Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 DECEMBER 2022. - Wet houdende diverse fiscale bepalingen
Titre
21 DECEMBRE 2022. - Loi portant des dispositions fiscales diverses
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
TITEL 2. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE INKOMSTEN...
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 44 van de ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 28 van de ...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 7 van de w...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de artikelen 5 en ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van artikel 63 van de ...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de programmawet va...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 30 ok...
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtredingen
TITEL 3. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE ACCIJNZEN
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de programmawet va...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de programmawet ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 25 no...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 7 jan...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 22 de...
TITEL 4. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE BELASTING...
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Vrijstelling voor bepaalde hande...
HOOFDSTUK 3. - Verlenging van het verlaagd tari...
HOOFDSTUK 4. - Huisvesting in het kader van het...
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale
TITRE 2. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX IMPOTS S...
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des impôt...
CHAPITRE 2. - Modification de l'article 44 de l...
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 28 de l...
CHAPITRE 4. - Modification de l'article 7 de la...
CHAPITRE 5. - Modification des articles 5 et 5/...
CHAPITRE 6. - Modification de l'article 63 de l...
CHAPITRE 7. - Modification de la loi-programme ...
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 30 oct...
CHAPITRE 9. - Entrées en vigueur
TITRE 3. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX ACCISES
CHAPITRE 1er. - Disposition générales
CHAPITRE 2. - Modification de la loi-programme ...
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi-programme...
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 25 nov...
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 7 janv...
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 22 déc...
TITRE 4. - MODIFICATIONS RELATIVES A LA TAXE SU...
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Exemption en faveur de certaines ...
CHAPITRE 3. - Prolongation du taux réduit pour ...
CHAPITRE 4. - Logement dans le cadre de la poli...
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Tekst (94)
Texte (94)
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE INKOMSTENBELASTINGEN
TITRE 2. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX IMPOTS SUR LES REVENUS
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 2. In artikel 7, § 1, 2°, bbis), van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, vervangen bij de wet van 17 februari 2021, worden de woorden "of een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of een door haar of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting" ingevoegd tussen de woorden "rechtspersoon die geen vennootschap is" en de woorden ", met het oog op het ter beschikking stellen ervan".
Art. 2. Dans article 7, § 1er, 2°, bbis), du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 17 février 2021, les mots "ou une société régionale de logement ou à une société de logement social reconnue par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement" sont insérés entre les mots "personne morale autre qu'une société" et les mots ", en vue de les mettre à disposition".
Art. 3. In artikel 32/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2021 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "een binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "een onderneming of vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "van één of meer binnenlandse vennootschappen, van één of meer Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren, of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "aan één of meer ondernemingen of vestigingen van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
3° paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt:
"2° van de paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap een in België belastbare bezoldiging ontvangen hebben van meer dan 75.000 euro per kalenderjaar voor de prestaties die de ingekomen belastingplichtige ten behoeve van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap levert en op de resultaten van die werkgever of vennootschap worden aangerekend, met uitsluiting van de inkomsten die in aanmerking komen voor de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor buitenlandse inkomsten;".
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "een binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "een onderneming of vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "van één of meer binnenlandse vennootschappen, van één of meer Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren, of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "aan één of meer ondernemingen of vestigingen van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
3° paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt:
"2° van de paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap een in België belastbare bezoldiging ontvangen hebben van meer dan 75.000 euro per kalenderjaar voor de prestaties die de ingekomen belastingplichtige ten behoeve van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap levert en op de resultaten van die werkgever of vennootschap worden aangerekend, met uitsluiting van de inkomsten die in aanmerking komen voor de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor buitenlandse inkomsten;".
Art. 3. A l'article 32/1, du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2021 et modifié par la loi du 5 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "une société résidente, par un établissement belge d'une société étrangère ou par une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "d'une ou plusieurs sociétés résidentes, d'un ou plusieurs établissements belges d'une société étrangère appartenant au même groupe multinational, ou d'une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "d'une ou plusieurs entreprises, d'un ou plusieurs établissements d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
3° le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, est remplacé par ce qui suit :
"2° recueillir, auprès de l'employeur ou de la société visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 2°, une rémunération imposable en Belgique supérieure à 75.000 euros par année civile, relativement aux prestations que le contribuable impatrié effectue pour l'employeur ou société visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 2°, et sont imputéessur les résultats de cet employeur ou société, à l'exclusion des revenus qui entrent en considération pour la réduction pour revenus d'origine étrangère visée aux articles 155 et 156 ;".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "une société résidente, par un établissement belge d'une société étrangère ou par une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "d'une ou plusieurs sociétés résidentes, d'un ou plusieurs établissements belges d'une société étrangère appartenant au même groupe multinational, ou d'une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "d'une ou plusieurs entreprises, d'un ou plusieurs établissements d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
3° le paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, est remplacé par ce qui suit :
"2° recueillir, auprès de l'employeur ou de la société visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 2°, une rémunération imposable en Belgique supérieure à 75.000 euros par année civile, relativement aux prestations que le contribuable impatrié effectue pour l'employeur ou société visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 2°, et sont imputéessur les résultats de cet employeur ou société, à l'exclusion des revenus qui entrent en considération pour la réduction pour revenus d'origine étrangère visée aux articles 155 et 156 ;".
Art. 4. In artikel 32/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2021 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "onderneming of vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "van één of meerdere binnenlandse vennootschappen, van één of meerdere Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "aan één of meerdere ondernemingen of vestigingen van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
3° in paragraaf 2, derde lid, 1°, worden de woorden "dat of een onderneming die" vervangen door de woorden "of een bedrijfstak zoals bedoeld in artikel 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, van een onderneming waarvan sprake in het eerste lid, 1° en 2°, van deze paragraaf, die in hoofdzaak".
4° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "in België geleverde prestaties" vervangen door de woorden "prestaties die de ingekomen onderzoeker ten behoeve van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap levert en op de resultaten van die werkgever of vennootschap worden aangerekend, met uitsluiting van de inkomsten die in aan-merking komen voor de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor buitenlandse inkomsten".
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden "binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "onderneming of vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
2° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "van één of meerdere binnenlandse vennootschappen, van één of meerdere Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "aan één of meerdere ondernemingen of vestigingen van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen";
3° in paragraaf 2, derde lid, 1°, worden de woorden "dat of een onderneming die" vervangen door de woorden "of een bedrijfstak zoals bedoeld in artikel 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, van een onderneming waarvan sprake in het eerste lid, 1° en 2°, van deze paragraaf, die in hoofdzaak".
4° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "in België geleverde prestaties" vervangen door de woorden "prestaties die de ingekomen onderzoeker ten behoeve van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde werkgever of vennootschap levert en op de resultaten van die werkgever of vennootschap worden aangerekend, met uitsluiting van de inkomsten die in aan-merking komen voor de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor buitenlandse inkomsten".
Art. 4. A l'article 32/2 du même Code, inséré par la loi du 27 décembre 2021 et modifié par la loi du 5 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "une société résidente, par un établissement belge d'une société étrangère ou par une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "d'une ou plusieurs sociétés résidentes, d'un ou plusieurs établissements belges d'une société étrangère appartenant au même groupe multinational, ou d'une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "d'une ou plusieurs entreprises, d'un ou plusieurs établissements d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, 1°, les mots "d'une entreprise se livrant" sont remplacés par les mots "d'une branche d'activités comme visée à l'article 12:11 du Code des sociétés et des asocitations, d'une entreprise telle que visée à l'alinéa 1er, 1° et 2°, du présent paragraphe se livrant principalement".
4° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "prestations effectuées en Belgique" sont remplacés par les mots "prestations que le chercheur impatrié effectue pour l'employeur ou société visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 2°, et sont imputées sur les résultats de cet employeur ou cette société, à l'exclusion des revenus qui entrent en considération pour la réduction pour revenus d'origine étrangère visée aux articles 155 et 156".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots "une société résidente, par un établissement belge d'une société étrangère ou par une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots "d'une ou plusieurs sociétés résidentes, d'un ou plusieurs établissements belges d'une société étrangère appartenant au même groupe multinational, ou d'une association dotée de la personnalité juridique visée à l'article 1:6, § 2, du Code des sociétés et des associations" sont remplacés par les mots "d'une ou plusieurs entreprises, d'un ou plusieurs établissements d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises" ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, 1°, les mots "d'une entreprise se livrant" sont remplacés par les mots "d'une branche d'activités comme visée à l'article 12:11 du Code des sociétés et des asocitations, d'une entreprise telle que visée à l'alinéa 1er, 1° et 2°, du présent paragraphe se livrant principalement".
4° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "prestations effectuées en Belgique" sont remplacés par les mots "prestations que le chercheur impatrié effectue pour l'employeur ou société visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 2°, et sont imputées sur les résultats de cet employeur ou cette société, à l'exclusion des revenus qui entrent en considération pour la réduction pour revenus d'origine étrangère visée aux articles 155 et 156".
Art. 5. In artikel 38, § 1, eerste lid, 13°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de woorden "4,10 euro" vervangen door de woorden "6 euro".
Art. 5. Dans l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 13°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2003, les mots "4,10 euros" sont remplacés par les mots "6 euros".
Art. 6. In artikel 38/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd het eerste lid, 4°, kan de werknemer of de bedrijfsleider die een elektronische maaltijdcheque heeft verkregen binnen de drie maanden na de vervaldatum van de elektronische maaltijdcheque bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de cheque. De gereactiveerde elektronische maaltijdcheque heeft een geldigheidsduur van drie maanden.";
2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd het eerste lid, 4°, kan de werknemer of de bedrijfsleider die een eco-cheque heeft verkregen binnen de drie maanden na de vervaldatum van de eco-cheque bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de cheque. De gereactiveerde eco-cheque heeft een geldigheidsduur van drie maanden.".
1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd het eerste lid, 4°, kan de werknemer of de bedrijfsleider die een elektronische maaltijdcheque heeft verkregen binnen de drie maanden na de vervaldatum van de elektronische maaltijdcheque bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de cheque. De gereactiveerde elektronische maaltijdcheque heeft een geldigheidsduur van drie maanden.";
2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd het eerste lid, 4°, kan de werknemer of de bedrijfsleider die een eco-cheque heeft verkregen binnen de drie maanden na de vervaldatum van de eco-cheque bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de cheque. De gereactiveerde eco-cheque heeft een geldigheidsduur van drie maanden.".
Art. 6. A l'article 38/1 du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 2009 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Sans préjudice de l'alinéa 1er, 4°, le travailleur ou le dirigeant d'entreprise qui est bénéficiaire d'un titre-repas électronique peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance du titre-repas électronique, une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver le titre. Le titre-repas électronique réactivé a une durée de validité de trois mois." ;
2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Sans préjudice de l'alinéa 1er, 4°, le travailleur ou le dirigeant d'entreprise qui est bénéficiaire d'un éco-chèque peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance de l'éco-chèque, une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver le chèque. L'éco-chèque réactivé a une durée de validité de trois mois.".
1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Sans préjudice de l'alinéa 1er, 4°, le travailleur ou le dirigeant d'entreprise qui est bénéficiaire d'un titre-repas électronique peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance du titre-repas électronique, une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver le titre. Le titre-repas électronique réactivé a une durée de validité de trois mois." ;
2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Sans préjudice de l'alinéa 1er, 4°, le travailleur ou le dirigeant d'entreprise qui est bénéficiaire d'un éco-chèque peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance de l'éco-chèque, une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver le chèque. L'éco-chèque réactivé a une durée de validité de trois mois.".
Art. 7. In artikel 46, § 1, tweede lid, van hetzelfde wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "of een Europese langetermijnbeleggingsinstelling" vervangen door de worden ", een Europese langetermijnbeleggingsinstelling of een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap".
Art. 7. Dans l'article 46, § 1er, alinéa 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "ou un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers" sont remplacés par les mots ", un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers, ou une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés".
Art. 8. In artikel 47, § 7, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende" ingevoegd tussen de woorden "waaraan een" en het woord "beleggingsvennootschap" en worden de woorden "of een Europese langetermijnbeleggingsinstelling deelneemt" vervangen door de woorden ", een Europese langetermijnbeleggingsinstelling of een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap deelneemt".
