Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 DECEMBER 2024. - Koninklijk besluit genomen met het oog op het integreren van de inningsregels in het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en het bepalen van de werking van de Provisierekening btw
Titre
17 DECEMBRE 2024. - Arrêté royal visant à intégrer les règles de perception dans l'arrêté royal portant exécution du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et à déterminer le fonctionnement du Compte-provisions T.V.A.
Dokumentinformationen
Numac: 2024011600
Datum: 2024-12-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024011600
Date: 2024-12-17
Moniteur: Voir
Tekst (73)
Texte (73)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 20 december 2019 tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
CHAPITRE 1. - Modifications de l'arrêté royal du 20 décembre 2019 portant exécution du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 20 december 2019 tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen wordt vervangen als volgt:
  "Koninklijk besluit van 20 december 2019 tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en betreffende de werking van de Provisierekening btw".
Article 1er. L'intitulé de l'arrêté royal du 20 décembre 2019 portant exécution du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, est remplacé par ce qui suit :
  "Arrêté royal du 20 décembre 2019 portant exécution du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et relatif au fonctionnement du Compte-provisions T.V.A.".
Art. 2. De financiële rekening "Inning en Invordering" bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen is de financiële rekening van de dienst van de algemene administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die instaat voor de centralisatie van de betalingen bedoeld in artikel 18, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Art. 2. Le compte financier "Perception et Recouvrement" visé à l'article 15 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales est le compte financier du service de l'administration générale du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargé de la centralisation des paiements visés à l'article 18, §§ 1er et 2, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.
Afdeling 1. - Betalingen in toepassing van artikel 15 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Section 1ère. - Paiements en application de l'article 15 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Art. 3. In artikel 216, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt:
  "7° het bedrag dat wordt betaald op de financiële rekening van de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering.".
Art. 3. Dans l'article 216, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 mars 1927 portant exécution du Code des droits et taxes divers, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, le 7° est remplacé par ce qui suit :
  "7° Le montant payé sur le compte financier du Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement.".
Afdeling 2. - Betalingen in toepassing van artikel 15/1 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Section 2. - Paiements en application de l'article 15/1 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Onderafdeling 1. - Betalingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde Onderonderafdeling 1. - Betalingen op de financiële rekening van het "Inningscentrum - Centrale rekening btw"
Sous-section 1ère. - Paiements en matière de taxe sur la valeur ajoutée Sous-sous-section 1ère. - Paiements au compte financier du "Centre de perception - Compte central T.V.A."
Art. 3/1. Alvorens hun opname in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister als bedoeld in artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de betaling uitgevoerd, volgens de wijzen voorzien in artikel 15/1, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen op de financiële rekening BE41 6792 0036 4210 van het "Inningscentrum - Centrale rekening btw" voor de volgende sommen:
  1° de belasting over de toegevoegde waarde waarvan de opeisbaarheid voortvloeit uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde periodieke aangifte of de in artikel 53, § 1ter, zesde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde definitieve vervangende aangifte;
  2° de nalatigheidsinteresten verschuldigd overeenkomstig artikel 91, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, voor laattijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit de in de bepaling onder 1° bedoelde aangiftes voortvloeit, alsook de fiscale geldboeten voor laattijdige betaling van de belasting waarvan de opeisbaarheid voortvloeit uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde periodieke aangifte.
Art. 3/1. Avant leur reprise dans un registre de perception et recouvrement rendu exécutoire, visé à l'article 85 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, est effectué au compte financier BE41 6792 0036 4210 du "Centre de perception - Compte Central T.V.A.", selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, le paiement des sommes suivantes :
  1° la taxe sur la valeur ajoutée dont l'exigibilité résulte de la déclaration périodique visée à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée ou de la déclaration de substitution définitive visée à l'article 53, § 1erter, alinéa 6, du même Code ;
  2° les intérêts de retard dus conformément à l'article 91, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, pour paiement tardif de la taxe dont l'exigibilité résulte des déclarations visées au 1°, ainsi que les amendes fiscales pour paiement tardif de la taxe dont l'exigibilité résulte de la déclaration périodique visée à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2° du Code de la taxe sur la valeur ajoutée.
Art. 3/2. Iedere betaling uitgevoerd door of voor rekening van een belastingplichtige op de in artikel 3/1 bedoelde financiële rekening, wordt, niettegenstaande elke strijdige aangifte, geacht te zijn gedaan om te worden ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde Provisierekening btw, van die belastingplichtige.
  Onderonderafdeling 2. - Betalingen op de financiële rekening van "Inning NETP"
Art. 3/2. Tout paiement effectué par ou pour le compte d'un assujetti au compte financier visé à l'article 3/1 est, nonobstant toute déclaration contraire, réputé fait en vue d'être inscrit au Compte-provisions T.V.A. visé à l'article 83bis du Code de la taxe sur la valeur ajoutée de cet assujetti.
  Sous-sous-section 2. - Paiements au compte financier de "Perception NETP"
Art. 3/3. De betaling van de in de artikelen 58ter, § 6, vierde lid, 58quater, § 6, vierde lid en 58quinquies, § 6, vierde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde belastingen, waarvan de opeisbaarheid voortvloeit uit de in de artikelen 58ter, § 6, 58quater, § 6 en 58quinquies, § 6, van hetzelfde Wetboek, bedoelde aangifte, wordt uitgevoerd op de financiële rekening BE32 6792 0036 3402 van "Inning NETP", volgens de wijzen voorzien in artikel 15/1, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Art. 3/3. Le paiement des taxes visées aux articles 58ter, § 6, alinéa 4, 58quater, § 6, alinéa 4 et 58quinquies, § 6, alinéa 4, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, dont l'exigibilité résulte de la déclaration visée aux articles 58ter, § 6, 58quater, § 6 et 58quinquies, § 6, de ce même Code, est effectué sur le compte financier BE32 6792 0036 3402 de "Perception NETP", selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.
