Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 NOVEMBER 2025. - Ministerieel besluit tot wijziging van bijlage 1, 2, 3, 6, 7, 19 en 20 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft de gevolgen van de inwerkingtreding van de modernisering mer
Titre
21 NOVEMBRE 2025. - Arrêté ministériel modifiant les annexes 1re, 2, 3, 6, 7, 19 et 20 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, en ce qui concerne les conséquences de l'entrée en vigueur de la modernisation du RIE
Dokumentinformationen
Numac: 2025008900
Datum: 2025-11-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025008900
Date: 2025-11-21
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2018 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2024, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Article 1er. L'annexe 1re de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 mars 2018 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2024, est remplacée par l'annexe 1re jointe au présent arrêté.
Art. 2. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 16 januari 2017 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 16 juli 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° addendum B23 wordt vervangen door wat volgt:
  "
Art. 2. A l'annexe 2 du même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 16 janvier 2017 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 16 juillet 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'addenda B23 est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum B23 Ontbossen
Addendum B23 Ontbossen
1 Vul het voorstel tot compensatie in via het daartoe voorziene loket, te bereiken via https://natuurenbos.vlaanderen.be/bomen-en-bossen/bomen-kappen-bos/boscompensatie, als de ontbossing gecompenseerd moet worden met toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Nadat het voorstel tot compensatie is ingegeven, wordt hiervan een downloadbaar document gemaakt. Voeg dat voorstel tot compensatie en, in voorkomend geval, een kopie van de ministeriële beslissing tot ontheffing van het verbod tot ontbossing toe.
  ";
  2° addenda C4C, C4D en D4 worden opgeheven;
  3° addendum E1 wordt vervangen door wat volgt:
  "
 Addenda B23 Déboisement
Addenda B23 Déboisement
1 Remplissez la proposition de compensation via le guichet prévu à cet effet, accessible via https://natuurenbos.vlaanderen.be/bomen-en-bossen/bomen-kappen-bos/boscompensatie, si le déboisement doit être compensé en application de l'article 90bis du décret forestier du 13 juin 1990. Une fois la proposition de compensation saisie, un document téléchargeable en sera généré. Joignez cette proposition de compensation et, le cas échéant, une copie de la décision ministérielle accordant la dispense de l'interdiction de déboisement.
  " ;
  2° les addendas C4C, C4D et D4 sont abrogés ;
  3° l'addenda E1 est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum E1 Effecten op mobiliteit
Addendum E1 Effecten op mobiliteit
Voeg de gegevens als bijlage E1 bij het formulier, tenzij anders vermeld.
  1 Is er een mobiliteitsstudie opgemaakt?
  o ja. Voeg de mobiliteitsstudie als bijlage E1bis bij het formulier. Als de antwoorden op vraag 2 en 3 (indien van toepassing) opgenomen zijn in de mobiliteitsstudie, hoeft u die vragen niet in te vullen.
  o nee. Ga naar vraag 2.
  2 Beschrijf de mobiliteit die gegenereerd wordt door de aanvraag.
  Geef daarbij ook een beschrijving van de organisatie van het personenverkeer van en naar het project, en de gebruikte mobiliteitsmiddelen voor goederentransport, met vermelding van de aan- en afvoerfrequenties, de tijdstippen (indien relevant) van de transporten en de transportroute(s). Geef daarbij ook een eventuele toename in de vervoersbewegingen aan en mogelijke andere effecten voor weggebruikers of omwonenden, bijvoorbeeld verkeersemissies.
  . . . . .
  ° 3 Motiveer waarom de effecten op de mobiliteit al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  ";
  4° in addendum E2 wordt vraag 3 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 3 Motiveer waarom de effecten op de bodem al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de maatregelen die u hebt vermeld bij vraag 2.
  . . . . .
  ";
  5° in addendum E3 wordt vraag 3 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 3 Motiveer waarom de effecten van het project op het watersysteem al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Ook de mogelijke effecten van het project ten gevolge van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen dient mee in rekening te worden gebracht.
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  . . . . .
  ";
  6° in addendum E4 wordt vraag 12 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 12 Motiveer waarom de effecten van luchtverontreiniging op de luchtkwaliteit al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  . . . . .
  ";
  7° in addendum E5 wordt vraag 3 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 3 Motiveer waarom de effecten van geluid of trillingen op de omgeving al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de maatregelen die u hebt vermeld bij vraag 2.
  . . . . .
  ";
  8° in addendum E6 wordt vraag 16 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 16 Motiveer waarom de effecten op de biodiversiteit al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de maatregelen die u hebt vermeld bij vraag 1. U kunt hiervoor ook verwijzen naar de documenten, vermeld in de voorgaande vragen.
  ";
  9° in addendum E7 wordt vraag 5 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 5 Motiveer waarom het risico op zware ongevallen of rampen al dan niet aanzienlijk is.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  . . . . .
  ";
  10° addendum E8 wordt vervangen door wat volgt:
  "
 Addenda E1 Incidences sur la mobilité
Addenda E1 Incidences sur la mobilité
Joignez les données en annexe E1 au formulaire, sauf disposition contraire.
  1 Une étude de mobilité a-t-elle été effectuée ?
  o oui. Joignez l'étude de mobilité au formulaire sous la référence annexe E1bis. Si les réponses aux questions 2 et 3 (si applicables) figurent dans l'étude de mobilité, vous n'avez pas besoin de répondre à ces questions.
  o non. Passez à la question 2.
  2 Décrivez la mobilité créée par la demande.
  Incluez également une description de l'organisation du trafic des personnes vers et depuis le projet, ainsi que des moyens de transport utilisés pour le transport de marchandises, en indiquant la fréquence de livraison et d'évacuation, les horaires (si pertinents) des transports et le(s) itinéraire(s) de transport. Indiquez également toute augmentation éventuelle des mouvements de transport et les autres incidences possibles pour les usagers de la route ou les riverains, par exemple les émissions liées au trafic.
  . . . . .
  ° 3 Justifiez en quoi les incidences sur la mobilité sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  " ;
  4° dans l'addenda E2, la question 3 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 3 Justifiez en quoi les incidences sur le sol sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des mesures que vous avez mentionnées à la question 2.
  . . . . .
  " ;
  5° dans l'addenda E3, la question 3 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 3 Justifiez en quoi les incidences du projet sur le système d'eau sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  De même, les incidences potentielles du projet dues à l'utilisation de ressources naturelles doivent être prises en compte.
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  . . . . .
  " ;
  6° dans l'addenda E4, la question 12 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 12 Justifiez en quoi les incidences de la pollution de l'air sur la qualité de l'air sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  . . . . .
  " ;
  7° dans l'addenda E5, la question 3 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 3 Justifiez en quoi les incidences au niveau du bruit ou des vibrations sur l'environnement sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des mesures que vous avez mentionnées à la question 2.
  . . . . .
  " ;
  8° dans l'addenda E6, la question 16 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 16 Justifiez en quoi les incidences sur la biodiversité sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des mesures que vous avez mentionnées à la question 1. Vous pouvez également vous référer à cet effet aux documents mentionnés dans les questions précédentes.
  " ;
  9° dans l'addenda E7, la question 5 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 5 Justifiez en quoi le risque d'accidents ou de catastrophes majeurs est significatif, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  . . . . .
