Artikel 1. Aan artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"9° categorie 9: de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 OKTOBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, wat betreft een actualisering van het aanbod van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de koppeling van de subsidie voor aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod aan de spilindex
Titre
27 OCTOBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse, en ce qui concerne la mise en oeuvre de l'offre des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles, et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, en ce qui concerne la liaison de la subvention pour l'offre d'aide individualisée complémentaire à l'indice pivot
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse
Article 1er. L'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures de l'aide à la jeunesse, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020, est complété par un point 9° rédigé comme suit :
" 9° catégorie 9 : les centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles ; ".
" 9° catégorie 9 : les centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles ; ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt een artikel 8/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/3. Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning organiseert vroegtijdige en geïndiceerde zorg en ondersteuning voor aanstaande ouders en voor ouders met kinderen van 0 tot en met 12 jaar. De ondersteuning gebeurt op vraag van de ouders of op basis van signalen van andere actoren over opvoedingsnoden of op beslissing van een jeugdrechter of een jeugdrechtbank.
De ondersteuning door een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning heeft als doelstelling het stimuleren van de ontwikkelingskansen van de kinderen en het versterken van de pedagogische relatie en de pedagogische vaardigheden binnen een gezinscontext.
Voor de ondersteuning, vermeld in het eerste lid, biedt een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning minimaal gezinsbegeleiding aan, al dan niet in combinatie met verblijf en pedagogische training. Een centrum voor kinderzorg kan ook dagbegeleiding aanbieden als vermeld in artikel 35/1, § 1, 8°.
Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning houdt bij de uitvoering van zijn opdracht rekening met de persoonskenmerken van de kinderen en de ouders, de opvoedingssituatie, de context en het bredere omgevingsnetwerk en schakelt, indien nodig, meer gespecialiseerde hulp bij.
Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning wordt erkend op basis van de typemodule verblijf voor -12-jarigen en de typemodule contextbegeleiding breedsporig, vermeld in bijlage 1, en, voor wat mobiele begeleiding, training en dagbegeleiding betreft, voor begeleidingspunten als vermeld in artikel 35/1, § 4.
"Art. 8/3. Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning organiseert vroegtijdige en geïndiceerde zorg en ondersteuning voor aanstaande ouders en voor ouders met kinderen van 0 tot en met 12 jaar. De ondersteuning gebeurt op vraag van de ouders of op basis van signalen van andere actoren over opvoedingsnoden of op beslissing van een jeugdrechter of een jeugdrechtbank.
De ondersteuning door een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning heeft als doelstelling het stimuleren van de ontwikkelingskansen van de kinderen en het versterken van de pedagogische relatie en de pedagogische vaardigheden binnen een gezinscontext.
Voor de ondersteuning, vermeld in het eerste lid, biedt een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning minimaal gezinsbegeleiding aan, al dan niet in combinatie met verblijf en pedagogische training. Een centrum voor kinderzorg kan ook dagbegeleiding aanbieden als vermeld in artikel 35/1, § 1, 8°.
Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning houdt bij de uitvoering van zijn opdracht rekening met de persoonskenmerken van de kinderen en de ouders, de opvoedingssituatie, de context en het bredere omgevingsnetwerk en schakelt, indien nodig, meer gespecialiseerde hulp bij.
Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning wordt erkend op basis van de typemodule verblijf voor -12-jarigen en de typemodule contextbegeleiding breedsporig, vermeld in bijlage 1, en, voor wat mobiele begeleiding, training en dagbegeleiding betreft, voor begeleidingspunten als vermeld in artikel 35/1, § 4.
Art. 2. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, il est inséré un article 8/3, rédigé comme suit :
" Art. 8/3. Un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles organise des soins précoces et indiqués ainsi qu'un soutien aux futurs parents et aux parents d'enfants âgés de 0 à 12 ans. Le soutien est fourni à la demande des parents ou sur la base de signaux provenant d'autres acteurs concernant les besoins éducatifs ou sur la décision d'un juge de la jeunesse ou d'un tribunal de la jeunesse.
Le soutien par un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles a pour objectif de stimuler les chances de développement des enfants et de renforcer les relations pédagogiques et les aptitudes pédagogiques dans un contexte familial.