Onderafdeling 2. - Betalingen inzake de inkomstenbelastingen en de in de artikelen 1 en 249 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde voorheffingen
Sous-section 2. - Paiements en matière d'impôts sur les revenus et de précomptes visés aux articles 1er et 249 du Codes des impôts sur les revenus 1992
Art. 3/4. De betaling van inkomstenbelastingen en voorheffingen kan slechts gevraagd worden indien ze verschuldigd zijn in toepassing van een aangifte of in toepassing van een uitvoerbaar verklaard kohier.
Art. 3/4. Le paiement des impôts sur les revenus et des précomptes ne peut être exigé que s'ils sont dus en vertu d'une déclaration ou en vertu d'un rôle rendu exécutoire.
Art. 3/5. § 1. De niet-ingekohierde voorheffingen worden betaald volgens de wijzen voorzien in artikel 15/1, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen op de financiële rekening BE79 6792 0022 1033, wat de roerende voorheffing betreft en de financiële rekening BE85 6792 0036 3806, wat de bedrijfsvoorheffing betreft.
  § 2. Iedere niet in artikel 270, eerste lid, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde schuldenaar van bedrijfsvoorheffing ontvangt bij het verzenden van de aangifte bedrijfsvoorheffing een gestructureerde mededeling, die hij bij betaling van de bedrijfsvoorheffing dient te vermelden.
  De betalingen uitgevoerd op de financiële rekening BE85 6792 0036 3806 met vermelding van de in het eerste lid bedoelde gestructureerde mededeling, worden geacht gedaan te zijn voor rekening van de schuldenaar die door deze mededeling wordt geïdentificeerd.
  § 3. Bij het verzenden van de aangifte roerende voorheffing ontvangt de schuldenaar van de roerende voorheffing een gestructureerde mededeling, die hij bij betaling van de roerende voorheffing dient te vermelden.
  De betalingen uitgevoerd op de financiële rekening BE79 6792 0022 1033 met vermelding van de in het eerste lid bedoelde gestructureerde mededeling, worden geacht gedaan te zijn voor rekening van de schuldenaar die door deze mededeling wordt geïdentificeerd.
Art. 3/5. § 1er. Les précomptes non enrôlés sont payés, selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, sur le compte financier BE79 6792 0022 1033, concernant le précompte mobilier et sur le compte financier BE85 6792 0036 3806, concernant le précompte professionnel.
  § 2. Chaque redevable du précompte professionnel non visé à l'article 270, alinéa 1er, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, reçoit lors de la transmission de la déclaration au précompte professionnel, une communication structurée qu'il doit mentionner lors du paiement du précompte professionnel.
  Les paiements effectués sur le compte financier BE85 6792 0036 3806 avec mention de la communication structurée visée à l'alinéa 1er sont réputés avoir été effectués pour le compte du redevable identifié par cette communication structurée.
  § 3. Lors de la transmission de la déclaration du précompte mobilier, le redevable du précompte mobilier reçoit une communication structurée qu'il doit mentionner lors du paiement du précompte mobilier.
  Les paiements effectués sur le compte financier BE79 6792 0022 1033 mentionnant la communication structurée visée à l'alinéa 1er sont réputés avoir été effectués pour le compte du redevable identifié par cette communication.
Onderafdeling 3. - Betalingen inzake de voorafbetalingen
Sous-section 3. - Paiements en matière de versements anticipés
Art. 3/6. Voorafbetalingen als vermeld in de artikelen 157 tot en met 166 en 175 tot en met 177 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kunnen uitsluitend worden gedaan op de financiële rekening BE61 6792 0022 9117 van het 'Inningscentrum - Dienst Voorafbetalingen' op de wijzen bepaald in artikel 15/1, § 1, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
  De administratie stelt daarvoor een specifieke module op het beveiligd elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking, die de belastingplichtigen toestaat om de bij elke betaling van voorafbetalingen verplicht te gebruiken gestructureerde mededeling te bekomen, ongeacht de wijze waarop ze gebeurt. Wanneer hij niet in staat is om de gestructureerde mededeling te bekomen via de specifieke module, richt hij zich tot de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de rechtstreekse en onrechtstreekse contacten met de natuurlijke personen en de rechtspersonen over de inning van de voorafbetalingen om deze gestructureerde mededeling te bekomen.
  Betalingen op de in het eerste lid vermelde rekening met vermelding van een als in het tweede lid bedoelde gestructureerde mededeling worden geacht gedaan te zijn voor rekening van de belastingplichtige die bij de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de inning van de voorafbetalingen door deze gestructureerde mededeling is geïdentificeerd.
Art. 3/6. Les versements anticipés visés aux articles 157 à 166 et 175 à 177 du Code des impôts sur les revenus 1992 ne peuvent être effectués que sur le compte financier BE61 6792 0022 9117 du "Centre de Perception - Service Versements Anticipés" selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.
  L'administration met à disposition à cette fin un module spécifique sur la plateforme électronique sécurisée du Service public fédéral Finances, qui permet aux contribuables d'obtenir la communication structurée qui doit obligatoirement être utilisée lors de chaque versement anticipé, quelle que soit la manière dont il est effectué. S'il n'est pas en mesure d'obtenir la communication structurée via le module spécifique, il doit s'adresser au service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer les contacts directs et indirects avec les personnes physiques et les personnes morales concernant la perception des versements anticipés pour obtenir cette communication structurée.
  Les paiements sur le compte financier visé à l'alinéa 1er reprenant la mention de la communication structurée visée à l'alinéa 2 sont réputés avoir été effectués pour le compte du contribuable identifié par cette communication structurée auprès du service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer la perception des versements anticipés.
Art. 3/7. Voorafbetalingen zoals bedoeld in de artikelen 30, § 3 en 34, § 2, van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, kunnen uitsluitend worden gedaan op de wijzen bepaald door het koninklijk besluit van 7 juli 2024 tot uitvoering van de artikelen 30, § 3 en 34, § 2, van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen.
Art. 3/7. Les versements anticipés visés aux articles 30, § 3 et 34, § 2, de la loi du 19 décembre 2023 concernant l'introduction d'un impôt minimum pour les groupes d'entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure ne peuvent être effectués que de la manière prévue par l'arrêté royal du 7 juillet 2024 portant exécution des articles 30, § 3 et 34, § 2, de la loi du 19 décembre 2023 concernant l'introduction d'un impôt minimum pour les groupes d'entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure.