  " ;
  10° l'addenda E8 est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum E8 Effecten op landschap, erfgoed en archeologie
Addendum E8 Effecten op landschap, erfgoed en archeologie
Voeg de gegevens als bijlage E8 bij het formulier.
  1 Beschrijf de potentiële effecten van de aanvraag op landschap en erfgoed.
  . . . . .
  2 Geef de maatregelen die worden ingezet om de effecten van de aanvraag op het landschap en erfgoed te voorkomen of te beperken.
  . . . . .
  ° 3 Motiveer waarom de effecten op landschap, erfgoed en archeologie al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de maatregelen die u hebt vermeld bij vraag 2.
  . . . . .
  ";
  11° addendum E9 wordt vervangen door wat volgt:
  "
 Addenda E8 Incidences sur le paysage, le patrimoine et l'archéologie
Addenda E8 Incidences sur le paysage, le patrimoine et l'archéologie
Joignez les données en annexe E8 au formulaire.
  1 Décrivez les incidences potentielles de la demande sur le paysage et le patrimoine.
  . . . . .
  2 Indiquez les mesures qui sont mises en oeuvre pour prévenir ou limiter les incidences de la demande sur le paysage et le patrimoine.
  . . . . .
  ° 3 Justifiez en quoi les incidences sur le paysage, le patrimoine et l'archéologie sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des mesures que vous avez mentionnées à la question 2.
  . . . . .
  " ;
  11° l'addenda E9 est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum E9 Effecten op gezondheid
Addendum E9 Effecten op gezondheid
Voeg de gegevens als bijlage E9 bij het formulier.
  1 Beschrijf de bronnen van licht of straling.
  . . . . .
  2 Geef de maatregelen die worden ingezet om de effecten van licht of straling te voorkomen of te beperken.
  . . . . .
  3 Beschrijf de bronnen van biologische stressoren.
  Onder biologische stressoren worden micro-organismen zoals bacteriën, parasieten, schimmels, gisten en virussen, of bestanddelen daarvan, zoals endotoxinen, verstaan.
  . . . . .
  4 Geef de maatregelen die worden ingezet om de effecten van biologische stressoren te voorkomen of te beperken.
  . . . . .
  5 Geef de maatregelen die worden ingezet om de effecten van schadelijke stoffen die via water of bodem in het lichaam terechtkomen, te voorkomen of te beperken.
  . . . . .
  ° 6 Motiveer waarom de effecten door blootstelling aan geluid, trillingen, lucht, licht, straling, biologische stressoren, bodem en water op de menselijke gezondheid al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de bronnen en de maatregelen die u hebt vermeld bij de voorgaande vragen.
  . . . . .
  ";
  12° addendum E10 wordt opgeheven;
  13° in addendum E11 wordt vraag 3 opgeheven;
  14° in addendum E12 wordt vraag 3 vervangen door wat volgt:
  "
  ° 3 Motiveer waarom deze effecten al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de maatregelen die u hebt vermeld bij vraag 2.
  . . . . .
  ";
  15° er worden een addendum E13 en een addendum E14 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "
 Addenda E9 Incidences sur la santé
Addenda E9 Incidences sur la santé
Joignez les données en annexe E9 au formulaire.
  1 Décrivez les sources de lumière ou de rayonnement.
  . . . . .
  2 Indiquez les mesures qui sont mises en oeuvre pour prévenir ou limiter les incidences de la lumière ou des rayonnements.
  . . . . .
  3 Décrivez les sources de facteurs de stress biologiques.
  Par " facteurs de stress biologiques ", on entend des micro-organismes tels que les bactéries, les parasites, les champignons, les levures et virus, ou leurs composants, comme les endotoxines.
  . . . . .
  4 Indiquez les mesures qui sont mises en oeuvre pour prévenir ou limiter les incidences de facteurs de stress biologiques.
  . . . . .
  5 Indiquez les mesures qui sont mises en oeuvre pour prévenir ou limiter les incidences des substances nocives qui pénètrent dans le corps par l'intermédiaire de l'eau ou du sol.
  . . . . .
  ° 6 Justifiez pourquoi les incidences liées à l'exposition au bruit, aux vibrations, à l'air, à la lumière, aux rayonnements, aux facteurs de stress biologiques, au sol et à l'eau sur la santé humaine sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des sources et des mesures que vous avez mentionnées aux questions précédentes.
  . . . . .
  " ;
  12° l'addenda E10 est abrogé ;
  13° dans l'addenda E11, la question 3 est abrogée ;
  14° dans l'addenda E12, la question 3 est remplacée par ce qui suit :
  "
  ° 3 Justifiez en quoi ces incidences sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des mesures que vous avez mentionnées à la question 2.
  . . . . .
  " ;
  15° il est inséré un addenda E13 et un addenda E14, rédigés comme suit :
  "
 Addendum E13 Ruimtelijke aspecten
Addendum E13 Ruimtelijke aspecten
Voeg de gegevens als bijlage E13 bij het formulier.
  1 Beschrijf de potentiële effecten van de aanvraag op ruimtelijke aspecten.
  Ruimtelijke aspecten verwijzen naar de ruimtelijke componenten van een project die een directe invloed hebben op de leefomgeving en beleving van mensen. Ze omvatten de analyse van ruimtelijke effecten zoals functieveranderingen, visuele impact en gebruiksmogelijkheden, met uitsluiting van milieugerelateerde aspecten zoals luchtkwaliteit, geluid en straling.
  . . . . .
  2 Geef de maatregelen die worden ingezet om deze effecten te voorkomen of te beperken.
  . . . . .
  ° 3 Motiveer waarom deze effecten al dan niet aanzienlijk zijn.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  Houd bij het beantwoorden van deze vraag rekening met de maatregelen die u hebt vermeld bij vraag 2.
 Addenda E13 Aspects spatiaux
Addenda E13 Aspects spatiaux
Joignez les données en annexe E13 au formulaire.
  1 Décrivez les incidences potentielles de la demande sur les aspects spatiaux.
  Les aspects spatiaux font référence aux composantes spatiales d'un projet qui ont un impact direct sur le cadre de vie et l'expérience des personnes. Ils comprennent l'analyse des incidences spatiales telles que les changements de fonction, les impacts visuels et les possibilités d'utilisation, à l'exclusion des aspects liés à l'environnement tels que la qualité de l'air, le bruit et les rayonnements.
  . . . . .
  2 Indiquez les mesures qui sont mises en oeuvre pour prévenir ou limiter ces incidences.
  . . . . .
  ° 3 Justifiez en quoi ces incidences sont significatives, ou non.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  En répondant à cette question, tenez compte des mesures que vous avez mentionnées à la question 2.
  . . . . .
 Addendum E14 Effect op het klimaat
Addendum E14 Effect op het klimaat
Voeg de gegevens als bijlage E14 bij het formulier.
  ° 1 Motiveer waarom het effect op het klimaat niet aanzienlijk is. Denk hierbij aan broeikasgasemissies, waterverbruik, energieverbruik en risico's door ligging.
  Deze vraag moet alleen beantwoord worden als de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24 oktober 2025 (project-m.e.r.-screening).
