Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 DECEMBER 2023. - Wet houdende diverse fiscale bepalingen
Titre
28 DECEMBRE 2023. - Loi portant des dispositions fiscales diverses
Dokumentinformationen
Numac: 2023048795
Datum: 2023-12-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023048795
Date: 2023-12-28
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL 1. - Algemene Bepaling TITEL 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse ... HOOFDSTUK 1. - Jaarlijkse taks op de verzekerin... HOOFDSTUK 2. - Jaarlijkse taks op de effectenre... TITEL 3. - Wijzigingen van het Wetboek der succ... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek der ... HOOFDSTUK 2. - Overgangsmaatregel betreffende a... HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding TITEL 4. - Wijzigingen van het Wetboek der regi... TITEL 5. - Wijzigingen betreffende de inkomsten... HOOFDSTUK 1. - Belastingkrediet voor de fietski... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen met betrekking tot h... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de programmawet va... HOOFDSTUK 4. - Diverse wijzigingen van het Wetb... HOOFDSTUK 5. - Fiscale regeling van de tijdens ... TITEL 6. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DOUANE EN AC... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 ap... HOOFDSTUK 2. - Terminologische wijziging aan de... TITLE 7. - PROCEDURE EN INVORDERING HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van ... Afdeling 1. - Belastingvermindering voor giften Afdeling 2. - Bepaling van de aangiftetermijnen... Afdeling 3. - Onderzoekstermijn inzake bedrijfs... Afdeling 4. - Versterking van het beroepsgeheim... Afdeling 5. - Aanpassing van bepaalde artikelen... Afdeling 6. - Wijziging van de autoriteit die d... Afdeling 7. - Verplichting tot aangifte van de ... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van ... Afdeling 1. - Technische wijziging Afdeling 2. - Aanpassing van bepaalde artikelen... HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek dive... HOOFDSTUK 4. - Aanpassing van bepaalde artikele... HOOFDSTUK 5. - Aanpassing van bepaalde artikele... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 30 ju... HOOFDSTUK 7. - Bepalingen eigen aan de ambtenar... Afdeling 1. - Onderzoeksbevoegdheden van de amb... Afdeling 2. - Beroepsgeheim van de ambtenaren v... HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 29 ma... TITEL 8. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 17 JULI 200... TITEL 9. - VOORWAARDEN VAN DE TOEKENNING VAN DE...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale TITRE 2. - Modifications du Code des droits et ... CHAPITRE 1er. - Taxe annuelle sur les opération... CHAPITRE 2. - Taxe annuelle sur les comptes-titres TITRE 3. - Modifications du Code des droits de ... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des droit... CHAPITRE 2. - Mesure transitoire relative a l'a... CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur TITRE 4. - Modifications du Code des droits d'e... TITRE 5. - Modifications relatives aux impôts s... CHAPITRE 1er. - Crédit d'impôt pour l'indemnité... CHAPITRE 2. - Modifications concernant le budge... CHAPITRE 3. - Modification de la loi-programme ... CHAPITRE 4. - Modifications diverses du Code de... CHAPITRE 5. - Régime fiscal des bons d'état d'u... TITRE 6. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX DOUANES ... CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 22 a... CHAPITRE 2. - Modification terminologique de la... TITRE 7. - PROCEDURE ET RECOUVREMENT CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des impôt... Section 1er. - Réduction d'impôt pour libéralités Section 2. - Détermination des délais de déclar... Section 3. - Délai d'investigation en matière d... Section 4. - Renforcement du secret professionn... Section 5. - Adaptation de certains articles su... Section 6. - Modification de l'autorité habilit... Section 7. - Obligation de déclaration du loyer... CHAPITRE 2. - Modifications du Code de la taxe ... Section 1re. - Modification technique Section 2. - Adaptation de certains articles à ... CHAPITRE 3. - Modifications du Code des droits ... CHAPITRE 4. - Adaptation de certains articles d... CHAPITRE 5. - Adaptation de certains articles d... CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 30 jui... CHAPITRE 7. - Dispositions relatives aux agents... Section 1re. - Pouvoirs d'investigation des age... Section 2. - Du secret professionnel des agents... CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 29 mar... TITRE 8. - MODIFICATION DE LA LOI DU 17 JUILLET... TITRE 9. - CONDITIONS DE L'OCTROI DE LA GARANTI...
Tekst (154)
Texte (154)
TITEL 1. - Algemene Bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen
TITRE 2. - Modifications du Code des droits et taxes divers
HOOFDSTUK 1. - Jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen
CHAPITRE 1er. - Taxe annuelle sur les opérations d'assurance
Art. 2. In artikel 1761 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de wet van 13 augustus 1947 en vervangen bij de programmawet van 27 december 2005, worden de woorden "het totaalbedrag van de premies, persoonlijke bijdragen en werkgeversbijdragen, verhoogd met de lasten" vervangen door de woorden "het bedrag van de premies, persoonlijke bijdragen en werkgeversbijdragen, alsmede op de vergoeding voor met de verzekering samenhangende diensten wanneer die vrijgesteld zijn van de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 44, § 3, 4°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde".
Art. 2. Dans l'article 1761 du Code des droits et taxes divers, inséré par la loi du 13 août 1947 et remplacé par la loi-programme du 27 décembre 2005, les mots "le montant total des primes, contributions personnelles et contributions patronales, augmentées des charges" sont remplacés par les mots "le montant des primes, contributions personnelles et contributions patronales, ainsi que sur la rémunération des services liés à l'assurance lorsqu'ils sont exemptés de la taxe sur la valeur ajoutée conformément à l'article 44, § 3, 4°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée".
Art. 3. In artikel 177 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het woord "gekweten" wordt vervangen door het woord "verschuldigd";
  b) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden ", behoudens wat betreft de vergoeding voor de met verzekeringen samenhangende diensten als bedoeld in 2° bis ";
  c) een bepaling onder 2° bis wordt ingevoegd, luidende:
  "2° bis door de in België verblijvende makelaars en alle andere tussenpersonen, voor de met verzekeringen samenhangende diensten wanneer die diensten deel uitmaken van een afzonderlijke overeenkomst met hetzij de verzekeringnemer, hetzij de aangeslotenen en hun werkgevers en ze van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld zijn overeenkomstig artikel 44, § 3, 4°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;".
Art. 3. A l'article 177 du même Code modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
  a) le mot "acquittée" est remplacé par le mot "due" ;
  b) le 1° est complété par les mots ", sauf quant à la rémunération des services liés à l'assurance visés au 2° bis" ;
  c) il est inséré un 2° bis rédigé comme suit :
  "2° bis par les courtiers et tous autres intermédiaires résidant en Belgique, pour les services liés à l'assurance, lorsque ces services font l'objet d'un contrat distinct avec soit le preneur d'assurance soit les affiliés et leurs employeurs et qu'ils sont exemptés de la taxe sur la valeur ajoutée conformément à l'article 44, § 3, 4°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée ;".
Art. 4. In artikel 1791, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, worden de woorden "artikel 177, 1° en 2° " vervangen door de worden "artikel 177, 1°, 2° en 2° bis".
Art. 4. Dans l'article 1791, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 1992 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 juin 2013, les mots "l'article 177, 1° et 2° " sont remplacés par les mots l'article 177, 1°, 2° et 2° bis".
Art. 5. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1791bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 1791bis. De in artikel 177, 2° bis, bedoelde belastingschuldige kan de taks die verschuldigd is op de met verzekeringen samenhangende diensten betalen aan de in artikel 177, 1°, bedoelde belastingschuldige die de tegenpartij is van de verzekeringnemer bij de verzekeringsovereenkomst waar de dienst mee samenhangt.
  In dat geval is de in artikel 177, 1°, bedoelde belastingschuldige gehouden tot de verplichtingen bepaald in artikel 1791.
  De terugbetaling van de teveel betaalde taks op de met verzekeringen samenhangende diensten wordt gedaan aan de belastingschuldige die de verplichtingen bepaald in artikel 1791 heeft nageleefd.".
Art. 5. Dans le même Code, il est inséré un article 1791bis rédigé comme suit :
  "Art. 1791bis. Le redevable visé à l'article 177, 2° bis, peut payer la taxe due sur les services liés à l'assurance au redevable visé à l'article 177, 1°, qui est la contrepartie du preneur d'assurance dans le contrat d'assurance au titre duquel le service est fourni.
  Dans ce cas, le redevable visé à l'article 177, 1°, est tenu des obligations correspondantes prévues à l'article 1791.
  Le trop perçu sur la taxe sur les services liés à l'assurance est remboursé au redevable qui s'est conformé aux obligations prévues à l'article 1791.".
Art. 6. In artikel 1792 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 april 1993 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2005, worden de woorden "lid 4" telkens vervangen door de woorden "vijfde lid".
Art. 6. Dans l'article 1792 du même Code, inséré par la loi du 14 avril 1993 et modifié en dernier lieu par la loi-programme du 27 décembre 2005, les mots "alinéa 4" sont chaque fois remplacés par les mots "alinéa 5".
HOOFDSTUK 2. - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen
CHAPITRE 2. - Taxe annuelle sur les comptes-titres
Art. 7. In artikel 201/9/3 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de wet van 17 februari 2021 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", ten laatste op 15 juli van het jaar volgend op het einde van de referentieperiode";
  2° in dezelfde paragraaf wordt het tweede lid op- geheven;
  3° in dezelfde paragraaf, in het vroegere derde lid dat het tweede lid wordt, worden de woorden "het jaar volgend op het einde van de referentieperiode" vervangen door de woorden "hetzelfde jaar".
Art. 7. A l'article 201/9/3 du Code des droits et taxes divers, inséré par la loi du 17 février 2021 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par les mots ", au plus tard le 15 juillet de l'année suivant la fin de la période de référence";
  2° dans le même paragraphe, l'alinéa 2 est abrogé;
  3° dans le même paragraphe, dans l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 2, les mots "l'année suivant la fin de la période de référence" sont remplacés par les mots "la même année".
Art. 8. Artikel 7 treedt in werking voor de aangiften waarvoor de referentieperiode eindigt op 30 september 2023 of later.
Art. 8. L'article 7 entre en vigueur pour les déclarations dont la période de référence prend fin le 30 septembre 2023 ou postérieurement.
TITEL 3. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten betreffende de taks tot vergoeding der successierechten
TITRE 3. - Modifications du Code des droits de successionrelatives à la taxe compensatoire des droits de succession
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des droits de succession
Art. 9. Artikel 45 van het Wetboek der successierechten wordt vervangen als volgt:
  "Art. 45. De Koning kan het gebruik van een formulier voor de aangiften van nalatenschap voorschrijven en de nadere regels van de terbeschikkingstelling ervan bepalen.
  De neergelegde aangifte wordt slechts aanvaard wanneer ze naar behoren opgesteld, gedagtekend en ondertekend is en wanneer de te verstrekken documenten er bijgevoegd zijn.
  De Koning kan de nadere regels voor de indiening van de aangifte alsmede de noodzakelijke maatregelen voor de juiste heffing van de rechten bepalen. Hierbij mag hij afwijken van de artikelen 38 en 1232.".
Art. 9. L'article 45 du Code des droits de succession est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 45. Le Roi peut prescrire l'emploi d'un formulaire pour les déclarations de succession, et en déterminer les modalités de mise à disposition.
  La déclaration déposée est acceptée seulement si elle est dûment complétée, datée et signée et que les documents à produire sont joints.
  Le Roi peut déterminer les modalités du dépôt de la déclaration et les mesures nécessaires à la juste perception des droits. A cet effet, il peut déroger aux articles 38 et 1232.".
Art. 10. In artikel 135 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° wanneer, overeenkomstig de bepalingen van Boek I, titel IV, van het oud Burgerlijk Wetboek, de terugkeer of het bestaan van een afwezig of een gerechtelijk overleden verklaarde persoon wettelijk wordt bewezen;";
  b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
  "2° wanneer, in de gevallen van artikel 17 en van artikel 150/1, de bewijsstukken zijn neergelegd op het bevoegde kantoor, binnen de vijf jaar na de betaling van de belasting in het Rijk verschuldigd;".
Art. 10. A l'article 135 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° lorsque, conformément aux dispositions du livre I, titre IV, de l'ancien Code civil, le retour ou l'existence d'une personne déclarée absente ou judiciairement décédée est légalement prouvée ;" ;
  b) le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° lorsque, dans le cas des articles 17 et 150/1, les pièces justificatives sont déposées au bureau compétent, dans les cinq ans du paiement de l'impôt dû dans le royaume ;".
Art. 11. In artikel 147 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 mei 2002, worden de woorden "en de private stichtingen" vervangen door de woorden ", de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de private stichtingen, beheerst door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen,".
Art. 11. Dans l'article 147 du même Code, remplacé par la loi du 2 mai 2002, les mots "et les fondations privées" sont remplacés par les mots ", les associations internationales sans but lucratif et les fondations privées, régies par le Code des sociétés et des associations,".
Art. 12. Artikel 148 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 mei 2002, wordt opgeheven.
Art. 12. L'article 148 du même Code, remplacé par la loi du 2 mai 2002, est abrogé.
Art. 13. Artikel 148bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989, gewijzigd bij de wet van 13 juli 2001 en vervangen bij de wet van 2 mei 2002, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 148bis du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1989, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001 et remplacé par la loi du 2 mai 2002, est abrogé.
Art. 14. In artikel 149 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het woord "taxe wordt vervangen door het woord "taks";
  b) de bepaling onder 2° wordt opgeheven;
  c) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° de verenigingen zonder winstoogmerk belast door of krachtens de wet met het beheer van de betaling van wettelijke pensioenen;";
  d) de bepaling onder 5° zoals ingevoegd bij de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), wordt vernummerd tot 6°.
Art. 14. A l'article 149 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le texte néerlandais, le mot "taxe" est remplacé par le mot "taks" ;
  b) le 2° est abrogé ;
  c) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° les associations sans but lucratif chargées, par ou en vertu de loi, de la gestion du paiement de pensions légales;" ;
  d) le 5°, tel qu'inséré par la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses (I), est renuméroté en 6°.
Art. 15. In artikel 150 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 mei 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "De taks is verschuldigd op het geheel van de bezittingen, waar zij zich ook bevinden, van de belastingplichtigen.";
  2° in het tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 4° wordt opgeheven;
  b) het lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 6° tot 15° luidende:
  "6° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van een belastingplichtige die in aanmerking komt voor de in artikel 44, § 2, 1°, 2°, 3°, 4°, a), of 9°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde en die, voor meer dan de helft van zijn omzet, handelingen verricht die van de belasting op de toegevoegde waarde zijn vrijgesteld op grond van dat artikel;
  7° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van een belastingplichtige waarvan minstens 75 percent van het patrimonium wordt aangewend door een instelling bedoeld in de bepaling onder 6° tot de realisatie van handelingen bedoeld in artikel 44, § 2, 1°, 2°, 3°, 4°, a), of 9°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;
  8° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van de maatwerkbedrijven die opgericht of erkend zijn door de bevoegde gewestelijke regering of instelling;
  9° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van een belastingplichtige waarvan minstens 75 percent van het patrimonium wordt aangewend voor de werking van een maatwerkbedrijf bedoeld in de bepaling onder 8° ;
  10° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van:
  a) de medische huizen bedoeld in artikel 32, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  b) de andere medische huizen, geïntegreerde gezondheidsverenigingen en wijkgezondheidscentra, erkend door de bevoegde gewest- of gemeenschapsoverheid;
  11° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van een belastingplichtige waarvan minstens 75 percent van het patrimonium wordt aangewend voor de werking van een medisch huis, geïntegreerde gezondheidsvereniging of wijkgezondheidscentrum bedoeld in de bepaling onder 10° ;
  12° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van de instellingen die tot doel hebben dierenasielen te beheren en die de erkenning hebben gekregen bedoeld in artikel 5 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren of in artikel D.32 van het Waalse Dierenwelzijnwetboek;
  13° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van een belastingplichtige waarvan minstens 75 percent van het patrimonium wordt aangewend voor de werking van een dierenasiel bedoeld in de bepaling onder 12° ;
  14° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van de centra voor private archieven die erkend zijn door de bevoegde gemeenschapsregering of -instelling;
  15° tot beloop van 62,3 percent van hun waarde, de bezittingen van een belastingplichtige waarvan minstens 75 percent van het patrimonium wordt aangewend voor de werking van een centrum voor private archieven bedoeld in de bepaling onder 14°. ";
  3° in het vierde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "en betreffende de rechtsregeling van de voorwaardelijke en betwiste bezittingen" worden opgeheven;
  b) het woord "belasting" wordt vervangen door het woord "taks".
