Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 JUNI 2024. - Besluit 2024/105 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende regeling van de mobiliteit in de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut. - Bruxelles Formation
Titre
20 JUIN 2024. - Arrêté 2024/105 du Collège de la Commission communautaire française fixant le régime de mobilité au sein de la Commission communautaire française et de son organisme d'intérêt public. - Bruxelles Formation
Dokumentinformationen
Numac: 2024008556
Datum: 2024-06-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024008556
Date: 2024-06-20
Moniteur: Voir
Tekst (52)
Texte (52)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt, met toepassing van artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet geregeld.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée aux articles 127 et 128 de celle-ci.
Art. 2. Elke betrekking bij de Franse Gemeenschapscommissie of Bruxelles Formation kan worden ingevuld via intra-institutionele mobiliteit onder de voorwaarden bepaald in dit besluit.
Art. 2. Aux conditions fixées par le présent arrêté, tout emploi au sein de la Commission communautaire française ou de Bruxelles Formation peut être pourvu par voie de mobilité intra-institutionnelle.
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie en Bruxelles Formation, met uitsluiting van de mandaathouders.
  Het is ook van toepassing op de stagiairs, wat de ambtshalve mobiliteit betreft.
Art. 3. Le présent arrêté est applicable aux fonctionnaires des services du Collège de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation, à l'exclusion des agents titulaires d'un mandat.
  Il est également applicable aux stagiaires pour ce qui concerne la mobilité d'office.
Art. 4. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Bruxelles Formation: Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding;
  2° de instelling: de Franse Gemeenschapscommissie of Bruxelles Formation;
  3° de ontvangende instelling: de instelling waarnaar het personeelslid wordt overgeplaatst;
  4° de instelling van herkomst: de instelling waartoe het personeelslid behoort vóór zijn overplaatsing;
  5° de leidend ambtenaar: de administrateur-generaal of de directeur-generaal van de instelling;
  6° personeelsleden: de ambtenaren en stagiairs van de twee instellingen;
  7° stagiair: de persoon die tot de stage is toegelaten met het oog op een eventuele vaste benoeming.
Art. 4. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° Bruxelles Formation : l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle.
  2° l'institution : la Commission communautaire française ou Bruxelles Formation ;
  3° l'institution d'accueil : l'institution dans laquelle le membre du personnel est transféré ;
  4° l'institution d'origine : l'institution dont le membre du personnel fait partie avant son transfert ;
  5° le fonctionnaire dirigeant : l'Administrateur général ou le Directeur général de l'institution.
  6° membres du personnel : les fonctionnaires et les stagiaires des deux institutions ;
  7° stagiaire : la personne admise au stage en vue de son éventuelle nomination à titre définitif.
HOOFDSTUK II. - Intra-institutionele mobiliteit
CHAPITRE II. - De la mobilité intra-institutionnelle
Afdeling 1. - Vrijwillige intra-institutionele mobiliteit
Section 1ère. - De la mobilité intra-institutionnelle volontaire
Onderafdeling 1. - Kandidaten voor vrijwillige intra-institutionele mobiliteit
Sous-section 1ère. - Des candidats à la mobilité intra-institutionnelle volontaire
Art. 5. Enkel de ambtenaren in dienstactiviteit die na hun evaluatie een vermelding kregen die op z'n minst gelijkwaardig is aan de vermelding "gunstig", komen in aanmerking voor een overplaatsing via vrijwillige intra-institutionele mobiliteit.
  Als de ambtenaar nog geen evaluatie heeft ontvangen, vindt er vooraf een tussentijds gesprek plaats bij de instelling van herkomst.
Art. 5. Sont seuls susceptibles d'être transférés par mobilité intra-institutionnelle volontaire, les fonctionnaires qui se trouvent dans une position d'activité de service et ont obtenu au moins une mention équivalente à la mention "favorable" au terme de leur évaluation.
  Si le fonctionnaire n'a pas encore reçu d'évaluation, un entretien intermédiaire préalable est organisé au sein de l'institution d'origine.
Art. 6. § 1. De kandidaat voor de vrijwillige intra-institutionele mobiliteit kan zich kandidaat stellen voor een vacant verklaarde betrekking die wordt opengesteld voor mobiliteit in een van de graden van niveau 1, niveau 2, niveau 2+ of niveau 3 van dezelfde graad als die waarvan hij titularis is.
  § 2. Wanneer de ontvangende instelling dit toelaat, mag de ambtenaar zich kandidaat stellen voor een openstaande betrekking van een hogere graad dan die waarvan hij titularis is.
  In dat geval zijn ook de bepalingen van het statuut van de ontvangende instelling met betrekking tot bevordering van toepassing.