En ce qui concerne le soutien mentionné à l'alinéa 1er, un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles offre, au minimum, un accompagnement familial, combiné ou non avec une résidence et une formation pédagogique. Un centre d'aide aux enfants peut également offrir un accompagnement de jour tel que visé à l'article 35/1, § 1er, 8°.
Lors de l'accomplissement de sa mission, un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles prend en compte les caractéristiques personnelles des enfants et des parents, la situation pédagogique, le contexte et le réseau environnemental plus large et, si nécessaire, fait appel à une aide plus spécialisée.
Un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles est reconnu sur la base du module type séjour pour les -12 ans et du module type accompagnement contextuel élargi, énumérés à l'annexe 1re, et, en ce qui concerne l'accompagnement mobile, la formation et l'accompagnement de jour, pour les points d'accompagnement tels qu'énumérés à l'article 35/1, § 4.
" Art. 8/3. Un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles organise des soins précoces et indiqués ainsi qu'un soutien aux futurs parents et aux parents d'enfants âgés de 0 à 12 ans. Le soutien est fourni à la demande des parents ou sur la base de signaux provenant d'autres acteurs concernant les besoins éducatifs ou sur la décision d'un juge de la jeunesse ou d'un tribunal de la jeunesse.
Le soutien par un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles a pour objectif de stimuler les chances de développement des enfants et de renforcer les relations pédagogiques et les aptitudes pédagogiques dans un contexte familial.
En ce qui concerne le soutien mentionné à l'alinéa 1er, un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles offre, au minimum, un accompagnement familial, combiné ou non avec une résidence et une formation pédagogique. Un centre d'aide aux enfants peut également offrir un accompagnement de jour tel que visé à l'article 35/1, § 1er, 8°.
Lors de l'accomplissement de sa mission, un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles prend en compte les caractéristiques personnelles des enfants et des parents, la situation pédagogique, le contexte et le réseau environnemental plus large et, si nécessaire, fait appel à une aide plus spécialisée.
Un centre d'aide aux enfants et d'assistance des familles est reconnu sur la base du module type séjour pour les -12 ans et du module type accompagnement contextuel élargi, énumérés à l'annexe 1re, et, en ce qui concerne l'accompagnement mobile, la formation et l'accompagnement de jour, pour les points d'accompagnement tels qu'énumérés à l'article 35/1, § 4.
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/1. Een voorziening van de categorie 9 kan, met toepassing van artikel 9, een aanvraag indienen om een deel van haar capaciteit preventief in te zetten, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aanvraag speelt in op lokale noden;
2° de aanvraag vertrekt van de opdrachten en expertises van een voorziening van de categorie 9;
3° de aanvraag heeft betrekking op ondersteuning en versterking van actoren die universele diensten aanbieden en eerstelijnsactoren;
4° de aanvraag beschrijft de impact op de reguliere werking van de voorziening."
"Art. 9/1. Een voorziening van de categorie 9 kan, met toepassing van artikel 9, een aanvraag indienen om een deel van haar capaciteit preventief in te zetten, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aanvraag speelt in op lokale noden;
2° de aanvraag vertrekt van de opdrachten en expertises van een voorziening van de categorie 9;
3° de aanvraag heeft betrekking op ondersteuning en versterking van actoren die universele diensten aanbieden en eerstelijnsactoren;
4° de aanvraag beschrijft de impact op de reguliere werking van de voorziening."
Art. 3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, il est inséré un article 9/1, rédigé comme suit :
" Art. 9/1. Une structure de la catégorie 9 peut, en application de l'article 9, introduire une demande d'utilisation préventive d'une partie de sa capacité si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la demande répond aux besoins locaux ;
2° la demande émane des missions et expertises d'une structure de la catégorie 9 ;
3° la demande porte sur le soutien et le renforcement des acteurs fournissant des services universels et des acteurs de première ligne ;
4° la demande décrit l'impact sur le fonctionnement régulier de l'installation. "
" Art. 9/1. Une structure de la catégorie 9 peut, en application de l'article 9, introduire une demande d'utilisation préventive d'une partie de sa capacité si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la demande répond aux besoins locaux ;
2° la demande émane des missions et expertises d'une structure de la catégorie 9 ;
3° la demande porte sur le soutien et le renforcement des acteurs fournissant des services universels et des acteurs de première ligne ;
4° la demande décrit l'impact sur le fonctionnement régulier de l'installation. "
Art. 4. In artikel 11, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 5° wordt tussen de zinsnede "met de betrokken partijen." en de woorden "Deze verplichting is niet van toepassing" de zin "Deze verplichting is niet van toepassing voor trajecten die korter duren dan 45 dagen." ingevoegd.
