Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 MEI 2024. - Wet houdende diverse bepalingen inzake economie (I)
Titre
3 MAI 2024. - Loi portant dispositions diverses en matière d'économie (I)
Dokumentinformationen
Numac: 2024005080
Datum: 2024-05-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024005080
Date: 2024-05-03
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van ... Afdeling 1. - Wijziging van boek I van het Wetb... Afdeling 2. - Wijzigingen van boek V van het We... Afdeling 3. - Wijzigingen van boek VI van het W... Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VII van het ... Afdeling 5. - Wijzigingen van boek VIII van het... Afdeling 6. - Wijzigingen van boek X van het We... Afdeling 7. - Wijzigingen van boek XV van het W... Afdeling 8. - Wijzigingen van boek XIX van het ... Afdeling 1. - Definitie en doelstellingen van d... Afdeling 2. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK 2. - De minnelijke schuldbemiddelaar HOOFDSTUK 3. - De procedure en de verplichtinge... Afdeling 1. - De aanvang van de minnelijke schu... Afdeling 2. - Tijdens de minnelijke schuldbemid... Afdeling 3. - Analyse van de situatie van de sc... Afdeling 4. - Verwerking van persoonsgegevens Afdeling 5. - Onderhandelingen met schuldeisers Afdeling 6. - Uitvoering en controle van overee... Afdeling 7. - Mislukking van de onderhandelinge... HOOFDSTUK 4. - Verplichtingen van de schuldenaar HOOFDSTUK 5. - Beëindiging van minnelijke schul... HOOFDSTUK 6. - Kosten van minnelijke schuldbemi... HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Sociaal Stra... HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 21 de... HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 17 janu... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 13 ju... HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 22 maar... HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 4 apr... HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 21 nove... HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 3 ok... HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 27 m... HOOFDSTUK 12. - Opheffingsbepalingen HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit éc... Section 1. - Modification du livre I du Code de... Section 2. - Modifications du livre V du Code d... Section 3. - Modifications du livre VI du Code ... Section 4. - Modifications du livre VII du Code... Section 5. - Modifications du livre VIII du Cod... Section 6. - Modifications du livre X du Code d... Section 7. - Modifications du livre XV du Code ... Section 8. - Modifications du livre XIX du Code... Section 1re. - Définition et objectifs de la pr... Section 2. - Champ d'application CHAPITRE 2. - Du médiateur de dettes amiable CHAPITRE 3. - De la procédure et des obligation... Section 1re. - Du début de la médiation de dett... Section 2. - Tout au long de la médiation de de... Section 3. - Analyse de la situation du débiteu... Section 4. - Du traitement des données à caract... Section 5. - Négociations avec les créanciers Section 6. - Exécution et suivi des accords Section 7. - Echec des négociations et solution... CHAPITRE 4. - Des obligations du débiteur CHAPITRE 5. - De la fin de la médiation de dett... CHAPITRE 6. - Coûts de la médiation de dettes a... CHAPITRE 3. - Modifications du Code penal social CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 21 déc... CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 17 janv... CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 13 jui... CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 22 mars... CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 4 avri... CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 21 nove... CHAPITRE 10. - Modifications de la loi du 3 oct... CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 27 ma... CHAPITRE 12. - Dispositions abrogatoires CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Tekst (169)
Texte (169)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
  La présente loi transpose la directive 2014/92/UE du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur la comparabilité des frais liés aux comptes de paiement, le changement de compte de paiement et l'accès à un compte de paiement assorti de prestations de base.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de droit économique
Afdeling 1. - Wijziging van boek I van het Wetboek van economisch recht
Section 1. - Modification du livre I du Code de droit économique
Art. 2. In artikel I.9 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 46° worden de woorden "35°, c), laatste zin" vervangen door de woorden "35°, tweede lid".
  2° de bepaling onder 78° wordt vervangen als volgt:
  "78° verantwoordelijke voor de distributie:
  a) elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van een kredietbemiddelaar of elke werknemer in dienst van een dergelijke tussenpersoon, die de facto de verantwoordelijkheid draagt voor de personen die rechtstreeks deelnemen aan de kredietbemiddelingswerkzaamheden van deze tussenpersoon en toezicht uitoefent op die personen;
  b) elke natuurlijke persoon die, bij een kredietgever de facto de verantwoordelijkheid draagt voor de personen die belast zijn met kredietbemiddelingswerkzaamheden of toezicht uitoefent op dergelijke personen;".
Art. 2. A l'article I.9 du Code de droit économique, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 46°, les mots "35°, c), dernière phrase" sont remplacés par les mots "35°, alinéa 2".
  2° le 78° est remplacé par ce qui suit:
  "78° responsable de la distribution:
  a) toute personne physique appartenant à la direction d'un intermédiaire de crédit ou tout employé au service d'un tel intermédiaire, qui assume de facto la responsabilité à l'égard des personnes prenant directement part aux activités d'intermédiation en crédit de cet intermédiaire et exerce le contrôle sur ces personnes;
  b) toute personne physique qui, auprès d'un prêteur, assume de facto la responsabilité à l'égard de personnes chargées d'activités d'intermédiation en crédit ou exerce le contrôle sur de telles personnes;".
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek V van het Wetboek van economisch recht
Section 2. - Modifications du livre V du Code de droit économique
Art. 3. In boek V van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, wordt een titel 3 ingevoegd, luidende "Observatorium voor de farmaceutische industrie".
Art. 3. Dans le livre V du même code, inséré par la loi du 3 avril 2013, il est inséré un titre 3 intitulé "Observatoire du secteur pharmaceutique".
Art. 4. In titel 3, ingevoegd bij artikel 3, worden de artikelen V.15 tot V.17 ingevoegd, luidende:
  "Art. V.15. Bij de FOD Economie wordt een Obser-vatorium voor de farmaceutische industrie opgericht, waarvan de opdracht bestaat uit analyseren, evalueren en formuleren van aanbevelingen met betrekking tot de concurrentiepositie van de Belgische farmaceutische sector.
Art. 4. Dans le titre 3 inséré par l'article 3, sont insérés les articles V.15 à V.17 rédigés comme suit:
  "Art. V.15. Il est créé, au sein du SPF Economie, un Observatoire du secteur pharmaceutique dont la mission est d'analyser, d'évaluer et de formuler des recommandations sur la position compétitive du secteur pharmaceutique belge.
Art. V.16. Meer in het bijzonder is het Observatorium voor de farmaceutische industrie belast met:
  1° het verzamelen of laten verzamelen van gegevens die relevant zijn voor de in artikel V.15 bedoelde analyses;
  2° het valideren van de gekozen methodologie en de gegevens die nodig zijn om de analyses uit te voeren overeenkomstig artikel V.15;
  3° het uitvoeren of laten uitvoeren van de in artikel V.15 bedoelde gegevensanalyse volgens de vastgestelde methodologie;
  4° het evalueren van de resultaten van de analyse en het maken van een internationale vergelijking;
  5° het formuleren van aanbevelingen met betrekking tot de concurrentiepositie van de Belgische farmaceutische sector;
  6° het bepalen welke elementen openbaar mogen worden gemaakt;
  7° het rapporteren van de resultaten van de werkzaamheden aan de minister bevoegd voor Economie.
  Het Observatorium organiseert deze analysecyclus ten minste om de twee jaar.
Art. V.16. Plus spécifiquement, l'Observatoire du secteur pharmaceutique est chargé de:
  1° collecter ou faire collecter les données pertinentes aux analyses visées à l'article V.15;
  2° valider la méthodologie retenue et les données nécessaires pour la réalisation des analyses conformément à l'article V.15;
  3° procéder ou faire procéder à l'analyse des données visée à l'article V.15 selon la méthodologie retenue;
  4° évaluer les résultats de l'analyse et procéder à une comparaison internationale;
  5° formuler des recommandations sur la position compétitive du secteur pharmaceutique belge;
  6° déterminer les éléments pouvant être rendus publics;
  7° rapporter les résultats des travaux au ministre qui a l'Economie dans ses attributions.
  L'Observatoire organise ce cycle d'analyse au moins une fois tous les deux ans.
Art. V.17. De Koning bepaalt:
  1° het administratief en geldelijk statuut van de leden van het Observatorium voor de farmaceutische industrie;
  2° de samenstelling van het Observatorium voor de farmaceutische industrie;
  3° de regels betreffende de organisatie en de werking van het Observatorium voor de farmaceutische industrie alsook van de controle hierop."
Art. V.17. Le Roi détermine:
  1° le statut administratif et pécuniaire des membres de l'Observatoire du secteur pharmaceutique;
  2° la composition de l'Observatoire du secteur pharmaceutique;
  3° les règles relatives à l'organisation et au fonctionnement de l'Observatoire du secteur pharmaceutique ainsi qu'à son contrôle."
Afdeling 3. - Wijzigingen van boek VI van het Wetboek van economisch recht
Section 3. - Modifications du livre VI du Code de droit économique
Art. 5. In artikel VI.46 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2022, wordt een paragraaf 6/1 ingevoegd, luidende:
  " § 6/1. Wanneer een overeenkomst per telefoon wordt gesloten, moet de onderneming het aanbod bevestigen aan de consument, die alleen gebonden is nadat hij het aanbod heeft getekend of zijn instemming met behulp van een duurzame gegevensdrager heeft gestuurd voor:
  1° overeenkomsten voor de levering van gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, behalve indien de oorspronkelijke duurtijd gelijk blijft en de essentiële voorwaarden niet wijzigen in het nadeel van de consument;
  2° dienstenovereenkomsten of verkoopovereenkomsten betreffende regelmatige levering van goederen, tijdens een commercieel proces geïnitieerd door de onderneming voor zover de consument nog geen bestaande contractuele relatie heeft met de onderneming.
  Het eerste lid is niet van toepassing op contracten gesloten in toepassing van artikel 108, §§ 2 en 3, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie."
Art. 5. Dans l'article VI.46 du Code de droit économique, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2022, il est inséré un paragraphe 6/1 rédigé comme suit:
  " § 6/1. Lorsqu'un contrat est conclu par téléphone, l'entreprise doit confirmer l'offre au consommateur, qui n'est lié qu'après avoir signé l'offre ou envoyé son consentement à l'aide d'un support durable pour:
  1° les contrats de fourniture de gaz ou d'électricité lorsqu'ils ne sont pas conditionnés dans un volume délimité ou en quantité déterminée, sauf si la durée initiale reste inchangée et si les conditions essentielles ne changent pas au détriment du consommateur;
  2° les contrats de service ou de vente pour la livraison régulière de biens, au cours d'un processus commercial initié par l'entreprise et pour autant que le consommateur n'ait pas encore de relation contractuelle existante avec l'entreprise.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas aux contrats conclus en application de l'article 108, §§ 2 et 3, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques."
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht
Section 4. - Modifications du livre VII du Code de droit économique
Art. 6. In boek VII, titel 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk 1/2 ingevoegd, luidende "Vergelijkbaarheid van betaalinstrumenten en bijhorende kosten voor ondernemingen".
Art. 6. Dans le livre VII, titre 3 du même Code, il est inséré un chapitre 1er/2 intitulé "Comparabilité des instruments de paiement et des frais y afférents à destination des entreprises".
Art. 7. In hoofdstuk 1/2, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel VII.4/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. VII.4/5. § 1. Opdat zij een onafhankelijke beoordeling zouden kunnen maken van de verschillende soorten betaalinstrumenten en bijhorende kosten, in het kader van betalingen in euro die plaatsvinden in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming, zoals bedoeld in artikel VI.7/4, hebben de ondernemingen als gedefinieerd in artikel I.8, 39°, op nationaal niveau kosteloos toegang tot een website waarop de verschillende soorten betaalinstrumenten en de bijhorende kosten worden vergeleken.
  De Koning kan, op advies van de FOD Economie, de lijst uitbreiden van de soorten betaalinstrumenten die moeten voorkomen op de vergelijkingswebsite en deze vergelijkingswebsite uitbreiden naar e-commerce websites in het kader van betalingen in euro die plaatsvinden tussen een consument en een onderneming als gedefinieerd in artikel I.8, 39°.
  § 2. De met toepassing van paragraaf 1 ingestelde vergelijkingswebsite:
  1° is operationeel onafhankelijk doordat hij ervoor zorgt dat ondernemingen in de zoekresultaten op gelijke wijze worden behandeld;
  2° vermeldt duidelijk wie de eigenaars zijn;
  3° vermeldt de duidelijke, objectieve criteria waarop de vergelijking wordt gebaseerd;
  4° maakt gebruik van duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen;
  5° geeft informatie, met vermelding van datum en uur van de meest recente actualisering;
  6° belicht een breed scala aan verschillende soorten betaalinstrumenten en bijhorende kosten die een significant deel van de markt bestrijken en vermeldt in voorkomend geval duidelijk dat de weergegeven informatie geen volledig overzicht van de markt biedt, voordat de zoekresultaten worden getoond; en
  7° biedt een doeltreffende procedure om onjuiste informatie over gepubliceerde betaalinstrumenten en kosten te melden.
  De Koning kan, op advies van de FOD Economie, nauwkeurigere of bijkomende vergelijkingsparameters opleggen met betrekking tot de verschillende soorten betaalinstrumenten en bijhorende kosten aangeboden door de betalingsdienstaanbieder.
  § 3. De FOD Economie wordt belast met het ontwikkelen en beheren van de vergelijkingswebsite bedoeld in paragraaf 1.
  De betalingsdienstaanbieders verlenen de FOD Economie de nodige medewerking voor het vervullen van deze opdracht.
  De Koning stelt de nadere regels van de overdracht van informatie door de betalingsdienstaanbieder aan de FOD Economie vast."
Art. 7. Dans le chapitre 1er/2 inséré par l'article 6, il est inséré un article VII.4/5 rédigé comme suit:
  "Art. VII.4/5. § 1er. Afin de leur permettre d'effectuer une évaluation indépendante des différents types d'instruments de paiement et des frais y afférents, dans le cadre de paiements en euro qui sont effectués en présence physique et simultanée du consommateur et de l'entreprise, tels que prévus à l'article VI.7/4, les entreprises telles que définies à l'article I.8, 39°, ont, au niveau national, accès gratuitement à un site internet qui compare les différents types d'instruments de paiement et des frais y afférents.
  Le Roi peut, sur avis du SPF Economie, étendre la liste des types d'instruments de paiement qui doivent être repris sur le site internet comparateur et étendre ce site internet comparateur aux sites de commerce en ligne, dans le cadre de paiements en euro qui sont effectués par un consommateur à une entreprise telle que définie à l'article I.8, 39°.
  § 2. Le site internet comparateur créé en application du paragraphe 1er:
  1° est indépendant sur le plan opérationnel, le même traitement étant réservé à toutes les entreprises dans les résultats de recherche;
  2° indique clairement ses propriétaires;
  3° énonce les critères clairs et objectifs selon lesquels la comparaison est effectuée;
  4° emploie un langage clair et dénué d'ambiguïté;
  5° fournit des informations et donne la date et l'heure de la dernière mise à jour;
  6° comprend une large gamme d'offres des différents types d'instruments de paiement et des frais y afférents couvrant une part importante du marché et, lorsque les informations fournies n'offrent pas un aperçu complet du marché, une mention claire en ce sens, avant l'affichage des résultats; et
  7° prévoit une procédure efficace pour signaler les informations inexactes quant aux instruments de paiements et frais publiés.
  Le Roi peut, sur avis du SPF Economie, imposer des critères de comparaison plus précis ou supplémentaires en ce qui concerne les différents types d'instruments de paiement et des frais y afférents fournis par le prestataire de services de paiement.
  § 3. Le SPF Economie est chargé de développer et d'exploiter le site internet comparateur visé au paragraphe 1er.
  Les prestataires de services de paiement fournissent au SPF Economie les informations nécessaires pour l'exercice de cette mission.
  Les modalités de transmission d'informations, par les prestataires de services de paiement au SPF Economie, sont fixées par le Roi."
Art. 8. In artikel VII.57 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2017 en van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of elke consument van Belgische nationaliteit die buiten een lidstaat verblijft en die uiterlijk tien jaar geleden werd geschrapt uit het Belgisch bevolkingsregister" ingevoegd tussen de woorden "in een lidstaat verblijft" en de woorden "heeft recht op de basisbankdienst";
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
  " § 6. Deze afdeling is ook van toepassing op elke consument van Belgische nationaliteit die buiten een lidstaat verblijft en die uiterlijk tien jaar geleden werd geschrapt uit het Belgisch bevolkingsregister."
Art. 8. A l'article VII.57, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par les lois des 22 décembre 2017 et 9 février 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "ou tout consommateur de nationalité belge résidant en dehors d'un Etat membre qui a été radié du registre de la population belge il y a moins de dix ans" sont insérés entre les mots "dans un Etat membre" et les mots "a droit au service bancaire de base";
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est abrogé ;
  3° l'article est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. La présente section est également applicable à tout consommateur de nationalité belge résidant en dehors d'un Etat membre et qui a été radié du registre de la population belge il y a moins de dix ans."
Art. 9. In artikel VII.58 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 22 december 2017 en gewijzigd bij de wet van 20 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "een duurzame gegevensdrager" vervangen door de woorden "elektronische wijze en, in voorkomend geval, wanneer de kredietinstelling beschikt over een fysiek kantoor waar de consument een aanvraagformulier kan indienen, op papier";
  2° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Het formulier wordt te allen tijde beschikbaar gesteld en is vlot toegankelijk voor de consumenten, ook voor niet-klanten, in elektronische vorm op de website van de kredietinstelling.
  In voorkomend geval, wanneer de kredietinstelling beschikt over een fysiek kantoor waar de consument een aanvraagformulier kan indienen, wordt het formulier ook verstrekt aan consumenten, met inbegrip van niet-klanten en die geen afspraak hebben, in de lokalen van de kredietinstelling die toegankelijk zijn voor consumenten, en binnen de openingsuren van de kredietinstelling. Op eenvoudig verzoek van een consument wordt het formulier kosteloos op papier of een andere duurzame drager verstrekt.
  Op eenvoudig verzoek van de consument staat de kredietinstelling de consument bij in het invullen van het aanvraagformulier."
Art. 9. A l'article VII.58 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, remplacé par la loi du 22 décembre 2017 et modifié par la loi du 20 septembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "sur papier ou de manière électronique" sont remplacés par les mots "de manière électronique et, le cas échéant, lorsque l'établissement de crédit dispose d'un bureau physique où le consommateur peut déposer un formulaire de demande, sur papier";
  2° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
  "Le formulaire est disponible à tout moment et est aisément accessible pour les consommateurs, y compris pour les personnes qui ne sont pas clientes, sous forme électronique sur le site internet de l'établissement de crédit.
  Le cas échéant, lorsque l'établissement de crédit dispose d'un bureau physique où le consommateur peut déposer un formulaire de demande, le formulaire est également fourni aux consommateurs, y compris pour les personnes qui ne sont pas clientes et n'ont pas pris de rendez-vous, dans les locaux des établissements de crédit qui sont accessibles aux consommateurs, et ce dans les heures d'ouverture de l'établissement. Le formulaire est fourni sur support papier ou un autre support durable, à titre gratuit, à tout consommateur qui en fait la simple demande.
  Sur simple demande du consommateur, l'établissement de crédit l'aide à remplir le formulaire de demande."
Art. 10. In artikel VII.59, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 december 2017, wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt:
  "4° de consument voldoet niet meer aan de verblijfsvoorwaarden bedoeld in artikel VII.57, § 2, eerste lid;".
Art. 10. Dans l'article VII.59, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 22 décembre 2017, le 4° est remplacé par ce qui suit:
  "4° le consommateur ne répond plus aux conditions de résidence visées à l'article VII.57, § 2, alinéa 1er;".
Art. 11. In artikel VII.59/3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 2017, worden de woorden "te allen tijde" ingevoegd tussen de woorden "minstens op papier" en de woorden "beschikbaar in de kantoren".
Art. 11. Dans l'article VII.59/3, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 2017, les mots "à tout moment" sont insérés entre les mots "au moins sur support papier" et les mots "dans les locaux accessibles au public".
Art. 12. In artikel VII.59/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op diplomatieke zendingen gevestigd op het Belgisch grondgebied. In deze afdeling wordt verstaan onder "diplomatieke zendingen", de diplomatieke zendingen zoals bedoeld in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, de consulaire posten zoals bedoeld in het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963, de permanente missies van lidstaten bij de Europese Unie of bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, en de missies van derde staten bij de Europese Unie of bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.";
  2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "Naast ondernemingen, zoals bedoeld in het eerste lid, is deze afdeling van toepassing op verenigingen van mede-eigenaars zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek die niet over een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen beschikken.";
  3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De basisbankdienst wordt, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), door middel van een betaalrekening in euro, of, voor de diensten bedoeld in artikel I.9, 1°, c), en op verzoek van de onderneming of de diplomatieke zending, door middel van een betaalrekening in Amerikaanse dollar of andere valuta, voor zover dit behoort tot de gangbare commerciële activiteit van de kredietinstelling, aangeboden. Verenigingen van mede-eigenaars zoals bedoeld in artikel 3.86 van het Burgerlijk Wetboek dienen, in het kader van hun verplichtingen als bedoeld in artikel 3.86, § 3, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek, te beschikken over twee betaalrekeningen in euro.";
  4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt in de Franse tekst het woord "Ensuite" vervangen door de woorden "En outre";
  5° in paragraaf 3 wordt het vierde lid vervangen als volgt:
  "Na het ontvankelijk verklaren van de aanvraag door de basisbankdienst-kamer, deelt deze laatste de aanvraag mee aan de Cel voor financiële informatieverwerking ingesteld bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. De basisbankdienst-kamer toetst vervolgens de aanvraag aan de weigeringsgronden, vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in het kader van de versterking van de strijd tegen fraude, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, alsook in het kader van de naleving van financiële sancties.";
  6° in paragraaf 3, wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
  "De basisbankdienst-kamer wijst, ten laatste zestig kalenderdagen nadat het aanvraagdossier als ontvankelijk en volledig kan worden beschouwd, een in België gevestigde kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder, op gespreide wijze, uit de lijst van systeemrelevante instellingen als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, 29°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, met uitzondering van de in de artikelen 36/1, 13° en 25°, en 36/26/1, §§ 4 en 6, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België bedoelde instellingen en die betalingsdiensten als bedoeld in artikel I.9, 1°, a), b) en c), aan ondernemingen aanbiedt, die de basisbankdienst moet aanbieden aan de aanvragende onderneming of de diplomatieke zending, tenzij de onderneming of de diplomatieke zending onder een van de weigeringsgronden valt als bedoeld in het vierde lid. Wanneer de onderneming of diplomatieke zending onder een van de weigeringsgronden valt, weigert de basisbankdienst-kamer een basisbankdienst-aanbieder aan te duiden.";
  7° in paragraaf 3, zesde lid, wordt de zin "Ten laatste binnen de maand volgend op de maand waarin het aanvraagdossier als volledig kan worden beschouwd, wijst de basisbankdienst-kamer op een gespreide wijze de in aanmerking komende basisbankdienst-aanbieder aan." opgeheven;
  8° in paragraaf 5, vijfde lid, worden de woorden "of andere valuta" ingevoegd tussen de woorden "Amerikaanse dollar" en de woorden "aanbiedt".
Art. 12. A l'article VII.59/4 du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié en dernier lieu par la loi du 9 février 2024, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Outre les entreprises visées à l'alinéa 1er, la présente section est applicable aux missions diplomatiques établies sur le territoire belge. Dans la présente section, on entend par "missions diplomatiques", les missions diplomatiques visées par la Convention de Vienne sur les relations diplomatiques du 18 avril 1961, les postes consulaires visés par la Convention de Vienne sur les relations consulaires du 24 avril 1963, les missions permanentes d'Etats membres auprès de l'Union européenne ou auprès de l'Organisation du Traité de l'Atlantique Nord, et les missions d'Etats tiers auprès de l'Union européenne ou auprès de l'Organisation du Traité de l'Atlantique Nord.";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Outre les entreprises visées à l'alinéa 1er, la présente section est applicable à toute association de copropriétaires visée à l'article 3.86 du Code civil qui n'ont pas d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises";
  3° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit:
  "Le service bancaire de base est offert, pour les services visés à l'article I.9, 1°, a), b) et c), au moyen d'un compte de paiement en euros ou, pour les services visés à l'article I.9, 1°, c), et à la demande de l'entreprise ou de la mission diplomatique, au moyen d'un compte de paiement en dollars américains ou en d'autres devises, dans la mesure où cela fait partie des pratiques commerciales normales de l'établissement de crédit. Les associations de copropriétaires visées à l'article 3.86 du Code civil doivent, dans le cadre de leurs obligations visée à l'article 3.86, § 3, alinéa 5, du Code civil, disposer de deux comptes de paiement en euros.";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, le mot "Ensuite" est remplacé par les mots "En outre";
  5° dans le paragraphe 3, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
  "Après la recevabilité de la demande par la chambre du service bancaire de base, celle-ci communique la demande à la Cellule de traitement des informations financières créée par la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'usage des espèces. La chambre du service bancaire de base examine ensuite la demande au regard des motifs de refus fixés par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres, dans le cadre du renforcement de la lutte contre la fraude, le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme, ainsi que dans le cadre du respect des sanctions financières.";
  6° dans le paragraphe 3, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
  "La chambre du service bancaire de base désigne, au plus tard soixante jours calendrier après que le dossier de demande peut être considéré comme recevable et complet, un établissement de crédit établi en Belgique en tant que prestataire de services bancaires de base, de manière échelonnée, à partir de la liste des établissements d'importance systémique tels que définis à l'article 3, alinéa 1er, 29°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, à l'exception des établissements visés aux articles 36/1, 13° et 25°, et 36/26/1, §§ 4 et 6, de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique et des services de paiement visés à l'article 9, 1°, a), b) et c), aux entreprises, qui doivent offrir le service bancaire de base à l'entreprise ou à la mission diplomatique requérante, sauf si l'entreprise ou la mission diplomatique relève d'un des motifs de refus visés à l'alinéa 4. Lorsque l'entreprise ou la mission diplomatique relève d'un des motifs de refus, la chambre du service bancaire de base refuse de désigner un prestataire du service bancaire de base.";
  7° dans le paragraphe 3, alinéa 6, la phrase "Au plus tard dans le mois qui suit celui au cours duquel le dossier de la demande peut être considéré comme complet, la chambre du service bancaire de base désigne de manière étalée le prestataire du service bancaire de base qui entre en ligne de compte." est abrogée;
  8° dans le paragraphe 5, alinéa 5, les mots "ou en d'autres devises" sont insérés entre les mots "en dollars américains" et les mots ", des conditions ou restrictions".
