Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 OKTOBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van tijdelijke afwijkingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding en tot wijziging van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding en invoeging van artikel 21/1
Titre
3 OCTOBRE 2025. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant des dérogations temporaires à l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, et modifiant l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière et portant insertion de l'article 21/1
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (11)
Texte (12)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder het besluit van 17 mei 2013: het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par arrêté du 17 mai 2013 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière.
Art. 2. In afwijking van artikel 3, § 1, tweede lid, 4°, en § 2, en artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, a), van het besluit van 17 mei 2013 kan de professioneel actieve persoon nog beschikken over maximaal één loopbaancheque die recht geeft op vier uur loopbaanbegeleiding. De professioneel actieve persoon die al eerder een loopbaancheque heeft ingezet, heeft geen recht meer op een loopbaancheque.
Art. 2. Par dérogation à l'article 3, § 1er, alinéa 2, 4°, et § 2, et à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, a), de l'arrêté du 17 mai 2013, la personne professionnellement active peut encore disposer au maximum d'un chèque-carrière donnant droit à quatre heures d'accompagnement de carrière. La personne professionnellement active qui a déjà utilisé un chèque-carrière, n'a plus droit à un chèque-carrière.
Art. 3. In afwijking van artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, d), van het besluit van 17 mei 2013 wordt geen nazorg meer verstrekt.
Art. 3. Par dérogation à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), de l'arrêté du 17 mai 2013, des soins continués ne sont plus dispensés.
Art. 4. In afwijking van artikel 8 van het besluit van 17 mei 2013 betaalt de professioneel actieve persoon negentig euro voor een loopbaancheque die recht geeft op vier uur loopbaanbegeleiding.
Art. 4. Par dérogation à l'article 8 de l'arrêté du 17 mai 2013, la personne professionnellement active paie nonante euros pour un chèque-carrière donnant droit à quatre heures d'accompagnement de carrière.
Art. 5. In afwijking van artikel 11 van het besluit van 17 mei 2013 bedraagt de vergoeding die de gemandateerde onderneming krijgt, 90 euro, exclusief btw, per uur loopbaanbegeleiding.
Art. 5. Par dérogation à l'article 11 de l'arrêté du 17 mai 2013, l'indemnité que l'entreprise mandatée reçoit par heure d'accompagnement de carrière s'élève à 90 euros, hors T.V.A.
Art. 6. In afwijking van punt 2, 17, 18 en 19 van de bijlage bij het besluit van 17 mei 2013 heeft de klant eenmalig recht op een loopbaancheque die recht geeft op vier uur loopbaanbegeleiding. De klant heeft geen recht meer op nazorg.
Art. 6. Par dérogation aux points 2, 17, 18 et 19 de l'annexe à l'arrêté du 17 mai 2013, le client a une seule fois droit à un chèque-carrière donnant droit à quatre heures d'accompagnement de carrière. Le client n'a plus droit aux soins continués.
Art. 7. Aan artikel 9, eerste lid, van het besluit van 17 mei 2013 wordt de volgende zin toegevoegd:
"De loopbaanbegeleiding wordt uiterlijk zes maanden na de datum van de uitgifte van de loopbaancheque afgerond.".
"De loopbaanbegeleiding wordt uiterlijk zes maanden na de datum van de uitgifte van de loopbaancheque afgerond.".
Art. 7. L'article 9, alinéa 1er, de l'arrêté du 17 mai 2013 est complété par la phrase suivante :
" L'accompagnement de carrière est terminé au plus tard six mois après la date d'émission du chèque-carrière. ".
" L'accompagnement de carrière est terminé au plus tard six mois après la date d'émission du chèque-carrière. ".
Art. 8. In het besluit van 17 mei 2013 wordt een hoofdstuk 8/1, dat bestaat uit artikel 21/1, ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 8/1. Bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens
Art. 21/1. De rechtvaardigheidsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens is een taak van algemeen belang volgens artikel 6 van de algemene verordening gegevensbescherming, meer specifiek artikel 4, 1° van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
De verwerkingsverantwoordelijken zijn de gemandateerde organisatie en de VDAB, elk voor de gegevens die zij verwerken.
De volgende categorieën persoonsgegevens worden verwerkt: contact- en identificatiegegevens, loopbaangegevens, overeenkomsten, bewijzen van aanwezigheid, POP's naar aanleiding van de begeleiding.
De VDAB en de gemandateerde organisatie hebben toegang tot de betreffende persoonsgegevens.".
"Hoofdstuk 8/1. Bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens
Art. 21/1. De rechtvaardigheidsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens is een taak van algemeen belang volgens artikel 6 van de algemene verordening gegevensbescherming, meer specifiek artikel 4, 1° van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
De verwerkingsverantwoordelijken zijn de gemandateerde organisatie en de VDAB, elk voor de gegevens die zij verwerken.
De volgende categorieën persoonsgegevens worden verwerkt: contact- en identificatiegegevens, loopbaangegevens, overeenkomsten, bewijzen van aanwezigheid, POP's naar aanleiding van de begeleiding.
De VDAB en de gemandateerde organisatie hebben toegang tot de betreffende persoonsgegevens.".
Art. 8. Dans l'arrêté du 17 mai 2013, il est inséré un chapitre 8/1, comprenant l'article 21/1, rédigé comme suit :
" Chapitre 8/1. Dispositions concernant le traitement des données à caractère personnel
" Chapitre 8/1. Dispositions concernant le traitement des données à caractère personnel
Art. 9. Dit besluit is van toepassing op loopbaancheques die worden aangevraagd vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
De lopende mandaten, vermeld in artikel 5, § 2, tweede lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, die zijn toegekend voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden automatisch verlengd tot en met 31 december 2026.
De lopende mandaten, vermeld in artikel 5, § 2, tweede lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, die zijn toegekend voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden automatisch verlengd tot en met 31 december 2026.
Art. 21/1. La cause de justification pour le traitement de données à caractère personnel est une tâche d'intérêt public dans le sens de l'article 6 du règlement général sur la protection des données, plus spécifiquement l'article 4, 1°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Les responsables du traitement sont l'organisation mandatée et le VDAB, chacun pour les données qu'ils traitent.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont traitées : données de contact et d'identification, données de carrière, conventions, certificats de présence, plans de développement personnel résultant de l'accompagnement.
Le VDAB et l'organisation mandatée ont accès aux données à caractère personnel en question. ".
Les responsables du traitement sont l'organisation mandatée et le VDAB, chacun pour les données qu'ils traitent.
Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont traitées : données de contact et d'identification, données de carrière, conventions, certificats de présence, plans de développement personnel résultant de l'accompagnement.
Le VDAB et l'organisation mandatée ont accès aux données à caractère personnel en question. ".
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2025 en treedt buiten werking op 31 december 2026.
De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, kan de datum van buitenwerkingtreding met maximum 6 maanden vervroegen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, kan de datum van buitenwerkingtreding met maximum 6 maanden vervroegen.
Art. 9. Le présent arrêté s'applique aux chèques-carrière demandés à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Les mandats en cours, visés à l'article 5, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, accordés avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont prolongés automatiquement jusqu'au 31 décembre 2026.
Les mandats en cours, visés à l'article 5, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, accordés avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, sont prolongés automatiquement jusqu'au 31 décembre 2026.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er novembre 2025 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026.
Le ministre flamand compétent pour l'emploi peut avancer la date de fin de vigueur de 6 mois au maximum.
Le ministre flamand compétent pour l'emploi peut avancer la date de fin de vigueur de 6 mois au maximum.
-
Art. 11. Le Ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.