Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van huidig reglement gelden de definities die gegeven zijn in artikel 1 en 1bis van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, alsook de definities die zijn gegeven in het koninklijk besluit van 17 oktober 2011 betreffende de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de nucleaire installaties (hierna " het koninklijk besluit ").
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 MEI 2023. - Technisch reglement van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle betreffende de modaliteiten en vormen van presentatie van de aanvragen tot erkenning van de beveiligingssystemen van nucleaire vervoerbedrijven
Titre
2 MAI 2023. - Règlement technique de l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire relatif aux modalités et formes de présentation des demandes d'agrément des systèmes de sécurité des entreprises de transport nucléaire
Dokumentinformationen
Numac: 2023042083
Datum: 2023-05-02
Info du document
Numac: 2023042083
Date: 2023-05-02
Inhoud
Tekst (12)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED
CHAPITRE 1er. - DEFINITIONS ET CHAMP D'APPLICATION
Article 1er. Définitions
Pour l'application du présent règlement, s'appliquent les définitions données aux articles 1eret 1er bis de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire ainsi que celles qui sont données dans l'arrêté royal du 17 octobre 2011 relatif à la protection physique des matières nucléaires et des installations nucléaires (ci-après " l'arrêté royal ").
Pour l'application du présent règlement, s'appliquent les définitions données aux articles 1eret 1er bis de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire ainsi que celles qui sont données dans l'arrêté royal du 17 octobre 2011 relatif à la protection physique des matières nucléaires et des installations nucléaires (ci-après " l'arrêté royal ").
Art. 2. Toepassingsgebied
Huidig reglement is van toepassing op elke exploitant van een nucleair vervoerbedrijf die een aanvraag tot erkenning van het algemeen beveiligingssysteem van dit bedrijf of een aanvraag tot erkenning van zijn specifiek beveiligingssysteem, ook in het geval van een onderbreking van transport in een veiligheidszone, moet indienen.
Huidig reglement is van toepassing op elke exploitant van een nucleair vervoerbedrijf die een aanvraag tot erkenning van het algemeen beveiligingssysteem van dit bedrijf of een aanvraag tot erkenning van zijn specifiek beveiligingssysteem, ook in het geval van een onderbreking van transport in een veiligheidszone, moet indienen.
Art. 2. Champ d'application
Le présent règlement s'applique à tout exploitant d'une entreprise de transport nucléaire qui doit introduire une demande d'agrément du système générique de sécurité de cette entreprise ou une demande d'agrément de son système spécifique de sécurité, y compris en cas d'interruption de transport dans une zone de sécurité.
Le présent règlement s'applique à tout exploitant d'une entreprise de transport nucléaire qui doit introduire une demande d'agrément du système générique de sécurité de cette entreprise ou une demande d'agrément de son système spécifique de sécurité, y compris en cas d'interruption de transport dans une zone de sécurité.
HOOFDSTUK 2. - ALGEMEENHEDEN BETREFFENDE DE VORMEN VAN INFORMATIEUITWISSELING MET HET AGENTSCHAP IN HET KADER VAN DE INDIENING VAN DE ERKENNINGSAANVRAGEN
CHAPITRE 2. - GENERALITES RELATIVES AUX FORMES DES ECHANGES D'INFORMATION AVEC L'AGENCE DANS LE CADRE DU DEPOT DES DEMANDES D'AGREMENT
Art. 3. Correspondentie met het Agentschap
§ 1. De exploitant bezorgt de documenten en informatie betreffende het voorwerp van huidig reglement in één origineel en een digitale kopie aan het Agentschap.
§ 2. Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire voorschriften betreffende de categorisering en de classificatie, gelden de volgende werkwijzen:
a) Alle poststukken bestemd voor het Agentschap, dienen te worden gericht aan het volgende postadres:
Aan de Directeur Generaal van het
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle
Departement Beveiliging & Vervoer
Ter attentie van de Dienst Nucleaire Beveiliging
Markiesstraat 1 bus 6A
1000 Brussel
België
b) Alle elektronische post aan het Agentschap verzonden in het kader van de procedures voorzien in huidig reglement, dient toe te komen op het e-mailadres afgesproken met het contactpunt dat werd aangeduid zoals beschreven in artikel 5. Er kan geen opvolging verzekerd worden voor documenten toegezonden op andere e-mailadressen.
