Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 DECEMBER 2024. - Programmadecreet bij de begroting 2025(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-12-2024 en tekstbijwerking tot 28-07-2025)
Titre
20 DECEMBRE 2024. - Décrèt-Programme accompagnant le budget 2025(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-12-2024 et mise à jour au 28-07-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2024011944
Datum: 2024-12-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024011944
Date: 2024-12-20
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2. - Kanselarij, Bestuur, Buitenlands... Afdeling 1. - Financiering lokale besturen: Gem... HOOFDSTUK 3. - Onderwijs en Vorming Afdeling 1. - Toekenning jaarlijkse aanvullende... Afdeling 2. - Aanpassing indexering investering... Afdeling 3. - Huursubsidies AGION voor tijdelij... Afdeling 4. - Investeringstoelage van 20.000.00... Afdeling 5. - Technische aanpassing berekenings... HOOFDSTUK 4. - Omgeving Afdeling 1. - Subsidiëring van stockage, transp... Afdeling 2. - Aanpassingen Decreet Integraal Wa... Afdeling 3. - Decreet van 23 december 2011 betr... Afdeling 4. - Het decreet van 19 mei 2006 houde... Afdeling 5. - Wijziging van de Vlaamse Codex Di... Afdeling 6. - Wijziging van artikel 14 van de V... Afdeling 7. - Maatregelen in het kader van de w... HOOFDSTUK 5. - Financiën en Begroting Afdeling 1. - De afschaffing van de verminderin... Afdeling 2. - De verlenging van de verdachte pe... Afdeling 3. - Registratiebelasting - verlaging ... Afdeling 4. - Wijziging aan het verkooprecht vo... Afdeling 5. - Afschaffing verlaagde tarieven ve... Afdeling 6. - Afschaffing van de fiscale voorde... Afdeling 7. - Afschaffing van de fiscale voorde... Afdeling 8. - Aanpassing belastingtarief automa... Afdeling 9. - Personenbelasting: opheffing van ... Afdeling 10. - Aanpassing tarieven kilometerhef... Afdeling 11. - Beperkte indexatie werkingsmiddelen HOOFDSTUK 6. - Werk, Economie, Wetenschap, Inno... Afdeling 1. - Wijziging van de overgangsregelin... Afdeling 2. - Opheffing van de sectorale doelgr... Afdeling 3. - Stopzetting maatregel Derde Arbei... Afdeling 4. - Stopzetting van de maatregel gesu... Afdeling 5. - Hervorming Vlaams opleidingsverlo... HOOFDSTUK 7. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling 1. - Aanpassing van het Groeipakketdec... HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales CHAPITRE 2. - Chancellerie, Gouvernance publiqu... Section 1. - Financement administrations locale... CHAPITRE 3. - Enseignement et Formation Section 1. - Attribution de ETP/heures d'enseig... Section 2. - Adaptation indexation moyens d'inv... Section 3. - Subventions-loyer AGION pour unité... Section 4. - Subvention d'investissement de 20 ... Section 5. - Ajustement technique méthode de ca... CHAPITRE 4. - Environnement Section 1. - Subventionnement du stockage, du t... Section 2. - Modifications au Décret Politique ... Section 3. - Décret du 23 décembre 2011 relatif... Section 4. - Le décret du 19 mai 2006 portant d... Section 5. - Modifications du Code flamand Bien... Section 6. - Modification de l'article 14 du Co... Section 7. - Mesures dans le cadre de la modifi... CHAPITRE 5. - Finances et Budget Section 1. - La suppression des réductions du p... Section 2. - La prolongation de la période susp... Section 3. - Impôt d'enregistrement - réduction... Section 4. - Modification du droit de vente pou... Section 5. - Suppression taux réduits droits de... Section 6. - Suppression des avantages fiscaux ... Section 7. - Suppression des avantages fiscaux ... Section 8. - Adaptation taux d'imposition appar... Section 9. - Impôt des personnes physiques : su... Section 10. - Adaptation tarifs prélèvement kil... Section 11. - Indexation limitée moyens de fonc... CHAPITRE 6. - Emploi, Economie, Science, Innova... Section 1. - Modification du régime transitoire... Section 2. - Suppression de la réduction de gro... Section 3. - Cessation mesure Troisième Circuit... Section 4. - Cessation mesure contractuels subv... Section 5. - Réforme congé de formation flamand... CHAPITRE 7. - Bien-être, Santé publique et Famille Section 1. - Adaptation du décret Panier de cro... CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur
Tekst (117)
Texte (117)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle des matières communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie
CHAPITRE 2. - Chancellerie, Gouvernance publique, Affaires étrangères et Justice
Afdeling 1. - Financiering lokale besturen: Gemeentefonds
Section 1. - Financement administrations locales : Fonds des communes
Art. 2. Aan artikel 11, § 1, van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018 en het decreet van 23 december 2021, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het geval van een samenvoeging van gemeenten wordt het eerste lid van toepassing als het gewogen gemiddelde van de aanslagvoeten voor de aanvullende personenbelasting of van de opcentiemen op de onroerende voorheffing van de samen te voegen gemeenten, in het jaar dat aan de berekening voorafgaat, lager ligt dan de drempelwaarden van 5 procent of 441 opcentiemen. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde wordt aan de verschillende aanslagvoeten voor de aanvullende personenbelasting een wegingsfactor toegekend die overeenstemt met de opbrengst aan personenbelasting waarop elke aanslagvoet van toepassing is, in verhouding tot de totale opbrengst aan personenbelasting voor de samen te voegen gemeenten. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde van de opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt aan de verschillende tarieven een wegingsfactor toegekend die overeenstemt met het aandeel van het belastbaar kadastraal inkomen waarop elk tarief van toepassing is, in verhouding tot het totale belastbare kadastrale inkomen van de samen te voegen gemeenten.".
Art. 2. L'article 11, § 1er du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la ré-partition du Fonds flamand des Communes, modifié par le décret du 6 juillet 2018 et le décret du 23 décembre 2021, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " En cas de fusion de communes, l'alinéa 1er s'applique lorsque la moyenne pon-dérée des taux d'imposition de l'impôt des personnes physiques complémentaire ou des centimes additionnels sur le précompte immobilier des communes à fusion-ner est inférieure, dans l'année précédant le calcul, aux valeurs seuil de 5 pour cent ou 441 centimes additionnels. Pour le calcul de la moyenne pondérée, il est attribué aux différents taux d'imposition de l'impôt des personnes physiques com-plémentaire un facteur de pondération correspondant au produit de l'impôt des personnes physiques auquel s'applique chaque taux d'imposition, par rapport au produit total de l'impôt des personnes physiques pour les communes à fusionner. Pour le calcul de la moyenne pondérée des centimes additionnels sur le précompte immobilier, il est attribué aux différents tarifs un facteur de pondération corres-pondant à la proportion du revenu cadastral imposable auquel s'applique chaque tarif, par rapport au revenu cadastral imposable total des communes à fusion-ner. ".
HOOFDSTUK 3. - Onderwijs en Vorming
CHAPITRE 3. - Enseignement et Formation
Afdeling 1. - Toekenning jaarlijkse aanvullende voltijdsequivalenten/ leraarsuren/punten/werkingsmiddelen ten behoeve van de asielproblematiek
Section 1. - Attribution de ETP/heures d'enseignant/points/moyens de fonction-nement complémentaires annuels dans le cadre de la problématique en matière d'asile
Art. 3. Aan artikel 196sexies, § 1, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2023, wordt een elfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Ten laste van het begrotingsjaar 2025 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.".
Art. 3. L'article 196sexies, § 1er, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 18 décembre 2015 et modifié en dernier lieu par le décret du 22 décembre 2023, est complété par un alinéa 11, rédigé comme suit :
  " A charge de l'année budgétaire 2025, 32 955,75 heures d'enseignant complé-mentaires, 481,99 points complémentaires et un montant de 604 847,18 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation des adultes, et 132,96 ETP complémentaires, 2 192,09 points complémentaires et un montant de 1 627 652,82 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation de base. ".
Afdeling 2. - Aanpassing indexering investeringsmiddelen Hogere Zeevaartschool
Section 2. - Adaptation indexation moyens d'investissement Ecole supérieure de Navigation
Art. 4. In artikel 4 van het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 22 december 2017 en 18 december 2020, worden paragraaf 1 en 2 vervangen door wat volgt:
  " § 1. Naast de werkingsuitkering ontvangt de Hogere Zeevaartschool een bedrag van 194.000 euro voor investeringsmiddelen (prijsniveau 2024).
  § 2. Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt het bedrag van de investeringsmiddelen, vermeld in paragraaf 1, geïndexeerd aan de hand van de indexeringsformule, vermeld in artikel III.46, § 5, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.".
Art. 4. Dans l'article 4 du décret du 20 février 2009 relatif à la " Hogere Zeevaartschool ", modifié par les décrets des 18 décembre 2009, 22 décembre 2017 et 18 décembre 2020, les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. Outre l'allocation de fonctionnement, l'Ecole supérieure de Navigation per-çoit un montant de 194 000 euros en moyens d'investissement (niveau de prix 2024).
  § 2. A partir de l'année budgétaire 2025 le montant des moyens d'investissement visé au paragraphe 1er est indexé selon la formule prévue à l'article III.46, § 5 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013. ".
Afdeling 3. - Huursubsidies AGION voor tijdelijke modulaire units
Section 3. - Subventions-loyer AGION pour unités modulaires temporaires
Art. 5. In artikel 60, § 1, eerste lid, van het programmadecreet van 9 juli 2021 bij de aanpassing van de begroting 2021, wordt het bedrag "750.000 euro" vervangen door het bedrag "2.000.000 euro".
