Artikel 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de scholen voor buitengewoon secundair onderwijs en hun schoolbesturen die door de Vlaamse Gemeenschap worden gefinancierd of gesubsidieerd.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder school: een school voor buitengewoon secundair onderwijs als vermeld in het eerste lid.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 SEPTEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-12-2023 en tekstbijwerking tot 24-10-2025)
Titre
15 SEPTEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution de mesures relatives à la fonction d'enseignant(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-12-2023 et mise à jour au 24-10-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Aanwenden van lesuren voor een g...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Aanwenden van lesuren voor de aan...
Afdeling 3. - Aanwenden van lesuren voor de aan...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk b...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
Onderafdeling 1. - Aanwending van lestijden om ...
Onderafdeling 2. - Aanwending van lestijden om ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
Onderafdeling 1. - Aanwending van lestijden om ...
Onderafdeling 2. - Aanwending van lestijden om ...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 23. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 24. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Affectation d'heures de cours p...
Section 1re. - Dispositions générales
Section 2. - Affectation d'heures de cours pour...
Section 3. - Affectation d'heures de cours pour...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal n...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
Sous-section 1re. - Affectation de périodes de ...
Sous-section 2. - Affectation de périodes de co...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
Sous-section 1re. - Affectation de périodes de ...
Sous-section 2. - Affectation de périodes de co...
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 12. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 14. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 15. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 16. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 17. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 18. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 19. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 20. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 21. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 22. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 23. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 24. - Dispositions finales
Tekst (105)
Texte (103)
HOOFDSTUK 1. - Aanwenden van lesuren voor een gastleraar in het buitengewoon secundair onderwijs
CHAPITRE 1er. - Affectation d'heures de cours pour un enseignant invité dans l'enseignement secondaire spécial
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Article 1er. Le présent chapitre s'applique aux écoles de l'enseignement secondaire spécial et leurs autorités scolaires qui sont financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
Dans le présent chapitre, on entend par école : une école de l'enseignement secondaire spécial, telle que visée à l'alinéa 1er.
Dans le présent chapitre, on entend par école : une école de l'enseignement secondaire spécial, telle que visée à l'alinéa 1er.
Afdeling 2. - Aanwenden van lesuren voor de aanwerving van een gastleraar
Section 2. - Affectation d'heures de cours pour le recrutement d'un enseignant invité
Art. 2. Een school kan [1 tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030]1 lesuren aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 22/16, tweede lid, of artikel 308/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, conform de volgende voorwaarden:
1° de school kan gastleraren inzetten in een vacante betrekking conform artikel 308/5 van de voormelde codex of in een niet-vacante betrekking conform artikel 22/16 van de voormelde codex;
2° als de school wekelijkse lesuren aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 308/5 van de voormelde codex, meldt de school het aantal lesuren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als de school de lesuren van een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16 van de voormelde codex, meldt de school het aantal lesuren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° de lesuren die conform punt 2° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 61,41 euro per omgezet lesuur. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 3°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
5° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 4°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 2°.
1° de school kan gastleraren inzetten in een vacante betrekking conform artikel 308/5 van de voormelde codex of in een niet-vacante betrekking conform artikel 22/16 van de voormelde codex;
2° als de school wekelijkse lesuren aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 308/5 van de voormelde codex, meldt de school het aantal lesuren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als de school de lesuren van een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16 van de voormelde codex, meldt de school het aantal lesuren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° de lesuren die conform punt 2° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 61,41 euro per omgezet lesuur. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 3°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
5° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 4°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 2°.
Art. 2. [1 Pendant les années scolaires 2025-2026 à 2029-2030]1, une école peut affecter des heures de cours pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 2, ou à l'article 308/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, conformément aux conditions suivantes :
1° l'école peut engager des enseignants invités dans un emploi vacant conformément à l'article 308/5 du code précité ou dans un emploi non vacant conformément à l'article 22/16 du code précité ;
2° si l'école affecte des heures de cours hebdomadaires pour un enseignant invité tel que visé à l'article 308/5 du code précité, l'école communique le nombre d'heures de cours et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement. Si l'école affecte les heures de cours d'un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16 du code précité, l'école communique le nombre d'heures de cours et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement ;
3° les heures de cours communiquées conformément au point 2° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 61,41 euros par heure de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
4° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 3°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
5° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 4°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 2°.
1° l'école peut engager des enseignants invités dans un emploi vacant conformément à l'article 308/5 du code précité ou dans un emploi non vacant conformément à l'article 22/16 du code précité ;
2° si l'école affecte des heures de cours hebdomadaires pour un enseignant invité tel que visé à l'article 308/5 du code précité, l'école communique le nombre d'heures de cours et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement. Si l'école affecte les heures de cours d'un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16 du code précité, l'école communique le nombre d'heures de cours et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement ;
3° les heures de cours communiquées conformément au point 2° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 61,41 euros par heure de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
4° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 3°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
5° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 4°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 2°.
Afdeling 3. - Aanwenden van lesuren voor de aanwerving van een gastleraar via een dienstverleningsovereenkomst met een onderneming of een organisatie
Section 3. - Affectation d'heures de cours pour le recrutement d'un enseignant invité par le biais d'un contrat de services avec une entreprise ou une organisation
Art. 3. Een school kan lesuren aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 22/16, tweede lid, of artikel 308/4 van de Codex Secundair Onderwijs, conform de volgende voorwaarden:
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 308/4 van de Codex Secundair Onderwijs, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school wekelijkse lesuren aanwendt voor een gastleraar in een niet-vacante betrekking als vermeld in artikel 308/4 van de voormelde codex, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lesuren en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst. Als de school de lesuren van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16 van de voormelde codex, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lesuren en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de lesuren die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 61,41 euro per omgezet lesuur. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan de onderneming of organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 308/4 van de Codex Secundair Onderwijs, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school wekelijkse lesuren aanwendt voor een gastleraar in een niet-vacante betrekking als vermeld in artikel 308/4 van de voormelde codex, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lesuren en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst. Als de school de lesuren van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16 van de voormelde codex, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lesuren en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de lesuren die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 61,41 euro per omgezet lesuur. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan de onderneming of organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.
Art. 3. Une école peut affecter des heures de cours pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 2, ou à l'article 308/4 du Code de l'Enseignement secondaire, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 308/4 du Code de l'Enseignement secondaire, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 1, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des heures de cours hebdomadaires pour un enseignant invité dans un emploi non vacant tel que visé à l'article 308/4 du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre d'heures de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité. Si l'école affecte les heures de cours d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16 du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre d'heures de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les heures de cours communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 61,41 euros par heure de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif.
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 308/4 du Code de l'Enseignement secondaire, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 1, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des heures de cours hebdomadaires pour un enseignant invité dans un emploi non vacant tel que visé à l'article 308/4 du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre d'heures de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité. Si l'école affecte les heures de cours d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16 du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre d'heures de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les heures de cours communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 61,41 euros par heure de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal n° 63 du 20 juillet 1982 modifiant les dispositions des statuts pécuniaires applicables au personnel enseignant et assimilé de l'enseignement de plein exercice et de l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit
Art. 4. In artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt punt 4° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"4° voor de prestaties die zijn geleverd tijdens de maanden juli en augustus in het zomeraanbod van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.";
2° aan paragraaf 4, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn tijdens de maanden juli of augustus in het zomeraanbod van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gelden de bepalingen van paragraaf 5.";
3° in paragraaf 4, tweede lid wordt de zinsnede "punt 1° en 2° " vervangen door de zinsnede "punt 1°, 2° en 3° ";
4° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. Voor de tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn tijdens de maanden juli of augustus in het zomeraanbod van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, zijn de volgende dagen betaalbaar:
1° alle dagen, gerekend van het begin tot het einde van de tijdelijke aanstelling, met inbegrip, voor zover ze geheel of gedeeltelijk in de duur van de tijdelijke aanstelling begrepen zijn, van:
a) de wettelijke feestdagen,
b) de weekends,
c) de afwezigheden waarvoor het tijdelijke personeelslid, op grond van een reglementaire bepaling, recht heeft op salaris of salaristoelage vanwege de Vlaamse Gemeenschap;
2° de wettelijke feestdagen en de weekends tussen twee tijdelijke aanstellingen, voor zover die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld of op de laatste dag van de tijdelijke aanstelling en die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op de eerste dag van de erop volgende tijdelijke aanstelling of op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld.
Het totale aantal te betalen dagen mag aldus voor een schooljaar maximaal 360 dagen bedragen.
Voor de dag, de periode of de dagen binnen die periode, bedoeld in 2°, behoudt het tijdelijke personeelslid de bezoldiging die wordt toegekend overeenkomstig de prestaties, verstrekt op de vooravond van de te bezoldigen dag, periode of dagen binnen deze periode of op de vooravond van een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld en dat tot op de vooravond van een nieuwe tijdelijke aanstelling. De toepassing van deze bezoldigingsregel mag echter niet tot gevolg hebben dat een tijdelijk personeelslid niet wordt bezoldigd voor dagen waarvoor het personeelslid ook effectief is aangesteld.
Als een personeelslid een aanstelling heeft voor een volledig schooljaar en daarnaast een tijdelijke aanstelling voor een deel van hetzelfde schooljaar, geldt punt 2° voor de tijdelijke aanstelling voor het deel van het schooljaar, voor zover de gestelde voorwaarden vervuld zijn.".
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt punt 4° opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"4° voor de prestaties die zijn geleverd tijdens de maanden juli en augustus in het zomeraanbod van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.";
2° aan paragraaf 4, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° voor de tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn tijdens de maanden juli of augustus in het zomeraanbod van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gelden de bepalingen van paragraaf 5.";
3° in paragraaf 4, tweede lid wordt de zinsnede "punt 1° en 2° " vervangen door de zinsnede "punt 1°, 2° en 3° ";
4° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. Voor de tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn tijdens de maanden juli of augustus in het zomeraanbod van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, zijn de volgende dagen betaalbaar:
1° alle dagen, gerekend van het begin tot het einde van de tijdelijke aanstelling, met inbegrip, voor zover ze geheel of gedeeltelijk in de duur van de tijdelijke aanstelling begrepen zijn, van:
a) de wettelijke feestdagen,
b) de weekends,
c) de afwezigheden waarvoor het tijdelijke personeelslid, op grond van een reglementaire bepaling, recht heeft op salaris of salaristoelage vanwege de Vlaamse Gemeenschap;
2° de wettelijke feestdagen en de weekends tussen twee tijdelijke aanstellingen, voor zover die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld of op de laatste dag van de tijdelijke aanstelling en die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op de eerste dag van de erop volgende tijdelijke aanstelling of op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld.
Het totale aantal te betalen dagen mag aldus voor een schooljaar maximaal 360 dagen bedragen.
Voor de dag, de periode of de dagen binnen die periode, bedoeld in 2°, behoudt het tijdelijke personeelslid de bezoldiging die wordt toegekend overeenkomstig de prestaties, verstrekt op de vooravond van de te bezoldigen dag, periode of dagen binnen deze periode of op de vooravond van een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld en dat tot op de vooravond van een nieuwe tijdelijke aanstelling. De toepassing van deze bezoldigingsregel mag echter niet tot gevolg hebben dat een tijdelijk personeelslid niet wordt bezoldigd voor dagen waarvoor het personeelslid ook effectief is aangesteld.
Als een personeelslid een aanstelling heeft voor een volledig schooljaar en daarnaast een tijdelijke aanstelling voor een deel van hetzelfde schooljaar, geldt punt 2° voor de tijdelijke aanstelling voor het deel van het schooljaar, voor zover de gestelde voorwaarden vervuld zijn.".
Art. 4. A l'article 7 de l'arrêté royal n° 63 du 20 juillet 1982 modifiant les dispositions des statuts pécuniaires applicables au personnel enseignant et assimilé de l'enseignement de plein exercice et de l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 octobre 2004 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 3, alinéa 2, le point 4° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 4° pour les prestations fournies pendant les mois de juillet et août dans l'offre d'été de l'éducation des adultes, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes. " ;
2° le paragraphe 4, alinéa 1er, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour les membres du personnel temporaires désignés pendant les mois de juillet ou août dans l'offre d'été de l'éducation des adultes, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, les dispositions du paragraphe 5 s'appliquent . " ;
3° au paragraphe 4, alinéa 2, le membre de phrase " points 1° et 2° " est remplacé par le membre de phrase " points 1°, 2° et 3° " ;
4° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Pour les membres du personnel temporaires désignés pendant les mois de juillet ou août dans l'offre d'été de l'éducation des adultes, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, les jours suivants sont payables :
1° tous les jours, comptés du début à la fin de la désignation temporaire, y compris, dans la mesure où ils sont inclus en tout ou en partie dans la durée de la désignation temporaire :
a) les jours fériés,
b) les week-ends,
c) les absences pour lesquelles le membre du personnel temporaire a droit à un traitement ou à une subvention-traitement de la Communauté flamande en vertu d'une disposition réglementaire ;
2° les jours fériés et les week-ends compris entre deux désignations temporaires, dans la mesure où ce jour, cette période ou les jours compris dans cette période font suite à une période assimilée à une activité de service ou au dernier jour de la désignation temporaire et que ce jour, cette période ou les jours compris dans cette période font suite au premier jour de la désignation temporaire suivante ou à une période assimilée à une activité de service.
Le nombre total de jours payables ne peut donc pas dépasser 360 jours pour une année scolaire.
Pour le jour, la période ou les jours compris dans la période visée au 2°, le membre du personnel temporaire conserve la rémunération accordée conformément aux prestations fournies à la veille du jour, de la période ou des jours à rémunérer dans cette période ou à la veille d'une période assimilée à une activité de service jusqu'à la veille d'une nouvelle désignation temporaire. Toutefois, l'application de cette règle de rémunération ne doit pas conduire à ce qu'un membre du personnel temporaire ne soit pas rémunéré pour les jours pour lesquels il a été effectivement désigné.
Si un membre du personnel a une désignation pour une année scolaire complète et, en outre, une désignation temporaire pour une partie de la même année scolaire, le point 2° s'applique à la désignation temporaire pour la partie de l'année scolaire, pour autant que les conditions stipulées soient remplies. ".
1° dans le paragraphe 3, alinéa 2, le point 4° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 4° pour les prestations fournies pendant les mois de juillet et août dans l'offre d'été de l'éducation des adultes, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes. " ;
2° le paragraphe 4, alinéa 1er, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
" 3° pour les membres du personnel temporaires désignés pendant les mois de juillet ou août dans l'offre d'été de l'éducation des adultes, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, les dispositions du paragraphe 5 s'appliquent . " ;
3° au paragraphe 4, alinéa 2, le membre de phrase " points 1° et 2° " est remplacé par le membre de phrase " points 1°, 2° et 3° " ;
4° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Pour les membres du personnel temporaires désignés pendant les mois de juillet ou août dans l'offre d'été de l'éducation des adultes, visée à l'article 130quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, les jours suivants sont payables :
1° tous les jours, comptés du début à la fin de la désignation temporaire, y compris, dans la mesure où ils sont inclus en tout ou en partie dans la durée de la désignation temporaire :
a) les jours fériés,
b) les week-ends,
c) les absences pour lesquelles le membre du personnel temporaire a droit à un traitement ou à une subvention-traitement de la Communauté flamande en vertu d'une disposition réglementaire ;
2° les jours fériés et les week-ends compris entre deux désignations temporaires, dans la mesure où ce jour, cette période ou les jours compris dans cette période font suite à une période assimilée à une activité de service ou au dernier jour de la désignation temporaire et que ce jour, cette période ou les jours compris dans cette période font suite au premier jour de la désignation temporaire suivante ou à une période assimilée à une activité de service.
