Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° het decreet: het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges;
2° HHC: het Handhavingscollege bedoeld in artikel 2, 1°, a) van het decreet;
3° rechtspositiebesluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende overdracht van personeel van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges naar de dienst van de Bestuursrechtscolleges en tot vaststelling van de rechtspositie van dit personeel en van de bestuursrechters van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges;
4° RSTVB: de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen bedoeld in artikel 2, 1°, d) van het decreet;
5° RVERKB: de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bedoeld in artikel 2, 1°, c) van het decreet;
6° RVVB: de Raad voor Vergunningsbetwistingen bedoeld in artikel 2, 1°, b) van het decreet.
Voor het overige wordt voor de toepassing van dit reglement verwezen naar de omschrijving van de begrippen Vlaams bestuursrechtscollege, bestuursrechter, voorzitter, algemene vergadering en eerste voorzitter, opgenomen in respectievelijk artikel 2, 2° tot 6° van het decreet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 FEBRUARI 2025. - Huishoudelijk Reglement van de Vlaamse bestuursrechtscolleges en hun algemene vergadering
Titre
24 FEVRIER 2025. - Règlement d' Ordre Intérieur des juridictions administratives flamandes et de leur assemblée générale (TRADUCTION)
Dokumentinformationen
Numac: 2025002294
Datum: 2025-02-24
Info du document
Numac: 2025002294
Date: 2025-02-24
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities
HOOFDSTUK II. - De algemene vergadering
Afdeling 1. - Samenstelling en bevoegdheden
Afdeling 2. - Werking van de algemene vergadering
HOOFDSTUK III. - De eerste voorzitter
HOOFDSTUK IV. - De voorzitter
HOOFDSTUK V. - De indeling in kamers en hun spe...
HOOFDSTUK VI. - De toewijzing van dossiers
HOOFDSTUK VII. - De samenstelling van de kamers
HOOFDSTUK VIII. - Het werkingsjaar
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
Inhoud
Tekst (30)
Texte (1)
HOOFDSTUK I. - Definities
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
-
HOOFDSTUK II. - De algemene vergadering
-
Afdeling 1. - Samenstelling en bevoegdheden
-
Art. 2. De algemene vergadering is samengesteld overeenkomstig artikel 2, 5° en artikel 7, eerste lid, van het decreet.
-
Art. 3. § 1. De algemene vergadering beslist over de aangelegenheden opgenomen in artikel 7, tweede lid, van het decreet en keurt het door de eerste voorzitter opgemaakte beleidsplan en het jaarlijkse werkingsverslag van de Vlaamse bestuursrechtscolleges, opgesteld overeenkomstig respectievelijk het vijfde en zesde lid van artikel 9 van het decreet, goed.
§ 2. De algemene vergadering beslist over de volgende aangelegenheden betreffende de eerste voorzitter:
1° de selectieprocedure voor het mandaat, conform artikel 8, tweede lid, van het decreet;
2° zijn aanstelling en de gebeurlijke vernieuwing van zijn mandaat, conform artikel 7, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet;
3° de aktename van de voortijdige beëindiging van zijn mandaat na een evaluatie als `onvoldoende' conform artikel 56, derde lid, van het decreet.
