Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 MEI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie
Titre
31 MAI 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse et l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraités et de l'organisation partenaire
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse
Artikel 1. In artikel 65, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp wordt tussen de zinsnede "65 werkdagen" en de woorden "In spoedeisende" de zin "De gemandateerde voorziening kan die termijn van 65 werkdagen één keer verlengen met een periode van 65 werkdagen." ingevoegd.
Article 1er. Dans l'article 65, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, la phrase " La structure mandatée peut prolonger une seule fois ce délai de 65 jours ouvrables d'une période de 65 jours ouvrables. " est insérée entre le membre de phrase " 65 jours ouvrables. " et les mots " En cas d'urgence ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraités et de l'organisation partenaire
Art. 2. In artikel 16 en 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie worden de woorden "Het vertrouwenscentrum" vervangen door de woorden "De vertrouwenscentra".
Art. 2. Dans les articles 16 et 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraités et de l'organisation partenaire, les mots " Le centre de confiance " sont remplacés par les mots " Les centres de confiance ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2023, wordt een artikel 16/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 16/1. De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie werken samen opdat ze dezelfde kwaliteitsvolle dienst- en hulpverlening bieden, met behoud van de toepassing van de opdracht van de partnerorganisatie, vermeld in artikel 15, 3°.
De samenwerking, vermeld in het eerste lid, heeft minstens betrekking op de volgende thema's:
1° een actueel gehouden visie en profilering van het vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie;
2° een efficiënt en toekomstgericht bestuurs- en werkingsmodel, met een eenduidige beslissings- en valideringsbevoegdheid;
3° de procesvoering en het gebruik van instrumenten voor de uitvoering van de opdrachten van de vertrouwenscentra kindermishandeling, vermeld in artikel 7, § 2, en voor de uitvoering van de opdrachten van de partnerorganisatie, vermeld in artikel 15;
4° het delen van goede praktijken;
5° de vorming, training, opleiding, supervisie en ondersteuning van medewerkers, vermeld in artikel 19, tweede lid;
6° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1;
7° het klachtenbeleid, vermeld in artikel 20;
8° ondersteunende processen.".
"Art. 16/1. De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie werken samen opdat ze dezelfde kwaliteitsvolle dienst- en hulpverlening bieden, met behoud van de toepassing van de opdracht van de partnerorganisatie, vermeld in artikel 15, 3°.
De samenwerking, vermeld in het eerste lid, heeft minstens betrekking op de volgende thema's:
1° een actueel gehouden visie en profilering van het vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie;
2° een efficiënt en toekomstgericht bestuurs- en werkingsmodel, met een eenduidige beslissings- en valideringsbevoegdheid;
3° de procesvoering en het gebruik van instrumenten voor de uitvoering van de opdrachten van de vertrouwenscentra kindermishandeling, vermeld in artikel 7, § 2, en voor de uitvoering van de opdrachten van de partnerorganisatie, vermeld in artikel 15;
4° het delen van goede praktijken;
5° de vorming, training, opleiding, supervisie en ondersteuning van medewerkers, vermeld in artikel 19, tweede lid;
6° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1;
7° het klachtenbeleid, vermeld in artikel 20;
8° ondersteunende processen.".
Art. 3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juillet 2023, il est inséré un article 16/1, rédigé comme suit :
" Art. 16/1. Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire collaborent de manière à fournir la même qualité de service et d'assistance, sans préjudice de l'application de la mission de l'organisation partenaire, visée à l'article 15, 3°.
La coopération, visée à l'alinéa 1er, porte au moins sur les thèmes suivants :
1° une vision et un profilage actualisés des centres de confiance et de l'organisation partenaire ;
2° un modèle d'administration et de fonctionnement efficace et tourné vers l'avenir, avec un pouvoir de décision et de validation sans ambiguïté ;
3° le processus et l'utilisation d'instruments pour l'exécution des missions des centres de confiance pour enfants maltraités, visées à l'article 7, § 2, et pour l'exécution des missions de l'organisation partenaire, visées à l'article 15 ;
4° le partage de bonnes pratiques ;
5° la formation, l'entraînement, l'éducation, la supervision et le soutien des employés, visés à l'article 19, alinéa 2 ;
6° la politique de qualité, visée à l'article 26/1 ;
7° la politique de traitement des plaintes, visée à l'article 20 ;
8° les processus de soutien. ".
