Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 MAART 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood in een woonzorgcentrum
Titre
24 MARS 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, en ce qui concerne le budget de soins pour personnes âgées présentant un besoin en soins qui séjournent dans un centre de soins résidentiels
Dokumentinformationen
Numac: 2023041443
Datum: 2023-03-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023041443
Date: 2023-03-24
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2022, wordt een artikel 193/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 193/1. § 1. In afwijking van artikel 193 worden de volgende gebruikers van rechtswege geacht getroffen te zijn door een verminderde zelfredzaamheid en worden ze ingedeeld in categorie 4 als vermeld in artikel 86 van het decreet van 18 mei 2018:
  1° de gebruikers die verblijven in de woonzorgcentra, met uitzondering van de personen van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast en die conform artikel 47 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 zijn opgenomen buiten de erkende capaciteit;
  2° de gebruikers die verblijven in de zorgvoorzieningen die gevestigd zijn in België maar niet onder punt 1° vallen, die een vergelijkbare hulp- en dienstverlening aanbieden als de woonzorgcentra, vermeld in punt 1°, en die hun activiteiten op rechtmatige wijze verrichten, met uitzondering van de personen van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast en die op basis van een vergelijkbare regeling als deze in artikel 47 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 zijn opgenomen buiten de erkende capaciteit;
  3° de gebruikers die verblijven in zorgvoorzieningen of bij professionele zorgverleners die in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte dan België of in Zwitserland gevestigd zijn, die een vergelijkbare hulp- en dienstverlening aanbieden als de woonzorgcentra, vermeld in punt 1°, en die hun activiteiten op rechtmatige wijze verrichten in de lidstaat van vestiging, met uitzondering van de personen van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast en die op basis van een vergelijkbare regeling als deze in artikel 47 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 zijn opgenomen buiten de erkende capaciteit.
  De gebruikers, vermeld in het eerste lid, blijven ingedeeld in categorie 4 als vermeld in artikel 86 van het decreet van 18 mei 2018, zolang hun verblijfsovereenkomst met een van de voorzieningen, vermeld in het eerste lid, loopt.
  § 2. Een verblijfsattest bewijst dat een gebruiker in een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, verblijft.
  In afwijking van het eerste lid hoeft geen verblijfsattest te worden ingediend als de gebruiker verblijft in een woonzorgcentrum dat door de Vlaamse overheid erkend is. In dat geval beschikt de zorgkas over de gegevens, vermeld in artikel 104, § 1, op basis waarvan het verblijf van de gebruiker in het woonzorgcentrum is bewezen.
  De gebruiker vraagt het verblijfsattest, vermeld in het eerste lid, aan bij een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, waar hij verblijft.
  Het verblijfsattest bevat de volgende gegevens:
  1° de naam en voornaam, het adres, de geboortedatum en het INSZ-nummer van de gebruiker;
  2° de naam van de instantie die het attest heeft afgeleverd;
  3° de naam, het adres en het identificatienummer van de zorgvoorziening waar de gebruiker verblijft;
  4° de datum van opname in de desbetreffende voorziening.
  De zorgkas die een verblijfsattest ontvangt dat verstrekt is door een voorziening of door een professionele zorgverlener die in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland gevestigd is, vraagt aan het agentschap of de voorziening voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt 3° van het eerste lid van paragraaf 1.
  De attesten op basis van een score op de Katz-schaal in een woonzorgcentrum gelden ook als verblijfsattest. Dit attest is in het bezit van de zorgkas of wordt afgeleverd door de verzekeringsinstelling en bevat de volgende gegevens:
  1° de naam en voornaam, het adres en het INSZ-nummer van de gebruiker
  bij wie de indicatiestelling afgenomen is;
  2° de naam van de instantie die het attest heeft afgeleverd;
  3° de naam van de schaal waarop het attest is gebaseerd;
  4° de datum van de start van de erkenning in het oorspronkelijke stelsel.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 blijven gebruikers ingedeeld in categorie 5 als vermeld in artikel 86 van het decreet van 18 mei 2018, als ze al op basis van artikel 193 tot die categorie behoorden op de eerste dag van de maand na hun opname in een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1.
  De gebruikers, vermeld in het eerste lid, blijven ingedeeld in categorie 5 als vermeld in artikel 86 van het decreet van 18 mei 2018, zolang hun verblijfsovereenkomst met een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, loopt.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 worden gebruikers die verblijven in een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, van rechtswege ingedeeld in categorie 5 als vermeld in artikel 86 van het decreet van 18 mei 2018, als ze recht hebben op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, op de ingangsdatum van de uitvoering van de tegemoetkoming bij een aanvraag van een tegemoetkoming of een aanvraag tot herziening als vermeld in artikel 211 of 223 van dit besluit, of op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op het feit dat aanleiding geeft tot de ambtshalve herziening, vermeld in artikel 225 en 226 van dit besluit.
