortijdig een einde wenst te stellen aan zijn ouderschapsverlof of zijn verlof voor ouderschapsbescherming, overeenkomstig artikel 53decies van de voornoemde wet van 13 juli 1976, dan moet hij de aanvraag indienen met behulp van eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs bij de bevoegde overheid die het verlof heeft toegekend.
Deze aanvraag moet ten minste drie maanden voor de gewenste einddatum van, naargelang het geval, zijn ouderschapsverlof of zijn verlof voor ouderschapsbescherming, ingediend worden. De overheid kan deze termijn evenwel inkorten op verzoek van de betrokkene, voor zover het verzoek afdoende is gemotiveerd.
Voor het verlof voor ouderschapsbescherming wordt de aanvraag om beëindiging op voorhand, ter informatie, aan de korpscommandant overgemaakt.".
"Art. 1ter. Indien een militair voortijdig een einde wenst te stellen aan zijn ouderschapsverlof of zijn verlof voor ouderschapsbescherming, overeenkomstig artikel 53decies van de voornoemde wet van 13 juli 1976, dan moet hij de aanvraag indienen met behulp van eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs bij de bevoegde overheid die het verlof heeft toegekend.
Deze aanvraag moet ten minste drie maanden voor de gewenste einddatum van, naargelang het geval, zijn ouderschapsverlof of zijn verlof voor ouderschapsbescherming, ingediend worden. De overheid kan deze termijn evenwel inkorten op verzoek van de betrokkene, voor zover het verzoek afdoende is gemotiveerd.
Voor het verlof voor ouderschapsbescherming wordt de aanvraag om beëindiging op voorhand, ter informatie, aan de korpscommandant overgemaakt.".
Art. 3. Dans l'arrêté royal du 25 avril 2004 relatif aux procédures de demande et d'octroi du congé de protection parentale et du congé pour soins à un parent gravement malade, il est inséré un article 1ter rédigé comme suit:
"Art. 1ter. Lorsqu'un militaire souhaite mettre fin prématurément à son congé parental ou son congé de protection parentale conformément à l'article 53decies de la loi du 13 juillet 1976 précitée, il doit en faire la demande par tout moyen de communication écrit contre accusé de réception, auprès de l'autorité compétente qui a octroyé le congé.
Cette demande doit être introduite au moins trois mois avant la date de fin souhaitée de, selon le cas, son congé parental ou son congé de protection parentale. L'autorité peut toutefois réduire ce délai à la demande de l'intéressé, pour autant que la demande soit dûment motivée.
La demande de fin de congé de protection parentale est préalablement transmise au chef de corps pour information.".
"Art. 1ter. Lorsqu'un militaire souhaite mettre fin prématurément à son congé parental ou son congé de protection parentale conformément à l'article 53decies de la loi du 13 juillet 1976 précitée, il doit en faire la demande par tout moyen de communication écrit contre accusé de réception, auprès de l'autorité compétente qui a octroyé le congé.
Cette demande doit être introduite au moins trois mois avant la date de fin souhaitée de, selon le cas, son congé parental ou son congé de protection parentale. L'autorité peut toutefois réduire ce délai à la demande de l'intéressé, pour autant que la demande soit dûment motivée.
La demande de fin de congé de protection parentale est préalablement transmise au chef de corps pour information.".
Art. 4. In het koninklijk besluit van 14 oktober 2013 tot vaststelling van de procedure betreffende de statutaire maatregelen toepasselijk op de militairen van het actief kader en tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de militaire tucht wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen als volgt:
"De onwettige afwezigheid van lange duur".
"De onwettige afwezigheid van lange duur".
Art. 4. Dans l'arrêté royal du 14 octobre 2013 fixant la procédure relative aux mesures statutaires applicables aux militaires du cadre actif et modifiant divers arrêtés royaux relatifs à la discipline militaire, l'intitulé du chapitre 4 est remplacé par ce qui suit :
"De l'absence illégale de longue durée".
"De l'absence illégale de longue durée".
Art. 5. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 25. Wanneer een militair of kandidaat-militair onwettig afwezig is, duidt de korpscommandant een hiërarchische of functionele meerdere van de betrokken militair aan om ieder nuttig onderzoek in te stellen teneinde het motief van de afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair te kennen, inzonderheid door iedere dienstige getuigenis af te nemen.