Art. 13. In artikel VII.59/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "In het kader van de analyse van de weigeringsgronden bedoeld in artikel VII.59/4, § 3, vierde lid, bevat het aanvraagformulier, voor wat de ondernemingen betreft, tevens een uittreksel uit het strafregister op naam van de onderneming, de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding dat niet ouder is dan drie maanden."
Art. 13. Dans l'article VII.59/5 du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié en dernier lieu par la loi du 9 février 2024, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4:
  "Dans le cadre de l'analyse des motifs de refus visés à l'article VII.59/4, § 3, alinéa 4, le formulaire de demande comporte également, en ce qui concerne les entreprises, un extrait de casier judiciaire au nom de l'entreprise, des membres de l'organe légal de gestion et des personnes chargées de la direction effective ne datant pas de plus de trois mois."
Art. 14. In artikel VII.59/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en gewijzigd bij de wetten van 25 september 2022 en 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en, in het bijzonder voor de onderneming, de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Daarnaast worden uitdrukkelijk de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures vermeld die voor de onderneming en de diplomatieke zending openstaan ter betwisting van de beslissing, en, in het bijzonder voor de onderneming, de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie.";
  3° in de Franse tekst van de paragrafen 2 en 3 worden de woorden "l'article VII.59, § 3, alinéa 5" telkens vervangen door de woorden "l'article VII.59/4, § 3, alinéa 5".
Art. 14. A l'article VII.59/6 du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié par les lois des 25 septembre 2022 et 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "En outre, sont explicitement mentionnés les procédures de plainte et de recours extrajudiciaires qui sont ouvertes à l'entreprise et à la mission diplomatique pour contester la décision, et en particulier pour l'entreprise, le nom complet, l'adresse, le numéro de téléphone et l'adresse électronique du service de médiation des services financiers, et de l'administration de surveillance compétente auprès du SPF Economie.";
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "En outre, sont explicitement mentionnés les procédures de plainte et de recours extrajudiciaires qui sont ouvertes à l'entreprise et à la mission diplomatique pour contester la décision, et en particulier pour l'entreprise, le nom complet, l'adresse, le numéro de téléphone et l'adresse électronique du service de médiation des services financiers, et de l'administration de surveillance compétente auprès du SPF Economie.";
  3° aux paragraphes 2 et 3, les mots "l'article VII.59, § 3, alinéa 5" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article VII.59/4, § 3, alinéa 5".
Art. 15. In artikel VII.59/7, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 november 2020 en gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de woorden ", en de Cel voor Financiële Informatieverwerking," opgeheven.
Art. 15. Dans l'article VII.59/7, § 2, du même Code, inséré par la loi du 8 novembre 2020 et modifié par la loi du 25 septembre 2022, les mots "et la Cellule de traitement des informations financières" sont abrogés.
Art. 16. In artikel VII.59/9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 september 2022 en gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden in de inleidende zin de woorden "tweede en derde lid" vervangen door de woorden "tweede tot vierde lid";
  2° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "De Cel voor financiële informatieverwerking, in het kader van de uitoefening van haar wettelijke opdracht, ontvangt de gegevens die relevant kunnen zijn in het kader van eventuele lopende onderzoeken."
Art. 16. A l'article VII.59/9, du même Code, inséré par la loi du 25 septembre 2022 et modifié par la loi du 9 février 2024, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, dans la phrase liminaire, les mots "alinéas 2 et 3" sont remplacés par les mots "alinéas 2 à 4";
  2° dans le paragraphe 5, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "La Cellule de traitement des informations financières, dans l'exercice de sa mission légale, reçoit les données utiles dans le cadre des éventuelles enquêtes en cours."
Art. 17. In artikel VII.145 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De wijzigingen opgesomd in het tweede lid kunnen niet gebeuren door een herfinanciering als bedoeld in artikel I.9, 53/1° en 2°. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijzigingen bedoeld in het tweede lid aanvullen.";
  2° in het vierde lid worden de woorden "een kredietaanbod" vervangen door de woorden "een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud";
  3° in het zesde lid wordt het woord "kredietaanbod" telkens vervangen door de woorden "bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud".
Art. 17. A l'article VII.145 du même Code, remplacé par la loi du 22 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Les modifications énumérées à l'alinéa 2 ne peuvent pas être effectuées par le biais d'un refinancement tel que visé à l'article I.9, 53/1° et 2°. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, compléter les modifications visées à l'alinéa 2.";
  2° dans l'alinéa 4, les mots "une offre de crédit" sont remplacés par les mots "un avenant sur un support durable qui fournit la preuve de l'accord des parties sur le contenu";
  3° dans l'alinéa 6, les mots "offre de crédit" sont remplacés chaque fois par les mots "avenant sur un support durable qui fournit la preuve de l'accord des parties sur le contenu".
Art. 18. In artikel VII.147, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 april 2016, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. De voorwaardelijke vermindering op de kost van het krediet, en in het bijzonder op de debetrentevoet, toegekend in het raam van een gebundelde verkoop is enkel toegestaan voor een van de verzekeringen bedoeld in artikel VII.146, § 1, tweede lid, zonder dat het noodzakelijk een aangehecht contract moet zijn, en voor een betaalrekening als bedoeld in artikel I.9, 8°.
  De voorwaardelijke vermindering wordt voor elke voorwaarde afzonderlijk aangeboden en in de kredietovereenkomst vastgelegd.
  De kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar mag de consument geen bemiddelaar voor de aangeduide dienstverlener opleggen om de voorwaardelijke vermindering van een gebundelde verkoop bij het sluiten van de kredietovereenkomst te kunnen behouden.
  In het raam van een voorwaardelijke vermindering is de kredietgever verplicht het verlaagde tarief van de kredietovereenkomst zonder extra kosten te handhaven indien de consument gebruik maakt van zijn recht om te veranderen naar een dienstverlener van zijn keuze:
  1° na het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst;
  2° voor het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst, indien gedurende die periode:
  a) de verzekeraar een tariefverhoging toepast, met dien verstande dat de toepassing van de ABEX-index op de verzekerde waarde geen tariefverhoging vormt in de betekenis van deze bepaling;
  b) de verzekering bedoeld in het eerste lid is opgezegd nadat een schadegeval is ontstaan;
  c) de consument de kaderovereenkomst van zijn betaalrekening, die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop die recht geeft op een voorwaardelijke vermindering, beëindigt in het raam van een overstapdienst betaalrekeningen als bepaald in boek VII, titel 3, hoofdstuk 9/1.
  De duur van de kredietovereenkomst in het vierde lid betreft de oorspronkelijk overeengekomen duur vanaf de ondertekening van de kredietovereenkomst.
  De consument handhaaft de domiciliëring die de betaling van de termijnbedragen op de vervaldata van zijn kredietovereenkomst waarborgt indien dit een voorwaarde is van de kredietovereenkomst.
  De kredietovereenkomst vermeldt vanaf wanneer de consument kan veranderen van dienstverlener van elke verzekering en van de betaalrekening die deel uitmaakt van de gebundelde verkoop bedoeld in het vierde lid, met behoud van het verlaagde tarief.
  De kredietgever is gehouden de consument tijdens de duur van de kredietovereenkomst de exacte datum van het eerste derde deel van de duur van de kredietovereenkomst bedoeld in het vierde lid mee te delen op diens eenvoudig verzoek.
  De vermelding in het zevende lid en de plicht van de kredietgever in het achtste lid staan duidelijk en beknopt in de buurt van het verlaagde tarief bedoeld in het vierde lid."
Art. 18. Dans l'article VII.147 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 22 avril 2016, il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit:
  " § 1/1. La réduction conditionnelle, qui concerne le coût du crédit et plus particulièrement le taux d'intérêt débiteur, accordée dans le cadre d'une vente groupée est uniquement autorisée pour une des assurances visées à l'article VII.146, § 1er, alinéa 2, sans qu'il ne s'agisse nécessairement d'un contrat annexe, et pour un compte de paiement tel que défini à l'article I.9, 8°.
  La réduction conditionnelle est proposée séparément pour chaque condition et précisée dans le contrat de crédit.
  Le prêteur ou, le cas échéant, l'intermédiaire de crédit ne peut pas imposer au consommateur d'intermédiaire pour le prestataire de services désigné pour pouvoir conserver la réduction conditionnelle d'une vente groupée, lors de la conclusion du contrat de crédit.
  Dans le cadre d'une réduction conditionnelle, le prêteur est tenu de maintenir le taux réduit du contrat de crédit sans frais supplémentaires si le consommateur utilise son droit de changer de prestataire de services de son choix:
  1° après le premier tiers de la durée du contrat de crédit;
  2° avant le premier tiers de la durée du contrat de crédit si, au cours de cette période:
  a) l'assureur applique une augmentation tarifaire, étant entendu que l'application de l'indice ABEX sur la valeur assurée ne constitue pas une augmentation tarifaire au sens de la présente disposition;
  b) l'assurance visée à l'alinéa 1er est résiliée après la survenance d'un sinistre;
  c) le consommateur met fin au contrat-cadre de son compte de paiement, qui fait partie de la vente groupée ayant donné lieu à la réduction conditionnelle, dans le cadre d'un service de changement de compte tel que prévu au livre VII, titre 3, chapitre 9/1.
  La durée du contrat de crédit, mentionnée à l'alinéa 4, se réfère à la durée initialement convenue lors de la signature du contrat de crédit.
  Le consommateur maintient la domiciliation qui assure le paiement des montants d'un terme aux dates d'échéances de son contrat de crédit si c'est une condition du contrat de crédit.
  Le contrat de crédit mentionne à partir de quand le consommateur peut changer de prestataire de services de chaque assurance et du compte de paiement qui fait partie de la vente groupée visée à l'alinéa 4, tout en conservant le taux réduit.
  Le prêteur est tenu de communiquer, pendant la durée du contrat de crédit, à la simple demande du consommateur, la date exacte du premier tiers de la durée du contrat de crédit visée à l'alinéa 4.
  La mention reprise à l'alinéa 7 et l'obligation du prêteur reprise à l'alinéa 8 sont apposées, de façon claire et concise, auprès du tarif réduit visé à l'alinéa 4."
Art. 19. In artikel VII.181 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2022, wordt paragraaf 7, opgeheven bij de wet van 26 oktober 2015, hersteld als volgt:
  " § 7. Als een bemiddelaar in hypothecair krediet kennis heeft van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de in dit hoofdstuk vermelde inschrijvingsvoorwaarden door een subagent op wie hij een beroep doet of heeft gedaan, deelt hij die elementen onmiddellijk mee aan de FSMA.
  Een bemiddelaar in hypothecair krediet brengt de FSMA er ook van op de hoogte dat iemand zich als kredietbemiddelaar voordoet zonder te zijn ingeschreven in het register waarin dit boek voorziet."
Art. 19. Dans l'article VII.181 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2022, le paragraphe 7, abrogé par la loi du 26 octobre 2015, est rétabli dans la rédaction suivante:
  " § 7. Si un intermédiaire en crédit hypothécaire a connaissance d'éléments pouvant mettre en doute le respect des conditions d'inscription prévues par le présent chapitre dans le chef d'un sous-agent auquel il fait appel ou a fait appel, il communique sans délai ces éléments à la FSMA.
  Les intermédiaires en crédit hypothécaire informent également la FSMA s'ils ont connaissance du fait que quelqu'un se présente comme un intermédiaire de crédit sans être inscrit au registre prévu par le présent livre."
Art. 20. In artikel VII.187, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 7° worden de woorden "die zij, ter uitvoering van dit hoofdstuk, verricht." vervangen door de woorden "die zij verricht ter uitvoering van dit hoofdstuk of enige andere wettelijke of reglementaire bepaling waarop zij toeziet;";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende:
  "8° in voorkomend geval, de bepalingen van artikel XV.18/1 naleven."
Art. 20. A l'article VII.187, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2022, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 7° est complété par les mots "ou de toute autre disposition légale ou réglementaire dont elle assure le contrôle";
  2° le paragraphe est complété par le 8° rédigé comme suit:
  "8° le cas échéant, respecter les dispositions de l'article XV.18/1."
Afdeling 5. - Wijzigingen van boek VIII van het Wetboek van economisch recht
Section 5. - Modifications du livre VIII du Code de droit économique
Art. 21. In artikel VIII.4 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt:
  "11° de centralisatie van de registratie van experten;";
  b) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 12° tot 15°, luidende:
  "12° de ondersteuning van prenormalisatieacties gericht op het ontwikkelen van technische en wetenschappelijke kennis in de te normaliseren materies;
  13° de ondersteuning van acties van postnormalisatie die tot doel hebben het gebruik van normen door kmo's te vergemakkelijken;
  14° de ondersteuning van acties om kmo's te sensibiliseren voor normalisatie en hen te informeren over de normen die van kracht zijn en in voorbereiding zijn;
  15° de uitvoering van andere normalisatieopdrachten die hem zijn toevertrouwd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.";
  c) het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De Koning stelt het kader van de in het eerste lid, 12°, 13° en 14°, bedoelde ondersteuningsopdrachten vast, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad."
Art. 21. A l'article VIII.4 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 11° est remplacé par ce qui suit:
  "11° la centralisation de l'enregistrement des experts;";
  b) l'article est complété par les 12° à 15° rédigés comme suit:
  "12° le soutien d'actions de prénormalisation visant au développement des connaissances techniques et scientifiques dans les matières à normaliser;
  13° le soutien d'actions de postnormalisation visant à faciliter l'utilisation des normes par les PME;
  14° le soutien d'actions visant à sensibiliser les PME à la normalisation et à les informer sur les normes en vigueur et en projet;
  15° l'exécution d'autres tâches en rapport avec la normalisation qui lui sont confiées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.";
  c) l'article est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit:
  "Le Roi fixe le cadre des missions de soutien visées à l'alinéa 1er, 12°, 13° et 14°, par arrêté délibéré en Conseil des ministres."
Art. 22. Artikel VIII.7 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. VIII.7. Het Bureau stelt alles in het werk opdat de belangrijkste belanghebbende partijen in de normalisatiecommissies vertegenwoordigd zouden zijn. Daartoe kan de Koning:
  1° de categorieën van belanghebbende partijen bepalen wier deelname moet worden aangemoedigd of voor wie de toegang naar normen moet vergemakkelijkt worden;
  2° organisaties erkennen die behoren tot de in de bepaling onder 1° bedoelde belanghebbende partijen;
  3° specifieke bepalingen vaststellen om de deelname van de in de bepalingen onder 1° en 2° bedoelde belanghebbende partijen aan te moedigen en hun toegang tot normen te vergemakkelijken.
  Het Bureau is belast met het verstrekken, aan de normalisatiecommissies en de sectorale normalisatieoperatoren, van de technische en economische inlichtingen waarover het beschikt en die voor hun werkzaamheden noodzakelijk zijn."
Art. 22. L'article VIII.7 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Art. VIII.7. Le Bureau met tout en oeuvre pour que les principales parties intéressées soient représentées dans les commissions de normalisation. A cette fin, le Roi peut:
  1° déterminer des catégories de parties intéressées pour lesquelles la participation doit être favorisée ou l'accès aux normes doit être facilité;
  2° reconnaitre des organisations qui font partie des parties intéressées visées au 1° ;
  3° fixer des dispositions spécifiques afin de favoriser la participation des parties intéressées visées aux 1° et 2° et faciliter leur accès aux normes.
  Le Bureau est chargé de fournir aux commissions de normalisation et aux opérateurs sectoriels de normalisation les informations techniques et économiques à sa disposition qui sont nécessaires à leurs travaux."
Art. 23. Artikel VIII.10, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
  "6° een financiering die wordt ingeschreven ten laste van de federale begroting op de kredieten van de FOD Economie, om de verwezenlijking van de ondersteuningsopdrachten bedoeld in artikel VIII.4, eerste lid, 12°, 13° en 14°, mogelijk te maken."
Art. 23. L'article VIII.10, § 2, du même Code, modifié par la loi du 25 septembre 2022, est complété par un 6° rédigé comme suit:
  "6° un financement qui est imputé à la charge du budget fédéral sur les crédits du SPF Economie, afin de permettre la réalisation des missions de soutien visée à l'article VIII.4, alinéa 1er, 12°, 13° et 14°. "
Afdeling 6. - Wijzigingen van boek X van het Wetboek van economisch recht
Section 6. - Modifications du livre X du Code de droit économique
Art. 24. In boek X van hetzelfde Wetboek wordt een titel 5 ingevoegd, luidende "Adviescommissie voor overeenkomsten inzake commerciële distributie".
Art. 24. Dans le livre X du même Code, il est inséré un titre 5 intitulé "Commission d'avis des contrats de distribution commerciale".
Art. 25. In titel 5, ingevoegd bij artikel 24, wordt een artikel X.62 ingevoegd, luidende:
  "Art. X.62. De Koning richt een Adviescommissie voor overeenkomsten inzake commerciële distributie op, in deze titel "Adviescommissie" genoemd, bestaande uit een gelijke vertegenwoordiging van organisaties die de belangen verdedigen van elk van de twee voornaamste partijen van een distributieovereenkomst, leden van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, en experten op het gebied van distributieovereenkomsten.
  De Adviescommissie heeft tot doel adviezen te verstrekken over elke kwestie betreffende overeenkomsten bedoeld in dit boek.
  De ontwerpen van wijziging van dit boek en de ontwerpen van koninklijke besluiten met dit boek als rechtsgrondslag worden voor advies voorgelegd aan de Adviescommissie door de minister die bevoegd is voor Economie of door de minister die bevoegd is voor kmo's.
  De Adviescommissie deelt haar adviezen onmiddellijk nadat ze zijn goedgekeurd mee aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor kmo's.
  De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven kan een advies verstrekken als opmerking of aanvulling op het advies van de Adviescommissie. Daartoe kan hij met name de leden van de Adviescommissie voor overeenkomsten inzake commerciële distributie horen.
  De Adviescommissie publiceert haar adviezen na kennisgeving van het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
  In afwijking van het zesde lid kan de Adviescommissie, bij gebrek aan kennisgeving van behandeling door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, haar adviezen publiceren na het verstrijken van een termijn van één maand die begint te lopen op de dag na de dag waarop het advies van de Adviescommissie werd meegedeeld aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Deze termijn wordt verlengd met één maand wanneer de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zijn voornemen bekendmaakt om het advies van de Adviescommissie te becommentariëren of aan te vullen."
Art. 25. Dans le titre 5 inséré par l'article 24, il est inséré un article X.62 rédigé comme suit:
  "Art. X.62. Le Roi constitue une Commission d'avis des contrats de distribution commerciale, dénommée "Commission d'avis" dans le présent titre, composée d'une représentation égale d'organisations défendant les intérêts de chacune des deux parties principales d'un contrat de distribution, de membres du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et d'experts en matière de contrats de distribution.
  La Commission d'avis a pour mission de donner des avis sur toute question concernant les contrats visés par le présent livre.
  Les projets de modification du présent livre et les projets d'arrêtés royaux ayant le présent livre comme base légale sont soumis à l'avis de la Commission d'avis par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions ou par le ministre qui a les PME dans ses attributions.
  La Commission d'avis communique ses avis immédiatement après leur adoption au Conseil central de l'économie, au ministre qui a l'Economie dans ses attributions et au ministre qui a les PME dans ses attributions.
  Le Conseil central de l'économie peut adopter un avis commentant ou complétant l'avis de la Commission d'avis. A cette fin, il peut notamment auditionner les membres de la Commission d'avis des contrats de distribution commerciale.
  La Commission d'avis publie ses avis après avoir reçu notification de l'avis du Conseil central de l'économie.
  Par dérogation à l'alinéa 6, la Commission d'avis peut publier ses avis en l'absence de notification de prise en considération par le Conseil central de l'économie à l'expiration d'un délai d'un mois qui commence à courir le lendemain du jour de la communication de l'avis de la Commission d'avis au Conseil central de l'économie. Ce délai est prolongé d'un mois lorsque le Conseil central de l'économie notifie sa volonté de commenter ou compléter l'avis de la Commission d'avis."
Afdeling 7. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch recht
Section 7. - Modifications du livre XV du Code de droit économique
Art. 26. In artikel XV.3, 1°, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, wordt het woord "huiszoeking" vervangen door de woorden "visitatie van de bewoonde lokalen".
Art. 26. A l'article XV.3, 1°, alinéa 5, du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par la loi du 30 juillet 2018, le mot "perquisition" est remplacé par les mots "visite des locaux habités".
Art. 27. In artikel XV.5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 5 worden de woorden ", of door seponering van de zaak door het openbaar ministerie" opgeheven;
  2° paragraaf 5 wordt aangevuld met volgende zin:
  "In het geval van een seponering van de zaak door het openbaar ministerie, wordt de administratieve vervolging bedoeld in artikel XV.60/1, § 1, 2° steeds opgestart."
  3° een paragraaf 6 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 6. De inbeslagneming of de verzegeling wordt van rechtswege opgeheven wanneer de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 beslist hebben:
  1° tot een klassering zonder gevolg zoals bedoeld in artikel XV.60/2, eerste lid;
  2° tot een schuldigverklaring zoals bedoeld in artikel XV.60/2, eerste lid, of tot het opleggen van een administratieve geldboete, voor zover geen toepassing is gemaakt van de procedure bedoeld in artikel XV.30/1, § 1/1, binnen een termijn van dertig dagen na verloop van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15."
Art. 27. A l'article XV.5 du même Code, inséré par la loi du 20 novembre 2013 et modifié par la loi du 26 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 5, les mots ", ou par le classement sans suite par le ministère public" sont supprimés;
  2° le paragraphe 5 est complété par la phrase suivante:
  "Dans le cas d'un classement sans suite par le ministère public, la poursuite administrative visée à l'article XV.60/1, § 1er, 2°, est toujours lancée."
  3° un paragraphe 6 est inséré rédigé comme suit:
  " § 6. La saisie ou la mise sous scellé est levée de plein droit lorsque les agents visés à l'article XV.60/4 ont pris une décision:
  1° de classement sans suite, tel que visé à l'article XV.60/2, alinéa 1er;
  2° de déclaration de culpabilité telle que visée à l'article XV.60/2, alinéa 1er, ou d'imposition d'une amende administrative, pour autant qu'il ne soit pas fait application de la procédure visée à l'article XV.30/1, § 1er/1, dans un délai de trente jours après l'expiration du délai de recours visé à l'article XV.60/15."
Art. 28. In artikel XV.16, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "hiertoe aangestelde ambtenaar" vervangen door de woorden "ambtenaar bedoeld in artikel XV.2".
Art. 28. Dans l'article XV.16, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots "l'agent commissionné à cet effet" sont remplacés par les mots "l'agent visé à l'article XV.2".
Art. 29. In artikel XV.18/1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 mei 2022, worden de woorden "en volgens de modaliteiten" ingevoegd tussen de woorden "binnen de termijn" en de woorden "die zij vaststelt".
Art. 29. Dans l'article XV.18/1, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 8 mai 2022, les mots "et selon les modalités" sont insérés entre les mots "et ce dans le délai" et les mots "qu'elle détermine".
Art. 30. In artikel XV.30/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. Wanneer er binnen een procedure van administratieve vervolging zoals bedoeld in artikel XV.60/1, § 1, 2°, werd vastgesteld dat goederen die in uitvoering van artikel XV.5 of XV.23 in beslag werden genomen een inbreuk uitmaken op artikel XV.103 en niet is overgegaan tot een klassering zonder gevolg, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 het openbaar ministerie hiervan op de hoogte binnen een termijn van dertig dagen na verloop van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15. Het openbaar ministerie beveelt binnen zestig dagen na ontvangst van deze kennisgeving de vernietiging van de goederen op de wijze bedoeld in artikel XV.25/3 of de teruggave aan de eigenaar, houder of geadresseerde."
Art. 30. A l'article XV.30/1 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifié par la loi du 30 juillet 2018, il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit:
  " § 1er/1. Lorsque, dans le cadre d'une procédure de poursuite administrative telle que visée à l'article XV.60/1, § 1er, 2°, il a été constaté que des biens saisis en exécution de l'article XV.5 ou XV.23 constituent une infraction à l'article XV.103 et qu'il n'a pas été procédé à un classement sans suite, les agents visés à l'article XV.60/4 en informent le ministère public dans un délai de trente jours après l'expiration du délai de recours visé à l'article XV.60/15. Dans les soixante jours qui suivent la réception de cette notification, le ministère public ordonne la destruction des biens de la façon visée à l'article XV.25/3 ou leur restitution au propriétaire, détenteur ou destinataire."
Art. 31. In artikel XV.31/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, opgeheven bij de wet van 29 juni 2016, hersteld bij de wet van 29 september 2020 en gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "en/of ondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "in het belang van consumenten" en de woorden "die nadeel hebben ondervonden van de vermoede inbreuken" en worden de woorden "en/of ondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "aan consumenten" en de woorden "die nadeel ondervinden van de inbreuken.";
  2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "en/of ondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "de schade aan consumenten" en de woorden "werd vergoed".
Art. 31. A l'article XV.31/2 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, abrogé par la loi du 29 juin 2016, rétabli par la loi du 29 septembre 2020 et modifié par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 2, les mots "et/ou d'autres entreprises" sont insérés entre les mots "en faveur des consommateurs" et les mots "affectés par les infractions" et les mots "et/ou les entreprises" sont insérés entre les mots "pour les consommateurs" et les mots "affectés par lesdites infractions.";
  2° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "et/ou des entreprises" sont insérés entre les mots "le préjudice des consommateurs" et les mots "ait été compensé".
