Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 DECEMBER 2022. - Wet houdende toekenning van een tweede federale elektriciteits- en gaspremie
Titre
19 DECEMBRE 2022. - Loi portant l'octroi d'une deuxième prime fédérale d'électricité et de gaz
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Definities
HOOFDSTUK 3. - Federale elektriciteitspremie
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Afdeling 3. - Toekenning van de federale elektr...
Afdeling 4. - De financiering van de federale e...
HOOFDSTUK 4. - Federale gaspremie
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Afdeling 3. - Toekenning van de federale gaspremie
Afdeling 4. - De financiering van de federale g...
HOOFDSTUK 5. - Verwerking van persoonsgegevens
HOOFDSTUK 6. - Toezicht
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bijdrage energie
Afdeling 1. - Bijzondere bijdrage energie met b...
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 30 okt...
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Définitions
CHAPITRE 3. - Prime fédérale d'électricité
Section 1re. - Définitions spécifiques au prése...
Section 2. - Ayants droit
Section 3. - Attribution de la prime fédérale d...
Section 4. - Le financement de la prime fédéral...
CHAPITRE 4. - Prime fédérale de gaz
Section 1re. - Définitions spécifiques au prése...
Section 2. - Ayants droit
Section 3. - Attribution de la prime fédérale d...
Section 4. - Le financement de la prime fédéral...
CHAPITRE 5. - Traitement des données à caractèr...
CHAPITRE 6. - Supervision
CHAPITRE 7. - Cotisation spéciale énergie
Section 1re. - Cotisation spéciale énergie rela...
Section 2. - Modifications de la loi du 30 octo...
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Tekst (49)
Texte (49)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° "EAN-code ": European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;
2° "overschrijving": betalingsdienst zoals bedoeld in artikel I.9., 31°, van het Wetboek van Economisch Recht;
3° "noodleverancier": de leverancier die optreedt met toepassing van artikel 4.3.3 van het Vlaams Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 25noviesdecies van de Ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 20sexiesdecies van de Ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende wegenisdistributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel IV.7 van het Technisch reglement van 27 mei 2021 voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang daartoe, goedgekeurd door het besluit van de Waalse regering van 27 mei 2021 of de artikelen 2, 32°, 8 en 14, 12° van het Waals Decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt;
4° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
5° "FOD Financiën": de Federale Overheidsdienst Financiën;
6° "Rijksregister": het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
7° "werkdagen": het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
8° "gezin ": de persoon of groep van personen die op basis van de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen rond de gezinssamenstelling een gezin vormt;
9° "huishouden": de persoon of groep van personen die effectief in eenzelfde woning verblijft zonder onderlinge familiale banden;
10° "commissie": de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), zoals gedefinieerd in artikel 2, 26°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in artikel 1, 28°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.
1° "EAN-code ": European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;
2° "overschrijving": betalingsdienst zoals bedoeld in artikel I.9., 31°, van het Wetboek van Economisch Recht;
3° "noodleverancier": de leverancier die optreedt met toepassing van artikel 4.3.3 van het Vlaams Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 25noviesdecies van de Ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 20sexiesdecies van de Ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende wegenisdistributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel IV.7 van het Technisch reglement van 27 mei 2021 voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang daartoe, goedgekeurd door het besluit van de Waalse regering van 27 mei 2021 of de artikelen 2, 32°, 8 en 14, 12° van het Waals Decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt;
4° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
5° "FOD Financiën": de Federale Overheidsdienst Financiën;
6° "Rijksregister": het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
7° "werkdagen": het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
8° "gezin ": de persoon of groep van personen die op basis van de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen rond de gezinssamenstelling een gezin vormt;
9° "huishouden": de persoon of groep van personen die effectief in eenzelfde woning verblijft zonder onderlinge familiale banden;
10° "commissie": de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), zoals gedefinieerd in artikel 2, 26°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in artikel 1, 28°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.
Art. 2. Aux fins de la présente loi, les définitions suivantes s'appliquent:
1° "Code EAN": European Article Numbering Code, champ numérique unique de 18 positions pour l'identification d'un point de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou de gaz naturel;
2° "virement ": service de paiement visé à l'article I.9., 31°, du Code de droit économique;
3° "fournisseur de secours": le fournisseur agissant en application de l'article 4.3.3 du décret flamand sur l'énergie du 8 mai 2009, de l'article 25noviesdecies de l'Ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article 20sexiesdecies de l'ordonnance du 1er avril 2004 relative à l'organisation du marché du gaz en Région de Bruxelles-Capitale concernant des redevances de voiries en matière de gaz et d'électricité et portant modification de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article IV.7. du Règlement technique du 27 mai 2021 pour la gestion des réseaux de distribution d'électricité en Région wallonne et leur accès, approuvé par l'arrêté du gouvernement wallon du 27 mai 2021 ou des articles 2, 32°, 8 et 14, 12° du décret wallon du 19 décembre 2002 relatif à l'organisation du marché régional du gaz;
4° "SPF Economie": le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
5° "SPF Finances": le Service public fédéral Finances;
6° "Registre national": le registre national des personnes physiques, établi par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
7° "jours ouvrables": tous les jours civils à l'exclusion des dimanches et des jours fériés légaux. Si un délai, exprimé en jours ouvrables, se termine un samedi, il est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant;
8° "famille": la personne ou le groupe de personnes constituant une famille sur la base des données du Registre national des personnes physiques sur la composition de la famille;
9° "ménage": la personne ou le groupe de personnes qui résident effectivement dans le même logement sans qu'il y ait de liens familiaux entre elles;
10° "commission": la Commission de régulation de l'électricité et du gaz (CREG), telle que définie à l'article 2, 26°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et à l'article 1er, 28°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
1° "Code EAN": European Article Numbering Code, champ numérique unique de 18 positions pour l'identification d'un point de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou de gaz naturel;
2° "virement ": service de paiement visé à l'article I.9., 31°, du Code de droit économique;
3° "fournisseur de secours": le fournisseur agissant en application de l'article 4.3.3 du décret flamand sur l'énergie du 8 mai 2009, de l'article 25noviesdecies de l'Ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article 20sexiesdecies de l'ordonnance du 1er avril 2004 relative à l'organisation du marché du gaz en Région de Bruxelles-Capitale concernant des redevances de voiries en matière de gaz et d'électricité et portant modification de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article IV.7. du Règlement technique du 27 mai 2021 pour la gestion des réseaux de distribution d'électricité en Région wallonne et leur accès, approuvé par l'arrêté du gouvernement wallon du 27 mai 2021 ou des articles 2, 32°, 8 et 14, 12° du décret wallon du 19 décembre 2002 relatif à l'organisation du marché régional du gaz;
4° "SPF Economie": le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
5° "SPF Finances": le Service public fédéral Finances;
6° "Registre national": le registre national des personnes physiques, établi par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
7° "jours ouvrables": tous les jours civils à l'exclusion des dimanches et des jours fériés légaux. Si un délai, exprimé en jours ouvrables, se termine un samedi, il est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant;
8° "famille": la personne ou le groupe de personnes constituant une famille sur la base des données du Registre national des personnes physiques sur la composition de la famille;
9° "ménage": la personne ou le groupe de personnes qui résident effectivement dans le même logement sans qu'il y ait de liens familiaux entre elles;
10° "commission": la Commission de régulation de l'électricité et du gaz (CREG), telle que définie à l'article 2, 26°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et à l'article 1er, 28°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
HOOFDSTUK 3. - Federale elektriciteitspremie
CHAPITRE 3. - Prime fédérale d'électricité
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Section 1re. - Définitions spécifiques au présent chapitre
Art. 3. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, hierna genoemd "de Elektriciteitswet", zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Art. 3. Les définitions contenues dans l'article 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, ci-après dénommée "la Loi Electricité", s'appliquent au présent chapitre.
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Section 2. - Ayants droit
Art. 4. § 1. Aan elke huishoudelijke afnemer die op 31 december 2022 een leveringsovereenkomst voor elektriciteit voor diens woonplaats heeft:
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021
2° ofwel met een variabele prijs
wordt een federale elektriciteitspremie toegekend van 183 euro.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste lid, die op 31 december 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden, en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale elektriciteitspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale elektriciteitspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 20, § 2/1 van de Elektriciteitswet op 1 januari 2023.
§ 3. Na advies van de Commissie en ten laatste op 31 december 2022, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de federale elektriciteitspremie proportioneel verlagen met de door de Commissie vastgestelde, bestendige daling van de marktprijzen voor elektriciteit.
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021
2° ofwel met een variabele prijs
wordt een federale elektriciteitspremie toegekend van 183 euro.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste lid, die op 31 december 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden, en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale elektriciteitspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale elektriciteitspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 20, § 2/1 van de Elektriciteitswet op 1 januari 2023.
§ 3. Na advies van de Commissie en ten laatste op 31 december 2022, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de federale elektriciteitspremie proportioneel verlagen met de door de Commissie vastgestelde, bestendige daling van de marktprijzen voor elektriciteit.
Art. 4. § 1er. A chaque client résidentiel qui, au 31 décembre 2022, a un contrat de fourniture d'électricité pour sa résidence:
1° soit, à prix fixe et qui a été conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021
2° soit, à prix variable
est attribué d' une prime fédérale d'électricité de 183 euros.
Aux clients résidentiels au sens de l'alinéa 1er, qui, au 31 décembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage, et résidaient à la même adresse, la prime fédérale d'électricité n'est accordée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale d'électricité ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de déménagement à ce point d'accès ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 20, § 2/1 de la Loi Electricité au 1er janvier 2023.
§ 3. Après avis de la Commission et au plus tard le 31 décembre 2022, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, réduire le montant de la prime fédérale d'électricité proportionnellement à la baisse continue, constatée par la Commission, des prix du marché de l'électricité.
1° soit, à prix fixe et qui a été conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021
2° soit, à prix variable
est attribué d' une prime fédérale d'électricité de 183 euros.
Aux clients résidentiels au sens de l'alinéa 1er, qui, au 31 décembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage, et résidaient à la même adresse, la prime fédérale d'électricité n'est accordée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale d'électricité ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de déménagement à ce point d'accès ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 20, § 2/1 de la Loi Electricité au 1er janvier 2023.
§ 3. Après avis de la Commission et au plus tard le 31 décembre 2022, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, réduire le montant de la prime fédérale d'électricité proportionnellement à la baisse continue, constatée par la Commission, des prix du marché de l'électricité.
Afdeling 3. - Toekenning van de federale elektriciteitspremie
Section 3. - Attribution de la prime fédérale d'électricité
Art. 5. § 1. Het bedrag van de federale elektriciteitspremie wordt toegekend aan de rechthebbende door de leverancier die voorziet in de levering van elektriciteit op 31 december 2022.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale elektriciteitspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht ten aanzien van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022;
4° of in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 2, 12°, van de Elektriciteitswet, aan de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf aangeduide gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale elektriciteitspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens, overeenkomstig de bepalingen onder Hoofdstuk 4.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale elektriciteitspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht ten aanzien van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022;
4° of in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 2, 12°, van de Elektriciteitswet, aan de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 december 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf aangeduide gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale elektriciteitspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens, overeenkomstig de bepalingen onder Hoofdstuk 4.
Art. 5. § 1er. Le montant de la prime fédérale d'électricité est accordé à l'ayant droit par le fournisseur assurant la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1, la prime fédérale d'électricité est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022;
4° ou en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 2, 12°, de la Loi Electricité, au fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité le 31 décembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale d'électricité et l'échange des données nécessaires à cet effet, conformément aux dispositions du Chapitre 4.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1, la prime fédérale d'électricité est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 décembre 2022;
4° ou en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 2, 12°, de la Loi Electricité, au fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité le 31 décembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale d'électricité et l'échange des données nécessaires à cet effet, conformément aux dispositions du Chapitre 4.