2° in punt 9° wordt tussen de zinsnede "de jeugdrechtbank en de sociale dienst." en de woorden "Deze verplichting is niet van toepassing" de zin "Deze verplichting is niet van toepassing op trajecten die minder dan zes maanden duren." ingevoegd.".
1° in punt 5° wordt tussen de zinsnede "met de betrokken partijen." en de woorden "Deze verplichting is niet van toepassing" de zin "Deze verplichting is niet van toepassing voor trajecten die korter duren dan 45 dagen." ingevoegd.
2° in punt 9° wordt tussen de zinsnede "de jeugdrechtbank en de sociale dienst." en de woorden "Deze verplichting is niet van toepassing" de zin "Deze verplichting is niet van toepassing op trajecten die minder dan zes maanden duren." ingevoegd.".
Art. 4. A l'article 11, alinéa 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 5°, la phrase " Cette obligation ne s'applique pas aux trajectoires inférieures à 45 jours. " est inséré entre le membre de phrase " avec les parties concernées. " et les mots " Cette obligation ne s'applique pas ".
2° au point 9°, la phrase " Cette obligation ne s'applique pas aux trajectoires inférieures à six mois. " est inséré entre le membre de phrase " au tribunal de la jeunesse et au service social. " et les mots " Cette obligation ne s'applique pas ".
1° au point 5°, la phrase " Cette obligation ne s'applique pas aux trajectoires inférieures à 45 jours. " est inséré entre le membre de phrase " avec les parties concernées. " et les mots " Cette obligation ne s'applique pas ".
2° au point 9°, la phrase " Cette obligation ne s'applique pas aux trajectoires inférieures à six mois. " est inséré entre le membre de phrase " au tribunal de la jeunesse et au service social. " et les mots " Cette obligation ne s'applique pas ".
Art. 5. Aan hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, 17 december 2021 en 5 mei 2023, wordt een onderafdeling 9, die bestaat uit artikel 27/3, toegevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 9. Centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning
Art. 27/3.Een voorziening van de categorie 9 voldoet aan de volgende bijzondere voorwaarden:
1° de voorziening voldoet aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 12 en 13;
2° de voorziening beschikt over onderbouwde methodieken en actuele expertise op minimaal de volgende domeinen:
a) het mentaal welzijn van het jonge kind en zijn ouders;
b) het versterken van de opvoedingsrelatie en opvoedingsvaardigheden, rekening houdende met de context van de gezinnen;
3° de voorziening werkt structureel samen met partners die actief zijn rond gezinnen met jonge kinderen, minimaal:
a) de dienst voor pleegzorg uit haar werkingsgebied;
b) de voorzieningen van de categorie 1 en 2 uit haar werkingsgebied;
4° de voorziening neemt deel aan netwerken die relevant zijn voor de uitvoering van haar opdrachten;
5° de voorziening beschikt over infrastructuur die afgestemd is op de doelgroep en die een aangepast leefklimaat en pedagogisch verantwoorde leefomgeving ondersteunt;
6° de voorziening stemt de inzet van de begeleidingspunten, vermeld in artikel 35/1 aantoonbaar af op de noden van de gezinnen.".
