Artikel 1. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"In geval van een onvolledige aanmelding ter registratie vraagt het departement de ontbrekende gegevens en documenten bij de opleidingsverstrekker op. Als het departement binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum van het opvragen van de ontbrekende informatie niet over de ontbrekende informatie beschikt, verklaart het departement de aanmelding ter registratie onontvankelijk. De aanvrager wordt daarvan op de hoogte gebracht.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 JANUARI 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, wat betreft de optimalisatie van het operationele proces
Titre
17 JANVIER 2025. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2018 portant exécution de la section 6 - octroi du congé-éducation payé dans le cadre de la formation permanente des travailleurs - du chapitre IV de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et modifiant l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, en ce qui concerne l'optimisation du processus opérationnel
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1er. A l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2018 portant exécution de la section 6 - octroi du congé-éducation payé dans le cadre de la formation permanente des travailleurs - du chapitre IV de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et modifiant l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif à l'accompagnement de carrière, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est abrogé ;
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" En cas d'une présentation à l'enregistrement incomplète, le département demande au dispensateur de formation les données et documents manquants. Si le département ne dispose pas des informations manquantes dans un délai de 30 jours à compter de la date de demande des informations manquantes, le département déclare la présentation à l'enregistrement irrecevable. Le demandeur en est informé. ".
1° l'alinéa 2 est abrogé ;
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" En cas d'une présentation à l'enregistrement incomplète, le département demande au dispensateur de formation les données et documents manquants. Si le département ne dispose pas des informations manquantes dans un délai de 30 jours à compter de la date de demande des informations manquantes, le département déclare la présentation à l'enregistrement irrecevable. Le demandeur en est informé. ".
Art. 2. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", ten minste drie maanden voor de start van de opleiding" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt het woord "opleidingendatabank" vervangen door het woord "opleidingsdatabank".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", ten minste drie maanden voor de start van de opleiding" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt het woord "opleidingendatabank" vervangen door het woord "opleidingsdatabank".
Art. 2. A l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " , au moins trois mois avant le début de la formation " est abrogé ;
2° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, le mot " opleidingendatabank " est remplacé par le mot " opleidingsdatabank ".
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " , au moins trois mois avant le début de la formation " est abrogé ;
2° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, le mot " opleidingendatabank " est remplacé par le mot " opleidingsdatabank ".
Art. 3. Aan artikel 12, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de volgende zinnen toegevoegd:
"Als de opleidingsverstrekker die gegevens niet bezorgd heeft binnen een maand na de aangetekende aanmaning, wordt de opleiding uit de opleidingsdatabank verwijderd. De opleidingsverstrekker wordt daarvan op de hoogte gebracht. De opleidingsverstrekker verwittigt onverwijld de voor de opleiding ingeschreven werknemers, die op het ogenblik dat de opleiding uit de opleidingsdatabank verwijderd wordt nog niet met de opleiding gestart zijn, dat de opleiding geen recht meer geeft op Vlaams opleidingsverlof. De werknemer informeert de werkgever hierover.".
"Als de opleidingsverstrekker die gegevens niet bezorgd heeft binnen een maand na de aangetekende aanmaning, wordt de opleiding uit de opleidingsdatabank verwijderd. De opleidingsverstrekker wordt daarvan op de hoogte gebracht. De opleidingsverstrekker verwittigt onverwijld de voor de opleiding ingeschreven werknemers, die op het ogenblik dat de opleiding uit de opleidingsdatabank verwijderd wordt nog niet met de opleiding gestart zijn, dat de opleiding geen recht meer geeft op Vlaams opleidingsverlof. De werknemer informeert de werkgever hierover.".
Art. 3. L'article 12, alinéa 4, du même arrêté est complété par les phrases suivantes :
" Si le dispensateur de formation n'a pas fourni ces données dans le mois suivant la sommation par courrier recommandé, la formation est supprimée de la base de données de formation. Le dispensateur de formation en est informé. Le dispensateur de formation informe immédiatement les travailleurs inscrits à la formation, qui n'ont pas encore commencé la formation au moment où la formation est supprimée de la base de données de formation, que la formation ne donne plus droit au congé de formation flamand. Le travailleur en informe l'employeur. ".