Art. 6. § 1. Het bedrag van de federale elektriciteitspremie wordt automatisch toegekend aan de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1 en verrekend op een voorschot- of afrekeningsfactuur in de periode vóór 1 april 2023. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert.
§ 2. Ongeacht of er een levering van elektriciteit heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale elektriciteitspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale elektriciteitspremie wordt verrekend krachtens paragraaf 1 lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale elektriciteitspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 april 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 april 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur, volgend op de factuur bedoeld in § 1;
3° via verrekening op openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het tweede lid, 2° en 3° nog een resterend bedrag van de federale elektriciteitspremie toekomt, maakt de leverancier dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbenden aan wie geen federale elektriciteitspremie werd toegekend overeenkomstig paragraaf 1, kunnen vanaf 23 april 2023 tot en met 31 juli 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie. Over de aanvraag wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan. De beslissing wordt ter kennis gebracht aan de leverancier, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale elektriciteitspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekenings- factuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
De Koning kan de gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig het eerste lid.
§ 4. In het geval waarin de leverancier niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leverancier de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. In de toekenning van de federale elektriciteitspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leverancier duidelijk de manier van verrekening van de federale elektriciteitspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket elektriciteit 2023".
Elke leverancier voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving, naar aanleiding van elke uitkering van de federale elektriciteitspremie, die luidt: "Het federaal basispakket elektriciteit van 61 euro per maand wordt u voor [...] toegekend door de Federale Overheid in het kader van de hoge energieprijzen" en die door de leverancier aangevuld wordt met de maand of maanden, "januari 2023", "februari 2023" en/of "maart 2023", waarop de uitkering van de federale elektriciteitspremie betrekking heeft;
2° de bijkomende informatie over de manier waarop de federale elektriciteitspremie aan de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale elektriciteitspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie, met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale elektriciteitspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
§ 2. Ongeacht of er een levering van elektriciteit heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale elektriciteitspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale elektriciteitspremie wordt verrekend krachtens paragraaf 1 lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale elektriciteitspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 april 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 april 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur, volgend op de factuur bedoeld in § 1;
3° via verrekening op openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het tweede lid, 2° en 3° nog een resterend bedrag van de federale elektriciteitspremie toekomt, maakt de leverancier dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbenden aan wie geen federale elektriciteitspremie werd toegekend overeenkomstig paragraaf 1, kunnen vanaf 23 april 2023 tot en met 31 juli 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie. Over de aanvraag wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan. De beslissing wordt ter kennis gebracht aan de leverancier, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale elektriciteitspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekenings- factuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
De Koning kan de gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig het eerste lid.
§ 4. In het geval waarin de leverancier niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leverancier de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. In de toekenning van de federale elektriciteitspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leverancier duidelijk de manier van verrekening van de federale elektriciteitspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket elektriciteit 2023".
Elke leverancier voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving, naar aanleiding van elke uitkering van de federale elektriciteitspremie, die luidt: "Het federaal basispakket elektriciteit van 61 euro per maand wordt u voor [...] toegekend door de Federale Overheid in het kader van de hoge energieprijzen" en die door de leverancier aangevuld wordt met de maand of maanden, "januari 2023", "februari 2023" en/of "maart 2023", waarop de uitkering van de federale elektriciteitspremie betrekking heeft;
2° de bijkomende informatie over de manier waarop de federale elektriciteitspremie aan de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale elektriciteitspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie, met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale elektriciteitspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
Art. 6. § 1er. Le montant de la prime fédérale d'électricité est octroyé automatiquement aux ayants droit inscrits sur la liste établie en application de l'article 21, § 1er et est réglés sur la facture d'acompte ou de décompte dans la période antérieure au 1er avril 2023. L'octroi de la prime est communiqué avant la même date par une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée attestant la date d'attribution.
§ 2. La prime fédérale d'électricité est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture d'électricité ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale d'électricité est réglée conformément au paragraphe 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale d'électricité est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement bancaire transféré au plus tard le 18 avril 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er avril 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte, suivant la facture visée au paragraphe 1er;
3° par compensation avec les dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale d'électricité reste dû aux ayants droit après application de l'alinéa 2, 2° et 3°, le fournisseur transfère immédiatement ce montant aux ayants droit par virement.
§ 3. Les ayants droit auxquels aucune prime fédérale d'électricité n'a été accordée conformément au paragraphe 1er, peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 avril 2023 au 31 juillet 2023 inclus. Une décision sur la demande est prise dans un délai d'un mois à compter de sa réception. La décision est notifiée au fournisseur, via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale d'électricité:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation avec des dettes en cours.
Le Roi peut déterminer les données à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
§ 4 Si le fournisseur ne dispose pas des coordonnées de paiement de l'ayant droit, le fournisseur demandera à l'ayant droit, via son canal de communication habituel, de transférer les coordonnées de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale d'électricité, telle que prévue aux paragraphes 1 et 2, le fournisseur indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale d'électricité, en mentionnant "Forfait de base fédéral d'électricité 2023".
Chaque fournisseur prévoit également prévoir une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit. Cette communication comprend:
1° la mention, suite à toute allocation de la prime fédérale d'électricité, qui se lit: "Le forfait de base fédéral d'électricité de 61 euros par mois vous est accordé pour [...] par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie" et qui est complétée par le fournisseur avec le ou les mois, "janvier 2023", "février 2023" et/ou "mars 2023", auxquels se rapporte l'allocation de la prime fédérale électricité.
2° des informations complémentaires sur les modalités d'attribution de la prime fédérale d'électricité à l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale d'électricité, avec une référence au site web du SPF Economie, avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale d'électricité ne peut faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
§ 2. La prime fédérale d'électricité est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture d'électricité ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale d'électricité est réglée conformément au paragraphe 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale d'électricité est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement bancaire transféré au plus tard le 18 avril 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er avril 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte, suivant la facture visée au paragraphe 1er;
3° par compensation avec les dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale d'électricité reste dû aux ayants droit après application de l'alinéa 2, 2° et 3°, le fournisseur transfère immédiatement ce montant aux ayants droit par virement.
§ 3. Les ayants droit auxquels aucune prime fédérale d'électricité n'a été accordée conformément au paragraphe 1er, peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 avril 2023 au 31 juillet 2023 inclus. Une décision sur la demande est prise dans un délai d'un mois à compter de sa réception. La décision est notifiée au fournisseur, via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale d'électricité:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation avec des dettes en cours.
Le Roi peut déterminer les données à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
§ 4 Si le fournisseur ne dispose pas des coordonnées de paiement de l'ayant droit, le fournisseur demandera à l'ayant droit, via son canal de communication habituel, de transférer les coordonnées de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale d'électricité, telle que prévue aux paragraphes 1 et 2, le fournisseur indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale d'électricité, en mentionnant "Forfait de base fédéral d'électricité 2023".
Chaque fournisseur prévoit également prévoir une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit. Cette communication comprend:
1° la mention, suite à toute allocation de la prime fédérale d'électricité, qui se lit: "Le forfait de base fédéral d'électricité de 61 euros par mois vous est accordé pour [...] par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie" et qui est complétée par le fournisseur avec le ou les mois, "janvier 2023", "février 2023" et/ou "mars 2023", auxquels se rapporte l'allocation de la prime fédérale électricité.
2° des informations complémentaires sur les modalités d'attribution de la prime fédérale d'électricité à l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale d'électricité, avec une référence au site web du SPF Economie, avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale d'électricité ne peut faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
Art. 7. In afwijking van de voorafgaande bepalingen van deze afdeling wordt, aan de rechthebbenden met een budgetmeter, de federale elektriciteitspremie toegekend op een van de volgende manieren:
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt van de leverancier via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag, 18 januari 2024;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten, opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen via de lijst opgemaakt, krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2024;
- via verrekening op openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2024.
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikelen 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023.
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt van de leverancier via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag, 18 januari 2024;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten, opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen via de lijst opgemaakt, krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2024;
- via verrekening op openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2024.
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikelen 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023.
Art. 7. Par dérogation aux dispositions précédentes de la présente section, pour les ayants droit disposant d'un compteur à budget, la prime fédérale d'électricité est attribuée selon l'une des modalités suivantes:
- par le biais du décompte annuel qui suit le moment où l'attribution est notifiée au fournisseur par le biais des listes établies en vertu de l'article 21, § 1er, ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établies, en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant, est le 18 janvier 2024;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2024;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes établies en vertu de l' article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie, en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2024.
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, §§ 1 et 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023.
- par le biais du décompte annuel qui suit le moment où l'attribution est notifiée au fournisseur par le biais des listes établies en vertu de l'article 21, § 1er, ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établies, en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant, est le 18 janvier 2024;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2024;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes établies en vertu de l' article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie, en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2024.
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, §§ 1 et 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023.
Art. 8. De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 21, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 6, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 juni 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 juni 2023.
De rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 6, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 november 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 november 2023.
De rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 6, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 november 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 november 2023.
Art. 8. Les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par le fournisseur en vertu de l'article 6, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 juin 2023, n'ont plus droit à l'attribution de la prime fédérale d'électricité après le 15 juin2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 2, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par le fournisseur en vertu de l'article 6, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 novembre 2023, n'ont plus droit à l'attribution de la prime fédérale d'électricité après le 15 novembre 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 2, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par le fournisseur en vertu de l'article 6, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 novembre 2023, n'ont plus droit à l'attribution de la prime fédérale d'électricité après le 15 novembre 2023.
Afdeling 4. - De financiering van de federale elektriciteitspremie
Section 4. - Le financement de la prime fédérale d'électricité
Art. 9. § 1. De financiering van de federale elektriciteitspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet.
§ 2. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 februari 2023 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 februari 2023 wordt het in het eerste lid vermelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier op 30 september 2022.
Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten gestort worden, toegewezen aan de noodleverancier(s). Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor de leverancier voor elektriciteit van de activiteiten bedoeld in deze wet, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 februari 2023 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 februari 2023 wordt het in het eerste lid vermelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier op 30 september 2022.
Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten gestort worden, toegewezen aan de noodleverancier(s). Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor de leverancier voor elektriciteit van de activiteiten bedoeld in deze wet, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
Art. 9. § 1er. Le financement de la prime fédérale d'électricité est à charge du budget de l'Etat, qui affecte les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la Loi Electricité.
§ 2. Les fournisseurs et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 février 2023, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 février 2023, le montant visé à l'alinéa 1er, est versé par la commission aux fournisseurs à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le Fonds visé à l'article 21ter, § 1, premier alinéa, 5°, de la Loi Electricité, et est réparti proportionnellement entre les fournisseurs sur la base de la part des clients résidentiels de chaque fournisseur au 30 septembre 2022.
Lorsqu'un fournisseur est remplacé par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée au deuxième alinéa, la part qui aurait dû être versée au fournisseur est attribuée au(x) fournisseur(s) de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour le fournisseur d'électricité des activités visées par la présente loi, et de leur intervention pour leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour démontrer qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
§ 2. Les fournisseurs et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 février 2023, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 février 2023, le montant visé à l'alinéa 1er, est versé par la commission aux fournisseurs à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le Fonds visé à l'article 21ter, § 1, premier alinéa, 5°, de la Loi Electricité, et est réparti proportionnellement entre les fournisseurs sur la base de la part des clients résidentiels de chaque fournisseur au 30 septembre 2022.