  § 3. Wanneer de ontvangende instelling dit toelaat, komt de winnaar van een door de instelling van herkomst georganiseerd examen voor overgang in aanmerking voor de procedures van vrijwillige intra-institutionele mobiliteit.
Art. 6. § 1. Le candidat à la mobilité intra-institutionnelle volontaire peut se porter candidat pour un emploi déclaré vacant à la mobilité dans un emploi d'un des grades du niveau 1, du niveau 2, du niveau 2+ ou du niveau 3, du même grade que celui dont il est titulaire.
  § 2. Lorsque l'institution d'accueil le permet, le fonctionnaire peut postuler pour un emploi vacant d'un grade plus élevé que celui dont il est titulaire.
  Dans ce cas, les dispositions du statut de l'institution d'accueil relatives à la promotion s'appliquent également.
  § 3. Lorsque l'institution d'accueil le permet, le lauréat d'un concours d'accession organisé par l'institution d'origine est admissible aux procédures de mobilité intra-institutionnelle volontaire.
Onderafdeling 2. - Procedure
Sous-section 2. - De la procédure
Art. 7. Wanneer een betrekking vacant wordt verklaard, kan de ontvangende instelling gebruik maken van de vrijwillige intra-institutionele mobiliteit, volgens de statutaire bepalingen van de ontvangende instelling voor de toekenning van deze betrekking.
Art. 7. Lors de la déclaration de vacance d'un emploi, l'institution d'accueil peut faire appel à la voie de la mobilité intra-institutionnelle volontaire, conformément aux dispositions statutaires de l'institution d'accueil pour l'attribution de cet emploi.
Art. 8. De dienst belast met het personeelsbeheer, hierna het HRM genoemd, van de ontvangende instelling lanceert voor de betrekking die moet worden ingevuld via intra-institutionele mobiliteit een oproep tot kandidaatstelling aan de ambtenaren van de andere instelling.
Art. 8. Un appel aux candidats est lancé par le service assurant la gestion de personnel, ci-après nommé la GRH, de l'institution d'accueil, aux fonctionnaires de l'autre institution pour un emploi à pourvoir par la mobilité intra-institutionnelle.
Art. 9. De oproep tot kandidaatstelling wordt gepubliceerd op de intranetsites van de Franse Gemeenschapscommissie en Bruxelles Formation en wordt eventueel ook verspreid via elke andere mogelijke vorm van bekendmaking, toegankelijk voor de betrokken ambtenaren.
  De oproep vermeldt:
  1° de functieomschrijving;
  2° het vereiste profiel van de kandidaten;
  3° de termijn en de vorm waarin de kandidatuur moet worden ingediend.
Art. 9. L'appel aux candidats est publié sur les sites intranet de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation ainsi que, le cas échéant, au moyen de toute autre forme de publicité, accessible pour les fonctionnaires concernés.
  Il est précisé dans l'appel :
  1° la description de la fonction;
  2° le profil requis des candidats;
  3° le délai et la forme pour introduire une candidature.
Art. 10. § 1. Er wordt een selectieproef met een gesprek georganiseerd om te beoordelen of de technische vaardigheden en gedragsvaardigheden van de kandidaten overeenkomen met het gezochte profiel.
  Indien het aantal kandidaten die naar de betrekking in kwestie solliciteren dit rechtvaardigt of als de specificiteit van het aan te werven profiel dit vereist, kunnen er een of meer voorafgaande schiftingsproeven worden georganiseerd voordat de selectieproef wordt georganiseerd.
  Het slagingspercentage is vastgesteld op 60%. De geslaagde kandidaten moeten batig gerangschikt worden. De kandidaat die als eerste is gerangschikt, wordt geselecteerd.
  § 2. Wanneer een functie van niveau 2 of hoger is opengesteld voor mobiliteit, moeten de kandidaten voldoen aan de toegangsvoorwaarden tot de functie.
  § 3. Ter aanvulling: de bepalingen van het statuut van de ontvangende instelling betreffende werving en selectie zijn van toepassing op de selectieprocedure van intra-institutionele mobiliteit.
Art. 10. § 1er. Une épreuve de sélection consistant en un entretien est organisée afin d'évaluer l'adéquation des compétences techniques et comportementales des candidats avec le profil recherché.
  Si le nombre de candidats qui postulent pour l'emploi en question le justifie ou si la spécificité du profil à recruter l'exige, une (des) épreuve(s) préalables éliminatoire(s) peut(vent) être organisée(s) avant l'organisation de l'épreuve de sélection.
  Le seuil de réussite est fixé à 60%. Les candidats lauréats doivent être classés en ordre utile. Le candidat classé premier est sélectionné.
  § 2. Lorsqu'une fonction de niveau 2 ou supérieure est ouverte à la mobilité, les candidats doivent remplir les conditions d'accès à la fonction.