De overheid belast met het onderzoek bedoeld in het eerste lid moet:
1° onmiddellijk contact opnemen met de betrokken militair of kandidaat-militair of, in voorkomend geval, met de door de betrokken militair of kandidaat-militair aangewezen contactpersoon, alsook, indien nodig, met de familieleden teneinde inzonderheid deze personen te verwittigen van de gevolgen die uit zijn afwezigheid zouden kunnen voortvloeien, kennis te nemen van de eventuele familiale of relationele problemen of de plaats te kennen naar waar deze militair of kandidaat-militair op reis zou kunnen zijn vertrokken of gehospitaliseerd zou kunnen zijn;
2° indien de contacten bedoeld in de bepaling onder 1 niet genomen konden worden:
a) contact opnemen met de commissaris van politie van het rechtsgebied waarin de betrokken militair of kandidaat-militair verblijf houdt of geacht wordt te verblijven;
b) de afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair signaleren aan de Sociale Dienst van Defensie opdat deze alle relevante elementen in haar bezit zou kunnen communiceren, en, indien nodig, een sociaal onderzoek zou kunnen uitvoeren;
c) elke nuttige getuigenis afnemen van de collega's van de betrokken militair of kandidaat-militair.".
"Art. 25. Wanneer een militair of kandidaat-militair onwettig afwezig is, duidt de korpscommandant een hiërarchische of functionele meerdere van de betrokken militair aan om ieder nuttig onderzoek in te stellen teneinde het motief van de afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair te kennen, inzonderheid door iedere dienstige getuigenis af te nemen.
De overheid belast met het onderzoek bedoeld in het eerste lid moet:
1° onmiddellijk contact opnemen met de betrokken militair of kandidaat-militair of, in voorkomend geval, met de door de betrokken militair of kandidaat-militair aangewezen contactpersoon, alsook, indien nodig, met de familieleden teneinde inzonderheid deze personen te verwittigen van de gevolgen die uit zijn afwezigheid zouden kunnen voortvloeien, kennis te nemen van de eventuele familiale of relationele problemen of de plaats te kennen naar waar deze militair of kandidaat-militair op reis zou kunnen zijn vertrokken of gehospitaliseerd zou kunnen zijn;
2° indien de contacten bedoeld in de bepaling onder 1 niet genomen konden worden:
a) contact opnemen met de commissaris van politie van het rechtsgebied waarin de betrokken militair of kandidaat-militair verblijf houdt of geacht wordt te verblijven;
b) de afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair signaleren aan de Sociale Dienst van Defensie opdat deze alle relevante elementen in haar bezit zou kunnen communiceren, en, indien nodig, een sociaal onderzoek zou kunnen uitvoeren;
c) elke nuttige getuigenis afnemen van de collega's van de betrokken militair of kandidaat-militair.".
Art. 5. L'article 25 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
"Art. 25. Lorsqu'un militaire ou candidat militaire est absent illégalement, le chef de corps désigne un supérieur hiérarchique ou fonctionnel du militaire ou candidat militaire concerné pour procéder à toute enquête nécessaire afin de connaître le motif de l'absence du militaire ou candidat militaire concerné, notamment en recueillant tout témoignage utile.
L'autorité chargée de l'enquête visée à l'alinéa 1er doit :
1° prendre immédiatement contact avec le militaire ou candidat militaire concerné ou, le cas échéant, avec la personne de contact désignée par le militaire ou candidat militaire concerné, ainsi que, si nécessaire, avec les membres de la famille, en particulier afin de prévenir ces personnes des conséquences qui pourraient découler de son absence, de prendre connaissance de ses éventuels problèmes familiaux ou relationnels ou de connaître l'endroit où ce militaire ou candidat militaire pourrait être parti en voyage ou être hospitalisé ;
2° si les contacts visés au 1 n'ont pas pu être pris :
a) prendre contact avec le commissaire de police du ressort dans lequel réside ou est présumé résider le militaire ou candidat militaire concerné ;
b) signaler l'absence du militaire ou candidat militaire concerné au Service Social de la Défense afin que celui-ci puisse communiquer tous les éléments pertinents qu'il posséderait et, si nécessaire, effectuer une enquête sociale ;
c) recueillir tout témoignage utile des collègues du militaire ou candidat militaire concerné.".
"Art. 25. Lorsqu'un militaire ou candidat militaire est absent illégalement, le chef de corps désigne un supérieur hiérarchique ou fonctionnel du militaire ou candidat militaire concerné pour procéder à toute enquête nécessaire afin de connaître le motif de l'absence du militaire ou candidat militaire concerné, notamment en recueillant tout témoignage utile.