Art. 8. Dans l'article 47, § 7, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "ou un fonds européen d'investissement à long terme prend part" sont remplacés par les mots ", un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers, ou une société inscrite en tant que fonds d'investissement immobilier spécialisé auprès du SPF Finances prend part".
Art. 9. In artikel 57, van hetzelfde wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven;
3° in het vierde lid worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 57, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "et d'un relevé récapitulatif" sont abrogés ;
2° dans l'alinéa 2, les mots "et d'un état récapitulatif" sont abrogés ;
3° dans l'alinéa 4, les mots "et d'un relevé récapitulatif" sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les mots "et d'un relevé récapitulatif" sont abrogés ;
2° dans l'alinéa 2, les mots "et d'un état récapitulatif" sont abrogés ;
3° dans l'alinéa 4, les mots "et d'un relevé récapitulatif" sont abrogés.
Art. 10. In artikel 64quater, tweede lid, vierde streepje, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 november 2021, worden de woorden ", eerste streepje," opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 64quater, alinéa 2, quatrième tiret, du même Code, inséré par la loi du 25 novembre 2021, les mots ", premier tiret," sont abrogés.
Art. 11. In artikel 90, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 april 2022, worden in de bepaling onder 1° ter de woorden "zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 augustus 2022 tot wijziging van artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders," ingevoegd tussen de woorden "datzelfde artikel 17" en de woorden "geen sociale bijdragen verschuldigd zijn".
Art. 11. Dans l'article 90, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 26 avril 2022, dans le 1° ter, les mots "tel que modifié par l'arrêté royal du 31 août 2022 modifiant l'article 17 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs" sont insérés entre les mots "dudit article 17" et les mots ", aucune contribution sociale n'est due".
Art. 12. In artikel 134, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 december 2012 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012, 26 december 2015, 30 juni 2017, 25 december 2017 en 26 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin "Dit belastingkrediet kan niet meer bedragen dan 250 euro per kind ten laste." opgeheven;
2° in paragraaf 3 worden tussen het eerste en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, twee leden ingevoegd, luidende:
"Het in het eerste lid bedoelde belastingkrediet kan niet meer bedragen dan:
- 250 euro per kind ten laste voor wie artikel 132bis niet wordt toegepast;
- de helft van het in het eerste streepje vermelde bedrag per kind voor wie artikel 132bis wordt toegepast.
Voor de toepassing van het tweede lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen voor twee gerekend.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden in de bepaling onder 6° de woorden "250 euro per kind ten laste" vervangen door de woorden "het overeenkomstig paragraaf 3, tweede en derde lid, bepaalde maximumbedrag";
4° in de Franse tekst van paragraaf 4, eerste lid, wordt in de bepaling onder 6° het woord "en-semble" vervangen door het woord "ensemble";
5° in paragraaf 4, tweede lid, worden in de bepaling onder 1° de woorden "de artikelen 132, eerste lid, 7° en 8°, en 133" vervangen door de woorden "artikel 132, eerste lid, 7° en 8° ";
6° in paragraaf 4, tweede lid, worden in de bepaling onder 2° de woorden "per kind ten laste" opgeheven.
1° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin "Dit belastingkrediet kan niet meer bedragen dan 250 euro per kind ten laste." opgeheven;
2° in paragraaf 3 worden tussen het eerste en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, twee leden ingevoegd, luidende:
"Het in het eerste lid bedoelde belastingkrediet kan niet meer bedragen dan:
- 250 euro per kind ten laste voor wie artikel 132bis niet wordt toegepast;
- de helft van het in het eerste streepje vermelde bedrag per kind voor wie artikel 132bis wordt toegepast.
Voor de toepassing van het tweede lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen voor twee gerekend.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden in de bepaling onder 6° de woorden "250 euro per kind ten laste" vervangen door de woorden "het overeenkomstig paragraaf 3, tweede en derde lid, bepaalde maximumbedrag";
4° in de Franse tekst van paragraaf 4, eerste lid, wordt in de bepaling onder 6° het woord "en-semble" vervangen door het woord "ensemble";
5° in paragraaf 4, tweede lid, worden in de bepaling onder 1° de woorden "de artikelen 132, eerste lid, 7° en 8°, en 133" vervangen door de woorden "artikel 132, eerste lid, 7° en 8° ";
6° in paragraaf 4, tweede lid, worden in de bepaling onder 2° de woorden "per kind ten laste" opgeheven.
Art. 12. A l'article 134, du même Code, remplacé par la loi du 13 décembre 2012 et modifié par les lois des 27 décembre 2012, 26 décembre 2015, 30 juin 2017, 25 décembre 2017 et 26 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, la phrase "Ce crédit d'impôt ne peut pas excéder 250 euros par enfant à charge." est abrogée ;
2° dans le paragraphe 3, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 4, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
"Le crédit d'impôt visé à l'alinéa 1er ne peut pas excéder :
- 250 euros par enfant à charge pour lequel l'article 132bis n'est pas appliqué ;
- la moitié du montant mentionné au premier tiret par enfant pour lequel l'article 132bis est appliqué.
Pour l'application de l'alinéa 2, les enfants considérés comme handicapés sont comptés pour deux." ;
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, 6°, les mots "250 euros par enfant à charge" sont remplacés par les mots "le montant maximum déterminé conformément au paragraphe 3, alinéas 2 et 3," ;
4° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, 6°, le mot "en-semble" est remplacé par le mot "ensemble" ;
5° dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, les mots "aux articles 132, alinéa 1er, 7° et 8°, et 133" sont remplacés par les mots "à l'article 132, alinéa 1er, 7° et 8° " ;
6° dans le paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots "par enfant à charge" sont abrogés.
1° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, la phrase "Ce crédit d'impôt ne peut pas excéder 250 euros par enfant à charge." est abrogée ;
2° dans le paragraphe 3, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 4, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
"Le crédit d'impôt visé à l'alinéa 1er ne peut pas excéder :
- 250 euros par enfant à charge pour lequel l'article 132bis n'est pas appliqué ;
- la moitié du montant mentionné au premier tiret par enfant pour lequel l'article 132bis est appliqué.
Pour l'application de l'alinéa 2, les enfants considérés comme handicapés sont comptés pour deux." ;
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, 6°, les mots "250 euros par enfant à charge" sont remplacés par les mots "le montant maximum déterminé conformément au paragraphe 3, alinéas 2 et 3," ;
4° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, 6°, le mot "en-semble" est remplacé par le mot "ensemble" ;
5° dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, les mots "aux articles 132, alinéa 1er, 7° et 8°, et 133" sont remplacés par les mots "à l'article 132, alinéa 1er, 7° et 8° " ;
6° dans le paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots "par enfant à charge" sont abrogés.
Art. 13. In artikel 174/1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 25 december 2017 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de woorden "134, § 3, eerste lid, en § 4, eerste lid, 6°, " vervangen door de woorden "134, § 3, tweede lid,".
Art. 13. Dans l'article 174/1, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi-programme du 25 décembre 2017 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 juillet 2022, les mots "134, § 3, alinéa 1er, et § 4, alinéa 1er, 6°, " sont remplacés par les mots "134, § 3, alinéa 2,".
Art. 14. Artikel 180, eerste lid, 5° bis, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
"5° bis het Participatiefonds - Vlaanderen, het Participatiefonds - Wallonië en het Participatiefonds - Brussel;".
"5° bis het Participatiefonds - Vlaanderen, het Participatiefonds - Wallonië en het Participatiefonds - Brussel;".
Art. 14. L'article 180, alinéa 1er, 5° bis, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
"5° bis le Fonds de participation - Flandre, le Fonds de participation - Wallonie et le Fonds de participation - Bruxelles ;".
"5° bis le Fonds de participation - Flandre, le Fonds de participation - Wallonie et le Fonds de participation - Bruxelles ;".
Art. 15. In artikel 185, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden in de Franstalige tekst de woorden "sont réduits" vervangen door de woorden "est réduit".
Art. 15. Dans l'article 185, § 3, alinéa 2, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les mots "sont réduits" sont remplacés par les mots "est réduit".
Art. 16. In artikel 194quater/1, § 2, 1°, van hetzelde wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 november 2020, worden de woorden "de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de gereglementeerde vastgoedvennootschappen," en de woorden "alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.".
Art. 16. Dans l'article 194quater/1, § 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 19 novembre 2020, les mots "les fonds européens d'investissement à long terme," sont insérés entre les mots "les sociétés immobilières réglementées," et les mots "ainsi que les organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.".
Art. 17. In artikel 194septies/1, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelde wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 juni 2020 en gewijzigd bij de wet van 15 juli 2020, worden de woorden "de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de gereglementeerde vastgoedvennootschappen," en de woorden "alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.".
Art. 17. Dans l'article 194septies/1, § 3, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 23 juin 2020 et modifié par la loi du 15 juillet 2020, les mots "les fonds européens d'investissement à long terme," sont insérés entre les mots "les sociétés immobilières réglementées," et les mots "ainsi que les organismes de financement de pensions visés à l'article 8 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle.".
Art. 18. In artikel 203, § 2, zesde lid, inleidende zin, van hetzelde wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2017 en gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "de door een Europese langetermijnbeleggingsinstelling verleende of toegekende inkomsten" vervangen door de woorden "de door een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap of een door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende Europese langetermijnbeleggingsinstelling verleende of toegekende inkomsten".
Art. 18. Dans l'article 203, § 2, alinéa 6, phrase liminaire, du même Code, inséré par la loi du 25 décembre 2017 et modifié par la loi du 21 janvier 2022, les mots "alloués ou attribués par un fonds européen d'investissement à long terme" sont remplacés par les mots "alloués ou attribués par une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés ou un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers,".
Art. 19. In artikel 205, § 3, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden "artikel 207, vierde en vijfde lid," vervangen door de woorden "artikel 207, negende en tiende lid,".
Art. 19. Dans l'article 205, § 3, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2017, les mots "l'article 207, alinéas 4 et 5," sont remplacés par les mots "l'article 207, alinéas 9 et 10,".
Art. 20. In artikel 205octies, 3°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal (BEVAK) bedoeld in de artikelen 195 en 288 van de genoemde wet" vervangen door de woorden "de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal (BEVAK) bedoeld in de artikelen 195, 288 en 298 van de genoemde wet van 19 april 2014".
Art. 20. Dans l'article 205octies, 3°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "les sociétés d'investissement à capital fixe (SICAF) définies aux articles 195 et 288 de la loi du 19 avril 2014 précitée" sont remplacés par les mots "les sociétés d'investissement à capital fixe (SICAF) définies aux articles 195, 288 et 298 de la loi du 19 avril 2014 précitée".
Art. 21. In artikel 206/1, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder c) worden de woorden "de artikelen 192 en 521" vervangen door de woorden "artikel 192";
2° de bepalingen onder m) en o) worden opgeheven.
1° in de bepaling onder c) worden de woorden "de artikelen 192 en 521" vervangen door de woorden "artikel 192";
2° de bepalingen onder m) en o) worden opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 206/1, alinéa 2, 1°, du même Code, inséré par la loi du 21 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le c), les mots "des articles 192 et 521" sont remplacés par les mots "de l'article 192";
2° le m) et le o) sont abrogés.
1° dans le c), les mots "des articles 192 et 521" sont remplacés par les mots "de l'article 192";
2° le m) et le o) sont abrogés.
Art. 22. In artikel 215, derde lid, 6°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "op de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 6 en 271/5 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor be-legging inschuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders" vervangen door de woorden "op de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 6, 271/5 en 281/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging inschuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181, 282, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders".
Art. 22. Dans l'article 215, alinéa 3, 6°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "aux sociétés d'investissement visées aux articles 6 et 271/5 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, aux sociétés d'investissement visées aux articles 181 et 282 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires" sont remplacés par les mots "aux sociétés d'investissement visées aux articles 6, 271/5 et 281/10 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, aux sociétés d'investissement visées aux articles 181, 282, 288 et 298 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires".
Art. 23. In artikel 216, 2°, b), eerste streepje, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "of andere gewestelijke huisvestingsmaatschappijen," ingevoegd tussen de woorden "Vlaamse Landmaatschappij" en de woorden "en de door hen of".
Art. 23. Dans l'article 216, 2°, b), premier tiret, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "ou autre sociétés régionales du logement," sont insérées entre les mots "Vlaamse Landmaatschappij" et les mots "et les sociétés locales".