  Deze vraag moet niet beantwoord worden als het voorwerp van de aanvraag louter een hernieuwing van een milieu- of omgevingsvergunning of een mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning betreft en de hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.
  . . . . .
  ";
  16° addendum R3 wordt vervangen door wat volgt:
  "
 Addenda E14 Incidences sur le climat
Addenda E14 Incidences sur le climat
Joignez les données en annexe E14 au formulaire.
  ° 1 Justifiez en quoi les incidences sur le climat sont significatives, ou non. Tenez compte notamment des émissions de gaz à effet de serre, de la consommation d'eau, de la consommation d'énergie et des risques liés à la localisation.
  Il n'y a lieu de répondre à cette question que si la demande concerne un projet tel que visé à l'annexe II de l'arrêté RIE du 24 octobre 2025 (screening du RIE du projet).
  Il n'y a pas lieu de répondre à cette question si l'objet de la demande concerne uniquement un renouvellement d'une autorisation écologique ou d'un permis d'environnement ou une communication avec demande de conversion d'une autorisation écologique et que le renouvellement ou la conversion concerne des activités qui n'entraînent pas d'intervention physique dans l'environnement.
  . . . . .
  " ;
  16° l'addenda R3 est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum R3 Lozing van afvalwater en koelwater (andere dan bemalingswater), andere dan lozingen in grondwater
Addendum R3 Lozing van afvalwater en koelwater (andere dan bemalingswater), andere dan lozingen in grondwater
Voeg de gegevens als bijlage R3 bij het formulier.
OS3 1 Geef een overzicht van de verschillende lozingspunten in openbare riolering, oppervlaktewater of een ander medium.
  Lozingen van afvalwater in grondwater (indirect, ingedeeld in rubriek 52) worden niet in dit addendum besproken, maar in addendum R52.
  Vul de onderstaande tabel in voor de lozingspunten van huishoudelijk afvalwater, ander bedrijfsafvalwater dan verontreinigd hemelwater, bedrijfsafvalwater dat verontreinigd hemelwater betreft, koelwater en effluent van een RWZI.
  Het mengsel van bedrijfsafvalwater met huishoudelijk afvalwater en/of koelwater en/of hemelwater dat niet in aanraking is geweest met verontreinigende stoffen, afkomstig van dezelfde ingedeelde inrichting of activiteit, dat via een niet-gescheiden rioleringsnet samen wordt geloosd zonder dat de verschillende deelstromen apart kunnen worden gecontroleerd, wordt integraal beschouwd als bedrijfsafvalwater.
  Geef aan of het een nieuw lozingspunt betreft, een bestaand waar niets aan veranderd wordt, een verandering, of een (gedeeltelijke) stopzetting van een lozingspunt.
 Addenda R3 Déversement d'eaux usées et d'eaux de refroidissement (autres que d'eaux d'exhaure), autres que des déversements dans les eaux souterraines
Addenda R3 Déversement d'eaux usées et d'eaux de refroidissement (autres que d'eaux d'exhaure), autres que des déversements dans les eaux souterraines
Joignez les données en annexe R3 au formulaire.
OS3 1 Donnez un aperçu des différents points de déversement dans le réseau d'égouts public, les eaux de surface ou tout autre milieu.
  Les déversements d'eaux usées dans les eaux souterraines (indirects, classés dans la rubrique 52) ne sont pas abordés dans le présent addenda, mais dans l'addenda R52.
  Complétez le tableau ci-dessous pour les points de déversement des eaux usées domestiques, des eaux industrielles usées autres que les eaux pluviales polluées, des eaux industrielles usées qui concernent des eaux pluviales polluées, des eaux de refroidissement et de l'effluent d'une installation d'épuration d'eaux d'égout.
  Le mélange d'eaux industrielles usées avec des eaux usées domestiques et/ou des eaux de refroidissement et/ou des eaux pluviales qui n'ont pas été en contact avec des polluants, provenant du même établissement classé ou de la même activité classée, qui sont déversées ensemble par le biais d'un réseau d'égouts non séparés sans que les différents flux partiels puissent être contrôlés séparément, est intégralement considéré comme des eaux industrielles usées.
  Indiquez s'il s'agit d'un nouveau point de déversement, d'un point existant qui ne sera pas modifié, d'une modification ou d'un arrêt (partiel) d'un point de déversement.
naam lozingspunt X-coördinaat Y-coördinaat meetputnummer VMM
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
naam lozingspunt X-coördinaat Y-coördinaat meetputnummer VMM . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
OS3 2 Kruis voor elk lozingspunt aan waarin geloosd wordt.
  naam lozingspunt . . . . .
  oopenbare riolering. Waar ligt de openbare riolering?
  straat . . . . .
  o oppervlaktewater. Vul de onderstaande gegevens in.
  naam waterloop . . . . .
  o rechtstreeks via lozingspijp of effluentleiding.
  Wat is de binnendiameter van de lozingspijp of effluentleiding?
  . . . . .
  o onrechtstreeks via gracht of RWA-leiding
  o ander medium: . . . . .
OS3 3 Geef per lozingspunt aan over welke afvalwaterstroom het gaat.
  naam lozingspunt . . . . .
  o huishoudelijk afvalwater (rubriek 3.2 of 3.6.1). Vul vraag 4 en 8 in.
  o bedrijfsafvalwater (rubriek 3.4, 3.6.3, 3.6.5, 3.6.6, 3.6.7 of 3.7). Vul vraag 5, 6 en 8 in.
  o koelwater (rubriek 3.5). Vul vraag 5 en vraag 8 in.
  o stedelijk afvalwater, aangevoerd via openbare riolen of collectoren (rubriek 3.6.4) Vul vraag 5, 7 en 8 in.
OS3 4 Geef de volgende gegevens op per lozingspunt van huishoudelijk afvalwater.
  max. m3/jaar . . . . .
  indelingsrubriek . . . . .
OS3 5 Geef de volgende gegevens op per lozingspunt.
nom du point de déversement  Coordonnée X  Coordonnée Y  numéro du puits de mesure VMM
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
nom du point de déversement Coordonnée X Coordonnée Y numéro du puits de mesure VMM . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
OS3 2 Crochez chaque point de déversement dans lequel s'effectue un déversement.
  nom du point de déversement
  oréseau d'égouts public. Où se situe le réseau d'égouts public ?
  rue . . . . .
  o eaux de surface. Complétez les données suivantes.
  nom du cours d'eau . . . . .
  o directement par le biais d'un tuyau de déversement ou d'une conduite d'effluents.
  Quel est le diamètre intérieur du tuyau de déversement ou de la conduite d'effluents ?
  . . . . .
  o indirectement par le biais d'un fossé ou d'une conduite d'évacuation des eaux pluviales
  . . . . .
  o autre milieu : . . . . .
OS3 3 Indiquez pour chaque point de déversement de quel flux d'eaux usées il s'agit.
  nom du point de déversement . . . . .
  o eaux usées domestiques (rubrique 3.2 ou 3.6.1). Répondez aux questions 4 et 8.
  o eaux industrielles usées (rubrique 3.4, 3.6.3, 3.6.5, 3.6.6, 3.6.7 ou 3.7). Répondez aux questions 5, 6 et 8.
  o eau de refroidissement (rubrique 3.5). Répondez aux questions 5 et 8.
  o eaux urbaines résiduaires, transportées par les égouts ou collecteurs publics (rubrique 3.6.4). Répondez aux questions 5, 7 et 8.
