Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 OKTOBER 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, wat betreft de werkondersteunende maatregelen en de tijdelijke vergoedingsregeling
Titre
25 OCTOBRE 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 portant exécution du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle, en ce qui concerne les mesures d'aide à l'emploi et le régime indemnité temporaire
Dokumentinformationen
Numac: 2024010099
Datum: 2024-10-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024010099
Date: 2024-10-25
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt vervangen door:
  "2° advies collectief maatwerk: het advies collectief maatwerk, vermeld in artikel 12, tweede lid, van het besluit van 17 februari 2017;";
  2° er wordt een punt 2/1° ingevoegd dat luidt als volgt:
  "2/1° advies collectief maatwerk voor uiterst kwetsbare werknemers: het advies collectief maatwerk, vermeld in artikel 12, vierde lid, van het besluit van 17 februari 2017;".
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 portant exécution du décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° avis travail adapté collectif : l'avis travail adapté collectif, visé à l'article 12, alinéa 2, de l'arrêté du 17 février 2017 ; " ;
  2° il est inséré un point 2/1°, rédigé comme suit :
  " 2/1° avis travail adapté collectif pour travailleurs gravement défavorisés : l'avis travail adapté collectif, visé à l'article 12, alinéa 4, de l'arrêté du 17 février 2017 ; ".
Art. 2. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2, vijfde lid, wordt opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Als de VDAB de behoefte aan werkondersteunende maatregelen voor een periode van maximaal twee jaar vaststelt conform artikel 3, eerste lid, bedraagt de loonpremie 20% van het geplafonneerde referteloon gedurende het kwartaal van de beslissing en de daaropvolgende zeven kwartalen.
  Als de VDAB de behoefte aan werkondersteunende maatregelen voor een periode van maximaal twee jaar vaststelt conform artikel 3, en de behoefte aan een verhoogde loonpremie vaststelt op basis van de lijsten, vermeld in artikel 2, derde lid, 1° en 2°, of het advies collectief maatwerk voor uiterst kwetsbare werknemers, bedraagt de loonpremie 45% van het geplafonneerde referteloon gedurende het kwartaal van de beslissing en de daaropvolgende zeven kwartalen.".
Art. 2. A l'article 20 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2, alinéa 5, est abrogé ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Si le VDAB détermine le besoin de mesures d'aide à l'emploi pour une période de deux ans maximum conformément à l'article 3, alinéa 1er, la prime salariale s'élève à 20 % du salaire de référence plafonné pendant le trimestre de la décision et les sept trimestres suivants.
  Si le VDAB détermine le besoin de mesures d'aide à l'emploi pour une période de deux ans maximum conformément à l'article 3, et détermine la nécessité d'une prime salariale majorée sur la base des listes visées à l'article 2, alinéa 3, 1° et 2°, ou de l'avis travail adapté collectif pour travailleurs gravement défavorisés, la prime salariale s'élève à 45 % du salaire de référence plafonné pendant le trimestre de la décision et les sept trimestres suivants. ".
Art. 3. Artikel 20, § 2, vijfde lid, van hetzelfde besluit wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Als de behoefte aan werkondersteunende maatregelen voor een periode van maximaal twee jaar is vastgesteld conform artikel 3, eerste lid, bedraagt de loonpremie 20% van het geplafonneerde referteloon gedurende het kwartaal van de beslissing en de daaropvolgende zeven kwartalen.".
Art. 3. L'article 20, § 2, alinéa 5, du même arrêté est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Si le besoin de mesures d'aide à l'emploi pour une période de deux ans maximum est établi conformément à l'article 3, alinéa 1er, la prime salariale s'élève à 20 % du salaire de référence plafonné pendant le trimestre de la décision et les sept trimestres suivants. ".
Art. 4. In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 4. Dans l'article 20 du même arrêté, le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 5. In artikel 21, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024, wordt de zinsnede "een verenigingswerker als vermeld in artikel 2, 2°, van de wet van 24 december 2020 betreffende het verengingswerk" vervangen door de zinsnede "een persoon die wordt tewerkgesteld conform artikel 17 van het Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeider".
Art. 5. Dans l'article 21, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2024, le membre de phrase " un travailleur associatif tel que mentionné à l'article 2, 2°, de la loi du 24 décembre 2020 relative au travail associatif " est remplacé par le membre de phrase " une personne qui est occupée conformément à l'article 17 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs ".
Art. 6. Aan artikel 50, § 3, van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Als de VDAB de behoefte aan werkondersteunende maatregelen conform artikel 3 voor een periode van maximaal twee jaar vaststelt, en daarbij een begeleidingsbehoefte vaststelt in combinatie met een verhoogde loonpremie op basis van de lijsten, vermeld in artikel 2, derde lid, 1° en 2°, of het advies collectief maatwerk voor uiterst kwetsbare werknemers, bedraagt de begeleidingspremie bij een tewerkstelling bij dezelfde werkgever:
  1° 1930 euro per kwartaal tijdens de eerste periode, die gelijk is aan de periode van het kwartaal van de beslissing tot en met het vierde kwartaal na het kwartaal van de beslissing;
  2° 1030 euro per kwartaal tijdens de tweede periode, die begint vanaf het vijfde kwartaal van de beslissing tot en met het zevende kwartaal na het kwartaal van de beslissing."