Art. 15. A l'article 150 du même Code, remplacé par la loi du 2 mai 2002 et modifié en dernier lieu par la loi du 7 février 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "La taxe est due sur l'ensemble des avoirs des redevables en quelque lieu qu'ils se trouvent." ;
  2° à l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 4° est abrogé ;
  b) l'alinéa est complété par les 6° à 15° rédigés comme suit :
  "6° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs d'un redevable qui entre en ligne de compte pour l'exemption de taxe sur la valeur ajoutée visée à l'article 44, § 2, 1°, 2°, 3°, 4°, a), ou 9°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée et qui réalise, pour plus de la moitié de son chiffre d'affaires, des opérations exemptées de la taxe sur la valeur ajoutée sur la base dudit article ;
  7° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs d'un redevable dont au moins 75 pour cent du patrimoine est affecté par une organisation visée au 6°, à la réalisation d'opérations visées à l'article 44, § 2, 1°, 2°, 3°, 4°, a), ou 9°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée ;
  8° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs des entreprises de travail adapté qui sont créées ou agréées par le gouvernement ou l'organisme régional compétent ;
  9° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs d'un redevable dont au moins 75 pour cent du patrimoine est affecté au fonctionnement d'une entreprise de travail adapté visée au 8° ;
  10° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs :
  a) des maisons médicales visées à l'article 32, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994 ;
  b) des autres maisons médicales, associations de santé intégrées et centres de santé de quartier, agréés par l'autorité régionale ou communautaire compétente ;
  11° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs d'un redevable dont au moins 75 pour cent du patrimoine est affecté au fonctionnement d'une maison médicale, association de santé intégrée ou centre de santé de quartier visé au 10° ;
  12° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs des institutions qui ont pour objet la gestion de refuges pour animaux, ayant reçu l'agréation prévue par l'article 5 de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux ou l'agrément prévu par l'article D.32 du Code wallon du Bien-être des animaux ;
  13° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs d'un redevable dont au moins 75 pour cent du patrimoine est affecté au fonctionnement d'un refuge pour animaux visé au 12° ;
  14° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs des centres d'archives privées qui sont agréés par le gouvernement ou l'organisme communautaire compétent ;
  15° à concurrence de 62,3 pour cent de leur valeur, les avoirs d'un redevable dont au moins 75 pour cent du patrimoine est affecté au fonctionnement d'un centre d'archives privées visé au 14°. " ;
  3° à l'alinéa 4, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots "et au règlement juridique des biens conditionnels et litigieux" sont abrogés ;
  b) les mots "l'impôt établi" sont remplacés par les mots "la taxe établie".
Art. 16. In boek II, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 150/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 150/1. Wanneer een belasting gelijkaardig aan de taks wordt geheven op buitenlands gelegen goederen, wordt de taks, in zover hij die goederen treft, verminderd met de belasting geheven in het land waar zij gelegen zijn, omgerekend in euro op de datum van de betaling ervan.
  De vermindering is onderworpen aan de gelijktijdige neerlegging op het bevoegde kantoor van:
  1° de aangifte;
  2° de kwijting van de buitenlandse belasting, naar behoren gedagtekend;
  3° een door de bevoegde vreemde autoriteit gewaarmerkt afschrift van de aangifte die zij ontvangen heeft en van de verevening die zij opgemaakt heeft.
  Bij gebreke van gelijktijdige neerlegging kan de vermindering overeenkomstig artikel 135, 2°, worden bekomen.".
Art. 16. Dans le livre II, chapitre II, du même Code, il est inséré un article 150/1 rédigé comme suit :
  "Art. 150/1. Lorsqu'un impôt équivalent à la taxe est perçu sur des biens situés à l'étranger, la taxe est, dans la mesure où elle frappe ces biens, réduite à concurrence de l'impôt prélevé par le pays de situation des biens, converti en euros à la date de son paiement.
  La réduction est subordonnée au dépôt simultané, au bureau compétent, de :
  1° la déclaration ;
  2° la quittance de l'impôt étranger, dûment datée ;
  3° une copie certifiée conforme par l'autorité étrangère compétente, de la déclaration qui lui a été remise et de la liquidation qu'elle a établie.
  A défaut de dépôt simultané, la réduction peut être obtenue conformément à l'article 135, 2°. ".
Art. 17. In artikel 151 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste en het tweede lid worden vervangen als volgt:
  "De belastingplichtigen dienen uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar, bij het bevoegde kantoor een aangifte in waarin de samenstelling en de waarde van hun bezittingen op de eerste januari van hetzelfde jaar worden opgegeven.;
  De Koning kan nadere regels bepalen voor de indiening alsmede noodzakelijke maatregelen bepalen voor de juiste heffing van de taks. Hierbij mag Hij afwijken van het eerste en het derde lid. ";
  2° in het vierde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het nummer "45" wordt vervangen door de woorden "45, eerste en tweede lid,";
  b) het woord "aangiften" wordt vervangen door het woord "aangifte".
Art. 17. A l'article 151 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  "Les redevables introduisent auprès du bureau compétent, au plus tard le 31 mars de l'année d'imposition, une déclaration faisant connaître la consistance et la valeur de leurs avoirs au 1er janvier de la même année. ;
  Le Roi peut déterminer des modalités pour le dépôt ainsi que des mesures nécessaires à la juste perception de la taxe. A cet effet, Il peut déroger aux alinéas 1er et 3." ;
  2° à l'alinéa 4, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le numéro "45" est remplacé par les mots "45, alinéas 1er et 2," ;
  b) les mots "auxdites déclarations" sont remplacés par les mots "à ladite déclaration".
Art. 18. In het hoofdstuk III van boek II van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 151/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 151/1. De in artikel 147 bedoelde instellingen zijn vrijgesteld van het indienen van een aangifte wanneer hun belastbare bezittingen de in artikel 152 bedoelde eerste schijf niet overschrijden."
Art. 18. Dans le chapitre III du livre II du même Code, il est inséré un article 151/1, rédigé comme suit :
  "Art. 151/1. Les institutions visées à l'article 147 sont dispensées de déposer une déclaration lorsque leurs avoirs imposables n'excèdent pas la première tranche visée à l'article 152."
Art. 19. Artikel 152, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 wordt vervangen als volgt:
  "Art. 152. De taks wordt geheven volgens het tarief in de onderstaande tabel aangeduid:
  - niets op de eerste schijf van 50.000 euro;
  - op de schijf van 50.000,01 tot 250.000 euro: 0,15 percent;
  - op de schijf van 250.000,01 tot 500.000 euro: 0,30 percent;
  - boven 500.000 euro: 0,45 percent.".
Art. 19. L'article 152 du même Code, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 152. La taxe est perçue d'après le tarif indiqué dans le tableau ci-après :
  - rien sur la première tranche de 50.000 euros ;
  - sur la tranche de 50.000,01 à 250.000 euros : 0,15 pour cent ;
  - sur la tranche de 250.000,01 à 500.000 eurosE: 0,30 pour cent ;
  - sur ce qui excède 500.000 euros: 0,45 pour cent.".
Art. 20. Artikel 156 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, wordt opgeheven.
Art. 20. L'article 156 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, est abrogé.
Art. 21. Artikel 157 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 2 mei 2002, wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 157 du même Code, modifié par la loi du 2 mai 2002, est abrogé.
Art. 22. In artikel 158 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid van de Franse tekst, wordt het nummer "113" vervangen door het nummer "112";
  2° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Ten einde een tekort in de waardering van de in artikel 111 aangeduide goederen aan te tonen, kan de ontvanger een controleschatting vorderen op de wijze en in de vorm voorgeschreven bij de artikelen 112 tot 122.";
  3° in het tweede lid, wordt het woord "vereniging" vervangen door het woord "belastingplichtige".
Art. 22. A l'article 158 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le numéro "113" est remplacé par le numéro "112" ;
  2° l'alinéa 1er du texte néerlandais est remplacé par ce qui suit :
  "Ten einde een tekort in de waardering van de in artikel 111 aangeduide goederen aan te tonen, kan de ontvanger een controleschatting vorderen op de wijze en in de vorm voorgeschreven bij de artikelen 112 tot 122." ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots "l'association" sont remplacés par les mots "le redevable".
Art. 23. In artikel 158bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vernummerd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de wet van 2 mei 2002, worden de woorden "vereniging zonder winstoogmerk, private stichting of internationale vereniging zonder winstoogmerk" vervangen door het woord "belastingplichtige".
Art. 23. Dans l'article 158bis, alinéa 1er, du même Code, renuméroté par la loi du 22 juillet 1993 et modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 2000 et par la loi du 2 mai 2002, les mots "Toute association sans but lucratif, fondation privée ou association internationale sans but lucratif" sont remplacés par les mots "Tout redevable".
Art. 24. In artikel 159 van hetzelfde Wetboek, vernummerd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "der verzuimen van goederen of der te lage waarderingen" geschrapt.
Art. 24. Dans l'article 159 du même Code, renuméroté par la loi du 22 juillet 1993 et modifié par la loi du 27 décembre 2006, les mots "des omissions de biens ou des insuffisances d'évaluation" sont supprimés.
HOOFDSTUK 2. - Overgangsmaatregel betreffende artikel 156 van het Wetboek der successierechten
CHAPITRE 2. - Mesure transitoire relative a l'article 156 du code des droits de succession
Art. 25. De belastingplichtige die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in artikel 156 van het Wetboek der successierechten zoals dat bestond voor de afschaffing ervan bij artikel 20 van deze wet en waarvan de bezittingen of de waarde ervan op de eerste januari van een van de twee jaren waarvoor de taks vooraf betaald is, zodanig vermeerderd zijn dat de taks over het meerdere ten minste 25 euro bereikt, is gehouden, uiterlijk op 31 maart van dat jaar, een aangifte in te dienen en de taks voor het geheel van zijn belastbaar vermogen te voldoen, onder aftrek van het reeds betaalde.
  De Koning kan nadere regels bepalen voor de indiening van de aanvullende aangiften bedoeld in het eerste lid.
Art. 25. Le redevable qui a usé de la faculté visée à l'article 156 du Code des droits de succession tel qu'il existait avant son abrogation par l'article 20 de la présente loi et dont les avoirs ou leur valeur a subi, au premier janvier de l'une ou l'autre des deux années pour lesquelles la taxe a été payée anticipativement, une augmentation telle que la taxe afférente à cette augmentation atteigne au moins 25 euros, est tenu, au plus tard le 31 mars de ladite année, de déposer une déclaration et de payer la taxe pour l'ensemble de ses avoirs imposables, sauf déduction de la taxe déjà payée.
  Le Roi peut déterminer des modalités de dépôt des déclarations complémentaires visées à l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
Art. 26. Titel 3 treedt in werking op 1 januari 2024.
Art. 26. Le titre 3 entre en vigueur le 1er janvier 2024.
TITEL 4. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreffende bepalingen inzake openbare verkoop van roerende goederen
TITRE 4. - Modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe relatives à des dispositions en matière de vente publique de biens meubles
Art. 27. Artikel 227 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 227. Iedere openbare officier die belast is met de openbare verkoop van roerende voorwerpen moet daarvan vooraf kennis geven aan het bevoegde kantoor, behalve wanneer het gaat om voorwerpen die aan de Staat, de gefedereerde entiteiten, de provincies, de gemeenten of de openbare instellingen toebehoren.
  De Koning kan bepalen:
  1° de nadere regels van deze kennisgeving en de vermelding, als de verkopende partij er een heeft, van haar identificatienummer in het Rijksregister van de natuurlijke personen of in de registers van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid of in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° dat de kennisgeving vergezeld moet gaan van metagegevens.".
Art. 27. L'article 227 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 227. Tout officier public chargé de procéder à une vente publique d'objets mobiliers est tenu d'en informer préalablement le bureau compétent, sauf s'agissant d'objets appartenant à l'Etat, aux entités fédérées, provinces, communes ou établissements publics.
  Le Roi peut déterminer :
  1° les modalités de cette information et la mention, si la partie venderesse en a un, de son numéro d'identification dans le Registre national des personnes physiques, dans les registres de la Banque-carrefour de la sécurité sociale ou de la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  2° que l'information doit être accompagnée de métadonnées.".
Art. 28. Artikel 229 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 229. De instrumenterende openbare officier of ambtenaar verbeurt voor elke overtreding van de artikelen 227 en 228 een geldboete van 25 euro.".
Art. 28. L'article 229 du même Code, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 229. Il est encouru par l'officier public ou le fonctionnaire instrumentant une amende de 25 euros pour chaque contravention aux articles 227 et 228.".
Art. 29. Titel 4 treedt in werking op 1 januari 2024.
Art. 29. Le titre 4 entre en vigueur le 1er janvier 2024.
TITEL 5. - Wijzigingen betreffende de inkomstenbelastingen
TITRE 5. - Modifications relatives aux impôts sur les revenus
HOOFDSTUK 1. - Belastingkrediet voor de fietskilometervergoeding toegekend in toepassing van cao nr. 164
CHAPITRE 1er. - Crédit d'impôt pour l'indemnité kilométrique vélo octroyée en application de la CCT n° 164
Art. 30. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° fiets: een rijwiel, een gemotoriseerd rijwiel of een speed pedelec, zoals gedefinieerd in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, met dien verstande dat de gemotoriseerde rijwielen en de speed pedelecs enkel in aanmerking worden genomen wanneer ze elektrisch worden aangedreven;
  2° fietskilometervergoeding: het bedrag van de kilometervergoeding die een werkgever aan een werknemer toekent en betaalt om tegemoet te komen in de kosten van de werknemer voor de werkelijke per fiets afgelegde kilometers tussen de woonplaats van de werknemer en zijn plaats van tewerkstelling;
  3° referentiefietskilometervergoeding: de fietskilometervergoeding toegekend voor verplaatsingen op 1 juli 2022;
  4° collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de fietskilometervergoeding: de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 164 betreffende de tegemoetkoming van de werkgever voor de verplaatsingen per fiets van de werknemer tussen zijn woonplaats en zijn plaats van tewerkstelling, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 7 april 2023;
  5° verhoging van de fietskilometervergoeding: een bedrag per kilometer gelijk aan het positieve verschil tussen het bedrag van de fietskilometervergoeding voor de verplaatsingen op een bepaald tijdstip die wordt toegekend in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de fietskilometervergoeding, en de referentiefietskilometervergoeding;
  6° Wetboek: het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Art. 30. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° vélo: un cycle, un cycle motorisé, ou un speed pedelec, tels que définis dans le règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique, étant entendu que les cycles motorisés et les speed pedelecs n'entrent en considération que lorsqu'ils sont propulsés de façon électrique ;
  2° indemnité kilométrique vélo: le montant de l'indemnité kilométrique qu'un employeur attribue et paie à un travailleur pour couvrir les frais du travailleur pour les kilomètres effectivement parcourus à vélo entre le lieu de résidence du travailleur et son lieu de travail ;
  3° indemnité kilométrique vélo de référence: l'indemnité kilométrique vélo accordée pour les déplacements à la date du 1er juillet 2022 ;
  4° convention collective de travail relative à l'indemnité kilométrique vélo: la convention collective de travail n° 164 concernant l'intervention de l'employeur pour les déplacements effectués à vélo par le travailleur entre son domicile et son lieu de travail, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 7 avril 2023 ;
  5° augmentation de l'indemnité kilométrique vélo: un montant par kilomètre égal à la différence positive entre le montant de l'indemnité kilométrique vélo pour les déplacements à un moment déterminé accordée en application de la convention collective de travail relative à l'indemnité kilométrique vélo, et l'indemnité kilométrique vélo de référence ;
  6° Code: le Code des impôts sur les revenus 1992.
Art. 31. § 1. Aan de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners wordt onder de in het tweede lid vermelde voorwaarden een belastingkrediet verleend voor de verhoging van de fietskilometervergoeding die zij toekennen voor de verplaatsingen gedaan in de periode van 1 mei 2023 tot 31 december 2024.
  Het belastingkrediet wordt:
  1° verleend voor zover de verhoging van de fietskilometervergoeding niet door derden wordt vergoed;
  2° niet verleend voor de verhoging van de fietskilometervergoeding die ten laste is van een buitenlandse inrichting van de belastingplichtige;
  3° wat de aan de belasting van niet-inwoners onderworpen belastingplichtigen betreft, enkel verleend voor de verhoging die, de toepassing van paragraaf 4 buiten beschouwing gelaten, drukt op de in België behaalde of verkregen inkomsten die aan één van de in het eerste lid vermelde belastingen zijn onderworpen.