Le nombre total de jours payables ne peut donc pas dépasser 360 jours pour une année scolaire.
Pour le jour, la période ou les jours compris dans la période visée au 2°, le membre du personnel temporaire conserve la rémunération accordée conformément aux prestations fournies à la veille du jour, de la période ou des jours à rémunérer dans cette période ou à la veille d'une période assimilée à une activité de service jusqu'à la veille d'une nouvelle désignation temporaire. Toutefois, l'application de cette règle de rémunération ne doit pas conduire à ce qu'un membre du personnel temporaire ne soit pas rémunéré pour les jours pour lesquels il a été effectivement désigné.
Si un membre du personnel a une désignation pour une année scolaire complète et, en outre, une désignation temporaire pour une partie de la même année scolaire, le point 2° s'applique à la désignation temporaire pour la partie de l'année scolaire, pour autant que les conditions stipulées soient remplies. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 5. In artikel 15bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt de datum "1 maart 2022" vervangen door de datum "1 september 2023".
Art. 5. Dans l'article 15bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 juin 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement fondamental ordinaire, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, la date " 1er mars 2022 " est remplacée par la date " 1er septembre 2023 ".
Art. 6. Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 6. L'annexe I au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est remplacée par l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial
Art. 7. Aan artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 4. Met ingang van het schooljaar 2023-2024 kan het personeelslid dat op basis van een bekwaamheidsbewijs van de categorie `andere' aangesteld is in het ambt van kleuteronderwijzer ASV of in het ambt van onderwijzer ASV, een hogere salarisschaal toegekend krijgen als het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van kleuteronderwijzer ASV de opleiding educatieve bachelor in het kleuteronderwijs volgt en het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van onderwijzer ASV de opleiding educatieve bachelor in het lager onderwijs volgt.
De toekenning van de hogere salarisschaal, vermeld in het eerste lid, geldt uitsluitend tijdens de periode van maximaal vijf opeenvolgende kalenderjaren die begint op de eerste dag van de maand waarin het personeelslid de opleiding, vermeld in het eerste lid, effectief volgt en geldt voor alle opdrachten die het personeelslid in het ambt in kwestie vervult.
Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, levert bij de start van de opleiding, vermeld in het eerste lid, en bij elke nieuwe aanstelling aan het schoolbestuur het bewijs van inschrijving aan de lerarenopleiding, levert gedurende die opleiding alle nuttige informatie om de studievoortgang te kunnen opvolgen en meldt een eventueel stopzetten van de voormelde opleiding vóór de termijn van vijf jaren, vermeld in het tweede lid, is verstreken.
Vanaf de volgende momenten heeft het personeelslid, vermeld in het eerste lid, niet langer recht op de verhoogde salarisschaal, vermeld in het eerste lid:
1° het personeelslid beëindigt de lerarenopleiding zonder het vereiste bekwaamheidsbewijs te behalen binnen de periode van vijf jaar, vermeld in het tweede lid;
2° de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, loopt af.
Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, wordt na het verlies van het recht op de verhoogde salarisschaal bezoldigd in de laagste salarisschaal die verbonden is aan de categorie "andere" bekwaamheidsbewijzen.
Het schoolbestuur brengt het Agentschap voor Onderwijsdiensten zo snel mogelijk op de hoogte van de ontvangst van de melding door het personeelslid dat het gestart is met de opleiding educatieve bachelor in het kleuteronderwijs of educatieve bachelor in het lager onderwijs of dat het die opleiding heeft stopgezet.".
" § 4. Met ingang van het schooljaar 2023-2024 kan het personeelslid dat op basis van een bekwaamheidsbewijs van de categorie `andere' aangesteld is in het ambt van kleuteronderwijzer ASV of in het ambt van onderwijzer ASV, een hogere salarisschaal toegekend krijgen als het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van kleuteronderwijzer ASV de opleiding educatieve bachelor in het kleuteronderwijs volgt en het personeelslid dat aangesteld is in het ambt van onderwijzer ASV de opleiding educatieve bachelor in het lager onderwijs volgt.
De toekenning van de hogere salarisschaal, vermeld in het eerste lid, geldt uitsluitend tijdens de periode van maximaal vijf opeenvolgende kalenderjaren die begint op de eerste dag van de maand waarin het personeelslid de opleiding, vermeld in het eerste lid, effectief volgt en geldt voor alle opdrachten die het personeelslid in het ambt in kwestie vervult.
Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, levert bij de start van de opleiding, vermeld in het eerste lid, en bij elke nieuwe aanstelling aan het schoolbestuur het bewijs van inschrijving aan de lerarenopleiding, levert gedurende die opleiding alle nuttige informatie om de studievoortgang te kunnen opvolgen en meldt een eventueel stopzetten van de voormelde opleiding vóór de termijn van vijf jaren, vermeld in het tweede lid, is verstreken.
Vanaf de volgende momenten heeft het personeelslid, vermeld in het eerste lid, niet langer recht op de verhoogde salarisschaal, vermeld in het eerste lid:
1° het personeelslid beëindigt de lerarenopleiding zonder het vereiste bekwaamheidsbewijs te behalen binnen de periode van vijf jaar, vermeld in het tweede lid;
2° de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, loopt af.
Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, wordt na het verlies van het recht op de verhoogde salarisschaal bezoldigd in de laagste salarisschaal die verbonden is aan de categorie "andere" bekwaamheidsbewijzen.
Het schoolbestuur brengt het Agentschap voor Onderwijsdiensten zo snel mogelijk op de hoogte van de ontvangst van de melding door het personeelslid dat het gestart is met de opleiding educatieve bachelor in het kleuteronderwijs of educatieve bachelor in het lager onderwijs of dat het die opleiding heeft stopgezet.".
Art. 7. L'article 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement et au statut pécuniaire dans l'enseignement spécial, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mars 2019, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. A partir de l'année scolaire 2023-2024, le membre du personnel désigné dans une fonction d'instituteur maternel formation générale et sociale ou dans la fonction d'enseignant formation générale et sociale sur la base d'un titre de la catégorie " autres ", peut bénéficier d'une échelle de traitement plus élevée si le membre du personnel désigné dans la fonction d'instituteur maternel formation générale et sociale suit la formation de bachelier éducatif en enseignement maternel et si le membre du personnel désigné dans la fonction d'instituteur formation générale et sociale suit la formation de bachelier éducatif en enseignement primaire.
L'octroi de l'échelle de traitement supérieure, visé à l'alinéa 1er, ne s'applique que pendant une période maximale de cinq années civiles consécutives commençant le premier jour du mois au cours duquel le membre du personnel suit effectivement la formation visée à l'alinéa 1er, et s'applique à toutes les missions que le membre du personnel accomplit dans la fonction concernée.
Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er fournit à l'autorité scolaire, au début de la formation, visée à l'alinéa 1er, et lors de chaque nouvelle désignation, une preuve d'inscription à la formation des enseignants, il fournit toute information utile au cours de cette formation afin de pouvoir suivre la progression des études et signale toute interruption de la formation précitée avant l'expiration de la période de cinq ans visée à l'alinéa 2.
A partir des moments suivants, le membre du personnel visé à l'alinéa 1er n'a plus droit à l'échelle de traitement majorée, visée à l'alinéa 1er :
1° le membre du personnel termine la formation des enseignants sans avoir obtenu le titre requis dans la période de cinq ans, visée à l'alinéa 2 ;
2° la période de cinq ans, visée à l'alinéa 2, expire.
Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, après avoir perdu le droit à l'échelle de traitement majorée, est rémunéré dans l'échelle de traitement la plus basse liée à la catégorie de titres " autres ".
L'autorité scolaire informe l'Agence de Services d'Enseignement dans les plus brefs délais de la réception de la notification par le membre du personnel qu'il a commencé ou arrêté la formation de bachelier éducatif en enseignement maternel ou de bachelier éducatif en enseignement primaire. ".
" § 4. A partir de l'année scolaire 2023-2024, le membre du personnel désigné dans une fonction d'instituteur maternel formation générale et sociale ou dans la fonction d'enseignant formation générale et sociale sur la base d'un titre de la catégorie " autres ", peut bénéficier d'une échelle de traitement plus élevée si le membre du personnel désigné dans la fonction d'instituteur maternel formation générale et sociale suit la formation de bachelier éducatif en enseignement maternel et si le membre du personnel désigné dans la fonction d'instituteur formation générale et sociale suit la formation de bachelier éducatif en enseignement primaire.
L'octroi de l'échelle de traitement supérieure, visé à l'alinéa 1er, ne s'applique que pendant une période maximale de cinq années civiles consécutives commençant le premier jour du mois au cours duquel le membre du personnel suit effectivement la formation visée à l'alinéa 1er, et s'applique à toutes les missions que le membre du personnel accomplit dans la fonction concernée.
Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er fournit à l'autorité scolaire, au début de la formation, visée à l'alinéa 1er, et lors de chaque nouvelle désignation, une preuve d'inscription à la formation des enseignants, il fournit toute information utile au cours de cette formation afin de pouvoir suivre la progression des études et signale toute interruption de la formation précitée avant l'expiration de la période de cinq ans visée à l'alinéa 2.
A partir des moments suivants, le membre du personnel visé à l'alinéa 1er n'a plus droit à l'échelle de traitement majorée, visée à l'alinéa 1er :
1° le membre du personnel termine la formation des enseignants sans avoir obtenu le titre requis dans la période de cinq ans, visée à l'alinéa 2 ;
2° la période de cinq ans, visée à l'alinéa 2, expire.
Le membre du personnel visé à l'alinéa 1er, après avoir perdu le droit à l'échelle de traitement majorée, est rémunéré dans l'échelle de traitement la plus basse liée à la catégorie de titres " autres ".
L'autorité scolaire informe l'Agence de Services d'Enseignement dans les plus brefs délais de la réception de la notification par le membre du personnel qu'il a commencé ou arrêté la formation de bachelier éducatif en enseignement maternel ou de bachelier éducatif en enseignement primaire. ".
Art. 8. In artikel 19bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt de datum "1 maart 2022" vervangen door de datum "1 september 2023".
Art. 8. Dans l'article 19bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, la date " 1er mars 2022 " est remplacée par la date " 1er septembre 2023 ".
Art. 9. In de bijlage bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt het deel "bekwaamheidsbewijzen buitengewoon basisonderwijs" vervangen door het deel dat is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 9. Dans l'annexe au même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, la partie " titres de l'enseignement fondamental spécial " est remplacée par la partie reprise en annexe 3, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein et relatif à l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil
Art. 10. In artikel 7bis, 2),van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt het woord "voordrachtgever" vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 10. Dans l'article 7bis, 2), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein et relatif à l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, le mot " conférencier " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
Art. 11. Artikel 13bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 september 2012 en 12 november 2021, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 13bis. Een school kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten conform de volgende voorwaarden:
1° een school kan een of meer gastleraren inzetten in een vacante betrekking in alle structuuronderdelen van de school, vermeld in artikel 211, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een vacante betrekking, vermeld in artikel 211, § 3bis van de voormelde codex of in een niet-vacante betrekking conform artikel 22/16 van de voormelde codex;
2° als de school wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 211, § 3 of § 3bis, van de voormelde codex, meldt de school het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als de school de uren-leraar van een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16 van de voormelde codex, meldt de school het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° de uren-leraar die conform punt 2° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 3°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
5° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 4°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 2°. ".
"Art. 13bis. Een school kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten conform de volgende voorwaarden:
1° een school kan een of meer gastleraren inzetten in een vacante betrekking in alle structuuronderdelen van de school, vermeld in artikel 211, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een vacante betrekking, vermeld in artikel 211, § 3bis van de voormelde codex of in een niet-vacante betrekking conform artikel 22/16 van de voormelde codex;
2° als de school wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 211, § 3 of § 3bis, van de voormelde codex, meldt de school het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als de school de uren-leraar van een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16 van de voormelde codex, meldt de school het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° de uren-leraar die conform punt 2° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 3°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
5° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 4°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 2°. ".
Art. 11. L'article 13bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2009 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 septembre 2012 et 12 novembre 2021, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 13bis. Une école peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité conformément aux conditions suivantes :
1° une école peut engager un ou plusieurs enseignants invités dans un emploi vacant dans toutes les subdivisions structurelles de l'école, visées à l'article 211, § 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ou pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025 dans un emploi vacant, visé à l'article 211, § 3bis du code précité, ou dans un emploi non vacant conformément à l'article 22/16 du code précité ;
2° si l'école affecte des périodes-professeur hebdomadaires pour un enseignant invité tel que visé à l'article 211, § 3 ou § 3bis, du code précité, l'école communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement. Si l'école affecte les périodes-professeur d'un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16 du code précité, l'école communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement ;
3° les périodes-professeur communiquées conformément au point 2° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
4° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 3°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
5° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 4°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 2°. ".
" Art. 13bis. Une école peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité conformément aux conditions suivantes :
1° une école peut engager un ou plusieurs enseignants invités dans un emploi vacant dans toutes les subdivisions structurelles de l'école, visées à l'article 211, § 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ou pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025 dans un emploi vacant, visé à l'article 211, § 3bis du code précité, ou dans un emploi non vacant conformément à l'article 22/16 du code précité ;
2° si l'école affecte des périodes-professeur hebdomadaires pour un enseignant invité tel que visé à l'article 211, § 3 ou § 3bis, du code précité, l'école communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement. Si l'école affecte les périodes-professeur d'un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16 du code précité, l'école communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement ;
3° les périodes-professeur communiquées conformément au point 2° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
4° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 3°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
5° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 4°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 2°. ".