§ 3. De algemene vergadering beslist over de volgende aangelegenheden betreffende de rechtspositie van de bestuursrechters:
1° conform artikel 49, § 1 en § 4, tweede lid van het decreet, de gemotiveerde voordracht aan de Vlaamse Regering van een te benoemen effectieve bestuursrechter;
2° conform artikel 49, § 2, eerste lid, van het decreet, de voordracht aan de Vlaamse Regering van een te benoemen aanvullende bestuursrechter;
3° conform artikel 49, § 4, eerste lid, van het decreet, de samenstelling van de selectiecommissie en de bekrachtiging van het programma van de selectieproef;
4° conform artikel 51, tweede lid, van het decreet, het toestaan tot uitoefening van bepaalde activiteiten, functies of mandaten aan een effectieve bestuursrechter of het opheffen ervan;
5° de opruststelling van de effectieve bestuursrechter in de gevallen voorzien in artikel 53, tweede lid, van het decreet;
6° conform artikel 54, § 2, eerste lid, van het decreet en artikel 16 van het rechtspositiebesluit, het opmaken van de functiebeschrijving die de resultaatgebieden en de vereiste competenties omvat, van de eerste voorzitter en de effectieve bestuursrechter;
7° de samenstelling van de beroepscommissie-evaluatie conform artikel 55, tweede lid, van het decreet;
8° uitspraak bij arrest over het ontslag van een effectieve bestuursrechter na twee evaluaties als `onvoldoende' conform artikel 56, tweede lid, van het decreet;
9° de samenstelling van de beroepscommissie-tucht conform artikel 60, tweede lid, van het decreet;
10° de samenstelling van de beroepscommissie-ordemaatregel conform artikel 62, vierde lid, van het decreet;
11° het voorstel aan de Vlaamse Regering betreffende de vaststelling van de deontologische code conform artikel 63, tweede lid, van het decreet.
§ 2. De algemene vergadering beslist over de volgende aangelegenheden betreffende de eerste voorzitter:
1° de selectieprocedure voor het mandaat, conform artikel 8, tweede lid, van het decreet;
2° zijn aanstelling en de gebeurlijke vernieuwing van zijn mandaat, conform artikel 7, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet;
3° de aktename van de voortijdige beëindiging van zijn mandaat na een evaluatie als `onvoldoende' conform artikel 56, derde lid, van het decreet.
§ 3. De algemene vergadering beslist over de volgende aangelegenheden betreffende de rechtspositie van de bestuursrechters:
1° conform artikel 49, § 1 en § 4, tweede lid van het decreet, de gemotiveerde voordracht aan de Vlaamse Regering van een te benoemen effectieve bestuursrechter;
2° conform artikel 49, § 2, eerste lid, van het decreet, de voordracht aan de Vlaamse Regering van een te benoemen aanvullende bestuursrechter;
3° conform artikel 49, § 4, eerste lid, van het decreet, de samenstelling van de selectiecommissie en de bekrachtiging van het programma van de selectieproef;
4° conform artikel 51, tweede lid, van het decreet, het toestaan tot uitoefening van bepaalde activiteiten, functies of mandaten aan een effectieve bestuursrechter of het opheffen ervan;
5° de opruststelling van de effectieve bestuursrechter in de gevallen voorzien in artikel 53, tweede lid, van het decreet;
6° conform artikel 54, § 2, eerste lid, van het decreet en artikel 16 van het rechtspositiebesluit, het opmaken van de functiebeschrijving die de resultaatgebieden en de vereiste competenties omvat, van de eerste voorzitter en de effectieve bestuursrechter;
7° de samenstelling van de beroepscommissie-evaluatie conform artikel 55, tweede lid, van het decreet;
8° uitspraak bij arrest over het ontslag van een effectieve bestuursrechter na twee evaluaties als `onvoldoende' conform artikel 56, tweede lid, van het decreet;
9° de samenstelling van de beroepscommissie-tucht conform artikel 60, tweede lid, van het decreet;
10° de samenstelling van de beroepscommissie-ordemaatregel conform artikel 62, vierde lid, van het decreet;
11° het voorstel aan de Vlaamse Regering betreffende de vaststelling van de deontologische code conform artikel 63, tweede lid, van het decreet.
-
Afdeling 2. - Werking van de algemene vergadering
-
Art. 4. § 1. De eerste voorzitter roept de algemene vergadering samen hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege of van minstens drie effectieve bestuursrechters.
De bijeenroeping gebeurt bij e-mail minstens vijf werkdagen vóór de vergadering.
§ 2. De agenda van de vergadering en de stukken worden toegevoegd aan de e-mail vermeld in het tweede lid van de eerste paragraaf.
§ 3. De eerste voorzitter duidt aan het begin van de vergadering een verslaggever aan.
