Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 OKTOBER 2022. - Wet houdende tijdelijke ondersteunings- maatregelen ten gevolge van de energiecrisis(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-11-2022 en tekstbijwerking tot 30-12-2022)
Titre
30 OCTOBRE 2022. - Loi portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-11-2022 et mise à jour au 30-12-2022)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITEL 2. - Financiën
Enig HOOFDSTUK. [1 - Uitstel van de betaling in...
HOOFDSTUK 2. [1 - Vrijstelling van vergoedingen...
TITEL 3. - Economie
Enig HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 26...
TITEL 4. - Werk
Enig HOOFDSTUK. - Tijdelijke invoering van een ...
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Afdeling 2. - Bijzonder stelsel van tijdelijke ...
Afdeling 3. - Terugvordering van onrechtmatig b...
Afdeling 4. - Opschorting van de door de werkge...
Afdeling 5. - Inwerkingtreding en temporele toe...
TITEL 5. - Pensioenen
Enig hoofdstuk. - Uitzonderlijke maatregelen to...
TITEL 6. - Zelfstandigen
Enig HOOFDSTUK. - Wijziging van artikel 7, § 3,...
TITEL 7. - Energie Toekenning van een federale ...
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Federale elektriciteitspremie
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Afdeling 3. - Toekenning van de federale elektr...
Afdeling 4. - De financiering van de federale e...
HOOFDSTUK 3. - Federale gaspremie
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Afdeling 3. - Toekenning van de federale gaspremie
Afdeling 4. - De financiering van de federale g...
HOOFDSTUK 4. - Verwerking van persoonsgegevens
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bijdrage energie
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
TITEL 8. - Verwarmingspremie
TITEL 9. - Justitie
HOOFDSTUK 1. - Tijdelijke verhoging van de inbe...
HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk moratorium ten voordel...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale
TITRE 2. - Finances
CHAPITRE unique. [1 - Report des délais de paie...
CHAPITRE 2. [1 - Exonération des indemnités dan...
TITRE 3. - Economie
CHAPITRE unique. - Modifications de la loi du 2...
TITRE 4. - EmploI
CHAPITRE unique. - Instauration temporaire d'un...
Section 1re. - Champ d'application
Section 2. - Régime spécial de chômage économiq...
Section 3. - Récupération des allocations versé...
Section 4. - Suspension du délai de préavis don...
Section 5. - Entrée en vigueur et application d...
TITRE 5. - Pensions
CHAPITRE unique. - Mesures exceptionnelles visa...
TITRE 6. - Independants
CHAPITRE unique. - Modification de l'article 7,...
TITRE 7. - Energie Octroi d'une prime fédérale ...
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Prime fédérale d'électricité
Section 1re. - Définitions spécifiques au prése...
Section 2. - Ayants droit
Section 3. - Attribution de la prime fédérale d...
Section 4. - Le financement de la prime fédéral...
CHAPITRE 3. - Prime fédérale de gaz
Section 1re. - Définitions spécifiques au prése...
Section 2. - Ayants droit
Section 3. - Attribution de la prime fédérale d...
Section 4. - Le financement de la prime fédéral...
CHAPITRE 4. - Traitement des données à caractèr...
CHAPITRE 5. - Supervision
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 7. - Cotisation spéciale énergie
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
TITRE 8. - Prime chauffage
TITRE 9. - Justice
CHAPITRE 1er. . - Augmentation temporaire des s...
CHAPITRE 2. - Moratoire temporaire en faveur de...
Tekst (114)
Texte (114)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Financiën
TITRE 2. - Finances
Enig HOOFDSTUK. [1 - Uitstel van de betaling inzake de inkomstenbelastingen en de bedrijfsvoorheffing]1
CHAPITRE unique. [1 - Report des délais de paiement en matière d'impôts sur les revenus et de précompte professionnel]1
Art. 2. In afwijking van artikel 412, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2015, wordt de betalingstermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan de maanden november en december 2022 verlengd tot respectievelijk 15 februari en 15 maart 2023.
In afwijking van artikel 412, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 juli 1992, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, wordt de betalingstermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan het vierde kwartaal 2022 verlengd tot 15 maart 2023.
In afwijking van artikel 412, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 juli 1992, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, wordt de betalingstermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan het vierde kwartaal 2022 verlengd tot 15 maart 2023.
Art. 2. Par dérogation à l'article 412, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par la loi du 24 mars 2015, le délai de paiement du précompte professionnel rattaché aux mois de novembre et décembre 2022 est prolongé respectivement jusqu'au 15 février et au 15 mars 2023.
Par dérogation à l'article 412, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 28 juillet 1992, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001 et modifié par la loi du 19 décembre 2014, le délai de paiement du précompte professionnel rattaché au quatrième trimestre 2022 est prolongé jusqu'au 15 mars 2023.
Par dérogation à l'article 412, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 28 juillet 1992, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001 et modifié par la loi du 19 décembre 2014, le délai de paiement du précompte professionnel rattaché au quatrième trimestre 2022 est prolongé jusqu'au 15 mars 2023.
Art. 3. In afwijking van artikel 413, eerste lid, vervangen bij de wet van 15 maart 1999, en tweede lid, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2013, van hetzelfde Wetboek, wordt de betalingstermijn voor aanslagjaar 2022 verlengd met twee maanden voor de inkomstenbelastingen opgenomen in een kohier uitvoerbaar verklaard tot 31 oktober 2023.
Het eerste lid raakt niet aan de toepassing van artikel 413, derde en vierde lid, van hetzelfde Wetboek.
Het eerste lid raakt niet aan de toepassing van artikel 413, derde en vierde lid, van hetzelfde Wetboek.
Art. 3. Par dérogation à l'article 413, alinéas 1er, remplacé par la loi du 15 mars 1999 et 2, inséré par la loi du 17 juin 2013, du même Code, le délai de paiement pour l'exercice d'imposition 2022 est prolongé de deux mois pour les impôts sur les revenus portés à un rôle rendu exécutoire jusqu'au 31 octobre 2023.
L'alinéa 1er ne porte pas préjudice à l'application de l'article 413, alinéas 3 et 4, du même Code.
L'alinéa 1er ne porte pas préjudice à l'application de l'article 413, alinéas 3 et 4, du même Code.
Art. 4. In afwijking van artikel 413/1, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 december 2016, wordt de betalingstermijn verlengd met twee maanden voor aanslagjaar 2022 voor het resterend verschuldigd gedeelte van de inkomstenbelastingen gevestigd op basis van de inkomsten bedoeld in artikel 413/1, § 1, van hetzelfde Wetboek, opgenomen in een kohier uitvoerbaar verklaard tot 31 oktober 2023.
Art. 4. Par dérogation à l'article 413/1, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 1er décembre 2016, le délai de de paiement est prolongé de deux mois pour l'exercice d'imposition 2022 pour les quotités restantes dues de l'impôt sur les revenus établies sur la base des revenus visés à l'article 413/1, § 1er, du même Code, portées à un rôle rendu exécutoire jusqu'au 31 octobre 2023.
Art. 5. In afwijking van artikel 414 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 april 2021, geeft de verlenging van de termijnen bedoeld in de artikelen 2 tot 4 geen aanleiding tot de aanrekening van interest in hoofde van de belastingschuldige.
Art. 5. Par dérogation à l'article 414 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 2 avril 2021, la prolongation des délais visés aux articles 2 à 4 ne donne pas lieu à la débition d'intérêt dans le chef du redevable.
Art. 6. In afwijking van artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 februari 2021, geeft de verlenging van de termijnen bedoeld in de artikelen 2 tot 4 geen aanleiding tot de toepassing van administratieve boetes.
Art. 6. Par dérogation à l'article 445 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 février 2021, la prolongation des délais visés aux articles 2 à 4 ne donne pas lieu à l'application d'amendes administratives.
Art. 7. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 november 2022.
Art. 7. Le présent chapitre produit ses effets le 1er novembre 2022.
HOOFDSTUK 2. [1 - Vrijstelling van vergoedingen in het kader van steunmaatregelen die worden getroffen door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten in het kader van de energiecrisis]1
CHAPITRE 2. [1 - Exonération des indemnités dans le cadre des mesures d'aide prises par les régions, les communautés, les provinces ou les communes dans le cadre de la crise de l'énergie]1
Art.7/1. [1 In afwijking van de artikelen 24, eerste lid, 1°, 25, 6°, 27, tweede lid, 1° en 4°, 31, tweede lid, 4°, 32, tweede lid, 2°, 183 en 235, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden de vergoedingen die overeenkomstig gewestelijke, gemeenschaps-, provinciale of gemeentelijke regelgeving worden toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis, vrijgesteld van inkomstenbelastingen.
Het eerste lid is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden:
- de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vormt geen directe of indirecte vergoeding in ruil voor de levering van goederen of het verlenen van diensten;
- in de regeling op grond waarvan de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt verleend, is uitdrukkelijk bepaald dat deze vergoeding wordt toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis;
- de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt betaald of toegekend tussen 1 juli 2022 en 31 december 2023.
De in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
In afwijking van de artikelen 49, 183 en 235 van hetzelfde Wetboek, wordt het deel van de vergoedingen dat voorheen overeenkomstig het eerste lid definitief van inkomstenbelastingen werd vrijgesteld en dat wordt terugbetaald ten gunste van het betrokken gewest, de betrokken gemeenschap, provincie of gemeente, niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt.]1
Het eerste lid is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden:
- de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vormt geen directe of indirecte vergoeding in ruil voor de levering van goederen of het verlenen van diensten;
- in de regeling op grond waarvan de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt verleend, is uitdrukkelijk bepaald dat deze vergoeding wordt toegekend voor de economische gevolgen die belastingplichtigen ondervinden naar aanleiding van de energiecrisis;
- de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt betaald of toegekend tussen 1 juli 2022 en 31 december 2023.
De in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de genieter.
In afwijking van de artikelen 49, 183 en 235 van hetzelfde Wetboek, wordt het deel van de vergoedingen dat voorheen overeenkomstig het eerste lid definitief van inkomstenbelastingen werd vrijgesteld en dat wordt terugbetaald ten gunste van het betrokken gewest, de betrokken gemeenschap, provincie of gemeente, niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt.]1
Art.7/1. [1 Par dérogation aux articles 24, alinéa 1er, 1°, 25, 6°, 27, alinéa 2, 1° et 4°, 31, alinéa 2, 4°, 32, alinéa 2, 2°, 183 et 235, du Code des impôts sur les revenus 1992, les indemnités attribuées conformément à une réglementation régionale, communautaire, provinciale ou communale en faveur des contribuables victimes des conséquences économiques de la crise de l'énergie sont exonérées de l'impôt sur les revenus.
L'alinéa 1er n'est applicable qu'aux conditions suivantes :
- l'indemnité, visée à l'alinéa 1er, ne constitue pas une indemnité directe ou indirecte en échange de la fourniture de biens ou de la prestation de services ;
- la réglementation conformément à laquelle l'indemnité visée à l'alinéa 1er est attribuée, dispose expressément que cette indemnité est octroyée dans le but de faire face aux conséquences économiques de la crise de l'énergie ;
- l'indemnité visée à l'alinéa 1er est payée ou attribuée entre le 1er juillet 2022 et le 31 décembre 2023.
Les indemnités visées à l'alinéa 1er sont mentionnées sur la note de calcul qui est jointe à l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôt des personnes physiques du bénéficiaire.
Par dérogation aux articles 49, 183 et 235 du même Code, la partie des indemnités qui a été antérieurement définitivement exonérée de l'impôt sur les revenus conformément à l'alinéa 1er, et qui est remboursée au profit de la région, de la communauté, de la province ou de la commune concernée, n'est pas considérée comme des frais professionnels déductibles.]1
L'alinéa 1er n'est applicable qu'aux conditions suivantes :
- l'indemnité, visée à l'alinéa 1er, ne constitue pas une indemnité directe ou indirecte en échange de la fourniture de biens ou de la prestation de services ;
- la réglementation conformément à laquelle l'indemnité visée à l'alinéa 1er est attribuée, dispose expressément que cette indemnité est octroyée dans le but de faire face aux conséquences économiques de la crise de l'énergie ;
- l'indemnité visée à l'alinéa 1er est payée ou attribuée entre le 1er juillet 2022 et le 31 décembre 2023.
Les indemnités visées à l'alinéa 1er sont mentionnées sur la note de calcul qui est jointe à l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôt des personnes physiques du bénéficiaire.
Par dérogation aux articles 49, 183 et 235 du même Code, la partie des indemnités qui a été antérieurement définitivement exonérée de l'impôt sur les revenus conformément à l'alinéa 1er, et qui est remboursée au profit de la région, de la communauté, de la province ou de la commune concernée, n'est pas considérée comme des frais professionnels déductibles.]1
Art.7/2. [1 Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2022.]1
Art.7/2. [1 Le présent chapitre produit ses effets le 1er juillet 2022.]1
TITEL 3. - Economie
TITRE 3. - Economie
Enig HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 2022 houdende toekenning van een toelage voor het aanschaffen van huisbrandolie of propaan in bulk bestemd voor de verwarming van een privéwoning
CHAPITRE unique. - Modifications de la loi du 26 juin 2022 visant à octroyer une allocation pour l'acquisition de gasoil ou de propane en vrac destinés au chauffage d'une habitation privée
Art. 8. In artikel 3 van de wet van 26 juni 2022 houdende toekenning van een toelage voor het aanschaffen van huisbrandolie of propaan in bulk bestemd voor de verwarming van een privéwoning, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het cijfer "225" vervangen door het cijfer "300" en worden de woorden "31 december 2022" vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° het betalingsbewijs van de factuur of de afrekening van de onderneming in het geval van termijnbetalingen of een certificaat van het OCMW of van de leverancier of enig ander document dat bewijst dat de rechthebbende in orde is met de betalingen.";
3° in de paragrafen 3 en 5 worden de woorden "10 januari 2023" telkens vervangen door de woorden "30 april 2023".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het cijfer "225" vervangen door het cijfer "300" en worden de woorden "31 december 2022" vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° het betalingsbewijs van de factuur of de afrekening van de onderneming in het geval van termijnbetalingen of een certificaat van het OCMW of van de leverancier of enig ander document dat bewijst dat de rechthebbende in orde is met de betalingen.";
3° in de paragrafen 3 en 5 worden de woorden "10 januari 2023" telkens vervangen door de woorden "30 april 2023".
Art. 8. A l'article 3 de la loi du 26 juin 2022 visant à octroyer une allocation pour l'acquisition de gasoil ou de propane en vrac destinés au chauffage d'une habitation privée, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le chiffre "225" est remplacé par le chiffre "300" et les mots "31 décembre 2022" sont remplacés par les mots "31 mars 2023";
2° au paragraphe 1er, alinéa 3, le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° la preuve de paiement de la facture ou le décompte de l'entreprise en cas de paiement échelonné ou une attestation du CPAS ou du fournisseur ou tout autre document prouvant que l'ayant droit est en ordre de paiement.";
3° aux paragraphes 3 et 5, les mots "10 janvier 2023" sont chaque fois remplacés par les mots "30 avril 2023".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le chiffre "225" est remplacé par le chiffre "300" et les mots "31 décembre 2022" sont remplacés par les mots "31 mars 2023";
2° au paragraphe 1er, alinéa 3, le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° la preuve de paiement de la facture ou le décompte de l'entreprise en cas de paiement échelonné ou une attestation du CPAS ou du fournisseur ou tout autre document prouvant que l'ayant droit est en ordre de paiement.";
3° aux paragraphes 3 et 5, les mots "10 janvier 2023" sont chaque fois remplacés par les mots "30 avril 2023".
Art. 9. In artikel 4 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "voor 15 april 2023," ingevoegd tussen de woorden "aan de FOD Economie," en de woorden "via een informaticaplatform", en worden de woorden "31 december 2022" vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° in de bepaling onder 7° worden de woorden "of de afrekening van de onderneming in het geval van termijnbetalingen die bewijst dat de rechthebbende in orde is met de betalingen" opgeheven;
3° de bepalingen onder 9° en 10° worden ingevoegd, luidende:
"9° het adres van de levering;
10° het type energie.";
4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning kan aanvullende rapportagemodaliteiten bepalen.".
1° in de inleidende zin worden de woorden "voor 15 april 2023," ingevoegd tussen de woorden "aan de FOD Economie," en de woorden "via een informaticaplatform", en worden de woorden "31 december 2022" vervangen door de woorden "31 maart 2023";
2° in de bepaling onder 7° worden de woorden "of de afrekening van de onderneming in het geval van termijnbetalingen die bewijst dat de rechthebbende in orde is met de betalingen" opgeheven;
3° de bepalingen onder 9° en 10° worden ingevoegd, luidende:
"9° het adres van de levering;
10° het type energie.";
4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning kan aanvullende rapportagemodaliteiten bepalen.".
Art. 9. A l'article 4 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la phrase introductive, les mots "avant le 15 avril 2023," sont insérés entre les mots "fournissent," et les mots "via une plateforme informatique", et les mots "31 décembre 2022" sont remplacés par les mots "31 mars 2023";
2° au 7°, les mots "ou le décompte de l'entreprise en cas de paiement échelonné prouvant que l'ayant droit est en ordre de paiement" sont abrogés;
3° les 9° et 10° sont insérés, rédigés comme suit:
"9° l'adresse de livraison;
10° le type d'énergie.";
4° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Roi peut déterminer les modalités de rapportage complémentaire.".
1° dans la phrase introductive, les mots "avant le 15 avril 2023," sont insérés entre les mots "fournissent," et les mots "via une plateforme informatique", et les mots "31 décembre 2022" sont remplacés par les mots "31 mars 2023";
2° au 7°, les mots "ou le décompte de l'entreprise en cas de paiement échelonné prouvant que l'ayant droit est en ordre de paiement" sont abrogés;
3° les 9° et 10° sont insérés, rédigés comme suit:
"9° l'adresse de livraison;
10° le type d'énergie.";
4° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Roi peut déterminer les modalités de rapportage complémentaire.".
Art. 10. In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 4/1. De eigenaars van een of meer opbrengst-eigendommen bezorgen aan de FOD Economie, voor 15 april 2023, via een informaticaplatform, voor de woningen die ze beheren, die worden verwarmd met huisbrandolie of propaan in bulk, en waarvoor een levering plaatsvond tussen 15 november 2021 en 31 maart 2023 inbegrepen:
1° het ondernemingsnummer van de onderneming;
2° het klantnummer;
3° het factuurnummer;
4° de factuurdatum;
5° de datum van de levering;
6° de kopie van de factuur van de bestelling van huisbrandolie of propaan in bulk bestemd voor de verwarming;
7° het betalingsbewijs van de factuur;
8° het adres van de levering;
9° het type energie.
De Koning kan aanvullende rapportagemodaliteiten bepalen.".
"Art. 4/1. De eigenaars van een of meer opbrengst-eigendommen bezorgen aan de FOD Economie, voor 15 april 2023, via een informaticaplatform, voor de woningen die ze beheren, die worden verwarmd met huisbrandolie of propaan in bulk, en waarvoor een levering plaatsvond tussen 15 november 2021 en 31 maart 2023 inbegrepen:
1° het ondernemingsnummer van de onderneming;
2° het klantnummer;
3° het factuurnummer;
4° de factuurdatum;
5° de datum van de levering;
6° de kopie van de factuur van de bestelling van huisbrandolie of propaan in bulk bestemd voor de verwarming;
7° het betalingsbewijs van de factuur;
8° het adres van de levering;
9° het type energie.
De Koning kan aanvullende rapportagemodaliteiten bepalen.".
Art. 10. Dans la même loi, il est inséré un article 4/1 rédigé comme suit:
"Art. 4/1. Les propriétaires d'un ou plusieurs immeubles de rapport fournissent, avant le 15 avril 2023, via une plateforme informatique, au SPF Economie, pour les habitations qu'ils gèrent, qui sont chauffées au gasoil ou au propane en vrac, et pour lesquelles une livraison a eu lieu entre le 15 novembre 2021 et le 31 mars 2023 inclus:
1° le numéro d'entreprise de l'entreprise;
2° le numéro de client;
3° le numéro de la facture;
4° la date de la facture;
5° la date de livraison;
6° la copie de la facture de la commande de gasoil ou de propane en vrac destiné au chauffage;
7° la preuve de paiement de la facture;
8° l'adresse de livraison;
9° le type d'énergie.
Le Roi peut déterminer les modalités de rapportage complémentaire.".
"Art. 4/1. Les propriétaires d'un ou plusieurs immeubles de rapport fournissent, avant le 15 avril 2023, via une plateforme informatique, au SPF Economie, pour les habitations qu'ils gèrent, qui sont chauffées au gasoil ou au propane en vrac, et pour lesquelles une livraison a eu lieu entre le 15 novembre 2021 et le 31 mars 2023 inclus:
1° le numéro d'entreprise de l'entreprise;
2° le numéro de client;
3° le numéro de la facture;
4° la date de la facture;
5° la date de livraison;
6° la copie de la facture de la commande de gasoil ou de propane en vrac destiné au chauffage;
7° la preuve de paiement de la facture;
8° l'adresse de livraison;
9° le type d'énergie.
Le Roi peut déterminer les modalités de rapportage complémentaire.".
Art. 11. In artikel 5, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "de naam, de voornaam en" opgeheven;
2° het lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 6°, 7° en 8°, luidende:
"6° het KBO-nummer van hun klant;
7° het type energie;
8° de datum van de factuur.".
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "de naam, de voornaam en" opgeheven;
2° het lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 6°, 7° en 8°, luidende:
"6° het KBO-nummer van hun klant;
7° het type energie;
8° de datum van de factuur.".
Art. 11. Dans l'article 5, alinéa 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 1°, les mots "les nom, prénom et" sont remplacés par le mot "le";
2° l'alinéa est complété par les 6°, 7° et 8° rédigés comme suit:
"6° le numéro BCE de leur client;
7° le type d'énergie;
8° la date de la facture.".
1° au 1°, les mots "les nom, prénom et" sont remplacés par le mot "le";
2° l'alinéa est complété par les 6°, 7° et 8° rédigés comme suit:
"6° le numéro BCE de leur client;
7° le type d'énergie;
8° la date de la facture.".
Art. 12. In artikel 6, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "15 maart 2023" vervangen door de woorden "30 juni 2023".
Art. 12. Dans l'article 6, alinéa 1er, de la même loi, les mots "15 mars 2023" sont remplacés par les mots "30 juin 2023".
Art. 13. In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "in artikel 4, eerste lid, in artikel 4/1, eerste lid, en" ingevoegd tussen de woorden "de gegevens bedoeld" en de woorden "in artikel 5, tweede lid".
Art. 13. Dans l'article 10, alinéa 1er, de la même loi, les mots "à l'article 4, alinéa 1er, à l'article 4/1, alinéa 1er et" sont insérés entre les mots "les données visées" et les mots "à l'article 5, alinéa 2".
Art. 14. In artikel 11 van dezelfde wet worden de woorden ", artikel 4/1" ingevoegd tussen de woorden "artikel 4" en de woorden "en artikel 6".
Art. 14. Dans l'article 11 de la même loi, les mots ", à l'article 4/1" sont insérés entre les mots "à l'article 4" et les mots "et à l'article 6".
Art. 15. In dezelfde wet wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 11/1. De Koning kan het bedrag van de toelage bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, verhogen, ten laste van de algemene uitgavenbegroting en binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen. De Koning bepaalt de regels en de voorwaarden van deze verhoging."
"Art. 11/1. De Koning kan het bedrag van de toelage bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, verhogen, ten laste van de algemene uitgavenbegroting en binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen. De Koning bepaalt de regels en de voorwaarden van deze verhoging."
Art. 15. Dans la même loi, il est inséré un article 11/1 rédigé comme suit:
"Art. 11/1. Le Roi peut augmenter le montant de l'allocation visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, à charge du budget général des dépenses et dans les limites des crédits budgétaires disponibles. Le Roi fixe les modalités et les conditions de cette augmentation.".
"Art. 11/1. Le Roi peut augmenter le montant de l'allocation visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, à charge du budget général des dépenses et dans les limites des crédits budgétaires disponibles. Le Roi fixe les modalités et les conditions de cette augmentation.".
Art. 16. In dezelfde wet wordt een artikel 11/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 11/2. Bij twijfel over de ontvankelijkheid van de aanvraag kunnen de personeelsleden van de FOD Economie controles uitvoeren op de hoofdverblijfplaats van de rechthebbende.".
"Art. 11/2. Bij twijfel over de ontvankelijkheid van de aanvraag kunnen de personeelsleden van de FOD Economie controles uitvoeren op de hoofdverblijfplaats van de rechthebbende.".
Art. 16. Dans la même loi, il est inséré un article 11/2 rédigé comme suit:
"Art. 11/2. En cas de doute sur la recevabilité de la demande, les agents du SPF Economie peuvent effectuer des vérifications à l'adresse de résidence principale de l'ayant droit.".
"Art. 11/2. En cas de doute sur la recevabilité de la demande, les agents du SPF Economie peuvent effectuer des vérifications à l'adresse de résidence principale de l'ayant droit.".
Art. 17. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 17. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 4. - Werk
TITRE 4. - EmploI
Enig HOOFDSTUK. - Tijdelijke invoering van een bijzonder stelsel van tijdelijke economische werkloosheid voor energieintensieve bedrijven die economische moeilijkheden kennen wegens de stijging van de energiekosten tengevolge van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne
CHAPITRE unique. - Instauration temporaire d'un régime spécial de chômage économique temporaire pour les entreprises grandes consommatrices d'énergie qui connaissent des difficultés économiques en raison de l'augmentation des coûts de l'énergie liée à l'agression militaire russe contre l'Ukraine
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1re. - Champ d'application
Art. 18. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en werknemers van energie-intensieve bedrijven.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden, onder energie-intensieve bedrijven verstaan de bedrijven, in de zin van de juridische entiteit, waar de aankoop van energieproducten, met inbegrip van energieproducten andere dan aardgas en elektriciteit, ten minste 3 % van de toegevoegde waarde uitmaakt voor het kalenderjaar 2021 of die aantonen dat hun definitieve energierekening voor het trimester voorafgaand aan het trimester waarin zij gebruik maken van de in artikel 19 bedoelde regeling is verdubbeld ten opzichte van hun definitieve energierekening voor hetzelfde trimester van het voorafgaande jaar.
Voor de bedrijven die nog niet waren opgericht in hetzelfde trimester van het voorafgaande jaar, bedoeld in het tweede lid, kan de werkgever de verdubbeling van de definitieve energierekening aantonen aan de hand van de energierekening die zijn bedrijf zou hebben betaald in dit trimester op basis van de toenmalige geldende energieprijzen.
Voor de bedrijven die behoren tot de socialprofitsector, kan bij ministerieel besluit, genomen na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de Nationale Arbeidsraad, worden afgeweken van de criteria bedoeld in het tweede lid.
Voor de toepassing van het vierde lid, wordt onder social-profitsector verstaan, de ondernemingen die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.
§ 2. Ten minste vijf dagen voordat hij de mededeling bedoeld in artikel 19, § 1, vijfde lid, kan doen, moet de werkgever bij aangetekend schrijven of via elektronische weg een formulier, waarvan het model is vastgelegd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, indienen bij het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is, waarin hij op eer verklaart dat hij aan de voorwaarden van paragraaf 1 voldoet.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden, onder energie-intensieve bedrijven verstaan de bedrijven, in de zin van de juridische entiteit, waar de aankoop van energieproducten, met inbegrip van energieproducten andere dan aardgas en elektriciteit, ten minste 3 % van de toegevoegde waarde uitmaakt voor het kalenderjaar 2021 of die aantonen dat hun definitieve energierekening voor het trimester voorafgaand aan het trimester waarin zij gebruik maken van de in artikel 19 bedoelde regeling is verdubbeld ten opzichte van hun definitieve energierekening voor hetzelfde trimester van het voorafgaande jaar.