Onderafdeling 4. - Betalingen inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
Sous-section 4. - Paiements en matière de taxes assimilées aux impôts sur les revenus visées à l'article 1er du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus
Art. 3/8. De niet-ingekohierde belasting op de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschap en op de winstpremie voor de werknemers wordt betaald, volgens de wijzen voorzien in artikel 15/1, § 1, eerste lid, van Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen op de financiële rekening BE79 6792 0022 1033 van het "Inningscentrum - Dienst roerende voorheffing" met vermelding van een gestructureerde mededeling. Deze gestructureerde mededeling wordt bekomen via een specifieke module ter beschikking gesteld door de administratie op het beveiligd elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. Wanneer de belastingplichtige niet in staat is om de gestructureerde mededeling te bekomen via de specifieke module, richt hij zich tot de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de rechtstreekse en onrechtstreekse contacten met natuurlijke en rechtspersonen over de inning van deze belasting om deze gestructureerde mededeling te bekomen.
Art. 3/8. La taxe sur la participation des travailleurs au capital de la société et sur la prime bénéficiaire pour les travailleurs non enrôlée est payée, selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, sur le compte financier BE79 6792 0022 1033 du "Centre de Perception - Service du Précompte Mobilier", avec mention d'une communication structurée. Cette communication structurée est obtenue via un module spécifique mis à disposition par l'administration sur la plateforme électronique sécurisée du Service public fédéral Finances. Si le contribuable n'est pas en mesure d'obtenir la communication structurée via le module spécifique, il s'adresse au service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer les contacts directs et indirects avec les personnes physiques et les personnes morales concernant la perception de cette taxe pour obtenir cette communication structurée.
Art. 3/9. De niet-ingekohierde belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen, waarvoor de dienst van de belasting nog wordt verzekerd door de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt betaald volgens de wijzen voorzien in artikel 15/1, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen op de financiële rekening BE90 6792 0023 0632 van het Team Inning van het Regionaal Invorderingscentrum Brussel 2 met vermelding van een gestructureerde mededeling. Die gestructureerde mededeling wordt bekomen via een specifieke module ter beschikking gesteld door de administratie op het beveiligd elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën. Wanneer de belastingplichtige niet in staat is om de gestructureerde mededeling te bekomen via de specifieke module, richt hij zich tot de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de rechtstreekse en onrechtstreekse contacten met de natuurlijke personen en de rechtspersonen over inningsmateries voor het Brusselse Gewest om deze gestructureerde mededeling te bekomen.
Art. 3/9. La taxe sur les jeux et paris et la taxe sur les appareils automatiques de divertissement non enrôlées, pour lesquelles le service de la taxe est encore assuré par le Service public fédéral Finances, sont payées selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, sur le compte financier BE90 6792 0023 0632 du Team Perception du Centre régional de Recouvrement de Bruxelles 2, avec mention d'une communication structurée. Cette communication structurée est obtenue via un module spécifique mis à disposition par l'administration sur la plateforme électronique sécurisée du Service public fédéral Finances. Si le contribuable n'est pas en mesure d'obtenir la communication structurée via le module spécifique, il s'adresse au service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer les contacts directs et indirects avec les personnes physiques et les personnes morales concernant la perception pour la Région bruxelloise pour obtenir cette communication structurée.
Onderafdeling 5. - Betalingen inzake de diverse taksen bedoeld in Boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen
Sous-section 5. - Paiements en matière de taxes diverses visées au livre II du Code des droits et taxes divers
Art. 3/10. Alvorens hun opname in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister als bedoeld in artikel 20139 van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt de betaling van de diverse taksen bedoeld in boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen gedaan volgens de wijzen voorzien in artikel 15/1, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen op de volgende financiële rekeningen van het "Inningscentrum - Dienst Diverse taksen" :
  - de financiële rekening BE39 6792 0022 9319 voor de taks op de beursverrichtingen;
  - de financiële rekening BE15 6792 0023 0430 voor de taks op de inscheping van een luchtvaartuig;
  - de financiële rekening BE17 6792 0022 9521 voor de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen;
  - de financiële rekening BE70 6792 0022 9925 voor de jaarlijkse taks op de winstdeelnemingen;
  - de financiële rekening BE06 6792 0022 9622 voor de taks op het lange termijnsparen;
  - de financiële rekening BE48 6792 0023 0127 voor de taks op aanplakking;
  - de financiële rekening BE50 6792 0022 9218 voor de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen;
  - de financiële rekening BE92 6792 0022 9723 voor de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen;
  - de financiële rekening BE81 6792 0022 9824 voor de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen;
  - de financiële rekening BE37 6792 0023 0228 voor de jaarlijkse taks op de verzekeringsondernemingen.
  Wanneer een aangifte voor de in het eerste lid bedoelde diverse taksen elektronisch wordt verzonden, ontvangt de belastingplichtige van de taks een gestructureerd mededeling die hij bij de betaling van de taks moet vermelden.
  Wanneer de aangifte onder gesloten omslag wordt verzonden, vermeldt de belastingplichtige van de taks bij het betalen van de taks de betalingsreferenties vastgesteld door de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de rechtstreekse en onrechtstreekse contacten met natuurlijke personen en rechtspersonen over de inningsmateries.
  Betalingen op de in het eerste lid vermelde rekeningen met vermelding van een als in het tweede lid bedoelde gestructureerde mededeling worden geacht gedaan te zijn voor rekening van de schuldenaar die door deze gestructureerde mededeling bij het "Inningscentrum - Dienst Diverse taksen" is geïdentificeerd.