De notulen van de vergadering worden door de eerste voorzitter en de verslaggever ondertekend en ter goedkeuring voorgelegd aan de leden van de algemene vergadering. De notulen worden goedgekeurd tijdens de eerstvolgende algemene vergadering, of wanneer de eerste voorzitter dit beslist, per e-mail.
§ 4. Behalve in de gevallen vermeld in de vijfde paragraaf, vergadert de algemene vergadering geldig bij aanwezigheid van de meerderheid van haar leden. Indien geen meerderheid van de leden aanwezig is, dan volgt een tweede bijeenroeping, opnieuw minstens vijf werkdagen voor de vergadering, waarop zij geldig vergadert ongeacht het aantal aanwezige leden.
De algemene vergadering beslist geldig bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
In geval van staking der uitgebrachte stemmen is de stem van de eerste voorzitter doorslaggevend.
§ 5. De algemene vergadering vergadert enkel geldig bij aanwezigheid van twee derde van haar leden voor beslissingen over de aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 3, § 2, 2° en § 3. Indien geen twee derde meerderheid aanwezig is, dan volgt een tweede bijeenroeping, opnieuw minstens vijf werkdagen voor de vergadering, waarop zij geldig vergadert ongeacht het aantal aanwezige leden.
De algemene vergadering beslist geldig over de aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 3, § 3, bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
De algemene vergadering beslist over de aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 3, § 2, 2° overeenkomstig de vereisten uit artikel 6.
§ 6. Op vraag van een bestuursrechter kan de algemene vergadering beslissen om geheim te stemmen. Een geheime stemming is verplicht telkens het onderwerp handelt over persoonsgebonden aangelegenheden.
§ 7. De algemene vergadering bepaalt welke leden deelnemen aan de vergadering met raadgevende stem. De aanduiding van een persoon als lid met raadgevende stem wordt vastgelegd in de notulen van de vergadering.
De bijeenroeping gebeurt bij e-mail minstens vijf werkdagen vóór de vergadering.
§ 2. De agenda van de vergadering en de stukken worden toegevoegd aan de e-mail vermeld in het tweede lid van de eerste paragraaf.
§ 3. De eerste voorzitter duidt aan het begin van de vergadering een verslaggever aan.
De notulen van de vergadering worden door de eerste voorzitter en de verslaggever ondertekend en ter goedkeuring voorgelegd aan de leden van de algemene vergadering. De notulen worden goedgekeurd tijdens de eerstvolgende algemene vergadering, of wanneer de eerste voorzitter dit beslist, per e-mail.
§ 4. Behalve in de gevallen vermeld in de vijfde paragraaf, vergadert de algemene vergadering geldig bij aanwezigheid van de meerderheid van haar leden. Indien geen meerderheid van de leden aanwezig is, dan volgt een tweede bijeenroeping, opnieuw minstens vijf werkdagen voor de vergadering, waarop zij geldig vergadert ongeacht het aantal aanwezige leden.
De algemene vergadering beslist geldig bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
In geval van staking der uitgebrachte stemmen is de stem van de eerste voorzitter doorslaggevend.
§ 5. De algemene vergadering vergadert enkel geldig bij aanwezigheid van twee derde van haar leden voor beslissingen over de aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 3, § 2, 2° en § 3. Indien geen twee derde meerderheid aanwezig is, dan volgt een tweede bijeenroeping, opnieuw minstens vijf werkdagen voor de vergadering, waarop zij geldig vergadert ongeacht het aantal aanwezige leden.
De algemene vergadering beslist geldig over de aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 3, § 3, bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
De algemene vergadering beslist over de aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 3, § 2, 2° overeenkomstig de vereisten uit artikel 6.
§ 6. Op vraag van een bestuursrechter kan de algemene vergadering beslissen om geheim te stemmen. Een geheime stemming is verplicht telkens het onderwerp handelt over persoonsgebonden aangelegenheden.
