Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 FEBRUARI 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register
Titre
8 FEVRIER 2023. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO
Dokumentinformationen
Numac: 2023040495
Datum: 2023-02-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2023040495
Date: 2023-02-08
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2018/843/EU van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la directive (UE) 2018/843 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive (UE) 2015/849 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme ainsi que les directives 2009/138/CE et 2013/36/UE.
Art. 2. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° "informatieplichtige": de entiteiten bedoeld in artikel 74, § 1, van de wet van 18 september 2017 en hun wettelijke vertegenwoordigers. Worden beschouwd als de wettelijke vertegenwoordigers:
  a) voor de vennootschappen, (internationale) verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen: het bestuursorgaan en zijn leden zoals bedoeld in artikelen 1:35 en 1:36 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  b) voor de trusts, fiducieën en soortgelijke juridische constructies: de trustees, de fiduciebeheerders of personen die vergelijkbare posities hebben in soortgelijke juridische constructies;
  c) voor entiteiten of constructies van een derde land: de organen of personen aangeduid in het recht dat op hen van toepassing is;";
  b) de bepaling onder 7° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "7° /1 "op elektronische wijze":
  a) via de elektronische diensten die door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking worden gesteld voor elke uitwisseling van informatie of documenten met de Administratie van de Thesaurie en dit tot de inwerkingtreding van het gehele hoofdstuk 11 van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, zoals bepaald in artikel 219 van deze wet;
  b) via een elektronisch beveiligd platform met toepassing van hoofdstuk 11 van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, vanaf de inwerkingtreding van dit gehele hoofdstuk 11, zoals bepaald in artikel 219 van deze wet;";
  c) de bepalingen onder 17° /1 en 17° /2 worden ingevoegd, luidende:
  "17° /1 "sanctieautoriteiten" : de autoriteiten bevoegd voor de toepassing en de controle van de verplichtingen inzake embargo's, bevriezingen van tegoeden en andere beperkende maatregelen bedoeld in de resoluties aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in het kader van Hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, bedoeld in de Europese verordeningen, richtlijnen en besluiten en bedoeld in andere wettelijke bepalingen;
  17° /2 "andere autoriteiten": de autoriteiten die uitgaan van de federale overheid of de Gemeenschappen en Gewesten belast met het opsporen of controleren van uiteindelijke begunstigden, zoals gedefinieerd in Europese Verordeningen, in artikel 4, 27° van de wet van 18 september 2017 of in andere wettelijke bepalingen, om te voldoen aan de verplichtingen die op hen rusten krachtens deze Verordeningen en andere wettelijke bepalingen;"."
Art. 2. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 30 juillet 2018 relatif aux modalités de fonctionnement du registre UBO, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° "redevable d'information" : les entités visées l'article 74, § 1er, de la loi du 18 septembre 2017 et leurs représentants légaux. Sont considérés comme représentants légaux :
  a) pour les sociétés, les associations (internationales) sans but lucratif et les fondations : l'organe d'administration et ses membres visés aux articles 1:35 et 1:36 du Code des sociétés et des associations ;
  b) pour les trusts, fiducies ou constructions juridiques similaires : les trustees, les fiduciaires ou les personnes qui occupent des fonctions comparables dans des constructions juridiques similaires ;
  c) pour les entités ou les constructions d'un pays tiers : les organes ou personnes désignés par le droit qui leur est applicable ;" ;
  b) le 7° /1 est inséré, rédigé comme suit :
  "7° /1 "par voie électronique":
  a) via les services électroniques mis à disposition par le Service public fédéral Finances pour tout échange d'informations ou de documents avec l'Administration de la Trésorerie jusqu'à l'entrée en vigueur de l'ensemble du chapitre 11 de la loi du 26 janvier 2021 sur la dématérialisation des relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales, déterminée conformément à l'article 219 de cette loi ;
  b) via une plateforme électronique sécurisée en application du chapitre 11 de la loi du 26 janvier 2021 sur la dématérialisation des relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales, à partir de l'entrée en vigueur de l'ensemble de ce chapitre 1, déterminée conformément à l'article 219 de cette loi ;" ;
  c) 17° /1 et 17° /2 sont insérés, rédigés comme suit :
  "17° /1 "autorités de sanction" : les autorités compétentes pour l'application et le contrôle des obligations en matière d'embargo, de gel des avoirs et autres mesures restrictives visées par les résolutions adoptées par le Conseil de Sécurité des Nations Unies dans le cadre du Chapitre VII de la Charte des Nations Unies, visées par des règlements, directives et décisions européens et par d'autres dispositions légales ;
  17° /2 "autres autorités" : les autorités émanant du pouvoir fédéral ou des Communautés et des Régions chargées de rechercher ou de contrôler les bénéficiaires effectifs, tels que définis dans les Règlements européens, à l'article 4, 27° de la loi du 18 septembre 2017 ou dans d'autres dispositions légales, afin de remplir les obligations qui leur incombent en vertu de ces règlements et d'autres dispositions légales ;"."