Art. 3/10. Avant leur reprise dans un registre de perception et recouvrement rendu exécutoire, visé à l'article 20139 du Code des droits et taxes divers, le paiement des taxes diverses visées au livre II du Code des droits et taxes divers est effectué, selon les modalités prévues à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, sur les comptes financiers suivants du "Centre de perception - Service des taxes diverses" :
  - le compte financier BE39 6792 0022 9319, pour la taxe sur les opérations de bourse ;
  - le compte financier BE15 6792 0023 0430, pour la taxe sur l'embarquement dans un aéronef ;
  - le compte financier BE17 6792 0022 9521, pour la taxe annuelle sur les opérations d'assurance ;
  - le compte financier BE70 6792 0022 9925, pour la taxe annuelle sur les participations bénéficiaires ;
  - le compte financier BE06 6792 0022 9622, pour la taxe sur l'épargne à long terme ;
  - le compte financier BE48 6792 0023 0127, pour la taxe d'affichage ;
  - le compte financier BE50 6792 0022 9218, pour la taxe annuelle sur les comptes-titres ;
  - le compte financier BE92 6792 0022 9723, pour la taxe annuelle sur les établissements de crédit ;
  - le compte financier BE81 6792 0022 9824, pour la taxe annuelle sur les organismes de placement collectif ;
  - le compte financier BE37 6792 0023 0228, pour la taxe annuelle sur les entreprises d'assurance.
  Lors de la transmission par voie électronique d'une déclaration en matière de taxes diverses visées à l'alinéa 1er, le redevable de la taxe reçoit une communication structurée qu'il doit mentionner lors du paiement de cette taxe.
  Lorsque la déclaration est transmise sous pli fermé, le redevable de la taxe mentionne, lors du paiement de la taxe, les références de paiement déterminées par le service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer les contacts directs et indirects avec les personnes physiques et les personnes morales concernant la perception.
  Les paiements effectués sur les comptes financiers visés à l'alinéa 1er avec mention de la communication structurée visée à l'alinéa 2 sont réputés avoir été effectués pour le compte du redevable identifié par cette communication structurée au "Centre de perception - Service taxes diverses".
Afdeling 3. - Betalingen via domiciliëring en uitwerkingsdatum van de betalingen via domiciliëring beoogd door artikel 15/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Section 3. - Paiements par domiciliation et date d'effet des paiements par domiciliation visés à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Onderafdeling 1. - Betalingen via domiciliëring
Sous-section 1. - Paiements par domiciliation
Art. 3/11. § 1. De in de artikelen 15, § 1, eerste lid, 4° en 15/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde betalingen via domiciliëring kunnen enkel worden uitgevoerd op de overeenkomstig de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk 2 van dit besluit bepaalde financiële rekeningen en zijn enkel mogelijk voor de verschuldigde sommen als fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarvoor de betalingswijze door de Algemene administratie van de inning en de invordering werd toegelaten.
  § 2. De administratie stelt een specifieke module op het beveiligd elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking, die de schuldenaren toestaat om het domiciliëringsmandaat dat aan de Federale Overheidsdienst Financiën gegeven wordt, te activeren voor de verschuldigde sommen als fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarvoor de betalingswijze door de Algemene administratie van de inning en de invordering werd toegelaten. Deze fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen worden opgelijst in de specifieke module; de lijst van deze fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen wordt eveneens gepubliceerd op de website van de Federale Overheidsdienst van Financiën.
  Wanneer de schuldenaar niet in de mogelijkheid is om toegang te krijgen tot de specifieke module, richt hij zich tot de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de rechtstreekse en onrechtstreekse contacten met natuurlijke personen en rechtspersonen over inningsmateries, met het oog op het geven van een in het eerste lid bedoeld domiciliëringsmandaat, aan de Federale Overheidsdienst Financiën.
  § 3. De niet-verplichte voorafgaande kennisgeving in de zin van artikel 15/2 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die naar de schuldenaar wordt verzonden door middel van het beveiligd elektronisch platform van de FOD Financiën, informeert hem over het exacte bedrag dat zal worden gedebiteerd, de rekening die zal worden gedebiteerd en de datum van de debitering.
  In het geval bedoeld in artikel 15/2, a) van hetzelfde Wetboek, wordt berekend na aanrekening, overeenkomstig artikel 3/15 van dit besluit, het exacte bedrag dat zal gedebiteerd worden, de bedragen die zijn ingeschreven op de Provisierekening btw van de belasting die verschuldigd is op basis van de aangifte, evenals van eventuele nalatigheidsinteresten voor laattijdige betaling van deze belasting.
Art. 3/11. § 1er. Les paiements par domiciliation visés aux articles 15, § 1er, alinéa 1er, 4° et 15/1, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales ne peuvent être effectués que sur les comptes financiers déterminés aux sections 1ère et 2 du chapitre 2 du présent arrêté, et ne sont possibles que pour les sommes dues à titre de créances fiscales et non fiscales pour lesquelles ce mode de paiement a été autorisé par l'Administration générale de la perception et du recouvrement.
  § 2. L'administration met à disposition un module spécifique sur la plateforme électronique sécurisée du Service public fédéral Finances, qui permet aux débiteurs d'activer le mandat de domiciliation donné au Service public fédéral Finances pour le paiement des sommes dues à titre de créances fiscales et non fiscales pour lesquelles ce mode de paiement a été autorisé par l'Administration générale de la perception et du recouvrement. Ces créances fiscales et non fiscales sont énumérées dans le module spécifique ; l'énumération de ces créances fiscales et non fiscales est également publiée sur le site internet du Service public fédéral Finances.
  Lorsque le débiteur n'est pas en mesure d'accéder au module spécifique, il s'adresse au service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer les contacts directs et indirects avec les personnes physiques et les personnes morales concernant la perception, en vue de donner au Service public fédéral Finances le mandat de domiciliation visé à l'alinéa 1er.
  § 3. La notification préalable non obligatoire au sens de l'article 15/2 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, qui est transmise au débiteur au moyen de la plateforme électronique sécurisée du SPF Finances, l'informe du montant exact qui sera prélevé, du compte qui sera débité et de la date du débit.
  Dans le cas visé à l'article 15/2, a) du même Code, le montant exact qui sera prélevé, est calculé après imputation, conformément à l'article 3/15 du présent arrêté, des montants inscrits au Compte-provisions T.V.A. sur la taxe due en vertu de la déclaration, ainsi que sur les éventuels intérêts de retard pour paiement tardif de cette taxe.