  § 2. Het bedrag van het belastingkrediet voor de verhoging van de fietskilometervergoeding is gelijk aan de verhoging van de fietskilometervergoeding vermenigvuldigd met het aantal kilometers waarvoor de fietskilometervergoeding is toegekend, met een maximum van 20 kilometer per enkel traject.
  § 3. Het belastingkrediet wordt verleend voor elk belastbaar tijdperk dat verbonden is met de aanslagjaren 2023, 2024, 2025 of 2026 waarin de belastingplichtige een verhoging van de fietskilometervergoeding voor in de periode van 1 mei 2023 tot 31 december 2024 gedane verplaatsingen toekent.
  § 4. In afwijking van de artikelen 49, 183 en 235 van het Wetboek, is de verhoging van de fietskilometervergoeding waarvoor het belastingkrediet wordt verleend, niet als beroepskost aftrekbaar.
Art. 31. § 1er. Aux contribuables assujettis à l'impôt des personnes physiques, l'impôt des sociétés, l'impôt des personnes morales ou l'impôt des non-résidents, il est octroyé, aux conditions prévues à l'alinéa 2, un crédit d'impôt pour l'augmentation de l'indemnité kilométrique vélo qu'ils accordent pour les déplacements effectués au cours de la période allant du 1er mai 2023 jusqu'au 31 décembre 2024.
  Le crédit d'impôt :
  1° est octroyé pour autant que l'augmentation de l'indemnité kilométrique vélo ne soit pas compensée par des tiers ;
  2° n'est pas octroyé pour l'augmentation de l'indemnité kilométrique vélo qui est à charge d'un établissement étranger du contribuable ;
  3° pour ce qui concerne les contribuables assujettis à l'impôt des non-résidents, n'est octroyé que pour l'augmentation qui, abstraction faite de l'application du paragraphe 4, grève les revenus produits ou recueillis en Belgique qui sont soumis à l'un des impôts visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Le montant du crédit d'impôt pour l'augmentation de l'indemnité kilométrique vélo est égal à l'augmentation de l'indemnité kilométrique vélo multipliée par le nombre de kilomètres pour lesquels l'indemnité kilométrique vélo est accordée, avec un maximum de 20 kilomètres par trajet simple.
  § 3. Le crédit d'impôt est octroyé pour chaque période imposable liée à l'exercice d'imposition 2023, 2024, 2025 ou 2026 au cours de laquelle le contribuable accorde une augmentation de l'indemnité kilométrique pour des déplacements effectués au cours de la période allant du 1er mai 2023 jusqu'au 31 décembre 2024 inclus.
  § 4. Par dérogation aux articles 49, 183 et 235 du Code, l'augmentation de l'indemnité kilométrique vélo pour laquelle le crédit d'impôt est octroyé, n'est pas déductible en tant que frais professionnels.
Art. 32. § 1. Het in dit hoofdstuk bedoelde belastingkrediet wordt volledig met de personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting of belasting van niet-inwoners verrekend.
  Het belastingkrediet wordt tevens verrekend met de in titel VIII van het Wetboek bedoelde aanvullende belastingen op de personenbelasting.
  Het gedeelte van het belastingkrediet dat niet kan worden verrekend, wordt terugbetaald indien het tenminste 2,50 euro bedraagt.
  § 2. Het in dit hoofdstuk bedoelde belastingkrediet wordt:
  1° voor de toepassing van artikel 158 van het Wetboek aangemerkt als een belastingkrediet dat betrekking heeft op de in dat artikel vermelde inkomsten;
  2° voor de toepassing van artikel 245, eerste lid, van het Wetboek gelijkgesteld met het in artikel 289ter van het Wetboek bedoelde belastingkrediet;
  3° voor de toepassing van artikel 413/1, § 1, tweede lid, eerste en derde streepje, van het Wetboek gelijkgesteld met het in artikel 289ter van het Wetboek bedoelde belastingkrediet;
  4° voor de toepassing van artikel 413/1, § 1, tweede lid, tweede en vierde streepje, van het Wetboek gelijkgesteld met de in de artikelen 289quater tot 295 van het Wetboek bedoelde voorafbetalingen, voorheffingen en andere elementen.
Art. 32. § 1er. Le crédit d'impôt visé au présent chapitre est imputé intégralement sur l'impôt des personnes physiques, l'impôt des sociétés, l'impôt des personnes morales ou l'impôt des non-résidents.
  Le crédit d'impôt est également imputé sur les taxes additionnelles à l'impôt des personnes physiques visées au titre VIII du Code.
  La partie du crédit d'impôt qui ne peut pas être imputée, est restituée pour autant que cette partie atteigne 2,50 euros.
  § 2. Le crédit d'impôt visé au présent chapitre est :
  1° pour l'application de l'article 158 du Code, considéré comme un crédit d'impôt qui se rattache aux revenus mentionnés audit article ;
  2° pour l'application de l'article 245, alinéa 1er, du Code, assimilé au crédit d'impôt visé à l'article 289ter du Code ;
  3° pour l'application de l'article 413/1, § 1er, alinéa 2, premier et troisième tirets, du Code, assimilé au crédit d'impôt visé à l'article 289ter du Code ;
  4° pour l'application de l'article 413/1, § 1er, alinéa 2, deuxième et quatrième tiret, du Code, assimilé aux versements anticipés, aux précomptes, et aux autres éléments visés aux articles 289quater à 295 du Code.
Art. 33. De bepalingen van de artikelen 30 tot 32 worden voor de toepassing van artikel 344, § 1, van het Wetboek gelijkgesteld met een bepaling van dat Wetboek.
Art. 33. Pour l'application de l'article 344, § 1er, du Code, les dispositions des articles 30 à 32 sont assimilées à une disposition de ce Code.
Art. 34. De Koning kan de nadere modaliteiten vastleggen voor het leveren van het bewijs dat aan de voorwaarden voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bedoelde belastingkrediet is voldaan.
Art. 34. Le Roi peut déterminer les modalités d'administration de la preuve qu'il est satisfait aux conditions d'application du crédit d'impôt visé au présent chapitre.
Art. 35. Dit hoofdstuk is van toepassing op de fietskilometervergoedingen die worden toegekend voor verplaatsingen afgelegd vanaf 1 mei 2023.
Art. 35. Le présent chapitre est applicable aux indemnités kilométriques vélo attribuées pour les déplacements parcourus à partir du 1er mai 2023.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen met betrekking tot het mobiliteitsbudget
CHAPITRE 2. - Modifications concernant le budget mobilité
Art. 36. In artikel 2, tweede lid, van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° met werknemers: de personen die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector, alle andere personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon, alsook de burgemeesters, schepenen en gedeputeerden van de provincies;".
Art. 36. Dans l'article 2, alinéa 2, de la loi du 17 mars 2019 concernant l'instauration d'un budget mobilité, le 1° est remplacé comme suit :
  "1° aux travailleurs: les personnes qui, autrement qu'en vertu d'un contrat de travail, fournissent des prestations de travail dans le secteur public, toutes les autres personnes qui, autrement qu'en vertu d'un contrat de travail, fournissent des prestations de travail sous l'autorité d'une autre personne, ainsi que les bourgmestres, échevins et députés provinciaux ;".
Art. 37. In artikel 3, § 1, 8°, b), tweede streepje, van dezelfde wet, worden de woorden ", zowel in België als binnen de Europese Economische Ruimte" opgeheven.
Art. 37. Dans l'article 3, § 1er, 8°, b), deuxième tiret, de la même loi, les mots ", tant en Belgique que dans l'Espace économique européen" sont abrogés.
Art. 38. Artikel 7, tweede lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de woorden "bedoeld in artikel 12, § 1".
Art. 38. L'article 7, alinéa 2, de la même loi, est complété par les mots "visé à l'article 12, § 1er".
Art. 39. In artikel 8, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 november 2021, worden de bepalingen onder 1° en 2° vervangen als volgt:
  "1° de terbeschikkingstelling van een milieuvriendelijke bedrijfswagen en daarmee gerelateerde kosten in het kader van het bedrijfswagenbeleid, zoals de brandstofkosten en de verschuldigde solidariteitsbijdrage bij toepassing van artikel 38, § 3quater, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
  2° duurzame vervoermiddelen zowel in België als binnen de Europese Economische Ruimte, waarvan de werkgever minstens een aanbod doet aan de werknemer, en, in voorkomend geval, de kosten voor het beheer van het mobiliteitsbudget.".
Art. 39. Dans l'article 8, § 2, de la même loi, remplacé par la loi du 25 novembre 2021, les 1° et 2° sont remplacés comme suit :
  "1° la mise à disposition d'une voiture de société respectueuse de l'environnement et les frais y afférents conformément à la politique relative aux voitures de société, comme les frais de carburant et la cotisation de solidarité due en application de l'article 38, § 3quater, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés ;
  2° des moyens de transport durables tant en Belgique que dans l'Espace économique européen, dont l'employeur fait au moins une offre au travailleur, et, le cas échéant, les frais de gestion du budget mobilité.".
Art. 40. Artikel 12, § 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 november 2021, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De in het eerste lid bedoelde voorwaarde wordt getoetst op het ogenblik van de toekenning van het mobiliteitsbudget, in de in artikel 13, § 1, bedoelde situaties, alsook op 1 januari van elk jaar, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met het overeenkomstig artikel 13, § 2, geïndexeerde bedrag.
  Op 1 januari van elk jaar, en voor het eerst op 1 januari 2024, worden de in het eerste lid vermelde bedragen aangepast volgens de volgende formule: het basisbedrag wordt vermenigvuldigd met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, voor de maand november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn en gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand november 2022. De bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere euro naargelang het cijfer van de centen al dan niet 50 bereikt.".
Art. 40. L'article 12, § 4, de la même loi, inséré par la loi du 25 novembre 2021, est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
  "La condition visée à l'alinéa 1er est vérifiée au moment de l'octroi du budget mobilité, dans les situations visées à l'article 13, § 1er, ainsi que le 1er janvier de chaque année, en prenant le cas échéant en compte le montant indexé conformément à l'article 13, § 2.
  Les montants visés à l'alinéa 1er sont adaptés le 1er janvier de chaque année, et pour la première fois le 1er janvier 2024, conformément à la formule suivante: le montant de base est multiplié par l'indice santé lissé visé à l'article 2, § 2, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, du mois de novembre de l'année précédant celle durant laquelle le nouveau montant sera applicable et divisé par l'indice santé lissé du mois de novembre 2022. Les montants sont arrondis à l'euro supérieur ou inférieur, selon que le chiffre des centimes atteint ou non 50.".
Art. 41. In artikel 13, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden "het mobiliteitsbudget" vervangen door de woorden "het bedrag van het mobiliteitsbudget zoals bedoeld in artikel 12, § 1,".
Art. 41. Dans l'article 13, § 1er, de la même loi, les mots "budget mobilité" sont remplacés par les mots "montant du budget mobilité visé à l'article 12, § 1er,".
Art. 42. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2024.
Art. 42. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2024.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de programmawet van 27 december 2021
CHAPITRE 3. - Modification de la loi-programme du 27 décembre 2021
Art. 43. In artikel 17/2, § 2, eerste lid, van de programmawet van 27 december 2021, ingevoegd bij de wet van 21 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "of een vestiging van een onderneming" worden ingevoegd tussen de woorden "aan een onderneming" en de woorden "ingeschreven in de Kruispuntbank";
  2° het woord "Ondernemingendie" wordt vervangen door de woorden "Ondernemingen die";
  3° het woord "eerst" wordt vervangen door het woord "eerste";
  4° het woord "bestoond" wordt vervangen door het woord "bestond";
  5° het woord "beantwoorde" wordt vervangen door het woord "beantwoordde";
  6° het woord "publicatievan" wordt vervangen door de woorden "publicatie van".
Art. 43. A l'article 17/2, § 2, alinéa 1er, de la loi-programme du 27 décembre 2021, inséré par la loi du 21 décembre 2022, dans le texte néerlandais, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "of een vestiging van een onderneming" sont insérés entre les mots "aan een onderneming" et les mots "ingeschreven in de Kruispuntbank" ;
  2° le mot "Ondernemingendie" est remplacé par les mot "Ondernemingen die" ;
  3° le mot "eerst" est remplacé par le mot "eerste" ;
  4° le mot "bestoond" est remplacé par le mot "bestond" ;
  5° le mot "beantwoorde" est remplacé par le mot "beantwoordde" ;
  6° le mot "publicatievan" est remplacé par les mots "publicatie van".
HOOFDSTUK 4. - Diverse wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 4. - Modifications diverses du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 44. In artikel 2, § 1, 6° /1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder c), wordt vervangen als volgt:
  "c) Verrichting gelijkgesteld met een fusie door overneming:
  1) de rechtshandeling waarbij de activa en de passiva van het vermogen van een vennootschap, als gevolg van haar ontbinding zonder vereffening, in hun geheel overgaan op de vennootschap die al haar aandelen en andere stemrechtverlenende effecten bezit;
  2) de rechtshandeling waarbij de activa en de passiva van het vermogen van een vennootschap, als gevolg van haar ontbinding zonder vereffening, in hun geheel overgaan op een andere vennootschap zonder uitgifte van aandelen door deze laatste vennootschap wanneer al de aandelen en andere stemrechtverlenende effecten uitgegeven door de overgenomen en overnemende vennootschappen in handen zijn van één en dezelfde persoon of wanneer de vennoten of aandeelhouders in de fuserende vennootschappen hun effecten en aandelen in alle fuserende vennootschappen vóór de fusie in dezelfde verhouding aanhouden;";
  2° in de bepaling onder g), 1), worden de woorden "van aandelen van de verkrijgende vennootschap of vennootschappen" vervangen door de woorden "van aandelen van de verkrijgende vennootschap of vennootschappen, van de gesplitste vennootschap of van zowel de verkrijgende vennootschap of vennootschappen als de gesplitste vennootschap";
  3° de bepaling onder g) wordt aangevuld met een bepaling onder 3), luidende:
  "3) de grensoverschrijdende rechtshandeling waarbij een deel van de activa en passiva van het vermogen van een vennootschap zonder ontbinding overgaat op één of meer bestaande of nieuwe door haar opgerichte vennootschappen tegen uitreiking aan de gesplitste vennootschap van aandelen in de verkrijgende vennootschap of vennootschappen.".
Art. 44. A l'article 2, § 1er, 6° /1, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 17 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le c) est remplacé par ce qui suit :
  "c) Opération assimilée à la fusion par absorption :
  1) l'opération par laquelle une société transfère, par suite de sa dissolution sans liquidation, l'ensemble de son patrimoine, activement et passivement, à la société qui détient toutes ses actions ou parts et autres titres conférant le droit de vote ;
  2) l'opération par laquelle une société transfère, par suite de sa dissolution sans liquidation, l'ensemble de son patrimoine, activement et passivement, à une autre société sans que cette dernière émettent des actions ou parts lorsque toutes les actions ou parts, et autres titres conférant un droit de vote émis par les sociétés absorbée et absorbante sont entre les mains d'une seule et même personne ou lorsque les associés ou les actionnaires des sociétés qui fusionnent possèdent avant la fusion la même proportion de leurs titres et actions ou parts dans toutes les sociétés qui fusionnent ;" ;
  2° dans le g), 1), les mots "d'actions ou parts de la société ou des sociétés bénéficiaires" sont remplacés par les mots "d'actions ou parts de la société ou des sociétés bénéficiaires, de la société scindée ou tant de la ou des sociétés bénéficiaires que de la société scindée" ;
  3° le g) est complété par un 3), rédigé comme suit :
  "3) l'opération transfrontalière par laquelle une société transfère sans dissolution une partie de son patrimoine, activement et passivement, à une ou plusieurs sociétés préexistantes ou qu'elle constitue, moyennant l'attribution à la société scindée d'actions ou parts de la société ou des sociétés bénéficiaires.".
Art. 45. In artikel 32/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2021 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 wordt het zevende lid opgeheven;
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 10, luidende:
  " § 10. De werkgever of de vennootschap vermeldt de volgende gegevens op de in artikel 57 bedoelde fiche:
  1° het bedrag van de aan de ingekomen belastingplichtige voor dat belastbaar tijdperk betaalde of toegekende bezoldiging zoals omschreven in paragraaf 3, tweede lid;
  2° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 5;
  3° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 6.".