§ 1. De exploitant bezorgt de documenten en informatie betreffende het voorwerp van huidig reglement in één origineel en een digitale kopie aan het Agentschap.
§ 2. Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire voorschriften betreffende de categorisering en de classificatie, gelden de volgende werkwijzen:
a) Alle poststukken bestemd voor het Agentschap, dienen te worden gericht aan het volgende postadres:
Aan de Directeur Generaal van het
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle
Departement Beveiliging & Vervoer
Ter attentie van de Dienst Nucleaire Beveiliging
Markiesstraat 1 bus 6A
1000 Brussel
België
b) Alle elektronische post aan het Agentschap verzonden in het kader van de procedures voorzien in huidig reglement, dient toe te komen op het e-mailadres afgesproken met het contactpunt dat werd aangeduid zoals beschreven in artikel 5. Er kan geen opvolging verzekerd worden voor documenten toegezonden op andere e-mailadressen.
Art. 3. Correspondance avec l'Agence
§ 1er. L'exploitant fait parvenir les documents et informations relatifs à l'objet du présent règlement à l'Agence en un exemplaire original et une copie numérique.
§ 2. Sans préjudice des prescriptions légales et réglementaires relatives à la catégorisation et à la classification, les méthodes suivantes s'appliquent :
a) Tous les envois postaux destinés à l'Agence doivent être envoyés à l'adresse suivante :
Au Directeur général de
L'Agence fédérale de Contrôle nucléaire
Département Sécurité & Transport
A l'attention du Service Sécurité Nucléaire
rue du Marquis 1 boite 6A
1000 Bruxelles
Belgique
b) Tout courrier électronique envoyé à l'Agence dans le cadre des procédures prévues par le présent règlement doit parvenir à l'adresse e-mail convenue avec le point de contact désigné comme indiqué à l'article 5. Aucun suivi ne peut être garanti pour les documents envoyés à d'autres adresses e-mail.
§ 1er. L'exploitant fait parvenir les documents et informations relatifs à l'objet du présent règlement à l'Agence en un exemplaire original et une copie numérique.
§ 2. Sans préjudice des prescriptions légales et réglementaires relatives à la catégorisation et à la classification, les méthodes suivantes s'appliquent :
a) Tous les envois postaux destinés à l'Agence doivent être envoyés à l'adresse suivante :
Au Directeur général de
L'Agence fédérale de Contrôle nucléaire
Département Sécurité & Transport
A l'attention du Service Sécurité Nucléaire
rue du Marquis 1 boite 6A
1000 Bruxelles
Belgique
b) Tout courrier électronique envoyé à l'Agence dans le cadre des procédures prévues par le présent règlement doit parvenir à l'adresse e-mail convenue avec le point de contact désigné comme indiqué à l'article 5. Aucun suivi ne peut être garanti pour les documents envoyés à d'autres adresses e-mail.
Art. 4. Algemene verplichting betreffende het beheer van versies en wijzigingen
Elke versie van eender welk document verzonden aan het Agentschap in het kader van de erkenningsprocedure, moet makkelijk te onderscheiden zijn van vorige versies. Hetzelfde geldt voor de aangebrachte wijzigingen, deze moeten ondubbelzinnig aangeduid zijn (vb. "track changes", verticale lijn, wijzigingenlijst, ....).
De wijze waarop het versie- en wijzigingenbeheer wordt gerealiseerd, wordt overgelaten aan de interne manier van werken van de exploitant, eventueel op basis van zijn kwaliteitsbeheerssysteem.
CHAPITRE 3. - INDIENING VAN DE AANVRAGEN TOT ERKENNING
Elke versie van eender welk document verzonden aan het Agentschap in het kader van de erkenningsprocedure, moet makkelijk te onderscheiden zijn van vorige versies. Hetzelfde geldt voor de aangebrachte wijzigingen, deze moeten ondubbelzinnig aangeduid zijn (vb. "track changes", verticale lijn, wijzigingenlijst, ....).