Lorsqu'un fournisseur est remplacé par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée au deuxième alinéa, la part qui aurait dû être versée au fournisseur est attribuée au(x) fournisseur(s) de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour le fournisseur d'électricité des activités visées par la présente loi, et de leur intervention pour leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour démontrer qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
HOOFDSTUK 4. - Federale gaspremie
CHAPITRE 4. - Prime fédérale de gaz
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Section 1re. - Définitions spécifiques au présent chapitre
Art. 10. De definities vervat in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, hierna genoemd "de Gaswet", zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Art. 10. Les définitions contenues dans l'article 1er de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation, ci-après dénommée "Loi Gaz", s'appliquent au présent chapitre.
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Section 2. - Ayants droit
Art. 11. § 1. Aan elke huishoudelijke afnemer die op 31 december 2022 een leveringsovereenkomst voor gas voor diens woonplaats heeft:
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021 of
2° ofwel met een variabele prijs,
wordt een federale gaspremie toegekend van 405 euro.
Kwalificeren eveneens als rechthebbende in de zin van het eerste lid: de eindafnemers achter een collectief aansluitpunt met een gezamenlijke stookinstallatie op gas die een recht op levering genieten in het kader van een overeenkomst bedoeld in het eerste lid, die in hun naam en voor hun rekening gesloten werd door een andere huishoudelijke afnemer van dezelfde gezamenlijke stookinstallatie op gas of door een vereniging van mede-eigenaars.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste en het tweede lid, die op 31 december 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale gaspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale gaspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen, of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid op 1 januari 2023 kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet.
§ 3. Na advies van de Commissie en ten laatste op 31 december 2022, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de federale gaspremie proportioneel verlagen met de door de Commissie vastgestelde, bestendige daling van de marktprijzen voor gas.
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021 of
2° ofwel met een variabele prijs,
wordt een federale gaspremie toegekend van 405 euro.
Kwalificeren eveneens als rechthebbende in de zin van het eerste lid: de eindafnemers achter een collectief aansluitpunt met een gezamenlijke stookinstallatie op gas die een recht op levering genieten in het kader van een overeenkomst bedoeld in het eerste lid, die in hun naam en voor hun rekening gesloten werd door een andere huishoudelijke afnemer van dezelfde gezamenlijke stookinstallatie op gas of door een vereniging van mede-eigenaars.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste en het tweede lid, die op 31 december 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale gaspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale gaspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen, of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid op 1 januari 2023 kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet.
§ 3. Na advies van de Commissie en ten laatste op 31 december 2022, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de federale gaspremie proportioneel verlagen met de door de Commissie vastgestelde, bestendige daling van de marktprijzen voor gas.
Art. 11. § 1er. Chaque client résidentiel qui, au 31 décembre 2022, a un contrat de fourniture de gaz pour sa résidence.
1° soit, à prix fixe, et conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021 ou
2° soit, à prix variable,
bénéficie d'une prime fédérale de gaz de 405 euros.
Sont également qualifiés d'ayants droit au sens de l'alinéa 1er, les clients finals derrière un point de raccordement collectif avec une installation commune de chauffage au gaz qui bénéficient d'un droit de fourniture dans le cadre d'un contrat visé à l'alinéa 1er, qui a été conclu en leur nom et pour leur compte par un autre client résidentiel de la même installation commune de chauffage au gaz ou par une association de copropriétaires.
Pour les clients résidentiels au sens des alinéas 1er et 2, qui, au 31 décembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage et habitaient à la même adresse, la prime fédérale de gaz n'est attribuée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale de gaz ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler leur situation de relogement à ce point d'accès ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz au 1er janvier 2023.
§ 3. Après avis de la Commission et au plus tard le 31 décembre 2022, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, réduire le montant de la prime fédérale de gaz proportionnellement à la baisse continue, constatée par la Commission, des prix du marché du gaz.
1° soit, à prix fixe, et conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021 ou
2° soit, à prix variable,
bénéficie d'une prime fédérale de gaz de 405 euros.
Sont également qualifiés d'ayants droit au sens de l'alinéa 1er, les clients finals derrière un point de raccordement collectif avec une installation commune de chauffage au gaz qui bénéficient d'un droit de fourniture dans le cadre d'un contrat visé à l'alinéa 1er, qui a été conclu en leur nom et pour leur compte par un autre client résidentiel de la même installation commune de chauffage au gaz ou par une association de copropriétaires.
Pour les clients résidentiels au sens des alinéas 1er et 2, qui, au 31 décembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage et habitaient à la même adresse, la prime fédérale de gaz n'est attribuée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale de gaz ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler leur situation de relogement à ce point d'accès ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz au 1er janvier 2023.
§ 3. Après avis de la Commission et au plus tard le 31 décembre 2022, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, réduire le montant de la prime fédérale de gaz proportionnellement à la baisse continue, constatée par la Commission, des prix du marché du gaz.
Afdeling 3. - Toekenning van de federale gaspremie
Section 3. - Attribution de la prime fédérale de gaz
Art. 12. § 1. Het bedrag van de federale gaspremie wordt toegekend aan de rechthebbende door de leveringsonderneming die voorziet in de levering van gas op 31 december 2022.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale gaspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht ten aanzien van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leveringsondernemingen die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022;
4° of in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 1, 12° bis van de Gaswet, aan de l leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf aangeduide gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale gaspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk 4 van deze wet.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale gaspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht ten aanzien van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leveringsondernemingen die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022;
4° of in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 1, 12° bis van de Gaswet, aan de l leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 31 december 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf aangeduide gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale gaspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk 4 van deze wet.
Art. 12. § 1er. Le montant de la prime fédérale de gaz est accordé à l'ayant droit par l'entreprise de fourniture qui assure la fourniture de gaz au 31 décembre 2022.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime fédérale de gaz est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du code de droit économique à l'égard de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022;
4° ou en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 1er, 12° bis, de la Loi Gaz, à l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale de gaz et l'échange des données nécessaires à cet effet conformément aux dispositions du chapitre 4 de la présente loi.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime fédérale de gaz est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du code de droit économique à l'égard de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022;
4° ou en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 1er, 12° bis, de la Loi Gaz, à l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 31 décembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale de gaz et l'échange des données nécessaires à cet effet conformément aux dispositions du chapitre 4 de la présente loi.
Art. 13. § 1. De rechthebbende die met meerdere gezinnen of huishoudens gas afneemt via eenzelfde EAN aansluitingspunt op het aardgasdistributienet dient voor de toekenning van de gaspremie, in samenwerking met de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 31 december 2022 een gasleveringscontract had afgesloten met een gasleveringsonderneming rond leveringen via voormeld aansluitingspunt, een aanvraag in te dienen bij de FOD Economie, ten laatste op 31 juli 2023, die minstens de volgende gegevens bevat:
1° de naam en de voornaam van de aanvrager;
2° het rijksregisternummer van de aanvrager;
3° het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager;
4° de EAN-code van het aansluitingspunt;
5° het adres van het EAN aansluitingspunt;
6° een kopie van de meest recente voorschot- of afrekeningsfactuur van het voormeld gasleveringscontract en
7° een verklaring op eer van voormelde natuurlijke persoon of rechtspersoon dat de aanvrager bijdroeg in de kosten van de gaslevering.
De betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon is ertoe gehouden om de aanvrager op eenvoudig verzoek de gegevens te verschaffen vermeld in het eerste lid, 4° tot 7°.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvragen bedoeld in het eerste lid 1.
Over de aanvragen, ingediend overeenkomstig lid 1, wordt onverwijld beslist na de ontvangst ervan.
De beslissing rond de aanvragen overeenkomstig het eerste lid wordt ter kennis gegeven aan de Thesaurie die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie via overschrijving.
§ 2. De toekenning van het bedrag van de federale gaspremie aan de rechthebbenden, andere dan de rechthebbenden vermeld in paragraaf 1, die opgenomen zijn in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, geschiedt automatisch en wordt verrekend met een voorschot- of afrekeningsfactuur of via kredietnota of via een afzonderlijke communicatie in de periode vóór 1 april 2023. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert.
Ongeacht of er een levering van gas heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale gaspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale gaspremie wordt verrekend krachtens het eerste lid lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale gaspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 april 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 april 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur bedoeld in het eerste lid;
3° via verrekening met openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het derde lid, 2° en 3° nog een resterend bedrag van de federale gaspremie toekomt, maakt de leveringsonderneming dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbende bedoeld in paragaaf 2, aan wie geen federale gaspremie werd toegekend overeenkomstig dezelfde paragraaf, kan daartoe vanaf 23 april 2023 tot en met 31 juli 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig lid 1.
Over de aanvragen overeenkomstig lid 1, wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan.
De beslissing rond de aanvragen overeenkomstig lid 1,wordt ter kennis gegeven aan de leveringsonderneming, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekenings- factuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
§ 4. In het geval waarin de leveringsonderneming niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leveringsonderneming de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. Bij de toekenning van de federale gaspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leveringsonderneming duidelijk de manier van verrekening van de federale gaspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket gas 2023".
Elke leveringsonderneming voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving, naar aanleiding van elke uitkering van de federale gaspremie, die luidt: "Het federaal basispakket gas van 135 euro per maand wordt u voor [...] toegekend door de Federale Overheid in het kader van de hoge energieprijzen" en die door de leveringsonderneming aangevuld wordt met de maand of maanden, "januari 2023", "februari 2023" en/of "maart 2023", waarop de uitkering van de federale gaspremie betrekking heeft;
2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale gaspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale gaspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale gaspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
1° de naam en de voornaam van de aanvrager;
2° het rijksregisternummer van de aanvrager;
3° het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager;
4° de EAN-code van het aansluitingspunt;
5° het adres van het EAN aansluitingspunt;
6° een kopie van de meest recente voorschot- of afrekeningsfactuur van het voormeld gasleveringscontract en
7° een verklaring op eer van voormelde natuurlijke persoon of rechtspersoon dat de aanvrager bijdroeg in de kosten van de gaslevering.
De betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon is ertoe gehouden om de aanvrager op eenvoudig verzoek de gegevens te verschaffen vermeld in het eerste lid, 4° tot 7°.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvragen bedoeld in het eerste lid 1.
Over de aanvragen, ingediend overeenkomstig lid 1, wordt onverwijld beslist na de ontvangst ervan.
De beslissing rond de aanvragen overeenkomstig het eerste lid wordt ter kennis gegeven aan de Thesaurie die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie via overschrijving.
§ 2. De toekenning van het bedrag van de federale gaspremie aan de rechthebbenden, andere dan de rechthebbenden vermeld in paragraaf 1, die opgenomen zijn in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, geschiedt automatisch en wordt verrekend met een voorschot- of afrekeningsfactuur of via kredietnota of via een afzonderlijke communicatie in de periode vóór 1 april 2023. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert.
Ongeacht of er een levering van gas heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale gaspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale gaspremie wordt verrekend krachtens het eerste lid lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale gaspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 april 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 april 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur bedoeld in het eerste lid;
3° via verrekening met openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het derde lid, 2° en 3° nog een resterend bedrag van de federale gaspremie toekomt, maakt de leveringsonderneming dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbende bedoeld in paragaaf 2, aan wie geen federale gaspremie werd toegekend overeenkomstig dezelfde paragraaf, kan daartoe vanaf 23 april 2023 tot en met 31 juli 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig lid 1.
Over de aanvragen overeenkomstig lid 1, wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan.
De beslissing rond de aanvragen overeenkomstig lid 1,wordt ter kennis gegeven aan de leveringsonderneming, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekenings- factuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
§ 4. In het geval waarin de leveringsonderneming niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leveringsonderneming de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. Bij de toekenning van de federale gaspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leveringsonderneming duidelijk de manier van verrekening van de federale gaspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket gas 2023".
