Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 NOVEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
Titre
23 NOVEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande et l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Dokumentinformationen
Numac: 2023048282
Datum: 2023-11-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023048282
Date: 2023-11-23
Moniteur: Voir
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande
Artikel 1. In artikel 434 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, 4 december 2020 en 1 juli 2022, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
  " § 3. Als een centrum voor dagverzorging voor het eerst erkend wordt na de referentieperiode, dus na 30 juni van het jaar J, heeft het centrum voor dagverzorging vanaf de dag van de erkenning tot de laatste dag van de maand die erop volgt, conform artikel 520 recht op de volledige tegemoetkoming van 49,59 euro (F-forfait) of 93,47 euro (Fp-forfait), vermeld in artikel 506.
  Voor de periode vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het centrum voor dagverzorging is erkend, tot en met 31 december van het jaar J + 1 worden voor de bepaling van de tegemoetkoming de contracten of statutaire tewerkstellingen van het personeel en het aantal personen die gebruik maken van het centrum voor dagverzorging, zoals meegedeeld door het centrum voor dagverzorging conform van artikel 456, § 1, in aanmerking genomen op de laatste dag van de maand die volgt op de erkenning.
  Als er op de laatste dag van de maand die volgt op de erkenning geen gebruikers aanwezig zijn, wordt de basistegemoetkoming voor zorg berekend conform het aantal gebruikers op de voorafgaande of eerstvolgende dag waarop wel gebruikers aanwezig zijn.
  Als het centrum voor dagverzorging op de laatste dag van de maand die volgt op de erkenning, of als er op die dag geen personen het centrum voor dagverzorging gebruikten, op de eerste dag voorafgaand of volgend op de laatste dag van de maand die volgt op de erkenning, waarop er wel personen waren die het centrum voor dagverzorging gebruikten, niet voldoet aan de normen, vermeld in artikel 433, § 3 of § 4, worden de regels, vermeld in paragraaf 1 en 2, toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin het centrum voor dagverzorging is erkend.".
Article 1er. Dans l'article 434 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 juin 2019, 4 décembre 2020 et 1er juillet 2022, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Si le centre de soins de jour est agréé pour la première fois après la période de référence, c'est-à-dire après le 30 juin de l'année J, il a droit à l'intervention intégrale de 49,59 euros (forfait F) ou 93,47 euros (forfait Fp) visée à l'article 506, à partir du jour de l'agrément jusqu'au dernier jour du mois suivant, conformément à l'article 520.
  Pour la détermination de l'intervention portant sur la période allant du premier jour du deuxième mois suivant le mois de l'agrément du centre de soins de jour jusqu'au 31 décembre de l'année J + 1, sont pris en compte les contrats ou les emplois statutaires du personnel et le nombre d'usagers du centre de soins de jour, tels que communiqués par le centre de soins de jour conformément à l'article 456, § 1er, au dernier jour du mois suivant l'agrément.
  Si aucun usager n'est présent le dernier jour du mois qui suit l'agrément, l'intervention de base pour les soins est calculée sur la base du nombre d'usagers effectivement présents le jour qui précède ou le premier jour qui suit.
  Si, le dernier jour du mois suivant l'agrément, ou dans le cas où le centre de soins de jour ne comptait aucun usager ce jour-là, le premier jour précédant ou suivant le dernier jour du mois suivant l'agrément, au cours duquel le centre de soins de jour comptait des usagers, le centre de soins de jour ne répond pas aux normes énoncées à l'article 433, §§ 3 ou 4, les règles énoncées aux paragraphes 1er et 2 s'appliquent à partir du premier jour du deuxième mois suivant le mois au cours duquel le centre de soins de jour a été agréé. ".
Art. 2. Aan boek 3, deel 1, titel 6, hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt een artikel 451/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 451/1. In deze titel wordt voor de berekening van de tegemoetkomingen onder gefactureerde dagen begrepen:
  1° het aantal aan de zorgkassen gefactureerde dagen per prestatiecode die betrekking hebben op een afhankelijkheidscategorie, vermeld in artikel 47 en de bijlage 2 van het ministerieel besluit van 15 mei 2019 betreffende de uitvoering van de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum, centrum voor kortverblijf of dagverzorgingscentrum, zoals die beschikbaar zijn bij het agentschap op het moment van berekening na de periode van eventuele wijzigingen van de gegevens door de voorzieningen zoals bepaald in artikel 454, derde lid en artikel 456, § 2, derde lid;
  2° de dagen, vermeld in artikel 453, § 1, eerste lid, 1°, d), en artikel 456/1, § 1, eerste lid, 1°, d), van dit besluit.".
Art. 2. Dans le livre 3, partie 1re, titre 6, chapitre 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, il est inséré un article 451/1, rédigé comme suit :
  " Art. 451/1. Dans le présent titre, aux fins du calcul des interventions, on entend par jours facturés :
  1° le nombre de jours facturés aux caisses d'assurance soins par code de prestation, qui portent sur une catégorie de dépendance visée à l'article 47 et à l'annexe 2 de l'arrêté ministériel du 15 mai 2019 portant exécution de la protection sociale flamande, en ce qui concerne l'intervention de soins dans un centre de soins résidentiels, un centre de court séjour ou un centre de soins de jour, tels que disponibles auprès de l'agence au moment du calcul après la période de modification éventuelle des données par les structures, comme prévu à l'article 454, alinéa 3, et à l'article 456, § 2, alinéa 3 ;
  2° les jours visés à l'article 453, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), et à l'article 456/1, § 1er, alinéa 1er, 1°, d) du présent arrêté. ".
Art. 3. In artikel 452 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en 14 oktober 2022, worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 4° opgeheven;
  2° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het agentschap haalt de informatie over de verdeling van de bewoners over de afhankelijkheidscategorieën op een bepaalde datum zelf op uit de digitale applicatie, vermeld in artikel 521, § 1.";
  3° het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "Wat het zorgpersoneel betreft, vraagt het agentschap jaarlijks aan de overheidsdienst die bevoegd is om het visum te verlenen, of dat personeel effectief beschikt over een visum om het beroep uit te oefenen of vraagt het agentschap aan het Departement Zorg of de betrokkene een erkenning heeft voor het zorgberoep in kwestie en als dat het geval is, vanaf welke datum het visum of de erkenning is verleend. Als het agentschap dat nodig acht, kan het een kopie van de diploma's en de functie-omschrijving van het personeel opvragen bij de zorgvoorziening.".