De wijze waarop het versie- en wijzigingenbeheer wordt gerealiseerd, wordt overgelaten aan de interne manier van werken van de exploitant, eventueel op basis van zijn kwaliteitsbeheerssysteem.
CHAPITRE 3. - INDIENING VAN DE AANVRAGEN TOT ERKENNING
Art. 4. Obligation générale relative à la gestion des versions et modifications
Chaque version de tout document envoyé à l'Agence dans le cadre de la procédure d'agrément doit pouvoir être distinguée facilement des versions antérieures. Il en va de même des modifications apportées, celles-ci devant être indiquées sans équivoque (par ex. marques de révision, ligne verticale, liste des modifications,...).
La façon de gérer les versions et les modifications est laissée à la méthode de travail interne de l'exploitant, éventuellement sur base de son système de gestion de qualité.
Chaque version de tout document envoyé à l'Agence dans le cadre de la procédure d'agrément doit pouvoir être distinguée facilement des versions antérieures. Il en va de même des modifications apportées, celles-ci devant être indiquées sans équivoque (par ex. marques de révision, ligne verticale, liste des modifications,...).
La façon de gérer les versions et les modifications est laissée à la méthode de travail interne de l'exploitant, éventuellement sur base de son système de gestion de qualité.
Art. 5. Indiening van de aanvraag tot erkenning van het algemeen beveiligingssysteem
CHAPITRE 3. - INTRODUCTION DES DEMANDES D'AGREMENT
Art. 6. Indiening van de aanvraag tot erkenning van het specifieke beveiligingssysteem
§ 1. De exploitant die een aanvraag tot erkenning van het specifieke beveiligingssysteem van zijn nucleair vervoerbedrijf, zoals vereist bij artikel 10 van het koninklijk besluit, moet indienen, doet dit door de indiening bij het Agentschap van de gepaste vragenlijst die hij bij het Agentschap heeft aangevraagd en volledig heeft ingevuld.
§ 2. Zonder afbreuk te doen aan de indieningstermijn zoals voorgeschreven in artikel 10 van het koninklijk besluit, wordt hem aanbevolen zijn aanvraag in te dienen bij voorkeur 45 dagen voor de voorziene vertrekdatum van het transport of van de reeks van transporten.
§ 3. Met het oog op de vlotte coördinatie stelt de exploitant voor de transporten van Groep A bovendien een draaiboek op, bestaande uit de elementen voorzien in de vragenlijst vermeld in § 1. Voor de transporten van Groep B kan het Agentschap, in functie van de omstandigheden, beslissen dat een dergelijk draaiboek ook wordt opgesteld.
§ 4. De exploitant streeft ernaar zijn aanvraag gelijktijdig in te dienen met deze voor de erkenningen die het koninklijk besluit van 22 oktober 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 in voorkomend geval vereist. Indien voor het betreffende transport reeds dergelijke erkenningen bestaan, dient hier in de aanvraag naar verwezen te worden; indien dat niet het geval is, dient er naar de aanvraag van deze erkenningen verwezen te worden.
§ 5. Met het oog op een vlotte behandeling van zijn aanvraag binnen de vastgestelde termijn, dient de exploitant een aanvraag in die volledig is en aansluit bij het erkende algemene beveiligingssysteem. Indien nodig, past hij de informatie opgenomen in de erkenningsaanvraag aan en communiceert hij dit zo snel mogelijk.
§ 6. Zolang de vragenlijst bedoeld in § 1 niet is ingevuld, wordt aan die vragenlijst de veiligheidsrang "BEPERKTE VERSPREIDING-NUC" toegekend. Zodra de exploitant de vragenlijst heeft ingevuld, categoriseert hij hem op het gepaste niveau in toepassing van de regelgeving.
§ 1. De exploitant die een aanvraag tot erkenning van het specifieke beveiligingssysteem van zijn nucleair vervoerbedrijf, zoals vereist bij artikel 10 van het koninklijk besluit, moet indienen, doet dit door de indiening bij het Agentschap van de gepaste vragenlijst die hij bij het Agentschap heeft aangevraagd en volledig heeft ingevuld.