Voor de bedrijven die nog niet waren opgericht in hetzelfde trimester van het voorafgaande jaar, bedoeld in het tweede lid, kan de werkgever de verdubbeling van de definitieve energierekening aantonen aan de hand van de energierekening die zijn bedrijf zou hebben betaald in dit trimester op basis van de toenmalige geldende energieprijzen.
Voor de bedrijven die behoren tot de socialprofitsector, kan bij ministerieel besluit, genomen na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of van de Nationale Arbeidsraad, worden afgeweken van de criteria bedoeld in het tweede lid.
Voor de toepassing van het vierde lid, wordt onder social-profitsector verstaan, de ondernemingen die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.
§ 2. Ten minste vijf dagen voordat hij de mededeling bedoeld in artikel 19, § 1, vijfde lid, kan doen, moet de werkgever bij aangetekend schrijven of via elektronische weg een formulier, waarvan het model is vastgelegd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, indienen bij het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is, waarin hij op eer verklaart dat hij aan de voorwaarden van paragraaf 1 voldoet.
Art. 18. § 1er. Le présent chapitre est applicable aux employeurs et travailleurs des entreprises grandes consommatrices d'énergie.
Pour l'application du présent chapitre, on entend par entreprises grandes consommatrices d'énergie, au sens de l'entité juridique, celles dont les achats de produits énergétiques, y compris les produits énergétiques autres que le gaz naturel et l'électricité, atteignent au moins 3 % de la valeur ajoutée de l'année civile 2021 ou qui démontrent que leur facture définitive d'énergie du trimestre précédant celui au cours duquel elles recourent au régime visé à l'article 19 a doublé par rapport à leur facture définitive d'énergie au même trimestre de l'année précédente.
Pour les entreprises, qui n'avaient pas encore été créées au cours du même trimestre de l'année précédente visé au deuxième alinéa, l'employeur peut prouver le doublement du montant de la facture énergétique finale en utilisant la facture énergétique que son entreprise aurait payée au cours de ce trimestre sur la base des prix de l'énergie alors en vigueur.
Pour les entreprises appartenant au secteur non marchand, il peut être dérogé aux critères, visés au deuxième alinéa, par arrêté ministériel, pris après avis du Comité de gestion de l'Office national de l'Emploi ou du Conseil national du travail.
Pour l'application de l'alinéa 4, on entend par secteur non marchand, les entreprises relevant du champ d'application de l'article 1er de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand.
§ 2. Au moins cinq jours avant de pouvoir faire la communication, visée à l'article 19, § 1er, alinéa 5, l'employeur doit, par pli recommandé à la poste ou par voie électronique, introduire auprès du bureau de chômage de l'Office national de l'Emploi du lieu où est située l'entreprise, un formulaire, dont le modèle est fixé par l'Office national de l'Emploi, dans lequel il déclare sur l'honneur qu'il satisfait aux conditions du paragraphe 1er.
Pour l'application du présent chapitre, on entend par entreprises grandes consommatrices d'énergie, au sens de l'entité juridique, celles dont les achats de produits énergétiques, y compris les produits énergétiques autres que le gaz naturel et l'électricité, atteignent au moins 3 % de la valeur ajoutée de l'année civile 2021 ou qui démontrent que leur facture définitive d'énergie du trimestre précédant celui au cours duquel elles recourent au régime visé à l'article 19 a doublé par rapport à leur facture définitive d'énergie au même trimestre de l'année précédente.
Pour les entreprises, qui n'avaient pas encore été créées au cours du même trimestre de l'année précédente visé au deuxième alinéa, l'employeur peut prouver le doublement du montant de la facture énergétique finale en utilisant la facture énergétique que son entreprise aurait payée au cours de ce trimestre sur la base des prix de l'énergie alors en vigueur.
Pour les entreprises appartenant au secteur non marchand, il peut être dérogé aux critères, visés au deuxième alinéa, par arrêté ministériel, pris après avis du Comité de gestion de l'Office national de l'Emploi ou du Conseil national du travail.
Pour l'application de l'alinéa 4, on entend par secteur non marchand, les entreprises relevant du champ d'application de l'article 1er de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand.
§ 2. Au moins cinq jours avant de pouvoir faire la communication, visée à l'article 19, § 1er, alinéa 5, l'employeur doit, par pli recommandé à la poste ou par voie électronique, introduire auprès du bureau de chômage de l'Office national de l'Emploi du lieu où est située l'entreprise, un formulaire, dont le modèle est fixé par l'Office national de l'Emploi, dans lequel il déclare sur l'honneur qu'il satisfait aux conditions du paragraphe 1er.
Afdeling 2. - Bijzonder stelsel van tijdelijke economische werkloosheid
Section 2. - Régime spécial de chômage économique temporaire
Art. 19. § 1. In de bij artikel 18 bedoelde energie-intensieve bedrijven kan, bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemers gedurende ten hoogste vier weken geheel worden geschorst of kan een regeling van gedeeltelijke arbeid worden ingevoerd voor een duur van ten hoogste drie maanden indien zij minder dan drie arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken omvat. Bij het bereiken van die termijn van vier weken of drie maanden, kan de werkgever opnieuw gebruik maken van de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst geheel te schorsen of een regeling van gedeeltelijke arbeid in te voeren, zonder dat hij verplicht is eerst de regeling van volledige arbeid opnieuw in te voeren.
Van de in het eerste lid geboden mogelijkheid mag enkel gebruik worden gemaakt, mits kennisgeving wordt gedaan door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming, ten minste drie dagen vooraf, de dag van aanplakking niet inbegrepen.
De kennisgeving moet vermelden:
1° hetzij de naam, de voornamen en het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde werknemers, hetzij de afdeling(en) van de onderneming waar de arbeid wordt geschorst;
2° het aantal werkloosheidsdagen en de data waarop elke werknemer werkloos zal zijn; de in het vijfde lid bedoelde mededeling aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bevat evenwel slechts de voorziene regeling inzake schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
3° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan, en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen;
4° de verbintenis van de werkgever om de bepalingen van artikel 30quinquies, tweede lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten na te leven.
De aanplakking kan worden vervangen door een geschreven kennisgeving aan ieder werkloos gestelde werknemer, ten minste drie dagen vooraf, de dag van de kennisgeving niet inbegrepen. Die kennisgeving moet de in het derde lid, 2°, 3° en 4° bedoelde vermeldingen aangeven.
Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving wordt de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever op elektronische wijze overgemaakt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overeenkomstig de modaliteiten bepaald krachtens artikel 51, § 2, vijfde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
In deze mededeling vermeldt de werkgever de economische redenen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
§ 2. Dezelfde dag van de bij § 1, tweede lid, voorziene kennisgeving, moet de werkgever aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging de economische redenen mededelen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een stelsel van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
§ 3. De werkgever is verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overeenkomstig de modaliteiten bepaald krachtens artikel 51, § 3quater, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
§ 4. Telkens als de werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal werkloosheidsdagen verhoogt of van een regeling van gedeeltelijke arbeid overgaat naar een volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, is hij verplicht de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel na te leven.
§ 5. De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van de paragrafen 1 en 4 betreffende de formaliteiten van kennisgeving, is gehouden aan de werknemer zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst.
De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van paragraaf 3, is verplicht aan de werknemer zijn normaal loon te betalen voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is. Leeft de werkgever de in paragraaf 3 bedoelde verplichtingen laattijdig na, dan geldt de verplichting om het loon te betalen enkel gedurende de periode voorafgaand aan de mededeling.
§ 6. De werknemer heeft recht op een supplement bovenop de werkloosheidsuitkeringen wegens schorsing van de uitvoering van zijn overeenkomst, voor elke dag waarop hij niet heeft gewerkt in toepassing van dit artikel.
Het minimumbedrag van het supplement wordt bepaald op 5 euro per dag waarop hij niet heeft gewerkt in toepassing van dit artikel. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex geldend op 1 januari 2012.
In geen geval mag het bedrag van het in het eerste lid bedoelde supplement lager zijn dan het bedrag van het supplement dat in toepassing van de artikelen 51, § 8, en 77/4, § 7, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt toegekend.
De werkgever is ertoe gehouden dit supplement te betalen, tenzij de betaling daarvan door een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst ten laste wordt gelegd van het Fonds voor Bestaanszekerheid.
Van de in het eerste lid geboden mogelijkheid mag enkel gebruik worden gemaakt, mits kennisgeving wordt gedaan door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming, ten minste drie dagen vooraf, de dag van aanplakking niet inbegrepen.
De kennisgeving moet vermelden:
1° hetzij de naam, de voornamen en het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde werknemers, hetzij de afdeling(en) van de onderneming waar de arbeid wordt geschorst;
2° het aantal werkloosheidsdagen en de data waarop elke werknemer werkloos zal zijn; de in het vijfde lid bedoelde mededeling aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bevat evenwel slechts de voorziene regeling inzake schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
3° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan, en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen;
4° de verbintenis van de werkgever om de bepalingen van artikel 30quinquies, tweede lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten na te leven.
De aanplakking kan worden vervangen door een geschreven kennisgeving aan ieder werkloos gestelde werknemer, ten minste drie dagen vooraf, de dag van de kennisgeving niet inbegrepen. Die kennisgeving moet de in het derde lid, 2°, 3° en 4° bedoelde vermeldingen aangeven.
Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving wordt de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever op elektronische wijze overgemaakt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overeenkomstig de modaliteiten bepaald krachtens artikel 51, § 2, vijfde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
In deze mededeling vermeldt de werkgever de economische redenen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
§ 2. Dezelfde dag van de bij § 1, tweede lid, voorziene kennisgeving, moet de werkgever aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging de economische redenen mededelen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een stelsel van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
§ 3. De werkgever is verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overeenkomstig de modaliteiten bepaald krachtens artikel 51, § 3quater, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
§ 4. Telkens als de werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal werkloosheidsdagen verhoogt of van een regeling van gedeeltelijke arbeid overgaat naar een volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, is hij verplicht de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel na te leven.
§ 5. De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van de paragrafen 1 en 4 betreffende de formaliteiten van kennisgeving, is gehouden aan de werknemer zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst.
De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van paragraaf 3, is verplicht aan de werknemer zijn normaal loon te betalen voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is. Leeft de werkgever de in paragraaf 3 bedoelde verplichtingen laattijdig na, dan geldt de verplichting om het loon te betalen enkel gedurende de periode voorafgaand aan de mededeling.
§ 6. De werknemer heeft recht op een supplement bovenop de werkloosheidsuitkeringen wegens schorsing van de uitvoering van zijn overeenkomst, voor elke dag waarop hij niet heeft gewerkt in toepassing van dit artikel.
Het minimumbedrag van het supplement wordt bepaald op 5 euro per dag waarop hij niet heeft gewerkt in toepassing van dit artikel. Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex geldend op 1 januari 2012.
In geen geval mag het bedrag van het in het eerste lid bedoelde supplement lager zijn dan het bedrag van het supplement dat in toepassing van de artikelen 51, § 8, en 77/4, § 7, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt toegekend.
De werkgever is ertoe gehouden dit supplement te betalen, tenzij de betaling daarvan door een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst ten laste wordt gelegd van het Fonds voor Bestaanszekerheid.
Art. 19. § 1er. Dans les entreprises grandes consommatrices d'énergie visées à l'article 18, en cas de manque de travail résultant de causes économiques, l'exécution du contrat de travail des travailleurs peut être totalement suspendue pendant quatre semaines au maximum ou un régime de travail à temps réduit peut être instauré pour une durée de trois mois au maximum s'il comporte moins de trois jours de travail par semaine ou moins d'une semaine de travail sur deux semaines. Lorsque cette période de quatre semaines ou de trois mois est atteinte, l'employeur peut à nouveau faire usage de la faculté de totalement suspendre le contrat de travail ou d'instaurer un régime de travail à temps réduit, sans être obligé de rétablir d'abord le régime de travail à temps plein.
La faculté prévue à l'alinéa 1er, ne peut être exercée que moyennant la notification par affichage dans les locaux de l'entreprise, à un endroit apparent, au moins trois jours à l'avance, le jour de l'affichage non compris.
La notification doit indiquer:
1° soit les nom, prénoms et numéro d'identification à la sécurité sociale des travailleurs mis en chômage, soit la ou les sections de l'entreprise dont l'activité sera suspendue;
2° le nombre de jours de chômage et les dates auxquelles chaque travailleur sera en chômage; la communication à l'Office national de l'Emploi prévue à l'alinéa 5 contient toutefois seulement le régime prévu concernant la suspension de l'exécution du contrat de travail;
3° la date à laquelle la suspension totale de l'exécution du contrat ou le régime de travail à temps réduit prendra cours et la date à laquelle cette suspension ou ce régime prendra fin;
4° l'engagement de l'employeur de respecter les dispositions de l'article 30quinquies, alinéa 2, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
L'affichage peut être remplacé par une notification écrite à chaque travailleur mis en chômage, au moins trois jours à l'avance, le jour de notification non compris. Cette notification doit indiquer les mentions visées à l'alinéa 3, 2°, 3° et 4°.
Communication de l'affichage ou de la notification individuelle est envoyée par l'employeur le jour même de l'affichage ou de la notification individuelle par voie électronique à l'Office national de l'Emploi selon les modalités déterminées en vertu de l'article 51, § 2, alinéa 5, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Dans cette communication, l'employeur mentionne les causes économiques qui justifient la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit.
§ 2. Le jour même de la notification prévue au § 1er, alinéa 2, l'employeur doit communiquer au conseil d'entreprise, ou à défaut de conseil d'entreprise, à la délégation syndicale, les causes économiques justifiant la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit.
§ 3. L'employeur est tenu de communiquer immédiatement, par voie électronique, à l'Office national de l'Emploi le premier jour de suspension effective de l'exécution du contrat de travail, en vertu du présent article, de chaque mois civil selon les modalités déterminées en vertu de l'article 51, § 3quater, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
§ 4. Chaque fois que l'employeur augmente le nombre de jours de chômage initialement prévu ou qu'il passe d'un régime de travail à temps réduit à une période de suspension totale de l'exécution du contrat, il est tenu de respecter les dispositions du paragraphe 1er du présent article.
§ 5. L'employeur qui ne se conforme pas aux dispositions relatives aux formalités de notification prévues aux paragraphes 1er et 4, est tenu de payer au travailleur sa rémunération normale pendant une période de sept jours prenant cours le premier jour de la suspension effective de l'exécution du contrat.
L'employeur qui ne respecte pas les dispositions du paragraphe 3 est tenu de payer au travailleur sa rémunération normale pour les jours pendant lesquels l'exécution du contrat a été réellement suspendue, en vertu du présent article. Si l'employeur ne respecte que tardivement les obligations visées au paragraphe 3, l'obligation de payer la rémunération ne vaut que pendant la période qui précède la communication.
§ 6. Le travailleur a droit, pour chaque jour pendant lequel il n'a pas travaillé en application du présent article, à un supplément aux allocations de chômage dues pour suspension de l'exécution de son contrat.
Le montant minimum du supplément est fixé à 5 euros par jour pendant lequel il n'a pas travaillé en application du présent article. Ce montant est lié à l'indice-pivot en vigueur au 1er janvier 2012.
En aucun cas le montant du supplément visé à l'alinéa 1er, ne peut être inférieur à celui octroyé en application des articles 51, § 8, et 77/4, § 7, de la loi du 3 juillet 1978 relative au contrat de travail.
L'employeur est tenu de payer ce supplément sauf si le paiement de celui-ci est mis à charge du Fonds de sécurité d'existence par une convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi.
La faculté prévue à l'alinéa 1er, ne peut être exercée que moyennant la notification par affichage dans les locaux de l'entreprise, à un endroit apparent, au moins trois jours à l'avance, le jour de l'affichage non compris.
La notification doit indiquer:
1° soit les nom, prénoms et numéro d'identification à la sécurité sociale des travailleurs mis en chômage, soit la ou les sections de l'entreprise dont l'activité sera suspendue;
2° le nombre de jours de chômage et les dates auxquelles chaque travailleur sera en chômage; la communication à l'Office national de l'Emploi prévue à l'alinéa 5 contient toutefois seulement le régime prévu concernant la suspension de l'exécution du contrat de travail;
3° la date à laquelle la suspension totale de l'exécution du contrat ou le régime de travail à temps réduit prendra cours et la date à laquelle cette suspension ou ce régime prendra fin;
4° l'engagement de l'employeur de respecter les dispositions de l'article 30quinquies, alinéa 2, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
L'affichage peut être remplacé par une notification écrite à chaque travailleur mis en chômage, au moins trois jours à l'avance, le jour de notification non compris. Cette notification doit indiquer les mentions visées à l'alinéa 3, 2°, 3° et 4°.
Communication de l'affichage ou de la notification individuelle est envoyée par l'employeur le jour même de l'affichage ou de la notification individuelle par voie électronique à l'Office national de l'Emploi selon les modalités déterminées en vertu de l'article 51, § 2, alinéa 5, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Dans cette communication, l'employeur mentionne les causes économiques qui justifient la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit.
§ 2. Le jour même de la notification prévue au § 1er, alinéa 2, l'employeur doit communiquer au conseil d'entreprise, ou à défaut de conseil d'entreprise, à la délégation syndicale, les causes économiques justifiant la suspension totale de l'exécution du contrat ou l'instauration d'un régime de travail à temps réduit.
§ 3. L'employeur est tenu de communiquer immédiatement, par voie électronique, à l'Office national de l'Emploi le premier jour de suspension effective de l'exécution du contrat de travail, en vertu du présent article, de chaque mois civil selon les modalités déterminées en vertu de l'article 51, § 3quater, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
§ 4. Chaque fois que l'employeur augmente le nombre de jours de chômage initialement prévu ou qu'il passe d'un régime de travail à temps réduit à une période de suspension totale de l'exécution du contrat, il est tenu de respecter les dispositions du paragraphe 1er du présent article.
§ 5. L'employeur qui ne se conforme pas aux dispositions relatives aux formalités de notification prévues aux paragraphes 1er et 4, est tenu de payer au travailleur sa rémunération normale pendant une période de sept jours prenant cours le premier jour de la suspension effective de l'exécution du contrat.
L'employeur qui ne respecte pas les dispositions du paragraphe 3 est tenu de payer au travailleur sa rémunération normale pour les jours pendant lesquels l'exécution du contrat a été réellement suspendue, en vertu du présent article. Si l'employeur ne respecte que tardivement les obligations visées au paragraphe 3, l'obligation de payer la rémunération ne vaut que pendant la période qui précède la communication.
§ 6. Le travailleur a droit, pour chaque jour pendant lequel il n'a pas travaillé en application du présent article, à un supplément aux allocations de chômage dues pour suspension de l'exécution de son contrat.
Le montant minimum du supplément est fixé à 5 euros par jour pendant lequel il n'a pas travaillé en application du présent article. Ce montant est lié à l'indice-pivot en vigueur au 1er janvier 2012.
En aucun cas le montant du supplément visé à l'alinéa 1er, ne peut être inférieur à celui octroyé en application des articles 51, § 8, et 77/4, § 7, de la loi du 3 juillet 1978 relative au contrat de travail.
L'employeur est tenu de payer ce supplément sauf si le paiement de celui-ci est mis à charge du Fonds de sécurité d'existence par une convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi.
Art. 20. Het bij deze wet ingevoerde bijzondere stelsel inzake tijdelijke economische werkloosheid wordt gelijkgesteld met de tijdelijke werkloosheid in geval van gebrek aan werk wegens economische oorzaken en de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bedoeld in hoofdstuk II/1 van Titel III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, voor wat alle rechten van de werknemers betreft die voortvloeien uit de toepassing van deze stelsels.
Art. 20. Le régime spécial de chômage économique temporaire mis en place par la présente loi est assimilé au chômage temporaire en cas de manque de travail résultant de causes économiques et à la suspension de l'exécution du contrat de travail visée au chapitre II/1 du Titre III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, pour ce qui concerne tous les droits des travailleurs découlant de l'application de ces régimes.
Afdeling 3. - Terugvordering van onrechtmatig betaalde uitkeringen
Section 3. - Récupération des allocations versées indûment
Art. 21. Indien de werkgever zich steunt op artikel 19 om zijn werknemer geen arbeid te verschaffen terwijl er geen sprake is van gebrek aan werk wegens economische oorzaken of de werkgever niet voldoet aan de omschrijving van energie-intensief bedrijf in de zin van deze wet, is de werkgever ertoe gehouden om het normale loon te betalen aan zijn werknemer voor de dagen tijdens dewelke hij deze geen arbeid heeft verschaft.
De werkgever kan het nettobedrag van de uitkeringen die hij overeenkomstig artikel 22 moet betalen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening inhouden op het aan de werknemer verschuldigd nettoloon.
De werkgever kan het nettobedrag van de uitkeringen die hij overeenkomstig artikel 22 moet betalen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening inhouden op het aan de werknemer verschuldigd nettoloon.
Art. 21. Lorsque l'employeur se fonde sur l'article 19 pour ne pas fournir de travail à son travailleur alors qu'il n'y a pas de manque de travail pour raisons économiques ou que l'employeur ne répond pas à la définition d'une entreprise grande consommatrice d'énergie au sens de la présente loi, l'employeur est tenu de payer à son travailleur son salaire normal pour les jours pendant lesquels il ne lui a pas fourni de travail.
L'employeur peut retenir du salaire net dû au travailleur, le montant net des allocations qu'il doit payer à l'Office nationale de l'Emploi conformément à l'article 22.
L'employeur peut retenir du salaire net dû au travailleur, le montant net des allocations qu'il doit payer à l'Office nationale de l'Emploi conformément à l'article 22.
Art. 22. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening kan de aan de werknemer onrechtmatig betaalde bruto sommen terugvorderen bij zijn werkgever indien de werkgever zijn werknemer in tijdelijke werkloosheid heeft geplaatst op grond van artikel 19 terwijl er geen sprake was van gebrek aan werk wegens economische oorzaken of de werkgever niet voldoet aan de omschrijving van energie-intensief bedrijf in de zin van deze wet.
Art. 22. L'Office national de l'Emploi peut récupérer auprès de l'employeur les sommes brutes qu'il a versées indûment au travailleur lorsque l'employeur a placé son travailleur en chômage temporaire en vertu de l'article 19 alors qu'il n'y avait pas de manque de travail pour raisons économiques ou que l'employeur ne répond pas à la définition d'une entreprise grande consommatrice d'énergie au sens de la présente loi.
Afdeling 4. - Opschorting van de door de werkgever gegeven opzeggingstermijn
Section 4. - Suspension du délai de préavis donné par l'employeur
Art. 23. Zowel de werknemer als de werkgever kunnen de arbeidsovereenkomst opzeggen tijdens de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst die voortvloeit uit de toepassing van deze wet.
Bij opzegging door de werknemer gegeven vóór of tijdens de in het eerste lid bedoelde schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing.
Bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de in het eerste lid bedoelde schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens die schorsing.
Bij opzegging door de werknemer gegeven vóór of tijdens de in het eerste lid bedoelde schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing.
Bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de in het eerste lid bedoelde schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens die schorsing.
Art. 23. Le travailleur comme l'employeur peut résilier le contrat de travail pendant la suspension de son exécution découlant de l'application de la présente loi.
En cas de congé donné par le travailleur avant ou pendant la suspension visée au premier alinéa, le délai de préavis court pendant cette suspension.
En cas de congé donné par l'employeur avant ou pendant la suspension visée au premier alinéa, le délai de préavis ne court pas pendant cette suspension.
En cas de congé donné par le travailleur avant ou pendant la suspension visée au premier alinéa, le délai de préavis court pendant cette suspension.
En cas de congé donné par l'employeur avant ou pendant la suspension visée au premier alinéa, le délai de préavis ne court pas pendant cette suspension.
Afdeling 5. - Inwerkingtreding en temporele toepassing
Section 5. - Entrée en vigueur et application dans le temps
Art. 24. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 15 september 2022 en treedt buiten werking op 31 maart 2023.
In afwijking van het eerste lid hebben artikel 19, § 1, eerste lid, en § 6, alsook de artikelen 20 tot en met 23, uitwerking vanaf 1 oktober 2022 en treden zij buiten werking op 31 maart 2023.
De Koning kan, na advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste en het tweede lid bedoelde datum van buitenwerkingtreding uitstellen.
In afwijking van het eerste lid hebben artikel 19, § 1, eerste lid, en § 6, alsook de artikelen 20 tot en met 23, uitwerking vanaf 1 oktober 2022 en treden zij buiten werking op 31 maart 2023.
De Koning kan, na advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste en het tweede lid bedoelde datum van buitenwerkingtreding uitstellen.
Art. 24. Le présent chapitre produit ses effets le 15 septembre 2022 et cesse d'être en vigueur le 31 mars 2023.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 19, § 1er, alinéa 1er, et § 6, ainsi que les articles 20 à 23, produisent leurs effets le 1er octobre 2022 et cessent d'être en vigueur le 31 mars 2023.
Le Roi peut, après avis du comité de gestion de l'Office national de l'emploi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, reporter la date de fin de vigueur visée aux alinéas 1er et 2.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 19, § 1er, alinéa 1er, et § 6, ainsi que les articles 20 à 23, produisent leurs effets le 1er octobre 2022 et cessent d'être en vigueur le 31 mars 2023.
Le Roi peut, après avis du comité de gestion de l'Office national de l'emploi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, reporter la date de fin de vigueur visée aux alinéas 1er et 2.
TITEL 5. - Pensioenen
TITRE 5. - Pensions
Enig hoofdstuk. - Uitzonderlijke maatregelen tot behoud van de pensioenopbouw en de risicodekkingen verbonden aan de beroepsactiviteit, van de werknemers in een situatie van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis
CHAPITRE unique. - Mesures exceptionnelles visant le maintien de la constitution de la retraite et des couvertures de risques liées à l'activité professionnelle, des travailleurs salariés en situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie
Art. 25. Dit hoofdstuk is van toepassing op:
1° de pensioentoezeggingen bedoeld in artikel 3, § 1, 2°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid alsook in voorkomend geval op de aanvullende verzekeringen bedoeld in hoofdstuk IX van het Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit die hiermee zijn verbonden;
2° de beroepsgebonden ziektekostenverzekerings-overeenkomsten in de zin van artikel 201, § 1, 1°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
3° de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsverzekeringsovereenkomsten in de zin van artikel 201, § 1, 2° en 3°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
4° de dekkingen inzake arbeidsongeschiktheid en invaliditeit beheerd door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, ten gunste van werknemers indien de arbeidsovereenkomst van één of meerdere aangeslotenen wordt opgeschort ten gevolge van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis en voor zover het pensioenreglement, het solidariteitsreglement, de pensioenovereenkomst, het reglement of de overeenkomst die van kracht zijn niet voorzien in de voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen gedurende deze periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst.