" Art. 16/1. Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire collaborent de manière à fournir la même qualité de service et d'assistance, sans préjudice de l'application de la mission de l'organisation partenaire, visée à l'article 15, 3°.
La coopération, visée à l'alinéa 1er, porte au moins sur les thèmes suivants :
1° une vision et un profilage actualisés des centres de confiance et de l'organisation partenaire ;
2° un modèle d'administration et de fonctionnement efficace et tourné vers l'avenir, avec un pouvoir de décision et de validation sans ambiguïté ;
3° le processus et l'utilisation d'instruments pour l'exécution des missions des centres de confiance pour enfants maltraités, visées à l'article 7, § 2, et pour l'exécution des missions de l'organisation partenaire, visées à l'article 15 ;
4° le partage de bonnes pratiques ;
5° la formation, l'entraînement, l'éducation, la supervision et le soutien des employés, visés à l'article 19, alinéa 2 ;
6° la politique de qualité, visée à l'article 26/1 ;
7° la politique de traitement des plaintes, visée à l'article 20 ;
8° les processus de soutien. ".
Art. 4. In artikel 18 en 20 van hetzelfde besluit worden de woorden "Het vertrouwenscentra" vervangen door de woorden "De vertrouwenscentra".
Art. 4. Dans les articles 18 et 20 du même arrêté, les mots " Le centre de confiance " sont remplacés par les mots " Les centres de confiance ".
Art. 5. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden "Het vertrouwenscentrum" telkens vervangen door de woorden "De vertrouwenscentra".
Art. 5. Dans l'article 19 du même arrêté, les mots " Le centre de confiance " sont remplacés par les mots " Les centres de confiance ".
Art. 6. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 21. De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 juni bij het agentschap een inhoudelijk en kwantitatief activiteitenverslag in over de werking in het voorgaande jaar. Het activiteitenverslag bevat een verslag over de genomen acties en de ontwikkelde instrumenten ter uitvoering van artikel 16/1.
De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 december bij het agentschap een verslag in met een planning van de activiteiten voor het volgende jaar ter uitvoering van de thema's, vermeld in artikel 16/1, tweede lid, en de verwachte realisaties ervan.
De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 juni bij het agentschap een verslag in over het kwaliteitsbeleid van de werking waarvoor ze erkend zijn. Het verslag bevat de volgende gegevens:
1° de resultaten van de zelfevaluatie;
2° de geformuleerde verbeteracties;
3° de wijze waarop de verbeteracties zijn uitgevoerd;
4° de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar.
Het agentschap kan nadere voorwaarden bepalen voor de verslagen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid.".
"Art. 21. De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 juni bij het agentschap een inhoudelijk en kwantitatief activiteitenverslag in over de werking in het voorgaande jaar. Het activiteitenverslag bevat een verslag over de genomen acties en de ontwikkelde instrumenten ter uitvoering van artikel 16/1.
De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 december bij het agentschap een verslag in met een planning van de activiteiten voor het volgende jaar ter uitvoering van de thema's, vermeld in artikel 16/1, tweede lid, en de verwachte realisaties ervan.
De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 juni bij het agentschap een verslag in over het kwaliteitsbeleid van de werking waarvoor ze erkend zijn. Het verslag bevat de volgende gegevens:
1° de resultaten van de zelfevaluatie;
2° de geformuleerde verbeteracties;
3° de wijze waarop de verbeteracties zijn uitgevoerd;
4° de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar.
Het agentschap kan nadere voorwaarden bepalen voor de verslagen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid.".
Art. 6. L'article 21 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 21. Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport d'activité thématique et quantitatif sur leur fonctionnement au cours de l'année précédente. Le rapport d'activité comprend un rapport sur les actions entreprises et les instruments développés en vue d'exécuter l'article 16/1.
Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er décembre de chaque année, un rapport planifiant les activités de l'année suivante en vue d'exécuter les thèmes visés à l'article 16/1, alinéa 2, et les résultats escomptés.
Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport sur la politique de qualité du fonctionnement pour laquelle ils sont agréés. Le rapport contient les données suivantes :
1° les résultats de l'auto-évaluation ;
2° les actions d'amélioration formulées ;
3° la manière dont les actions d'amélioration sont effectuées ;
4° le planning de la qualité pour l'année en cours.
L'agence peut déterminer d'autres conditions pour les rapports visés aux alinéas 1 à 3. ".
" Art. 21. Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport d'activité thématique et quantitatif sur leur fonctionnement au cours de l'année précédente. Le rapport d'activité comprend un rapport sur les actions entreprises et les instruments développés en vue d'exécuter l'article 16/1.
Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er décembre de chaque année, un rapport planifiant les activités de l'année suivante en vue d'exécuter les thèmes visés à l'article 16/1, alinéa 2, et les résultats escomptés.
Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport sur la politique de qualité du fonctionnement pour laquelle ils sont agréés. Le rapport contient les données suivantes :
1° les résultats de l'auto-évaluation ;
2° les actions d'amélioration formulées ;
3° la manière dont les actions d'amélioration sont effectuées ;
4° le planning de la qualité pour l'année en cours.
L'agence peut déterminer d'autres conditions pour les rapports visés aux alinéas 1 à 3. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2023, wordt een hoofdstuk 2/1, dat bestaat uit artikel 26/1 tot en met 26/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 2/1. Kwaliteitsbeleid
"Hoofdstuk 2/1. Kwaliteitsbeleid
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juillet 2023, il est inséré un chapitre 2/1, comprenant les articles 26/1 à 26/4, rédigé comme suit :
" Chapitre 2/1. Politique de qualité
" Chapitre 2/1. Politique de qualité
Art. 26/1. Met toepassing van artikel 5, § 1, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen hebben de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie een kwaliteitsbeleid dat al de volgende elementen bevat:
1° de missie van de voorziening;
2° de visie van de voorziening;
3° de waarden;
4° de te creëren maatschappelijke meerwaarde, en ook de strategische doelstellingen om die meerwaarde te realiseren;
5° de omschrijving van de volgende aandachtsgebieden:
a) kwaliteitszorg:
1) organisatie en visie;
2) betrokkenheid;
3) methodieken en instrumenten;
4) verbetertraject;
b) inputgebieden:
1) leiderschap;
2) personeelsbeleid;
3) beleid en strategie;
4) middelen en partnerschappen;
c) kernprocessen:
1) onthaal van de gebruiker;
2) kernopdrachten als vermeld in artikel 7, § 2;
3) afsluiting en nazorg;
4) hulpverleningsprincipe;
5) dossierbeheer;
d) outputgebieden:
1) gebruikersresultaten;
2) medewerkersresultaten;
3) samenlevingsresultaten.
1° de missie van de voorziening;
2° de visie van de voorziening;
3° de waarden;
4° de te creëren maatschappelijke meerwaarde, en ook de strategische doelstellingen om die meerwaarde te realiseren;
5° de omschrijving van de volgende aandachtsgebieden:
a) kwaliteitszorg:
1) organisatie en visie;
2) betrokkenheid;
3) methodieken en instrumenten;
4) verbetertraject;
b) inputgebieden:
1) leiderschap;
2) personeelsbeleid;
3) beleid en strategie;
4) middelen en partnerschappen;
c) kernprocessen:
1) onthaal van de gebruiker;
2) kernopdrachten als vermeld in artikel 7, § 2;
3) afsluiting en nazorg;
4) hulpverleningsprincipe;
5) dossierbeheer;
d) outputgebieden:
1) gebruikersresultaten;
2) medewerkersresultaten;
3) samenlevingsresultaten.
Art. 26/1. En application de l'article 5, § 1er, du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire ont élaboré une politique de qualité contenant tous les éléments suivants :
1° la mission de la structure ;
2° la vision de la structure ;
3° les valeurs ;
4° la plus-value sociétale à créer, ainsi que les objectifs stratégiques pour réaliser cette plus-value ;
5° la description des domaines d'attention suivants :
a) gestion de la qualité :
1) organisation et vision ;
2) engagement ;
3) méthodologies et instruments ;
4) programme d'amélioration ;
b) domaines d'entrée :
1) direction ;
2) gestion du personnel ;
3) politique et stratégie ;
4) ressources et partenariats ;
c) processus essentiels ;
1) accueil de l'usager ;
2) missions essentielles visées à l'article 7, § 2 ;
3) conclusion et suivi ;
4) Principe d'assistance ;
5) gestion des dossiers ;
d) domaines de sortie :
1) résultats auprès des usagers ;
2) résultats auprès des collaborateurs ;
3) résultats dans la société.