Art. 3. A l'article 452 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 mai 2019 et 14 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le point 4° est abrogé ;
  2° entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " L'agence récupère elle-même les informations relatives à la répartition des résidents entre les catégories de dépendance à une date donnée, à partir de l'application numérique visée à l'article 521, § 1er. " ;
  3° l'alinéa 2 existant, qui devient l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
  " En ce qui concerne le personnel soignant, l'agence demande chaque année au service public compétent pour délivrer le visa si ce personnel dispose effectivement d'un visa pour exercer la profession, ou l'agence demande au Département Soins si la personne concernée dispose d'un agrément pour la profession de soins en question et, le cas échéant, à partir de quelle date le visa ou l'agrément a été délivré. Si elle l'estime nécessaire, l'agence peut demander une copie des diplômes et une description de fonction du personnel auprès de la structure de soins. ".
Art. 4. In artikel van 453, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, 17 mei 2019 en 14 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, wordt punt d) opgeheven;
  2° in het eerste lid, 1°, e), wordt de zinsnede "punt d)" vervangen door de zinsnede "artikel 451/1, 1° ";
  3° in het eerste lid, 1° wordt punt f) opgeheven;
  4° in het eerste lid, 1°, wordt punt g) vervangen door wat volgt:
  "g) per subsidiestroom het bankrekeningnummer waarop de zorgvoorziening de betalingen wil ontvangen;";
  5° aan het eerste lid, 1°, wordt een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "h) het vestigingeenheidsnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;";
  6° in het eerste lid, 2°, wordt punt a) opgeheven;
  7° aan het eerste lid, 2°, wordt een punt k) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "k) de melding of het personeelslid in kwestie via meervoudig werkgeverschap in verschillende voorzieningen werkt;";
  8° in het eerste lid, 2° /1, wordt punt a) opgeheven;
  9° in het eerste lid, 2° /2, wordt punt a) opgeheven;
  10° in het eerste lid wordt een punt 2° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2° /3 de volgende gegevens voor de medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en van de zelfstandigen die met een ondernemingscontract aan de zorgvoorziening verbonden zijn en die worden ingeschakeld in de werking van de zorgvoorzieningen én die geen personen zijn als vermeld in punt 2°, 2° /1 en 2° /2:
  a) het INSZ-nummer;
  b) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen;
  c) het aantal niet-gelijkgestelde dagen;
  d) het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren;
  e) de beroepskwalificatie;
  f) het statuut: loontrekkende, statutair of zelfstandig met een ondernemingscontract verbonden aan de zorgvoorziening;
  g) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en, in voorkomend geval, de einddatum;";
  11° in het eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° de volgende gegevens over de coördinerend arts, vermeld in artikel 500 van dit besluit,:
  a) het INSZ-nummer;
  b) het telefoonnummer;
  c) het e-mailadres;
  d) de begin- en einddatum van het contract;";
  12° in het eerste lid wordt punt 9° vervangen door wat volgt:
  "9° de naam, het INSZ-nummer, het telefoonummer en het e-mailadres van de directeur;";
  13° in het eerste lid wordt punt 10° vervangen door wat volgt:
  "10° per thema of subsidie minstens één contactpersoon waarvan de volgende gegevens worden meegedeeld:
  a) de voor- en achternaam;
  b) het telefoonnummer;
  c) het e-mailadres;";
  14° in het tweede lid wordt punt 1° opgeheven;
  15° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Op basis van het INSZ-nummer dat is meegedeeld op basis van deze paragraaf, haalt het agentschap de volgende gegevens zelf op uit het Rijksregister of uit de Kruispuntbankregisters, vermeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid:
  1° de voor- en achternaam;
  2° de geboortedatum.".
Art. 4. A l'article 453, § 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2018, 17 mai 2019 et 14 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, le point d) est abrogé ;
  2° dans l'alinéa 1er, 1°, e), le membre de phrase " au point d) " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 451/1, 1° " ;
  3° dans l'alinéa 1er, 1°, le point f) est abrogé ;
  4° dans l'alinéa 1er, 1°, le point g) est remplacé par ce qui suit :
  " g) pour chaque flux de subventions, le numéro du compte bancaire sur lequel la structure de soins souhaite recevoir les paiements ; " ;
  5° l'alinéa 1er, 1° est complété par un point h), rédigé comme suit :
  " h) le numéro d'unité d'établissement de la Banque-Carrefour des Entreprises ; " ;
  6° dans l'alinéa 1er, 2°, le point a) est abrogé ;
  7° l'alinéa 1er, 2° est complété par un point k), rédigé comme suit :
  " k) l'indication si le membre du personnel en question travaille dans plusieurs structures pour plusieurs employeurs ; " ;
  8° dans l'alinéa 1er, 2° /1, le point a) est abrogé ;
  9° dans l'alinéa 1er, 2° /2, le point a) est abrogé ;
  10° dans l'alinéa 1er, il est inséré un point 2° /3, rédigé comme suit :
  " 2° /3 les données suivantes des collaborateurs déployés dans les structures de soin et des travailleurs indépendants liés à la structure de soins par un contrat d'entreprise et déployés dans le fonctionnement des structures de soins et qui ne sont pas des personnes telles que visées aux points 2°, 2° /1 et 2° /2 :
  a) le numéro NISS ;
  b) le nombre de jours prestés et/ou assimilés ;
  c) le nombre de jours non assimilés ;
  d) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées ;
  e) la qualification professionnelle ;
  f) le statut : salarié, statutaire ou indépendant lié à la structure de soins par un contrat d'entreprise ;
  g) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou s'il est mis fin à l'emploi : la date de début et, le cas échéant, la date de fin ; " ;
  11° dans l'alinéa 1er, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° les données suivantes du médecin coordinateur visé à l'article 500 du présent arrêté ;
  a) le numéro NISS ;
  b) le numéro de téléphone ;
  c) l'adresse e-mail ;
  d) les dates de début et de fin du contrat ; " ;
  12° dans l'alinéa 1er, le point 9° est remplacé par ce qui suit :
  " 9° le nom, le numéro NISS, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail du directeur ; " ;
  13° dans l'alinéa 1er, le point 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° pour chaque thème ou subvention, au moins une personne de contact dont les données suivantes sont communiquées :
  a) les prénom et nom ;
  b) le numéro de téléphone ;
  c) l'adresse e-mail ; " ;
  14° dans l'alinéa 2, le point 1° est abrogé ;