§ 2. Zonder afbreuk te doen aan de indieningstermijn zoals voorgeschreven in artikel 10 van het koninklijk besluit, wordt hem aanbevolen zijn aanvraag in te dienen bij voorkeur 45 dagen voor de voorziene vertrekdatum van het transport of van de reeks van transporten.
§ 3. Met het oog op de vlotte coördinatie stelt de exploitant voor de transporten van Groep A bovendien een draaiboek op, bestaande uit de elementen voorzien in de vragenlijst vermeld in § 1. Voor de transporten van Groep B kan het Agentschap, in functie van de omstandigheden, beslissen dat een dergelijk draaiboek ook wordt opgesteld.
§ 4. De exploitant streeft ernaar zijn aanvraag gelijktijdig in te dienen met deze voor de erkenningen die het koninklijk besluit van 22 oktober 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 in voorkomend geval vereist. Indien voor het betreffende transport reeds dergelijke erkenningen bestaan, dient hier in de aanvraag naar verwezen te worden; indien dat niet het geval is, dient er naar de aanvraag van deze erkenningen verwezen te worden.
§ 5. Met het oog op een vlotte behandeling van zijn aanvraag binnen de vastgestelde termijn, dient de exploitant een aanvraag in die volledig is en aansluit bij het erkende algemene beveiligingssysteem. Indien nodig, past hij de informatie opgenomen in de erkenningsaanvraag aan en communiceert hij dit zo snel mogelijk.
§ 6. Zolang de vragenlijst bedoeld in § 1 niet is ingevuld, wordt aan die vragenlijst de veiligheidsrang "BEPERKTE VERSPREIDING-NUC" toegekend. Zodra de exploitant de vragenlijst heeft ingevuld, categoriseert hij hem op het gepaste niveau in toepassing van de regelgeving.
Art. 5. Introduction de la demande d'agrément du système générique de sécurité
§ 1er. L'exploitant qui doit introduire une demande d'agrément du système générique de sécurité de son entreprise de transport nucléaire le fait par le dépôt auprès de l'Agence du questionnaire approprié qu'il lui a demandé et qu'il a dûment complété.
§ 2. Tant que le questionnaire visé au § 1er n'est pas complété, l'échelon de sécurité " DIFFUSION RESTREINTE-NUC " lui est attribué. Une fois que l'exploitant l'a complété, il le catégorise au niveau qui convient en application de la réglementation.
§ 3. A la réception de la demande par l'Agence, un accusé de réception sera envoyé à l'exploitant. Ce courrier contiendra notamment les coordonnées de la personne de contact de l'Agence (" Single Point of Contact ", en abrégé " SPOC ").
§ 1er. L'exploitant qui doit introduire une demande d'agrément du système générique de sécurité de son entreprise de transport nucléaire le fait par le dépôt auprès de l'Agence du questionnaire approprié qu'il lui a demandé et qu'il a dûment complété.
§ 2. Tant que le questionnaire visé au § 1er n'est pas complété, l'échelon de sécurité " DIFFUSION RESTREINTE-NUC " lui est attribué. Une fois que l'exploitant l'a complété, il le catégorise au niveau qui convient en application de la réglementation.
§ 3. A la réception de la demande par l'Agence, un accusé de réception sera envoyé à l'exploitant. Ce courrier contiendra notamment les coordonnées de la personne de contact de l'Agence (" Single Point of Contact ", en abrégé " SPOC ").
Art. 7. Principe van beschrijving van de beveiligingssystemen
De exploitant beschrijft het algemene beveiligingssysteem of het specifieke beveiligingssysteem waarvan hij de erkenning aanvraagt door het invullen van de vragenlijsten vermeld in artikels 5 en 6. In deze beschrijving moet verduidelijkt worden welke elementen reeds werden in werking gesteld (door toevoeging van de vermelding "As Is") en welke elementen nog niet in werking werden gesteld (door toevoeging van de vermelding "To Be"). Het dossier dat wordt voorgelegd, moet verplicht de structuur volgen van de vragenlijsten. De exploitant moet elke vraag beantwoorden, waarbij duidelijk het referentienummer van de gebruikte vragenlijst wordt weergegeven.
