Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 FEBRUARI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de regeling inzake maaltijdcheques voor de personeelsleden overgeheveld in het kader van de 5de en 6de staatshervorming, de verhoging van het aantal maanden mantelzorgverlof per zorgbehoevende en andere bepalingen
Titre
10 FEVRIER 2023. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, en ce qui concerne le régime des chèques-repas pour les membres du personnel transférés dans le cadre des 5ème et 6ème réformes de l'Etat, l'augmentation du nombre de mois de congé pour aidants proches par personne dépendante et d'autres dispositions
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. In artikel I 16 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, worden in punt 4° de woorden "minder dan zeven maanden" vervangen door de woorden "niet meer dan zes maanden".
Article 1er. Dans l'article I 16 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, au point 4°, les mots " moins de sept mois " sont remplacés par les mots " six mois au maximum ".
Art. 2. In deel VII, titel 2, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 22, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, de woorden "van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van de afdeling Justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin" vervangen door de woorden "van de afdeling Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van het Agentschap Justitie en Handhaving".
Art. 2. Dans la partie VII, titre 2, chapitre 3 du même arrêté, dans l'intitulé de la section 22, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017, les mots " du Centre flamand de surveillance électronique de la Division des Maisons de Justice du Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille " sont remplacés par les mots " de la division Centre flamand de surveillance électronique de l'Agence de la Justice et du Maintien ".
Art. 3. In artikel VII 70septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de woorden "van het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van de afdeling Justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin" vervangen door de woorden "van de afdeling Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht van het Agentschap Justitie en Handhaving".
Art. 3. Dans l'article VII 70septies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017, les mots " du Centre flamand de surveillance électronique de la Division des Maisons de Justice du Département du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille " sont remplacés par les mots " de la division Centre flamand de surveillance électronique de l'Agence de la Justice et du Maintien ".
Art. 4. Artikel VII 194bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 en gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article VII 194bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est abrogé.
Art. 5. In artikel VII 217 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden het tweede en derde lid opgeheven.
Art. 5. A l'article VII 217 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 6. Aan artikel X 17, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008, worden de woorden "of een andere inkomensvervangende uitkering" toegevoegd.
Art. 6. L'article X 17, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2008, est complété par les mots " ou à une autre allocation de remplacement de revenus ".
Art. 7. In artikel X 31, § 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Als het personeelslid zijn onderbrekingsuitkeringen verliest dan kan de voltijdse afwezigheid of vermindering van de arbeidsprestaties mits akkoord van de lijnmanager retroactief worden omgezet naar een ander verlof dat een voltijdse onbetaalde onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor doel heeft. Gaat de lijnmanager niet akkoord met deze omzetting naar een ander verlof dan wordt de afwezigheid gelijkgesteld met non-activiteit.".
"Als het personeelslid zijn onderbrekingsuitkeringen verliest dan kan de voltijdse afwezigheid of vermindering van de arbeidsprestaties mits akkoord van de lijnmanager retroactief worden omgezet naar een ander verlof dat een voltijdse onbetaalde onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor doel heeft. Gaat de lijnmanager niet akkoord met deze omzetting naar een ander verlof dan wordt de afwezigheid gelijkgesteld met non-activiteit.".
Art. 7. Dans l'article X 31, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
" Si le membre du personnel perd ses allocations d'interruption, l'absence ou la réduction à temps plein des prestations de travail peut, moyennant l'accord du manager de ligne, être convertie rétroactivement en un autre congé ayant pour objet une interruption ou une réduction des prestations de travail à temps plein non rémunérée. Si le manager de ligne n'accepte pas cette conversion en un autre congé, l'absence sera assimilée à une non-activité. ".
" Si le membre du personnel perd ses allocations d'interruption, l'absence ou la réduction à temps plein des prestations de travail peut, moyennant l'accord du manager de ligne, être convertie rétroactivement en un autre congé ayant pour objet une interruption ou une réduction des prestations de travail à temps plein non rémunérée. Si le manager de ligne n'accepte pas cette conversion en un autre congé, l'absence sera assimilée à une non-activité. ".
Art. 8. In artikel X 38bis, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, worden de woorden "een maand" vervangen door de woorden "drie maanden";
2° in het tweede lid, worden de woorden "twee maanden" vervangen door de woorden "zes maanden".
1° in het eerste lid, worden de woorden "een maand" vervangen door de woorden "drie maanden";
2° in het tweede lid, worden de woorden "twee maanden" vervangen door de woorden "zes maanden".