  § 5. Als een gebruiker als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, niet meer aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, voldoet, wordt hij ingedeeld in de categorie waarin hij ingedeeld was conform artikel 193 tijdens of onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf in een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1.
  Als de gebruiker nog niet ingedeeld was in een categorie conform artikel 193 tijdens of onmiddellijk voorafgaand aan zijn verblijf in een van de voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, leidt dat tot een beslissing tot stopzetting van de tegemoetkoming.
  § 6. De minister kan nadere regels bepalen voor de toepassing van de voorwaarden, vermeld in dit artikel.".
Article 1er. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juillet 2022, est inséré un article 193/1, rédigé comme suit :
  " Art. 193/1. § 1er. Par dérogation à l'article 193, les usagers suivants sont réputés affectés de plein droit par une autonomie réduite et sont classés dans la catégorie 4 telle que visée à l'article 86 du décret du 18 mai 2018 :
  1° les usagers qui séjournent dans les centres de soins résidentiels, à l'exception des personnes dont l'autonomie n'est pas affectée et qui, conformément à l'article 47 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, sont admis en dehors de la capacité agréée ;
  2° les usagers qui séjournent dans les structures de soins établies en Belgique mais qui ne tombent pas sous le champ d'application du point 1°, qui offrent une aide et des services similaires aux centres de soins résidentiels, visés au point 1°, et qui exercent leurs activités de manière légitime, à l'exception des personnes dont l'autonomie n'est pas affectée et qui sont admis en dehors de la capacité agréée sur la base d'un règlement comparable à celui prévu à l'article 47 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  3° les usagers qui séjournent dans des structures de soins ou auprès de prestataires de soins professionnels établis dans un Etat membre de la Communauté européenne ou de l'Espace économique européen autre que la Belgique ou en Suisse, qui offrent une aide et des services similaires aux centres de soins résidentiels, visés au point 1°, et qui exercent leurs activités de manière légitime dans l'Etat membre d'établissement, à l'exception des personnes dont l'autonomie n'est pas affectée et qui sont admis en dehors de la capacité agréée sur la base d'un règlement comparable à celui prévu à l'article 47 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019.
  Les usagers visés à l'alinéa 1er, restent classés dans la catégorie 4 telle que visée à l'article 86 du décret du 18 mai 2018, aussi longtemps que court leur contrat de séjour avec l'une des structures visées à l'alinéa 1er.
  § 2. Une attestation de résidence prouve qu'un usager séjourne dans l'une des structures visées au paragraphe 1er.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, aucune attestation de résidence ne doit être remise si l'usager séjourne dans un centre de soins résidentiels agréé par le Gouvernement flamand. Dans ce cas la caisse d'assurance soins dispose des données visées à l'article 104, § 1er,sur la base desquelles le séjour de l'usager dans le centre de soins résidentiels est prouvé.
  L'usager demande l'attestation de résidence visée à l'alinéa 1er, auprès de l'une des structures visées au paragraphe 1er, dans laquelle il séjourne.
  L'attestation de résidence comprend les données suivantes :
  1° le nom et le prénom, l'adresse, la date de naissance et le numéro NISS de l'usager ;
  2° le nom de l'instance qui a délivré l'attestation ;
  3° le nom, l'adresse et le numéro d'identification de la structure de soins dans laquelle l'usager séjourne ;
  4° la date d'admission dans la structure concernée.
  La caisse d'assurance soins qui reçoit une attestation de résidence, délivrée par une structure ou par un prestataire de soins professionnel établi(e) dans un autre Etat membre de la Communauté européenne ou de l'Espace économique européen ou en Suisse, demande à l'agence si la structure remplit les conditions visées au point 3° de l'alinéa 1er du paragraphe 1er.
  Les attestations basées sur un score de l'échelle de Katz dans un centre de soins résidentiels tiennent également lieu d'attestation de résidence. Cette attestation est en possession de la caisse d'assurance soins ou est délivrée par l'organisme assureur et contient les informations suivantes :
  1° les nom et prénom, l'adresse et le numéro NISS de l'usager faisant l'objet de l'indication ;
  2° le nom de l'instance qui a délivré l'attestation ;
  3° le nom de l'échelle sur laquelle l'attestation est basée ;
  4° la date du début de la reconnaissance dans le régime d'origine.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les usagers restent classés dans la catégorie 5 telle que visée à l'article 86 du décret du 18 mai 2018, s'ils appartenaient déjà à cette catégorie en vertu de l'article 193 le premier jour du mois suivant leur admission dans l'une des structures visées au paragraphe 1er.