  15° il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
  " Sur la base du numéro NISS communiqué en vertu du présent paragraphe, l'agence récupère elle-même les données suivantes du Registre national ou des registres de la Banque-Carrefour, figurant à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale :
  1° les prénom et nom ;
  2° la date de naissance. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt een artikel 456/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 456/1. § 1. In de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 456, worden onder meer de volgende gegevens opgenomen per trimester:
  1° de volgende gegevens over het centrum voor dagverzorging:
  a) het RSZ-nummer;
  b) het statuut;
  c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties;
  d) het aantal gefactureerde dagen per afhankelijkheidscategorie voor de bewoners die niet zijn opgenomen in artikel 451/1, 1°, van dit besluit;
  e) per subsidiestroom het bankrekeningnummer waarop de zorgvoorziening de betalingen wil ontvangen;
  f) het vestigingeenheidsnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° gegevens voor alle verpleegkundigen, personeel voor reactivering en zorgkundigen: per persoon:
  a) het INSZ-nummer;
  b) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen;
  c) het aantal niet-gelijkgestelde dagen;
  d) het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren;
  e) het aantal gepresteerde uren;
  f) de beroepskwalificatie;
  g) het statuut: loontrekkende of statutair; uitzendkracht; zelfstandige; zelfstandig, statutair of loontrekkend directeur; vervanger;
  h) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en in voorkomend geval de einddatum;
  i) de baremieke anciënniteit, vermeld in artikel 480 van dit besluit;
  j) de melding of het personeelslid in kwestie via meervoudig werkgeverschap in verschillende voorzieningen werkt;
  3° de volgende gegevens voor de medewerkers die ingezet worden in de centra voor dagverzorging en van de zelfstandigen die met een ondernemingscontract aan de centra voor dagverzorging verbonden zijn en die worden ingeschakeld in de werking van centra voor dagverzorging én die geen personen zijn als vermeld in punt 2° :
  a) het INSZ-nummer;
  b) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen;
  c) het aantal niet-gelijkgestelde dagen;
  d) het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren;
  e) de beroepskwalificatie;
  f) het statuut: loontrekkende, statutair of zelfstandig met een ondernemingscontract verbonden aan het centrum voor dagverzorging;
  g) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en, in voorkomend geval, de einddatum;
  4° de bevestiging van de volgende certificaten:
  a) een attest eindeloopbaan als de zorgvoorziening aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
  1) voor de private en non-profit sector: onder de toepassing vallen van een collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten in het bevoegde paritair comité, ter uitvoering van het akkoord voor de gezondheidssector van 26 april 2005, dat is gesloten tussen de federale regering en de representatieve organisaties van de private non-profit sector;
  2) voor de openbare sector: onder de toepassing vallen van een protocol van akkoord dat is gesloten in het bevoegde onderhandelingscomité als vermeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, ter uitvoering van het protocol nr. 148/2 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten van 29 juni, 5 juli en 18 juli 2005;
  b) een attest sociaal akkoord als de zorgvoorziening voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 428 van dit besluit;
  c) een attest nosocomiaal als de zorgvoorziening voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 490 van dit besluit;
  d) een attest palliatieve functie als de zorgvoorziening voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 491 tot en met 494 van dit besluit;
  e) een attest functie dementie als de zorgvoorziening voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 502 van dit besluit;
  5° de voor- en achternaam, het rijksregisternummer, het telefoonummer en het e-mailadres van de directeur;
  6° per thema of subsidie minstens één contactpersoon van wie de volgende gegevens worden meegedeeld:
  a) de voor- en achternaam;
  b) het telefoonnummer;
  c) het e-mailadres.
  Op basis van het INSZ-nummer dat is meegedeeld op basis van deze paragraaf, haalt het agentschap de volgende gegevens zelf op uit het Rijksregister of uit de Kruispuntbankregisters, vermeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid:
  1° de voor- en achternaam;
  2° de geboortedatum.
  § 2. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, kunnen in de centra voor dagverzorging en bij de zorgkas gecontroleerd worden door het agentschap. Het agentschap controleert jaarlijks een steekproef van centra voor dagverzorging.
  De leidend ambtenaar kan een administratieve geldboete opleggen als vermeld in artikel 150/1 van het decreet van 18 mei 2018, als het agentschap vaststelt dat een centrum voor dagverzorging de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 456, opzettelijk verkeerd heeft ingevuld met als doel om een hogere tegemoetkoming te verkrijgen dan de tegemoetkoming waarop het centrum op basis van de reële gegevens recht heeft. De bewijslast daarvan ligt bij het agentschap.
  De leidend ambtenaar maakt met een aangetekende brief een gemotiveerde vaststelling over aan het centrum voor dagverzorging. Het centrum voor dagverzorging betaalt de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, binnen drie maanden na de dag waarop het de voormelde gemotiveerde vaststelling heeft ontvangen.
  Als het centrum voor dagverzorging niet betaalt binnen de termijn, vermeld in het derde lid, wordt de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, bij dwangbevel ingevorderd. De leidend ambtenaar viseert het voormelde dwangbevel en verklaart het uitvoerbaar. De gegevens van het centrum voor dagverzorging waarbij de voormelde administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, bij dwangbevel moet worden ingevorderd, worden bezorgd aan de Vlaamse Belastingdienst.
  Het centrum voor dagverzorging past binnen de termijn, vermeld in het derde lid, de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 456, aan op basis van de reële gegevens voor de referentieperiode die het laatst is bevestigd. Op basis van de voormelde reële gegevens wordt de tegemoetkoming herberekend en in voorkomend geval wordt het bedrag dat te veel betaald is, teruggevorderd.
  Het centrum voor dagverzorging kan binnen dertig dagen na de datum waarop het de gemotiveerde vaststelling, vermeld in het derde lid, heeft ontvangen, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Het beroep bij de arbeidsrechtbank schorst de termijn van drie maanden, vermeld in het derde en vijfde lid.".