" Si le dispensateur de formation n'a pas fourni ces données dans le mois suivant la sommation par courrier recommandé, la formation est supprimée de la base de données de formation. Le dispensateur de formation en est informé. Le dispensateur de formation informe immédiatement les travailleurs inscrits à la formation, qui n'ont pas encore commencé la formation au moment où la formation est supprimée de la base de données de formation, que la formation ne donne plus droit au congé de formation flamand. Le travailleur en informe l'employeur. ".
Art. 4. In artikel 14, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° het eerste en het tweede lid opgeheven;
2° aan het derde lid worden de volgende zinnen toegevoegd:
"De opleidingsverstrekker verwittigt onverwijld de voor de opleiding ingeschreven werknemers, die op het ogenblik dat de opleiding uit de opleidingsdatabank verwijderd wordt nog niet met de opleiding gestart zijn, dat de opleiding geen recht meer geeft op Vlaams opleidingsverlof. De werknemer informeert de werkgever hierover.".
1° het eerste en het tweede lid opgeheven;
2° aan het derde lid worden de volgende zinnen toegevoegd:
"De opleidingsverstrekker verwittigt onverwijld de voor de opleiding ingeschreven werknemers, die op het ogenblik dat de opleiding uit de opleidingsdatabank verwijderd wordt nog niet met de opleiding gestart zijn, dat de opleiding geen recht meer geeft op Vlaams opleidingsverlof. De werknemer informeert de werkgever hierover.".
Art. 4. A l'article 14, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° les alinéas 1er et 2 sont abrogés ;
2° l'alinéa 3 est complété par les phrases suivantes :
" Le dispensateur de formation informe immédiatement les travailleurs inscrits à la formation, qui n'ont pas encore commencé la formation au moment où la formation est supprimée de la base de données de formation, que la formation ne donne plus droit au congé de formation flamand. Le travailleur en informe l'employeur. ".
1° les alinéas 1er et 2 sont abrogés ;
2° l'alinéa 3 est complété par les phrases suivantes :
" Le dispensateur de formation informe immédiatement les travailleurs inscrits à la formation, qui n'ont pas encore commencé la formation au moment où la formation est supprimée de la base de données de formation, que la formation ne donne plus droit au congé de formation flamand. Le travailleur en informe l'employeur. ".
Art. 5. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2021, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
" § 4. De verstrekker van een opleiding die regelmatige aanwezigheid vereist, houdt een dagelijkse aanwezigheidslijst ter beschikking van het departement en de Vlaamse Sociale Inspectie voor evaluatie en toezicht.".
" § 4. De verstrekker van een opleiding die regelmatige aanwezigheid vereist, houdt een dagelijkse aanwezigheidslijst ter beschikking van het departement en de Vlaamse Sociale Inspectie voor evaluatie en toezicht.".
Art. 5. A l'article 29 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2021, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Le dispensateur d'une formation qui implique une présence régulière tient à la disposition du département et de l'Inspection sociale flamande une liste des présences quotidiennes pour évaluation et contrôle. ".
" § 4. Le dispensateur d'une formation qui implique une présence régulière tient à la disposition du département et de l'Inspection sociale flamande une liste des présences quotidiennes pour évaluation et contrôle. ".
Art. 6. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 31. De opleidingsverstrekker die de verplichtingen inzake attestering en registratie, vermeld in deze afdeling, niet nakomt, ontvangt een aangetekende aanmaning. Als de opleidingsverstrekker daaraan geen gevolg geeft binnen een periode van dertig dagen, kan het departement bij zwaarwichtige of herhaaldelijk vastgestelde inbreuken op de naleving van voormelde verplichtingen, de registratie van zijn geregistreerde opleidingen ambtshalve intrekken.".
"Art. 31. De opleidingsverstrekker die de verplichtingen inzake attestering en registratie, vermeld in deze afdeling, niet nakomt, ontvangt een aangetekende aanmaning. Als de opleidingsverstrekker daaraan geen gevolg geeft binnen een periode van dertig dagen, kan het departement bij zwaarwichtige of herhaaldelijk vastgestelde inbreuken op de naleving van voormelde verplichtingen, de registratie van zijn geregistreerde opleidingen ambtshalve intrekken.".
Art. 6. L'article 31 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 31. Le dispensateur de formation qui ne se conforme pas aux obligations d'attestation et d'enregistrement, visées dans cette section, reçoit une sommation par courrier recommandé. Si le dispensateur de formation n'y donne pas suite dans un délai de 30 jours, le département peut, en cas d'infractions graves ou répétées aux obligations précitées, retirer d'office l'enregistrement de ses formations enregistrées. ".
