Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 OKTOBER 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 tot financiering van sommige sociale akkoorden in bepaalde gezondheidsinrichtingen en -diensten, wat betreft bijkomende flexibiliteit in de personeelsinzet in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-12-2022 en tekstbijwerking tot 01-09-2025)
Titre
14 OCTOBRE 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande et l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant financement de certains accords sociaux dans certains établissements et services de santé, en ce qui concerne une flexibilité supplémentaire dans l'affectation du personnel dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-12-2022 et mise à jour au 01-09-2025)
Dokumentinformationen
Numac: 2022042835
Datum: 2022-10-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022042835
Date: 2022-10-14
Moniteur: Voir
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande
Artikel 1. In artikel 431 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 en 16 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De personeelsleden voor reactivering beschikken over ten minste een van de volgende kwalificaties of over een kwalificatie die daarmee gelijkgesteld is door de bevoegde overheid:
  1° master of science in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie;
  2° gegradueerde in de kinesitherapie, op voorwaarde dat dit diploma is behaald vóór 1 november 2002 en de erkenning als kinesitherapeut is aangevraagd vóór 1 september 2019;
  3° bachelor in de logopedie en de audiologie;
  4° master of science in de logopedische en de audiologische wetenschappen;
  5° bachelor in de ergotherapie;
  6° master of science in de ergotherapeutische wetenschap;
  7° bachelor in de sociale readaptatiewetenschappen;
  8° bachelor in de voedings- en dieetkunde;
  9° gegradueerde in de orthopedagogie;
  10° gegradueerde in de orthopedagogische begeleiding;
  11° bachelor in de orthopedagogie;
  12° bachelor in de orthopedie;
  13° bachelor in de pedagogie van het jonge kind;
  14° master of science in de pedagogische wetenschappen;
  15° master of science in de psychologie;
  16° bachelor in de toegepaste psychologie;
  17° gegradueerde in het maatschappelijk werk;
  18° gegradueerde in het sociaal-cultureel werk;
  19° bachelor in het sociaal werk;
  20° master of science in het sociaal werk;
  21° master of science in het sociaal werk en het sociaal beleid;
  22° bachelor in de gezinswetenschappen;
  23° master of science in het management, zorg en beleid in de gerontologie;
  24° bachelor in de psychosociale gerontologie na het volgen van een bachelor-na-bacheloropleiding;
  25° bachelor in de mondzorg;
  26° master of arts in de muziek, afstudeerrichting muziektherapie;
  27° master of arts in de dans;
  28° master of arts in het drama;
  29° bachelor in de creatieve therapie na het volgen van een bachelor-na-bacheloropleiding;
  30° master of arts in de theologie en de religiewetenschappen;
  31° master of arts in de protestantse theologie en religiestudies;
  32° master of arts in de wereldreligies;
  33° master of arts in samenleving, recht en religie;
  34° master of arts in de moraalwetenschappen;
  35° master of arts in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen;
  36° master of arts in de wijsbegeerte;
  37° bachelor in de zorgtechnologie;
  38° bachelor in wellbeing- en vitaliteitsmanagement;
  39° bachelor in de toegepaste gezondheidswetenschappen;
  40° bachelor in sport en bewegen;
  41° master of science in de lichamelijke opvoeding en de bewegingswetenschappen;
  42° bachelor in de podologie.";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het tweede lid wordt verstaan onder bachelor: een bachelor na een professioneel gerichte bacheloropleiding. Een academische bacheloropleiding komt niet in aanmerking.".
Article 1er. A l'article 431 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 mai 2021 et 16 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Les membres du personnel de réactivation doivent disposer au moins de l'une des qualifications suivantes ou d'une qualification y étant assimilée par l'autorité compétente :
  1° master of science en sciences de réadaptation motrice et en kinésithérapie ;
  2° graduat en kinésithérapie, à condition que ce diplôme a été obtenu avant le 1er novembre 2002 et que l'agrément en qualité de kinésithérapeute a été demandé avant le 1er septembre 2019 ;
  3° bachelier en logopédie et en audiologie ;
  4° master of science en sciences de l'orthophonie et de l'audiologie ;
  5° bachelier en ergothérapie ;
  6° master of science en sciences ergothérapeutiques ;
  7° bachelier en sciences de la réadaptation sociale ;
  8° bachelier en sciences de la nutrition et de la diététique ;
  9° graduat en orthopédagogie ;
  10° graduat en accompagnement orthopédagogique ;
  11° bachelier en orthopédagogie ;
  12° bachelier en orthopédie ;
  13° bachelier en pédagogie du jeune enfant ;
  14° master of science en sciences pédagogiques ;
  15° master of science en psychologie ;
  16° bachelier en psychologie appliquée ;
  17° graduat en travail social ;
  18° graduat en travail socioculturel ;
  19° bachelier en travail social ;
  20° master of science en travail social ;
  21° master of science en travail social et en politique sociale ;
  22° bachelier en sciences familiales ;
  23° master of science en gestion, soins et politique en gérontologie ;
  24° bachelier en gérontologie psychosociale après avoir suivi une formation de bachelier de spécialisation ;
  25° bachelier en soins buccaux ;
  26° master of arts en musique, orientation diplômante musicothérapie ;
  27° master of arts en danse ;
  28° master of arts en drame ;
  29° bachelier en thérapie créative après avoir suivi une formation de bachelier de spécialisation ;
  30° master of arts en théologie et sciences religieuses ;
  31° master of arts en théologie protestante et études religieuses ;
  32° master of arts en religions du monde ;
  33° master of arts en société, droit et religion ;
  34° master of arts en sciences morales ;
  35° master of arts en philosophie et sciences morales ;
  36° master of arts en philosophie ;
  37° bachelier en technologie des soins ;
  38° bachelier en gestion du bien-être et de la vitalité ;
  39° bachelier en sciences de santé appliquées ;
  40° bachelier en sports et exercice ;
  41° master of science en éducation physique et en sciences du mouvement ;
  42° bachelier en podologie. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Dans l'alinéa 2, on entend par bachelier : un bachelier après une formation de bachelier à orientation professionnelle. Une formation académique de bachelier n'est pas éligible. ".