Art. 24. In artikel 217, eerste lid, 1°, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, laatstelijke gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018, worden de woorden "door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende" ingevoegd tussen de woorden "in een" en het woord "beleggingsvennootschap" en worden de woorden "of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", gereglementeerde vastgoedvennootschap, Europese langetermijnbeleggingsinstelling of in een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap".
Art. 24. Dans l'article 217, alinéa 1er, 1°, deuxième tiret, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 30 juillet 2018, les mots "ou dans une société immobilière réglementée pour autant qu'elles bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis" sont remplacés par les mots ", dans une société immobilière réglementée, dans un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers ou dans une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés pour autant qu'ils bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis".
Art. 25. In artikel 219, eerste lid, van hetzelfde wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 219, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "et d'un relevé récapitulatif" sont abrogés.
Art. 26. In artikel 223, eerste lid, 1°, van hetzelfde wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven.
Art. 26. Dans l'article 223, alinéa 1er, 1°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "et un relevé récapitulatif" sont abrogés.
Art. 27. In artikel 234, eerste lid, 4°, van hetzelfde wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, worden de woorden "en een samenvattende opgave" opgeheven.
Art. 27. Dans l'article 234, alinéa 1er, 4°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 janvier 2022, les mots "et un relevé récapitulatif" sont abrogés.
Art. 28. In artikel 242, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. De in artikel 104 vermelde bestedingen zijn eveneens aftrekbaar van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten voor zover en in de mate dat de belastingplichtige aan de hand van een inkomensverklaring van de belastingautoriteit van zijn woonstaat aantoont dat hij en, desgevallend, de echtgenoot van de belastingplichtige die aftrek in de woonstaat niet kan/kunnen genieten omwille van de geringe omvang van zijn, desgevallend hun, in die staat belastbare inkomsten en die aftrek niet kan worden overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk.
De in het eerste lid bedoelde aftrek wordt enkel toegepast indien ook aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
1° de belastingplichtige is een inwoner van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2° de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten van de belastingplichtige omvatten beroepsinkomsten;
3° de belastingplichtige behaalt niet het geheel of nagenoeg het geheel van zijn beroepsinkomsten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
De Koning legt de inhoud en de vorm van de in het eerste lid bedoelde inkomensverklaring vast.";
2° in paragraaf 2, enig lid, worden de woorden "in § 1" vervangen door de woorden "in de paragrafen 1 en 1/1".
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. De in artikel 104 vermelde bestedingen zijn eveneens aftrekbaar van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten voor zover en in de mate dat de belastingplichtige aan de hand van een inkomensverklaring van de belastingautoriteit van zijn woonstaat aantoont dat hij en, desgevallend, de echtgenoot van de belastingplichtige die aftrek in de woonstaat niet kan/kunnen genieten omwille van de geringe omvang van zijn, desgevallend hun, in die staat belastbare inkomsten en die aftrek niet kan worden overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk.
De in het eerste lid bedoelde aftrek wordt enkel toegepast indien ook aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
1° de belastingplichtige is een inwoner van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2° de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten van de belastingplichtige omvatten beroepsinkomsten;
3° de belastingplichtige behaalt niet het geheel of nagenoeg het geheel van zijn beroepsinkomsten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
De Koning legt de inhoud en de vorm van de in het eerste lid bedoelde inkomensverklaring vast.";
2° in paragraaf 2, enig lid, worden de woorden "in § 1" vervangen door de woorden "in de paragrafen 1 en 1/1".
Art. 28. A l'article 242, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° un paragraphe 1er/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les dépenses visées à l'article 104 sont également déductibles du montant total des revenus nets visés à l'article 232 pour autant et dans la mesure où le contribuable démontre, à l'aide d'une déclaration de revenus de l'autorité fiscale de son Etat de résidence, qu'il et, le cas échéant, le conjoint du contribuable ne peut /peuvent bénéficier de cette déduction dans l'Etat de résidence en raison de la faible ampleur de ses, le cas échéant, leurs, revenus imposables dans cet Etat, et que cette déduction ne peut pas être reportée à une période imposable suivante.
La déduction visée à l'alinéa 1er est uniquement appliquée s'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° le contribuable est un résident d'un Etat membre de l'Espace économique européen ;
2° les revenus nets du contribuable visés à l'article 232 contiennent des revenus professionnels ;
3° le contribuable n'obtient pas la totalité ou la quasi-totalité de ses revenus professionnels dans un autre pays-membre de l'Espace économique européen.
Le Roi établit le contenu et la forme de la déclaration de revenus visée à l'alinéa 1er." ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa unique, les mots "au § 1er" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 1er et 1er/1".
1° un paragraphe 1er/1 est inséré, rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les dépenses visées à l'article 104 sont également déductibles du montant total des revenus nets visés à l'article 232 pour autant et dans la mesure où le contribuable démontre, à l'aide d'une déclaration de revenus de l'autorité fiscale de son Etat de résidence, qu'il et, le cas échéant, le conjoint du contribuable ne peut /peuvent bénéficier de cette déduction dans l'Etat de résidence en raison de la faible ampleur de ses, le cas échéant, leurs, revenus imposables dans cet Etat, et que cette déduction ne peut pas être reportée à une période imposable suivante.
La déduction visée à l'alinéa 1er est uniquement appliquée s'il est satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° le contribuable est un résident d'un Etat membre de l'Espace économique européen ;
2° les revenus nets du contribuable visés à l'article 232 contiennent des revenus professionnels ;
3° le contribuable n'obtient pas la totalité ou la quasi-totalité de ses revenus professionnels dans un autre pays-membre de l'Espace économique européen.
Le Roi établit le contenu et la forme de la déclaration de revenus visée à l'alinéa 1er." ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa unique, les mots "au § 1er" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 1er et 1er/1".
Art. 29. In artikel 246, tweede lid, tweede streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 2016, worden de woorden "door de Autoriteit voor financiële Diensten en Markten erkende" ingevoegd tussen de woorden "in een" en het woord "beleggingsvennootschap" en worden de woorden "of in een gereglementeerde vastgoedvennootschap" vervangen door de woorden ", gereglementeerde vastgoedvennootschap, Europese langetermijnbeleggingsinstelling of in een bij de FOD Financiën op de lijst van de gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen ingeschreven vennootschap".
Art. 29. Dans l'article 246, alinéa 2, deuxième tiret, du même Code, remplacé par la loi du 3 août 2016, les mots "ou dans une société immobilière réglementée pour autant qu'elles bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis" sont remplacés par les mots ", dans une société immobilière réglementée, dans un fonds européen d'investissement à long terme, agréé par l'Autorité des services et marchés financiers ou dans une société qui est inscrite auprès du SPF Finances sur la liste des fonds d'investissement immobiliers spécialisés pour autant qu'ils bénéficient de l'application du régime prévu à l'article 185bis".
Art. 30. In artikel 2755 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, achtste lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen";
2° in paragraaf 2, zevende lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen";
3° in paragraaf 4, zesde lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen";
4° in paragraaf 5, zesde lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen".
1° in paragraaf 1, achtste lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen";
2° in paragraaf 2, zevende lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen";
3° in paragraaf 4, zesde lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen";
4° in paragraaf 5, zesde lid, worden de woorden "op voorwaarde dat zij het akkoord hebben gekregen" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat zij op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen".
Art. 30. A l'article 2755 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi de 28 mars 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 8, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi" ;
2° au paragraphe 2, alinéa 7, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi" ;
3° au paragraphe 4, alinéa 6, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi" ;
4° au paragraphe 5, alinéa 6, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi".
1° au paragraphe 1er, alinéa 8, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi" ;
2° au paragraphe 2, alinéa 7, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi" ;
3° au paragraphe 4, alinéa 6, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi" ;
4° au paragraphe 5, alinéa 6, les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord" sont remplacés par les mots "à condition qu'elles aient obtenu l'accord de la manière déterminée par le Roi".
Art. 31. In artikel 289ter/1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de woorden "530 euro" vervangen door de woorden "540 euro".
Art. 31. Dans l'article 289ter/1, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 29 juin 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 juillet 2022, les mots "530 euros" sont remplacés par les mots "540 euros".
Art. 32. In de wet van 27 juni 2021 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, wordt artikel 86 vervangen als volgt:
"Art. 86. In artikel 302, van hetzelfde Wetboek, wordt het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2013, vervangen als volgt:
"In afwijking van het vorige lid kan de belastingplichtige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de aanslagbiljetten en de voorstellen van vereenvoudigde aangifte, uitsluitend door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding via dergelijke procedure als rechtsgeldige kennisgeving van het aanslagbiljet en van het voorstel van vereenvoudigde aangifte. Wanneer het aanslagbiljet en het voorstel van vereenvoudigde aangifte betrekking hebben op een gemeenschappelijke aanslag als bedoeld in artikel 126, § 1, moeten beide belastingplichtigen zich uitdrukkelijk akkoord hebben verklaard.".".
"Art. 86. In artikel 302, van hetzelfde Wetboek, wordt het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2013, vervangen als volgt:
"In afwijking van het vorige lid kan de belastingplichtige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de aanslagbiljetten en de voorstellen van vereenvoudigde aangifte, uitsluitend door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding via dergelijke procedure als rechtsgeldige kennisgeving van het aanslagbiljet en van het voorstel van vereenvoudigde aangifte. Wanneer het aanslagbiljet en het voorstel van vereenvoudigde aangifte betrekking hebben op een gemeenschappelijke aanslag als bedoeld in artikel 126, § 1, moeten beide belastingplichtigen zich uitdrukkelijk akkoord hebben verklaard.".".
Art. 32. Dans la loi du 27 juin 2021 portant des dispositions fiscales diverses et modifiant la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, l'article 86 est remplacé par ce qui suit :
"Art. 86. Dans l'article 302, du même Code, l'alinéa 2, inséré par la loi du 17 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
"Par dérogation à l'alinéa précédent, le contribuable peut toutefois, moyennant une déclaration explicite dans ce sens, opter pour une réception des avertissements-extraits de rôle et des propositions de déclaration simplifiée exclusivement au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques. Dans ce cas, la mise à disposition via une telle procédure vaut valablement notification de l'avertissement-extrait de rôle et de la proposition de déclaration simplifiée. Lorsque l'avertissement-extrait de rôle et la proposition de déclaration simplifiée concernent une imposition commune visée à l'article 126, § 1er, les deux contribuables doivent avoir donné leur accord explicite.".".
"Art. 86. Dans l'article 302, du même Code, l'alinéa 2, inséré par la loi du 17 juin 2013, est remplacé par ce qui suit :
"Par dérogation à l'alinéa précédent, le contribuable peut toutefois, moyennant une déclaration explicite dans ce sens, opter pour une réception des avertissements-extraits de rôle et des propositions de déclaration simplifiée exclusivement au moyen d'une procédure utilisant des techniques informatiques. Dans ce cas, la mise à disposition via une telle procédure vaut valablement notification de l'avertissement-extrait de rôle et de la proposition de déclaration simplifiée. Lorsque l'avertissement-extrait de rôle et la proposition de déclaration simplifiée concernent une imposition commune visée à l'article 126, § 1er, les deux contribuables doivent avoir donné leur accord explicite.".".
Art. 33. Artikel 521 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2012, wordt opgeheven.
Art. 33. L'article 521 du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 13 décembre 2012, est abrogé.
Art. 34. In artikel 536 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "tot 205/4" vervangen door de woorden "tot 205/5";
2° in het vierde lid worden de woorden "artikel 207, vierde en vijfde lid," vervangen door de woorden "artikel 207, negende en tiende lid,".
1° in het tweede lid worden de woorden "tot 205/4" vervangen door de woorden "tot 205/5";
2° in het vierde lid worden de woorden "artikel 207, vierde en vijfde lid," vervangen door de woorden "artikel 207, negende en tiende lid,".
Art. 34. Dans l'article 536 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 2, les mots "à 205/4" sont remplacés par les mots "à 205/5" ;
2° dans l'alinéa 4, les mots "l'article 207, alinéas 4 et 5," sont remplacés par les mots "l'article 207, alinéas 9 et 10,".