"Onderafdeling 9. Centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning
Art. 27/3.Een voorziening van de categorie 9 voldoet aan de volgende bijzondere voorwaarden:
1° de voorziening voldoet aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 12 en 13;
2° de voorziening beschikt over onderbouwde methodieken en actuele expertise op minimaal de volgende domeinen:
a) het mentaal welzijn van het jonge kind en zijn ouders;
b) het versterken van de opvoedingsrelatie en opvoedingsvaardigheden, rekening houdende met de context van de gezinnen;
3° de voorziening werkt structureel samen met partners die actief zijn rond gezinnen met jonge kinderen, minimaal:
a) de dienst voor pleegzorg uit haar werkingsgebied;
b) de voorzieningen van de categorie 1 en 2 uit haar werkingsgebied;
4° de voorziening neemt deel aan netwerken die relevant zijn voor de uitvoering van haar opdrachten;
5° de voorziening beschikt over infrastructuur die afgestemd is op de doelgroep en die een aangepast leefklimaat en pedagogisch verantwoorde leefomgeving ondersteunt;
6° de voorziening stemt de inzet van de begeleidingspunten, vermeld in artikel 35/1 aantoonbaar af op de noden van de gezinnen.".
Art. 5. Au chapitre 2, section 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 mars 2020, 17 décembre 2021 et 5 mai 2023, une sous-section 9, composée de l'article 27/3, est ajoutée, rédigée comme suit :
" Sous-section 9. Centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles
Art. 27/3 Une structure de la catégorie 9 satisfait à toutes les conditions particulières suivantes :
1° la structure répond à toutes les conditions visées aux articles 12 et 13 ;
2° la structure dispose de méthodologies étayées et d'une expertise actuelle dans au moins les domaines suivants :
(a) le bien-être mental du jeune enfant et de ses parents ;
(b) le renforcement des relations et des aptitudes éducatives, en tenant compte du contexte familial ;
3° la structure collabore structurellement avec des partenaires actifs dans les familles avec jeunes enfants, au minimum :
a) le service de placement familial de sa zone d'activité ;
b) les structures des catégories 1 et 2 de sa zone d'activité ;
4° la structure participe à des réseaux pertinents pour la mise en oeuvre de ses missions ;
5° la structure dispose d'une infrastructure adaptée au groupe-cible qui favorise un environnement de vie et un environnement pédagogique adaptés ;
6° la structure adapte manifestement l'utilisation des points d'accompagnement mentionnés à l'article 35/1 aux besoins des familles ".
" Sous-section 9. Centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles
Art. 27/3 Une structure de la catégorie 9 satisfait à toutes les conditions particulières suivantes :
1° la structure répond à toutes les conditions visées aux articles 12 et 13 ;
2° la structure dispose de méthodologies étayées et d'une expertise actuelle dans au moins les domaines suivants :
(a) le bien-être mental du jeune enfant et de ses parents ;
(b) le renforcement des relations et des aptitudes éducatives, en tenant compte du contexte familial ;
3° la structure collabore structurellement avec des partenaires actifs dans les familles avec jeunes enfants, au minimum :
a) le service de placement familial de sa zone d'activité ;
b) les structures des catégories 1 et 2 de sa zone d'activité ;
4° la structure participe à des réseaux pertinents pour la mise en oeuvre de ses missions ;
5° la structure dispose d'une infrastructure adaptée au groupe-cible qui favorise un environnement de vie et un environnement pédagogique adaptés ;
6° la structure adapte manifestement l'utilisation des points d'accompagnement mentionnés à l'article 35/1 aux besoins des familles ".
Art. 6. In artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, wordt de zinsnede "6 tot en met 8" vervangen door de zinsnede "6 tot en met 9".