Art. 2. In artikel 432, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zin "Het verplegend uitzendpersoneel, vermeld in artikel 475, § 3, wordt ook in aanmerking genomen." wordt vervangen door de zin "De verpleegkundige uitzendkrachten, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid, worden ook in aanmerking genomen.";
  2° de volgende zin wordt toegevoegd:
  "Voor de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 worden ook het zelfstandig verpleegkundig personeel, vermeld in artikel 475, § 3, tweede lid, 1°, het verpleegkundig personeel, vermeld in artikel 475, § 3, tweede lid, 2°, de zorgkundige uitzendkrachten, vermeld in artikel 475, § 3, derde lid, 1° en het zelfstandig zorgkundig personeel, vermeld in artikel 475, § 3, derde lid, 2° in aanmerking genomen.".
Art. 2. A l'article 432, alinéa 4, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase " Le personnel infirmier intérimaire visé à l'article 475, § 3, est également pris en considération. " est remplacée par la phrase " Les intérimaires infirmiers visés à l'article 475, § 3, alinéa 1er, sont également pris en considération. " ;
  2° la phrase suivante est ajoutée :
  " Pour la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2024 sont également pris en compte le personnel infirmier indépendant visé à l'article 475, § 3, alinéa 2, 1°, le personnel infirmier visé à l'article 475, § 3, alinéa 2, 2°, les intérimaires aides-soignants visés à l'article 475, § 3, alinéa 3, 1°, et le personnel soignant indépendant visé à l'article 475, § 3, alinéa 3, 2°. ".
Art. 4. Aan artikel 433, § 6, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° In het tweede lid worden de woorden "erkende interimonderneming" vervangen door de woorden "erkend uitzendbureau";
  2° In het tweede lid worden de woorden "de interimonderneming" telkens vervangen door de woorden "het uitzendbureau";
  3° In het tweede lid worden de woorden "het interim personeel" vervangen door de woorden "de uitzendkrachten";
  4° Er wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De uitzendkracht die via het voormelde uitzendbureau wordt tewerkgesteld bij het centrum voor dagverzorging, werkt onder het gezag van het centrum voor dagverzorging. Een tewerkstelling in het kader van projectsourcing of projectstaffing als verpleegkundige valt niet onder het toepassingsgebied van dit artikel.".
Art. 4. A l'article 433, § 6, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 2, les mots " une entreprise de travail intérimaire agréée " sont remplacés par les mots " une agence de travail intérimaire agréée " ;
  2° à l'alinéa deux, les mots " entreprise de travail intérimaire " sont chaque fois remplacés par les mots " agence de travail intérimaire " ;
  3° à l'alinéa 2, les mots " le personnel intérimaire " sont remplacés par les mots " les travailleurs intérimaires " ;
  4° il est inséré un alinéa entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
  " Le travailleur intérimaire employé au centre de soins de jour par l'intermédiaire de l'agence de travail intérimaire précitée travaille sous l'autorité du centre de soins de jour. Un emploi dans le cadre d'externalisation de projet ou de promotion de projet en tant qu'infirmier ne relève pas du champ d'application du présent article. ".
Art. 5. In artikel 452, eerste lid, van hetzelfde besluit worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 een kopie van de contracten die gesloten zijn met de uitzendbureaus, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid en derde lid, 1°, een kopie van de facturen waarop het aantal uren vermeld staat dat de personeelsleden, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid en derde lid, 1°, in de zorgvoorziening gepresteerd hebben en ook de betalingsbewijzen. Het agentschap kan ook de nodige documenten vragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat;
  2° /2 een kopie van de ondernemingscontracten die gesloten zijn met het zelfstandig personeel, vermeld in artikel 475, § 3, tweede lid, 1° en derde lid, 2°, of de uitleningsovereenkomst voor verpleegkundig personeel in loondienst bij een andere zorgvoorziening, vermeld in artikel 475, § 3, tweede lid, 2°, een kopie van de facturen waarop het aantal uren vermeld staat dat de personeelsleden, vermeld in artikel 475, § 3, tweede lid, 1° en 2° en derde lid, 2°, in de zorgvoorziening gepresteerd hebben en ook de betalingsbewijzen. Het agentschap kan ook de nodige documenten vragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat;".
Art. 5. L'article 452, alinéa 1er, du même arrêté est complété par les points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 une copie des contrats conclus avec les agences de travail intérimaire visées à l'article 475, § 3, alinéas 1er et 3, 1°, une copie des factures indiquant le nombre d'heures prestées par les membres du personnel visés à l'article 475, § 3, alinéas 1er et 3, 1°, dans la structure de soins ainsi que les preuves de paiement. L'agence peut également demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié ;
  2° /2 une copie des contrats d'entreprise conclus avec le personnel indépendant visé à l'article 475, § 3, alinéa 2, 1° et alinéa 3, 2°, ou de la convention de prêt de personnel infirmier salarié auprès d'une autre structure de soins, visée à l'article 475, § 3, alinéa 2, 2°, une copie des factures sur lesquelles figurent le nombre d'heures prestées par les membres du personnel visés à l'article 475, § 3, alinéa 2, 1° et 2° et alinéa 3, 2°, dans la structure de soins ainsi que les preuves de paiement. L'agence peut également demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié ; ".
Art. 6. In artikel 452, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° /1 wordt de zinsnede "de uitzendbureaus, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid en derde lid, 1°, een kopie van de facturen waarop het aantal uren vermeld staat dat de personeelsleden, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid en derde lid, 1°, in de zorgvoorziening" vervangen door de zinsnede "de uitzendbureaus, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid, een kopie van de facturen waarop het aantal uren vermeld staat dat de personeelsleden, vermeld in artikel 475, § 3, eerste lid, in de zorgvoorziening";
  2° punt 2° /2 wordt opgeheven.
Art. 6. A l'article 452, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par le présent arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2° /1, le membre de phrase " les agences de travail intérimaire visées à l'article 475, § 3, alinéas 1er et 3, 1°, une copie des factures mentionnant le nombre d'heures de travail des membres du personnel, visés à l'article 475, § 3, alinéas 1er et 3, 1°, dans la structure de soins " est remplacée par la phrase " les agences de travail intérimaire visées à l'article 475, § 3, alinéa 1er, une copie des factures mentionnant le nombre d'heures de travail des membres du personnel visés à l'article 475, § 3, alinéa 1er, dans la structure de soins " ;
  2° le point 2° /2 est abrogé.