Art. 5. Dans l'article 60, § 1er, alinéa 1er, du décret-programme du 9 juillet 2021 relatif à l'ajustement du budget 2021, le montant " 750 000 euros " est remplacé par le montant " 2 000 000 euros ".
Afdeling 4. - Investeringstoelage van 20.000.000 euro aan de Hogere Zeevaartschool voor het vernieuwbouwproject
Section 4. - Subvention d'investissement de 20 000 000 euros à l'Ecole supérieure de Navigation pour le projet de rénovation
Art. 6. Aan artikel 4 van het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 22 december 2017 en 18 december 2020, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 6. Als aanvulling op het bedrag, vermeld in paragraaf 1, kan de Vlaamse Regering in begrotingsjaar 2025 een eenmalige bijkomende investeringstoelage van 20.000.000 euro toekennen aan de Hogere Zeevaartschool in het kader van het renovatie- en nieuwbouwproject. De daaraan gekoppelde betaalkredieten worden over vijf jaar gespreid: 10 procent wordt uitbetaald in 2025, 20 procent in 2026, 30 procent in 2027, 20 procent in 2028 en 20 procent in 2029.
  De Hogere Zeevaartschool dient voor de toekenning een inhoudelijk dossier in bij de Vlaamse Regering dat minstens bestaat uit de volgende elementen:
  1° een actuele en realistische bouwprijs met inbegrip van ecologische technieken;
  2° een degelijke projectmatige opvolging van het bouwproces;
  3° een regelmatige rapportering aan de regeringscommissaris;
  4° een engagementsverklaring van externe partijen.
  De Vlaamse Regering is gemachtigd om het betalingsritme te koppelen aan eventueel bijkomende voorwaarden omtrent cofinanciering.".
Art. 6. L'article 4 du décret du 20 février 2009 relatif à la " Hogere Zeevaartschool ", modifié par les décrets des 18 décembre 2009, 22 décembre 2017 et 18 décembre 2020, est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. En complément au montant visé au paragraphe 1er le Gouvernement fla-mand peut accorder dans l'année budgétaire 2025 une subvention d'investisse-ment unique de 20 000 000 euros à l'Ecole supérieure de Navigation dans le cadre du projet de rénovation et de nouvelle construction. Les crédits de paiement y afférents sont répartis sur cinq ans : 10 pour cent seront versés en 2025, 20 pour cent en 2026, 30 pour cent en 2027, 20 pour cent en 2028 et 20 pour cent en 2029.
  En vue de l'octroi, l'Ecole supérieure de Navigation soumet un dossier de fond au Gouvernement flamand comprenant au moins les éléments suivants :
  1° un prix de construction actuel et réaliste incluant des techniques écologiques ;
  2° un suivi adéquat du processus de construction sous forme de projet ;
  3° un rapport régulier au commissaire du gouvernement ;
  4° une déclaration d'engagement des parties externes.
  Le Gouvernement flamand est autorisé à soumettre le rythme des paiements à des conditions supplémentaires éventuelles en matière de cofinancement. ".
Afdeling 5. - Technische aanpassing berekeningswijze van het werkingsbudget bijkomende verblijfsdagen onderwijsinternaten
Section 5. - Ajustement technique méthode de calcul du budget de fonctionne-ment jours d'hébergement supplémentaires internats de l'enseignement
Art. 7. In artikel 37 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Vanaf het begrotingsjaar 2025, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2024-2025, wordt het werkingsbudget voor de werking op bijkomende verblijfsdagen berekend door het bedrag van 7,22 euro per ingevulde bijkomende verblijfsdag te vermenigvuldigen met coëfficiënt A1. De coëfficiënt A1 wordt als volgt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
  1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
  2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "GW_BV" vervangen door de woorden "het bedrag berekend volgens de bepalingen in paragraaf 2".
Art. 7. A l'article 37 du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement, modifié par le décret du 19 avril 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. A partir de l'année budgétaire 2025, qui comprend les moyens de fonc-tionnement pour l'année scolaire 2024-2025, le budget de fonctionnement pour les jours d'hébergement supplémentaires est calculé en multipliant le montant de 7,22 euros par jour d'hébergement supplémentaire occupé par le coefficient A1. Le coefficient A1 est calculé comme suit : A1 = (Cx-1/Cx-2), où :
  1° Cx-1 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-1 ;
  2° Cx-2 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-2. " ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé ;
  3° au paragraphe 4 le membre de phrase " GW_BV " est remplacé par les mots " le montant calculé conformément aux dispositions du paragraphe 2 ".
Art. 8. Artikel 168 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 168. Voor het begrotingsjaar 2024, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2023-2024, bedraagt het bedrag per ingevulde bijkomende verblijfsdag 7,22 euro. Voor de toepassing van artikel 37, § 4, wordt voor het schooljaar 2023-2024, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen bekomen door de optelsom van het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden januari 2023 tot en met mei 2023 te vermenigvuldigen met 2,4.
  Voor de toepassing van artikel 37, § 4, wordt voor het schooljaar 2024-2025, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen opgeteld tijdens de maanden februari 2023 tot en met januari 2024.".
Art. 8. L'article 168 du même décret, modifié par le décret du 19 avril 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 168. Pour l'année budgétaire 2024, qui comprend les moyens de fonction-nement pour l'année scolaire 2023-2024, le montant par jour d'hébergement sup-plémentaire occupé s'élève à 7,22 euros. Pour l'application de l'article 37, § 4 dans l'année scolaire 2023-2024 aux internats qui, conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le financement ou le sub-ventionnement, et aux internats de l'enseignement issus, le 1er septembre 2023, d'une fusion d'internats qui, conformément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le financement ou le subventionnement, le nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés est obtenu en multipliant par 2,4 l'addition du nombre de jours d'hébergement supplémentaires occupés pendant les mois de janvier 2023 à mai 2023.
  Pour l'application de l'article 37, § 4 dans l'année scolaire 2024-2025 aux in-ternats qui, conformément à l'article III.4 de la codification de certaines disposi-tions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le financement ou le subventionnement, et aux internats de l'enseignement issus, le 1er septembre 2023, d'une fusion d'internats qui, con-formément à l'article III.4 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, étaient repris au 31 août 2023 dans le finan-cement ou le subventionnement, le nombre de jours d'hébergement supplémen-taires occupés est additionné pendant les mois de février 2023 à janvier 2024. ".
HOOFDSTUK 4. - Omgeving
CHAPITRE 4. - Environnement
Afdeling 1. - Subsidiëring van stockage, transport en installatie van mobiele woonunits en van infrastructuurwerken voor de inzet ervan
Section 1. - Subventionnement du stockage, du transport et de l'installation d'unités mobiles de logement et des travaux d'infrastructure néces-saires à leur utilisation
Art. 9. In artikel 1.3, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt een punt 27° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "27° /1 mobiele woonunit: woonvorm die gekenmerkt wordt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor tijdelijke bewoning;".
Art. 9. Dans l'article 1.3, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand du Logement de 2021, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, il est inséré un point 27° /1, rédigé comme suit :
  " 27° /1 unité mobile de logement : forme de logement caractérisée par la flexibi-lité et la mobilité, destinée au logement temporaire ; ".
Art. 10. In boek 5, deel 2, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, wordt aan titel 3 de zinsnede "en stockage, transport en installatie van mobiele woonunits en de daarvoor noodzakelijke infrastructuurwerken" toegevoegd.
Art. 10. Dans le livre 5, partie 2, du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, le titre 3 est complété par le membre de phrase " en stockage, transport et installation d'unités mobiles de logement et les travaux d'infrastructure nécessaires à leur utilisation ".
Art. 11. In artikel 5.22 van dezelfde codex wordt tussen het tweede en het derde lid, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor stockage, transport en installatie van mobiele woonunits die dienen voor de tijdelijke huisvesting van huurders van sociale huurwoningen en voor de daarvoor noodzakelijke infrastructuurwerken.".
Art. 11. A l'article 5.22 du même code, entre les alinéas 2 et 3, un alinéa est insé-ré, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut, en fonction des crédits inscrits à cet effet au budget de la Région flamande, accorder une subvention pour le stockage, le transport et l'installation d'unités mobiles de logement destinées au logement tem-poraire des locataires de logements locatifs sociaux et pour les travaux d'infras-tructure nécessaires à cet effet. ".
Art. 12. In artikel 5.23 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° worden tussen het woord "woningen" en het woord "in" de woorden "of de mobiele woonunits" ingevoegd;
  2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° mobiele woonunits als vermeld in artikel 5.22, derde lid, te stockeren, te transporteren, te installeren en het perceel waarop de mobiele woonunits geplaatst worden, aan te leggen.".
Art. 12. A l'article 5.23 du même code, les modifications suivantes sont appor-tées :
  1° au point 2°, entre le mot " logements " et le mot " en " sont insérés les mots " ou les unités mobiles de logement " ;
  2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° de stocker, transporter, installer les unités mobiles de logement visées à l'article 5.22, alinéa 3, et d'aménager la parcelle sur laquelle les unités mobiles de logement sont placées. ".
Art. 13. In artikel 5.24, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021, worden tussen de zinsnede "artikel 5.23, 2°, " en het woord "kunnen" de woorden "met uitzondering van de infrastructuurwerken die betrekking hebben op tijdelijke voorzieningen voor mobiele woonunits" ingevoegd.
Art. 13. Dans l'article 5.24, alinéa 1er du même code, remplacé par le décret du 9 juillet 2021, entre le membre de phrase " article 5.23, 2°, " et les mots " ne peuvent " sont insérés les mots " à l'exception des travaux d'infrastructure ayant trait aux unités mobiles de logement temporaire ".