§ 7. De algemene vergadering bepaalt welke leden deelnemen aan de vergadering met raadgevende stem. De aanduiding van een persoon als lid met raadgevende stem wordt vastgelegd in de notulen van de vergadering.
-
HOOFDSTUK III. - De eerste voorzitter
-
Art. 5. § 1. Wanneer de functie van eerste voorzitter vacant wordt, volgt er tijdig, met inachtneming van artikel 7, een oproep tot kandidaatstelling binnen een termijn van minimaal vijf werkdagen die ten laatste afloopt op de zesde werkdag voor de dag waarop de algemene vergadering is vastgesteld die zal beslissen over de aanstelling of de vernieuwing van het mandaat.
Op straffe van onontvankelijkheid moet de kandidatuurstelling voor de functie van de eerste voorzitter binnen de termijn bedoeld in het vorige lid, worden ingediend en bevat deze een beknopt curriculum vitae en een beknopte nota waarin de motieven en de doelen van de kandidatuur worden uiteengezet. Op de algemene vergadering geeft de kandidaat een mondelinge toelichting bij zijn kandidatuur en kunnen de leden van de algemene vergadering hierover mondelinge vragen stellen.
§ 2. Behoudens bij tijdelijke vervanging, overeenkomstig artikel 8, is de uitoefening van de functie van eerste voorzitter onverenigbaar met de uitoefening van de functie van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege.
Op straffe van onontvankelijkheid moet de kandidatuurstelling voor de functie van de eerste voorzitter binnen de termijn bedoeld in het vorige lid, worden ingediend en bevat deze een beknopt curriculum vitae en een beknopte nota waarin de motieven en de doelen van de kandidatuur worden uiteengezet. Op de algemene vergadering geeft de kandidaat een mondelinge toelichting bij zijn kandidatuur en kunnen de leden van de algemene vergadering hierover mondelinge vragen stellen.
§ 2. Behoudens bij tijdelijke vervanging, overeenkomstig artikel 8, is de uitoefening van de functie van eerste voorzitter onverenigbaar met de uitoefening van de functie van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege.
-
Art. 6. § 1. De verkiezing van de eerste voorzitter verloopt in één geheime stemronde.
§ 2. Wanneer er maar één kandidaat is voor het mandaat van eerste voorzitter, is deze kandidaat aangesteld als eerste voorzitter indien hij meer voor-stemmen heeft dan tegen-stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
Wanneer er meerdere kandidaten zijn, wordt de kandidaat die de meeste voor-stemmen behaalt, als eerste voorzitter aangesteld. Bij staking van voor-stemmen is de kandidaat met de langste dienstanciënniteit verkozen en bij gelijke dienstanciënniteit de kandidaat met de hoogste leeftijd.
§ 2. Wanneer er maar één kandidaat is voor het mandaat van eerste voorzitter, is deze kandidaat aangesteld als eerste voorzitter indien hij meer voor-stemmen heeft dan tegen-stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
Wanneer er meerdere kandidaten zijn, wordt de kandidaat die de meeste voor-stemmen behaalt, als eerste voorzitter aangesteld. Bij staking van voor-stemmen is de kandidaat met de langste dienstanciënniteit verkozen en bij gelijke dienstanciënniteit de kandidaat met de hoogste leeftijd.
-
Art. 7. De algemene vergadering verkiest ten laatste tussen de vierde en de tweede maand voorafgaand aan het einde van het mandaat van de zittende eerste voorzitter, een nieuwe eerste voorzitter.
In afwijking van het eerste lid verkiest de algemene vergadering, bij voortijdige beëindiging van het mandaat van de eerste voorzitter, een nieuwe eerste voorzitter ten laatste binnen twee maanden na de voortijdige beëindiging.
In afwijking van het eerste lid verkiest de algemene vergadering, bij voortijdige beëindiging van het mandaat van de eerste voorzitter, een nieuwe eerste voorzitter ten laatste binnen twee maanden na de voortijdige beëindiging.