Art. 7. In artikel 453, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2°, f), wordt tussen de zinsnede "artikel 475, § 3," en de zinsnede " § 4" de zinsnede "elfde en twaalfde lid," ingevoegd;
  2° in punt 2°, h) wordt het woord "interim" vervangen door het woord "uitzendkracht";
  3° er worden een punt 2° /1 en 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de volgende gegevens voor alle begeleiders wonen en leven per persoon:
  a) de naam en voornaam;
  b) het INSZ-nummer;
  c) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen, vermeld in artikel 473, § 4, tweede lid, van dit besluit;
  d) het aantal niet-gelijkgestelde dagen, vermeld in artikel 473, § 4, tweede lid, van dit besluit;
  e) het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren, vermeld in artikel 473, § 4, tweede lid, van dit besluit;
  f) de beroepskwalificatie;
  g) het statuut: loontrekkende of statutair;
  h) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en, in voorkomend geval, de einddatum;
  2° /2 de volgende gegevens voor alle logistiek medewerkers in de zorg per persoon:
  a) de naam en voornaam;
  b) het INSZ-nummer;
  c) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen, vermeld in artikel 487, § 1, derde lid, van dit besluit;
  d) het aantal niet-gelijkgestelde dagen, vermeld in artikel 487, § 1, derde lid, van dit besluit;
  e) het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren, vermeld in artikel 487, § 1, derde lid, van dit besluit;
  f) de beroepskwalificatie;
  g) het statuut: loontrekkende of statutair;
  h) als het gaat om een nieuw personeelslid of als een einde is gesteld aan de tewerkstelling: de begindatum en, in voorkomend geval, de einddatum;".
Art. 7. A l'article 453, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, f), le membre de phrase " alinéas 11 et 12 " est inséré entre le membre de phrase " l'article 475, § 3, " et le membre de phrase " § 4 " ;
  2° au point 2°, h) le mot " intérimaire " est remplacé par les mots " travailleur intérimaire " ;
  3° il est inséré les points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 les données suivantes pour l'ensemble des accompagnateurs habitat et vie par personne :
  a) les nom et prénom ;
  b) le numéro NISS ;
  c) le nombre de jours prestés et/ou assimilés visés à l'article 473, § 4, alinéa 2, du présent arrêté ;
  d) le nombre de jours non assimilés visés à l'article 473, § 4, alinéa 2, du présent arrêté ;
  e) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées visées à l'article 473, § 4, alinéa 2, du présent arrêté ;
  f) la qualification professionnelle ;
  g) le statut : salarié ou statutaire ;
  h) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou si l'emploi a pris fin : la date de début et, le cas échéant, la date de fin ;
  2° /2 les données suivantes pour l'ensemble des collaborateurs logistiques dans les soins par personne :
  a) les nom et prénom ;
  b) le numéro NISS ;
  c) le nombre de jours prestés et/ou assimilés visés à l'article 487, § 1er, alinéa 3, du présent arrêté ;
  d) les jours non assimilés visés à l'article 487, § 1er, alinéa 3, du présent arrêté ;
  e) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées visées à l'article 487, § 1er, alinéa 3, du présent arrêté ;
  f) la qualification professionnelle ;
  g) le statut : salarié ou statutaire ;
  h) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou si l'emploi a pris fin : la date de début et, le cas échéant, la date de fin ; ".
Art. 8. In artikel 453, § 1, eerste lid, 2°, f), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, worden de woorden "elfde en twaalfde lid" vervangen door de woorden "achtste en negende lid".
Art. 8. A l'article 453, § 1er, alinéa 1er, 2°, f), du même arrêté, modifié par le présent arrêté, les mots " alinéas onze et douze " sont remplacés par les mots " alinéas 8 et 9 ".
Art. 9. Aan artikel 473, § 4, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het aantal voltijdsequivalenten begeleiders wonen en leven, vermeld in het eerste lid, wordt op de volgende wijze bepaald:
  1° voor de periode van voltijdse tewerkstelling: het voltijdsequivalent per trimester tx = ((P/(P+NP)) x (d1/d2)), waarbij:
  a) P: het aantal gepresteerde en het aantal gelijkgestelde dagen in trimester tx;
  b) NP: het aantal niet-gelijkgestelde dagen in trimester tx;
  c) d1: het aantal dagen van voltijdse tewerkstelling;
  d) d2: het aantal dagen in het trimester;
  2° het voltijdsequivalent voor deeltijds werkende personeelsleden: het voltijdsequivalent per trimester tx = (P/H), waarbij:
  a) P: het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren tijdens het trimester, met uitsluiting van het aantal uren van voltijdse tewerkstelling;
  b) H: het aantal dagen van maandag tot vrijdag, gedurende het trimester, vermenigvuldigd met 7,6 uur per dag;
  3° het voltijdsequivalent tijdens de referentieperiode wordt bepaald aan de hand van de resultaten van de berekening, vermeld in punt 1° en 2°, en is gelijk aan de som van de voltijdsequivalenten per trimester tx in de referentieperiode gedeeld door het aantal trimesters in de referentieperiode.".
Art. 9. A l'article 473, § 4, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le nombre d'accompagnateurs habitat et vie ETP visés à l'alinéa 1er est déterminé de la manière suivante :
  1° pour la période d'emploi à temps plein : l'équivalent temps plein par trimestre tx = ((P/(P+NP)) x (d1/d2)), où :
  a) P : le nombre de jours prestés et le nombre de jours assimilés dans le trimestre tx ;
  b) NP : le nombre de jours non assimilés dans le trimestre tx ;
  c) d1 : le nombre de jours d'emploi à temps plein ;
  d) d2 : le nombre de jours dans le trimestre ;
  2° l'équivalent temps plein pour les membres du personnel employés à temps partiel : l'équivalent temps plein par trimestre tx = (P/H), où :
  a) P : le nombre d'heures prestées et/ou assimilées au cours du trimestre, à l'exclusion du nombre d'heures d'emploi à temps plein ;
  b) H : le nombre de jours du lundi au vendredi, au cours du trimestre, multiplié par 7,6 heures par jour ;
  3° l'équivalent temps plein pendant la période de référence est déterminé à l'aide des résultats du calcul visé aux points 1° et 2°, et est égal à la somme des équivalents temps plein par trimestre tx pendant la période de référence divisée par le nombre de trimestres pendant la période de référence. ".
Art. 10. In artikel 475 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 en 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 1° worden de woorden "een uitzendverpleegkundige" vervangen door de woorden "verpleegkundige of zorgkundige uitzendkracht";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. De woonzorgcentra, in voorkomend geval met de bijbehorende centra voor kortverblijf die te kampen hebben met een tekort aan verpleegkundig personeel en die onmogelijk onmiddellijk loontrekkend of statutair verpleegkundig personeel kunnen aanwerven, kunnen tijdelijk een beroep doen op de diensten van verpleegkundige uitzendkrachten die ter beschikking worden gesteld door een uitzendbureau dat de bevoegde overheid heeft erkend.
