Artikel 1. In artikel VII 5 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het bedrag "13.499,00 euro" vervangen door het bedrag "13.749,00 euro";
2° in paragraaf 2 wordt het bedrag "12.727,66 euro" vervangen door het bedrag "12.977,66 euro".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 SEPTEMBER 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de uitvoering van het sectoraal akkoord 2020-2022
Titre
8 SEPTEMBRE 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, en ce qui concerne l'exécution de l'accord sectoriel 2020-2022
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (25)
Texte (24)
Article 1er. A l'article VII 5 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, le montant " 13 499,00 euros " est remplacé par le montant " 13 749,00 euros " ;
2° dans le paragraphe 2, le montant " 12 727,66 euros " est remplacé par le montant " 12 977,66 euros ".
1° dans le paragraphe 1er, le montant " 13 499,00 euros " est remplacé par le montant " 13 749,00 euros " ;
2° dans le paragraphe 2, le montant " 12 727,66 euros " est remplacé par le montant " 12 977,66 euros ".
Art. 2. In artikel VII 6, § 2bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid en tweede lid wordt het bedrag "35.000 euro" vervangen door het bedrag "35.250 euro";
2° in het tweede lid wordt het bedrag "37.000 euro" vervangen door het bedrag "37.250 euro".
1° in het eerste lid en tweede lid wordt het bedrag "35.000 euro" vervangen door het bedrag "35.250 euro";
2° in het tweede lid wordt het bedrag "37.000 euro" vervangen door het bedrag "37.250 euro".
Art. 2. A l'article VII 6, § 2bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er et à l'alinéa 2, le montant " 35.000 euros " est remplacé par le montant " 35.250 euros " ;
2° à l'alinéa 2, le montant " 37.000 euros " est remplacé par le montant " 37.250 euros ".
1° à l'alinéa 1er et à l'alinéa 2, le montant " 35.000 euros " est remplacé par le montant " 35.250 euros " ;
2° à l'alinéa 2, le montant " 37.000 euros " est remplacé par le montant " 37.250 euros ".
Art. 3. In artikel VII 11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 27 januari 2017, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. Als een personeelslid het vakantieverlof waarop hij recht heeft, niet heeft opgenomen vóór het einde van de arbeidsrelatie bij de diensten van de Vlaamse overheid, worden die vakantiedagen uitbetaald.{BRIn afwijking van het eerste lid, gebeurt bij pensionering een uitbetaling van de niet-opgenomen vakantiedagen, in volgende gevallen:
1° op verzoek van het personeelslid, mits voorafgaandelijk akkoord van de lijnmanager.
Voor de management- en projectleidersfuncties van N-niveau, de algemeen directeur en het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad geeft de opdrachtgever zijn voorafgaandelijk akkoord.
2° indien het personeelslid zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen omwille van dienstbelang;
3° Indien het personeelslid zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen wegens ziekte of arbeidsongeval.
In geval van overlijden van het personeelslid worden de niet-opgenomen vakantiedagen uitbetaald aan de erfgenamen".
" § 2. Als een personeelslid het vakantieverlof waarop hij recht heeft, niet heeft opgenomen vóór het einde van de arbeidsrelatie bij de diensten van de Vlaamse overheid, worden die vakantiedagen uitbetaald.{BRIn afwijking van het eerste lid, gebeurt bij pensionering een uitbetaling van de niet-opgenomen vakantiedagen, in volgende gevallen:
1° op verzoek van het personeelslid, mits voorafgaandelijk akkoord van de lijnmanager.
Voor de management- en projectleidersfuncties van N-niveau, de algemeen directeur en het hoofd van het secretariaatspersoneel van een strategische adviesraad geeft de opdrachtgever zijn voorafgaandelijk akkoord.
2° indien het personeelslid zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen omwille van dienstbelang;
3° Indien het personeelslid zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen wegens ziekte of arbeidsongeval.
In geval van overlijden van het personeelslid worden de niet-opgenomen vakantiedagen uitbetaald aan de erfgenamen".