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1, inleidende zin, worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen de woorden "aan het register" en de woorden "de volgende informatie";
  b) in paragraaf 1, 15°, c) worden de woorden "b), c) en d)" ingevoegd tussen de woorden "artikel 4, 27°, a), ii)," en de woorden "van de wet van";
  c) in paragraaf 2, inleidende zin, worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen de woorden "aan het register" en de woorden "de volgende informatie";
  d) in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 12° /1 ingevoegd, luidende:
  "12° /1 in het geval van een onrechtstreekse uiteindelijke begunstigde bedoeld in artikel 4, 27°, a), ii), b), c) en d) van de wet van 18 september 2017, de manier(en) waarop de uiteindelijke begunstigde de informatieplichtige controleert;";
  e) in paragraaf 2, 13° wordt het woord "12° " vervangen door het woord "12° /1".
Art. 3. A l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, dans la phrase introductive, les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "communique" et les mots "au registre" ;
  b) dans le paragraphe 1er, 15°, c), les mots "b), c) et d)" sont insérés entre les mots "l'article 4, 27°, a), ii)," et les mots "de la loi du" ;
  c) dans le paragraphe 2, dans la phrase introductive, les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "communique" et les mots "au registre" ;
  d) dans le paragraphe 2, le 12° /1 est inséré, rédigé comme suit :
  "12° /1 dans le cas d'un bénéficiaire effectif indirect visé à l'article 4, 27°, a), ii), b), c) et d) de la loi du 18 septembre 2017, le ou les moyens par lesquels le bénéficiaire effectif contrôle le redevable d'information ;" ;
  e) dans le paragraphe 2, 13°, le mot "12° " est remplacé par le mot "12° /1".
Art. 4. In artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden in de inleidende zin de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen de woorden "aan het register" en de woorden "mee wanneer".
Art. 4. Dans l'article 4, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, dans la phrase introductive, les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "communique" et les mots "les informations".
Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "jaarlijks" en de woorden "door de informatieplichtigen".
Art. 5. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les mots "par voie électronique" sont insérés entre les mots "mises à jour" et les mots "par les redevables".
Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "informatieplichtigen" en het woord "toegankelijk";
  b) de bepalingen onder 1° /1 en 1° /2 worden ingevoegd, luidende:
  "1° /1 de sanctieautoriteiten, tijdig en zonder enige beperking;
  1° /2 de andere autoriteiten, tijdig en zonder enige beperking;";
  c) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° elke natuurlijke of rechtspersoon die een legitiem belang kan aantonen.".