  Voor de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 kunnen de woonzorgcentra, in voorkomend geval met de bijbehorende centra voor kortverblijf die te kampen hebben met een tekort aan verpleegkundig personeel en die onmogelijk onmiddellijk loontrekkend of statutair verpleegkundig personeel kunnen aanwerven, tijdelijk een beroep doen op het volgende personeel:
  1° zelfstandig verpleegkundig personeel dat door een ondernemingscontract aan de zorgvoorziening verbonden is;
  2° verpleegkundig personeel dat in loondienst is bij een andere zorgvoorziening op basis van een uitleningsovereenkomst tussen het woonzorgcentrum en de zorgvoorziening waar de verpleegkundige in loondienst is.
  Voor de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 kunnen de woonzorgcentra, in voorkomend geval met de bijbehorende centra voor kortverblijf die te kampen hebben met een tekort aan zorgkundigen en die onmogelijk onmiddellijk loontrekkend of statutair zorgkundig personeel kunnen aanwerven, tijdelijk een beroep doen op:
  1° de diensten van zorgkundige uitzendkrachten die ter beschikking worden gesteld door een uitzendbureau dat de bevoegde overheid heeft erkend;
  2° zelfstandig zorgkundig personeel dat door een ondernemingscontract aan de zorgvoorziening verbonden is.
  Een tijdelijke maatregel als vermeld in het eerste tot en met derde lid, ontslaat de zorgvoorziening niet van haar verplichting om binnen de kortst mogelijke termijn eigen loontrekkend en statutair personeel te voorzien.
  Het aanwerven van zorgpersoneel via een uitzendbureau dat de bevoegde overheid heeft erkend gebeurt binnen het wettelijk kader met betrekking op het sociaal overleg.
  De uitzendkracht die met toepassing van het derde lid, 1°, via een uitzendbureau, dat de bevoegde overheid heeft erkend, ter beschikking wordt gesteld van het woonzorgcentrum, in voorkomend geval met het bijbehorende centrum voor kortverblijf, werkt onder het gezag van het woonzorgcentrum, in voorkomend geval met het bijbehorende centrum voor kortverblijf. Een tewerkstelling in het kader van projectsourcing of projectstaffing valt niet onder het toepassingsgebied van dit artikel.
  Het inzetten van verpleegkundigen verbonden door een ondernemingscontract of via een uitleningsovereenkomst met een andere zorgvoorziening gebeurt binnen het wettelijk kader van de afspraken tussen de sociale partners.
  De voorziening bewijst op eerste verzoek van het agentschap dat het voor haar onmogelijk was om onmiddellijk loontrekkend of statutair personeel aan te werven en dat ze de zoektocht naar eigen loontrekkend en statutair personeel actief voortzet.
  Het agentschap kan de nodige documenten vragen waaruit blijkt dat het om gekwalificeerd zorgpersoneel gaat.
  Een verpleegkundige of zorgkundige als vermeld in het eerste tot en met derde lid, kan voor een gemiddelde van maximaal 38 uur per week in aanmerking worden genomen.
  Het voltijdsequivalent per trimester tx is in de gevallen, vermeld in het eerste tot en met derde lid, gelijk aan U/D, waarbij:
  1° U: het aantal gepresteerde uren tijdens het trimester;
  2° D: het aantal dagen van maandag tot vrijdag, gedurende het trimester, vermenigvuldigd met 7,6 uur per dag.
  Het voltijdsequivalent tijdens de referentieperiode wordt bepaald aan de hand van de resultaten van de formule, vermeld in het elfde lid, en is gelijk aan de som van de voltijdsequivalenten per trimester tx in de referentieperiode, gedeeld door het aantal trimesters in de referentieperiode.".
Art. 10. A l'article 475 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2018 et 28 juin 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots " comme praticien de l'art infirmier en tant qu'intérimaire " sont remplacés par les mots " comme infirmier ou aide-soignant en tant qu'intérimaire " ;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Les centres de soins résidentiels, avec, le cas échéant, les centres de court séjour associés, qui sont confrontés à un manque de personnel infirmier et ne pouvant engager immédiatement du personnel infirmier salarié ou statutaire, peuvent utiliser temporairement les services de praticiens de l'art infirmier en tant qu'intérimaires fournis par une agence de travail intérimaire reconnue par l'autorité compétente.
  Pour la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2024, les centres de soins résidentiels, le cas échéant avec les centres de court séjour associés, qui sont confrontés à un manque de personnel infirmier et ne pouvant recruter immédiatement du personnel infirmier salarié ou statutaire, peuvent utiliser temporairement le personnel suivant :
  1° personnel infirmier indépendant lié à la structure de soins par un contrat d'entreprise ;
  2° le personnel infirmier travaillant comme salarié dans une autre structure de soins sur la base d'un contrat de prêt entre le centre de soins résidentiels et la structure de soins où l'infirmier travaille comme salarié.
  Pour la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2024, les centres de soins résidentiels, le cas échéant avec les centres de court séjour associés, qui sont confrontés à un manque d'aides-soignants et ne pouvant recruter immédiatement d'aides-soignants salariés ou statutaires, peuvent utiliser temporairement :
  1° les services d'aides-soignants intérimaires fournis par une agence de travail intérimaire reconnue par l'autorité compétente ;
  2° les aides-soignants indépendants liés à la structure de soins par un contrat d'entreprise.
  Une mesure temporaire telle que visée aux alinéas 1er à 3 ne dispense pas la structure de soins de son obligation de mettre à disposition son propre personnel salarié et statutaire dans les plus brefs délais.
  L'embauche de personnel soignant par l'intermédiaire d'une agence de travail intérimaire reconnue par l'autorité compétente se fait dans les limites du cadre légal relatif au dialogue social.
  Le travailleur intérimaire qui est mis à la disposition du centre de soins résidentiels, le cas échéant avec le centre de court séjour associé, par l'intermédiaire d'une agence de travail intérimaire reconnue par l'autorité compétente, en application du paragraphe 3, 1°, travaille sous l'autorité du centre de soins résidentiels, le cas échéant avec le centre de court séjour associé. Un emploi dans le cadre d'externalisation de projet ou de promotion de projet ne relève pas du champ d'application du présent article.