Art. 3. A l'article VII 11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2008 et 27 janvier 2017, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Si un membre du personnel n'a pas pris le congé de vacances auquel il a droit, avant la cessation de la relation de travail auprès des services de l'Autorité flamande, ces jours de vacances lui sont payés.Par dérogation à l'alinéa 1er, à la mise à la retraite, un paiement des jours de vacances non pris est effectué dans les cas suivants :
1° à la demande du membre du personnel, moyennant l'accord préalable du manager de ligne.
Pour les fonctions de management et de chef de projet du niveau N, le directeur général et le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, le donneur d'ordre donne son accord préalable ;
2° si le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de vacances en raison de l'intérêt du service ;
3° si le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de vacances pour cause de maladie ou d'accident du travail.
En cas de décès du membre du personnel, les jours de vacances non pris sont payés aux héritiers ".
" § 2. Si un membre du personnel n'a pas pris le congé de vacances auquel il a droit, avant la cessation de la relation de travail auprès des services de l'Autorité flamande, ces jours de vacances lui sont payés.Par dérogation à l'alinéa 1er, à la mise à la retraite, un paiement des jours de vacances non pris est effectué dans les cas suivants :
1° à la demande du membre du personnel, moyennant l'accord préalable du manager de ligne.
Pour les fonctions de management et de chef de projet du niveau N, le directeur général et le chef du personnel de secrétariat d'un conseil consultatif stratégique, le donneur d'ordre donne son accord préalable ;
2° si le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de vacances en raison de l'intérêt du service ;
3° si le membre du personnel n'a pas pu prendre ses jours de vacances pour cause de maladie ou d'accident du travail.
En cas de décès du membre du personnel, les jours de vacances non pris sont payés aux héritiers ".
Art. 4. In artikel VII 18 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 januari 2009 en 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1° en 2°, en paragraaf 2, 1° en 2°, wordt het bedrag "16.421,84 euro" vervangen door het bedrag "16.671,84 euro";
2° in paragraaf 1, 2°, en paragraaf 2, 2° wordt het bedrag "18.695,86 euro" vervangen door het bedrag "18.945,86 euro".
1° in paragraaf 1, 1° en 2°, en paragraaf 2, 1° en 2°, wordt het bedrag "16.421,84 euro" vervangen door het bedrag "16.671,84 euro";
2° in paragraaf 1, 2°, en paragraaf 2, 2° wordt het bedrag "18.695,86 euro" vervangen door het bedrag "18.945,86 euro".
Art. 4. A l'article VII 18 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 janvier 2009 et 29 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, 1° et 2°, et dans le paragraphe 2, 1° et 2°, le montant " 16 421,84 euros " est remplacé par le montant " 16 671,84 euros " ;
2° dans le paragraphe 1er, 2°, et dans le paragraphe 2, 2°, le montant " 18 695,86 euros " est remplacé par le montant " 18 945,86 euros "
1° dans le paragraphe 1er, 1° et 2°, et dans le paragraphe 2, 1° et 2°, le montant " 16 421,84 euros " est remplacé par le montant " 16 671,84 euros " ;
2° dans le paragraphe 1er, 2°, et dans le paragraphe 2, 2°, le montant " 18 695,86 euros " est remplacé par le montant " 18 945,86 euros "
Art. 5. In artikel VII 19, eerste lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2009, wordt het bedrag "16.421,84 euro" vervangen door het bedrag "16.671,84 euro" en wordt het bedrag "18.695,86 euro" vervangen door het bedrag "18.945,86 euro".
Art. 5. Dans l'article VII 19, alinéa 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 2009, le montant " 16 421,84 euros " est remplacé par le montant " 16 671,84 euros " et le montant " 18 695,86 euros " est remplacé par le montant " 18 945,86 euros ".