Art. 6. Dans l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  a) la phrase introductive est complétée par les mots "par voie électronique" ;
  b) les 1° /1 et 1° /2 sont insérés, rédigés comme suit :
  "1° /1 aux autorités de sanction, en temps utile et sans aucune restriction ;
  1° /2 aux autres autorités, en temps utile et sans aucune restriction ;" ;
  c) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° toute personne physique ou morale qui peut démontrer un intérêt légitime.".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen de woorden "de artikelen 3, § 2 en 4," en het woord "toegankelijk";
  b) de bepalingen onder 1° /1 en 1° /2 worden ingevoegd, luidende:
  "1° /1 de sanctieautoriteiten, tijdig en zonder enige beperking;
  1° /2 de andere autoriteiten, tijdig en zonder enige beperking;";
  c) de bepaling onder 2° /1 wordt opgeheven;
  d) in de bepaling onder 4° worden de woorden "een schriftelijke" vervangen door de woorden "op elektronische wijze een";
  e) de bepaling onder 4° wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De natuurlijke persoon die niet over de nodige informaticamiddelen beschikt, kan zijn aanvraag indienen op papier via aangetekende zending.".
Art. 7. Dans l'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  a) la phrase introductive est complétée par les mots "par voie électronique" ;
  b) les 1° /1 et 1° /2 sont insérés, rédigés comme suit :
  "1° /1 aux autorités de sanction, en temps utile et sans aucune restriction ;
  1° /2 aux autres autorités, en temps utile et sans aucune restriction ;" ;
  c) le 2° /1 est abrogé ;
  d) au 4°, le mot "écrite" est remplacé par les mots "par voie électronique" ;
  e) le 4° est complété par la phrase suivante :
  "La personne naturelle qui ne dispose pas des moyens informatiques nécessaires, peut introduire sa demande par écrit, via un envoi recommandé.".
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", de sanctieautoriteiten, de andere autoriteiten" ingevoegd tussen de woorden "bevoegde autoriteiten" en de woorden "en de onderworpen" en de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "entiteiten" en de woorden "een toegangsaanvraag";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "Thesaurie" en de woorden "de lijst mee".
Art. 8. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots ", les autorités de sanction, les autres autorités" sont insérés entre les mots "autorités compétentes" et les mots "et les entités assujetties" et les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "une demande d'accès" et les mots "à l'Administration de la Trésorerie" ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "communiquent" et les mots "à l'Administration de la Trésorerie".
Art. 9. Artikel 9 wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 9 est abrogé.
Art. 10. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " § 1, 1°, 4° tot 7°, 9° en 11° tot 15° en" ingevoegd tussen de woorden "artikelen 3," en de woorden " § 2 1°, 4°, ";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "artikel 7, 3° " vervangen door de woorden "artikelen 6, 3° en 7, 3° ";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "Thesaurie" en de woorden "een specifieke";
  4° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De natuurlijke persoon die niet over de nodige informaticamiddelen beschikt, kan zijn aanvraag indienen op papier via aangetekende zending.";
  5° in paragraaf 2 worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "rechtspersonen" en de woorden "elk bijkomend";
  6° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zin:
  "In het geval van een natuurlijk persoon die niet over de nodige informaticamiddelen beschikt, kan dit gebeuren op papier via aangetekende zending.";
  7° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De aanvraag tot toegang kan worden toegekend onder één van de volgende voorwaarden die als een legitiem belang worden beschouwd:
  1° de aanvrager heeft een doel of voert op duurzame en effectieve wijze activiteiten uit in verband met de strijd tegen het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de verbonden onderliggende criminele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, 23° van de wet van 18 september 2017;
  2° de aanvrager treedt op in rechte in het kader van het doel of activiteiten bedoeld in 1°, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel of die activiteiten;
  3° de aanvrager zal een economische relatie aangaan of verrichtingen uitvoeren met een informatieplichtige en de aanvrager is betrokken in activiteiten relevant ter voorkoming van of de strijd tegen het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de verbonden onderliggende criminele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 4, 23° van de wet van 18 september 2017 en hij heeft nog geen toegang tot het register krachtens artikelen 6, 1° tot 2° of 7, 1° tot 2°. ".
