Artikel 1. In artikel 534/16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 2021, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het basisbudget wordt aangevuld met een budget om het structureel tekort aan ontvangsten voor de dienstjaren 2015 tot en met 2018 te financieren.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 DECEMBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, wat betreft de berekening van het BRZ 2023 voor de revalidatieziekenhuizen
Titre
23 DECEMBRE 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, en ce qui concerne la calcul du BHR 2023 pour les hôpitaux de revalidation
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1er. Dans l'article 534/16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 2021, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le budget de base est complété par un budget destiné à financer le déficit structurel des recettes pour les exercices 2015 à 2018. ".
" Le budget de base est complété par un budget destiné à financer le déficit structurel des recettes pour les exercices 2015 à 2018. ".
Art. 2. In artikel 534/17 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het budget om het structureel tekort aan ontvangsten voor de dienstjaren 2015 tot en met 2018 te financieren, vermeld in artikel 534/16, tweede lid, van dit besluit, wordt berekend conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 april 2002, zoals dit van kracht was op datum van 31 december 2018.".
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het budget om het structureel tekort aan ontvangsten voor de dienstjaren 2015 tot en met 2018 te financieren, vermeld in artikel 534/16, tweede lid, van dit besluit, wordt berekend conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 april 2002, zoals dit van kracht was op datum van 31 december 2018.".
Art. 2. Dans l'article 534/17 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est abrogé ;
2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Le budget pour le financement du déficit structurel des recettes pour les exercices 2015 à 2018, figurant à l'article 534/16, alinéa 2, du présent arrêté, est calculé conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 25 avril 2002, tel qu'il était en vigueur au 31 décembre 2018. ".
1° l'alinéa 2 est abrogé ;
2° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Le budget pour le financement du déficit structurel des recettes pour les exercices 2015 à 2018, figurant à l'article 534/16, alinéa 2, du présent arrêté, est calculé conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 25 avril 2002, tel qu'il était en vigueur au 31 décembre 2018. ".
Art. 3. In boek 3/4, deel 2, titel 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 2021, wordt aan het opschrift van hoofdstuk 4 de zinsnede "en het dienstjaar 2023" toegevoegd.
Art. 3. Dans le livre 3/4, partie 2, titre 4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 2021, l'intitulé du chapitre 4 est complété par le membre de phrase " et l'exercice 2023 ".
Art. 4. In artikel 534/27 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 2021, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "het dienstjaar 2022" en de woorden "te financieren" de zinsnede "en het dienstjaar 2023" ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt het bedrag "5.427.541,49 euro" vervangen door het bedrag "5.422.075 euro";
3° in het vierde lid wordt tussen het woord "in" en het woord "maart" het woord "respectievelijk" ingevoegd, wordt tussen het jaartal "2023" en het woord "aan" de zinsnede "en maart 2024" ingevoegd, wordt tussen het woord "voor" en de woorden "het dienstjaar" het woord "respectievelijk" ingevoegd;
4° aan het vierde lid wordt de zinsnede "en het dienstjaar 2025" toegevoegd.
1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "het dienstjaar 2022" en de woorden "te financieren" de zinsnede "en het dienstjaar 2023" ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt het bedrag "5.427.541,49 euro" vervangen door het bedrag "5.422.075 euro";
3° in het vierde lid wordt tussen het woord "in" en het woord "maart" het woord "respectievelijk" ingevoegd, wordt tussen het jaartal "2023" en het woord "aan" de zinsnede "en maart 2024" ingevoegd, wordt tussen het woord "voor" en de woorden "het dienstjaar" het woord "respectievelijk" ingevoegd;
4° aan het vierde lid wordt de zinsnede "en het dienstjaar 2025" toegevoegd.
Art. 4. Dans l'article 534/27 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, entre le membre de phrase " pour l'exercice 2022 " et le membre de phrase " , un budget " est inséré le membre de phrase " et l'exercice 2023 " ;
2° dans l'alinéa 2 le montant " 5 427 541,49 euros " est remplacé par le montant " 5 422 075 euros " ;
3° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " en mars 2023 " est remplacé par le membre de phrase " respectivement en mars 2023 et en mars 2024 " ;
4° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " pour l'exercice 2024 " est remplacé par le membre de phrase " pour respectivement l'exercice 2024 et l'exercice 2025 ".
1° dans l'alinéa 1er, entre le membre de phrase " pour l'exercice 2022 " et le membre de phrase " , un budget " est inséré le membre de phrase " et l'exercice 2023 " ;
2° dans l'alinéa 2 le montant " 5 427 541,49 euros " est remplacé par le montant " 5 422 075 euros " ;
3° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " en mars 2023 " est remplacé par le membre de phrase " respectivement en mars 2023 et en mars 2024 " ;
4° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " pour l'exercice 2024 " est remplacé par le membre de phrase " pour respectivement l'exercice 2024 et l'exercice 2025 ".
Art. 5. In artikel 534/30 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 2021, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in paragraaf 5, eerste lid, wordt tussen het jaartal "2022" en de zinsnede ", wordt" de zinsnede "en het dienstjaar 2023" ingevoegd en wordt tussen het woord "voor" en de zinsnede "het dienstjaar 2024" het woord "respectievelijk" ingevoegd;
2° aan paragraaf 5, eerste lid, wordt de zinsnede "en het dienstjaar 2025" toegevoegd;
3° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt:
" § 6. De middelen die in het basisbudget en het corrigerend budget van het dienstjaar 2022 zijn toegekend om de recurrente koopkrachtverhoging door middel van de verhoging van de eindejaarstoelage voor de dienstjaren 2021 en 2022 te financieren in de publieke revalidatieziekenhuizen ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsector, worden teruggevorderd in het corrigerend budget voor het dienstjaar 2023.";
4° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2021 betreffende de toekenning van een IF.IC-opstap in uitvoering van het zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non profitsectoren voor de periode 2021-2025, wordt een budget van 926.842,42 euro toegevoegd aan het corrigerend budget van de private revalidatieziekenhuizen voor het dienstjaar 2023. Dat budget vertegenwoordigt het bedrag van maximaal 900,00 euro bruto voor een voltijds tewerkgestelde werknemer in de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021.