L'autorité chargée de l'enquête visée à l'alinéa 1er doit :
1° prendre immédiatement contact avec le militaire ou candidat militaire concerné ou, le cas échéant, avec la personne de contact désignée par le militaire ou candidat militaire concerné, ainsi que, si nécessaire, avec les membres de la famille, en particulier afin de prévenir ces personnes des conséquences qui pourraient découler de son absence, de prendre connaissance de ses éventuels problèmes familiaux ou relationnels ou de connaître l'endroit où ce militaire ou candidat militaire pourrait être parti en voyage ou être hospitalisé ;
2° si les contacts visés au 1 n'ont pas pu être pris :
a) prendre contact avec le commissaire de police du ressort dans lequel réside ou est présumé résider le militaire ou candidat militaire concerné ;
b) signaler l'absence du militaire ou candidat militaire concerné au Service Social de la Défense afin que celui-ci puisse communiquer tous les éléments pertinents qu'il posséderait et, si nécessaire, effectuer une enquête sociale ;
c) recueillir tout témoignage utile des collègues du militaire ou candidat militaire concerné.".
Art. 6. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59 van de wet vervuld zijn en het onderzoek bedoeld in artikel 25, is uitgevoerd, deelt de korpscommandant, zo spoedig mogelijk, aan de DGHR de onwettige afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair mee, alsook de verzamelde elementen ten gevolge van het in artikel 25 bedoelde onderzoek.";
2° in het tweede lid worden de woorden "van de ontvangst van de aangetekende zending" vervangen door de woorden "waarop de aangetekende zending aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op de verblijfplaats of woonplaats, die werd aangegeven bij de autoriteit".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59 van de wet vervuld zijn en het onderzoek bedoeld in artikel 25, is uitgevoerd, deelt de korpscommandant, zo spoedig mogelijk, aan de DGHR de onwettige afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair mee, alsook de verzamelde elementen ten gevolge van het in artikel 25 bedoelde onderzoek.";
2° in het tweede lid worden de woorden "van de ontvangst van de aangetekende zending" vervangen door de woorden "waarop de aangetekende zending aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op de verblijfplaats of woonplaats, die werd aangegeven bij de autoriteit".
Art. 6. A l'article 26 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Lorsque les conditions visées à l'article 59 de la loi sont remplies et que l'enquête visée à l'article 25 a été effectuée, le chef de corps communique au DGHR, dans les meilleurs délais, l'absence illégale du militaire ou candidat militaire concerné, ainsi que les éléments recueillis à la suite de l'enquête visée à l'article 25." ;
2° dans l'alinéa 2, les mots "de la réception de l'envoi recommandé" sont remplacés par les mots "où l'envoi recommandé a été présenté au domicile du destinataire, ou, le cas échéant, à la résidence ou au domicile, qui a été renseigné à l'autorité".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Lorsque les conditions visées à l'article 59 de la loi sont remplies et que l'enquête visée à l'article 25 a été effectuée, le chef de corps communique au DGHR, dans les meilleurs délais, l'absence illégale du militaire ou candidat militaire concerné, ainsi que les éléments recueillis à la suite de l'enquête visée à l'article 25." ;
2° dans l'alinéa 2, les mots "de la réception de l'envoi recommandé" sont remplacés par les mots "où l'envoi recommandé a été présenté au domicile du destinataire, ou, le cas échéant, à la résidence ou au domicile, qui a été renseigné à l'autorité".
Art. 7. In artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 juli 2018, wordt de bepaling onder 16 aangevuld met de woorden "of de beoogde basisfunctie".
Art. 7. Dans l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif à la formation des candidats militaires du cadre actif, modifié par l'arrêté royal du 30 juillet 2018, le 16 est complété par les mots "ou de la fonction de base envisagée".
Art. 8. In artikel 18, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "of de beoogde basisfuncties" ingevoegd tussen de woorden "in functie van de vakrichtingen" en de woorden "wordt de kandidaat naar een specifieke vormingscyclus georiënteerd".
Art. 8. Dans l'article 18, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "ou des fonctions de base envisagées" sont insérés entre les mots "en fonction des filières de métier" et les mots "le candidat est orienté vers un cycle de formation spécifique".
Art. 9. In artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie, de sociale promotie en de promotie op diploma naar een hogere personeelscategorie, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018, 12 juli 2019 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 6° aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 9. Dans l'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au passage au sein de la même catégorie de personnel, à la promotion sociale et à la promotion sur diplôme vers une catégorie de personnel supérieure, modifié par les arrêtés royaux des 19 juillet 2018, 12 juillet 2019 et 31 juillet 2023, le 6° est complété par les mots "avant la date de clôture des inscriptions".