1° de pensioentoezeggingen bedoeld in artikel 3, § 1, 2°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid alsook in voorkomend geval op de aanvullende verzekeringen bedoeld in hoofdstuk IX van het Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit die hiermee zijn verbonden;
2° de beroepsgebonden ziektekostenverzekerings-overeenkomsten in de zin van artikel 201, § 1, 1°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
3° de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsverzekeringsovereenkomsten in de zin van artikel 201, § 1, 2° en 3°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
4° de dekkingen inzake arbeidsongeschiktheid en invaliditeit beheerd door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, ten gunste van werknemers indien de arbeidsovereenkomst van één of meerdere aangeslotenen wordt opgeschort ten gevolge van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis en voor zover het pensioenreglement, het solidariteitsreglement, de pensioenovereenkomst, het reglement of de overeenkomst die van kracht zijn niet voorzien in de voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen gedurende deze periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst.
Art. 25. Le présent chapitre s'applique:
1° aux engagements de pension visés à l'article 3, § 1er, 2°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale ainsi que le cas échéant, aux assurances complémentaires visées au chapitre IX de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie, qui y sont liées;
2° aux contrats d'assurance soins de santé visés à l'article 201, § 1er, 1°, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, liés à l'activité professionnelle;
3° aux contrats d'assurance incapacité de travail et invalidité visés à l'article 201, § 1er, 2° et 3°, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, liés à l'activité professionnelle;
4° aux couvertures en matière d'incapacité de travail et invalidité gérées par une institution de retraite professionnelle, au bénéfice de travailleurs salariés lorsque le contrat de travail d'un ou plusieurs affiliés est suspendu en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie et pour autant que le règlement de pension, le règlement de solidarité, la convention de pension, le règlement ou la convention en vigueur ne prévoit pas la continuité de la constitution de la retraite et des couvertures de risque pendant cette période de suspension du contrat de travail.
1° aux engagements de pension visés à l'article 3, § 1er, 2°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale ainsi que le cas échéant, aux assurances complémentaires visées au chapitre IX de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie, qui y sont liées;
2° aux contrats d'assurance soins de santé visés à l'article 201, § 1er, 1°, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, liés à l'activité professionnelle;
3° aux contrats d'assurance incapacité de travail et invalidité visés à l'article 201, § 1er, 2° et 3°, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, liés à l'activité professionnelle;
4° aux couvertures en matière d'incapacité de travail et invalidité gérées par une institution de retraite professionnelle, au bénéfice de travailleurs salariés lorsque le contrat de travail d'un ou plusieurs affiliés est suspendu en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie et pour autant que le règlement de pension, le règlement de solidarité, la convention de pension, le règlement ou la convention en vigueur ne prévoit pas la continuité de la constitution de la retraite et des couvertures de risque pendant cette période de suspension du contrat de travail.
Art. 26. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis: het bijzonder stelsel van tijdelijke economische werkloosheid voor energie-intensieve bedrijven die operationele verliezen lijden wegens de stijging van aardgas- en elektriciteitskosten ten gevolge van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne, zoals bedoeld in de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis.
Art. 26. Aux termes du présent chapitre, on entend par chômage temporaire dans le cadre de la crise énergétique: le régime spécial de chômage économique temporaire pour les entreprises grandes consommatrices d'énergie qui subissent des pertes d'exploitation en raison de l'augmentation des coûts du gaz naturel et de l'électricité liée à l'agression militaire russe contre l'Ukraine, tel que visé par la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures temporaires de soutien suite à la crise de l'énergie.
Art. 27. § 1. Onverminderd paragraaf 5 en niettegenstaande andersluidende bepalingen in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of in elke andere overeenkomsten, geniet de aangeslotene van de pensioentoezegging gedurende de gehele periode van opschorting van zijn arbeidsovereenkomst omwille van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis.
Wanneer een solidariteitstoezegging is verbonden aan de pensioentoezegging, beslist de inrichter of het behoud van de pensioenopbouw een solidariteitsprestatie vormt.
Het behoud van de pensioenopbouw en het behoud van de overlijdensdekking mag geen enkele wijziging impliceren van de contractuele voorwaarden in het kader van de uitvoering van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling, met inbegrip van de tarifaire voorwaarden, noch een formaliteit anders dan deze beoogd in dit hoofdstuk.
De bijdragen die verschuldigd zijn voor de periode bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst alsof de arbeidsovereenkomst niet werd opgeschort.
Niettegenstaande alle andere betalingsmodaliteiten overeengekomen tussen de inrichter en de pensioeninstelling, kan de betaling van deze bijdragen op eenvoudig verzoek van de inrichter worden uitgesteld tot en met uiterlijk 31 maart 2023, zonder dat een vroegere betaaldatum kan worden opgelegd en zonder dat de niet-betaling van de bijdrage op de vervaldag zoals voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst een wanbetaling uitmaakt.
De inrichter die wenst te genieten van dit uitstel van betaling, informeert de pensioeninstelling hiervan en communiceert alle nuttige informatie over de aangeslotenen die tijdelijk werkloos in het kader van de energiecrisis.
Wanneer de inrichter kiest voor het uitstel van betaling van de bijdragen beoogd in het vijfde lid worden de prestaties van de aangeslotenen en hun begunstigden berekend door rekening te houden met het behoud van de pensioenopbouw en het behoud van de overlijdensdekking gedurende de bedoelde periode van tijdelijke werkloosheid niettegenstaande ieder uitstel van de betaling van de bijdragen, echter rekening houdend met het feit dat, behalve wanneer andere bepalingen worden voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of in de overeenkomsten tussen de inrichter en de pensioeninstelling, het enkel vanaf de betaling van de bijdragen is dat de pensioeninstelling wanneer er slechts sprake is van een middelenverbintenis, gehouden is een rendement toe te kennen op de bijdragen gestort in het kader vaneen pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie.
§ 2. Onverminderd paragraaf 5 en niettegenstaande iedere andere bepaling van het verzekeringscontract of van elke andere overeenkomsten, geniet de aangeslotene van de dekkingen van de aanvullende verzekeringen van de pensioentoezegging beoogd in paragraaf 1 gedurende de gehele periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst omwille van de tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis.
Het behoud van de dekkingen, beoogd in het eerste lid, mag geen enkele wijziging impliceren van de contractuele voorwaarden in het kader van de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst door de verkeringsonderneming, met inbegrip van de tarifaire voorwaarden, noch een formaliteit anders dan deze beoogd in dit hoofdstuk.
De bijdragen die verschuldigd zijn voor de periode bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig het verzekeringscontract alsof de arbeidsovereenkomst niet werd opgeschort.
Niettegenstaande alle andere betalingsmodaliteiten overeengekomen tussen de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau en de verzekeringsonderneming, kan de betaling van deze bijdragen op eenvoudig verzoek van de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau worden uitgesteld tot en met uiterlijk 31 maart 2023, zonder dat de verzekeringsonderneming een andere, vroegere betaaldatum kan opleggen.
De werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau die wenst te genieten van dit uitstel van betaling, informeert de verzekeringsonderneming hiervan en communiceert alle nuttige informatie over de aangeslotenen die tijdelijk werkloos zijn in het kader van de energiecrisis.
Wanneer de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau kiest voor een uitstel van de betaling van de bijdragen beoogd in het vierde lid, worden de prestaties van de aangeslotenen en van hun begunstigden berekend door rekening te houden met het behoud van de risicodekkingen gedurende de bedoelde periode van tijdelijke werkloosheid niettegenstaande iedere uitstel van de betaling van de bijdragen.
§ 3. Onverminderd paragraaf 5 en niettegenstaande iedere andere bepaling van het reglement, de overeenkomst en/of het verzekeringscontract, geniet de aangeslotene gedurende de gehele periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst omwille van de tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis, van de dekking inzake ziektekosten, arbeidsongeschiktheid en invaliditeit die voor hem golden, evenals in voorkomend geval, voor zijn aangesloten familieleden, aan de vooravond van de opschorting van zijn arbeidsovereenkomst.
Het behoud van de dekkingen, beoogd in het eerste lid, mag geen enkele wijziging impliceren van de contractuele voorwaarden in het kader van de uitvoering van de toezegging van de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau door de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, met inbegrip van de tarifaire voorwaarden, noch een formaliteit anders dan deze beoogd in dit hoofdstuk.
De bijdragen die verschuldigd zijn voor de periode bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig het reglement, de overeenkomst en/of het verzekeringscontract alsof de arbeidsovereenkomst niet werd opgeschort.
Niettegenstaande alle andere betalingsmodaliteiten overeengekomen tussen de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau en de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, kan de betaling van deze bijdragen op eenvoudig verzoek van de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau worden uitgesteld tot en met uiterlijk 31 maart 2023, zonder dat de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening een vroegere betaaldatum kan opleggen dan deze datum.
De werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau die wenst te genieten van dit uitstel van betaling, informeert de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening hiervan en communiceert alle nuttige informatie over de aangeslotenen die tijdelijk werkloos zijn in het kader van de energiecrisis.
Wanner de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau kiest voor een uitstel van de betaling van de bijdragen beoogd in het vierde lid, worden de prestaties van de aangeslotenen en van hun begunstigden berekend door rekening te houden met het behoud van de risicodekkingen gedurende de bedoelde periode van tijdelijke werkloosheid niettegenstaande ieder uitstel van de betaling van de bijdragen.
§ 4. De pensioeninstelling, de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening informeert de inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau op een duidelijke en begrijpbare manier:
- over de gevolgen van de tijdelijke werkloosheid op het behoud van de pensioenopbouw en de risicodekkingen van zijn pensioentoezegging in voorkomend geval rekening houdend met de solidariteitstoezegging, evenals op de dekkingen inzake gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid en invaliditeit waarbij wordt verduidelijkt in welke mate de pensioenopbouw en de risicodekkingen al dan niet deel uitmaken van éénzelfde toezegging;
- over de voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen overeenkomstig paragrafen 1 tot 3;
- over de mogelijkheid voor de inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op het sectoraal niveau om te genieten van een uitstel van de betaling van de bijdragen overeenkomstig paragrafen 1 tot 3;
- over de mogelijkheid voor de inrichter om, in het kader van een sociaal pensioenstelsel, te beslissen dat de voortzetting beoogd in paragraaf 1, een solidariteitsprestatie vormt voor wat betreft de pensioenopbouw;
- over de mogelijkheid voor de inrichter, werkgever of rechtspersoon op sectoraal niveau om overeenkomstig paragraaf 5 te vragen de toezegging, zoals deze aan de vooravond van de aanvang van de tijdelijke werkloosheid bestond, te schorsen, met uitzondering van de overlijdensdekking die ten minste moet worden behouden tot en met 31 maart 2023 zoals deze bestond aan de vooravond van de periode van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis;
- over de verplichting van de inrichter, werkgever of rechtspersoon op sectoraal niveau om de betrokken aangeslotenen overeenkomstig paragraaf 6 te informeren.
§ 5. Binnen de 30 dagen die volgen op het ontvangen van de communicatie beoogd in paragraaf 4 of indien, bij de aangeslotenen, de eerste situatie van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis zich later voordoet, binnen de 30 dagen die volgen op de ingang van deze situatie, informeert de inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau de pensioeninstelling, de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening van zijn eventuele beslissing om de toezegging, zoals deze resulteert uit het pensioenreglement, uit de pensioenovereenkomst, uit het reglement of uit de overeenkomst te schorsen tijdens de gehele periode van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis.
Indien de inrichter van een pensioentoezegging overeenkomstig het eerste lid beslist deze te schorsen, wordt de overlijdensdekking echter, niettegenstaande het eerste lid, behouden tot en met 31 maart 2023 zoals deze bestond aan de vooravond van de periode van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis voor zover de aangeslotene tijdelijk werkloos is in het kader van de energiecrisis tot en met die datum. In voorkomend geval, kan de inrichter genieten van het uitstel van de betaling van de bijdragen, overeenkomstig dit artikel.
§ 6. De inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau informeert, via ieder communicatiemiddel van zijn keuze, de betrokken aangeslotenen over het behoud van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen of over de keuze niet te voorzien in dit behoud en de toepassing verder te zetten van het pensioenreglement, de pensioenovereenkomst, het reglement of de overeenkomst onverminderd het behoud van de overlijdensdekking en in voorkomend geval, over de concrete gevolgen van het behoud op de persoonlijke bijdragen van de werknemer met inbegrip van de modaliteiten van de inhouding op het loon van de werknemer en de eventuele spreiding van deze inhoudingen.
Wanneer een solidariteitstoezegging is verbonden aan de pensioentoezegging, beslist de inrichter of het behoud van de pensioenopbouw een solidariteitsprestatie vormt.
Het behoud van de pensioenopbouw en het behoud van de overlijdensdekking mag geen enkele wijziging impliceren van de contractuele voorwaarden in het kader van de uitvoering van de pensioentoezegging door de pensioeninstelling, met inbegrip van de tarifaire voorwaarden, noch een formaliteit anders dan deze beoogd in dit hoofdstuk.
De bijdragen die verschuldigd zijn voor de periode bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst alsof de arbeidsovereenkomst niet werd opgeschort.
Niettegenstaande alle andere betalingsmodaliteiten overeengekomen tussen de inrichter en de pensioeninstelling, kan de betaling van deze bijdragen op eenvoudig verzoek van de inrichter worden uitgesteld tot en met uiterlijk 31 maart 2023, zonder dat een vroegere betaaldatum kan worden opgelegd en zonder dat de niet-betaling van de bijdrage op de vervaldag zoals voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst een wanbetaling uitmaakt.
De inrichter die wenst te genieten van dit uitstel van betaling, informeert de pensioeninstelling hiervan en communiceert alle nuttige informatie over de aangeslotenen die tijdelijk werkloos in het kader van de energiecrisis.
Wanneer de inrichter kiest voor het uitstel van betaling van de bijdragen beoogd in het vijfde lid worden de prestaties van de aangeslotenen en hun begunstigden berekend door rekening te houden met het behoud van de pensioenopbouw en het behoud van de overlijdensdekking gedurende de bedoelde periode van tijdelijke werkloosheid niettegenstaande ieder uitstel van de betaling van de bijdragen, echter rekening houdend met het feit dat, behalve wanneer andere bepalingen worden voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of in de overeenkomsten tussen de inrichter en de pensioeninstelling, het enkel vanaf de betaling van de bijdragen is dat de pensioeninstelling wanneer er slechts sprake is van een middelenverbintenis, gehouden is een rendement toe te kennen op de bijdragen gestort in het kader vaneen pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie.
§ 2. Onverminderd paragraaf 5 en niettegenstaande iedere andere bepaling van het verzekeringscontract of van elke andere overeenkomsten, geniet de aangeslotene van de dekkingen van de aanvullende verzekeringen van de pensioentoezegging beoogd in paragraaf 1 gedurende de gehele periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst omwille van de tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis.
Het behoud van de dekkingen, beoogd in het eerste lid, mag geen enkele wijziging impliceren van de contractuele voorwaarden in het kader van de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst door de verkeringsonderneming, met inbegrip van de tarifaire voorwaarden, noch een formaliteit anders dan deze beoogd in dit hoofdstuk.
De bijdragen die verschuldigd zijn voor de periode bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig het verzekeringscontract alsof de arbeidsovereenkomst niet werd opgeschort.
Niettegenstaande alle andere betalingsmodaliteiten overeengekomen tussen de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau en de verzekeringsonderneming, kan de betaling van deze bijdragen op eenvoudig verzoek van de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau worden uitgesteld tot en met uiterlijk 31 maart 2023, zonder dat de verzekeringsonderneming een andere, vroegere betaaldatum kan opleggen.
De werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau die wenst te genieten van dit uitstel van betaling, informeert de verzekeringsonderneming hiervan en communiceert alle nuttige informatie over de aangeslotenen die tijdelijk werkloos zijn in het kader van de energiecrisis.
Wanneer de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau kiest voor een uitstel van de betaling van de bijdragen beoogd in het vierde lid, worden de prestaties van de aangeslotenen en van hun begunstigden berekend door rekening te houden met het behoud van de risicodekkingen gedurende de bedoelde periode van tijdelijke werkloosheid niettegenstaande iedere uitstel van de betaling van de bijdragen.
§ 3. Onverminderd paragraaf 5 en niettegenstaande iedere andere bepaling van het reglement, de overeenkomst en/of het verzekeringscontract, geniet de aangeslotene gedurende de gehele periode van opschorting van de arbeidsovereenkomst omwille van de tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis, van de dekking inzake ziektekosten, arbeidsongeschiktheid en invaliditeit die voor hem golden, evenals in voorkomend geval, voor zijn aangesloten familieleden, aan de vooravond van de opschorting van zijn arbeidsovereenkomst.
Het behoud van de dekkingen, beoogd in het eerste lid, mag geen enkele wijziging impliceren van de contractuele voorwaarden in het kader van de uitvoering van de toezegging van de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau door de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, met inbegrip van de tarifaire voorwaarden, noch een formaliteit anders dan deze beoogd in dit hoofdstuk.
De bijdragen die verschuldigd zijn voor de periode bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig het reglement, de overeenkomst en/of het verzekeringscontract alsof de arbeidsovereenkomst niet werd opgeschort.
Niettegenstaande alle andere betalingsmodaliteiten overeengekomen tussen de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau en de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening, kan de betaling van deze bijdragen op eenvoudig verzoek van de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau worden uitgesteld tot en met uiterlijk 31 maart 2023, zonder dat de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening een vroegere betaaldatum kan opleggen dan deze datum.
De werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau die wenst te genieten van dit uitstel van betaling, informeert de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening hiervan en communiceert alle nuttige informatie over de aangeslotenen die tijdelijk werkloos zijn in het kader van de energiecrisis.
Wanner de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau kiest voor een uitstel van de betaling van de bijdragen beoogd in het vierde lid, worden de prestaties van de aangeslotenen en van hun begunstigden berekend door rekening te houden met het behoud van de risicodekkingen gedurende de bedoelde periode van tijdelijke werkloosheid niettegenstaande ieder uitstel van de betaling van de bijdragen.
§ 4. De pensioeninstelling, de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening informeert de inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau op een duidelijke en begrijpbare manier:
- over de gevolgen van de tijdelijke werkloosheid op het behoud van de pensioenopbouw en de risicodekkingen van zijn pensioentoezegging in voorkomend geval rekening houdend met de solidariteitstoezegging, evenals op de dekkingen inzake gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid en invaliditeit waarbij wordt verduidelijkt in welke mate de pensioenopbouw en de risicodekkingen al dan niet deel uitmaken van éénzelfde toezegging;
- over de voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen overeenkomstig paragrafen 1 tot 3;
- over de mogelijkheid voor de inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op het sectoraal niveau om te genieten van een uitstel van de betaling van de bijdragen overeenkomstig paragrafen 1 tot 3;
- over de mogelijkheid voor de inrichter om, in het kader van een sociaal pensioenstelsel, te beslissen dat de voortzetting beoogd in paragraaf 1, een solidariteitsprestatie vormt voor wat betreft de pensioenopbouw;
- over de mogelijkheid voor de inrichter, werkgever of rechtspersoon op sectoraal niveau om overeenkomstig paragraaf 5 te vragen de toezegging, zoals deze aan de vooravond van de aanvang van de tijdelijke werkloosheid bestond, te schorsen, met uitzondering van de overlijdensdekking die ten minste moet worden behouden tot en met 31 maart 2023 zoals deze bestond aan de vooravond van de periode van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis;
- over de verplichting van de inrichter, werkgever of rechtspersoon op sectoraal niveau om de betrokken aangeslotenen overeenkomstig paragraaf 6 te informeren.
§ 5. Binnen de 30 dagen die volgen op het ontvangen van de communicatie beoogd in paragraaf 4 of indien, bij de aangeslotenen, de eerste situatie van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis zich later voordoet, binnen de 30 dagen die volgen op de ingang van deze situatie, informeert de inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau de pensioeninstelling, de verzekeringsonderneming of de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening van zijn eventuele beslissing om de toezegging, zoals deze resulteert uit het pensioenreglement, uit de pensioenovereenkomst, uit het reglement of uit de overeenkomst te schorsen tijdens de gehele periode van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis.
Indien de inrichter van een pensioentoezegging overeenkomstig het eerste lid beslist deze te schorsen, wordt de overlijdensdekking echter, niettegenstaande het eerste lid, behouden tot en met 31 maart 2023 zoals deze bestond aan de vooravond van de periode van tijdelijke werkloosheid in het kader van de energiecrisis voor zover de aangeslotene tijdelijk werkloos is in het kader van de energiecrisis tot en met die datum. In voorkomend geval, kan de inrichter genieten van het uitstel van de betaling van de bijdragen, overeenkomstig dit artikel.
§ 6. De inrichter, de werkgever of de rechtspersoon op sectoraal niveau informeert, via ieder communicatiemiddel van zijn keuze, de betrokken aangeslotenen over het behoud van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen of over de keuze niet te voorzien in dit behoud en de toepassing verder te zetten van het pensioenreglement, de pensioenovereenkomst, het reglement of de overeenkomst onverminderd het behoud van de overlijdensdekking en in voorkomend geval, over de concrete gevolgen van het behoud op de persoonlijke bijdragen van de werknemer met inbegrip van de modaliteiten van de inhouding op het loon van de werknemer en de eventuele spreiding van deze inhoudingen.
Art. 27. § 1er. Sans préjudice du paragraphe 5 et nonobstant toute autre disposition du règlement de pension ou de la convention de pension ou de toute autre convention, l'affilié bénéficie de l'engagement de pension pendant toute la période de suspension de son contrat de travail en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsqu'un engagement de solidarité est lié à l'engagement de pension, l'organisateur décide si le maintien de la constitution de la retraite constitue une prestation de solidarité.
Le maintien de la constitution de la retraite et le maintien de la couverture décès ne peut impliquer aucune modification des conditions contractuelles dans le cadre de l'exécution de l'engagement de pension par l'organisme de pension, en ce compris les conditions tarifaires, ni aucune formalité autre que celles visées dans le présent chapitre.
Les contributions dues pour la période visée à l'alinéa 1er, sont calculées conformément au règlement de pension ou à la convention de pension comme si le contrat de travail n'avait pas été suspendu.
Nonobstant toutes autres modalités de paiement convenues entre l'organisateur et l'organisme de pension, le paiement de ces contributions peut être postposé jusqu'au 31 mars 2023 au plus tard, sur simple demande de l'organisateur, sans qu'une autre date de paiement plus proche ne puisse être imposée et sans que le non-paiement de la contribution à l'échéance telle que prévue dans le règlement ou la convention de pension ne constitue un défaut de paiement.
L'organisateur qui souhaite bénéficier de ce report de paiement, en informe l'organisme de pension et lui communique toutes les informations utiles concernant les affiliés en chômage dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsque l'organisateur opte pour le report de paiement des contributions visé à l'alinéa 5, les prestations des affiliés et de leurs bénéficiaires sont calculées en tenant compte du maintien de la constitution de la retraite et du maintien de la couverture décès pendant la période visée de chômage temporaire nonobstant tout report de paiement des contributions, tenant néanmoins compte du fait que, sauf si d'autres dispositions sont prévues dans le règlement ou la convention de pension ou dans les conventions entre l'organisateur et l'organisme de pension, ce n'est qu'à partir du paiement des contributions que l'organisme de pension, lorsqu'il n'a qu'une obligation de moyens, est tenu d'attribuer un rendement sur les contributions versées dans le cadre d'un engagement de pension de type contributions définies sans garantie de rendement.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 5 et nonobstant toute autre disposition du contrat d'assurance ou de toute autre convention, l'affilié bénéficie des couvertures des assurances complémentaires à l'engagement de pension visé au paragraphe 1er pendant toute la période de suspension du contrat de travail en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Le maintien des couvertures visées à l'alinéa 1er, ne peut impliquer aucune modification des conditions contractuelles dans le cadre de l'exécution du contrat d'assurance par l'entreprise d'assurance, en ce compris les conditions tarifaires, ni aucune formalité autre que celles visées dans le présent chapitre.
Les contributions dues pour la période visée à l'alinéa 1er, sont calculées conformément au contrat d'assurance comme si le contrat de travail n'avait pas été suspendu.
Nonobstant toutes autres modalités de paiement convenues entre l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel et l'entreprise d'assurance, le paiement de ces contributions peut être postposé jusqu'au 31 mars 2023 au plus tard, sur simple demande de l'employeur ou de la personne morale au niveau du secteur, sans que l'entreprise d'assurance ne puisse imposer une autre date de paiement plus proche.
L'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel qui souhaite bénéficier de ce report, en informe l'entreprise d'assurance et lui communique toutes les informations utiles concernant les affiliés en chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsque l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel opte pour le report du paiement des contributions visé à l'alinéa 4, les prestations des affiliés et de leurs bénéficiaires sont calculées en tenant compte du maintien des couvertures de risques pendant la période visée de chômage temporaire nonobstant tout report de paiement des contributions.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 5 et nonobstant toute autre disposition du règlement, de la convention et/ou du contrat d'assurance, l'affilié bénéficie pendant toute la période de suspension du contrat de travail en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie, des couvertures soins de santé, incapacité de travail et invalidité qui prévalaient à son égard, ainsi que le cas échéant à l'égard des membres de sa famille affiliés, à la veille de la suspension de son contrat de travail.
Le maintien des couvertures, visées à l'alinéa 1er, ne peut impliquer aucune modification des conditions contractuelles dans le cadre de l'exécution de l'engagement de l'employeur ou de la personne morale au niveau sectoriel par l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle, en ce compris les conditions tarifaires, ni aucune formalité autre que celles visées dans le présent chapitre.
Les contributions dues pour la période visée à l'alinéa 1er, sont calculées conformément au règlement, à la convention et/ou au contrat d'assurance comme si le contrat de travail n'avait pas été suspendu.
Nonobstant toutes autres modalités de paiement convenues entre l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel et l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle, le paiement de ces contributions peut être postposé jusqu'au 31 mars 2023 au plus tard, sur simple demande de l'employeur ou de la personne morale au niveau du secteur, sans que l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle ne puisse imposer une autre date de paiement plus proche.
L'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel qui souhaite bénéficier de ce report, en informe l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle et lui communique toutes les informations utiles concernant les affiliés en chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsque l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel opte pour le report du paiement des contributions visé à l'alinéa 4, les prestations des affiliés et de leurs bénéficiaires sont calculées en tenant compte du maintien des couvertures de risques pendant la période visée de chômage temporaire nonobstant tout report de paiement des contributions.
§ 4. L'organisme de pension, l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle informe l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau du secteur, de manière claire et compréhensible:
- des conséquences du chômage temporaire, sur le maintien de la constitution de la retraite et des couvertures de risques de son engagement de pension, le cas échéant en tenant compte de l'engagement de solidarité ainsi que sur les couvertures soins de santé, incapacité de travail et invalidité, en précisant dans quelle mesure la constitution de la retraite et les couvertures de risques font ou non partie d'un même engagement;
- de la continuation de la constitution de la retraite et des couvertures de risques conformément aux paragraphes 1er à 3;
- de la possibilité pour l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau du secteur, de bénéficier d'un report du paiement des contributions conformément aux paragraphes 1er à 3;
- de la possibilité pour l'organisateur, dans le cadre d'un régime de pension social, de décider que la continuation visée au paragraphe 1er, en ce qui concerne la constitution de la retraite, constitue une prestation de solidarité;
- de la possibilité pour l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau du secteur de demander, conformément au paragraphe 5, de suspendre l'engagement tel qu'il existait la veille de la prise de cours du chômage temporaire, à l'exception de la couverture décès qui doit à tout le moins être maintenue jusqu'au 31 mars 2023 telle qu'elle existait à la veille de la situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie;
- de l'obligation de l'organisateur, de l'employeur ou de la personne morale au niveau sectoriel, d'informer les affiliés concernés conformément au paragraphe 6.
