Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, wat betreft de financiering van de centra voor herstelverblijf
Titre
19 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, en ce qui concerne le financement des centres de séjour de convalescence
Dokumentinformationen
Numac: 2024007820
Datum: 2024-07-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024007820
Date: 2024-07-19
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 16, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "type 1, de groepen" wordt vervangen door de zinsnede "type 1 en de groepen";
  2° de woorden "en de centra voor herstelverblijf" worden opgeheven;
  3° de zinsnede "5 tot en met 8" wordt vervangen door de zinsnede "5 tot en met 9".
Article 1er. A l'article 16, alinéa 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " de type 1, des groupes " est remplacé par le membre de phrase " de type 1 et des groupes " ;
  2° les mots " et des centres de convalescence " sont abrogés ;
  3° le membre de phrase " 5 à 8 " est remplacé par le membre de phrase " 5 à 9 ".
Art. 2. In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "en type 3" en de woorden "en de verenigingen" de zinsnede ", de centra voor herstelverblijf" ingevoegd;
  2° in het tweede en derde lid wordt tussen de zinsnede "en type 3" en de woorden "en de verenigingen" de zinsnede ", de centra voor herstelverblijf" ingevoegd;
  3° in het tweede en derde lid wordt de zinsnede "en 12" vervangen door de zinsnede ", 9 en 12".
Art. 2. A l'article 21 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mars 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à alinéa 1er, entre le membre de phrase " de type 3 " et les mots " et les associations ", est inséré le membre de phrase " , les centres de séjour de convalescence " ;
  2° aux alinéas 2 et 3, entre le membre de phrase " de type 3 " et les mots " et les associations ", est inséré le membre de phrase " , les centres de séjour de convalescence " ;
  3° aux alinéas 2 et 3, le membre de phrase " et 12 " est remplacé par le membre de phrase " , 9 et 12 ".
Art. 3. In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 september 2021 en 12 mei 2023, worden tussen de zinsnede "of type 3," en de woorden "of een vereniging" de woorden "een centrum voor herstelverblijf" ingevoegd.
Art. 3. Dans l'article 22 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 septembre 2021 et 12 mai 2023, entre le membre de phrase " ou de type 3 " et les mots " ou une association " est inséré le membre de phrase " , un centre de séjour de convalescence ".
Art. 4. Artikel 15 van bijlage 9 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 15 de l'annexe 9 au même arrêté est abrogé.
Art. 5. In bijlage 9 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2022 en 12 mei 2023, wordt tussen artikel 27 en 28 een hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 27/1 tot en met 27/3, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 4. Subsidiëring
  Art. 27/1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder gemiddelde bezettingsgraad: het totale aantal gefactureerde verblijfsdagen voor de erkende gesubsidieerde verblijfseenheden in exploitatie per kalenderjaar, gedeeld door het product van het aantal dagen van het kalenderjaar in kwestie en het aantal erkende gesubsidieerde verblijfseenheden in exploitatie. Er wordt geen rekening gehouden met het aantal aanwezigheidsdagen die boven op de maximale verblijfsduren, vermeld in artikel 10, komen, tenzij die gemotiveerd zijn conform dat artikel.
  Art. 27/2{. § 1. Voor de werkingskosten en bepaalde loonkosten die gepaard gaan met de werking van een centrum, kan jaarlijks een subsidiebedrag worden toegekend dat berekend wordt op basis van de gemiddelde bezettingsgraad.
  De kosten, vermeld in het eerste lid, omvatten:
  1° de loonkosten voor niet-medisch en ondersteunend personeel;
  2° de kosten voor verbruiksgoederen;
  3° de energiekosten;
  4° de kosten die verbonden zijn aan het naleven van de specifieke erkenningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van deze bijlage, met uitzondering van de voorwaarden voor infrastructuur, vermeld in artikel 25 en 26 van deze bijlage.
  § 2. Het prioriteitenschema voor de centra, vermeld in artikel 21 van dit besluit, houdt rekening met:
  1° de datum van de erkenningsbeslissing;
  2° de geografische spreiding van de centra over de regionale steden, vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen.
  Art. 27/3. § 1. Een centrum dat in het begrotingsjaar een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal 70% realiseert, komt in aanmerking voor een subsidiebedrag van 1260 euro per erkende verblijfseenheid in exploitatie die in aanmerking komt voor subsidiëring in het begrotingsjaar zoals bepaald in artikel 21 van dit besluit.
  Als het centrum in het begrotingsjaar een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal 50%, maar minder dan 70% realiseert, ontvangt het 70% van de subsidie, berekend volgens het eerste lid.
  Als het centrum in het begrotingsjaar een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal 30%, maar minder dan 50% realiseert, ontvangt het 50% van de subsidie, berekend volgens het eerste lid.
  Als het centrum in het begrotingsjaar een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan 30% realiseert, komt het niet in aanmerking voor een subsidie.
  Het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, bestaat voor 80% uit een subsidie voor personeelskosten en voor 20% uit een subsidie voor werkingskosten.
  § 2. Elk trimester wordt een voorschot uitbetaald van 22,5% van het subsidiebedrag per erkende verblijfseenheid in exploitatie als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal erkende, reeds gesubsidieerde verblijfseenheden in exploitatie op 1 januari van het begrotingsjaar. Die voorschotten worden uitbetaald voor het einde van de tweede maand van het trimester waarop ze betrekking hebben.