Art. 12. Artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 14. Met toepassing van artikel 22/15, eerste lid, en artikel 211, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, kan een school uren-leraar op de volgende wijze omzetten in punten voor aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
"Art. 14. Met toepassing van artikel 22/15, eerste lid, en artikel 211, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, kan een school uren-leraar op de volgende wijze omzetten in punten voor aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
Art. 12. L'article 14 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 14. En application de l'article 22/15, alinéa 1er, et l'article 211, § 4, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école peut convertir des périodes-professeur en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
" Art. 14. En application de l'article 22/15, alinéa 1er, et l'article 211, § 4, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école peut convertir des périodes-professeur en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 3 |
| 2 | 5 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 16 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 27 |
| 11 | 30 |
| 12 | 31,5 |
| 13 | 36 |
| 14 | 38 |
| 15 | 41 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 49 |
| 19 | 52 |
| 20 | 55 |
| 21 | 58 |
| 22 | 60 |
| 23 | 63 |
2° voor een betrekking met puntenwaarde 82:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 3 |
| 2 | 5 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 16 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 27 |
| 11 | 30 |
| 12 | 31,5 |
| 13 | 36 |
| 14 | 38 |
| 15 | 41 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 49 |
| 19 | 52 |
| 20 | 55 |
| 21 | 58 |
| 22 | 60 |
| 23 | 63 |
2° pour un emploi avec valeur en points 82 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 14 |
| 5 | 18 |
| 6 | 21 |
| 7 | 25 |
| 8 | 29 |
| 9 | 32 |
| 10 | 36 |
| 11 | 39 |
| 12 | 43 |
| 13 | 46 |
| 14 | 50 |
| 15 | 53 |
| 16 | 57 |
| 17 | 61 |
| 18 | 64 |
| 19 | 68 |
| 20 | 71 |
| 21 | 75 |
| 22 | 78 |
| 23 | 82 |
3° voor een betrekking met puntenwaarde 85:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 14 |
| 5 | 18 |
| 6 | 21 |
| 7 | 25 |
| 8 | 29 |
| 9 | 32 |
| 10 | 36 |
| 11 | 39 |
| 12 | 43 |
| 13 | 46 |
| 14 | 50 |
| 15 | 53 |
| 16 | 57 |
| 17 | 61 |
| 18 | 64 |
| 19 | 68 |
| 20 | 71 |
| 21 | 75 |
| 22 | 78 |
| 23 | 82 |
3° pour un emploi avec valeur en points 85 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 18 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 33 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 44 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 55 |
| 16 | 59 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 70 |
| 20 | 74 |
| 21 | 78 |
| 22 | 81 |
| 23 | 85 |
4° voor een betrekking met puntenwaarde 120:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 18 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 33 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 44 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 55 |
| 16 | 59 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 70 |
| 20 | 74 |
| 21 | 78 |
| 22 | 81 |
| 23 | 85 |
4° pour un emploi avec valeur en points 120 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 10 |
| 3 | 16 |
| 4 | 21 |
| 5 | 26 |
| 6 | 31 |
| 7 | 37 |
| 8 | 42 |
| 9 | 47 |
| 10 | 52 |
| 11 | 57 |
| 12 | 63 |
| 13 | 68 |
| 14 | 73 |
| 15 | 78 |
| 16 | 83 |
| 17 | 89 |
| 18 | 94 |
| 19 | 99 |
| 20 | 104 |
| 21 | 110 |
| 22 | 115 |
| 23 | 120 |
5° voor een betrekking met puntenwaarde 126:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 5 |
| 2 | 10 |
| 3 | 16 |
| 4 | 21 |
| 5 | 26 |
| 6 | 31 |
| 7 | 37 |
| 8 | 42 |
| 9 | 47 |
| 10 | 52 |
| 11 | 57 |
| 12 | 63 |
| 13 | 68 |
| 14 | 73 |
| 15 | 78 |
| 16 | 83 |
| 17 | 89 |
| 18 | 94 |
| 19 | 99 |
| 20 | 104 |
| 21 | 110 |
| 22 | 115 |
| 23 | 120 |
5° pour un emploi avec valeur en points 126 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 66 |
| 13 | 71 |
| 14 | 77 |
| 15 | 82 |
| 16 | 88 |
| 17 | 93 |
| 18 | 99 |
| 19 | 104 |
| 20 | 110 |
| 21 | 115 |
| 22 | 121 |
| 23 | 126 |
".
| périodes-professeur | points |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 66 |
| 13 | 71 |
| 14 | 77 |
| 15 | 82 |
| 16 | 88 |
| 17 | 93 |
| 18 | 99 |
| 19 | 104 |
| 20 | 110 |
| 21 | 115 |
| 22 | 121 |
| 23 | 126 |
".
Art. 13. Artikel 15 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 15. Een school kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, of artikel 211/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 conform de volgende voorwaarden:
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 211/1 van de voormelde codex, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, om de dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een vacante betrekking van gastleraar als vermeld in artikel 211/1 van de voormelde codex meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst. Als de school de uren-leraar van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, van de voormelde codex, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de uren-leraar die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1.
In het eerste lid wordt verstaan onder
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
"Art. 15. Een school kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, of artikel 211/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 conform de volgende voorwaarden:
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 211/1 van de voormelde codex, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd, om de dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een vacante betrekking van gastleraar als vermeld in artikel 211/1 van de voormelde codex meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst. Als de school de uren-leraar van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, van de voormelde codex, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de uren-leraar die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1.
In het eerste lid wordt verstaan onder
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
Art. 13. L'article 15 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 15. Une école peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, ou à l'article 211/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 211/1 du code précité, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 5, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des périodes-professeur hebdomadaires pour un emploi vacant d'enseignant invité tel que visé à l'article 211/1 du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité. Si l'école affecte les périodes-professeur d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes-professeur communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
" Art. 15. Une école peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, ou à l'article 211/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 211/1 du code précité, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 5, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des périodes-professeur hebdomadaires pour un emploi vacant d'enseignant invité tel que visé à l'article 211/1 du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité. Si l'école affecte les périodes-professeur d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, du code précité, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes-professeur communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
Art. 14. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt een bijlage 5 toegevoegd, die als bijlage 4 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 14. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est complété par une annexe 5, jointe en annexe 4 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 15. In artikel 20quater van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
Art. 15. A l'article 20quater de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
Art. 16. In artikel 20sexies, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
Art. 16. A l'article 20sexies, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
4° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
4° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
Art. 17. In artikel 20septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet," vervangen door de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de vacante lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet, en ter uitvoering van artikel 153viciessexies, vierde lid, van het decreet kunnen de niet-vacante lestijden, vermeld in artikel 153viciessexies, eerste lid, van het decreet,";
2° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
3° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet," vervangen door de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de vacante lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet, en ter uitvoering van artikel 153viciessexies, vierde lid, van het decreet kunnen de niet-vacante lestijden, vermeld in artikel 153viciessexies, eerste lid, van het decreet,";
2° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
3° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
Art. 17. A l'article 20septies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret " est remplacé par le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours vacantes visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret, et en application de l'article 153viciessexies, alinéa 4, du décret, les périodes de cours non vacantes visées à l'article 153viciessexies, alinéa 1er, du décret, " ;
2° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret " est remplacé par le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours vacantes visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret, et en application de l'article 153viciessexies, alinéa 4, du décret, les périodes de cours non vacantes visées à l'article 153viciessexies, alinéa 1er, du décret, " ;
2° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
Art. 18. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023, wordt een afdeling B/1 ingevoegd, die bestaat uit artikel 23undecies en 23duodecies, en die luidt als volgt:
"Afdeling B/1. Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten
"Afdeling B/1. Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten
Art. 18. Au chapitre III du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2023, il est inséré une section B/1, comprenant les articles 23undecies et 23duodecies, rédigée comme suit :
" Section B/1. Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité
" Section B/1. Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité
Onderafdeling 1. - Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 141, § 4, van het decreet
Sous-section 1re. - Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 141, § 4, du décret
Art. 23undecies. Een school kan tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 lestijden aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 141, § 4, van het decreet, conform de volgende voorwaarden:
1° als de school lestijden aanwendt om een gastleraar in te zetten, bezorgt de school de volgende gegevens aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:
a) het aantal lestijden van de wekelijkse lesopdracht waarvoor ze de voormelde lestijden wil aanwenden;
b) de periode van aanwending van de voormelde lestijden;
2° de lestijden, vermeld in punt 1°, a), worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 54,31 euro per omgezette lestijd van de wekelijkse lesopdracht. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 2°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
4° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 3°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 1°. ".
1° als de school lestijden aanwendt om een gastleraar in te zetten, bezorgt de school de volgende gegevens aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:
a) het aantal lestijden van de wekelijkse lesopdracht waarvoor ze de voormelde lestijden wil aanwenden;
b) de periode van aanwending van de voormelde lestijden;
2° de lestijden, vermeld in punt 1°, a), worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 54,31 euro per omgezette lestijd van de wekelijkse lesopdracht. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 2°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
4° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 3°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 1°. ".
Art. 23undecies. Pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, une école peut affecter des périodes de cours pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 141, § 4, du décret, conformément aux conditions suivantes :
1° si l'école affecte des périodes de cours pour engager un enseignant invité, elle communique les données suivantes à l'Agence de Services d'Enseignement :
a) le nombre de périodes de cours de la mission d'enseignement hebdomadaire pour laquelle elle souhaite affecter les périodes de cours précitées ;
b) la période d'affectation des périodes de cours précitées ;
2° les périodes de cours, visées au point 1°, a), sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 54,31 euros par période de cours convertie de la mission d'enseignement hebdomadaire. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
3° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 2°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
4° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 3°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 1°. ".
1° si l'école affecte des périodes de cours pour engager un enseignant invité, elle communique les données suivantes à l'Agence de Services d'Enseignement :
a) le nombre de périodes de cours de la mission d'enseignement hebdomadaire pour laquelle elle souhaite affecter les périodes de cours précitées ;
b) la période d'affectation des périodes de cours précitées ;
2° les périodes de cours, visées au point 1°, a), sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 54,31 euros par période de cours convertie de la mission d'enseignement hebdomadaire. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
3° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 2°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
4° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 3°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 1°. ".
Onderafdeling 2. - Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten via een dienstverleningsovereenkomst met een onderneming of een organisatie als vermeld in artikel 130bis van het decreet
Sous-section 2. - Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité par le biais d'un contrat de services avec une entreprise ou une organisation tel que visé à l'article 130bis du décret
Art. 23duodecies. Een school kan lestijden aanwenden om een of meer gastleraren in te zetten als vermeld in artikel 130bis van het decreet, conform de volgende voorwaarden:
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 130bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school lestijden aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 130bis van het decreet, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lestijden en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de lestijden die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 54,31 euro per omgezette lestijd. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 130bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school lestijden aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 130bis van het decreet, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lestijden en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de lestijden die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 54,31 euro per omgezette lestijd. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
Art. 23duodecies. Une école peut affecter des périodes de cours pour engager un ou plusieurs enseignants invités tels que visés à l'article 130bis du décret, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 130bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 2, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des périodes de cours pour un enseignant invité tel que visé à l'article 130bis du décret, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes de cours communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 54,31 euros par période de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 130bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 2, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des périodes de cours pour un enseignant invité tel que visé à l'article 130bis du décret, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes de cours communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 54,31 euros par période de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
Art. 19. In artikel 27duodecies, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, wordt de zinsnede "puntenwaarde 0,28152" vervangen door de zinsnede "puntenwaarde 0,31219".
Art. 19. Dans l'article 27duodecies, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, le membre de phrase " valeur de points 0,28152 " est remplacé par le membre de phrase " valeur en points 0,31219 ".
Art. 20. In artikel 27quaterdecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de woorden "en beleidsondersteuner" vervangen door de zinsnede ", beleidsondersteuner en adjunct-directeur".
Art. 20. Dans l'article 27quaterdecies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les mots " et de collaborateur à la politique " sont remplacés par le membre de phrase " , de collaborateur à la politique et de directeur adjoint ".
Art. 21. In artikel 27quindecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt een punt 2° ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° ter als een betrekking wordt ingericht die de weddeschaal 413 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 100 punten in rekening gebracht;";
3° in paragraaf 2 wordt de tabel vervangen door de volgende tabel:
"
1° in paragraaf 1 wordt een punt 2° ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° ter als een betrekking wordt ingericht die de weddeschaal 413 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 100 punten in rekening gebracht;";
3° in paragraaf 2 wordt de tabel vervangen door de volgende tabel:
"
Art. 21. A l'article 27quindecies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré un point 2° ter, rédigé comme suit :
" 2° ter en cas de création d'un emploi générant l'échelle de traitement 413, 100 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein ; " ;
3° dans le paragraphe 2, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
"
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré un point 2° ter, rédigé comme suit :
" 2° ter en cas de création d'un emploi générant l'échelle de traitement 413, 100 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein ; " ;
3° dans le paragraphe 2, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
"
| puntenwaarde | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
| aantal uren | punten | punten | punten | punten | punten | punten |
| 1 | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 4 |
| 2 | 4 | 5 | 5 | 6 | 7 | 7 |
| 3 | 5 | 7 | 7 | 8 | 10 | 11 |
| 4 | 7 | 9 | 9 | 11 | 13 | 14 |
| 5 | 9 | 11 | 12 | 14 | 17 | 18 |
| 6 | 11 | 14 | 14 | 17 | 20 | 21 |
| 7 | 12 | 16 | 17 | 19 | 23 | 25 |
| 8 | 14 | 18 | 19 | 22 | 27 | 28 |
| 9 | 16 | 21 | 21 | 25 | 30 | 32 |
| 10 | 18 | 23 | 24 | 28 | 33 | 35 |
| 11 | 19 | 25 | 26 | 31 | 37 | 39 |
| 12 | 21 | 27 | 28 | 33 | 40 | 42 |
| 13 | 23 | 30 | 31 | 36 | 43 | 46 |
| 14 | 25 | 32 | 33 | 39 | 47 | 49 |
| 15 | 26 | 34 | 35 | 42 | 50 | 53 |
| 16 | 28 | 36 | 38 | 44 | 53 | 56 |
| 17 | 30 | 39 | 40 | 47 | 57 | 60 |
| 18 | 32 | 41 | 42 | 50 | 60 | 63 |
| 19 | 33 | 43 | 45 | 53 | 63 | 67 |
| 20 | 35 | 46 | 47 | 56 | 67 | 70 |
| 21 | 37 | 48 | 50 | 58 | 70 | 74 |
| 22 | 39 | 50 | 52 | 61 | 73 | 77 |
| 23 | 40 | 52 | 54 | 64 | 77 | 81 |
| 24 | 42 | 55 | 57 | 67 | 80 | 84 |
| 25 | 44 | 57 | 59 | 69 | 83 | 88 |
| 26 | 46 | 59 | 61 | 72 | 87 | 91 |
| 27 | 47 | 62 | 64 | 75 | 90 | 95 |
| 28 | 49 | 64 | 66 | 78 | 93 | 98 |
| 29 | 51 | 66 | 68 | 81 | 97 | 102 |
| 30 | 53 | 68 | 71 | 83 | 100 | 105 |
| 31 | 54 | 71 | 73 | 86 | 103 | 109 |
| 32 | 56 | 73 | 76 | 89 | 107 | 112 |
| 33 | 58 | 75 | 78 | 92 | 110 | 116 |
| 34 | 60 | 77 | 80 | 94 | 113 | 119 |
| 35 | 61 | 80 | 83 | 97 | 117 | 123 |
| 36 | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
".
| valeur en points | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
| nombre d'heures | points | points | points | points | points | points |
| 1 | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 4 |
| 2 | 4 | 5 | 5 | 6 | 7 | 7 |
| 3 | 5 | 7 | 7 | 8 | 10 | 11 |
| 4 | 7 | 9 | 9 | 11 | 13 | 14 |
| 5 | 9 | 11 | 12 | 14 | 17 | 18 |
| 6 | 11 | 14 | 14 | 17 | 20 | 21 |
| 7 | 12 | 16 | 17 | 19 | 23 | 25 |
| 8 | 14 | 18 | 19 | 22 | 27 | 28 |
| 9 | 16 | 21 | 21 | 25 | 30 | 32 |
| 10 | 18 | 23 | 24 | 28 | 33 | 35 |
| 11 | 19 | 25 | 26 | 31 | 37 | 39 |
| 12 | 21 | 27 | 28 | 33 | 40 | 42 |
| 13 | 23 | 30 | 31 | 36 | 43 | 46 |
| 14 | 25 | 32 | 33 | 39 | 47 | 49 |
| 15 | 26 | 34 | 35 | 42 | 50 | 53 |
| 16 | 28 | 36 | 38 | 44 | 53 | 56 |
| 17 | 30 | 39 | 40 | 47 | 57 | 60 |
| 18 | 32 | 41 | 42 | 50 | 60 | 63 |
| 19 | 33 | 43 | 45 | 53 | 63 | 67 |
| 20 | 35 | 46 | 47 | 56 | 67 | 70 |
| 21 | 37 | 48 | 50 | 58 | 70 | 74 |
| 22 | 39 | 50 | 52 | 61 | 73 | 77 |
| 23 | 40 | 52 | 54 | 64 | 77 | 81 |
| 24 | 42 | 55 | 57 | 67 | 80 | 84 |
| 25 | 44 | 57 | 59 | 69 | 83 | 88 |
| 26 | 46 | 59 | 61 | 72 | 87 | 91 |
| 27 | 47 | 62 | 64 | 75 | 90 | 95 |
| 28 | 49 | 64 | 66 | 78 | 93 | 98 |
| 29 | 51 | 66 | 68 | 81 | 97 | 102 |
| 30 | 53 | 68 | 71 | 83 | 100 | 105 |
| 31 | 54 | 71 | 73 | 86 | 103 | 109 |
| 32 | 56 | 73 | 76 | 89 | 107 | 112 |
| 33 | 58 | 75 | 78 | 92 | 110 | 116 |
| 34 | 60 | 77 | 80 | 94 | 113 | 119 |
| 35 | 61 | 80 | 83 | 97 | 117 | 123 |
| 36 | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
".