1° dans l'alinéa 2, les mots "à 205/4" sont remplacés par les mots "à 205/5" ;
2° dans l'alinéa 4, les mots "l'article 207, alinéas 4 et 5," sont remplacés par les mots "l'article 207, alinéas 9 et 10,".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 44 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen
CHAPITRE 2. - Modification de l'article 44 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses
Art. 35. In artikel 44, eerste lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, worden de woorden "en samenvattende opgaven" opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 44, alinéa 1er, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, les mots "et relevés récapitulatifs" sont abrogés.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 28 van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 28 de la loi du 22 mai 2001 relative à la participation des travailleurs au capital des sociétés et à l'établissement d'une prime bénéficiaire pour les travailleurs
Art. 36. In artikel 28, eerst lid, b), van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers, woorden "en een samenvattende opgave opgeheven.
Art. 36. Dans l'article 28, alinéa 1er, b), de la loi du 22 mai 2001 relative à la participation des travailleurs au capital des sociétés et à l'établissement d'une prime bénéficiaire pour les travailleurs, les mots "et un relevé récapitulatif" sont abrogés.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van artikel 7 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III)
CHAPITRE 4. - Modification de l'article 7 de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19 (CORONA III)
Art. 37. Artikel 7 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), gewijzigd bij de wet van 20 december 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De werknemer kan binnen de drie maanden na de vervaldatum van de consumptiecheque bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de cheque. De gereactiveerde consumptiecheque heeft een geldigheidsduur van drie maanden. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling van inkomstenbelastingen van de consumptiecheque blijft in dat geval voldaan.".
"De werknemer kan binnen de drie maanden na de vervaldatum van de consumptiecheque bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de cheque. De gereactiveerde consumptiecheque heeft een geldigheidsduur van drie maanden. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling van inkomstenbelastingen van de consumptiecheque blijft in dat geval voldaan.".
Art. 37. L'article 7 de la loi du 15 juillet 2020 portant diverses mesures fiscales urgentes en raison de la pandémie du COVID-19 (CORONA III), modifié par la loi du 20 décembre 2020, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Le travailleur peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance du chèque consommation une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver le chèque. Le chèque consommation réactivé a une durée de validité de trois mois. Dans ce cas, les conditions pour l'exonération d'impôts sur les revenus du chèque consommation restent remplies.".
"Le travailleur peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance du chèque consommation une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver le chèque. Le chèque consommation réactivé a une durée de validité de trois mois. Dans ce cas, les conditions pour l'exonération d'impôts sur les revenus du chèque consommation restent remplies.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de artikelen 5 en 5/1 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
CHAPITRE 5. - Modification des articles 5 et 5/1 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19
Art. 38. In artikel 5 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wet van 21 januari 2022, wordt tussen het derde en het vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
"Artikel 38/1, § 2, tweede lid, en § 4, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is eveneens van toepassing op respectievelijk de maaltijdcheques en eco-cheques waarvan de geldigheidsduur overeenkomstig dit artikel is verlengd.".
"Artikel 38/1, § 2, tweede lid, en § 4, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is eveneens van toepassing op respectievelijk de maaltijdcheques en eco-cheques waarvan de geldigheidsduur overeenkomstig dit artikel is verlengd.".
Art. 38. Dans l'article 5 de la loi du 20 décembre 2020 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par la loi du 21 janvier 2022, un alinéa est inséré entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4, rédigé comme suit :
"L'article 38/1, § 2, alinéa 2, et § 4, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 est également applicable respectivement aux titres-repas et aux éco-chèques dont la durée de validité a été prolongée conformément au présent article.".
"L'article 38/1, § 2, alinéa 2, et § 4, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 est également applicable respectivement aux titres-repas et aux éco-chèques dont la durée de validité a été prolongée conformément au présent article.".
Art. 39. Artikel 5/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 juni 2021 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2021, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Artikel 38/1, § 2, tweede lid, en § 4, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is eveneens van toepassing op respectievelijk de maaltijdcheques en eco-cheques die overeenkomstig het eerste lid zijn heruitgegeven.".
"Artikel 38/1, § 2, tweede lid, en § 4, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is eveneens van toepassing op respectievelijk de maaltijdcheques en eco-cheques die overeenkomstig het eerste lid zijn heruitgegeven.".
Art. 39. L'article 5/1 de la même loi, inséré par la loi du 27 juin 2021 et modifié par la loi du 27 décembre 2021, est complété d'un alinéa, rédigé comme suit :
"L'article 38/1, § 2, alinéa 2, et § 4, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 est également applicable respectivement aux titres-repas et aux éco-chèques qui ont été réémis conformément à l'alinéa 1er.".
"L'article 38/1, § 2, alinéa 2, et § 4, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 est également applicable respectivement aux titres-repas et aux éco-chèques qui ont été réémis conformément à l'alinéa 1er.".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van artikel 63 van de wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie
CHAPITRE 6. - Modification de l'article 63 de la loi du 18 juillet 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19
Art. 40. Artikel 63 van de wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, gewijzigd bij de wet van 14 februari 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De werknemer kan binnen de drie maanden na de vervaldatum van de coronapremie bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de premie. De gereactiveerde premie heeft een geldigheidsduur van drie maanden. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling van inkomstenbelastingen van de coronapremie blijft in dat geval voldaan.".
"De werknemer kan binnen de drie maanden na de vervaldatum van de coronapremie bij de uitgever ervan een eenmalige aanvraag doen tot reactivering van de premie. De gereactiveerde premie heeft een geldigheidsduur van drie maanden. Aan de voorwaarden voor de vrijstelling van inkomstenbelastingen van de coronapremie blijft in dat geval voldaan.".
Art. 40. L'article 63 de la loi du 18 juillet 2021 portant des mesures de soutien temporaires en raison de la pandémie du COVID-19, modifié par la loi du 14 février 2022, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Le travailleur peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance de la prime corona une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver la prime. La prime corona réactivée a une durée de validité de trois mois. Dans ce cas, les conditions pour l'exonération d'impôts sur les revenus de la prime corona restent remplies.".
"Le travailleur peut introduire dans les trois mois suivant l'échéance de la prime corona une demande unique auprès de l'éditeur pour réactiver la prime. La prime corona réactivée a une durée de validité de trois mois. Dans ce cas, les conditions pour l'exonération d'impôts sur les revenus de la prime corona restent remplies.".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de programmawet van 27 december 2021
CHAPITRE 7. - Modification de la loi-programme du 27 décembre 2021
Art. 41. In de programmawet van 27 december 2021, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 juli 2022, wordt een artikel 17/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 17/2. § 1. Ingekomen belastingplichtigen aangeworven door of ter beschikking gesteld aan een onderneming of een vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen die niet reeds door artikel 32/1, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door artikel 3 van de wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen, werd beoogd en die aan alle andere voorwaarden van artikel 32/1 van hetzelfde Wetboek beantwoordde tussen 1 januari 2022 en 10 dagen na de publicatie van de Wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen in het Belgisch Staatsblad, kunnen alsnog een aanvraag tot het verkrijgen van het stelsel indienen binnen een periode van drie maanden te rekenen vanaf 10 dagen na de publicatie van de voormelde wet in het Belgisch Staatsblad.
De toepassing van het stelsel zoals omschreven in artikel 32/1, § 7, van hetzelfde Wetboek, start retroactief op de datum van aankomst, ten vroegste op 1 januari 2022.
§ 2. Ingekomen onderzoekers aangeworven door of ter beschikking gesteld aan een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingendie niet reeds door artikel 32/2 § 2, eerst lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestoond voordat het werd gewijzigd door artikel 4 van de wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen, werd beoogd en die aan alle andere voorwaarden van artikel 32/2 van hetzelfde Wetboek beantwoorde tussen 1 januari 2022 en 10 dagen na de publicatie van de Wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen in het Belgisch Staatsblad, kunnen alsnog een aanvraag tot het verkrijgen van het stelsel indienen binnen een periode van drie maanden te rekenen vanaf 10 dagen na de publicatievan de voormelde wet in het Belgisch Staatsblad.
De termijn van het stelsel zoals omschreven in artikel 32/2, § 7 van hetzelfde Wetboek, start retroactief op de datum van aankomst, ten vroegste op 1 januari 2022.".
"Art. 17/2. § 1. Ingekomen belastingplichtigen aangeworven door of ter beschikking gesteld aan een onderneming of een vestiging van een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen die niet reeds door artikel 32/1, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door artikel 3 van de wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen, werd beoogd en die aan alle andere voorwaarden van artikel 32/1 van hetzelfde Wetboek beantwoordde tussen 1 januari 2022 en 10 dagen na de publicatie van de Wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen in het Belgisch Staatsblad, kunnen alsnog een aanvraag tot het verkrijgen van het stelsel indienen binnen een periode van drie maanden te rekenen vanaf 10 dagen na de publicatie van de voormelde wet in het Belgisch Staatsblad.
De toepassing van het stelsel zoals omschreven in artikel 32/1, § 7, van hetzelfde Wetboek, start retroactief op de datum van aankomst, ten vroegste op 1 januari 2022.
§ 2. Ingekomen onderzoekers aangeworven door of ter beschikking gesteld aan een onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingendie niet reeds door artikel 32/2 § 2, eerst lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestoond voordat het werd gewijzigd door artikel 4 van de wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen, werd beoogd en die aan alle andere voorwaarden van artikel 32/2 van hetzelfde Wetboek beantwoorde tussen 1 januari 2022 en 10 dagen na de publicatie van de Wet van 21 december 2022 houdende diverse fiscale bepalingen in het Belgisch Staatsblad, kunnen alsnog een aanvraag tot het verkrijgen van het stelsel indienen binnen een periode van drie maanden te rekenen vanaf 10 dagen na de publicatievan de voormelde wet in het Belgisch Staatsblad.
De termijn van het stelsel zoals omschreven in artikel 32/2, § 7 van hetzelfde Wetboek, start retroactief op de datum van aankomst, ten vroegste op 1 januari 2022.".
Art. 41. Dans la loi-programme du 27 décembre 2021, modifiée en dernier lieu par la loi du 12 juillet 2022, il est inséré un article 17/2, rédigé comme suit :
"Art. 17/2. § 1er. Les contribuables impatriés recrutés par ou mis à la disposition d'une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises qui n'était pas encore visé par l'article 32/1, § 2, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il existait avant d'être modifié par l'article 3 de la loi du 21 décembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses, et qui répondait à toutes les autres conditions de l'article 32/1 du même Code entre le 1er janvier 2022 et 10 jours après la date de publication de la loi du 21 decembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses au Moniteur belge peuvent encore demander à bénéficier du système dans un délai de trois mois à compter de 10 jours après la date de publication de la loi précitée au Moniteur belge.
L'application du système tel que défini dans l'article 32/1, § 7, du même Code, commence rétroactivement à la date de l'arrivée, au plus tôt le 1er janvier 2022.
§ 2. Les chercheurs impatriés recrutés par ou mis à la disposition d'une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises qui n'était pas encore visé par l'article 32/2, § 2, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il existait avant d'être modifié par l'article 3 de la loi du 21 décembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses, et qui répondait à toutes les autres conditions de l'article 32/2 du même Code entre le 1er janvier 2022 et 10 jours après la date de publication de la loi du 21 décembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses au Moniteur belge peuvent encore demander à bénéficier du système dans un délai de trois mois à compter de 10 jours après la date de publication de la loi précitée au Moniteur Belge.
L'application du système tel que défini dans l'article 32/2, § 7, du même Code, démarre rétroactivement à la date de l'arrivée, le plus tôt au 1er janvier 2022.".
"Art. 17/2. § 1er. Les contribuables impatriés recrutés par ou mis à la disposition d'une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises qui n'était pas encore visé par l'article 32/1, § 2, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il existait avant d'être modifié par l'article 3 de la loi du 21 décembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses, et qui répondait à toutes les autres conditions de l'article 32/1 du même Code entre le 1er janvier 2022 et 10 jours après la date de publication de la loi du 21 decembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses au Moniteur belge peuvent encore demander à bénéficier du système dans un délai de trois mois à compter de 10 jours après la date de publication de la loi précitée au Moniteur belge.
L'application du système tel que défini dans l'article 32/1, § 7, du même Code, commence rétroactivement à la date de l'arrivée, au plus tôt le 1er janvier 2022.