§ 5. Dans les 30 jours qui suivent la réception de la communication visée au paragraphe 4 ou, si, au sein des affiliés, la première situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie, est ultérieure, dans les 30 jours qui suivent la prise de cours de cette situation, l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel informe l'organisme de pension, l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle de sa décision éventuelle de suspendre l'engagement tel qu'il résulte du règlement de pension, de la convention de pension, du règlement ou de la convention pendant toute la période de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Si l'organisateur d'un engagement de pension décide de le suspendre conformément à l'alinéa 1er, la couverture décès est néanmoins, nonobstant l'alinéa 1er, maintenue jusqu'au 31 mars 2023 telle qu'elle existait à la veille de la situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie, pour autant que l'affilié soit en chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie jusqu'à cette date. Le cas échéant, l'organisateur peut bénéficier du report de paiement des contributions conformément au présent article.
§ 6. L'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel informe, par tout moyen de communication de son choix, les affiliés concernés, du maintien de la constitution de la retraite et des couvertures de risques ou du choix de ne pas prévoir ce maintien et de continuer à appliquer le règlement de pension, la convention de pension, le règlement ou la convention sans préjudice du maintien de la couverture du risque décès, et le cas échéant, des conséquences concrètes du maintien sur les contributions personnelles du travailleur en ce compris les modalités de retenue sur la rémunération du travailleur et l'étalement éventuel de ces retenues.
Lorsqu'un engagement de solidarité est lié à l'engagement de pension, l'organisateur décide si le maintien de la constitution de la retraite constitue une prestation de solidarité.
Le maintien de la constitution de la retraite et le maintien de la couverture décès ne peut impliquer aucune modification des conditions contractuelles dans le cadre de l'exécution de l'engagement de pension par l'organisme de pension, en ce compris les conditions tarifaires, ni aucune formalité autre que celles visées dans le présent chapitre.
Les contributions dues pour la période visée à l'alinéa 1er, sont calculées conformément au règlement de pension ou à la convention de pension comme si le contrat de travail n'avait pas été suspendu.
Nonobstant toutes autres modalités de paiement convenues entre l'organisateur et l'organisme de pension, le paiement de ces contributions peut être postposé jusqu'au 31 mars 2023 au plus tard, sur simple demande de l'organisateur, sans qu'une autre date de paiement plus proche ne puisse être imposée et sans que le non-paiement de la contribution à l'échéance telle que prévue dans le règlement ou la convention de pension ne constitue un défaut de paiement.
L'organisateur qui souhaite bénéficier de ce report de paiement, en informe l'organisme de pension et lui communique toutes les informations utiles concernant les affiliés en chômage dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsque l'organisateur opte pour le report de paiement des contributions visé à l'alinéa 5, les prestations des affiliés et de leurs bénéficiaires sont calculées en tenant compte du maintien de la constitution de la retraite et du maintien de la couverture décès pendant la période visée de chômage temporaire nonobstant tout report de paiement des contributions, tenant néanmoins compte du fait que, sauf si d'autres dispositions sont prévues dans le règlement ou la convention de pension ou dans les conventions entre l'organisateur et l'organisme de pension, ce n'est qu'à partir du paiement des contributions que l'organisme de pension, lorsqu'il n'a qu'une obligation de moyens, est tenu d'attribuer un rendement sur les contributions versées dans le cadre d'un engagement de pension de type contributions définies sans garantie de rendement.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 5 et nonobstant toute autre disposition du contrat d'assurance ou de toute autre convention, l'affilié bénéficie des couvertures des assurances complémentaires à l'engagement de pension visé au paragraphe 1er pendant toute la période de suspension du contrat de travail en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Le maintien des couvertures visées à l'alinéa 1er, ne peut impliquer aucune modification des conditions contractuelles dans le cadre de l'exécution du contrat d'assurance par l'entreprise d'assurance, en ce compris les conditions tarifaires, ni aucune formalité autre que celles visées dans le présent chapitre.
Les contributions dues pour la période visée à l'alinéa 1er, sont calculées conformément au contrat d'assurance comme si le contrat de travail n'avait pas été suspendu.
Nonobstant toutes autres modalités de paiement convenues entre l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel et l'entreprise d'assurance, le paiement de ces contributions peut être postposé jusqu'au 31 mars 2023 au plus tard, sur simple demande de l'employeur ou de la personne morale au niveau du secteur, sans que l'entreprise d'assurance ne puisse imposer une autre date de paiement plus proche.
L'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel qui souhaite bénéficier de ce report, en informe l'entreprise d'assurance et lui communique toutes les informations utiles concernant les affiliés en chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsque l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel opte pour le report du paiement des contributions visé à l'alinéa 4, les prestations des affiliés et de leurs bénéficiaires sont calculées en tenant compte du maintien des couvertures de risques pendant la période visée de chômage temporaire nonobstant tout report de paiement des contributions.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 5 et nonobstant toute autre disposition du règlement, de la convention et/ou du contrat d'assurance, l'affilié bénéficie pendant toute la période de suspension du contrat de travail en raison d'un chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie, des couvertures soins de santé, incapacité de travail et invalidité qui prévalaient à son égard, ainsi que le cas échéant à l'égard des membres de sa famille affiliés, à la veille de la suspension de son contrat de travail.
Le maintien des couvertures, visées à l'alinéa 1er, ne peut impliquer aucune modification des conditions contractuelles dans le cadre de l'exécution de l'engagement de l'employeur ou de la personne morale au niveau sectoriel par l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle, en ce compris les conditions tarifaires, ni aucune formalité autre que celles visées dans le présent chapitre.
Les contributions dues pour la période visée à l'alinéa 1er, sont calculées conformément au règlement, à la convention et/ou au contrat d'assurance comme si le contrat de travail n'avait pas été suspendu.
Nonobstant toutes autres modalités de paiement convenues entre l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel et l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle, le paiement de ces contributions peut être postposé jusqu'au 31 mars 2023 au plus tard, sur simple demande de l'employeur ou de la personne morale au niveau du secteur, sans que l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle ne puisse imposer une autre date de paiement plus proche.
L'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel qui souhaite bénéficier de ce report, en informe l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle et lui communique toutes les informations utiles concernant les affiliés en chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Lorsque l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel opte pour le report du paiement des contributions visé à l'alinéa 4, les prestations des affiliés et de leurs bénéficiaires sont calculées en tenant compte du maintien des couvertures de risques pendant la période visée de chômage temporaire nonobstant tout report de paiement des contributions.
§ 4. L'organisme de pension, l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle informe l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau du secteur, de manière claire et compréhensible:
- des conséquences du chômage temporaire, sur le maintien de la constitution de la retraite et des couvertures de risques de son engagement de pension, le cas échéant en tenant compte de l'engagement de solidarité ainsi que sur les couvertures soins de santé, incapacité de travail et invalidité, en précisant dans quelle mesure la constitution de la retraite et les couvertures de risques font ou non partie d'un même engagement;
- de la continuation de la constitution de la retraite et des couvertures de risques conformément aux paragraphes 1er à 3;
- de la possibilité pour l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau du secteur, de bénéficier d'un report du paiement des contributions conformément aux paragraphes 1er à 3;
- de la possibilité pour l'organisateur, dans le cadre d'un régime de pension social, de décider que la continuation visée au paragraphe 1er, en ce qui concerne la constitution de la retraite, constitue une prestation de solidarité;
- de la possibilité pour l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau du secteur de demander, conformément au paragraphe 5, de suspendre l'engagement tel qu'il existait la veille de la prise de cours du chômage temporaire, à l'exception de la couverture décès qui doit à tout le moins être maintenue jusqu'au 31 mars 2023 telle qu'elle existait à la veille de la situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie;
- de l'obligation de l'organisateur, de l'employeur ou de la personne morale au niveau sectoriel, d'informer les affiliés concernés conformément au paragraphe 6.
§ 5. Dans les 30 jours qui suivent la réception de la communication visée au paragraphe 4 ou, si, au sein des affiliés, la première situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie, est ultérieure, dans les 30 jours qui suivent la prise de cours de cette situation, l'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel informe l'organisme de pension, l'entreprise d'assurance ou l'institution de retraite professionnelle de sa décision éventuelle de suspendre l'engagement tel qu'il résulte du règlement de pension, de la convention de pension, du règlement ou de la convention pendant toute la période de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie.
Si l'organisateur d'un engagement de pension décide de le suspendre conformément à l'alinéa 1er, la couverture décès est néanmoins, nonobstant l'alinéa 1er, maintenue jusqu'au 31 mars 2023 telle qu'elle existait à la veille de la situation de chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie, pour autant que l'affilié soit en chômage temporaire dans le cadre de la crise de l'énergie jusqu'à cette date. Le cas échéant, l'organisateur peut bénéficier du report de paiement des contributions conformément au présent article.
§ 6. L'organisateur, l'employeur ou la personne morale au niveau sectoriel informe, par tout moyen de communication de son choix, les affiliés concernés, du maintien de la constitution de la retraite et des couvertures de risques ou du choix de ne pas prévoir ce maintien et de continuer à appliquer le règlement de pension, la convention de pension, le règlement ou la convention sans préjudice du maintien de la couverture du risque décès, et le cas échéant, des conséquences concrètes du maintien sur les contributions personnelles du travailleur en ce compris les modalités de retenue sur la rémunération du travailleur et l'étalement éventuel de ces retenues.
Art. 28. § 1. De voortzetting van de pensioenopbouw en van de risicodekkingen alsook het uitstel van betaling van de bijdragen, bedoeld in artikel 27, maken integraal deel uit van de pensioentoezegging en houden geen wijziging in van de pensioentoezegging of in voorkomend geval van de solidariteitstoezegging die eraan is verbonden, in de zin van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
De formele aanpassing van het pensioenreglement of in voorkomend geval van het solidariteitsreglement dat ermee is verbonden of de pensioenovereenkomst die voortvloeit uit de toepassing van artikel 27, moet echter plaatsvinden tegen ten laatste 31 december 2023.
§ 2. De toepassing van dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de inrichter om zijn bestaande pensioentoezegging te wijzigen of op te heffen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
De formele aanpassing van het pensioenreglement of in voorkomend geval van het solidariteitsreglement dat ermee is verbonden of de pensioenovereenkomst die voortvloeit uit de toepassing van artikel 27, moet echter plaatsvinden tegen ten laatste 31 december 2023.
§ 2. De toepassing van dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de inrichter om zijn bestaande pensioentoezegging te wijzigen of op te heffen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Art. 28. § 1er. La continuation de la constitution de la retraite et des couvertures de risques ainsi que le report du paiement des contributions, visés à l'article 27, font partie intégrante de l'engagement de pension et ne constituent pas une modification de l'engagement de pension ou le cas échéant de l'engagement de solidarité qui y est lié, au sens de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale.
L'adaptation formelle du règlement de pension ou le cas échéant du règlement de solidarité qui y est lié ou de la convention de pension résultant de l'application de l'article 27, doit néanmoins intervenir pour le 31 décembre 2023 au plus tard.
§ 2. L'application du présent chapitre ne porte pas préjudice à la possibilité de l'organisateur de modifier ou abroger son engagement de pension existant conformément aux dispositions de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale.
L'adaptation formelle du règlement de pension ou le cas échéant du règlement de solidarité qui y est lié ou de la convention de pension résultant de l'application de l'article 27, doit néanmoins intervenir pour le 31 décembre 2023 au plus tard.
§ 2. L'application du présent chapitre ne porte pas préjudice à la possibilité de l'organisateur de modifier ou abroger son engagement de pension existant conformément aux dispositions de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale.
Art. 29. De toepassing van artikel 4-14 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid wordt opgeschort tot 31 maart 2023 in het kader van de toepassing van artikel 27.
Voor de verrichtingen, bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit en die betrekking hebben op een aanvullend pensioen, wordt de toepassing van artikel 50, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit opgeschort tot 31 maart 2023 in het kader van de toepassing van artikel 27.
Voor de verrichtingen, bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit en die betrekking hebben op een aanvullend pensioen, wordt de toepassing van artikel 50, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit opgeschort tot 31 maart 2023 in het kader van de toepassing van artikel 27.
Art. 29. L'application de l'article 4-14 de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 portant exécution de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, est suspendue jusqu'au 31 mars 2023 dans le cadre de l'application de l'article 27.
Pour les opérations, visées par l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie et portant sur une pension complémentaire, l'application de l'article 50, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie est suspendue jusqu'au 31 mars 2023 dans le cadre de l'application de l'article 27.
Pour les opérations, visées par l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie et portant sur une pension complémentaire, l'application de l'article 50, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'activité d'assurance sur la vie est suspendue jusqu'au 31 mars 2023 dans le cadre de l'application de l'article 27.
Art. 30. De controle op de naleving van de bepalingen van deze wet wordt toevertrouwd aan de FSMA.
Art. 30. Le contrôle du respect des dispositions de la présente loi est confié à la FSMA.
Art. 31. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 15 september 2022.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van 31 maart 2023, bedoeld in de artikelen 27 en 29, vervangen door een latere datum in het licht van een eventuele verlenging van het bijzonder stelsel van tijdelijke economische werkloosheid voor energie-intensieve bedrijven die operationele verliezen lijden wegens de stijging van aardgas- en elektriciteitskosten ten gevolge van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne.
In voorkomend geval kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens de datum van 31 december 2023, bedoeld in artikel 28 vervangen door een latere datum.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van 31 maart 2023, bedoeld in de artikelen 27 en 29, vervangen door een latere datum in het licht van een eventuele verlenging van het bijzonder stelsel van tijdelijke economische werkloosheid voor energie-intensieve bedrijven die operationele verliezen lijden wegens de stijging van aardgas- en elektriciteitskosten ten gevolge van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne.
In voorkomend geval kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens de datum van 31 december 2023, bedoeld in artikel 28 vervangen door een latere datum.
Art. 31. Le présent chapitre produit ses effets le 15 septembre 2022.
Le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, remplacer la date du 31 mars 2023, visée aux articles 27 et 29, par une date ultérieure compte tenu d'une éventuelle prolongation du régime spécial de chômage économique temporaire pour les entreprises grandes consommatrices d'énergie qui subissent des pertes d'exploitation en raison de l'augmentation des coûts du gaz naturel et de l'électricité liée à l'agression militaire russe contre l'Ukraine.
Le cas échéant, le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, également remplacer la date du 31 décembre 2023, visée à l'article 28 par une date ultérieure.
Le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, remplacer la date du 31 mars 2023, visée aux articles 27 et 29, par une date ultérieure compte tenu d'une éventuelle prolongation du régime spécial de chômage économique temporaire pour les entreprises grandes consommatrices d'énergie qui subissent des pertes d'exploitation en raison de l'augmentation des coûts du gaz naturel et de l'électricité liée à l'agression militaire russe contre l'Ukraine.
Le cas échéant, le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, également remplacer la date du 31 décembre 2023, visée à l'article 28 par une date ultérieure.
TITEL 6. - Zelfstandigen
TITRE 6. - Independants
Enig HOOFDSTUK. - Wijziging van artikel 7, § 3, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen ten gevolge van de energiecrisis
CHAPITRE unique. - Modification de l'article 7, § 3, de la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants en raison de la crise énergétique
Art. 32. Artikel 7, § 3, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, laatst gewijzigd door de wet van 2 mei 2019, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Met uitzondering van het derde lid, is deze paragraaf niet van toepassing op zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten, die in toepassing van artikel 2, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 8 januari 2017 tot uitvoering van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, hun zelfstandige activiteit tijdelijk onderbreken of definitief stopzetten omwille van het feit dat de uitoefening van hun zelfstandige activiteit niet langer rendabel is door de stijging van de energieprijzen.".
"Met uitzondering van het derde lid, is deze paragraaf niet van toepassing op zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten, die in toepassing van artikel 2, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 8 januari 2017 tot uitvoering van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, hun zelfstandige activiteit tijdelijk onderbreken of definitief stopzetten omwille van het feit dat de uitoefening van hun zelfstandige activiteit niet langer rendabel is door de stijging van de energieprijzen.".
Art. 32. L'article 7, § 3, de la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par la loi du 2 mai 2019, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"A l'exception du troisième alinéa, le présent paragraphe ne s'applique pas aux travailleurs indépendants, aidants et conjoints aidants qui, en application de l'article 2, § 1, 5°, de l'arrêté royal du 8 janvier 2017 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants, interrompent temporairement ou cessent définitivement leur activité indépendante parce que l'exercice de leur activité indépendante n'est plus rentable en raison de l'augmentation des prix de l'énergie.".
"A l'exception du troisième alinéa, le présent paragraphe ne s'applique pas aux travailleurs indépendants, aidants et conjoints aidants qui, en application de l'article 2, § 1, 5°, de l'arrêté royal du 8 janvier 2017 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants, interrompent temporairement ou cessent définitivement leur activité indépendante parce que l'exercice de leur activité indépendante n'est plus rentable en raison de l'augmentation des prix de l'énergie.".
Art. 33. Op voorwaarde dat het feit bedoeld in artikel 5, § 2, 3°, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen plaatsvindt in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 maart 2023, is dit hoofdstuk van toepassing op:
1° de in artikel 3, 1°, van diezelfde wet bedoelde financiële uitkeringen, toegekend voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 maart 2023; en
2° het in artikel 3, 2°, van diezelfde wet bedoelde behoud van sociale rechten toegekend voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de periodes bedoeld in het vorige lid verlengen in de tijd.
1° de in artikel 3, 1°, van diezelfde wet bedoelde financiële uitkeringen, toegekend voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 maart 2023; en
2° het in artikel 3, 2°, van diezelfde wet bedoelde behoud van sociale rechten toegekend voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de periodes bedoeld in het vorige lid verlengen in de tijd.
Art. 33. A condition que le fait visé à l'article 5, § 2, 3°, de la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants, se produise dans la période du 1er octobre 2022 jusqu'au 31 mars 2023, le présent chapitre s'applique:
1° aux prestations financières visées à l'article 3,1°, de la même loi, octroyées pour la période du 1er octobre 2022 jusqu'au 31 mars 2023; et
2° au maintien des droits sociaux visé à l'article 3, 2°, de la même loi, octroyé pour la période du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 juin 2023.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, étendre dans le temps les périodes visées dans l'alinéa précédent.
1° aux prestations financières visées à l'article 3,1°, de la même loi, octroyées pour la période du 1er octobre 2022 jusqu'au 31 mars 2023; et
2° au maintien des droits sociaux visé à l'article 3, 2°, de la même loi, octroyé pour la période du 1er janvier 2023 jusqu'au 30 juin 2023.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, étendre dans le temps les périodes visées dans l'alinéa précédent.
TITEL 7. - Energie Toekenning van een federale elektriciteits- en gaspremie
TITRE 7. - Energie Octroi d'une prime fédérale d'éléctricité et de gaz
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Art. 34. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° "EAN-code": European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;
2° "overschrijving": betalingsdienst als bedoeld in artikel I.9., 31°, van het Wetboek van economisch recht;
3° "noodleverancier": de leverancier die optreedt met toepassing van artikel 4.3.3 van het Vlaams energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 25noviesdecies van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 20sexiesdecies van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel IV.7 van het technisch reglement van 27 mei 2021 voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang daartoe, goedgekeurd door het besluit van de Waalse regering van 27 mei 2021 of de artikelen 2, 32°, 8 en 14, 12°, van het Waals decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt;
4° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
5° "FOD Financiën": de Federale Overheidsdienst Financiën;
6° "Rijksregister": het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
7° "werkdagen": het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
8° "gezin": de persoon of groep van personen die op basis van de gegevens in het Rijksregister rond de gezinssamenstelling een gezin vormt;
9° "huishouden": de persoon of groep van personen die effectief in eenzelfde woning verblijft zonder onderlinge familiale banden;
10° "commissie": de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), zoals gedefinieerd in artikel 2, 26°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in artikel, 28°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.
1° "EAN-code": European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;
2° "overschrijving": betalingsdienst als bedoeld in artikel I.9., 31°, van het Wetboek van economisch recht;
3° "noodleverancier": de leverancier die optreedt met toepassing van artikel 4.3.3 van het Vlaams energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 25noviesdecies van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel 20sexiesdecies van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, artikel IV.7 van het technisch reglement van 27 mei 2021 voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest en de toegang daartoe, goedgekeurd door het besluit van de Waalse regering van 27 mei 2021 of de artikelen 2, 32°, 8 en 14, 12°, van het Waals decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt;
4° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
5° "FOD Financiën": de Federale Overheidsdienst Financiën;
6° "Rijksregister": het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
7° "werkdagen": het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
8° "gezin": de persoon of groep van personen die op basis van de gegevens in het Rijksregister rond de gezinssamenstelling een gezin vormt;
9° "huishouden": de persoon of groep van personen die effectief in eenzelfde woning verblijft zonder onderlinge familiale banden;
10° "commissie": de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), zoals gedefinieerd in artikel 2, 26°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in artikel, 28°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.
Art. 34. Aux fins du présent titre, les définitions suivantes s'appliquent:
1° "Code EAN": European Article Numbering Code, champ numérique unique de 18 positions pour l'identification d'un point de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou de gaz naturel;
2° "virement": service de paiement visé à l'article I.9., 31°, du Code de droit économique;
3° "fournisseur de secours": le fournisseur agissant en application de l'article 4.3.3 du décret flamand sur l'énergie du 8 mai 2009, de l'article 25noviesdecies de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article 20sexiesdecies de l'ordonnance du 1er avril 2004 relative à l'organisation du marché du gaz en Région de Bruxelles-Capitale concernant des redevances de voiries en matière de gaz et d'électricité et portant modification de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article IV.7. du règlement technique du 27 mai 2021 pour la gestion des réseaux de distribution d'électricité en Région wallonne et leur accès, approuvé par l'arrêté du gouvernement wallon du 27 mai 2021 ou des articles 2, 32°, 8 et 14, 12°, du décret wallon du 19 décembre 2002 relatif à l'organisation du marché régional du gaz;
4° "SPF Economie": le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
5° "SPF Finances": le Service public fédéral Finances;
6° "Registre national": le registre national des personnes physiques, établi par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
7° "jours ouvrables": tous les jours civils à l'exclusion des dimanches et des jours fériés légaux. Si un délai, exprimé en jours ouvrables, se termine un samedi, il est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant;
8° "famille": la personne ou le groupe de personnes constituant une famille sur la base des données du Registre national sur la composition de la famille;
9° "ménage": la personne ou le groupe de personnes qui résident effectivement dans le même logement sans qu'il y ait de liens familiaux entre elles;
10° "commission": la Commission de régulation de l'électricité et du gaz (CREG), telle que définie à l'article 2, 26°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et à l'article 1er, 28°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
1° "Code EAN": European Article Numbering Code, champ numérique unique de 18 positions pour l'identification d'un point de raccordement au réseau de distribution d'électricité ou de gaz naturel;
2° "virement": service de paiement visé à l'article I.9., 31°, du Code de droit économique;
3° "fournisseur de secours": le fournisseur agissant en application de l'article 4.3.3 du décret flamand sur l'énergie du 8 mai 2009, de l'article 25noviesdecies de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article 20sexiesdecies de l'ordonnance du 1er avril 2004 relative à l'organisation du marché du gaz en Région de Bruxelles-Capitale concernant des redevances de voiries en matière de gaz et d'électricité et portant modification de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale, de l'article IV.7. du règlement technique du 27 mai 2021 pour la gestion des réseaux de distribution d'électricité en Région wallonne et leur accès, approuvé par l'arrêté du gouvernement wallon du 27 mai 2021 ou des articles 2, 32°, 8 et 14, 12°, du décret wallon du 19 décembre 2002 relatif à l'organisation du marché régional du gaz;
4° "SPF Economie": le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
5° "SPF Finances": le Service public fédéral Finances;
6° "Registre national": le registre national des personnes physiques, établi par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
7° "jours ouvrables": tous les jours civils à l'exclusion des dimanches et des jours fériés légaux. Si un délai, exprimé en jours ouvrables, se termine un samedi, il est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant;
8° "famille": la personne ou le groupe de personnes constituant une famille sur la base des données du Registre national sur la composition de la famille;
9° "ménage": la personne ou le groupe de personnes qui résident effectivement dans le même logement sans qu'il y ait de liens familiaux entre elles;
10° "commission": la Commission de régulation de l'électricité et du gaz (CREG), telle que définie à l'article 2, 26°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et à l'article 1er, 28°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
HOOFDSTUK 2. - Federale elektriciteitspremie
CHAPITRE 2. - Prime fédérale d'électricité
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Section 1re. - Définitions spécifiques au présent chapitre
Art. 35. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, hierna genoemd "de Elektriciteitswet", zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Art. 35. Les définitions contenues dans l'article 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, ci-après dénommée "la Loi Electricité", s'appliquent au présent chapitre.
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Section 2. - Ayants droit
Art. 36. § 1. Aan elke huishoudelijke afnemer die op 30 september 2022 een leveringsovereenkomst voor elektriciteit voor diens woonplaats heeft:
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021;
2° ofwel met een variabele prijs
wordt een federale elektriciteitspremie toegekend van 122 euro.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste lid, die op 30 september 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden, en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale elektriciteitspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale elektriciteitspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, de tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet op 30 september 2022.
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021;
2° ofwel met een variabele prijs
wordt een federale elektriciteitspremie toegekend van 122 euro.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste lid, die op 30 september 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden, en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale elektriciteitspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale elektriciteitspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, de tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet op 30 september 2022.
Art. 36. § 1er. A chaque client résidentiel qui, au 30 septembre 2022, a un contrat de fourniture d'électricité pour sa résidence:
1° soit, à prix fixe et qui a été conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021;
2° soit, à prix variable
est attribué une prime fédérale d'électricité de 122 euros.
Aux clients résidentiels au sens de l'alinéa 1er, qui, au 30 septembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage, et résidaient à la même adresse, la prime fédérale d'électricité n'est accordée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale d'électricité ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de déménagement à ce point d'accès ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 20, § 2/1, de la Loi Electricité au 30 septembre 2022.
1° soit, à prix fixe et qui a été conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021;
2° soit, à prix variable
est attribué une prime fédérale d'électricité de 122 euros.
Aux clients résidentiels au sens de l'alinéa 1er, qui, au 30 septembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage, et résidaient à la même adresse, la prime fédérale d'électricité n'est accordée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale d'électricité ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de déménagement à ce point d'accès ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 20, § 2/1, de la Loi Electricité au 30 septembre 2022.
Afdeling 3. - Toekenning van de federale elektriciteitspremie
Section 3. - Attribution de la prime fédérale d'électricité
Art. 37. § 1. Het bedrag van de federale elektriciteitspremie wordt toegekend aan de rechthebbende door de leverancier die voorziet in de levering van elektriciteit op 30 september 2022.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale elektriciteitspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022;
4° in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 2, 12°, van de Elektriciteitswet, aan de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf bedoelde gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale elektriciteitspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens, overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk 4.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale elektriciteitspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022;
4° in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 2, 12°, van de Elektriciteitswet, aan de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 30 september 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf bedoelde gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale elektriciteitspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens, overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk 4.
Art. 37. § 1er. Le montant de la prime fédérale d'électricité est accordé à l'ayant droit par le fournisseur assurant la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime fédérale d'électricité est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022;
4° en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 2, 12°, de la Loi Electricité, au fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité le 30 septembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale d'électricité et l'échange des données nécessaires à cet effet, conformément aux dispositions du chapitre 4.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime fédérale d'électricité est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 30 septembre 2022;
4° en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 2, 12°, de la Loi Electricité, au fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité le 30 septembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale d'électricité et l'échange des données nécessaires à cet effet, conformément aux dispositions du chapitre 4.