-
Art. 8. Bij afwezigheid of verhindering van de eerste voorzitter om zijn ambt uit te oefenen, wordt zijn vervanging als volgt geregeld:
1° voor een periode tot maximaal dertig dagen, door de door hem aangewezen effectieve bestuursrechter;
2° in het geval de eerste voorzitter voor een periode tot maximaal dertig dagen, om welke reden ook, geen aanwijzing kan doen en in het geval van een periode langer dan dertig dagen, door de effectieve bestuursrechter hiertoe aangewezen door de algemene vergadering die beslist overeenkomstig de vereisten uit respectievelijk artikel 4, § 5, eerste lid en uit artikel 6.
1° voor een periode tot maximaal dertig dagen, door de door hem aangewezen effectieve bestuursrechter;
2° in het geval de eerste voorzitter voor een periode tot maximaal dertig dagen, om welke reden ook, geen aanwijzing kan doen en in het geval van een periode langer dan dertig dagen, door de effectieve bestuursrechter hiertoe aangewezen door de algemene vergadering die beslist overeenkomstig de vereisten uit respectievelijk artikel 4, § 5, eerste lid en uit artikel 6.
-
Art. 9. Binnen de zes maanden na de start van zijn mandaat stelt de eerste voorzitter een beleidsplan op voor de duur van zijn voorzitterschap.
Uiterlijk binnen vier maanden na het einde van een werkingsjaar, stelt hij een jaarlijks werkingsverslag op met een overzicht van de activiteiten van de Vlaamse bestuursrechtscolleges en waarin de implementatie van zijn beleidsplan en de evaluatie ervan worden uiteengezet.
Hij legt het beleidsplan en het werkingsverslag ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering.
Uiterlijk binnen vier maanden na het einde van een werkingsjaar, stelt hij een jaarlijks werkingsverslag op met een overzicht van de activiteiten van de Vlaamse bestuursrechtscolleges en waarin de implementatie van zijn beleidsplan en de evaluatie ervan worden uiteengezet.
Hij legt het beleidsplan en het werkingsverslag ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering.
-
HOOFDSTUK IV. - De voorzitter
-
Art. 10. § 1. De voorzitter van het HHC, de RVVB en de RSTVB wordt aangesteld onder en door de effectieve bestuursrechters die benoemd zijn bij dit Vlaams bestuursrechtscollege.
De voorzitter van de RVERKB wordt aangesteld onder en door de effectieve, aanvullende en plaatsvervangende bestuursrechters die benoemd zijn bij dat Vlaams bestuursrechtscollege.
§ 2. Wanneer de functie van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege vacant wordt, volgt er tijdig, met inachtneming van het volgende lid, een oproep tot kandidaatstelling binnen een termijn van minimaal vijf werkdagen die ten laatste afloopt op de zesde werkdag voor de dag waarop de vergadering van het betrokken bestuursrechtscollege is vastgesteld die zal beslissen over de verkiezing van de voorzitter.
De verkiezing van een voorzitter vindt plaats ten laatste tussen de vierde en de tweede maand voorafgaand aan het einde van het mandaat van de zittende voorzitter. Bij gebrek aan een zittende voorzitter, vindt de verkiezing plaats binnen twee maanden na de dag waarop het Vlaams bestuursrechtscollege zonder voorzitter valt.
De zittende voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege roept de vergadering van het betrokken bestuursrechtscollege samen op eigen initiatief. Indien dit Vlaams bestuursrechtscollege geen zittende voorzitter heeft, kan elke bestuursrechter van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege de vergadering samenroepen.
De bijeenroeping gebeurt bij e-mail minstens vijf werkdagen vóór de vergadering.
De agenda en de stukken worden toegevoegd aan de e-mail vermeld in het vorige lid.
De zittende voorzitter, of bij gebrek daaraan, de bestuursrechter die de vergadering heeft samengeroepen, zit de vergadering voor.