§ 2. Les chercheurs impatriés recrutés par ou mis à la disposition d'une entreprise ou un établissement d'une entreprise inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises qui n'était pas encore visé par l'article 32/2, § 2, alinéa 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il existait avant d'être modifié par l'article 3 de la loi du 21 décembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses, et qui répondait à toutes les autres conditions de l'article 32/2 du même Code entre le 1er janvier 2022 et 10 jours après la date de publication de la loi du 21 décembre 2022 portant des dispositions fiscales diverses au Moniteur belge peuvent encore demander à bénéficier du système dans un délai de trois mois à compter de 10 jours après la date de publication de la loi précitée au Moniteur Belge.
L'application du système tel que défini dans l'article 32/2, § 7, du même Code, démarre rétroactivement à la date de l'arrivée, le plus tôt au 1er janvier 2022.".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie
Art. 42. In titel 2 van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis, wordt het opschrift "ENIG HOOFDSTUK - Uitstel van de betaling inzake de inkomstenbelastingen en de bedrijfsvoorheffing" vervangen door het opschrift "HOOFDSTUK 1 - Uitstel van de betaling inzake de inkomstenbelastingen en de bedrijfsvoorheffing".
Art. 42. Dans le titre 2 de la loi du 30 octobre portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie, l'intitulé "CHAPITRE UNIQUE - Report des délais de paiement en matière d'impôts sur les revenus et de précompte professionnel" est remplacé par l'intitulé "CHAPITRE 1er - Report des délais de paiement en matière d'impôts sur les revenus et de précompte professionnel".
Art. 43. In titel 2 van dezelfde wet wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende "HOOFDSTUK 2 - Vrijstelling van vergoedingen in het kader van steunmaatregelen die worden getroffen door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten in het kader van de energiecrisis".
Art. 43. Dans le titre 2 de la même loi, il est inséré un chapitre 2, rédigé comme suit: "CHAPITRE 2 - Exonération des indemnités dans le cadre des mesures d'aide prises par les régions, les communautés, les provinces ou les communes dans le cadre de la crise de l'énergie".
Art. 44. In titel 2, hoofdstuk 2, van dezelfde wet, invoegd bij artikel 43, wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 7/1. In afwijking van de artikelen 24, eerste lid, 1°, 25, 6°, 27, tweede lid, 1° en 4°, 31, tweede lid, 4°, 32, tweede lid, 2°, 183 en 235, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de vergoedingen die overeenkomstig gewestelijke, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke regelgeving worden toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis, vrijgesteld van inkomstenbelastingen.
Het eerste lid is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden:
- de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vormt geen directe of indirecte vergoeding in ruil voor de levering van goederen of het verlenen van diensten;
- in de regeling op grond waarvan de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt verleend, is uitdrukkelijk bepaald dat deze vergoeding wordt toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis;
- de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt betaald of toegekend tussen 1 juli 2022 en 31 december 2023.
De in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
In afwijking van de artikelen 49, 183 en 235 van hetzelfde Wetboek, wordt het deel van de vergoedingen dat voorheen overeenkomstig het eerste lid definitief van inkomstenbelastingen werd vrijgesteld en dat wordt terugbetaald ten gunste van het betrokken gewest, de betrokken gemeenschap, provincie of gemeente, niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt.".
"Art. 7/1. In afwijking van de artikelen 24, eerste lid, 1°, 25, 6°, 27, tweede lid, 1° en 4°, 31, tweede lid, 4°, 32, tweede lid, 2°, 183 en 235, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de vergoedingen die overeenkomstig gewestelijke, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke regelgeving worden toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis, vrijgesteld van inkomstenbelastingen.
Het eerste lid is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden:
- de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vormt geen directe of indirecte vergoeding in ruil voor de levering van goederen of het verlenen van diensten;
- in de regeling op grond waarvan de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt verleend, is uitdrukkelijk bepaald dat deze vergoeding wordt toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis;
- de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt betaald of toegekend tussen 1 juli 2022 en 31 december 2023.
De in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
In afwijking van de artikelen 49, 183 en 235 van hetzelfde Wetboek, wordt het deel van de vergoedingen dat voorheen overeenkomstig het eerste lid definitief van inkomstenbelastingen werd vrijgesteld en dat wordt terugbetaald ten gunste van het betrokken gewest, de betrokken gemeenschap, provincie of gemeente, niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt.".
Art. 44. Dans le titre 2, chapitre 2, de la même loi, inséré par l'article 43, il est inséré un article 7/1, rédigé comme suit :
"Art. 7/1. Par dérogation aux articles 24, alinéa 1er, 1°, 25, 6°, 27, alinéa 2, 1° et 4°, 31, alinéa 2, 4°, 32, alinéa 2, 2°, 183 et 235, du Code des impôts sur les revenus 1992, les indemnités attribuées conformément à une réglementation régionale, communautaire, provinciale ou communale en faveur des contribuables victimes des conséquences économiques de la crise de l'énergie sont exonérées de l'impôt sur les revenus.
L'alinéa 1er n'est applicable qu'aux conditions suivantes :
- l'indemnité, visée à l'alinéa 1er, ne constitue pas une indemnité directe ou indirecte en échange de la fourniture de biens ou de la prestation de services ;
- la réglementation conformément à laquelle l'indemnité visée à l'alinéa 1er est attribuée, dispose expressément que cette indemnité est octroyée dans le but de faire face aux conséquences économiques de la crise de l'énergie ;
- l'indemnité visée à l'alinéa 1er est payée ou attribuée entre le 1er juillet 2022 et le 31 décembre 2023.
Les indemnités visées à l'alinéa 1er sont mentionnées sur la note de calcul qui est jointe à l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôt des personnes physiques du bénéficiaire.
Par dérogation aux articles 49, 183 et 235 du même Code, la partie des indemnités qui a été antérieurement définitivement exonérée de l'impôt sur les revenus conformément à l'alinéa 1er, et qui est remboursée au profit de la région, de la communauté, de la province ou de la commune concernée, n'est pas considérée comme des frais professionnels déductibles.".
"Art. 7/1. Par dérogation aux articles 24, alinéa 1er, 1°, 25, 6°, 27, alinéa 2, 1° et 4°, 31, alinéa 2, 4°, 32, alinéa 2, 2°, 183 et 235, du Code des impôts sur les revenus 1992, les indemnités attribuées conformément à une réglementation régionale, communautaire, provinciale ou communale en faveur des contribuables victimes des conséquences économiques de la crise de l'énergie sont exonérées de l'impôt sur les revenus.
L'alinéa 1er n'est applicable qu'aux conditions suivantes :
- l'indemnité, visée à l'alinéa 1er, ne constitue pas une indemnité directe ou indirecte en échange de la fourniture de biens ou de la prestation de services ;
- la réglementation conformément à laquelle l'indemnité visée à l'alinéa 1er est attribuée, dispose expressément que cette indemnité est octroyée dans le but de faire face aux conséquences économiques de la crise de l'énergie ;
- l'indemnité visée à l'alinéa 1er est payée ou attribuée entre le 1er juillet 2022 et le 31 décembre 2023.
Les indemnités visées à l'alinéa 1er sont mentionnées sur la note de calcul qui est jointe à l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôt des personnes physiques du bénéficiaire.
Par dérogation aux articles 49, 183 et 235 du même Code, la partie des indemnités qui a été antérieurement définitivement exonérée de l'impôt sur les revenus conformément à l'alinéa 1er, et qui est remboursée au profit de la région, de la communauté, de la province ou de la commune concernée, n'est pas considérée comme des frais professionnels déductibles.".
Art. 45. In titel 2, hoofdstuk 2, van dezelfde wet, invoegd bij artikel 43, wordt een artikel 7/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 7/2. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2022.".
"Art. 7/2. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2022.".
Art. 45. Dans le titre 2, chapitre 2, de la même loi, inséré par l'article 43, il est inséré un article 7/2, rédigé comme suit :
"Art. 7/2. Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2022."
"Art. 7/2. Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2022."
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtredingen
CHAPITRE 9. - Entrées en vigueur
Art. 46. De artikelen 2 tot 4, 23 en 41 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
De artikelen 6 en 38 tot 40 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2022.
De artikelen 5, 9, 25 tot 27, 35 en 36 treden in werking op 1 januari 2023.
Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2022.
De artikelen 12, 13, 28 en 31 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2023.
Artikel 30 is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De artikelen 42 tot 45 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2022.
De artikelen 6 en 38 tot 40 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2022.
De artikelen 5, 9, 25 tot 27, 35 en 36 treden in werking op 1 januari 2023.
Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2022.
De artikelen 12, 13, 28 en 31 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2023.
Artikel 30 is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De artikelen 42 tot 45 hebben uitwerking met ingang van 1 juli 2022.
Art. 46. Les articles 2 à 4, 23 et 41 produisent leurs effets le 1er janvier 2022.
Les articles 6 et 38 à 40 produisent leurs effects le 1er décembre 2022.
Les articles 5, 9, 25 à 27, 35 et 36 entrent en vigueur le 1er janvier 2023.
L'article 11 produit ses effets le 1er octobre 2022.
Les articles 12, 13, 28 et 31 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2023.
L'article 30 est applicable aux rémunérations payées ou attribuées à partir du premier jour du mois suivant le mois de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Les articles 42 à 45 produisent leurs effets le 1er juillet 2022.
Les articles 6 et 38 à 40 produisent leurs effects le 1er décembre 2022.
Les articles 5, 9, 25 à 27, 35 et 36 entrent en vigueur le 1er janvier 2023.
L'article 11 produit ses effets le 1er octobre 2022.
Les articles 12, 13, 28 et 31 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2023.
L'article 30 est applicable aux rémunérations payées ou attribuées à partir du premier jour du mois suivant le mois de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Les articles 42 à 45 produisent leurs effets le 1er juillet 2022.
TITEL 3. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE ACCIJNZEN
TITRE 3. - MODIFICATIONS RELATIVES AUX ACCISES
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Disposition générales
Art. 47. Hoofdstuk 5 van deze titel voorziet in een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken en van Richtlijn (EU) 2020/1151 van de Raad van 29 juli 2020 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken.
Art. 47. Le chapitre 5 du présent titre transpose partiellement la directive 92/83/CEE du Conseil du 19 octobre 1992 concernant l'harmonisation des structures des droits d'accises sur l'alcool et les boissons alcooliques et la directive (UE) 2020/1151 du Conseil du 29 juillet 2020 concernant l'harmonisation des structures des droits d'accises sur l'alcool et les boissons alcooliques.
Art. 48. Hoofdstuk 6 van deze titel voorziet in een gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn (EU) 2020/262 van 19 december 2019 van de Raad houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking).
Art. 48. Le chapitre 6 du présent titre transpose partiellement la directive (UE) 2020/262 du 19 décembre 2019 établissant le régime général d'accise (refonte).
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de programmawet van 27 december 2004 en opheffing van het koninklijk besluit van 6 september 2022 tot voorlopige wijziging van artikel 420, § 3, 1° van de programmawet van 27 december 2004
CHAPITRE 2. - Modification de la loi-programme du 27 décembre 2004 et abrogation de l'arrêté royal du 6 septembre 2022 modifiant provisoirement l'article 420, § 3, 1° de la loi-programme du 27 décembre 2004
Art. 49. In artikel 420 van de programmawet van 27 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij de wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen van 20 november 2022, wordt paragraaf 3, 1° vervangen als volgt:
"1° De tarieven van de bijzondere accijns vastgesteld bij artikel 419, b) en c), voor ongelode benzine van de GN-codes 2710 11 41, 2710 11 45 en 2710 11 49 en vastgesteld bij artikel 419, e) i) en f) i), voor gasolie van de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49 verhogen in de periode vanaf de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 16 maart 2022 tot voorlopige wijziging van artikel 419, b), c), e) i) en f) i), artikel 420, § 3 en artikel 429, § 5, 1) van de programmawet van 27 december 2004, tot en met 31 december 2022, tot maximaal het niveau van de bijzondere accijns zoals van toepassing op 1 januari 2022 en dit overeenkomstig de procedure zoals hierna bepaald:
De bijzondere accijns zal worden verhoogd vanaf de eerste en bij elke bijkomende vermindering van de maximumprijs vastgesteld door de programmaovereenkomst betreffende de verkoopprijzen van de aardolieproducten afgesloten tussen de Belgische Staat en de petroleumsector, op voorwaarde dat de eerste vermindering leidt tot een maximumprijs van de richtproducten vermeld in de programmaovereenkomst lager dan 1,70 euro per liter respectievelijk voor de ongelode benzine of voor de gasolie, telkens rekening houdend met het feit dat de verhoging van de bijzondere accijns slechts de helft van de verlaging van het maximum van de prijs exclusief btw van de richtproducten vermeld in de programmaovereenkomst mag bedragen, waarbij de verhoging er niet toe mag leiden dat het tarief van de bijzondere accijns zoals vastgesteld op 1 januari 2022 wordt overschreden.