  Le déploiement de praticiens de l'art infirmier liés par un contrat d'entreprise ou par un accord de prêt avec un autre structure de soins se fait dans les limites du cadre légal des accords entre les partenaires sociaux.
  La structure prouve à la première demande de l'agence qu'il lui était impossible de recruter immédiatement du personnel salarié ou statutaire et qu'elle poursuit activement la recherche de son propre personnel salarié et statutaire.
  L'agence peut demander les documents nécessaires démontrant qu'il s'agit de personnel soignant qualifié.
  Un praticien de l'art infirmier ou un aide-soignant tel que visé aux alinéas 1er à 3 peut être pris en compte pour une moyenne de 38 heures par semaine au maximum.
  L'équivalent temps plein par trimestre tx dans les cas mentionnés aux alinéas 1er à 3 est égal à U/D, où :
  1° U : le nombre d'heures prestées au cours du trimestre ;
  2° D : le nombre de jours du lundi au vendredi, au cours du trimestre, multiplié par 7,6 heures par jour.
  L'équivalent temps plein pendant la période de référence est déterminé à l'aide des résultats de la formule visée à l'alinéa 11, et est égal à la somme des équivalents temps plein par trimestre tx au cours de la période de référence, divisée par le nombre de trimestres au cours de la période de référence. ".
Art. 11. In artikel 475, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het zesde lid wordt tussen de woorden "met toepassing van het" en de zinsnede "derde lid, 1° " de woorden "eerste lid en" ingevoegd;
  2° er worden een dertiende en veertiende lid ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Onder uitzendkracht, vermeld in het eerste, derde en zesde lid moet een uitzendkracht worden begrepen zoals bedoeld in hoofdstuk II van de wet van 27 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Het werkgeversgezag over de uitzendkracht wordt overgedragen van het uitzendbureau aan het woonzorgcentrum, in voorkomend geval met het bijbehorende centrum voor kortverblijf.
  Onder projectsourcing of projectstaffing, vermeld in het zesde lid, moet een tewerkstelling worden begrepen waarbij een werknemer van een projectsourcingbureau of uitzendbureau dat de projectsourcing organiseert tijdelijk van korte of lange duur ter beschikking wordt gesteld aan een woonzorgcentrum, in voorkomend geval met bijbehorende centrum voor kortverblijf, en waarbij het gezag dat normaal aan de werkgever toekomt, zoals bedoeld in artikel 31 van de wet van 27 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, niet aan het woonzorgcentrum, in voorkomend geval met het bijbehorende centrum voor kortverblijf, wordt overgedragen maar verder wordt uitgeoefend door het projectsourcingbureau of uitzendbureau dat de projectsourcing organiseert.".
Art. 11. A l'article 475, § 3, du même arrêté, modifié par le présent arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 6, les mots " l'alinéa 1er et " sont insérés entre les mots " en application de " et le nombre de phrase " l'alinéa 3, 1° " ;
  2° il est inséré les alinéas 13 et 14, rédigés comme suit :
  " Par travailleur intérimaire visé aux alinéas 1er, 3 et 6, il faut entendre un travailleur intérimaire tel que visé au chapitre II de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs. L'autorité de l'employeur sur le travailleur temporaire est transférée de l'agence de travail intérimaire au centre de soins résidentiels, le cas échéant avec le centre de court séjour associé.
  Par externalisation de projet ou promotion de projet visée à l'alinéa 6, il faut entendre un emploi dans lequel un travailleur d'une agence d'externalisation de projet ou d'une agence de travail intérimaire organisant l'externalisation de projet est mis temporairement à la disposition d'un centre de soins résidentiels, le cas échéant d'un centre de court séjour associé, pour une courte ou longue durée, et dans lequel l'autorité qui revient normalement à l'employeur, telle que visée à l'article 31 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, n'est pas transférée au centre de soins résidentiels, le cas échéant avec le centre de court séjour associé, mais continue d'être exercée par l'agence d'externalisation de projet ou l'agence de travail intérimaire organisant l'externalisation de projet. ".
Art. 12. In artikel 475 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "of zorgkundige" opgeheven;
  2° in paragraaf 3 worden het tweede, derde en zevende lid opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden in het bestaande vierde, tiende en elfde lid, die het tweede, zevende en achtste lid worden, de woorden "tot en met derde" opgeheven;
  4° in paragraaf 3 worden in het bestaande zesde lid, dat het vierde lid wordt, de woorden "en derde lid, 1° " opgeheven;
  5° in paragraaf 3 worden in het bestaande tiende lid, dat het zevende lid wordt, de woorden "of zorgkundige" opgeheven;
  6° in paragraaf 3 wordt in het bestaande twaalfde lid, dat het negende lid wordt, het woord "elfde" vervangen door het woord "achtste";
  7° in paragraaf 3 wordt in het bestaande dertiende lid, dat het tiende lid wordt, de zinsnede "vermeld in het eerste, derde en zesde lid" vervangen door de woorden "vermeld in het eerste en vierde lid";
  8° in paragraaf 3 worden in het bestaande veertiende lid, dat het elfde lid wordt, de worden "het zesde lid" vervangen door de woorden "het vierde lid".
Art. 12. A l'article 475 du même arrêté, modifié par le présent arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots " ou aide-soignant " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 3, les alinéas 2, 3 et 7 sont abrogés ;
  3° au paragraphe 3, aux alinéas 4, 10 et 11 existants, qui deviennent les alinéas 2, 7 et 8, les mots " jusqu'au troisième inclus " sont supprimés ;
  4° au paragraphe 3, à l'alinéa 6 existant, qui devient l'alinéa 4, les mots " et alinéa 3, 1° " sont supprimés ;
  5° au paragraphe 3, à l'alinéa 10 existant, qui devient l'alinéa 7, les mots " ou aide-soignant " sont supprimés ;
  6° au paragraphe 3, à l'alinéa 12 existant, qui devient l'alinéa 9, le mot " onzième " est remplacé par le mot " huitième " ;
  7° au paragraphe 3, à l'alinéa 13 existant, qui devient l'alinéa 10, le membre de phrase " mentionnés aux premier, troisième et sixième alinéas " est remplacé par les mots " mentionnés aux alinéas 1er et 4 " ;
  8° au paragraphe 3, à l'alinéa 14 existant, qui devient l'alinéa 11, les mots " le sixième alinéa " sont remplacés par les mots " l'alinéa 4 ".
Art. 13. Aan artikel 479 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Dit artikel is niet van toepassing op tegemoetkomingen die betrekking hebben op de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.".