Art. 6. L'article 50, § 3, du même arrêté, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Si le VDAB détermine le besoin de mesures d'aide à l'emploi pour une période de deux ans maximum conformément à l'article 3, et établit ainsi un besoin d'accompagnement en combinaison avec une prime salariale majorée sur la base des listes visées à l'article 2, alinéa 3, 1° et 2°, ou de l'avis travail adapté collectif pour travailleurs gravement défavorisés, la prime d'accompagnement pour un emploi auprès du même employeur s'élève à :
  1° 1 930 euros par trimestre pendant la première période, qui est la période allant du trimestre de la décision jusqu'au quatrième trimestre après le trimestre de la décision ;
  2° 1 030 euros par trimestre pendant la deuxième période, qui commence à partir du cinquième trimestre après le trimestre de la décision jusqu'au septième trimestre après le trimestre de la décision. "
Art. 7. Artikel 50, § 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 50, § 3, alinéa 3, du même arrêté est abrogé.
Art. 8. Aan artikel 64, § 3, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de VDAB de behoefte aan werkondersteunende maatregelen conform artikel 3 voor een periode van maximaal twee jaar vaststelt, en daarbij een begeleidingsbehoefte vaststelt in combinatie met een verhoogde loonpremie op basis van de lijsten, vermeld in artikel 2, derde lid, 1° en 2°, of het advies collectief maatwerk voor uiterst kwetsbare werknemers, bedraagt de ondersteuningspremie 45% van het gewaarborgd gemiddelde minimummaandinkomen. De ondersteuningspremie start op het ogenblik van het kwartaal van de beslissing en loopt tijdens de zeven daaropvolgende kwartalen.".
Art. 8. L'article 64, § 3 du même arrêté est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Si le VDAB détermine le besoin de mesures d'aide à l'emploi pour une période de deux ans maximum conformément à l'article 3, et établit ainsi un besoin d'accompagnement en combinaison avec une prime salariale majorée sur la base des listes visées à l'article 2, alinéa 3, 1° et 2°, ou de l'avis travail adapté collectif pour travailleurs gravement défavorisés, la prime de soutien s'élève à 45 % du revenu mensuel minimum moyen garanti. La prime de soutien commence au moment du trimestre de la décision et court pendant les sept trimestres suivants. ".
Art. 9. Artikel 64, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 64, § 3, alinéa 2, du même arrêté est abrogé.
Art. 10. In artikel 82 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De tijdelijke vergoeding wordt toegekend binnen de perken van het jaarlijkse begrotingskrediet en bedraagt 15.666,51 euro".";
  2° er worden een paragraaf 4 en paragraaf 5 toegevoegd die luiden als volgt:
  " § 4. De tijdelijke vergoeding, vermeld in paragraaf 2, evolueert binnen jaarlijkse begrotingskredieten, op dezelfde wijze en in dezelfde mate als de gezondheidsindex met als basismaand juni 2023. Het nieuwe bedrag heeft ingang na verloop van een wachtmaand.
  § 5. De tijdelijke vergoeding wordt toegekend met toepassing van besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
  Het departement voert op regelmatige basis, uiterlijk om de drie jaar, controles uit die gericht zijn op de naleving van de bepalingen van dit besluit, om de omvang van de vergoeding voor de inschakelingstrajecten te bepalen.
  De controles, vermeld in het tweede lid, zijn minimaal gericht op:
  1° de loonkosten van de begeleider;
  2° de loonkosten van de werknemer;
  3° de uitvoering van een inschakelingstraject dat gericht is op een competentieversterkende tewerkstelling en een kwaliteitsvolle begeleiding en het bereiken van doorstroom.
  De controle, vermeld in het tweede lid, kan aanleiding geven tot de herziening van de vergoeding, vermeld in artikel 82, § 2, tweede lid van dit besluit.
  Als de begunstigde van de tijdelijke vergoeding activiteiten verricht die zowel binnen als buiten het toepassingsgebied van deze dienst van algemeen economisch belang vallen, moet hij een gescheiden boekhouding voeren, waarin de kosten van en de inkomsten uit de dienst, en de kosten en inkomsten die met andere diensten verband houden, gescheiden worden aangegeven.
  De begunstigde van de tijdelijke vergoeding bewaart de informatiegegevens die betrekking hebben op de naleving van de voorwaarden van dit besluit gedurende minimaal tien jaar, na afloop van de periode van toewijzing.".