Art. 6. In artikel VII 22, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, wordt de tabel vervangen door wat volgt:
Art. 6. Dans l'article VII 22, § 2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, le tableau est remplacé par ce qui suit :
| tot en met 2022 % van het brutosalaris van de maand november | vanaf 2023 % van het brutosalaris van de maand november | ||
| rang A2 en hoger, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 en A148 | 64,71% | 66,71% | |
| rang A1, B3, B2, C3 en C2 | 71,47% | 73,97% | |
| rangen B1, C1, D3 en D2 | 77,68% | 80,68% | |
| rang D1 | 84,12% | 88,12% |
| jusqu'en 2022 inclus % du traitement brut du mois de novembre | à partir de 2023 % du traitement brut du mois de novembre | |
| les rangs A2 et supérieurs, A291, A292, A168, A169, A118, A119, A129, A128 et A148 | 64,71 % | 66,71 % |
| les rangs A1, B3, B2, C3 et C2 | 71,47 % | 73,97 % |
| les rangs B1, C1, D3 et D2 | 77,68 % | 80,68 % |
| le rang D1 | 84,12 % | 88,12 % |
Art. 7. In artikel VII 60, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017, wordt de tabel vervangen door wat volgt:
"
"
Art. 7. Dans l'article VII 60, § 1er, alinéa 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017, le tableau est remplacé par ce qui suit :
"
"
| loodstoelage in euro's | groep 1 | groep 2 | groep 3 | groep 4 |
| na 6 jaar | na 9 jaar | na 14 jaar | ||
| rivierloodsen | 142,71 | 170,21 | 208,59 | 248,17 |
| kanaalloodsen | 142,56 | 170,05 | 208,43 | 248,00 |
| Scheldemondenloodsen | 55,74 | 79,16 | 95,52 | 143,19 |
| kustloodsen | 91,47 | 123,54 | 171,94 | 207,80 |
".
| allocation de pilotage en euros | groupe 1 | groupe 2 | groupe 3 | groupe 4 |
| après 6 ans | après 9 ans | après 14 ans | ||
| pilotes de rivière | 142,71 | 170,21 | 208,59 | 248,17 |
| pilotes de canal | 142,56 | 170,05 | 208,43 | 248,00 |
| pilotes des bouches de l'Escaut | 55,74 | 79,16 | 95,52 | 143,19 |
| pilotes côtiers | 91,47 | 123,54 | 171,94 | 207,80 |
".
Art. 8. In artikel VII 63, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2009, wordt de tabel vervangen door wat volgt:
"
"
Art. 8. Dans l'article VII 63, alinéa 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 janvier 2009, le tableau est remplacé par ce qui suit :
"
"
| algemene toelage | toelage voor extraprestaties | toelage voor het effectief geven van opleiding en het afnemen van proefreizen aan de hoofdschipper - gezagvoerder van de loodsboot Tender en andere nautische functies | |
| loods, chefloods (dagdienst) | 12.954,75 euro | 2.330,05 euro | |
| loods, chefloods (continudienst) of nautisch dienstchef | 12.954,75 euro | 5.418,72 euro | |
| loods, kapitein van de loodsboot | 12.954,75 euro | 13.466,52 euro | 10.108,92 euro |
| loods, stuurman van de loodsboot | 80% van de toelagen van de kapitein | ||
".
| allocation générale | allocation pour prestations supplémentaires | allocation pour des cours d'instruction effectivement donnés et des voyages d'essai au patron en chef-capitaine du bateau-pilote Tender et d'autres fonctions nautiques | |
| pilote, chef-pilote (service de jour) | 12 954,75 euros | 2 330,05 euros | |
| pilote, chef-pilote (service continu) ou chef de service nautique | 12 954,75 euros | 5 418,72 euros | |
| pilote, capitaine du bateau-pilote | 12 954,75 euros | 13 466,52 euros | 10 108,92 euros |
| pilote, second du bateau-pilote | 80 % des allocations du capitaine | ||
".