Afdeling 2. - Aanpassingen Decreet Integraal Waterbeleid (decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)
Section 2. - Modifications au Décret Politique intégrée de l'Eau (Décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018)
Art. 14. In artikel 4.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 2022, 22 december 2023 en 26 april 2024, wordt punt 15° vervangen door wat volgt:
  "15° toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving: de gewestelijke toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving vermeld in artikel 12, 1°, en artikel 12, 9° tot en met 9° /3, van het besluit van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de provinciale en lokale toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving, zoals bedoeld in artikel 13 van hetzelfde besluit;".
Art. 14. Dans l'article 4.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique inté-grée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018, modifié par les décrets des 21 octobre 2022, 22 décembre 2023 et 26 avril 2024, le point 15° est remplacé par ce qui suit :
  " 15° superviseur compétent pour le maintien environnemental : le superviseur régional compétent pour le maintien environnemental, visé à l'article 12, 1°, et à l'article 12, 9° à 9° /3, de l'arrêté du 12 décembre 2008 portant exécu-tion du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions géné-rales concernant la politique de l'environnement et le superviseur provincial et local compétent pour le maintien environnemental, visé à l'article 13 du même arrêté ; ".
Art. 15. In artikel 4.2.2.1.2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "artikel 4.2.2.2.1 § 1 en § 3" wordt vervangen door de zinsnede "4.2.2.2.1, eerste lid, 1° en 3° ";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Vanaf heffingsjaar 2024 worden de heffingsplichtigen, vermeld in het eerste lid, bij wijze van overgangsmaatregel vrijgesteld van heffing voor het door Brabant Water N.V. gefactureerd waterverbruik dat vóór 1 januari 2024 verbruikt werd.".
Art. 15. A l'article 4.2.2.1.2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " article 4.2.2.2.1, §§ 1er et 3 " est remplacé par le membre de phrase " 4.2.2.2.1, alinéa 1er, 1° et 3° " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " A partir de l'année de redevance 2024, les redevables visés à l'alinéa 1er sont, à titre de mesure transitoire, exemptés de redevance pour la consom-mation d'eau facturée par Brabant Water N.V. consommée avant le 1er jan-vier 2024. ".
Art. 16. In artikel 4.2.2.1.3, § 2, wordt de zinsnede "4.2.2.2.1. § 2 en § 3" vervangen door de zinsnede "4.2.2.2.1, eerste lid, 2° en 3° ".
Art. 16. Dans l'article 4.2.2.1.3, § 2, le membre de phrase " 4.2.2.2.1., §§ 2 et 3 " est remplacé par le membre de phrase " 4.2.2.2.1, alinéa 1er, 2° et 3° ".
Art. 17. In artikel 4.2.2.1.5, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2021, wordt punt 5° opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 4.2.2.1.5, § 2, alinéa 3, du même décret, modifié par le décret du 23 décembre 2021, le point 5° est abrogé.
Art. 18. In artikel 4.2.2.5.1 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "k: het thermisch belast koelwater zoals bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.;" vervangen door de zinsnede "K: het thermisch belast koelwater zoals bedoeld in artikel 4.2.2.3.1;".
Art. 18. Dans l'article 4.2.2.5.1 du même décret, le membre de phrase " k : les eaux de refroidissement à charge thermique telles que visées à l'article 4.2.2.3.1. ; " est remplacé par le membre de phrase " K: les eaux de refroidissement à charge thermique telles que visées à l'article 4.2.2.3.1; ".
Art. 19. Aan artikel 4.2.4.2 van hetzelfde decreet wordt een vierde paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Correcte en volledige meldingen of aanvragen gedaan via de daarvoor bestemde digitale loketten ingericht in het kader van hoofdstuk 5 van titel 2 van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022 en artikel 30 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, volstaan als melding zoals bedoeld in de eerste paragraaf.".
Art. 19. L'article 4.2.4.2 du même décret est complété par un paragraphe 4, ré-digé comme suit :
  " § 4. Les notifications ou demandes correctes et complètes effectuées via les guichets numériques prévus à cet effet, établis dans le cadre du chapitre 5 du titre 2 du Décret Navigation du 21 janvier 2022 et de l'article 30 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2021 portant exécution de diverses dispositions de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables et modi-fiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concer-nant la politique de l'environnement, en ce qui concerne le contrôle du respect de la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables, suffisent comme notification visée au paragraphe 1er. ".
Art. 20. In artikel 4.3.1.2.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "4.2.2.2.1., § 1 en § 3" vervangen door de zinsnede "4.2.2.2.1, eerste lid, 1° en 3° ";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "4.2.2.2.1, § 2 en § 3" vervangen door de zinsnede "4.2.2.2.1, eerste lid, 2° en 3° ".
Art. 20. A l'article 4.3.1.2.1 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " 4.2.2.2.1., §§ 1er et 3 " est remplacé par le membre de phrase " 4.2.2.2.1, alinéa 1er, 1° et 3° " ;
  2° au paragraphe 2, le membre de phrase " 4.2.2.2.1., §§ 2 et 3 " est remplacé par le membre de phrase " 4.2.2.2.1, alinéa 1er, 2° et 3° ".
Afdeling 3. - Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen - OVAM-heffingen
Section 3. - Décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets - Redevances OVAM
Art. 21. In artikel 46, § 2, vijfde lid, punt 8°, 9°, 10° en 11°, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, vervangen en toegevoegd bij het decreet 8 juli 2016 en gewijzigd bij de decreten 8 juli 2017 en 30 juni 2023 worden de jaargetallen "2024", "2025", "2026" en "2027" vervangen door respectievelijk de jaargetallen "2025", "2026", "2027" en "2028".
Art. 21. A l'article 46, § 2, alinéa 5, points 8°, 9°, 10° et 11° du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, remplacés et ajoutés par le décret du 8 juillet 2016 et modifiés par les décrets des 8 juillet 2017 et 30 juin 2023, les millésimes " 2024 ", " 2025 ", " 2026 " et " 2027 " sont remplacés respectivement par les millésimes " 2025 ", " 2026 ", " 2027 " et " 2028 ".
Art. 22. In artikel 46, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 8 juli 2016, wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
  "6° vanaf 1 juli 2016 voor het verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting van gevaarlijke afvalstoffen geproduceerd in een ander land dan België en die worden overgebracht onder toepassing van de bepalingen van de verordening (EG) nr. 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
  Het nultarief geldt zowel voor de ingevoerde gevaarlijke afvalstoffen die rechtstreeks naar de verbrandings- of meeverbrandingseenheid worden overgebracht als voor de ingevoerde gevaarlijke afvalstoffen die na een nuttige voorbehandeling in een daartoe vergunde inrichting, al of niet samen met Vlaamse afvalstoffen, worden verbrand of meeverbrand.
  Onverminderd de bepalingen hierboven geldt het nultarief slechts voor die hoeveelheden die overeenkomstig de goedkeuring van OVAM aan de gestelde voorwaarden voldoen en volledig traceerbaar zijn;".
Art. 22. A l'article 46, § 3, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 8 juillet 2016, le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° à partir du 1er juillet 2016, pour l'incinération ou la co-incinération dans une installation autorisée à cet effet, de déchets dangereux produits dans un autre pays que la Belgique et transférés en application du règlement (CE) n° 1013/2006 du 14 juin 2006 relatif aux transferts de déchets.
  Le tarif zéro s'applique tant aux déchets dangereux importés transférés directement à l'unité d'incinération ou de co-incinération qu'aux déchets dan-gereux importés qui, après un prétraitement utile dans une installation autori-sée à cet effet, sont incinérés ou co-incinérés, éventuellement avec des dé-chets flamands.
  Nonobstant les dispositions ci-dessus, le tarif zéro ne s'applique qu'aux quantités qui, conformément à l'approbation de l'OVAM, respectent les condi-tions fixées et sont entièrement traçables. "
Afdeling 4. - Het decreet van 19 mei 2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie - opbrengst houtverkoop
Section 4. - Le décret du 19 mai 2006 portant diverses mesures en matière d'en-vironnement et d'énergie - produits vente de bois
Art. 23. Artikel 36, 1°, van het decreet van 19 mei 2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie, wordt opgeheven.
Art. 23. L'article 36, 1°, du décret du 19 mai 2006 portant diverses mesures en matière d'environnement et d'énergie, est abrogé.
Afdeling 5. - Wijziging van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024 wat betreft bestuurlijke sanctieprocedure
Section 5. - Modifications du Code flamand Bien-être des animaux du 17 mai 2024, en ce qui concerne la procédure de sanction administrative
Art. 24. Aan artikel 63, § 2, 1°, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "j) de administratieve boetes bedoeld in artikel 41bis van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.".
Art. 24. L'article 63, § 2, 1°, du Code flamand Bien-être des animaux du 17 mai 2024, est complété par un point j), rédigé comme suit :
  " j) les amendes administratives visées à l'article 41bis de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux. ".
Art. 25. Aan artikel 85 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "met uitzondering van artikel 34, § 4 en § 5, derde lid, c), artikel 41bis en artikel 42quater die opgeheven worden op 1 januari 2026." toegevoegd.
Art. 25. L'article 85 du même décret est complété par le membre de phrase " à l'exception de l'article 34, §§ 4 et 5, alinéa 3, c), de l'article 41bis et de l'article 42quater, qui sont abrogés au 1er janvier 2026. ".
Art. 26. Aan artikel 86 van hetzelfde decreet wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° artikel 63, § 2, 1°, i), artikel 64, § 5, artikel 70 en artikel 71, die in werking treden op 1 januari 2026."
Art. 26. L'article 86 du même décret est complété par un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° article 63, § 2, 1°, i), article 64, § 5, article 70 et article 71, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2026. ".