Art. 5. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, il est inséré un article 456/1, rédigé comme suit :
  " Art. 456/1. § 1er. Le questionnaire électronique visé à l'article 456 reprend notamment les données suivantes par trimestre :
  1° les données suivantes du centre de soins de jour :
  a) le numéro ONSS ;
  b) le statut ;
  c) la durée de travail hebdomadaire moyenne pour prestations complètes ;
  d) le nombre de journées facturées par catégorie de dépendance pour les résidents non repris à l'article 451/1, 1°, du présent arrêté ;
  e) pour chaque flux de subventions, le numéro du compte bancaire sur lequel la structure de soins souhaite recevoir les paiements ;
  f) le numéro d'unité d'établissement de la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  2° les données de tous les infirmiers, du personnel de réactivation et des aides-soignants : par personne:
  a) le numéro NISS ;
  b) le nombre de jours prestés et/ou assimilés ;
  c) le nombre de jours non assimilés ;
  d) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées ;
  e) le nombre d'heures prestées ;
  f) la qualification professionnelle ;
  g) le statut : salarié ou statutaire ; travailleur intérimaire ; travailleur indépendant ; indépendant, statutaire ou directeur salarié ; remplaçant ;
  h) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou s'il est mis fin à l'emploi : la date de début et, le cas échéant, la date de fin ;
  i) l'ancienneté barémique visée à l'article 480 du présent arrêté ;
  j) l'indication si le membre du personnel en question travaille dans plusieurs structures pour plusieurs employeurs ;
  3° les données suivantes des collaborateurs déployés dans les centres de soins de jour et des travailleurs indépendants liés aux centres de soins de jour par un contrat d'entreprise et déployés dans le fonctionnement des centres de soins de jour et qui ne sont pas des personnes telles que visées au point 2° :
  a) le numéro NISS ;
  b) le nombre de jours prestés et/ou assimilés ;
  c) le nombre de jours non assimilés ;
  d) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées ;
  e) la qualification professionnelle ;
  f) le statut : salarié, statutaire ou indépendant lié au centre de soins de jour par un contrat d'entreprise ;
  g) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou s'il est mis fin à l'emploi : la date de début et, le cas échéant, la date de fin ;
  4° la confirmation des certificats suivants :
  a) une attestation de fin de carrière si la structure de soins répond à l'une des conditions suivantes :
  1) pour les secteurs privé et non marchand : relever de l'application d'une convention collective de travail conclue au sein de la commission paritaire compétente, en exécution de l'accord pour le secteur des soins de santé du 26 avril 2005, conclu entre le gouvernement fédéral et les organisations représentatives du secteur privé non marchand ;
  2) pour le secteur public : relever de l'application d'un protocole d'accord conclu au sein du comité de négociation compétent, au sens de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités, en exécution du protocole n° 148/2 du Comité commun à l'ensemble des services publics des 29 juin, 5 juillet et 18 juillet 2005 ;
  b) une attestation accord social si la structure de soins remplit les conditions énoncées à l'article 428 du présent arrêté ;
  c) une attestation nosocomiale si la structure de soins remplit les conditions énoncées à l'article 490 du présent arrêté ;
  d) une attestation fonction palliative si la structure de soins remplit les conditions énoncées aux articles 491 à 494 du présent arrêté ;
  e) une attestation fonction démence si la structure de soins remplit les conditions énoncées à l'article 502 du présent arrêté ;
  5° les prénom et nom, le numéro de registre national, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail du directeur ;
  6° pour chaque thème ou subvention, au moins une personne de contact dont les données suivantes sont communiquées :
  a) les prénom et nom ;
  b) le numéro de téléphone ;
  c) l'adresse e-mail.
  Sur la base du numéro NISS communiqué en vertu du présent paragraphe, l'agence récupère elle-même les données suivantes du Registre national ou des registres de la Banque-Carrefour, figurant à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale :
  1° les prénom et nom ;
  2° la date de naissance.
  § 2. Les données énumérées au paragraphe 1er peuvent être vérifiées par l'agence dans les centres de soins de jour et auprès de la caisse d'assurance soins. L'agence contrôle chaque année un échantillon de centres de soins de jour.
  Le fonctionnaire dirigeant peut imposer une amende administrative telle que visée à l'article 150/1 du décret du 18 mai 2018, si l'agence constate qu'un centre de soins de jour a délibérément rempli de manière non véridique le questionnaire électronique visé à l'article 456 dans le but d'obtenir une intervention plus élevée que celle à laquelle il a droit sur la base des données réelles. La charge de la preuve incombe à l'agence.
  Le fonctionnaire dirigeant transmet par lettre recommandée un constat motivé au centre de soins de jour. Le centre de soins de jour paie l'amende administrative visée à l'alinéa 2 dans un délai de trois mois à compter du jour où il a reçu le constat motivé précité.
  Si le centre de soins de jour ne paie pas dans le délai visé à l'alinéa 3, l'amende administrative visée à l'alinéa 2 est perçue au moyen d'une contrainte. Le fonctionnaire dirigeant vise la contrainte précitée et la déclare exécutoire. Les données du centre de soins de jour auprès duquel l'amende administrative précitée, majorée des frais de recouvrement, doit être recouvrée sous contrainte sont transmises au Service flamand des impôts.
  Le centre de soins de jour adapte, dans le délai visé à l'alinéa 3, le questionnaire électronique visé à l'article 456 sur la base des données réelles pour la dernière période de référence confirmée. L'intervention est à nouveau calculée sur la base des données réelles précitées et, le cas échéant, le montant trop perçu est recouvré.
  Le centre de soins de jour peut introduire un recours auprès du tribunal du travail dans un délai de trente jours à compter de la date à laquelle il a reçu le constat motivé, visé à l'alinéa 3. Le recours devant le tribunal du travail suspend le délai de trois mois, visé aux alinéas 3 et 5. ".
Art. 6. Aan boek 3, deel 1, titel 6, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2022 wordt een hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 457/1, toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 4. Gemeenschappelijke bepaling met betrekking tot hoofdstuk 2 en 3"
  Art. 457/1. Het agentschap bewaart de persoonsgegevens, vermeld in artikel 452, 453, 456 en 456/1, gedurende maximaal tien jaar nadat de voorziening de gegevens in kwestie heeft bezorgd.".