  Les usagers visés à l'alinéa 1er, restent classés dans la catégorie 5 telle que visée à l'article 86 du décret du 18 mai 2018, aussi longtemps que court leur contrat de séjour avec l'une des structures visées paragraphe 1er.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, les usagers qui séjournent dans l'une des structures visées au paragraphe 1er, sont classés de plein droit dans la catégorie 5 telle que visée à l'article 86 du décret du 18 mai 2018, s'ils ont droit à la garantie de revenus aux personnes âgées, visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, à la date de prise de cours de l'exécution de l'intervention dans le cas d'une demande d'intervention ou d'une demande de révision telle que visée à l'article 211 ou 223 du présent arrêté, ou le premier jour du mois calendrier qui suit le fait donnant lieu à la révision d'office visée aux articles 225 et 226, du présent arrêté.
  § 5. Si un usager tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne remplit plus les conditions visées au paragraphe 1er, il est classé dans la catégorie dans laquelle il était classé conformément à l'article 193 pendant ou immédiatement avant son séjour dans l'une des structures visées au paragraphe 1er.
  Si l'usager n'était pas encore classé dans une catégorie conformément à l'article 193 pendant ou immédiatement avant son séjour dans l'une des structures visées au paragraphe 1er, cela entraîne une décision de cessation de l'intervention.
  § 6. Le ministre peut fixer d'autres règles pour l'application des conditions visées au présent article. ".
Art. 2. In artikel 212, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "De vermindering van de zelfredzaamheid" en de woorden "wordt vastgesteld door" de zinsnede ", vermeld in artikel 193," ingevoegd.
Art. 2. A l'article 212, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " visée à l'alinéa 193, " est inséré entre les mots " La réduction de l'autonomie " et les mots " est constatée par ".
Art. 3. In artikel 226 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1, 5°, wordt de zinsnede "of dat bij gebruikers die verblijven in een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van dit besluit, er ten opzichte van de vorige beslissing een recht ontstaan is op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen" toegevoegd;
  2° aan paragraaf 1, 6°, wordt de zinsnede "of dat bij gebruikers die verblijven in een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van dit besluit, er ten opzichte van de vorige beslissing geen recht meer is op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen" toegevoegd;
  3° aan paragraaf 1, 8°, wordt de zinsnede "die wordt gemeten conform artikel 193" toegevoegd;
  4° aan paragraaf 1 worden een punt 10°, 11°, 12° en 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "10° als een gebruiker aan wie al een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood wordt uitbetaald, wordt opgenomen in een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van dit besluit, en de zorgkas conform artikel 193/1, § 2, tweede lid, van dit besluit beschikt over de gegevens, vermeld in artikel 104, § 1, van dit besluit;
  11° als een gebruiker wordt opgenomen in een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van dit besluit, en aan de zorgkas een mededeling is gericht als vermeld in artikel 88, § 1, eerste lid, van het decreet van 18 mei 2018;
  12° als een gebruiker aan wie al een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood wordt uitbetaald, wordt ontslagen uit een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van dit besluit, en de zorgkas conform artikel 193/1, § 2, tweede lid, van dit besluit beschikt over de gegevens, vermeld in artikel 104, § 1, van dit besluit;
  13° als een gebruiker wordt ontslagen uit een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van dit besluit, en aan de zorgkas een mededeling is gericht als vermeld in artikel 88, § 1, eerste lid, van het decreet van 18 mei 2018.";
  5° in paragraaf 3, 1°, wordt de zinsnede "als vermeld in paragraaf 1, 4° en 6° " vervangen door de zinsnede "als vermeld in paragraaf 1, 4°, 5°, 6°, 12° en 13° ";
  6° in paragraaf 3, 2°, wordt de zinsnede "als vermeld in paragraaf 1, 7°, 8° en 9° " vervangen door de zinsnede "als vermeld in paragraaf 1, 7° tot en met 11° ";
  7° in paragraaf 4, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "als vermeld in paragraaf 1, 4°, 5°, 7° of 8° " vervangen door de zinsnede "als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 8°, 10° en 12° ".