Afdeling 6. - Wijziging van artikel 14 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024
Section 6. - Modification de l'article 14 du Code flamand Bien-être des animaux du 17 mai 2024
Art. 27. In artikel 14 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zin "De retributie voor de initiële registratie bij honden wordt verhoogd met een bijdrage van vier euro, die ook ten laste komt van de verantwoordelijke van het dier." vervangen door de zin "De retributie voor de initiële registratie bij honden respectievelijk katten wordt verhoogd met een bijdrage van acht euro respectievelijk twee euro, die ook ten laste komt van de verantwoordelijke van de dieren.";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De dierenasielen die zijn erkend als vermeld in artikel 17, § 1, worden van de betaling van de bijdrage, vermeld in het tweede lid, vrijgesteld.".
Art. 27. A l'article 14 du Code flamand Bien-être des animaux du 17 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, la phrase " Les frais d'enregistrement initial pour les chiens sont majorés d'une contribution de quatre euros, également à la charge du responsable de l'animal. " est remplacée par la phrase " Les frais d'enregis-trement initial pour les chiens et les chats sont majorés d'une contribution de huit euros et de deux euros respectivement, également à la charge du res-ponsable des animaux. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 3 rédigé comme suit :
  " Les refuges pour animaux agréés, visés à l'article 17, § 1er, sont exemptés du paiement de la contribution visée à l'alinéa 2. ".
Afdeling 7. - Maatregelen in het kader van de wijziging van financiering in het kader van de watersanering
Section 7. - Mesures dans le cadre de la modification du financement de l'assai-nissement de l'eau
Art. 28. In artikel 4.2.2.1.1, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, wordt de zinsnede "op 33,38 euro" vervangen door de zinsnede "op 45,53 euro".
Art. 28. A l'article 4.2.2.1.1, § 2, alinéa 2, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018, le membre de phrase " 33,38 euros " est remplacé par le membre de phrase " 45,53 euros ".
Art. 29. In artikel 4.3.1.1.4, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 2022, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "maximaal 1,4 keer" vervangen door de zinsnede "maximaal 1,15 keer";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "maximaal 2,4 keer" vervangen door de zinsnede "maximaal 2,15 keer".
Art. 29. A l'article 4.3.1.1.4, § 2, du même décret, modifié par le décret du 21 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " maximum 1,4 fois " est remplacé par le membre de phrase " maximum 1,15 fois " ;
  2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " maximum 2,4 fois " est remplacé par le membre de phrase " maximum 2,15 fois ".
HOOFDSTUK 5. - Financiën en Begroting
CHAPITRE 5. - Finances et Budget
Afdeling 1. - De afschaffing van de verminderingen voor onroerende voorheffing voor energiezuinige woningen
Section 1. - La suppression des réductions du précompte immobilier pour les lo-gements économes en énergie
Art. 30. In artikel 2.1.5.0.1, § 2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015, 23 december 2016 en 19 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 5° wordt in de tabel de rij
  "
Art. 30. A l'article 2.1.5.0.1, § 2, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, modifié par les décrets des 18 décembre 2015, 23 décembre 2016 et 19 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 5°, dans le tableau, la ligne
  "
vanaf 1 januari 2023 / E60
vanaf 1 januari 2023 / E60
"
  vervangen door de rij:
  "
à partir du 1er janvier 2023 / E60
à partir du 1er janvier 2023 / E60
"
  est remplacée par la ligne :
  "
vanaf 1 januari 2023 tot en met 30 september 2025 / E60
vanaf 1 januari 2023 tot en met 30 september 2025 / E60
";
  2° in punt 6° en 7° wordt de zinsnede "na 31 december 2022" telkens vervangen door de zinsnede "vanaf 1 januari 2023 tot en met 30 september 2025".
à partir du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 septembre 2025 / E60
à partir du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 septembre 2025 / E60
" ;
  2° aux points 6° et 7°, le membre de phrase " après le 31 décembre 2022 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " à partir du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 septembre 2025 ".
Afdeling 2. - De verlenging van de verdachte periode in de erfbelasting
Section 2. - La prolongation de la période suspecte en matière de droits de succes-sion
Art. 31. In artikel 2.7.1.0.5, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt het woord "drie" telkens vervangen door het woord "vijf".
Art. 31. A l'article 2.7.1.0.5, § 1er, alinéa 1er, et § 2, alinéa 1er, du Code fla-mand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le mot " trois " est chaque fois remplacé par le mot " cinq ".
Art. 32. In artikel 2.7.1.0.6, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en vervangen bij het decreet van 23 december 2016, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf".
Art. 32. A l'article 2.7.1.0.6, § 1er, alinéa 2, du même décret, inséré par le dé-cret du 19 décembre 2014 et remplacé par le décret du 23 décembre 2016, le mot " trois " est remplacé par le mot " cinq ".
Art. 33. In artikel 2.7.3.2.5, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2024, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf".
Art. 33. A l'article 2.7.3.2.5, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 15 mars 2024, le mot " trois " est remplacé par le mot " cinq ".
Art. 34. In artikel 3.13.1.3.1, § 6, vijfde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf".
Art. 34. A l'article 3.13.1.3.1, § 6, alinéa 5, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le mot " trois " est remplacé par le mot " cinq ".
Afdeling 3. - Registratiebelasting - verlaging van het tarief bij aankoop van een enige eigen woning
Section 3. - Impôt d'enregistrement - réduction du taux lors de l'achat d'une ha-bitation propre et unique
Art. 35. In artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018 en gewijzigd bij de decreten van 20 december 2019 en 23 december 2021, wordt de zinsnede "3%" vervangen door de zinsnede "2%".
Art. 35. A l'article 2.9.4.2.11, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 18 mai 2018 et modifié par les dé-crets des 20 décembre 2019 et 23 décembre 2021, le membre de phrase " 3 % " est remplacé par le membre de phrase " 2 % ".
Art. 36. Artikel 2.9.5.0.5, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018 en vervangen bij het decreet van 23 december 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Als er voor alle verkrijgers toepassing wordt gemaakt van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, en als de totale belastbare grondslag van het onroerend goed niet hoger is dan 220.000 euro, wordt er een rechtenvermindering toegestaan van 1867 euro op het totaal van de op de aankoop berekende rechten. Als het verschuldigde verkooprecht lager is dan 1867 euro, dan wordt de rechtenvermindering verlaagd tot het bedrag van dit verkooprecht.
  Als er slechts voor sommige verkrijgers toepassing wordt gemaakt van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, en als de totale belastbare grondslag van het onroerend goed niet hoger is dan 220.000 euro, wordt de rechtenvermindering van 1867 euro herleid tot het breukdeel van deze bedragen dat overeenstemt met het aandeel van de betrokken verkrijgers in de totale aankoop. Als het door deze verkrijgers verschuldigde verkooprecht lager is dan het overeenkomstige breukdeel van 1867 euro, dan wordt de rechtenvermindering verlaagd tot het bedrag van het wettelijk aandeel van deze verkrijgers in het totale verschuldigde verkooprecht.
  Als er slechts voor een deel van de verkrijging toepassing wordt gemaakt van het verlaagd tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, en als de totale belastbare grondslag van het onroerend goed niet hoger is dan 220.000 euro, wordt de rechtenvermindering van 1867 euro herleid tot het breukdeel van dat bedrag dat overeenstemt met het aandeel van de verkrijging waarvoor het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, wordt toegepast.
  Voor de onroerende goederen gelegen op het grondgebied van de kernsteden en de gemeenten van de Vlaamse Rand rond Brussel zoals bepaald in artikel 1.1.0.0.2, twaalfde lid, 8° en 9°, wordt de rechtenvermindering, vermeld in het eerste lid, toegestaan als de totale belastbare grondslag van het onroerend goed niet hoger is dan 240.000 euro.".
Art. 36. L'article 2.9.5.0.5, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 18 mai 2018 et remplacé par le décret du 23 décembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Si le tarif réduit visé à l'article 2.9.4.2.11, § 1er, alinéa 1er, est appliqué à tous les acquéreurs, et que la base imposable totale du bien immobilier n'excède pas 220 000 euros, une réduction de 1 867 euros est accordée sur le total des droits calculés sur l'achat. Si le droit de vente dû est inférieur à 1 867 euros, la réduction des droits est réduite jusqu'au montant de ce droit de vente.
  Si le tarif réduit, visé à l'article 2.9.4.2.11, § 1er, alinéa 1er, n'est appliqué qu'à certains acquéreurs et que la base totale imposable du bien immobilier n'excède pas 200 000 euros, la réduction des droits de 1 867 euros est ramenée à la fraction de ces montants qui correspond à la quote-part des acquéreurs con-cernés dans l'achat total. Si le droit de vente payable par ces acquéreurs est infé-rieur à la fraction correspondante de 1 867 euros, la réduction des droits est ré-duite jusqu'au montant de la quote-part légale de ces acquéreurs dans le droit de vente total dû.
  Si le tarif réduit, visé à l'article 2.9.4.2.11, § 1er, alinéa 1er, n'est appliqué qu'à une partie de l'acquisition, et que la base totale imposable du bien immobilier n'excède pas 220 000 euros, la réduction des droits de 1 867 euros est ramenée à la fraction de ce montant qui correspond à la quote-part de l'acquisition à laquelle est appliqué le tarif réduit visé à l'article 2.9.4.2.11, § 1er, alinéa 1er.
  Pour les biens immobiliers situés sur le territoire des villes noyaux et des communes de la périphérie flamande de Bruxelles, visées à l'article 1.1.0.0.2, ali-néa 12, 8° et 9°, la réduction des droits, visée à l'alinéa 1er, est accordée si la base totale imposable du bien immobilier n'excède pas 240 000 euros. ".
Art. 37. Aan titel 5 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 december 2022, wordt een artikel 5.0.0.0.20 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.0.0.0.20. Artikel 2.9.4.2.11, § 1, eerste lid, en artikel 2.9.5.0.5, § 1, zijn van toepassing op overeenkomsten houdende zuivere aankoop gesloten vanaf 1 januari 2025, of, in afwijking daarvan, op authentieke akten verleden vanaf 1 januari 2025, wanneer de overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarop de akten betrekking hebben, gesloten zijn voor 1 januari 2025.".