Art. 38. § 1. Het bedrag van de federale elektriciteitspremie wordt automatisch toegekend aan de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, en verrekend op een voorschot- of afrekeningsfactuur in de periode vóór 1 januari 2023. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert.
§ 2. Ongeacht of er een levering van elektriciteit heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale elektriciteitspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale elektriciteitspremie wordt verrekend krachtens paragraaf 1 lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale elektriciteitspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 januari 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 januari 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur, volgend op de factuur bedoeld in paragraaf 1;
3° via verrekening met openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het tweede lid, 2° en 3°, nog een resterend bedrag van de federale elektriciteitspremie toekomt, maakt de leverancier dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbenden aan wie geen federale elektriciteitspremie werd toegekend overeenkomstig paragraaf 1, kunnen vanaf 23 januari 2023 tot en met 30 april 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie. Over de aanvraag wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan. De beslissing wordt ter kennis gebracht aan de leverancier, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale elektriciteitspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekeningsfactuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag bedoeld in het eerste lid.
§ 4. In het geval waarin de leverancier niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leverancier de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. Bij de toekenning van de federale elektriciteitspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leverancier duidelijk de manier van verrekening van de federale elektriciteitspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket elektriciteit 2022".
Elke leverancier voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende.
Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving "Het federaal basispakket elektriciteit wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 61 euro voor november 2022 en 61 euro voor december 2022." of, indien van toepassing de beide berichten, "Het federaal basispakket elektriciteit wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 61 euro voor november 2022." in november 2022, en "Het federaal basispakket elektriciteit wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 61 euro voor december 2022." in december 2022;
2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale elektriciteitspremie aan de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale elektriciteitspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie, met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale elektriciteitspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
§ 2. Ongeacht of er een levering van elektriciteit heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale elektriciteitspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale elektriciteitspremie wordt verrekend krachtens paragraaf 1 lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale elektriciteitspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 januari 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 januari 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur, volgend op de factuur bedoeld in paragraaf 1;
3° via verrekening met openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het tweede lid, 2° en 3°, nog een resterend bedrag van de federale elektriciteitspremie toekomt, maakt de leverancier dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbenden aan wie geen federale elektriciteitspremie werd toegekend overeenkomstig paragraaf 1, kunnen vanaf 23 januari 2023 tot en met 30 april 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie. Over de aanvraag wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan. De beslissing wordt ter kennis gebracht aan de leverancier, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale elektriciteitspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekeningsfactuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag bedoeld in het eerste lid.
§ 4. In het geval waarin de leverancier niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leverancier de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. Bij de toekenning van de federale elektriciteitspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leverancier duidelijk de manier van verrekening van de federale elektriciteitspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket elektriciteit 2022".
Elke leverancier voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende.
Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving "Het federaal basispakket elektriciteit wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 61 euro voor november 2022 en 61 euro voor december 2022." of, indien van toepassing de beide berichten, "Het federaal basispakket elektriciteit wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 61 euro voor november 2022." in november 2022, en "Het federaal basispakket elektriciteit wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 61 euro voor december 2022." in december 2022;
2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale elektriciteitspremie aan de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale elektriciteitspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie, met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale elektriciteitspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
Art. 38. § 1er. Le montant de la prime fédérale d'électricité est octroyé automatiquement aux ayants droit inscrits sur la liste établie en application de l'article 53, § 1er, et est réglé sur une facture d'acompte ou de décompte dans la période antérieure au 1er janvier 2023. L'octroi de la prime est communiqué avant la même date par une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée attestant la date d'attribution.
§ 2. La prime fédérale d'électricité est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture d'électricité ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale d'électricité est réglée conformément au paragraphe 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale d'électricité est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement transféré au plus tard le 18 janvier 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er janvier 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte, suivant la facture visée au paragraphe 1er;
3° par compensation avec les dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale d'électricité reste dû aux ayants droit après application de l'alinéa 2, 2° et 3°, le fournisseur transfère immédiatement ce montant aux ayants droit par virement.
§ 3. L'ayant droit auquel aucune prime fédérale d'électricité n'a été accordée, conformément au paragraphe 1er, peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 janvier 2023 au 30 avril 2023 inclus. Une décision sur la demande est prise dans un délai d'un mois à compter de sa réception. La décision est notifiée au fournisseur, via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale d'électricité:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation avec des dettes en cours.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
§ 4. Si le fournisseur ne dispose pas des coordonnées de paiement de l'ayant droit, le fournisseur demandera à l'ayant droit, via son canal de communication habituel, de transférer les coordonnées de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale d'électricité, telle que prévue aux paragraphes 1er et 2, le fournisseur indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale d'électricité, en mentionnant "Forfait de base fédéral d'électricité 2022".
Chaque fournisseur prévoit également une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit.
Cette communication comprend:
1° la mention "Le forfait de base fédéral d'électricité vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 61 euros pour novembre 2022, et 61 euros pour décembre 2022." ou, le cas échéant, les deux messages, "Le forfait de base fédéral d'électricité vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 61 euros pour novembre 2022." en novembre 2022, et "Le forfait de base fédéral d'électricité vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 61 euros pour décembre 2022." en décembre 2022;
2° des informations complémentaires sur les modalités d'attribution de la prime fédérale d'électricité à l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale d'électricité, avec une référence au site web du SPF Economie, avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale d'électricité ne peut pas faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
§ 2. La prime fédérale d'électricité est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture d'électricité ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale d'électricité est réglée conformément au paragraphe 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale d'électricité est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement transféré au plus tard le 18 janvier 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er janvier 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte, suivant la facture visée au paragraphe 1er;
3° par compensation avec les dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale d'électricité reste dû aux ayants droit après application de l'alinéa 2, 2° et 3°, le fournisseur transfère immédiatement ce montant aux ayants droit par virement.
§ 3. L'ayant droit auquel aucune prime fédérale d'électricité n'a été accordée, conformément au paragraphe 1er, peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 janvier 2023 au 30 avril 2023 inclus. Une décision sur la demande est prise dans un délai d'un mois à compter de sa réception. La décision est notifiée au fournisseur, via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale d'électricité:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation avec des dettes en cours.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
§ 4. Si le fournisseur ne dispose pas des coordonnées de paiement de l'ayant droit, le fournisseur demandera à l'ayant droit, via son canal de communication habituel, de transférer les coordonnées de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale d'électricité, telle que prévue aux paragraphes 1er et 2, le fournisseur indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale d'électricité, en mentionnant "Forfait de base fédéral d'électricité 2022".
Chaque fournisseur prévoit également une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit.
Cette communication comprend:
1° la mention "Le forfait de base fédéral d'électricité vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 61 euros pour novembre 2022, et 61 euros pour décembre 2022." ou, le cas échéant, les deux messages, "Le forfait de base fédéral d'électricité vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 61 euros pour novembre 2022." en novembre 2022, et "Le forfait de base fédéral d'électricité vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 61 euros pour décembre 2022." en décembre 2022;
2° des informations complémentaires sur les modalités d'attribution de la prime fédérale d'électricité à l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale d'électricité, avec une référence au site web du SPF Economie, avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale d'électricité ne peut pas faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
Art. 39. In afwijking van de voorafgaande bepalingen van deze afdeling wordt, aan de rechthebbenden met een budgetmeter, de federale elektriciteitspremie toegekend op een van de volgende manieren:
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt van de leverancier via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag, 18 januari 2023;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2023;
- via verrekening op openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten, opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023;
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022.
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt van de leverancier via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag, 18 januari 2023;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2023;
- via verrekening op openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten, opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023;
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022.
Art. 39. Par dérogation aux dispositions précédentes de la présente section, pour les ayants droit disposant d'un compteur à budget, la prime fédérale d'électricité est attribuée selon l'une des modalités suivantes:
- par le biais du décompte annuel qui suit le moment où l'attribution est notifiée au fournisseur par le biais des listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant, est le 18 janvier 2023;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2023;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes, établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2023;
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, §§ 1er et 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022.
- par le biais du décompte annuel qui suit le moment où l'attribution est notifiée au fournisseur par le biais des listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant, est le 18 janvier 2023;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2023;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes, établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2023;
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, §§ 1er et 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022.
Art. 40. De rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 38, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 maart 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 maart 2023.
Rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 38, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 augustus 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 augustus 2023.
Rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 38, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 augustus 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale elektriciteitspremie na 15 augustus 2023.
Art. 40. Les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par le fournisseur en vertu de l'article 38, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 mars 2023, n'ont plus droit à l'attribution de la prime fédérale d'électricité après le 15 mars 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 2, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par le fournisseur en vertu de l'article 38, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 août 2023, n'ont plus droit à l'attribution de la prime fédérale d'électricité après le 15 août 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 2, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par le fournisseur en vertu de l'article 38, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 août 2023, n'ont plus droit à l'attribution de la prime fédérale d'électricité après le 15 août 2023.
Afdeling 4. - De financiering van de federale elektriciteitspremie
Section 4. - Le financement de la prime fédérale d'électricité
Art. 41. § 1. De financiering van de federale elektriciteitspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet.
§ 2. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op de terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 november 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 november 2022 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier op 30 juni 2022.
Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten worden gestort, toegewezen aan de noodleverancier. Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kosten voor de leverancier van de activiteiten bedoeld in deze titel, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op de terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 november 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 november 2022 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de Elektriciteitswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier op 30 juni 2022.
Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten worden gestort, toegewezen aan de noodleverancier. Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kosten voor de leverancier van de activiteiten bedoeld in deze titel, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
Art. 41. § 1er. Le financement de la prime fédérale d'électricité est à charge du budget de l'Etat, qui affecte les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la Loi Electricité.
§ 2. Les fournisseurs et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 novembre 2022, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 novembre 2022, le montant visé à l'alinéa 1er, est versé par la commission aux fournisseurs à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le fonds visé à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la Loi Electricité, et est réparti proportionnellement entre les fournisseurs sur la base de la part des clients résidentiels de chaque fournisseur au 30 juin 2022.
Lorsqu'un fournisseur est remplacé par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée à l'alinéa 2, la part qui aurait dû être versée au fournisseur est attribuée au fournisseur de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour le fournisseur des activités visées par le présent titre, et de leur intervention pour leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour démontrer qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
§ 2. Les fournisseurs et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 novembre 2022, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 novembre 2022, le montant visé à l'alinéa 1er, est versé par la commission aux fournisseurs à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le fonds visé à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la Loi Electricité, et est réparti proportionnellement entre les fournisseurs sur la base de la part des clients résidentiels de chaque fournisseur au 30 juin 2022.
Lorsqu'un fournisseur est remplacé par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée à l'alinéa 2, la part qui aurait dû être versée au fournisseur est attribuée au fournisseur de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour le fournisseur des activités visées par le présent titre, et de leur intervention pour leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour démontrer qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
HOOFDSTUK 3. - Federale gaspremie
CHAPITRE 3. - Prime fédérale de gaz
Afdeling 1. - Definities eigen aan dit hoofdstuk
Section 1re. - Définitions spécifiques au présent chapitre
Art. 42. De definities vervat in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, hierna genoemd "de Gaswet", zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Art. 42. Les définitions contenues dans l'article 1er de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, ci-après dénommée "la Loi Gaz", s'appliquent au présent chapitre.
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Section 2. - Ayants droit
Art. 43. § 1. Aan elke huishoudelijke afnemer die op 30 september 2022 een leveringsovereenkomst voor gas voor diens woonplaats heeft:
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021;
2° ofwel met een variabele prijs,
wordt een federale gaspremie toegekend van 270 euro.
Kwalificeren eveneens als rechthebbenden in de zin van het eerste lid, de eindafnemers achter een collectief aansluitpunt met een gezamenlijke stookinstallatie op gas die een recht op levering genieten in het kader van een overeenkomst bedoeld in het eerste lid, die in hun naam en voor hun rekening gesloten werd door een andere huishoudelijke afnemer van dezelfde gezamenlijke stookinstallatie op gas of door een vereniging van mede-eigenaars.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste en het tweede lid die op 30 september 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale gaspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale gaspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, de tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen, of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid op 30 september 2022 kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet.
1° ofwel met een vaste prijs, die afgesloten of hernieuwd werd na 30 september 2021;
2° ofwel met een variabele prijs,
wordt een federale gaspremie toegekend van 270 euro.
Kwalificeren eveneens als rechthebbenden in de zin van het eerste lid, de eindafnemers achter een collectief aansluitpunt met een gezamenlijke stookinstallatie op gas die een recht op levering genieten in het kader van een overeenkomst bedoeld in het eerste lid, die in hun naam en voor hun rekening gesloten werd door een andere huishoudelijke afnemer van dezelfde gezamenlijke stookinstallatie op gas of door een vereniging van mede-eigenaars.
Aan huishoudelijke afnemers in de zin van het eerste en het tweede lid die op 30 september 2022 deel uitmaakten van hetzelfde gezin of huishouden en op hetzelfde adres woonden, wordt de federale gaspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De federale gaspremie is niet van toepassing op:
1° de tweede verblijfplaatsen;
2° de occasionele klanten, de tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen, of wanneer er geen opvolger is;
4° de personen binnen een gezin of huishouden waarvan een lid op 30 september 2022 kwalificeerde als beschermde residentiële afnemer in de zin van artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet.
Art. 43. § 1er. Chaque client résidentiel qui, au 30 septembre 2022, a un contrat de fourniture de gaz pour sa résidence:
1° soit, à prix fixe, et conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021;
2° soit, à prix variable,
bénéficie d'une prime fédérale de gaz de 270 euros.
Sont également qualifiés d'ayants droit au sens de l'alinéa 1er, les clients finals derrière un point de raccordement collectif avec une installation commune de chauffage au gaz qui bénéficient d'un droit de fourniture dans le cadre d'un contrat visé à l'alinéa 1er, qui a été conclu en leur nom et pour leur compte par un autre client résidentiel de la même installation commune de chauffage au gaz ou par une association de copropriétaires.
Pour les clients résidentiels au sens des alinéas 1er et 2 qui, au 30 septembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage et habitaient à la même adresse, la prime fédérale de gaz n'est attribuée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale de gaz ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de relogement à ce point d'accès, ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz au 30 septembre 2022.
1° soit, à prix fixe, et conclu ou renouvelé après le 30 septembre 2021;
2° soit, à prix variable,
bénéficie d'une prime fédérale de gaz de 270 euros.
Sont également qualifiés d'ayants droit au sens de l'alinéa 1er, les clients finals derrière un point de raccordement collectif avec une installation commune de chauffage au gaz qui bénéficient d'un droit de fourniture dans le cadre d'un contrat visé à l'alinéa 1er, qui a été conclu en leur nom et pour leur compte par un autre client résidentiel de la même installation commune de chauffage au gaz ou par une association de copropriétaires.
Pour les clients résidentiels au sens des alinéas 1er et 2 qui, au 30 septembre 2022, faisaient partie de la même famille ou du même ménage et habitaient à la même adresse, la prime fédérale de gaz n'est attribuée qu'une seule fois.
§ 2. La prime fédérale de gaz ne s'applique pas:
1° aux résidences secondaires;
2° aux clients occasionnels, aux raccordements temporaires;
3° aux clients résidentiels qui quittent un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de relogement à ce point d'accès, ou lorsqu'il n'y a pas de successeur;
4° aux personnes au sein d'une famille ou d'un ménage dont un membre a été qualifié de client résidentiel protégé au sens de l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz au 30 septembre 2022.
Afdeling 3. - Toekenning van de federale gaspremie
Section 3. - Attribution de la prime fédérale de gaz
Art. 44. § 1. Het bedrag van de federale gaspremie wordt toegekend aan de rechthebbende door de leveringsonderneming die voorziet in de levering van gas op 30 september 2022.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale gaspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;
4° in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 1, 12° bis, van de Gaswet, aan de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf bedoelde gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale gaspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk 4.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de federale gaspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als bedoeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022;
4° in geval van het ontzeggen van de toegang tot het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 1, 12° bis, van de Gaswet, aan de leveringsonderneming die voorzag in de levering van gas op 30 september 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf bedoelde gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de federale gaspremie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder hoofdstuk 4.
Art. 44. § 1er. Le montant de la prime fédérale de gaz est accordé à l'ayant droit par l'entreprise de fourniture qui assure la fourniture de gaz au 30 septembre 2022.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime fédérale de gaz est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022;
4° ou en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 1er, 12° bis, de la Loi Gaz, à l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale de gaz et l'échange des données nécessaires à cet effet conformément aux dispositions du chapitre 4.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime fédérale de gaz est versée par le fournisseur de secours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022;
3° en cas d'annulation ou de suspension de la licence de fourniture régionale de l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022;
4° ou en cas de refus d'accès au réseau de distribution, tel que défini à l'article 1er, 12° bis, de la Loi Gaz, à l'entreprise de fourniture qui assurait la fourniture de gaz au 30 septembre 2022.
Pour les cas visés au présent paragraphe, le Roi peut déterminer les modalités de paiement de la prime fédérale de gaz et l'échange des données nécessaires à cet effet conformément aux dispositions du chapitre 4.
Art. 45. § 1. De rechthebbende die met meerdere gezinnen of huishoudens gas afneemt via eenzelfde EAN aansluitingspunt op het aardgasdistributienet dient voor de toekenning van de gaspremie, in samenwerking met de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 30 september 2022 een gasleveringscontract had afgesloten met een leveringsonderneming rond leveringen via voormeld aansluitingspunt, een aanvraag in te dienen bij de FOD Economie, ten laatste op 30 april 2023, die minstens de volgende gegevens bevat:
1° de naam en de voornaam van de aanvrager;
2° het Rijksregisternummer van de aanvrager;
3° het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager;
4° de EAN-code van het aansluitingspunt;
5° het adres van het EAN aansluitingspunt;
6° een kopie van de meest recente voorschot- of afrekeningsfactuur van het voormeld gasleveringscontract; en
7° een verklaring op eer van voormelde natuurlijke persoon of rechtspersoon dat de aanvrager bijdroeg in de kosten van de gaslevering.
De betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon is ertoe gehouden om de aanvrager op eenvoudig verzoek de gegevens te verschaffen bedoeld in het eerste lid, 4° tot 7°.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvragen bedoeld in het eerste lid.
Over de aanvragen, ingediend overeenkomstig het eerste lid, wordt onverwijld beslist na de ontvangst ervan.
De beslissing over de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, wordt ter kennis gebracht aan de FOD Financiën die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie via overschrijving.
§ 2. De toekenning van het bedrag van de federale gaspremie aan de rechthebbenden, anderen dan de rechthebbenden bedoeld in paragraaf 1, die opgenomen zijn in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, geschiedt automatisch en wordt verrekend met een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie in de periode vóór 1 januari 2023. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert.
Ongeacht of er een levering van gas heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale gaspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale gaspremie wordt verrekend krachtens het eerste lid lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale gaspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 januari 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 januari 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur bedoeld in het eerste lid;
3° via verrekening met openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het derde lid, 2° en 3°, nog een resterend bedrag van de federale gaspremie toekomt, maakt de leveringsonderneming dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbende bedoeld in paragaaf 2, aan wie geen federale gaspremie werd toegekend overeenkomstig dezelfde paragraaf, kan daartoe vanaf 23 januari 2023 tot en met 30 april 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig het eerste lid.
Over de aanvragen ingediend overeenkomstig het eerste lid, wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan.
De beslissing rond de aanvragen ingediend overeenkomstig het eerste lid wordt ter kennis gegeven aan de leveringsonderneming, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekeningsfactuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
§ 4. In het geval waarin de leveringsonderneming niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leveringsonderneming de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. Bij de toekenning van de federale gaspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leveringsonderneming duidelijk de manier van verrekening van de federale gaspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket gas 2022".
Elke leveringsonderneming voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor november 2022 en 135 euro voor december 2022." of, indien van toepassing, de beide berichten: "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor november 2022." in november 2022 en "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor december 2022." in december 2022;
2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale gaspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale gaspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale gaspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
1° de naam en de voornaam van de aanvrager;
2° het Rijksregisternummer van de aanvrager;
3° het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager;
4° de EAN-code van het aansluitingspunt;
5° het adres van het EAN aansluitingspunt;
6° een kopie van de meest recente voorschot- of afrekeningsfactuur van het voormeld gasleveringscontract; en
7° een verklaring op eer van voormelde natuurlijke persoon of rechtspersoon dat de aanvrager bijdroeg in de kosten van de gaslevering.
De betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon is ertoe gehouden om de aanvrager op eenvoudig verzoek de gegevens te verschaffen bedoeld in het eerste lid, 4° tot 7°.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvragen bedoeld in het eerste lid.
Over de aanvragen, ingediend overeenkomstig het eerste lid, wordt onverwijld beslist na de ontvangst ervan.
De beslissing over de aanvragen overeenkomstig het eerste lid, wordt ter kennis gebracht aan de FOD Financiën die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie via overschrijving.
§ 2. De toekenning van het bedrag van de federale gaspremie aan de rechthebbenden, anderen dan de rechthebbenden bedoeld in paragraaf 1, die opgenomen zijn in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, geschiedt automatisch en wordt verrekend met een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie in de periode vóór 1 januari 2023. De toekenning van de premie wordt voor diezelfde datum meegedeeld via een voorschot- of afrekeningsfactuur of via een kredietnota of via een afzonderlijke communicatie die de datum van de toekenning attesteert.
Ongeacht of er een levering van gas heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de federale gaspremie toegekend.
Indien de factuur waarop de federale gaspremie wordt verrekend krachtens het eerste lid lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de federale gaspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving overgemaakt ten laatste op 18 januari 2023;
2° via verrekening op het moment van het versturen voor 1 januari 2023 van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur bedoeld in het eerste lid;
3° via verrekening met openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na toepassing van het derde lid, 2° en 3°, nog een resterend bedrag van de federale gaspremie toekomt, maakt de leveringsonderneming dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 3. De rechthebbende bedoeld in paragaaf 2, aan wie geen federale gaspremie werd toegekend overeenkomstig dezelfde paragraaf, kan daartoe vanaf 23 januari 2023 tot en met 30 april 2023 een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie.
De Koning kan aanvullende gegevens bepalen die te vermelden zijn op de aanvraag overeenkomstig het eerste lid.
Over de aanvragen ingediend overeenkomstig het eerste lid, wordt beslist binnen de maand na ontvangst ervan.
De beslissing rond de aanvragen ingediend overeenkomstig het eerste lid wordt ter kennis gegeven aan de leveringsonderneming, via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, of § 2, die over een termijn beschikt van een maand voor het overmaken van de federale gaspremie:
1° via overschrijving;
2° via verrekening met een voorschot- of afrekeningsfactuur;
3° via verrekening met openstaande schulden.
§ 4. In het geval waarin de leveringsonderneming niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leveringsonderneming de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om de betaalgegevens over te maken.
§ 5. Bij de toekenning van de federale gaspremie, zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leveringsonderneming duidelijk de manier van verrekening van de federale gaspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federaal basispakket gas 2022".
Elke leveringsonderneming voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de rechthebbende. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor november 2022 en 135 euro voor december 2022." of, indien van toepassing, de beide berichten: "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor november 2022." in november 2022 en "Het federaal basispakket gas wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen en bestaat uit 135 euro voor december 2022." in december 2022;
2° bijkomende informatie over de manier waarop de federale gaspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de federale gaspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De federale gaspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
Art. 45. § 1er. Pour l'octroi de la prime fédérale de gaz, l'ayant droit qui consomme du gaz avec plusieurs familles ou ménages via le même point de raccordement EAN du réseau de distribution de gaz naturel, doit introduire au plus tard le 30 avril 2023, en collaboration avec la personne physique ou morale qui, au 30 septembre 2022, avait conclu un contrat de fourniture de gaz avec une entreprise de fourniture concernant les livraisons via le point de raccordement susmentionné, une demande auprès du SPF Economie qui contient au moins les données suivantes:
1° le nom et le prénom du demandeur;
2° le numéro de registre national du demandeur;
3° l'adresse de la résidence principale du demandeur;
4° le code EAN du point de raccordement;
5° l'adresse du point de raccordement EAN;
6° une copie de la plus récente facture d'acompte ou de décompte relative au contrat de fourniture de gaz susmentionné; et
7° une déclaration sur l'honneur de la personne physique ou morale susmentionnée selon laquelle le demandeur a contribué aux coûts de la fourniture de gaz.
La personne physique ou morale concernée est tenue de fournir au demandeur les données visées à l'alinéa 1er, 4° à 7°, sur simple demande.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à fournir sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise sans délai après leur réception.
La décision sur les demandes conformément à l'alinéa 1er, est notifiée au SPF Finances, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz par virement.
§ 2. L'attribution du montant de la prime fédérale de gaz se fait de manière automatique aux ayants droit, autres que ceux visés au paragraphe 1er, qui sont inscrits sur la liste établie en application de l'article 53, § 1er, et est réglée sur une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée dans la période antérieure au 1er janvier 2023. L'attribution de la prime est communiquée avant la même date par une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée attestant la date d'attribution.
La prime fédérale de gaz est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture de gaz ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale de gaz est réglée en vertu de l'alinéa 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale de gaz est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement transféré au plus tard le 18 janvier 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er janvier 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte faisant suite à la facture correspondante visée à l'alinéa 1er;
3° par compensation des dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale de gaz reste dû aux ayants droit après l'application de l'alinéa 3, 2° et 3°, l'entreprise de fourniture transfère immédiatement ce montant aux bénéficiaires par virement.
§ 3. L'ayant droit mentionné au paragraphe 2, auquel aucune prime fédérale de gaz n'a été accordée conformément au même paragraphe peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 janvier 2023 au 30 avril 2023 inclus.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise dans un délai d'un mois à compter de leur réception.
La décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est notifiée à l'entreprise de fourniture, via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation des dettes en cours.
§ 4. Dans le cas où l'entreprise de fourniture ne dispose pas des données de paiement de l'ayant droit, l'entreprise de fourniture demande à l'ayant droit, par son canal de communication habituel, de transférer les données de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale de gaz, telle que prévue aux paragraphes 1er et 2, l'entreprise de fourniture indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale de gaz, en incluant la mention "Forfait de base fédéral de gaz 2022".
Chaque entreprise de fourniture prévoit également une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit. Cette communication comprend:
1° la mention "Le forfait de base fédéral de gaz vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 135 euros pour novembre 2022 et 135 euros pour décembre 2022." ou, le cas échéant, les deux messages, "Le forfait de base fédéral de gaz vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 135 euros pour novembre 2022." en novembre 2022 et "Le forfait de base fédéral de gaz vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 135 euros pour décembre 2022." en décembre 2022;
2° des informations complémentaires sur les modalités d'octroi de la prime fédérale de gaz pour l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale de gaz, avec une référence au site web du SPF Economie avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale de gaz ne peut pas faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit, nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
1° le nom et le prénom du demandeur;
2° le numéro de registre national du demandeur;
3° l'adresse de la résidence principale du demandeur;
4° le code EAN du point de raccordement;
5° l'adresse du point de raccordement EAN;
6° une copie de la plus récente facture d'acompte ou de décompte relative au contrat de fourniture de gaz susmentionné; et
7° une déclaration sur l'honneur de la personne physique ou morale susmentionnée selon laquelle le demandeur a contribué aux coûts de la fourniture de gaz.