§ 3. De voorzitter duidt aan het begin van de vergadering een verslaggever aan. De notulen van de vergadering worden door de voorzitter en de verslaggever ondertekend en ter goedkeuring voorgelegd aan de leden van de vergadering. De notulen worden goedgekeurd tijdens de eerstvolgende vergadering, of wanneer de voorzitter dit beslist, per e-mail.
§ 4. De bestuursrechters van een Vlaams bestuursrechtscollege kunnen voor de verkiezing van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege alleen geldig vergaderen wanneer minstens twee derde van de bestuursrechters, zoals vermeld in § 1, aanwezig is.
Is geen tweederdemeerderheid aanwezig dan volgt een tweede bijeenroeping, minstens vijf werkdagen voor de vergadering, waarop zij geldig vergadert ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 5. Op straffe van onontvankelijkheid moet de kandidatuurstelling voor het mandaat van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege binnen de termijn bedoeld in het eerste lid van de tweede paragraaf, ingediend worden en bevat deze een beknopt curriculum vitae en van een beknopte nota waarin de motieven en de doelen van de kandidatuur worden uiteengezet. Op de vergadering van de leden van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege, bedoeld in de tweede paragraaf, geeft de kandidaat een mondelinge toelichting bij zijn kandidatuur en kunnen de leden hierover mondelinge vragen stellen.
Vervolgens wordt een geheime stemming georganiseerd.
Wanneer er maar één kandidaat is voor het mandaat van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege, is deze kandidaat aangesteld als voorzitter indien hij meer voor-stemmen heeft dan tegen-stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
Wanneer er meerdere kandidaten zijn voor het mandaat van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege, wordt de kandidaat die de meeste voor-stemmen behaalt, als voorzitter aangesteld. Bij staking der stemmen is de kandidaat met de langste dienstanciënniteit verkozen en bij gelijke dienstanciënniteit de kandidaat met de hoogste leeftijd.
§ 6. De bestuursrechtscolleges informeren de algemene vergadering en de eerste voorzitter over het resultaat van de verkiezing van een nieuwe voorzitter.
De voorzitter van de RVERKB wordt aangesteld onder en door de effectieve, aanvullende en plaatsvervangende bestuursrechters die benoemd zijn bij dat Vlaams bestuursrechtscollege.
§ 2. Wanneer de functie van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege vacant wordt, volgt er tijdig, met inachtneming van het volgende lid, een oproep tot kandidaatstelling binnen een termijn van minimaal vijf werkdagen die ten laatste afloopt op de zesde werkdag voor de dag waarop de vergadering van het betrokken bestuursrechtscollege is vastgesteld die zal beslissen over de verkiezing van de voorzitter.
De verkiezing van een voorzitter vindt plaats ten laatste tussen de vierde en de tweede maand voorafgaand aan het einde van het mandaat van de zittende voorzitter. Bij gebrek aan een zittende voorzitter, vindt de verkiezing plaats binnen twee maanden na de dag waarop het Vlaams bestuursrechtscollege zonder voorzitter valt.
De zittende voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege roept de vergadering van het betrokken bestuursrechtscollege samen op eigen initiatief. Indien dit Vlaams bestuursrechtscollege geen zittende voorzitter heeft, kan elke bestuursrechter van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege de vergadering samenroepen.
De bijeenroeping gebeurt bij e-mail minstens vijf werkdagen vóór de vergadering.
De agenda en de stukken worden toegevoegd aan de e-mail vermeld in het vorige lid.
De zittende voorzitter, of bij gebrek daaraan, de bestuursrechter die de vergadering heeft samengeroepen, zit de vergadering voor.
§ 3. De voorzitter duidt aan het begin van de vergadering een verslaggever aan. De notulen van de vergadering worden door de voorzitter en de verslaggever ondertekend en ter goedkeuring voorgelegd aan de leden van de vergadering. De notulen worden goedgekeurd tijdens de eerstvolgende vergadering, of wanneer de voorzitter dit beslist, per e-mail.