Onderafdeling 2. - Uitwerkingsdatum van de betalingen via domiciliëring beoogd door artikel 15/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Sous-section 2. - Date d'effet des paiements par domiciliation visée à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Art. 3/12. Voor de in artikel 15/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde domiciliëringen heeft de betaling van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen uitwerking op de datum van de debitering op voorwaarde dat de financiële rekening van de schuldenaar voldoende gecrediteerd is op het moment van debitering.
Art. 3/12. Pour les domiciliations visées à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, le paiement des créances fiscales et non fiscales produit ses effets à la date de prélèvement, à la condition que le compte financier du débiteur soit suffisamment crédité au moment du prélèvement.
Art. 3/13. In afwijking van artikel 3/12, heeft de in artikel 15/1, § 1, eerste lid, 3°, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde betaling via domiciliëring uitwerking op:
  1° voor de belasting over de toegevoegde waarde waarvan de opeisbaarheid voortvloeit uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde periodieke aangifte: op de vervaldag van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek bepaalde betaaltermijn op voorwaarde dat de aangifte binnen de termijn vastgesteld in uitvoering van artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of artikel 53octies, § 1, van hetzelfde Wetboek werd verzonden, en dat de financiële rekening van de schuldenaar voldoende gecrediteerd is op het moment van debitering;
  2° voor de roerende voorheffing waarvoor de opeisbaarheid voortvloeit uit artikel 267 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992: op de vervaldag van de betaaltermijn vastgesteld in artikel 412, eerste lid, van hetzelfde Wetboek op voorwaarde dat de aangifte werd verzonden binnen de termijn vastgesteld in uitvoering van artikel 312 van hetzelfde Wetboek en dat de financiële rekening van de schuldenaar voldoende gecrediteerd is op het moment van debitering;
  3° voor de bedrijfsvoorheffing waarvan de opeisbaarheid voortvloeit uit artikel 273, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992: op de vervaldag van de betaaltermijn vastgesteld in artikel 412, tweede of derde lid, van hetzelfde Wetboek op voorwaarde dat de aangifte werd verzonden binnen de termijn vastgesteld in uitvoering van artikel 312 van hetzelfde Wetboek en dat de financiële rekening van de schuldenaar voldoende gecrediteerd is op het moment van debitering.
Art. 3/13. Par dérogation à l'article 3/12, le paiement par domiciliation visée à l'article 15/1, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales produit ses effets :
  1° pour la taxe sur la valeur ajoutée dont l'exigibilité résulte de la déclaration périodique visée à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée : au jour de l'échéance du délai de paiement fixé à l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 3°, du même Code, à condition que la déclaration ait été transmise dans le délai fixé en exécution de l'article 53, § 1er, alinéa 1er, 2°, ou de l'article 53octies, § 1er, du même Code, et que le compte financier du débiteur soit suffisamment crédité au moment du prélèvement ;
  2° pour le précompte mobilier dont l'exigibilité résulte de l'article 267 du Code des impôts sur les revenus 1992 : au jour de l'échéance du délai de paiement fixé à l'article 412, alinéa 1er de ce même Code, à condition que la déclaration ait été transmise dans le délai fixé en exécution de l'article 312 de ce même Code et que le compte financier du débiteur soit suffisamment crédité au moment du prélèvement ;
  3° pour le précompte professionnel dont l'exigibilité résulte de l'article 273, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992 : au jour de l'échéance du délai de paiement fixé à l'article 412, alinéas 2 ou 3 de ce même Code, à condition que la déclaration ait été transmise dans le délai fixé en exécution de l'article 312 de ce même Code et que le compte financier du débiteur soit suffisamment crédité au moment du prélèvement.
Afdeling 4. - Werking van de Provisierekening btw
Section 4. - Fonctionnement du Compte-provisions T.V.A.
Onderafdeling 1. - Definitie
Sous-section 1ère. - Définition
Art. 3/14. Voor de toepassing van deze afdeling verstaat men onder "fiscale en niet-fiscale schulden" alle sommen verschuldigd als fiscale schuldvorderingen, in de zin van artikel 2, § 1, 7°, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, en alle sommen verschuldigd als niet-fiscale schuldvorderingen, in de zin van artikel 2, § 1, 8°, van hetzelfde Wetboek, waarvan de invordering wordt verzekerd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Art. 3/14. Pour l'application de la présente section, on entend par "dettes fiscales et non fiscales" toutes les sommes dues à titre de créances fiscales, au sens de l'article 2, § 1er, 7°, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, et toutes les sommes dues à titre de créances non fiscales au sens de l'article 2, § 1er, 8°, du même Code, dont le recouvrement est assuré par l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden en modaliteiten volgens dewelke de bedragen ingeschreven op de Provisierekening btw worden toegerekend tot betaling van de schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde
Sous-section 2. - Conditions et modalités selon lesquelles les montants inscrits au Compte-provisions T.V.A. sont affectés au paiement des dettes en matière de taxe sur la valeur ajoutée
Art. 3/15. De bedragen ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde Provisierekening btw van een belastingplichtige, worden automatisch, zonder formaliteiten, toegerekend op de sommen waarvan de betaling moet worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 3/1.
  De in het eerste lid bedoelde toerekening, heeft plaats, niettegenstaande elke strijdige verklaring van de belastingplichtige, in de volgende volgorde: op de nalatigheidsinteresten, op de fiscale boeten en op de overblijvende verschuldigde belasting.
  De in het eerste lid bedoelde toerekening gebeurt:
  1° voor de betalingen, op de datum waarop ze uitwerking hebben;
  2° voor de in artikel 83bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde overschotten van de maand of van het trimester:
  a) op de uiterste datum bepaald voor de indiening van de aangiften die aanleiding hebben gegeven tot deze overschotten, wanneer deze aangiften ten laatste op die datum zijn ingediend;
  b) op de indieningsdatum van de aangiften die aanleiding hebben gegeven tot deze overschotten, wanneer deze aangiften na de uiterste verzendingsdatum van deze aangiften zijn ingediend.
Art. 3/15. Les montants inscrits au Compte-provisions T.V.A., visé à l'article 83bis du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, d'un assujetti, sont automatiquement imputés sans formalité sur les sommes dont le paiement doit être effectué conformément à l'article 3/1.