1° la mission de la structure ;
2° la vision de la structure ;
3° les valeurs ;
4° la plus-value sociétale à créer, ainsi que les objectifs stratégiques pour réaliser cette plus-value ;
5° la description des domaines d'attention suivants :
a) gestion de la qualité :
1) organisation et vision ;
2) engagement ;
3) méthodologies et instruments ;
4) programme d'amélioration ;
b) domaines d'entrée :
1) direction ;
2) gestion du personnel ;
3) politique et stratégie ;
4) ressources et partenariats ;
c) processus essentiels ;
1) accueil de l'usager ;
2) missions essentielles visées à l'article 7, § 2 ;
3) conclusion et suivi ;
4) Principe d'assistance ;
5) gestion des dossiers ;
d) domaines de sortie :
1) résultats auprès des usagers ;
2) résultats auprès des collaborateurs ;
3) résultats dans la société.
Art. 26/2. Conform artikel 5, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen beschikken vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie over een kwaliteitsmanagementsysteem dat minimaal de organisatorische structuur, de bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de processen en procedures bevat.
Art. 26/2. Conformément à l'article 5, § 2, du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire disposent d'un système de management de la qualité qui contient au moins la structure organisationnelle, les compétences, les responsabilités ainsi que les processus et procédures.
Art. 26/3. Met behoud van de toepassing van artikel 5, § 3, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen evalueren de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie systematisch zelf hun werking en minimaal de aandachtsgebieden kwaliteitszorg, de kernprocessen en de outputgebieden, vermeld in artikel 26/1, 5°, van dit besluit, conform de groeiniveaus in de volgende tabel:
Art. 26/3. Sans préjudice de l'article 5, § 3, du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire évaluent systématiquement eux-mêmes leur fonctionnement et au moins les domaines d'attention gestion de la qualité, les processus essentiels et les domaines de sortie, visés à l'article 26/1, 5°, du présent arrêté, conformément aux niveaux de croissance dans le tableau suivant :
| groeiniveau | omschrijving |
| 0 | Er zijn geen of weinig procedures. |
| 1 | Er worden op ad-hocbasis procedures uitgewerkt. Het bewustzijn groeit, maar er is nog geen gestructureerde aanpak aanwezig. |
| 2 | Een gestructureerde aanzet wordt gegeven tot de ontwikkeling van procedures. De instrumenten voor organisatiebeheersing zijn in ontwikkeling maar worden nog niet toegepast. |
| 3 | Procedures zijn aanwezig. Ze zijn gestandaardiseerd, gedocumenteerd, gecommuniceerd en worden toegepast. |
| 4 | De procedures worden intern systematisch geëvalueerd en bijgestuurd. Er kan gesproken worden over een `levend' adequaat en doeltreffend systeem van organisatiebeheersing. De PDCA-cirkel is rond. |
| 5 | De procedures worden voortdurend geoptimaliseerd via benchmarking en het behalen van kwaliteitscertificaten of externe evaluaties. |
Op basis van de zelfevaluatie, vermeld in het eerste lid, formuleert de voorziening verbeteracties die betrekking kunnen hebben op alle elementen van het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1.
| niveau de croissance | description |
| 0 | Il n'y a pas ou peu de procédures. |
| 1 | Les procédures sont élaborées sur une base ad hoc. La prise de conscience s'accroît, mais aucune approche structurée n'est encore élaborée. |
| 2 | Une approche structurée est donnée pour développer des procédures. Des instruments de gestion organisationnelle sont en cours de développement mais ne sont pas encore appliqués. |
| 3 | Des procédures sont présentes. Elles sont normalisées, documentées, communiquées et appliquées. |
| 4 | Les procédures sont systématiquement évaluées et adaptées en interne.On peut parler d'un système de gestion organisationnelle " vivant ", adéquat et efficace. Le cercle PDCA est complet. |
| 5 | Les procédures sont continuellement optimisées grâce à une analyse comparative et à l'obtention de certificats de qualité ou d'évaluations externes. |
Sur la base de l'auto-évaluation, visée à l'alinéa 1er, la structure formule des actions d'amélioration qui peuvent porter sur tous les éléments de la politique de qualité visée à l'article 26/1.