Het budget van 926.842,42 euro, vermeld in het eerste lid, wordt verdeeld over de private revalidatieziekenhuizen conform de berekening die de vzw IF.IC in juni 2022 aan het agentschap Zorg en Gezondheid heeft meegedeeld.".
1° in paragraaf 5, eerste lid, wordt tussen het jaartal "2022" en de zinsnede ", wordt" de zinsnede "en het dienstjaar 2023" ingevoegd en wordt tussen het woord "voor" en de zinsnede "het dienstjaar 2024" het woord "respectievelijk" ingevoegd;
2° aan paragraaf 5, eerste lid, wordt de zinsnede "en het dienstjaar 2025" toegevoegd;
3° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt:
" § 6. De middelen die in het basisbudget en het corrigerend budget van het dienstjaar 2022 zijn toegekend om de recurrente koopkrachtverhoging door middel van de verhoging van de eindejaarstoelage voor de dienstjaren 2021 en 2022 te financieren in de publieke revalidatieziekenhuizen ter uitvoering van het Zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non-profitsector, worden teruggevorderd in het corrigerend budget voor het dienstjaar 2023.";
4° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2021 betreffende de toekenning van een IF.IC-opstap in uitvoering van het zesde Vlaams Intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social/non profitsectoren voor de periode 2021-2025, wordt een budget van 926.842,42 euro toegevoegd aan het corrigerend budget van de private revalidatieziekenhuizen voor het dienstjaar 2023. Dat budget vertegenwoordigt het bedrag van maximaal 900,00 euro bruto voor een voltijds tewerkgestelde werknemer in de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021.
Het budget van 926.842,42 euro, vermeld in het eerste lid, wordt verdeeld over de private revalidatieziekenhuizen conform de berekening die de vzw IF.IC in juni 2022 aan het agentschap Zorg en Gezondheid heeft meegedeeld.".
Art. 5. Dans l'article 534/30 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, entre le membre de phrase " l'exercice 2022 " et le membre de phrase " , un montant " est inséré le membre de phrase " et l'exercice 2023 " ;
2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, le membre de phrase " pour l'exercice 2024 " est remplacé par le membre de phrase " pour respectivement l'exercice 2024 et l'exercice 2025 " ;
3° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. Les moyens alloués dans le budget de base et le budget correctif de l'exercice 2022 pour financer l'augmentation récurrente du pouvoir d'achat par l'augmentation de l'allocation de fin d'année pour les exercices 2021 et 2022 dans les hôpitaux publics de revalidation en exécution du sixième Accord intersectoriel flamand du 30 mars 2021 pour le secteur social/non marchand sont récupérés dans le budget correctif de l'exercice 2023. " ;
4° il est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
" § 7. En exécution de la convention collective du travail du 12 juillet 2021 relatif à l'attribution d'une prime IF.IC en exécution du sixième Accord intersectoriel flamand du 30 mars 2021 pour le secteur social/non marchand pour la période 2021-2025, un budget de 926 842,42 euros est ajouté au budget correctif des hôpitaux de revalidation privés pour l'exercice 2023. Ce budget représente le montant de 900,00 euros maximum brut pour un employé à temps plein pendant la période du 1er avril 2021 au 30 juin 2021.
Le budget de 926 842,42 euros, figurant à l'alinéa 1er, est réparti entre les hôpitaux de revalidation privés conformément au calcul communiqué par l'asbl IF.IC à l'Agence Soins et Santé en juin 2022. ".
1° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, entre le membre de phrase " l'exercice 2022 " et le membre de phrase " , un montant " est inséré le membre de phrase " et l'exercice 2023 " ;
2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, le membre de phrase " pour l'exercice 2024 " est remplacé par le membre de phrase " pour respectivement l'exercice 2024 et l'exercice 2025 " ;
3° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. Les moyens alloués dans le budget de base et le budget correctif de l'exercice 2022 pour financer l'augmentation récurrente du pouvoir d'achat par l'augmentation de l'allocation de fin d'année pour les exercices 2021 et 2022 dans les hôpitaux publics de revalidation en exécution du sixième Accord intersectoriel flamand du 30 mars 2021 pour le secteur social/non marchand sont récupérés dans le budget correctif de l'exercice 2023. " ;
4° il est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
" § 7. En exécution de la convention collective du travail du 12 juillet 2021 relatif à l'attribution d'une prime IF.IC en exécution du sixième Accord intersectoriel flamand du 30 mars 2021 pour le secteur social/non marchand pour la période 2021-2025, un budget de 926 842,42 euros est ajouté au budget correctif des hôpitaux de revalidation privés pour l'exercice 2023. Ce budget représente le montant de 900,00 euros maximum brut pour un employé à temps plein pendant la période du 1er avril 2021 au 30 juin 2021.
Le budget de 926 842,42 euros, figurant à l'alinéa 1er, est réparti entre les hôpitaux de revalidation privés conformément au calcul communiqué par l'asbl IF.IC à l'Agence Soins et Santé en juin 2022. ".
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2023.
Art. 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le ministre flamand qui a la protection sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.