NR3 4 Indiquez les données suivantes pour chaque point de déversement des eaux usées domestiques.
  m3/an max. . . . . .
  rubrique de classification . . . . .
NR3 5 Indiquez les données suivantes pour chaque point de déversement.
naam lozingspunt max. m3/uur max. m3/dag max. m3/jaar indelingsrubriek
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   
naam lozingspunt max. m3/uur max. m3/dag max. m3/jaar indelingsrubriek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
OS3 6 Welke sectorale lozingsvoorwaarden voor bedrijfsafvalwater zijn volgens bijlage 5.3.2 van titel II van het VLAREM van toepassing per lozingspunt?
  o niet van toepassing
  . . . . .
OS 7 Vul de gegevens van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in.
  Bij type van zuiveringstechnologie baseert u zich op de toepasselijke techniekcodes voor het integraal milieujaarverslag.
  totale hoeveelheid (IE) agglomeratie . . . . .
  totale hoeveelheid (IE) ontwerpcapaciteit . . . . .
  type van zuiveringstechnologie . . . . .
  8 Beschrijf de afvalwaterstromen.
  Geef per lozingspunt aan welke afvalwaterstromen samenkomen in dit lozingspunt. Geef daarbij ook de herkomst van de afvalwaterstroom.
  Bij wisselende debieten, bijvoorbeeld ten gevolge van de seizoensschommelingen, geeft u een inschatting van de debieten voor elke karakteristieke periode.
  . . . . .
  ";
  17° addendum R3B wordt vervangen door wat volgt:
  "
nom du point de déversement  m3/heure max.  m3/jour max.  m3/an max.  rubrique de classification
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
nom du point de déversement m3/heure max. m3/jour max. m3/an max. rubrique de classification . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
OS3 6 Selon l'annexe 5.3.2 du titre II du VLAREM, quelles conditions de déversement sectorielles pour les eaux industrielles usées s'appliquent par point de déversement ?
  o non applicable
  . . . . .
OS 7 Complétez les données de l'installation d'épuration d'eaux d'égout.
  Pour type de technologie d'épuration, basez-vous sur les codes techniques applicables pour le rapport environnemental annuel intégré.
  quantité totale (EH) agglomération . . . . .
  quantité totale (EH) capacité nominale . . . . .
  type de technologie d'épuration . . . . .
  8 Décrivez les flux d'eaux usées.
  Indiquez pour chaque point de déversement les flux d'eaux usées qui s'y rejoignent. Veuillez également préciser l'origine de ce flux d'eaux usées.
  En cas de débits variables, consécutifs par exemple aux variations saisonnières, fournissez une évaluation des débits pour chaque période caractéristique.
  . . . . .
  " ;
  17° l'addenda R3B est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum R3B Lozing van bedrijfsafvalwater
Addendum R3B Lozing van bedrijfsafvalwater
Voeg de gegevens als bijlage R3B bij het formulier.
  1 Vermeld de karakteristieken van het geloosde bedrijfsafvalwater per lozingspunt, gemiddeld en maximaal.
  Vergelijk de geloosde hoeveelheden of concentraties per lozingspunt minstens voor de volgende parameters met de huidig geldende voorwaarden:
  - de parameters, vermeld in de sectorale lozingsvoorwaarden;
  - de parameters, vermeld in het zelfcontroleprogramma (artikel 4.2.5.3 van titel II van het VLAREM);
  - andere te verwachten gevaarlijke stoffen van bijlage 2 van titel II van het VLAREM die worden geloosd (in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom 'indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)' van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van titel II van het VLAREM). Als er geen kwaliteitsnormen gelden voor een gevaarlijke stof, wordt die alleen vermeld als ze relevant is voor het soort afvalwater. Daarbij wordt minstens gekeken naar de stoffen die in de inrichting geproduceerd of gebruikt worden.
  Als u wilt dat er een bijzondere voorwaarde in de vergunning wordt opgenomen, moet een voorstel tot bijstelling van de voorwaarden als bijlage Q bij deze aanvraag of melding gevoegd worden.
  2 Wilt u een relevante studie met betrekking tot het bedrijfsafvalwater of representatieve analyseresultaten conform artikel 4.2.5.3 van titel II van het VLAREM toevoegen ter ondersteuning van uw aanvraag?
  Als u een impactbeoordeling voor de lozing van bedrijfsafvalwater hebt uitgevoerd, voegt u de volgende documenten toe:
  - het resultaat van de ingevulde rekentool (zowel Excel- als pdf-bestand)
  https://vmm.vlaanderen.be/diensten-producten/impactbeoordeling-bedrijfsafvalwater. Bij afwijking tussen de twee documenten geldt de pdf;
  - het resultaat van de ingevulde evaluatietool haalbaarheid verdergaande maatregelen indien van toepassing;
  - het databankrapport stroomopwaartse concentratie;
  - het databankrapport evaluatie halen doelstellingen einde waterlichaam indien van toepassing.
  De rekentool is bedoeld voor een ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 1 of 2 die bedrijfsafvalwater loost met een debiet:
  - lozing op oppervlaktewater: > 20 m3/d;
  - lozing op riolering: > 200 m3/d of > 5 % ontwerpdebiet RWZI ( te consulteren op https://vmm.vlaanderen.be/diensten-producten/impactbeoordeling-bedrijfsafvalwater).
  o ja. Voeg die gegevens als bijlage R3Bbis bij het formulier.
  o nee
  3 Beschrijf de maatregelen, met inbegrip van de beste beschikbare technieken, die worden ingezet om de effecten op het watersysteem te voorkomen of te beperken.
  Geef daarbij ook een beschrijving van de eventuele zuiveringsinstallatie en vermeld het verwijderingsrendement, als dat bekend is.
  . . . . .
O3 4 Als u al over een saneringscontract met Aquafin beschikt, geef dan het referentienummer op (zie punt 8. Kennisgeving van het contract) en kruis aan waarop de aanvraag voor een saneringscontract betrekking heeft.
  referentienummer . . . . .
  o tijdelijke lozing
  o permanente lozing
  o noodlozing
  5 Als de aanvraag betrekking heeft op een noodlozing, geef dan de karakteristieken van het via de noodlozing beoogde (deels) ongezuiverde bedrijfsafvalwater aan de hand van analyses.
  Geef bovendien de resultaten van een online respirometrietest, als het een complex afvalwater betreft, van de sectoren die opgenomen zijn in bijlage 5.3.2 van titel II van het VLAREM:
  - sector 12 Farmaceutische nijverheid;
  - sector 32 Petrochemie en de daarvan afgeleide organische chemie die niet elders vermeld wordt;
  - sector 44 Textiel.
  . . . . .
  ";
  18° in addendum R3C wordt vraag 2 vervangen door wat volgt:
  "
  2 Vermeld per lozingspunt de karakteristieken van het geloosde koelwater, gemiddeld en maximaal.
  Vergelijk de geloosde hoeveelheden of concentraties met de huidig geldende voorwaarden.