  § 3. A titre supplétif, les dispositions du statut de l'institution d'accueil concernant le recrutement et la sélection s'appliquent à la procédure de sélection de la mobilité intra-institutionnelle.
Art. 11. Het HRM bepaalt vooraf de aard van de proef en, indien van toepassing, de gedrags- en technische vaardigheden die met deze proeven verband houden, evenals hun weging.
Art. 11. La GRH détermine préalablement la nature de l'épreuve et le cas échéant les compétences comportementales et techniques qui se rapportent à ces épreuves, ainsi que leur pondération.
Art. 12. Indien een kandidaat wordt geselecteerd, treedt die in de ontvangende instelling in dienst op de datum die de leidend ambtenaar van de ontvangende instelling in overleg met de leidend ambtenaar van de instelling van herkomst heeft bepaald, en uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het resultaat van de selectie.
Art. 12. En cas de sélection d'un candidat, le candidat sélectionné entre en service dans l'institution d'accueil à une date fixée par le fonctionnaire dirigeant de l'institution d'accueil en concertation avec le fonctionnaire dirigeant de l'institution d'origine et au plus tard dans les trois mois de la notification du résultat de la sélection.
Art. 13. § 1. Intra-institutionele mobiliteit wordt definitief na een periode van zes maanden vanaf de datum van indiensttreding.
  Intussen is de ambtenaar die valt onder het toepassingsgebied van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie of van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie, met verlof voor intra-institutionele mobiliteit, overeenkomstig artikel 232/4 van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie of overeenkomstig artikel 152/8 van hoofdstuk Vter "Verlof voor intra-institutionele mobiliteit" van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie.
  § 2. Binnen de in § 1 bedoelde termijn kan de ambtenaar besluiten naar zijn instelling van herkomst terug te keren. Daartoe moet hij het HRM van de ontvangende instelling binnen vijf maanden na zijn indiensttreding in kennis stellen van zijn uitdrukkelijke besluit om naar zijn instelling van herkomst terug te keren.
  De ambtenaar keert dertig dagen nadat hij de ontvangende instelling van zijn besluit op de hoogte heeft gebracht, terug naar zijn instelling van herkomst. Die termijn kan in onderling overleg tussen de instelling van herkomst, de ontvangende instelling en de betrokken ambtenaar worden verkort.
  § 3. Binnen de in § 1 bedoelde termijn kan de ontvangende instelling besluiten dat de ambtenaar naar zijn instelling van herkomst moet terugkeren. Dat besluit wordt genomen door de leidend ambtenaar van de ontvangende instelling en wordt met redenen omkleed.
  De ambtenaar moet uiterlijk vijf maanden na zijn indiensttreding bij de ontvangende instelling van dat besluit in kennis worden gesteld.
  De ambtenaar keert dertig dagen na de kennisgeving terug naar zijn instelling van herkomst. Die termijn kan in onderling overleg tussen de instelling van herkomst, de ontvangende instelling en de betrokken ambtenaar worden verkort.
Art. 13. § 1er. La mobilité intra-institutionnelle devient définitive après écoulement d'un délai de six mois à compter de l'entrée en service.
  Dans l'intervalle, le fonctionnaire relevant du champ d'application de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 13 avril 1995 portant le statut administratif des fonctionnaires des services du Collège de la Commission communautaire française ou de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 20 octobre 1994 portant le statut des fonctionnaires des organismes d'intérêt public de la Commission communautaire française se trouve en congé pour mobilité intra-institutionnelle, conformément à l'article 232/4 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 13 avril 1995 portant le statut administratif des fonctionnaires des services du Collège de la Commission communautaire française ou conformément à l'article 152/8 du Chapitre Vter " Du congé pour mobilité intra-institutionnelle " de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 20 octobre 1994 portant le statut des fonctionnaires des organismes d'intérêt public de la Commission communautaire française.
  § 2. Dans le délai visé au § 1er, le fonctionnaire peut décider de retourner dans son institution d'origine. Pour ce faire, il doit, dans les cinq mois après l'entrée en service, informer la GRH de l'institution d'accueil de sa décision explicite de retourner dans son institution d'origine.
  Le retour dans l'institution d'origine a lieu trente jours après la notification de sa décision à l'institution d'accueil. Ce délai peut être raccourci de commun accord entre l'institution d'origine, l'institution d'accueil et le fonctionnaire concerné.
  § 3. Dans le délai visé au § 1er, l'institution d'accueil peut décider que le fonctionnaire doit retourner dans son institution d'origine. Cette décision doit être prise par le fonctionnaire dirigeant de l'institution d'accueil et doit être motivée.
  Cette décision doit être notifiée au fonctionnaire au plus tard cinq mois après son entrée en service auprès de l'institution d'accueil.