Art. 6. Dans l'article 33 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 20 mars 2020, le membre de phrase " 6 à 8 inclus " est remplacé par le membre de phrase " 6 à 9 inclus ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van12 mei 2023, wordt een artikel 35/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 35/1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° gezinsbegeleiding: mobiele, pedagogische begeleiding voor kinderen en hun gezin die bestaat uit het aanbieden van begeleiding voor het gezin gemiddeld eenmaal per week gedurende één tot drie uur;
2° intensieve crisisbegeleiding: intensieve mobiele pedagogische begeleiding voor kinderen en hun gezin die bestaat uit het aanbieden van drie tot vijf keer per week gedurende één tot vijf uur begeleiding aan het gezin;
3° intensieve gezinsbegeleiding: intensieve mobiele pedagogische begeleiding voor kinderen en hun gezin die bestaat uit het aanbieden van twee tot drie keer per week gedurende één tot drie uur begeleiding aan het gezin;
4° pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband: ambulante pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband die bestaat uit het aanbieden van een training voor minimaal zes gezinnen tegelijk. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende twee tot zes uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
5° pedagogische training van ouders in groepsverband en van kinderen in groepsverband: ambulante pedagogische training in groepsverband van ouders en van kinderen die bestaat uit het aanbieden van een training. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende één tot zes uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
6° pedagogische training van ouders in groepsverband: ambulante pedagogische training van ouders in groepsverband die bestaat uit het aanbieden van een training. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende één tot drie uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
7° individuele pedagogische training van ouders: ambulante pedagogische training van ouders individueel die bestaat uit het aanbieden van een individuele training ingebed in het leefgroepwerking van de voorziening. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende één tot drie uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
8° dagbegeleiding: ambulante opvang die bestaat erin dat een kind twee tot vijf keer per week in de voorziening wordt opgevangen gedurende 3 tot 8 uur met als doel opvang en begeleiding te organiseren in de voorziening ter ondersteuning van het kind en gezin in gezinsbegeleiding.
§ 2. Bovenop de subsidie, vermeld in artikel 33, ontvangt een erkende voorziening van de categorie 9 een forfaitaire subsidie op basis van een aantal begeleidingspunten die vastgelegd zijn bij de erkenning.
§ 3. Een erkende voorziening van de categorie 9 ontvangt per punt waarvoor ze erkend is, een forfaitaire subsidie van 919,82 euro. Per jaar dat de gemiddelde anciënniteit van de gesubsidieerde personeelsleden hoger ligt dan 5 jaar, wordt die subsidie per punt verhoogd met 17,60 euro.
De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023.
§ 4. De punten, vermeld in paragraaf 2, worden als volgt bepaald:
1° een punt per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een gezinsbegeleiding;
2° zes punten per gezin voor een intensieve crisisbegeleiding van een maand;
3° drie punten per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een intensieve gezinsbegeleiding;
4° drie punten per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband;
5° anderhalf punt per kind voor elke begonnen periode van een maand voor een pedagogische training van ouders in groepsverband en van kinderen in groepsverband;
6° een half punt per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een pedagogische training van ouders in groepsverband;
7° twee punten per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een individuele pedagogische training van ouders;
8° twee en een half punt per kind voor elke begonnen periode van een maand voor dagbegeleiding.".
"Art. 35/1 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
1° gezinsbegeleiding: mobiele, pedagogische begeleiding voor kinderen en hun gezin die bestaat uit het aanbieden van begeleiding voor het gezin gemiddeld eenmaal per week gedurende één tot drie uur;
2° intensieve crisisbegeleiding: intensieve mobiele pedagogische begeleiding voor kinderen en hun gezin die bestaat uit het aanbieden van drie tot vijf keer per week gedurende één tot vijf uur begeleiding aan het gezin;
3° intensieve gezinsbegeleiding: intensieve mobiele pedagogische begeleiding voor kinderen en hun gezin die bestaat uit het aanbieden van twee tot drie keer per week gedurende één tot drie uur begeleiding aan het gezin;
4° pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband: ambulante pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband die bestaat uit het aanbieden van een training voor minimaal zes gezinnen tegelijk. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende twee tot zes uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
5° pedagogische training van ouders in groepsverband en van kinderen in groepsverband: ambulante pedagogische training in groepsverband van ouders en van kinderen die bestaat uit het aanbieden van een training. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende één tot zes uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
6° pedagogische training van ouders in groepsverband: ambulante pedagogische training van ouders in groepsverband die bestaat uit het aanbieden van een training. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende één tot drie uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
7° individuele pedagogische training van ouders: ambulante pedagogische training van ouders individueel die bestaat uit het aanbieden van een individuele training ingebed in het leefgroepwerking van de voorziening. Die training heeft gemiddeld één tot drie keer per week gedurende één tot drie uur plaats. De training heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van de ouder-kindinteractie en heeft een uitgesproken methodische aanpak, met een duidelijke omschrijving van de beoogde doelgroep en doelstellingen, en van de fasering, inhoud en onderbouwing van het gehanteerde programma;
8° dagbegeleiding: ambulante opvang die bestaat erin dat een kind twee tot vijf keer per week in de voorziening wordt opgevangen gedurende 3 tot 8 uur met als doel opvang en begeleiding te organiseren in de voorziening ter ondersteuning van het kind en gezin in gezinsbegeleiding.