" Art. 31. Le dispensateur de formation qui ne se conforme pas aux obligations d'attestation et d'enregistrement, visées dans cette section, reçoit une sommation par courrier recommandé. Si le dispensateur de formation n'y donne pas suite dans un délai de 30 jours, le département peut, en cas d'infractions graves ou répétées aux obligations précitées, retirer d'office l'enregistrement de ses formations enregistrées. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023, wordt hoofdstuk 5, dat bestaat uit artikel 32 tot en met 38, vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk 5. Terugbetaling aan de werkgever
Afdeling 1. Aanvraagprocedure
Art. 32. De werkgever dient een aanvraag tot terugbetaling in door de opleiding van de werknemer aan te melden in het digitale platform Vlaamse opleidingsincentives binnen een termijn van drie maanden na de start van de opleiding. De minister bepaalt de verdere modaliteiten van de aanvraag.
Als de werknemer een loopbaangerichte opleiding volgt, bezorgt de werknemer aan het departement een attest van de loopbaanbegeleider met zijn persoonlijke ontwikkelingsplan waarin de noodzakelijke behoefte aan die opleiding is opgenomen, samen met het inschrijvingsbewijs.
Art. 33. De werkgever verstrekt op verzoek van het departement de inlichtingen die noodzakelijk zijn om zijn aanvraag tot terugbetaling goed te keuren of te berekenen.
Als de werkgever nalaat de inlichtingen te verstrekken binnen dertig dagen vanaf de dag waarop de werkgever het verzoek om aanvullende informatie heeft ontvangen, vervalt zijn aanvraag tot terugbetaling.
Art. 34. Nadat het departement de aanvraag onderzocht heeft en vastgesteld heeft dat de terugbetalingsaanvraag voldoet aan de voorwaarden van het Vlaams opleidingsverlof, brengt het departement de werkgever en de werknemer daarvan schriftelijk op de hoogte.
Als het departement vaststelt dat de terugbetalingsaanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van het Vlaams opleidingsverlof, brengt het departement de werkgever en de werknemer hiervan schriftelijk op de hoogte met vermelding van de motivering voor de weigering van de terugbetaling.
Afdeling 2. Registratie van opgenomen Vlaams opleidingsverlof
Art. 35. Per kwartaal registreert de werkgever in de DmfA het aantal uren Vlaams opleidingsverlof dat de werknemer heeft opgenomen.
Afdeling 3. Berekening van het aantal uren terugbetaling van het Vlaams opleidingsverlof
Art. 36. Het departement berekent per werknemer en per werkgever per schooljaar het bedrag van de terugbetaling op basis van:
1° de attestering en de registraties, vermeld in hoofdstuk 4, van de opleidingsverstrekker;
2° de registratie door de werkgever van het Vlaams opleidingsverlof in de DmfA;
3° het maximum aantal uren Vlaams opleidingsverlof waarop de werknemer recht heeft;
4° alle terugbetalingsaanvragen voor de werknemer.
De terugbetaling van het Vlaams opleidingsverlof wordt toegekend voor de uren waarop de werknemer recht heeft, zoals bepaald in artikel 23, op voorwaarde dat de opleiding nauwgezet wordt gevolgd, zoals bepaald in artikel 27.
De terugbetaalde uren zijn beperkt tot het maximum aantal uren Vlaams opleidingsverlof van de werknemer voor dat opleidingsjaar. De terugbetaling aan de werkgever is altijd op voorwaarde dat de werknemer ermee akkoord gaat om de opleiding te volgen onder het stelsel van het Vlaams opleidingsverlof.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof die opgenomen zijn door een werknemer die halftijds en met een vast uurrooster werkt, geldt als bijkomende voorwaarde dat de uren Vlaams opleidingsverlof samenvallen met de arbeidsuren van de werknemer volgens zijn dienstrooster.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof voor een opleiding met werkplekleren bij een andere werkgever, geldt als bijkomende voorwaarde dat noch de werknemer, noch de eigen werkgever worden vergoed voor de gepresteerde arbeid.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof voor een opleiding waarbij de eigen werkgever ook de opleidingsverstrekker is, geldt als bijkomende voorwaarde dat de werknemer dankzij de opleiding in staat is een andere dan de huidige functie of een onder invloed van een grondig gewijzigde omgeving sterk veranderende functie, uit te oefenen.