Art. 45. A l'article 32/1 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2021 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 7 est abrogé ;
  2° l'article est complété par un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. L'employeur ou la société indique les données suivantes sur la fiche visée à l'article 57 :
  1° le montant de la rémunération telle que définie au paragraphe 3, alinéa 2, payée ou attribuée au contribuable impatrié pour cette période imposable ;
  2° le montant considéré comme un remboursement de dépenses propres à l'employeur en application du paragraphe 5 ;
  3° le montant considéré comme un remboursement de dépenses propres à l'employeur en application du paragraphe 6.".
Art. 46. In artikel 32/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2021 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "of vennootschap" telkens opgeheven;
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 10, luidende:
  " § 10. De werkgever vermeldt de volgende gegevens op de in artikel 57 bedoelde fiche:
  1° het bedrag van de aan de ingekomen onderzoeker betaalde of toegekende bezoldiging bedoeld in paragraaf 5, tweede lid;
  2° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 5;
  3° het bedrag aangemerkt als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever in toepassing van paragraaf 6.".
Art. 46. Dans l'article 32/2 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2021 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "ou société" et les mots "ou cette société" sont abrogés ;
  3° l'article est complété par un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. L'employeur indique les données suivantes sur la fiche visée à l'article 57 :
  1° le montant de la rémunération visée au paragraphe 5, alinéa 2, payée ou attribuée au chercheur impatrié ;
  2° le montant considéré comme un remboursement de dépenses propres à l'employeur en application du paragraphe 5 ;
  3° le montant considéré comme un remboursement de dépenses propres à l'employeur en application du paragraphe 6.".
Art. 47. In artikel 38, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt in de bepaling onder 21°, het woord "vijf" vervangen door het woord "acht";
  2° in het vierde lid worden de woorden "de in het eerste lid, 21°, bedoelde vergoedingen van voogden," ingevoegd tussen de woorden "vergoedingen van vrijwilligers," en de woorden "de in het eerste lid, 23°, bedoelde vergoedingen".
Art. 47. A l'article 38, § 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 21°, le mot "cinq" est remplacé par le mot "huit" ;
  2° dans l'alinéa 4, les mots "les indemnités de tuteurs visées à l'alinéa 1er, 21°, " sont insérés entre les mots "visées à l'alinéa 1er, 12°, " et les mots "les indemnités en raison de la fourniture de prestations artistiques."
Art. 48. Artikel 48, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 maart 2021, wordt vervangen als volgt:
  "De waardeverminderingen en voorzieningen op schuldvorderingen op de medecontractanten ten gevolge van de vaststelling van een minnelijk akkoord in uitvoering van de artikelen XX.38 of XX.65, met uitzondering van paragraaf 3, tweede lid, of XX.83/30, met uitzondering van paragraaf 3, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht of ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan in uitvoering van de artikelen XX.79 of XX.83/15 of XX.83/35 van hetzelfde Wetboek, worden vrijgesteld en dit gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het minnelijk akkoord of van het plan, of tot de intrekking ervan.".
Art. 48. L'article 48, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 21 mars 2021, est remplacé par ce qui suit :
  "Sont exonérées les réductions de valeur et provisions sur créances sur les cocontractants à la suite de la constatation d'un accord amiable en vertu des articles XX.38 ou XX.65, à l'exception du paragraphe 3, alinéa 2, ou XX.83/30, à l'exception du paragraphe 3, alinéa 2, du Code de droit économique ou à la suite de l'homologation d'un plan de réorganisation en vertu des articles XX.79 ou XX.83/15 ou XX.83/35 du même Code, et ce, durant les périodes imposables jusqu'à l'exécution intégrale de l'accord amiable ou du plan, ou jusqu'à son retrait.".
Art. 49. Artikel 48/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 januari 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 oktober 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 48/1. De winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de vaststelling van een minnelijk akkoord in uitvoering van de artikelen XX.38 of XX.65, met uitzondering van paragraaf 3, tweede lid, of XX.83/30, met uitzondering van paragraaf 3, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht of ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan in uitvoering van de artikelen XX.79 of XX.83/15 of XX.83/35 van hetzelfde Wetboek, worden vrijgesteld volgens de nadere toepassingsregels die de Koning vaststelt en dit gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het minnelijk akkoord of van het plan, of tot de intrekking ervan.
  Het overeenkomstig het eerste lid vrijgestelde bedrag wordt opgenomen in de belastbare grondslag van het derde tot en met het zesde belastbare tijdperk volgend op dat waarin de volledige tenuitvoerlegging van het minnelijk akkoord of van het plan werd bewerkstelligd, of de intrekking ervan plaatsvond, ten belope van een vierde voor elk van deze tijdperken, en uiterlijk van het belastbare tijdperk waarin de stopzetting van de werkzaamheid plaatsvindt voor het eventuele saldo.
  In voorkomend geval, heeft de gehele of gedeeltelijke herleving van een kwijtgescholden schuld tot gevolg dat het saldo, zoals bepaald overeenkomstig het tweede lid, wordt opgenomen in de belastbare grondslag van het tijdperk waarin de herleving heeft plaatsgevonden.".
Art. 49. L'article 48/1 du même Code, inséré par la loi du 31 janvier 2009 et modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 3 octobre 2019, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 48/1. Sont exonérés selon les modalités d'application fixées par le Roi, les bénéfices provenant de moins-values actées par le débiteur sur des éléments du passif à la suite de la constatation d'un accord amiable en vertu des articles XX.38 ou XX.65, à l'exception du paragraphe 3, alinéa 2, ou XX.83/30, à l'exception du paragraphe 3, alinéa 2, du Code de droit économique ou à la suite de l'homologation d'un plan de réorganisation en vertu des articles XX.79 ou XX.83/15 ou XX.83/35 du même Code, et ce, durant les périodes imposables jusqu'à l'exécution intégrale de l'accord amiable ou du plan, ou jusqu'à son retrait.
  Le montant exonéré en application de l'alinéa 1er est repris dans la base imposable de la troisième à la sixième période imposable qui suivent celle au cours de laquelle l'exécution intégrale de l'accord amiable ou du plan, ou son retrait, a eu lieu, à concurrence d'un quart pour chacune de celles-ci, et au plus tard de la période imposable au cours de laquelle a lieu la cessation d'activité pour le solde éventuel.
  Le cas échéant, la résiliation totale ou partielle de la remise d'une dette a pour effet d'inclure le solde, tel que déterminé conformément à l'alinéa 2, dans la base imposable de la période au cours de laquelle la résiliation de la remise a eu lieu.".
Art. 50. Artikel 53 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2023, wordt aangevuld met een bepaling onder 32°, luidende:
  "32° de belasting op de spelen en weddenschappen en de belasting op de automatische ontspanningstoestellen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° en 2°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.".
Art. 50. L'article 53 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2023, est complété par un 32°, rédigé comme suit :
  "32° la taxe sur les jeux et paris et la taxe sur les appareils automatiques de divertissement visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° et 2°, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions.".
Art. 51. In artikel 194quinquies, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9 februari 2017 en gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de woorden "artikel 207, tweede lid, vierde streepje" vervangen door de woorden "artikel 207, tweede lid, derde streepje".
Art. 51. Dans l'article 194quinquies, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 9 février 2017 et modifié par la loi du 27 juin 2021, les mots "l'article 207, alinéa 2, quatrième tiret" sont remplacés par les mots "l'article 207, alinéa 2, troisième tiret".
Art. 52. In artikel 198, § 1, 5°, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 24 december 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "onverminderd de toepassing van artikel 53, 32°, " ingevoegd vóór de woorden "de gewestelijke belastingen".
Art. 52. Dans l'article 198, § 1er, 5°, de la même Code, rétabli par la loi du 24 décembre 2002 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2013, les mots "sans préjudice de l'application de l'article 53, 32°, " sont insérés avant les mots "les impôts".
Art. 53. In artikel 219bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999, worden de woorden "de N.V. Landbouwkrediet" vervangen door de woorden "de NV Crelan".
Art. 53. Dans l'article 219bis, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 4 mai 1999, les mots "la S.A. Crédit agricole" sont remplacés par les mots "la SA Crelan".
Art. 54. In artikel 2755, § 2, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2022, worden in de Franse tekst de woorden "primes d'équipe" vervangen door de woorden "primes de nuit".
Art. 54. Dans l'article 2755, § 2, alinéa 8, du même Code, inséré par la loi du 28 mars 2022, les mots "primes d'équipe" sont remplacés par les mots "primes de nuit".
Art. 55. In artikel 2759/1, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2022, wordt het tweede streepje vervangen als volgt:
  "- het betreffen bezoldigingen die worden betaald of toegekend voor de prestaties die werden geleverd in een periode van 40 maanden die start vanaf de maand die volgt op de maand waarin de natuurramp heeft plaatsgevonden en die ten laatste worden betaald of toegekend in de 47e maand die volgt op de maand waarin de natuurramp heeft plaatsgevonden;".
Art. 55. A l'article 2759/1, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2022, le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit :
  "- il s'agit de rémunérations qui ont été payées ou attribuées pour les prestations fournies dans le cours d'une période de 40 mois qui débute à partir du mois qui suit le mois au cours duquel lequel la calamité naturelle a eu lieu et qui ont été payées et attribuées au plus tard au cours du 47e mois qui suit le mois au cours duquel lequel la calamité a eu lieu ;".
Art. 56. In artikel 27511, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de woorden "die na toepassing van de artikelen 2751 tot 27510 verschuldigd is" vervangen door de woorden "die na toepassing van de overige artikelen van deze onderafdeling verschuldigd is".
Art. 56. A l'article 27511, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 26 mars 2018, les mots "après application des articles 2751 à 27510" sont remplacés par les mots "après application des autres articles de la présente sous-section".
Art. 57. In artikel 307, § 1/2, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden "voor zover het totaal van de betalingen die tijdens het belastbaar tijdperk werden gedaan" vervangen door de woorden "voor zover het totaal van de betalingen die tijdens het belastbare tijdperk werden gedaan vermeerderd met de tijdens het belastbare tijdperk vastgestelde toename van de schulden aan de in het eerste lid bedoelde personen of vaste inrichtingen".
Art. 57. Dans l'article 307, § 1er/2, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 25 décembre 2017, les mots "si la totalité des paiements effectués au cours de la période imposable" sont remplacés par les mots "si la totalité des paiements effectués au cours de la période imposable, majorée de l'accroissement des dettes aux personnes ou établissements stables visés à l'alinéa 1er qui sont déterminées au cours de la période imposable".
Art. 58. Artikel 362bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994 en vervangen bij de wet van 15 december 2004, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 362bis. § 1. Ten name van belastingplichtigen die kapitalen, niet zijnde aandelen, gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid wordt het op een bepaald belastbaar tijdperk betrekking hebbende gedeelte van de verlopen interesten van die kapitalen of het gedeelte van de vergoedingen voor ontbrekende coupon dat betrekking heeft op de verlopen interesten van die kapitalen krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening, beschouwd als een inkomen van dat tijdperk, zelfs wanneer de interesten of de vergoedingen gedurende een later tijdperk worden geïnd of verkregen.
  In afwijking van het vorige lid, wordt, ten name van de cessionarissen, pandnemers of leningnemers bedoeld in artikel 19, § 2, derde lid, het totale bedrag van de interest die werd geïnd of verkregen gedurende een bepaald belastbaar tijdperk in het kader van hun beroepswerkzaamheid, beschouwd als een inkomen van dat belastbaar tijdperk.
  § 2. Het gedeelte van de in § 1 bedoelde verlopen interesten dat betrekking heeft op een kapitalisatieovereenkomst is gelijk aan het positieve verschil tussen enerzijds de waarde van de vordering die deze kapitalisatieovereenkomst vertegenwoordigt waarover de vennootschap op het einde van het belastbare tijdperk beschikt op een verzekeringsonderneming, en anderzijds de bedragen die als premie zijn gestort in uitvoering van die overeenkomst.
  Het overeenkomstig het eerste lid bepaalde verschil wordt evenwel verminderd met het belaste gedeelte van de verlopen interesten zoals bepaald overeenkomstig het eerste lid op basis van de waarde van de vordering aan het einde van het voorgaande belastbare tijdperk voor die overeenkomst.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt het bedrag van de premie in geval van gedeeltelijke afkoop van de overeenkomst proportioneel verminderd.".
Art. 58. L'article 362bis du même Code, inséré par la loi du 6 juillet 1994 et remplacé par la loi du 15 décembre 2004, est remplacé comme suit :
  "Art. 362bis. § 1er. Dans le chef des contribuables qui affectent à l'exercice de leur activité professionnelle des capitaux non représentés par des actions ou parts, la partie des intérêts courus de ces capitaux ou la partie des indemnités pour coupon manquant qui se rapporte à des intérêts courus de tels capitaux en vertu d'une convention constitutive de sûreté réelle ou d'un prêt, afférente à une période imposable déterminée, est considérée comme un revenu de cette période, même lorsque les intérêts ou les indemnités sont encaissés ou obtenus au cours d'une période ultérieure.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, dans le chef des cessionnaires, preneurs de gage ou emprunteurs visés à l'article 19, § 2, alinéa 3, le montant total des intérêts qui sont encaissés ou obtenus au cours d'une période imposable déterminée dans le cadre de leur activité professionnelle, est considéré comme un revenu de cette période imposable.
  § 2. La partie des intérêts courus visée au § 1er, afférente à un contrat de capitalisation est égale à la différence positive entre d'une part la valeur de la créance représentative de ce contrat de capitalisation dont dispose la société sur une entreprise d'assurance au terme de la période imposable et d'autre part, les montants versés au titre de prime en exécution de ce contrat.
  De la différence déterminée conformément à l'alinéa 1er, est toutefois déduite la partie des intérêts courus taxés telle que déterminée conformément à l'alinéa 1er sur la base de la valeur de la créance au terme de la période imposable précédente pour ce contrat.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, le montant de la prime est réduite proportionnellement en cas de rachat partiel du contrat.".
Art. 59. Artikel 44 heeft uitwerking met ingang van 16 juni 2023.
  De artikelen 45 en 46 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2023 en zijn van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf die datum.
  Artikel 47, 1°, is van toepassing op de vanaf 1 januari 2023 betaalde of toegekende inkomsten.
  Artikel 47, 2°, treedt in werking op 1 januari 2024.
  Artikel 48 en artikel 49, voor zover het artikel 48/1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wijzigt, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2023 en zijn van toepassing vanaf die datum.
  Artikel 49 voor zover het artikel 48/1 van hetzelfde Wetboek aanvult met een tweede lid, is van toepassing op de vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet vastgestelde minnelijke akkoorden en gehomologeerde reorganisatieplannen.
  Artikel 49, voor zover het artikel 48/1 van hetzelfde Wetboek aanvult met een derde lid, is van toepassing op de vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet plaatsgevonden herlevingen van kwijtgescholden schuld.
  De artikelen 50 en 52 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2024 verschuldigde belastingen.
  Artikel 56 is van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 augustus 2023.
  Artikel 57 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2024.
Art. 59. L'article 44 produit ses effets le 16 juin 2023.
  Les articles 45 et 46 produisent leurs effets le 1er janvier 2023 et sont applicables aux rémunérations payées ou attribuées à partir de cette date.
  L'article 47, 1°, est applicable aux revenus payés ou attribués à partir du 1er janvier 2023.
  L'article 47, 2°, entre en vigueur le 1er janvier 2024.
  L'article 48 et l'article 49, en ce qu'il modifie l'article 48/1, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, produisent leurs effets le 1er septembre 2023 et sont applicables à partir de cette date.
  L'article 49, en ce qu'il complète l'article 48/1 du même Code, par un alinéa 2, s'applique aux accords amiables constatés et aux plans de réorganisation homologués à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
  L'article 49, en ce qu'il complète l'article 48/1 du même Code, par un alinéa 3, s'applique aux réalisations de remises de dettes effectuées à partir de la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
  Les articles 50 et 52 sont applicables aux impôts dus à partir du 1er janvier 2024.
  L'article 56 est applicable aux rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er août 2023.
  L'article 57 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2024.