Art. 13. A l'article 479 du même arrêté, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le présent article ne s'applique pas aux interventions relatives à la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2023. ".
Art. 14. In artikel 479 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 14. A l'article 479 de l' même arrêté, modifié du même arrêté, l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 15. In artikel 480, § 1, vierde lid, van hetzelfde besluit worden tussen het woord "uitzendcontract" en de zinsnede ", of die werkzaam zijn" de woorden "vanuit een uitzendbureau dat de bevoegde overheid heeft erkend" ingevoegd.
Art. 15. A l'article 480, § 1er, alinéa 4, du même arrêté, les mots " provenant d'une agence de travail intérimaire reconnue par l'autorité compétente " sont insérés entre les mots " avec un contrat d'intérimaire " et les mots " ou comme directeur ".
Art. 16. In artikel 482 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "een aantal van bachelors" worden vervangen door de woorden "een aantal bachelors";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt voor de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023, een aantal bachelors in de verpleegkunde die de norm voor verpleegkundigen, vermeld in artikel 429 en 430, opvullen, gefinancierd volgens de loonkosten van een bachelor in de verpleegkunde, in de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023, ongeacht of er een personeelstekort is als vermeld in artikel 479 of artikel 483, § 2. Het aantal bachelors in de verpleegkunde dat op die wijze wordt gefinancierd, bedraagt maximaal 30% van de theoretische norm voor verpleegkundigen, vermeld in artikel 476, § 1.".
Art. 16. A l'article 482 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la version néerlandaise, les mots " een aantal van bachelors " sont remplacés par les mots " een aantal bachelors " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2023 inclus, un certain nombre de bacheliers en art infirmier qui remplissent la norme pour les infirmiers mentionnée aux articles 429 et 430 est financé selon les coûts salariaux d'un bachelier en art infirmier, dans la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2023 inclus, indépendamment de l'existence d'un manque de personnel tel que mentionné à l'article 479 ou à l'article 483, § 2. Le nombre de bacheliers en art infirmier ainsi financés s'élève au maximum à 30 % de la norme théorique pour les praticiens de l'art infirmier visée à l'article 476, § 1er. ".
Art. 17. In artikel 482 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 17. A l'article 482 du même arrêté, modifié par le présent arrêté, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 18. In artikel 487 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt voor de factureringsperiode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 de bijkomende tegemoetkoming als aanmoediging voor bijkomende zorginspanningen bepaald, ongeacht of er een personeelstekort is als vermeld in artikel 479 of 483, § 2. Alle andere bepalingen van het eerste lid blijven van toepassing.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "de kostprijs van aanwezig personeel," vervangen door de zinsnede "de kostprijs van aanwezig personeel + (de loonkosten voor een voltijdsequivalent logistieke medewerker in de zorg, vermenigvuldigd met het aantal voltijdsequivalenten logistiek medewerker in de zorg)";
  3° aan paragraaf 2 worden een vierde tot en met zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De loonkosten voor een voltijdsequivalent logistiek medewerker in de zorg, vermeld in het eerste lid, bedragen 44.638,94 euro.
  Het aantal voltijdsequivalenten logistieke medewerkers in de zorg, vermeld in het eerste lid, wordt op de volgende wijze bepaald:
  1° voor de periode van voltijdse tewerkstelling: het voltijdsequivalent per trimester tx = ((P/(P+NP)) x (d1/d2)), waarbij:
  a) P: het aantal gepresteerde en het aantal gelijkgestelde dagen in trimester tx;
  b) NP: het aantal niet-gelijkgestelde dagen in trimester tx;
  c) d1: het aantal dagen van voltijdse tewerkstelling;
  d) d2: het aantal dagen in het trimester;
  2° het voltijdsequivalent voor deeltijds werkende personeelsleden: het voltijdsequivalent per trimester tx = (P/H), waarbij:
  a) P: het aantal gepresteerde en/of geassimileerde uren tijdens het trimester, met uitsluiting van het aantal uren van voltijdse tewerkstelling;
  b) H: het aantal dagen van maandag tot vrijdag, gedurende het trimester, vermenigvuldigd met 7,6 uur per dag;
  3° het voltijdsequivalent tijdens de referentieperiode wordt bepaald aan de hand van de resultaten van de berekening, vermeld in punt 1° en 2°, en is gelijk aan de som van de voltijdsequivalenten per trimester tx in de referentieperiode gedeeld door het aantal trimesters in de referentieperiode.
  De logistieke medewerkers in de zorg komen in aanmerking voor de tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als ze voldoen aan al de volgende voorwaarden:
  1° de logistiek medewerker in de zorg is op zijn vroegst vanaf 1 juli 2021 bijkomend tewerkgesteld als nieuwe tewerkstelling of met een contractuitbreiding. De logistiek medewerker in de zorg wordt niet tewerkgesteld als vervanger eindeloopbaan;
  2° de logistiek medewerker in de zorg is tewerkgesteld met een contract van onbepaalde duur volgens de loonkostenvergoeding die past bij de functie-inhoud zoals overeengekomen in de collectieve arbeidsovereenkomsten en de protocollen tussen vakbonden en werkgevers in de private en publieke sector, vermeld in artikel 428;
  3° de logistiek medewerker voldoet aan één van volgende opleidingsvoorwaarden:
  a) de opleidingen die in aanmerking komen en die door de minister worden bepaald met toepassing van volgende criteria: de logistiek medewerker voltooide de opleiding en verwierf een diploma, getuigschrift, certificaat of bewijs van beroepskwalificatie in de door de minister te bepalen opleidingen in het domein of studiegebied personenzorg, gezondheidszorg of welzijn bij een door de Vlaamse overheid erkende onderwijsinstelling of opleidingsinstelling;
  b) de opleidingen die in aanmerking komen en die door de minister worden bepaald met toepassing van volgende criteria: de logistiek medewerker is actief ingeschreven voor een van de door de minister te bepalen opleidingen in het domein of studiegebied personenzorg, gezondheidszorg of welzijn bij een door de Vlaamse overheid erkende onderwijsinstelling of opleidingsinstelling;
  c) de logistiek medewerker in de zorg heeft minstens 60 studiepunten behaald op niveau van een professioneel gerichte bacheloropleiding in de studiegebieden gezondheidszorg of sociaal-agogisch werk of minstens 60 studiepunten behaald op het niveau van een graduaatsopleiding in het sociaal-agogisch werk of 2 modules van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs;
  d) de logistiek medewerker is actief ingeschreven in een opleiding tot verpleegkundige of zorgkundige;
  e) de logistiek medewerker heeft met succes een EVC-traject doorlopen dat competenties bevat van logistiek assistent in de zorg of ermee verwant is in een door de Vlaamse overheid erkend EVC-testcentrum, zoals bepaald in artikel 6 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties en verwierf een bewijs van beroepskwalificatie. De minister bepaalt de bewijzen van beroepskwalificatie die recht geven op een tewerkstelling als logistiek medewerker in de zorg.