Art. 9. In artikel VII 65, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt de tabel vervangen door wat volgt:
"
"
Art. 9. Dans l'article VII 65, § 1er, alinéa 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, le tableau est remplacé par ce qui suit :
"
"
| graad/functie | zeedienst | rededienst | ||
| dagbedrag | jaarbedrag | dagbedrag | jaarbedrag | |
| loods (functie chef-loods) | 17,07 euro | - | - | - |
| stagiair-loods | 14,50 euro | 2.000 euro | - | - |
| leidinggevend hoofdmedewerker (functie hoofdscheepstechnicus) | 16,09 euro | 2.236 euro | ||
| hoofdscheepstechnicus | 16,11 euro | 2.239 euro | - | - |
| scheepstechnicus | 14,56 euro | 2.008 euro | - | - |
| leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper) | 17,14 euro | - | ||
| leidinggevend hoofdassistent (functie hoofdschipper - gezagvoerder) | 14,54 euro | 2.005 euro | ||
| leidinggevend hoofdassistent (functie officier werktuigkundige) | 16,12 euro | 2.240 euro | ||
| leidinggevend hoofdassistent (functie motorist) | 14,54 euro | 5,72 euro | 752 euro | |
| hoofdschipper (functie gezagvoerder) | 14,55 euro | 2.007 euro | - | - |
| hoofdmotorist (functie motorist) | 14,55 euro | - | 5,73 euro | 753 euro |
| hoofdmotorist (functie officier werktuigkundige) | 16,13 euro | 2.242 euro | - | - |
| speciaal hoofdassistent (functie kok ingescheept) | 14,57 euro | 2.009 euro | ||
| schipper | 14,59 euro | 2.012 euro | 5,74 euro | 755 euro |
| motorist | 14,59 euro | 2.012 euro | 5,74 euro | 755 euro |
| speciaal assistent (functie kok ingescheept en de functie matroos/stoker) | 14,60 euro | 2.013 euro | 5,75 euro | 755 euro |
| Grade/fonction | service en mer | service en rade | ||
| montant journalier | montant annuel | montant journalier | montant annuel | |
| pilote (fonction pilote en chef) | 17,07 euros | - | - | - |
| pilote-stagiaire | 14,50 euros | 2 000 euros | - | - |
| Collaborateur en chef dirigeant (fonction de technicien naval en chef) | 16,09 euros | 2 236 euros | ||
| Technicien naval en chef | 16,11 euros | 2 239 euros | - | - |
| Technicien naval | 14,56 euros | 2 008 euros | - | - |
| Assistant en chef dirigeant (fonction de patron en chef) | 17,14 euros | - | ||
| Assistant en chef dirigeant (fonction de patron principal - commandant) | 14,54 euros | 2 005 euros | ||
| Assistant en chef dirigeant (fonction d'officier-mécanicien) | 16,12 euros | 2 240 euros | ||
| Assistant en chef dirigeant (fonction de motoriste) | 14,54 euros | 5,72 euros | 752 euros | |
| Patron en chef (fonction de commandant) | 14,55 euros | 2 007 euros | - | - |
| Motoriste en chef (fonction motoriste) | 14,55 euros | - | 5,73 euros | 753 euros |
| Motoriste en chef (fonction officier-mécanicien) | 16,13 euros | 2 242 euros | - | - |
| assistant spécial en chef (fonction de cuisinier embarqué) | 14,57 euros | 2 009 euros | ||
| Patron | 14,59 euros | 2 012 euros | 5,74 euros | 755 euros |
| Motoriste | 14,59 euros | 2 012 euros | 5,74 euros | 755 euros |
| assistant spécial (fonction de cuisinier embarqué et la fonction de matelot/chauffeur) | 14,60 euros | 2 013 euros | 5,75 euros | 755 euros |
Art. 10. In artikel VII 80, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, wordt het bedrag "0,21 euro" vervangen door het bedrag "0,25 euro".
Art. 10. Dans l'article VII 80, § 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, le montant " 0,21 euros " est remplacé par le montant " 0,25 euro ".
Art. 11. In artikel VII 102, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, wordt het bedrag "0,21 euro" vervangen door het bedrag "0,25 euro".
Art. 11. Dans l'article VII 102, § 2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, le montant " 0,21 euro " est remplacé par le montant " 0,25 euro ".
Art. 12. In artikel VII 109, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 september 2021, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"In geval van hybride werken heeft een personeelslid recht op een thuiswerkvergoeding van 20 euro per maand.".
"In geval van hybride werken heeft een personeelslid recht op een thuiswerkvergoeding van 20 euro per maand.".
Art. 12. Dans l'article VII 109, § 1er du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 septembre 2021, entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" En cas de travail hybride, un membre du personnel a droit à une indemnité de télétravail de 20 euros par mois. ".
" En cas de travail hybride, un membre du personnel a droit à une indemnité de télétravail de 20 euros par mois. ".
Art. 13. In artikel VII 163, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2011, wordt de zinsnede "bijlage 9" vervangen door de zinsnede "bijlage 5".