HOOFDSTUK 5. - Fiscale regeling van de tijdens de periode van 1 september 2023 tot en met 31 december 2023 uitgegeven staatsbons met een looptijd van 1 jaar
CHAPITRE 5. - Régime fiscal des bons d'état d'une durée de 1 an, émis pendant la période du 1er septembre 2023 jusqu'au 31 décembre 2023
Art. 60. In afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, § 1, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 15 pct. voor de inkomsten uit Staatsbons met een looptijd van 1 jaar die tijdens de periode van 1 september 2023 tot en met 31 december zijn uitgegeven door een Belgische overheid of een andere publieke overheid in de Europees Economische Ruimte.
  De in het eerste lid bedoelde inkomsten die daadwerkelijk de inhouding van roerende voorheffing hebben ondergaan, moeten niet worden aangegeven in de personenbelasting.
Art. 60. Par dérogation aux articles 171, 3°, et 269, § 1er, 1°, du Code des impôts sur les revenus 1992, le taux de l'impôt des personnes physiques et celui du précompte mobilier sont fixés à 15 p.c. pour les revenus des bons d'Etat d'une durée de 1 an, émis pendant la période du 1er septembre 2023 jusqu'au 31 décembre 2023, par une autorité belge ou une autre autorité publique dans l'Espace économique européen.
  Les revenus visés à l'alinéa 1er qui ont subi réellement la retenue du précompte mobilier ne doivent pas être déclarés à l'impôt des personnes physiques.
Art. 61. De Koning kan de in artikel 60, eerste lid, bedoelde periode waarin de staatsbons uitgegeven moeten zijn, verlengen tot uiterlijk 30 juni 2024.
  De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het eerste lid genomen besluiten. Deze besluiten worden geacht geen uitwerking te hebben gehad indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 61. Le Roi peut prolonger la période visée à l'article 60, alinéa 1, pendant laquelle les bons d'Etat doivent être émis jusqu'au 30 juin 2024 au plus tard.
  Le Roi saisira la Chambre des représentants immédiatement si elle est réunie, sinon dès l'ouverture de sa plus prochaine session, d'un projet de loi de confirmation des arrêtés pris en exécution de l'alinéa 1er. Lesdits arrêtés sont censés ne pas avoir produit leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les 12 mois de la date de leur publication au Moniteur belge.
Art. 62. Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad en is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 september 2023.
Art. 62. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge et s'applique aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du 1er septembre 2023.
TITEL 6. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DOUANE EN ACCIJNZEN
TITRE 6. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX DOUANES ET ACCISES
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 april 2003 houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 22 avril 2003 octroyant la qualité d'officier de police judiciaire à certains agents de l'Administration générale des douanes et accises
Art. 63. In artikel 3 van de wet van 22 april 2003 houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "Binnen de perken van de materiële bevoegdheden zoals bepaald in het tweede lid, worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, onverminderd hun bevoegdheden inzake douane en accijnzen dertig ambtenaren van het niveau A en acht ambtenaren van minstens het niveau B van de Administratie Opsporing van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.".
Art. 63. Dans l'article 3 de la loi du 22 avril 2003 octroyant la qualité d'officier de police judiciaire à certains agents de l'Administration générale des douanes et accises, modifié par la loi du 25 avril 2014, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Dans les limites des compétences matérielles fixées à l'alinéa 2, sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi et de l'auditeur du travail, sans préjudice de leurs compétences en matière de douane et d'accises, trente agents du niveau A et huit agents ayant au moins le niveau B, de l'Administration Recherche de l'Administration générale des douanes et accises.".
Art. 64. In artikel 4 van dezelfde wet, wordt punt 3 vervangen als volgt:
  "3. De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, het aantal ambtenaren bedoeld in vorenstaand artikel 3 aanpassen.".
Art. 64. Dans l'article 4 de la même loi, le point 3 est remplacé par ce qui suit :
  "3. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, adapter le nombre des agents visés à l'article 3.".
HOOFDSTUK 2. - Terminologische wijziging aan de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen
CHAPITRE 2. - Modification terminologique de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise
Art. 65. In de Franse tekst van artikel 21, § 3, van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen, vervangen bij de wet van 16 oktober 2022, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Il convient d'entendre par "à titre occasionnel" un maximum de six mouvements de produits soumis à accise effectués par an sous un régime de suspension de droits.".
Art. 65. L'article 21, § 3, alinéa 2, de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise, remplacé par la loi du 16 octobre 2022, est remplacé par ce qui suit :
  "Il convient d'entendre par "à titre occasionnel" un maximum de six mouvements de produits soumis à accise effectués par an sous un régime de suspension de droits.".
TITLE 7. - PROCEDURE EN INVORDERING
TITRE 7. - PROCEDURE ET RECOUVREMENT
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Afdeling 1. - Belastingvermindering voor giften
Section 1er. - Réduction d'impôt pour libéralités
Art. 66. Artikel 14533, § 1, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012, wordt vervangen als volgt:
  "De belastingvermindering voor de in het eerste lid vermelde giften wordt verleend op voorwaarde dat zij ten minste 25 euro bedragen en worden gerechtvaardigd door een attest dat de instanties zoals bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, verplicht zijn af te leveren aan de belastingplichtige die deze heeft gedaan.".
Art. 66. L'article 14533, § 1er, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 13 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  "La réduction d'impôt pour les libéralités visées à l'alinéa 1er est accordée à condition qu'elles atteignent au moins 25 euros et qu'elles soient justifiées par une attestation que les organismes visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°, sont tenus de délivrer au contribuable qui les a effectuées.".
Art. 67. Artikel 14533, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012, wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, moeten de giften bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 3°, aan verenigingen of instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte niet gerechtvaardigd zijn door een attest. De belastingplichtige moet echter het bewijs ter beschikking houden van de administratie dat de gift effectief betaald werd en dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat gelijkwaardig is aan een in hetzelfde artikel bedoelde Belgische vereniging of instelling en, in voorkomend geval, dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat op vergelijkbare wijze is erkend, dit wil zeggen volgens dezelfde voorwaarden als de in paragraaf 3, eerste en tweede lid, bedoelde voorwaarden.".
Art. 67. L'article 14533, § 2, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2012, est remplacé par ce qui suit :
  "Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 2, les libéralités visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, faites à des associations ou institutions d'un autre Etat membre de l'Espace économique européen, ne doivent pas être justifiées par une attestation. Le contribuable doit, toutefois, tenir à la disposition de l'administration la preuve que la libéralité a été effectivement payée et que l'association ou l'institution de cet autre Etat membre est similaire à une association ou une institution belge visée au même article et, le cas échéant, que cette association ou l'institution est agréée de manière analogue, c'est-à-dire aux mêmes conditions que celles visées au paragraphe 3, alinéas 1er et 2.".
Art. 68. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 323/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 323/3. § 1. Wanneer een instantie als bedoeld in artikel 14533, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, een attest aflevert met het oog op het bekomen van de belastingvermindering voor giften, deelt zij de administratie jaarlijks elektronisch de gegevens mee die daarop betrekking hebben.
  De in het eerste lid bedoelde elektronische verzending dient te geschieden voor 1 maart van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het attest betrekking heeft, en voor het eerst voor 1 maart 2025.
  § 2. De instanties bedoeld in artikel 14533, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, zijn vrijgesteld van de jaarlijkse verplichting om de elektronische mededeling bedoeld in paragraaf 1 te voldoen, zolang zij niet beschikken over de nodige geïnformatiseerde middelen om aan deze verplichting te voldoen.
  § 3. De gegevens die worden meegedeeld door de instanties bedoeld in artikel 14533, § 1, eerste lid, 1° tot 4° zijn:
  1° het kalenderjaar waarvoor het attest is uitgereikt;
  2° het volgnummer van het attest;
  3° de statutaire benaming, het adres van de maatschappelijke zetel alsmede het ondernemingsnummer van de begiftigde instantie;
  4° de naam, voornaam, het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen of, in voorkomend geval, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid of het ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor ondernemingen voor rechtspersonen en vennootschappen en het adres van de schenker;
  5° het bedrag van de gift en de bevestiging dat ze definitief en onherroepelijk is verricht.
  § 4. Met als enig doel paragraaf 1 toe te passen, hebben de betrokken instanties de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te verzamelen, te verwerken en mee te delen.
  Wanneer het voormeld identificatienummer reeds voor andere doeleinden in het bezit is van de betrokken instanties, mag het gebruikt worden voor de toepassing van paragraaf 1.
  § 5. Onverminderd de noodzakelijke bewaring voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn (EG) 95/46, worden de gegevens ontvangen door de Federale Overheidsdienst Financiën met toepassing van paragraaf 3 niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verzameld met een maximale bewaartermijn die verstrijkt na 10 jaar vanaf de ontvangst van deze gegevens, met uitzondering van de gevallen waarin nog een beroep of een gerechtelijke procedure hangende is bij het verlopen van deze termijn.".
Art. 68. Dans le même Code, il est inséré un article 323/3, rédigé comme suit :
  "Art. 323/3. § 1er. Lorsqu'un organisme visé à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, délivre une attestation en vue de l'obtention d'une réduction d'impôt pour une libéralité, il communique annuellement à l'administration par voie électronique les données qui y sont relatives.
  La transmission électronique visée à l'alinéa 1er doit être effectuée avant le 1er mars de l'année qui suit l'année calendrier à laquelle se rapporte l'attestation, et pour la première fois avant le 1er mars 2025.
  § 2. Les organismes visés à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, sont dispensés de l'obligation annuelle de communication électronique prévue au paragraphe 1er, aussi longtemps qu'ils ne disposent pas des moyens informatiques nécessaires pour remplir cette obligation.
  § 3. Les données communiquées par les organismes visés à l'article 14533, § 1er, alinéa 1er, 1° à 4 sont :
  1° l'année calendrier pour laquelle l'attestation a été délivrée ;
  2° le numéro d'ordre de l'attestation ;
  3° La dénomination statutaire, l'adresse du siège social ainsi que le numéro d'entreprise de l'organisme donataire ;
  4° le nom, le prénom, le numéro d'identification au Registre national des personnes physiques ou, le cas échéant, le numéro d'identification à la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale ou le numéro d'entreprise de la Banque Carrefour des Entreprises pour les personnes morales et les sociétés, ainsi que l'adresse du donateur ;
  5° le montant de la libéralité et la confirmation qu'elle a été effectuée de manière définitive et irrévocable.
  § 4. Dans le seul but d'appliquer le paragraphe 1er, les organismes concernés ont l'autorisation de collecter, de traiter et de communiquer le numéro d'identification au Registre national des personnes physiques.
  Lorsque le numéro d'identification précité est déjà en possession des organismes visés pour d'autres finalités, celui-ci peut être utilisé en vue de l'application du paragraphe 1er.
  § 5. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques visé à l'article 89 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive (CE) 95/46, les données reçues par le Service public fédéral Finances en application du paragraphe 3 ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard de la finalité pour laquelle elles sont collectées, avec une durée maximale de conservation ne pouvant excéder 10 ans à compter de la réception de ces données, à l'exception des cas où un recours ou une procédure judiciaire est encore pendant à l'expiration de ce délai.".
Art. 69. De artikelen 66 tot 68 treden in werking op de dag van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de giften gedaan vanaf 1 januari 2024.
Art. 69. Les articles 66 à 68 entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge et s'appliquent aux libéralités réalisées à partir du 1er janvier 2024.
Afdeling 2. - Bepaling van de aangiftetermijnen en de opheffing van de aangifte speciaal in geval van overlijden
Section 2. - Détermination des délais de déclaration et suppression des exercices spéciaux en cas de décès
Art. 70. In artikel 308 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, inzake personenbelasting, aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen ten laatste op 30 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, deze termijn mag niet korter zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending van het aangifteformulier. Indien de belastingplichtige opteert voor de in artikel 307bis bedoelde elektronische aangifte, moet hij deze ten laatste op 15 juli van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd indienen, deze termijn mag niet korter zijn dan één maand te rekenen vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  De in artikel 305 beoogde belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden voor belastbaarheid zoals bedoeld in artikel 360, als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners, aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf ofwel de verzending ervan ofwel de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  De indieningsverplichting binnen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen geldt eveneens voor de in artikel 305, tweede lid, beoogde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden met betrekking tot de aangifte voor het jaar van overlijden van de belastingplichtige.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. Voor wat betreft de aangifte voor een belastbaar tijdperk voorafgaand aan het jaar van overlijden van de belastingplichtige: indien de in § 1 en artikel 308/1 gestelde termijnen niet zijn verlopen op de datum van overlijden van de belastingplichtige die gehouden is aangifte te doen, bedraagt hij voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden vijf maanden vanaf die datum, behalve indien de termijnen voorzien in paragraaf 1 en in artikel 308/1 later zijn.";
  3° paragraaf 3, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
  " § 3. De in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, moeten bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 15 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd een aangifteformulier aanvragen.";
  4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. Voor de in artikel 305, tweede lid bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigen die er voor kiezen de aangifte voor het jaar van overlijden in te dienen op papier, geldt eveneens de verplichting opgenomen in paragraaf 3, eerste lid.
  Voor de in artikel 305, tweede lid bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden die er voor kiezen de aangifte voor een jaar voorafgaand aan het jaar van overlijden in te dienen op papier, dient het aangifteformulier aangevraagd te worden binnen een termijn van vier maand te rekenen vanaf het overlijden van de belastingplichtige. In dit geval moet, indien nodig, de termijn vermeld worden waarop ze in voorkomend geval ingevolge paragraaf 2 aanspraak kunnen maken."
Art. 70. A l'article 308 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 26 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les contribuables visés à l'article 305 qui, au 1er janvier de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition, réunissent les conditions d'assujettissement telles que visées à l'article 360, à l'impôt des personnes physiques, doivent faire parvenir leur déclaration, au service indiqué sur la formule, au plus tard le 30 juin de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition, ce délai ne pouvant être inférieur à un mois à partir de l'envoi de la formule de déclaration. Si le contribuable opte pour la déclaration électronique visée à l'article 307bis, il doit la remettre au plus tard le 15 juillet de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition, ce délai ne pouvant être inférieur à un mois à partir de la mise à disposition de la déclaration électronique sur la plateforme électronique du Service public fédéral Finances.
  Les contribuables visés à l'article 305 qui, au 1er janvier de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition, réunissent les conditions d'assujettissement telles que visées à l'article 360, à l'impôt des non-résidents en tant que non-habitants du Royaume, doivent faire parvenir leur déclaration, au service indiqué sur la formule, dans le délai indiqué sur la formule lequel ne peut être inférieur à un mois à compter soit de son envoi soit de la mise à disposition de la déclaration électronique sur la plateforme électronique du Service public fédéral Finances.
  L'obligation de déclaration dans les délais visés aux alinéas 1er et 2 s'applique également aux héritiers, aux légataires ou aux donataires universels visés à l'article 305, alinéa 2, en ce qui concerne la déclaration pour l'année du décès du contribuable." ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. En ce qui concerne la déclaration pour une période imposable antérieure à l'année du décès du contribuable: lorsque les délais prévus au § 1er et à l'article 308/1 ne sont pas expirés à la date du décès du contribuable tenu de remettre une déclaration, il est de cinq mois à compter de cette date, pour les héritiers, légataires ou donataires universels sauf si les délais prévus au § 1er et à l'article 308/1 sont plus tardifs." ;
  3° le paragraphe 3, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Les contribuables visés au § 1er, alinéa 1er, qui n'ont pas reçu de formule de déclaration, doivent en réclamer une, au plus tard le 15 juin de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition, au service de taxation dont ils dépendent." ;
  4° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Pour les héritiers, légataires ou donataires universels visés à l'article 305, alinéa 2, qui choisissent de déposer la déclaration de l'année du décès sur papier, l'obligation prévue au paragraphe 3, alinéa 1er, s'applique également.
  Pour les héritiers, légataires ou donataires universels visés à l'article 305, alinéa 2, qui choisissent de déposer la déclaration pour une année antérieure à l'année du décès sur papier, la formule de déclaration doit être demandée dans un délai de quatre mois à compter du décès du contribuable. Dans ce cas, il y a lieu de préciser le délai dont ils sont éventuellement en droit de se prévaloir par application du paragraphe 2."