Art. 3. A l'article 226 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, 5°, le membre de phrase " ou que des usagers qui séjournent dans l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, du présent arrêté, ont acquis un droit par rapport à la décision précédente à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées " est ajouté ;
  2° au paragraphe 1er, 6°, le membre de phrase " ou que des usagers qui séjournent dans l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, du présent arrêté, ont perdu le droit par rapport à la décision précédente à la garantie de revenus aux personnes âgées visée dans la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées " est ajouté ;
  3° au paragraphe 1er, 8°, la phrase " mesuré conformément à l'article 193 " est ajoutée ;
  4° au paragraphe 1er sont ajoutés des points 10°, 11°, 12° et 13°, rédigés comme suit :
  " 10° si un usager auquel un budget de soins pour personnes âgées présentant un besoin en soins est déjà versé est admis dans l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, du présent arrêté, et que la caisse d'assurance soins, conformément à l'article 193/1, § 2, alinéa 2, du présent arrêté, dispose des données visées à l'article 104, § 1er, du présent arrêté ;
  11° si un usager est admis dans une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, du présent arrêté, et qu'une communication telle que visée à l'article 88, § 1er, alinéa 1er, du décret du 18 mai 2018, est adressée à la caisse d'assurance soins ;
  12° si un usager auquel un budget de soins pour personnes âgées présentant un besoin en soins est déjà versé sort de l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, du présent arrêté, et que la caisse de soins, conformément à l'article 193/1, § 2, alinéa 2, du présent arrêté, dispose des données visées à l'article 104, § 1er, du présent arrêté ;
  13° si un usager sort de l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, du présent arrêté, et qu'une communication telle que visée à l'article 88, § 1er, alinéa 1er, du décret du 18 mai 2018, est adressée à la caisse d'assurance soins. " ;
  5° au paragraphe 3, 1°, le membre de phrase " au paragraphe 1er, 4° et 6° " est remplacé par le membre de phrase " au paragraphe 1er, 4°, 5°, 6°, 12° et 13° " ;
  6° au paragraphe 3, 2°, le membre de phrase " au paragraphe 1er, 7°, 8° et 9° " est remplacé par le membre de phrase " au paragraphe 1er, 7° à 11° " ;
  7° au paragraphe 4, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " au paragraphe 1er, 4°, 5°, 7° ou 8° " est remplacé par le membre de phrase " au paragraphe 1er, 4° à 8°, 10° et 12° " ;
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 4. In afwijking van artikel 193/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming behouden de gebruikers die op 1 april 2023 ingedeeld zijn in categorie 5 als vermeld in artikel 86 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, die categorie zolang hun verblijfsovereenkomst met een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van het voormelde besluit, loopt.
Art. 4. Par dérogation à l'article 193/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, les usagers qui, au 1er avril 2023, sont classés dans la catégorie 5 telle que visée à l'article 86 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande conservent cette catégorie aussi longtemps que court leur contrat de séjour avec l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, de l'arrêté précité.
Art. 5. Voor gebruikers die op 1 april 2023 al verblijven in een van de voorzieningen, vermeld in artikel 193/1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, en aan wie vóór 1 april 2023 al een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood is uitbetaald op basis van een indeling in categorie 1, 2, 3 of 4 conform artikel 193 van het voormelde besluit, voert de zorgkas een herziening uit met toepassing van artikel 226, § 1, 10°, van het voormelde besluit, met 31 maart 2023 als datum waarin de gebruiker zich bevindt in het geval, vermeld in artikel 226, § 1, 10°, van het voormelde besluit.
  In afwijking van artikel 195, § 3, van het voormelde besluit worden bij de ambtshalve herzieningen, vermeld in het eerste lid, de in aanmerking te nemen inkomsten van de vorige positieve beslissing overgenomen en geïndexeerd tot op 1 april 2023. De in aanmerking te nemen inkomsten worden gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015 houdende de indexering van subsidies, forfaits en tegemoetkomingen is van toepassing op de voormelde koppeling.
Art. 5. Pour les usagers qui, au 1er avril 2023, séjournent déjà dans l'une des structures visées à l'article 193/1, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, et auxquels, avant le 1er avril 2023, un budget de soins pour personnes âgées présentant un besoin en soins est déjà versé sur la base d'une classification dans la catégorie 1, 2, 3 ou 4 conformément à l'article 193 de l'arrêté précité, la caisse d'assurance soins procède à une révision en application de l'article 226, § 1er, 10°, de l'arrêté précité, avec le 31 mars 2023 comme date à laquelle l'utilisateur se trouve dans le cas visé à l'article 226, § 1er, 10°, de l'arrêté précité.
  Par dérogation à l'article 195, § 3, de l'arrêté précité, les revenus à prendre en compte de la précédente décision positive sont repris dans les révisions d'office visées à l'alinéa 1er, et indexés jusqu'au 1er avril 2023. Les revenus à prendre en compte sont liés aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants. L'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015 portant indexation de subventions, de forfaits et d'allocations, s'applique à la liaison précitée.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2023.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2023.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le ministre flamand qui a la protection sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.