  In afwijking van het eerste lid, worden voor de erkende verblijfseenheden in exploitatie die nog niet gesubsidieerd zijn en die een eerste keer in het begrotingsjaar en ten vroegste vanaf de ingangsdatum van de erkenning in aanmerking komen voor subsidiëring zoals bepaald in artikel 21 van dit besluit, twee voorschotten uitbetaald van 22,5% van het subsidiebedrag per erkende verblijfseenheid in exploitatie als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal erkende verblijfseenheden in exploitatie op 1 juli van het begrotingsjaar.
  Het saldo wordt berekend en uitbetaald na afloop van het begrotingsjaar op basis van het totale aantal gefactureerde verblijfsdagen in erkende gesubsidieerde verblijfseenheden in exploitatie gedurende het begrotingsjaar in kwestie, conform artikel 27/1. Voor de berekening van het saldo bezorgt het centrum voor 1 maart van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar in kwestie, een overzicht via het e-loket aan de administratie.
  Als een centrum meer voorschotten ontvangen heeft dan het subsidiebedrag waarop het recht heeft op basis van de gegevens die zijn bezorgd conform het derde lid, wordt het verschil teruggevorderd.".
Art. 5. Dans l'annexe 9 du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2022 et 12 mai 2023, entre les articles 27 et 28 est inséré un chapitre 4, composé des articles 27/1 à 27/3, rédigé comme suit :
  " Chapitre 4. Subventionnement
  Art. 27/1. Dans le présent chapitre, on entend par taux d'occupation moyen : le nombre total de jours de séjour facturés pour les unités de séjour subventionnées agréées en service par année civile, divisé par le produit du nombre de jours de l'année civile en question et du nombre d'unités de séjour subventionnées agréées en service. Il n'est pas tenu compte du nombre de jours de présence au-delà des durées maximales de séjour visées à l'article 10, à moins qu'ils n'aient été motivés conformément à cet article.
  Art. 27/2. § 1er. Pour les coûts de fonctionnement et certains coûts salariaux liés au fonctionnement d'un centre, il peut être accordé un montant de subvention annuel calculé sur la base du taux d'occupation moyen.
  Les coûts visés à l'alinéa 1er comprennent :
  1° coûts salariaux du personnel non médical et du personnel d'appui ;
  2° coûts des biens de consommation ;
  3° coûts énergétiques ;
  4° coûts liés au respect des conditions spécifiques d'agrément visées au chapitre 3 de la présente annexe, à l'exception des conditions en matière d'infrastructure visées aux articles 25 et 26 de la présente annexe.
  § 2. Le schéma des priorités pour les centres, visé à l'article 21 du présent arrêté, tient compte de :
  1° la date de la décision d'agrément ;
  2° la répartition géographique des centres sur les villes régionales, figurant à l'annexe du décret du 23 mai 2003 relatif à la répartition en régions de soins et relatif à la coopération et à la programmation de structures de santé et de structures d'aide sociale.
  Art. 27/3. § 1er. Le centre qui réalise un taux d'occupation moyen d'au moins 70 % au cours de l'année budgétaire est éligible à une subvention de 1 260 euros par unité de séjour agréée en service qui est éligible au subventionnement au cours de l'année budgétaire conformément à l'article 21 du présent arrêté.
  Si le centre réalise au cours de l'année budgétaire un taux d'occupation moyen entre 50 % et 70 %, il perçoit 70 % de la subvention, calculée sur la base de l'alinéa 1er.
  Si le centre réalise au cours de l'année budgétaire un taux d'occupation moyen entre 30 % et 50 %, il perçoit 50 % de la subvention, calculée sur la base de l'alinéa 1er.
  Si le centre réalise au cours de l'année budgétaire un taux d'occupation moyen inférieur à 30 %, il n'est pas éligible à la subvention.
  Les coûts de personnel représentent 80 % et les coûts de fonctionnement 20 % du montant de subvention visé à l'alinéa 1er.
  § 2. Chaque trimestre, il est versé une avance de 22,5 % du montant de subvention par unité de séjour agréée en service, figurant au paragraphe 1er, alinéa 1er, multipliée par le nombre d'unités de séjour agréées en service déjà subventionnées au 1er janvier de l'année budgétaire. Ces avances sont versées avant la fin du deuxième mois du trimestre auquel elles se rapportent.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les unités de séjour agréées en service qui ne sont pas encore subventionnées et qui sont éligibles à la subvention prévue à l'article 21 du présent arrêté pour la première fois au cours de l'année budgétaire et au plus tôt à partir de la date d'entrée en vigueur de l'agrément, il est versé deux avances de 22,5 % du montant de subvention par unité de séjour agréée en service, figurant au paragraphe 1er, alinéa 1er, multipliées par le nombre d'unités de séjour agréées en service au 1er juillet de l'année budgétaire.
  Le solde est calculé et versé après la fin de l'année budgétaire sur la base du nombre total de jours de séjour facturés dans les unités de séjour subventionnées agréées en service au cours de l'année budgétaire en question, conformément à l'article 27/1. Pour le calcul du solde, le centre fournit un aperçu à l'administration via l'e-guichet avant le 1er mars de l'année qui suit l'année budgétaire en question.
  Si le centre a perçu plus d'avances que le montant de subvention auquel il a droit sur la base des données fournies conformément à l'alinéa 3, la différence est récupérée. ".
Art. 6. In hoofdstuk 3 van bijlage 9 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 september 2022 en 12 mei 2023, wordt het opschrift "Afdeling 7. Overgangsbepaling" vervangen door het opschrift "Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen".
Art. 6. Dans le chapitre 3 de l'annexe 9 au même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 septembre 2022 et 12 mai 2023, l'intitulé " Section 7. Disposition transitoire " est remplacé par l'intitulé " Chapitre 5. Dispositions transitoires ".
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre flamand qui a les soins de santé et les soins résidentiels dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.