Art. 26/4. De voorziening beschikt over een borgend kwaliteitshandboek, dat de volgende elementen bevat:
1° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1;
2° het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 26/2;
3° de zelfevaluatie en verbeteracties, vermeld in artikel 26/3.
Het kwaliteitshandboek, vermeld in het eerste lid, is gebruiksvriendelijk en toegankelijk en wordt door alle geledingen van de voorziening gedragen.".
1° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1;
2° het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 26/2;
3° de zelfevaluatie en verbeteracties, vermeld in artikel 26/3.
Het kwaliteitshandboek, vermeld in het eerste lid, is gebruiksvriendelijk en toegankelijk en wordt door alle geledingen van de voorziening gedragen.".
Art. 26/4. La structure dispose d'un manuel de garantie de la qualité, qui contient les éléments suivants :
1° la politique de qualité, visée à l'article 26/1 ;
2° le système de management de la qualité, visé à l'article 26/2 ;
3° l'auto-évaluation et les actions d'amélioration, visées à l'article 26/3.
Le manuel de qualité, visé à l'alinéa 1er, est convivial et accessible et est porté par toutes les catégories du personnel de la structure. ".
1° la politique de qualité, visée à l'article 26/1 ;
2° le système de management de la qualité, visé à l'article 26/2 ;
3° l'auto-évaluation et les actions d'amélioration, visées à l'article 26/3.
Le manuel de qualité, visé à l'alinéa 1er, est convivial et accessible et est porté par toutes les catégories du personnel de la structure. ".
Art. 8. In artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "1.982.566,47 euro (een miljoen negenhonderdtweeëntachtigduizend vijfhonderdzesenzestig euro zevenenveertig cent)" vervangen door de zinsnede "2.107.680,26 euro (twee miljoen honderdenzevenduizend zeshonderdtachtig euro zesentwintig cent)";
2° in punt 3° wordt de zinsnede "1.264.455,37 euro (een miljoen tweehonderdvierenzestigduizend vierhonderdvijfenvijftig euro zevenendertig cent)" vervangen door de zinsnede "1.377.279,66 euro (een miljoen driehonderdzevenenzeventigduizend tweehonderdnegenzeventig euro zesenzestig cent)";
3° in punt 4° wordt de zinsnede "1.542.849,61 euro (een miljoen vijfhonderdtweeënveertigduizend achthonderdnegenenveertig euro eenenzestig cent)" vervangen door de zinsnede "1.663.047,60 euro (een miljoen zeshonderddrieënzestigduizend zevenenveertig euro zestig cent)";
4° in punt 5° wordt de zinsnede "1.403.722,21 euro (een miljoen vierhonderdendrieduizend zevenhonderdtweeëntwintig euro eenentwintig cent)" vervangen door de zinsnede "1.516.546,51 euro (een miljoen vijfhonderdzestienduizend vijfhonderdzesenveertig euro eenenvijftig cent)";
5° in punt 6° wordt de zinsnede "1.411.394,60 euro (een miljoen vierhonderdelfduizend driehonderdvierennegentig euro zestig cent)" vervangen door de zinsnede "1.524.218,89 euro (een miljoen vijfhonderdvierentwintigduizend tweehonderdachttien euro negenentachtig cent)".