Elke leveringsonderneming voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving, naar aanleiding van elke uitkering van de federale gaspremie, die luidt: "Het federaal basispakket gas van 135 euro per maand wordt u voor [...] toegekend door de Federale Overheid in het kader van de hoge energieprijzen" en die door de leveringsonderneming aangevuld wordt met de maand of maanden, "januari 2023", "februari 2023" en/of "maart 2023", waarop de uitkering van de federale gaspremie betrekking heeft;
2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale gaspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale gaspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale gaspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
Art. 13. § 1er. Pour l'octroi de la prime fédérale de gaz, l'ayant droit qui consomme du gaz avec plusieurs familles ou ménages via le même point de raccordement EAN du réseau de distribution de gaz naturel, doit introduire au plus tard le 31 juillet 2023, en collaboration avec la personne physique ou morale qui, au 31 décembre 2022, avait conclu un contrat de fourniture de gaz avec une entreprise de fourniture de gaz concernant les livraisons via le point de raccordement susmentionné, une demande auprès du SPF Economie, qui contient au moins les données suivantes:
1° le nom et le prénom du demandeur;
2° le numéro de registre national du demandeur;
3° l'adresse de la résidence principale du demandeur;
4° le code EAN du point de raccordement;
5° l'adresse du point de raccordement EAN;
6° une copie de la plus récente facture d'acompte ou de décompte relative au contrat de fourniture de gaz susmentionné; et
7° une déclaration sur l'honneur de la personne physique ou morale susmentionnée selon laquelle le demandeur a contribué aux coûts de la fourniture de gaz.
La personne physique ou morale concernée est tenue de fournir au demandeur les données visées à l'alinéa 1er, 4° à 7°, sur simple demande.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à fournir sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise sans délai après leur réception.
La décision sur les demandes conformément à l'alinéa 1er, est notifiée au Trésorerie, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz par virement bancaire.
§ 2. L'attribution du montant de la prime fédérale de gaz se fait de manière automatique aux ayants droit, autre que ceux mentionnés au paragraphe 1, qui sont inscrits sur la liste établie en application de l'article 21, § 1er, et est réglée sur une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée dans la période antérieure au 1er avril 2023. L'attribution de la prime est communiquée avant la même date par une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée attestant la date d'attribution.
La prime fédérale de gaz est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture de gaz ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale de gaz est réglée en vertu de l'alinéa 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale de gaz est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement bancaire transféré au plus tard le 18 avril 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er avril 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte faisant suite à la facture correspondante visée à l'alinéa 1er;
3° par compensation des dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale de gaz reste dû aux ayants droits après l'application de l'alinéa 3, 2° et 3°, l'entreprise de fourniture transfère immédiatement ce montant aux ayants droits par virement.
§ 3. Les ayant droit mentionné au paragraphe 2, auquel aucune prime fédérale de gaz n'a été accordée conformément au même paragraphe peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 avril 2023 au 31 juillet 2023 inclus.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise dans un délai d'un mois à compter de leur réception.
La décision sur les demandes conformément à l'alinéa 1er, est notifiée à l'entreprise de fourniture, via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er, ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation des dettes en cours.
§ 4. Dans le cas où l' entreprise de fourniture ne dispose pas des données de paiement de l'ayant droit, l'entreprise de fourniture demande à l'ayant droit, par son canal de communication habituel, de transférer les données de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale de gaz, telle que prévue aux paragraphes 1er et 2, l'entreprise de fourniture indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale de gaz, en incluant la mention "Forfait de base fédéral de gaz 2023".
Chaque entreprise de fourniture prévoit également une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit. Cette communication comprend:
1° la mention, suite à toute allocation de la prime fédérale de gaz, qui se lit: "Le forfait de base fédéral de gaz de 135 euros par mois vous est accordé pour [...] par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie" et qui est complétée par l'entreprise de fourniture avec le ou les mois, "janvier 2023", "février 2023" et/ou "mars 2023", auxquels se rapporte l'allocation de la prime fédérale de gaz;
2° des informations complémentaires sur les modalités d'octroi de la prime fédérale de gaz pour l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale de gaz, avec une référence au site web du SPF Economie avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale de gaz ne peut pas faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit, nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
1° le nom et le prénom du demandeur;
2° le numéro de registre national du demandeur;
3° l'adresse de la résidence principale du demandeur;
4° le code EAN du point de raccordement;
5° l'adresse du point de raccordement EAN;
6° une copie de la plus récente facture d'acompte ou de décompte relative au contrat de fourniture de gaz susmentionné; et
7° une déclaration sur l'honneur de la personne physique ou morale susmentionnée selon laquelle le demandeur a contribué aux coûts de la fourniture de gaz.
La personne physique ou morale concernée est tenue de fournir au demandeur les données visées à l'alinéa 1er, 4° à 7°, sur simple demande.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à fournir sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise sans délai après leur réception.
La décision sur les demandes conformément à l'alinéa 1er, est notifiée au Trésorerie, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz par virement bancaire.
§ 2. L'attribution du montant de la prime fédérale de gaz se fait de manière automatique aux ayants droit, autre que ceux mentionnés au paragraphe 1, qui sont inscrits sur la liste établie en application de l'article 21, § 1er, et est réglée sur une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée dans la période antérieure au 1er avril 2023. L'attribution de la prime est communiquée avant la même date par une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée attestant la date d'attribution.
La prime fédérale de gaz est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture de gaz ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale de gaz est réglée en vertu de l'alinéa 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale de gaz est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement bancaire transféré au plus tard le 18 avril 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er avril 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte faisant suite à la facture correspondante visée à l'alinéa 1er;
3° par compensation des dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale de gaz reste dû aux ayants droits après l'application de l'alinéa 3, 2° et 3°, l'entreprise de fourniture transfère immédiatement ce montant aux ayants droits par virement.
§ 3. Les ayant droit mentionné au paragraphe 2, auquel aucune prime fédérale de gaz n'a été accordée conformément au même paragraphe peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 avril 2023 au 31 juillet 2023 inclus.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise dans un délai d'un mois à compter de leur réception.
La décision sur les demandes conformément à l'alinéa 1er, est notifiée à l'entreprise de fourniture, via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er, ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation des dettes en cours.
§ 4. Dans le cas où l' entreprise de fourniture ne dispose pas des données de paiement de l'ayant droit, l'entreprise de fourniture demande à l'ayant droit, par son canal de communication habituel, de transférer les données de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale de gaz, telle que prévue aux paragraphes 1er et 2, l'entreprise de fourniture indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale de gaz, en incluant la mention "Forfait de base fédéral de gaz 2023".
Chaque entreprise de fourniture prévoit également une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit. Cette communication comprend:
1° la mention, suite à toute allocation de la prime fédérale de gaz, qui se lit: "Le forfait de base fédéral de gaz de 135 euros par mois vous est accordé pour [...] par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie" et qui est complétée par l'entreprise de fourniture avec le ou les mois, "janvier 2023", "février 2023" et/ou "mars 2023", auxquels se rapporte l'allocation de la prime fédérale de gaz;
2° des informations complémentaires sur les modalités d'octroi de la prime fédérale de gaz pour l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale de gaz, avec une référence au site web du SPF Economie avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale de gaz ne peut pas faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit, nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
Art. 14. In afwijking van de voorafgaande bepalingen van deze afdeling wordt, voor de rechthebbenden met een budgetmeter, de federale gaspremie toegekend op een van de volgende manieren:
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gegeven wordt van de leveringsonderneming via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2024;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2024;
- via verrekening met openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2024.
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023.
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gegeven wordt van de leveringsonderneming via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2024;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2024;
- via verrekening met openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2024.
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 21, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2023.
Art. 14. Par dérogation aux dispositions précédentes de la présente section, pour les ayants droit disposant d'un compteur budgétaire, la prime fédérale de gaz est accordée selon l'une des modalités suivantes:
- par le biais du décompte annuel suivant le moment où l'attribution est notifiée à l'entreprise de fourniture par le biais des listes établies en vertu de l' article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2024;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2024;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes établies en vertu des articles 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023, et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2024.
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits via la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023.
- par le biais du décompte annuel suivant le moment où l'attribution est notifiée à l'entreprise de fourniture par le biais des listes établies en vertu de l' article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2024;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2024;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes établies en vertu des articles 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023, et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2024.
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 21, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits via la liste établie en vertu de l'article 21, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2023.
Art. 15. De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 21, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 13, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 juni 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 juni 2023.
De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 21, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 13, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 november 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 november 2023.
De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 21, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 13, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 november 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 november 2023.
Art. 15. Les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 21, § 1er, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par l'entreprise de fourniture en vertu de l'article 13, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 juin 2023, n'ont plus droit à l'octroi de la prime fédérale de gaz après le 15 juin 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste conformément à l'article 21, § 2, qui, à la suite d'une demande de transmission des données de paiement par l'entreprise de fourniture conformément à l'article 13, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 novembre 2023, n'ont plus droit à l'octroi de la prime fédérale de gaz après le 15 novembre 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste conformément à l'article 21, § 2, qui, à la suite d'une demande de transmission des données de paiement par l'entreprise de fourniture conformément à l'article 13, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 novembre 2023, n'ont plus droit à l'octroi de la prime fédérale de gaz après le 15 novembre 2023.
Afdeling 4. - De financiering van de federale gaspremie
Section 4. - Le financement de la prime fédérale de gaz
Art. 16. § 1. De financiering van de federale gaspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 15/11, paragraaf 1ter, 3°, eerste lid van de Gaswet.
§ 2. De leveringsondernemingen en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 februari 2023 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 februari 2023 wordt het in het eerste lid vermelde bedrag door de commissie aan de leveringsondernemingen gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het Fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3° van de Gaswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveringsondernemingen op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leveringsonderneming per 30 september 2022.
Wanneer een leveringsonderneming wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leveringsonderneming had moeten gestort worden, toegewezen aan de noodleverancier(s). Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor de leveringsonderneming voor gas van de activiteiten bedoeld in deze wet, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. De leveringsondernemingen en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 februari 2023 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 februari 2023 wordt het in het eerste lid vermelde bedrag door de commissie aan de leveringsondernemingen gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het Fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3° van de Gaswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveringsondernemingen op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leveringsonderneming per 30 september 2022.
Wanneer een leveringsonderneming wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leveringsonderneming had moeten gestort worden, toegewezen aan de noodleverancier(s). Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor de leveringsonderneming voor gas van de activiteiten bedoeld in deze wet, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
Art. 16. § 1er. Le financement de la prime fédérale de gaz est à charge du budget de l'Etat, qui affecte les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 15/11, paragraphe 1ter, alinéa 1er, 3°, de la Loi Gaz.
§ 2. Les entreprises de fourniture et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 février 2023, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 février 2023, le montant visé à l'alinéa 1er est versé par la commission aux entreprises de fourniture à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le Fonds visé à l'article 15/11, § 1ter, alinéa 1er, 3° de la Loi Gaz et sera réparti proportionnellement entre les entreprises de fourniture en fonction de la part des clients résidentiels de chaque entreprise de fourniture au 30 septembre 2022.
Lorsqu'une entreprise de fourniture est remplacée par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée à l'alinéa 2, la part qui aurait dû être versée à l'entreprise de fourniture est attribuée au(x) fournisseur(s) de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour l'entreprise de fourniture de gaz des activités visées par la présente loi, et de leur intervention en vue de leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnisation, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour prouver qu'elles remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
§ 2. Les entreprises de fourniture et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 février 2023, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 février 2023, le montant visé à l'alinéa 1er est versé par la commission aux entreprises de fourniture à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le Fonds visé à l'article 15/11, § 1ter, alinéa 1er, 3° de la Loi Gaz et sera réparti proportionnellement entre les entreprises de fourniture en fonction de la part des clients résidentiels de chaque entreprise de fourniture au 30 septembre 2022.