Art. 71. In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 308/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 308/1. In afwijking van artikel 308, § 1, beschikken de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en, in voorkomend geval de in artikel 305, tweede lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, die opteren voor de in artikel 307bis bedoelde elektronische aangifte en die tijdens het inkomstenjaar waarop het aanslagjaar betrekking heeft:
  - buitenlandse beroepsinkomsten hebben verkregen of
  - de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, beoogde inkomsten hebben verkregen en die geen gebruik maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, of
  - in de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, de in artikel 30, 3°, beoogde inkomsten hebben verkregen van de andere echtgenoot die belast wordt op in artikel 23, § 1, 1° en 2° bedoelde inkomsten zonder gebruik te maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, of
  - de in artikel 30, 2°, beoogde inkomsten verkregen hebben,
  tot en met 16 oktober van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte tijdig in te dienen.
  In afwijking van het eerste lid wordt de aangiftetermijn verlengd zodat deze minimaal vijf maanden is vanaf de terbeschikkingstelling van de elektronische aangifte van het aanslagjaar op het elektronisch platform van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  In afwijking van artikel 308, § 1, eerste lid, beschikken de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die de in de artikel 23, § 1, 1°, bedoelde inkomsten verkrijgen en die gebruik maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, en, in voorkomend geval, hun erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, tot en met 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte in te dienen.
  In afwijking van artikel 308, § 1, eerste lid, beschikken de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die, in de gevallen bedoeld in artikel 126, § 2, de in artikel 30, 3°, bedoelde inkomsten verkrijgen van hun echtgenoten die gebruik maken van de forfaitaire grondslagen bedoeld in artikel 342, § 1, tweede lid, en, in voorkomend geval, de in artikel 305, tweede lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, tot en met 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd om hun aangifte in te dienen."
Art. 71. Dans le même Code, il est inséré un article 308/1 rédigé comme suit :
  "Art. 308/1. Par dérogation à l'article 308, § 1er, les contribuables soumis à l'impôt des personnes physiques et le cas échéant, les héritiers, légataires ou donataires universels visés à l'article 305, alinéa 2, qui optent pour la déclaration électronique visée à l'article 307bis et qui, au cours de l'année des revenus à laquelle se rapporte l'exercice d'imposition :
  - ont obtenu des revenus professionnels étrangers ou
  - ont obtenu des revenus visés à l'article 23, § 1er, 1° et 2°, et n'ont pas fait usage des bases forfaitaires de taxation visées à l'article 342, § 1er, alinéa 2, ou
  - dans les cas visés à l'article 126, § 2, ont obtenu des revenus visés à l'article 30, 3°, pour lesquels l'autre conjoint qui est imposé obtient des revenus visés à l'article 23, § 1er, 1° et 2°, sans avoir fait usage des bases forfaitaires de taxation visées à l'article 342, § 1er, alinéa 2, ou
  - ont obtenu des revenus visés à l'article 30, 2°,
  ont jusqu'au 16 octobre inclus de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition pour introduire leur déclaration dans les délais.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le délai de déclaration est prolongé afin qu'il soit d'au moins cinq mois à compter de la mise à disposition de la déclaration électronique correspondant à l'exercice d'imposition sur la plateforme électronique du Service public fédéral Finances.
  Par dérogation à l'article 308, § 1er, alinéa 1er, les contribuables soumis à l'impôt des personnes physiques qui obtiennent des revenus visés à l'article 23, § 1er, 1°, et qui utilisent les bases forfaitaires visées à l'article 342, § 1er, alinéa 2, et le cas échéant, leurs héritiers, légataires ou donataires universels, ont jusqu'au 15 janvier inclus de l'année suivant celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition pour introduire leur déclaration.
  Par dérogation à l'article 308, § 1er, alinéa 1er, les contribuables soumis à l'impôt des personnes physiques qui, dans les cas visés à l'article 126, § 2, obtiennent des revenus visés à l'article 30, 3°, de leurs conjoints qui utilisent les bases forfaitaires visées à l'article 342, § 1er, alinéa 2, et, le cas échéant, les héritiers, légataires ou donataires universels visés à l'article 305, alinéa 2, ont jusqu'au 15 janvier inclus de l'année suivant celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition pour introduire leur déclaration d'impôt."
Art. 72. In artikel 309 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt opgeheven;
  2° In het derde lid worden de woorden "; in het geval van het tweede lid is de termijn vijf maanden, te rekenen van de dag van het overlijden" opgeheven.
Art. 72. A l'article 309 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 juin 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est abrogé ;
  2° Dans l'alinéa 3, les mots "; dans le cas de l'alinéa 2, le délai est de cinq mois à compter de la date du décès" sont abrogés.
Art. 73. Artikel 310 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 januari 2021, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In afwijking van de eerste drie leden wordt de uiterste datum van indiening van de aangifte vastgesteld op 30 september van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, indien het belastbaar tijdperk van de betrokken vennootschap of rechtspersoon eindigt in de periode vanaf 31 december van het jaar voorafgaand aan het betrokken aanslagjaar tot en met de laatste dag van februari van het betrokken aanslagjaar."
Art. 73. L'article 310 du même Code, remplacé par la loi du 26 janvier 2021, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Par dérogation aux trois premiers alinéas, la date limite d'introduction de la déclaration fiscale est fixée au 30 septembre de l'année dont le millésime désigne l'exercice d'imposition si la période imposable de la société concernée ou de la personne morale expire au cours d'une période à partir du 31 décembre de l'année qui précède l'exercice d'imposition jusqu'au dernier jour du mois de février inclus de l'exercice d'imposition y relatif."
Art. 74. Artikel 311 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1994 en 25 april 2014, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De administrateur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of zijn gedelegeerde kan een uitstel van de in de artikelen 306 en 308 tot 310 gestelde termijnen verlenen in het geval van ernstige reden of overmacht.
  De Koning kan bijkomende toepassingsregels vastleggen met het oog op het bepalen in welke omstandigheden een ernstige reden kan worden ingeroepen alsook aangaande de wijze waarop uitstel aangevraagd moet worden."
Art. 74. L'article 311 du même Code, modifié par les lois du 5 juillet 1994 et 25 avril 2014, est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "L'administrateur général de l'administration en charge de l'établissement des impôts sur les revenus ou son délégué peut accorder un report des délais fixés aux articles 306 et 308 à 310 en cas de motif grave ou de force majeure.
  Le Roi peut fixer des règles d'application supplémentaires en vue de déterminer dans quelles circonstances peut être invoqué un motif grave ainsi que la manière dont un report doit être demandé."
Art. 75. Deze afdeling is van toepassing voor de belastbare tijdperken verbonden aan de aanslagjaren 2024 en volgende.
Art. 75. Cette section est applicable pour les périodes imposables liées aux exercices d'imposition 2024 et suivants.
Afdeling 3. - Onderzoekstermijn inzake bedrijfsvoorheffing
Section 3. - Délai d'investigation en matière de précompte professionnel
Art. 76. In artikel 333/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden "of bedrijfsvoorheffing" ingevoegd tussen de woorden "roerende voorheffing" en ", binnen de aanslagtermijn".
Art. 76. Dans l'article 333/3 du même Code, inséré par la loi du 25 décembre 2017, les mots "ou de précompte professionnel" sont insérés entre les mots "de précompte mobilier" et "aux investigations".
Afdeling 4. - Versterking van het beroepsgeheim voor ambtenaren bij de aflevering van kadastrale bescheiden na de betekening van het kadastraal inkomen en tijdens de bezwaarprocedure tegen het kadastraal inkomen
Section 4. - Renforcement du secret professionnel des fonctionnaires lors de la délivrance des documents cadastraux après la signification du revenu cadastral et pendant la procédure de réclamation contre le revenu cadastral
Art. 77. In artikel 337 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt het zevende lid vervangen als volgt:
  "De ambtenaren van de Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie oefenen eveneens hun ambt uit wanneer zij inlichtingen, uittreksels of afschriften uit de kadastrale bescheiden verstrekken:
  1° in uitvoering van de bepalingen van artikel 504, tweede en derde lid;
  2° na de betekening van het kadastraal inkomen, hetzij binnen de termijn voorzien in de artikelen 499, 1°, en 500, hetzij in het kader van de bezwaarprocedure overeenkomstig de artikelen 497 tot 503."
Art. 77. Dans l'article 337 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, l'alinéa 7 est remplacé par ce qui suit :
  "Les fonctionnaires de l'Administration générale de la documentation patrimoniale restent également dans l'exercice de leurs fonctions lorsqu'ils communiquent des renseignements, des extraits ou des copies de documents cadastraux :
  1° en exécution des dispositions de l'article 504, alinéas 2 et 3 ;
  2° après la notification du revenu cadastral, soit dans les délais prévus par les articles 499, 1°, et 500, soit dans le cadre de la procédure de réclamation conformément aux articles 497 à 503."
Afdeling 5. - Aanpassing van bepaalde artikelen naar aanleiding van de wijziging van het begrip werkdag in het Burgerlijk Wetboek
Section 5. - Adaptation de certains articles suite à la modification de la notion du jour ouvrable dans le Code civil
Art. 78. In artikel 434, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet en gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, wordt het woord "twaalfde" vervangen door het woord "tiende".
Art. 78. Dans l'article 434, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi et modifié par la loi du 23 avril 2020, le mot "douzième" est remplacé par le mot "dixième".
Art. 79. In artikel 435, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "achtste" vervangen door het woord "zevende";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zeven".
Art. 79. A l'article 435, du même Code, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot "huitième" est remplacé par le mot "septième" ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "huit" est remplacé par le mot "sept".
Art. 80. In artikel 442, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de wet van 27 april 2016 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de woorden "250 euro" vervangen door de woorden "2.500 euro" en wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zeven".
Art. 80. Dans l'article 442, alinéa 1er, du même Code, modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 2000 et la loi du 27 avril 2016 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les mots "250 euros" sont remplacés par les mots "2.500 euros" et le mot "huit" est remplacé par le mot "sept".
Art. 81. Artikelen 78 en 79 zijn van toepassing voor alle situaties waarin de berichten bedoeld in artikel 433, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verzonden worden na 1 januari 2024.
  Artikel 80 is van toepassing voor openbare verkopen van roerende goederen na 10 januari 2024.
Art. 81. Les articles 78 et 79 s'appliquent à toutes les situations dans lesquelles les avis visés à l'article 433, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992 sont envoyés après le 1er janvier 2024.
  L'article 80 s'applique aux ventes publiques de biens meubles effectuées après le 10 janvier 2024.
Afdeling 6. - Wijziging van de autoriteit die de bevoegdheid heeft om de toegang tot de lokalen toe te laten in het kader van de vaststelling van kadastraal inkomen
Section 6. - Modification de l'autorité habilitée à autoriser l'accès aux locaux dans le cadre de la détermination du revenu cadastral
Art. 82. In artikel 476 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Zo hun de toegang tot het eigendom wordt geweigerd, mogen zij er slechts binnendringen met de bijstand van de korpschef van de lokale politiezone waarbinnen de eigendom gelegen is of zijn gelastigde."
Art. 82. Dans l'article 476 du même Code, modifié par la loi du 25 avril 2014, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Si l'accès des lieux leur est refusé, ils ne peuvent y pénétrer qu'avec l'assistance du chef de corps de la zone de police locale dans laquelle se trouve la propriété ou de son délégué."
Afdeling 7. - Verplichting tot aangifte van de huurprijs en de huurlasten
Section 7. - Obligation de déclaration du loyer et des charges locatives
Art. 83. Artikel 53 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 november 2022, wordt aangevuld met een bepaling onder 33°, luidende:
  "33° de huurprijs en toegekende huurvoordelen evenals de uit hoofde van een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op onroerend goed toegekende vergoedingen en voordelen wanneer:
  a) de in artikel 307, § 2/2, bedoelde verplichting voor die kosten niet is nageleefd; of
  b) de huurprijs en toegekende huurvoordelen die betrekking hebben op een onroerend goed waarvan de huurovereenkomst kosteloos is geregistreerd overeenkomstig artikel 161, 12°, a) of b), van het Wetboek van de registratie-, hypotheek- en griffierechten of overeenkomstig die bepalingen kosteloos had kunnen worden geregistreerd wanneer het een in België gelegen onroerend goed was geweest, tenzij dat onroerend goed door de belastingplichtige wordt gehuurd met als uitsluitend doel de huisvesting van één of meer werknemers of bedrijfsleiders en, desgevallend, hun gezin ingevolge een wettelijke of contractuele verplichting.".
Art. 83. L'article 53 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 20 novembre 2022, est complété par un 33°, rédigé comme suit :
  "33° le loyer et les avantages locatifs attribués ainsi que les indemnités et avantages attribués en vertu d'un droit de superficie, d'un droit d'emphytéose ou d'un autre droit réel d'usage sur un bien immobilier, lorsque :
  a) l'obligation visée à l'article 307, § 2/2, n'a pas été respectée pour ces frais ; ou
  b) le loyer et les avantages locatifs attribués qui portent sur un bien immobilier donné dont le contrat de bail a été enregistré gratuitement conformément à l'article 161, 12°, a) ou b), du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe ou aurait pu être enregistré gratuitement, conformément à ces dispositions, lorsqu'il s'agit d'un bien immobilier situé en Belgique, sauf si ce bien immobilier est loué par le contribuable dans le seul but de loger un ou plusieurs travailleurs ou dirigeants d'entreprise et, le cas échéant, leur famille en vertu d'une obligation légale ou contractuelle.".
Art. 84. In artikel 307 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 januari 2021, wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, luidende:
  " § 2/2. Wanneer de belastingplichtige huurder is van een onroerend goed of houder is van een recht van opstal, van een recht van erfpacht of van een ander zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed en de belastingplichtige een rechtspersoon is die ertoe gehouden is een aangifte in de inkomstenbelastingen in te dienen of een natuurlijke persoon is die de huurvergoedingen voor dat onroerend goed of de vergoedingen voor de vestiging of overdracht voor dat recht geheel of gedeeltelijk in aftrek brengt als werkelijke beroepskosten, moet de aangifte een bijlage met de volgende inlichtingen bevatten:
  a) de identificatiegegevens van de verhuurder(s) of degene(n) die een opstalrecht, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht verleent (verlenen), per goed;
  b) het adres van het onroerend goed of de onroerende goederen;
  c) het bedrag van de huurvergoedingen en de vergoedingen voor een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed, die in het betrokken belastbaar tijdperk zijn betaald of toegekend, per goed;
  d) wanneer de belastingplichtige een natuurlijke persoon is, het deel van de in c) bedoelde bedragen die als werkelijke beroepskosten zijn ingebracht;
  e) wanneer de belastingplichtige onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of een in artikel 227, 2°, bedoelde belastingplichtige is, het bedrag van de huurvergoedingen en de vergoedingen voor een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed die in het betrokken belastbare tijdperk als beroepskosten zijn ingebracht.
  De in het eerste lid, a), bedoelde identificatiegegevens zijn:
  a) wanneer het een natuurlijke persoon betreft:
  - de naam, de voornaam en het volledige adres;
  - desgevallend, het identificatienummer van het Rijksregister of van het wachtregister;
  - desgevallend, het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  b) wanneer het een rechtspersoon betreft:
  - de naam, het volledige adres van de maatschappelijke zetel;
  - desgevallend, het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
  - verhuurder: de persoon op wie de verplichtingen bedoeld in artikel 1719 van het Burgerlijk Wetboek rusten;
  - huurvergoedingen: de huurprijs en de huurvoordelen die aan de verhuurder zijn verleend;
  - vergoedingen voor een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed: de eigenlijke vergoedingen voor dat recht van opstal, recht van erfpacht of ander zakelijk gebruiksrecht en alle andere voordelen die uit hoofde van dat gebruiksrecht zijn toegekend aan de verlener ervan.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de huurvergoedingen en vergoedingen voor een recht van opstal, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed die verbonden zijn aan de leveringen van goederen of diensten verricht door een belastingplichtige gevestigd op het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van artikel 1, § 2, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein, waarvoor overeenkomstig het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde of elke andere wettelijke of reglementaire bepaling toepasbaar op de belastingplichtige, een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld.
  Het model van de in het eerste lid bedoelde bijlage wordt vastgesteld door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
  Met als enig doel de verplichtingen van deze paragraaf na te komen, hebben de betrokken belastingplichtigen de toestemming om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen of van het wachtregister te gebruiken om de verhuurders of personen die een opstalrecht, een recht van erfpacht of een ander zakelijk gebruiksrecht verlenen te identificeren. Dit nummer zal niet langer bewaard worden dan de duur voorzien in de artikelen 315 en 315bis."