Op 1 januari 2023 wordt de bijzondere accijns opnieuw vastgesteld op het niveau zoals van toepassing op 1 januari 2022.
Naar aanleiding van elke verlaging van de maximumprijs die een verhoging van de bijzondere accijns tot gevolg heeft, publiceert de minister bevoegd voor Financiën een officieel bericht in het Belgisch Staatsblad dat het bedrag van de maximumprijs exclusief btw, het nieuwe tarief van de bijzondere accijns en de datum van inwerkingtreding vermeldt.".
"1° De tarieven van de bijzondere accijns vastgesteld bij artikel 419, b) en c), voor ongelode benzine van de GN-codes 2710 11 41, 2710 11 45 en 2710 11 49 en vastgesteld bij artikel 419, e) i) en f) i), voor gasolie van de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49 verhogen in de periode vanaf de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 16 maart 2022 tot voorlopige wijziging van artikel 419, b), c), e) i) en f) i), artikel 420, § 3 en artikel 429, § 5, 1) van de programmawet van 27 december 2004, tot en met 31 december 2022, tot maximaal het niveau van de bijzondere accijns zoals van toepassing op 1 januari 2022 en dit overeenkomstig de procedure zoals hierna bepaald:
De bijzondere accijns zal worden verhoogd vanaf de eerste en bij elke bijkomende vermindering van de maximumprijs vastgesteld door de programmaovereenkomst betreffende de verkoopprijzen van de aardolieproducten afgesloten tussen de Belgische Staat en de petroleumsector, op voorwaarde dat de eerste vermindering leidt tot een maximumprijs van de richtproducten vermeld in de programmaovereenkomst lager dan 1,70 euro per liter respectievelijk voor de ongelode benzine of voor de gasolie, telkens rekening houdend met het feit dat de verhoging van de bijzondere accijns slechts de helft van de verlaging van het maximum van de prijs exclusief btw van de richtproducten vermeld in de programmaovereenkomst mag bedragen, waarbij de verhoging er niet toe mag leiden dat het tarief van de bijzondere accijns zoals vastgesteld op 1 januari 2022 wordt overschreden.
Op 1 januari 2023 wordt de bijzondere accijns opnieuw vastgesteld op het niveau zoals van toepassing op 1 januari 2022.
Naar aanleiding van elke verlaging van de maximumprijs die een verhoging van de bijzondere accijns tot gevolg heeft, publiceert de minister bevoegd voor Financiën een officieel bericht in het Belgisch Staatsblad dat het bedrag van de maximumprijs exclusief btw, het nieuwe tarief van de bijzondere accijns en de datum van inwerkingtreding vermeldt.".
Art. 49. A l'article 420 de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié en dernier lieu par la loi portant des dispositions fiscales et financières diverses du 20 novembre 2022, le paragraphe 3, 1° est remplacé comme suit :
"1° Les taux du droit d'accise spécial fixés à l'article 419, b) et c), pour l'essence sans plomb des codes NC 2710 11 41, 2710 11 45 et 2710 11 49 et à l'article 419, e) i) et f) i), pour le gasoil des codes NC 2710 19 41, 2710 19 45 et 2710 19 49 augmenteront, dans la période comprise entre l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 16 mars 2022 modifiant provisoirement l'article 419, b), c), e) i) et f) i), l'article 420, § 3 et l'article 429, § 5, 1) de la loi-programme du 27 décembre 2004, et le 31 décembre 2022, au maximum jusqu'au taux du droit d'accise spécial applicable le 1er janvier 2022 et ceci selon la procédure déterminée comme suit :
Le droit d'accise spécial sera augmenté à partir de la première et lors de chaque diminution supplémentaire de prix maximum fixé par le contrat programme relatif à un régime des prix de vente des produits pétroliers conclu entre l'Etat belge et le secteur pétrolier, à la condition que la première diminution conduise à la fixation d'un prix maximum des produits directeurs repris au contrat programme inférieur à 1,70 euros par litre, pour l'essence sans plomb ou pour le gasoil, en tenant compte à chaque fois du fait que la hausse du droit d'accise spécial ne peut correspondre qu'à la moitié de la baisse du maximum du prix hors T.V.A. des produits directeurs repris au contrat programme, étant entendu qu'il ne peut pas résulter de l'augmentation que le taux du droit d'accise spécial applicable le 1er janvier 2022 soit dépassé.
Le 1er janvier 2023, l'accise spéciale est de nouveau portée au niveau comme applicable le 1er janvier 2022.
Lors de chaque baisse du prix maximum entraînant la hausse du droit d'accise spécial, le ministre des Finances publie un avis officiel au Moniteur belge, mentionnant le montant du prix maximum hors T.V.A., le nouveau taux du droit d'accise spécial ainsi que sa date d'entrée en vigueur.".
"1° Les taux du droit d'accise spécial fixés à l'article 419, b) et c), pour l'essence sans plomb des codes NC 2710 11 41, 2710 11 45 et 2710 11 49 et à l'article 419, e) i) et f) i), pour le gasoil des codes NC 2710 19 41, 2710 19 45 et 2710 19 49 augmenteront, dans la période comprise entre l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 16 mars 2022 modifiant provisoirement l'article 419, b), c), e) i) et f) i), l'article 420, § 3 et l'article 429, § 5, 1) de la loi-programme du 27 décembre 2004, et le 31 décembre 2022, au maximum jusqu'au taux du droit d'accise spécial applicable le 1er janvier 2022 et ceci selon la procédure déterminée comme suit :
Le droit d'accise spécial sera augmenté à partir de la première et lors de chaque diminution supplémentaire de prix maximum fixé par le contrat programme relatif à un régime des prix de vente des produits pétroliers conclu entre l'Etat belge et le secteur pétrolier, à la condition que la première diminution conduise à la fixation d'un prix maximum des produits directeurs repris au contrat programme inférieur à 1,70 euros par litre, pour l'essence sans plomb ou pour le gasoil, en tenant compte à chaque fois du fait que la hausse du droit d'accise spécial ne peut correspondre qu'à la moitié de la baisse du maximum du prix hors T.V.A. des produits directeurs repris au contrat programme, étant entendu qu'il ne peut pas résulter de l'augmentation que le taux du droit d'accise spécial applicable le 1er janvier 2022 soit dépassé.
Le 1er janvier 2023, l'accise spéciale est de nouveau portée au niveau comme applicable le 1er janvier 2022.
Lors de chaque baisse du prix maximum entraînant la hausse du droit d'accise spécial, le ministre des Finances publie un avis officiel au Moniteur belge, mentionnant le montant du prix maximum hors T.V.A., le nouveau taux du droit d'accise spécial ainsi que sa date d'entrée en vigueur.".
Art. 50. Het koninklijk besluit van 6 september 2022 tot voorlopige wijziging van artikel 420, § 3, 1° van de programmawet van 27 december 2004 wordt opgeheven.
Art. 50. L'arrêté royal du 6 septembre 2022 modifiant provisoirement l'article 420, § 3, 1° de la loi-programme du 27 décembre 2004 est abrogé.
Art. 51. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 28 september 2022.
Art. 51. Le présent chapitre produit ses effets le 28 septembre 2022.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de programmawet van 27 december 2004
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi-programme du 27 décembre 2004
Art. 52. In artikel 420, § 3, 1° van de programmawet van 27 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 november houdende diverse fiscale en financiële bepalingen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "tot en met 31 december 2022" vervangen door de woorden "tot en met 31 maart 2023";
2° in het derde lid worden de woorden "Op 1 januari 2023" vervangen door de woorden "Op 1 april 2023".
1° in het eerste lid worden de woorden "tot en met 31 december 2022" vervangen door de woorden "tot en met 31 maart 2023";
2° in het derde lid worden de woorden "Op 1 januari 2023" vervangen door de woorden "Op 1 april 2023".
Art. 52. L'article 420, § 3, 1°, de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié en dernier lieu par la loi du 20 novembre portant des dispositions fiscales et financières diverses, est modifié comme suit :
1° au premier alinéa, les mots "et le 31 décembre 2022" sont remplacés par les mots "et le 31 mars 2023";
2° au 3ème alinéa, les mots "Le 1er janvier 2023" sont remplacés par les mots "Le 1er avril 2023".
1° au premier alinéa, les mots "et le 31 décembre 2022" sont remplacés par les mots "et le 31 mars 2023";
2° au 3ème alinéa, les mots "Le 1er janvier 2023" sont remplacés par les mots "Le 1er avril 2023".
Art. 53. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2023.
Art. 53. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2023.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 25 novembre 2021 organisant le verdissement fiscal et social de la mobilité
Art. 54. In artikel 22 van de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit worden de woorden "een bedrag dat wordt vastgesteld als volgt" vervangen door de woorden "het bedrag dat 181,9037 euro per 1.000 liter bij 15 ° C overschrijdt. Deze gedeeltelijke vrijstelling van de bijzondere accijns is evenwel beperkt tot maximum:".
Art. 54. A l'article 22 de la loi du 25 novembre 2021 organisant le verdissement fiscal et social de la mobilité, les mots "d'un montant qui est fixé comme suit" sont remplacés par les mots "du montant excédant 181,9037 euros par 1.000 litres à 15 ° C. Toutefois, cette exonération partielle du droit d'accise spécial est limitée à un maximum de:".
Art. 55. Dit hoofdstuk treedt in werking op 31 december 2022.
Art. 55. Le présent chapitre entre en vigueur le 31 décembre 2022.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées
Art. 56. In de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken wordt een artikel 18/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/1. § 1. Elke persoon die volledig gedenatureerde ethylalcohol verzendt naar een andere lidstaat of ontvangt vanuit een andere lidstaat bij toepassing van artikel 18, 1°, is gehouden over respectievelijk een vergunning "(tijdelijk) gecertificeerde afzender" of "(tijdelijk) gecertificeerde geadresseerde" te beschikken overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 5 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.
§ 2. Elke persoon die volledig gedenatureerde ethylalcohol ontvangt van een Belgische leverancier en deze verhandelt binnen België is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - eindgebruiker" te beschikken.
§ 3. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, a), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - tester" te beschikken.
§ 4. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, b), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - gebruiker - wetenschappelijk onderzoek" te beschikken.
§ 5. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, c), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - gebruiker - medische sector" te beschikken.
§ 6. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, d), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - gebruiker - productieprocessen" te beschikken.".
"Art. 18/1. § 1. Elke persoon die volledig gedenatureerde ethylalcohol verzendt naar een andere lidstaat of ontvangt vanuit een andere lidstaat bij toepassing van artikel 18, 1°, is gehouden over respectievelijk een vergunning "(tijdelijk) gecertificeerde afzender" of "(tijdelijk) gecertificeerde geadresseerde" te beschikken overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 5 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.
§ 2. Elke persoon die volledig gedenatureerde ethylalcohol ontvangt van een Belgische leverancier en deze verhandelt binnen België is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - eindgebruiker" te beschikken.
§ 3. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, a), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - tester" te beschikken.
§ 4. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, b), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - gebruiker - wetenschappelijk onderzoek" te beschikken.
§ 5. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, c), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - gebruiker - medische sector" te beschikken.
§ 6. Elke persoon die volgens Belgische normen gedenatureerde ethylalcohol of alcoholhoudende dranken gebruikt met vrijstelling van accijnzen bij toepassing van artikel 18, 7°, d), is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - gebruiker - productieprocessen" te beschikken.".