§ 2. Bovenop de subsidie, vermeld in artikel 33, ontvangt een erkende voorziening van de categorie 9 een forfaitaire subsidie op basis van een aantal begeleidingspunten die vastgelegd zijn bij de erkenning.
§ 3. Een erkende voorziening van de categorie 9 ontvangt per punt waarvoor ze erkend is, een forfaitaire subsidie van 919,82 euro. Per jaar dat de gemiddelde anciënniteit van de gesubsidieerde personeelsleden hoger ligt dan 5 jaar, wordt die subsidie per punt verhoogd met 17,60 euro.
De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023.
§ 4. De punten, vermeld in paragraaf 2, worden als volgt bepaald:
1° een punt per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een gezinsbegeleiding;
2° zes punten per gezin voor een intensieve crisisbegeleiding van een maand;
3° drie punten per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een intensieve gezinsbegeleiding;
4° drie punten per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een pedagogische training van ouders samen met kinderen in groepsverband;
5° anderhalf punt per kind voor elke begonnen periode van een maand voor een pedagogische training van ouders in groepsverband en van kinderen in groepsverband;
6° een half punt per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een pedagogische training van ouders in groepsverband;
7° twee punten per gezin voor elke begonnen periode van een maand voor een individuele pedagogische training van ouders;
8° twee en een half punt per kind voor elke begonnen periode van een maand voor dagbegeleiding.".
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, il est inséré un article 35/1, rédigé comme suit :
" Art. 35/1 § 1er. Dans le présent article, on entend par :
1° accompagnement familial : accompagnement mobile pédagogique pour les enfants et leurs familles qui consiste à offrir un accompagnement pour la famille en moyenne une fois par semaine pendant une à trois heures ;
2° accompagnement intensif en cas de crise : accompagnement pédagogique mobile intensif pour les enfants et leurs familles, qui consiste à offrir un accompagnement pour la famille en trois à cinq fois par semaine pendant une à cinq heures ;
3° accompagnement familial intensif : accompagnement pédagogique mobile intensif pour les enfants et leurs familles qui consiste à offrir un accompagnement pour la famille en deux à trois fois par semaine pendant une à trois heures ;
4° formation pédagogique pour les parents avec les enfants en groupe : une formation pédagogique ambulatoire des parents et des enfants en groupe qui consiste à offrir une formation pour au moins six familles à la fois. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant deux à six heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant, et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé;
5° formation pédagogique pour les parents en groupe et les enfants en groupe : une formation pédagogique ambulatoire en groupe pour les parents et les enfants, qui consiste à offrir une formation. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant une à six heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé ;
6° formation pédagogique pour les parents en groupe : une formation pédagogique ambulatoire en groupe pour les parents et les enfants, qui consiste à offrir une formation. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant une à trois heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé ;
7° formation pédagogique individuelle des parents : la formation pédagogique ambulatoire pour les parents, qui consiste à offrir une formation individuelle intégrée à l'animation d'unités de vie de la structure. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant une à trois heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé ;
8° accompagnement de jour : accueil ambulatoire consistant à accueillir un enfant deux à cinq fois par semaine dans l'établissement pendant 3 à 8 heures dans le but d'organiser l'accueil et l'accompagnement dans la structure d'aide à l'enfant et à la famille en accompagnement familial.
§ 2. En plus de la subvention visée à l'article 33, une structure agréée de la catégorie 9 recevra une subvention forfaitaire sur la base d'un certain nombre de points d'accompagnement fixés lors de l'agrément.
§ 3. Une structure agréée de catégorie 9 recevra une subvention forfaitaire de 919,82 euros par point pour lequel elle est agréée. Par année où l'ancienneté moyenne des membres du personnel subventionnés est supérieure à 5 ans, le montant de la subvention est augmenté de 17,60 euros par point.
Les montants visés à l'alinéa 1er sont liés à l'indice-pivot en vigueur le 1er janvier 2023.