1° in punt 1° wordt de zinsnede "1.982.566,47 euro (een miljoen negenhonderdtweeëntachtigduizend vijfhonderdzesenzestig euro zevenenveertig cent)" vervangen door de zinsnede "2.107.680,26 euro (twee miljoen honderdenzevenduizend zeshonderdtachtig euro zesentwintig cent)";
2° in punt 3° wordt de zinsnede "1.264.455,37 euro (een miljoen tweehonderdvierenzestigduizend vierhonderdvijfenvijftig euro zevenendertig cent)" vervangen door de zinsnede "1.377.279,66 euro (een miljoen driehonderdzevenenzeventigduizend tweehonderdnegenzeventig euro zesenzestig cent)";
3° in punt 4° wordt de zinsnede "1.542.849,61 euro (een miljoen vijfhonderdtweeënveertigduizend achthonderdnegenenveertig euro eenenzestig cent)" vervangen door de zinsnede "1.663.047,60 euro (een miljoen zeshonderddrieënzestigduizend zevenenveertig euro zestig cent)";
4° in punt 5° wordt de zinsnede "1.403.722,21 euro (een miljoen vierhonderdendrieduizend zevenhonderdtweeëntwintig euro eenentwintig cent)" vervangen door de zinsnede "1.516.546,51 euro (een miljoen vijfhonderdzestienduizend vijfhonderdzesenveertig euro eenenvijftig cent)";
5° in punt 6° wordt de zinsnede "1.411.394,60 euro (een miljoen vierhonderdelfduizend driehonderdvierennegentig euro zestig cent)" vervangen door de zinsnede "1.524.218,89 euro (een miljoen vijfhonderdvierentwintigduizend tweehonderdachttien euro negenentachtig cent)".
Art. 8. A l'article 31, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juillet 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le point 1°, le membre de phrase " 1 982 566,47 euros (un million neuf cent quatre-vingt-deux mille cinq cent soixante-six euros quarante-sept cents) " est remplacé par le membre de phrase " 2 107 680,26 euros (deux millions cent sept mille six cent quatre-vingts euros vingt-six cents) " ;
2° dans le point 3°, le membre de phrase " 1 264 455,37 euros (un million deux cent soixante-quatre mille quatre cent cinquante-cinq euros trente-sept cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 377 279,66 euros (un million trois cent septante-sept mille deux cent septante-neuf euros soixante-six cents) " ;
3° dans le point 4°, le membre de phrase " 1 542 849,61 euros (un million cinq cent quarante-deux mille huit cent quarante-neuf euros soixante et un cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 663 047,60 euros (un million six cent soixante-trois mille quarante-sept euros soixante cents) " ;
4° dans le point 5°, le membre de phrase " 1 403 722,21 euros (un million quatre cent trois mille sept cent vingt-deux euros vingt et un cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 516 546,51 euros (un million cinq cent seize mille cinq cent quarante-six euros cinquante et un cents) " ;
5° dans le point 6°, le membre de phrase " 1 411 394,60 euros (un million quatre cent onze mille trois cent nonante-quatre euros soixante cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 524 218,89 euros (un million cinq cent vingt-quatre mille deux cent dix-huit euros quatre-vingt-neuf cents) ".
1° dans le point 1°, le membre de phrase " 1 982 566,47 euros (un million neuf cent quatre-vingt-deux mille cinq cent soixante-six euros quarante-sept cents) " est remplacé par le membre de phrase " 2 107 680,26 euros (deux millions cent sept mille six cent quatre-vingts euros vingt-six cents) " ;
2° dans le point 3°, le membre de phrase " 1 264 455,37 euros (un million deux cent soixante-quatre mille quatre cent cinquante-cinq euros trente-sept cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 377 279,66 euros (un million trois cent septante-sept mille deux cent septante-neuf euros soixante-six cents) " ;
3° dans le point 4°, le membre de phrase " 1 542 849,61 euros (un million cinq cent quarante-deux mille huit cent quarante-neuf euros soixante et un cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 663 047,60 euros (un million six cent soixante-trois mille quarante-sept euros soixante cents) " ;
4° dans le point 5°, le membre de phrase " 1 403 722,21 euros (un million quatre cent trois mille sept cent vingt-deux euros vingt et un cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 516 546,51 euros (un million cinq cent seize mille cinq cent quarante-six euros cinquante et un cents) " ;
5° dans le point 6°, le membre de phrase " 1 411 394,60 euros (un million quatre cent onze mille trois cent nonante-quatre euros soixante cents) " est remplacé par le membre de phrase " 1 524 218,89 euros (un million cinq cent vingt-quatre mille deux cent dix-huit euros quatre-vingt-neuf cents) ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 9. Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024.
Art. 9. L'article 7 produit ses effets le 1er janvier 2024.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.