  De voorziening bewijst op eerste verzoek van het agentschap dat aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid, is voldaan en levert de nodige bewijsstukken om dat te staven.".
Art. 18. A l'article 487 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour la période de facturation du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2023 inclus, l'intervention supplémentaire est déterminée comme une incitation à des efforts de soins supplémentaires, indépendamment de l'existence d'un manque de personnel tel que mentionné à l'article 479 ou 483, § 2. Toutes les autres dispositions de l'alinéa 1er restent applicables. " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " de (coût du personnel présent " est remplacé par le membre de phrase " de (coût du personnel présent + (du coût salarial d'un équivalent temps plein d'un collaborateur logistique dans les soins, multiplié par le nombre d'équivalents temps plein de collaborateurs logistiques dans les soins) " ;
  3° au paragraphe 2 sont ajoutés les alinéas 4 à 7, rédigés comme suit :
  " Les coûts salariaux d'un équivalent temps plein collaborateur logistique dans les soins, visé à l'alinéa 1er, est de 44 638,94 euros.
  Le nombre d'équivalents temps plein collaborateurs logistiques dans les soins, visés à l'alinéa 1er est déterminé de la manière suivante :
  1° pour la période d'emploi à temps plein : l'équivalent temps plein par trimestre tx = ((P/(P+NP)) x (d1/d2)), où :
  a) P : le nombre de jours prestés et le nombre de jours assimilés dans le trimestre tx ;
  b) NP : le nombre de jours non assimilés dans le trimestre tx ;
  c) d1 : le nombre de jours d'emploi à temps plein ;
  d) d2 : le nombre de jours dans le trimestre ;
  2° l'équivalent temps plein pour les membres du personnel employés à temps partiel : l'équivalent temps plein par trimestre tx = (P/H), où :
  a) P : le nombre d'heures prestées et/ou assimilées au cours du trimestre, à l'exclusion du nombre d'heures d'emploi à temps plein ;
  b) H : le nombre de jours du lundi au vendredi, au cours du trimestre, multiplié par 7,6 heures par jour ;
  3° l'équivalent temps plein pendant la période de référence est déterminé à l'aide des résultats du calcul visé aux points 1° et 2°, et est égal à la somme des équivalents temps plein par trimestre tx dans la période de référence divisée par le nombre de trimestres dans la période de référence.
  Les collaborateurs logistiques dans les soins peuvent bénéficier de l'intervention visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, s'ils remplissent toutes les conditions suivantes :
  1° le collaborateur logistique dans les soins est occupé en tant que nouvel emploi ou en tant qu'extension de contrat au plus tôt à partir du 1er juillet 2021. Le collaborateur logistique dans les soins n'est pas employé comme remplaçant en fin de carrière ;
  2° le collaborateur logistique dans les soins est occupé dans le cadre d'un contrat à durée indéterminée selon l'indemnité de coût salarial qui correspond au contenu de la fonction tel que convenu dans les conventions collectives de travail et les protocoles entre syndicats et employeurs dans le secteur privé et public, visés à l'article 428 ;
  3° le collaborateur logistique répond à l'une des conditions de formation suivantes :
  a) les formations admissibles et déterminées par le ministre en appliquant les critères suivants, sont les suivantes : le collaborateur logistique a complété la formation et a acquis un diplôme, un certificat, une attestation ou une certification professionnelle dans les formations à déterminer par le ministre dans le domaine ou la discipline des soins aux personnes, des soins de santé ou du bien-être dans un établissement d'enseignement ou de formation reconnu par l'Autorité flamande ;
  b) les formations admissibles et déterminées par le ministre en appliquant les critères suivants, sont les suivantes : le collaborateur logistique est activement inscrit à l'une des formations à déterminer par le ministre dans le domaine ou la discipline des soins aux personnes, des soins de santé ou du bien-être dans un établissement d'enseignement ou de formation reconnu par l'Autorité flamande ;
  c) le collaborateur logistique dans les soins a obtenu au moins 60 crédits au niveau d'une formation de bachelier à orientation professionnelle dans les disciplines des soins de santé ou du travail socio-éducatif ou a obtenu au moins 60 crédits au niveau d'une formation de graduat en travail socio-éducatif ou 2 modules de la formation art infirmier de l'enseignement professionnel supérieur ;
  d) le collaborateur logistique est activement inscrit à une formation d'infirmier ou d'aide-soignant ;
  e) le collaborateur logistique a réussi un parcours EVC contenant des compétences d'assistant logistique en soins ou s'y rapportant dans un centre de test EVC reconnu par l'Autorité flamande, tel que stipulé à l'article 6 du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises et a acquis une certification professionnelle. Le ministre détermine la preuve de qualification professionnelle donnant droit à l'emploi de collaborateur logistique dans les soins.
  La structure prouve, à la première demande de l'agence, qu'il est satisfait aux conditions visées à l'alinéa 4 et fournit les pièces justificatives nécessaires pour le justifier. ".
Art. 19. In artikel 487, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij dit besluit, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 19. A l'article 487, § 1er, du même arrêté, modifié par le présent arrêté, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 20. In artikel 497, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de zinsnede "en § 3," en de zinsnede "die in het woonzorgcentrum," de zinsnede "eerste lid en derde lid, 1° " ingevoegd.
Art. 20. A l'article 497, § 3, alinéa 2, du même arrêté, le membre de phrase " alinéas 1er et 3, 1° " est inséré entre le membre de phrase " et § 3, " et le membre de phrase " présents dans le centre de soins résidentiels ".
Art. 21. In artikel 497, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "en derde lid, 1° " opgeheven.
Art. 21. A l'article 497, § 3, alinéa 2, du même arrêté, le membre de phrase " et alinéa 3, 1° " est abrogé.
Art. 22. Aan Deel 2, boek 5, van hetzelfde besluit, worden een artikel 667/2 en een artikel 667/3 toegevoegd, die luiden als volgt:
  Art. 667/2. In afwijking van artikel 454, eerste lid, gaat het agentschap voor de facturatieperiode 2023 op 17 oktober 2022 na of voor alle trimesters de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 453, werd overgemaakt.