Art. 56. Dans la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées, il est inséré un article 18/1 rédigé comme suit :
"Art. 18/1. § 1er. Toute personne qui expédie vers un autre Etat membre ou qui reçoit en provenance d'un autre Etat membre de l'alcool dénaturé totalement en application de l'article 18, 1°, est tenue d'être en possession respectivement d'une autorisation "expéditeur certifié (à titre temporaire)" ou "destinataire certifié (à titre temporaire)" conformément aux dispositions du Chapitre 5 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise.
§ 2. Toute personne qui acquiert de l'alcool dénaturé totalement auprès d'un fournisseur belge et qui le distribue en Belgique est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur final".
§ 3. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, a), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - testeur".
§ 4. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, b), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur - recherche scientifique".
§ 5. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, c), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur - secteur médical".
§ 6. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, d), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur - procédés de production".
"Art. 18/1. § 1er. Toute personne qui expédie vers un autre Etat membre ou qui reçoit en provenance d'un autre Etat membre de l'alcool dénaturé totalement en application de l'article 18, 1°, est tenue d'être en possession respectivement d'une autorisation "expéditeur certifié (à titre temporaire)" ou "destinataire certifié (à titre temporaire)" conformément aux dispositions du Chapitre 5 de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise.
§ 2. Toute personne qui acquiert de l'alcool dénaturé totalement auprès d'un fournisseur belge et qui le distribue en Belgique est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur final".
§ 3. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, a), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - testeur".
§ 4. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, b), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur - recherche scientifique".
§ 5. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, c), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur - secteur médical".
§ 6. Toute personne qui utilise de l'alcool éthylique dénaturé suivant les normes belges ou des boissons alcoolisées en exonération de l'accise en application de l'article 18, 7°, d), est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - utilisateur - procédés de production".
Art. 57. Artikel 22 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Bij toepassing van paragraaf 1 is elke persoon gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - verwerker" te beschikken.".
" § 2. Bij toepassing van paragraaf 1 is elke persoon gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - verwerker" te beschikken.".
Art. 57. Dans la même loi, l'article 22, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. En application de paragraphe 1er toute personne est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - transformateur".
" § 2. En application de paragraphe 1er toute personne est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - transformateur".
Art. 58. Artikel 23 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Elke persoon die handel drijft in ethylalcohol of alcoholhoudende dranken die reeds werden uitgeslagen tot verbruik in België, en die niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder, geregistreerde geadresseerde, tijdelijke geregistreerde geadresseerde of geregistreerde afzender bezit, is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - handelaar" te beschikken.".
" § 2. Elke persoon die handel drijft in ethylalcohol of alcoholhoudende dranken die reeds werden uitgeslagen tot verbruik in België, en die niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder, geregistreerde geadresseerde, tijdelijke geregistreerde geadresseerde of geregistreerde afzender bezit, is gehouden over een vergunning "ethylalcohol en alcoholhoudende dranken - handelaar" te beschikken.".
Art. 58. Dans la même loi, l'article 23, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
" § 2. Toute personne qui fait commerce d'alcool éthylique ou de boissons alcoolisées déjà mis à la consommation en Belgique et qui ne dispose pas du statut d'entrepositaire agréé, de destinataire enregistré, de destinataire enregistré à titre temporaire ou d'expéditeur enregistré, est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - commerçant".
" § 2. Toute personne qui fait commerce d'alcool éthylique ou de boissons alcoolisées déjà mis à la consommation en Belgique et qui ne dispose pas du statut d'entrepositaire agréé, de destinataire enregistré, de destinataire enregistré à titre temporaire ou d'expéditeur enregistré, est tenue d'être en possession d'une autorisation "alcool éthylique et boissons alcoolisées - commerçant".
Art. 59. Dit hoofdstuk treedt in werking op 13 februari 2023.
Art. 59. Le présent chapitre entre en vigueur le 13 février 2023.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise
Art. 60. In artikel 22, § 1, van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen worden de woorden "19, 20 en 21" vervangen door de woorden "19, 20, 21 en 36/1", en worden de woorden ", gecertificeerde afzender en gecertificeerde geadresseerde" ingevoegd tussen de woorden "geregistreerde afzender en geregistreerde geadresseerde" en de woorden "moeten schriftelijk gebeuren".
Art. 60. Dans l'article 22, § 1re, de la loi du 22 décembre 2009 relative au régime général d'accise, les mots "19, 20 et 21" sont remplacés par les mots "19, 20, 21 et 36/1" et les mots ", d'expéditeur certifié et de destinataire certifié" sont insérés entre les mots "d'expéditeur enregistré et de destinataire enregistré" et les mots "doivent être faites par écrit".
Art. 61. Dit hoofdstuk treedt in werking op 13 februari 2023.
Art. 61. Le présent chapitre entre en vigueur le 13 février 2023.
TITEL 4. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE
TITRE 4. - MODIFICATIONS RELATIVES A LA TAXE SUR LA VALEUR AJOUTEE
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Art. 62. Hoofdstuk 2 van deze titel voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.
Art. 62. Le chapitre 2 du présent titre transpose partiellement la directive 2006/112/CE du Conseil du 28 novembre 2006 relative au système commun de taxe sur la valeur ajoutée.
HOOFDSTUK 2. - Vrijstelling voor bepaalde handelingen verricht naar aanleiding van manifestaties bestemd om bepaalde vrijgestelde organisaties financieel te ondersteunen
CHAPITRE 2. - Exemption en faveur de certaines opérations effectuées à l'occasion de manifestations destinées à apporter un soutien financier à certains organismes exemptés
Art. 63. In de Franse tekst van artikel 44, § 2, 12°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 30 juli 2018, worden de woorden "à l'occasion de manifestations" ingevoegd tussen de woorden "et 11° " en het woord "destinées".
Art. 63. Dans l'article 44, § 2, 12°, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, remplacé par la loi du 30 juillet 2018, les mots "à l'occasion de manifestations" sont insérés entre les mots "et 11°, " et le mot "destinées".
HOOFDSTUK 3. - Verlenging van het verlaagd tarief voor leveringen van elektriciteit in het kader van residentiële contracten, van aardgas en van warmte via warmtenetten
CHAPITRE 3. - Prolongation du taux réduit pour les livraisons d'électricité dans le cadre de contrats résidentiels, de gaz naturel et de chaleur via des réseaux de chaleur
Art. 64. In artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, hersteld bij het koninklijk besluit van 21 maart 2014, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 februari 2022 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "31 december 2022" worden telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° de woorden "1 januari 2023" worden telkens vervangen door de woorden "1 april 2023".
1° de woorden "31 december 2022" worden telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° de woorden "1 januari 2023" worden telkens vervangen door de woorden "1 april 2023".
Art. 64. A l'article 1erbis de l'arrêté royal n° 20, du 20 juillet 1970, fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, inséré par l'arrêté royal du 29 décembre 1992, rétabli par l'arrêté royal du 21 mars 2014, remplacé par l'arrêté royal du 21 février 2022 et modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 27 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "31 décembre 2022" sont chaque fois remplacés par les mots "31 mars 2023" ;
2° les mots "1er janvier 2023" sont chaque fois remplacés par les mots "1er avril 2023".
1° les mots "31 décembre 2022" sont chaque fois remplacés par les mots "31 mars 2023" ;
2° les mots "1er janvier 2023" sont chaque fois remplacés par les mots "1er avril 2023".
Art. 65. In artikel 1bis/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2022 en vervangen bij het koninklijk besluit van 27 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "31 december 2022" worden telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° de woorden "1 januari 2023" worden telkens vervangen door de woorden "1 april 2023".
1° de woorden "31 december 2022" worden telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° de woorden "1 januari 2023" worden telkens vervangen door de woorden "1 april 2023".
Art. 65. A l'article 1er bis/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 23 mars 2022 et remplacé par l'arrêté royal du 27 juin 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "31 décembre 2022" sont chaque fois remplacés par les mots "31 mars 2023";
2° les mots "1er janvier 2023" sont chaque fois remplacés par les mots "1er avril 2023".
1° les mots "31 décembre 2022" sont chaque fois remplacés par les mots "31 mars 2023";
2° les mots "1er janvier 2023" sont chaque fois remplacés par les mots "1er avril 2023".
HOOFDSTUK 4. - Huisvesting in het kader van het sociale beleid
CHAPITRE 4. - Logement dans le cadre de la politique sociale
Art. 66. In artikel 1quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december 1995, hersteld bij het koninklijk besluit van 10 februari 2009, vervangen bij de programmawet van 20 december 2020 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° de handelingen hebben betrekking op een gebouw dat, na de uitvoering van de werken, door de bouwheer als woning wordt verhuurd aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of dat als woning wordt verhuurd in het kader van een door de bouwheer aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting toegekend beheersmandaat;";
2° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring vermeldt dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om gedurende een periode van ten minste vijftien jaar aan of door bemiddeling van een sociaal verhuurkantoor dan wel aan of door bemiddeling van een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting te verhuren als woning en is vergezeld van een afschrift van:
- de omgevingsvergunning;
- het (de) aannemingscontract(en);";
3° in paragraaf 3, tweede lid, 1°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
"b) hetzij door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting wordt verhuurd of wordt verhuurd in het kader van een door de verkrijger aan hen toegekend beheersmandaat;";
4° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbaar feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring, medeondertekend door de verkrijger van het gebouw, vermeldt dat het gebouw dat de leverancier heeft laten afbreken en heroprichten en het voorwerp uitmaakt van een handeling bedoeld in het eerste lid, bedoeld is om hetzij, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 200 m2, hetzij om door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting te worden verhuurd of te worden verhuurd in het kader van een aan hen toegekend beheersmandaat, en is vergezeld van een afschrift van:
- de omgevingsvergunning;
- het (de) aannemingscontract(en) met betrekking tot de afbraak van het gebouw en de heropbouw van de woning;
- het compromis of de authentieke akte met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde handeling;";
5° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
" § 5. De voorwaarden bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, en paragraaf 3, tweede lid, 1°, b), blijven vervuld gedurende een periode die ten vroegste eindigt op 31 december van het vijftiende jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming van de woning. Deze minimumverhuurtermijn wordt, al naargelang het geval, vastgelegd in de met het sociaal verhuurkantoor dan wel met de door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting afgesloten verhuurovereenkomst of overeenkomst inzake het beheersmandaat.".
1° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° de handelingen hebben betrekking op een gebouw dat, na de uitvoering van de werken, door de bouwheer als woning wordt verhuurd aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of dat als woning wordt verhuurd in het kader van een door de bouwheer aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting toegekend beheersmandaat;";
2° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring vermeldt dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om gedurende een periode van ten minste vijftien jaar aan of door bemiddeling van een sociaal verhuurkantoor dan wel aan of door bemiddeling van een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting te verhuren als woning en is vergezeld van een afschrift van:
- de omgevingsvergunning;
- het (de) aannemingscontract(en);";
3° in paragraaf 3, tweede lid, 1°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
"b) hetzij door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting wordt verhuurd of wordt verhuurd in het kader van een door de verkrijger aan hen toegekend beheersmandaat;";
4° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbaar feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring, medeondertekend door de verkrijger van het gebouw, vermeldt dat het gebouw dat de leverancier heeft laten afbreken en heroprichten en het voorwerp uitmaakt van een handeling bedoeld in het eerste lid, bedoeld is om hetzij, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 200 m2, hetzij om door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting te worden verhuurd of te worden verhuurd in het kader van een aan hen toegekend beheersmandaat, en is vergezeld van een afschrift van:
- de omgevingsvergunning;
- het (de) aannemingscontract(en) met betrekking tot de afbraak van het gebouw en de heropbouw van de woning;
- het compromis of de authentieke akte met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde handeling;";
5° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
" § 5. De voorwaarden bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, en paragraaf 3, tweede lid, 1°, b), blijven vervuld gedurende een periode die ten vroegste eindigt op 31 december van het vijftiende jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming van de woning. Deze minimumverhuurtermijn wordt, al naargelang het geval, vastgelegd in de met het sociaal verhuurkantoor dan wel met de door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting afgesloten verhuurovereenkomst of overeenkomst inzake het beheersmandaat.".