  Le retour dans l'institution d'origine a lieu trente jours après la notification au fonctionnaire. Ce délai peut être raccourci de commun accord entre l'institution d'origine, l'institution d'accueil et le fonctionnaire concerné.
Afdeling 2. - Ambtshalve mobiliteit
Section 2. - De la mobilité d'office
Art. 14. Kunnen ambtshalve worden overgeplaatst:
  1° de personeelsleden die elke aanwijzing voor een betrekking hebben verloren ten gevolge van:
  a) de afschaffing van hun instelling of een deel ervan;
  b) de afschaffing van betrekkingen in het organisatorisch kader of het personeelsplan van hun instelling;
  c) het verstrijken van de voor een disponibiliteit of voor een verlof wegens opdracht vastgestelde termijn;
  d) de overdracht van bevoegdheden van een instelling naar een andere;
  2° de personeelsleden die definitief ongeschikt zijn verklaard voor de uitoefening van hun ambt maar die in aanmerking komen om andere functies uit te oefenen, verenigbaar met hun gezondheidstoestand.
Art. 14. Peuvent être transférés d'office :
  1° les membres du personnel qui ont perdu toute affectation à un emploi par suite :
  a) de la suppression de tout ou partie de leur institution;
  b) de la suppression d'emplois au cadre organique ou au plan de personnel de leur institution;
  c) de l'expiration du terme assigné à une disponibilité ou à un congé pour mission;
  d) du transfert de compétences d'une institution à une autre institution.
  2° les membres du personnel déclarés définitivement inaptes à exercer leurs fonctions mais susceptibles d'exercer d'autres fonctions compatibles avec leur état de santé.
Art. 15. De in artikel 14 bedoelde personeelsleden worden overgeplaatst bij besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie.
  De benoemende autoriteit in de instelling van herkomst wijst de personeelsleden aan die in aanmerking komen voor een ambtshalve overplaatsing overeenkomstig artikel 14.
Art. 15. Les membres du personnel visés à l'article 14 sont transférés par arrêté du Collège de la Commission communautaire française.
  L'autorité qui exerce le pouvoir de nomination dans l'institution d'origine désigne les membres du personnel susceptibles d'être transférés d'office conformément à l'article 14.
Art. 16. De in artikel 14, 1°, a) en b), bedoelde personeelsleden zijn de personeelsleden die een graad bekleden die overeenstemt met de geschrapte betrekkingen.
  In het geval, vermeld in artikel 14, 1°, d), vindt de overplaatsing van de personeelsleden van de instelling waarvan de bevoegdheden zijn overgegaan, plaats naar de instelling waaraan deze bevoegdheden zijn toegekend.
Art. 16. Les membres du personnel visés à l'article 14, 1°, a) et b), sont ceux qui sont titulaires d'un grade correspondant aux emplois supprimés.
  Dans le cas visé à l'article 14,1°, d, le transfert des membres du personnel de l'institution dont les compétences ont été transférées a lieu vers l'institution à laquelle ces compétences ont été attribuées.
Art. 17. Voor de in artikel 16 bedoelde personeelsleden vindt de overplaatsing plaats volgens de onderstaande rangschikking:
  1° het personeelslid met de minste dienstanciënniteit;
  2° bij gelijke dienstanciënniteit, het personeelslid met de minste graadanciënniteit;
  3° bij gelijke graadanciënniteit, het jongste personeelslid.
Art. 17. Le transfert se réalise pour les membres du personnel visés à l'article 16 selon l'ordre suivant :
  1° le membre du personnel dont l'ancienneté de service est la moins élevée;
  2° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel dont l'ancienneté de grade est la moins élevée;
  3° à égalité d'ancienneté de grade, le membre du personnel le moins âgé.
Art. 18. De in artikel 14, 2°, bedoelde personeelsleden die om gezondheidsredenen ongeschikt zijn bevonden voor de uitoefening van hun functie, mogen alleen worden overgeplaatst om een functie te vervullen die verenigbaar is met hun gezondheidstoestand.
Art. 18. Les membres du personnel visés à l'article 14, 2° qui, pour des raisons de santé, ont été reconnus inaptes à exercer leurs fonctions, ne peuvent être transférés que pour accomplir des fonctions compatibles avec leur état de santé.
Art. 19. De ontvangende instelling kan een personeelslid een opleiding doen volgen om zijn overplaatsing mogelijk te maken. De kosten van deze opleiding zijn ten laste van de ontvangende instelling.
Art. 19. L'institution d'accueil peut imposer au membre du personnel de suivre une formation en vue de rendre son transfert possible. Le coût de cette formation est à charge de l'institution d'accueil.