  8° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De Administratie van de Thesaurie kan de aanvraag tot toegang weigeren als:
  1° de aanvraag niet overeenkomstig paragraaf 1 is ingediend; of
  2° de aanvrager niet de nodige informatie verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2° en § 2; of
  3° de aanvrager reeds over een toegang beschikt krachtens artikelen 6, 1° tot 2° of 7, 1° tot 2° ; of
  4° zij vaststelt of vermoedt dat de aanvraag andere doeleinden beoogt dan die vermeld in artikel 74, § 1, tweede lid, 1°, 3° en 4° van de wet van 18 september 2017; of
  5° zij vaststelt of vermoedt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met één van de voorwaarden in paragraaf 3, vierde lid, 1° tot 3° ; of
  6° per geval en na gedetailleerde analyse van het uitzonderlijke karakter van de omstandigheden vaststelt dat die toegang voor de betrokken uiteindelijk begunstigde overeenkomstig artikel 16 een blootstelling inhoudt aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijke begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is.
  Wanneer de Administratie van de Thesaurie de aanvraag weigert, kan de persoon bedoeld in paragraaf 1 die overeenkomstig deze paragraaf de aanvraag indiende, binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van de beslissing tot weigering, een schriftelijk verzoek tot herziening van deze beslissing voorleggen aan de Administratie van de Thesaurie en dit op elektronische wijze. De natuurlijke persoon die niet over de nodige informaticamiddelen beschikt, kan zijn verzoek indienen op papier via aangetekende zending. Hij kan ook binnen de voornoemde termijn steeds verzoeken om mondeling gehoord te worden. De Administratie van de Thesaurie neemt een definitieve beslissing na een onderzoek van het verzoek tot herziening. De Minister kan voor de toepassing van dit lid aanvullende modaliteiten en procedureregels bepalen.".
Art. 10. A l'article 10 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " § 1er, 1°, 4° à 7°, 9° et 11° à 15° et" sont insérés entre les mots "articles 3," et les mots " § 2, 1°, 4°, " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "à l'article 7, 3° " sont remplacés par les mots "aux articles 6, 3° et 7, 3° " ;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "introduisent" et les mots "une demande d'information" ;
  4° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La personne physique qui ne dispose pas des moyens informatiques nécessaires, peut introduire sa demande par écrit via un envoi recommandé." ;
  5° dans le paragraphe 2, les mots "par voie électronique" sont insérés entre les mots "peut demander" et les mots "à la personne" ;
  6° le paragraphe 2 est complété par la phrase suivante :
  "Dans le cas d'une personne physique ne disposant pas des moyens informatiques nécessaires, les documents peuvent être transmis par écrit via un envoi recommandé." ;
  7° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La demande d'accès peut être accordée sous l'une des conditions suivantes qui sont considérées comme présentant un intérêt légitime :
  1° le demandeur a un but ou exerce durablement et effectivement des activités liées à la lutte contre le blanchiment de capitaux, le financement du terrorisme et les activités criminelles sous-jacentes connexes telles que définies à l'article 4, 23° de la loi du 18 septembre 2017 ;
  2° le demandeur agit en justice dans le cadre de l'objet ou des activités mentionnés au 1°, en vue de défendre un intérêt lié à cet objet ou à ces activités ;
  3° le demandeur entrera dans une relation économique ou effectuera des transactions avec un redevable d'information et le demandeur est impliqué dans des activités pertinentes pour la prévention ou la lutte contre le blanchiment de capitaux, le financement du terrorisme et les activités criminelles sous-jacentes connexes telles que définies à l'article 4, 23° de la loi du 18 septembre 2017 et il n'a pas encore accès au registre en vertu des articles 6, 1° à 2° ou 7, 1° à 2°. ".