La personne physique ou morale concernée est tenue de fournir au demandeur les données visées à l'alinéa 1er, 4° à 7°, sur simple demande.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à fournir sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise sans délai après leur réception.
La décision sur les demandes conformément à l'alinéa 1er, est notifiée au SPF Finances, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz par virement.
§ 2. L'attribution du montant de la prime fédérale de gaz se fait de manière automatique aux ayants droit, autres que ceux visés au paragraphe 1er, qui sont inscrits sur la liste établie en application de l'article 53, § 1er, et est réglée sur une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée dans la période antérieure au 1er janvier 2023. L'attribution de la prime est communiquée avant la même date par une facture d'acompte ou de décompte ou par une note de crédit ou par une communication séparée attestant la date d'attribution.
La prime fédérale de gaz est attribuée indépendamment du fait qu'une fourniture de gaz ait été effectuée à l'ayant droit.
Si la facture sur laquelle la prime fédérale de gaz est réglée en vertu de l'alinéa 1er est inférieure à la prime, le montant restant de la prime fédérale de gaz est réglé de l'une des manières suivantes:
1° par virement transféré au plus tard le 18 janvier 2023;
2° par compensation au moment de l'envoi avant le 1er janvier 2023 d'une facture d'acompte ou de décompte faisant suite à la facture correspondante visée à l'alinéa 1er;
3° par compensation des dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime fédérale de gaz reste dû aux ayants droit après l'application de l'alinéa 3, 2° et 3°, l'entreprise de fourniture transfère immédiatement ce montant aux bénéficiaires par virement.
§ 3. L'ayant droit mentionné au paragraphe 2, auquel aucune prime fédérale de gaz n'a été accordée conformément au même paragraphe peut introduire une demande écrite ou électronique auprès du SPF Economie du 23 janvier 2023 au 30 avril 2023 inclus.
Le Roi peut déterminer les données complémentaires à mentionner sur la demande visée à l'alinéa 1er.
Une décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est prise dans un délai d'un mois à compter de leur réception.
La décision sur les demandes introduites conformément à l'alinéa 1er, est notifiée à l'entreprise de fourniture, via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2, qui dispose d'un délai d'un mois pour transférer la prime fédérale de gaz:
1° par virement;
2° par compensation avec une facture d'acompte ou de décompte;
3° par compensation des dettes en cours.
§ 4. Dans le cas où l'entreprise de fourniture ne dispose pas des données de paiement de l'ayant droit, l'entreprise de fourniture demande à l'ayant droit, par son canal de communication habituel, de transférer les données de paiement.
§ 5. Lors de l'attribution de la prime fédérale de gaz, telle que prévue aux paragraphes 1er et 2, l'entreprise de fourniture indique clairement le mode de règlement de la prime fédérale de gaz, en incluant la mention "Forfait de base fédéral de gaz 2022".
Chaque entreprise de fourniture prévoit également une communication par le canal de communication habituel avec l'ayant droit. Cette communication comprend:
1° la mention "Le forfait de base fédéral de gaz vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 135 euros pour novembre 2022 et 135 euros pour décembre 2022." ou, le cas échéant, les deux messages, "Le forfait de base fédéral de gaz vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 135 euros pour novembre 2022." en novembre 2022 et "Le forfait de base fédéral de gaz vous est accordé par le gouvernement fédéral dans le contexte des prix élevés de l'énergie et consiste en 135 euros pour décembre 2022." en décembre 2022;
2° des informations complémentaires sur les modalités d'octroi de la prime fédérale de gaz pour l'ayant droit concerné;
3° comment mieux s'informer sur la prime fédérale de gaz, avec une référence au site web du SPF Economie avec lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime fédérale de gaz ne peut pas faire l'objet d'un transfert ou d'une saisie. Elle est accordée à l'ayant droit, nonobstant tout état de concours ou d'insolvabilité de ce même ayant droit.
Art. 46. In afwijking van de voorafgaande bepalingen van deze afdeling wordt, voor de rechthebbenden met een budgetmeter, de federale gaspremie toegekend op een van de volgende manieren:
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt aan de leveringsonderneming via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2023;
- via verrekening met openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023;
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022.
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de toekenning ter kennis gebracht wordt aan de leveringsonderneming via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023;
- via overschrijving overgemaakt aan de rechthebbende binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022 en is de uiterlijke datum voor uitbetaling via overschrijving 18 januari 2023;
- via verrekening met openstaande schulden binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, § 1 of § 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022, en is de uiterlijke datum voor betaling via overschrijving van een eventueel resterend bedrag 18 januari 2023;
- via het actief krediet van de budgetmeter binnen een maand na de kennisgeving van de toekenning via de lijsten opgemaakt krachtens artikel 53, §§ 1 en 2. Voor de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 53, § 1, is de uiterlijke datum voor de toekenning 31 december 2022.
Art. 46. Par dérogation aux dispositions précédentes de la présente section, pour les ayants droit disposant d'un compteur budgétaire, la prime fédérale de gaz est accordée selon l'une des modalités suivantes:
- par le biais du décompte annuel suivant le moment où l'attribution est notifiée à l'entreprise de fourniture par le biais des listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2023;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2023;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022, et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2023;
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, §§ 1er et 2. Pour les ayants droit inscrits via la liste établie en application de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022.
- par le biais du décompte annuel suivant le moment où l'attribution est notifiée à l'entreprise de fourniture par le biais des listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2023;
- par virement à l'ayant droit dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste établie en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022 et la date limite de paiement par virement est le 18 janvier 2023;
- par compensation avec les dettes en cours dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution par le biais des listes établies en vertu de l'article 53, § 1er ou § 2. Pour les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022, et la date limite de paiement par virement de tout montant restant est le 18 janvier 2023;
- via le crédit actif du compteur à budget dans un délai d'un mois à compter de la notification de l'attribution via les listes établies en vertu de l'article 53, §§ 1er et 2. Pour les ayants droit inscrits via la liste établie en application de l'article 53, § 1er, la date limite d'attribution est le 31 décembre 2022.
Art. 47. De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 45, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 maart 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 maart 2023.
De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 45, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 augustus 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 augustus 2023.
De rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 53, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leveringsonderneming krachtens artikel 45, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 augustus 2023, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de federale gaspremie na 15 augustus 2023.
Art. 47. Les ayants droit inscrits sur la liste en vertu de l'article 53, § 1er, qui, suite à une demande de transmission des données de paiement par l'entreprise de fourniture en vertu de l'article 45, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 mars 2023, n'ont plus droit à l'octroi de la prime fédérale de gaz après le 15 mars 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste conformément à l'article 53, § 2, qui, à la suite d'une demande de transmission des données de paiement par l'entreprise de fourniture conformément à l'article 45, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 août 2023, n'ont plus droit à l'octroi de la prime fédérale de gaz après le 15 août 2023.
Les ayants droit inscrits sur la liste conformément à l'article 53, § 2, qui, à la suite d'une demande de transmission des données de paiement par l'entreprise de fourniture conformément à l'article 45, § 4, ne transmettent pas les données de paiement avant le 15 août 2023, n'ont plus droit à l'octroi de la prime fédérale de gaz après le 15 août 2023.
Afdeling 4. - De financiering van de federale gaspremie
Section 4. - Le financement de la prime fédérale de gaz
Art. 48. § 1. De financiering van de federale gaspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3°, van de Gaswet.
§ 2. De leveringsondernemingen en de distributienetbeheerders hebben recht op de terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 november 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 november 2022 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag door de commissie aan de leveringsondernemingen gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3°, van de Gaswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveringsondernemingen op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leveringsonderneming per 30 juni 2022.
Wanneer een leveringsonderneming wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leveringsonderneming had moeten worden gestort, toegewezen aan de noodleverancier. Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kosten voor de leveringsonderneming voor gas van de activiteiten bedoeld in deze titel, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient te worden geleverd aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. De leveringsondernemingen en de distributienetbeheerders hebben recht op de terugbetaling van de kosten die veroorzaakt werden door de toepassing van dit hoofdstuk.
§ 3. Uiterlijk op 4 november 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 10 november 2022 wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag door de commissie aan de leveringsondernemingen gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, 3°, van de Gaswet, en wordt proportioneel verdeeld over de leveringsondernemingen op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leveringsonderneming per 30 juni 2022.
Wanneer een leveringsonderneming wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leveringsonderneming had moeten worden gestort, toegewezen aan de noodleverancier. Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde residentiële afnemers op het moment van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en na beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kosten voor de leveringsonderneming voor gas van de activiteiten bedoeld in deze titel, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient te worden geleverd aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de terugbetaling bedoeld in paragraaf 2.
Art. 48. § 1er. Le financement de la prime fédérale de gaz est à charge du budget de l'Etat, qui affecte les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 15/11, § 1erter, alinéa 1er, 3°, de la Loi Gaz.
§ 2. Les entreprises de fourniture et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 novembre 2022, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 novembre 2022, le montant visé à l'alinéa 1er est versé par la commission aux entreprises de fourniture à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le fonds visé à l'article 15/11, § 1erter, alinéa 1er, 3°, de la Loi Gaz et sera réparti proportionnellement entre les entreprises de fourniture en fonction de la part des clients résidentiels de chaque entreprise de fourniture au 30 juin 2022.
Lorsqu'une entreprise de fourniture est remplacée par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée à l'alinéa 2, la part qui aurait dû être versée à l'entreprise de fourniture est attribuée au fournisseur de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour l'entreprise de fourniture de gaz des activités visées par le présent titre, et de leur intervention en vue de leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnisation, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour prouver qu'elles remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
§ 2. Les entreprises de fourniture et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 4 novembre 2022, le montant requis est versé à la commission.
Au plus tard le 10 novembre 2022, le montant visé à l'alinéa 1er est versé par la commission aux entreprises de fourniture à titre d'avance. Ce montant est prélevé sur les moyens disponibles dans le fonds visé à l'article 15/11, § 1erter, alinéa 1er, 3°, de la Loi Gaz et sera réparti proportionnellement entre les entreprises de fourniture en fonction de la part des clients résidentiels de chaque entreprise de fourniture au 30 juin 2022.
Lorsqu'une entreprise de fourniture est remplacée par un fournisseur de secours avant le versement de l'avance visée à l'alinéa 2, la part qui aurait dû être versée à l'entreprise de fourniture est attribuée au fournisseur de secours. Si plusieurs fournisseurs de secours sont concernés, le montant alloué est réparti proportionnellement à leur part de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
§ 4. Le Roi peut, après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles de détermination du coût pour l'entreprise de fourniture de gaz des activités visées par le présent titre, et de leur intervention en vue de leur prise en charge, ainsi que, le cas échéant, la procédure à respecter pour obtenir une indemnisation, en ce compris les délais, les conséquences en cas d'infraction et les preuves à fournir à la commission pour prouver qu'elles remplissent les conditions pour bénéficier du remboursement visé au paragraphe 2.
HOOFDSTUK 4. - Verwerking van persoonsgegevens
CHAPITRE 4. - Traitement des données à caractère personnel
Art. 49. § 1. De FOD Economie coördineert en organiseert de uitwisseling van de nodige gegevens voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie met de leveranciers bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 2, de leveringsondernemingen bedoeld in artikel 44, §§ 1 en 2, de distributienetbeheerders, het Rijksregister, de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en met de commissie.
De toekenning van de federale elektriciteits- en gaspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het Rijksregister.
§ 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op de dag volgend op de inwerkingtreding van deze wet, de volgende gegevens:
1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 30 september 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van de leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
2° bij de leveringsondernemingen: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 30 september 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
3° bij de distributienet-beheerders voor elektriciteit: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 30 september 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
4° bij de distributienet-beheerders voor gas: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 30 september 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de gaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
§ 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers en de leveringsondernemingen voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd.
§ 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de lijst van de leveranciers en de leveringsondernemingen en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 51;
2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 52;
3° de omzetting tussen enerzijds het rijksregisternummer en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers en de leveringsondernemingen aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in deze titel;
4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;
5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 53, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 53, § 2.
§ 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 38 en door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 45.
De toekenning van de federale elektriciteits- en gaspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het Rijksregister.
§ 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op de dag volgend op de inwerkingtreding van deze wet, de volgende gegevens:
1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 30 september 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van de leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
2° bij de leveringsondernemingen: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke afnemers op 30 september 2022, de datum van afsluiting of hernieuwing van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
3° bij de distributienet-beheerders voor elektriciteit: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 30 september 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
4° bij de distributienet-beheerders voor gas: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de huishoudelijke eindafnemers op 30 september 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, het vast of variabel karakter van de prijsbepaling van deze leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de gaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
§ 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers en de leveringsondernemingen voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd.
§ 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de lijst van de leveranciers en de leveringsondernemingen en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 51;
2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 52;
3° de omzetting tussen enerzijds het rijksregisternummer en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers en de leveringsondernemingen aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in deze titel;
4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;
5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 53, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 53, § 2.
§ 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens verwerken die verstrekt worden door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 38 en door de huishoudelijke afnemer overeenkomstig artikel 45.
Art. 49. § 1er. Le SPF Economie coordonne et organise l'échange des données nécessaires à l'application de la prime fédérale d'électricité et de gaz avec les fournisseurs visés à l'article 37, §§ 1er et 2, les entreprises de fourniture visées à l'article 44, §§ 1er et 2, les gestionnaires de réseaux de distribution, le registre national, la Banque carrefour de la Sécurité Sociale et avec la commission.
L'attribution de la prime fédérale d'électricité et de gaz est automatique si les données requises pour cette application sont disponibles dans le registre national.
§ 2. Au plus tard le jour suivant l'entrée en vigueur de la présente loi, le SPF Economie rassemble les données suivantes:
1° auprès des fournisseurs: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 30 septembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
2° auprès des entreprises de fourniture: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 30 septembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
3° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 30 septembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
4° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution de gaz: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 30 septembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
§ 3. Le SPF Economie est chargé de la conversion entre le numéro du registre national d'une part, et l'identifiant unique utilisé par les fournisseurs et les entreprises de fourniture pour identifier leurs clients résidentiels d'autre part, et vice versa.
§ 4. Une base de données est créée au sein du SPF Economie contenant les données suivantes:
1° la liste des fournisseurs et des entreprises de fourniture et les données communiquées par ceux-ci conformément à l'article 51;
2° les données communiquées par le Registre national conformément à l'article 52;
3° la conversion entre, d'une part, le numéro du Registre national et, d'autre part, l'identifiant unique attribué par les fournisseurs et les entreprises de fourniture à leur client résidentiel, selon les conditions prévues par le présent titre;
4° les données non personnalisées nécessaires à la gestion de la base de données;
5° la liste des clients résidentiels figurant sur la liste visée à l'article 53, § 1er, et ceux figurant sur la liste visée à l'article 53, § 2.
§ 5. Le SPF Economie peut traiter les données personnelles fournies par le client résidentiel conformément à l'article 38 et par le client résidentiel conformément à l'article 45.
L'attribution de la prime fédérale d'électricité et de gaz est automatique si les données requises pour cette application sont disponibles dans le registre national.
§ 2. Au plus tard le jour suivant l'entrée en vigueur de la présente loi, le SPF Economie rassemble les données suivantes:
1° auprès des fournisseurs: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 30 septembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
2° auprès des entreprises de fourniture: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 30 septembre 2022, la date de conclusion ou de renouvellement de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
3° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution d'électricité: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 30 septembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
4° auprès des gestionnaires de réseaux de distribution de gaz: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients finals résidentiels au 30 septembre 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, le caractère fixe ou variable de la tarification de ce contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement de la fourniture de gaz ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
§ 3. Le SPF Economie est chargé de la conversion entre le numéro du registre national d'une part, et l'identifiant unique utilisé par les fournisseurs et les entreprises de fourniture pour identifier leurs clients résidentiels d'autre part, et vice versa.
§ 4. Une base de données est créée au sein du SPF Economie contenant les données suivantes:
1° la liste des fournisseurs et des entreprises de fourniture et les données communiquées par ceux-ci conformément à l'article 51;
2° les données communiquées par le Registre national conformément à l'article 52;
3° la conversion entre, d'une part, le numéro du Registre national et, d'autre part, l'identifiant unique attribué par les fournisseurs et les entreprises de fourniture à leur client résidentiel, selon les conditions prévues par le présent titre;
4° les données non personnalisées nécessaires à la gestion de la base de données;
5° la liste des clients résidentiels figurant sur la liste visée à l'article 53, § 1er, et ceux figurant sur la liste visée à l'article 53, § 2.
§ 5. Le SPF Economie peut traiter les données personnelles fournies par le client résidentiel conformément à l'article 38 et par le client résidentiel conformément à l'article 45.
Art. 50. De rechthebbende heeft het recht zich kosteloos te verzetten tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens met het oog op de automatische toekenning van de federale elektriciteits- of gaspremie, middels een gedateerde en ondertekende kennisgeving hiervan aan zijn leverancier of leveringsonderneming.
De leveranciers en leveringsondernemingen halen de gegevens van de huishoudelijke afnemers die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonsgegevens door derde partijen in het kader van deze titel, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 49.
De leveranciers en leveringsondernemingen halen de gegevens van de huishoudelijke afnemers die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonsgegevens door derde partijen in het kader van deze titel, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 49.
Art. 50. L'ayant droit a le droit de s'opposer, sans frais, au traitement de ses données à caractère personnel aux fins de l'octroi automatique de la prime fédérale d'électricité ou au gaz, au moyen d'une notification datée et signée adressée à son fournisseur ou à son entreprise de fourniture.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture extraient les données des clients résidentiels qui ont exercé le droit de s'opposer au traitement de leurs données à caractère personnel par des tiers dans le cadre du présent titre des données à communiquer au SPF Economie conformément à l'article 49.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture extraient les données des clients résidentiels qui ont exercé le droit de s'opposer au traitement de leurs données à caractère personnel par des tiers dans le cadre du présent titre des données à communiquer au SPF Economie conformément à l'article 49.
Art. 51. § 1. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen de dag volgend op de inwerkingtreding van deze wet, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers op 30 september 2022:
1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vaste of variabele prijs;
10° desgevallend, het statuut van residentiële beschermde afnemer die geniet van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas;
11° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
- het identificatienummer van de sociale zekerheid;
- de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht.
§ 2. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 31 januari 2023, de volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die voorafgaand aan 31 januari 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel;
10° desgevallend het statuut van residentiële afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht.
§ 3. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 november 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die vanaf 31 januari 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel;
10° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht.
§ 4. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie, gebruiken de leveranciers en leveringsondernemingen een unieke identificator met het oog op de identificatie van de huishoudelijke afnemers.
§ 5. De leveranciers en leveringsondernemingen kunnen de persoonsgegevens die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 53, § 1, of § 2, verwerken.
§ 6. Iedere leverancier en leveringsonderneming houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie.
§ 7. De leveranciers en leveringsondernemingen verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 38, § 3, of artikel 45, § 3.
§ 8. De commissie verstrekt op verzoek van de FOD Economie de gegevens rond de residentiële beschermde afnemers bedoeld in artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet en artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet die noodzakelijk zijn met het oog op de toepassing van artikel 36, § 2, 4° en artikel 43, § 2, 4°.
1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vaste of variabele prijs;
10° desgevallend, het statuut van residentiële beschermde afnemer die geniet van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas;
11° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
- het identificatienummer van de sociale zekerheid;
- de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht.
§ 2. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 31 januari 2023, de volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die voorafgaand aan 31 januari 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel;
10° desgevallend het statuut van residentiële afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht.
§ 3. De leveranciers en leveringsondernemingen melden aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 30 november 2023, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers of eindafnemers die vanaf 31 januari 2023 een uitkering van de premie kregen:
1° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° het contracttype: vast of variabel;
10° het statuut van huishoudelijke afnemer dat recht geeft op de federale elektriciteits- of gaspremie;
11° de datum van de uitbetaling of de toekenning en het bedrag ervan;
12° indien de leveranciers en leveringsondernemingen over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers en leveringsondernemingen maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken huishoudelijke afnemers werd afgesloten en nadat de betrokken huishoudelijke afnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 50 bedoelde recht.
§ 4. Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de federale elektriciteits- en gaspremie, gebruiken de leveranciers en leveringsondernemingen een unieke identificator met het oog op de identificatie van de huishoudelijke afnemers.
§ 5. De leveranciers en leveringsondernemingen kunnen de persoonsgegevens die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 53, § 1, of § 2, verwerken.
§ 6. Iedere leverancier en leveringsonderneming houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie.
§ 7. De leveranciers en leveringsondernemingen verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 38, § 3, of artikel 45, § 3.
§ 8. De commissie verstrekt op verzoek van de FOD Economie de gegevens rond de residentiële beschermde afnemers bedoeld in artikel 20, § 2/1, van de Elektriciteitswet en artikel 15/10, § 2/2, van de Gaswet die noodzakelijk zijn met het oog op de toepassing van artikel 36, § 2, 4° en artikel 43, § 2, 4°.
Art. 51. § 1er. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, au plus tard le jour suivant l'entrée en vigueur de la présente loi, les données suivantes de leurs clients résidentiels au 30 septembre 2022:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: prix fixe ou variable;
10° le cas échéant le statut de client résidentiel protégé bénéficiant des prix maximums pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel;
11° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils déclarent également:
- le numéro d'identification à la sécurité sociale;
- la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 50.
§ 2. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 31 janvier 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime avant le 31 janvier 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable;
10° le cas échéant, le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils déclarent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 50.
§ 3. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 30 novembre 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime à partir du 31 janvier 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable;
10° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils mentionnent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 50.
§ 4. Dans la mesure où cela s'avère nécessaire pour l'application de la prime fédérale d'électricité et de gaz, les fournisseurs et les entreprises de fourniture utilisent un identifiant unique pour identifier les clients résidentiels.
§ 5. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture peuvent traiter les données à caractère personnel fournies par le SPF Economie conformément à l'article 53, § 1er ou § 2.
§ 6. Chaque fournisseur et entreprise de fourniture tient à la disposition de la commission la liste des ayants droit fournie par le SPF Economie.
§ 7. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture fournissent, à la demande du SPF Economie, les données visées aux paragraphes 1er jusqu'à 3 en ce qui concerne l'attribution non automatique conformément à l'article 38, § 3, ou à l'article 45, § 3.
§ 8. A la demande du SPF Economie, la commission fournit les données relatives aux clients résidentiels protégés visés à l'article 20, § 2/1, de la Loi Electricité et à l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz qui sont nécessaires en vue de l'application de l'article 36, § 2, 4° et de l'article 43, § 2, 4°.
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: prix fixe ou variable;
10° le cas échéant le statut de client résidentiel protégé bénéficiant des prix maximums pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel;
11° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils déclarent également:
- le numéro d'identification à la sécurité sociale;
- la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 50.
§ 2. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 31 janvier 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime avant le 31 janvier 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable;
10° le cas échéant, le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils déclarent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 50.
§ 3. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture communiquent au SPF Economie, pour le 30 novembre 2023 au plus tard, les données suivantes de leurs clients résidentiels ou clients finaux qui ont reçu un versement de la prime à partir du 31 janvier 2023:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de raccordement;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° le type de contrat: fixe ou variable;
10° le statut de client résidentiel qui donne droit à la prime fédérale d'électricité ou de gaz;
11° la date et le montant du paiement ou de l'attribution;
12° si les fournisseurs et les entreprises de fourniture disposent des données suivantes, ils mentionnent également:
a) le numéro d'identification à la sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs et les entreprises de fourniture ne transfèrent les données visées à l'alinéa 1er qu'après la conclusion d'un contrat de fourniture valable avec les clients résidentiels concernés et après que les clients résidentiels concernés n'ont pas exercé le droit visé à l'article 50.
§ 4. Dans la mesure où cela s'avère nécessaire pour l'application de la prime fédérale d'électricité et de gaz, les fournisseurs et les entreprises de fourniture utilisent un identifiant unique pour identifier les clients résidentiels.
§ 5. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture peuvent traiter les données à caractère personnel fournies par le SPF Economie conformément à l'article 53, § 1er ou § 2.
§ 6. Chaque fournisseur et entreprise de fourniture tient à la disposition de la commission la liste des ayants droit fournie par le SPF Economie.
§ 7. Les fournisseurs et les entreprises de fourniture fournissent, à la demande du SPF Economie, les données visées aux paragraphes 1er jusqu'à 3 en ce qui concerne l'attribution non automatique conformément à l'article 38, § 3, ou à l'article 45, § 3.
§ 8. A la demande du SPF Economie, la commission fournit les données relatives aux clients résidentiels protégés visés à l'article 20, § 2/1, de la Loi Electricité et à l'article 15/10, § 2/2, de la Loi Gaz qui sont nécessaires en vue de l'application de l'article 36, § 2, 4° et de l'article 43, § 2, 4°.
Art. 52. § 1. Voor de uitvoering van zijn opdrachten omschreven in deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten, beschikt de FOD Economie over:
1° het recht op toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, overeenkomstig artikel 5, § 1, van dezelfde wet;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
§ 2. Het Rijksregister deelt de volgende gegevens mee overeenkomstig de nadere regels in paragraaf 1:
1° de naam en de voornamen;
2° de hoofdverblijfplaats;
3° het geslacht;
4° de geboortedatum;
5° de overlijdensdatum;
6° de samenstelling van het gezin;
7° het identificatienummer;
8° de datum van de laatste bijwerking.
1° het recht op toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, overeenkomstig artikel 5, § 1, van dezelfde wet;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
§ 2. Het Rijksregister deelt de volgende gegevens mee overeenkomstig de nadere regels in paragraaf 1:
1° de naam en de voornamen;
2° de hoofdverblijfplaats;
3° het geslacht;
4° de geboortedatum;
5° de overlijdensdatum;
6° de samenstelling van het gezin;
7° het identificatienummer;
8° de datum van de laatste bijwerking.
Art. 52. § 1er. Pour l'exécution de ses missions décrites dans le présent titre et ses arrêtés d'exécution, le SPF Economie dispose:
1° du droit d'accéder aux informations visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 9°, et à l'alinéa 2 de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, conformément à l'article 5, § 1er, de la même loi;
2° du droit d'utiliser le numéro d'identification du registre national.
§ 2. Le registre national transmet les données suivantes, selon les modalités prévues au paragraphe 1er:
1° le nom et les prénoms;
2° le lieu de résidence principale;
3° le sexe;
4° la date de naissance;
5° la date du décès;
6° la composition de la famille;
7° le numéro d'identification;
8° la date de la dernière mise à jour.
1° du droit d'accéder aux informations visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 9°, et à l'alinéa 2 de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, conformément à l'article 5, § 1er, de la même loi;
2° du droit d'utiliser le numéro d'identification du registre national.
§ 2. Le registre national transmet les données suivantes, selon les modalités prévues au paragraphe 1er:
1° le nom et les prénoms;
2° le lieu de résidence principale;
3° le sexe;
4° la date de naissance;
5° la date du décès;
6° la composition de la famille;
7° le numéro d'identification;
8° la date de la dernière mise à jour.
Art. 53. § 1. Uiterlijk op 10 november 2022 deelt de FOD Economie aan de leveranciers belast met de uitbetaling krachtens artikel 37 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leverancier overeenkomstig artikel 51, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, en die de volgende gegevens bevat:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie.
De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen belast met de uitbetaling krachtens artikel 44 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leveringsonderneming overeenkomstig artikel 51, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, die de volgende gegevens bevat:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie.