Art. 6. Le livre 3, partie 1re, titre 6, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 octobre 2022, est complété par un chapitre 4, comprenant l'article 457/1, rédigé comme suit :
  " Chapitre 4. Disposition commune relative aux chapitres 2 et 3
  Art. 457/1. L'agence conserve les données à caractère personnel visées aux articles 452, 453, 456 et 456/1 pendant une période maximale de dix ans après que la structure a fourni les données en question. ".
Art. 7. In artikel 473 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden punt 20° en 21° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "+ V1 + V2" opgeheven;
  3° in paragraaf 3, eerste lid, worden punt 22° en punt 23° opgeheven;
  4° in paragraaf 4 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de toepassing van het eerste lid wordt in afwijking van artikel 45, § 4, 6°, van bijlage 11 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, het minimale aantal vereiste personeelsleden berekend op basis van het aantal gefactureerde dagen van de bewoners tijdens de referentieperiode.".
Art. 7. A l'article 473 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les points 20° et 21° sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le membre de phrase " + V1 + V2 " est abrogé ;
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les points 22° et 23° sont abrogés ;
  4° dans le paragraphe 4, il est inséré entre les alinéas 1er et 2 un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour l'application de l'alinéa 1er, par dérogation à l'article 45, § 4, 6°, de l'annexe 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, le nombre de membres du personnel minimal requis est calculé sur la base du nombre de jours facturés des résidents au cours de la période de référence. ".
Art. 8. In artikel 481 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. In de woonzorgcentra, in voorkomend geval met de bijbehorende centra voor kortverblijf, die na de toepassing van paragraaf 1 nog een reserve aan personeelsleden voor reactivering hebben, of als dat niet het geval is, nog een reserve aan zorgkundigen hebben, wordt bij de bepaling van het te financieren bedrag voor de personeelsnorm, vermeld in artikel 484, bijkomend rekening gehouden met het aantal voltijds equivalenten dat maximaal gelijk is aan: aantal bewoners die behoren tot de afhankelijkheidscategorie A, die effectief aanwezig zijn in het woonzorgcentrum, in voorkomend geval met het bijbehorende centrum voor kortverblijf, tijdens de referentieperiode en die minstens een 2 scoren voor oriëntatie in tijd en voor oriëntatie van plaats als vermeld in artikel 424, § 2, x 0.8 voltijdsequivalent personeelslid voor reactivering of verzorgend personeel/het aantal dagen tijdens de referentieperiode/30 bewoners.".
Art. 8. Dans l'article 481 du même arrêté, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Dans les centres de soins résidentiels, le cas échéant y compris les centres de court séjour y afférents, qui après l'application du paragraphe premier, disposent encore d'une réserve en personnel de réactivation ou, à défaut, de personnel soignant, il est tenu compte, lors de la fixation du montant à financer pour la norme de personnel visée à l'article 484, du nombre d'équivalents temps plein qui s'élève au maximum à : nombre de résidents classés dans la catégorie de dépendance A, effectivement présents dans le centre de soins résidentiels, le cas échéant y compris dans le centre de court séjour y afférent, au cours de la période de référence, et qui ont un score égal au moins à 2 pour l'orientation dans le temps et pour l'orientation spatiale, au sens de l'article 424, § 2, x 0,8 équivalent temps plein membre du personnel de réactivation ou du personnel soignant/nombre de jours au cours de la période de référence/30 résidents. ".
Art. 9. In boek 3, deel 2, titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2022, worden onderafdeling 21, die bestaat uit artikel 504/4, en onderafdeling 22, die bestaat uit artikel 504/5, opgeheven.
Art. 9. Dans le livre 3, partie 2, titre 3, chapitre 1er, section 1re du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 octobre 2022, la sous-section 21, comprenant l'article 504/4, et la sous-section 22, comprenant l'article 504/5, sont abrogées.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
CHAPITRE 2. - Modifications de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Art. 10. In bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2022, wordt een artikel 83/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 83/1. Het jaarlijkse subsidiebedrag, vermeld in artikel 83, wordt berekend per centrum voor dagopvang waarvoor de dienst een bijkomende erkenning heeft.
  Het voomelde jaarlijkse subsidiebedrag wordt toegekend op basis van de erkenning op 1 januari van het werkingsjaar in kwestie.
  Als de erkenning van een centrum voor dagopvang stopt, wordt het voormelde jaarlijkse subsidiebedrag proportioneel herrekend op basis van het aantal erkende dagen in het werkingsjaar in kwestie.
  Nieuwe centra voor dagopvang komen alleen in aanmerking voor subsidiëring als vermeld in artikel 83, als de erkenning vóór 1 januari van dat werkingsjaar is aangevraagd en als die erkenning uiterlijk op 1 januari van datzelfde werkingsjaar ingaat.".
Art. 10. Dans l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2022, il est inséré un article 83/1, rédigé comme suit :
  " Art. 83/1. Le montant de subvention annuel, visé à l'article 83, est calculé par centre d'accueil de jour pour lequel le service dispose d'un agrément supplémentaire.
  Le montant de subvention annuel précité est octroyé sur la base de l'agrément au 1er janvier de l'année d'activité concernée.
  Lorsque l'agrément d'un centre d'accueil de jour prend fin, le montant de subvention annuel précité est recalculé au prorata du nombre de jours agréés au cours de l'année d'activité en question.
  Les nouveaux centres d'accueil de jour ne sont éligibles au subventionnement, visé à l'article 83, que si l'agrément a été demandé avant le 1er janvier de cette année d'activité et que cet agrément entre en vigueur au plus tard le 1er janvier de la même année d'activité. ".
Art. 11. In artikel 84 van bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2021, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 84 de l'annexe 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2021, l'alinéa 1er est abrogé.
Art. 12. Artikel 84/1 van bijlage 2 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 84/1. De initiatiefnemer van het centrum voor dagopvang bezorgt vóór 1 april van het jaar dat volgt op het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de subsidiëring, vermeld in artikel 83, via het e-loket aan de administratie de bezettingsgegevens van het centrum voor dagopvang.
  De bezettingsgegevens, vermeld in het eerste lid, bestaan uit het totale aantal aanwezigheidsuren van alle gebruikers tijdens het jaar in kwestie.".
Art. 12. L'article 84/1 de l'annexe 2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 84/1. L'initiateur du centre d'accueil de jour fournit à l'administration les données d'occupation du centre d'accueil de jour via l'e-guichet avant le 1er avril de l'année qui suit l'année prise en compte pour le subventionnement, visé à l'article 83.