Eventuele bijlagen moeten doorlopend genummerd worden. Elk aanvraagdossier moet vergezeld zijn van een lijst van bijlagen, met verwijzing naar het relevante onderdeel van de vragenlijst. Deze lijst van bijlagen moet geüpdatet worden telkens er een wijziging wordt aangebracht aan één van de bijlagen.
Indien dit nuttig wordt geacht, kan de exploitant een begeleidende nota toevoegen, ter vereenvoudiging van het begrip van het voorgelegde dossier.
Indien een onderbreking van transport in een veiligheidszone van een nucleaire installatie wordt voorzien, maakt deze handeling deel uit van de erkenningsaanvragen en van de vragenlijsten die onder dit reglement vallen.
De exploitant beschrijft het algemene beveiligingssysteem of het specifieke beveiligingssysteem waarvan hij de erkenning aanvraagt door het invullen van de vragenlijsten vermeld in artikels 5 en 6. In deze beschrijving moet verduidelijkt worden welke elementen reeds werden in werking gesteld (door toevoeging van de vermelding "As Is") en welke elementen nog niet in werking werden gesteld (door toevoeging van de vermelding "To Be"). Het dossier dat wordt voorgelegd, moet verplicht de structuur volgen van de vragenlijsten. De exploitant moet elke vraag beantwoorden, waarbij duidelijk het referentienummer van de gebruikte vragenlijst wordt weergegeven.
Eventuele bijlagen moeten doorlopend genummerd worden. Elk aanvraagdossier moet vergezeld zijn van een lijst van bijlagen, met verwijzing naar het relevante onderdeel van de vragenlijst. Deze lijst van bijlagen moet geüpdatet worden telkens er een wijziging wordt aangebracht aan één van de bijlagen.
Indien dit nuttig wordt geacht, kan de exploitant een begeleidende nota toevoegen, ter vereenvoudiging van het begrip van het voorgelegde dossier.
Indien een onderbreking van transport in een veiligheidszone van een nucleaire installatie wordt voorzien, maakt deze handeling deel uit van de erkenningsaanvragen en van de vragenlijsten die onder dit reglement vallen.
Art. 6. Introduction de la demande d'agrément du système spécifique de sécurité
§ 1er. L'exploitant qui doit introduire une demande d'agrément du système spécifique de sécurité de son entreprise de transport nucléaire comme requis par l'article 10 de l'arrêté royal le fait par le dépôt auprès de l'Agence du questionnaire approprié qu'il lui a demandé et qu'il a dûment complété.
§ 2. Sans préjudice du délai d'introduction que prescrit l'article 10 de l'arrêté royal, il lui est recommandé d'introduire sa demande de préférence 45 jours avant la date de départ prévue du transport ou de la série de transports.
§ 3. En vue de faciliter la coordination, l'exploitant établit en outre un scénario pour les transports de Groupe A. Ce scénario doit réunir les éléments prévus dans le questionnaire mentionné au § 1er. Pour les transports de Groupe B, l'Agence peut décider, en fonction des circonstances, qu'un scénario de ce type soit également établi.
§ 4. L'exploitant s'efforce d'introduire sa demande en même temps que celle des agréments que requiert le cas échéant l'Arrêté royal du 22 octobre 2017 concernant le transport de marchandises dangereuses de la classe 7. Si de tels agréments existent déjà pour le transport en question, il convient que la demande en fasse mention ; dans le cas contraire, il convient de renvoyer à la demande de ces agréments.
§ 5. Afin de faciliter un traitement de sa demande dans les délais, l'exploitant introduit une demande complète et en concordance avec le système générique de sécurité agréé. Si nécessaire, il adapte et communique au plus vite les informations contenues dans la demande d'agrément.
§ 6. Tant que le questionnaire visé au § 1er n'est pas complété, l'échelon de sécurité " DIFFUSION RESTREINTE-NUC " lui est attribué. Une fois que l'exploitant l'a complété, il le catégorise au niveau qui convient en application de la réglementation.
§ 1er. L'exploitant qui doit introduire une demande d'agrément du système spécifique de sécurité de son entreprise de transport nucléaire comme requis par l'article 10 de l'arrêté royal le fait par le dépôt auprès de l'Agence du questionnaire approprié qu'il lui a demandé et qu'il a dûment complété.