Lorsqu'une entreprise de fourniture est remplacée par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée à l'alinéa 2, la part qui aurait dû être versée à l'entreprise de fourniture est attribuée au(x) fournisseur(s) de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour l'entreprise de fourniture de gaz des activités visées par la présente loi, et de leur intervention en vue de leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnisation, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour prouver qu'elles remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
HOOFDSTUK 5. - Verwerking van persoonsgegevens
CHAPITRE 5. - Traitement des données à caractère personnel
Art. 17. § 1. De FOD Economie coördineert en organiseert de uitwisseling van de nodige gegevens voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie met de leveranciers bedoeld in artikel 5, §§ 1 en 2,, de leveringsondernemingen bedoeld in artikel 12, §§ 1 en 2, de distributienetbeheerders, het Rijksregister, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en met de commissie.
De toekenning van de federale elektriciteits- en gaspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het Rijksregister.
§ 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op 17 januari 2023, de volgende gegevens:
1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 31 december 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van de leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
2° bij de leveringsondernemingen: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 31 december 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
3° bij de distributienet-beheerders voor elektriciteit: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 31 december 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
4° bij de distributienet-beheerders voor gas: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 31 december 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de gaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
§ 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers en de leveringsondernemingen voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd.
§ 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de lijst van de leveranciers en de leveringsondernemingen en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 19;
2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 20;
3° de omzetting tussen enerzijds het nummer van het Rijksregister en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers en de leveringsondernemingen aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in deze wet;
4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;
5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 21, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 21, § 2.
§ 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 6 en door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 13.
De toekenning van de federale elektriciteits- en gaspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het Rijksregister.
§ 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op 17 januari 2023, de volgende gegevens:
1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 31 december 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van de leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
2° bij de leveringsondernemingen: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 31 december 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
3° bij de distributienet-beheerders voor elektriciteit: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 31 december 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
4° bij de distributienet-beheerders voor gas: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 31 december 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling in het kader van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de gaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
§ 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers en de leveringsondernemingen voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd.
§ 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de lijst van de leveranciers en de leveringsondernemingen en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 19;
2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 20;
3° de omzetting tussen enerzijds het nummer van het Rijksregister en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers en de leveringsondernemingen aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in deze wet;
4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;
5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 21, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 21, § 2.
§ 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 6 en door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 13.
Art. 17. § 1. Le SPF Economie coordonne et organise l'échange des données nécessaires à l'application de la prime fédérale d'électricité et de gaz avec les fournisseurs visés à l'article 5, §§ 1er et 2, les entreprises de fourniture visées à l'article 12, §§ 1 et 2, les gestionnaires de réseau de distribution, le Registre national, la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale et avec la commission.
L'attribution de la prime fédérale d'électricité et de gaz est automatique si les données requises pour cette demande sont disponibles dans le Registre national.
§ 2. Au plus tard le 17 janvier 2023, le SPF Economie rassemble les données suivantes:
1° auprès des fournisseurs: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 décembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification au titre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
2° auprès des les entreprises de fourniture: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 décembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification au titre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
3° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 31 décembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification dans le cadre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
4° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution de gaz: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 31 décembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification dans le cadre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
§ 3. Le SPF Economie est chargé de la conversion entre le numéro du registre national d'une part, et l'identifiant unique utilisé par les fournisseurs et les entreprises de fourniture pour identifier leurs clients résidentiels d'autre part, et vice versa.
§ 4. Une base de données est créée au sein du SPF Economie contenant les données suivantes:
1° la liste des fournisseurs et des entreprises de fourniture et les données communiquées par ceux-ci conformément à l'article 19;
2° les données communiquées par le Registre national conformément à l'article 20;
3° la conversion entre, d'une part, le numéro du Registre national et, d'autre part, l'identifiant unique attribué par les fournisseurs et les entreprises de fourniture à leur client résidentiel, selon les conditions prévues par la présente loi;
4° les données non personnalisées nécessaires à la gestion de la base de données;
5° la liste des clients résidentiels figurant sur la liste visée à l'article 21, § 1er, et ceux figurant sur la liste visée à l'article 21, § 2.
§ 5 Le SPF Economie peut traiter les données personnelles fournies par le client résidentiel conformément à l'article 6 et par le client résidentiel conformément à l'article 13.
L'attribution de la prime fédérale d'électricité et de gaz est automatique si les données requises pour cette demande sont disponibles dans le Registre national.
§ 2. Au plus tard le 17 janvier 2023, le SPF Economie rassemble les données suivantes:
1° auprès des fournisseurs: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 décembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification au titre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
2° auprès des les entreprises de fourniture: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 décembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification au titre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
3° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 31 décembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification dans le cadre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
4° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution de gaz: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 31 décembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification dans le cadre de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
§ 3. Le SPF Economie est chargé de la conversion entre le numéro du registre national d'une part, et l'identifiant unique utilisé par les fournisseurs et les entreprises de fourniture pour identifier leurs clients résidentiels d'autre part, et vice versa.
§ 4. Une base de données est créée au sein du SPF Economie contenant les données suivantes:
1° la liste des fournisseurs et des entreprises de fourniture et les données communiquées par ceux-ci conformément à l'article 19;
2° les données communiquées par le Registre national conformément à l'article 20;
3° la conversion entre, d'une part, le numéro du Registre national et, d'autre part, l'identifiant unique attribué par les fournisseurs et les entreprises de fourniture à leur client résidentiel, selon les conditions prévues par la présente loi;
4° les données non personnalisées nécessaires à la gestion de la base de données;
5° la liste des clients résidentiels figurant sur la liste visée à l'article 21, § 1er, et ceux figurant sur la liste visée à l'article 21, § 2.
§ 5 Le SPF Economie peut traiter les données personnelles fournies par le client résidentiel conformément à l'article 6 et par le client résidentiel conformément à l'article 13.
Art. 18. De rechthebbende heeft het recht zich kosteloos te verzetten tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens met het oog op de automatische toekenning van de federale elektriciteits- of gaspremie, middels een gedateerde en ondertekende kennisgeving hiervan aan zijn leverancier of leveringsonderneming.
De leveranciers en leveringsondernemingen halen de gegevens van de huishoudelijke afnemers die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonsgegevens door derde partijen in het kader van deze wet, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 17.
De leveranciers en leveringsondernemingen halen de gegevens van de huishoudelijke afnemers die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonsgegevens door derde partijen in het kader van deze wet, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 17.
Art. 18. L'ayant droit a le droit de s'opposer, sans frais, au traitement de ses données à caractère personnel aux fins de l'attribution automatique de la prime fédérale d'électricité ou de gaz, au moyen d'une notification datée et signée adressée à son fournisseur ou à son entreprise de fourniture.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture extraient les données des clients résidentiels qui ont exercé le droit de s'opposer au traitement de leurs données à caractère personnel par des tiers dans le cadre de la présente loi des données à communiquer au SPF Economie conformément à l'article 17.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture extraient les données des clients résidentiels qui ont exercé le droit de s'opposer au traitement de leurs données à caractère personnel par des tiers dans le cadre de la présente loi des données à communiquer au SPF Economie conformément à l'article 17.
Art. 19. § 1. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 17 januari 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers op 31 december 2022:
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vaste of variabele prijs
10° desgevallend, het statuut van residentiële beschermde afnemer die geniet van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas.
11° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie.
12° Indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 18 bedoelde recht.
§ 2. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 april 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die voorafgaand aan 30 april 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel
10° het statuut van residentiële afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie.
11° de datum van uitbetaling of toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 18 bedoelde recht.
§ 3. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 november 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die vanaf 30 april 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel;
10° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 18 bedoelde recht.
§ 4. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie, gebruiken de leveranciers en leveringsondernemingen een unieke identificator met het oog op de identificatie van de huishoudelijke afnemers.
§ 5. De leveranciers en leveringsondernemingen kunnen de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 21, § 1 of § 2.
§ 6. Iedere leverancier en leveringsonderneming houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie.
§ 7. De leveranciers en leveringsondernemingen verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in paragrafen 1 tot en met 3, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 6, § 3 of artikel 13, § 3.
§ 8. De commissie verstrekt op verzoek van de FOD Economie de gegevens rond de beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet en in artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet die noodzakelijk zijn met het oog op de toepassing van artikel 4, § 2, 4° en artikel 11, § 2, 4°.
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vaste of variabele prijs
10° desgevallend, het statuut van residentiële beschermde afnemer die geniet van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas.
11° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie.
12° Indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 18 bedoelde recht.
§ 2. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 april 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die voorafgaand aan 30 april 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel
10° het statuut van residentiële afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie.
11° de datum van uitbetaling of toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 18 bedoelde recht.
§ 3. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 november 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die vanaf 30 april 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel;
10° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 18 bedoelde recht.
§ 4. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie, gebruiken de leveranciers en leveringsondernemingen een unieke identificator met het oog op de identificatie van de huishoudelijke afnemers.
§ 5. De leveranciers en leveringsondernemingen kunnen de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 21, § 1 of § 2.
§ 6. Iedere leverancier en leveringsonderneming houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie.
§ 7. De leveranciers en leveringsondernemingen verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in paragrafen 1 tot en met 3, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 6, § 3 of artikel 13, § 3.
§ 8. De commissie verstrekt op verzoek van de FOD Economie de gegevens rond de beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet en in artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet die noodzakelijk zijn met het oog op de toepassing van artikel 4, § 2, 4° en artikel 11, § 2, 4°.
Art. 19. § 1er. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, au plus tard le 17 janvier 2023, les données suivantes de leurs clients résidentiels au 31 décembre 2022:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: prix fixe ou variable
10° le cas échéant, le statut de client résidentiel protégé bénéficiant des prix maximums pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel.
11° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz.
12° Si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils déclarent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 18.
§ 2. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 30 avril 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime avant le 30 avril 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable
10° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz.
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des informations suivantes, ils déclarent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 18.
§ 3. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 30 novembre 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime à partir du 30 avril 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable
10° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils mentionnent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 18.
§ 4. Dans la mesure où cela s'avère nécessaire pour l'application de la prime fédérale d'électricité et de gaz, les fournisseurs et les entreprises de fourniture utilisent un identifiant unique pour identifier les clients résidentiels.
§ 5. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture peuvent traiter les données à caractère personnel fournies par le SPF Economie conformément à l'article 21, § 1 ou § 2.
§ 6. Chaque fournisseur et entreprise de fourniture tient à la disposition de la commission la liste des ayants droit fournie par le SPF Economie.
§ 7. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture fournissent, à la demande du SPF Economie, les données visées aux paragraphes 1 à 3 en ce qui concerne l'attribution non automatique conformément à l'article 6, § 3 ou à l'article 13, § 3.
§ 8. A la demande du SPF Economie, la commission fournit les données relatives aux clients résidentiels protégés visés à l'article 20, § 2/1, de la Loi Electricité et à l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz qui sont nécessaires en vue de l'application de l'article 4, § 2, 4° et de l'article 11, § 2, 4°.
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: prix fixe ou variable
10° le cas échéant, le statut de client résidentiel protégé bénéficiant des prix maximums pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel.
11° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz.
12° Si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils déclarent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 18.
§ 2. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 30 avril 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime avant le 30 avril 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable
10° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz.
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des informations suivantes, ils déclarent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 18.
§ 3. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 30 novembre 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime à partir du 30 avril 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable
10° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils mentionnent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 18.
§ 4. Dans la mesure où cela s'avère nécessaire pour l'application de la prime fédérale d'électricité et de gaz, les fournisseurs et les entreprises de fourniture utilisent un identifiant unique pour identifier les clients résidentiels.
§ 5. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture peuvent traiter les données à caractère personnel fournies par le SPF Economie conformément à l'article 21, § 1 ou § 2.