Art. 10. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018, 12 juli 2019 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 5 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 10. Dans l'article 17, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 19 juillet 2018, 12 juillet 2019 et 31 juillet 2023, le 5 est complété par les mots "avant la date de clôture des inscriptions".
Art. 11. De inleidende zin van het artikel 22, eerste lid, 5, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 11. La phrase liminaire de l'article 22, alinéa 1er, 5, du même arrêté, est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions".
Art. 12. In artikel 21, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 5 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 12. Dans l'article 21, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au statut administratif du militaire qui contracte un engagement à durée limitée, modifié par les arrêtés royaux des 19 juillet 2018 et 31 juillet 2023, le 5 est complété par les mots "avant la date de clôture des inscriptions".
Art. 13. In artikel 28, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 5 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 13. Dans l'article 28, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 19 juillet 2018 et 31 juillet 2023, le 5 est complété par les mots "avant la date de clôture des inscriptions".
Art. 14. In artikel 42, eerste lid, 5, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de bepaling onder b) wordt het woord "voorzien" vervangen door het woord "bedoeld".
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de bepaling onder b) wordt het woord "voorzien" vervangen door het woord "bedoeld".
Art. 14. Dans l'article 42, alinéa 1er, 5, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "prévu" est remplacé par le mot "visé".
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "prévu" est remplacé par le mot "visé".
Art. 15. In artikel 49, eerste lid, 5, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de bepaling onder b) wordt het woord "voorzien" vervangen door het woord "bedoeld".
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de bepaling onder b) wordt het woord "voorzien" vervangen door het woord "bedoeld".
Art. 15. Dans l'article 49, alinéa 1er, 5, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "prévu" est remplacé par le mot "visé".
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "prévu" est remplacé par le mot "visé".
Art. 16. In artikel 62, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 4 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 16. Dans l'article 62, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 19 juillet 2018 et 31 juillet 2023, le 4 est complété par les mots "avant la date de clôture des inscriptions".
Art. 17. In artikel 70, eerste lid, 4, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de Franse tekst wordt in de bepaling onder b) wordt het woord "visée" vervangen door het woord "visé".
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de Franse tekst wordt in de bepaling onder b) wordt het woord "visée" vervangen door het woord "visé".
Art. 17. Dans l'article 70, alinéa 1er, 4, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "visée" est remplacé par le mot "visé".
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clôture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "visée" est remplacé par le mot "visé".
Art. 18. Artikel 1/1 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende uitvoering van artikel 271/5 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 juli 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. 1/1. De overheid bedoeld in de artikelen 52, § 1, eerste lid, 53, tweede lid, en 84, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, is:
1° de minister van Defensie, voor de officieren;
2° de chef Defensie, voor de onderofficieren;
3° de directeur-generaal human resources, voor de vrijwilligers.".
"Art. 1/1. De overheid bedoeld in de artikelen 52, § 1, eerste lid, 53, tweede lid, en 84, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, is:
1° de minister van Defensie, voor de officieren;
2° de chef Defensie, voor de onderofficieren;
3° de directeur-generaal human resources, voor de vrijwilligers.".
Art. 18. L'article 1er/1 de l'arrêté royal du 10 avril 2014 portant exécution de l'article 271/5 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, inséré par l'arrêté royal du 19 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 1er/1. L'autorité visée aux articles 52, § 1er, alinéa 1er, 53, alinéa 2, et 84, § 1er, alinéa 2, de la même loi, est :
1° le ministre de la Défense, pour les officiers ;
2° le chef de la Défense, pour les sous-officiers ;
3° le directeur général human resources, pour les volontaires.".
"Art. 1er/1. L'autorité visée aux articles 52, § 1er, alinéa 1er, 53, alinéa 2, et 84, § 1er, alinéa 2, de la même loi, est :
1° le ministre de la Défense, pour les officiers ;
2° le chef de la Défense, pour les sous-officiers ;
3° le directeur général human resources, pour les volontaires.".
Art. 19. De militair of kandidaat-militair tegen wie een procedure die kan leiden tot een definitieve ambtsontheffing of een verbreking van de dienstneming of wederdienstneming naar aanleiding van een onwettige afwezigheid van lange duur, was begonnen vóór de datum van inwerkingtreding van de artikelen 5 en 6 van dit besluit, blijft onderworpen aan de bepalingen die op hem van toepassing waren vóór deze datum.
Art. 19. Le militaire ou candidat militaire à l'encontre de qui une procédure pouvant mener à un retrait définitif d'emploi ou à une résiliation de l'engagement ou du rengagement suite à une absence illégale de longue durée, a été entamée avant la date d'entrée en vigueur des articles 5 et 6 du présent arrêté, reste soumis aux dispositions qui lui étaient applicables avant cette date.