  Baseer u daarvoor eventueel op analyses.
  Vermeld minstens de volgende parameters:
  * zuurtegraad pH;
  * gehalte aan opgeloste zuurstof;
  * temperatuur;
  * zwevende stoffen;
  * CZV;
  * andere stoffen, vermeld in bijlage 2 van titel II van het VLAREM, zoals algiciden, schaalvoorkomende stoffen en corrosie-inhibitoren.
  Als u wilt dat er een bijzondere voorwaarde in de vergunning wordt opgenomen, voegt u een voorstel tot bijstelling van de voorwaarden als bijlage Q bij deze aanvraag of melding.
  ";
  19° addendum R3.6.4 wordt vervangen door wat volgt:
  "
 Addenda R3B Déversement d'eaux industrielles usées
Addenda R3B Déversement d'eaux industrielles usées
Joignez les données en annexe R3B au formulaire.
  1 Mentionnez les caractéristiques des eaux industrielles usées déversées par point de déversement, en valeurs moyennes et maximales.
  Comparez les quantités ou concentrations déversées par point de déversement, au moins pour les paramètres suivants, avec les conditions actuellement applicables :
  - les paramètres visés dans les conditions de déversement sectorielles ;
  - les paramètres visés dans le programme d'autocontrôle (article 4.2.5.3 du titre II du VLAREM) ;
  - les autres substances dangereuses attendues de l'annexe 2 du titre II du VLAREM qui sont déversées (en concentrations supérieures aux critères de classification visées dans la colonne " critère de classification SD (substances dangereuses) " de l'article 3 de l'annexe 2.3.1 du titre II du VLAREM). En l'absence de normes de qualité pour une substance dangereuse, celle-ci n'est mentionnée que si elle est pertinente pour le type d'eaux usées. On considère au moins les substances produites ou utilisées dans l'établissement.
  Si vous souhaitez qu'une condition particulière soit reprise dans le permis, une proposition d'ajustement des conditions doit être jointe à cette demande ou notification en annexe Q.
  2 Souhaitez-vous joindre une étude pertinente concernant les eaux industrielles usées ou des résultats d'analyse représentatifs conformément à l'article 4.2.5.3 du titre II du VLAREM à l'appui de votre demande ?
  Si vous avez effectué une évaluation d'impact pour le déversement des eaux industrielles usées, joignez les documents suivants :
  - le résultat de l'outil de calcul complété (tant au format Excel que PDF)
  https://vmm.vlaanderen.be/diensten-producten/impactbeoordeling-bedrijfsafvalwater. En cas de divergence entre les documents, le PDF fait foi ;
  - le résultat de l'outil d'évaluation complété faisabilité des mesures plus étendues, si d'application ;
  - le rapport de la base de données concentration en amont ;
  - le rapport de la base de données réalisation des objectifs à la fin de la masse d'eau, si d'application.
  L'outil de calcul est conçu pour un établissement classé ou une activité classée de classe 1 ou 2 qui déverse des eaux industrielles usées d'un débit :
  - déversement dans les eaux de surface : > 20 m3/j ;
  - déversement dans un égout : > 200 m3/j ou > 5 % du débit de conception installation d'épuration d'eaux d'égout (disponible sur https://vmm.vlaanderen.be/diensten-producten/impactbeoordeling-bedrijfsafvalwater).
  o oui. Joignez ces données en annexe R3Bbis au formulaire.
  o non
  3 Décrivez les mesures, y compris les meilleures techniques disponibles, mises en oeuvre pour prévenir ou limiter les incidences sur le système d'eau.
  Décrivez également l'éventuelle station d'épuration et mentionnez le rendement d'élimination s'il est connu.
  . . . . .
O3 4 Si vous disposez déjà d'un contrat d'assainissement avec Aquafin, mentionnez le numéro de référence (voir point 8. Notification du contrat) et cochez l'objet de la demande d'un contrat d'assainissement.
  numéro de référence
  o déversement temporaire
  o déversement permanent
  o déversement d'urgence
  5 Si la demande concerne un déversement d'urgence, indiquez les caractéristiques des eaux industrielles usées (partiellement) non épurées visées par le déversement d'urgence au moyen d'analyses.
  Indiquez en outre les résultats d'un test de respirométrie en ligne s'il s'agit d'eaux usées complexes des secteurs repris dans l'annexe 5.3.2 du titre II du VLAREM :
  - secteur 12 Industrie pharmaceutique ;
  - secteur 32 Pétrochimie et chimie organique en dérivant non mentionnée par ailleurs ;
  - secteur 44 Textile.
  . . . . .
  " ;
  18° dans l'addenda R3C, la question 2 est remplacée par ce qui suit :
  "
  2 Indiquez pour chaque point de déversement les caractéristiques de l'eau de refroidissement déversée, en valeurs moyennes et maximales.
  Comparez les quantités ou concentrations déversées avec les conditions actuellement applicables,
  en vous appuyant éventuellement sur des analyses.
  Mentionnez au moins les paramètres suivants :
  * degré d'acidité pH ;
  * teneur en oxygène dissous ;
  * température ;
  * matières en suspension ;
  * DCO ;
  * autres substances visées à l'annexe 2 du titre II du VLAREM, telles que les algicides, les antitartres et les inhibiteurs de corrosion.
  Si vous souhaitez qu'une condition particulière soit reprise dans le permis, joignez une proposition d'ajustement des conditions en annexe Q à cette demande ou notification.
  " ;
  19° l'addenda R3.6.4 est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum R3.6.4 Behandeling van stedelijk afvalwater, aangevoerd via openbare riolen of collectoren
Addendum R3.6.4 Behandeling van stedelijk afvalwater, aangevoerd via openbare riolen of collectoren
Voeg de gegevens als bijlage R3.6.4 bij het formulier.
  1 Geef de karakteristieken van het gezuiverde effluent.
  U kunt hiervoor de onderstaande tabel gebruiken.
  Voor bestaande lozingen voegt u representatieve analyseresultaten van de laatste twee jaar bij het formulier.
  Als u wilt dat er een bijzondere voorwaarde in de vergunning wordt opgenomen, voegt u een voorstel tot bijstelling van de voorwaarden als bijlage Q bij deze aanvraag of melding.
 Addenda R3.6.4 Traitement des eaux urbaines résiduaires transportées par les égouts ou collecteurs publics
Addenda R3.6.4 Traitement des eaux urbaines résiduaires transportées par les égouts ou collecteurs publics
Joignez les données en annexe R3.6.4 au formulaire.
  1 Indiquez les caractéristiques de l'effluent épuré.
  A cet effet, vous pouvez utiliser le tableau ci-dessous.
  Pour des déversements existants, joignez au formulaire des résultats d'analyse représentatifs des deux dernières années au formulaire.