Art. 32. Artikel XV.60/7, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende:
  "7° dat, onverminderd of dit reeds gebeurd is overeenkomstig artikel XV.31/2, de overtreder kan toezeggen om de inbreuk stop te zetten en, waar relevant, aanvullend kan toezeggen adequaat herstel te bieden aan consumenten en/of ondernemingen die nadeel hebben ondervonden of ondervinden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel XV.60/9/1."
Art. 32. L'article XV.60/7, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, est complété par un 7° rédigé comme suit:
  "7° le fait que, sans préjudice que cela ait déjà eu lieu conformément à l'article XV.31/2, le contrevenant peut s'engager à mettre fin à l'infraction et, là où c'est pertinent, peut en complément s'engager à proposer une réparation adéquate aux consommateurs et/ou aux entreprises qui ont subi ou subissent un dommage à la suite des infractions supposées visées à l'article XV.2, § 1er, conformément à la procédure visée à l'article XV.60/9/1."
Art. 33. In boek XV, titel 1/2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel XV.60/9/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.60/9/1. § 1. Indien de overtreder in het kader van het indienen van zijn verweermiddelen, zoals bedoeld in artikel XV.60/7, toezegt de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, stop te zetten en/of adequaat herstel te bieden aan consumenten en/of ondernemingen die nadeel hebben ondervonden of ondervinden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deze toezegging aanvaarden. Ze informeren de overtreder op dat ogenblik eveneens over de impact die het stopzetten van de vermoede inbreuken of het herstel kan hebben op de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete.
  § 2. Indien de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de toezegging niet aanvaarden, informeren ze de overtreder eenmalig over de bijkomende maatregelen die deze kan nemen om de vermoede inbreuken stop te zetten en/of herstel te bieden in het belang van consumenten en/of ondernemingen die nadeel hebben ondervonden of ondervinden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, vooraleer over te gaan tot het nemen van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete. Ze informeren de overtreder eveneens op dat ogenblik over de impact die deze bijkomende maatregelen kunnen hebben op de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete. Deze ambtenaren bepalen een termijn van minstens vijftien dagen waarbinnen de overtreder een nieuwe toezegging kan indienen.
  § 3. De toezeggingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 kunnen openbaar worden gemaakt op de website van de FOD Economie, voor zover zij aanvaard werden door de in artikel XV.60/4 bedoelde ambtenaren, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten en ondernemingen over de toegepaste praktijken van de overtreder of om toekomstige inbreuken door de onderneming te vermijden. In dit verband kunnen de in artikel XV.60/4 bedoelde ambtenaren ook overgaan tot de publicatie van de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om de inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
  Vooraleer over te kunnen gaan tot de publicatie, brengen de in artikel XV.60/4 bedoelde ambtenaren de onderneming op de hoogte van het voornemen om over te gaan tot de publicatie van de toezeggingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 en van de mogelijkheid voor de onderneming om zich daartegen te verzetten. Er kan enkel overgegaan worden tot de in het eerste lid bedoelde publicatie als binnen vijf werkdagen geen met redenen omklede reactie van de onderneming ontvangen werd of als de onderneming geen afdoende verantwoording heeft gegeven om zich tegen de publicatie te verzetten.
  Elke toezegging die wordt bekendgemaakt, blijft gedurende een periode van maximaal één jaar na de bekendmaking op de website van de FOD Economie staan, waar ze toegankelijk is voor elke burger. Persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, die in de bekendmaking zijn opgenomen, worden evenwel slechts op de website vermeld zolang als noodzakelijk in overeenstemming met de doelstellingen bedoeld in het eerste lid, en dit voor een maximumtermijn van één jaar.
  § 4. De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 verzoeken om na te gaan of de toezeggingen worden nageleefd en hiervan proces-verbaal op te stellen zoals bedoeld in artikel XV.2, § 2."
Art. 33. Dans le livre XV, titre 1/2, chapitre 2, du même Code, il est inséré un article XV.60/9/1 rédigé comme suit:
  "Art. XV.60/9/1. § 1er. Lorsque, dans le cadre de la présentation de ses moyens de défense telle que visée à l'article XV.60/7, le contrevenant s'engage à mettre fin aux infractions supposées visées à l'article XV.2, § 1er, et/ou à proposer une réparation adéquate aux consommateurs et/ou aux entreprises qui ont subi ou subissent un dommage à la suite des infractions supposées visées à l'article XV.2, § 1er, les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent accepter cet engagement. A ce moment, ils informent également le contrevenant de l'impact que la cessation des infractions supposées ou la réparation peut avoir sur la décision infligeant une amende administrative.
  § 2. Si les agents visés à l'article XV.60/4 n'acceptent pas l'engagement, ils informent une seule fois le contrevenant des mesures supplémentaires qu'il peut prendre pour mettre fin aux infractions supposées et/ou proposer une réparation dans l'intérêt des consommateurs et/ou des entreprises qui ont subi ou subissent un dommage à la suite des infractions supposées visées à l'article XV.2, § 1er, avant de prendre une décision infligeant une amende administrative. A ce moment, ils informent également le contrevenant de l'impact que ces mesures supplémentaires peuvent avoir sur la décision infligeant une amende administrative. Ces agents déterminent un délai d'au moins quinze jours dans lequel le contrevenant peut présenter un nouvel engagement.
  § 3. Les engagements visés aux paragraphes 1er et 2 peuvent être rendus publics sur le site web du SPF Economie, pour autant qu'ils aient été acceptés par les agents visés à l'article XV.60/4, dans le but d'avertir ou d'informer les consommateurs et les entreprises au sujet des pratiques employées par le contrevenant ou d'éviter de futures infractions par l'entreprise. A cet égard, les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent également procéder à la publication des données d'identification du contrevenant et des données relatives aux infractions constatées, aux pratiques sous-jacentes et aux moyens utilisés pour commettre les infractions. Les adresses peuvent uniquement être publiées si le contrevenant n'y est pas domicilié.
  Avant de pouvoir procéder à la publication, les agents visés à l'article XV.60/4 informent l'entreprise de l'intention de procéder à la publication des engagements visés aux paragraphes 1er et 2 et de la possibilité pour l'entreprise de s'y opposer. Il peut uniquement être procédé à la publication visée à l'alinéa 1er lorsque, dans un délai de cinq jours ouvrables, aucune réaction motivée n'a été reçue de la part de l'entreprise ou que l'entreprise n'a pas donné de justification suffisante pour s'opposer à la publication.
  Chaque engagement qui est rendu public continue de figurer sur le site web du SPF Economie, où il est accessible à chaque citoyen, pendant une période de maximum un an après la publication. Les données à caractère personnel, telles que visées à l'article 4, 1), du règlement général sur la protection des données, qui sont reprises dans la publication ne sont toutefois mentionnées sur le site web que le temps nécessaire conformément aux objectifs visés à l'alinéa 1er, et ce pendant une période maximale d'un an.
  § 4. Les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent demander aux agents visés à l'article XV.2 de vérifier le respect des engagements et d'en dresser procès-verbal, comme visé à l'article XV.2, § 2."
Art. 34. In artikel XV.60/12, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, worden de woorden "XV.5/1, § 1, of XV.31/2/1" vervangen door de woorden "XV.5/1, § 1, XV.31/2, XV.31/2/1 of XV.60/9/1".
Art. 34. Dans l'article XV.60/12, 6°, du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, les mots "XV.5/1, § 1er, ou XV.31/2/1" sont remplacés par les mots "XV.5/1, § 1er, XV.31/2, XV.31/2/1 ou XV.60/9/1".
Art. 35. In boek XV, titel 1/2, hoofdstuk 7, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel XV.60/23 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.60/23. § 1. Onverminderd artikel XV.60/21, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of tot klassering zonder gevolg steeds niet-nominatief ter kennis brengen van:
  1° de minister of staatssecretaris bevoegd voor de in de beslissing bedoelde wetgeving;
  2° de Consumentenombudsdienst, voor zover het wetgeving betreft waarvoor een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen mogelijk is;
  3° de bijzondere raadgevende commissie Verbruik, in de mate dat de beslissingen relevant zijn voor het verlenen van adviezen;
  4° andere overheidsdiensten en -instellingen, in de mate dat ze adviezen verlenen of verantwoordelijk zijn voor de wetgeving die bedoeld is in de beslissing;
  5° Europese instellingen, voor zover de beslissingen betrekking hebben op Europese verordeningen of nationale wetgeving die de omzetting vormen van Europese richtlijnen.
  § 2. Onverminderd artikel XV.60/21, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of tot klassering zonder gevolg integraal en nominatief ter kennis brengen van:
  1° de dienst van de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 die het proces-verbaal hebben opgesteld, om ze te informeren over het gevolg dat gegeven werd aan het proces-verbaal;
  2° het openbaar ministerie, om het te informeren over het gevolg dat gegeven werd aan een proces-verbaal en de administratieve sancties die opgelegd zijn aan personen of ondernemingen en om dubbele bestraffing te vermijden;
  3° andere overheidsdiensten en -instellingen, indien dit noodzakelijk is voor het opsporen, vervolgen en sanctioneren van inbreuken op de wetgevingen die tot hun bevoegdheden behoren;
  4° buitenlandse autoriteiten, in voorkomend geval binnen de grenzen of met inachtneming van de Europese richtlijnen en verordeningen, indien dit noodzakelijk is voor het opsporen, vervolgen en sanctioneren van inbreuken op de wetgevingen die tot hun bevoegdheden behoren.
  § 3. Onverminderd artikel XV.60/21, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 elke belanghebbende, in het bijzonder consumenten en ondernemingen die schade ondervonden hebben, verenigingen ter verdediging van de consumentenbelangen en verenigingen of federaties ter verdediging van de belangen van ondernemingen, op diens verzoek beknopte informatie geven over de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of klassering zonder gevolg. Dit heeft tot doel consumenten en ondernemingen te informeren over het gevolg dat gegeven werd aan hun eventuele melding en hen de mogelijkheid te geven om bijkomende gerechtelijke of buitengerechtelijke stappen te zetten.
  De beknopte informatie bedoeld in het eerste lid bevat maximaal de identificatiegegevens van de overtreder, de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken die de basis vormen voor de beslissing, de onderliggende praktijken, het boetebedrag en het feit of al dan niet beroep werd ingesteld.
  De kennisgeving bedoeld in deze paragraaf kan ten vroegste gebeuren na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15.
  § 4. Indien de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van natuurlijke personen door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 aan de in paragrafen 2 en 3 bedoelde personen en diensten wordt beschouwd als onevenredig, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien de bekendmaking een lopend onderzoek of een lopende strafrechtelijke procedure in het gedrang dreigt te brengen, wordt overgegaan tot een niet-nominatieve en/of beperkte overmaking of wordt de beslissing niet gedeeld."
Art. 35. Dans le livre XV, titre 1/2, chapitre 7, du même Code, il est inséré un article XV.60/23 rédigé comme suit:
  "Art. XV.60/23. § 1er. Sans préjudice de l'article XV.60/21, les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent toujours porter la décision d'infliger une amende administrative, de déclaration de culpabilité ou de classement sans suite de manière non nominative à la connaissance:
  1° du ministre ou secrétaire d'Etat compétent pour la législation visée dans la décision;
  2° du Service de médiation pour le consommateur, pour autant qu'il s'agisse d'une législation pour laquelle un règlement extrajudiciaire des litiges de consommation est possible;
  3° de la Commission consultative spéciale Consommation, dans la mesure où les décisions sont pertinentes pour la fourniture d'avis;
  4° d'autres services et institutions publics, dans la mesure où ils fournissent des avis ou sont responsables de la législation visée dans la décision;
  5° des institutions européennes, pour autant que les décisions portent sur des règlements européens ou une législation nationale constituant la transposition de directives européennes.
  § 2. Sans préjudice de l'article XV.60/21, les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent porter la décision d'infliger une amende administrative, de déclaration de culpabilité ou de classement sans suite de manière intégrale et nominative à la connaissance:
  1° du service des agents visés à l'article XV.2 qui ont établi le procès-verbal, afin de les informer de la suite donnée au procès-verbal;
  2° du ministère public, afin de l'informer des suites données à un procès-verbal et des sanctions administratives infligées à des personnes ou à des entreprises et d'éviter une double sanction;
  3° d'autres services et institutions publics, si cela est nécessaire pour la recherche, la poursuite et la sanction des infractions aux législations relevant de leurs compétences;
  4° d'autorités étrangères, le cas échéant dans les limites ou le respect des directives et règlements européens, si cela est nécessaire pour la recherche, la poursuite et la sanction des infractions aux législations relevant de leurs compétences.
  § 3. Sans préjudice de l'article XV.60/21, les agents visés à l'article XV.60/4 peuvent fournir, à sa demande, à tout intéressé, en particulier aux consommateurs et entreprises lésés ainsi qu'aux associations de défense des intérêts des consommateurs et aux associations ou fédérations de défense des intérêts des entreprises, des informations succinctes sur la décision d'infliger une amende administrative, de déclaration de culpabilité ou de classement sans suite. Ceci a pour but d'informer les consommateurs et les entreprises de la suite donnée à leur éventuel signalement et de leur donner la possibilité de prendre des mesures judiciaires ou extrajudiciaires supplémentaires.
  Les informations succinctes visées à l'alinéa 1er comprennent au maximum les données d'identification du contrevenant, les données relatives aux infractions constatées qui constituent la base de la décision, les pratiques sous-jacentes, le montant de l'amende et le fait qu'un recours ait été introduit ou non.
  La notification visée au présent paragraphe peut avoir lieu au plus tôt après l'expiration du délai de recours visé à l'article XV.60/15.
  § 4. Si la communication de l'identité des personnes morales ou des données à caractère personnel des personnes physiques par les agents visés à l'article XV.60/4 aux personnes et services visés aux paragraphes 2 et 3 est considérée disproportionnée après une évaluation au cas par cas de la proportionnalité de la communication des données de ce type, ou lorsque la communication menace de mettre en péril une enquête en cours ou une procédure pénale en cours, il est procédé à une communication non nominative et/ou limitée, ou la décision n'est pas partagée."
Art. 36. In artikel XV.66/2, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 8 juni 2017, worden de woorden ", vermeerderd met de opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten" ingevoegd tussen de woorden "tussen 100 en 110.000 euro opleggen aan de beheersvennootschap" en de woorden ", behalve in het geval beoogd in artikel XV.112".
Art. 36. Dans l'article XV.66/2, § 1er, 3°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 8 juin 2017, les mots "majoré des décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales," sont insérés entre les mots "entre 100 et 110.000 euros," et les mots "sauf en cas d'infraction aux dispositions visées à l'article XV.112".
Art. 37. Artikel XV.85 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 september 2020, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
  "6° zij die de bepalingen van artikel VI.81 betreffende het gezamenlijk aanbod van financiële diensten overtreden."
Art. 37. L'article XV.85 du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 29 septembre 2020, est complété par un 6° rédigé comme suit:
  "6° ceux qui enfreignent les dispositions de l'article VI.81 concernant les offres conjointes des services financiers."
Art. 38. Artikel XV.87, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de wet van 22 december 2017, wordt aangevuld met de woorden "en VII.59/3".
Art. 38. Article XV.87, 1°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et remplacé par la loi du 22 décembre 2017, est complété par les mots "et VII.59/3".
Art. 39. In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19 juli 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1° /1 wordt vernummerd tot 1° /2;
  b) een bepaling onder 1° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "1° /1 van artikel VII.4/5 en van de genomen besluiten in uitvoering van dit artikel betreffende de vergelijkbaarheid van betaalinstrumenten en de bijhorende kosten voor ondernemingen;"
Art. 39. A l'article XV.89, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, remplacé par la loi du 19 juillet 2018 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 1° /1 est renuméroté 1° /2;
  b) il est inséré un 1° /1 rédigé comme suit:
  "1° /1 de l'article VII.4/5 et des arrêtés pris en exécution de cet article relatif à la comparabilité des instruments de paiement et des frais y afférents à destination des entreprises;"
Art. 40. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 11/3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 april 2017, wordt een artikel XV.125/4/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. XV.125/4/3. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft zij die de bepalingen van de artikelen 5, 7, 19 en 20 van Verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU overtreden."
Art. 40. Dans le livre XV, titre 3, chapitre 2, section 11/3, du même Code, insérée par la loi du 18 avril 2017, il est inséré un article XV.125/4/3 rédigé comme suit:
  "Art. XV.125/4/3. Sont punis d'une sanction de niveau 2 ceux qui commettent une infraction aux dispositions des articles 5, 7, 19 et 20 du règlement (UE) 2023/1804 du Parlement européen et du Conseil du 13 septembre 2023 sur le déploiement d'une infrastructure pour carburants alternatifs et abrogeant la directive 2014/94/UE."
Art. 41. Artikel XV.126/2, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 september 2020, wordt vervangen als volgt:
  "2° de onderneming bedoeld in artikel XV.31/2 of artikel XV.60/9/1 die de gemaakte toezeggingen of aanvullende toezeggingen, die aanvaard zijn door de bevoegde ambtenaren, niet in acht neemt."
Art. 41. L'article XV.126/2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 29 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit:
  "2° l'entreprise visée à l'article XV.31/2 ou à l'article XV.60/9/1 qui ne respecte pas les engagements pris ou les engagements supplémentaires qui ont été acceptés par les agents compétents."
Afdeling 8. - Wijzigingen van boek XIX van het Wetboek van economisch recht
Section 8. - Modifications du livre XIX du Code de droit économique
Art. 42. In artikel XIX.6, § 4, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
  "4° op vraag van de bevoegde ambtenaren van de FOD Economie, een uittreksel uit het strafregister, verstrekt overeenkomstig artikel 596, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, van alle bestuurders, zaakvoerders, directeurs of gevolmachtigden van de onderneming, bestemd voor een openbaar bestuur, of een in het buitenland afgeleverd gelijkwaardig document, dat niet ouder is dan drie maanden;";
  b) in de bepaling onder 5° worden de woorden ", of een derde die beantwoordt aan de door de Koning bepaalde voorwaarden," ingevoegd tussen de woorden "dat de onderneming" en de woorden "een verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten".
Art. 42. A l'article XIX.6, § 4, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 4 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 4° est remplacé par ce qui suit:
  "4° à la demande des fonctionnaires compétents du SPF Economie, un extrait du casier judiciaire, fourni conformément à l'article 596, alinéa 1er, du Code d'instruction criminelle, de tous les administrateurs, gérants, directeurs ou fondés de pouvoir de l'entreprise destinée à une administration publique, ou un document équivalent délivré dans un pays étranger, ne datant pas de plus de trois mois;";
  b) au 5°, les mots ", ou un tiers répondant aux conditions fixées par le Roi," sont insérés entre les mots "que l'entreprise" et les mots "a conclu un contrat d'assurance".
Art. 43. In artikel XIX.7, § 2, tweede lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2023, wordt het woord "die" vervangen door het woord "dat".
Art. 43. Dans la version néerlandaise de l'article XIX.7, § 2, alinéa 2, 3°, du même Code, inséré par la loi du 4 mai 2023, le mot "die" est remplacé par le mot "dat".
Art. 44. In boek XIX van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2023, wordt een titel 3 ingevoegd, luidende "De minnelijke schuldbemiddeling".
Art. 44. Dans le livre XIX du même Code, inséré par la loi du 4 mai 2023, il est inséré un titre 3 intitulé "La médiation de dettes amiable".
Art. 45. In titel 3, ingevoegd bij artikel 44, worden de artikelen XIX.16 tot XIX.44 ingevoegd, luidende:
  "Hoofdstuk 1. Algemene beginselen
Art. 45. Dans le titre 3 inséré par l'article 44, sont insérés les articles XIX.16 à XIX.44 rédigés comme suit:
  "Chapitre 1er. Principes généraux
Afdeling 1. - Definitie en doelstellingen van de procedure
Section 1re. - Définition et objectifs de la procédure
Art. XIX.16. Onverminderd artikel I.9, 55°, is de minnelijke schuldbemiddeling een dienst, met uitzondering van het sluiten van een kredietovereenkomst bedoeld in artikel I.9, 39°, die tot doel heeft preventieve en/of curatieve bijstand te verlenen aan elke schuldenaar die financiële moeilijkheden ondervindt of niet in staat is zijn opeisbare of invorderbare schulden te betalen.
Art. XIX.16. Sans préjudice de l'article I.9, 55°, la médiation de dettes amiable est une prestation de services, à l'exclusion de la conclusion d'un contrat de crédit visé à l'article I.9, 39°, en vue de venir en aide de manière préventive et/ou curative à tout débiteur qui rencontre des difficultés financières ou est dans l'impossibilité de faire face à ses dettes exigibles ou à échoir.
Art. XIX.17. De minnelijke schuldbemiddeling heeft tot doel een duurzame oplossing te vinden voor de financiële moeilijkheden van de schuldenaar en/of voor zijn problemen van overmatige schuldenlast. Zij heeft tot doel om de schuldenaar te helpen met diens verplichtingen ten aanzien van de schuldeisers, voor zover dit de schuldenaar en zijn gezin in staat stelt om een levensstandaard te behouden in overeenstemming met de menselijke waardigheid.
Art. XIX.17. La médiation de dettes amiable a pour objectif de trouver une solution durable aux difficultés financières et/ou aux problèmes de surendettement du débiteur. Elle vise à l'aider à respecter ses engagements envers ses créanciers dans la mesure où cela lui permet, ainsi que sa famille, de maintenir des conditions de vie conformes à la dignité humaine.
Art. XIX.18. De minnelijke schuldbemiddeling kan slechts worden ingeleid op verzoek van de schuldenaar.
Art. XIX.18. La médiation de dettes amiable ne peut être entamée qu'à la demande du débiteur.
Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Section 2. - Champ d'application
Art. XIX.19. Deze titel is van toepassing op elke minnelijke schuldbemiddeling waarbij de schuldenaar een natuurlijke persoon is.
  Deze titel verwijst in het bijzonder naar elke minnelijke schuldbemiddeling voor een consument bedoeld in de artikelen XIX.9, § 3, en XIX.10, § 1, eerste lid, 3°.
Art. XIX.19. Le présent titre s'applique à toute médiation de dettes amiable d'un débiteur personne physique.
  Le présent titre vise notamment toute médiation de dettes amiable d'un consommateur dont il est question aux articles XIX.9, § 3, et XIX.10, § 1er, alinéa 1er, 3°.
HOOFDSTUK 2. - De minnelijke schuldbemiddelaar
CHAPITRE 2. - Du médiateur de dettes amiable
Art. XIX.20. § 1. De functie van minnelijke schuldbemiddelaar mag enkel uitgeoefend worden door:
  1° de advocaten, de ministeriële ambtenaren of de gerechtelijke mandatarissen in de uitoefening van hun beroep of functie;
  2° de openbare of de private instellingen die door de bevoegde autoriteiten zijn erkend om aan minnelijke schuldbemiddeling te doen.
  De instellingen bedoeld in het eerste lid, 2°, maken gebruik van natuurlijke personen die voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten gestelde voorwaarden.
  Aangezien de instellingen bedoeld in het eerste lid, 2°, onderworpen zijn aan een opleidingsverplichting als onderdeel van de voorwaarden die door de bevoegde autoriteiten aan hun erkenning zijn verbonden, voldoen zij aan de specifieke opleidingsvoorwaarde bedoeld in paragraaf 2.
  § 2. De personen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, leveren het bewijs van een bijzondere opleiding in minnelijke schuldbemiddeling en leggen waarborgen voor bekwaamheid inzake overmatige schuldenlast voor.
  De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan de opleiding en de vereiste bekwaamheid moeten voldoen.
Art. XIX.20. § 1er. Les fonctions de médiateur de dettes amiable ne peuvent être exercée que par:
  1° les avocats, les officiers ministériels ou les mandataires de justice dans l'exercice de leur profession ou de leur fonction;
  2° les institutions publiques ou les institutions privées agréées par les autorités compétentes pour pratiquer la médiation de dettes amiable.
  Les institutions visées à l'alinéa 1er, 2°, font appel à des personnes physiques répondant aux conditions fixées par les autorités compétentes.
  Les institutions visées à l'alinéa 1er, 2°, étant soumises à une obligation de formation dans le cadre des conditions posées à leur agrément par les autorités compétentes, elles remplissent la condition de formation particulière visée au paragraphe 2.
  § 2. Les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, justifient d'une formation particulière en médiation de dettes amiable et présentent des garanties de compétence en matière de surendettement.
  Le Roi fixe les conditions à remplir en ce qui concerne la formation et les compétences requises.
Art. XIX.21. Hoewel hij tussenkomt op verzoek van de schuldenaar, is de minnelijke schuldbemiddelaar een bemiddelaar tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers.
  Hij vervult zijn rol met gepaste zorgvuldigheid.
Art. XIX.21. Bien qu'il intervienne à la demande du débiteur, le médiateur de dettes amiable est un intermédiaire entre le débiteur et ses créanciers.
  Il remplit son rôle avec toute la diligence requise.
Art. XIX.22. Voor de aanvang of voortzetting van de minnelijke schuldbemiddeling, maakt de minnelijke schuldbemiddelaar elk belangenconflict ten aanzien van de schuldenaar bekend.
  De minnelijke schuldbemiddelaar mag de minnelijke schuldbemiddeling enkel aanvaarden of voortzetten indien hij en de schuldenaar uitdrukkelijk verklaren dat het belangenconflict zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang brengt.
  Deze verplichting blijft geldig gedurende het volledige traject van de minnelijke schuldbemiddeling.
Art. XIX.22. Avant d'entamer ou de poursuivre la médiation de dettes amiable, le médiateur de dettes amiable divulgue tout conflit d'intérêts envers le débiteur.
  Le médiateur de dettes amiable ne peut accepter ou poursuivre la médiation de dettes amiable que si lui-même et le débiteur déclarent expressément que le conflit d'intérêts ne compromet pas son indépendance.
  Cette obligation subsiste tout au long de la médiation de dettes amiable.
Art. XIX.23. De minnelijke schuldbemiddelaar is gebonden door het beroepsgeheim.
  Hij mag de informatie die hij ontvangt in het kader van de uitoefening van zijn functie niet delen met derden.
  Hij deelt met de schuldeisers alleen de informatie die strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie, en mits voorafgaande toestemming van de schuldenaar.
Art. XIX.23. Le médiateur de dettes amiable est tenu au secret professionnel.