  8° l'article est complété par le paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. L'Administration de la Trésorerie peut refuser la demande si :
  1° la demande n'a pas été introduite conformément au paragraphe 1er ; ou
  2° le demandeur ne fournit pas les informations nécessaires conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2° et § 2 ; ou
  3° le demandeur dispose déjà d'un accès en application des articles 6, 1° à 2° ou 7, 1° à 2° ; ou
  4° elle établit ou soupçonne que la demande est destinée à d'autres fins que celles prévues à l'article 74, § 1er, alinéa 2, 1°, 3° et 4° de la loi du 18 septembre 2017 ; ou
  5° elle constate ou soupçonne que la demande ne satisfait pas à l'une des conditions du paragraphe 3, alinéa 4, 1° à 3° ; ou
  6° elle constate, au cas par cas et après analyse détaillée du caractère exceptionnel des circonstances que cet accès exposerait le bénéficiaire effectif concerné conformément l'article 16 à un risque disproportionné, un risque de fraude, d'enlèvement, de chantage, extorsion, harcèlement, de violence ou d'intimidation ou lorsque le bénéficiaire effectif est un mineur ou est autrement frappé d'incapacité.
  Lorsque l'Administration de la Trésorerie refuse la demande, la personne visée au paragraphe 1er qui a introduit la demande conformément à ce paragraphe, peut introduire par voie électronique une demande écrite de révision de cette décision à l'Administration de la Trésorerie dans un délai de deux mois à compter de la réception de la décision de refus. La personne physique qui ne dispose pas des moyens informatiques nécessaires, peut introduire sa demande sur papier par courrier recommandé. Elle peut aussi demander dans le délai précité à être entendue oralement. L'Administration de la Trésorerie prend une décision définitive après avoir examiné la demande de révision. Le Ministre peut déterminer des modalités et des règles de procédure supplémentaires pour l'application du présent paragraphe.".
Art. 11. In artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd tussen het woord "Thesaurie" en de woorden "een specifieke";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De natuurlijke persoon die niet over de nodige informaticamiddelen beschikt, kan zijn aanvraag indienen op papier via aangetekende zending.".
Art. 11. A l'article 11, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "par voie électronique" sont insérés entre le mot "introduisent" et les mots "une demande écrite" ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La personne physique qui ne dispose pas des moyens informatiques nécessaires peut introduire sa demande par écrit, via un envoi recommandé.".
Art. 12. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de woorden "personen" vervangen door de woorden "autoriteiten en entiteiten" en worden de woorden "artikelen 6, 1° en 2° en 7, 1° en 2° " vervangen door de woorden "artikelen 6, 1° tot 2° en 7, 1° tot 2° ";
  2° wordt voor de bestaande tekst van het tweede lid een paragraaf 2 ingevoegd, luidende:
  " § 2. De logbestanden van de registratie, als bedoeld in artikel 15, § 2, van de raadpleging door de autoriteiten en entiteiten die krachtens artikelen 6, 1° tot 2° en 7, 1° tot 2° toegang hebben tot het UBO-register maken het mogelijk om het volgende te achterhalen:
  1° dat de raadpleging via het systeem van het UBO-register plaatsvond;
  2° de categorie van autoriteit of entiteit die krachtens artikelen 6, 1° tot 2° en 7, 1° tot 2° heeft geraadpleegd;
  3° de identificatie van de autoriteit of entiteit die krachtens artikelen 6, 1° tot 2° en 7, 1° tot 2° heeft geraadpleegd;
  4° de identiteit van de persoon die in naam van de in punt 3° vermelde autoriteit of entiteit het register heeft geraadpleegd;
  5° de redenen, de datum en het tijdstip van de raadpleging.