Art. 84. Dans l'article 307 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 26 janvier 2021, il est inséré un paragraphe 2/2, rédigé comme suit :
  " § 2/2. Lorsque le contribuable est locataire d'un bien immobilier ou titulaire d'un droit de superficie, d'un droit d'emphytéose ou d'un autre droit réel d'usage sur un bien immobilier et que le contribuable est une personne morale qui est tenue de rentrer une déclaration à l'impôt sur les revenus ou est une personne physique qui déduit tout ou partie des indemnités locatives pour ce bien immobilier ou des indemnités pour la constitution ou la cession de ce droit comme frais professionnel réels, la déclaration doit inclure une annexe contenant les informations suivantes :
  a) les données d'identification du ou des loueurs ou de la ou des personnes concédant un droit de superficie, un droit d'emphytéose ou un autre droit réel d'usage, par bien ;
  b) l'adresse du ou des biens immobiliers ;
  c) le montant des indemnités locatives et des indemnités pour un droit de superficie, un droit d'emphytéose ou un autre droit réel d'usage sur un bien immobilier payées ou attribuées au cours de la période imposable concernée, par bien ;
  d) lorsque le contribuable est une personne physique, la partie des montants visés au c) déduits à titre de frais professionnels réels ;
  e) lorsque le contribuable est assujetti à l'impôt des sociétés ou est un contribuable visé à l'article 227, 2°, le montant des indemnités locatives et des indemnités pour un droit de superficie, un droit d'emphytéose ou un autre droit réel d'usage sur un bien immobilier, déduits à titre de frais professionnels dans la période imposable concernée.
  Les données d'identification visées à l'alinéa 1er, a), sont :
  a) lorsqu'elle concerne une personne physique :
  - le nom, le prénom et l'adresse complète ;
  - le cas échéant, le numéro d'identification du Registre national ou du registre d'attente ;
  - le cas échéant, le numéro d'identification de la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  b) lorsqu'elle concerne une personne morale :
  - la dénomination, l'adresse complète du siège social ;
  - le cas échéant, le numéro d'identification de la Banque-Carrefour des Entreprises.
  Pour l'application du présent paragraphe, on entend par :
  - loueur: la personne sur laquelle reposent les obligations visées à l'article 1719 du Code civil ;
  - indemnités locatives: le loyer et les avantages locatifs accordés au loueur ;
  - indemnités pour un droit de superficie, un droit d'emphytéose ou un autre droit réel d'usage sur un bien immobilier: les redevances pour ce droit de superficie, droit d'emphytéose ou autre droit réel d'usage ainsi que tout autre avantage accordé en vertu de ce droit réel d'usage au cédant du droit.
  Le présent paragraphe n'est pas applicable aux indemnités locatives et aux indemnités pour un droit de superficie, un droit d'emphytéose ou un autre droit réel d'usage sur un bien immeuble qui sont liées à des livraisons de biens ou des prestations de services effectuées par un assujetti établi sur le territoire de la Communauté au sens de l'article 1er, § 2, 2°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée ou en Norvège, en Islande ou au Liechtenstein, pour lesquelles, conformément au Code de la taxe sur la valeur ajoutée, à la directive 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée ou toute autre disposition légale ou réglementaire applicable à l'assujetti, une facture ou un document en tenant lieu a été établi.
  Le modèle de l'annexe visé l'alinéa 1er est fixé par le ministre des Finances ou son délégué.
  Dans le seul but de respecter les obligations du présent paragraphe, les contribuables concernés ont l'autorisation d'utiliser le numéro d'identification du Registre national des personnes physiques ou du registre d'attente pour identifier les loueurs ou les personnes concédant un droit de superficie, un droit d'emphytéose ou un autre droit réel d'usage. Ce numéro ne sera pas conservé plus longtemps que la durée prévue aux articles 315 et 315bis."
Art. 85. Deze afdeling treedt in werking vanaf aanslagjaar 2024.
Art. 85. La présente section entre en vigueur à partir de l'exercice d'imposition 2024.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Afdeling 1. - Technische wijziging
Section 1re. - Modification technique
Art. 86. In artikel 91, § 4, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 20 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden "of de termijn die in uitvoering van artikel 76, § 1, derde lid, is voorzien;";
  b) wordt aangevuld met de bepaling onder 1° /1, luidende:
  "1° /1. krachtens artikel 76, § 2, eerste en tweede lid, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn die in uitvoering van art. 76, § 2, tweede lid, is voorzien;".
Art. 86. A l'article 91, § 4, alinéa 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, remplacé par la loi du 20 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 1° est complété par les mots "ou du délai prévu en exécution de l'article 76, § 1er, alinéa 3 ;" ;
  b) est complété par un 1° /1 rédigé comme suit :
  "1° /1. conformément à l'article 76, § 2, alinéas 1er et 2, à compter de l'expiration du délai prévu en application de l'article 76, § 2, alinéa 2 ;".
Afdeling 2. - Aanpassing van bepaalde artikelen naar aanleiding van de wijziging van het begrip werkdag in het Burgerlijk Wetboek
Section 2. - Adaptation de certains articles à la suite de la modification de la notion du jour ouvrable dans le Code civil
Art. 87. In artikel 93quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet en gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, wordt het woord "twaalfde" vervangen door het woord "tiende".
Art. 87. Dans l'article 93quater, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi et modifié par la loi du 23 avril 2020, le mot "douzième" est remplacé par le mot "dixième".
Art. 88. In artikel 93quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "achtste" vervangen door het woord "zevende";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zeven".
Art. 88. A l'article 93quinquies du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot "huitième" est remplacé par le mot "septième" ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "huit" est remplacé par le mot "sept".
Art. 89. In artikel 93undeciesD, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, gewijzigd bij de wet van 26 november 2018 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de woorden "250 EUR" vervangen door de woorden "2.500 euro" en wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zeven".
Art. 89. Dans l'article 93undeciesD, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2006, modifié par la loi du 26 novembre 2018 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les mots "250 EUR" sont remplacés par les mots "2.500 euros" et le mot "huit" est remplacé par le mot "sept".
Art. 90. Artikelen 87 en 88 zijn van toepassing voor alle situaties waarin de berichten bedoeld in artikel 93ter, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde verzonden worden na 1 januari 2024.
  Artikel 89 is van toepassing voor openbare verkopen van roerende goederen na 10 januari 2024.
Art. 90. Les articles 87 et 88 s'appliquent à toutes les situations dans lesquelles les avis visés à l'article 93ter, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée sont envoyés après le 1er janvier 2024.
  L'article 89 s'applique aux ventes publiques de biens meubles effectuées après le 10 janvier 2024.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen
CHAPITRE 3. - Modifications du Code des droits et taxes divers
Art. 91. In boek II, titel XIV van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt een artikel 20137/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 20137/1. De belastingschuldige van de diverse taksen bedoeld in dit Wetboek, kan de aangiften, formulieren en de erop betrekking hebbende stukken, via elektronische weg overmaken.
  De verzendingen, afleveringen en kennisgevingen maken het voorwerp uit van een elektronisch ontvangstbericht verzonden door de bestemmeling met vermelding van de datum, en in voorkomend geval, het uur van ontvangst."
Art. 91. Dans le livre II, titre XIV du Code des droits et taxes divers, il est inséré un article 20137/1, rédigé comme suit :
  "Art. 20137/1. Le redevable des taxes diverses visées par le présent Code, peut transmettre les déclarations, formulaires et pièces y relatives, par voie électronique.
  Les envois, remises et notifications font l'objet d'un accusé de réception électronique adressé par le destinataire, qui indique la date et, le cas échéant, l'heure de réception."
Art. 92. Artikel 91 treedt in werking op 1 januari 2025.
Art. 92. L'article 91 entre en vigueur le 1er janvier 2025.
HOOFDSTUK 4. - Aanpassing van bepaalde artikelen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen naar aanleiding van de wijziging van het begrip werkdag in het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 4. - Adaptation de certains articles du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales à la suite de la modification de la notion du jour ouvrable dans le Code civil
Art. 93. In artikel 36, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, wordt het woord "twaalfde" vervangen door het woord "tiende".
Art. 93. Dans l'article 36, alinéa 1er, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, modifié par la loi du 23 avril 2020, le mot "douzième" est remplacé par le mot "dixième".
Art. 94. In artikel 37, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "achtste" vervangen door het woord "zevende";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zeven".
Art. 94. Dans l'article 37 du même Code, modifié par la loi du 20 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot "huitième" est remplacé par le mot "septième" ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "huit" est remplacé par le mot "sept".
Art. 95. In artikel 44, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "twaalfde" vervangen door het woord "tiende".
Art. 95. Dans l'article 44, § 1er, alinéa 1er, du même Code, le mot "douzième" est remplacé par le mot "dixième".
Art. 96. In artikel 49, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "acht" vervangen door het woord "zeven".
Art. 96. Dans l'article 49, alinéa 1er, du même Code, le mot "huit" est remplacé par le mot "sept".
Art. 97. Artikelen 93 tot 94 zijn van toepassing voor alle situaties waarin de berichten bedoeld in artikel 35, § 1, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen verzonden worden na 1 januari 2024.
Art. 97. Les articles 93 à 94 s'appliquent à toutes les situations dans lesquelles les avis visés à l'article 35, § 1er du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales sont envoyés après le 1er janvier 2024.
HOOFDSTUK 5. - Aanpassing van bepaalde artikelen van de programmawet (I) van 29 maart 2012 naar aanleiding van de wijziging van het begrip werkdag in het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 5. - Adaptation de certains articles de la loi-programme (I) du 29 mars 2012 suite à la modification de la notion de jour ouvrable dans le Code civil
Art. 98. In artikel 158, eerste lid, van de programmawet (I) van 29 maart 2012, vervangen bij de wet van 23 april 2020, wordt het woord "twaalfde" vervangen door het woord "tiende".
Art. 98. Dans l'article 158, alinéa 1er, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, remplacé par la loi du 23 avril 2020, le mot "douzième" est remplacé par le mot "dixième".
Art. 99. In artikel 158/1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 23 april 2020, wordt het woord "twaalfde" vervangen door het woord "tiende".
Art. 99. Dans l'article 158/1, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 23 avril 2020, le mot "douzième" est remplacé par le mot "dixième".
Art. 100. Artikelen 98 en 99 zijn van toepassing voor alle situaties waarin de berichten bedoeld in artikel 157, § 1, van de programmawet (I) van 29 maart 2012 of in artikel 157/1, § 1 van dezelfde wet, verzonden worden na 1 januari 2024.
Art. 100. Les articles 98 et 99 s'appliquent à toutes les situations dans lesquelles les avis visés à l'article 157, § 1er, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012 ou à l'article 157/1, § 1er de la même loi, sont envoyés après le 1er janvier 2024.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 30 juli 2013 met betrekking tot de certificatie van een geregistreerd kassasysteem in de horecasector
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 30 juillet 2013 relative à la certification d'un système de caisse enregistreuse dans le secteur horeca
Art. 101. In het opschrift van de wet van 30 juli 2013 met betrekking tot de certificatie van een geregistreerd kassasysteem in de horecasector, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 september 2018, worden de woorden "in de horecasector" opgeheven.
Art. 101. Dans l'intitulé de la loi du 30 juillet 2013 relative à la certification d'un système de caisse enregistreuse dans le secteur horeca, modifié en dernier par la loi du 20 septembre 2018, les mots "dans le secteur horeca" sont abrogés.
Art. 102. Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 september 2018, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten dient te worden verstaan onder:
  1° "geregistreerd kassasysteem": het elektronisch kasregister, de terminal met kassasoftware, de computer met kassasoftware of gelijk welk ander gelijkaardig apparaat, dat gebruikt wordt voor de registratie van uitgaande handelingen;
  2° "controlemodule": de module die op onveranderlijke en beveiligde wijze, relevante data van de kastickets opslaat en verwerkt tot een algoritme en eventuele andere controlegegevens die worden afgedrukt op het kasticket en die automatisch digitaal worden verzonden naar de Federale Overheidsdienst Financiën;
  3° "fiscale data module" (FDM): het onderdeel van de controlemodule dat met het kassasysteem wordt verbonden om de fiscale relevante data van het kassasysteem te ontvangen en de datum en het uur van de verschillende gebeurtenissen te genereren. De fiscale data module heeft een uniek identificatienummer en een uniek certificaat voor het aanmaken van een digitale handtekening;
  4° "producent": iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een eindproduct maakt om in België op de markt te brengen, om te worden gebruikt, hetzij als kassasysteem, hetzij als fiscale data module van de controlemodule, binnen het geregistreerde kassasysteem;
  5° "invoerder": iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een eindproduct, geproduceerd buiten België, als vertegenwoordiger van de producent, in België op de markt brengt, om te worden gebruikt, hetzij als kassasysteem, hetzij als fiscale data module van de controlemodule binnen het geregistreerde kassasysteem;
  6° "verdeler": iedere natuurlijke of rechtspersoon, die in België aan een btw-belastingplichtige een gecertificeerd kassasysteem of een gecertificeerde fiscale data module, bestemd om te worden gebruikt in een geregistreerd kassasysteem, verkoopt of verhuurt;
  7° "bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën": de dienst belast met alle certificatie- en registratieaanvragen, de uitvoering van de certificatieprocedure en de initialisatie van de fiscale data module.
  Het bovenbedoeld geregistreerd kassasysteem bestaat uit twee componenten: een kassasysteem en de in het eerste lid, 2°, bedoelde controlemodule."
Art. 102. L'article 2 de la même loi, modifié par la loi du 20 septembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 2. Pour l'application de la présente loi et des arrêtés pris pour son exécution, on entend par :
  1° "système de caisse enregistreuse": la caisse enregistreuse électronique, le terminal comprenant le logiciel de caisse, l'ordinateur comprenant le logiciel de caisse ou tout autre appareil similaire, utilisé pour l'enregistrement des opérations à la sortie ;
  2° "module de contrôle": le module qui enregistre les données pertinentes des tickets de caisse de façon inaltérable et sécurisée et les transforme en un algorithme, ainsi que d'autres données éventuelles de contrôle imprimées sur le ticket de caisse et qui sont transmises automatiquement sous forme numérique au Service public fédéral Finances ;
  3° "fiscal data module" (FDM): l'élément du module de contrôle relié au système de caisse prévu pour recevoir du système de caisse les données fiscales pertinentes et générer la date et l'heure de tous les événements qui se sont produits. Le fiscal data module est pourvu d'un numéro d'identification unique et d'un certificat unique pour la création d'une signature numérique ;
  4° "fabricant": toute personne physique ou morale qui fabrique un produit fini pour le mettre sur le marché en Belgique et pour être utilisé soit comme système de caisse, soit comme fiscal data module du module de contrôle dans le système de caisse enregistreuse ;
  5° "importateur": toute personne physique ou morale qui met sur le marché en Belgique un produit fini fabriqué en dehors de la Belgique, et destiné à être utilisé soit comme système de caisse, soit comme fiscal data module du module de contrôle dans le système de caisse enregistreuse ;
  6° "distributeur": toute personne physique ou morale qui vend ou donne en location, en Belgique, à un assujetti à la T.V.A., un système de caisse certifié ou un fiscal data module certifié destiné à être utilisé dans un système de caisse enregistreuse ;
  7° "service compétent du Service public fédéral Finances": le service chargé de traiter toutes les demandes de certification et d'enregistrement, d'accomplir la procédure de certification et l'initialisation du fiscal data module.
  Le système de caisse enregistreuse susvisé se compose de deux éléments: un système de caisse et le module de contrôle visé à l'alinéa 1er, 2°. "
Art. 103. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2024.
Art. 103. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2024.
HOOFDSTUK 7. - Bepalingen eigen aan de ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en de niet-fiscale schuldvorderingen, die belast zijn met de inning
CHAPITRE 7. - Dispositions relatives aux agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception
Afdeling 1. - Onderzoeksbevoegdheden van de ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en de niet-fiscale schuldvorderingen, die zijn belast met de inning
Section 1re. - Pouvoirs d'investigation des agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception
Art. 104. Onverminderd het recht van de ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die zijn belast met de inning, om mondeling inlichtingen te vragen, is iedere persoon verplicht deze ambtenaren op hun verzoek en na uitputting door hen van de andere middelen waarover ze beschikken, binnen de termijn vermeld op de schriftelijke aanvraag, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te verstrekken die van hem worden gevorderd, teneinde de geïnde bedragen correct aan te wenden ter betaling van de door een persoon verschuldigde fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, of teneinde over te gaan tot de terugbetaling van de aan een persoon terug te geven of te betalen sommen, met inbegrip van het beheer van de onverschuldigde terugbetalingen.