Art. 37. Le titre 5 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 décembre 2022, est complété par un article 5.0.0.0.20, rédigé comme suit :
  " Art. 5.0.0.0.20. Les articles 2.9.4.2.11, § 1er, alinéa 1er, et 2.9.5.0.5, § 1er s'appliquent aux contrats d'acquisition pure conclus à partir du 1er janvier 2025 ou, par dérogation, aux actes authentiques passés à partir du 1er janvier 2025, lorsque les contrats d'acquisition pure auxquels ces actes se rapportent ont été conclus avant le 1er janvier 2025. ".
Afdeling 4. - Wijziging aan het verkooprecht voor beroepsverkopers
Section 4. - Modification du droit de vente pour les vendeurs professionnels
Art. 38. In artikel 2.9.4.2.4, § 1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2015, wordt de zinsnede "4%" vervangen door de zinsnede "6%".
Art. 38. A l'article 2.9.4.2.4, § 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 dé-cembre 2013, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 17 juillet 2015, le membre de phrase " 4 % " est remplacé par le membre de phrase " 6 % ".
Afdeling 5. - Afschaffing verlaagde tarieven verkooprecht en schenkbelasting voor gebouwen die energetische gerenoveerd worden
Section 5. - Suppression taux réduits droits de vente et droits de donation pour les bâtiments rénovés énergétiquement
Art. 39. In artikel 2.8.4.3.1, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2015 en gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 december 2017, wordt tussen de zinsnede "gedaan met ingang van 1 juli 2015" en de zinsnede ", berekend volgens het tarief" de zinsnede "en voor 1 januari 2025" ingevoegd.
Art. 39. A l'article 2.8.4.3.1, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 3 juillet 2015 et modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 8 décembre 2017, entre le membre de phrase " , faites à partir du 1er juillet 2015 " et le membre de phrase " , est calculé selon le tarif ", le membre de phrase " et avant le 1er janvier 2025 " est inséré.
Art. 40. In artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 december 2022, wordt tussen de zinsnede "wordt verminderd tot 1%" en de zinsnede "als aan al de volgende voorwaarden is voldaan" de zinsnede "voor verkoopovereenkomsten gesloten voor 1 januari 2025," ingevoegd.
Art. 40. A l'article 2.9.4.2.12, § 1er, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 18 mai 2018 et modifié en dernier lieu par le décret du 9 décembre 2022, entre le membre de phrase " est réduit jusqu'à 1 % " et le membre de phrase " s'il a été satisfait à toutes les conditions suivantes ", le membre de phrase " pour les contrats de vente conclus avant le 1er janvier 2025, " est insé-ré.
Afdeling 6. - Afschaffing van de fiscale voordelen voor onroerend erfgoed in de registratiebelasting
Section 6. - Suppression des avantages fiscaux dans l'impôt d'enregistrement sur le patrimoine immobilier
Art. 41. In artikel 2.8.4.4.1, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 21 april 2017, wordt tussen de zinsnede "onroerende goederen in het Vlaamse Gewest" en de zinsnede "berekend volgens het tarief" de zinsnede ", gedaan voor 1 januari 2025," ingevoegd.
Art. 41. A l'article 2.8.4.4.1, § 1er, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 21 avril 2017, entre le membre de phrase " biens immobiliers en Région flamande " et le membre de phrase " , est calculé selon le tarif ", est inséré le membre de phrase " effectué avant le 1er janvier 2025 ".
Art. 42. In artikel 2.9.4.2.10, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 april 2017 en gewijzigd bij het decreet van 18 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "Het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.1.1, wordt" en de zinsnede "gehalveerd voor verkrijgingen" de zinsnede "voor overeenkomsten gesloten voor 1 januari 2025" ingevoegd.
Art. 42. A l'article 2.9.4.2.10, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 avril 2017 et modifié en dernier lieu par le décret du 18 mai 2018, entre le membre de phrase " Le tarif, visé à l'article 2.9.4.1.1, " et le membre de phrase " est réduit de moitié ", est inséré le membre de phrase " pour les contrats de vente conclus avant le 1er janvier 2025, ".
Afdeling 7. - Afschaffing van de fiscale voordelen voor onroerend erfgoed in de personenbelasting
Section 7. - Suppression des avantages fiscaux dans l'impôt des personnes phy-siques sur le patrimoine immobilier
Art. 43. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van 10 april 1992 van de Inkomstenbelastingen, wordt onderafdeling IIseptdecies, die bestaat uit een artikel 145/36, opgeheven.
Art. 43. Au titre II, chapitre III, section Ire du Code des impôts sur les revenus du 10 avril 1992, la sous-section IIseptdecies, composée de l'article 145/36, est abrogée.
Art. 44. Artikel 145/36 van hetzelfde wetboek, vervangen door het Vlaams decreet van 20 april 2018, wordt opgeheven.
Art. 44. L'article 145/36 du même code, remplacé par le décret du 20 avril 2018, est abrogé.
Art. 45. In artikel 178, § 5, 4°, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het Vlaams decreet van 20 april 2018, wordt de zinsnede "en het bedrag, vermeld in artikel 145/36" opgeheven.
Art. 45. Dans l'article 178, § 5, 4°, du même code, modifié par le décret du 20 avril 2018, le membre de phrase " et le montant, visé à l'article 145/36 " est abrogé.
Art. 46. Artikel 63/18/9 van het Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen door het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018, wordt opgeheven.
Art. 46. L'article 63/18/9 de l'arrêté royal du 27 août 1993 portant exécution du Code des Impôts sur les Revenus 1992, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018, est abrogé.
Art. 47. In hoofdstuk 11 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 worden opgeheven:
  1° artikel 11.1.2, derde lid, 6°, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020;
  2 os Afdeling 9, die bestaat uit een artikel 11.9.1 tot en met 11.9.6, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018;
  3 os Onderafdeling 1, die bestaat uit een artikel 11.9.1, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018;
  4 os Onderafdeling 2, die bestaat uit een artikel 11.9.2 tot en met 11.9.6, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018;
  2° artikel 11.9.1 tot en met 11.9.6, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018.
Art. 47. Dans le chapitre 11 de l'arrêté relatif au patrimoine immobilier du 16 mai 2014 sont abrogés :
  1° l'article 11.1.2, alinéa 3, 6°, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020 ;
  2° la section 9, composée des articles 11.9.1 à 11.9.6, ajoutée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 ;
  3° la sous-section 1re, composée d'un article 11.9.1, ajoutée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 ;
  4° la sous-section 2, composée des articles 11.9.2 à 11.9.6, ajoutée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 ;
  5° les articles 11.9.1 à 11.9.6, ajoutés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018.
Art. 48. Deze afdeling is van toepassing op de belastbare tijdperken die aanvangen na 31 december 2024.
Art. 48. La présente section s'applique aux périodes imposables qui commencent après le 31 décembre 2024.
Afdeling 8. - Aanpassing belastingtarief automatische ontspanningstoestellen (categorie 1)
Section 8. - Adaptation taux d'imposition appareils automatiques de divertisse-ment (catégorie 1)
Art. 49. In artikel 2.13.4.0.1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 7 december 2018 en gewijzigd bij het decreet van 25 november 2022, wordt in de tabel de rij
  "
Art. 49. A l'article 2.13.4.0.1, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 7 décembre 2018 et modifié par le décret du 25 novembre 2022, dans le tableau, la ligne
  "
1 4000
1 4000
"
  vervangen door de rij
  "
1 4000
1 4000
"
  est remplacée par la ligne
  "
1 4600
1 4600
".
1 4600
1 4600
".
Afdeling 9. - Personenbelasting: opheffing van de belastingvermindering in de personenbelasting voor wijk-werken en dienstencheques
Section 9. - Impôt des personnes physiques : suppression de la réduction d'impôt des personnes physiques pour le travail social de proximité et les titres-services
Art. 50. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van 10 april 1992 van de Inkomstenbelastingen wordt onderafdeling IIquater, die bestaat uit artikel 145/21 tot en met 145/23, opgeheven.
Art. 50. Au titre II, chapitre III, section Ire du Code des impôts sur les revenus du 10 avril 1992, la sous-section IIquater, composée des articles 145/21 à 145/23, est abrogée.
Art. 51. Artikel 145/21 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2017 en het decreet van 20 december 2019, wordt opgeheven.
Art. 51. L'article 145/21 du même code, modifié par le décret du 7 juillet 2017 et le décret du 20 décembre 2019, est abrogé.
Art. 52. Artikel 145/22 van hetzelfde wetboek wordt opgeheven.
Art. 52. L'article 145/22 du même code est abrogé.
Art. 53. Artikel 145/23 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 145/23 du même code, modifié par le décret du 21 décembre 2018, est abrogé.