  Il lui est interdit de partager avec des tiers les informations qu'il reçoit dans le cadre de sa mission.
  Il ne partage avec les créanciers que les informations strictement nécessaires à l'exercice de sa mission et ce, moyennant l'accord préalable du débiteur.
Art. XIX.24. De minnelijke schuldbemiddelaar kan, met voorafgaande toestemming van de schuldenaar, via elk communicatiemiddel contact opnemen met alle personen en instellingen om informatie te verzamelen over de schulden van de schuldenaar, die nodig is voor het opstellen van het verzoek tot minnelijke schuldbemiddeling en de opvolging ervan.
Art. XIX.24. Le médiateur de dettes amiable peut, avec l'accord préalable du débiteur, prendre contact par tout moyen de communication avec toutes personnes et institutions aux fins de récolter les informations relatives aux dettes du débiteur qui sont nécessaires au traitement et au suivi de sa demande de médiation de dettes amiable.
HOOFDSTUK 3. - De procedure en de verplichtingen van de minnelijke schuldbemiddelaar
CHAPITRE 3. - De la procédure et des obligations du médiateur de dettes amiable
Afdeling 1. - De aanvang van de minnelijke schuld-- bemiddeling
Section 1re. - Du début de la médiation de dettes amiable
Art. XIX.25. § 1. De minnelijke schuldbemiddeling mag niet aanvangen voordat de minnelijke schuldbemiddelaar en de schuldenaar een overeenkomst hebben ondertekend waarin onder meer zijn vastgesteld:
  1° de bekendmaking van elk belangenconflict dat bestaat op het ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst ten aanzien van de schuldenaar zoals bedoeld in artikel XIX.22, eerste lid, alsook de verklaring bedoeld in artikel XIX.22, tweede lid.
  2° de omvang van het mandaat van de minnelijke schuldbemiddelaar;
  3° het doel en de grenzen van de minnelijke schuldbemiddeling;
  4° de rechten en plichten van de minnelijke schuldbemiddelaar en de schuldenaar bepaald in deze titel;
  5° de beschikbare procedures voor klachtenafhandeling van de schuldenaar tegen de minnelijke schuldbemiddelaar, de bevoegde instanties die er kennis van nemen alsook de te respecteren formaliteiten en termijnen;
  6° de beginselen en regels die van toepassing zijn op de verwerking en overdracht van persoonsgegevens overeenkomstig artikel XIX.30;
  7° indien van toepassing, de kosten in verband met zijn tussenkomst en/of de minnelijke schuldbemiddeling; en
  8° de informatieplicht met betrekking tot het vereiste van voorafgaande toestemming van de schuldenaar met bepaalde stappen die de schuldbemiddelaar in het kader van zijn opdracht onderneemt.
  § 2. Paragraaf 1, 8°, doelt met name op de voorafgaande toestemming van de schuldenaar bepaald in de artikelen XIX.23, derde lid, XIX.24 en XIX.29, § 2, eerste lid.
  Indien het niet mogelijk is de voorafgaande toestemming van de schuldenaar te bekomen telkens wanneer dit nodig zou zijn in de artikelen bedoeld in het eerste lid, wordt de schuldenaar verondersteld zijn voorafgaande toestemming te geven aan de minnelijke schuldbemiddelaar door de overeenkomst te ondertekenen.
  In alle andere gevallen waarin de toestemming van de schuldenaar vereist is krachtens de bepalingen van deze titel, rust de bewijslast van de toestemming van de schuldenaar op de minnelijke schuldbemiddelaar.
  § 3. De Koning kan een modelovereenkomst bepalen en vastleggen welke bepalingen ervan van dwingend dan wel van aanvullend recht zijn.
Art. XIX.25. § 1er. La médiation de dettes amiable ne peut pas débuter avant la signature entre le médiateur de dettes amiable et le débiteur d'une convention fixant notamment:
  1° la divulgation de tout conflit d'intérêts existant au moment de la signature de la convention vis-à-vis du débiteur conformément à l'article XIX.22, alinéa 1er, ainsi que la déclaration visée à l'article XIX.22, alinéa 2;
  2° l'étendue du mandat du médiateur de dettes amiable;
  3° l'objectif et les limites de la médiation de dettes amiable;
  4° les droits et les obligations du médiateur de dettes amiable et du débiteur prévus au présent titre;
  5° les procédures établies pour le traitement des plaintes du débiteur à l'encontre du médiateur de dettes amiable, les instances compétentes pour en connaître ainsi que les formes et délais à respecter;
  6° les principes et règles applicables au traitement et à la transmission des données à caractère personnel conformément à l'article XIX.30;
  7° s'il y en a, les coûts liés à son intervention et/ou à la médiation de dettes amiable; et
  8° l'obligation d'information relative à l'exigence d'un accord préalable du débiteur quant à certaines démarches effectuées par le médiateur de dettes amiable au cours de sa mission.
  § 2. Est notamment visé au paragraphe 1er, 8°, l'accord préalable du débiteur prévu aux articles XIX.23, alinéa 3, XIX.24 et XIX.29, § 2, alinéa 1er.
  A défaut de pouvoir requérir son accord préalable à chaque fois qu'il serait nécessaire dans les articles visés à l'alinéa 1er, le débiteur est présumé donner son accord préalable au médiateur de dettes amiable par la signature de la convention.
  Pour tous les autres cas où l'accord du débiteur est requis en vertu des dispositions du présent titre, la charge de la preuve de l'accord du débiteur incombe au médiateur de dettes amiable.
  § 3. Le Roi peut déterminer un modèle-type de convention et déterminer quelles en seront les dispositions de droit impératif ou de droit supplétif.
Art. XIX.26. Tijdens de eerste gesprekken met de schuldenaar zorgt de minnelijke schuldbemiddelaar ervoor dat de schuldenaar goed geïnformeerd wordt over het kader en de beperkingen van de minnelijke schuldbemiddeling en over de rechten en plichten van elke partij.
  Tijdens de eerste gesprekken met de schuldenaar, en na te hebben beoordeeld of een minnelijke schuldbemiddeling relevant is, informeert de minnelijke schuldbemiddelaar de schuldenaar over het bestaan van alternatieve oplossingen. Hij legt de voorwaarden uit voor de uitvoering ervan en hun praktische gevolgen voor zijn rechten en verplichtingen.
Art. XIX.26. Lors des premiers entretiens avec le débiteur, le médiateur de dettes amiable s'assure que le débiteur est correctement informé du cadre et des limites de la médiation de dettes amiable ainsi que des droits et obligations de chaque partie.
  Lors des premiers entretiens avec le débiteur et après avoir évalué la pertinence d'entreprendre une médiation de dettes amiable, le médiateur de dettes amiable l'informe quant à l'existence de solutions alternatives. Il lui explique les conditions de leur mise en oeuvre et leur implications concrètes sur ses droits et ses obligations.
Afdeling 2. - Tijdens de minnelijke schuldbemiddeling
Section 2. - Tout au long de la médiation de dettes amiable
Art. XIX.27. De minnelijke schuldbemiddelaar begeleidt de schuldenaar tijdens de volledige duur van zijn opdracht.
  Daartoe voorziet de minnelijke schuldbemiddelaar in zoveel gesprekken met de schuldenaar als nodig is.
  Tijdens de volledige duur van zijn opdracht presenteert de minnelijke schuldbemiddelaar alle mogelijkheden en alternatieven die de schuldenaar ter beschikking staan en hun gevolgen, zodat de schuldenaar weloverwogen beslissingen kan nemen.
Art. XIX.27. Le médiateur de dettes amiable accompagne le débiteur pendant toute la durée de sa mission.
  A cet effet, le médiateur de dettes amiable fixe autant d'entretiens avec le débiteur que nécessaire.
  Pendant toute la durée de sa mission, le médiateur de dettes amiable présente toutes les possibilités et alternatives qui s'offrent au débiteur et leurs conséquences afin que le débiteur puisse prendre ses décisions en connaissance de cause.
Afdeling 3. - Analyse van de situatie van de schuldenaar en inventaris van schulden
Section 3. - Analyse de la situation du débiteur et inventaire des dettes
Art. XIX.28. De minnelijke schuldbemiddelaar neemt kennis van de familiale, financiële, juridische en sociale situatie van de schuldenaar.
  De minnelijke schuldbemiddelaar stelt samen met de schuldenaar het budget vast dat nodig is om hem en zijn echtgenoot en/of elke persoon die met hem samenwoont een menswaardig bestaan te garanderen. Het budget stemt overeen met de werkelijke behoeften van de schuldenaar en zijn echtgenoot en/of elke persoon die met hem samenwoont. Het principe van de menselijke waardigheid van de schuldenaar en zijn echtgenoot en/of elke persoon die met hem samenwoont dient als referentie voor de minnelijke schuldbemiddelaar bij het opstellen van het budget.
  De minnelijke schuldbemiddelaar zorgt ervoor dat de schuldenaar op de hoogte is van de sociale rechten waarvoor hij in aanmerking komt. Hij informeert en adviseert de schuldenaar over de stappen die hij in voorkomend geval moet ondernemen om van deze rechten te kunnen genieten.
Art. XIX.28. Le médiateur de dettes amiable prend connaissance des situations familiale, financière, juridique et sociale du débiteur.
  Le médiateur de dettes amiable établit avec le débiteur le budget nécessaire pour lui garantir ainsi qu'à son conjoint et/ou à toute personne cohabitant avec lui, une vie conforme à la dignité humaine. Le budget correspond aux besoins réels du débiteur et de son conjoint et/ou de toute personne cohabitant avec lui. Le principe de dignité humaine du débiteur et de son conjoint et/ou de toute personne cohabitant avec lui sert de référence au médiateur de dettes amiable lors de l'élaboration du budget.
  Le médiateur de dettes amiable veille à ce que le débiteur soit informé sur les droits sociaux auxquels il est éligible. Il l'informe et le conseille quant aux démarches à entreprendre le cas échéant pour en bénéficier.
Art. XIX.29. § 1. De minnelijke schuldbemiddelaar maakt een inventaris op van de schulden van de schuldenaar.
  § 2. In voorkomend geval, en met voorafgaande toestemming van de schuldenaar, kan de minnelijke schuldbemiddelaar de schuldeisers om een bijgewerkte staat van hun schuldvorderingen vragen, vergezeld van bewijsstukken.
  Wanneer hij contact opneemt met de schuldeisers, zorgt de minnelijke schuldbemiddelaar ervoor dat de rechten van de schuldenaar gevrijwaard blijven.
  De minnelijke schuldbemiddelaar controleert de wettigheid van de gevorderde bedragen op basis van de door de schuldeisers verstrekte documenten en staten.
  § 3. Indien er gronden tot betwisting zijn, informeert de minnelijke schuldbemiddelaar de schuldenaar daarover.
  De schuldenaar neemt contact op met de schuldeisers om de redenen van de betwisting uit te leggen.
  Hij kan de bijstand van de minnelijke schuldbemiddelaar inroepen.
  Wanneer de artikelen XIX.3, XIX.7, § 2, en XIX.9, § 4, van toepassing zijn, informeert de minnelijke schuldbemiddelaar de schuldenaar over alle verplichtingen die hieruit voortvloeien.
  § 4. Als de schuldeiser de betwisting niet aanvaardt, informeert de minnelijke schuldbemiddelaar de schuldenaar over de minnelijke en/of gerechtelijke stappen die nog kunnen worden ondernomen.
  § 5. In geen geval vertegenwoordigt de minnelijke schuldbemiddelaar de schuldenaar in de rechtbank.
Art. XIX.29. § 1er. Le médiateur de dettes amiable établit un inventaire des dettes du débiteur.
  § 2. Le cas échéant, et avec l'accord préalable du débiteur, le médiateur de dettes amiable peut solliciter des créanciers un décompte actualisé de leurs créances, accompagné des pièces justificatives.
  Le médiateur de dettes amiable veille, lorsqu'il prend contact avec les créanciers, à préserver les droits du débiteur.
  Le médiateur de dettes amiable vérifie, sur la base des pièces et décomptes fournis par les créanciers, la légalité des montants qui sont réclamés.
  § 3. S'il y a des motifs de contestation, le médiateur de dettes amiable en informe le débiteur.
  Le débiteur contacte les créanciers pour leur exposer les motifs de contestation.
  Il peut demander l'assistance du médiateur de dettes amiable.
  Lorsque les articles XIX.3, XIX.7, § 2, et XIX.9, § 4, s'appliquent, le médiateur de dettes amiable informe le débiteur de toutes les obligations qui en découlent.
  § 4. Si le créancier n'accepte pas la contestation, le médiateur de dettes amiable informe le débiteur des démarches amiables et/ou judiciaires qu'il peut encore entreprendre.
  § 5. En aucun cas, le médiateur de dettes amiable ne représente le débiteur en justice.
Afdeling 4. - Verwerking van persoonsgegevens
Section 4. - Du traitement des données à caractère personnel
Art. XIX.30. § 1. In het kader van de minnelijke schuldbemiddeling verwerkt de minnelijke schuldbemiddelaar de persoonsgegevens over de volgende categorieën van betrokken personen:
  1° de schuldenaar;
  2° de werknemers en vertegenwoordigers van de schuldeisers;
  3° de echtgenoot van de schuldenaar en/of elke persoon die samenwoont met de schuldenaar.
  § 2. In het kader van de doelstellingen van minnelijke schuldbemiddeling bepaald in de artikelen XIX.16 en XIX.17, verwerkt de minnelijke schuldbemiddelaar de volgende categorieën van persoonsgegevens van de betrokken personen bedoeld in paragraaf 1:
  1° de naam, de voornamen, het rijksregisternummer en de woonplaats van de schuldenaar;
  2° de naam, de voornamen, de woonplaats en het rijksregisternummer van de echtgenoot van de schuldenaar of van elke persoon die samenwoont met de schuldenaar, de gezinssamenstelling en, in voorkomend geval, hun huwelijksvermogensstelsel.
  3° alle financiële, sociaal-familiale en professionele gegevens die nodig zijn om een inventaris van de schulden van de schuldenaar op te maken;
  4° alle financiële, sociaal-familiale en professionele gegevens die nodig zijn om voor de schuldenaar een budget op te stellen dat de schuldenaar, zijn echtgenoot en/of elke persoon die met hem samenwoont, een menswaardig bestaan garandeert;
  5° alle informatie die de minnelijke schuldbemiddelaar in staat stelt om de familiale, financiële, juridische en sociale situatie van de schuldenaar, zijn echtgenoot en/of elke persoon die met hem samenwoont, zo goed mogelijk te beoordelen;
  6° de lijst van de erkende of beweerde schuldeisers, met vermelding van hun naam, hun adres en, indien zij daarvan op de hoogte zijn, hun rijksregisternummer, of, indien het een rechtspersoon betreft, de benaming, het inschrijvingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen en de zetel, alsook de gegevens van de contactpersoon van de schuldeiser;
  7° de attesten en bewijsstukken;
  8° alle persoonsgegevens die de betrokken persoon uit eigen beweging wenst te delen.
  § 3. De Koning kan de lijst met categorieën van persoonsgegevens en persoonscategorieën bedoeld in de paragrafen 1 en 2 verduidelijken, mits die categorieën van persoonsgegevens en persoonscategorieën noodzakelijk en relevant zijn voor en in verhouding staan tot het volbrengen van de minnelijke schuldbemiddeling en de verplichtingen van de minnelijke schuldbemiddelaar tot het verwerken van persoonsgegevens.
  De persoonsgegevens worden niet langer dan nodig bewaard voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
  Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, mogen de persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan gedurende een periode van tien jaar vanaf het einde van de minnelijke schuldbemiddeling.
Art. XIX.30. § 1er. Dans le cadre de la médiation de dettes amiable, le médiateur de dettes amiable traite les données à caractère personnel des catégories de personnes concernées suivantes:
  1° le débiteur;
  2° les employés et représentants des créanciers;
  3° le conjoint du débiteur et/ou toute personne cohabitant avec le débiteur.
  § 2. Dans le cadre des objectifs de la médiation de dettes amiable prévus aux articles XIX.16 et XIX.17, le médiateur de dettes amiable traite les catégories suivantes de données à caractère personnel des personnes concernées visées au paragraphe 1er:
  1° les nom, prénoms, numéro de registre national et domicile du débiteur;
  2° les nom, prénoms, domicile et numéro de registre national du conjoint du débiteur ou de toute personne cohabitant avec le débiteur, la composition du ménage et, le cas échéant, leur régime matrimonial;
  3° toutes les données financières, socio-familiales et professionnelles nécessaires à l'inventaire des dettes du débiteur;
  4° toutes les données financières, socio-familiales et professionnelles nécessaires à l'élaboration d'un budget du débiteur garantissant une vie conforme à la dignité humaine du débiteur, de son conjoint et/ou de toute personne cohabitant avec lui;
  5° toutes les données permettant au médiateur de dettes amiable d'apprécier au mieux la situation familiale, financière, juridique et sociale du débiteur, de son conjoint et/ou de toute personne cohabitant avec lui;
  6° la liste des créanciers reconnus ou se prétendant tels, avec mention de leur nom, de leur domicile et, s'ils en ont connaissance, de leur numéro de registre national ou, s'il s'agit d'une personne morale, la dénomination, le numéro d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises et le siège, et les coordonnées de la personne de contact du créancier;
  7° les attestations et pièces justificatives;
  8° toutes les données à caractère personnel que la personne concernée souhaite partager de sa propre initiative.
  § 3. Le Roi peut préciser la liste des catégories de données à caractère personnel et des catégories de personnes visées aux paragraphes 1er et 2, à condition que ces catégories de données à caractère personnel et catégories de personnes soient nécessaires, pertinentes et proportionnées à l'exécution de la médiation de dettes amiable et aux obligations du médiateur de dettes amiable de traiter des données à caractère personnel.
  Les données à caractère personnel ne sont pas conservées au-delà de la durée nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées.
  Sauf disposition contraire de la loi, les données à caractère personnel ne peuvent pas être conservées au-delà d'une période de dix ans à compter de la fin de la médiation de dettes amiable.
Afdeling 5. - Onderhandelingen met schuldeisers
Section 5. - Négociations avec les créanciers
Art. XIX.31. In zijn relaties met schuldeisers handelt de minnelijke schuldbemiddelaar altijd in overleg met en met instemming van de schuldenaar.
Art. XIX.31. Dans ses relations avec les créanciers, le médiateur de dettes amiable agit toujours en concertation avec le débiteur et avec son accord.
Art. XIX.32. De minnelijke schuldbemiddelaar ziet erop toe dat realistische voorstellen voor aflossing worden opgesteld na een zorgvuldig en nauwgezet onderzoek van de situatie van de schuldenaar en steeds met diens instemming.
Art. XIX.32. Le médiateur de dettes amiable veille à formuler des propositions de remboursement réalistes, élaborées après un examen attentif et minutieux de la situation du débiteur et toujours avec son accord.
Art. XIX.33. De schuldeisers zijn vrij om de aan hen voorgelegde aflossingsvoorstellen en overeenkomsten te aanvaarden of te weigeren. Ze kunnen ook tegenvoorstellen doen.
  De schuldeisers zijn vrij om te weigeren deel te nemen aan een minnelijke schuldbemiddeling.
Art. XIX.33. Les créanciers sont libres d'accepter ou de refuser les propositions de remboursement et d'accords qui leur sont soumis. Ils peuvent également faire des contre-propositions.
  Les créanciers sont libres de refuser de participer à une médiation de dettes amiable.
Afdeling 6. - Uitvoering en controle van overeenkomsten
Section 6. - Exécution et suivi des accords
Art. XIX.34. Het is aan de schuldenaar om zelf de betalingen aan de schuldeisers te doen.
  Op verzoek van de schuldenaar kan de minnelijke schuldbemiddelaar hem bijstaan bij het uitvoeren van de betalingen bepaald in de overeenkomsten.
Art. XIX.34. Il appartient au débiteur d'exécuter lui-même les paiements au bénéfice des créanciers.
  A la demande du débiteur, le médiateur de dettes amiable peut l'assister dans l'exécution des paiements prévus dans les accords.
Art. XIX.35. De minnelijke schuldbemiddelaar ontmoet de schuldenaar regelmatig om de ontwikkeling van zijn situatie en de uitvoering van de aangegane overeenkomsten op te volgen.
  In geval van wijziging van de budgetsituatie van de schuldenaar stelt de minnelijke schuldbemiddelaar, in voorkomend geval, in overleg met de schuldenaar en met diens instemming, eventuele wijzigingen van de oorspronkelijk overeengekomen aflossingsvoorwaarden voor.
Art. XIX.35. Le médiateur de dettes amiable rencontre régulièrement le débiteur afin de suivre l'évolution de sa situation et l'exécution des accord pris.
  En cas de modification de la situation budgétaire du débiteur, le médiateur de dettes amiable propose, le cas échéant, en concertation avec le débiteur et avec son accord, une modification des modalités de remboursement initialement convenues.
Art. XIX.36. De schuldenaar en de schuldeiser behouden elk voor zich het recht om eenzijdig, zonder opgave van redenen, de overeenkomst op te zeggen.
Art. XIX.36. Le débiteur et le créancier conservent chacun le droit de résilier unilatéralement l'accord sans motifs.
Afdeling 7. - Mislukking van de onderhandelingen en alternatieve oplossingen
Section 7. - Echec des négociations et solutions alternatives
Art. XIX.37. Indien de minnelijke onderhandelingen mislukken of indien de minnelijke schuldbemiddelaar van oordeel is dat de minnelijke schuldbemiddeling waarschijnlijk niet of niet langer zal leiden tot het herstel van de financiële situatie van de schuldenaar in menswaardige levensomstandigheden, stelt hij de schuldenaar in kennis van de alternatieve oplossingen voor de minnelijke schuldbemiddeling en legt hij hem de voorwaarden voor de toepassing ervan en de concrete gevolgen ervan voor zijn rechten en verplichtingen uit.
Art. XIX.37. Si les négociations amiables échouent ou si le médiateur de dettes amiable estime que la médiation de dettes amiable n'est pas ou n'est plus de nature à rétablir la situation financière du débiteur dans des conditions de vie conformes à la dignité humaine, il informe le débiteur des solutions alternatives à la médiation de dettes amiable et lui explique les conditions de leur mise en oeuvre et leur implications concrètes sur ses droits et ses obligations.
Art. XIX.38. De minnelijke schuldbemiddelaar is niet onderworpen aan een resultaatsverbintenis wat betreft het welslagen van de minnelijke schuldbemiddeling.
Art. XIX.38. Le médiateur de dettes amiable n'est pas soumis à une obligation de résultat quant à la réussite de la médiation de dettes amiable.
HOOFDSTUK 4. - Verplichtingen van de schuldenaar
CHAPITRE 4. - Des obligations du débiteur
Art. XIX.39. De schuldenaar werkt gedurende de gehele procedure loyaal en volledig met de minnelijke schuldbemiddelaar samen, met name door:
  1° de administratieve stappen uit te voeren die met de minnelijke schuldbemiddelaar werden overeengekomen en die nodig zijn voor het welslagen van de minnelijke schuldbemiddeling;
  2° nauwkeurige, volledige en precieze informatie en documenten te verstrekken die de minnelijke schuldbemiddelaar in staat stellen zijn familiale, financiële, sociale en juridische situatie te beoordelen tijdens het hele proces van minnelijke schuldbemiddeling;
  3° de minnelijke schuldbemiddelaar onmiddellijk op de hoogte te brengen van elke wijziging in zijn situatie die een rechtstreekse of onrechtstreekse invloed zou kunnen hebben op de uitvoering van de terugbetalingsovereenkomsten of de voortzetting van de minnelijke schuldbemiddeling;
  4° zelf geen stappen te ondernemen ten aanzien van zijn schuldeisers zonder voorafgaand overleg met de minnelijke schuldbemiddelaar.
Art. XIX.39. Le débiteur collabore de manière loyale et entière avec le médiateur de dettes amiable tout au long de la procédure, notamment en:
  1° effectuant les démarches administratives, arrêtées de commun accord avec le médiateur de dettes amiable et nécessaires au succès de la médiation de dettes amiable;
  2° communiquant de manière exacte, complète et précise tous les renseignements et documents permettant au médiateur de dettes amiable d'apprécier sa situation familiale, financière, sociale et juridique et ce tout au long de la procédure de la médiation de dettes amiable;
  3° avisant immédiatement le médiateur de dettes amiable de tout changement intervenu dans sa situation qui pourrait avoir une influence directe ou indirecte sur l'exécution des accords de remboursement ou sur la poursuite de la médiation de dettes amiable;
  4° n'entreprenant pas seul des démarches envers ses créanciers sans concertation préalable avec le médiateur de dettes amiable.
HOOFDSTUK 5. - Beëindiging van minnelijke schuld- bemiddeling
CHAPITRE 5. - De la fin de la médiation de dettes amiable
Art. XIX.40. De schuldenaar kan de minnelijke schuldbemiddeling op elk ogenblik beëindigen, zonder opgave van reden.
Art. XIX.40. Le débiteur peut mettre fin à tout moment à la médiation de dettes amiable, sans devoir en justifier la raison.
Art. XIX.41. § 1. De minnelijke schuldbemiddelaar kan de minnelijke schuldbemiddeling beëindigen als de schuldenaar ondanks een eerste waarschuwing zijn verplichtingen overeenkomstig artikel XIX.39 nog steeds niet nakomt.
  De minnelijke schuldbemiddelaar brengt de schuldenaar hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
  Hij neemt een opzegtermijn van ten minste een maand in acht.
  § 2. De minnelijke schuldbemiddelaar beëindigt de minnelijke schuldbemiddeling indien hij niet meer voldoet aan de voorwaarden van onafhankelijkheid bedoeld in de artikelen XIX.21 en XIX.22.
  De minnelijke schuldbemiddelaar brengt de schuldenaar hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
  Hij neemt een opzegtermijn van ten minste een maand in acht.
  § 3. De minnelijke schuldbemiddelaar kan de minnelijke schuldbemiddeling beëindigen indien deze niet langer kan worden voortgezet onder bevredigende voorwaarden.
  De minnelijke schuldbemiddelaar brengt de schuldenaar hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
  Hij neemt een opzegtermijn van ten minste twee maanden in acht.