§ 4. De bestuursrechters van een Vlaams bestuursrechtscollege kunnen voor de verkiezing van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege alleen geldig vergaderen wanneer minstens twee derde van de bestuursrechters, zoals vermeld in § 1, aanwezig is.
Is geen tweederdemeerderheid aanwezig dan volgt een tweede bijeenroeping, minstens vijf werkdagen voor de vergadering, waarop zij geldig vergadert ongeacht het aantal aanwezige leden.
§ 5. Op straffe van onontvankelijkheid moet de kandidatuurstelling voor het mandaat van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege binnen de termijn bedoeld in het eerste lid van de tweede paragraaf, ingediend worden en bevat deze een beknopt curriculum vitae en van een beknopte nota waarin de motieven en de doelen van de kandidatuur worden uiteengezet. Op de vergadering van de leden van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege, bedoeld in de tweede paragraaf, geeft de kandidaat een mondelinge toelichting bij zijn kandidatuur en kunnen de leden hierover mondelinge vragen stellen.
Vervolgens wordt een geheime stemming georganiseerd.
Wanneer er maar één kandidaat is voor het mandaat van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege, is deze kandidaat aangesteld als voorzitter indien hij meer voor-stemmen heeft dan tegen-stemmen, onthoudingen niet meegerekend.
Wanneer er meerdere kandidaten zijn voor het mandaat van voorzitter van een Vlaams bestuursrechtscollege, wordt de kandidaat die de meeste voor-stemmen behaalt, als voorzitter aangesteld. Bij staking der stemmen is de kandidaat met de langste dienstanciënniteit verkozen en bij gelijke dienstanciënniteit de kandidaat met de hoogste leeftijd.
§ 6. De bestuursrechtscolleges informeren de algemene vergadering en de eerste voorzitter over het resultaat van de verkiezing van een nieuwe voorzitter.
-
Art. 11. Bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter om zijn ambt uit te oefenen, wordt zijn vervanging als volgt geregeld:
1° voor een periode tot maximaal dertig dagen, door de door hem aangewezen effectieve bestuursrechter van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege;
2° in het geval de voorzitter voor een periode tot maximaal dertig dagen, om welke reden ook, geen aanwijzing kan doen en in het geval van een periode langer dan dertig dagen, door de bestuursrechters van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege overeenkomstig de situatie van het gebrek aan een zittende voorzitter als bedoeld in artikel 10.
1° voor een periode tot maximaal dertig dagen, door de door hem aangewezen effectieve bestuursrechter van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege;
2° in het geval de voorzitter voor een periode tot maximaal dertig dagen, om welke reden ook, geen aanwijzing kan doen en in het geval van een periode langer dan dertig dagen, door de bestuursrechters van het betrokken Vlaams bestuursrechtscollege overeenkomstig de situatie van het gebrek aan een zittende voorzitter als bedoeld in artikel 10.
-
HOOFDSTUK V. - De indeling in kamers en hun specialiteit
-
Art. 12. § 1. Het HHC wordt ingedeeld in minstens acht kamers. De eerste tot en met de zevende kamer worden ingedeeld als enkelvoudige kamer. De achtste kamer wordt ingedeeld als meervoudige kamer.
§ 2. De zevende kamer behandelt uitsluitend vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
§ 2. De zevende kamer behandelt uitsluitend vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
-
Art. 13. § 1. De RVVB wordt ingedeeld in minstens achttien kamers. De eerste tot en met de zeventiende kamer worden ingedeeld als enkelvoudige kamer. De achttiende kamer wordt ingedeeld als meervoudige kamer.
§ 2. De zestiende kamer behandelt uitsluitend vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
§ 3. De zeventiende kamer behandelt uitsluitend beroepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten.
§ 4. De achttiende kamer behandelt uitsluitend beroepen die met toepassing van artikel 16, § 2 door de voorzitter van de RVVB worden toegewezen.
§ 2. De zestiende kamer behandelt uitsluitend vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
§ 3. De zeventiende kamer behandelt uitsluitend beroepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten.