§ 4. Les points visés à l'alinéa 2 sont déterminés comme suit :
1° un point par famille pour chaque période d'un mois d'accompagnement familial entamée ;
2° six points par famille pour un mois d'accompagnement de crise intensif ;
3° trois points par famille pour chaque période d'un mois d'accompagnement familial intensif entamée ;
4° trois points par famille pour chaque période d'un mois entamée pour une formation pédagogique des parents avec des enfants en groupe ;
5° un point et demi par enfant pour chaque période d'un mois entamée pour une formation pédagogique des parents en groupe et des enfants en groupe ;
6° un demi-point par famille pour chaque période d'un mois entamée pour une formation pédagogique des parents en groupe ;
7° deux points par famille pour chaque période d'un mois entamée pour une formation individuelle pédagogique des parents ;
8° deux points et demi par enfant pour chaque période d'un mois d'accompagnement de jour entamée. ".
" Art. 35/1 § 1er. Dans le présent article, on entend par :
1° accompagnement familial : accompagnement mobile pédagogique pour les enfants et leurs familles qui consiste à offrir un accompagnement pour la famille en moyenne une fois par semaine pendant une à trois heures ;
2° accompagnement intensif en cas de crise : accompagnement pédagogique mobile intensif pour les enfants et leurs familles, qui consiste à offrir un accompagnement pour la famille en trois à cinq fois par semaine pendant une à cinq heures ;
3° accompagnement familial intensif : accompagnement pédagogique mobile intensif pour les enfants et leurs familles qui consiste à offrir un accompagnement pour la famille en deux à trois fois par semaine pendant une à trois heures ;
4° formation pédagogique pour les parents avec les enfants en groupe : une formation pédagogique ambulatoire des parents et des enfants en groupe qui consiste à offrir une formation pour au moins six familles à la fois. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant deux à six heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant, et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé;
5° formation pédagogique pour les parents en groupe et les enfants en groupe : une formation pédagogique ambulatoire en groupe pour les parents et les enfants, qui consiste à offrir une formation. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant une à six heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé ;
6° formation pédagogique pour les parents en groupe : une formation pédagogique ambulatoire en groupe pour les parents et les enfants, qui consiste à offrir une formation. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant une à trois heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé ;
7° formation pédagogique individuelle des parents : la formation pédagogique ambulatoire pour les parents, qui consiste à offrir une formation individuelle intégrée à l'animation d'unités de vie de la structure. Cette formation a lieu en moyenne une à trois fois par semaine pendant une à trois heures. La formation vise principalement à enseigner des compétences en matière d'interaction entre le parent et l'enfant et elle suit une approche méthodologique claire, avec une définition claire du groupe-cible et des objectifs visés, ainsi que de l'échelonnement, du contenu et de la justification du programme utilisé ;
8° accompagnement de jour : accueil ambulatoire consistant à accueillir un enfant deux à cinq fois par semaine dans l'établissement pendant 3 à 8 heures dans le but d'organiser l'accueil et l'accompagnement dans la structure d'aide à l'enfant et à la famille en accompagnement familial.
§ 2. En plus de la subvention visée à l'article 33, une structure agréée de la catégorie 9 recevra une subvention forfaitaire sur la base d'un certain nombre de points d'accompagnement fixés lors de l'agrément.
§ 3. Une structure agréée de catégorie 9 recevra une subvention forfaitaire de 919,82 euros par point pour lequel elle est agréée. Par année où l'ancienneté moyenne des membres du personnel subventionnés est supérieure à 5 ans, le montant de la subvention est augmenté de 17,60 euros par point.
Les montants visés à l'alinéa 1er sont liés à l'indice-pivot en vigueur le 1er janvier 2023.