Art. 22. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt een bijlage 2 toegevoegd, die als bijlage 5 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 22. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est complété par une annexe 2, jointe en annexe 5 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial
Art. 23. In artikel 13quater, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
Art. 23. A l'article 13quater, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
Art. 24. In artikel 13septies, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
1° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede ", 4sexies en 4novies".
Art. 24. A l'article 13septies, § 3, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
1° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
2° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
Art. 25. In artikel 13octies, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet," vervangen door de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de vacante lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet en ter uitvoering van artikel 153viciessexies, vierde lid, van het decreet kunnen de niet-vacante lestijden, vermeld in artikel 153viciessexies, eerste lid, van het decreet,";
2° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
3° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede", 4sexies en 4novies".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet," vervangen door de zinsnede "Ter uitvoering van artikel 130, § 2, vijfde lid, van het decreet kunnen de vacante lestijden, vermeld in artikel 130, § 2, tweede lid, van het decreet en ter uitvoering van artikel 153viciessexies, vierde lid, van het decreet kunnen de niet-vacante lestijden, vermeld in artikel 153viciessexies, eerste lid, van het decreet,";
2° aan het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° vanaf 1 september 2023 het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.";
3° in het derde lid wordt de zinsnede "en 4sexies" vervangen door de zinsnede", 4sexies en 4novies".
Art. 25. A l'article 13octies, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret " est remplacé par le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours vacantes visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret, et en application de l'article 153viciessexies, alinéa 4, du décret, les périodes de cours non vacantes visées à l'article 153viciessexies, alinéa 1er, du décret, " ;
2° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret " est remplacé par le membre de phrase " En application de l'article 130, § 2, alinéa 5, du décret, les périodes de cours vacantes visées à l'article 130, § 2, alinéa 2, du décret, et en application de l'article 153viciessexies, alinéa 4, du décret, les périodes de cours non vacantes visées à l'article 153viciessexies, alinéa 1er, du décret, " ;
2° l'alinéa 2 est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° à partir du 1er septembre 2023, la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. " ;
3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et 4sexies " est remplacé par le membre de phrase " , 4sexies et 4novies ".
Art. 26. In hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt een afdeling B/1 ingevoegd, die bestaat uit artikel 14quinquies en 14sexies, die luidt als volgt:
"Afdeling B/1. Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten
"Afdeling B/1. Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten
Art. 26. Au chapitre 3 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, il est inséré une section B/1, comprenant les articles 14quinquies et 14sexies, rédigée comme suit :
" Section B/1. Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité
" Section B/1. Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité
Onderafdeling 1. - Aanwending van lestijden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 141, § 4, van het decreet
Sous-section 1re. - Affectation de périodes de cours pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 141, § 4, du décret
Art. 14quinquies. Een school kan tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 vacante lestijden aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 141, § 4, van het decreet, conform de volgende voorwaarden:
1° als de school vacante lestijden aanwendt om een gastleraar in te zetten, meldt de school het aantal lestijden en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
2° de lestijden die conform punt 1° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 59,36 euro per omgezette lestijd. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 2°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
4° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 3°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 1°.
1° als de school vacante lestijden aanwendt om een gastleraar in te zetten, meldt de school het aantal lestijden en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
2° de lestijden die conform punt 1° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 59,36 euro per omgezette lestijd. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 2°, toe aan de school in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
4° de school kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 3°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 1°.
Art. 14quinquies. Pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025, une école peut affecter des périodes de cours vacantes pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 141, § 4, du décret, conformément aux conditions suivantes :
1° si l'école affecte des périodes de cours vacantes pour engager un enseignant invité, elle communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes de cours et la période d'affectation ;
2° les périodes de cours communiquées conformément au point 1° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 59,36 euros par période de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
3° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 2°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
4° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 3°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 1°.
1° si l'école affecte des périodes de cours vacantes pour engager un enseignant invité, elle communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes de cours et la période d'affectation ;
2° les périodes de cours communiquées conformément au point 1° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 59,36 euros par période de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
3° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 2°, à l'école sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
4° l'école ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 3°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 1°.
Onderafdeling 2. - Aanwending van lestijden om gastleraren in te zetten via een dienstverleningsovereenkomst met een onderneming of een organisatie als vermeld in artikel 130bis van het decreet
Sous-section 2. - Affectation de périodes de cours pour engager des enseignants invités par le biais d'un contrat de services avec une entreprise ou une organisation tel que visé à l'article 130bis du décret
Art. 14sexies. § 1. Een school kan vacante of niet-vacante lestijden aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 130bis van het decreet conform de volgende voorwaarden:
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 130bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school lestijden aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 130bis van het decreet, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lestijden en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de lestijden die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 59,36 euro per omgezette lestijd. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
1° het schoolbestuur van de school sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 130bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het schoolbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het schoolbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als de school lestijden aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 130bis van het decreet, meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee ze een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt de school aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal lestijden en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de lestijden die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 59,36 euro per omgezette lestijd. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
Art. 14sexies. § 1er. Une école peut affecter des périodes de cours vacantes ou non vacantes pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 130bis du décret, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 130bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 4, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des périodes de cours pour un enseignant invité tel que visé à l'article 130bis du décret, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes de cours communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 59,36 euros par période de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
1° l'autorité scolaire de l'école conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 130bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité scolaire utilise le modèle repris en annexe 4, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité scolaire et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si l'école affecte des périodes de cours pour un enseignant invité tel que visé à l'article 130bis du décret, l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle elle a conclu un contrat de services et l'école communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes de cours et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes de cours communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 59,36 euros par période de cours convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
Art. 27. In artikel 25ter, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, wordt het de zinsnede "puntenwaarde 0,39272" vervangen door de zinsnede "puntenwaarde 0,42338".
Art. 27. Dans l'article 25ter, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, le membre de phrase " valeur de points 0,39272 " est remplacé par le membre de phrase " valeur en points 0,42338 ".
Art. 28. In artikel 25quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de woorden "en beleidsondersteuner" vervangen door de zinsnede ", beleidsondersteuner en adjunct-directeur".
Art. 28. Dans l'article 25quinquies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les mots " et de collaborateur à la politique " sont remplacés par le membre de phrase " , de collaborateur à la politique et de directeur-adjoint ".
Art. 29. In artikel 25sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt een punt 2° ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° ter als een betrekking wordt ingericht die de weddeschaal 413 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 100 punten in rekening gebracht;";
3° in paragraaf 2 wordt de tabel vervangen door de volgende tabel:
"
1° in paragraaf 1 wordt een punt 2° ter ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° ter als een betrekking wordt ingericht die de weddeschaal 413 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 100 punten in rekening gebracht;";
3° in paragraaf 2 wordt de tabel vervangen door de volgende tabel:
"
Art. 29. A l'article 25sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré un point 2° ter, rédigé comme suit :
" 2° ter en cas de création d'un emploi générant l'échelle de traitement 413, 100 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein ; " ;
3° dans le paragraphe 2, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
"
1° dans le paragraphe 1er, il est inséré un point 2° ter, rédigé comme suit :
" 2° ter en cas de création d'un emploi générant l'échelle de traitement 413, 100 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein ; " ;
3° dans le paragraphe 2, le tableau est remplacé par le tableau suivant :
"
| puntenwaarde | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
| aantal uren | punten | punten | punten | punten | punten | punten |
| 1 | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 4 |
| 2 | 4 | 5 | 5 | 6 | 7 | 7 |
| 3 | 5 | 7 | 7 | 8 | 10 | 11 |
| 4 | 7 | 9 | 9 | 11 | 13 | 14 |
| 5 | 9 | 11 | 12 | 14 | 17 | 18 |
| 6 | 11 | 14 | 14 | 17 | 20 | 21 |
| 7 | 12 | 16 | 17 | 19 | 23 | 25 |
| 8 | 14 | 18 | 19 | 22 | 27 | 28 |
| 9 | 16 | 21 | 21 | 25 | 30 | 32 |
| 10 | 18 | 23 | 24 | 28 | 33 | 35 |
| 11 | 19 | 25 | 26 | 31 | 37 | 39 |
| 12 | 21 | 27 | 28 | 33 | 40 | 42 |
| 13 | 23 | 30 | 31 | 36 | 43 | 46 |
| 14 | 25 | 32 | 33 | 39 | 47 | 49 |
| 15 | 26 | 34 | 35 | 42 | 50 | 53 |
| 16 | 28 | 36 | 38 | 44 | 53 | 56 |
| 17 | 30 | 39 | 40 | 47 | 57 | 60 |
| 18 | 32 | 41 | 42 | 50 | 60 | 63 |
| 19 | 33 | 43 | 45 | 53 | 63 | 67 |
| 20 | 35 | 46 | 47 | 56 | 67 | 70 |
| 21 | 37 | 48 | 50 | 58 | 70 | 74 |
| 22 | 39 | 50 | 52 | 61 | 73 | 77 |
| 23 | 40 | 52 | 54 | 64 | 77 | 81 |
| 24 | 42 | 55 | 57 | 67 | 80 | 84 |
| 25 | 44 | 57 | 59 | 69 | 83 | 88 |
| 26 | 46 | 59 | 61 | 72 | 87 | 91 |
| 27 | 47 | 62 | 64 | 75 | 90 | 95 |
| 28 | 49 | 64 | 66 | 78 | 93 | 98 |
| 29 | 51 | 66 | 68 | 81 | 97 | 102 |
| 30 | 53 | 68 | 71 | 83 | 100 | 105 |
| 31 | 54 | 71 | 73 | 86 | 103 | 109 |
| 32 | 56 | 73 | 76 | 89 | 107 | 112 |
| 33 | 58 | 75 | 78 | 92 | 110 | 116 |
| 34 | 60 | 77 | 80 | 94 | 113 | 119 |
| 35 | 61 | 80 | 83 | 97 | 117 | 123 |
| 36 | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
".
| valeur en points | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
| nombre d'heures | points | points | points | points | points | points |
| 1 | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 4 |
| 2 | 4 | 5 | 5 | 6 | 7 | 7 |
| 3 | 5 | 7 | 7 | 8 | 10 | 11 |
| 4 | 7 | 9 | 9 | 11 | 13 | 14 |
| 5 | 9 | 11 | 12 | 14 | 17 | 18 |
| 6 | 11 | 14 | 14 | 17 | 20 | 21 |
| 7 | 12 | 16 | 17 | 19 | 23 | 25 |
| 8 | 14 | 18 | 19 | 22 | 27 | 28 |
| 9 | 16 | 21 | 21 | 25 | 30 | 32 |
| 10 | 18 | 23 | 24 | 28 | 33 | 35 |
| 11 | 19 | 25 | 26 | 31 | 37 | 39 |
| 12 | 21 | 27 | 28 | 33 | 40 | 42 |
| 13 | 23 | 30 | 31 | 36 | 43 | 46 |
| 14 | 25 | 32 | 33 | 39 | 47 | 49 |
| 15 | 26 | 34 | 35 | 42 | 50 | 53 |
| 16 | 28 | 36 | 38 | 44 | 53 | 56 |
| 17 | 30 | 39 | 40 | 47 | 57 | 60 |
| 18 | 32 | 41 | 42 | 50 | 60 | 63 |
| 19 | 33 | 43 | 45 | 53 | 63 | 67 |
| 20 | 35 | 46 | 47 | 56 | 67 | 70 |
| 21 | 37 | 48 | 50 | 58 | 70 | 74 |
| 22 | 39 | 50 | 52 | 61 | 73 | 77 |
| 23 | 40 | 52 | 54 | 64 | 77 | 81 |
| 24 | 42 | 55 | 57 | 67 | 80 | 84 |
| 25 | 44 | 57 | 59 | 69 | 83 | 88 |
| 26 | 46 | 59 | 61 | 72 | 87 | 91 |
| 27 | 47 | 62 | 64 | 75 | 90 | 95 |
| 28 | 49 | 64 | 66 | 78 | 93 | 98 |
| 29 | 51 | 66 | 68 | 81 | 97 | 102 |
| 30 | 53 | 68 | 71 | 83 | 100 | 105 |
| 31 | 54 | 71 | 73 | 86 | 103 | 109 |
| 32 | 56 | 73 | 76 | 89 | 107 | 112 |
| 33 | 58 | 75 | 78 | 92 | 110 | 116 |
| 34 | 60 | 77 | 80 | 94 | 113 | 119 |
| 35 | 61 | 80 | 83 | 97 | 117 | 123 |
| 36 | 63 | 82 | 85 | 100 | 120 | 126 |
".
Art. 30. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2023, wordt een bijlage 4 toegevoegd, die als bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 30. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mai 2023, est complété par une annexe 4, jointe en annexe 6 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à la charge du personnel dans l'enseignement fondamental
Art. 31. In artikel 3, 11°, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, worden de woorden "en beleidsondersteuner" vervangen door de zinsnede ", beleidsondersteuner en adjunct-directeur".