Art. 8. A l'article X 38bis, 3 § , du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " un mois " sont remplacés par les mots " trois mois ".
2° dans l'alinéa 2, les mots " deux mois " sont remplacés par les mots " six mois ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " un mois " sont remplacés par les mots " trois mois ".
2° dans l'alinéa 2, les mots " deux mois " sont remplacés par les mots " six mois ".
Art. 9. In artikel X 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en 30 augustus 2016, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als het personeelslid zijn onderbrekingsuitkeringen verliest dan kan de voltijdse afwezigheid of vermindering van de arbeidsprestaties mits akkoord van de lijnmanager retroactief worden omgezet naar een ander verlof dat een voltijdse onbetaalde onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor doel heeft. Gaat de lijnmanager niet akkoord met deze omzetting naar een ander verlof dan wordt de afwezigheid gelijkgesteld met non-activiteit. De gelijkstelling met non-activiteit geldt voor de volledige periode waarin het personeelslid geen recht had op een onderbrekingsuitkering en eindigt als het personeelslid het werk hervat of een ander verlof opneemt.".
"Als het personeelslid zijn onderbrekingsuitkeringen verliest dan kan de voltijdse afwezigheid of vermindering van de arbeidsprestaties mits akkoord van de lijnmanager retroactief worden omgezet naar een ander verlof dat een voltijdse onbetaalde onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties voor doel heeft. Gaat de lijnmanager niet akkoord met deze omzetting naar een ander verlof dan wordt de afwezigheid gelijkgesteld met non-activiteit. De gelijkstelling met non-activiteit geldt voor de volledige periode waarin het personeelslid geen recht had op een onderbrekingsuitkering en eindigt als het personeelslid het werk hervat of een ander verlof opneemt.".
Art. 9. Dans l'article X 39 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 mai 2009 et 30 août 2016, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si le membre du personnel perd ses allocations d'interruption, l'absence ou la réduction à temps plein des prestations de travail peut, moyennant l'accord du manager de ligne, être convertie rétroactivement en un autre congé ayant pour objet une interruption ou une réduction des prestations de travail à temps plein non rémunérée. Si le manager de ligne n'accepte pas cette conversion en un autre congé, l'absence sera assimilée à une non-activité. L'assimilation à la non-activité s'applique pendant toute la période au cours de laquelle le membre du personnel n'a pas eu droit à une allocation d'interruption et prend fin lorsque le membre du personnel reprend le travail ou prend un autre congé. ".
" Si le membre du personnel perd ses allocations d'interruption, l'absence ou la réduction à temps plein des prestations de travail peut, moyennant l'accord du manager de ligne, être convertie rétroactivement en un autre congé ayant pour objet une interruption ou une réduction des prestations de travail à temps plein non rémunérée. Si le manager de ligne n'accepte pas cette conversion en un autre congé, l'absence sera assimilée à une non-activité. L'assimilation à la non-activité s'applique pendant toute la période au cours de laquelle le membre du personnel n'a pas eu droit à une allocation d'interruption et prend fin lorsque le membre du personnel reprend le travail ou prend un autre congé. ".
Art. 10. Artikel XII 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, wordt ingetrokken.
Art. 10. L'article XII 3bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, est abrogé.
Art. 11. Bijlage 5 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, en laatst vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2022, wordt vervangen door de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 11. L'annexe 5 au même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007, et remplacée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 janvier 2022, est remplacée par l'annexe jointe au présent arrêté.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2023, met uitzondering van
- artikel 2 en 3 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2022;
- artikel 8, dat uitwerking heeft op de eerste dag van de maand volgend op het akkoord van de federale ministerraad;
- artikel 11 dat uitwerking heeft met ingang van 1 februari 2022.
- artikel 2 en 3 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2022;
- artikel 8, dat uitwerking heeft op de eerste dag van de maand volgend op het akkoord van de federale ministerraad;
- artikel 11 dat uitwerking heeft met ingang van 1 februari 2022.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er mars 2023, à l'exception des articles suivants :
- les articles 2 et 3, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2022 ;
- l'article 8, qui produit ses effets le premier jour du mois suivant l'accord du conseil des ministres fédéral ;
- l'article 11, qui produit ses effets le 1er février 2022.
- les articles 2 et 3, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2022 ;
- l'article 8, qui produit ses effets le premier jour du mois suivant l'accord du conseil des ministres fédéral ;
- l'article 11, qui produit ses effets le 1er février 2022.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre flamand compétent pour les ressources humaines est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-10-2023, p. 85242)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-10-2023, p. 85254)