§ 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers belast met de uitbetaling krachtens artikel 38, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 38, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale elektriciteitspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie;
6° het bankrekeningnummer voor overschrijving.
De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 45, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 45, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale gaspremie.
Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie;
6° het bankrekeningnummer voor de overschrijving.
§ 3. De lijsten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor de terugbetalingen bedoeld in artikel 41, § 2, en in artikel 48, § 2.
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie.
De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen belast met de uitbetaling krachtens artikel 44 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leveringsonderneming overeenkomstig artikel 51, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, die de volgende gegevens bevat:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie.
§ 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers belast met de uitbetaling krachtens artikel 38, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 38, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale elektriciteitspremie. Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale elektriciteitspremie;
6° het bankrekeningnummer voor overschrijving.
De FOD Economie deelt aan de leveringsondernemingen verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 45, § 3, een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 45, § 3, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de federale gaspremie.
Deze lijst bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijke afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijke afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de federale gaspremie;
6° het bankrekeningnummer voor de overschrijving.
§ 3. De lijsten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor de terugbetalingen bedoeld in artikel 41, § 2, en in artikel 48, § 2.
Art. 53. § 1er. Au plus tard le 10 novembre 2022 le SPF Economie communique aux fournisseurs responsables du paiement en vertu de l'article 37 la liste des ayants droit dont le fournisseur a communiqué les coordonnées conformément à l'article 51, § 1er, et y inclut les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité.
Le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture chargés du paiement en vertu de l'article 44 la liste des ayants droit dont les coordonnées ont été communiquées par l'entreprise de fourniture conformément à l'article 51, § 1er, et comprend les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz.
§ 2. Le SPF Economie communique aux fournisseurs responsables du paiement en vertu de l'article 38, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 38, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale d'électricité. Cette liste contient les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement.
Le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture responsables du paiement en vertu de l'article 45, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 45, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale de gaz.
Cette liste contient les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement;
§ 3. Les listes visées aux paragraphes 1er et 2 constituent la preuve de recevabilité du droit aux remboursements visées à l'article 41, § 2, et à l'article 48, § 2.
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité.
Le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture chargés du paiement en vertu de l'article 44 la liste des ayants droit dont les coordonnées ont été communiquées par l'entreprise de fourniture conformément à l'article 51, § 1er, et comprend les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz.
§ 2. Le SPF Economie communique aux fournisseurs responsables du paiement en vertu de l'article 38, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 38, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale d'électricité. Cette liste contient les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale d'électricité;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement.
Le SPF Economie communique aux entreprises de fourniture responsables du paiement en vertu de l'article 45, § 3, une liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique conformément à l'article 45, § 3, et qui remplissent les conditions pour bénéficier de la prime fédérale de gaz.
Cette liste contient les données suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client résidentiel;
3° l'identifiant unique du client résidentiel;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° le droit à l'attribution ou non de la prime fédérale de gaz;
6° le numéro de compte bancaire pour le virement;
§ 3. Les listes visées aux paragraphes 1er et 2 constituent la preuve de recevabilité du droit aux remboursements visées à l'article 41, § 2, et à l'article 48, § 2.
Art. 54. § 1. De FOD Economie kan de gegevens van de rechthebbende bedoeld in deze titel verwerken, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de coördinatie, bedoeld in artikel 49.
De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister.
De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze titel.
§ 2. De leverancier bedoeld in artikel 37, en de leveringsonderneming bedoeld in artikel 44, kunnen de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling de federale elektriciteits- of gaspremie aan de rechthebbende.
De leveranciers en de leveringsondernemingen kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 53, §§ 1 en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De leverancier of de leveringsonderneming is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze titel.
§ 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in deze wet, inclusief de persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de federale elektriciteits- of gaspremie aan de leveranciers en leveringsondernemingen.
De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid, niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken.
De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister.
De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze titel.
§ 2. De leverancier bedoeld in artikel 37, en de leveringsonderneming bedoeld in artikel 44, kunnen de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling de federale elektriciteits- of gaspremie aan de rechthebbende.
De leveranciers en de leveringsondernemingen kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 53, §§ 1 en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De leverancier of de leveringsonderneming is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens deze titel.
§ 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in deze wet, inclusief de persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de federale elektriciteits- of gaspremie aan de leveranciers en leveringsondernemingen.
De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid, niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken.
De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
Art. 54. § 1er. Le SPF Economie peut traiter les données de l'ayant droit visé par le présent titre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches liées à la coordination visées à l'article 49.
Le SPF Economie conserve les données pendant deux ans à partir de leur communication par les fournisseurs, les gestionnaires de réseaux de distribution et le registre national.
Le SPF Economie est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent titre.
§ 2. Le fournisseur visé à l'article 37, et l'entreprise de fourniture visée à l'article 44, peuvent traiter les données des ayants droit visés au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions relatives au paiement de la prime fédérale d'électricité ou au gaz à l'ayant droit.
Le fournisseur et l'entreprise de fourniture ne peuvent conserver le fichier transmis par le SPF Economie ou l'ayant droit, tel que visé à l'article 53, §§ 1er et 2, que pendant une période d'un an, sauf si cela est nécessaire pour respecter des dispositions légales et réglementaires autres que celles prévues pour la protection de la vie privée.
Le fournisseur ou l'entreprise de fourniture est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent titre.
§ 3. La commission peut traiter les données des ayants droit visés par la présente loi, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et au contrôle de la prime fédérale d'électricité ou au gaz aux fournisseurs et les enteprises de fourniture.
La commission ne conserve pas les données visées à l'alinéa 1er plus longtemps que nécessaire à l'exécution de ses missions.
La commission est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de l'alinéa 1er.
Le SPF Economie conserve les données pendant deux ans à partir de leur communication par les fournisseurs, les gestionnaires de réseaux de distribution et le registre national.
Le SPF Economie est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent titre.
§ 2. Le fournisseur visé à l'article 37, et l'entreprise de fourniture visée à l'article 44, peuvent traiter les données des ayants droit visés au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions relatives au paiement de la prime fédérale d'électricité ou au gaz à l'ayant droit.
Le fournisseur et l'entreprise de fourniture ne peuvent conserver le fichier transmis par le SPF Economie ou l'ayant droit, tel que visé à l'article 53, §§ 1er et 2, que pendant une période d'un an, sauf si cela est nécessaire pour respecter des dispositions légales et réglementaires autres que celles prévues pour la protection de la vie privée.
Le fournisseur ou l'entreprise de fourniture est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent titre.
§ 3. La commission peut traiter les données des ayants droit visés par la présente loi, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et au contrôle de la prime fédérale d'électricité ou au gaz aux fournisseurs et les enteprises de fourniture.
La commission ne conserve pas les données visées à l'alinéa 1er plus longtemps que nécessaire à l'exécution de ses missions.
La commission est le responsable du traitement des données pour la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu de l'alinéa 1er.
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
CHAPITRE 5. - Supervision
Art. 55. De commissie ziet toe op de toepassing van deze titel overeenkomstig artikel 26 en artikel 31 van de Elektriciteitswet en overeenkomstig artikel 15/16 en artikel 20/2 van de Gaswet.
Art. 55. La commission contrôle l'application du présent titre conformément aux articles 26 et 31 de la Loi Electricité et conformément aux articles 15/16 et 20/2 de la Loi Gaz.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Art. 56. In artikel 15/11, § 1ter, eerste lid, van de Gaswet, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 februari 2022, wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden ", en de eenmalige forfaitaire tegemoetkomingen;".
Art. 56. Dans l'article 15/11, § 1erter, alinéa 1er, de la Loi Gaz, inséré par la loi du 26 mars 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 14 février 2022, le 3° est complété par les mots ", et les indemnités forfaitaires uniques;".
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere bijdrage energie
CHAPITRE 7. - Cotisation spéciale énergie
Art. 57. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° "premie": de federale elektriciteitspremie bedoeld in artikel 36 en de federale gaspremie bedoeld in artikel 43;
2° "persoon die de premie heeft verkregen":
a) wanneer het een premie betreft die wordt verrekend op een factuur, wordt opgenomen in een kredietnota of wordt vermeld in de afzonderlijke communicatie bedoeld in de artikelen 38 en 45: de residentiële afnemer vermeld op de factuur, op de kredietnota of op de afzonderlijke communicatie;
b) wanneer het een premie betreft die wordt uitbetaald door de noodleverancier zonder verrekening op een factuur of opname in een kredietnota: de residentiële afnemer waarvoor de noodleverancier overeenkomstig artikel 38, § 1, of artikel 45, § 2, tussenkomt;
c) in het in artikel 45, § 1, bedoelde geval: de persoon die de premie aanvraagt;
3° "jaar van toekenning van de premie": het belastbaar tijdperk inzake inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 360 van het Wetboek waarin de premie of een gedeelte ervan:
a) wordt verrekend op een factuur in de mate dat die verrekening geen aanleiding geeft tot een negatief bedrag;
b) op openstaande schulden wordt aangerekend;
c) wordt uitbetaald bij bankoverschrijving;
d) wordt bijgeschreven op het actief krediet van een budgetmeter.
De premie of een gedeelte ervan wordt evenwel geacht te worden aangerekend op openstaande schulden of te worden uitbetaald bij bankoverschrijving op datum van de factuur of van de kredietnota:
a) in de mate dat de verrekening ervan op een factuur die is opgemaakt in 2022 aanleiding geeft tot een negatief bedrag en dat negatief bedrag uiterlijk op 18 januari 2023 wordt aangerekend op openstaande schulden of wordt uitbetaald bij overschrijving;
b) wanneer de premie of een gedeelte ervan is opgenomen in een kredietnota die is opgemaakt in 2022 en uiterlijk op 18 januari 2023 wordt aangerekend op openstaande schulden of wordt uitbetaald bij overschrijving.
Het jaar van de toekenning van de premie wordt desgevallend bepaald per gedeelte van de premie dat wordt toegekend in de zin van het eerste lid;
4° "het Wetboek": het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
5° "inkomstenbelastingen": de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners bedoeld in respectievelijk artikel 1, § 1, 1° en 4°, van het Wetboek;
6° "inkomen": het totale netto-inkomen zoals het voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, in de inkomstenbelastingen wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 103 en 129/1 of de artikelen 228 tot 232, 235, 237, 238, 240ter en 240quater van het Wetboek, met uitsluiting van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek die geen beroepskarakter hebben;
7° "echtgenoot": een persoon die gehuwd is of wettelijk samenwoont;
8° "gemeenschappelijke aanslag": een aanslag inzake inkomstenbelastingen ten name van de beide echtgenoten;
9° "persoon ten laste": de persoon voor wie bij toepassing van de artikelen 132, 132bis, 136 tot 145, 244bis, en 546, van het Wetboek, voor de berekening van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, een toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend.
In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de toeslag op de belastingvrije som geacht te zijn toegekend aan beide echtgenoten samen;
10° "kind in een co-ouderschapsregeling": een kind voor wie bij toepassing van artikel 132bis, tweede lid, van het Wetboek de helft van de in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, van het Wetboek, bedoelde toeslagen is toegekend;
11° "gemiddelde aanslagvoet": de gemiddelde aanslagvoet bedoeld in artikel 171, 6°, van het Wetboek die in het aanslagbiljet in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar verbonden met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 wordt vastgesteld.
1° "premie": de federale elektriciteitspremie bedoeld in artikel 36 en de federale gaspremie bedoeld in artikel 43;
2° "persoon die de premie heeft verkregen":
a) wanneer het een premie betreft die wordt verrekend op een factuur, wordt opgenomen in een kredietnota of wordt vermeld in de afzonderlijke communicatie bedoeld in de artikelen 38 en 45: de residentiële afnemer vermeld op de factuur, op de kredietnota of op de afzonderlijke communicatie;
b) wanneer het een premie betreft die wordt uitbetaald door de noodleverancier zonder verrekening op een factuur of opname in een kredietnota: de residentiële afnemer waarvoor de noodleverancier overeenkomstig artikel 38, § 1, of artikel 45, § 2, tussenkomt;
c) in het in artikel 45, § 1, bedoelde geval: de persoon die de premie aanvraagt;
3° "jaar van toekenning van de premie": het belastbaar tijdperk inzake inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 360 van het Wetboek waarin de premie of een gedeelte ervan:
a) wordt verrekend op een factuur in de mate dat die verrekening geen aanleiding geeft tot een negatief bedrag;
b) op openstaande schulden wordt aangerekend;
c) wordt uitbetaald bij bankoverschrijving;
d) wordt bijgeschreven op het actief krediet van een budgetmeter.
De premie of een gedeelte ervan wordt evenwel geacht te worden aangerekend op openstaande schulden of te worden uitbetaald bij bankoverschrijving op datum van de factuur of van de kredietnota:
a) in de mate dat de verrekening ervan op een factuur die is opgemaakt in 2022 aanleiding geeft tot een negatief bedrag en dat negatief bedrag uiterlijk op 18 januari 2023 wordt aangerekend op openstaande schulden of wordt uitbetaald bij overschrijving;
b) wanneer de premie of een gedeelte ervan is opgenomen in een kredietnota die is opgemaakt in 2022 en uiterlijk op 18 januari 2023 wordt aangerekend op openstaande schulden of wordt uitbetaald bij overschrijving.
Het jaar van de toekenning van de premie wordt desgevallend bepaald per gedeelte van de premie dat wordt toegekend in de zin van het eerste lid;
4° "het Wetboek": het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
5° "inkomstenbelastingen": de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners bedoeld in respectievelijk artikel 1, § 1, 1° en 4°, van het Wetboek;
6° "inkomen": het totale netto-inkomen zoals het voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, in de inkomstenbelastingen wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 103 en 129/1 of de artikelen 228 tot 232, 235, 237, 238, 240ter en 240quater van het Wetboek, met uitsluiting van de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek die geen beroepskarakter hebben;
7° "echtgenoot": een persoon die gehuwd is of wettelijk samenwoont;
8° "gemeenschappelijke aanslag": een aanslag inzake inkomstenbelastingen ten name van de beide echtgenoten;
9° "persoon ten laste": de persoon voor wie bij toepassing van de artikelen 132, 132bis, 136 tot 145, 244bis, en 546, van het Wetboek, voor de berekening van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022, een toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend.
In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de toeslag op de belastingvrije som geacht te zijn toegekend aan beide echtgenoten samen;
10° "kind in een co-ouderschapsregeling": een kind voor wie bij toepassing van artikel 132bis, tweede lid, van het Wetboek de helft van de in artikel 132, eerste lid, 1° tot 5°, van het Wetboek, bedoelde toeslagen is toegekend;
11° "gemiddelde aanslagvoet": de gemiddelde aanslagvoet bedoeld in artikel 171, 6°, van het Wetboek die in het aanslagbiljet in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar verbonden met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 wordt vastgesteld.
Art. 57. Pour l'application du présent chapitre, on entend par:
1° "prime": la prime fédérale d'électricité visée à l'article 36 et la prime fédérale de gaz visée à l'article 43;
2° "personne qui a obtenu la prime":
a) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est imputée sur une facture, est reprise dans une note de crédit ou est mentionnée dans la communication séparée visée aux articles 38 et 45: le client résidentiel mentionné sur la facture, la note de crédit ou la communication séparée;
b) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est payée par le fournisseur de secours sans imputation sur une facture ou reprise dans une note de crédit: le client résidentiel pour lequel le fournisseur de secours intervient conformément à l'article 38, § 1er, ou à l'article 45, § 2;
c) dans le cas visé à l'article 45, § 1er: la personne qui sollicite la prime;
3° "année d'attribution de la prime": la période imposable en matière d'impôts sur les revenus telle que visée à l'article 360 du Code endéans laquelle la prime ou une partie de celle-ci:
a) est imputée sur une facture dans la mesure où cette imputation ne donne pas lieu à un montant négatif;
b) est imputée sur des créances en souffrance;
c) est payée par virement bancaire;
d) est rajouté au crédit actif d'un compteur à budget.
La prime ou une partie de celle-ci est toutefois censée être imputée sur des créances en souffrance ou d'être payée par virement bancaire à la date de la facture ou de la note de crédit:
a) dans la mesure où son imputation sur une facture qui est établie en 2022 donne lieu à un montant négatif et que ce montant négatif est imputé sur des créances en souffrance ou est payé par virement bancaire au plus tard le 18 janvier 2023;
b) lorsque la prime ou une partie de la prime est reprise dans une note de crédit établie en 2022 et est imputée sur des créances en souffrance ou payée par virement bancaire au plus tard le 18 janvier 2023.
L'année d'attribution de la prime est le cas échéant déterminée par partie de la prime qui est attribuée au sens de l'alinéa 1er;
4° "le Code": le Code des impôts sur les revenus 1992;
5° "impôts sur les revenus": l'impôt des personnes physiques et l'impôt des non-résidents visés respectivement à l'article 1er, § 1er, 1° et 4°, du Code;
6° "revenu": l'ensemble des revenus nets tels que déterminés en matière d'impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 conformément aux articles 7 à 103 et 129/1 ou aux articles 228 à 232, 235, 237, 238, 240ter et 240quater du Code, à l'exclusion des revenus visés à l'article 17, § 1er, 1° et 2°, du Code, qui n'ont pas de caractère professionnel;
7° "conjoint": une personne mariée ou un cohabitant légal;
8° "imposition commune": une imposition en matière d'impôts sur les revenus au nom des deux conjoints;
9° "personne à charge": la personne pour laquelle un supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est octroyé pour le calcul des impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022, en application des articles 132, 132bis, 136 à 145, 244bis, et 546 du Code;
Dans le cas d'une imposition commune le supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est censé avoir été octroyé aux deux conjoints ensemble;
10° "enfant dans un régime de coparentalité": un enfant pour lequel, en application de l'article 132bis, alinéa 2, du Code, la moitié des suppléments visés à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 5°, du Code, est octroyée;
11° "taux moyen": le taux moyen visé à l'article 171, 6°, du Code, qui a été déterminé dans l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022.
1° "prime": la prime fédérale d'électricité visée à l'article 36 et la prime fédérale de gaz visée à l'article 43;
2° "personne qui a obtenu la prime":
a) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est imputée sur une facture, est reprise dans une note de crédit ou est mentionnée dans la communication séparée visée aux articles 38 et 45: le client résidentiel mentionné sur la facture, la note de crédit ou la communication séparée;
b) lorsqu'il s'agit d'une prime qui est payée par le fournisseur de secours sans imputation sur une facture ou reprise dans une note de crédit: le client résidentiel pour lequel le fournisseur de secours intervient conformément à l'article 38, § 1er, ou à l'article 45, § 2;
c) dans le cas visé à l'article 45, § 1er: la personne qui sollicite la prime;
3° "année d'attribution de la prime": la période imposable en matière d'impôts sur les revenus telle que visée à l'article 360 du Code endéans laquelle la prime ou une partie de celle-ci:
a) est imputée sur une facture dans la mesure où cette imputation ne donne pas lieu à un montant négatif;
b) est imputée sur des créances en souffrance;
c) est payée par virement bancaire;
d) est rajouté au crédit actif d'un compteur à budget.
La prime ou une partie de celle-ci est toutefois censée être imputée sur des créances en souffrance ou d'être payée par virement bancaire à la date de la facture ou de la note de crédit:
a) dans la mesure où son imputation sur une facture qui est établie en 2022 donne lieu à un montant négatif et que ce montant négatif est imputé sur des créances en souffrance ou est payé par virement bancaire au plus tard le 18 janvier 2023;
b) lorsque la prime ou une partie de la prime est reprise dans une note de crédit établie en 2022 et est imputée sur des créances en souffrance ou payée par virement bancaire au plus tard le 18 janvier 2023.
L'année d'attribution de la prime est le cas échéant déterminée par partie de la prime qui est attribuée au sens de l'alinéa 1er;
4° "le Code": le Code des impôts sur les revenus 1992;
5° "impôts sur les revenus": l'impôt des personnes physiques et l'impôt des non-résidents visés respectivement à l'article 1er, § 1er, 1° et 4°, du Code;
6° "revenu": l'ensemble des revenus nets tels que déterminés en matière d'impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 conformément aux articles 7 à 103 et 129/1 ou aux articles 228 à 232, 235, 237, 238, 240ter et 240quater du Code, à l'exclusion des revenus visés à l'article 17, § 1er, 1° et 2°, du Code, qui n'ont pas de caractère professionnel;
7° "conjoint": une personne mariée ou un cohabitant légal;
8° "imposition commune": une imposition en matière d'impôts sur les revenus au nom des deux conjoints;
9° "personne à charge": la personne pour laquelle un supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est octroyé pour le calcul des impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022, en application des articles 132, 132bis, 136 à 145, 244bis, et 546 du Code;
Dans le cas d'une imposition commune le supplément à la quotité du revenu exemptée d'impôt est censé avoir été octroyé aux deux conjoints ensemble;
10° "enfant dans un régime de coparentalité": un enfant pour lequel, en application de l'article 132bis, alinéa 2, du Code, la moitié des suppléments visés à l'article 132, alinéa 1er, 1° à 5°, du Code, est octroyée;
11° "taux moyen": le taux moyen visé à l'article 171, 6°, du Code, qui a été déterminé dans l'avertissement-extrait de rôle en matière d'impôts sur les revenus pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022.
Art. 58. § 1. Elke persoon die de premie heeft verkregen en ten name van wie een aanslag inzake inkomstenbelastingen wordt gevestigd voor het jaar van de toekenning van de premie, is een bijzondere bijdrage energie verschuldigd wanneer zijn inkomen meer bedraagt dan 62.000 euro, te verhogen met 3.700 euro per persoon ten laste ander dan een kind in een co-ouderschapsregeling en met 1.850 euro per kind in een co-ouderschapsregeling.
De bijzondere bijdrage energie is gelijk aan het bedrag van de premie die in het betrokken belastbare tijdperk is toegekend in de zin van artikel 57, 3°, vermenigvuldigd met anderhalve maal de gemiddelde aanslagvoet die is vastgesteld in hoofde van de persoon die de premie heeft verkregen.
Het bedrag van de overeenkomstig het tweede lid berekende bijdrage wordt afgerond tot de hogere of lagere cent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 2. In geval voor de persoon die de premie heeft verkregen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt:
1° het in paragraaf 1, eerste lid, vermelde bedrag van 62.000 euro verhoogd tot 125.000 euro;
2° voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, rekening gehouden met de som van het inkomen van beide echtgenoten;
3° voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, het bedrag van de premie vermenigvuldigd met anderhalve maal het gemiddelde van de gemiddelde aanslagvoeten vastgesteld in hoofde van elke echtgenoot.
Het in het eerste lid, 3°, bedoelde gemiddelde wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
[1 § 3. Wanneer het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de in de vorige paragrafen vermelde bedragen verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden.
Om de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de vijftiende dag tot het belastbare tijdperk behoort, als een volledige maand in aanmerking genomen.
De overeenkomstig het eerste lid verminderde bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.]1
De bijzondere bijdrage energie is gelijk aan het bedrag van de premie die in het betrokken belastbare tijdperk is toegekend in de zin van artikel 57, 3°, vermenigvuldigd met anderhalve maal de gemiddelde aanslagvoet die is vastgesteld in hoofde van de persoon die de premie heeft verkregen.
Het bedrag van de overeenkomstig het tweede lid berekende bijdrage wordt afgerond tot de hogere of lagere cent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
§ 2. In geval voor de persoon die de premie heeft verkregen voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt:
1° het in paragraaf 1, eerste lid, vermelde bedrag van 62.000 euro verhoogd tot 125.000 euro;
2° voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, rekening gehouden met de som van het inkomen van beide echtgenoten;
3° voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, het bedrag van de premie vermenigvuldigd met anderhalve maal het gemiddelde van de gemiddelde aanslagvoeten vastgesteld in hoofde van elke echtgenoot.
Het in het eerste lid, 3°, bedoelde gemiddelde wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.
[1 § 3. Wanneer het belastbare tijdperk dat eindigt op 31 december 2022 niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar, worden de in de vorige paragrafen vermelde bedragen verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten opzichte van 12 maanden.
Om de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden te bepalen, wordt elke kalendermaand waarvan de vijftiende dag tot het belastbare tijdperk behoort, als een volledige maand in aanmerking genomen.
De overeenkomstig het eerste lid verminderde bedragen worden afgerond tot de hogere of lagere cent, naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.]1
Art. 58. § 1er.Toute personne qui a obtenu la prime et au nom de laquelle une imposition en matière d'impôts sur les revenus est établie pour l'année d'attribution de la prime, est redevable d'une cotisation spéciale énergie lorsque son revenu s'élève à plus de 62.000 euros, majorés de 3.700 euros par personne à charge autre qu'un enfant dans un régime de coparentalité et de 1.850 euros par enfant dans un régime de coparentalité.
La cotisation spéciale énergie est égale au montant de la prime qui est attribuée au sens de l'article 57, 3°, multiplié par une fois et demie le taux moyen déterminé dans le chef de la personne qui a obtenu la prime.
Le montant de la cotisation calculée conformément à l'alinéa 2 est arrondi au centime supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
§ 2. Dans le cas où une imposition commune est établie pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 dans le chef de la personne qui a obtenu la prime:
1° le montant de 62.000 euros mentionné au paragraphe 1er, alinéa 1er, est porté à 125.000 euros;
2° la somme du revenu des deux conjoints est prise en compte pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° le montant de la prime est multiplié par une fois et demie la moyenne des taux moyens déterminés dans le chef de chaque conjoint pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 2.
La moyenne visée à l'alinéa 1er, 3°, est arrondi au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
[1 § 3. Lorsque la période imposable ne correspond pas à une année civile complète pour une cause autre que le décès, les montants mentionnés aux paragraphes précédents, sont réduits en proportion de la durée de la période imposable exprimée en mois par rapport à 12 mois.
Pour déterminer la durée de la période imposable exprimée en mois, chaque mois civil dont le quinzième jour appartient à la période imposable, est pris en compte comme un mois entier.
Les montants réduits conformément à l'alinéa 1er, sont arrondis au cent supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.]1
La cotisation spéciale énergie est égale au montant de la prime qui est attribuée au sens de l'article 57, 3°, multiplié par une fois et demie le taux moyen déterminé dans le chef de la personne qui a obtenu la prime.
Le montant de la cotisation calculée conformément à l'alinéa 2 est arrondi au centime supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
§ 2. Dans le cas où une imposition commune est établie pour l'exercice d'imposition se rattachant à la période imposable qui se termine le 31 décembre 2022 dans le chef de la personne qui a obtenu la prime:
1° le montant de 62.000 euros mentionné au paragraphe 1er, alinéa 1er, est porté à 125.000 euros;
2° la somme du revenu des deux conjoints est prise en compte pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° le montant de la prime est multiplié par une fois et demie la moyenne des taux moyens déterminés dans le chef de chaque conjoint pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 2.
La moyenne visée à l'alinéa 1er, 3°, est arrondi au centième supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.
[1 § 3. Lorsque la période imposable ne correspond pas à une année civile complète pour une cause autre que le décès, les montants mentionnés aux paragraphes précédents, sont réduits en proportion de la durée de la période imposable exprimée en mois par rapport à 12 mois.
Pour déterminer la durée de la période imposable exprimée en mois, chaque mois civil dont le quinzième jour appartient à la période imposable, est pris en compte comme un mois entier.