§ 4. Les points visés à l'alinéa 2 sont déterminés comme suit :
1° un point par famille pour chaque période d'un mois d'accompagnement familial entamée ;
2° six points par famille pour un mois d'accompagnement de crise intensif ;
3° trois points par famille pour chaque période d'un mois d'accompagnement familial intensif entamée ;
4° trois points par famille pour chaque période d'un mois entamée pour une formation pédagogique des parents avec des enfants en groupe ;
5° un point et demi par enfant pour chaque période d'un mois entamée pour une formation pédagogique des parents en groupe et des enfants en groupe ;
6° un demi-point par famille pour chaque période d'un mois entamée pour une formation pédagogique des parents en groupe ;
7° deux points par famille pour chaque période d'un mois entamée pour une formation individuelle pédagogique des parents ;
8° deux points et demi par enfant pour chaque période d'un mois d'accompagnement de jour entamée. ".
Art. 8. In artikel 38, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "33 tot en met 35" vervangen door de zinsnede "33 tot en met 35/1".
Art. 8. A l'article 38, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " 33 à 35 " est remplacé par le membre de phrase " 33 à 35/1 ".
Art. 9. In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 20 maart 2020, wordt de zinsnede "7 en 8" vervangen door de zinsnede "7, 8 en 9".
Art. 9. A l'article 42, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 20 mars 2020, le membre de phrase " 7 et 8 " est remplacé par le membre de phrase " 7, 8 et 9 ".
Art. 10. In artikel 44 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 maart 2020 en 17 december 2021, wordt de zinsnede "categorieën 7 en 8" telkens vervangen door de zinsnede "categorieën 7 tot en met 9".
Art. 10. A l'article 44 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 mars 2020 et 17 décembre 2021, le membre de phrase " catégories 7 et 8 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " catégories 7 à 9 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse
Art. 11. In artikel 40, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 en 23 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Per dossier kan het aanvullende geïndividualiseerde hulpaanbod gesubsidieerd worden tot een bedrag van maximaal 40.000 euro. Dat bedrag mag als volgt ingezet worden voor de minderjarige: in het eerste jaar maximaal 23.000 euro, in het tweede jaar maximaal 11.500 euro, in het derde jaar maximaal 5.500 euro. Op beslissing van de administrateur-generaal en na gemotiveerd advies van het team Jeugdhulpregie kan afgeweken worden van die maximumbedragen en termijnen.";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023.".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"Per dossier kan het aanvullende geïndividualiseerde hulpaanbod gesubsidieerd worden tot een bedrag van maximaal 40.000 euro. Dat bedrag mag als volgt ingezet worden voor de minderjarige: in het eerste jaar maximaal 23.000 euro, in het tweede jaar maximaal 11.500 euro, in het derde jaar maximaal 5.500 euro. Op beslissing van de administrateur-generaal en na gemotiveerd advies van het team Jeugdhulpregie kan afgeweken worden van die maximumbedragen en termijnen.";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023.".
Art. 11. A l'article 40, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 octobre 2015 et 23 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Par dossier, l'offre d'aide complémentaire et individualisée peut être subventionnée jusqu'à un montant de maximum 40 000 euros. Ce montant peut être engagé comme suit pour le mineur : lors de la première année, au maximum 23 000 euros ; la deuxième année, au maximum 11 500 euros ; la troisième année, au maximum 5 500 euros. Sur décision de l'administrateur général et sur avis motivé de l'équipe de régie de l'Aide à la jeunesse, il peut être dérogé à ces montants maximum et à ces délais " ;
2° entre les alinéas 1er et 2, un alinéa est inséré rédigé comme suit :
" Les montants visés à l'alinéa 1er sont liés à l'indice-pivot en vigueur le 1er janvier 2023. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Par dossier, l'offre d'aide complémentaire et individualisée peut être subventionnée jusqu'à un montant de maximum 40 000 euros. Ce montant peut être engagé comme suit pour le mineur : lors de la première année, au maximum 23 000 euros ; la deuxième année, au maximum 11 500 euros ; la troisième année, au maximum 5 500 euros. Sur décision de l'administrateur général et sur avis motivé de l'équipe de régie de l'Aide à la jeunesse, il peut être dérogé à ces montants maximum et à ces délais " ;
2° entre les alinéas 1er et 2, un alinéa est inséré rédigé comme suit :
" Les montants visés à l'alinéa 1er sont liés à l'indice-pivot en vigueur le 1er janvier 2023. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 12. Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning wordt opgeheven.
Art. 12. L'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 relatif à l'agrément et au subventionnement des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles est abrogé.
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2024.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.