  Les données d'occupation visées à l'alinéa 1er consistent dans le nombre total d'heures de présence de tous les usagers au cours de l'année en question. ".
Art. 13. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2022, worden een artikel 84/2 en 84/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 84/2. Vóór 1 juli van het werkingsjaar waarop de subsidie, vermeld in artikel 83, betrekking heeft, wordt een voorschot van 90% van het maximale subsidiebedrag, vermeld in artikel 84, eerste lid, en artikel 86 uitbetaald.
  Art. 84/3. Het definitieve subsidiebedrag wordt berekend, toegekend en gesaldeerd op basis van de gegevens die bezorgd worden conform artikel 84/1.
  Als blijkt dat het centrum voor dagopvang te veel voorschotten heeft ontvangen, wordt het teveel aan subsidie dat conform artikel 84/2 is uitbetaald, teruggevorderd.".
Art. 13. Dans l'annexe 2 du même arrêté, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2022, il est inséré des articles 84/2 et 84/3, rédigés comme suit :
  " Art. 84/2. Avant le 1er juillet de l'année d'activité à laquelle se rapporte la subvention visée à l'article 83, une avance de 90 % du montant de subvention maximum, visé à l'article 84, alinéa 1er et à l'article 86, est versée.
  Art. 84/3. Le montant de subvention final est calculé, octroyé et soldé sur la base des données fournies conformément à l'article 84/1.
  Lorsque le centre d'accueil de jour a reçu trop d'avances, l'excédent de subvention versé conformément à l'article 84/2 est récupéré. ".
Art. 14. In artikel 86 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2020, 11 februari 2022 en 28 oktober 2022, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "eerste" en wordt het woord "derde" vervangen door het woord "tweede".
Art. 14. Dans l'article 86 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2020, 11 février 2022 et 28 octobre 2022, le membre de phrase " alinéas 2 et 3 " est remplacé par le membre de phrase " alinéas 1er et 2 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van bijlage 7 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
CHAPITRE 3. - Modifications de l'annexe 7 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Art. 15. In artikel 64, eerste lid, van bijlage 7 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers worden tussen het woord "centrum" en het woord "kan" de woorden "voor dagverzorging" ingevoegd.
Art. 15. Dans l'article 64 de l'annexe 7 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, l'alinéa 1er est complété par les mots " de soins de jour ".
Art. 16. Aan artikel 65 van bijlage 7 bij hetzelfde besluit worden een tweede tot en met een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Het jaarlijks subsidiebedrag, vermeld in artikel 64, wordt toegekend op basis van de erkenning op 1 januari van het werkingsjaar in kwestie.
  Als de erkenning van een centrum voor dagverzorging stopt, wordt het voormelde jaarlijkse subsidiebedrag proportioneel herrekend op basis van het aantal erkende dagen in het werkingsjaar in kwestie.
  Nieuwe centra voor dagverzorging komen alleen in aanmerking voor subsidiëring als vermeld in artikel 64, als de erkenning vóór 1 januari van dat werkingsjaar is aangevraagd en als die erkenning uiterlijk op 1 januari van datzelfde werkingsjaar ingaat.".
Art. 16. L'article 65 de l'annexe 7 au même arrêté est complété par des alinéas deux à quatre, rédigés comme suit :
  " Le montant de subvention annuel, visé à l'article 64 est octroyé sur la base de l'agrément au 1er janvier de l'année d'activité concernée.
  Lorsque l'agrément d'un centre de soins de jour prend fin, le montant de subvention annuel précité est recalculé au prorata du nombre de jours agréés au cours de l'année d'activité en question.
  Les nouveaux centres de soins de jour ne sont éligibles au subventionnement, visé à l'article 64, que si l'agrément a été demandé avant le 1er janvier de cette année d'activité et que cet agrément entre en vigueur au plus tard le 1er janvier de la même année d'activité. ".
Art. 17. In artikel 66 van bijlage 7 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 september 2021 en 20 januari 2023, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 66 de l'annexe 7 au même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 septembre 2021 et 20 janvier 2023, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 18. In bijlage 7 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 28 mei 2021, 17 september 2021 en 20 januari 2023, worden een artikel 66/1 tot en met 66/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 66/1. De initiatiefnemer van het centrum voor dagverzorging bezorgt vóór 1 april van het jaar dat volgt op het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de subsidiëring, vermeld in artikel 64, via het e-loket aan de administratie de bezettingsgegevens van het centrum voor dagverzorging.
  De bezettingsgegevens, vermeld in het eerste lid, bestaan uit het totale aantal aanwezigheidsdagen tijdens het jaar in kwestie, opgesplitst per afhankelijkheidscategorie O en A, vermeld in artikel 425 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, en per afhankelijkheidscategorie F, Fd en D, vermeld in artikel 426 van het voomelde besluit, of afhankelijkheidscategorie Fp, vermeld in artikel 427 van het voormelde besluit.
  Art. 66/2. Vóór 1 juli van het werkingsjaar waarop de subsidie betrekking heeft, wordt een voorschot van 90% van het maximale subsidiebedrag, vermeld in artikel 66, eerste lid, uitbetaald.
  Art. 66/3. Het definitieve subsidiebedrag wordt berekend, toegekend en gesaldeerd op basis van de gegevens die bezorgd worden conform artikel 66/1.
  Als blijkt dat het centrum voor dagverzorging te veel voorschotten heeft ontvangen, wordt het teveel aan subsidie dat conform artikel 66/2 is uitbetaald, teruggevorderd.".
Art. 18. Dans l'annexe 7 du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 28 mai 2021, 17 septembre 2021 et 20 janvier 2023, sont insérés des articles 66/1 à 66/3 rédigés comme suit :
  " Art. 66/1. L'initiateur du centre de soins de jour fournit à l'administration les données d'occupation du centre de soins de jour via l'e-guichet avant le 1er avril de l'année qui suit l'année prise en compte pour le subventionnement, visé à l'article 64.
  Les données d'occupation, visées à l'alinéa 1er, consistent en un nombre total de jours de présence au cours de l'année concernée, ventilé par catégorie de dépendance O et A, visées à l'article 425 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, et par catégorie de dépendance F, Fd et D, visées à l'article 426 de l'arrêté précité, ou par catégorie de dépendance Fp, visée à l'article 427 de l'arrêté précité.