§ 4. De achttiende kamer behandelt uitsluitend beroepen die met toepassing van artikel 16, § 2 door de voorzitter van de RVVB worden toegewezen.
-
Art. 14. De RVERKB wordt ingedeeld in minstens twaalf kamers. De eerste tot en met de zesde kamer worden ingedeeld als enkelvoudige kamers. De zevende tot en met de twaalfde kamer worden ingedeeld als meervoudige kamers.
-
Art. 15. De RSTVB wordt ingedeeld in minstens drie meervoudige kamers die overeenkomstig artikel 12, achtste lid, van het decreet worden samengesteld.
-
HOOFDSTUK VI. - De toewijzing van dossiers
-
Art. 16. § 1. De voorzitter wijst een beroep toe aan een kamer binnen een Vlaams bestuursrechtscollege, met toepassing van artikel 10, vierde en vijfde lid, van het decreet.
De volgende criteria worden in voorkomend geval hiertoe in acht genomen:
1° de noodzaak tot specialiteit;
2° de zittingskalender;
3° de evenwichtige spreiding van de werklast;
4° de eventuele reden tot wraking;
5° de samenhang die zaken op het eerste gezicht vertonen;
6° de noodzaak tot voorrang en de ordetermijn voor de behandeling van een beroep;
7° de noodzaak tot behandeling van het beroep door een meervoudige kamer;
8° vergelijkbare andere objectieve redenen.
§ 2. De voorzitter van het HHC, de RVVB en de RVERKB, kan een beroep toewijzen aan een meervoudige kamer omwille van volgende redenen:
1° het groot maatschappelijk belang;
2° de aandacht ervoor in de media;
3° de noodzaak tot het beslechten van een nieuw zwaarwichtig rechtspunt;
4° de eenheid van rechtspraak of rechtsvorming;
5° vergelijkbare andere objectieve redenen.
De volgende criteria worden in voorkomend geval hiertoe in acht genomen:
1° de noodzaak tot specialiteit;
2° de zittingskalender;
3° de evenwichtige spreiding van de werklast;
4° de eventuele reden tot wraking;
5° de samenhang die zaken op het eerste gezicht vertonen;
6° de noodzaak tot voorrang en de ordetermijn voor de behandeling van een beroep;
7° de noodzaak tot behandeling van het beroep door een meervoudige kamer;
8° vergelijkbare andere objectieve redenen.
§ 2. De voorzitter van het HHC, de RVVB en de RVERKB, kan een beroep toewijzen aan een meervoudige kamer omwille van volgende redenen:
1° het groot maatschappelijk belang;
2° de aandacht ervoor in de media;
3° de noodzaak tot het beslechten van een nieuw zwaarwichtig rechtspunt;
4° de eenheid van rechtspraak of rechtsvorming;
5° vergelijkbare andere objectieve redenen.
-
HOOFDSTUK VII. - De samenstelling van de kamers
-
Art. 17. De eerste voorzitter bepaalt de samenstelling van de kamers en wijst de kamervoorzitters aan.
De volgende criteria worden hiertoe in acht genomen:
1° de noodzaak tot specialiteit;
2° de zittingskalender;
3° de evenwichtige spreiding van de werklast;
4° de eventuele reden tot wraking;
5° vergelijkbare andere objectieve redenen.
De volgende criteria worden hiertoe in acht genomen:
1° de noodzaak tot specialiteit;
2° de zittingskalender;
3° de evenwichtige spreiding van de werklast;
4° de eventuele reden tot wraking;
5° vergelijkbare andere objectieve redenen.
-
HOOFDSTUK VIII. - Het werkingsjaar
-
Art. 18. Het werkingsjaar van de Vlaamse bestuursrechtscolleges neemt een aanvang op 1 september van het kalenderjaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar.
-
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen
-
Art. 19. Het Huishoudelijk Reglement van 3 november 2014 van de Vlaamse Bestuursrechtscolleges en hun algemene vergadering wordt opgeheven.
-