Art. 13. Dans l'article VII 163, § 2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2011, le membre de phrase " annexe 9 " est remplacé par le membre de phrase " annexe 5 ".
Art. 14. In artikel VII 175, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt de zinsnede "bijlage 12" vervangen door de zinsnede "bijlage 5".
Art. 14. Dans l'article VII 175, § 2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, le membre de phrase " annexe 12 " est remplacé par le membre de phrase " annexe 5 ".
Art. 15. In artikel VII 190, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt de zinsnede "bijlage 16" vervangen door de zinsnede "bijlage 5".
Art. 15. Dans l'article VII 190, alinéa 1er et alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, le membre de phrase " et 16 " est remplacé par le membre de phrase " et 5 ".
Art. 16. In artikel X 9, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, 15 december 2017 en 26 april 2019, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
"Het personeelslid kan jaarlijks maximaal elf werkdagen verlof opsparen. Het opgespaarde verlof kan nooit meer dan 150 werkdagen bedragen. Het personeelslid wendt het opgespaarde verlof aan in de volgende kalenderjaren. Het personeelslid heeft het recht dit opgespaarde verlof op te nemen vóór zijn pensionering met behoud van de toepassing van artikel VII 11, § 2.".
"Het personeelslid kan jaarlijks maximaal elf werkdagen verlof opsparen. Het opgespaarde verlof kan nooit meer dan 150 werkdagen bedragen. Het personeelslid wendt het opgespaarde verlof aan in de volgende kalenderjaren. Het personeelslid heeft het recht dit opgespaarde verlof op te nemen vóór zijn pensionering met behoud van de toepassing van artikel VII 11, § 2.".
Art. 16. Dans l'article X 9, § 1er du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2008, 15 décembre 2017 et 26 avril 2019, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Le membre du personnel peut accumuler annuellement au maximum onze jours ouvrables de congé. Le congé accumulé ne peut jamais dépasser 150 jours ouvrables. Le membre du personnel utilise le congé accumulé dans les années calendaires suivantes. Le membre du personnel a le droit de prendre ce congé accumulé avant sa mise à la retraite sans préjudice de l'application de l'article VII 11, § 2. ".
" Le membre du personnel peut accumuler annuellement au maximum onze jours ouvrables de congé. Le congé accumulé ne peut jamais dépasser 150 jours ouvrables. Le membre du personnel utilise le congé accumulé dans les années calendaires suivantes. Le membre du personnel a le droit de prendre ce congé accumulé avant sa mise à la retraite sans préjudice de l'application de l'article VII 11, § 2. ".
Art. 17. In artikel XI 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 17. A l'article XI 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019, l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 18. Bijlage 5 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2022, wordt vervangen door bijlage 5, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 18. L'annexe 5 au même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 janvier 2022, est remplacée par l'annexe 5, jointe comme annexe 1re au présent arrêté.
Art. 19. Bijlage 9 bij hetzelfde besluit, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2011, wordt opgeheven.
Art. 19. L'annexe 9 au même arrêté, rétablie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2011, est abrogée. Art. 20. L'annexe 10 au même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014, est remplacée par l'annexe 10, jointe comme annexe 2 au présent arrêté.
Art. 20. Bijlage 10 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014, wordt vervangen door bijlage 10, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 20. Dans le même arrêté, les annexes suivantes sont abrogées :
1° l'annexe 12, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 ;
2° l'annexe 15, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015 et modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017 ;
3° l'annexe 16, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 ;
4° l'annexe 18, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017.
1° l'annexe 12, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 ;
2° l'annexe 15, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015 et modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017 ;
3° l'annexe 16, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 ;
4° l'annexe 18, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017.
Art. 21. In hetzelfde besluit worden de volgende bijlagen opgeheven:
1° bijlage 12, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014;
2° bijlage 15, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017;
3° bijlage 16, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019;
4° bijlage 18, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017.
1° bijlage 12, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014;
2° bijlage 15, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017;
3° bijlage 16, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019;
4° bijlage 18, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017.
Art. 21. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2023.
Art. 22. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2023.
Art. 22. Le ministre flamand qui a les ressources humaines dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, is belast met de uitvoering van dit besluit.
ANNEXE.
BIJLAGE.
Art. N.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-10-2023, p. 100477)
-