Art. 20. § 1. Totdat de beslissing tot overplaatsing is uitgevoerd, blijft het personeelslid verbonden aan zijn instelling van herkomst, die verder zijn bezoldiging vereffent en uitbetaalt. Voor het personeelslid blijven de statutaire bepalingen, de bezoldigingsregeling en de pensioenregeling gelden die van toepassing zijn bij de instelling van herkomst. Het personeelslid kan er zijn rechten op bevordering laten gelden.
  § 2. Het in artikel 14, 2°, bedoelde personeelslid kan zijn rechten op bevordering evenwel enkel laten gelden voor de uitoefening van functies die verenigbaar zijn met zijn gezondheidstoestand.
Art. 20. § 1er. Jusqu'à l'exécution de la décision de transfert, le membre du personnel reste attaché à son institution d'origine qui continue à liquider et à payer sa rémunération. Il reste soumis aux dispositions statutaires et pécuniaires ainsi qu'au régime de pensions qui y sont applicables. Il peut y faire valoir ses titres à la promotion.
  § 2. Le membre du personnel visé à l'article 14,2°, ne peut toutefois faire valoir ses titres à la promotion que pour accomplir des fonctions compatibles avec son état de santé.
Art. 21. De statutaire bepalingen met betrekking tot de overplaatsing en herplaatsing van personeelsleden hebben voorrang op de regels inzake ambtshalve mobiliteit.
Art. 21. Les dispositions statutaires relatives à la mutation et à la réaffectation des membres du personnel s'appliquent de manière prioritaire par rapport aux règles de mobilité d'office.
Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake overplaatsing
Section 3. - Dispositions communes en matière de transfert
Art. 22. De betrekking waarin de overplaatsing kan plaatsvinden, moet definitief vacant zijn.
Art. 22. L'emploi dans lequel peut s'effectuer le transfert doit être définitivement vacant.
Art. 23. Wanneer de toegang tot een vacante betrekking afhankelijk is van het slagen voor een test of een geschiktheidsproef, kan de kandidaat enkel worden overgeplaatst volgens de voorwaarden en modaliteiten die gelden bij de ontvangende instelling.
Art. 23. Lorsque l'accès à un emploi vacant est subordonné à la réussite d'un test ou d'une épreuve d'aptitude, le candidat ne pourra être transféré qu'aux conditions et modalités applicables à l'institution d'accueil.
Art. 24. De autoriteit die de benoemingsbevoegdheid in de ontvangende instelling uitoefent, neemt een individueel overplaatsingsbesluit dat bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Een afschrift wordt ter kennisgeving gestuurd naar de autoriteit die dezelfde bevoegdheid in de instelling van herkomst uitoefent.
Art. 24. L'autorité qui exerce le pouvoir de nomination dans l'institution d'accueil prend un arrêté individuel de transfert publié au Moniteur belge par voie d'extrait.
  Une copie est envoyée pour information à l'autorité qui exerce le même pouvoir dans l'institution d'origine.
Art. 25. De overplaatsing brengt van rechtswege de benoeming mee in de graad die verbonden is aan de betrekking waarin het personeelslid wordt overgeplaatst.
  De overgeplaatste ambtenaar behoudt de administratieve en geldelijke anciënniteit die hij voor zijn overplaatsing heeft verworven.
Art. 25. Le transfert emporte de plein droit nomination au grade de l'emploi dans lequel le membre du personnel est transféré.
  L'agent transféré conserve les anciennetés administrative et pécuniaire qu'il a acquises avant son transfert.
Art. 26. Op de overgeplaatste ambtenaar zijn de statutaire en geldelijke bepalingen die in zijn instelling van herkomst voor hem golden, niet meer van toepassing. Onverminderd de toepassing van de bepalingen in artikel 28, verliest de overgeplaatste ambtenaar eveneens het genot van de voordelen, van welke aard ook, waarop hij aanspraak kon maken bij zijn instelling van herkomst.
  Hij behoudt echter de voordelen die hem als verworven rechten krachtens wetten of bijzondere reglementeringen werden toegekend vóór zijn eventuele overplaatsing.
  In zijn nieuwe functie behoudt de ambtenaar voor het lopende jaar het recht op de jaarlijkse verlofdagen die overeenkomen met het saldo dat hij genoot in zijn instelling van herkomst op de datum van zijn indiensttreding.
Art. 26. L'agent transféré n'est plus soumis aux dispositions statutaires et pécuniaires qui lui étaient applicables dans son institution d'origine. Sans préjudice de l'application des dispositions prévues à l'article 28, il perd également le bénéfice des avantages, de quelque nature qu'ils soient, qui lui étaient applicables dans son institution d'origine.
  Il conserve toutefois le bénéfice des avantages qui lui ont été octroyés en tant que droits acquis, en vertu de lois ou de réglementations particulières, avant son transfert éventuel.