  Art. 66/2. Avant le 1er juillet de l'année d'activité à laquelle se rapporte la subvention, une avance de 90 % du montant de subvention maximum, visé à l'article 66, alinéa 1er, est versée.
  Art. 66/3. Le montant de subvention final est calculé, octroyé et soldé sur la base des données fournies conformément à l'article 66/1.
  Lorsque le centre de soins de jour a reçu trop d'avances, l'excédent de subvention versé conformément à l'article 66/2 est récupéré. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
CHAPITRE 4. - Modifications de l'annexe 8 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Art. 19. In artikel 34 van bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers wordt het woord "administrateur-generaal" vervangen door het woord "minister".
Art. 19. Dans l'article 34 de l'annexe 8 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, les mots " l'administrateur général " sont remplacés par les mots " le ministre ".
Art. 20. In artikel 35, eerste lid, van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt het woord "moet" opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 35, alinéa 1er, de l'annexe 8 du même arrêté, les mots " doit réaliser " sont remplacés par le mot " réalise ".
Art. 21. In bijlage 8 bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023, worden een artikel 35/1 tot en met 35/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 35/1. De initiatiefnemer van het centrum voor kortverblijf bezorgt vóór 1 april van het jaar dat volgt op het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de subsidiëring, vermeld in artikel 34 via het e-loket aan de administratie de bezettingsgegevens van het centrum voor kortverblijf.
  De bezettingsgegevens, vermeld in het eerste lid, bestaan uit het totale aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers tijdens het jaar in kwestie.
  Art. 35/2. Het jaarlijkse subsidiebedrag, vermeld in artikel 34, wordt toegekend op basis van het aantal erkende woongelegenheden op 1 januari van het werkingsjaar in kwestie.
  Als de erkenning van een centrum voor kortverblijf stopt of vermindert in de loop van een jaar, wordt de subsidie, vermeld in artikel 34 proportioneel herrekend op basis van het aantal erkende dagen en de erkende capaciteit in het werkingsjaar in kwestie.
  Nieuwe centra voor kortverblijf komen alleen in aanmerking voor subsidiëring als vermeld in artikel 34 als de erkenning vóór 1 januari van dat werkingsjaar is aangevraagd en als die erkenning uiterlijk op 1 januari van datzelfde werkingsjaar ingaat.
  Art. 35/3. Vóór 1 juli van het jaar waarop de subsidie, vermeld in artikel 34 betrekking heeft, wordt een voorschot van 90% van het maximale subsidiebedrag, vermeld in artikel 35/2, eerste lid, uitbetaald.
  Art. 35/4. Het definitieve subsidiebedrag wordt berekend, toegekend en gesaldeerd op basis van de gegevens die bezorgd worden conform artikel 35/1.
  Als blijkt dat het centrum voor kortverblijf te veel voorschotten heeft ontvangen, wordt het teveel aan subsidie dat conform artikel 35/2, tweede lid, is uitbetaald, teruggevorderd.".
Art. 21. Dans l'annexe 8 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2023, sont insérés des articles 35/1 à 35/4, rédigés comme suit :
  " Art. 35/1. L'initiateur du centre de court séjour fournit à l'administration les données d'occupation du centre de court séjour via l'e-guichet avant le 1er avril de l'année qui suit l'année prise en compte pour le subventionnement, visé à l'article 34.
  Les données d'occupation visées à l'alinéa 1er consistent dans le nombre total de jours de présence de tous les usagers au cours de l'année en question.
  Art. 35/2. Le montant de subvention annuel, visé à l'article 34 est octroyé sur la base du nombre de logements agréés au 1er janvier de l'année d'activité concernée.
  Lorsque l'agrément d'un centre de court séjour prend fin ou est réduit au cours d'une année, la subvention visée à l'article 34 est recalculée au prorata du nombre de jours agréés et de la capacité agréée dans l'année d'activité en question.
  Les nouveaux centres de court séjour ne sont éligibles au subventionnement, visé à l'article 34, que si l'agrément a été demandé avant le 1er janvier de cette année d'activité et que cet agrément entre en vigueur au plus tard le 1er janvier de la même année d'activité.
  Art. 35/3. Avant le 1er juillet de l'année à laquelle se rapporte la subvention visée à l'article 34, une avance de 90 % du montant de subvention maximum, visé à l'article 35/2, alinéa 1er, est versée.
  Art. 35/4. Le montant de subvention final est calculé, octroyé et soldé sur la base des données fournies conformément à l'article 35/1.
  Lorsque le centre de court séjour a reçu trop d'avances, l'excédent de subvention versé conformément à l'article 35/2 est récupéré. ".
Art. 22. Artikel 36 van bijlage 8 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 36 de l'annexe 8 au même arrêté est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van bijlage 13 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
CHAPITRE 5. - Modifications de l'annexe 13 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers
Art. 23. Artikel 4 van bijlage 13 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4. Vóór 1 april van het jaar dat volgt op het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de subsidiëring, vermeld in artikel 2, bezorgt de initiatiefnemer van het woonzorgcentrum, aan de hand van een elektronische vragenlijst waarvan de administratie het model bepaalt, de volgende gegevens voor het subsidiejaar in kwestie:
  1° voor het woonzorgcentrum:
  a) het RSZ-nummer;
  b) het statuut;
  c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties;
  2° per werknemer van elk gewezen DAC-project en zijn eventuele vervangers:
  a) het INSZ-nummer;
  b) het aantal gepresteerde en gelijkgestelde dagen en voor de periode van deeltijdse tewerkstelling het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren;
  c) het aantal niet-gelijkgestelde dagen of uren;
  d) het statuut: loontrekkende of statutair;
  e) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en in voorkomend geval de einddatum.
  Naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, bezorgt het woonzorgcentrum de volgende documenten aan de administratie op eerste verzoek:
  1° een kopie van de RSZ-aangifte waarin de personeelsleden in kwestie zijn opgenomen;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst van de personeelsleden in kwestie.
  Op basis van het INSZ-nummer dat is meegedeeld met toepassing van het eerste lid, 2°, a), haalt de administratie de volgende gegevens zelf op uit het Rijksregister of uit de Kruispuntbankregisters, vermeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid:
  1° de voor- en achternaam;
  2° de geboortedatum".