§ 6. Chaque fournisseur et entreprise de fourniture tient à la disposition de la commission la liste des ayants droit fournie par le SPF Economie.
§ 7. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture fournissent, à la demande du SPF Economie, les données visées aux paragraphes 1 à 3 en ce qui concerne l'attribution non automatique conformément à l'article 6, § 3 ou à l'article 13, § 3.
§ 8. A la demande du SPF Economie, la commission fournit les données relatives aux clients résidentiels protégés visés à l'article 20, § 2/1, de la Loi Electricité et à l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz qui sont nécessaires en vue de l'application de l'article 4, § 2, 4° et de l'article 11, § 2, 4°.
Art. 20. § 1 Voor de uitvoering van zijn opdrachten omschreven in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, beschikt de FOD Economie over:
1° het recht op toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen, overeenkomstig artikel 5, § 1, van dezelfde wet;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
§ 2. Het Rijksregister geeft de volgende gegevens door, overeenkomstig de nadere regels in paragraaf § 1:
1° de naam en voornamen;
2° de hoofdverblijfplaats;
3° het geslacht;
4° de geboortedatum;
5° de overlijdensdatum;
6° de samenstelling van het gezin;
7° het identificatienummer;
8° de datum van de laatste bijwerking.
1° het recht op toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen, overeenkomstig artikel 5, § 1, van dezelfde wet;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
§ 2. Het Rijksregister geeft de volgende gegevens door, overeenkomstig de nadere regels in paragraaf § 1:
1° de naam en voornamen;
2° de hoofdverblijfplaats;
3° het geslacht;
4° de geboortedatum;
5° de overlijdensdatum;
6° de samenstelling van het gezin;
7° het identificatienummer;
8° de datum van de laatste bijwerking.
Art. 20. § 1 Pour l'exécution de ses missions décrites dans la présente loi et ses arrêtés d'exécution, le SPF Economie dispose:
1° du droit d'accéder aux informations visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 9°, et à l'alinéa 2 de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, conformément à l'article 5, § 1er, de la même loi;
2° du droit d'utiliser le numéro d'identification du registre national.
§ 2. le Registre national transmet les données suivantes, selon les modalités prévues au § 1er:
1° le nom et prénoms;
2° le lieu de résidence principale;
3° le sexe;
4° la date de naissance;
5° la date du décès;
6° la composition de la famille;
7° le numéro d'identification;
8° la date de la dernière mise à jour.
1° du droit d'accéder aux informations visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 9°, et à l'alinéa 2 de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, conformément à l'article 5, § 1er, de la même loi;
2° du droit d'utiliser le numéro d'identification du registre national.
§ 2. le Registre national transmet les données suivantes, selon les modalités prévues au § 1er:
1° le nom et prénoms;
2° le lieu de résidence principale;
3° le sexe;
4° la date de naissance;
5° la date du décès;
6° la composition de la famille;
7° le numéro d'identification;
8° la date de la dernière mise à jour.
Art. 21. § 1. Uiterlijk op 10 februari 2023 deelt de FOD Economie aan de leveranciers belast met de uitbetaling krachtens artikel 5 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leverancier overeenkomstig artikel 19, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, en die de volgende gegevens bevat:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie.
Uiterlijk op 10 februari 2023 deelt de FOD Economie aan de leveringsondernemingen belast met de uitbetaling krachtens artikel 12 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leverancier overeenkomstig artikel 19, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, en bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie.
§ 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 6, § 3 een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 6, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale elektriciteitspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie;
6° het bankrekeningnummer voor overschrijving.
De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 13, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 13, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale gaspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie;
6° het bankrekeningnummer voor de overschrijving.
§ 3. De lijsten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor het recht op de terugbetalingen bedoeld in artikel 9, § 2, en in artikel 16, § 2.
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie.
Uiterlijk op 10 februari 2023 deelt de FOD Economie aan de leveringsondernemingen belast met de uitbetaling krachtens artikel 12 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leverancier overeenkomstig artikel 19, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, en bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie.
§ 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 6, § 3 een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 6, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale elektriciteitspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie;
6° het bankrekeningnummer voor overschrijving.
De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 13, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 13, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale gaspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie;
6° het bankrekeningnummer voor de overschrijving.
§ 3. De lijsten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor het recht op de terugbetalingen bedoeld in artikel 9, § 2, en in artikel 16, § 2.
Art. 21. § 1. Au plus tard le 10 février 2023 le SPF Economie communique aux fournisseurs responsables du paiement en vertu de l'article 5 la liste des ayants droit dont le fournisseur a communiqué les coordonnées conformément à l'article 19, § 1, et y inclut les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité.
Au plus tard le 10 février 2023 le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture chargés du paiement en vertu de l'article 12 la liste des ayants droit dont les coordonnées ont été communiquées par le fournisseur conformément à l'article 19, § 1er, et comprend les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz.
§ 2. Le SPF Economie communique aux fournisseurs chargés du paiement en vertu de l'article 6, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 6, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale d'électricité. Cette liste doit contenir les informations suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement.
Le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture responsables du paiement en vertu de l'article 13, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 13, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale de gaz. Cette liste doit contenir les informations suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement.
§ 3. Les listes visées aux paragraphes 1 et 2 constituent la preuve de recevabilité du droit aux remboursements visées à l'article 9, § 2, et à l'article 16, § 2.
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité.
Au plus tard le 10 février 2023 le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture chargés du paiement en vertu de l'article 12 la liste des ayants droit dont les coordonnées ont été communiquées par le fournisseur conformément à l'article 19, § 1er, et comprend les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz.
§ 2. Le SPF Economie communique aux fournisseurs chargés du paiement en vertu de l'article 6, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 6, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale d'électricité. Cette liste doit contenir les informations suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement.
Le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture responsables du paiement en vertu de l'article 13, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 13, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale de gaz. Cette liste doit contenir les informations suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement.
§ 3. Les listes visées aux paragraphes 1 et 2 constituent la preuve de recevabilité du droit aux remboursements visées à l'article 9, § 2, et à l'article 16, § 2.
Art. 22. § 1. De FOD Economie kan de gegevens van de rechthebbende bedoeld in deze wet verwerken, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de coördinatie, zoals bedoeld in artikel 17.
De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister.
De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze wet.
§ 2. De leverancier bedoeld in artikel 5, en de leveringsonderneming bedoeld in artikel 12, kunnen de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling de federale elektriciteits- of gaspremie aan de rechthebbende.
De leveranciers en de leveringsondernemingen kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 21, § 1, en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De leverancier of de leveringsonderneming is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze wet.
§ 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in deze wet, inclusief de persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de federale elektriciteits- of gaspremie aan de leveranciers en leveringsondernemingen.
De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid, niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken.
De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister.
De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze wet.
§ 2. De leverancier bedoeld in artikel 5, en de leveringsonderneming bedoeld in artikel 12, kunnen de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling de federale elektriciteits- of gaspremie aan de rechthebbende.
De leveranciers en de leveringsondernemingen kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 21, § 1, en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De leverancier of de leveringsonderneming is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze wet.
§ 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in deze wet, inclusief de persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de federale elektriciteits- of gaspremie aan de leveranciers en leveringsondernemingen.
De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid, niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken.
De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
Art. 22. § 1. Le SPF Economie peut traiter les données de l'ayant droit visé par la présente loi, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches liées à la coordination visées à l'article 17.
Le SPF Economie conserve les données pendant deux ans à partir de leur communication par les fournisseurs, les gestionnaires de réseaux de distribution et le Registre national.
Le SPF Economie est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de la présente loi.
§ 2. Le fournisseur visé à l'article 5, et l'entreprise de fourniture visée à l'article 12, peuvent traiter les données des ayants droit visés au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions relatives au paiement de la prime fédérale d'électricité ou de gaz à l'ayant droit.
Les fournisseurs et l'entreprise de fourniture ne peuvent conserver le fichier transmis par le SPF Economie ou l'ayant droit, tel que visé à l'article 21, § 1er, et 2, que pendant une période d'un an, sauf si cela est nécessaire pour respecter des dispositions légales et réglementaires autres que celles prévues pour la protection de la vie privée.
Le fournisseur ou l'entreprise de fourniture est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de la présente loi.
§ 3. La commission peut traiter les données des ayants droit visés par la présente loi, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et au contrôle de la prime fédérale d'électricité ou de gaz aux fournisseurs et les entreprises de fourniture.
La commission ne conserve pas les données visées à l'alinéa 1er plus longtemps que nécessaire à l'exécution de ses missions.
La commission est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de l'alinéa 1er.
Le SPF Economie conserve les données pendant deux ans à partir de leur communication par les fournisseurs, les gestionnaires de réseaux de distribution et le Registre national.
Le SPF Economie est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de la présente loi.
§ 2. Le fournisseur visé à l'article 5, et l'entreprise de fourniture visée à l'article 12, peuvent traiter les données des ayants droit visés au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions relatives au paiement de la prime fédérale d'électricité ou de gaz à l'ayant droit.
Les fournisseurs et l'entreprise de fourniture ne peuvent conserver le fichier transmis par le SPF Economie ou l'ayant droit, tel que visé à l'article 21, § 1er, et 2, que pendant une période d'un an, sauf si cela est nécessaire pour respecter des dispositions légales et réglementaires autres que celles prévues pour la protection de la vie privée.
Le fournisseur ou l'entreprise de fourniture est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de la présente loi.
§ 3. La commission peut traiter les données des ayants droit visés par la présente loi, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et au contrôle de la prime fédérale d'électricité ou de gaz aux fournisseurs et les entreprises de fourniture.
La commission ne conserve pas les données visées à l'alinéa 1er plus longtemps que nécessaire à l'exécution de ses missions.
La commission est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 6. - Toezicht
CHAPITRE 6. - Supervision
Art. 23. De commissie ziet toe op de toepassing van deze wet overeenkomstig artikel 26 en artikel 31 van de Elektriciteitswet en overeenkomstig artikel 15/16 en artikel 20/2 van de Gaswet.
Art. 23. La commission contrôle l'application de la présente loi conformément aux articles 26 et 31 de la Loi Electricité et conformément aux articles 15/16 et 20/2 de la Loi Gaz.
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bijdrage energie
CHAPITRE 7. - Cotisation spéciale énergie
Afdeling 1. - Bijzondere bijdrage energie met betrekking tot de tweede federale elektriciteits- en gaspremie
Section 1re. - Cotisation spéciale énergie relative à la deuxième prime fédérale d'électricité et de gaz
Art. 24. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
1° premie: de federale elektriciteitspremie als bedoeld in artikel 4 en de federale gaspremie als bedoeld in artikel 11;
2° persoon die de premie heeft verkregen:
a) wanneer het een premie betreft die wordt verrekend op een factuur, wordt opgenomen in een kredietnota of wordt vermeld in de afzonderlijke communicatie als bedoeld in de artikelen 6 en 13: de residentiële afnemer vermeld op de factuur, op de kredietnota of op de afzonderlijke communicatie;
b) wanneer het een premie betreft die wordt uitbetaald door de noodleverancier zonder verrekening op een factuur of opname in een kredietnota: de residentiële afnemer waarvoor de noodleverancier overeenkomstig artikel 5, § 2, of artikel 12, § 2, tussenkomt;
c) in het in artikel 13, § 1, bedoelde geval: de persoon die de premie aanvraagt;
3° jaar van toekenning van de premie: het belastbaar tijdperk inzake inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 360 van het Wetboek waarin de premie of een gedeelte ervan:
a) wordt verrekend op een factuur in de mate dat die verrekening geen aanleiding geeft tot een negatief bedrag;
b) op openstaande schulden wordt aangerekend;
c) wordt uitbetaald bij overschrijving;
d) wordt bijgeschreven op het actief krediet van een budgetmeter.