  Si vous souhaitez qu'une condition particulière soit reprise dans le permis, joignez une proposition d'ajustement des conditions en annexe Q à cette demande ou notification.
parameter concentratie (mg/l) minimaal percentage vermindering
 BZV   . . . . .   . . . . . %
 CZV   . . . . .   . . . . . %
 totale hoeveelheid zwevende stoffen   . . . . .   . . . . . %
 totaal fosfor   . . . . .   . . . . . %
 totaal stikstof   . . . . .   . . . . . %
parameter concentratie (mg/l) minimaal percentage vermindering BZV . . . . . . . . . . % CZV . . . . . . . . . . % totale hoeveelheid zwevende stoffen . . . . . . . . . . % totaal fosfor . . . . . . . . . . % totaal stikstof . . . . . . . . . . %
2 Voeg het gewijzigde herstelprogramma toe als dat relevant is.
  ";
  20° er wordt een addendum R52 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "
 paramètre concentration (mg/l) pourcentage minimum de réduction
 DBO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . %
 DCO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . %
 quantité totale matières en suspension . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . %
 phosphore total . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . %
 azote total . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . %
paramètre concentration (mg/l) pourcentage minimum de réduction DBO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . % DCO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . % quantité totale matières en suspension . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . % phosphore total . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . % azote total . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . %
2 Joignez le programme de réparation modifié, si pertinent.
  " ;
  20° il est inséré un addenda R52 rédigé comme suit :
  "
 Addendum R52 Lozing van afvalwater in grondwater
Addendum R52 Lozing van afvalwater in grondwater
Voeg de gegevens als bijlage R52 bij het formulier.
  OS3 1 Geef een overzicht van de verschillende lozingsvoorzieningen in grondwater (indirect via infiltratievoorziening) en vul de onderstaande gegevens in.
  Vul de onderstaande tabel in voor de lozing van huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater.
  Geef aan of het een nieuwe lozingsvoorziening betreft, een bestaande waar niets aan veranderd wordt, een verandering, of een (gedeeltelijke) stopzetting van een lozingsvoorziening.
  De diepte is het diepste punt van de infiltratievoorziening, in meter ten opzichte van het maaiveld.
 Addenda R52 Déversement d'eaux usées dans les eaux souterraines
Addenda R52 Déversement d'eaux usées dans les eaux souterraines
Joignez les données en annexe R52 au formulaire.
OS3 1 Donnez un aperçu des différents dispositifs de déversement des eaux souterraines (indirectement par l'intermédiaire d'un dispositif d'infiltration) et remplissez les données ci-dessous.
  Complétez le tableau ci-dessous pour le déversement d'eaux usées domestiques ou d'eaux industrielles usées.
  Indiquez s'il s'agit d'un nouveau dispositif de déversement, d'un dispositif de déversement existant qui ne sera pas modifié, d'une modification ou d'un arrêt (partiel) d'un dispositif de déversement.
  La profondeur est le point le plus profond du dispositif d'infiltration, en mètres par rapport au niveau du sol.
naam lozingsvoorziening locatie indelingsrubriek max. m3/dag max. m3/jaar diepte
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
naam lozingsvoorziening locatie indelingsrubriek max. m3/dag max. m3/jaar diepte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2 Beschrijf de afvalwaterstromen.
  Geef per lozingsvoorziening aan welke afvalwaterstromen samenkomen. Geef daarbij ook de herkomst van de afvalwaterstroom.
  Bij wisselende debieten, bijvoorbeeld ten gevolge van de seizoensschommelingen, geeft u een inschatting van de debieten voor elke karakteristieke periode.
  . . . . .
  3 Beschrijf de behandeling en de kwaliteit van het te lozen afvalwater.
  Beschrijf de behandelingsinstallatie en het rendement van de zuivering voor de relevante parameters.
  Geef aan welke parameters in het bedrijfsafvalwater te verwachten zijn. Ga daarbij uit van de lijst van gevaarlijke stoffen voor lozing in grondwater (zoals opgenomen in bijlage 2B van titel II van het VLAREM) en artikel 4.3.2.1, 4°, van titel II van het VLAREM).
  Geef voor elk van de te verwachten parameters de verwachte gemiddelde en maximale concentratie voor en na behandeling.
  Beschrijf, indien van toepassing, de monitoring van het bedrijfsafvalwater en het grondwater, de grondwatermeetputten en voeg eventueel een verduidelijkend plan toe.
  Als u wilt gebruikmaken van de bijstellingsmogelijkheid van artikel 4.3.2.1, 4°, van titel II van VLAREM met betrekking tot de kwaliteit van het geloosde bedrijfsafvalwater, voegt u een studie toe waarin de effecten van het geloosde bedrijfsafvalwater op de omgeving beschreven worden. De studie bevat een voorstel van kwaliteitsnormen waaraan het te lozen bedrijfsafvalwater moet voldoen.
  Als u wilt dat er een bijzondere voorwaarde in de vergunning wordt opgenomen, voegt u een voorstel tot bijstelling van de voorwaarden als bijlage Q bij deze aanvraag.
  . . . . .
  4 Voeg als bijlage RH bij het formulier een hydrogeologische studie, zoals beschreven in addendum RH, als de aanvraag betrekking heeft op een lozing van bedrijfsafvalwater.
  ";
  21° in addendum R53a worden de inleidende tekst en de vragen 1 en 2 vervangen door wat volgt:
  "
  Voeg de gegevens als bijlage R53A bij het formulier.
  U moet de volgende vragen beantwoorden:
  - bij een drainering (indelingsrubriek 53.3): vraag 1, 2, 2bis, 2ter en 2quater;
  - bij een proefpomping (indelingsrubriek 53.1.2° ): vraag 3, 4, 6, 7 en 8;
  - bij thermische energieopslag in watervoerende lagen (indelingsrubriek 53.6): vraag 3 tot en met 7, en 12 tot en met 15;
  - bij een grondwaterwinning, ingedeeld in indelingsrubriek 53.8: vraag 3, 4, 6, 7, en 9 tot en met 15;
  - bij alle andere grondwaterwinningen (indelingsrubriek 53.7 en 53.12): vraag 3, 4, 6, 7, 9, 12 tot en met 15.
OS3 1 Vul de basisgegevens van de drainering in.
  Vul een nieuwe kolom in per draineringseenheid. Een draineringseenheid is het geheel van de ondergrondse constructies dat zorgt voor gravitaire afwatering, gekenmerkt door een vergelijkbare diepte en het al dan niet aanwezig zijn van peilsturing.
  Bij naam mag u een vrij te kiezen naam invullen.
  Bij maximale diepte draineringseenheid geeft u het diepste punt van de draineringseenheid ten opzichte van het maaiveld.
  Geef aan of het een nieuwe draineringseenheid betreft, een bestaande waar niets aan veranderd wordt, een verandering, of een (gedeeltelijke) stopzetting van een draineringseenheid.
nom du dispositif de déversement lieu rubrique de classification m3/jour max. m3/an max. profondeur
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .
nom du dispositif de déversement lieu rubrique de classification m3/jour max. m3/an max. profondeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2 Décrivez les flux d'eaux usées.
  Indiquez pour chaque dispositif de déversement les flux d'eaux usées qui s'y rejoignent. Veuillez également préciser l'origine de ce flux d'eaux usées.
  En cas de débits variables, consécutifs par exemple aux variations saisonnières, fournissez une évaluation des débits pour chaque période caractéristique.
  . . . . .
  3 Décrivez le traitement et la qualité des eaux usées à déverser.
  Décrivez l'installation de traitement et le rendement de l'épuration pour les paramètres pertinents.