Na de berekening bezorgt het departement de werkgever de elementen waarop de berekening gebaseerd is, en, in geval van terugbetaling, het tijdstip van de betaling.
Afdeling 4. Forfaitair bedrag
Art. 37. De terugbetaling aan de werkgever wordt beperkt tot een forfaitair bedrag per uur Vlaams opleidingsverlof waarvoor aan de terugbetalingsvoorwaarden is voldaan.
Art. 38. Vanaf het schooljaar 2014-2015 bedraagt het forfaitaire bedrag per uur Vlaams opleidingsverlof voor de terugbetaling aan de werkgevers 21,30 euro.".
"Hoofdstuk 5. Terugbetaling aan de werkgever
Afdeling 1. Aanvraagprocedure
Art. 32. De werkgever dient een aanvraag tot terugbetaling in door de opleiding van de werknemer aan te melden in het digitale platform Vlaamse opleidingsincentives binnen een termijn van drie maanden na de start van de opleiding. De minister bepaalt de verdere modaliteiten van de aanvraag.
Als de werknemer een loopbaangerichte opleiding volgt, bezorgt de werknemer aan het departement een attest van de loopbaanbegeleider met zijn persoonlijke ontwikkelingsplan waarin de noodzakelijke behoefte aan die opleiding is opgenomen, samen met het inschrijvingsbewijs.
Art. 33. De werkgever verstrekt op verzoek van het departement de inlichtingen die noodzakelijk zijn om zijn aanvraag tot terugbetaling goed te keuren of te berekenen.
Als de werkgever nalaat de inlichtingen te verstrekken binnen dertig dagen vanaf de dag waarop de werkgever het verzoek om aanvullende informatie heeft ontvangen, vervalt zijn aanvraag tot terugbetaling.
Art. 34. Nadat het departement de aanvraag onderzocht heeft en vastgesteld heeft dat de terugbetalingsaanvraag voldoet aan de voorwaarden van het Vlaams opleidingsverlof, brengt het departement de werkgever en de werknemer daarvan schriftelijk op de hoogte.
Als het departement vaststelt dat de terugbetalingsaanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van het Vlaams opleidingsverlof, brengt het departement de werkgever en de werknemer hiervan schriftelijk op de hoogte met vermelding van de motivering voor de weigering van de terugbetaling.
Afdeling 2. Registratie van opgenomen Vlaams opleidingsverlof
Art. 35. Per kwartaal registreert de werkgever in de DmfA het aantal uren Vlaams opleidingsverlof dat de werknemer heeft opgenomen.
Afdeling 3. Berekening van het aantal uren terugbetaling van het Vlaams opleidingsverlof
Art. 36. Het departement berekent per werknemer en per werkgever per schooljaar het bedrag van de terugbetaling op basis van:
1° de attestering en de registraties, vermeld in hoofdstuk 4, van de opleidingsverstrekker;
2° de registratie door de werkgever van het Vlaams opleidingsverlof in de DmfA;
3° het maximum aantal uren Vlaams opleidingsverlof waarop de werknemer recht heeft;
4° alle terugbetalingsaanvragen voor de werknemer.
De terugbetaling van het Vlaams opleidingsverlof wordt toegekend voor de uren waarop de werknemer recht heeft, zoals bepaald in artikel 23, op voorwaarde dat de opleiding nauwgezet wordt gevolgd, zoals bepaald in artikel 27.
De terugbetaalde uren zijn beperkt tot het maximum aantal uren Vlaams opleidingsverlof van de werknemer voor dat opleidingsjaar. De terugbetaling aan de werkgever is altijd op voorwaarde dat de werknemer ermee akkoord gaat om de opleiding te volgen onder het stelsel van het Vlaams opleidingsverlof.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof die opgenomen zijn door een werknemer die halftijds en met een vast uurrooster werkt, geldt als bijkomende voorwaarde dat de uren Vlaams opleidingsverlof samenvallen met de arbeidsuren van de werknemer volgens zijn dienstrooster.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof voor een opleiding met werkplekleren bij een andere werkgever, geldt als bijkomende voorwaarde dat noch de werknemer, noch de eigen werkgever worden vergoed voor de gepresteerde arbeid.