  Wanneer een krachtens het eerste lid aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, verzoekt de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate de vraag om inlichtingen verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim.
Art. 104. Sans préjudice du droit des agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception, de demander des renseignements verbaux, toute personne a l'obligation, lorsqu'elle en est requise par ces agents et après épuisement par ceux-ci des autres moyens mis à leur disposition, de leur fournir, par écrit, dans le délai mentionné dans la demande écrite, ce délai pouvant être prolongé pour de justes motifs, tous renseignements adéquats, pertinents et non excessifs qui lui sont réclamés afin d'affecter correctement les sommes perçues au paiement des créances fiscales et non fiscales dues par une personne, ou afin de procéder au remboursement des sommes à restituer ou à payer à une personne en ce compris la gestion des remboursements indus.
  Lorsque la personne requise en vertu de l'alinéa 1er se prévaut du secret professionnel, l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales sollicite l'intervention de l'autorité disciplinaire territorialement compétente afin qu'elle puisse apprécier si et éventuellement dans quelle mesure la demande de renseignements se concilie avec le respect du secret professionnel.
Art. 105. § 1. De administratieve diensten van de Staat, de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de administraties van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten evenals de openbare instellingen en inrichtingen, zijn gehouden, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die is belast met de inning, hem alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te verstrekken welke de bedoelde ambtenaar nodig acht teneinde de geïnde bedragen correct aan te wenden ter betaling van de door een persoon verschuldigde fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, of teneinde over te gaan tot de terugbetaling van de aan een persoon terug te geven of te betalen sommen, met inbegrip van het beheer van de onverschuldigde terugbetalingen.
  Onder "openbare instellingen of inrichtingen" verstaat men de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten welke de Staat, een Gemeenschap of een Gewest mede beheert, waaraan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest een waarborg verstrekt, op de werkzaamheden waarvan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de federale regering of een Gemeenschaps- of Gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring.
  Van de inlichtingen in verband met gerechtelijke procedures mag evenwel geen inzage of afschrift worden verleend zonder uitdrukkelijke toelating van het openbaar ministerie.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de Algemene Directie Statistiek Statistics Belgium van de Federale Overheidsdienst Economie, noch op de Gemeenschappen en Gewesten voor de bevoegdheden die voorheen waren toegekend aan het Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand en die overgedragen werden aan de Gemeenschappen en Gewesten wat de individueel verkregen inlichtingen betreft.
Art. 105. § 1er. Les services administratifs de l'Etat, les parquets et les greffes des cours et de toutes les juridictions, les administrations des Communautés, des Régions, des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes et des communes, ainsi que les établissements et organismes publics sont tenus, lorsqu'ils en sont requis par un agent de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargé de la perception, de lui fournir tous renseignements adéquats, pertinents et non excessifs en leur possession que ledit agent juge nécessaires afin d'affecter correctement les sommes perçues au paiement des créances fiscales et non fiscales dues par une personne, ou afin de procéder au remboursement des sommes à restituer ou à payer à une personne en ce compris la gestion des remboursements indus.
  Par "établissements ou organismes publics", on entend les institutions, sociétés, associations, établissements et services que l'Etat, une Communauté ou une Région cogère, auxquels l'Etat, une Communauté ou une Région fournit une garantie, dont les activités sont contrôlées par l'Etat, une Communauté ou une Région ou dont le personnel de direction est désigné par le gouvernement fédéral ou un gouvernement communautaire ou régional, sur sa proposition ou moyennant son approbation.
  Toutefois, les renseignements relatifs à des procédures judiciaires ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du ministère public.
  § 2. Le paragraphe 1er n'est pas applicable à la Direction générale Statistique Statistics Belgium du Service public fédéral Economie, ni aux Communautés et Régions pour les compétences qui autrefois étaient concédées à l'Institut d'Etude économique et social des Classes moyennes et qui ont été transférées aux Communautés et Régions pour ce qui concerne les renseignements individuels recueillis.
Art. 106. Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden aan de ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die zijn belast met de inning, alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen, die bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren teneinde de geïnde bedragen correct aan te wenden ter betaling van de door een persoon verschuldigde fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, of teneinde over te gaan tot de terugbetaling van de aan een persoon terug te geven of te betalen sommen, met inbegrip van het beheer van de onverschuldigde terugbetalingen onder de voorwaarden en modaliteiten bepaald door artikel 4 van de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten.
Art. 106. Toutes les administrations qui ressortissent du Service public fédéral Finances sont tenues de mettre à disposition des agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception, tous les renseignements adéquats, pertinents et non excessifs en leur possession, qui contribuent à la poursuite de la mission de ces agents afin d'affecter correctement les sommes perçues au paiement des créances fiscales et non fiscales dues par une personne, ou afin de procéder au remboursement des sommes à restituer ou à payer à une personne, en ce compris la gestion des remboursements indus, aux conditions et modalités fixées par l'article 4 de la loi du 3 août 2012 portant dispositions relatives aux traitements de données à caractère personnel réalisés par le Service public fédéral Finances dans le cadre de ses missions.
Art. 107. Elke inlichting bij het uitoefenen van zijn functie bekomen door een ambtenaar van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die zijn belast met de inning, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van één van de in artikel 104 bedoelde administratieve diensten, parketten en griffies, administraties, openbare instellingen of inrichtingen, kan door de Staat worden ingeroepen om elke krachtens de fiscale wetten verschuldigde som op te sporen.
Art. 107. Tout renseignement obtenu dans l'exercice de ses fonctions par un agent de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargé de la perception, soit directement, soit par l'entremise d'un des services administratifs, parquets et greffes, administrations, établissements ou organismes publics visés à l'article 105, peut être invoqué par l'Etat pour la recherche de toute somme due en vertu des lois fiscales.
Art. 108. De inbreuken op artikel 105 worden bestraft overeenkomstig artikel 84 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Art. 108. Les infractions à l'article 104 sont sanctionnées conformément à l'article 84 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales.
Afdeling 2. - Beroepsgeheim van de ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die zijn belast met de inning
Section 2. - Du secret professionnel des agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception
Art. 109. § 1. Hij die, in welke hoedanigheid ook, optreedt bij de toepassing van de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot de inning van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bij de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van deze administratie, is, buiten de uitoefening van zijn ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft.
  De ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen oefenen hun ambt uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, aan de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, aan de administraties van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten, evenals aan de in artikel 105, § 1, tweede lid, bedoelde openbare instellingen of inrichtingen, inlichtingen verstrekken welke voor die administratieve diensten, parketten en griffies, administraties, openbare instellingen of inrichtingen nodig zijn om de uitvoering van de hun opgedragen wettelijke of reglementaire bepalingen te verzekeren.
  Personen die deel uitmaken van de diensten waaraan de ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, belast met de inning, ingevolge het tweede lid inlichtingen hebben verstrekt, zijn eveneens tot dezelfde geheimhouding verplicht en mogen de bekomen inlichtingen niet gebruiken buiten het kader van de wettelijke of reglementaire bepalingen voor de uitvoering waarvan zij zijn verstrekt.
  § 2. De schending van het bij de eerste paragraaf bepaalde beroepsgeheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Art. 109. § 1er. Celui qui intervient, à quelque titre que ce soit, dans l'application des dispositions légales ou réglementaires afférentes à la perception des créances fiscales et non fiscales par l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, ou qui a accès aux bureaux de cette administration, est tenu de garder, en dehors de l'exercice de ses fonctions, le secret le plus absolu au sujet de tout ce dont il a eu connaissance par suite de l'exécution de sa mission.
  Les agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception, restent dans l'exercice de leurs fonctions lorsqu'ils communiquent aux autres services administratifs de l'Etat, aux parquets et aux greffes des cours et de toutes les juridictions, aux administrations des Communautés, des Régions, des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes et des communes, ainsi qu'aux établissements ou organismes publics visés à l'article 105, § 1er, alinéa 2, les renseignements qui sont nécessaires à ces services administratifs, parquets et greffes, administrations, établissements ou organismes publics pour assurer l'exécution des dispositions légales ou réglementaires dont ils sont chargés.
  Les personnes appartenant aux services à qui les agents de l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, chargés de la perception, ont fourni des renseignements en application de l'alinéa 2, sont également tenues au même secret et elles ne peuvent utiliser les renseignements obtenus en dehors du cadre des dispositions légales ou réglementaires pour l'exécution desquelles ils ont été fournis.
  § 2. La violation du secret professionnel tel qu'il est défini au paragraphe 1er est punie conformément à l'article 458 du Code pénal.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 29 maart 2018 tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 29 mars 2018 visant à élargir les missions et à renforcer le rôle du service de conciliation fiscale
Art. 110. In het opschrift van hoofdstuk 2 van de wet van 29 maart 2018 tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst, worden de woorden "en fiscale administratieve boetes" vervangen door de woorden ", fiscale administratieve boetes en administratieve geldboeten bedoeld in artikel 84 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen".
Art. 110. Dans l'intitulé du chapitre 2 de la loi du 29 mars 2018 visant à élargir les missions et à renforcer le rôle du service de conciliation fiscale, les mots "et d'amendes administratives fiscales" sont remplacés par les mots ", d'amendes administratives fiscales et des amendes administratives visées à l'article 84 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales".
Art. 111. In artikel 3 van dezelfde wet worden de woorden "en de diverse rechten en taksen" vervangen door de woorden ", de diverse rechten en taksen en de administratieve geldboeten bedoeld in artikel 84 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen".
Art. 111. Dans l'article 3 de la même loi, les mots "et les droits et taxes divers" sont remplacés par les mots ", les droits et taxes divers et les amendes administratives visées à l'article 84 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales".
Art. 112. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 5 § 1. Onverminderd de toepassing van in de specifieke wetten voorziene bepalingen, beslist de fiscale bemiddelingsdienst, bedoeld in artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV), over de verzoeken om kwijtschelding of vermindering van belastingverhogingen en administratieve boetes bedoeld in de artikelen 444 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en over de verzoeken om kwijtschelding of vermindering van belastingenverhogingen en administratieve boetes bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, voor zover die belastingverhogingen en administratieve boetes niet meer onderhevig zijn aan enig administratief en rechterlijk beroep, en zij niet zijn opgelegd ingevolge inbreuken die via de administratieve weg zijn geregeld in het kader van de overleggen bedoeld in de artikelen 29 en 29bis van het Wetboek van Strafvordering of ingevolge inbreuken die via de administratieve weg zijn geregeld in toepassing van artikel 29, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering in het kader van het overleg, ingevoerd door de wet van 20 september 2012 tot instelling van het "una via"-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes.
  § 2. Onverminderd de toepassing van in de specifieke wetten voorziene bepalingen, beslist de fiscale bemiddelingsdienst, bedoeld in artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV), over de verzoeken om kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboeten bedoeld in artikel 84 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, en over de verzoeken om kwijtschelding of vermindering van de proportionele of niet proportionele boeten bedoeld in het Wetboek diverse rechten en taksen, voor zover die administratieve geldboeten niet het voorwerp uitmaken van enig administratief of rechterlijk beroep, en zij niet zijn opgelegd ingevolge inbreuken die via de administratieve weg zijn geregeld in het kader van de overleggen bedoeld in de artikelen 29 en 29bis van het Wetboek van Strafvordering of ingevolge inbreuken die via de administratieve weg zijn geregeld in toepassing van artikel 29, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering in het kader van het overleg, ingevoerd door de wet van 20 september 2012 tot instelling van het "una via"-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes."
Art. 112. L'article 5 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 5. § 1er. Sans préjudice de l'application des dispositions prévues par des lois particulières, le service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV) statue sur les demandes ayant pour objet la remise ou la modération des accroissements d'impôts et des amendes administratives visés aux articles 444 et 445 du Code des impôts sur les revenus 1992, et sur les demandes ayant pour objet la remise ou la modération des accroissements d'impôts et des amendes administratives visés à l'article 2, alinéa 3, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, pour autant que ces accroissements d'impôts et ces amendes administratives ne sont plus susceptibles d'un quelconque recours administratif et judiciaire, et qu'elles n'ont pas été infligées suite à des infractions qui sont réglées par la voie administrative dans le cadre des concertations visées aux articles 29 et 29bis du Code d'instruction criminelle ou suite à des infractions qui sont réglées par la voie administrative en application de l'article 29, alinéa 3, du Code d'instruction criminelle dans le cadre de la concertation mise en place par la loi du 20 septembre 2012 instaurant le principe "una via" dans le cadre de la poursuite des infractions à la législation fiscale et majorant les amendes pénales fiscales.
  § 2. Sans préjudice de l'application des dispositions prévues par des lois particulières, le service de conciliation fiscale visé à l'article 116 de la loi du 25 avril 2007 portant des dispositions diverses (IV) statue sur les demandes ayant pour objet la remise ou la modération des amendes administratives visées à l'article 84 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, et sur les demandes ayant pour objet la remise ou la modération des amendes proportionnelles et non proportionnelles visées au Code des droits et taxes divers, pour autant que ces amendes administratives ne font pas l'objet d'un quelconque recours administratif ou judiciaire, et qu'elles n'ont pas été infligées suite à des infractions qui sont réglées par la voie administrative dans le cadre des concertations visées aux articles 29 et 29bis du Code d'instruction criminelle ou suite à des infractions qui sont réglées par la voie administrative en application de l'article 29, alinéa 3, du Code d'instruction criminelle dans le cadre de la concertation mise en place par la loi du 20 septembre 2012 instaurant le principe "una via" dans le cadre de la poursuite des infractions à la législation fiscale et majorant les amendes pénales fiscales."
TITEL 8. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 17 JULI 2001 BETREFFENDE DE MACHTIGING VOOR DE FEDERALE OVERHEIDSDIENSTEN OM ZICH TE VERENIGEN MET HET OOG OP DE UITVOERING VAN WERKZAAMHEDEN INZAKE INFORMATIEBEHEER EN INFORMATIEVEILIGHEID
TITRE 8. - MODIFICATION DE LA LOI DU 17 JUILLET 2001 RELATIVE A L'AUTORISATION POUR LES SERVICES PUBLICS FEDERAUX DE S'ASSOCIER EN VUE DE L'EXECUTION DE TRAVAUX RELATIFS A LA GESTION ET A LA SECURITE DE L'INFORMATION
Art. 113. Artikel 2 van de wet van 17 juli 2001 betreffende de machtiging voor de federale overheidsdiensten om zich te verenigen met het oog op de uitvoering van werkzaamheden inzake informatiebeheer en informatieveiligheid, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In voorkomend geval kunnen de leden bijdragen aan de werking van de vereniging door haar bepaalde diensten binnen hun vakgebied en het gebruik van lokalen en uitrusting aan te bieden. De voorwaarden en de omvang van deze bijdragen worden vastgelegd in een protocol getekend door het lid en de vereniging."
Art. 113. L'article 2 de la loi du 17 juillet 2001 relative à l'autorisation pour les services publics fédéraux de s'associer en vue de l'exécution de travaux relatifs à la gestion et à la sécurité de l'information, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les membres peuvent, le cas échéant, contribuer au fonctionnement de l'association en lui offrant certains services dans leur domaine d'expertise ainsi que la jouissance de locaux et de matériel. Les modalités et l'étendue de cette prise en charge sont consignées dans un Protocole signé par le membre et l'association."
TITEL 9. - VOORWAARDEN VAN DE TOEKENNING VAN DE STAATSWAARBORG AAN INFRABEL
TITRE 9. - CONDITIONS DE L'OCTROI DE LA GARANTIE DE L'ETAT A INFRABEL
Art. 114. Artikel 203 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004, wordt aangevuld met de volgende bepaling:
  "De Koning mag, in afwijking van artikel 12, § 2, tweede lid, 2°, afwijken, voor leningen die bij een multilaterale bank worden aangegaan, van het koninklijk besluit nr. 517 van 31 maart 1987 ter invoering van een jaarlijkse premie op de door de Staat gewaarborgde nieuwe verbintenissen van bepaalde instellingen van de openbare sector."
Art. 114. L'article 203 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, inséré par l'arrêté royal du 14 juin 2004, est complété par ce qui suit :
  "Par dérogation à l'article 12, § 2, alinéa 2, 2°, le Roi peut, pour les emprunts contractés auprès d'une banque multilatérale, déroger à l'arrêté royal n° 517 du 31 mars 1987 instaurant une prime annuelle sur les nouveaux engagements garantis par l'Etat de certaines institutions du secteur public."