  Dans sa nouvelle fonction, l'agent conserve, pour l'année en cours, le droit aux jours de congé annuel correspondant au solde dont il bénéficiait dans son institution d'origine à la date de son entrée en service.
Art. 27. Indien de overgeplaatste ambtenaar bij zijn instelling van herkomst titularis was van een graad of weddeschaal die duidelijk verschillen van de graad of weddeschaal die gelden bij de ontvangende instelling, wordt de gelijkwaardigheid vastgesteld door het College op basis van de overeenstemmende graad of weddeschaal bij de ontvangende instelling.
Art. 27. Si, dans son institution d'origine, le grade ou l'échelle de l'agent transféré diffère manifestement du grade ou de l'échelle existant dans l'institution d'accueil, l'équivalence est déterminée par le Collège sur la base du grade ou de l'échelle correspondant de ladite institution d'accueil.
Art. 28. Als de kandidaat voor overplaatsing in zijn instelling van herkomst redelijke aanpassingen in zijn werk heeft, stelt hij het HRM en de Referent Handicap van de ontvangende instelling hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. De ontvangende instelling zal dan dezelfde aanpassingen in het werk of gelijkwaardige aanpassingen in het werk aanbrengen, tenzij om gegronde redenen wordt vastgesteld dat deze ongepast of onevenredig zijn.
  Als ambtshalve mobiliteit als redelijke aanpassing wordt overwogen, is het de verantwoordelijkheid van het HRM van de instelling van herkomst om het HRM en de Referent Handicap van de ontvangende instelling hiervan op de hoogte te stellen, zodat de twee instellingen vóór de overplaatsing van de ambtenaar samen de mogelijkheden voor redelijke aanpassingen binnen de ontvangende instelling kunnen onderzoeken, rekening houdend met alle elementen van de context van de nieuwe functie die aan de kandidaat wordt aangeboden. Dat onderzoek kan ook worden uitgevoerd in samenwerking met de arbeidsgeneesheer.
  Als het onmogelijk blijkt om redelijke aanpassingen in het werk te handhaven of aan te brengen, wordt de betrokken ambtenaar niet overgeplaatst en blijft hij bij de instelling van herkomst.
Art. 28. Si le candidat au transfert bénéficie d'aménagements raisonnables ou d'adaptations de son travail dans son institution d'origine, il en informe dès que possible la GRH et le Référent Handicap de l'institution d'accueil qui procède aux mêmes aménagements/adaptations du travail ou à des aménagements/adaptations du travail équivalents, sauf constat motivé de leur caractère inapproprié ou disproportionné.
  Si une mobilité d'office est envisagée à titre d'aménagement raisonnable, il reviendra à la GRH de l'institution d'origine d'en informer la GRH et le Référent Handicap de l'institution d'accueil afin que les deux institutions puissent examiner ensemble et préalablement au transfert de l'agent, les possibilités d'aménagements raisonnables au sein de l'institution d'accueil en tenant compte de tous les éléments de contexte du nouveau travail qui est proposé au candidat. Cet examen peut également se réaliser avec la collaboration de la médecine du travail.
  S'il s'avère qu'il n'est pas possible de maintenir ou de procéder à des aménagements raisonnables/adaptations du travail, l'agent concerné ne sera pas transféré et restera dans son institution d'origine.
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie
CHAPITRE III. - Modifications de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 20 octobre 1994 portant le statut des fonctionnaires des organismes d'intérêt public de la Commission communautaire française
Art. 29. In het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie wordt in de titel van deel VII tussen de woorden "Overplaatsing, wedertewerkstelling en" en het woord "mobiliteit" het woord "intra-institutionele" ingevoegd.
Art. 29. Dans l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 20 octobre 1994 portant le statut des fonctionnaires des organismes d'intérêt public de la Commission communautaire française, l'intitulé de la partie VII - De la mutation, de la réaffectation et de la mobilité est complété par le mot " intra-institutionnelle ".
Art. 30. Afdeling 2 - "Mobiliteit" van deel VII van hetzelfde besluit, die artikel 65 omvat, wordt vervangen door de volgende afdeling:
  "Afdeling 2. - Intra-institutionele mobiliteit.
Art. 30. La section 2. - Mobilité de la Partie VII du même arrêté, comprenant l'article 65, est remplacée par la section suivante :
  " Section 2. - Mobilité intra-institutionnelle.
Art. 65. De voorwaarden voor mobiliteit tussen de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut worden uiteengezet in besluit 2024/105 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 6 juni 2024 houdende regeling van de mobiliteit in de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut - Bruxelles Formation."