Art. 20. De gelijkwaardigheden tussen de niveaus van taalkennis bedoeld enerzijds in de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger en in het koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie en anderzijds in het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 worden bepaald in bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 20. Les équivalences entre les niveaux de connaissances linguistiques visés d'une part à la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée et à l'arrêté royal du 31 janvier 1994 déterminant la nature et les modalités des examens linguistiques pour les candidats conseillers moraux auprès des Forces armées, établissant les conditions de réussite de ces examens et portant organisation du jury d'examen et d'autre part à l'arrêté royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de délivrance des certificats de connaissances linguistiques prévus à l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative coordonnées le 18 juillet 1966 sont fixées à l'annexe jointe au présent arrêté.
Art. 21. Hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2026:
1° artikel 20 van dit besluit;
2° de artikelen 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 26, 29, 30, 31, 36, 37, 38, 40, 42, 45, 46, 49, 57, 58, 61, 62 en 63 van de wet van 8 december 2025 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen.
1° artikel 20 van dit besluit;
2° de artikelen 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 26, 29, 30, 31, 36, 37, 38, 40, 42, 45, 46, 49, 57, 58, 61, 62 en 63 van de wet van 8 december 2025 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen.
Art. 21. Produisent leurs effets le 1er janvier 2026:
1° l'article 20 du présent arrêté ;
2° les articles 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 26, 29, 30, 31, 36, 37, 38, 40, 42, 45, 46, 49, 57, 58, 61, 62 et 63 de la loi du 8 décembre 2025 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires.
1° l'article 20 du présent arrêté ;
2° les articles 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 26, 29, 30, 31, 36, 37, 38, 40, 42, 45, 46, 49, 57, 58, 61, 62 et 63 de la loi du 8 décembre 2025 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires.
Art. 22. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van het artikel waarvan de datum van uitwerking bepaald wordt bij artikel 21.
Art. 22. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après la publication du présent arrêté au Moniteur belge, à l'exception de l'article dont la date de prise d'effet est fixée par l'article 21.
Art. 23. De Minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlage.
Art. N. Annexe.
Bijlage bij het koninklijk besluit van 9 februari 2026
tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Gelijkwaardigheid tussen de in de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger en de in het koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis en de in het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Gelijkwaardigheid tussen de in de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger en de in het koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis en de in het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
Annexe à l'arrêté royal du 9 février 2026 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Equivalence entre les niveaux de connaissances linguistiques visés dans la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée et dans l'arrêté royal du 31 janvier 1994 déterminant la nature et les modalités des examens linguistiques pour les candidats conseillers moraux auprès des Forces armées, établissant les conditions de réussite de ces examens et portant organisation du jury d'examen et les niveaux de connaissances linguistiques visés dans l'arrêté royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de délivrance des certificats de connaissances linguistiques prévus à l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative coordonnées le 18 juillet 1966
Equivalence entre les niveaux de connaissances linguistiques visés dans la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée et dans l'arrêté royal du 31 janvier 1994 déterminant la nature et les modalités des examens linguistiques pour les candidats conseillers moraux auprès des Forces armées, établissant les conditions de réussite de ces examens et portant organisation du jury d'examen et les niveaux de connaissances linguistiques visés dans l'arrêté royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de délivrance des certificats de connaissances linguistiques prévus à l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative coordonnées le 18 juillet 1966
| Wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger | Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1, eerste lid en artikel 3, § 1, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
| De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 3 en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1956 betreffende de organisatie van het taalexamen voor de benoeming tot de graad van reservemajoor, reservekorvetkapitein of reservekapitein-technicus | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
| De grondige kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7, § 1, 5 | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 1/A |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7bis, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7ter, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
| De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 2/C |
| De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 9bis, § 1, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 3/D |
| Wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger | Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1, eerste lid en artikel 3, § 1, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
| De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 3 en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1956 betreffende de organisatie van het taalexamen voor de benoeming tot de graad van reservemajoor, reservekorvetkapitein of reservekapitein-technicus | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
| De grondige kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7, § 1, 5 | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 1/A |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7bis, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7ter, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
| De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 2/C |
| De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 9bis, § 1, eerste lid | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 3/D |
| Koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis | Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1 | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 3 | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 9 februari 2026 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Defensie,
T. FRANCKEN
| Koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis | Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1 | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid |
| De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 3 | De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 |
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 9 février 2026 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires.
PHILIPPE
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
T. FRANCKEN