Het jaar van de toekenning van de premie wordt desgevallend bepaald per gedeelte van de premie dat wordt toegekend in de zin van het eerste lid;
4° het Wetboek: het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
5° inkomstenbelastingen: de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners als bedoeld in respectievelijk artikel 1, § 1, 1° en 4°, van het Wetboek;
6° inkomen: het totale netto-inkomen zoals het voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, in de inkomstenbelastingen wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 103 en 129/1 of de artikelen 228 tot 232, 235, 237, 238, 240ter en 240quater, van het Wetboek, met uitsluiting van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek die geen beroepskarakter hebben;
7° echtgenoot: een persoon die gehuwd is of wettelijk samenwoont;
8° gemeenschappelijke aanslag: een aanslag inzake inkomstenbelastingen ten name van de beide echtgenoten;
9° persoon ten laste: de persoon voor wie bij toepassing van de artikelen 132, 132bis, 136 tot 145, 244bis, en 546, van het Wetboek, voor de berekening van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, een toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend.
In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de toeslag op de belastingvrije som geacht te zijn toegekend aan beide echtgenoten samen;
10° kind in een co-ouderschapsregeling: een kind voor wie bij toepassing van artikel 132bis, tweede lid, van het Wetboek de helft van de in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, van het Wetboek, bedoelde toeslagen is toegekend;
11° gemiddelde aanslagvoet: de gemiddelde aanslagvoet als bedoeld in artikel 171, 6°, van het Wetboek die in het aanslagbiljet in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar verbonden met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 wordt vastgesteld.
1° premie: de federale elektriciteitspremie als bedoeld in artikel 4 en de federale gaspremie als bedoeld in artikel 11;
2° persoon die de premie heeft verkregen:
a) wanneer het een premie betreft die wordt verrekend op een factuur, wordt opgenomen in een kredietnota of wordt vermeld in de afzonderlijke communicatie als bedoeld in de artikelen 6 en 13: de residentiële afnemer vermeld op de factuur, op de kredietnota of op de afzonderlijke communicatie;
b) wanneer het een premie betreft die wordt uitbetaald door de noodleverancier zonder verrekening op een factuur of opname in een kredietnota: de residentiële afnemer waarvoor de noodleverancier overeenkomstig artikel 5, § 2, of artikel 12, § 2, tussenkomt;
c) in het in artikel 13, § 1, bedoelde geval: de persoon die de premie aanvraagt;
3° jaar van toekenning van de premie: het belastbaar tijdperk inzake inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 360 van het Wetboek waarin de premie of een gedeelte ervan:
a) wordt verrekend op een factuur in de mate dat die verrekening geen aanleiding geeft tot een negatief bedrag;
b) op openstaande schulden wordt aangerekend;
c) wordt uitbetaald bij overschrijving;
d) wordt bijgeschreven op het actief krediet van een budgetmeter.
Het jaar van de toekenning van de premie wordt desgevallend bepaald per gedeelte van de premie dat wordt toegekend in de zin van het eerste lid;
4° het Wetboek: het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
5° inkomstenbelastingen: de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners als bedoeld in respectievelijk artikel 1, § 1, 1° en 4°, van het Wetboek;
6° inkomen: het totale netto-inkomen zoals het voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, in de inkomstenbelastingen wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 103 en 129/1 of de artikelen 228 tot 232, 235, 237, 238, 240ter en 240quater, van het Wetboek, met uitsluiting van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek die geen beroepskarakter hebben;
7° echtgenoot: een persoon die gehuwd is of wettelijk samenwoont;
8° gemeenschappelijke aanslag: een aanslag inzake inkomstenbelastingen ten name van de beide echtgenoten;
9° persoon ten laste: de persoon voor wie bij toepassing van de artikelen 132, 132bis, 136 tot 145, 244bis, en 546, van het Wetboek, voor de berekening van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, een toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend.
In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de toeslag op de belastingvrije som geacht te zijn toegekend aan beide echtgenoten samen;
10° kind in een co-ouderschapsregeling: een kind voor wie bij toepassing van artikel 132bis, tweede lid, van het Wetboek de helft van de in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, van het Wetboek, bedoelde toeslagen is toegekend;
11° gemiddelde aanslagvoet: de gemiddelde aanslagvoet als bedoeld in artikel 171, 6°, van het Wetboek die in het aanslagbiljet in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar verbonden met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 wordt vastgesteld.
Art. 24. Pour l'application de la présente section, on entend par:
1° prime: la prime fédérale d'électricité visée à l'article 4 et la prime fédérale de gaz visée à l'article 11;
2° personne qui a obtenu la prime:
a) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est imputée sur une facture, est reprise dans une note de crédit ou est mentionnée dans la communication séparée visée aux articles 6 et 13: le client résidentiel mentionné sur la facture, la note de crédit ou la communication séparée;
b) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est payée par le fournisseur de secours sans imputation sur une facture ou reprise dans une note de crédit: le client résidentiel pour lequel le fournisseur de secours intervient conformément à l'article 5, § 2, ou à l'article 12, § 2;
c) dans le cas visé à l'article 13, § 1er: la personne qui sollicite la prime;
3° année d'attribution de la prime: la période imposable en matière d'impôts sur les revenus telle que visée à l'article 360 du Code endéans laquelle la prime ou une partie de celle-ci:
a) est imputée sur une facture dans la mesure où cette imputation ne donne pas lieu à un montant négatif;
b) est imputée sur des créances en souffrance;
c) est payée par virement bancaire;
d) est rajouté au crédit actif d'un compteur à budget.
L'année d'attribution de la prime est le cas échéant déterminée par partie de la prime qui est attribuée au sens de l'alinéa 1er;
4° le Code: le Code des impôts sur les revenus 1992;
5° impôts sur les revenus: l'impôt des personnes physiques et l'impôt des non-résidents visés respectivement à l'article 1er, § 1er, 1° et 4°, du Code;
6° revenu: l'ensemble des revenus nets tel que déterminé en matière d' impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 conformément aux articles 7 à 103 et 129/1 ou aux articles 228 à 232, 235, 237, 238, 240ter et 240quater, du Code, à l'exclusion des revenus visés à l'article 17, § 1er, 1° et 2°, du Code, qui n'ont pas de caractère professionnel;
7° conjoint: une personne mariée ou un cohabitant légal;
8° imposition commune: une imposition en matière d'impôts sur les revenus au nom des deux conjoints;
9° personne à charge: la personne pour laquelle un supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est octroyé pour le calcul des impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022, en application des articles 132, 132bis, 136 à 145, 244bis, et 546, du Code;
Dans le cas d'une imposition commune le supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est censé avoir été octroyé aux deux conjoints ensemble;
10° enfant dans un régime de coparentalité: un enfant pour lequel, en application de l'article 132bis, alinéa 2, du Code, la moitié des suppléments visés à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 5°, du Code, est octroyée;
11° taux moyen: le taux moyen visé à l'article 171, 6°, du Code, qui a été déterminé dans l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022.
1° prime: la prime fédérale d'électricité visée à l'article 4 et la prime fédérale de gaz visée à l'article 11;
2° personne qui a obtenu la prime:
a) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est imputée sur une facture, est reprise dans une note de crédit ou est mentionnée dans la communication séparée visée aux articles 6 et 13: le client résidentiel mentionné sur la facture, la note de crédit ou la communication séparée;
b) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est payée par le fournisseur de secours sans imputation sur une facture ou reprise dans une note de crédit: le client résidentiel pour lequel le fournisseur de secours intervient conformément à l'article 5, § 2, ou à l'article 12, § 2;
c) dans le cas visé à l'article 13, § 1er: la personne qui sollicite la prime;
3° année d'attribution de la prime: la période imposable en matière d'impôts sur les revenus telle que visée à l'article 360 du Code endéans laquelle la prime ou une partie de celle-ci:
a) est imputée sur une facture dans la mesure où cette imputation ne donne pas lieu à un montant négatif;
b) est imputée sur des créances en souffrance;
c) est payée par virement bancaire;
d) est rajouté au crédit actif d'un compteur à budget.
L'année d'attribution de la prime est le cas échéant déterminée par partie de la prime qui est attribuée au sens de l'alinéa 1er;
4° le Code: le Code des impôts sur les revenus 1992;
5° impôts sur les revenus: l'impôt des personnes physiques et l'impôt des non-résidents visés respectivement à l'article 1er, § 1er, 1° et 4°, du Code;
6° revenu: l'ensemble des revenus nets tel que déterminé en matière d' impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 conformément aux articles 7 à 103 et 129/1 ou aux articles 228 à 232, 235, 237, 238, 240ter et 240quater, du Code, à l'exclusion des revenus visés à l'article 17, § 1er, 1° et 2°, du Code, qui n'ont pas de caractère professionnel;
7° conjoint: une personne mariée ou un cohabitant légal;
8° imposition commune: une imposition en matière d'impôts sur les revenus au nom des deux conjoints;
9° personne à charge: la personne pour laquelle un supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est octroyé pour le calcul des impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022, en application des articles 132, 132bis, 136 à 145, 244bis, et 546, du Code;
Dans le cas d'une imposition commune le supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est censé avoir été octroyé aux deux conjoints ensemble;
10° enfant dans un régime de coparentalité: un enfant pour lequel, en application de l'article 132bis, alinéa 2, du Code, la moitié des suppléments visés à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 5°, du Code, est octroyée;
11° taux moyen: le taux moyen visé à l'article 171, 6°, du Code, qui a été déterminé dans l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022.
Art. 25. § 1. Elke persoon die de premie heeft verkregen en ten name van wie een aanslag inzake inkomstenbelastingen wordt gevestigd voor het jaar van de toekenning van de premie, is een bijzondere bijdrage energie verschuldigd wanneer zijn inkomen meer bedraagt dan 62.000 euro, te verhogen met 3700 euro per persoon ten laste ander dan een kind in een co-ouderschapsregeling en met 1850 euro per kind in een co-ouderschapsregeling.
De bijzondere bijdrage energie is gelijk aan het bedrag van de premie die in het betrokken belastbare tijdperk is toegekend in de zin van artikel 24, 3°, vermenigvuldigd met anderhalve maal de gemiddelde aanslagvoet die is vastgesteld in hoofde van de persoon die de premie heeft verkregen.
Het bedrag van de overeenkomstig het tweede lid berekende bijdrage wordt afgerond tot de hogere of lagere cent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 2. In geval voor de persoon die de premie heeft verkregen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt:
1° het in paragraaf 1, eerste lid, vermelde bedrag van 62.000 euro verhoogd tot 125.000 euro;
2° voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, rekening gehouden met de som van het inkomen van beide echtgenoten;
3° voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, het bedrag van de premie vermenigvuldigd met anderhalve maal het gemiddelde van de gemiddelde aanslagvoeten vastgesteld in hoofde van elke echtgenoot.
Het in het eerste lid, 3°, bedoelde gemiddelde wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 3. Wanneer het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de in de vorige paragrafen vermelde bedragen van 62.000, 125.000, 3700 en 1850 euro verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden.
Om de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de vijftiende dag tot het belastbare tijdperk behoort, als een volledige maand in aanmerking genomen.
De overeenkomstig het eerste lid verminderde bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
De bijzondere bijdrage energie is gelijk aan het bedrag van de premie die in het betrokken belastbare tijdperk is toegekend in de zin van artikel 24, 3°, vermenigvuldigd met anderhalve maal de gemiddelde aanslagvoet die is vastgesteld in hoofde van de persoon die de premie heeft verkregen.