Art. 66. A l'article 1er quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 1er décembre 1995, rétabli par l'arrêté royal du 10 février 2009, remplacé par la loi-programme du 20 décembre 2020 et modifié par l'arrêté royal du 27 mars 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° les opérations sont relatives à un bâtiment qui, après l'exécution des travaux, est donné en location par le maître d'ouvrage en tant que bâtiment d'habitation à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou qui est donné en location en tant que bâtiment d'habitation dans le cadre d'un mandat de gestion par le maître d'ouvrage accordé à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) envoie avant le moment où la taxe devient exigible conformément aux articles 22 et 22bis, § 1er, du Code, une déclaration à l'adresse électronique indiquée par le ministre des Finances ou son délégué. Cette déclaration mentionne que le bâtiment qu'il fait démolir et reconstruire est destiné à être donné en location en tant que bâtiment d'habitation à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement, ou par leur intermédiation, pendant une période d'au moins quinze années, et est accompagnée d'une copie:
- du permis d'urbanisme ;
- du (des) contrat(s) d'entreprise ;"
3° dans le paragraphe 3, alinéa 2, 1°, le b) est remplacé par ce qui suit :
"b) soit est donné en location par l'acquéreur à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou est donné en location dans le cadre d'un mandat de gestion qui leur est accordé par l'acquéreur ;" ;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, 2°, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) envoie avant le moment où la taxe devient exigible conformément à l'article 17, § 1er, du Code, ou, en cas d'une vente sur plan, avant le moment où intervient le fait générateur de la taxe conformément à l'article 16, § 1er, alinéa 1er, du Code, une déclaration à l'adresse électronique indiquée par le ministre des Finances ou son délégué. Cette déclaration, contresignée par l'acquéreur du bâtiment, mentionne que le bâtiment que le fournisseur a fait démolir et reconstruire et qui fait l'objet d'une opération visée à l'alinéa 1er, est destiné soit à être utilisé, soit comme habitation unique et à titre principal comme habitation propre au sens de l'article 5/5, § 4, alinéas 2 à 8, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions par l'acquéreur-personne physique, qui y aura son domicile sans délai et que cette habitation aura une superficie totale habitable qui n'excède pas 200 m2, soit à être donné en location par l'acquéreur à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou à être donné en location dans le cadre d'un mandat de gestion qui leur est accordé, et est accompagnée d'une copie :
- du permis d'urbanisme ;
- du (des) contrat(s) d'entreprise relatifs à la démolition du bâtiment et la reconstruction du bâtiment d'habitation ;
- du compromis ou de l'acte authentique portant sur l'opération visée à l'alinéa 1er;" ;
5° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, et au paragraphe 3, alinéa 2, 1°, b), restent réunies pendant une période qui prend fin au plus tôt le 31 décembre de la quinzième année suivant l'année de la première utilisation ou de la première occupation du bâtiment d'habitation. Cette période de location minimale est fixée, selon le cas, dans la convention de location ou la convention relative au mandat de gestion, conclue avec l'agence immobilière sociale ou la société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement.".
1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° les opérations sont relatives à un bâtiment qui, après l'exécution des travaux, est donné en location par le maître d'ouvrage en tant que bâtiment d'habitation à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou qui est donné en location en tant que bâtiment d'habitation dans le cadre d'un mandat de gestion par le maître d'ouvrage accordé à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) envoie avant le moment où la taxe devient exigible conformément aux articles 22 et 22bis, § 1er, du Code, une déclaration à l'adresse électronique indiquée par le ministre des Finances ou son délégué. Cette déclaration mentionne que le bâtiment qu'il fait démolir et reconstruire est destiné à être donné en location en tant que bâtiment d'habitation à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement, ou par leur intermédiation, pendant une période d'au moins quinze années, et est accompagnée d'une copie:
- du permis d'urbanisme ;
- du (des) contrat(s) d'entreprise ;"
3° dans le paragraphe 3, alinéa 2, 1°, le b) est remplacé par ce qui suit :
"b) soit est donné en location par l'acquéreur à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou est donné en location dans le cadre d'un mandat de gestion qui leur est accordé par l'acquéreur ;" ;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, 2°, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) envoie avant le moment où la taxe devient exigible conformément à l'article 17, § 1er, du Code, ou, en cas d'une vente sur plan, avant le moment où intervient le fait générateur de la taxe conformément à l'article 16, § 1er, alinéa 1er, du Code, une déclaration à l'adresse électronique indiquée par le ministre des Finances ou son délégué. Cette déclaration, contresignée par l'acquéreur du bâtiment, mentionne que le bâtiment que le fournisseur a fait démolir et reconstruire et qui fait l'objet d'une opération visée à l'alinéa 1er, est destiné soit à être utilisé, soit comme habitation unique et à titre principal comme habitation propre au sens de l'article 5/5, § 4, alinéas 2 à 8, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions par l'acquéreur-personne physique, qui y aura son domicile sans délai et que cette habitation aura une superficie totale habitable qui n'excède pas 200 m2, soit à être donné en location par l'acquéreur à une agence immobilière sociale ou à une société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou à être donné en location dans le cadre d'un mandat de gestion qui leur est accordé, et est accompagnée d'une copie :
- du permis d'urbanisme ;
- du (des) contrat(s) d'entreprise relatifs à la démolition du bâtiment et la reconstruction du bâtiment d'habitation ;
- du compromis ou de l'acte authentique portant sur l'opération visée à l'alinéa 1er;" ;
5° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, et au paragraphe 3, alinéa 2, 1°, b), restent réunies pendant une période qui prend fin au plus tôt le 31 décembre de la quinzième année suivant l'année de la première utilisation ou de la première occupation du bâtiment d'habitation. Cette période de location minimale est fixée, selon le cas, dans la convention de location ou la convention relative au mandat de gestion, conclue avec l'agence immobilière sociale ou la société de logement social reconnue par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement.".
Art. 67. In rubriek XXXII, § 1, eerste lid, 1°, van tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 september 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 december 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2021, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt:
"a) een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of een door haar of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting;".
"a) een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of een door haar of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting;".
Art. 67. Dans la rubrique XXXII, § 1er, alinéa 1er, 1°, du tableau A de l'annexe au même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 30 septembre 1992, remplacé par l'arrêté royal du 21 décembre 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2021, le a) est remplacé par ce qui suit :
"a) à une société régionale de logement ou à une société de logement social reconnue par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;"
"a) à une société régionale de logement ou à une société de logement social reconnue par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;"
Art. 68. In rubriek XXXVI van tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
" § 1. Het verlaagd tarief van zes percent is van toepassing op:
1° de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid:
a) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die door deze maatschappijen of fondsen worden bestemd om te worden verhuurd;
b) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die door deze maatschappijen of fondsen worden bestemd om te worden verkocht;
c) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, door de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en door het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
2° werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder 1° genoemde privéwoningen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingmaatschappijen, aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op de onder 1° bedoelde privéwoningen wanneer de afnemer een gewestelijke huisvestingsmaatschappij, een door die maatschappij of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is.".
" § 1. Het verlaagd tarief van zes percent is van toepassing op:
1° de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid:
a) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die door deze maatschappijen of fondsen worden bestemd om te worden verhuurd;
b) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die door deze maatschappijen of fondsen worden bestemd om te worden verkocht;
c) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, door de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en door het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
2° werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder 1° genoemde privéwoningen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingmaatschappijen, aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op de onder 1° bedoelde privéwoningen wanneer de afnemer een gewestelijke huisvestingsmaatschappij, een door die maatschappij of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is.".
Art. 68. Dans la rubrique XXXVI du tableau A de l'annexe au même arrêté, insérée par la loi-programme du 27 décembre 2006 et modifiée en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le taux réduit de six pour cent s'applique:
1° aux livraisons de biens ci-après, visés à l'article 1er, § 9, du Code, ainsi qu'aux constitutions, cessions et rétrocessions de droits réels portant sur de tels biens, qui ne sont pas exemptées de la taxe conformément à l'article 44, § 3, 1°, du Code, lorsque ces biens sont destinés au logement dans le cadre de la politique sociale :
a) les logements privés qui sont livrés et facturés aux sociétés régionales de logement ou aux sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement, au "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale et qui sont destinés à être donnés en location par ces sociétés ou ces fonds ;
b) les logements privés qui sont livrés et facturés aux sociétés régionales de logement ou aux sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement, au "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale et qui sont destinés à être vendus par ces sociétés ou ces fonds ;
c) les logements privés qui sont livrés et facturés par les sociétés régionales de logement ou les sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement et par le "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° aux travaux immobiliers au sens de l'article 19, § 2, alinéa 3, du Code, à l'exclusion du nettoyage, et aux autres opérations énumérées à la rubrique XXXI, § 3, 3° à 6°, du tableau A, effectués aux logements privés visés au 1° et fournis et facturés aux sociétés régionales de logement ou aux sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement et au "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
3° à la location-financement d'immeubles ou leasing immobilier visé à l'article 44, § 3, 2°, b), du Code et à la location immobilière visée à l'article 44, § 3, 2°, d), du Code, portant sur les logements privés visés au 1° lorsque le preneur est une société régionale de logement ou une société de logement social reconnue par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou le "Vlaams Woningfonds", le Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et le Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale.".
" § 1er. Le taux réduit de six pour cent s'applique:
1° aux livraisons de biens ci-après, visés à l'article 1er, § 9, du Code, ainsi qu'aux constitutions, cessions et rétrocessions de droits réels portant sur de tels biens, qui ne sont pas exemptées de la taxe conformément à l'article 44, § 3, 1°, du Code, lorsque ces biens sont destinés au logement dans le cadre de la politique sociale :
a) les logements privés qui sont livrés et facturés aux sociétés régionales de logement ou aux sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement, au "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale et qui sont destinés à être donnés en location par ces sociétés ou ces fonds ;
b) les logements privés qui sont livrés et facturés aux sociétés régionales de logement ou aux sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement, au "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale et qui sont destinés à être vendus par ces sociétés ou ces fonds ;
c) les logements privés qui sont livrés et facturés par les sociétés régionales de logement ou les sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement et par le "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° aux travaux immobiliers au sens de l'article 19, § 2, alinéa 3, du Code, à l'exclusion du nettoyage, et aux autres opérations énumérées à la rubrique XXXI, § 3, 3° à 6°, du tableau A, effectués aux logements privés visés au 1° et fournis et facturés aux sociétés régionales de logement ou aux sociétés de logement social reconnues par elles ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement et au "Vlaams Woningfonds", au Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et au Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
3° à la location-financement d'immeubles ou leasing immobilier visé à l'article 44, § 3, 2°, b), du Code et à la location immobilière visée à l'article 44, § 3, 2°, d), du Code, portant sur les logements privés visés au 1° lorsque le preneur est une société régionale de logement ou une société de logement social reconnue par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ou le "Vlaams Woningfonds", le Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie et le Fonds du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale.".
Art. 69. In rubriek XI, § 1, eerste lid, 1°, van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij de programmawet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder f) wordt vervangen als volgt:
"f) de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting;";
2° de bepaling onder h) wordt vervangen als volgt:
"h) andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen met sociaal oogmerk die door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid zijn erkend;".
1° de bepaling onder f) wordt vervangen als volgt:
"f) de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting;";
2° de bepaling onder h) wordt vervangen als volgt:
"h) andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen met sociaal oogmerk die door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid zijn erkend;".
Art. 69. A la rubrique XI, § 1er, alinéa 1er, 1°, du tableau B de l'annexe au même arrêté, inséré par la loi-programme du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° le f) est remplacé par ce qui suit :
"f) les sociétés régionales de logement et les sociétés de logement social reconnues par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;" ;
2° le h) est remplacé par ce qui suit :
"h) d'autres personnes de droit public ou de droit privé à finalité sociale reconnues par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;".
1° le f) est remplacé par ce qui suit :
"f) les sociétés régionales de logement et les sociétés de logement social reconnues par elle ou par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;" ;
2° le h) est remplacé par ce qui suit :
"h) d'autres personnes de droit public ou de droit privé à finalité sociale reconnues par l'autorité compétente en matière de politique sociale du logement ;".
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 70. Deze titel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.
In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 3 in werking op 1 januari 2023.
In afwijking van het eerste lid treedt hoofdstuk 3 in werking op 1 januari 2023.
Art. 70. Le présent titre produit ses effets le 1er janvier 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le chapitre 3 entre en vigueur le 1er janvier 2023.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le chapitre 3 entre en vigueur le 1er janvier 2023.