  § 4. De openbare instellingen bedoeld in artikel XIX.20, § 1, eerste lid, 2° kunnen de minnelijke schuldbemiddeling beëindigen als ze door de verhuizing van de schuldenaar niet langer territoriaal bevoegd zijn.
  De openbare instellingen brengen de schuldenaar onverwijld hiervan op een duurzame gegevensdrager op de hoogte.
Art. XIX.41. § 1er. Le médiateur de dettes amiable peut mettre fin à la médiation de dettes amiable si le débiteur ne respecte toujours pas ses obligations conformément à l'article XIX.39 malgré l'envoi d'un premier avertissement.
  Le médiateur de dettes amiable en avise le débiteur sur support durable.
  Il respecte un préavis d'au moins un mois.
  § 2. Le médiateur de dettes met fin à la médiation de dettes amiable s'il ne remplit plus les conditions d'indépendance visées aux articles XIX.21 et XIX.22.
  Le médiateur de dettes amiable en avise le débiteur sur support durable.
  Il respecte un préavis d'au moins un mois.
  § 3. Le médiateur de dettes amiable peut mettre fin à la médiation de dettes amiable si cette dernière ne peut plus se poursuivre dans des conditions satisfaisantes.
  Le médiateur de dettes amiable en avise le débiteur sur support durable.
  Il respecte un préavis d'au moins deux mois.
  § 4. Les institutions publiques visées à l'article XIX.20 § 1er, alinéa 1er, 2°, peuvent mettre fin à la médiation de dettes amiable si, en raison du déménagement du débiteur, elles ne sont plus territorialement compétentes.
  Les institutions publiques en avisent le débiteur dans les meilleurs délais sur un support durable.
Art. XIX.42. De minnelijke schuldbemiddelaar stelt de schuldeisers op een duurzame gegevensdrager en ten laatste voor het einde van zijn opdracht, in kennis van het einde van zijn opdracht.
Art. XIX.42. Le médiateur de dettes amiable avise, sur support durable et au plus tard avant la fin de sa mission, les créanciers que sa mission a pris fin.
HOOFDSTUK 6. - Kosten van minnelijke schuldbemiddeling
CHAPITRE 6. - Coûts de la médiation de dettes amiable
Art. XIX.43. Wanneer de minnelijke schuldbemiddeling wordt uitgevoerd door erkende openbare of particuliere instellingen, mogen deze geen andere vergoedingen vragen dan die welke zijn opgenomen in een exhaustieve lijst van de gewestelijke autoriteit die de voorwaarden voor hun erkenning vaststelt.
Art. XIX.43. Lorsque la médiation de dettes amiable est pratiquée par des institutions publiques ou privées agréées, elles ne peuvent réclamer d'autres frais que ceux qui sont limitativement fixés par l'autorité régionale compétente qui fixe leurs conditions d'agrément.
Art. XIX.44. De personen bedoeld in artikel XIX.20, § 1, eerste lid, 1°, kunnen hun honoraria en kosten vrij vaststellen.
  Zij brengen de schuldenaar duidelijk op de hoogte van de door hen aangerekende honoraria en kosten, voordat de schuldenaar is gebonden door de in artikel XIX.25, § 1, bedoelde overeenkomst.
  Zij informeren de schuldenaar ook over het bestaan van goedkope of zelfs gratis alternatieven."
Art. XIX.44. Les personnes visées à l'article XIX.20, § 1er, alinéa 1er, 1°, peuvent fixer librement leurs frais et honoraires.
  Ils informent clairement le débiteur des frais et honoraires qu'ils pratiquent, avant que celui-ci ne soit lié par la convention visée à l'article XIX.25, § 1er.
  Ils informent également le débiteur sur le fait que des alternatives peu onéreuses voire gratuites existent."
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek
CHAPITRE 3. - Modifications du Code penal social
Art. 46. In artikel 100/6 van het Sociaal Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid, eerste streepje, worden de woorden "artikel 4 van de wet van 17 maart 2019 tot invoering van het elektronisch proces-verbaal bij de inspectiediensten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek," opgeheven;
  2° in het vijfde lid wordt de bepaling onder 4° opgeheven;
  3° in het zesde lid worden de woorden "en in artikel 3, § 1, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019 tot invoering van het elektronisch proces-verbaal bij de inspectiediensten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek" opgeheven;
  4° in het achtste lid worden de woorden "in artikel 3 van de wet van 17 maart 2019 tot invoering van het elektronisch proces-verbaal bij de inspectiediensten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek en" opgeheven.
Art. 46. A l'article 100/6 du Code pénal social, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 13 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 4, premier tiret, les mots ", à l'article 4 de la loi du 17 mars 2019 portant l'introduction du procès-verbal électronique pour les services d'inspection du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et modifiant le Code pénal social" sont abrogés;
  2° dans l'alinéa 5, le 4° est abrogé;
  3° dans l'alinéa 6, les mots "et à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 17 mars 2019 portant l'introduction du procès-verbal électronique pour les services d'inspection du SPF Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et modifiant le Code pénal social" sont abrogés;
  4° dans l'alinéa 8, les mots "à l'article 3 de la loi du 17 mars 2019 portant l'introduction du procès-verbal électronique pour les services d'inspection du Service Public Fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et modifiant le Code pénal social et" sont abrogés.
Art. 47. In artikel 100/8, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 mei 2023, wordt de bepaling onder 6° opgeheven.
Art. 47. Dans l'article 100/8, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 13 mai 2023, le 6° est abrogé.
Art. 48. In artikel 100/9, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en vervangen bij de wet van 13 mei 2023, wordt het tweede streepje opgeheven.
Art. 48. Dans l'article 100/9, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et remplacé par la loi du 13 mai 2023, le deuxième tiret est abrogé.
Art. 49. In artikel 100/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden ", tot de inspectiediensten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie" opgeheven;
  2° paragraaf 7 wordt opgeheven.
Art. 49. A l'article 100/10 du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 13 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots ", aux services d'inspection du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie" sont abrogés;
  2° le paragraphe 7 est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs
Art. 50. Artikel 2 van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2023, wordt aangevuld met de bepalingen onder 25° en 26°, luidende:
  "25° Batterijverordening: Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.
  26° Ontbossingsverordening: Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010."
Art. 50. L'article 2 de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2023, est complété par les 25° et 26° rédigés comme suit:
  "25° Règlement Batterie: règlement (UE) 2023/1542 du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2023 relatif aux batteries et aux déchets batteries, modifiant la directive 2008/98/CE et le règlement (UE) 2019/1020, et abrogeant la directive 2006/66/CE.
  26° Règlement Déforestation: règlement (UE) 2023/1115 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 relatif à la mise à disposition sur le marché de l'Union et à l'exportation à partir de l'Union de certains produits de base et produits associés à la déforestation et à la dégradation des forêts, et abrogeant le règlement (UE) n° 995/2010."
Art. 51. In de Franse tekst van artikel 15, § 2/1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2023, worden de woorden "et approcher des entreprises" vervangen door de woorden "en utilisant, si nécessaire, une identité fictive, et approcher des personnes qui mettent les produits sur le marché".
Art. 51. Dans l'article 15, § 2/1, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2023, les mots "et approcher des entreprises" sont remplacés par les mots "en utilisant, si nécessaire, une identité fictive, et approcher des personnes qui mettent les produits sur le marché".
Art. 52. In artikel 16 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1/1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid wordt het eerste streepje vervangen als volgt:
  "- een beschrijving van de niet-naleving, inclusief de wettelijke bepalingen waarop de niet-naleving betrekking heeft;";
  b) in het eerste lid, derde streepje, worden de woorden ", en bovendien administratieve maatregelen volgens de bepalingen van paragraaf 1/2, opgelegd kunnen worden" opgeheven;
  c) tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Het in het eerste lid bedoelde bevel tot corrigerende maatregelen kan worden opgelegd aan de overtreder en, indien daardoor aan de niet-naleving een einde kan worden gemaakt, aan elke in België gevestigde marktdeelnemer die deel uitmaakt van de toeleveringsketen van het product waarop het bevel betrekking heeft.";
  2° in paragraaf 1/4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden de woorden "of vernietigd worden op voorwaarde dat deze producten geen of onvoldoende waarde hebben met het oog op een eventuele openbare verkoop of eventuele schenking ervan" vervangen door de woorden "of, indien de openbare verkoop of schenking ervan niet mogelijk is of deze producten onvoldoende waarde hebben met het oog op een eventuele openbare verkoop of schenking ervan, kunnen vernietigd worden";
  b) tussen het eerste lid en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Vanaf 30 december 2024 is het eerste lid ook van toepassing op in beslag genomen producten die onder de Ontbossingsverordening vallen, met uitzondering van runderen zoals bedoeld in de bijlage I van deze Verordening. De schenking, openbare verkoop en vernietiging van levensmiddelen die onder dit lid vallen, worden uitgevoerd overeenkomstig de levensmiddelenwetgeving.";
  3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 1/6 en 1/7, luidende:
  " § 1/6 Het verbod van het op de markt aanbieden van een product, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°, kan eveneens worden opgelegd voor een product dat de markt van de Unie binnenkomt, wanneer de procedure krachtens artikel 28 van Verordening (EU) 2019/1020 verloopt, ongeacht of het product op het moment van de beslissing al in de handel is gebracht. De statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in paragraaf 1, nemen deze maatregel nadat ze vaststellen dat het product bestemd is om op de markt van de Unie te worden gebracht en niet aan de vereisten van de Europese wetgeving vermeld in bijlage I van Verordening 2019/1020, voldoet. Deze vaststelling wordt vermeld in het besluit betreffende het verbod van het op de markt aanbieden van een niet-conform product.
  § 1/7 Bij de niet-naleving van een verbod of van een beperking van het op de markt aanbieden of in gebruik nemen van producten, in de zin van paragraaf 1, tweede lid, 3°, wordt een proces-verbaal van ontstentenis van uitvoering opgesteld. Een afschrift van het proces-verbaal wordt overgemaakt aan de overtreder."
Art. 52. A l'article 16 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1/1, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 1er, le premier tiret est remplacé par ce qui suit:
  "- une description de la non-conformité, y compris les dispositions légales sur lesquelles la non-conformité porte;";
  b) dans l'alinéa 1er, troisième tiret, la phrase "En outre, des mesures administratives peuvent être prises conformément aux dispositions du paragraphe 1/2." est abrogée;
  c) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4:
  "L'injonction de mesures correctives visée à l'alinéa 1er peut être imposée au contrevenant et, lorsque cela permet de mettre fin à la non-conformité, à tout opérateur économique établi en Belgique se trouvant dans la chaîne d'approvisionnement du produit visé par l'injonction.";
  2° au paragraphe 1/4, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 1er, les mots "ou être détruits à condition que ces produits n'aient pas de valeur suffisante pour toute vente publique ou don" sont remplacés par les mots "ou, si la vente publique ou le don ne sont pas possibles ou que les produits n'ont pas une valeur suffisante pour toute vente publique ou don, peuvent être détruits";
  b) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2:
  "A partir du 30 décembre 2024, l'alinéa 1er s'applique également aux produits saisis régis par le Règlement Déforestation, à l'exception des bovins visés à l'annexe I de ce Règlement. Le don, la vente publique et la destruction des produits alimentaires visés par le présent alinéa se font conformément à la législation alimentaire.";
  3° l'article est complété par les paragraphes 1/6 et 1/7 rédigés comme suit:
  " § 1/6 L'interdiction de la commercialisation d'un produit, visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 3°, peut également être décidée à l'égard d'un produit entrant sur le marché de l'Union, lorsque la procédure se déroule au titre de l'article 28 du Règlement (UE) 2019/1020, indépendamment du fait que le produit ait déjà été mis sur le marché au moment de la décision. Les membres du personnel statutaire ou contractuel visés au paragraphe 1er prennent cette mesure après avoir constaté que le produit est destiné à être mis sur le marché de l'Union et n'est pas conforme aux prescriptions énoncées dans la législation de l'Union figurant à l'annexe I du Règlement 2019/1020. Cette constatation est indiquée dans la décision d'interdiction de la commercialisation d'un produit non-conforme.
  § 1/7 En cas de non-respect d'une interdiction ou d'une restriction de la commercialisation ou de la mise en service de produits au sens du paragraphe 1er, alinéa 2, 3°, un procès-verbal de défaut est établi. Une copie du procès-verbal est transmise au contrevenant."
Art. 53. In artikel 17 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 6° wordt het woord "noodmaatregelen" vervangen door de woorden "noodmaatregelen in de zin van artikel 16, § 2,";
  b) het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 20°, luidende:
  "20° hij die artikel 5, leden 1, punt a), of 2, artikel 6, lid 1, onverminderd de leden 3 en 4, artikel 7, leden 1, 2 of 3, onverminderd lid 5, artikel 8, leden 1, 2 of 3, onverminderd lid 4, artikel 9, lid 1, artikel 10, leden 1, 2 of 3, onverminderd lid 4, artikel 11, leden 1, 2, 5 of 7, onverminderd lid 3, artikel 12, leden 1 of 2, artikel 38, leden 1, punt a), 5 of 9, artikel 40, lid 4, artikel 41, leden 1, 2, 4, 5 of 6, artikel 42, leden 3, 4 of 5, artikel 43 of artikel 45, leden 1 of 2, van de Batterijverordening overtreedt;";
  c) het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 21°, luidende:
  "21° hij die de artikelen 3, 4, 9, 10, 11, 12 of 13 van de Ontbossingsverordening overtreedt, met uitzondering van de aspecten die betrekking hebben op export en runderen zoals bedoeld in bijlage I van deze Verordening;";
  d) het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 22°, luidende:
  "22° hij die het verbod op of de beperking van het op de markt aanbieden of in gebruik nemen van producten, in de zin van artikel 16, § 1, tweede lid, 3°, niet naleeft.";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepaling onder 14°, luidende:
  "14° hij die artikel 5, lid 1, punt b), artikel 13, met uitzondering van de leden 8 en 10, artikel 14, leden 1, 2 of 3, onverminderd lid 5, artikel 38, leden 1, punt b), 2, 3, 4, 6, 7, 8 of 10, artikel 39, artikel 40, lid 3, artikel 41, leden 3, 7 of 8, artikel 42, leden 2 of 6, artikel 46, artikel 48, leden 1, 2 of 3, onverminderd lid 4, de artikelen 49, 50, 52, 77, met uitzondering van lid 9, of 78 van de Batterijverordening overtreedt".
Art. 53. A l'article 17 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
  a) au 6°, les mots "mesures d'exécution" sont remplacés par les mots "mesures urgentes au sens de l'article 16, § 2,";
  b) l'alinéa est complété avec le 20° rédigé comme suit:
  "20° celui qui enfreint l'article 5, paragraphes 1, point a), ou 2, l'article 6, paragraphe 1, sans préjudice des paragraphes 3 et 4, l'article 7, paragraphes 1, 2 ou 3, sans préjudice du paragraphe 5, l'article 8, paragraphes 1, 2 ou 3, sans préjudice du paragraphe 4, l'article 9, paragraphe 1, l'article 10, paragraphes 1, 2 ou 3, sans préjudice du paragraphe 4, l'article 11, paragraphes 1, 2, 5 ou 7, sans préjudice du paragraphe 3, l'article 12, paragraphes 1 ou 2, l'article 38, paragraphes 1, point a), 5 ou 9, l'article 40, paragraphe 4, l'article 41, paragraphes 1, 2, 4, 5, ou 6, l'article 42, paragraphes 3, 4 ou 5, l'article 43 ou l'article 45, paragraphe 1, ou 2, du Règlement Batterie;";
  c) l'alinéa est complété avec le 21° rédigé comme suit:
  "21° celui qui enfreint les articles 3, 4, 9, 10, 11, 12 ou 13 du Règlement Déforestation, à l'exception des aspects portant sur l'exportation ainsi que sur les bovins tels que visés à l'annexe I de ce règlement;";
  d) l'alinéa est complété par le 22° rédigé comme suit:
  "22° celui qui enfreint l'interdiction ou la restriction de la commercialisation ou de la mise en service de produits au sens de l'article 16, § 1er, alinéa 2, 3°. ";
  2° le paragraphe 2 est complété par le 14° rédigé comme suit:
  "14° celui qui enfreint l'article 5, paragraphe 1, point b), l'article 13, à l'exception des paragraphes 8 et 10, l'article 14, paragraphes 1, 2 ou 3, sans préjudice du paragraphe 5, l'article 38, paragraphes 1, point b), 2, 3, 4, 6, 7, 8 ou 10, l'article 39, l'article 40, paragraphe 3, l'article 41, paragraphes 3,7 ou 8, l'article 42, paragraphes 2 ou 6, l'article 46, l'article 48, paragraphes 1, 2 ou 3, sans préjudice du paragraphe 4, les articles 49, 50, 52, 77, à l'exception du paragraphe 9, ou 78 du Règlement Batterie".
Art. 54. Bijlage I van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2023, wordt aangevuld met de volgende woorden:
  "Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG;
  Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010."
Art. 54. L'annexe I de la même loi, modifiée en dernier lieu par la loi du 26 avril 2023, est complétée par les mots suivants:
  "Règlement (UE) 2023/1542 du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2023 relatif aux batteries et aux déchets batteries, modifiant la directive 2008/98/CE et le règlement (UE) 2019/1020, et abrogeant la directive 2006/66/CE;
  Règlement (UE) 2023/1115 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 relatif à la mise à disposition sur le marché de l'Union et à l'exportation à partir de l'Union de certains produits de base et produits associés à la déforestation et à la dégradation des forêts, et abrogeant le règlement (UE) n° 995/2010."
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du regulateur des secteurs des postes et des telecommunications belges
Art. 55. Artikel 31/1 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, ingevoegd bij de wet van 23 december 2009, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 31/1. Het Instituut draagt bij in de werkingskosten van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zoals opgericht bij artikel XIII.1 van het Wetboek van economisch recht tot een jaarlijks bedrag van 50.982,90 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 138,01."
Art. 55. L'article 31/1 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, inséré par la loi du 23 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 31/1. L'Institut contribue aux frais de fonctionnement du Conseil central de l'économie tel qu'institué par l'article XIII.1er du Code de droit économique à concurrence d'un montant annuel de 50.982,90 euros. Ce montant est lié à l'indice-pivot 138,01."
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications electroniques
Art. 56. In artikel 2 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt de bepaling onder 11/1° opgeheven.
Art. 56. Dans l'article 2 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, le 11/1° est abrogé.
Art. 57. In artikel 28/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van passieve infrastructuur de" vervangen door de woorden "Elke onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is, willigt op schriftelijk verzoek van een andere onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is, de";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "met inbegrip van" ingevoegd tussen de woorden "met hoge snelheid te huisvesten," en de woorden "de toekomstige behoefte";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "van de beheerder van passieve infrastructuur inbegrepen," vervangen door de woorden "van de onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is,";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "die afdoende moeten worden aangetoond" vervangen door de woorden "voor zover die afdoende aangetoond zijn";
  5° in paragraaf 2, eerste lid, 6°, worden de woorden "de beheerder van de passieve infrastructuur" vervangen door de woorden "de onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is";
  6° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de beheerder van de passieve infrastructuur" vervangen door de woorden "de onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is";
  7° in paragraaf 4 worden de woorden "de beheerder van de passieve infrastructuur" vervangen door de woorden "de onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is";
  8° in de Franse versie van paragraaf 4 wordt het woord "le" tussen de woorden "n'est pas" en "propriétaire" vervangen door het woord "la";
  9° in paragraaf 4 worden de woorden "de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend" vervangen door de woorden "de onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is".
Art. 57. A l'article 28/3 de la même loi, inséré par la loi du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "En réponse à une demande écrite formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "Toute entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques, en réponse à une demande écrite formulée par une autre entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques,";
  2° dans la version néerlandaise du paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "met inbegrip van" sont insérés entre les mots "met hoge snelheid te huisvesten," et les mots "de toekomstige behoefte";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "du gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "de l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  4° dans la version néerlandaise du paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "die afdoende moeten worden aangetoond" sont remplacés par les mots "voor zover die afdoende aangetoond zijn";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 6°, les mots "le gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "Le gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "L'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  7° dans le paragraphe 4, les mots "le gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  8° dans le paragraphe 4, le mot "le" entre les mots "n'est pas" et "propriétaire" est remplacé par le mot "la";
  9° dans le paragraphe 4, les mots "l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics" sont remplacés par les mots "l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques".
Art. 58. In artikel 28/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de inleidende zin de woorden "onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt" vervangen door de woorden "onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt in de inleidende zin het woord "minimuminformatie" vervangen door het woord "informatie";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de inleidende zin de woorden "van de beheerder van passieve infrastructuur" vervangen door de woorden "van een andere onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is";
  4° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "De Koning kan, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, op advies van het Instituut, aan de lijst met informatie bedoeld in het eerste lid, alle aanvullende relevante informatie toevoegen om de investeringen te vergemakkelijken in elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid door ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden of daartoe gemachtigd zijn.";
  5° in paragraaf 1, in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord "minimuminformatie" vervangen door het woord "informatie";
  6° in paragraaf 1, in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "in het eerste lid" vervangen door de woorden "in deze paragraaf";
  7° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "minimuminformatie" vervangen door het woord "informatie";
  8° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de beheerder van de passieve infrastructuur" vervangen door de woorden "de onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is";
  9° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is" vervangen door de woorden "een onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is";
  10° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, gaat de beheerder van een passieve infrastructuur in" vervangen door de woorden "Elke onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is, gaat op specifiek schriftelijk verzoek van een andere onderneming die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbiedt of daartoe gemachtigd is, in ";
  11° in paragraaf 5 worden de woorden "de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of die daartoe gemachtigd zijn" vervangen door de woorden "de ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden of daartoe gemachtigd zijn".
Art. 58. A l'article 28/4 de la même loi, inséré par la loi du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, dans la phrase liminaire, les mots "entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics" sont remplacés par les mots "entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, dans la phrase liminaire, le mot "minimales" est abrogé;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, dans la phrase liminaire, les mots "du gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "d'une autre entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  4° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
  "Le Roi peut, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, ajouter à la liste des informations visées à l'alinéa 1er, toute information supplémentaire pertinente en vue de faciliter les investissements dans les réseaux de communications électroniques à haut débit par les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux publics de communications électroniques.";
  5° dans le paragraphe 1er, dans l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, le mot "minimales" est abrogé;
  6° dans le paragraphe 1er, dans l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, les mots "à l'alinéa 1er" sont remplacés par les mots "au présent paragraphe";
  7° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "minimales" est abrogé;
  8° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "le gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  9° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics" sont remplacés par les mots "une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques";
  10° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "En réponse à la demande écrite spécifique formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures passives" sont remplacés par les mots "Toute entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques, en réponse à une demande écrite spécifique formulée par une autre entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux publics de communications électroniques,";
  11° dans le paragraphe 5, les mots "les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics" sont remplacés par les mots "les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux publics de communications électroniques".
Art. 59. In artikel 107 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De in het tweede lid bedoelde ononderbroken toegang wordt met name gewaarborgd door middel van een redundantiesysteem voor noodoproepen, overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 107/1/1.";
  2° in paragraaf 7, tweede lid, worden de woorden "of aan bepaalde categorieën van operatoren" ingevoegd tussen de woorden "verplichtingen opleggen aan de operatoren" en de woorden ", de ondernemingen die een netwerk aanbieden".
Art. 59. A l'article 107 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "L'accès ininterrompu visé à l'alinéa 2 est assuré notamment au moyen d'un système de redondance pour les appels d'urgence, selon les modalités prévues à l'article 107/1/1.";
  2° au paragraphe 7, alinéa 2, les mots "ou à certaines catégories d'entre eux" sont insérés entre les mots "des obligations aux opérateurs" et les mots ", aux entreprises qui fournissent un réseau".
Art. 60. In artikel 107/1, § 4, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "die verband houden met de toepassing van dit artikel" worden ingevoegd tussen de woorden "De beheerskosten van het fonds" en de woorden "worden gedragen door de operatoren";
  2° de woorden "krachtens dit artikel" worden ingevoegd tussen de woorden "die bijdragen aan het fonds" en de woorden ", in verhouding tot hun bijdrage".
Art. 60. A l'article 107/1, § 4, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "liés à l'application du présent article" sont insérés entre les mots "Les frais de gestion du fonds" et les mots "sont supportés par les opérateurs";
  2° les mots "en exécution du présent article" sont insérés entre les mots "qui contribuent au fond" et les mots ", proportionnellement à leur contribution".
Art. 61. In titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 2, van dezelfde wet wordt een artikel 107/1/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 107/1/1. § 1. Ten behoeve van dit artikel wordt onder "redundantiesysteem voor noodoproepen" verstaan een systeem dat het mogelijk maakt om:
  1° noodoproepen te routeren naar de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden via de netwerken van ten minste twee afzonderlijke operatoren die elk ten minste één directe fysieke en logische verbinding hebben met alle beheerscentrales van de noodoproepen, hierna "direct routeringspad" genoemd;
  2° bij een incident de noodoproepen automatisch en onmiddellijk van het ene directe routeringspad naar het andere directe routeringspad om te leiden, hierna "redirectsysteem" genoemd.
  § 2. De in artikel 107, § 3, bedoelde operatoren sluiten de nodige overeenkomsten en passen hun infrastructuur aan om gebruik te maken van een redundantiesysteem voor noodoproepen die door hun abonnees worden gedaan. Zij passen dit systeem elk toe door middel van ten minste één directe interconnectie met een andere operator en hun eigen redirectsysteem.
  Wanneer een operator in uitvoering van het eerste lid enkel gebruik maakt van een redundantiesysteem voor noodoproepen via directe routeringspaden van andere operatoren, dan verdeelt hij de te routeren noodoproepen gelijkelijk over deze directe routeringspaden.
  Indien een operator in uitvoering van het eerste lid een redundantiesysteem voor noodoproepen ten uitvoer brengt, onder meer door middel van zijn eigen directe routeringspad(en), voert hij geautomatiseerde tests uit, om de juiste routering van deze oproepen te controleren via het (de) gebruikte directe routeringspad(en) van derden. De Koning kan de nadere regels voor de uitvoering van deze tests vastleggen, zoals de frequentie van deze tests.