Afdeling 10. - Aanpassing tarieven kilometerheffing
Section 10. - Adaptation tarifs prélèvement kilométrique
Art. 54. In artikel 2.4.4.0.2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015 en gewijzigd bij de decreten van 20 december 2019 en 2 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt het getal "13" vervangen door het getal "13,5";
  2° in punt 4° wordt de tabel vervangen door de volgende tabel:
  "
Art. 54. A l'article 2.4.4.0.2, alinéa 1er, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, remplacé par le décret du 3 juillet 2015 et modifié par les décrets des 20 décembre 2019 et 2 avril 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, le nombre " 13 " est remplacé par le nombre " 13,5 " ;
  2° au point 4°, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
  "
maximaal toegestane totaalgewicht G
maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan 3,5 ton en lager dan 12 ton -10,1
maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan of gelijk aan 12 ton en niet hoger dan of gelijk aan 32 ton -1,7
maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan 32 ton 0,8
maximaal toegestane totaalgewicht G maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan 3,5 ton en lager dan 12 ton -10,1 maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan of gelijk aan 12 ton en niet hoger dan of gelijk aan 32 ton -1,7 maximaal toegestane totaalgewicht hoger dan 32 ton 0,8
";
  3° in punt 8° wordt de tabel vervangen door de volgende tabel:
  "
masse maximale autorisée G
masse maximale autorisée supérieure à 3,5 tonnes et inférieure à 12 tonnes -10,1
masse maximale autorisée supérieure ou égale à 12 tonnes et inférieure ou égale à 32 tonnes -1,7
masse maximale autorisée supérieure à 32 tonnes 0,8
masse maximale autorisée G masse maximale autorisée supérieure à 3,5 tonnes et inférieure à 12 tonnes -10,1 masse maximale autorisée supérieure ou égale à 12 tonnes et inférieure ou égale à 32 tonnes -1,7 masse maximale autorisée supérieure à 32 tonnes 0,8
" ;
  3° au point 8°, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
  "
EURO-emissieklasse Ex
EURO 6 of hoger 1,2
EURO 5 of EEV 2,2
EURO 4 3,4
EURO 3 6,6
overige EURO-emissieklassen 8,6
EURO-emissieklasse Ex EURO 6 of hoger 1,2 EURO 5 of EEV 2,2 EURO 4 3,4 EURO 3 6,6 overige EURO-emissieklassen 8,6
".
classe d'émission EURO Ex
EURO 6 ou supérieur 1,2
EURO 5 ou EEV 2,2
EURO 4 3,4
EURO 3 6,6
autres classes d'émission EURO 8,6
classe d'émission EURO Ex EURO 6 ou supérieur 1,2 EURO 5 ou EEV 2,2 EURO 4 3,4 EURO 3 6,6 autres classes d'émission EURO 8,6
".
Afdeling 11. - Beperkte indexatie werkingsmiddelen
Section 11. - Indexation limitée moyens de fonctionnement
Art. 55. § 1. Voor de werkingsmiddelen binnen de begroting van de Vlaamse Gemeenschap die geen loongebonden uitgaven uitmaken en waarvan de evolutie gekoppeld is aan de schommelingen van een prijsindexcijfer, wordt de indexaanpassing in het begrotingsjaar 2025, 2028 en 2029 voor 50 procent verrekend. In de begrotingsjaren 2026 en 2027 wordt geen indexaanpassing verrekend. [1 De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de gedeeltelijke verrekening of de niet-verrekening van indexaanpassingen in voorafgaande jaren. De in voorgaande bepaling bedoelde 50 procent geldt enkel voor de indexstijging ten opzichte van het voorgaande jaar.]1
  Het eerste lid is niet van toepassing op:
  1° de forfaitaire kostenvergoedingen, vermeld in artikel 16 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
  2° de kostenvergoeding, vermeld in artikel 65, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters;
  3° het zakgeld, vermeld in artikel 42 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
  4° de tarieven voor zakgeld als vermeld in bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
  5° het vrij besteedbaar bedrag, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 tot bepaling van het bedrag, de voorwaarden voor de toekenning en de wijze van vereffening van een vrij besteedbaar bedrag voor minderjarigen aan wie residentiële jeugdhulpverlening wordt geboden in voorzieningen die erkend zijn en gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  6° de tegemoetkoming in de installatiekost en de huurprijs voor woonbehoeftige huurders, vermeld in artikel 5.73. van de Vlaamse Codex Wonen van 17 juli 2020;
  7° de tegemoetkoming in de huurprijs voor kandidaat-huurders, vermeld in artikel 5.74. van de Vlaamse Codex Wonen van 17 juli 2020;
  8° de werkondersteunende maatregelen, vermeld in artikel 9 en de forfaitaire subsidie voor organisatieondersteunende maatregelen, vermeld in artikel 19 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
  9° de premie, vermeld in artikel 94, § 1, van de programmawet van 30 december 1988;
  10° de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 105 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
  11° de studietoelagen, vermeld in artikel 4 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  12° het instandhoudingsforfait, vermeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen.
  § 2. Voor de werkingsmiddelen binnen de begroting onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap die geen loongebonden uitgaven uitmaken en waarvan de evolutie gekoppeld is aan de schommelingen van een prijsindexcijfer wordt de indexaanpassing in het begrotingsjaar 2025, 2028 en 2029 voor 50 procent verrekend. In de begrotingsjaren 2026 en 2027 wordt geen indexaanpassing verrekend.
  Toepassing van het eerste lid houdt de niet-verrekening in van de indexaanpassing op:
  1° 40 procent van de aanpassingscoëfficiënt A2 van de werkingsmiddelen van het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 243, § 3, en artikel 324, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs;
  2° 40 procent van de aanpassingscoëfficiënt A van de werkingsmiddelen van het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in artikel 83 en 84 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en in artikel 8 van het besluit van 4 mei 2018 van de Vlaamse Regering betreffende het opleidingsaanbod, de structuur, organisatie en financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen.
  In afwijking van het eerste lid is de niet-verrekening van de indexaanpassing niet van toepassing op de werkingsmiddelen van het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs.
  
Art. 55. § 1er. Pour les moyens de fonctionnement au budget de la Communauté flamande qui ne constituent pas des dépenses liées aux salaires et dont l'évolution est liée aux fluctuations d'un indice des prix, l'indexation est effectuée à 50 % dans les années budgétaires 2025, 2028 et 2029. Dans les années budgétaires 2026 et 2027, aucune indexation n'est effectuée.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas dans les cas suivants :
  1° les indemnités forfaitaires, visées à l'article 16 du décret du 29 juin 2012 por-tant organisation du placement familial ;
  2° l'indemnité visée à l'article 65, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 novembre 2013 relatif aux subventions et aux conditions y afférentes pour la réalisation de services spécifiques par l'accueil familial et l'accueil en groupe de bébés et de bambins ;
  3° l'argent de poche, visé à l'article 42 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionne-ment des structures de l'aide à la jeunesse ;
  4° les taux de l'argent de poche, visés en annexe 3 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ;
  5° le montant librement utilisable, visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2008 déterminant le montant, les conditions d'octroi et le mode de liquidation d'un montant librement utilisable pour les mineurs aux-quels il est offert des services résidentiels de l'aide à la jeunesse dans des structures agréées et subventionnées par l'Agence flamande pour les Per-sonnes handicapées (" Vlaams Agentschap voor Personen met een Handi-cap ") ;
  6° l'intervention dans les frais d'installation et le loyer des locataires en quête de logement, visée à l'article 5.73. du Code flamand du Logement du 17 juillet 2020 ;
  7° l'intervention dans le loyer des candidats locataires, visée à l'article 5.74. du Code flamand du Logement du 17 juillet 2020 ;
  8° les mesures d'aide à l'emploi, visées à l'article 9 et la subvention forfaitaire pour mesures d'aide organisationnelle, visée à l'article 19 du décret du 12 juil-let 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;
  9° la prime, visée à l'article 94, § 1er, de la loi-programme du 30 décembre 1988 ;
  10° les interventions pour aides à la mobilité, visées à l'article 105 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
  11° les allocation d'études, visées à l'article 4 du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande ;
  12° le forfait de conservation, visé à l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement fla-mand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospi-talières.
  § 2. § 2. Pour les moyens de fonctionnement au budget d'enseignement de la Communauté flamande qui ne constituent pas des dépenses liées aux salaires et dont l'évolution est liée aux fluctuations d'un indice des prix, l'indexation est effec-tuée à 50 % dans les années budgétaires 2025, 2028 et 2029. Dans les années budgétaires 2026 et 2027, aucune indexation n'est effectuée. [1 Les dispositions qui précèdent ne portent pas préjudice à l'application partielle ou à la non-application des indexations dans des années précédentes. Les 50 pour cent visés à la disposition qui précède ne s'appliquent qu'à l'augmentation de l'indice par rapport à l'année précédente.]1
  L'application de l'alinéa 1er implique la non-application de l'indexation à :
  1° 40 pour cent du coefficient d'ajustement A2 des moyens de fonctionnement de l'enseignement secondaire ordinaire et spécial, visé à l'article 243, § 3, et à l'article 324, § 3, du Code de l'Enseignement secondaire ;
  2° 40 pour cent du coefficient d'ajustement A des moyens de fonctionnement de l'enseignement artistique à temps partiel, visé aux articles 83 et 84 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel et à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à la structure, à l'organisation et au financement de l'école royale de carillon Jef Denyn à Malines.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la non-application de l'indexation ne porte pas sur les moyens de fonctionnement de l'enseignement fondamental ordinaire et spécial.
  
HOOFDSTUK 6. - Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Landbouw
CHAPITRE 6. - Emploi, Economie, Science, Innovation et Agriculture
Afdeling 1. - Wijziging van de overgangsregeling voor de doelgroepvermindering voor oudere zittende werknemers
Section 1. - Modification du régime transitoire dans la réduction de groupe cible pour les travailleurs âgés en activité
Art. 56. In artikel 76, tweede lid, van het programmadecreet van 22 december 2023 bij de begroting 2024 wordt de zinsnede "oudere werknemers die op 30 juni 2024 minimaal 62 jaar zijn" vervangen door de zinsnede "oudere zittende werknemers die op 30 juni 2024 minimaal 62 jaar zijn" en wordt de zinsnede "30 juni 2028" vervangen door de zinsnede "30 juni 2025".
Art. 56. A l'article 76, alinéa 2, du décret-programme du 22 décembre 2023 ac-compagnant le budget 2024, le membre de phrase " travailleurs âgés qui ont au moins 62 ans au 30 juin 2024 " est remplacé par le membre de phrase " travail-leurs âgés en activité qui ont au moins 62 ans au 30 juin 2024 " et le membre de phrase " 30 juin 2028 " est remplacé par le membre de phrase " 30 juin 2025 ".