Les montants réduits conformément à l'alinéa 1er, sont arrondis au cent supérieur ou inférieur selon que le chiffre des millièmes atteint ou non 5.]1
Art. 59. § 1. De administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen berekent het bedrag van de bijzondere bijdrage energie en vestigt de bijdrage op basis van de gegevens die haar door de FOD Economie in toepassing van artikel 61 worden verstrekt.
De administratie belast met de inning van de inkomstenbelastingen int de bijzondere bijdrage energie.
De bedragen van minder dan 2,50 euro worden niet in het kohier opgenomen.
[1 Om te bepalen of de drempel van 2,50 euro wordt bereikt, wordt rekening gehouden met de bijzondere bijdrage energie die in toepassing van artikel 25 van de wet van 19 december 2022 houdende toekenning van een tweede federale elektriciteits- en gaspremie verschuldigd is voor de premie als bedoeld in artikel 24, 1А, van diezelfde wet die in hetzelfde belastbare tijdperk werd toegekend.]1
§ 2. Titel VII van het Wetboek is van toepassing op de bijzondere bijdrage energie.
De administratie belast met de inning van de inkomstenbelastingen int de bijzondere bijdrage energie.
De bedragen van minder dan 2,50 euro worden niet in het kohier opgenomen.
[1 Om te bepalen of de drempel van 2,50 euro wordt bereikt, wordt rekening gehouden met de bijzondere bijdrage energie die in toepassing van artikel 25 van de wet van 19 december 2022 houdende toekenning van een tweede federale elektriciteits- en gaspremie verschuldigd is voor de premie als bedoeld in artikel 24, 1А, van diezelfde wet die in hetzelfde belastbare tijdperk werd toegekend.]1
§ 2. Titel VII van het Wetboek is van toepassing op de bijzondere bijdrage energie.
Art. 59. § 1er. L'administration en charge de l'établissement des impôts sur les revenus calcule le montant de la cotisation spéciale énergie et établit la cotisation sur la base des données qui lui sont communiquées par le SPF Economie en application de l'article 61.
L'administration en charge de la perception des impôts sur les revenus perçoit la cotisation spéciale énergie.
Les montants inférieurs à 2,50 euros ne sont pas portés au rôle.
[1 Pour déterminer si le seuil de 2,50 euros est atteint, il est tenu compte de la cotisation spéciale énergie qui est due en application de l'article 25 de la loi du 19 décembre 2022 portant l'octroi d'une deuxième prime fédérale d'électricité et de gaz pour la prime visée à l'article 24, 1°, de ladite attribuée au cours de la même période imposable.]1
§ 2. Le titre VII du Code est applicable à la cotisation spéciale énergie.
L'administration en charge de la perception des impôts sur les revenus perçoit la cotisation spéciale énergie.
Les montants inférieurs à 2,50 euros ne sont pas portés au rôle.
[1 Pour déterminer si le seuil de 2,50 euros est atteint, il est tenu compte de la cotisation spéciale énergie qui est due en application de l'article 25 de la loi du 19 décembre 2022 portant l'octroi d'une deuxième prime fédérale d'électricité et de gaz pour la prime visée à l'article 24, 1°, de ladite attribuée au cours de la même période imposable.]1
§ 2. Le titre VII du Code est applicable à la cotisation spéciale énergie.
Änderungen
Art. 60. In afwijking van artikel 49 van het Wetboek wordt de bijzondere bijdrage energie niet als een aftrekbare beroepskost aangemerkt.
Art. 60. Par dérogation à l'article 49 du Code, la cotisation spéciale énergie n'est pas considérée comme des frais professionnels déductibles.
Art. 61. De FOD Economie bezorgt aan de FOD Financiën via elektronische weg voor elke persoon die de premie heeft verkregen vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de toekenning van de premie de volgende gegevens:
1° de naam en voornaam van de persoon die de premie heeft verkregen en zijn rijksregisternummer;
2° het bedrag van de premie die is toegekend in de zin van artikel 57, 3° ;
3° de datum van de toekenning van de premie in de zin van artikel 57, 3°.
1° de naam en voornaam van de persoon die de premie heeft verkregen en zijn rijksregisternummer;
2° het bedrag van de premie die is toegekend in de zin van artikel 57, 3° ;
3° de datum van de toekenning van de premie in de zin van artikel 57, 3°.
Art. 61. Le SPF Economie envoie au SPF Finances les données suivantes par voie électronique avant le 1er mars de l'année qui suit l'année d'attribution de la prime pour chaque personne qui a obtenu la prime:
1° le nom et prénom de la personne qui a obtenu la prime et son numéro de registre national;
2° le montant de la prime attribuée au sens de l'article 57, 3° ;
3° la date d'attribution de la prime au sens de l'article 57, 3°.
1° le nom et prénom de la personne qui a obtenu la prime et son numéro de registre national;
2° le montant de la prime attribuée au sens de l'article 57, 3° ;
3° la date d'attribution de la prime au sens de l'article 57, 3°.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 62. Deze titel treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 62. Le présent titre entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
TITEL 8. - Verwarmingspremie
TITRE 8. - Prime chauffage
Art. 63. In artikel 21, § 2, van de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie, worden de woorden "15 oktober 2022" vervangen door de woorden "het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis".
Art. 63. Dans l'article 21, § 2, de la loi du 28 février 2022 portant des dispositions diverses en matière d'énergie, les mots "le 15 octobre 2022" sont remplacés par les mots "l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie".
Art. 64. In artikel 23 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "15 oktober 2022" telkens vervangen door de woorden "het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis";
2° in het derde lid worden de woorden "15 november 2022" telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023".
1° in het eerste lid worden de woorden "15 oktober 2022" telkens vervangen door de woorden "het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis";
2° in het derde lid worden de woorden "15 november 2022" telkens vervangen door de woorden "31 maart 2023".
Art. 64. A l'article 23 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er les mots "le 15 octobre 2022" sont remplacés chaque fois par les mots "l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie";
2° dans l'alinéa 3, les mots "15 novembre 2022" sont remplacés chaque fois par les mots "31 mars 2023".
1° dans l'alinéa 1er les mots "le 15 octobre 2022" sont remplacés chaque fois par les mots "l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie";
2° dans l'alinéa 3, les mots "15 novembre 2022" sont remplacés chaque fois par les mots "31 mars 2023".
Art. 65. Deze titel heeft uitwerking op 14 oktober 2022.
Art. 65. Le présent titre produit ses effets le 14 octobre 2022.
TITEL 9. - Justitie
TITRE 9. - Justice
HOOFDSTUK 1. - Tijdelijke verhoging van de inbeslagnemingsdrempels bedoeld in artikel 1409 van het gerechtelijk wetboek
CHAPITRE 1er. . - Augmentation temporaire des seuils d'insaisissabilité visés à l'article 1409 du Code judiciaire
Art. 66. De bedragen die worden vermeld in artikel 1409, § 1, eerste tot vierde lid, en § 1bis, eerste tot vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, aangepast bij het koninklijk besluit van 17 december 2021 tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, worden tijdelijk verhoogd als volgt:
[1 1° het bedrag van 27.000 frank, aangepast tot 1.186 euro, wordt verhoogd tot 1.542 euro;
2° het bedrag van 29.000 frank, aangepast tot 1.274 euro, wordt verhoogd tot 1.657 euro;
3° het bedrag van 32.000 frank, aangespast tot 1.406 euro, wordt verhoogd tot 1.828 euro;
4° het bedrag van 35.000 frank, aangepast tot 1.538 euro, wordt verhoogd tot 2.000 euro;
5° het bedrag van 50 euro, aangepast tot 73 euro, wordt verhoogd tot 95 euro.]1
[1 1° het bedrag van 27.000 frank, aangepast tot 1.186 euro, wordt verhoogd tot 1.542 euro;
2° het bedrag van 29.000 frank, aangepast tot 1.274 euro, wordt verhoogd tot 1.657 euro;
3° het bedrag van 32.000 frank, aangespast tot 1.406 euro, wordt verhoogd tot 1.828 euro;
4° het bedrag van 35.000 frank, aangepast tot 1.538 euro, wordt verhoogd tot 2.000 euro;
5° het bedrag van 50 euro, aangepast tot 73 euro, wordt verhoogd tot 95 euro.]1
Art. 66. Les montants mentionnés à l'article 1409, § 1er, alinéas 1er à 4 et § 1erbis, alinéas 1er à 4, du Code judiciaire, tels qu'adaptés par l'arrêté royal du 17 décembre 2021 portant exécution de l'article 1409, § 2, du Code judiciaire, sont temporairement augmentés comme suit:
[1 1° le montant de 27.000 francs, adapté à 1.186 euros, est porté à 1.542 euros;
2° le montant de 29.000 francs, adapté à 1.274 euros, est porté à 1.657 euros;
3° le montant de 32.000 francs, adapté à 1.406 euros, est porté à 1.828 euros;
4° le montant de 35.000 francs, adapté à 1.538 euros, est porté à 2.000 euros;
5° le montant de 50 euros, adapté à 73 euros, est porté à 95 euros.]1
[1 1° le montant de 27.000 francs, adapté à 1.186 euros, est porté à 1.542 euros;
2° le montant de 29.000 francs, adapté à 1.274 euros, est porté à 1.657 euros;
3° le montant de 32.000 francs, adapté à 1.406 euros, est porté à 1.828 euros;
4° le montant de 35.000 francs, adapté à 1.538 euros, est porté à 2.000 euros;
5° le montant de 50 euros, adapté à 73 euros, est porté à 95 euros.]1
Änderungen
Art. 67. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 31 december 2022.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde termijn aanpassen en verlengen in periodes van maximaal drie maanden, alsook de bedragen van de in artikel 66 bedoelde tijdelijke verhoging wijzigen.
De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde termijn aanpassen en verlengen in periodes van maximaal drie maanden, alsook de bedragen van de in artikel 66 bedoelde tijdelijke verhoging wijzigen.
Art. 67. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2022.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, modifier le délai visé à l'alinéa 1er et le prolonger par périodes n'excédant pas trois mois, ainsi que modifier les montants de l'augmentation temporaire visée à l'article 66.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, modifier le délai visé à l'alinéa 1er et le prolonger par périodes n'excédant pas trois mois, ainsi que modifier les montants de l'augmentation temporaire visée à l'article 66.
HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk moratorium ten voordele van ondernemingen gedurende de energiecrisis
CHAPITRE 2. - Moratoire temporaire en faveur des entreprises pendant la durée de la crise énergétique
Art. 68. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° "energieprijs": de prijs van gas, elektriciteit, steenkool, hout en olie aangerekend door de energieleveranciers aan hun rechtstreekse afnemers en aan de eindconsument;
2° "energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden": ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van boek XX van het Wetboek van economisch recht en waarvan het risico van discontinuïteit in hoofdzaak het gevolg is van de stijging van de energieprijzen tussen 24 februari 2022 en 31 december 2022;
3° "aankoop van energieproducten": werkelijke kosten van energie die de onderneming heeft aangekocht of gegenereerd;
4° "toegevoegde waarde": de totale aan btw onderworpen omzet inclusief uitvoer, verminderd met de totale aan btw onderworpen inkoop inclusief invoer.
1° "energieprijs": de prijs van gas, elektriciteit, steenkool, hout en olie aangerekend door de energieleveranciers aan hun rechtstreekse afnemers en aan de eindconsument;
2° "energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden": ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van boek XX van het Wetboek van economisch recht en waarvan het risico van discontinuïteit in hoofdzaak het gevolg is van de stijging van de energieprijzen tussen 24 februari 2022 en 31 december 2022;
3° "aankoop van energieproducten": werkelijke kosten van energie die de onderneming heeft aangekocht of gegenereerd;
4° "toegevoegde waarde": de totale aan btw onderworpen omzet inclusief uitvoer, verminderd met de totale aan btw onderworpen inkoop inclusief invoer.
Art. 68. Pour l'application du présent chapitre, on entend par:
1° "prix de l'énergie": le prix du gaz, de l'électricité, du charbon, du bois et du pétrole facturé par les fournisseurs d'énergie à leurs clients directs et aux consommateurs finaux;
2° "entreprises grandes consommatrices d'énergie en difficulté": entreprises qui tombent sous le champ d'application du livre XX du Code de droit économique et dont le risque de discontinuité résulte principalement de l'augmentation des prix de l'énergie entre le 24 février 2022 et le 31 décembre 2022;
3° "achats de produits énergétiques": coûts réels de l'énergie que l'entreprise a achetée ou produite;
4° "valeur ajoutée": le chiffre d'affaires total soumis à la TVA, y compris les exportations, diminué de la totalité des achats soumis à la TVA, y compris les importations.
1° "prix de l'énergie": le prix du gaz, de l'électricité, du charbon, du bois et du pétrole facturé par les fournisseurs d'énergie à leurs clients directs et aux consommateurs finaux;
2° "entreprises grandes consommatrices d'énergie en difficulté": entreprises qui tombent sous le champ d'application du livre XX du Code de droit économique et dont le risque de discontinuité résulte principalement de l'augmentation des prix de l'énergie entre le 24 février 2022 et le 31 décembre 2022;
3° "achats de produits énergétiques": coûts réels de l'énergie que l'entreprise a achetée ou produite;
4° "valeur ajoutée": le chiffre d'affaires total soumis à la TVA, y compris les exportations, diminué de la totalité des achats soumis à la TVA, y compris les importations.
Art. 69. Dit hoofdstuk is van toepassing op energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden.
Als een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden wordt beschouwd, de onderneming die aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° een onderneming die niet duurzaam heeft opgehouden te betalen op datum van 24 februari 2022;
2° de aankoop van energieproducten en elektriciteit van de onderneming maakt ten minste 3 % van de toegevoegde waarde uit voor het kalenderjaar 2021;
3° de onderneming heeft de voorbije drie maanden voor de inwerkingtreding van deze titel een energieprijs betaalt die ten minste is verdubbeld ten opzichte van de energieprijs die gemiddeld is betaald tussen 1 januari 2021 en 30 september 2021;
4° de onderneming heeft geen vervallen en opeisbare belastingschulden of socialezekerheidsschulden, met uitzondering van deze die onder een afbetalingsregeling vallen.
Belastingschulden tot 1.500 euro of schulden waarvan het bestaan of het bedrag wordt betwist en waarover geen definitieve beslissing is genomen, worden niet in aanmerking genomen;
5° de onderneming werd opgericht voor 24 februari 2022.
Als een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden wordt beschouwd, de onderneming die aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° een onderneming die niet duurzaam heeft opgehouden te betalen op datum van 24 februari 2022;
2° de aankoop van energieproducten en elektriciteit van de onderneming maakt ten minste 3 % van de toegevoegde waarde uit voor het kalenderjaar 2021;
3° de onderneming heeft de voorbije drie maanden voor de inwerkingtreding van deze titel een energieprijs betaalt die ten minste is verdubbeld ten opzichte van de energieprijs die gemiddeld is betaald tussen 1 januari 2021 en 30 september 2021;
4° de onderneming heeft geen vervallen en opeisbare belastingschulden of socialezekerheidsschulden, met uitzondering van deze die onder een afbetalingsregeling vallen.
Belastingschulden tot 1.500 euro of schulden waarvan het bestaan of het bedrag wordt betwist en waarover geen definitieve beslissing is genomen, worden niet in aanmerking genomen;
5° de onderneming werd opgericht voor 24 februari 2022.
Art. 69. Ce chapitre s'applique aux entreprises grandes consommatrices d'énergie en difficulté.
Est considérée comme une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté l'entreprise qui répond aux conditions suivantes:
1° une entreprise qui n'a pas cessé ses paiements de manière persistante en date du 24 février 2022;
2° l'achat de produits énergétiques et d'électricité de l'entreprise atteint au moins 3 % de la valeur ajoutée de l'année civile 2021;
3° l'entreprise a payé au cours des trois derniers mois qui ont précédé l'entrée en vigueur du présent titre un prix d'énergie qui a au moins doublé par rapport au prix d'énergie payé en moyenne entre le 1er janvier 2021 et le 30 septembre 2021;
4° l'entreprise n'a pas de dettes fiscales ou sociales échues et exigibles, à l'exception de celles qui sont couvertes par un plan d'apurement.
Il n'est pas tenu compte des dettes fiscales inférieures ou égales à un montant total de 1.500 euros ni de celles dont l'existence ou le montant fait l'objet d'un contentieux pour lequel une décision définitive n'est pas intervenue;
5° l'entreprise a été constituée avant le 24 février 2022.
Est considérée comme une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté l'entreprise qui répond aux conditions suivantes:
1° une entreprise qui n'a pas cessé ses paiements de manière persistante en date du 24 février 2022;
2° l'achat de produits énergétiques et d'électricité de l'entreprise atteint au moins 3 % de la valeur ajoutée de l'année civile 2021;
3° l'entreprise a payé au cours des trois derniers mois qui ont précédé l'entrée en vigueur du présent titre un prix d'énergie qui a au moins doublé par rapport au prix d'énergie payé en moyenne entre le 1er janvier 2021 et le 30 septembre 2021;
4° l'entreprise n'a pas de dettes fiscales ou sociales échues et exigibles, à l'exception de celles qui sont couvertes par un plan d'apurement.
Il n'est pas tenu compte des dettes fiscales inférieures ou égales à un montant total de 1.500 euros ni de celles dont l'existence ou le montant fait l'objet d'un contentieux pour lequel une décision définitive n'est pas intervenue;
5° l'entreprise a été constituée avant le 24 février 2022.
Art. 70. Een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69 kan genieten van de maatregelen zoals uiteengezet in dit artikel en de artikelen 71 tot 73.
Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de verplichting om opeisbare schulden te betalen.
Onverminderd het vierde lid, hebben de maatregelen geen invloed op de exceptie van niet-uitvoering, op de schuldvergelijking voor samenhangende vorderingen en op het retentierecht.
Op schulden aangegaan door energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden voor de aankoop van energieproducten waarvoor de opheffing van het beslag kan worden gevraagd is de wettelijke rente verschuldigd tenzij de contractueel bedongen rente minder bedraagt. Een schadebeding opgelegd aan een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden voor een niet-betaling of laattijdige betaling van bovenvermelde schulden aangegaan na 24 februari 2022 heeft geen uitwerking.
Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de verplichting om opeisbare schulden te betalen.
Onverminderd het vierde lid, hebben de maatregelen geen invloed op de exceptie van niet-uitvoering, op de schuldvergelijking voor samenhangende vorderingen en op het retentierecht.
Op schulden aangegaan door energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden voor de aankoop van energieproducten waarvoor de opheffing van het beslag kan worden gevraagd is de wettelijke rente verschuldigd tenzij de contractueel bedongen rente minder bedraagt. Een schadebeding opgelegd aan een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden voor een niet-betaling of laattijdige betaling van bovenvermelde schulden aangegaan na 24 februari 2022 heeft geen uitwerking.
Art. 70. Une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficultételle que visée à l'article 69 peut bénéficier des mesures énoncées dans le présent article et dans les articles 71 à 73.
Le présent chapitre ne porte pas préjudice à l'obligation de paiement des dettes exigibles.
Sans préjudice de l'alinéa 4, les mesures sont sans incidence sur l'exception d'inexécution, la compensation des créances connexes et le droit de rétention.
Pour les dettes contractées par des entreprises grandes consommatrices d'énergie en difficulté pour l'achat de produits énergétiques pour lesquels la mainlevée de la saisie peut être demandée, le taux d'intérêt légal est dû, à moins que le taux d'intérêt stipulé contractuellement ne soit inférieur. Une clause pénale imposée à une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté en cas de non-paiement ou de paiement tardif des dettes susmentionnées contractées après le 24 février 2022 est sans effet.
Le présent chapitre ne porte pas préjudice à l'obligation de paiement des dettes exigibles.
Sans préjudice de l'alinéa 4, les mesures sont sans incidence sur l'exception d'inexécution, la compensation des créances connexes et le droit de rétention.
Pour les dettes contractées par des entreprises grandes consommatrices d'énergie en difficulté pour l'achat de produits énergétiques pour lesquels la mainlevée de la saisie peut être demandée, le taux d'intérêt légal est dû, à moins que le taux d'intérêt stipulé contractuellement ne soit inférieur. Une clause pénale imposée à une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté en cas de non-paiement ou de paiement tardif des dettes susmentionnées contractées après le 24 février 2022 est sans effet.
Art. 71. De energie-intensieve onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69 op wier goederen beslag wordt gelegd op grond van schulden aangegaan voor de aankoop van energieproducten verricht na 24 februari 2022, kan de opheffing vragen van het beslag volgens de modaliteiten bepaald in het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek.
De opheffing van het beslag wordt verleend op verzoek van de onderneming, voorwerp van het beslag, die bewijst dat ze aan alle voorwaarden van artikel 69 voldoet.
Deze bepaling is niet van toepassing op het beslag op onroerend goed en het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen.
De opheffing van het beslag wordt verleend op verzoek van de onderneming, voorwerp van het beslag, die bewijst dat ze aan alle voorwaarden van artikel 69 voldoet.
Deze bepaling is niet van toepassing op het beslag op onroerend goed en het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen.
Art. 71. L'entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté telle que visée à l'article 69 dont les biens sont saisis sur la base de dettes contractées pour l'achat de produits énergétiques effectués après le 24 février 2022 peut demander la mainlevée de la saisie selon les modalités fixées dans la cinquième partie du Code judiciaire.
La mainlevée de la saisie est accordée à la demande de l'entreprise, objet de la saisie, qui prouve qu'elle satisfait à toutes les conditions de l'article 69.
Cette disposition ne s'applique pas à la saisie immobilière et à la saisie conservatoire des navires de mer et des bateaux de navigation intérieure.
La mainlevée de la saisie est accordée à la demande de l'entreprise, objet de la saisie, qui prouve qu'elle satisfait à toutes les conditions de l'article 69.
Cette disposition ne s'applique pas à la saisie immobilière et à la saisie conservatoire des navires de mer et des bateaux de navigation intérieure.
Art. 72. Een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69 kan niet op dagvaarding failliet verklaard worden of, indien de onderneming een rechtspersoon is, gerechtelijk worden ontbonden, tenzij op initiatief van het openbaar ministerie of van de in toepassing van artikel XX.32 van het Wetboek van economisch recht door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank aangestelde voorlopige bewindvoerder of wanneer de onderneming wordt ontbonden op verwijzing door de kamer van ondernemingen in moeilijkheden of met de toestemming van de schuldenaar.
Evenmin kan op grond van artikel XX.84, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek de overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een deel van haar activiteiten worden bevolen.
De schuldenaar die in faillissement of ontbinding wordt gedagvaard op initiatief van een andere persoon dan het openbaar ministerie of de voorlopige bewindvoerder aangewezen door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank met toepassing van artikel XX.32 van het Wetboek van economisch recht en die zou verschijnen op de inleidende zitting, beschikt over een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de inleidende zitting om het bewijs te leveren dat hij een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden is in de zin van artikel 69. De ondernemingsrechtbank zal een bijkomende termijn kunnen toekennen aan de schuldenaar, uit eigen beweging of op vraag van de schuldenaar.
De schuldenaar die niet verschijnt op de inleidende zitting of op de eerste zitting waarop het dossier werd overhandigd, wordt verondersteld geen energie-intensieve onderneming in moeilijkheden te zijn in de zin van artikel 69.
Evenmin kan op grond van artikel XX.84, § 2, 1°, van hetzelfde Wetboek de overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een deel van haar activiteiten worden bevolen.
De schuldenaar die in faillissement of ontbinding wordt gedagvaard op initiatief van een andere persoon dan het openbaar ministerie of de voorlopige bewindvoerder aangewezen door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank met toepassing van artikel XX.32 van het Wetboek van economisch recht en die zou verschijnen op de inleidende zitting, beschikt over een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de inleidende zitting om het bewijs te leveren dat hij een energie-intensieve onderneming in moeilijkheden is in de zin van artikel 69. De ondernemingsrechtbank zal een bijkomende termijn kunnen toekennen aan de schuldenaar, uit eigen beweging of op vraag van de schuldenaar.
De schuldenaar die niet verschijnt op de inleidende zitting of op de eerste zitting waarop het dossier werd overhandigd, wordt verondersteld geen energie-intensieve onderneming in moeilijkheden te zijn in de zin van artikel 69.
Art. 72. Une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté telle que visée à l'article 69 ne peut être déclarée en faillite sur citation ou, si l'entreprise est une personne morale, elle ne peut être dissoute judiciairement, sauf sur l'initiative du ministère public ou de l'administrateur provisoire désigné par le président du tribunal de l'entreprise en application de l'article XX.32 du Code de droit économique ou lorsque l'entreprise est renvoyée en dissolution par la chambre des entreprises en difficultés ou avec le consentement du débiteur.
Le transfert sous autorité de justice de tout ou partie des activités ne peut pas non plus être ordonné en vertu de l'article XX.84, § 2, 1°, du même Code.
Le débiteur cité en faillite ou en dissolution à l'initiative d'une personne autre que le ministère public ou l'administrateur provisoire désigné par le président du tribunal de l'entreprise en application de l'article XX.32 du Code de droit économique et qui comparait à l'audience d'introduction, dispose d'un délai de quinze jours à compter de l'audience d'introduction pour apporter la preuve qu'il est une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté au sens de l'article 69. Le tribunal de l'entreprise pourra accorder un délai supplémentaire au débiteur, d'initiative ou sur demande du débiteur.
Le débiteur qui ne comparait pas à l'audience d'introduction ou à la première audience à laquelle le dossier aura été remis est présumé ne pas être une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté au sens de l'article 69.
Le transfert sous autorité de justice de tout ou partie des activités ne peut pas non plus être ordonné en vertu de l'article XX.84, § 2, 1°, du même Code.
Le débiteur cité en faillite ou en dissolution à l'initiative d'une personne autre que le ministère public ou l'administrateur provisoire désigné par le président du tribunal de l'entreprise en application de l'article XX.32 du Code de droit économique et qui comparait à l'audience d'introduction, dispose d'un délai de quinze jours à compter de l'audience d'introduction pour apporter la preuve qu'il est une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté au sens de l'article 69. Le tribunal de l'entreprise pourra accorder un délai supplémentaire au débiteur, d'initiative ou sur demande du débiteur.
Le débiteur qui ne comparait pas à l'audience d'introduction ou à la première audience à laquelle le dossier aura été remis est présumé ne pas être une entreprise grande consommatrice d'énergie en difficulté au sens de l'article 69.
Art. 73. De verplichting bedoeld in artikel XX.102 van het Wetboek van economisch recht voor de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen, wordt voor de energie-intensieve ondernemingen in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 69, opgeschort indien de vervulling van de faillissementsvoorwaarden het gevolg is van de stijging van de energieprijzen. Hierbij wordt geen afbreuk gedaan aan de mogelijkheid voor de schuldenaar om aangifte van faillissement te doen.
Art. 73. L'obligation visée à l'article XX.102 du Code de droit économique pour le débiteur de faire aveu de faillite est suspendue pour les entreprises grandes consommatrices d'énergie en difficulté telles que visées à l'article 69, si la réalisation des conditions de faillite est due à l'augmentation des prix de l'énergie. Cela n'affecte pas la possibilité pour le débiteur de faire aveu de faillite.
Art. 74. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 31 december 2022.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde termijn aanpassen en verlengen in periodes van maximaal drie maanden.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde termijn aanpassen en verlengen in periodes van maximaal drie maanden.
Art. 74. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2022.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, modifier le délai visé à l'alinéa 1er et le prolonger par périodes n'excédant pas trois mois.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, modifier le délai visé à l'alinéa 1er et le prolonger par périodes n'excédant pas trois mois.