  Deze logbestanden kunnen maandelijks op elektronische wijze ter beschikking gesteld worden van de autoriteiten en entiteiten bedoeld in paragraaf 1 voor wat betreft hun eigen raadplegingen. Zij doen hiertoe op elektronische wijze een aanvraag bij de Administratie van de Thesaurie. Deze aanvraag bevat alle nodige informatie die aantoont dat de aanvrager gerechtigd is om de logbestanden op te vragen. De logbestanden worden door deze autoriteiten en entiteiten uitsluitend gebruikt om te controleren of de verwerking rechtmatig is, voor interne controles en ter waarborging van de integriteit en de beveiliging van de persoonsgegevens. Deze autoriteiten en entiteiten melden aan de Administratie van de Thesaurie op elektronische wijze elke vastgestelde discrepantie of inbreuk op de toegangsrechten bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 3° en in artikelen 6, 1° tot 2° en 7, 1° tot 2°. ".
  3° de bestaande tekst van het tweede lid zal paragraaf 3 vormen.
Art. 12. A l'article 12 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, les mots "personnes" sont remplacés par les mots "autorités et entités" et les mots "articles 6, 1° et 2° et 7, 1° et 2° " sont remplacés par les mots "articles 6, 1° à 2° et 7, 1° à 2° " ;
  2° avant le texte actuel de l'alinéa 2, il est inséré un paragraphe 2 rédigé comme suit :
  " § 2. Les fichiers de journalisation de l'enregistrement, visé à l'article 15, § 2, de la consultation par les autorités et entités qui ont un droit d'accès au registre UBO en vertu des articles 6, 1° à 2° et 7, 1° à 2°, permettent d'établir :
  1° que la consultation a eu lieu via le système du registre UBO ;
  2° la catégorie d'autorité ou entité qui a consulté en vertu des articles 6, 1° à 2° et 7, 1° à 2° ;
  3° l'identification de l'autorité ou entité qui a consulté en vertu des articles 6, 1° à 2° et 7, 1° à 2° ;
  4° l'identité de la personne qui a consulté le registre pour le compte de l'autorité ou de l'entité mentionnée au 3° ;
  5° le motif, la date et l'heure de la consultation.
  Ces fichiers de journalisation peuvent mensuellement être mis par voie électronique à disposition des autorités et entités visées au paragraphe 1er pour leurs propres consultations. Pour cela, elles font une demande par voie électronique à l'Administration de la Trésorerie. Cette demande contient toutes les informations nécessaires prouvant que le demandeur a droit à un accès aux fichiers de journalisation. Les fichiers de journalisation sont utilisés par ces autorités et entités uniquement à des fins de vérification de la licéité du traitement, pour les contrôles internes et pour assurer l'intégrité et la sécurité des données à caractère personnel. Ces autorités et entités signalent par voie électronique à l'Administration de la Trésorerie toute anomalie constatée ou toute violation des droits d'accès visés au paragraphe 1er, 1° à 3°, et aux articles 6, 1° à 2 et 7, 1° à 2°. ".
  3° le texte actuel de l'alinéa 2 formera le paragraphe 3.
Art. 13. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 23 september 2020, wordt paragraaf 1 aangevuld met een lid, luidende:
  "Dit verzoek gebeurt op elektronische wijze. De betrokken uiteindelijke begunstigde die niet over de nodige informaticamiddelen beschikt of waarvoor de omstandigheden bedoeld in paragraaf 2 een te hoog risico voor een verzoek op elektronische wijze vormen, kan zijn aanvraag indienen op papier via aangetekende zending of met een koerier.".
Art. 13. A l'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 23 septembre 2020, le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Cette demande est introduite par voie électronique. Si le bénéficiaire effectif en question ne dispose pas des moyens informatiques nécessaires ou si les circonstances visées au paragraphe 2 comportent un risque trop important que pour qu'une demande électronique soit introduite, il peut soumettre sa demande sur papier par courrier recommandé ou avec un coursier.".
Art. 14. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 september 2020 en 6 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikelen 3 en 4" vervangen door de woorden "3 tot 5";
  2° in paragraaf 2, 1° en 2° worden de woorden "na advies van de gegevensbeschermingsautoriteit," opgeheven.