Art. 65. Les conditions de mobilité entre la Commission communautaire française et son organisme d'intérêt public sont fixées dans l'arrêté 2024/105 du Collège de la Commission communautaire française du 6 juin 2024 fixant le régime de mobilité au sein de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation ".
Art. 31. In deel XVI "Administratieve standen, afwezigheden en verloven" van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Vter toegevoegd, dat artikel 152septies omvat, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk Vter. Verlof voor intra-institutionele mobiliteit
Art. 31. Dans la partie XVI " Des positions administratives, des absences et des congés " du même arrêté, il est ajouté un chapitre Vter comprenant l'article 152septies rédigé comme suit :
  " Chapitre Vter. Du congé pour mobilité intra-institutionnelle
Art. 152septies. § 1. De ambtenaar die zijn functie verlaat in het kader van intra-institutionele mobiliteit, geniet verlof voor intra-institutionele mobiliteit gedurende maximaal zes maanden vanaf de datum van zijn indiensttreding bij de ontvangende instelling in de zin van besluit 2024/105 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende regeling van de mobiliteit in de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut - Bruxelles Formation.
  § 2. De maximale duur van dat verlof is zes maanden. Als de ambtenaar niet binnen deze periode weer aan het werk gaat bij de instelling die hem verlof voor intra-institutionele mobiliteit heeft toegekend, wordt de overplaatsing definitief.
  § 3. Dit verlof wordt niet bezoldigd en wordt bij terugkeer uit dit verlof gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit."
Art. 152septies. § 1er. Le fonctionnaire qui quitte sa fonction dans le cadre de la mobilité intra-institutionnelle se trouve en congé pour mobilité intra-institutionnelle pendant maximum six mois à dater de son entrée en service auprès de l'institution d'accueil au sens de l'arrêté 2024/105 du Collège de la Commission communautaire française fixant le régime de mobilité au sein de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation.
  § 2. La durée de ce congé est de six mois maximum. Si le fonctionnaire ne reprend pas le service dans ce délai au sein de l'institution qui lui a octroyé le congé pour mobilité intra-institutionnelle, le transfert devient définitif.
  § 3. Ce congé n'est pas rémunéré et est assimilé à une période d'activité de service au retour de ce congé ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie
CHAPITRE IV. - Modifications de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 13 avril 1995 portant le statut des fonctionnaires des services du Collège de la Commission communautaire française
Art. 32. In artikel 5/2, § 4, van het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, ingevoegd bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 2 maart 2023, worden tussen het woord "overplaatsing" en de woorden "of indienstneming" de woorden ", intra-institutionele mobiliteit" ingevoegd.
Art. 32. Dans l'article 5/2 § 4 de l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 13 avril 1995 portant le statut des fonctionnaires des services du Collège de la Commission communautaire française, inséré par l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 2 mars 2023, les mots " ,mobilité intra-institutionnelle " sont insérés entre les mots " mutation " et " ou engagement ".
Art. 33. In artikel 53 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 2 maart 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° In het eerste lid worden tussen het woord "overplaatsing" en de woorden "of indienstneming" de woorden ", intra-institutionele mobiliteit" ingevoegd;
  2° In het tweede lid worden de woorden "of aan overplaatsing" vervangen door de woorden ", aan overplaatsing of aan intra-institutionele mobiliteit";
  3° Een derde en een vierde lid worden toegevoegd, die luiden als volgt: "Wanneer een betrekking vacant is geworden in een graad die geen wervingsgraad is, wordt voorrang gegeven aan de bevordering door verhoging in graad van de ambtenaren van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie of aan overplaatsing.
  Als dat niet mogelijk is, kan een beroep worden gedaan op intra-institutionele mobiliteit."
Art. 33. Dans l'article 53 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Collège de la Commission communautaire française du 2 mars 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Dans l'alinéa 1er, les mots " ,mobilité intra-institutionnelle " sont insérés entre les mots " mutation " et " ou engagement " ;
  2° Dans l'alinéa 2, les mots " ou à la mutation " sont remplacés par les mot " à la mutation ou à la mobilité intra-institutionnelle ".
  3° Il est inséré un alinéa 3 et un alinéa 4 rédigés comme suit : " lorsqu'un emploi dans un grade qui n'est pas un grade de recrutement est devenu vacant, il est recouru, par priorité, à la promotion par avancement de grade des fonctionnaires des services du Collège de la Commission communautaire française ou à la mutation.
  A défaut, il peut être recouru à la mobilité intra-institutionnelle ".
Art. 34. In hetzelfde besluit wordt een artikel 59/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 59/1. De intra-institutionele mobiliteit wordt voorzien in artikel 65 van dit besluit en vastgelegd in besluit 2024/105 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 6 juni 2024 houdende regeling van de mobiliteit in de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut - Bruxelles Formation."