Art. 31. Dans l'article 3, 11°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif à la charge du personnel dans l'enseignement fondamental, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, les mots " et de collaborateur à la politique " sont remplacés par le membre de phrase " , de collaborateur à la politique et de directeur-adjoint ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein
Art. 32. In artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, wordt het woord "voordrachtgever" telkens vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 32. Dans l'article 3, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013, les mots " et qui enseignent " sont remplacés par les mots " et qui sont enseignant invité ", et le mot " enseignant " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
Art. 33. In artikel 4, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, wordt het woord "voordrachtgever" telkens vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 33. Dans l'article 4, § 2, alinéa 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013, les mots " et qui enseignent " sont remplacés par les mots " et qui sont enseignant invité ", et le mot " enseignant " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
Art. 34. In artikel 5, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, wordt het woord "voordrachtgever" telkens vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 34. Dans l'article 5, § 2, alinéa 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013, les mots " et qui enseignent " sont remplacés par les mots " et qui sont enseignant invité ", et le mot " enseignant " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
Art. 35. In artikel 31, § 3, derde lid, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt het woord "voordrachtgever" vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 35. Dans l'article 31, § 3, alinéa 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 24 januari 2003 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 janvier 2003 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement spécial
Art. 36. In artikel 7bis, 2°, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 januari 2003 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, wordt het woord "nihil" vervangen door het woord "adjunct-directeur.".
Art. 36. Dans l'article 7bis, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 janvier 2003 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement spécial, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, le mot " néant " est remplacé par le membre de phrase " directeur adjoint. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal voor de houders van het getuigschrift grondige kennis verplichte tweede taal Frans
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 accordant une échelle de traitement non acquise aux porteurs d'un certificat de connaissance approfondie du français comme deuxième langue obligatoire
Art. 37. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal voor de houders van het getuigschrift grondige kennis verplichte tweede taal Frans, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007, worden de woorden "en ICT-coördinator" vervangen door de zinsnede ", ICT-coördinator en beleidsondersteuner".
Art. 37. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 accordant une échelle de traitement non acquise aux porteurs d'un certificat de connaissance approfondie du français comme deuxième langue obligatoire, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007, les mots " et de coordinateur TIC " sont remplacés par les mots " , de coordinateur TIC et de collaborateur à la politique ".
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs
CHAPITRE 12. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 relatif aux enveloppes de points pour les centres d'enseignement de l'enseignement fondamental
Art. 38. Aan artikel 4ter, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.".
"5° het ambt van adjunct-directeur uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.".
Art. 38. L'article 4ter, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004 relatif aux enveloppes de points pour les centres d'enseignement de l'enseignement fondamental, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. ".
" 5° la fonction de directeur adjoint de la catégorie du personnel de gestion et d'appui. ".
Art. 39. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022, wordt een artikel 4novies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 4novies. § 1. Punten worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur:
1° als een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 413 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 100 punten in rekening gebracht;
2° de som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het ambt en opleidingsniveau in kwestie worden ingericht.
Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet conform de volgende tabel:
"Art. 4novies. § 1. Punten worden op de volgende wijze omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur:
1° als een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 413 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 100 punten in rekening gebracht;
2° de som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het ambt en opleidingsniveau in kwestie worden ingericht.
Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet conform de volgende tabel:
Art. 39. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022, il est inséré un article 4novies, rédigé comme suit :
" Art. 4novies. § 1er. La conversion de points vers les emplois à temps plein financés ou subventionnés dans la fonction de directeur adjoint se fait comme suit :
1° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 413, 100 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein ;
2° la somme du nombre de points des emplois qui sont créés par niveau de formation et par fonction, n'excède jamais le nombre de points requis pour un emploi qui consiste en la somme des heures organisées dans la fonction et le niveau de formation concernés.
Pour l'affectation en heures, l'enveloppe de points attribuée est convertie conformément au tableau suivant :
" Art. 4novies. § 1er. La conversion de points vers les emplois à temps plein financés ou subventionnés dans la fonction de directeur adjoint se fait comme suit :
1° si un emploi est créé qui génère l'échelle de traitement 413, 100 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein ;
2° la somme du nombre de points des emplois qui sont créés par niveau de formation et par fonction, n'excède jamais le nombre de points requis pour un emploi qui consiste en la somme des heures organisées dans la fonction et le niveau de formation concernés.
Pour l'affectation en heures, l'enveloppe de points attribuée est convertie conformément au tableau suivant :
| puntenwaarde | 100 |
| aantal uren | punten |
| 1 | 3 |
| 2 | 6 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 17 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 28 |
| 11 | 31 |
| 12 | 33 |
| 13 | 36 |
| 14 | 39 |
| 15 | 42 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 50 |
| 19 | 53 |
| 20 | 56 |
| 21 | 58 |
| 22 | 61 |
| 23 | 64 |
| 24 | 67 |
| 25 | 69 |
| 26 | 72 |
| 27 | 75 |
| 28 | 78 |
| 29 | 81 |
| 30 | 83 |
| 31 | 86 |
| 32 | 89 |
| 33 | 92 |
| 34 | 94 |
| 35 | 97 |
| 36 | 100 |
".
| valeur en points | 100 |
| nombre d'heures | points |
| 1 | 3 |
| 2 | 6 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 17 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 28 |
| 11 | 31 |
| 12 | 33 |
| 13 | 36 |
| 14 | 39 |
| 15 | 42 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 50 |
| 19 | 53 |
| 20 | 56 |
| 21 | 58 |
| 22 | 61 |
| 23 | 64 |
| 24 | 67 |
| 25 | 69 |
| 26 | 72 |
| 27 | 75 |
| 28 | 78 |
| 29 | 81 |
| 30 | 83 |
| 31 | 86 |
| 32 | 89 |
| 33 | 92 |
| 34 | 94 |
| 35 | 97 |
| 36 | 100 |
".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 40. In artikel 3, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs wordt het woord "nihil" vervangen door het woord "adjunct-directeur".
Art. 40. Dans l'article 3, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2004 déterminant et classant les fonctions dans l'enseignement fondamental ordinaire, le mot " néant " est remplacé par le membre de phrase " directeur adjoint. ".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs
CHAPITRE 14. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement
Art. 41. In artikel 2, § 2, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2005 betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005, worden de woorden "en de zorgcoördinator" vervangen door de zinsnede ", de zorgcoördinator en de beleidsondersteuner".
Art. 41. Dans l'article 2, § 2, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 avril 2005 accordant une échelle de traitement non acquise à certains membres du personnel de l'enseignement, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005, les mots " et le coordinateur de soins " sont remplacés par le membre de phrase " , le coordinateur de soins et le collaborateur à la politique ".
Art. 42. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2023, wordt een artikel 2quater ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2quater. De niet-verworven salarisschaal 895 wordt toegekend aan de tijdelijke of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en in secundair onderwijs en die in dat ambt belast worden met het mandaat van leraar-specialist, vermeld in artikel 40sexies decies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 36novies/6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
De niet-verworven salarisschaal, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend voor het volume van de opdracht en voor de periode waarvoor het personeelslid belast is met het mandaat van leraar-specialist, vermeld in het eerste lid.".
"Art. 2quater. De niet-verworven salarisschaal 895 wordt toegekend aan de tijdelijke of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en in secundair onderwijs en die in dat ambt belast worden met het mandaat van leraar-specialist, vermeld in artikel 40sexies decies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 36novies/6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
De niet-verworven salarisschaal, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend voor het volume van de opdracht en voor de periode waarvoor het personeelslid belast is met het mandaat van leraar-specialist, vermeld in het eerste lid.".
Art. 42. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mai 2023, il est inséré un article 2quater, rédigé comme suit :
" Art. 2quater. L'échelle de traitement 895 non acquise est accordée aux membres du personnel temporaires ou nommés à titre définitif qui sont désignés ou affectés à un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental et l'enseignement secondaire et qui sont chargés, dans cette fonction, du mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'article 40sexies decies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou à l'article 36novies/6 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
L'échelle de traitement non acquise, visée à l'alinéa 1er, est accordée pour le volume de la charge et pour la période pour laquelle le membre du personnel est chargé du mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'alinéa 1er. ".
" Art. 2quater. L'échelle de traitement 895 non acquise est accordée aux membres du personnel temporaires ou nommés à titre définitif qui sont désignés ou affectés à un emploi dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental et l'enseignement secondaire et qui sont chargés, dans cette fonction, du mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'article 40sexies decies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ou à l'article 36novies/6 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
L'échelle de traitement non acquise, visée à l'alinéa 1er, est accordée pour le volume de la charge et pour la période pour laquelle le membre du personnel est chargé du mandat d'enseignant-spécialiste, visé à l'alinéa 1er. ".
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs
CHAPITRE 15. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial
Art. 43. In artikel 1, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005 betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, worden tussen de woorden "aan de zorgcoördinator" en de woorden "in het gewoon" de woorden "en de beleidsondersteuner" ingevoegd.
Art. 43. Dans l'article 1er, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2005 relatif à l'octroi d'une échelle de traitement non acquise aux membres du personnel qui sont porteurs d'un certificat ou diplôme de l'enseignement spécial, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006, les mots " et au collaborateur à la politique " sont insérés entre les mots " au coordinateur des soins " et les mots " dans l'enseignement ordinaire ".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 16. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 réglant certaines matières pour les centres d'éducation des adultes, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art. 44. In het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2018, wordt het opschrift van hoofdstuk IIIbis vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk IIIbis. De aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van een gastleraar".
"Hoofdstuk IIIbis. De aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van een gastleraar".
Art. 44. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 réglant certaines matières pour les centres d'éducation des adultes, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2018, l'intitulé du chapitre IIIbis est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre IIIbis. L'affectation d'heures d'enseignant pour le recrutement d'un enseignant invité ".
" Chapitre IIIbis. L'affectation d'heures d'enseignant pour le recrutement d'un enseignant invité ".
Art. 45. In artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2019 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015 en 9 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "maximaal 5 procent van het beschikbare pakket" opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Het krediet voor gastleraren wordt vastgesteld op 76,68 euro per leraarsuur.";
3° in paragraaf 2, tweede lid wordt de zinsnede "vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 januari 2023 aan de spilindex 123,14";
4° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden vervangen door wat volgt:
" § 3. Het centrum meldt het aantal leraarsuren dat het zal aanwenden voor gastleraren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Het voormelde agentschap zet de voormelde leraarsuren om in een krediet conform paragraaf 2.
§ 4. Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in paragraaf 3, toe aan het centrum in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt. Het centrum kan dit krediet alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform paragraaf 3.".".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "maximaal 5 procent van het beschikbare pakket" opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Het krediet voor gastleraren wordt vastgesteld op 76,68 euro per leraarsuur.";
3° in paragraaf 2, tweede lid wordt de zinsnede "vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 januari 2023 aan de spilindex 123,14";
4° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden vervangen door wat volgt:
" § 3. Het centrum meldt het aantal leraarsuren dat het zal aanwenden voor gastleraren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Het voormelde agentschap zet de voormelde leraarsuren om in een krediet conform paragraaf 2.
§ 4. Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in paragraaf 3, toe aan het centrum in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt. Het centrum kan dit krediet alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform paragraaf 3.".".
Art. 45. A l'article 6bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 octobre 2019 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 juillet 2015 et 9 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " au maximum 5 pour cent du capital périodes/enseignant disponible " est remplacé par les mots " des heures d'enseignant " ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le crédit pour les enseignants invités est fixé à 76,68 euros par heure d'enseignant. " ;
3° dans le paragraphe 2, la phrase " A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. " est remplacée par la phrase " A partir du 1er janvier 2023, ce crédit est lié à l'indice-pivot 123,14. " ;
4° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Le centre communique le nombre d'heures d'enseignant qu'il affectera pour des enseignants invités ainsi que la période d'affectation à l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes. L'agence précitée convertit les heures d'enseignant précitées en un crédit conformément au paragraphe 2.
§ 4. L'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au paragraphe 3, au centre sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant. Le centre ne peut affecter ce crédit qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au paragraphe 3. ".
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " au maximum 5 pour cent du capital périodes/enseignant disponible " est remplacé par les mots " des heures d'enseignant " ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le crédit pour les enseignants invités est fixé à 76,68 euros par heure d'enseignant. " ;
3° dans le paragraphe 2, la phrase " A partir du 1er janvier 1990, ce crédit est lié à l'indice-pivot 138,01. " est remplacée par la phrase " A partir du 1er janvier 2023, ce crédit est lié à l'indice-pivot 123,14. " ;
4° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Le centre communique le nombre d'heures d'enseignant qu'il affectera pour des enseignants invités ainsi que la période d'affectation à l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes. L'agence précitée convertit les heures d'enseignant précitées en un crédit conformément au paragraphe 2.
§ 4. L'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au paragraphe 3, au centre sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant. Le centre ne peut affecter ce crédit qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au paragraphe 3. ".
Art. 46. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2018, wordt het opschrift van hoofdstuk IIIter vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk IIIter. De aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van een gastleraar via een dienstverleningsovereenkomst met een onderneming of en organisatie".
"Hoofdstuk IIIter. De aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van een gastleraar via een dienstverleningsovereenkomst met een onderneming of en organisatie".
Art. 46. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2018, l'intitulé du chapitre IIIter est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre IIIter. Affectation d'heures d'enseignant pour le recrutement d'un enseignant invité par le biais d'un contrat de services avec une entreprise ou une organisation ".
" Chapitre IIIter. Affectation d'heures d'enseignant pour le recrutement d'un enseignant invité par le biais d'un contrat de services avec une entreprise ou une organisation ".
Art. 47. Artikel 6ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2009 en opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2018, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 6ter. Een centrum kan vacante of niet-vacante leraarsuren aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 98bis van het decreet conform de volgende voorwaarden:
1° het centrumbestuur van het centrum sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 98bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het centrumbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het centrumbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als het centrum leraarsuren aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 98bis van het decreet, meldt het centrum aan het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee het een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt het centrum aan het voormelde agentschap het aantal leraarsuren en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de leraarsuren die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 76,78 euro per omgezet leraarsuur. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
"Art. 6ter. Een centrum kan vacante of niet-vacante leraarsuren aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 98bis van het decreet conform de volgende voorwaarden:
1° het centrumbestuur van het centrum sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 98bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het centrumbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst te sluiten;
2° het centrumbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als het centrum leraarsuren aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 98bis van het decreet, meldt het centrum aan het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee het een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt het centrum aan het voormelde agentschap het aantal leraarsuren en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de leraarsuren die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 76,78 euro per omgezet leraarsuur. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
Art. 47. L'article 6ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 octobre 2009 et abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2018, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 6ter. Un centre peut affecter des heures d'enseignant vacantes ou non vacantes pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 98bis du décret, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité du centre conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 98bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité du centre utilise le modèle repris en l'annexe, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si le centre affecte des heures d'enseignant pour un enseignant invité tel que visé à l'article 98bis du décret, le centre communique à l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle il a conclu un contrat de services et le centre communique à l'agence précitée le nombre d'heures d'enseignant et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les heures d'enseignant communiquées conformément au point 3°, sont converties par l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes en un crédit, établi à 76,78 euros par heure d'enseignant convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
" Art. 6ter. Un centre peut affecter des heures d'enseignant vacantes ou non vacantes pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 98bis du décret, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité du centre conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 98bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité du centre utilise le modèle repris en l'annexe, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si le centre affecte des heures d'enseignant pour un enseignant invité tel que visé à l'article 98bis du décret, le centre communique à l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle il a conclu un contrat de services et le centre communique à l'agence précitée le nombre d'heures d'enseignant et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les heures d'enseignant communiquées conformément au point 3°, sont converties par l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes en un crédit, établi à 76,78 euros par heure d'enseignant convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
Art. 48. De bijlage bij hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2018, wordt hersteld met de bijlage die als bijlage 7 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 48. L'annexe au même arrêté, abrogée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2018, est rétablie par l'annexe jointe en annexe 7 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Basiseducatie ter uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 17. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglant certaines matières pour les centres d'éducation de base, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art. 49. In het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Basiseducatie ter uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt het opschrift van hoofdstuk IIIquinquies vervangen door wat volgt:
"Hoofdstuk IIIquinquies. De aanwending van VTE voor de aanwerving van gastleraren".