Art. 10. A l'article 82 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'indemnité temporaire est accordée dans les limites du crédit budgétaire annuel et s'élève à 15 666,51 euros. " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 4 et un paragraphe 5, rédigés comme suit :
  " § 4. L'indemnité temporaire, visée au paragraphe 2, évolue dans les limites des crédits budgétaires annuels, de la même manière et dans la même mesure que l'indice santé, le mois de référence étant juin 2023. Le nouveau montant prend effet à l'issue d'un mois d'attente.
  § 5. L'indemnité temporaire est accordée en application de la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe 2, du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général.
  Le département procède régulièrement, au moins tous les trois ans, à des contrôles du respect des dispositions du présent arrêté, afin de déterminer le montant de l'indemnité pour les trajets d'insertion.
  Les contrôles visés à l'alinéa 2 portent au moins sur :
  1° les coûts salariaux de l'accompagnateur ;
  2° les coûts salariaux du travailleur ;
  3° l'exécution d'un parcours d'insertion axé sur l'emploi de renforcement des compétences, l'accompagnement de qualité et la réalisation d'une transition.
  Le contrôle visé à l'alinéa 2 peut donner lieu à une révision de l'indemnité visée à l'article 82, § 2, alinéa 2, du présent arrêté.
  Si le bénéficiaire de l'indemnité temporaire effectue des activités à la fois dans et en dehors du champ d'application de ce service d'intérêt économique général, il doit tenir une comptabilité séparée, faisant apparaître distinctement les coûts et les revenus du service et les coûts et les revenus liés à d'autres services.
  Le bénéficiaire de l'indemnité temporaire conserve les informations relatives au respect des conditions du présent arrêté pendant au moins dix ans suivant la période d'octroi. ".
Art. 11. In artikel 93 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De tijdelijke vergoeding wordt toegekend binnen de perken van het jaarlijkse begrotingskrediet en omvat per voltijdsequivalent van een tewerkgestelde doelgroepwerknemer de volgende bestanddelen:
  1° een loonpremie die is berekend op het referteloon, vermeld in artikel 35 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling volgens het percentage zoals dit op de dag voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit is vastgesteld;
  2° een vaste begeleidingspremie van maximaal 617,96 euro per kwartaal per persoon met loonkosten in het kwartaal;
  3° een variabele begeleidingspremie per voltijdsequivalent van een tewerkgestelde doelgroepwerknemer met loonkosten in het kwartaal in kwestie, die bestaat uit:
  a) 1.349,69 euro per kwartaal voor een doelgroepwerknemer met een hoge intensiteit van begeleiding die op de dag voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit is vastgesteld;
  b) 759,40 euro per kwartaal voor een doelgroepwerknemer met een gemiddelde intensiteit van begeleiding op de dag voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.".
  2° er wordt een paragraaf 4 en een paragraaf 5 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 4. De vaste en de variabele begeleidingspremie van de tijdelijke vergoeding, vermeld in artikel 93, § 2, tweede lid, 3°, a) en b), volgen de evolutie van de gezondheidsindex met als basismaand juni 2023 en worden uitbetaald met inachtname van een wachtmaand.
  § 5. De tijdelijke vergoeding wordt toegekend met toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening.".
Art. 11. A l'article 93 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'indemnité temporaire est accordée dans les limites du crédit budgétaire annuel et comprend les éléments suivants par équivalent temps plein d'un travailleur de groupe cible employé :
  1° une prime salariale calculée sur la base du salaire de référence, visé à l'article 35 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2017 portant exécution du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective, selon le pourcentage tel qu'établi le jour précédant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  2° une prime d'accompagnement fixe de 617,96 euros maximum par trimestre par personne avec coûts salariaux au cours du trimestre ;
  3° une prime d'accompagnement variable par équivalent temps plein d'un travailleur de groupe cible employé avec coûts salariaux au cours du trimestre en question, composée de :
  a) 1 349,69 euros par trimestre pour un travailleur de groupe cible avec une forte intensité d'accompagnement, établie le jour précédant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ;
  b) 759,40 euros par trimestre pour un travailleur de groupe cible avec une intensité moyenne d'accompagnement au jour précédant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. ".
  2° il est ajouté un paragraphe 4 et un paragraphe 5, rédigés comme suit :
  " § 4. Les primes d'accompagnement fixe et variable de l'indemnité temporaire, visées à l'article 93, § 2, alinéa 2, 3°, a) et b), suivent l'évolution de l'indice santé, le mois de référence étant juin 2023, et sont payées sous réserve d'un mois d'attente.
  § 5. L'indemnité temporaire est accordée en application du règlement général d'exemption par catégorie. ".
Art. 12. Artikel 3, artikel 4, artikel 7 en artikel 9 treden in werking op 1 januari 2026.
  Artikel 10 en 11 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2024.
Art. 12. L'article 3, l'article 4, l'article 7 et l'article 9 entrent en vigueur le 1er janvier 2026.
  Les articles 10 et 11 produisent leurs effets le 1er octobre 2024.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions et le ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.