  § 3. Zijn niet onderworpen aan de in paragraaf 2 bedoelde verplichtingen, de in artikel 107, § 3, bedoelde operatoren van wie het aantal openbaar toegewezen nummers voor nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten gedurende drie opeenvolgende jaren niet meer dan 1 % van het totale aandeel van deze nummers voor alle in artikel 107, § 3, bedoelde operatoren bedraagt gedurende diezelfde jaren. In plaats daarvan sluiten zij de nodige overeenkomsten zodat de oproepen naar nooddiensten die ter plaatse hulp bieden gedaan door hun abonnees direct of indirect profiteren van een redundantiesysteem voor noodoproepen van een operator die onderworpen is aan de in paragraaf 2 bedoelde verplichting.
  Uiterlijk op 31 december van elk jaar deelt elke in artikel 107, § 3, bedoelde operator het Instituut het aantal openbaar toegewezen nummers voor nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten mee waarover hij op 1 september van het lopende jaar beschikt. Indien de in het eerste lid bedoelde drempel van 1 % gedurende meer dan drie opeenvolgende jaren wordt overschreden, stelt het Instituut de betrokken operator in kennis van die overschrijding. De in paragraaf 2 vastgestelde verplichtingen gelden voor de betrokken operator voor een termijn van twaalf maanden vanaf die kennisgeving.
  De Koning kan het in het eerste lid bedoelde percentage wijzigen, na advies van het Instituut.
  § 4. Indien er geen redundantiesysteem voor noodoproepen bestaat, wijst de Koning de operatoren aan die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van die bijzondere opdracht van openbare dienst door middel van een aanbestedingsprocedure.
  De minister van Binnenlandse Zaken, in samenwerking met de minister van Telecommunicatie en de minister van Volksgezondheid, is verantwoordelijk voor de organisatie van, de opvolging van en de controle op deze aanbestedingsprocedure.
  Indien de in het eerste lid bedoelde bijzondere opdracht van openbare dienst niet aan het einde van de aanbestedingsprocedure wordt toegekend, wijst de Koning de operatoren aan die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van die opdracht, overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 106, § 4.
  Dit systeem van redundante routering van noodoproepen is onder redelijke, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden toegankelijk voor alle in artikel 107, § 3, bedoelde operatoren. De Koning kan deze voorwaarden nader bepalen, na advies van het Instituut.
  § 5. De kosten gemaakt door de overeenkomstig paragraaf 4 aangewezen operatoren met ingang van de inwerkingtreding van dit artikel en die rechtstreeks verband houden met de aanleg, de terbeschikkingstelling en de instandhouding van hun directe routeringspaden, worden gedragen door de in artikel 107, § 3, bedoelde operatoren pro rata het aantal aan die operator op 1 september van het jaar waarin deze kosten werden gemaakt openbaar toegewezen nummers voor nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten.
  De Koning kan de aard van de kosten bedoeld in het eerste lid preciseren. De Koning kan de lijst van deze kosten ook uitbreiden voorafgaand aan de organisatie van de in paragraaf 4 bedoelde aanbestedingsprocedure, op voorwaarde dat deze uitbreiding beperkt is tot de kosten die rechtstreeks verband houden met de terbeschikkingstelling aan derden van zijn redundantiesysteem voor noodoproepen.
  § 6. Het bij artikel 107/1 ingestelde fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, is verantwoordelijk voor de inning van de op grond van dit artikel verschuldigde bedragen door de in artikel 107, § 3, bedoelde operatoren, voor de terugbetaling van al deze kosten aan de operator die deze heeft gemaakt en voor de terugbetaling van de in paragraaf 7 bedoelde beheerskosten aan het Instituut.
  § 7. De beheerskosten van het fonds die verband houden met de toepassing van dit artikel worden gedragen door de operatoren bedoeld in artikel 107, § 3, in verhouding tot hun bijdrage vastgelegd in paragraaf 5.
  Onder beheerskosten wordt verstaan alle kosten die het Instituut maakt door aan het fonds de menselijke, financiële en materiële middelen te besteden, met inbegrip van de kosten voor het Instituut die voortvloeien uit het beroep op externe deskundigen.
  § 8. Het Instituut verifieert en keurt de in paragraaf 5 bedoelde kosten goed op basis van de door de Koning vastgestelde beginselen. Het Instituut kan een onafhankelijke revisor aanwijzen om de in paragraaf 5 bedoelde kosten te verifiëren. Deze kosten worden gedragen door de operatoren bedoeld in artikel 107, § 3, in verhouding tot hun bijdrage vastgelegd in paragraaf 5.
  Het totale bedrag van de terugbetalingen mag nooit hoger zijn dan de door het Instituut goedgekeurde totale kosten. De Koning legt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de regels vast voor de terugbetaling van een eventuele overcompensatie."
Art. 61. Dans le titre IV, chapitre 2, section 2, de la même loi, il est inséré un article 107/1/1 rédigé comme suit:
  "Art. 107/1/1. § 1er. Pour les besoins du présent article, l'on entend par "système de redondance pour les appels d'urgence", le système qui permet:
  1° l'acheminement des appels d'urgence vers les services d'urgence offrant de l'aide sur place par les réseaux d'au moins deux opérateurs distincts disposant chacun d'au moins une liaison directe physique et logique avec l'ensemble des centres de gestion des appels d'urgence, ci-après "chemin direct";
  2° la redirection automatisée et immédiate en cas d'incident des appels d'urgence d'un chemin direct vers un autre chemin direct, ci-après "système de redirection".
  § 2. Les opérateurs visés à l'article 107, § 3, concluent les accords nécessaires et adaptent leur infrastructure afin de faire usage d'un système de redondance pour les appels d'urgence émis par leurs abonnés. Ils mettent en oeuvre ce système chacun au moyen d'au moins une interconnexion directe avec un autre opérateur et de leur propre système de redirection.
  Lorsqu'en exécution de l'alinéa 1er, un opérateur fait usage d'un système de redondance pour les appels d'urgence uniquement au moyen de chemins directs d'autres opérateurs, il répartit les appels d'urgence à acheminer à parts égales entre ces chemins directs.
  Lorsqu'en exécution de l'alinéa 1er, un opérateur met en oeuvre un système de redondance pour les appels d'urgence entre autres au moyen de son ou de ses propre(s) chemin(s) direct(s), il réalise des tests automatisés, afin de vérifier le bon acheminement de ces appels par l'intermédiaire du ou des chemin(s) direct(s) de tiers utilisés. Le Roi peut définir les modalités de mise en oeuvre de ces tests, telles que la fréquence de ceux-ci.
  § 3. Ne sont pas soumis aux obligations visées au paragraphe 2, les opérateurs visés à l'article 107, § 3, dont le nombre de numéros attribués publiquement pour des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation ne dépasse pas, plus de trois années consécutives, 1 % du nombre total de ces numéros pour l'ensemble des opérateurs visés à l'article 107, § 3, pendant ces mêmes années. En revanche, ils concluent les accords nécessaires afin que les appels vers les services d'urgence offrant de l'aide sur place émis par leurs abonnés bénéficient directement ou indirectement d'un système de redondance pour les appels d'urgence d'un opérateur soumis à l'obligation prévue au paragraphe 2.
  Au plus tard le 31 décembre de chaque année, chaque opérateur visé à l'article 107, § 3, communique à l'Institut le nombre de numéros attribués publiquement pour des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation dont il dispose au 1er septembre de l'année en cours. En cas de dépassement du seuil de 1 % visé à l'alinéa 1er pendant plus de trois années consécutives, l'Institut notifie ce dépassement à l'opérateur concerné. Les obligations prévues par le paragraphe 2 s'appliquent à l'opérateur concerné à compter d'un délai de douze mois suivant cette notification.
  Le Roi peut modifier le pourcentage visé à l'alinéa 1er, après avis de l'Institut.
  § 4. Lorsqu'il n'existe pas de système de redondance pour les appels d'urgence, le Roi désigne les opérateurs chargés de remplir cette mission de service public particulière au moyen d'une procédure d'appel d'offres.
  Le ministre de l'Intérieur, en coopération avec le ministre des Télécommunications et le ministre de la Santé publique est responsable de l'organisation, du suivi et du contrôle de cette procédure d'appel d'offres.
  A défaut d'attribution de la mission de service public particulière visée à l'alinéa 1er à l'issue de la procédure d'appel d'offres, le Roi désigne les opérateurs chargés de remplir cette mission, selon les conditions prévues à l'article 106, § 4.
  Ce système d'acheminement redondant des appels d'urgence est accessible, selon des conditions raisonnables, proportionnées et non discriminatoires, à l'ensemble des opérateurs visés à l'article 107, § 3. Le Roi peut préciser ces conditions, après avis de l'Institut.
  § 5. Les coûts exposés par les opérateurs désignés conformément au paragraphe 4, à compter de l'entrée en vigueur du présent article, et directement liés à la réalisation, à la mise à disposition et à la maintenance de leurs chemins directs, sont portés à charge des opérateurs visés à l'article 107, § 3, proportionnellement au nombre de numéros attribués publiquement à cet opérateur pour des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation au 1er septembre de l'année au cours de laquelle ces coûts ont été exposés.
  Le Roi peut préciser la nature des coûts visés à l'alinéa 1er. Le Roi peut également étendre la liste de ces coûts préalablement à l'organisation de la procédure d'appel d'offres visée au paragraphe 4, à condition que cette extension soit limitée à des coûts directement liés à la mise à disposition à l'égard de tiers de son système de redondance pour les appels d'urgence.
  § 6. Le fonds pour les services d'urgence offrant de l'aide sur place créé en vertu de l'article 107/1, est chargé de collecter les sommes dues en exécution du présent article par les opérateurs visés à l'article 107, § 3, de rembourser chacun de ces coûts à l'opérateur les ayant exposés et de rembourser les frais de gestion visés au paragraphe 7 à l'Institut.
  § 7. Les frais de gestion du fonds liés à l'application du présent article sont supportés par les opérateurs visés à l'article 107, § 3, proportionnellement à leur contribution fixée au paragraphe 5.
  Par frais de gestion, l'on entend l'ensemble des frais que l'Institut expose en affectant au fonds des moyens humains, financiers et matériels, y compris les frais pour l'Institut découlant du recours à des experts extérieurs.
  § 8. L'Institut vérifie et approuve les coûts visés au paragraphe 5, sur la base des principes établis par le Roi. L'Institut peut désigner un auditeur indépendant pour procéder à la vérification des coûts visés au paragraphe 5. Ces frais sont supportés par les opérateurs visés à l'article 107, § 3, proportionnellement à leur contribution fixée au paragraphe 5.
  Le montant total des remboursements ne peut dépasser le montant total des coûts approuvés par l'Institut. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités pour le remboursement d'une éventuelle surcompensation."
Art. 62. Artikel 113/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2021, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 113/2. § 1. Bij een volledige onderbreking van meer dan acht uur van de levering van een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst, ingevolge een ononderbroken uitval van het netwerk, biedt de betrokken operator een compensatie aan in de zin van paragraaf 4:
  1° aan de abonnee die ingetekend heeft op een tariefplan voor een dienst die geleverd wordt op een vaste locatie en dat bestemd is voor consumenten wanneer de onderbreking zich heeft voorgedaan op de locatie waar de dienst door operator geleverd moest worden;
  2° aan de abonnee van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten wanneer zijn facturatieadres zich bevindt in de zone waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan;
  3° aan de eindgebruiker van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten die worden geleverd op basis van een voorafbetaalde kaart indien hij een verzoek tot compensatie indient en daarbij zijn adres meedeelt waaruit blijkt dat hij gedomicilieerd of gevestigd is in de zone waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan. De operator verwerkt het adres uitsluitend om te verifiëren of de eindgebruiker gedomicilieerd of gevestigd is in de zone waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan.
  § 2. Er is sprake van een volledige onderbreking in de zin van paragraaf 1 wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° het niet beschikbaar zijn:
  a) van een dienst die als een aparte elektronische-communicatiedienst kan worden beschouwd, of
  b) van één van de elektronische communicatiediensten die samen een bundel uitmaken;
  2° de onderbreking is niet te wijten aan het gedrag van de abonnee of van de eindgebruiker van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten die worden geleverd op basis van een voorafbetaalde kaart.
  § 3. De dienstverlening wordt geacht onderbroken te zijn vanaf het ogenblik dat de operator het Instituut in kennis stelt van de onderbreking overeenkomstig artikel 107/3.
  Wanneer dergelijke kennisgeving niet is vereist, geldt de melding van een gebruiker of een derde als begin van de onderbreking.
  § 4. De operator van de andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst biedt de abonnee of de eindgebruiker van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten die worden geleverd op basis van een voorafbetaalde kaart:
  1° 1 euro voor de periode van zestien uur volgend op de eerste acht uur van de onderbreking. Iedere daaropvolgende periode van 24 uur wordt de compensatie van de vorige dag verhoogd met 1 euro evenals met 0,5 euro voor iedere dag dat de onderbreking duurt;
  2° in geval van een abonnement, ten minste 1/30 van het maandelijkse abonnementsgeld voor elektronische communicatiediensten wanneer dit de waarde van de compensatie bedoeld in de bepaling onder 1° overstijgt;
  3° de operator kan in afwijking van de bepalingen onder 1° en 2° een compensatie in natura voorstellen die nauwkeurig beschreven is en die ten minste de waarde van de financiële compensatie bedoeld in de bepaling onder 1° overstijgt.
  In geval van een bundel wordt de compensatie bedoeld in het eerste lid, 2°, berekend op het integrale maandelijkse abonnementsgeld voor elektronische communicatiediensten in de volledige bundel.
  Maakt de abonnee of de eindgebruiker van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten die worden geleverd op basis van een voorafbetaalde kaart geen keuze dan wordt de financiële compensatie zoals bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, toegekend.
  § 5. De bedragen vermeld in paragraaf 4 worden jaarlijks geïndexeerd volgens de index van de consumptieprijzen.
  § 6. Indien het incident dat aanleiding geeft tot financiële compensatie in de zin van dit artikel zich heeft voorgedaan op het openbaar elektronische-communicatienetwerk van een andere operator dan de operator van de voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst bedoeld in de paragrafen 1 en 4, en deze laatste operator een overeenkomst heeft afgesloten met de netwerkoperator voor gebruik van het openbaar elektronische-communicatienetwerk waarop het incident zich heeft voorgedaan, dan heeft de operator bedoeld in de paragrafen 1 en 4, recht op de vergoeding van de financiële compensatie die hij toekent aan zijn abonnees en eindgebruikers vanwege de operator van het elektronische-communicatienetwerk waarop het incident zich heeft voorgedaan.
  § 7. Dit artikel is niet van toepassing in geval van overmacht."
Art. 62. L'article 113/2 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par la loi du 21 décembre 2021, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 113/2. § 1er. En cas d'interruption complète de plus de huit heures de la fourniture d'un service de communications électroniques accessible au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation, en raison d'une défaillance ininterrompue du réseau, l'opérateur concerné offre une compensation au sens du paragraphe 4:
  1° à l'abonné qui a souscrit à un plan tarifaire pour un service livré à une localisation fixe et qui est destiné aux consommateurs lorsque l'interruption s'est produite dans la localisation où le service devait être livré par l'opérateur;
  2° à l'abonné de services de communications électroniques publics mobiles lorsque son adresse de facturation se trouve dans la zone où l'interruption s'est produite;
  3° à l'utilisateur final de services de communications électroniques publics mobiles fournis sur la base d'une carte prépayée s'il introduit une demande de compensation, en communiquant son adresse de laquelle il ressort qu'il est domicilié ou établi dans la zone où l'interruption s'est produite. L'opérateur traite l'adresse uniquement pour vérifier si l'utilisateur final est domicilié ou établi dans la zone où l'interruption s'est produite.
  § 2. On parle d'une interruption complète au sens du paragraphe 1er lorsque les conditions suivantes sont remplies:
  1° la non-disponibilité:
  a) d'un service pouvant être considéré comme un service de communications électroniques distinct, ou
  b) d'un des services de communications électroniques constituant une offre groupée;
  2° l'interruption n'est pas liée au comportement de l'abonné ou de l'utilisateur final de services de communications électroniques publics mobiles fournis sur la base d'une carte prépayée.
  § 3. Le service est considéré comme interrompu à partir du moment où l'opérateur notifie l'interruption à l'Institut conformément à l'article 107/3.
  Lorsqu'une telle notification n'est pas requise, la notification par un utilisateur ou un tiers est considérée comme le début de l'interruption.
  § 4. L'opérateur du service de communications électroniques accessible au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation offre à l'abonné ou à l'utilisateur final de services de communications électroniques publics mobiles fournis sur la base d'une carte prépayée:
  1° 1 euro pour la période de seize heures suivant les huit premières heures de l'interruption. Pour chaque période de 24 heures suivante, la compensation du jour précédent est majorée de 1 euro et de 0,5 euro pour chaque jour que dure l'interruption;
  2° dans le cas d'un abonnement, au moins 1/30e de la redevance d'abonnement mensuelle pour des services de communications électroniques, lorsque celle-ci dépasse la valeur de la compensation visée au 1° ;
  3° l'opérateur peut par dérogation aux 1° et 2° offrir une compensation en nature décrite avec précision et qui dépasse au minimum la valeur de la compensation financière visée au 1°.
  En cas d'offre groupée, la compensation visée à l'alinéa 1er, 2°, est calculée sur l'intégralité de la redevance d'abonnement mensuelle pour des services de communications électroniques inclus dans la totalité de l'offre groupée.
  En l'absence de choix de l'abonné ou de l'utilisateur final de services de communications électroniques publics mobiles fournis sur la base d'une carte prépayée, la compensation financière visée à l'alinéa 1er, 1° et 2°, est octroyée.
  § 5. Les montants mentionnés au paragraphe 4 sont indexés annuellement selon l'indice des prix à la consommation.
  § 6. Si l'incident qui a donné lieu à la compensation financière au sens de cet article s'est produit sur le réseau public de communications électroniques d'un opérateur autre que l'opérateur du service de communications électroniques accessible au public visé aux paragraphes 1er et 4, et que ce dernier opérateur a conclu un accord avec l'opérateur de réseau pour l'utilisation du réseau public de communications électroniques sur lequel l'incident s'est produit, alors l'opérateur visé aux paragraphes 1er et 4 a droit de la part de l'opérateur du réseau de communications électroniques sur lequel l'incident s'est produit à l'indemnisation de la compensation financière qu'il octroie à ses abonnés et utilisateurs finaux.
  § 7. Le présent article ne s'applique pas en cas de force majeure."
Art. 63. In artikel 22 van bijlage 1 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 augustus 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, vierde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "of het beheer" worden ingevoegd tussen de woorden "toekenningscriteria" en de woorden "van het sociaal tarief";
  b) het lid wordt aangevuld met de woorden "of om de betrokken burgers te informeren";
  2° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden in de inleidende zin de woorden ", en op het correct informeren van de betrokken burgers," ingevoegd tussen de woorden "22 en 38" en de woorden "heeft het Instituut";
  b) in het eerste lid, 2°, wordt het woord "enkel" opgeheven en worden de woorden "het informeren van de betrokken burgers," ingevoegd tussen de woorden "in het kader van" en de woorden "het behoud en van de controle";
  c) in het eerste lid, 4°, wordt het woord "enkel" opgeheven en wordt de bepaling aangevuld met de woorden ", alsook voor het organiseren van informatiecampagnes gericht op de betrokken burgers";
  d) in het tweede lid wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
  "2° informeren van de betrokken personen en/of antwoorden op hun vragen;".
Art. 63. A l'article 22 de l'annexe 1rede la même loi, modifié en dernier par la loi du 30 août 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 2, alinéa 4, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "ou de gestion" sont insérés entre les mots "critères d'octroi" et les mots "du tarif social";
  b) l'alinéa est complété par les mots "ou à des fins d'information des citoyens concernés";
  2° au paragraphe 5, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 1er, dans la phrase introductive, les mots ", et de la bonne information des citoyens concernés" sont insérés entre les mots "22 et 38" et les mots ", l'Institut a";
  b) dans l'alinéa 1er, 2°, le mot "uniquement" est abrogé et les mots "de l'information des citoyens concernés et" sont insérés entre les mots "dans le cadre" et les mots "du maintien et du contrôle";
  c) dans l'alinéa 1er, 4° le mot "uniquement" est abrogé et la disposition est complétée par les mots ", ainsi que pour mener des actions d'information auprès des citoyens concernés";
  d) dans l'alinéa 2, le 2° est remplacé par ce qui suit:
  "2° informer les personnes concernées et/ou répondre à leurs questions;".
Art. 64. In artikel 22/3 van bijlage 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 augustus 2023, worden de volgende wijziging aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden in de inleidende zin de woorden "en om de betrokken burgers correct te informeren" ingevoegd tussen de woorden " § 1, mogelijk te maken" en de woorden ", heeft de FOD Economie";
  b) in het eerste lid, 2°, wordt het woord "enkel" opgeheven en worden de woorden "het informeren van de betrokken burgers," ingevoegd tussen de woorden "in het kader van" en de woorden "de toekenning en de controle van het sociaal tarief";
  c) het eerste lid, 4°, wordt aangevuld met de woorden "alsook om informatiecampagnes te organiseren die gericht zijn op de betrokken burgers";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
  "2° informeren van de betrokken personen en/of antwoorden op hun vragen;";
  3° paragraaf 9 wordt aangevuld met de volgende zinnen:
  "Op elke factuur van een abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten moet een hyperlink staan van de website waar de consument informatie kan vinden om te weten of hij in aanmerking komt voor het sociaal tarief. De verwijzing kan door de operator worden toegevoegd in het kader bedoeld in artikel 110, § 4, 1°, van de wet.";
  4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 11, luidende:
  " § 11. De FOD Economie kan regelmatig communicatiecampagnes organiseren over het sociaal tarief. Die kunnen met name bestaan uit het versturen van brieven aan de burgers die in aanmerking komen voor het sociaal tarief bedoeld in de artikelen 22, 22/2 en 22/3, 38, en 38/1."
Art. 64. A l'article 22/3 de l'annexe 1rede la même loi, inséré par la loi du 30 août 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 1er, dans la phrase introductive, les mots "et en vue de la bonne information des citoyens concernés" sont insérés entre les mots " § 1er" et les mots ", le SPF Economie a";
  b) à l'alinéa 1er, 2°, le mot "uniquement" est abrogé et les mots "de l'information des citoyens concernés et de" sont insérés entre les mots "dans le cadre" et les mots "de l'octroi et du contrôle du tarif social";
  c) l'alinéa 1er, 4°, est complété par les mots "ainsi que pour mener des actions d'information auprès des citoyens concernés";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
  "2° informer les personnes concernées et/ou répondre à leurs questions;";
  3° le paragraphe 9 est complété par les phrases suivantes:
  "L'hyperlien vers le site informant le consommateur sur son éligibilité au tarif social sera mis sur chaque facture d'un abonné ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs. Ceci peut se faire par l'opérateur dans le cadre visé à l'article 110, § 4, 1°, de la loi.";
  4° l'article est complété par le paragraphe 11 rédigé comme suit:
  " § 11. Le SPF Economie peut mener périodiquement des actions de communication relatives au tarif social, qui peuvent notamment prendre la forme d'envoi de courriers aux citoyens concernés par le tarif social visé aux articles 22, 22/2 et 22/3, 38, et 38/1."
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers
Art. 65. In artikel 17, § 1, derde lid, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, gewijzigd bij de wet van 8 mei 2022, worden de woorden "en volgens de nadere regels" ingevoegd tussen de woorden "binnen de termijn" en de woorden "die zij vaststelt".
Art. 65. Dans l'article 17, § 1er, alinéa 3, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, modifié par la loi du 8 mai 2022, les mots "et selon les modalités" sont insérés entre les mots "dans le délai" et les mots "qu'elle fixe".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances
Art. 66. In artikel 22, § 1, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de woorden "De algemene, bijzondere en speciale voorwaarden, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel, evenals alle clausules afzonderlijk" vervangen door de woorden "De verzekeringsovereenkomsten in hun geheel, de algemene, bijzondere en speciale voorwaarden, evenals alle andere clausules die de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst uitmaken".
Art. 66. Dans l'article 22, § 1er, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, modifié par la loi du 13 mars 2016, les mots "Les conditions générales, particulières et spéciales, les contrats d'assurance dans leur ensemble, ainsi que toutes les clauses prises séparément" sont remplacés par les mots "Les contrats d'assurance dans leur ensemble, les conditions générales, particulières et spéciales ainsi que toutes les autres clauses qui forment les conditions du contrat d'assurance".
Art. 67. In artikel 23, § 1, van dezelfde wet wordt de eerste zin vervangen als volgt:
  "De verzekeringsovereenkomsten in hun geheel, de algemene, bijzondere en speciale voorwaarden, evenals alle andere clausules die de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst uitmaken, worden opgesteld in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen."
Art. 67. Dans l'article 23, § 1er, de la même loi, la première phrase est remplacée par ce qui suit:
  "Les contrats d'assurance dans leur ensemble, les conditions générales, particulières et spéciales ainsi que toutes les autres clauses qui forment les conditions du contrat d'assurance, doivent être rédigés en termes clairs et précis."
Art. 68. In dezelfde wet wordt een artikel 85/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 85/2. In het kader van de delegatie bepaald in artikel 85/1, § 4, kan de Koning voorzien in de verwerking van persoonsgegevens, voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1° de categorie van personen van wie de persoonsgegevens het voorwerp van een verwerking mogen uitmaken, zijn de verzekeringnemer, de huidige verzekeraar of de verzekeringstussenpersoon die, als lasthebber van één of meer verzekeringsondernemingen, het recht heeft om in naam en voor rekening van die verzekeringsonderneming de verzekeringsovereenkomst te beheren;
  2° de verwerkte persoonsgegevens zijn de identificatiegegevens van de verzekeringnemer, de huidige verzekeraar, de verzekeringstussenpersoon die, als lasthebber van één of meer verzekeringsondernemingen, het recht heeft om in naam en voor rekening van die verzekeringsonderneming de verzekeringsovereenkomst te beheren, alsook het polisnummer van de op te zeggen verzekeringsovereenkomst en alle door de verzekeringnemer verstrekte informatie die nodig is voor de opzegging van de verzekeringsovereenkomst;
  3° het doel van de verwerking van de persoonsgegevens is de nieuwe verzekeraar en/of, in voorkomend geval, de verzekeringstussenpersoon, in staat te stellen om voor rekening van de verzekeringnemer de nodige formele stappen te zetten om de verzekeringsovereenkomst op te zeggen zoals bedoeld in de artikelen 85 en 85/1;
  4° de categorie van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens zijn de huidige verzekeraar van de verzekeringnemer, de nieuwe verzekeraar en/of, in voorkomend geval, de verzekeringstussenpersoon;
  5° de maximumtermijn voor het bewaren van de persoonsgegevens bedraagt tien jaar."