Art. 23. L'article 4 de l'annexe 13 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. Avant le 1er avril de l'année qui suit l'année prise en considération pour le subventionnement visé à l'article 2, l'initiateur du centre de soins résidentiels fournit les données suivantes pour l'année de subvention en question, au moyen d'un questionnaire électronique dont le modèle est déterminé par l'administration :
  1° pour le centre de soins résidentiels :
  a) le numéro ONSS ;
  b) le statut ;
  c) la durée de travail hebdomadaire moyenne pour prestations complètes ;
  2° par employé de chaque ancien projet TCT et ses remplaçants éventuels :
  a) le numéro NISS ;
  b) le nombre de jours prestés et assimilés et, pour la période d'emploi à temps partiel, le nombre d'heures prestées et assimilées ;
  c) le nombre de jours ou d'heures non assimilés ;
  d) le statut : salarié ou statutaire ;
  e) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou s'il est mis fin à l'emploi : la date de début et, le cas échéant, la date de fin.
  Outre les données énumérées à l'alinéa 1er, le centre de soins résidentiels fournit à l'administration, sur première demande, les documents suivants :
  1° une copie de la déclaration de l'ONSS comprenant les membres du personnel concernés ;
  2° une copie du contrat de travail des membres du personnel concernés.
  Sur la base du numéro NISS communiqué en application de l'alinéa 1er, 2°, a), l'administration récupère elle-même les données suivantes du Registre national ou des registres de la Banque-Carrefour, figurant à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale :
  1° les prénom et nom ;
  2° la date de naissance. ".
Art. 24. Artikel 7 van bijlage 13 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 7. Vóór 1 april van het jaar dat volgt op het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de subsidiëring, vermeld in artikel 5 bezorgt de initiatiefnemer van het woonzorgcentrum, aan de hand van een elektronische vragenlijst waarvan de administratie het model bepaalt, de volgende gegevens voor het subsidiejaar in kwestie:
  1° voor het woonzorgcentrum:
  a) het RSZ-nummer;
  b) het statuut;
  c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties;
  2° per werknemer van elk gewezen GESCO-project en zijn eventuele vervangers:
  a) het INSZ-nummer;
  b) het aantal gepresteerde en gelijkgestelde dagen en voor de periode van deeltijdse tewerkstelling het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren;
  c) het aantal niet-gelijkgestelde dagen of uren;
  d) het statuut: loontrekkende of statutair;
  e) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en in voorkomend geval de einddatum.
  Naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, bezorgt het woonzorgcentrum de volgende documenten aan de administratie op eerste verzoek:
  1° een kopie van de RSZ-aangifte waarin de personeelsleden in kwestie zijn opgenomen;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst van de personeelsleden in kwestie.
  Op basis van het INSZ-nummer dat is meegedeeld met toepassing van het eerste lid, 2°, a), haalt de administratie de volgende gegevens zelf op uit het Rijksregister of uit de Kruispuntbankregisters, vermeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid:
  1° de voor- en achternaam;
  2° de geboortedatum;".
Art. 24. L'article 7 de l'annexe 13 au même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 7. Avant le 1er avril de l'année qui suit l'année prise en considération pour le subventionnement visé à l'article 5, l'initiateur du centre de soins résidentiels fournit les données suivantes pour l'année de subvention en question, au moyen d'un questionnaire électronique dont le modèle est déterminé par l'administration :
  1° pour le centre de soins résidentiels :
  a) le numéro ONSS ;
  b) le statut ;
  c) la durée de travail hebdomadaire moyenne pour prestations complètes ;
  2° par employé de chaque ancien projet ACS et ses remplaçants éventuels :
  a) le numéro NISS ;
  b) le nombre de jours prestés et assimilés et, pour la période d'emploi à temps partiel, le nombre d'heures prestées et assimilées ;
  c) le nombre de jours ou d'heures non assimilés ;
  d) le statut : salarié ou statutaire ;
  e) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou s'il est mis fin à l'emploi : la date de début et, le cas échéant, la date de fin.
  Outre les données énumérées à l'alinéa 1er, le centre de soins résidentiels fournit à l'administration, sur première demande, les documents suivants :
  1° une copie de la déclaration de l'ONSS comprenant les membres du personnel concernés ;
  2° une copie du contrat de travail des membres du personnel concernés.
  Sur la base du numéro NISS communiqué en application de l'alinéa 1er, 2°, a), l'administration récupère elle-même les données suivantes du Registre national ou des registres de la Banque-Carrefour, figurant à l'article 4 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale :
  1° les prénom et nom ;
  2° la date de naissance. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 25. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra;
  2° het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging;
  3° het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf;
  4° het ministerieel besluit van 20 december 2016 houdende de bewijsvoering met betrekking tot de subsidiëring van de animatiewerking in de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf, en van de personeelsleden met een ex-DAC- en ex-gescostatuut in de ouderenzorg.
Art. 25. Les réglementations suivantes sont abrogées :
  1° l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour ;
  2° l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour ;
  3° l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de court séjour ;
  4° l'arrêté ministériel du 20 décembre 2016 réglant la présentation de preuves en vue du subventionnement des activités d'animation dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour, ainsi que des membres du personnel ayant un ancien statut TCT et ACS dans le secteur des soins aux personnes âgées.
Art. 26. Artikel 7 en artikel 8 van het decreet van 23 december 2022 tot regeling van de verwerking van persoonsgegevens in het beleidsveld sociale bescherming en in het beleidsveld gezondheids- en woonzorg, wat betreft de erkenning van gezondheidszorgberoepen en de preventieve gezondheidszorg treden in werking op 1 juli 2023.
Art. 26. Les articles 7 et 8 du décret du 23 décembre 2022 réglant le traitement de données à caractère personnel dans le domaine politique de la protection sociale et dans le domaine politique des soins de santé et résidentiels, en ce qui concerne l'agrément des professions des soins de santé et les soins de santé préventifs entrent en vigueur le 1er juillet 2023.
Art. 27. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024, met uitzondering van artikel 25, 4°, dat in werking treedt op 1 januari 2025.
Art. 27. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2024, à l'exception de l'article 25, 4°, qui entre en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. Le ministre flamand qui a la protection sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.