  L'imputation visée à l'alinéa 1er a lieu, nonobstant toute déclaration contraire de l'assujetti, dans l'ordre suivant : sur les intérêts de retard, sur les amendes fiscales et sur les taxes restant dues.
  L'imputation visée à l'alinéa 1er est effectuée :
  1° pour les paiements, à la date à laquelle ils sortent leurs effets ;
  2° pour les excédents du mois ou du trimestre visés à l'article 83bis, alinéa 1er, 1°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée :
  a) à la date ultime fixée pour le dépôt des déclarations qui ont donné lieu à ces excédents, lorsque ces déclarations sont déposées au plus tard à cette date ;
  b) à la date de dépôt des déclarations qui ont donné lieu à ces excédents, lorsque ces déclarations sont déposées après la date ultime fixée pour le dépôt de ces déclarations.
Art. 3/16. Voor zover zij nog niet werden toegerekend overeenkomstig artikel 3/15, worden de bedragen ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde Provisierekening btw van een belastingplichtige, toegewezen zonder formaliteiten op de laatste werkdag van elk kalenderkwartaal tot betaling van de schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde omvattende de belasting, boetes, nalatigheidsinteresten en kosten, waarvan de belastingplichtige op wiens naam de Provisierekening wordt gehouden, de hoofdschuldenaar of medeschuldenaar is, en waarvan de betaling moet worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
  De in het eerste lid bedoelde toewijzing wordt beperkt tot het niet-betwiste deel van de schulden en heeft uitwerking op de valutadatum van de creditering op de financiële rekening "Inning en Invordering" bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Art. 3/16. Pour autant qu'ils n'aient pas encore été imputés conformément à l'article 3/15, les montants inscrits au Compte-provisions T.V.A., visé à l'article 83bis du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, d'un assujetti, sont affectés le dernier jour ouvrable de chaque trimestre civil, sans formalité, au paiement des dettes en matière de taxe sur la valeur ajoutée, consistant en taxe, amendes, intérêts de retard et frais, dont l'assujetti au nom duquel le Compte-provisions T.V.A. est tenu, est redevable à titre principal ou de codébiteur, et dont le paiement doit être effectué conformément à l'article 15 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.
  L'affectation visée à l'alinéa 1er est limitée à la partie non contestée des dettes, et produit ses effets à la date valeur du crédit au compte financier "Perception et Recouvrement" visé à l'article 15 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.
Onderafdeling 3. - Voorwaarden en modaliteiten van teruggave, met inbegrip van de overdracht op een financiële rekening toebehorende aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, van de bedragen ingeschreven op de Provisierekening btw
Sous-section 3. - Conditions et modalités de restitution, en ce compris par transfert à un compte financier relevant de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, des montants inscrits au Compte-provisions T.V.A.
Art. 3/17. Voor zover ze nog niet werden toegewezen tot betaling van schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde, bestaande uit belasting, boetes, nalatigheidsinteresten en kosten, waarvoor de belastingplichtige op wiens naam de Provisierekening btw wordt gehouden, de hoofdschuldenaar of medeschuldenaar is, worden de bedragen ingeschreven op de Provisierekening btw van die belastingplichtige, wanneer deze ervoor een verzoek doet via het beveiligd elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën of, wanneer het verzoek niet kan plaatsvinden via het beveiligd elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën omwille van overmacht of voor de belastingplichtige bedoeld in artikel 18, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, bij de bevoegde dienst van de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de rechtstreekse en onrechtstreekse contacten met natuurlijke personen en rechtspersonen over inningsmateries:
  1° terugbetaald aan de belastingplichtige, onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, binnen een termijn van 30 dagen vanaf zijn verzoek, onder de volgende voorwaarden:
  a) het terug te betalen bedrag bedraagt minimum 50 euro, en;
  b) de belastingplichtige heeft, ten laatste op de dag van zijn verzoek tot terugbetaling overeenkomstig artikel 81, § 1, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, aan de administratie een geldig bankrekeningnummer meegedeeld;
  2° overgemaakt op een van de financiële rekeningen toebehorende aan de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, met het oog op de toewijzing ervan tot betaling van de fiscale en niet-fiscale schulden waarvoor de belastingplichtige de hoofdschuldenaar of de medeschuldenaar is, ofwel tot toewijzing als voorafbetaling bedoeld in de artikelen 157 tot en met 166 en 175 tot en met 177 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, of in de artikelen 30 en 34 van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, op voorwaarde dat het over te dragen bedrag minimum 50 euro bedraagt. De overdracht heeft uitwerking op de valutadatum van de creditering van de betreffende financiële rekening.
  De terugbetaling of de overdracht van een in artikel 76, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoeld overschot, ingeschreven op de Provisierekening btw van de belastingplichtige overeenkomstig artikel 83bis, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, kan evenwel niet worden verkregen vóór het verstrijken van de in artikel 81, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde bedoelde termijn van ordonnancering van dit overschot.
Art. 3/17. Pour autant qu'ils n'aient pas encore été affectés au paiement des dettes en matière de taxe sur la valeur ajoutée, consistant en taxe, amendes, intérêts de retard et frais, dont l'assujetti au nom duquel le Compte-provisions T.V.A. est tenu, est redevable à titre principal ou de codébiteur, les montants inscrits sur le Compte-provisions T.V.A. de cet assujetti sont, lorsque celui-ci en fait la demande via la plateforme électronique sécurisée du Service public fédéral Finances ou, lorsque la demande ne peut pas être faite via la plateforme électronique sécurisée du Service public fédéral Finances pour cause de force majeure ou pour l'assujetti visé à l'article 18, § 2, de l'arrêté royal n° 1, du 29 décembre 1992, relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée, auprès du service compétent de l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer les contacts directs et indirects avec les personnes physiques et les personnes morales concernant la perception :
  1° remboursés à l'assujetti, sans préjudice de l'application de l'article 334 de la loi-programme du 27 décembre 2004, dans un délai de 30 jours à compter de sa demande, sous les conditions suivantes :
  a) le montant à rembourser atteint 50 euros, et ;
  b) l'assujetti a communiqué à l'administration, au plus tard au jour de sa demande de remboursement, conformément à l'article 81, § 1er, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté royal n° 4, du 29 décembre 1969, relatif aux restitutions en matière de taxe sur la valeur ajoutée, un numéro de compte bancaire valide ;
  2° transférés à un des comptes financiers relevant de l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, en vue soit de les affecter au paiement des dettes fiscales ou non fiscales dont l'assujetti est redevable à titre principal ou de codébiteur, soit de les affecter à titre de versements anticipés visés aux articles 157 à 166 et 175 à 177 du Code des impôts sur les revenus 1992 ou aux articles 30 et 34 de la loi du 19 décembre 2023 concernant l'introduction d'un impôt minimum pour les groupes d'entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure, sous la condition que le montant à transférer atteint 50 euros. Le transfert produit ses effets à la date valeur du crédit au compte financier concerné.