§ 2. Sans préjudice du délai d'introduction que prescrit l'article 10 de l'arrêté royal, il lui est recommandé d'introduire sa demande de préférence 45 jours avant la date de départ prévue du transport ou de la série de transports.
§ 3. En vue de faciliter la coordination, l'exploitant établit en outre un scénario pour les transports de Groupe A. Ce scénario doit réunir les éléments prévus dans le questionnaire mentionné au § 1er. Pour les transports de Groupe B, l'Agence peut décider, en fonction des circonstances, qu'un scénario de ce type soit également établi.
§ 4. L'exploitant s'efforce d'introduire sa demande en même temps que celle des agréments que requiert le cas échéant l'Arrêté royal du 22 octobre 2017 concernant le transport de marchandises dangereuses de la classe 7. Si de tels agréments existent déjà pour le transport en question, il convient que la demande en fasse mention ; dans le cas contraire, il convient de renvoyer à la demande de ces agréments.
§ 5. Afin de faciliter un traitement de sa demande dans les délais, l'exploitant introduit une demande complète et en concordance avec le système générique de sécurité agréé. Si nécessaire, il adapte et communique au plus vite les informations contenues dans la demande d'agrément.
§ 6. Tant que le questionnaire visé au § 1er n'est pas complété, l'échelon de sécurité " DIFFUSION RESTREINTE-NUC " lui est attribué. Une fois que l'exploitant l'a complété, il le catégorise au niveau qui convient en application de la réglementation.
HOOFDSTUK 4. - VERPLICHTINGEN NA DE INDIENING VAN DE ERKENNINGSAANVRAGEN
Art. 7. Principe de description des systèmes de sécurité
Art. 8. Antwoorden op bijkomende vragen en verzoeken van het Agentschap
CHAPITRE 4. - OBLIGATIONS POSTERIEURES A L'INTRODUCTION DES DEMANDES D'AGREMENT
Art. 9. Verwijzingen naar de vragenlijst in de latere fases van de aanvraagprocedure tot erkenning
In de latere fases van de procedure voor de aanvraag tot erkenning, in het bijzonder wanneer de exploitant het Agentschap informeert over de verschillende uitvoeringsfases van de implementatie van het ontwerp van algemeen beveiligingssysteem, maakt hij gebruik van de beschrijving van het systeem, nog in ontwerp of gerealiseerd ("To Be" of "As Is"), van de vragenlijst.
In de latere fases van de procedure voor de aanvraag tot erkenning, in het bijzonder wanneer de exploitant het Agentschap informeert over de verschillende uitvoeringsfases van de implementatie van het ontwerp van algemeen beveiligingssysteem, maakt hij gebruik van de beschrijving van het systeem, nog in ontwerp of gerealiseerd ("To Be" of "As Is"), van de vragenlijst.
Art. 8. Réponses aux questions supplémentaires et demandes de l'Agence
L'exploitant répond de la manière la plus précise et la plus rapide possible aux demandes et aux questions de l'Agence, dans la phase de vérification de la complétude du dossier comme ultérieurement dans le courant de l'étude de la demande d'agrément.
L'exploitant répond de la manière la plus précise et la plus rapide possible aux demandes et aux questions de l'Agence, dans la phase de vérification de la complétude du dossier comme ultérieurement dans le courant de l'étude de la demande d'agrément.
-
Art. 9. Références au questionnaire dans les phases ultérieures de la procédure de demande d'agrément
Dans les phases ultérieures de la procédure de demande d'agrément, en particulier lorsque l'exploitant informe l'Agence des différentes phases de mise en oeuvre du projet de système générique de sécurité, il recourt à la description du système encore en projet ou réalisé (" To Be " ou " As Is ") du questionnaire.
Dans les phases ultérieures de la procédure de demande d'agrément, en particulier lorsque l'exploitant informe l'Agence des différentes phases de mise en oeuvre du projet de système générique de sécurité, il recourt à la description du système encore en projet ou réalisé (" To Be " ou " As Is ") du questionnaire.