Art. 34. Dans le même arrêté, il est inséré un article 59/1 rédigé comme suit : " Art.59/1. La mobilité intra-institutionnelle est celle prévue à l'article 65 du présent arrêté et fixée dans l'arrêté 2024/105 du Collège de la Commission communautaire française du 6 juin 2024 fixant le régime de mobilité au sein de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation ".
Art. 35. In hetzelfde besluit wordt in de titel van deel VII tussen de woorden "Overplaatsing, wedertewerkstelling en" en het woord "mobiliteit" het woord "intra-institutionele" ingevoegd.
Art. 35. Dans le même arrêté, l'intitulé de la partie VII - de l'affectation, de la mutation de la réaffectation et de la mobilité est complété par le mot " intra-institutionnelle ".
Art. 36. Afdeling 2 - "Mobiliteit" van deel VII van hetzelfde besluit, die artikel 65 omvat, wordt vervangen door de volgende afdeling: "Afdeling II. Intra-institutionele mobiliteit. Art. 65. De voorwaarden voor mobiliteit tussen de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut worden uiteengezet in besluit 2024/105 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende regeling van de mobiliteit in de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut - Bruxelles Formation.
Art. 36. La section II Mobilité de la Partie VII du même arrêté, comprenant l'article 65, est remplacée par la section suivante : " Section II. Mobilité intra-institutionnelle. Art.65. Les conditions de mobilité entre la Commission communautaire française et son organisme d'intérêt public sont fixées dans l'arrêté 2024/105 du Collège de la Commission communautaire française fixant le régime de mobilité au sein de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation
Art. 37. Artikel 144 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 18 december 2014, 2 mei 2019 en 17 mei 2022, wordt aangevuld met een punt 19°, dat luidt als volgt: "19° verlof voor intra-institutionele mobiliteit (bij terugkeer van dit verlof)."
Art. 37. L'article 144 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Collège de la Commission communautaire française des 18 décembre 2014, 2 mai 2019 et 17 mai 2022, est complété par un 19° rédigé comme suit : " 19° Congé pour mobilité intra-institutionnelle (au retour de ce congé) ".
Art. 38. In deel XVI "Administratieve standen, afwezigheden en verloven", hoofdstuk VI "De verloven van lange duur" van hetzelfde besluit wordt een afdeling 6 toegevoegd, die artikel 232/4 omvat en als volgt luidt:
  "Afdeling 6. Verlof voor intra-institutionele mobiliteit.
Art. 38. Dans la partie XVI " Des positions administratives, des absences et des congés ", chapitre VI " Des congés de longue durée " du même arrêté, il est ajouté une section 6 comprenant l'article 232/4 rédigée comme suit :
  " Section 6. Du congé pour mobilité intra-institutionnelle
Art. 232/4. § 1. De ambtenaar die zijn functie verlaat in het kader van intra-institutionele mobiliteit, geniet verlof voor intra-institutionele mobiliteit gedurende maximaal zes maanden vanaf de datum van zijn indiensttreding bij de ontvangende instelling in de zin van besluit 2024/105 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 6 juni 2024 houdende regeling van de mobiliteit in de Franse Gemeenschapscommissie en haar instelling van openbaar nut - Bruxelles Formation.
  § 2. De maximale duur van dat verlof is zes maanden. Als de ambtenaar niet binnen deze periode weer aan het werk gaat bij de instelling die hem verlof voor intra-institutionele mobiliteit heeft toegekend, wordt de overplaatsing definitief.
  § 3. Dit verlof wordt niet bezoldigd en wordt bij terugkeer uit dit verlof gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit."
Art. 232/44. § 1er. Le fonctionnaire qui quitte sa fonction dans le cadre de la mobilité intra-institutionnelle se trouve en congé pour mobilité intra-institutionnelle pendant maximum six mois à dater de son entrée en service auprès de l'institution d'accueil au sens de l'arrêté 2024/105 du Collège de la Commission communautaire française fixant le régime de mobilité du 6 juin 2024 au sein de la Commission communautaire française et de Bruxelles Formation.
  § 2. La durée de ce congé est de six mois maximum. Si le fonctionnaire ne reprend pas le service dans ce délai au sein de l'institution qui lui a octroyé le congé pour mobilité intra-institutionnelle, le transfert devient définitif.
  § 3. Ce congé n'est pas rémunéré et est assimilé à une période d'activité de service au retour de ce congé ".
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 39. Het lid van het College bevoegd voor Openbaar Ambt en het lid van het College bevoegd voor Beroepsopleiding worden belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 39. Le Membre du Collège qui a la Fonction publique dans ses attributions et le Membre du Collège qui a la formation professionnelle dans ses attributions sont chargés de l'exécution du présent arrêté.