"Hoofdstuk IIIquinquies. De aanwending van VTE voor de aanwerving van gastleraren".
Art. 49. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 réglant certaines matières pour les centres d'éducation de base, en application du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, l'intitulé du chapitre IIIquinquies est remplacé par ce qui suit :
" Chapitre IIIquinquies. L'affectation d'ETP pour le recrutement d'enseignants invités ".
" Chapitre IIIquinquies. L'affectation d'ETP pour le recrutement d'enseignants invités ".
Art. 50. In artikel 6novies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "maximaal 5 procent van het beschikbare pakket" opgeheven;
2° in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren";
3° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden vervangen door wat volgt:
" § 3. Het centrum meldt het aantal VTE dat het zal aanwenden voor gastleraren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Het voormelde agentschap zet de voormelde VTE om in een krediet conform paragraaf 2.
§ 4. Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in paragraaf 3, toe aan het centrum in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt. Het centrum kan dit krediet alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform paragraaf 3.".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "maximaal 5 procent van het beschikbare pakket" opgeheven;
2° in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren";
3° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden vervangen door wat volgt:
" § 3. Het centrum meldt het aantal VTE dat het zal aanwenden voor gastleraren en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Het voormelde agentschap zet de voormelde VTE om in een krediet conform paragraaf 2.
§ 4. Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in paragraaf 3, toe aan het centrum in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt. Het centrum kan dit krediet alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform paragraaf 3.".
Art. 50. A l'article 6novies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 octobre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " 5 pour cent au maximum des ETP disponibles " est remplacé par les mots " des ETP " ;
2° dans les paragraphes 1er et 2, alinéa 1er, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités " ;
3° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Le centre communique le nombre d'ETP qu'il affectera pour des enseignants invités ainsi que la période d'affectation à l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes. L'agence précitée convertit les ETP précités en un crédit conformément au paragraphe 2.
§ 4. L'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au paragraphe 3, au centre sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant. Le centre ne peut affecter ce crédit qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au paragraphe 3. ".
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " 5 pour cent au maximum des ETP disponibles " est remplacé par les mots " des ETP " ;
2° dans les paragraphes 1er et 2, alinéa 1er, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités " ;
3° les paragraphes 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 3. Le centre communique le nombre d'ETP qu'il affectera pour des enseignants invités ainsi que la période d'affectation à l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes. L'agence précitée convertit les ETP précités en un crédit conformément au paragraphe 2.
§ 4. L'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au paragraphe 3, au centre sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant. Le centre ne peut affecter ce crédit qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au paragraphe 3. ".
HOOFDSTUK 18. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 18. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 51. In artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2009 en 16 juli 2021, wordt paragraaf 1, vervangen door wat volgt:
" § 1. Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten conform de volgende voorwaarden:
1° het centrum kan een of meer gastleraren inzetten in een vacante betrekking als vermeld in artikel 90, § 1, 3°, van het decreet of tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een niet-vacante betrekking conform artikel 22/16, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
2° als het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een vacante betrekking van gastleraar als vermeld in artikel 90, § 1, 3°, van het decreet, meldt het centrum het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als het centrum de uren-leraar van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, meldt het centrum het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° de uren-leraar die conform punt 2° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 3°, toe aan het centrum in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
5° het centrum kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 4°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 2°. ".
" § 1. Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten conform de volgende voorwaarden:
1° het centrum kan een of meer gastleraren inzetten in een vacante betrekking als vermeld in artikel 90, § 1, 3°, van het decreet of tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025 in een niet-vacante betrekking conform artikel 22/16, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
2° als het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een vacante betrekking van gastleraar als vermeld in artikel 90, § 1, 3°, van het decreet, meldt het centrum het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Als het centrum de uren-leraar van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, meldt het centrum het aantal uren-leraar en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
3° de uren-leraar die conform punt 2° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 3°, toe aan het centrum in de vorm van een voorschot van 25% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75% in de loop van de maand juni die daarop volgt;
5° het centrum kan het krediet dat door het Agentschap voor Onderwijsdiensten toegekend wordt, vermeld in punt 4°, alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform punt 2°. ".
Art. 51. Dans l'article 18 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exécution du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 octobre 2009 et 16 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
" § 1er. Un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité conformément aux conditions suivantes :
1° le centre peut engager un ou plusieurs enseignants invités dans un emploi vacant tel que visé à l'article 90, § 1er, 3°, du décret ou pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025 dans un emploi non vacant conformément à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
2° si le centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel affecte des périodes-professeur hebdomadaires à un emploi vacant d'enseignant invité tel que visé à l'article 90, § 1er, 3°, du décret, le centre communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement. Si le centre affecte les périodes-professeur d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, le centre communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement ;
3° les périodes-professeur communiquées conformément au point 2° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
4° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 3°, au centre sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
5° le centre ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 4°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 2°. ".
" § 1er. Un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité conformément aux conditions suivantes :
1° le centre peut engager un ou plusieurs enseignants invités dans un emploi vacant tel que visé à l'article 90, § 1er, 3°, du décret ou pendant les années scolaires 2023-2024 et 2024-2025 dans un emploi non vacant conformément à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
2° si le centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel affecte des périodes-professeur hebdomadaires à un emploi vacant d'enseignant invité tel que visé à l'article 90, § 1er, 3°, du décret, le centre communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement. Si le centre affecte les périodes-professeur d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, le centre communique le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement ;
3° les périodes-professeur communiquées conformément au point 2° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
4° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 3°, au centre sous forme d'une avance de 25 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 75 % au cours du mois de juin suivant ;
5° le centre ne peut affecter le crédit accordé par l'Agence de Services d'Enseignement, visé au point 4°, qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément au point 2°. ".
Art. 52. Artikel 18bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 18bis. Met toepassing van artikel 90, § 2, van het decreet en artikel 22/15, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs uren-leraar op de volgende wijze omzetten in punten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
"Art. 18bis. Met toepassing van artikel 90, § 2, van het decreet en artikel 22/15, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs uren-leraar op de volgende wijze omzetten in punten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
Art. 52. L'article 18bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 18bis. En application de l'article 90, § 2, du décret, et l'article 22/15, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut convertir des périodes-professeur en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
" Art. 18bis. En application de l'article 90, § 2, du décret, et l'article 22/15, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut convertir des périodes-professeur en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 3 |
| 2 | 5 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 16 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 27 |
| 11 | 30 |
| 12 | 31,5 |
| 13 | 36 |
| 14 | 38 |
| 15 | 41 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 49 |
| 19 | 52 |
| 20 | 55 |
| 21 | 58 |
| 22 | 60 |
| 23 | 63 |
2° voor een betrekking met puntenwaarde 82:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 3 |
| 2 | 5 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 16 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 27 |
| 11 | 30 |
| 12 | 31,5 |
| 13 | 36 |
| 14 | 38 |
| 15 | 41 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 49 |
| 19 | 52 |
| 20 | 55 |
| 21 | 58 |
| 22 | 60 |
| 23 | 63 |
2° pour un emploi avec valeur en points 82 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 14 |
| 5 | 18 |
| 6 | 21 |
| 7 | 25 |
| 8 | 29 |
| 9 | 32 |
| 10 | 36 |
| 11 | 39 |
| 12 | 43 |
| 13 | 46 |
| 14 | 50 |
| 15 | 53 |
| 16 | 57 |
| 17 | 61 |
| 18 | 64 |
| 19 | 68 |
| 20 | 71 |
| 21 | 75 |
| 22 | 78 |
| 23 | 82 |
3° voor een betrekking met puntenwaarde 85:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 14 |
| 5 | 18 |
| 6 | 21 |
| 7 | 25 |
| 8 | 29 |
| 9 | 32 |
| 10 | 36 |
| 11 | 39 |
| 12 | 43 |
| 13 | 46 |
| 14 | 50 |
| 15 | 53 |
| 16 | 57 |
| 17 | 61 |
| 18 | 64 |
| 19 | 68 |
| 20 | 71 |
| 21 | 75 |
| 22 | 78 |
| 23 | 82 |
3° pour un emploi avec valeur en points 85 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 18 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 33 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 44 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 55 |
| 16 | 59 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 70 |
| 20 | 74 |
| 21 | 78 |
| 22 | 81 |
| 23 | 85 |
4° voor een betrekking met puntenwaarde 120:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 18 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 33 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 44 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 55 |
| 16 | 59 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 70 |
| 20 | 74 |
| 21 | 78 |
| 22 | 81 |
| 23 | 85 |
4° pour un emploi avec valeur en points 120 :
| uren-leraar | punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 10 |
| 3 | 16 |
| 4 | 21 |
| 5 | 26 |
| 6 | 31 |
| 7 | 37 |
| 8 | 42 |
| 9 | 47 |
| 10 | 52 |
| 11 | 57 |
| 12 | 63 |
| 13 | 68 |
| 14 | 73 |
| 15 | 78 |
| 16 | 83 |
| 17 | 89 |
| 18 | 94 |
| 19 | 99 |
| 20 | 104 |
| 21 | 110 |
| 22 | 115 |
| 23 | 120 |
6° voor een betrekking met puntenwaarde 126:
| périodes-professeur | points |
| 1 | 5 |
| 2 | 10 |
| 3 | 16 |
| 4 | 21 |
| 5 | 26 |
| 6 | 31 |
| 7 | 37 |
| 8 | 42 |
| 9 | 47 |
| 10 | 52 |
| 11 | 57 |
| 12 | 63 |
| 13 | 68 |
| 14 | 73 |
| 15 | 78 |
| 16 | 83 |
| 17 | 89 |
| 18 | 94 |
| 19 | 99 |
| 20 | 104 |
| 21 | 110 |
| 22 | 115 |
| 23 | 120 |
6° pour un emploi avec valeur en points 126 :
| uren-leraar | Punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 66 |
| 13 | 71 |
| 14 | 77 |
| 15 | 82 |
| 16 | 88 |
| 17 | 93 |
| 18 | 99 |
| 19 | 104 |
| 20 | 110 |
| 21 | 115 |
| 22 | 121 |
| 23 | 126 |
".
| périodes-professeur | Points |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 66 |
| 13 | 71 |
| 14 | 77 |
| 15 | 82 |
| 16 | 88 |
| 17 | 93 |
| 18 | 99 |
| 19 | 104 |
| 20 | 110 |
| 21 | 115 |
| 22 | 121 |
| 23 | 126 |
".
Art. 53. Aan hoofdstuk XI van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt een artikel 18ter toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 18ter. Een centrum kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 90bis van het decreet of artikel 22/16, eerste lid van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 conform de volgende voorwaarden:
1° het centrumbestuur van het centrum sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 90bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het centrumbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage XXII, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst af te sluiten;
2° het centrumbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als het centrum wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een vacante betrekking van gastleraar als vermeld in artikel 90bis van het decreet, meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee het een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten, en meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst. Als het centrum de uren-leraar van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee het een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de uren-leraar die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
"Art. 18ter. Een centrum kan uren-leraar aanwenden om een gastleraar in te zetten als vermeld in artikel 90bis van het decreet of artikel 22/16, eerste lid van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 conform de volgende voorwaarden:
1° het centrumbestuur van het centrum sluit met een onderneming of een organisatie een dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 90bis van het decreet, met daarin de afspraken over de terbeschikkingstelling van een werknemer van de onderneming of de organisatie als gastleraar voor een welbepaalde opdracht en periode. Het centrumbestuur gebruikt het model dat is opgenomen in bijlage XXII, die bij dit besluit is gevoegd, om de voormelde dienstverleningsovereenkomst af te sluiten;
2° het centrumbestuur en de onderneming of de organisatie leggen op basis van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°, de individuele lesopdracht van de werknemer vast in een deelovereenkomst conform het model van deelovereenkomst dat is opgenomen in het model van de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1° ;
3° als het centrum wekelijkse uren-leraar aanwendt voor een vacante betrekking van gastleraar als vermeld in artikel 90bis van het decreet, meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee het een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten, en meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst. Als het centrum de uren-leraar van een niet-vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging, aanwendt voor een gastleraar als vermeld in artikel 22/16, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten de gegevens van het bedrijf of de organisatie waarmee het een dienstverleningsovereenkomst heeft afgesloten en meldt het centrum aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten het aantal uren-leraar en de periode van aanwending die zijn vastgelegd in de voormelde overeenkomst;
4° de uren-leraar die conform punt 3° worden gemeld, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten omgezet in een krediet dat wordt vastgesteld op 68,93 euro per omgezet uur-leraar. Het voormelde krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het voormelde krediet wordt vanaf 1 januari 2023 gekoppeld aan de spilindex 123,14. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
5° het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in punt 4°, toe aan het bedrijf of de organisatie, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst, vermeld in punt 1°.
In het eerste lid wordt verstaan onder
1° onderneming: een onderneming uit de publieke of private profit- of non-profitsector;
2° organisatie: een organisatie uit de publieke of private profit- of non-profitsector.".
Art. 53. Le chapitre XI du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est complété par un article 18ter, rédigé comme suit :
" Art. 18ter. Un centre peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 90bis du décret ou à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité du centre conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 90bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité du centre utilise le modèle repris en l'annexe XXII, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si le centre affecte des périodes-professeur hebdomadaires pour un emploi vacant d'enseignant invité tel que visé à l'article 90bis du décret, le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle il a conclu un contrat de services et le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité. Si le centre affecte les périodes-professeur d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle il a conclu un contrat de services et le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes-professeur communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
" Art. 18ter. Un centre peut affecter des périodes-professeur pour engager un enseignant invité tel que visé à l'article 90bis du décret ou à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, conformément aux conditions suivantes :
1° l'autorité du centre conclut avec une entreprise ou une organisation un contrat de services tel que visé à l'article 90bis du décret, qui reprend les accords concernant la mise à disposition d'un employé de l'entreprise ou de l'organisation en tant qu'enseignant invité pour une mission et une période déterminées. L'autorité du centre utilise le modèle repris en l'annexe XXII, jointe au présent arrêté, pour conclure le contrat de services précité ;
2° l'autorité du centre et l'entreprise ou l'organisation établissent, sur la base du contrat de services visé au point 1°, la mission d'enseignement individuelle de l'employé dans une sous-convention conformément au modèle de sous-convention repris au modèle du contrat de services, visé au point 1° ;
3° si le centre affecte des périodes-professeur hebdomadaires pour un emploi vacant d'enseignant invité tel que visé à l'article 90bis du décret, le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle il a conclu un contrat de services et le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité. Si le centre affecte les périodes-professeur d'un emploi non vacant dans une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant éligible à un remplacement régulier, pour un enseignant invité tel que visé à l'article 22/16, alinéa 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement les données de l'entreprise ou de l'organisation avec laquelle il a conclu un contrat de services et le centre communique à l'Agence de Services d'Enseignement le nombre de périodes-professeur et la période d'affectation établis dans le contrat précité ;
4° les périodes-professeur communiquées conformément au point 3° sont converties par l'Agence de Services d'Enseignement en un crédit, établi à 68,93 euros par période-professeur convertie. Le crédit précité est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 2023, le crédit précité est lié à l'indice-pivot 123,14. Les adaptations à l'indice effectuées après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante ;
5° l'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé au point 4°, à l'entreprise ou à l'organisation, telle que reprise dans le contrat de services visé au point 1°.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° entreprise : une entreprise ou une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif ;
2° organisation : une organisation du secteur public ou privé à but lucratif ou non lucratif. ".