  In afwijking van artikel 454, tweede lid, wordt het bedrag van de volledige tegemoetkoming met betrekking tot de facturatieperiode 2023 verminderd met 25% als het agentschap de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 453, niet heeft ontvangen op 31 oktober 2022.
  In afwijking van artikel 454, derde lid, bezorgt het agentschap het bedrag en de berekening van de tegemoetkoming voor zorg in een woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf met betrekking tot de facturatieperiode 2023 aan de zorgvoorziening tussen 31 oktober en 14 november.
  Art. 667/3. In afwijking van artikel 456, § 2, eerste lid, gaat het agentschap voor de facturatieperiode 2023 op 17 oktober 2022 na of voor alle trimesters de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 453, werd overgemaakt.
  In afwijking van artikel 456, § 2, tweede lid, wordt het bedrag van de volledige tegemoetkoming met betrekking tot de facturatieperiode 2023 verminderd met 25% als het agentschap de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 453, niet heeft ontvangen op 31 oktober 2022.
  In afwijking van artikel 456, § 2, derde lid, bezorgt het agentschap het bedrag en de berekening van de tegemoetkoming voor zorg in het centrum voor dagverzorging met betrekking tot de facturatieperiode 2023 aan de zorgvoorziening tussen 31 oktober en 14 november.".
Art. 22. La Partie 2, livre 5, du même arrêté est complétée par les articles 667/2 et 667/3, rédigés comme suit :
  " Art. 667/2. Par dérogation à l'article 454, alinéa 1er, pour la période de facturation 2023, l'agence vérifie le 17 octobre 2022 si le questionnaire électronique visé à l'article 453 a été transmis pour tous les trimestres.
  Par dérogation à l'article 454, alinéa 2, le montant de l'intervention intégrale relative à la période de facturation 2023 est réduit de 25 % si le questionnaire électronique visé à l'article 453 n'a pas été reçu par l'agence le 31 octobre 2022.
  Par dérogation à l'article 454, alinéa 3, l'agence remet à la structure de soins, entre le 31 octobre et le 14 novembre, le montant et le calcul de l'intervention pour des soins dans un centre de soins résidentiel ou un centre de court séjour pour la période de facturation 2023.
  Art. 667/3. Par dérogation à l'article 456, alinéa 1er, l'agence vérifie, pour la période de facturation 2023, le 17 octobre 2022 si le questionnaire électronique visé à l'article 453 a été transmis pour tous les trimestres.
  Par dérogation à l'article 456, § 2, alinéa 2, le montant de l'intervention intégrale relative à la période de facturation 2023 est réduit de 25 % si le questionnaire électronique visé à l'article 453 n'a pas été reçu par l'agence le 31 octobre 2022.
  Par dérogation à l'article 456, § 2, alinéa 3, l'agence remet à la structure de soins, entre le 31 octobre et le 14 novembre, le montant et le calcul de l'intervention pour des soins dans le centre de soins de jour relatifs à la période de facturation 2023. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 tot financiering van sommige sociale akkoorden in bepaalde gezondheidsinrichtingen en -diensten
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant financement de certains accords sociaux dans certains établissements et services de santé
Art. 23. In hoofdstuk 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 tot financiering van sommige sociale akkoorden in bepaalde gezondheidsinrichtingen en -diensten worden voor artikel 19, dat artikel 19/2 wordt, een nieuw artikel 19 en een artikel 19/1 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Artikel 19. In afwijking van artikel 5, § 2, derde lid, gaat het agentschap, nadat de referentieperiode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 is afgelopen, op 17 oktober 2022 na of voor alle trimesters de elektronische vragenlijst is bezorgd. Als de gegevens, vermeld in paragraaf 1, op uiterlijk 30 oktober 2022 nog altijd niet zijn bezorgd, kan het agentschap de terugbetaling eisen van de voorlopige tegemoetkomingen, vermeld in artikel 8.
  Artikel 19/1. In afwijking van artikel 8, § 3, eerste lid, geldt voor het meedelen van de gegevens voor de referentieperiode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 dat als de voorziening de gegevens, vermeld in artikel 5, § 1, heeft meegedeeld, de voorziening die gegevens nog kan wijzigen tot dertig dagen na de dag waarop de voorziening van het agentschap de berekening heeft ontvangen. Het agentschap bezorgt de berekening aan de voorziening tussen 31 oktober 2022 en 14 november 2022.".
Art. 23. Au chapitre 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant financement de certains accords sociaux dans certains établissements et services de santé, il est inséré avant l'article 19, qui devient l'article 19/2, un nouvel article 19 et un article 19/1, rédigés comme suit :
  " Article 19. Par dérogation à l'article 5, § 2, alinéa 3, après la fin de la période de référence du 1er juillet 2021 au 30 juin 2022 inclus, l'agence vérifie le 17 octobre 2022 si le questionnaire électronique a été fourni pour tous les trimestres. Si les données mentionnées au paragraphe 1er ne sont toujours pas fournies le 30 octobre 2022 au plus tard, l'agence peut exiger le remboursement des interventions provisoires mentionnées à l'article 8.
  Article 19/1. Par dérogation à l'article 8, § 3, alinéa 1er, pour la communication des données relatives à la période de référence du 1er juillet 2021 au 30 juin 2022 inclus, si la structure a communiqué les données mentionnées à l'article 5, § 1er, la structure peut encore modifier ces données jusqu'à 30 jours après le jour où la structure a reçu le calcul de l'agence. L'agence fournit le calcul à la structure entre le 31 octobre 2022 et le 14 novembre 2022. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 24. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2021, met uitzondering van:
  1° artikel 4, 4° en artikel 11, die in werking treden op 1 januari 2023;
  2° artikel 14, 17 en 19, die in werking treden op [1 1 januari 2025]1;
  3° artikel [1 ...]1, 6, 8, 12 en 21, die in werking treden op [1 1 januari [2 2028]2]1.
  
Art. 24. Le présent arrêté produit ses effets le 1er juillet 2022, à l'exception :
  1° des articles 4, 4° et 11, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2023 ;
  2° des articles 14, 17 et 19, qui entrent en vigueur le [1 1er janvier 2025]1 ;
  3° des articles[1 ...]1, 6, 8, 12 et 21, qui entrent en vigueur le 1er [1 1er janvier [2 2028]2]1.
  
Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le ministre flamand ayant la protection sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.