Art. 68. Dans la même loi, il est inséré un article 85/2 rédigé comme suit:
  "Art. 85/2. Dans le cadre de la délégation prévue à l'article 85/1, § 4, le Roi peut prévoir le traitement de données à caractère personnel à condition qu'il soit satisfait aux conditions suivantes:
  1° la catégorie de personnes dont les données à caractère personnel sont susceptibles de faire l'objet d'un traitement sont le preneur d'assurance, l'assureur actuel ou l'intermédiaire d'assurance qui, en tant que mandataire d'une ou plusieurs entreprises d'assurance, dispose du pouvoir de gérer le contrat d'assurance au nom et pour le compte de celles-ci;
  2° les données à caractère personnel traitées sont les données d'identification du preneur d'assurance, de l'assureur actuel, de l'intermédiaire d'assurance qui, en tant que mandataire d'une ou plusieurs entreprises d'assurance, dispose du pouvoir de gérer le contrat d'assurance au nom et pour le compte de celles-ci, le numéro de police du contrat d'assurance à résilier ainsi que toutes informations fournies par le preneur d'assurance nécessaire à la résiliation du contrat d'assurance;
  3° la finalité du traitement des données à caractère personnel est de permettre au nouvel assureur et/ou, le cas échéant, à l'intermédiaire d'assurance d'effectuer, pour le compte du preneur d'assurance, les formalités nécessaires à la résiliation du contrat d'assurance visées aux articles 85 et 85/1;
  4° la catégorie des personnes qui ont accès aux données à caractère personnel sont l'actuel assureur du preneur d'assurance, le nouvel assureur et/ou, le cas échéant, l'intermédiaire d'assurance;
  5° le délai maximum de conservation des données à caractère personnel est de dix ans."
Art. 69. Artikel 121, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
  "5° De termijn vermeld in artikel 121/1, § 6, is nog niet verstreken."
Art. 69. L'article 121, § 3, de la même loi est complété par un 5° rédigé comme suit:
  "5° Le délai mentionné à l'article 121/1, § 6, n'est pas encore écoulé."
Art. 70. In dezelfde wet wordt een artikel 121/1 ingevoegd, luidende:
  "Expertise ter plaatse of expertise met een door de verzekerde aangestelde expert
Art. 70. Dans la même loi, il est inséré un article 121/1 rédigé comme suit:
  "Expertise sur place ou expertise avec un expert désigné par l'assuré
Art. 121/1. § 1. De verzekeraar en de verzekerde kunnen, elk wat hen betreft, een expert aanstellen.
  § 2. Onverminderd de overige wettelijke informatieverplichtingen, verstrekt de verzekeraar, alvorens de expert aangesteld door die verzekeraar zich ter plaatse begeeft, aan de verzekerde op een duidelijke en begrijpelijke wijze op een duurzame gegevensdrager, de volgende informatie:
  1° de identificatiegegevens van de verzekeraar;
  2° de identificatiegegevens van de expert aangesteld door die verzekeraar;
  3° de in voorkomend geval door de expert, aangesteld door de verzekeraar, onderschreven gedragscode;
  4° het bestaan van een minimale bedenktijd van vijf werkdagen voor de verzekerde om de door de verzekeraar voorgestelde schadevergoeding te aanvaarden;
  5° de gegevens van de ombudsdienst inzake verzekeringen.
  § 3. Onverminderd de overige wettelijke informatieverplichtingen, verstrekt de expert aangesteld door de verzekerde, voordat de overeenkomst tot het uitvoeren van een expertise wordt gesloten, aan de verzekerde op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie:
  1° zijn identificatiegegevens;
  2° de in voorkomend geval ondertekende gedragscode;
  3° de voorwaarden inzake het recht om de overeenkomst tot het uitvoeren van een expertise op te zeggen, indien dit recht is bepaald;
  4° de totale prijs, inclusief alle belastingen, met name het bedrag van het uurtarief en het geschatte aantal uren of het percentage van het schadebedrag en alle diensten die de verzekerde verplicht moet bijbetalen, of, indien de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de wijze van berekening van de prijs;
  5° de opdracht van de expert en de omvang van zijn bevoegdheden;
  6° voor zover de verzekerde een consument is, de contactgegevens van de Consumentenombudsdienst.
  § 4. Bij elk ongevraagd bezoek bij de woonplaats van de verzekerde, met het oog op het sluiten van een overeenkomst tot het uitvoeren van een expertise, kan de verzekerde enkel een vrijblijvend aanbod ontvangen.
  Dit aanbod wordt op een duurzame drager opgesteld en wordt aan de verzekerde overhandigd. Op vraag van de aanbieder wordt één exemplaar van het aanbod uitsluitend voor ontvangst ondertekend door de verzekerde.
  Het aanbod vermeldt, in de onmiddellijke nabijheid van de handtekening van de verzekerde, de volgende tekst gedrukt in het vet en in hetzelfde lettertype als de rest van het document: "Dit document betreft een vrijblijvend aanbod en geen overeenkomst tot het uitvoeren van een expertise".
  Het aanbod kan slechts worden aanvaard door de verzekerde na het verstrijken van een termijn van minimum één dag na dit aanbod en nadat de verzekeraar van het schadegeval werd geïnformeerd.
  § 5. Na elke expertise uitgevoerd ter plaatse, of expertise uitgevoerd met een door de verzekerde aangestelde expert maakt de expert aangesteld door de verzekeraar een expertiseverslag op, waarin het schadebedrag wordt vastgesteld.
  Een kopie van het expertiseverslag wordt naar de verzekerde en de verzekeringsonderneming gestuurd.
  De verzekeringsonderneming doet de verzekerde een voorstel tot schadevergoeding op basis van het expertiseverslag.
  De Koning kan de vorm en de inhoud van het expertiseverslag bepalen.
  § 6. De verzekerde kan de door de verzekeraar voorgestelde schadevergoeding ten vroegste aanvaarden na het verstrijken van een minimale bedenktijd van vijf werkdagen.
  § 7. Op het einde van de opdracht maakt de expert aangesteld door de verzekerde, een slotverslag op dat wordt overgemaakt aan de verzekerde.
  De Koning kan de vorm en de inhoud van het slotverslag bepalen.
  § 8. De persoonsgegevens vermeld in de paragrafen 2 en 3, en in voorkomend geval, de persoonsgegevens vermeld in het expertiseverslag bedoeld in paragraaf 5 en het slotverslag bedoeld in paragraaf 7, kunnen worden verwerkt, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de betrokken personen zijn de personen die in het kader van een brandverzekering expertises uitvoeren;
  2° de verwerkte persoonsgegevens zijn de identificatiegegevens;
  3° de met de verwerking nagestreefde doelstelling is het verbeteren van de transparantie in het kader van de expertise;
  4° de categorieën van personen die toegang hebben tot de gegevens zijn de verzekerde, alsook eenieder die betrokken is bij de expertise;
  5° de maximumtermijn voor het bewaren van de verwerkte gegevens is tien jaar na de definitieve beslissing over het bedrag van de schadevergoeding."
Art. 121/1. § 1er. L'assureur et l'assuré peuvent désigner, chacun en ce qui le concerne, un expert.
  § 2. Sans préjudice des obligations d'information prévues par d'autres lois, avant que l'expert désigné par l'assureur ne se rende sur place, l'assureur fournit à l'assuré d'une manière claire et compréhensible sur un support durable, les informations suivantes:
  1° les données d'identification de l'assureur;
  2° les données d'identification de l'expert désigné par cet assureur;
  3° le code de conduite auquel l'expert désigné par l'assureur a, le cas échéant, souscrit;
  4° l'existence d'un délai de réflexion minimum de cinq jours ouvrables pour que l'assuré puisse accepter l'indemnisation proposée par l'assureur;
  5° les coordonnées du service ombudsman des assurances.
  § 3. Sans préjudice des obligations d'information prévues par d'autres lois, l'expert désigné par l'assuré fournit à l'assuré, avant la conclusion du contrat en vue de la réalisation d'une expertise, d'une manière claire et compréhensible, les informations suivantes comprenant:
  1° ses données d'identification;
  2° le code de conduite auquel il a le cas échéant souscrit;
  3° les conditions concernant le droit de résiliation du contrat en vue de la réalisation d'une expertise, si ce droit est prévu;
  4° le prix total toutes taxes comprises, notamment son taux horaire et le nombre estimé d'heures ou le pourcentage du montant des dommages et tous les services à payer obligatoirement en supplément par l'assuré, ou, lorsque le prix ne peut raisonnablement pas être calculé à l'avance, le mode de calcul du prix;
  5° la mission de l'expert et l'étendue de ses pouvoirs;
  6° si l'assuré est un consommateur, les coordonnées du Service de médiation pour le consommateur.
  § 4. Lors de toute visite non sollicitée au domicile de l'assuré en vue de la conclusion d'un contrat pour la réalisation d'une expertise, l'assuré ne peut recevoir qu'une offre sans engagement.
  Cette offre est établie sur un support durable et est remise à l'assuré. A la demande de l'offrant, un exemplaire de l'offre est signé uniquement pour réception par l'assuré.
  L'offre indique, à proximité immédiate de la signature de l'assuré, le texte suivant en caractères gras et dans la même police d'écriture que le reste du document: "Ce document est une offre sans engagement et non un contrat en vue de la réalisation d'une expertise".
  L'offre ne peut être acceptée par l'assuré qu'après une période de minimum un jour après l'offre et après que l'assureur ait été informé de la survenance du dommage.
  § 5. Après chaque expertise réalisée sur place ou expertise réalisée avec un expert désigné par l'assuré, l'expert désigné par l'assureur rédige un procès-verbal d'expertise dans lequel le montant des dommages est constaté.
  Une copie du procès-verbal d'expertise est transmise à l'assuré et à l'entreprise d'assurance.
  L'entreprise d'assurance formule une proposition d'indemnisation à l'assuré sur la base du procès-verbal d'expertise.
  Le Roi peut déterminer la forme et le contenu du procès-verbal d'expertise.
  § 6. L'assuré ne peut accepter l'indemnisation proposée par l'assureur qu'au plus tôt après l'expiration d'un délai de réflexion de minimum cinq jours ouvrables.
  § 7. A la fin de sa mission, l'expert désigné par l'assuré rédige un procès-verbal de fin de mission qui est remis à l'assuré.
  Le Roi peut déterminer la forme et le contenu du procès-verbal de fin de mission.
  § 8. Les données personnelles mentionnées aux paragraphes 2 et 3, et, le cas échéant, les données personnelles mentionnées dans le procès-verbal d'expertise visé au paragraphe 5 et le procès-verbal de fin de mission visé au paragraphe 7, peuvent faire l'objet d'un traitement, à condition qu'il soit satisfait aux conditions suivantes:
  1° les personnes concernées sont les personnes qui effectuent des expertises dans le cadre d'une assurance incendie;
  2° les données à caractère personnel traitées sont les données d'identification;
  3° la finalité du traitement des données est l'amélioration de la transparence dans le cadre de l'expertise;
  4° les catégories de personnes qui ont accès aux données sont l'assuré, ainsi que toute personne qui est concernée par l'expertise;
  5° le délai maximum de conservation des données traitées est de dix ans après la décision définitive concernant le montant de l'indemnisation."
Art. 71. Artikel 197/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 197/1. Deze afdeling is van toepassing op alle beëindigingswijzen van een levensverzekeringsovereenkomst waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen, alsook in het geval van gedeeltelijke afkoop van een dergelijke levensverzekeringsovereenkomst. Deze afdeling is niet van toepassing op overeenkomsten die worden gesloten in het kader van de tweede pensioenpijler."
Art. 71. L'article 197/1 de la même loi, inséré par la loi du 2 mai 2019, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 197/1. La présente section est d'application sur tous les modes de fin d'un contrat d'assurance sur la vie dont le risque ou l'engagement est situé en Belgique, ainsi qu'en cas de rachat partiel d'un tel contrat d'assurance sur la vie. La présente section n'est pas applicable aux contrats conclus dans le cadre du deuxième pilier de la pension."
Art. 72. In deel 6, hoofdstuk 3, afdeling 2, van dezelfde wet wordt een artikel 267/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 267/2. Als een verzekeringsmakelaar of een verzekeringsagent dan wel een herverzekeringsmakelaar of een herverzekeringsagent kennis heeft van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de door deze wet voorgeschreven inschrijvingsvoorwaarden door een verzekeringssubagent of een nevenverzekeringstussenpersoon dan wel een herverzekeringssubagent op wie hij een beroep doet of heeft gedaan, deelt hij die elementen onmiddellijk mee aan de FSMA.
  Zij stellen de FSMA ook in kennis van het feit dat iemand zich als verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon voordoet zonder in het in deze wet vermelde register te zijn ingeschreven."
Art. 72. Dans la partie 6, chapitre 3, section 2, de la même loi, il est inséré un article 267/2 rédigé comme suit:
  "Art. 267/2. Si un courtier ou un agent d'assurance ou un courtier ou un agent de réassurance a connaissance d'éléments pouvant mettre en doute le respect des conditions d'inscription prévues par la présente loi dans le chef d'un sous-agent d'assurance ou d'un intermédiaire d'assurance à titre accessoire ou d'un sous-agent de réassurance auquel il fait appel ou a fait appel, il communique immédiatement ces éléments à la FSMA.
  La même communication est faite à la FSMA s'ils ont connaissance du fait que quelqu'un se présente comme intermédiaire d'assurance ou de réassurance sans être inscrit au registre prévu par la présente loi."
Art. 73. In artikel 304, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 december 2018, worden de woorden "en volgens de nadere regels" ingevoegd tussen de woorden "binnen de termijn" en de woorden "die zij vaststelt".
Art. 73. Dans l'article 304, § 2, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 6 décembre 2018, les mots "et selon les modalités" sont insérés entre les mots "et ce dans le délai" et les mots "qu'elle détermine".
Art. 74. Artikel 311, § 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 december 2018, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Als de FSMA vaststelt dat de samenwerking tussen een verzekeringsagent of een verbonden verzekeringsagent en de enige verzekeringsonderneming in naam en voor rekening waarvan hij handelt, of tussen een verzekeringssubagent en de verzekeringsmakelaar of -agent in naam en voor rekening van wie hij handelt, wordt beëindigd, schrapt zij de betrokken agent of subagent uit het register waarin hij was ingeschreven, na hem daarvan vooraf in kennis te hebben gesteld. De FSMA schrapt een verzekeringsagent of verbonden verzekeringsagent die handelt in naam en voor rekening van verschillende verzekeringsondernemingen uit het register waarin hij was ingeschreven, na hem daarvan vooraf in kennis te hebben gesteld, wanneer zij vaststelt dat deze agent niet langer is verbonden met één van die verzekeringsondernemingen."
Art. 74. L'article 311, § 4, de la même loi, inséré par la loi du 6 décembre 2018, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Lorsque la FSMA constate qu'il est mis fin à la collaboration entre un agent d'assurance ou un agent d'assurance lié et la seule entreprise d'assurances au nom et pour le compte de laquelle il agit, ou entre un sous-agent d'assurance et le courtier ou l'agent d'assurance au nom et pour le compte il agit, elle radie l'agent ou le sous-agent concerné du registre où il était inscrit, après avoir averti celui-ci au préalable. Pour les agents d'assurance et les agents d'assurance liés agissant au nom et pour le compte de plusieurs entreprises d'assurance, la FSMA radie l'agent du registre où il était inscrit, après avoir averti celui-ci au préalable, lorsqu'elle constate que l'agent n'est plus lié à aucune de ces entreprises d'assurance."
Art. 75. In artikel 322 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2018, worden de paragrafen 2/1 en 2/2 ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. Van zodra de ombudsdienst inzake verzekeringen een volledige aanvraag tot buitengerechtelijke klachtenregeling heeft ontvangen, worden de verjaringstermijnen bedoeld in artikel 88 geschorst.
  De schorsing loopt tot op de dag waarop de ombudsdienst inzake verzekeringen aan de partijen meedeelt:
  1° dat de behandeling van de aanvraag is geweigerd; of
  2° het resultaat van de minnelijke regeling.
  Van zodra de verzekeringsonderneming, de verzekeringstussenpersoon of de nevenverzekeringstussenpersoon ter kennis is gebracht dat de ombudsdienst inzake verzekeringen een volledige aanvraag tot buitengerechtelijke klachtenregeling heeft ontvangen, wordt de invorderingsprocedure ingesteld door de betrokken verzekeringsonderneming, verzekeringstussenpersoon of nevenverzekeringstussenpersoon, geschorst tot op de dag bedoeld in het tweede lid.
  § 2/2. De verzekeringsonderneming, verzekeringstussenpersoon of nevenverzekeringstussenpersoon gaat in op elk verzoek om informatie dat hij in het kader van de buitengerechtelijke klachtenregeling van de ombudsdienst inzake verzekeringen ontvangt.
  Bij een gebrek aan antwoord binnen een redelijke termijn en mits voorafgaandelijke opgave van een lijst met documenten waartoe hij toegang wenst te hebben kan de ombudsdienst inzake verzekeringen, met het oog op de uitvoering van zijn wettelijke opdracht, in het kader van een bij hem ingediende aanvraag, ter plaatse kennis nemen van de boeken, briefwisseling, verslagen en, in het algemeen, van alle documenten en alle geschriften van de betrokken verzekeringsonderneming, verzekeringstussenpersoon of nevenverzekeringstussenpersoon die rechtstreeks betrekking hebben op het voorwerp van de aanvraag. Hij kan van de bestuurders, agenten en aangestelden van de betrokken verzekeringsonderneming, verzekeringstussenpersoon of nevenverzekeringstussenpersoon alle nodige uitleg en informatie vorderen en alle verificaties uitvoeren die nuttig zijn voor zijn onderzoek.
  De ombudsdienst inzake verzekeringen mag zich laten bijstaan door deskundigen.
  De redelijke termijn bedoeld in het tweede lid bedraagt minstens vijf werkdagen."
Art. 75. Dans l'article 322 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 6 décembre 2018, sont insérés les paragraphes 2/1 et 2/2 rédigés comme suit:
  " § 2/1. Dès que le service ombudsman des assurances a reçu une demande complète de règlement extrajudiciaire d'une plainte, les délais de prescription visés à l'article 88 sont suspendus.
  La suspension court jusqu'au jour où le service ombudsman des assurances communique aux parties:
  1° que le traitement de la demande est refusé; ou
  2° le résultat du règlement amiable.
  Dès que l'entreprise d'assurances, l'intermédiaire d'assurance ou l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire est informé que le service ombudsman des assurances a reçu une demande complète de règlement extrajudiciaire d'une plainte, la procédure de recouvrement introduite par l'entreprise d'assurances, l'intermédiaire d'assurance ou l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire concerné est suspendue, jusqu'au jour visé à l'alinéa 2.
  § 2/2. L'entreprise d'assurances, l'intermédiaire d'assurance ou l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire donne suite à toute demande d'information qu'il reçoit de la part du service ombudsman des assurances dans le cadre du règlement extrajudiciaire d'une plainte.
  En cas d'absence de réponse dans un délai raisonnable et moyennant la communication préalable de la liste des documents auxquels il souhaite avoir accès, le service ombudsman des assurances peut, en vue d'exercer sa mission légale, dans le cadre d'une demande introduite auprès de lui, prendre connaissance sur place des livres, correspondances, rapports et, en général, de tous documents et écrits de l'entreprise d'assurances, de l'intermédiaire d'assurance ou de l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire concerné, qui ont un rapport direct avec l'objet de la demande. Il peut demander toutes explications et informations utiles aux administrateurs, agents et préposés de l'entreprise d'assurances, de l'intermédiaire d'assurance ou de l'intermédiaire d'assurance à titre accessoire concerné, et procéder à toutes vérifications utiles pour l'enquête.
  Le service ombudsman des assurances peut se faire assister par des experts.
  Le délai raisonnable visé à l'alinéa 2 doit être au minimum de cinq jours ouvrables."
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten
CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyage liées et de services de voyage
Art. 76. Artikel 60 van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, vervangen bij de wet van 5 juni 2023, wordt aangevuld met zes leden, luidende:
  "De verzekeringsonderneming bedoeld in het eerste lid houdt op haar website een geüpdatete lijst bij, die toegankelijk is voor het publiek, van de professionelen bedoeld in artikel 2, 7°, met wie een verzekeringsovereenkomst werd gesloten.
  Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van de verplichting bedoeld in het derde lid, treedt de verzekeringsonderneming bedoeld in het eerste lid op als verwerkingsverantwoordelijke, in de zin van artikel 4, 7), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
  De categorieën van personen van wie de persoonsgegevens het voorwerp kunnen uitmaken van de verwerking zijn alle professionelen bedoeld in artikel 2, 7°, met wie een verzekeringsovereenkomst werd gesloten.
  De categorieën van persoonsgegevens die worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in het vierde lid zijn de identificatiegegevens.
  Het publiek heeft toegang tot de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de uitvoering van de verplichting bedoeld in het derde lid.
  De persoonsgegevens die in overeenstemming met dit artikel worden verwerkt, kunnen worden bewaard gedurende maximaal een jaar na de opzegging van de verzekeringsovereenkomst bedoeld in het eerste lid. Na afloop van de voormelde periode van een jaar worden de persoonsgegevens definitief geschrapt."
Art. 76. L'article 60 de la loi du 21 novembre 2017 relative à la vente de voyages à forfait, de prestations de voyage liées et de services de voyage, remplacé par la loi du 5 juin 2023, est complété par six alinéas rédigés comme suit:
  "L'entreprise d'assurance visée à l'alinéa 1er tient sur son site web une liste actualisée accessible au public des professionnels visés à l'article 2, 7°, avec lesquels un contrat d'assurance a été conclu.
  L'entreprise d'assurance visée à l'alinéa 1er agit en tant que responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), pour le traitement des données à caractère personnel dans le cadre de l'exécution de l'obligation visée à l'alinéa 3.
  Les catégories de personnes dont les données à caractère personnel sont susceptibles de faire l'objet de traitement sont tout professionnel visé à l'article 2, 7°, avec lequel un contrat d'assurance a été conclu.
  Les catégories de données à caractère personnel traitées par le responsable de traitement visé à l'alinéa 4 sont les coordonnées d'identification.
  Le public a accès aux données à caractère personnel traitées dans le cadre de l'exécution de l'obligation visée à l'alinéa 3.
  Les données à caractère personnel traitées conformément au présent article peuvent être conservées pendant un an au maximum après la résiliation du contrat d'assurance visé à l'alinéa 1er. A l'issue de la période d'un an précitée, les données à caractère personnel sont définitivement supprimées."
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen
CHAPITRE 10. - Modifications de la loi du 3 octobre 2022 portant des dispositions diverses relatives au travail
Art. 77. In hoofdstuk 4, afdeling 2, van de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/1. § 1. De Koning laat, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een Fonds voor werkongevallen voor zelfstandige medewerkers van digitale platformen opdrachtgevers toe, opgericht door de verzekeringsondernemingen bedoeld in paragraaf 4, met als opdracht de getroffenen van ongevallen bedoeld in artikel 19, § 1, of hun rechthebbenden te vergoeden wanneer:
  1° de platformexploitant zoals gedefinieerd in artikel 337/3, § 1, 3°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 en hierna "de platformexploitant" genoemd, de verplichte verzekering, bedoeld in artikel 19, niet heeft afgesloten en zijn verplichtingen niet uitvoert;
  2° de vergoedingen verschuldigd zijn door een verzekeringsonderneming die haar verplichtingen niet uitvoert.
  De Koning stelt de uitvoeringshandelingen van deze opdracht vast.
  § 2. Indien het Fonds bedoeld in paragraaf 1 niet is opgericht binnen de twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit artikel, of indien het Fonds ophoudt te bestaan, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het Fonds oprichten en de nadere regels van zijn werking bepalen.
  § 3. De statuten, het huishoudelijk reglement en de wijzigingen ervan worden, na advies van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, goedgekeurd door de Koning.
  De statuten, het huishoudelijk reglement en de wijzigingen ervan worden in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 4. De verzekeringsondernemingen, die de in artikel 19 bedoelde verzekering aanbieden, zijn hoofdelijk gehouden aan het Fonds de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van zijn opdrachten en om zijn werkingskosten te dragen.
  Indien het Fonds door de Koning is ingesteld, stelt een koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeringsondernemingen worden gedaan.
  § 5. De erkenning wordt ingetrokken indien het Fonds niet handelt overeenkomstig de wetten, verordeningen of zijn statuten.
  In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen nemen ter vrijwaring van de rechten van de verzekeringsnemers, de verzekerden en de getroffenen van de in artikel 19, § 1, bedoelde werkongevallen of hun rechthebbenden.
  Het Fonds blijft aan de controle onderworpen zolang de vereffening van zijn verrichtingen duurt.
  De Koning benoemt voor deze vereffening een bijzonder vereffenaar.
  § 6. Voor zover het Fonds de getroffenen van werkongevallen, bedoeld in artikel 19, § 1, of hun rechthebbenden vergoed heeft, wordt het Fonds gesubrogeerd in de rechten van de schadeloos gestelde persoon jegens de aansprakelijke persoon, zijn eventuele verzekeraar, de platformexploitant die de in artikel 19 bedoelde verzekering niet heeft afgesloten, of de verzekeringsonderneming die de vergoedingen verschuldigd is en haar verplichtingen niet nakomt.