Art. 54. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt een bijlage XXII toegevoegd, die als bijlage 8 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 54. Le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est complété par une annexe XXII, jointe comme annexe 8 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 19. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, au cadre du personnel, à la perception des droits d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel
Art. 55. In hoofdstuk 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2022, wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 2. Aanwerven van gastleraren".
"Afdeling 2. Aanwerven van gastleraren".
Art. 55. Au chapitre 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, au cadre du personnel, à la perception des droits d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 septembre 2022, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit :
" Section 2. Recrutement d'enseignants invités ".
" Section 2. Recrutement d'enseignants invités ".
Art. 56. Artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, 25 september 2009 en 2 september 2022, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 41. Een academie kan lestijden aanwenden om een of meer gastleraren in te zetten als vermeld in artikel 73, § 3, van het decreet van 9 maart 2018. De academie meldt daarvoor het aantal lestijden en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dat de lestijden omzet in een krediet.
Het krediet voor gastleraren, vermeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het aantal gemelde lestijden te vermenigvuldigen met 73,61 euro. Het resultaat van de voormelde vermenigvuldiging wordt vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die voor een schooljaar (X, X+1) berekend wordt met de volgende formule: A = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
De A-coëfficiënt, vermeld in het tweede lid, wordt voor 100% in rekening gebracht.
Het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in het tweede en derde lid, toe aan de academie in de vorm van een voorschot van 60% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 40% in de loop van de maand februari die daarop volgt. De academie kan dit krediet alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform het eerste lid. Maximaal de helft van de middelen kunnen worden overgedragen naar het krediet van het volgende schooljaar.".
"Art. 41. Een academie kan lestijden aanwenden om een of meer gastleraren in te zetten als vermeld in artikel 73, § 3, van het decreet van 9 maart 2018. De academie meldt daarvoor het aantal lestijden en de periode van aanwending aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dat de lestijden omzet in een krediet.
Het krediet voor gastleraren, vermeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het aantal gemelde lestijden te vermenigvuldigen met 73,61 euro. Het resultaat van de voormelde vermenigvuldiging wordt vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die voor een schooljaar (X, X+1) berekend wordt met de volgende formule: A = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
De A-coëfficiënt, vermeld in het tweede lid, wordt voor 100% in rekening gebracht.
Het Agentschap voor Onderwijsdiensten kent het totale geïndexeerde krediet voor de aanwending van gastleraren, vermeld in het tweede en derde lid, toe aan de academie in de vorm van een voorschot van 60% van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 40% in de loop van de maand februari die daarop volgt. De academie kan dit krediet alleen aanwenden voor het inzetten van gastleraren conform het eerste lid. Maximaal de helft van de middelen kunnen worden overgedragen naar het krediet van het volgende schooljaar.".
Art. 56. L'article 41 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 mai 2019, 25 septembre 2009 et 2 septembre 2022, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 41. Une académie peut affecter des périodes de cours pour engager un ou plusieurs enseignants invités tel que visé à l'article 73, § 3, du décret du 9 mars 2018. L'académie communique à cet effet le nombre de périodes de cours et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement, qui convertit les périodes de cours en un crédit.
Le crédit pour des enseignants invités, visé à l'alinéa 1er, est établi en multipliant le nombre de périodes de cours communiqué par 73,61 euros. Le résultat de la multiplication précitée est multiplié par le coefficient d'adaptation A, qui est calculé à l'aide de la formule suivante pour une année scolaire (X, X+1) : A = (Cx-1/Cx-2), où :
1° Cx-1 : l'indice de santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-1 ;
2° Cx-2 : l'indice de santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-2.
Le coefficient A, visé à l'alinéa 2, est pris en compte à 100 %.
L'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé aux alinéas 2 et 3, à l'académie sous forme d'une avance de 60 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 40 % au cours du mois de février suivant. L'académie ne peut affecter ce crédit qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément à l'alinéa 1er. Un maximum de la moitié des moyens peut être transféré au crédit de l'année scolaire suivante. ".
" Art. 41. Une académie peut affecter des périodes de cours pour engager un ou plusieurs enseignants invités tel que visé à l'article 73, § 3, du décret du 9 mars 2018. L'académie communique à cet effet le nombre de périodes de cours et la période d'affectation à l'Agence de Services d'Enseignement, qui convertit les périodes de cours en un crédit.
Le crédit pour des enseignants invités, visé à l'alinéa 1er, est établi en multipliant le nombre de périodes de cours communiqué par 73,61 euros. Le résultat de la multiplication précitée est multiplié par le coefficient d'adaptation A, qui est calculé à l'aide de la formule suivante pour une année scolaire (X, X+1) : A = (Cx-1/Cx-2), où :
1° Cx-1 : l'indice de santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-1 ;
2° Cx-2 : l'indice de santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-2.
Le coefficient A, visé à l'alinéa 2, est pris en compte à 100 %.
L'Agence de Services d'Enseignement accorde le crédit total indexé pour l'affectation d'enseignants invités, visé aux alinéas 2 et 3, à l'académie sous forme d'une avance de 60 % du crédit au cours du mois de novembre de l'année scolaire en question et le solde restant de 40 % au cours du mois de février suivant. L'académie ne peut affecter ce crédit qu'à l'engagement d'enseignants invités conformément à l'alinéa 1er. Un maximum de la moitié des moyens peut être transféré au crédit de l'année scolaire suivante. ".
Art. 57. In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "voordrachtgever" vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 57. Dans l'article 42, alinéa 1er, du même arrêté, le mot " conférencier " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen
CHAPITRE 20. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant des mesures d'exécution concernant la formation duale et la phase de démarrage et diverses autres mesures
Art. 58. In artikel 10, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 58. Dans l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 septembre 2018 fixant des mesures d'exécution concernant la formation duale et la phase de démarrage et diverses autres mesures, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs
CHAPITRE 21. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement
Art. 59. De bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt vervangen door de bijlage die als bijlage 9 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 59. L'annexe à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 portant les échelles de traitement de certains membres du personnel de l'enseignement, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, est remplacée par l'annexe jointe en annexe 9 au présent arrêté.
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022 tot uitvoering van maatregelen uit cao V voor de basiseducatie, cao VI voor het hoger onderwijs en cao XII voor de andere onderwijsniveaus die uitwerking hebben op 1 september 2021 en 1 januari 2022
CHAPITRE 22. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022 portant exécution de mesures de la CCT V pour l'éducation de base, la CCT VI pour l'enseignement supérieur et la CCT XII pour les autres niveaux d'éducation qui produisent leurs effets les 1er septembre 2021 et 1er janvier 2022
Art. 60. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2022 tot uitvoering van maatregelen uit cao V voor de basiseducatie, cao VI voor het hoger onderwijs en cao XII voor de andere onderwijsniveaus die uitwerking hebben op 1 september 2021 en 1 januari 2022 wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. Met toepassing van artikel 22/20 en 22/21, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een school in het voltijds gewoon secundair onderwijs en een centrum in het deeltijds beroepssecundair onderwijs uren-leraar op de volgende wijze omzetten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
" § 2. Met toepassing van artikel 22/20 en 22/21, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een school in het voltijds gewoon secundair onderwijs en een centrum in het deeltijds beroepssecundair onderwijs uren-leraar op de volgende wijze omzetten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
Art. 60. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2022 portant exécution de mesures de la CCT V pour l'éducation de base, la CCT VI pour l'enseignement supérieur et la CCT XII pour les autres niveaux d'éducation qui produisent leurs effets les 1er septembre 2021 et 1er janvier 2022, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. En application des articles 22/20 et 22/21, § 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et un centre dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut convertir des périodes-professeur pour l'affectation dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
" § 2. En application des articles 22/20 et 22/21, § 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et un centre dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel peut convertir des périodes-professeur pour l'affectation dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
| uren-leraar | Punten |
| 1 | 3 |
| 2 | 6 |
| 3 | 9 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 17 |
| 7 | 20 |
| 8 | 23 |
| 9 | 26 |
| 10 | 29 |
| 11 | 31,5 |
| 12 | 34 |
| 13 | 37 |
| 14 | 40 |
| 15 | 43 |
| 16 | 46 |
| 17 | 49 |
| 18 | 52 |
| 19 | 54 |
| 20 | 57 |
| 21 | 60 |
| 22 | 63 |
2° voor een betrekking met puntenwaarde 82:
| périodes-professeur | Points |
| 1 | 3 |
| 2 | 6 |
| 3 | 9 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 17 |
| 7 | 20 |
| 8 | 23 |
| 9 | 26 |
| 10 | 29 |
| 11 | 31,5 |
| 12 | 34 |
| 13 | 37 |
| 14 | 40 |
| 15 | 43 |
| 16 | 46 |
| 17 | 49 |
| 18 | 52 |
| 19 | 54 |
| 20 | 57 |
| 21 | 60 |
| 22 | 63 |
2° pour un emploi avec valeur en points 82 :
| uren-leraar | Punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 34 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 45 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 56 |
| 16 | 60 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 71 |
| 20 | 75 |
| 21 | 78 |
| 22 | 82 |
3° voor een betrekking met puntenwaarde 85:
| périodes-professeur | Points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 34 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 45 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 56 |
| 16 | 60 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 71 |
| 20 | 75 |
| 21 | 78 |
| 22 | 82 |
3° pour un emploi avec valeur en points 85 :
| uren-leraar | Punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 8 |
| 3 | 12 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 23 |
| 7 | 27 |
| 8 | 31 |
| 9 | 35 |
| 10 | 39 |
| 11 | 43 |
| 12 | 46 |
| 13 | 50 |
| 14 | 54 |
| 15 | 58 |
| 16 | 62 |
| 17 | 66 |
| 18 | 70 |
| 19 | 73 |
| 20 | 77 |
| 21 | 81 |
| 22 | 85 |
4° voor een betrekking met puntenwaarde 120:
| périodes-professeur | Points |
| 1 | 4 |
| 2 | 8 |
| 3 | 12 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 23 |
| 7 | 27 |
| 8 | 31 |
| 9 | 35 |
| 10 | 39 |
| 11 | 43 |
| 12 | 46 |
| 13 | 50 |
| 14 | 54 |
| 15 | 58 |
| 16 | 62 |
| 17 | 66 |
| 18 | 70 |
| 19 | 73 |
| 20 | 77 |
| 21 | 81 |
| 22 | 85 |
4° pour un emploi avec valeur en points 120 :
| uren-leraar | Punten |
| 1 | 6 |
| 2 | 12 |
| 3 | 18 |
| 4 | 24 |
| 5 | 30 |
| 6 | 36 |
| 7 | 42 |
| 8 | 48 |
| 9 | 54 |
| 10 | 60 |
| 11 | 66 |
| 12 | 72 |
| 13 | 78 |
| 14 | 84 |
| 15 | 90 |
| 16 | 96 |
| 17 | 102 |
| 18 | 108 |
| 19 | 114 |
| 20 | 120 |
5° voor een betrekking met puntenwaarde 126:
| périodes-professeur | Points |
| 1 | 6 |
| 2 | 12 |
| 3 | 18 |
| 4 | 24 |
| 5 | 30 |
| 6 | 36 |
| 7 | 42 |
| 8 | 48 |
| 9 | 54 |
| 10 | 60 |
| 11 | 66 |
| 12 | 72 |
| 13 | 78 |
| 14 | 84 |
| 15 | 90 |
| 16 | 96 |
| 17 | 102 |
| 18 | 108 |
| 19 | 114 |
| 20 | 120 |
5° pour un emploi avec valeur en points 126 :
| uren-leraar | Punten |
| 1 | 6 |
| 2 | 13 |
| 3 | 19 |
| 4 | 25 |
| 5 | 32 |
| 6 | 38 |
| 7 | 44 |
| 8 | 50 |
| 9 | 57 |
| 10 | 63 |
| 11 | 69 |
| 12 | 76 |
| 13 | 82 |
| 14 | 88 |
| 15 | 95 |
| 16 | 101 |
| 17 | 107 |
| 18 | 113 |
| 19 | 120 |
| 20 | 126 |
Met toepassing van artikel 22/20, 22/21, § 2, en artikel 314/9, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een school in het buitengewoon secundair onderwijs lesuren op de volgende wijze omzetten in punten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
| périodes-professeur | Points |
| 1 | 6 |
| 2 | 13 |
| 3 | 19 |
| 4 | 25 |
| 5 | 32 |
| 6 | 38 |
| 7 | 44 |
| 8 | 50 |