Afdeling 2. - Opheffing van de sectorale doelgroepvermindering voor huispersoneel
Section 2. - Suppression de la réduction de groupe cible sectorielle pour le person-nel domestique
Art. 57. In titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3, van de programmawet van 24 december 2002 (I) wordt onderafdeling 11, ingevoegd bij de wet van 24 april 2014, die bestaat uit artikel 353bis/11, opgeheven.
Art. 57. Au titre IV, chapitre 7, section 3, de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), la sous-section 11, insérée par la loi du 24 avril 2014, composée de l'article 353bis/11, est abrogée.
Afdeling 3. - Stopzetting maatregel Derde Arbeidscircuit (DAC)
Section 3. - Cessation mesure Troisième Circuit de Travail (TCT)
Art. 58. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om een opheffings- en vergoedingsregeling uit te vaardigen ten behoeve van werknemers met een DAC-statuut.
  Onder DAC-statuut wordt de regeling verstaan die is vastgesteld bij Koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.
Art. 58. Le Gouvernement flamand est habilité à établir un régime de suppression et d'indemnisation au bénéfice des travailleurs ayant un statut TCT.
  Par statut TCT, on entend le régime établi par l'arrêté royal n° 25 du 24 mars 1982 créant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non mar-chand.
Afdeling 4. - Stopzetting van de maatregel gesubsidieerde contractuelen (gesco)
Section 4. - Cessation mesure contractuels subventionnés (ACS)
Art. 59. In dit artikel wordt verstaan onder gescoregeling: de regeling die is vastgesteld bij:
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het Koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen.
  De werkgever kan werknemers die zijn tewerkgesteld overeenkomstig de gescoregeling niet meer vervangen met ingang van 1 februari 2025.
Art. 59. Dans le présent article, on entend par régime ASC : le régime établi par :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant généralisation du régime des contractuels subventionnés ;
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exécution de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de con-tractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux.
  L'employeur ne peut plus remplacer les travailleurs employés conformément au régime ACS à partir du 1er février 2025.
Art. 60. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2023, wordt opgeheven.
Art. 60. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant générali-sation du régime des contractuels subventionnés, modifié en dernier lieu par l'ar-rêté du Gouvernement flamand du 23 juin 2023, est abrogé.
Art. 61. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het Koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 februari 2015 wordt opgeheven.
Art. 61. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exécu-tion de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 février 2015, est abrogé.
Afdeling 5. - Hervorming Vlaams opleidingsverlof en verankering gemeenschappelijk initiatiefrecht
Section 5. - Réforme congé de formation flamand et ancrage droit d'initiative commun
Art. 62. In artikel 109 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, vervangen bij het decreet van 12 oktober 2018 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt d) vervangen door wat volgt:
  "d) de beroepskwalificerende trajecten, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader;";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "paragraaf 1, 1°, a), b) en e), 2°, 3° en 4° " vervangen door de zinsnede "paragraaf 1, 1°, a), b) en e), en 2° ";
  3° aan paragraaf 2 worden een vijfde, zesde en zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De arbeidsmarktgerichte opleidingen, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, geven recht op Vlaams opleidingsverlof als ze voldoen aan de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. Voor bedrijfsinterne opleidingen wordt het verkrijgen van een gunstig preadvies van de door de Vlaamse Regering aangeduide dienst als extra beperkende voorwaarde ingevoerd. Dat preadvies gaat de arbeidsmarktgerichtheid van de opleiding na. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de voorwaarden van het preadvies nader.
  De voorwaarden, vermeld in het vijfde lid, hebben minstens betrekking op de minimale duurtijd van de opleiding, de vorm van de opleiding, de kwaliteitsvereisten van de opleidingsverstrekker, de beoordelingscriteria naar arbeidsmarktgerichtheid en de aanmelding bij de dienst die aangeduid wordt door de Vlaamse Regering.
  De bedrijfsinterne opleidingen, vermeld in het vijfde lid, zijn opleidingen die de werkgever organiseert voor werknemers van de eigen onderneming en waarbij de geleerde vaardigheden primair in het belang zijn van het functioneren van de onderneming.".
Art. 62. A l'article 109 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, remplacé par le décret du 12 octobre 2018 et modifié par le décret du 19 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, 1°, le point d) est remplacé par ce qui suit :
  " d) les parcours de qualification professionnelle, visés à l'article 2, 2° du dé-cret du 26 avril 2019 relatif à la surveillance de la qualité des parcours de qualification professionnelle sur la base d'un cadre commun de qualité ; " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " aux paragraphes 1er, 1°, a), b) et e), 2°, 3° et 4° " est remplacé par le membre de phrase " au para-graphe 1er, 1°, a), b) et e) et 2° " ;
  3° le paragraphe 2 est complété par des alinéas 5, 6 et 7, rédigés comme suit :
  " Les formations axées sur le marché de l'emploi, visées au paragraphe 1er, 3° et 4°, donnent droit au congé de formation flamand si elles répondent aux conditions fixées par le Gouvernement flamand. Pour les formations internes à l'entreprise, l'obtention d'un préavis favorable du service désigné par le Gouvernement flamand est introduite comme condition restrictive supplémen-taire. Ce préavis examine l'orientation vers le marché du travail de la forma-tion. Le Gouvernement flamand arrête la procédure et les conditions du préa-vis.
  Les conditions visées à l'alinéa 5 concernent au moins la durée minimale de la formation, la forme de la formation, les exigences de qualité de l'opéra-teur de formation, les critères d'évaluation de l'orientation vers le marché du travail et la notification au service désigné par le Gouvernement flamand.
  Les formations internes à l'entreprise, visées à l'alinéa 5, sont des forma-tions organisées par l'employeur pour les travailleurs de sa propre entreprise et dont les compétences acquises sont principalement dans l'intérêt du fonc-tionnement de l'entreprise. "
Art. 63. In artikel 111 van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 12 oktober 2018, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
  " § 1. De werknemer beslist autonoom om een arbeidsmarktgerichte of loopbaangerichte opleiding te volgen in het kader van het Vlaams opleidingsverlof. De werknemer neemt hiervoor zelf initiatief of kan ingaan op een voorstel van zijn werkgever.
  De werknemer heeft het recht om op het werk afwezig te zijn, met behoud van het geplafonneerde loon dat op het gewone tijdstip moet worden uitbetaald, om opleiding te volgen, om te studeren of om examens af te leggen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de aanvraag en voor de afwezigheid op het werk.".
Art. 63. A l'article 111 de la même loi, remplacé par le décret du 12 octobre 2018, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le travailleur décide de manière autonome de suivre une formation axée sur le marché de l'emploi ou sur la carrière dans le cadre du congé de formation flamand. Le travailleur prend lui-même l'initiative ou peut répondre à une proposi-tion de son employeur.
  Le travailleur a le droit d'être absent du travail afin de suivre une formation, étudier ou passer des examens, tout en conservant le salaire plafonné qui doit être payé au moment habituel.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la demande et de l'absence au travail. "
Art. 64. Artikel 109 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd bij artikel 62 van dit decreet, is niet van toepassing op de al aangevatte opleidingen die op 1 september 2025 niet zijn afgerond.
Art. 64. L'article 109 de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, tel que modifié par l'article 62 du présent décret, ne s'ap-plique pas aux formations déjà entamées qui ne sont pas terminées au 1er septembre 2025.
HOOFDSTUK 7. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 7. - Bien-être, Santé publique et Famille
Afdeling 1. - Aanpassing van het Groeipakketdecreet van 2018 in kader van het regeerakkoord
Section 1. - Adaptation du décret Panier de croissance de 2018 dans le cadre de l'accord de gouvernement
Art. 65. In artikel 3, § 1, van het Groeipakketdecreet van 2018, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 23° wordt opgeheven;
  2° punt 35° wordt vervangen door wat volgt:
  "35° rechthebbend kind of rechthebbende leerling: een kind of leerling aan wie de kinderopvangtoeslag, de kleutertoeslag of de selectieve participatietoeslag wordt toegekend;";
  3° in punt 35° wordt de zinsnede ", de kleutertoeslag" opgeheven;
  4° in punt 38° worden de woorden "of aan de student bovenop de studietoelage ter ondersteuning van zijn deelname aan hoger onderwijs" opgeheven;
  5° in punt 44°, c), wordt de zinsnede ", de kleutertoeslagen" opgeheven.
Art. 65. A l'article 3, § 1er, du décret Panier de croissance de 2018, modifié en dernier lieu par le décret du 19 avril 2024, les modifications suivantes sont appor-tées :
  1° le point 23° est abrogé ;
  2° le point 35° est remplacé par ce qui suit :
  " 35° enfant ayant droit ou élève ayant droit : l'enfant ou l'élève bénéficiant de l'allocation pour accueil d'enfants, de l'allocation de jeune enfant ou de l'allocation de participation sélective ; " ;
  3° au point 35°, le membre de phrase " , l'allocation de jeune enfant " est abrogé ;
  4° au point 38°, les mots " ou à l'étudiant en sus de l'allocation d'études à l'appui de sa participation à l'enseignement supérieur " sont abrogés ;
  5° au point 44°, c), le membre de phrase " , les allocations de jeune enfant " est abrogé.