  Toutefois, le remboursement ou le transfert d'un excédent visé à l'article 76, § 1er, alinéa 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inscrit sur le Compte-provisions T.V.A. de l'assujetti conformément à l'article 83bis, alinéa 1er, 1°, du même Code, ne peut être obtenu avant la fin du délai d'ordonnancement de cet excédent visé à l'article 81, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 4, du 29 décembre 1969, relatif aux restitutions en matière de taxe sur la valeur ajoutée.
Onderafdeling 4. - Gevallen waarin de bedragen ingeschreven op de Provisierekening btw er niet langer worden ingeschreven
Sous-section 4. - Cas dans lesquels les montants inscrits au Compte-provisions T.V.A. cessent d'y être inscrits
Art. 3/18. Wanneer de Provisierekening btw van een belastingplichtige niet langer wordt gehouden in toepassing van artikel 83bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, worden de bedragen ingeschreven op de Provisierekening btw er niet langer ingeschreven en worden ze, onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, terugbetaald aan de belastingplichtige of de rechthebbende ten laatste binnen de zes maanden die volgen op de maand waarin de oorzaak van de stopzetting van het houden van de Provisierekening btw van de belastingplichtige plaatsvond.
  Worden niet terugbetaald, sommen lager dan 2,50 euro.
Art. 3/18. Lorsque le Compte-provisions T.V.A. d'un assujetti cesse d'être tenu en application de l'article 83bis du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, les montants inscrits sur le Compte-provisions T.V.A. de cet assujetti cessent d'y être inscrits et, sans préjudice de l'application de l'article 334 de la loi-programme du 27 décembre 2004, sont remboursés à l'assujetti ou à l'ayant-droit au plus tard dans les six mois qui suivent le mois au cours duquel la cause de cessation de tenue du Compte-provisions T.V.A. de l'assujetti a eu lieu.
  Ne sont toutefois pas remboursées, les sommes inférieures à 2,50 euros.
Art. 3/19. Wanneer de rechten van de Schatkist in gevaar zijn, kan worden beslist door de bevoegde ambtenaar van de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen dat de bedragen ingeschreven op de Provisierekening btw van een belastingplichtige er niet langer ingeschreven worden voor het bedrag van de fiscale en niet-fiscale schulden waarvoor deze belastingplichtige hoofdschuldenaar of medeschuldenaar is, met het oog op het toewijzen van deze bedragen tot de betaling van deze schulden.".
Art. 3/19. Lorsque les droits du Trésor sont en péril, il peut être décidé par le fonctionnaire compétent de l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales que les montants inscrits sur le Compte-provisions T.V.A. d'un assujetti cessent d'y être inscrits à concurrence du montant des dettes fiscales et non fiscales dont cet assujetti est redevable à titre principal ou de codébiteur, en vue de les affecter au paiement de ces dettes.".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 3 mars 1927 portant exécution du Code des droits et taxes divers
Art. 4. In artikel 2171 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de dienst vermeld in artikel 2407octiesdecies" telkens vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 4. Dans l'article 2171 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont chaque fois remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 5. In artikel 2171/1 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de dienst vermeld in artikel 2407octiesdecies" en de woorden "het kantoor" telkens respectievelijk vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering" en de woorden "de dienst".
Art. 5. Dans l'article 2171/1 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" et les mots "le bureau" sont chaque fois respectivement remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement" et les mots "le service".
Art. 6. In artikel 2171/2 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de dienst vermeld in artikel 2407octiesdecies" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 6. Dans l'article 2171/2 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 7. In artikel 2171/3 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de dienst vermeld in artikel 2407octiesdecies" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 7. Dans l'article 2171/3 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 8. In artikel 2171/4, tweede lid, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de dienst vermeld in artikel 2407octiesdecies" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 8. Dans l'article 2171/4, alinéa 2, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 9. Artikel 2241, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2241. De verbintenis van de aansprakelijke vertegenwoordiger waarvan sprake is in artikel 178, eerste lid, van het Wetboek wordt gericht aan de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering.".
Art. 9. L'article 2241, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 6 février 2022, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 2241. L'engagement du représentant responsable dont il est question à l'article 178, alinéa 1er, du Code est adressé au Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 10. Artikel 231 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 231. De reclame op muren, de lichtaankondigingen en de plakbrieven bepaald in artikel 191 van het Wetboek mogen niet aangeplakt of aangebracht worden alvorens een aangifte is ingediend bij de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering en de belasting betaald is, dit alles ingevolge de voorschriften van het koninklijk besluit van 20 december 2019 tot uitvoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.".
Art. 10. L'article 231 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 231. Les affiches murales, les affiches lumineuses et les affiches visées à l'article 191 du Code ne peuvent être apposées ou établies avant qu'une déclaration au Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement n'ait été déposée et que la taxe n'ait été payée, le tout conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 20 décembre 2019 portant exécution du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.".