  De subrogatie mag geen afbreuk doen aan de rechten die derden die samen met het Fonds opkomen, persoonlijk zouden kunnen doen gelden. Deze derden, met uitsluiting van de in hun plaats gestelden, oefenen hun rechten bij voorkeur boven het Fonds uit.
  In de gevallen waarin de verzekeringsonderneming die de vergoeding verschuldigd is failliet is verklaard of haar verplichtingen niet nakomt, kan het Fonds zich slechts verhalen op de platformexploitant of op de aansprakelijke persoon indien voldaan is aan de voorwaarden waaronder zodanig verhaal volgens de wet of de overeenkomst voor de verzekeraar zelf openstaat.
  § 7. Het Fonds beschikt over alle nodige bevoegdheden en competenties om te kunnen samenwerken met andere overheidsorganen en met andere betrokken partijen, onder meer met de verzekeringsonderneming die het voorwerp uitmaakt van een faillissements- of vereffeningsprocedure, met de bewindvoerder en de vereffenaar. Deze samenwerking omvat, in voorkomend geval, het verzoek om, de ontvangst van en de verstrekking van informatie, onder meer over de bijzonderheden van specifieke vorderingen."
Art. 77. Dans le chapitre 4, section 2, de la loi du 3 octobre 2022 portant des dispositions diverses relatives au travail, il est inséré un article 19/1 rédigé comme suit:
  "Art. 19/1. § 1er. Le Roi agrée, aux conditions qu'Il détermine, un Fonds des accidents du travail pour les collaborateurs indépendants de plateformes numériques donneuses d'ordres, créé par les entreprises d'assurances visées au paragraphe 4, qui a pour mission d'indemniser les victimes d'accidents visés à l'article 19, § 1er, ou leurs ayants droit lorsque:
  1° l'exploitant de plateforme défini à l'article 337/3, § 1er, 3°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 et dénommé ci-après "l'exploitant de plateforme", n'a pas souscrit l'assurance obligatoire visée à l'article 19 et est en défaut d'exécuter ses obligations;
  2° l'entreprise d'assurance débitrice des indemnités est en défaut d'exécuter ses obligations.
  Le Roi détermine les modalités d'exercice de cette mission.
  § 2. Si le Fonds visé au paragraphe 1er n'est pas constitué dans les douze mois qui suivent l'entrée en vigueur du présent article ou si ce Fonds vient à disparaître, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, créer ce Fonds et déterminer les modalités de son fonctionnement.
  § 3. Les statuts, le règlement d'ordre intérieur ainsi que les modifications qui leur sont apportées sont approuvés par le Roi après consultation de l'Autorité des services et marchés financiers.
  Les statuts, le règlement d'ordre intérieur ainsi que les modifications qui leur sont apportées sont publiés aux Annexes du Moniteur belge.
  § 4. Les entreprises d'assurance qui offrent l'assurance visée à l'article 19 sont solidairement tenues d'effectuer au Fonds les versements nécessaires pour l'accomplissement de ses missions et pour supporter ses frais de fonctionnement.
  Si le Fonds est créé par le Roi, un arrêté royal fixe chaque année la règle de calcul des versements à effectuer par les entreprises d'assurance.
  § 5. L'agrément est retiré si le Fonds n'agit pas conformément aux lois, règlements ou à ses statuts.
  Dans ce cas, le Roi peut prendre toutes mesures propres à sauvegarder les droits des preneurs d'assurance, des assurés et des victimes d'accidents visés à l'article 19, § 1er, ou leurs ayants droit.
  Le Fonds reste soumis au contrôle pendant la durée de la liquidation de ses opérations.
  Le Roi nomme un liquidateur spécial chargé de cette liquidation.
  § 6. Dans la mesure où il a indemnisé les victimes d'accidents visées à l'article 19, § 1er, ou leurs ayants droit, le Fonds est subrogé dans les droits de la personne indemnisée à l'encontre de la personne responsable, son éventuel assureur, l'exploitant de plateforme qui n'a pas souscrit l'assurance visée à l'article 19 ou l'entreprise d'assurance débitrice des indemnités en défaut d'exécuter ses obligations.
  La subrogation ne peut préjudicier aux droits que pourraient faire valoir personnellement des tiers qui seraient en concours avec le Fonds. Ces tiers, à l'exclusion des personnes qui leur seraient subrogées, exercent leurs droits par préférence au Fonds.
  Dans les cas où l'entreprise d'assurance débitrice des indemnités a été déclarée en faillite ou est en défaut d'exécuter ses obligations, le recours du Fonds ne peut être exercé contre l'exploitant de plateforme ou la personne responsable que si les conditions dans lesquelles un tel recours est permis, par la loi ou le contrat, à l'assureur lui-même sont remplies.
  § 7. Le Fonds dispose de tous les pouvoirs et compétences nécessaires pour pouvoir coopérer avec d'autres organismes publics et avec d'autres parties intéressées, notamment avec l'entreprise d'assurance faisant l'objet d'une procédure de faillite ou de liquidation, son administrateur et son liquidateur. Cette coopération comprend la demande, la réception et la fourniture d'informations, y compris sur le détail des demandes spécifiques, le cas échéant."
Art. 78. In dezelfde afdeling van dezelfde wet wordt een artikel 19/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 19/2. In het kader van de delegatie bepaald in artikel 19, § 4, kan de Koning voorzien in de verwerking van persoonsgegevens, voor zover is voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1° de betrokken personen zijn de zelfstandige medewerkers werkzaam via digitale platformen opdrachtgevers die getroffenen zijn van een werkongeval, bedoeld in artikel 19, § 1, of hun rechthebbenden;
  2° de verwerkte persoonsgegevens zijn de identificatiegegevens van de betrokken personen en de gegevens die nodig zijn voor hun schadevergoeding;
  3° de verwerking van de gegevens heeft als doelstelling om de personen die door de verzekeringsovereenkomst bedoeld in artikel 19, § 1, zijn gedekt en hun rechthebbenden te vergoeden;
  4° de categorie van personen die toegang hebben tot de gegevens zijn de getroffene of zijn rechthebbenden, evenals elke persoon die betrokken is bij het verzoek tot schadevergoeding;
  5° de maximumtermijn voor het bewaren van de verwerkte gegevens is de termijn die nodig is voor de volledige verwerking van het schadedossier van de getroffene en, in voorkomend geval, tot de termijn die nodig is voor een eventueel subrogatievordering van het Fonds bedoeld in artikel 19/1, § 1, eerste lid, tegen de verzekeraar van de digitaal platform opdrachtgever zoals gedefinieerd in artikel 337/3, § 1, 1°, van de programmawet (I) van 27 december 2006, of tegen de platformexploitant indien die geen verplichte verzekering heeft afgesloten."
Art. 78. Dans la même section de la même loi, il est inséré un article 19/2 rédigé comme suit:
  "Art. 19/2. Dans le cadre de la délégation prévue à l'article 19, § 4, le Roi peut prévoir le traitement de données à caractère personnel pour autant qu'il soit satisfait aux conditions suivantes:
  1° les personnes concernées sont les collaborateurs indépendants occupés par des plateformes numériques donneuses d'ordres, victimes d'un accident du travail, visé à l'article 19, § 1er, ou leurs ayant droits;
  2° les données à caractère personnel traitées sont les données d'identification des personnes concernées et celles nécessaires à leur indemnisation;
  3° la finalité du traitement des données est d'indemniser les personnes couvertes par le contrat d'assurance visé à l'article 19, § 1er, et de leurs ayants droit;
  4° la catégorie des personnes qui ont accès aux données sont la victime ou ses ayant droits, ainsi que toute personne qui est concernée par la demande d'indemnisation;
  5° le délai maximum de conservation des données traitées est la durée nécessaire au traitement complet du dossier d'indemnisation de la victime et, le cas échéant, jusqu'à la durée nécessaire du recours subrogatoire éventuellement exercé par le Fonds visé à l'article 19/1, § 1er, alinéa 1er, à l'égard de l'assureur de la plateforme numérique donneuse d'ordres définie à l'article 337/3, § 1er, 1°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 ou à l'égard de l'exploitant de plateforme s'il n'a pas souscrit l'assurance obligatoire."
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 27 maart 2023 tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten
CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 27 mars 2023 protégeant la profession et le titre de géomètre-expert et créant un ordre des géomètres-experts
Art. 79. In artikel 7, § 2, 1°, a), i), van de wet van 27 maart 2023 tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten wordt het woord "finalité" vervangen door het woord "orientation".
Art. 79. Dans l'article 7, § 2, 1°, a), i), de la loi du 27 mars 2023 protégeant la profession et le titre de géomètre-expert et créant un Ordre des géomètres-experts, le mot "finalité" est remplacé par le mot "orientation".
Art. 80. In dezelfde wet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 21/1. § 1. Elke landmeter-expert die de activiteiten van vastgoedmakelaar bedoeld in artikel 2, 5° en 7°, van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent, maakt een onderscheid tussen zijn eigen gelden en derdengelden.
  De gelden die landmeters-experten in de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar ontvangen ten behoeve van cliënten of derden, worden gestort op een of meer rekeningen geopend op hun naam of op naam van hun vennootschap, met vermelding van hun of haar hoedanigheid. Deze rekening of rekeningen worden geopend overeenkomstig de regels vastgelegd door het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, hierna "het Instituut".
  De landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent, verhandelt de gelden van cliënten of derden via deze rekening. Hij verzoekt cliënten en derden steeds om deze gelden uitsluitend op deze rekening te storten.
  Het beheer van deze rekening berust uitsluitend bij de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent, onverminderd de aanvullende regels inzake verhandeling van gelden van cliënten of derden vastgesteld door het Instituut.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde rekeningen omvatten de derdenrekeningen en de rubriekrekeningen.
  De derdenrekening is een globale rekening waarop gelden worden ontvangen of beheerd die naar cliënten of derden doorgestort moeten worden.
  De rubriekrekening is een geïndividualiseerde rekening geopend met betrekking tot een bepaald dossier of voor een bepaalde cliënt.
  § 3. De derdenrekening en de rubriekrekening zijn rekeningen geopend bij een door de Nationale Bank van België op grond van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen vergunde instelling of bij de Deposito- en Consignatiekas en die minstens voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° de derdenrekening en de rubriekrekening mogen nooit een debetsaldo vertonen;
  2° op een derdenrekening of een rubriekrekening mag geen krediet in welke vorm ook, worden toegestaan; die rekeningen kunnen nooit tot zekerheid dienen;
  3° elke schuldvergelijking, fusie of bepaling van eenheid van rekening tussen de derdenrekening, de rubriekrekening en andere bankrekeningen is uitgesloten; nettingovereenkomsten kunnen op deze rekeningen geen toepassing vinden.
  Het Instituut kan aanvullende regels inzake de verhandeling van gelden van cliënten of derden vaststellen.
  § 4. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden of, wat de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar-rentmeester uitoefent betreft, andersluidende overeenkomst, stort de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent de op zijn derdenrekening ontvangen gelden zo vlug als mogelijk door aan de rechthebbende.
  Ingeval de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent om gegronde redenen de gelden niet binnen vier maanden na ontvangst aan de rechthebbende kan overmaken, stort hij ze op een rubriekrekening.
  Onverminderd de toepassing van dwingende rechtsregels, is het tweede lid niet van toepassing indien het totaal van de gelden ontvangen voor rekening van eenzelfde persoon of bij gelegenheid van eenzelfde verrichting of per dossier 2500 euro niet te boven gaat. De Koning kan dit bedrag om de twee jaar aanpassen, rekening houdend met de economische toestand. Deze aanpassing geldt vanaf 1 januari van het jaar volgend op de bekendmaking van het aanpassingsbesluit.
  § 5. De Koning kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot het beheer, de toegang, de controle en het toezicht op de in paragraaf 2 bedoelde rekeningen.
  Naar analogie met artikel 18, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert wordt een toezichtregeling ingevoerd en georganiseerd door de Orde, waarin minstens wordt bepaald door wie, waarop, wanneer en hoe toezicht wordt gehouden op de naleving van de paragrafen 1 tot 4, voor wat de rubriekrekeningen en de derdenrekeningen betreft met uitzondering van de rekeningen die beheerd worden in het kader van een gerechtelijk mandaat. Deze toezichtregeling bepaalt in het bijzonder de sancties en maatregelen die in geval van overtreding genomen kunnen worden. Ze doet geen afbreuk aan andere wettelijke bepalingen die voorzien in een toezicht op de gelden ontvangen op de in paragraaf 2 bedoelde rekeningen.
  § 6. Alle sommen ongeacht het bedrag ervan die door de gerechtigde niet zijn teruggevorderd, noch aan hem zijn overgemaakt twee jaar na de afsluiting van het dossier naar aanleiding waarvan zij door de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent werden ontvangen, worden door de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent in de Deposito- en Consignatiekas gestort. De termijn wordt geschorst zolang deze sommen het voorwerp uitmaken van een rechtsgeding.
  Die deposito's worden ingeschreven op naam van de gerechtigde(n) die door de landmeter-expert die het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent worden aangewezen. Ze worden door de Deposito- en Consignatiekas ter beschikking van de gerechtigde(n) gehouden tot het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 22 van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito- en Consignatiekas."
Art. 80. Dans la même loi, il est inséré un article 21/1 rédigé comme suit:
  "Art. 21/1. § 1er. Tout géomètre-expert qui exerce les activités d'agent immobilier visées à l'article 2, 5° et 7°, de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, établit une distinction entre ses fonds propres et les fonds de tiers.
  Les fonds reçus par les géomètres-experts dans l'exercice de la profession d'agent immobilier au profit de clients ou de tiers sont versés sur un ou plusieurs comptes ouverts à leur nom ou au nom de leur société, avec mention de leur ou sa qualité. Ce ou ces comptes sont ouverts conformément aux règles à fixer par l'Institut professionnel des Agents Immobiliers visé à l'article 2, 9°, de la loi du 11 février 2013 organisant la profession d'agent immobilier, ci-après "l'Institut".
  Le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier manie les fonds de clients ou de tiers par l'intermédiaire de ce compte. Il demande toujours aux clients et aux tiers de verser ces fonds exclusivement sur ce compte.
  Ce compte est géré exclusivement par le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier, sans préjudice des règles complémentaires concernant le maniement de fonds de clients ou de tiers fixées par l'Institut.
  § 2. Les comptes visés au paragraphe 1er comprennent les comptes de tiers et les comptes rubriqués.
  Le compte de tiers est un compte global sur lequel sont reçus ou gérés des fonds qui doivent être transférés à des clients ou à des tiers.
  Le compte rubriqué est un compte individualisé ouvert dans le cadre d'un dossier déterminé ou pour un client déterminé.
  § 3. Le compte de tiers et le compte rubriqué sont des comptes ouverts auprès d'une institution agréée par la Banque nationale de Belgique sur la base de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ou auprès de la Caisse des Dépôts et Consignations, et qui répondent au moins aux conditions suivantes:
  1° le compte de tiers et le compte rubriqué ne peuvent jamais être en débit;
  2° aucun crédit, sous quelque forme que ce soit, ne peut être consenti sur un compte de tiers ou sur un compte rubriqué; ceux-ci ne peuvent jamais servir de sûreté;
  3° toute compensation, fusion ou stipulation d'unicité de compte entre le compte de tiers, le compte rubriqué et d'autres comptes en banque est exclue; aucune convention de netting ne peut s'appliquer à ces comptes.
  L'Institut peut fixer des règles complémentaires concernant le maniement de fonds de clients ou de tiers.
  § 4. Sauf circonstances exceptionnelles ou, en ce qui concerne le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier régisseur, sauf convention contraire, le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier transfère à l'ayant droit dans les plus brefs délais les fonds reçus sur son compte de tiers.
  Si, pour des motifs fondés, le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier ne peut pas transférer les fonds à l'ayant droit dans les quatre mois de leur réception, il les verse sur un compte rubriqué.
  Sans préjudice de l'application de règles juridiques impératives, l'alinéa 2 n'est pas d'application lorsque le total des fonds reçus soit pour le compte d'une même personne, soit à l'occasion d'une même opération, soit par dossier, n'excède pas 2500 euros. Le Roi peut adapter ce montant tous les deux ans, en tenant compte de la situation économique. Cette adaptation entre en vigueur le 1er janvier de l'année suivant la publication de l'arrêté d'adaptation.
  § 5. Le Roi peut fixer les modalités relatives à la gestion, à l'accès, au contrôle et à la surveillance des comptes visés au paragraphe 2.
  Par analogie avec l'article 18, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté royal du 15 décembre 2005 fixant les règles de déontologie du géomètre-expert, l'Ordre instaure et organise un régime de contrôle déterminant au moins par qui, sur quoi, quand et comment un contrôle est exercé en ce qui concerne le respect des paragraphes 1er à 4, pour ce qui regarde les comptes rubriqués et les comptes de tiers à l'exception des comptes gérés dans le cadre d'un mandat judiciaire. Ce régime de contrôle détermine en particulier les sanctions et mesures pouvant être prises en cas d'infraction. Il ne porte pas préjudice à d'autres dispositions légales qui prévoient un contrôle des fonds reçus sur les comptes visés au paragraphe 2.
  § 6. Le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier verse à la Caisse des Dépôts et Consignations l'intégralité des sommes, quel qu'en soit le montant, qui n'ont pas été réclamées par l'ayant droit ou ne lui ont pas été versées dans les deux ans suivant la clôture du dossier dans le cadre duquel elles ont été reçues par le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier. Le délai est suspendu tant que ces sommes font l'objet d'une procédure judiciaire.
  Ces dépôts sont immatriculés au nom de l'ayant droit ou des ayants droit désignés par le géomètre-expert qui exerce la profession d'agent immobilier. La Caisse des Dépôts et Consignations les tient à la disposition de l'ayant droit ou des ayants droit jusqu'à l'expiration du délai visé à l'article 22 de la loi du 11 juillet 2018 sur la Caisse des Dépôts et Consignations."
Art. 81. In artikel 52 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "een geldboete" worden vervangen door de woorden "hetzij een strafrechtelijke geldboete";
  2° het artikel wordt aangevuld met de woorden ", hetzij een administratieve geldboete van 500 tot 5.000 euro."
Art. 81. A l'article 52 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "d'une amende" sont remplacés par les mots "soit d'une amende pénale";
  2° l'article est complété par les mots ", soit d'une amende administrative de 500 à 5.000 euros."
Art. 82. In artikel 54 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht."
Art. 82. A l'article 54, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Les procès-verbaux établis par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la date de la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La recherche et la constatation des infractions visées dans la présente loi par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique."
Art. 83. In dezelfde titel 8 wordt een artikel 54/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/1. De inbreuken bedoeld in artikel 52 opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 54 kunnen het voorwerp uitmaken van:
  1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 54/2, § 2;
  2° een strafrechtelijke vervolging.
  De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht."
Art. 83. Dans le même titre 8, il est inséré un article 54/1 rédigé comme suit:
  "Art. 54/1. Les infractions visées à l'article 52 recherchées et constatées par les agents visés à l'article 54 peuvent faire l'objet de:
  1° l'application de la procédure de transaction visée à l'article 54/2, § 2;
  2° une poursuite pénale.
  La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique."
Art. 84. In titel 8 van dezelfde wet wordt een artikel 54/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/2. § 1. Wanneer zij inbreuken bedoeld in artikel 52 vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 54 een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
  § 2. Wanneer de in artikel 54 bedoelde ambtenaren inbreuken bedoeld in artikel 52 vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
  Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld."
Art. 84. Dans le titre 8 de la même loi, il est inséré un article 54/2 rédigé comme suit:
  "Art. 54/2. § 1er. Lorsqu'ils constatent des infractions visées à l'article 52, les agents visés à l'article 54 peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
  § 2. Lorsque les agents visés à l'article 54 constatent des infractions visées à l'article 52, les agents désignés par le ministre qui a les Classes Moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
  Le montant de la transaction ne peut pas être supérieur au maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, augmentée des décimes additionnels.
  Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi."
Art. 85. In dezelfde titel 8 wordt een artikel 54/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/3. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
  Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
Art. 85. Dans le même titre 8, il est inséré un article 54/3 rédigé comme suit:
  "Art. 54/3. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle.
  Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
Art. 86. In dezelfde titel 8 wordt een artikel 54/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/4. Indien het openbaar ministerie afziet van een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 86. Dans le même titre 8, il est inséré un article 54/4 rédigé comme suit:
  "Art. 54/4. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
Art. 87. In dezelfde titel 8 wordt een artikel 54/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/5. De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
  De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op strafrechtelijke geldboeten zijn toepasselijk op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet."
Art. 87. Dans le même titre 8, il est inséré un article 54/5 rédigé comme suit:
  "Art. 54/5. Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1 du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
  Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi."
Art. 88. In dezelfde titel 8 wordt een artikel 54/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 54/6. De artikelen XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet."
Art. 88. Dans le même titre 8, il est inséré un article 54/6 rédigé comme suit:
  "Art. 54/6. Les articles XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi."
HOOFDSTUK 12. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 12. - Dispositions abrogatoires
Art. 89. Artikel X.34 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 2 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 89. L'article X.34 du Code de droit économique, inséré par la loi du 2 avril 2014, est abrogé.
Art. 90. De wet van 17 maart 2019 tot invoering van het elektronisch proces-verbaal bij de inspectiediensten van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, wordt opgeheven.
Art. 90. La loi du 17 mars 2019 portant l'introduction du procès-verbal électronique pour les services d'inspection du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et modifiant le Code pénal social, modifiée par la loi du 25 septembre 2022, est abrogée.
Art. 91. In artikel 21 van de wet van 5 november 2023 houdende diverse bepalingen inzake economie wordt de bepaling onder b) opgeheven.
Art. 91. Dans l'article 21 de la loi du 5 novembre 2023 portant dispositions diverses en matière d'économie, le b) est abrogé
Art. 92. Artikel 30 van de wet van 5 november 2023 tot wijziging van diverse boeken van het Wetboek van economisch recht en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten met het oog op de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, wat bepaalde diensten betreft, wordt opgeheven.
Art. 92. L'article 30 de la loi du 5 novembre 2023 modifiant plusieurs livres du Code de droit économique et la loi du 2 aout 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers en vue de la transposition partielle de la directive (UE) 2019/882 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 relative aux exigences en matière d'accessibilité applicables aux produits et services, pour ce qui concerne certains services, est abrogé.
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Art. 93. De artikelen 7 en 39 in werking op de datum bepaald door de Koning en uiterlijk op 31 december 2025.
Art. 93. Les articles 7 et 39 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi et au plus tard le 31 décembre 2025.
Art. 94. De artikelen 12, 13, 15 en 16 treden in werking op de datum bepaald door de Koning en uiterlijk op 30 september 2025.
Art. 94. Les articles 12, 13, 15 et 16 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi et au plus tard le 30 septembre 2025.
Art. 95. § 1. Artikel 18 treedt in werking op 1 juni 2024.
  § 2. Ten laatste op 30 september 2024 legt de kredietgever, overeenkomstig de artikelen VII.160, § 5, derde lid, en VII.174, § 3, derde lid, van het Wetboek van economisch recht, de overeenkomstig artikel 18 aangepaste modelkredietovereenkomsten ter goedkeuring voor aan de FOD Economie.
Art. 95. § 1er. L'article 18 entre en vigueur le 1er juin 2024.
  § 2. Au plus tard le 30 septembre 2024, le prêteur soumet, conformément aux articles VII.160, § 5, alinéa 3, et VII.174, § 3, alinéa 3, du Code de droit économique, les modèles de contrats de crédit adaptés conformément à l'article 18, pour approbation au SPF Economie.
Art. 96. Artikel 37 treedt in werking op 1 januari 2025.
Art. 96. L'article 37 entre en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 97. § 1. Artikel 53, 1°, b), en 2°, treedt in werking volgens de nadere regels bepaald in artikel 96 van Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.
  § 2. Artikel 53, 1°, c), treedt in werking volgens de nadere regels bepaald in artikel 38 van Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010.
Art. 97. § 1. L'article 53, 1°, b), et 2°, entre en vigueur selon les modalités prévues à l'article 96 du règlement (UE) 2023/1542 du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2023 relatif aux batteries et aux déchets batteries, modifiant la directive 2008/98/CE et le règlement (UE) 2019/1020, et abrogeant la directive 2006/66/CE.
  § 2 L'article 53, 1°, c), entre en vigueur selon les modalités prévues à l'article 38 du règlement (UE) 2023/1115 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 relatif à la mise à disposition sur le marché de l'Union et à l'exportation à partir de l'Union de certains produits de base et produits associés à la déforestation et à la dégradation des forêts, et abrogeant le règlement (UE) n° 995/2010.
Art. 98. Artikel 62 treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 98. L'article 62 entre en vigueur le premier jour du sixième mois qui suit celui de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Art. 99. Artikel 68 treedt in werking op 1 oktober 2024.
Art. 99. L'article 68 entre en vigueur le 1er octobre 2024.
Art. 100. De artikelen 69 en 70 treden in werking op 1 juli 2025.
Art. 100. Les articles 69 et 70 entrent en vigueur le 1er juillet 2025.
Art. 101. De artikelen 79 en 81 tot 88 treden in werking op de datum bepaald door de Koning.
Art. 101. Les articles 79 et 81 à 88 entrent en vigueur à la date fixée par le Roi.
Art. 102. § 1. Artikel 45 is van toepassing op elke minnelijke schuldbemiddeling die de schuldenaar vanaf de inwerkingtreding van deze wet vraagt aan een minnelijke schuldbemiddelaar.
  § 2. Elke persoon bedoeld in artikel XIX.20, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht moet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de bijzondere opleiding bedoeld in artikel XIX.20, § 2, van hetzelfde Wetboek hebben gevolgd.
Art. 102. § 1er. L'article 45 s'applique à toute médiation de dettes amiable dont le débiteur en fait la demande auprès d'un médiateur de dettes amiable à partir de l'entrée en vigueur de la présente loi.
  § 2. Toute personne visée à l'article XIX.20, § 1er, alinéa 1er, 1°, du Code de droit économique doit, dans les deux ans de l'entrée en vigueur de la présente loi, avoir suivi la formation spéciale visée à l'article XIX.20, § 2, du même Code.