Art. 14. A l'article 17 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 23 septembre 2020 et du 6 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "articles 3 et 4" sont remplacés par les mots "3 à 5" ;
  2° dans le paragraphe 2, 1° et 2°, les mots "après avis de l'autorité de protection des données," sont abrogés.
Art. 15. Artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18. § 1. De Minister of zijn gedelegeerde kan overeenkomstig artikel 133, § 3, eerste lid van de wet van 18 september 2017 aan de informatieplichtigen, in geval van een inbreuk op artikelen 3 tot 5, de administratieve geldboetes opleggen vermeld in artikel 132, § 6, van dezelfde wet.
  De formele vaststelling door de Administratie van de Thesaurie van het mogelijk bestaan van een inbreuk door de informatieplichtige en dat de administratieve geldboete kan worden opgelegd bij het definitief vaststellen van de inbreuk, wordt op elektronische wijze ter kennis gebracht van de informatieplichtige binnen een termijn van dertig dagen volgend op deze formele vaststelling.
  De informatieplichtige wordt in deze kennisgeving uitgenodigd om zijn verweermiddelen te doen gelden bij de Administratie van de Thesaurie met toepassing van artikel 133, § 3, tweede lid, van de wet van 18 september 2017. De Minister of zijn gedelegeerde neemt een definitieve beslissing na een onderzoek van de verweermiddelen van de betrokken informatieplichtige en de definitieve bevinding dat een inbreuk is gepleegd door de betrokken informatieplichtige.
  De informatieplichtige wordt door de Administratie van de Thesaurie op elektronische wijze in kennis gesteld van de definitieve vaststelling van de inbreuk en de definitieve beslissing om een administratieve geldboete op te leggen binnen een termijn van drie maanden volgend op deze beslissing. Deze beslissing vermeldt ook het bedrag van de opgelegde administratieve boete en de uiterste datum voor de betaling ervan.
  De natuurlijke of rechtspersonen die bestuurders of zaakvoerders zijn van de informatieplichtige of de personen belast met het dagelijks beheer ervan, zijn solidair aansprakelijk voor de betaling van elke administratieve geldboete die aan de informatieplichtige wordt opgelegd.
  § 2. De administratieve geldboetes die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden voor inning en invordering overgemaakt aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen.
  Deze administratie verzendt onverwijld aan elke informatieplichtige waaraan een administratieve geldboete wordt opgelegd een bericht tot betaling waarin wordt gevraagd de administratieve geldboete te betalen binnen vijftien dagen te rekenen van de ontvangst ervan. Het bericht tot betaling wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag volgend op de afgifte ervan bij de universele postdienst of de elektronische ter beschikking stelling ervan.
  Het betalingsbericht vermeldt:
  1° de identificatie van de informatieplichtige waaraan een administratieve geldboete wordt opgelegd;
  2° het bedrag van de administratieve geldboete;
  3° de datum waarop de administratieve geldboete uitvoerbaar is geworden;
  4° het rekeningnummer waarop het verschuldigde bedrag moet worden betaald;
  5° de gegevens betreffende de dienst die toelichting kan geven bij het bericht.
  De administratieve geldboetes die niet betaald zijn binnen de vijftien dagen bedoeld in het tweede lid worden ingevorderd overeenkomstig artikel 134 van de wet van 18 september 2017.
  De administratieve geldboetes verjaren na 5 jaar te rekenen van de datum waarop deze boetes opeisbaar zijn geworden.
  § 3. Elk overeenkomstig dit artikel door de Administratie van de Thesaurie verzonden bericht, bevat een vaste datum die geldt als datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen. Elk overeenkomstig dit artikel verzonden bericht door de informatieplichtige maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de informatie door de Administratie van de Thesaurie. In toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de uitwisseling van berichten door middel van de eBox, komt de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking gesteld is door de Federale Overheidsdienst Financiën, overeen met een aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.".