Art. 11. In artikel 238, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de in artikel 2407octiesdecies bedoelde dienst" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 11. Dans l'article 238, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 12. In artikel 2407bis, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2022, worden de woorden "het kantoor bedoeld in artikel 2407octiesdecies" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 12. Dans l'article 2407bis, § 1er, alinéa 3, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 10 avril 2022, les mots "bureau visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 13. In artikel 2407ter van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de in artikel 2407octiesdecies bedoelde dienst" telkens vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 13. Dans l'article 2407ter du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont chaque fois remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 14. In artikel 2407quater van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de in artikel 2407octiesdecies bedoelde dienst" telkens vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 14. Dans l'article 2407quater du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont chaque fois remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 15. In artikel 2407quinquies, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de in artikel 2407octiesdecies bedoelde dienst" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 15. Dans l'article 2407quinquies, alinéa 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "le service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "le Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 16. In artikel 2407sexies van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de in artikel 2407octiesdecies bedoelde dienst" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 16. Dans l'article 2407sexies du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 17. In artikel 2407sexies1, derde lid, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022, worden de woorden "de in artikel 2407octiesdecies bedoelde dienst" vervangen door de woorden "de dienst diverse taksen van het inningscentrum van de Algemene administratie van de inning en invordering".
Art. 17. Dans l'article 2407sexies1, alinéa 3, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 février 2022, les mots "service visé à l'article 2407octiesdecies" sont remplacés par les mots "Service des taxes diverses du Centre de Perception de l'Administration générale de la perception et du recouvrement".
Art. 18. Artikel 2407octiesdecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2022, wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 2407octiesdecies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 6 février 2022 et modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2022, est abrogé.
Art. 19. In artikel 2407noniesdecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2022 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2022, worden de woorden "de dienst bedoeld in artikel 2407octiesdecies, eerste lid" telkens vervangen door de woorden "de dienst vermeld op het formulier".
Art. 19. A l'article 2407noniesdecies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 6 février 2022 et modifié par l'arrêté royal du 10 avril 2022, les mots "au service visé à l'article 2407octiesdecies, alinéa 1er" sont remplacés par les mots "au service mentionné sur le formulaire".
Art. 20. Artikel 240/12 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 december 2019, wordt opgeheven.
Art. 20. L'article 240/12 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 9 décembre 2019, est abrogé.
Art. 21. Artikel 240/13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 december 2019, wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 240/13 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 9 décembre 2019, est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992 du 27 août 1993
Art. 22. Artikel 67 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 november 2018, wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 67 de l'arrêté royal d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992 du 27 août 1993, remplacé par l'arrêté royal du 21 novembre 2018, est abrogé.
Art. 23. Artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2019, wordt opgeheven.
Art. 23. L'article 68 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 17 février 2019, est abrogé.
Art. 24. In artikel 70 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "door de in artikel 67 genoemde dienst" opgeheven en worden de woorden "die dienst" vervangen door de woorden "de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de inning van de voorafbetalingen";
  2° in het eerste lid, in de bepaling onder 2°, worden de woorden "in overeenstemming met de reglementaire bepalingen die zijn genomen in uitvoering van artikel 15/1 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen" ingevoegd tussen de woorden "overgeschreven bedragen," en de woorden ", terugbetalen, overschrijven naar";
  3° in het tweede lid worden de woorden "het "Inningscentrum - Dienst Voorafbetalingen"" vervangen door de woorden "de dienst van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen belast met het verzorgen van de inning van de voorafbetalingen".
Art. 24. Dans l'article 70, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 21 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, les mots "par le service désigné à l'article 67" sont abrogés et les mots "ce service" sont remplacés par les mots "le service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer la perception des versements anticipés" ;
  2° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots ", conformément aux dispositions réglementaires prises en exécution de l'article 15/1 du Code de recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales," sont insérés entre les mots " ou virés" et les mots "par le contribuable" ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots "le Centre de Perception - Service Versements Anticipés" sont remplacés par les mots "le service de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales chargé d'assurer la perception des versements anticipés".
Art. 25. Artikel 84 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2019, wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 84 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 17 février 2019, est abrogé.
Art. 26. In artikel 90 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "hoofdstuk III, afdeling III" vervangen door de woorden "het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en zijn uitvoeringsbesluit";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 4 worden de woorden "hoofdstuk III, afdeling III" vervangen door de woorden "het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en zijn uitvoeringsbesluit".
Art. 26. A l'article 90 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 13 mars 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "prévues au chapitre III, section III" sont remplacés par les mots" "du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et son arrêté d'exécution" ;
  2° le paragraphe 2 est abrogé ;
  3° dans le paragraphe 4, les mots "chapitre III, section III" sont remplacés par les mots "Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et de son arrêté d'exécution".
Art. 27. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, wordt afdeling III, die de artikelen 137 tot en met 141 omvat, opgeheven.
Art. 27. Dans le chapitre III du même arrêté, la section III, comportant les articles 137 à 141, est abrogée.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du 8 juillet 1970 portant règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus
Art. 28. Artikel 8 van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 december 2019, wordt aangevuld met de woorden "en hun uitvoeringsbesluiten".
Art. 28. L'article 8 de l'arrêté royal du 8 juillet 1970 portant règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 9 décembre 2019 est complété par les mots "et ses arrêtés d'exécution".
Art. 29. In artikel 35bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 mei 1978 en gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 20 juli 2000 en 17 februari 2019 worden de woorden "op de financiële rekening van het kantoor aangeduid door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde" opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 35bis, § 1er, alinéa 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 24 mai 1978 et modifié par les arrêtés du 20 juillet 2000 et 17 février 2019, les mots "au compte financier du bureau désigné par le Ministre des Finances ou son délégué," sont abrogés.
HOOFDSTUK 5. - Minimumbedrag van de in artikel 85, § 1, eerste lid van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde belastingschuld die aanleiding kan geven tot de invordering
CHAPITRE 5. - Montant minimum de la dette fiscale mentionnée à l'article 85, § 1er, alinéa 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée qui peut donner lieu à un recouvrement
Art. 30. Het minimumbedrag van de in artikel 85, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde belastingschuld die aanleiding kan geven tot invordering bedraagt 2,50 euro.
Art. 30. Le montant minimum de la dette fiscale mentionnée à l'article 85, § 1er, alinéa 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée qui peut donner lieu à un recouvrement s'élève à 2,50 euros.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 31. Het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wordt opgeheven.
Art. 31. L'arrêté royal n° 24 du 29 décembre 1992, relatif au paiement de la taxe sur la valeur ajoutée est abrogé.
Art. 32. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2025.
Art. 32. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er février 2025.
Art. 33. De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 33. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.