| 9 | 57 |
| 10 | 63 |
| 11 | 69 |
| 12 | 76 |
| 13 | 82 |
| 14 | 88 |
| 15 | 95 |
| 16 | 101 |
| 17 | 107 |
| 18 | 113 |
| 19 | 120 |
| 20 | 126 |
En application des articles 22/20, 22/21, § 2, et l'article 314/9, § 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école dans l'enseignement secondaire spécial peut convertir des heures de cours en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
| lesuren | punten |
| 1 | 3 |
| 2 | 6 |
| 3 | 9 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 17 |
| 7 | 20 |
| 8 | 23 |
| 9 | 26 |
| 10 | 29 |
| 11 | 31,5 |
| 12 | 34 |
| 13 | 37 |
| 14 | 40 |
| 15 | 43 |
| 16 | 46 |
| 17 | 49 |
| 18 | 52 |
| 19 | 54 |
| 20 | 57 |
| 21 | 60 |
| 22 | 63 |
2° voor een betrekking met puntenwaarde 82:
| heures de cours | points |
| 1 | 3 |
| 2 | 6 |
| 3 | 9 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 17 |
| 7 | 20 |
| 8 | 23 |
| 9 | 26 |
| 10 | 29 |
| 11 | 31,5 |
| 12 | 34 |
| 13 | 37 |
| 14 | 40 |
| 15 | 43 |
| 16 | 46 |
| 17 | 49 |
| 18 | 52 |
| 19 | 54 |
| 20 | 57 |
| 21 | 60 |
| 22 | 63 |
2° pour un emploi avec valeur en points 82 :
| lesuren | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 34 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 45 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 56 |
| 16 | 60 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 71 |
| 20 | 75 |
| 21 | 78 |
| 22 | 82 |
3° voor een betrekking met puntenwaarde 85:
| heures de cours | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 34 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 45 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 56 |
| 16 | 60 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 71 |
| 20 | 75 |
| 21 | 78 |
| 22 | 82 |
3° pour un emploi avec valeur en points 85 :
| lesuren | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 8 |
| 3 | 12 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 23 |
| 7 | 27 |
| 8 | 31 |
| 9 | 35 |
| 10 | 39 |
| 11 | 43 |
| 12 | 46 |
| 13 | 50 |
| 14 | 54 |
| 15 | 58 |
| 16 | 62 |
| 17 | 66 |
| 18 | 70 |
| 19 | 73 |
| 20 | 77 |
| 21 | 81 |
| 22 | 85 |
4° voor een betrekking met puntenwaarde 120:
| heures de cours | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 8 |
| 3 | 12 |
| 4 | 15 |
| 5 | 19 |
| 6 | 23 |
| 7 | 27 |
| 8 | 31 |
| 9 | 35 |
| 10 | 39 |
| 11 | 43 |
| 12 | 46 |
| 13 | 50 |
| 14 | 54 |
| 15 | 58 |
| 16 | 62 |
| 17 | 66 |
| 18 | 70 |
| 19 | 73 |
| 20 | 77 |
| 21 | 81 |
| 22 | 85 |
4° pour un emploi avec valeur en points 120 :
| lesuren | punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 65 |
| 13 | 71 |
| 14 | 76 |
| 15 | 82 |
| 16 | 87 |
| 17 | 93 |
| 18 | 98 |
| 19 | 104 |
| 20 | 109 |
| 21 | 115 |
| 22 | 120 |
5° voor een betrekking met puntenwaarde 126:
| heures de cours | points |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 65 |
| 13 | 71 |
| 14 | 76 |
| 15 | 82 |
| 16 | 87 |
| 17 | 93 |
| 18 | 98 |
| 19 | 104 |
| 20 | 109 |
| 21 | 115 |
| 22 | 120 |
5° pour un emploi avec valeur en points 126 :
| lesuren | punten |
| 1 | 6 |
| 2 | 11 |
| 3 | 17 |
| 4 | 23 |
| 5 | 29 |
| 6 | 34 |
| 7 | 40 |
| 8 | 46 |
| 9 | 52 |
| 10 | 57 |
| 11 | 63 |
| 12 | 69 |
| 13 | 74 |
| 14 | 80 |
| 15 | 86 |
| 16 | 92 |
| 17 | 97 |
| 18 | 103 |
| 19 | 109 |
| 20 | 115 |
| 21 | 120 |
| 22 | 126 |
Met toepassing van artikel 22/20, 22/21, § 2, en artikel 314/9, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een school in het buitengewoon secundair onderwijs lesuren op de volgende wijze omzetten in uren voor de aanwending in wervingsambten van het medisch, paramedisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel:
1° voor arts, orthopedagoog en psycholoog:
| heures de cours | points |
| 1 | 6 |
| 2 | 11 |
| 3 | 17 |
| 4 | 23 |
| 5 | 29 |
| 6 | 34 |
| 7 | 40 |
| 8 | 46 |
| 9 | 52 |
| 10 | 57 |
| 11 | 63 |
| 12 | 69 |
| 13 | 74 |
| 14 | 80 |
| 15 | 86 |
| 16 | 92 |
| 17 | 97 |
| 18 | 103 |
| 19 | 109 |
| 20 | 115 |
| 21 | 120 |
| 22 | 126 |
En application des articles 22/20, 22/21, § 2, et l'article 314/9, § 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école dans l'enseignement secondaire spécial peut convertir des heures de cours en heures à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel médical, paramédical, orthopédagogique, psychologique ou social, de la manière suivante :
1° pour médecin, orthopédagogue et psychologue :
| lesuren | uren |
| 1 | 1 |
| 2 | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 6 |
| 5 | 7 |
| 6 | 9 |
| 7 | 10 |
| 8 | 12 |
| 9 | 13 |
| 10 | 15 |
| 11 | 16 |
| 12 | 18 |
| 13 | 19 |
| 14 | 21 |
| 15 | 22 |
| 16 | 24 |
| 17 | 25 |
| 18 | 27 |
| 19 | 28 |
| 20 | 29 |
| 21 | 31 |
| 22 | 32 |
| 23 | 34 |
| 24 | 35 |
| 25 | 37 |
| 26 | 38 |
| 27 | 40 |
2° voor ergotherapeut, kinderverzorger, kinesitherapeut, maatschappelijk werker en verpleger:
| heures de cours | heures |
| 1 | 1 |
| 2 | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 6 |
| 5 | 7 |
| 6 | 9 |
| 7 | 10 |
| 8 | 12 |
| 9 | 13 |
| 10 | 15 |
| 11 | 16 |
| 12 | 18 |
| 13 | 19 |
| 14 | 21 |
| 15 | 22 |
| 16 | 24 |
| 17 | 25 |
| 18 | 27 |
| 19 | 28 |
| 20 | 29 |
| 21 | 31 |
| 22 | 32 |
| 23 | 34 |
| 24 | 35 |
| 25 | 37 |
| 26 | 38 |
| 27 | 40 |
2° pour ergothérapeute, puériculteur, kinésithérapeute, assistant social et infirmier :
| lesuren | uren |
| 1 | 1 |
| 2 | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 6 |
| 5 | 7 |
| 6 | 9 |
| 7 | 10 |
| 8 | 12 |
| 9 | 13 |
| 10 | 15 |
| 11 | 16 |
| 12 | 18 |
| 13 | 19 |
| 14 | 21 |
| 15 | 22 |
| 16 | 24 |
| 17 | 25 |
| 18 | 27 |
| 19 | 28 |
| 20 | 29 |
| 21 | 31 |
| 22 | 32 |
3° voor logopedist:
| heures de cours | heures |
| 1 | 1 |
| 2 | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 6 |
| 5 | 7 |
| 6 | 9 |
| 7 | 10 |
| 8 | 12 |
| 9 | 13 |
| 10 | 15 |
| 11 | 16 |
| 12 | 18 |
| 13 | 19 |
| 14 | 21 |
| 15 | 22 |
| 16 | 24 |
| 17 | 25 |
| 18 | 27 |
| 19 | 28 |
| 20 | 29 |
| 21 | 31 |
| 22 | 32 |
3° pour logopède :
| lesuren | uren |
| 1 | 1 |
| 2 | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 6 |
| 5 | 7 |
| 6 | 9 |
| 7 | 10 |
| 8 | 12 |
| 9 | 13 |
| 10 | 15 |
| 11 | 16 |
| 12 | 18 |
| 13 | 19 |
| 14 | 21 |
| 15 | 22 |
| 16 | 24 |
| 17 | 25 |
| 18 | 27 |
| 19 | 28 |
| 20 | 30 |
".
| heures de cours | heures |
| 1 | 1 |
| 2 | 3 |
| 3 | 4 |
| 4 | 6 |
| 5 | 7 |
| 6 | 9 |
| 7 | 10 |
| 8 | 12 |
| 9 | 13 |
| 10 | 15 |
| 11 | 16 |
| 12 | 18 |
| 13 | 19 |
| 14 | 21 |
| 15 | 22 |
| 16 | 24 |
| 17 | 25 |
| 18 | 27 |
| 19 | 28 |
| 20 | 30 |
".
Art. 61. In artikel 2/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Met toepassing van artikel 22/15, tweede lid, en artikel 308/3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een school in het buitengewoon secundair onderwijs lesuren op de volgende wijze omzetten in punten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
"Met toepassing van artikel 22/15, tweede lid, en artikel 308/3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 kan een school in het buitengewoon secundair onderwijs lesuren op de volgende wijze omzetten in punten voor de aanwending in wervingsambten van het ondersteunend personeel:
1° voor een betrekking met puntenwaarde 63:
Art. 61. Dans l'article 2/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" En application de l'article 22/15, alinéa 2, et l'article 308/3 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école dans l'enseignement secondaire spécial peut convertir des heures de cours en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
" En application de l'article 22/15, alinéa 2, et l'article 308/3 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, une école dans l'enseignement secondaire spécial peut convertir des heures de cours en points à affecter dans des fonctions de recrutement du personnel d'appui, de la manière suivante :
1° pour un emploi avec valeur en points 63 :
| lesuren | punten |
| 1 | 3 |
| 2 | 5 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 16 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 27 |
| 11 | 30 |
| 12 | 31,5 |
| 13 | 36 |
| 14 | 38 |
| 15 | 41 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 49 |
| 19 | 52 |
| 20 | 55 |
| 21 | 58 |
| 22 | 60 |
| 23 | 63 |
2° voor een betrekking met puntenwaarde 82:
| heures de cours | points |
| 1 | 3 |
| 2 | 5 |
| 3 | 8 |
| 4 | 11 |
| 5 | 14 |
| 6 | 16 |
| 7 | 19 |
| 8 | 22 |
| 9 | 25 |
| 10 | 27 |
| 11 | 30 |
| 12 | 31,5 |
| 13 | 36 |
| 14 | 38 |
| 15 | 41 |
| 16 | 44 |
| 17 | 47 |
| 18 | 49 |
| 19 | 52 |
| 20 | 55 |
| 21 | 58 |
| 22 | 60 |
| 23 | 63 |
2° pour un emploi avec valeur en points 82 :
| lesuren | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 14 |
| 5 | 18 |
| 6 | 21 |
| 7 | 25 |
| 8 | 29 |
| 9 | 32 |
| 10 | 36 |
| 11 | 39 |
| 12 | 43 |
| 13 | 46 |
| 14 | 50 |
| 15 | 53 |
| 16 | 57 |
| 17 | 61 |
| 18 | 64 |
| 19 | 68 |
| 20 | 71 |
| 21 | 75 |
| 22 | 78 |
| 23 | 82 |
3° voor een betrekking met puntenwaarde 85:
| heures de cours | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 14 |
| 5 | 18 |
| 6 | 21 |
| 7 | 25 |
| 8 | 29 |
| 9 | 32 |
| 10 | 36 |
| 11 | 39 |
| 12 | 43 |
| 13 | 46 |
| 14 | 50 |
| 15 | 53 |
| 16 | 57 |
| 17 | 61 |
| 18 | 64 |
| 19 | 68 |
| 20 | 71 |
| 21 | 75 |
| 22 | 78 |
| 23 | 82 |
3° pour un emploi avec valeur en points 85 :
| lesuren | punten |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 18 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 33 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 44 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 55 |
| 16 | 59 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 70 |
| 20 | 74 |
| 21 | 78 |
| 22 | 81 |
| 23 | 85 |
4° voor een betrekking met puntenwaarde 120:
| heures de cours | points |
| 1 | 4 |
| 2 | 7 |
| 3 | 11 |
| 4 | 15 |
| 5 | 18 |
| 6 | 22 |
| 7 | 26 |
| 8 | 30 |
| 9 | 33 |
| 10 | 37 |
| 11 | 41 |
| 12 | 44 |
| 13 | 48 |
| 14 | 52 |
| 15 | 55 |
| 16 | 59 |
| 17 | 63 |
| 18 | 67 |
| 19 | 70 |
| 20 | 74 |
| 21 | 78 |
| 22 | 81 |
| 23 | 85 |
4° pour un emploi avec valeur en points 120 :
| lesuren | punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 10 |
| 3 | 16 |
| 4 | 21 |
| 5 | 26 |
| 6 | 31 |
| 7 | 37 |
| 8 | 42 |
| 9 | 47 |
| 10 | 52 |
| 11 | 57 |
| 12 | 63 |
| 13 | 68 |
| 14 | 73 |
| 15 | 78 |
| 16 | 83 |
| 17 | 89 |
| 18 | 94 |
| 19 | 99 |
| 20 | 104 |
| 21 | 110 |
| 22 | 115 |
| 23 | 120 |
5° voor een betrekking met puntenwaarde 126:
| heures de cours | points |
| 1 | 5 |
| 2 | 10 |
| 3 | 16 |
| 4 | 21 |
| 5 | 26 |
| 6 | 31 |
| 7 | 37 |
| 8 | 42 |
| 9 | 47 |
| 10 | 52 |
| 11 | 57 |
| 12 | 63 |
| 13 | 68 |
| 14 | 73 |
| 15 | 78 |
| 16 | 83 |
| 17 | 89 |
| 18 | 94 |
| 19 | 99 |
| 20 | 104 |
| 21 | 110 |
| 22 | 115 |
| 23 | 120 |
5° pour un emploi avec valeur en points 126 :
| lesuren | punten |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 66 |
| 13 | 71 |
| 14 | 77 |
| 15 | 82 |
| 16 | 88 |
| 17 | 93 |
| 18 | 99 |
| 19 | 104 |
| 20 | 110 |
| 21 | 115 |
| 22 | 121 |
| 23 | 126 |
".
| heures de cours | points |
| 1 | 5 |
| 2 | 11 |
| 3 | 16 |
| 4 | 22 |
| 5 | 27 |
| 6 | 33 |
| 7 | 38 |
| 8 | 44 |
| 9 | 49 |
| 10 | 55 |
| 11 | 60 |
| 12 | 66 |
| 13 | 71 |
| 14 | 77 |
| 15 | 82 |
| 16 | 88 |
| 17 | 93 |
| 18 | 99 |
| 19 | 104 |
| 20 | 110 |
| 21 | 115 |
| 22 | 121 |
| 23 | 126 |
".
HOOFDSTUK 23. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft
CHAPITRE 23. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce qui concerne les élèves
Art. 62. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft wordt punt 18° vervangen door wat volgt:
"18° gastleraar: de gastleraar, vermeld in artikel 211, § 3, en in artikel 308/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;".
"18° gastleraar: de gastleraar, vermeld in artikel 211, § 3, en in artikel 308/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;".
Art. 62. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2022 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire, en ce qui concerne les élèves, le point 18° est remplacé par ce qui suit :
" 18° enseignant invité : l'enseignant invité, visé à l'article 211, § 3, et à l'article 308/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; ".
" 18° enseignant invité : l'enseignant invité, visé à l'article 211, § 3, et à l'article 308/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; ".
Art. 63. In artikel 4, 2°, e), van hetzelfde besluit wordt het woord "voordrachtgevers" vervangen door het woord "gastleraren".
Art. 63. Dans l'article 4, 2°, e), du même arrêté, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
Art. 64. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "voordrachtgever" telkens vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 64. Dans l'article 6, § 2 du même arrêté, les mots " le conférencier " sont chaque fois remplacés par les mots " l'enseignant invité ".
Art. 65. In artikel 8, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord "voordrachtgever" vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 65. Dans l'article 8, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, le mot " conférencier " est remplacé par les mots " enseignant invité ".
Art. 66. In artikel 46, derde lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "voordrachtgever" vervangen door het woord "gastleraar".
Art. 66. Dans l'article 46, alinéa 1er, du même arrêté, le mot " conférenciers " est remplacé par les mots " enseignants invités ".
HOOFDSTUK 24. - Slotbepalingen
CHAPITRE 24. - Dispositions finales
Art. 67. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2023.
Art. 67. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2023.
Art. 68. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 68. Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
-
Art. N1. Bijlage 1.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-12-2023, p. 112190)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-12-2023, p. 112190)
-