Het bedrag van de overeenkomstig het tweede lid berekende bijdrage wordt afgerond tot de hogere of lagere cent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 2. In geval voor de persoon die de premie heeft verkregen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt:
1° het in paragraaf 1, eerste lid, vermelde bedrag van 62.000 euro verhoogd tot 125.000 euro;
2° voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, rekening gehouden met de som van het inkomen van beide echtgenoten;
3° voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, het bedrag van de premie vermenigvuldigd met anderhalve maal het gemiddelde van de gemiddelde aanslagvoeten vastgesteld in hoofde van elke echtgenoot.
Het in het eerste lid, 3°, bedoelde gemiddelde wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 3. Wanneer het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de in de vorige paragrafen vermelde bedragen van 62.000, 125.000, 3700 en 1850 euro verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden.
Om de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de vijftiende dag tot het belastbare tijdperk behoort, als een volledige maand in aanmerking genomen.
De overeenkomstig het eerste lid verminderde bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
Art. 25. § 1er. Toute personne qui a obtenu la prime et au nom de laquelle une imposition en matière d'impôts sur les revenus est établie pour l'année d'attribution de la prime, est redevable d'une cotisation spéciale énergie lorsque son revenu s'élève à plus de 62.000 euros, majorés de 3700 euros par personne à charge autre qu'un enfant dans un régime de coparentalité et de 1850 euros par enfant dans un régime de coparentalité.
La cotisation spéciale énergie est égale au montant de la prime qui est attribuée au sens de l'article 24, 3°, multiplié par une fois et demie le taux moyen déterminé dans le chef de la personne qui a obtenu la prime.
Le montant de la cotisation calculée conformément à l'alinéa 2 est arrondi au centime supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
§ 2. Dans le cas où une imposition commune est établie pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 dans le chef de la personne qui a obtenu la prime:
1° le montant de 62.000 euros mentionné au paragraphe 1er, alinéa 1er, est porté à 125.000 euros;
2° la somme du revenu des deux conjoints est prise en compte pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° le montant de la prime est multiplié par une fois et demie la moyenne des taux moyens déterminés dans le chef de chaque conjoint pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 2.
La moyenne visée à l'alinéa 1er, 3°, est arrondi au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
§ 3. Lorsque la période imposable ne correspond pas à une année civile complète, les montants de 62.000.125.000, 3700 et 1850 euros mentionnés aux paragraphes précédents, sont réduits en proportion de la durée de la période imposable exprimée en mois par rapport à 12 mois.
Pour déterminer la durée de la période imposable exprimée en mois, chaque mois civil dont le quinzième jour appartient à la période imposable, est pris en compte comme un mois entier.
Les montants réduits conformément à l'alinéa 1er, sont arrondis au cent supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
La cotisation spéciale énergie est égale au montant de la prime qui est attribuée au sens de l'article 24, 3°, multiplié par une fois et demie le taux moyen déterminé dans le chef de la personne qui a obtenu la prime.
Le montant de la cotisation calculée conformément à l'alinéa 2 est arrondi au centime supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
§ 2. Dans le cas où une imposition commune est établie pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 dans le chef de la personne qui a obtenu la prime:
1° le montant de 62.000 euros mentionné au paragraphe 1er, alinéa 1er, est porté à 125.000 euros;
2° la somme du revenu des deux conjoints est prise en compte pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° le montant de la prime est multiplié par une fois et demie la moyenne des taux moyens déterminés dans le chef de chaque conjoint pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 2.
La moyenne visée à l'alinéa 1er, 3°, est arrondi au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
§ 3. Lorsque la période imposable ne correspond pas à une année civile complète, les montants de 62.000.125.000, 3700 et 1850 euros mentionnés aux paragraphes précédents, sont réduits en proportion de la durée de la période imposable exprimée en mois par rapport à 12 mois.
Pour déterminer la durée de la période imposable exprimée en mois, chaque mois civil dont le quinzième jour appartient à la période imposable, est pris en compte comme un mois entier.
Les montants réduits conformément à l'alinéa 1er, sont arrondis au cent supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
Art. 26. § 1. De administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen berekent het bedrag van de bijzondere bijdrage energie en vestigt de bijdrage op basis van de gegevens die haar door de FOD Economie in toepassing van artikel 28 worden verstrekt.
De administratie belast met de inning van de inkomstenbelastingen int de bijzondere bijdrage energie.
De bedragen van minder dan 2,50 euro worden niet in het kohier opgenomen. Om te bepalen of de drempel van 2,50 euro wordt bereikt, wordt rekening gehouden met de bijzondere bijdrage energie die in toepassing van artikel 58 van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis verschuldigd is voor de premie als bedoeld in artikel 57, 1°, van diezelfde wet die in hetzelfde belastbare tijdperk werd toegekend.
§ 2. Titel VII van het Wetboek is van toepassing op de bijzondere bijdrage energie.
De administratie belast met de inning van de inkomstenbelastingen int de bijzondere bijdrage energie.
De bedragen van minder dan 2,50 euro worden niet in het kohier opgenomen. Om te bepalen of de drempel van 2,50 euro wordt bereikt, wordt rekening gehouden met de bijzondere bijdrage energie die in toepassing van artikel 58 van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis verschuldigd is voor de premie als bedoeld in artikel 57, 1°, van diezelfde wet die in hetzelfde belastbare tijdperk werd toegekend.
§ 2. Titel VII van het Wetboek is van toepassing op de bijzondere bijdrage energie.
Art. 26. § 1er. L'administration en charge de l'établissement des impôts sur les revenus calcule le montant de la cotisation spéciale énergie et établit la cotisation sur base des données qui lui sont communiquées par le SPF Economie en application de l'article 28.
L'administration en charge de la perception des impôts sur les revenus perçoit la cotisation spéciale énergie.
Les montants inférieurs à 2,50 euros ne sont pas portés au rôle. Pour déterminer si le seuil de 2,50 euros est atteint, il est tenu compte de la cotisation spéciale énergie qui est due en application de l'article 58 de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l' énergie pour la prime visée à l'article 57, 1°, de ladite loi attribuée au cours de la même période imposable.
§ 2. Le titre VII du Code est applicable à la cotisation spéciale énergie.
L'administration en charge de la perception des impôts sur les revenus perçoit la cotisation spéciale énergie.
Les montants inférieurs à 2,50 euros ne sont pas portés au rôle. Pour déterminer si le seuil de 2,50 euros est atteint, il est tenu compte de la cotisation spéciale énergie qui est due en application de l'article 58 de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l' énergie pour la prime visée à l'article 57, 1°, de ladite loi attribuée au cours de la même période imposable.
§ 2. Le titre VII du Code est applicable à la cotisation spéciale énergie.
Art. 27. In afwijking van artikel 49 van het Wetboek wordt de bijzondere bijdrage energie niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt.
Art. 27. Par dérogation à l'article 49 du Code, la cotisation spéciale énergie n'est pas considérée comme des frais professionnels déductibles.
Art. 28. De FOD Economie bezorgt aan de FOD Financiën via elektronische weg voor elke persoon die de premie heeft verkregen vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de toekenning van de premie de volgende gegevens:
1° de naam en voornaam van de persoon die de premie heeft verkregen en zijn rijksregisternummer;
2° het bedrag van de premie die is toegekend in de zin van artikel 24, 3° ;
3° de datum van de toekenning van de premie in de zin van artikel 24, 3°.
1° de naam en voornaam van de persoon die de premie heeft verkregen en zijn rijksregisternummer;
2° het bedrag van de premie die is toegekend in de zin van artikel 24, 3° ;
3° de datum van de toekenning van de premie in de zin van artikel 24, 3°.
Art. 28. Le SPF Economie envoie au SPF Finances les données suivantes par voie électronique avant le 1er mars de l'année qui suit l'année d'attribution de la prime pour chaque personne qui a obtenu la prime:
1° le nom et prénom de la personne qui a obtenu la prime et son numéro de registre national;
2° le montant de la prime attribuée au sens de l'article 24, 3° ;
3° la date d'attribution de la prime au sens de l'article 24, 3°.
1° le nom et prénom de la personne qui a obtenu la prime et son numéro de registre national;
2° le montant de la prime attribuée au sens de l'article 24, 3° ;
3° la date d'attribution de la prime au sens de l'article 24, 3°.
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis
Section 2. - Modifications de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie
Art. 29. Artikel 58 van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. Wanneer het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de in de vorige paragrafen vermelde bedragen verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden.
Om de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de vijftiende dag tot het belastbare tijdperk behoort, als een volledige maand in aanmerking genomen.
De overeenkomstig het eerste lid verminderde bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.".
" § 3. Wanneer het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de in de vorige paragrafen vermelde bedragen verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden.
Om de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de vijftiende dag tot het belastbare tijdperk behoort, als een volledige maand in aanmerking genomen.
De overeenkomstig het eerste lid verminderde bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.".
Art. 29. L'article 58 de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie, est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit:
" § 3. Lorsque la période imposable ne correspond pas à une année civile complète pour une cause autre que le décès, les montants mentionnés aux paragraphes précédents, sont réduits en proportion de la durée de la période imposable exprimée en mois par rapport à 12 mois.
Pour déterminer la durée de la période imposable exprimée en mois, chaque mois civil dont le quinzième jour appartient à la période imposable, est pris en compte comme un mois entier.
Les montants réduits conformément à l'alinéa 1er, sont arrondis au cent supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.".
" § 3. Lorsque la période imposable ne correspond pas à une année civile complète pour une cause autre que le décès, les montants mentionnés aux paragraphes précédents, sont réduits en proportion de la durée de la période imposable exprimée en mois par rapport à 12 mois.
Pour déterminer la durée de la période imposable exprimée en mois, chaque mois civil dont le quinzième jour appartient à la période imposable, est pris en compte comme un mois entier.
Les montants réduits conformément à l'alinéa 1er, sont arrondis au cent supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.".
Art. 30. Artikel 59, § 1, derde lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin:
"Om te bepalen of de drempel van 2,50 euro wordt bereikt, wordt rekening gehouden met de bijzondere bijdrage energie die in toepassing van artikel 25 van de wet van 19 december 2022 houdende toekenning van een tweede federale elektriciteits- en gaspremie verschuldigd is voor de premie als bedoeld in artikel 24, 1°, van diezelfde wet die in hetzelfde belastbare tijdperk werd toegekend.".
"Om te bepalen of de drempel van 2,50 euro wordt bereikt, wordt rekening gehouden met de bijzondere bijdrage energie die in toepassing van artikel 25 van de wet van 19 december 2022 houdende toekenning van een tweede federale elektriciteits- en gaspremie verschuldigd is voor de premie als bedoeld in artikel 24, 1°, van diezelfde wet die in hetzelfde belastbare tijdperk werd toegekend.".
Art. 30. L'Article 59, § 1er, alinéa 3, de la même loi, est complété par la phrase suivante:
"Pour déterminer si le seuil de 2,50 euros est atteint, il est tenu compte de la cotisation spéciale énergie qui est due en application de l'article 25 de la loi du 19 décembre 2022 portant l'octroi d'une deuxième prime fédérale d'électricité et de gaz pour la prime visée à l'article 24, 1°, de ladite attribuée au cours de la même période imposable.".
"Pour déterminer si le seuil de 2,50 euros est atteint, il est tenu compte de la cotisation spéciale énergie qui est due en application de l'article 25 de la loi du 19 décembre 2022 portant l'octroi d'une deuxième prime fédérale d'électricité et de gaz pour la prime visée à l'article 24, 1°, de ladite attribuée au cours de la même période imposable.".
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 31. Deze wet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
In afwijking van het eerste lid, hebben de artikelen 29 en 30 uitwerking met ingang van 3 november 2022.
In afwijking van het eerste lid, hebben de artikelen 29 en 30 uitwerking met ingang van 3 november 2022.
Art. 31. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 29 et 30 produisent leurs effets le 3 novembre 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 29 et 30 produisent leurs effets le 3 novembre 2022.