Art. 66. In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2019, 23 december 2021 en 16 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid wordt tussen de zinsnede "vanaf 1 januari 2020" en de zinsnede "jaarlijks op 1 september" de zinsnede "tot en met 31 december 2024" ingevoegd;
  2° in het vijfde lid wordt de zinsnede "In afwijking van het voorgaande lid start de jaarlijkse verhoging met een index van 2 procent, zoals opgenomen in het vorige lid, voor het bedrag" vervangen door de zinsnede "In afwijking van het voorgaande lid wordt het bedrag";
  3° in het vijfde lid wordt de zinsnede "vanaf 1 januari 2025" vervangen door de zinsnede "tot en met 31 december 2024 niet jaarlijks verhoogd met een index van 2 procent";
  4° een achtste lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De bedragen van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, vermeld in deel 1 en 3 van boek 2 en deel 2 van boek 5, die ingevolge de toepassing van het vierde tot en met zesde lid werden bekomen op 31 december 2024, worden vanaf 1 januari 2025 jaarlijks op 1 september aangepast overeenkomstig de procentuele stijging van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand juli van het jaar van de indexering, ten opzichte van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand juli van het jaar dat het jaar van de indexering voorafgaat, met een jaarlijkse minimale procentuele stijging van 2 procent.".
Art. 66. A l'article 4, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 20 dé-cembre 2019, 23 décembre 2021 et 16 décembre 2022, les modifications sui-vantes sont apportées :
  1° l'alinéa 4 est complété par le membre de phrase " jusqu'au 31 décembre 2024 " ;
  2° à l'alinéa 5, le membre de phrase " Par dérogation à l'alinéa précédent, la ma-joration annuelle d'un indice de 2 pour cent, telle que reprise à l'alinéa précé-dent, pour le montant " est remplacé par le membre de phrase " " Par déro-gation à l'alinéa précédent, le montant " ;
  3° à l'alinéa 5, le membre de phrase " commence à partir du 1er septembre 2025 " est remplacé par le membre de phrase " ne sont pas annuellement augmentés d'un indice de 2 pour cent jusqu'au 31 décembre 2024 " ;
  4° il est ajouté un alinéa 8, rédigé comme suit :
  " Les montants des allocations dans le cadre de la politique familiale, figurant aux parties 1 et 3 du livre 2 et à la partie 2 du livre 5, obtenus en application des alinéas 4 à 6 au 31 décembre 2024, sont ajustés annuellement au 1er septembre à partir du 1er janvier 2025, conformément à l'augmentation en pourcentage de l'indice santé lissé du mois de juillet de l'année de l'indexation, par rapport à l'indice santé lissé du mois de juillet de l'année précédant l'an-née de l'indexation, avec une augmentation annuelle minimale de 2 pour cent. "
Art. 67. In artikel 5 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht;
  1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid, wordt de zinsnede "en de kleutertoeslagen," telkens opgeheven;
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 67. A l'article 5 du même décret, les modifications suivantes sont apportées ;
  1° au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, le membre de phrase " et des allocations de jeune enfant, " est chaque fois abrogé ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 68. In artikel 27, § 1, punt 2°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, worden de woorden "en het daaraan voorafgaande schooljaar" opgeheven.
Art. 68. A l'article 27, § 1er, point 2°, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, les mots " et l'année scolaire précédente " sont abrogés.
Art. 69. In artikel 28, § 1, punt 2°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, worden de woorden "en het daaraan voorafgaande schooljaar" opgeheven.
Art. 69. A l'article 28, § 1er, point 2°, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, les mots " et l'année scolaire précédente " sont abrogés.
Art. 70. In artikel 30, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2019 en 3 juli 2020, wordt de zinsnede "en het daaraan voorafgaande schooljaar hetzij eveneens 30 al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest, hetzij minder dan 290 halve schooldagen aanwezig is geweest indien de leerling toen onderworpen was aan de leerplicht en gedurende dat schooljaar ingeschreven was in een kleuterschool, met uitzondering van de leerlingen bedoeld onder 27, § 2, 4°, van dit decreet" opgeheven.
Art. 70. A l'article 30, § 2, du même décret, modifié par les décrets du 22 mars 2019 et du 3 juillet 2020, le membre de phrase " et si, durant l'année scolaire précédente, il a soit également affiché une absence injustifiée de 30 demi-jours de classe répartis ou non, soit fréquenté l'école moins de 290 demi-jours de classe si l'élève était soumis à l'obligation scolaire et était inscrit dans une école maternelle pendant ladite année scolaire, à l'exception des élèves visés à l'article 27, § 2, 4°, du présent décret " est abrogé.
Art. 71. In artikel 34, § 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, wordt de zinsnede ", en als hij gedurende het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar in kwestie 30, al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest tijdens de lessen in de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, en/of het werkplekleren dat deel uitmaakt van de opleiding in de periode van 1 september tot en met 30 juni" opgeheven.
Art. 71. A l'article 34, § 2, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, le membre de phrase " , et si, durant l'année scolaire précé-dant l'année scolaire concernée, il a compté une absence injustifiée de 30 demi-jours de classe, répartis ou non, pendant les cours dans l'établissement d'ensei-gnement secondaire ordinaire ou spécial à temps plein agréé, financé ou subven-tionné ou l'établissement d'enseignement fondamental ordinaire ou spécial agréé, financé ou subventionné, et/ou pendant l'apprentissage sur le lieu de travail fai-sant partie de la formation dans la période du 1er septembre au 30 juin " est abrogé.
Art. 72. Aan artikel 39 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 6. In afwijking van dit artikel heeft een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, geen recht op een selectieve participatietoeslag als welbepaalde inkomsten, overeenkomstig artikel 38, § 3, door weging een bepaald bedrag overschrijden. De Vlaamse Regering bepaalt de inkomsten die daarvoor in aanmerking komen, de modaliteiten van de weging, en de Vlaamse Regering stelt het bedrag vast dat niet mag worden overschreden.".
Art. 72. L'article 39 du même décret est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. Par dérogation au présent article, un élève attributaire tel que visé à l'article 24, n'a pas droit à une allocation de participation sélective si certains revenus, conformément à l'article 38, § 3, dépassent un certain montant après pondéra-tion. Le Gouvernement flamand arrête les revenus qui entrent en ligne de compte et les modalités de la pondération, et fixe le montant qui ne doit pas être dépas-sé. ".
Art. 73. In hetzelfde decreet wordt boek 2, deel 2, titel 2, dat bestaat uit artikel 49 en 50, opgeheven.
Art. 73. Dans le même décret, le livre 2, partie 2, titre 2, comprenant les articles 49 et 50, est abrogé.
Art. 74. In hetzelfde decreet wordt boek 2, deel 3, titel 2, dat bestaat uit artikel 53 tot en met 56, opgeheven.
Art. 74. Dans le même décret, le livre 2, partie 3, titre 2, comprenant les articles 53 à 56, est abrogé.
Art. 75. In hetzelfde decreet wordt artikel 54 opgeheven.
Art. 75. Dans le même décret, l'article 54 est abrogé.
Art. 76. In artikel 62 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 76. A l'article 62 du même décret, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 77. Artikel 74 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 77. L'article 74 du même décret est abrogé.
Art. 78. In artikel 95 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2022 en 21 oktober 2022, wordt het zesde lid opgeheven.
Art. 78. A l'article 95 du même décret, modifié par les décrets des 1er juillet 2022 et 21 octobre 2022, l'alinéa 6 est abrogé.
HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur
Art. 79. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2025, met uitzondering van:
  1° artikel 7 en 8, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2023;
  2° artikel 15, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2024;
  [1 2° /1 artikel 28, dat van toepassing is vanaf het heffingsjaar 2026;]1
  3° artikel 31 en 32, die in werking treden op 1 januari 2025 en van toepassing zijn op de kosteloze beschikkingen die dagtekenen vanaf 1 januari 2025;
  4° artikel 33, dat in werking treedt op 1 januari 2025 en van toepassing is op de akten van eigendom die ten bate van de erflater of op zijn verzoek zijn verleden vanaf 1 januari 2025;
  5° artikel 50 tot en met 53, die van toepassing zijn op de belastbare tijdperken en die aanvangen na 31 december 2024;
  6° artikel 54, dat in werking treedt op 1 juli 2025;
  7° artikel 58 en 59, die in werking treden op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad;
  8° artikel 60 en 61, die in werking treden op 1 juli 2025;
  9° artikel 62 tot en met 64 en 68 tot en met 72, die in werking treden op 1 september 2025;
  10° artikel 65, 1°, 3° en 5°, 67, 74 en 78, die in werking treden op 1 januari 2026;
  11° artikel 65, 2° en 4°, 73, 76 en 77, die in werking treden op 1 augustus 2025, en die van toepassing zijn vanaf het academiejaar 2025-2026.
  
Art. 79. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2025, à l'exception des articles suivants :
  1° les articles 7 et 8, qui produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2023 ;
  2° l'article 15, qui produit ses effets à partir du 1er janvier 2024 ;
  [1 2° /1 l'article 28, qui s'applique à partir de l'année de redevance 2026 ;]1
  3° les articles 31 et 32, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2025 et s'appliquent aux dispositions gratuites datées à partir du 1er janvier 2025 ;
  4° l'article 33, qui entre en vigueur le 1er janvier 2025 et s'applique aux actes de propriété passés au bénéfice du testateur ou à sa demande à partir du 1er janvier 2025 ;
  5° les articles 50 à 53, qui s'appliquent aux périodes imposables commençant après le 31 décembre 2024 ;
  6° l'article 54, qui entre en vigueur le 1er juillet 2025 ;
  7° les articles 58 et 59, qui entrent en vigueur le dixième jour après leur publica-tion au Moniteur belge ;
  8° les articles 60 et 61, qui entrent en vigueur le 1er juillet 2025 ;
  9° les articles 62 à 64 et 68 à 72, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2025 ;
  10° les articles 65, 1°, 3° et 5°, 67, 74 et 78, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2026 ;
  11° les articles 65, 2° et 4°, 73, 76 et 77, qui entrent en vigueur le 1er août 2025, et qui s'appliquent à partir de l'année académique 2025-2026.