Voor de terugbetaling van de uren Vlaams opleidingsverlof voor een opleiding waarbij de eigen werkgever ook de opleidingsverstrekker is, geldt als bijkomende voorwaarde dat de werknemer dankzij de opleiding in staat is een andere dan de huidige functie of een onder invloed van een grondig gewijzigde omgeving sterk veranderende functie, uit te oefenen.
Na de berekening bezorgt het departement de werkgever de elementen waarop de berekening gebaseerd is, en, in geval van terugbetaling, het tijdstip van de betaling.
Afdeling 4. Forfaitair bedrag
Art. 37. De terugbetaling aan de werkgever wordt beperkt tot een forfaitair bedrag per uur Vlaams opleidingsverlof waarvoor aan de terugbetalingsvoorwaarden is voldaan.
Art. 38. Vanaf het schooljaar 2014-2015 bedraagt het forfaitaire bedrag per uur Vlaams opleidingsverlof voor de terugbetaling aan de werkgevers 21,30 euro.".
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023, le chapitre 5, comprenant les articles 32 à 38, est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre 5. Remboursement à l'employeur
Section 1re. Procédure de demande
Art. 32. L'employeur introduit une demande de remboursement en enregistrant la formation du travailleur à la plate-forme numérique d'incitations de formation flamandes dans un délai de trois mois suivant le début de la formation. Le ministre détermine les modalités supplémentaires de la demande.
Si le travailleur suit une formation axée sur la carrière, le travailleur transmet au département une attestation de l'accompagnateur de carrière comprenant son plan de développement personnel qui repris le besoin nécessaire de cette formation, ainsi que le certificat d'inscription.
Art. 33. L'employeur fournit, à la demande du département, les renseignements nécessaires pour approuver ou calculer sa demande de remboursement.
Si l'employeur ne fournit pas les renseignements dans un délai de 30 jours à compter du jour où le travailleur a reçu la demande d'informations complémentaires, sa demande de remboursement échoit.
Art. 34. Après avoir examiné la demande et déterminé que la demande de remboursement remplit les conditions du congé de formation flamand, le département en informe l'employeur et le travailleur par écrit.
Si le département constate que la demande de remboursement ne remplit pas les conditions du congé de formation flamand, le département en informe par écrit l'employeur et le travailleur en précisant la motivation pour le refus du remboursement.
Section 2. Enregistrement du congé de formation flamand pris
Art. 35. L'employeur enregistre dans la DmfA le nombre d'heures de congé de formation flamand prises par le travailleur par trimestre.
Section 3. Calcul du nombre d'heures de remboursement du congé de formation flamand
Art. 36. Le département calcule le montant du remboursement par travailleur et par employeur par année scolaire sur la base :
1° de l'attestation et des enregistrements visés au chapitre 4, du dispensateur de formation ;
2° de l'enregistrement par l'employeur du congé de formation flamand dans la DmfA ;
3° du nombre maximal d'heures de congé de formation flamand auquel le travailleur a droit ;
4° de toutes les demandes de remboursement pour le travailleur.
Le remboursement du congé de formation flamand est accordé pour les heures auxquelles le travailleur a droit, tel que fixé à l'article 23, à condition que la formation soit suivie avec assiduité, tel que fixé à l'article 27.
Les heures remboursées sont limitées au nombre maximal d'heures de congé de formation flamand du travailleur pour cette année de formation. Le remboursement à l'employeur est toujours à condition que le travailleur accepte de suivre la formation dans le cadre du congé de formation flamand.
Pour le remboursement des heures de congé de formation flamand prises par un travailleur travaillant à mi-temps et avec un horaire fixe, une condition supplémentaire est que les heures de congé de formation flamand coïncident avec les heures de travail du travailleur en fonction de son tableau de service.
Pour le remboursement des heures de congé de formation flamand pour une formation avec apprentissage sur le lieu de travail chez un autre employeur, une condition supplémentaire est que ni le travailleur ni son propre employeur ne soient indemnisés pour le travail effectué.
Pour le remboursement des heures de congé de formation flamand pour une formation dont le propre employeur est également le dispensateur de formation, une condition supplémentaire est que la formation permette au travailleur d'exercer une fonction autre que la fonction actuelle ou une fonction qui change sensiblement sous l'influence d'un environnement en pleine mutation.