  Indiquez quels paramètres sont attendus dans les eaux industrielles usées, en vous basant sur la liste des substances dangereuses pour le déversement dans les eaux souterraines (telle que reprise à l'annexe 2B du titre II du VLAREM et l'article 4.3.2.1, 4°, du titre II du VLAREM).
  Indiquez pour chacun des paramètres attendus la concentration moyenne et maximale attendue avant et après le traitement.
  Décrivez, le cas échéant, la surveillance des eaux industrielles usées et des eaux souterraines, les puits de mesure des eaux souterraines, et joignez éventuellement un plan clarifiant.
  Si vous souhaitez utiliser la possibilité d'ajustement de l'article 4.3.2.1, 4°, du titre II du VLAREM concernant la qualité des eaux industrielles usées déversées, joignez une étude décrivant les incidences sur l'environnement des eaux industrielles usées déversées. L'étude comprend une proposition de normes de qualité auxquelles les eaux industrielles usées à déverser doivent répondre.
  Si vous souhaitez qu'une condition particulière soit reprise dans le permis, joignez une proposition d'ajustement des conditions en annexe Q à cette demande.
  . . . . .
  4 Joignez en annexe RH au formulaire une étude hydrogéologique telle que décrite dans l'addenda RH si la demande concerne un déversement des eaux industrielles usées.
  " ;
  21° dans l'addenda R53a, le texte introductif et les questions 1re et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  "
  Joignez les données en annexe R53A au formulaire.
  Vous devez répondre aux questions suivantes :
  - en cas d'un drainage (rubrique de classification 53.3) : questions 1re, 2, 2bis, 2ter et 2quater ;
  - en cas d'un pompage d'essai (rubrique de classification 53.1.2° ) : questions 3, 4, 6, 7 et 8 ;
  - en cas de stockage de l'énergie thermique dans les aquifères (rubrique de classification 53.6) : questions 3 à 7 et 12 à 15 ;
  - en cas d'un captage d'eau souterraine classé dans la rubrique de classification 53.8 : questions 3, 4, 6, 7 et 9 à 15 ;
  - pour tous les autres captages d'eau souterraine (rubriques de classification 53.7 et 53.12) : questions 3, 4, 6, 7, 9, 12 à 15.
OS3 1 Complétez les données de base du drainage.
  Complétez une nouvelle colonne par unité de drainage. Une unité de drainage est l'ensemble des constructions souterraines assurant l'écoulement gravitaire des eaux, caractérisé par une profondeur comparable et par la présence ou non de contrôle du niveau.
  En regard du nom, vous pouvez remplir un nom de votre choix.
  En regard de la profondeur maximale unité de drainage, indiquez le point le plus profond de l'unité de drainage par rapport au niveau du sol.
  Indiquez s'il s'agit d'une nouvelle unité de drainage, d'une unité existante qui ne sera pas modifiée, d'une modification ou d'un arrêt (partiel) d'une unité de drainage.
draineringseenheden
 naam: . . . . . naam: . . . . . naam: . . . . . naam: . . . . .
. . . . .
maximale diepte draineringseenheid (m) . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
draineringseenheden naam: . . . . . naam: . . . . . naam: . . . . . naam: . . . . . . . . . . maximale diepte draineringseenheid (m) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
O3 2 Beschrijf de drainering.
  Beschrijf het doel en de noodzaak van de drainering.
  Wat is de bestemming van het draineringswater?
  Beschrijf de maatregelen - indien nodig - die worden ingezet om de effecten op de omgeving te voorkomen of te beperken. Beschrijf de ondergrondse constructie. Verduidelijk dat eventueel met een plan.
  . . . . .
O3 2bis Bepaal of het verplicht is om de drainering met peilsturing aan te leggen.
  Als het één of meer draineringseenheden betreft die na 30 juni 2025 aangelegd of volledig vernieuwd worden, voeg dan het resultaat toe van de bevraging op https://dov.vlaanderen.be waaruit blijkt of peilsturing verplicht is.
  . . . . .
O3 2ter Duid aan wat van toepassing is met betrekking tot de peilsturing op de drainering.
  o Er is geen peilsturing op de drainering of de drainering zal niet voorzien worden van peilsturing.
  o De drainering is al voorzien van peilsturing. Ga naar vraag 2quater.
  o De drainering zal voorzien worden van peilsturing. Ga naar vraag 2quater.
3 2quater Beschrijf het systeem voor peilsturing.
  Verduidelijk dit eventueel door aanduiding op het plan dat toegevoegd is bij vraag 2. Als nog peilsturing voorzien moet worden, verduidelijk dan wanneer dat zal gebeuren.
  . . . . .
  ";
  22° addendum RH wordt vervangen door wat volgt:
  "
unités de drainage
 nom :  nom :  nom :  nom :  
. . . . .
profondeur maximale unité de drainage (m) . . . . .   . . . . .   . . . . .   . . . . .  
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
unités de drainage nom : nom : nom : nom : . . . . . profondeur maximale unité de drainage (m) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
O3 2 Donnez une description du drainage.
  Décrivez l'objectif et la nécessité du drainage.
  Quelle est la destination des eaux de drainage ?
  Décrivez les mesures, si nécessaire, qui sont mises en oeuvre pour prévenir ou limiter les incidences sur l'environnement. Décrivez la construction souterraine. Précisez, le cas échéant, à l'aide d'un plan.
  . . . . .
O3 2bis Déterminez s'il est obligatoire d'installer un drainage à niveau contrôlé.
  S'il s'agit d'une ou plusieurs unités de drainage qui sont installées ou entièrement renouvelées après le 30 juin 2025, joignez le résultat de la consultation sur https://dov.vlaanderen.be, précisant si le contrôle du niveau est obligatoire.
  . . . . .
O3 2ter Indiquez ce qui s'applique concernant le drainage à niveau contrôlé.
  o Il n'y a pas de drainage à niveau contrôlé ou le drainage ne sera pas équipé d'un contrôle de niveau.
  o Le drainage est déjà équipé d'un contrôle de niveau. Passez à la question 2quater.
  o Le drainage sera équipé d'un contrôle de niveau. Passez à la question 2quater.
3 2quater Décrivez le système du contrôle de niveau.
  Précisez-le éventuellement en l'indiquant sur le plan joint à la question 2. Si le contrôle de niveau n'a pas encore été installé, précisez quand il le sera.
  . . . . .
  " ;
  22° l'addenda RH est remplacé par ce qui suit :
  "
 Addendum RH Hydrogeologische studie
Addendum RH Hydrogeologische studie
Voor grondwaterwinningen is dit addendum alleen van toepassing als de aanvraag betrekking heeft op de winning van grondwater die behoort tot een grondwaterwinningseenheid met een totale capaciteit, inclusief de geplande grondwaterwinning, van meer dan 2500 m3 per dag of van meer dan 500.000 m3 per jaar. De bemaling voor het verwezenlijken van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen of een proefbemaling hoeft niet meegeteld te worden in de totale capaciteit. Een drainering behoort niet tot de grondwaterwinningseenheid.
  Voor kunstmatige aanvullingen is dit addendum alleen van toepassing als de aanvraag betrekking heeft op een kunstmatige aanvulling die ingedeeld is in indelingsrubriek 54.a) 2°, 54.a) 3° en 54.b).