Art. 15. L'article 18 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 18. § 1er. Le Ministre ou son délégué peut, conformément à l'article 133, § 3, alinéa 1er de la loi du 18 septembre 2017, en cas d'infraction aux articles 3 à 5, infliger aux redevables d'information les amendes administratives énoncées à l'article 132, § 6, de la même loi.
  La constatation formelle par l'Administration de la Trésorerie de l'existence possible d'une infraction par le redevable d'information et de la possibilité d'imposer l'amende administrative dès la constatation définitive de l'infraction, est notifiée au redevable d'information par voie électronique dans un délai de trente jours suivant cette détermination formelle.
  A travers cette notification, le redevable d'information est invité à présenter ses moyens de défense à l'Administration de la Trésorerie conformément à l'article 133, § 3, alinéa 2, de la loi du 18 septembre 2017. Le Ministre ou son délégué prend une décision définitive suite à un examen des moyens de défense du redevable d'information concerné et la constatation définitive qu'une infraction a été commise par le redevable d'information concerné.
  Le redevable d'information est informé par voie électronique par l'Administration de la Trésorerie de la constatation définitive de l'infraction et de la décision définitive d'infliger une amende administrative dans les trois mois suivant cette décision. Cette décision précise le montant de l'amende administrative infligée ainsi que le délai de son paiement.
  Les personnes physiques ou morales qui sont administrateurs ou gérants du redevable d'information, ou qui sont chargées de sa gestion journalière, sont solidairement responsables du paiement de toute amende administrative infligée au redevable d'information.
  § 2. Les amendes administratives imposées en application du présent article sont, transmises pour perception et recouvrement à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales.
  Cette administration envoie sans délai à chaque redevable d'information auquel une amende administrative est imposée, un avis demandant le paiement de l'amende administrative dans un délai de quinze jours à compter de sa réception. L'avis de paiement est réputé avoir été reçu le troisième jour ouvrable suivant sa remise au service postal universel ou sa mise à disposition par voie électronique.
  L'avis de paiement indique :
  1° l'identification du redevable d'information auquel une amende administrative est imposée ;
  2° le montant de l'amende administrative ;
  3° la date à laquelle l'amende administrative est devenue exigible ;
  4° le numéro de compte sur lequel le montant dû doit être payé ;
  5° les informations concernant le service pouvant fournir des explications sur l'avis.
  Les amendes administratives qui ne sont pas payées dans le délai de quinze jours visé à l'alinéa 2, sont recouvrées conformément à l'article 134 de la loi du 18 septembre 2017.
  Les amendes administratives se prescrit par cinq ans à compter de la date où ces amendes sont devenues exigibles.
  § 3. Chaque communication envoyée par l'Administration de la Trésorerie conformément au présent article contient une date fixe qui vaut comme date de mise à disposition du message, laquelle fait courir les délais applicables. Chaque communication envoyée par le redevable d'information conformément au présent article fait l'objet d'un accusé de réception automatique électronique. La date de l'accusé de réception vaut date de réception du message par l'Administration de la Trésorerie. En application de l'article 7 de la loi du 27 février 2019 relative à l'échange électronique de messages par le biais de l'eBox, la notification au moyen de l'eBox indiquant que le message est mis à disposition par le Service public fédéral Finances vaut envoi recommandé du message, avec ou sans accusé de réception.".
Art. 16. In artikel 20, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 september 2020, worden de woorden "en tweede" ingevoegd tussen de woorden "artikelen 1, 64 en 74, § 1, eerste" en de woorden "lid, van de wet van 18 september 2017".
Art. 16. Dans l'article 20, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 23 septembre 2020, les mots "alinéa 1er" sont remplacés par les mots "alinéas 1er et 2".
Art. 17. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 18. De minister bevoegd voor financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre qui a les finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.