Après le calcul, le département fournit à l'employeur les éléments sur lesquels se base le calcul et, en cas de remboursement, le moment du paiement.
Section 4. Montant forfaitaire
Art. 37. Le remboursement à l'employeur est limité à un montant forfaitaire par heure de congé de formation flamand pour lequel les conditions de remboursement sont remplies.
Art. 38. A compter de l'année scolaire 2014-2015 le montant forfaitaire par heure de congé de formation flamand pour le remboursement aux employeurs s'élève à 21,30 euros. ".
" Chapitre 5. Remboursement à l'employeur
Section 1re. Procédure de demande
Art. 32. L'employeur introduit une demande de remboursement en enregistrant la formation du travailleur à la plate-forme numérique d'incitations de formation flamandes dans un délai de trois mois suivant le début de la formation. Le ministre détermine les modalités supplémentaires de la demande.
Si le travailleur suit une formation axée sur la carrière, le travailleur transmet au département une attestation de l'accompagnateur de carrière comprenant son plan de développement personnel qui repris le besoin nécessaire de cette formation, ainsi que le certificat d'inscription.
Art. 33. L'employeur fournit, à la demande du département, les renseignements nécessaires pour approuver ou calculer sa demande de remboursement.
Si l'employeur ne fournit pas les renseignements dans un délai de 30 jours à compter du jour où le travailleur a reçu la demande d'informations complémentaires, sa demande de remboursement échoit.
Art. 34. Après avoir examiné la demande et déterminé que la demande de remboursement remplit les conditions du congé de formation flamand, le département en informe l'employeur et le travailleur par écrit.
Si le département constate que la demande de remboursement ne remplit pas les conditions du congé de formation flamand, le département en informe par écrit l'employeur et le travailleur en précisant la motivation pour le refus du remboursement.
Section 2. Enregistrement du congé de formation flamand pris
Art. 35. L'employeur enregistre dans la DmfA le nombre d'heures de congé de formation flamand prises par le travailleur par trimestre.
Section 3. Calcul du nombre d'heures de remboursement du congé de formation flamand
Art. 36. Le département calcule le montant du remboursement par travailleur et par employeur par année scolaire sur la base :
1° de l'attestation et des enregistrements visés au chapitre 4, du dispensateur de formation ;
2° de l'enregistrement par l'employeur du congé de formation flamand dans la DmfA ;
3° du nombre maximal d'heures de congé de formation flamand auquel le travailleur a droit ;
4° de toutes les demandes de remboursement pour le travailleur.
Le remboursement du congé de formation flamand est accordé pour les heures auxquelles le travailleur a droit, tel que fixé à l'article 23, à condition que la formation soit suivie avec assiduité, tel que fixé à l'article 27.
Les heures remboursées sont limitées au nombre maximal d'heures de congé de formation flamand du travailleur pour cette année de formation. Le remboursement à l'employeur est toujours à condition que le travailleur accepte de suivre la formation dans le cadre du congé de formation flamand.
Pour le remboursement des heures de congé de formation flamand prises par un travailleur travaillant à mi-temps et avec un horaire fixe, une condition supplémentaire est que les heures de congé de formation flamand coïncident avec les heures de travail du travailleur en fonction de son tableau de service.
Pour le remboursement des heures de congé de formation flamand pour une formation avec apprentissage sur le lieu de travail chez un autre employeur, une condition supplémentaire est que ni le travailleur ni son propre employeur ne soient indemnisés pour le travail effectué.
Pour le remboursement des heures de congé de formation flamand pour une formation dont le propre employeur est également le dispensateur de formation, une condition supplémentaire est que la formation permette au travailleur d'exercer une fonction autre que la fonction actuelle ou une fonction qui change sensiblement sous l'influence d'un environnement en pleine mutation.
Après le calcul, le département fournit à l'employeur les éléments sur lesquels se base le calcul et, en cas de remboursement, le moment du paiement.
Section 4. Montant forfaitaire
Art. 37. Le remboursement à l'employeur est limité à un montant forfaitaire par heure de congé de formation flamand pour lequel les conditions de remboursement sont remplies.
Art. 38. A compter de l'année scolaire 2014-2015 le montant forfaitaire par heure de congé de formation flamand pour le remboursement aux employeurs s'élève à 21,30 euros. ".
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2025.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2025.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre flamand qui a l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.