  Dit addendum is ook van toepassing voor het lozen van bedrijfsafvalwater in grondwater.
  1 Voeg een hydrogeologische studie bij het formulier als bijlage RH. De studie wordt uitgevoerd door een of meer MER-deskundigen in de discipline water, deeldomein geohydrologie, en verschaft ten minste voldoende inzicht in:
  - een algemene beschrijving van het terrein en de omgeving. Vermeld bij aanvragen die betrekking hebben op respectievelijk stortplaatsen of opslagplaatsen, ook het huidige gebruik, de begroeiing, het bodembestand en de eventuele bebouwing:
  - de geologische kenmerken, waaronder de kenmerken van de bodem en de ondergrond (geologische opbouw, precieze granulometrische en lithologische kenmerken van de verschillende formaties ...) van het terrein waarop de lozing, de grondwaterwinning of de kunstmatige aanvulling is gepland, respectievelijk de stortplaats of opslagplaats wordt ingericht, en van de omgeving;
  - de hydrogeologische kenmerken van het terrein waarop de lozing, de grondwaterwinning of de kunstmatige aanvulling is gepland, respectievelijk de stortplaats of opslagplaats wordt ingericht, en van de omgeving:
  - een algemene beschrijving van de waterhuishouding;
  - een uitvoerige beschrijving van alle hydrogeologische kenmerken van de watervoerende lagen (onder andere hydraulische geleidbaarheid, transmissiviteit en bergingscapaciteit);
  - de bepaling van de stromingsrichtingen en de stromingssnelheid van het grondwater;
  - de vermelding en beschrijving van de ondoorlatende lagen;
  - een analyse van de piëzometrische waarnemingen;
  - de fysicochemische kenmerken van het grondwater: aan de hand van referentiewaarnemingen de fysicochemische kenmerken van het grondwater van de respectieve grondwatertafels ter plaatse precies beschrijven;
  - een algemeen besluit.
  Geef voor een grondwaterwinning bijkomend:
  - een berekening van de afpompings- en (als dat relevant is) aanvullingskegel in de watervoerende laag;
  - een beschrijving van de mogelijke effecten op bestaande grondwaterwinningen binnen de afpompings- of aanvullingskegel.
  Geef voor kunstmatige aanvullingen of lozingen van bedrijfsafvalwater in grondwater bijkomend:
  - een berekening van de aanvullingskegel;
  - een beschrijving van de mogelijke effecten op bestaande grondwaterwinningen binnen de aanvullingskegel.
  ".
 Addenda RH Etude hydrogéologique
Addenda RH Etude hydrogéologique
En ce qui concerne les captages d'eau souterraine, le présent addenda s'applique uniquement si la demande a trait au captage d'eau souterraine qui appartient à une unité de captage d'eau souterraine ayant une capacité totale, captage d'eau souterraine projeté inclus, supérieure à 2 500 m3 par jour ou supérieure à 500 000 m3 par an. L'exhaure pour la réalisation de travaux ou l'aménagement d'équipements d'utilité publique ou une exhaure d'essai ne doit pas être prise en compte dans la capacité totale. Un drainage ne fait pas partie de l'unité de captage d'eau souterraine.
  Pour les recharges artificielles, le présent addenda ne s'applique que si la demande a trait à une recharge artificielle classée dans les rubriques de classification 54.a) 2°, 54.a) 3° et 54.b).
  Le présent addenda s'applique également au déversement d'eaux industrielles usées dans les eaux souterraines.
  1 Joignez une étude hydrogéologique en annexe RH au formulaire. L'étude est effectuée par un ou plusieurs experts RIE dans la discipline de l'eau, sous-domaine hydrogéologie, et assure au moins une compréhension suffisante des éléments suivants :
  - une description générale du terrain et des environs. Indiquez dans les demandes relatives aux décharges ou aux lieux de stockage également la destination actuelle, la végétation, la nature du sol et des constructions éventuelles;
  - les caractéristiques géologiques, y compris les caractéristiques du sol et du sous-sol (structure géologique, caractéristiques granulométriques et lithologiques précises des différentes formations ...) du terrain sur lequel le déversement, le captage d'eau souterraine ou la recharge artificielle est envisagé, respectivement la décharge ou le lieu de stockage est aménagé, ainsi que des environs;
  - les caractéristiques hydrogéologiques du terrain sur lequel le déversement, le captage d'eau souterraine ou la recharge artificielle est envisagé, respectivement la décharge ou le lieu de stockage est aménagé, ainsi que des environs :
  - une description générale de la gestion des eaux;
  - une description élaborée de toutes les caractéristiques hydrogéologiques des aquifères (e.a. la conductivité hydraulique, la transmissivité et la capacité de stockage);
  - la détermination des directions d'écoulement et de la vitesse d'écoulement des eaux souterraines ;
  - la mention et la description des couches imperméables;
  - une analyse des observations piézométriques;
  - les caractéristiques physico-chimiques des eaux souterraines : décrire précisément les caractéristiques physico-chimiques des eaux souterraines des nappes phréatiques respectives sur place, à l'aide des observations de référence;
  - une conclusion générale.
  Lorsqu'il s'agit d'un captage d'eau souterraine, indiquez également :
  - un calcul du cône d'appel et (si pertinent) d'alimentation dans l'aquifère;
  - une description des incidences potentielles sur les captages d'eau souterraine existants dans le cône d'appel ou d'alimentation.
  Pour les recharges ou déversements artificiels d'eaux industrielles usées dans les eaux souterraines, indiquez également :
  - un calcul du cône d'alimentation;
  - une description des incidences potentielles sur les captages d'eau souterraine existants dans le cône d'alimentation.
  ".
Art. 3. Bijlage 3 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 september 2018 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2024, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. L'annexe 3 au même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 5 septembre 2018 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2024, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 4. Bijlage 6 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 5 september 2018 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2024, wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 4. L'annexe 6 au même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 5 septembre 2018 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2024, est remplacée par l'annexe 3 jointe au présent arrêté.
Art. 5. Bijlage 7 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 9 maart 2018 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2024, wordt vervangen door bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 5. L'annexe 7 au même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 9 mars 2018 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2024, est remplacée par l'annexe 4 jointe au présent arrêté.
Art. 6. Bijlage 19 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 16 januari 2017 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2024, wordt vervangen door bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 6. L'annexe 19 au même arrêté, remplacée par l'arrêté ministériel du 16 janvier 2017 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2024, est remplacée par l'annexe 5 jointe au présent arrêté.
Art. 7. Bijlage 20 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 en het laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2024, wordt vervangen door bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 7. L'annexe 20 au même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2017 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2024, est remplacée par l'annexe 6 jointe au présent arrêté.
Art. 8. Op vergunningsaanvragen die zijn ingediend vóór 1 december 2025, zijn de bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, zoals van kracht op 30 november 2025, van toepassing.
Art. 8. Les annexes à l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 portant exécution du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement telles qu'en vigueur le 30 novembre 2025 s'appliquent aux demandes de permis introduites avant le 1er décembre 2025.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 december 2025.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er décembre 2025.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-11-2025, p. 90167)
-