Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de Elektriciteitswet: de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
2° de Gaswet: de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
3° de staatswaarborg: de staatswaarborg die krachtens dit besluit wordt toegekend;
4° krediet: elke overeenkomst waarbij een kredietgever aan de kredietnemer een krediet verleent of toezegt, in de vorm van een lening, een kredietopening, een toegelaten debetstand, of van elke andere gelijkaardige betalingsregeling;
5° een kredietgever:
a) een kredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1, § 3 van de Bankwet, vergund in de Europese Economische Ruimte en;
b) een verzekeringsonderneming zoals gedefinieerd in artikel 5, 1° van de Verzekeringswet, vergund in de Europese Economische Ruimte;
6° een kredietnemer: de personen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die een krediet zijn aangegaan;
7° kmo: kleine of middelgrote onderneming, zoals gedefinieerd in het tijdelijk crisiskader;
8° Bankwet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellignen en beursvennootschappen;
9° Verzekeringswet: de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen
10° het gewaarborgd krediet: het krediet, bedoeld in artikel 3, waarvoor een staatswaarborg wordt toegekend;
11° het gewaarborgd verlies: het bedrag, bedoeld in artikel 4;
12° Tijdelijk crisiskader: de mededeling van de Europese Commissie betreffende een tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (2022/C 131 I/01), zoals gewijzigd door de Mededeling van de Commissie betreffende een Wijziging van het tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (2022/C 280/01);
13° de Minister: de minister bevoegd voor Energie;
14° Thesaurie: de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën;
15° de FOD Economie : de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie;
16° Kredietagentschappen: Fitch, Standard & Poor's en Moody's;
17° Kredietscore: de beste van de noteringen op lange termijn toegekend aan de kredietnemer door de kredietagentschappen ; in geval van afwezigheid van kredietscore door een kredietagentschap komt het de kredietnemer toe een onderbouwd equivalent aan te leveren.
Staatswaarborg
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit tot instelling van een mechanisme van staatswaarborg voor bepaalde kredieten afgesloten door leveranciers en tussenpersonen van aardgas en elektriciteit ten gevolge van de energiecrisis(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-2022 en tekstbijwerking tot 02-05-2023)
Titre
26 OCTOBRE 2022. - Arrêté royal portant la création d'un mécanisme de garantie de l'Etat pour certains crédits contractés par les fournisseurs et intermédiaires de gaz naturel et d'électricité suite à la crise énergétique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-10-2022 et mise à jour au 02-05-2023)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1er. Aux fins de la présente décision, les définitions suivantes s'appliquent :
1° la loi sur l'électricité : la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité ;
2° la loi sur le gaz : la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres au moyen de canalisations ;
3° garantie de l'Etat : la garantie de l'Etat accordée en vertu du présent arrêté ;
4° crédit : tout contrat par lequel un prêteur accorde ou promet un crédit à l'emprunteur, sous la forme d'un prêt, d'une ouverture de crédit, d'un découvert autorisé, ou de tout autre arrangement de paiement similaire ;
5° un prêteur :
a) l'établissement de crédit au sens de l'article 1, § 3 de la loi bancaire ayant une licence dans l'Espace économique européen;
b) l'entreprise d'assurance agréée de droit belge au sens de l'article 5, 1° de la loi sur les assurances ayant une licence dans l'Espace économique européen;
6° un emprunteur : les personnes visées à l'article 2, deuxième alinéa, qui ont contracté un crédit ;
7° PME : petite ou moyenne entreprise, telle que définie dans le cadre temporaire de crise ;
8° Loi bancaire : la loi du 25 avril 2014 relative au statut et à la surveillance des établissements de crédit et des sociétés cotées ;
9° Loi sur les assurances : la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;
10° le crédit garanti : le crédit visé à l'article 3, pour lequel une garantie de l'Etat a été accordée;
11° la perte garantie : le montant visé à l'article 4 ;
12° Cadre temporaire de crise : la communication de la Commission européenne sur un cadre temporaire de crise pour les aides d'Etat destinées à soutenir l'économie à la suite de l'agression russe contre l'Ukraine (2022/C 131 I/01), comme modifié par la communication de la Commission européenne sur une Modification de l'encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine (2022/C 280/01) ;
13° Le Ministre : le ministre chargé de l'Energie ;
14° Trésorerie : l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances ;
15° le SPF Economie : le Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie ;
16° Agences de notation : Fitch, Standard & Poor's et Moody's ;
17° Score de crédit : la meilleure des notations à long terme attribuées à l'emprunteur par les agences de notation ; en cas d'absence de notation par les Agences de notation, il convient à l'emprunteur de fournir un équivalent justifié.
Garantie de l'Etat
1° la loi sur l'électricité : la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité ;
2° la loi sur le gaz : la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres au moyen de canalisations ;
3° garantie de l'Etat : la garantie de l'Etat accordée en vertu du présent arrêté ;
4° crédit : tout contrat par lequel un prêteur accorde ou promet un crédit à l'emprunteur, sous la forme d'un prêt, d'une ouverture de crédit, d'un découvert autorisé, ou de tout autre arrangement de paiement similaire ;
5° un prêteur :
a) l'établissement de crédit au sens de l'article 1, § 3 de la loi bancaire ayant une licence dans l'Espace économique européen;
b) l'entreprise d'assurance agréée de droit belge au sens de l'article 5, 1° de la loi sur les assurances ayant une licence dans l'Espace économique européen;
6° un emprunteur : les personnes visées à l'article 2, deuxième alinéa, qui ont contracté un crédit ;
7° PME : petite ou moyenne entreprise, telle que définie dans le cadre temporaire de crise ;
8° Loi bancaire : la loi du 25 avril 2014 relative au statut et à la surveillance des établissements de crédit et des sociétés cotées ;
9° Loi sur les assurances : la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance;
10° le crédit garanti : le crédit visé à l'article 3, pour lequel une garantie de l'Etat a été accordée;
11° la perte garantie : le montant visé à l'article 4 ;
12° Cadre temporaire de crise : la communication de la Commission européenne sur un cadre temporaire de crise pour les aides d'Etat destinées à soutenir l'économie à la suite de l'agression russe contre l'Ukraine (2022/C 131 I/01), comme modifié par la communication de la Commission européenne sur une Modification de l'encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine (2022/C 280/01) ;
13° Le Ministre : le ministre chargé de l'Energie ;
14° Trésorerie : l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances ;
15° le SPF Economie : le Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie ;
16° Agences de notation : Fitch, Standard & Poor's et Moody's ;
17° Score de crédit : la meilleure des notations à long terme attribuées à l'emprunteur par les agences de notation ; en cas d'absence de notation par les Agences de notation, il convient à l'emprunteur de fournir un équivalent justifié.
Garantie de l'Etat
Art. 2. Onder de in dit besluit gestelde voorwaarden kan de Minister bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan de personen, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk op de datum voorzien in punt 47d. van het tijdelijk crisiskader of op een latere datum indien het tijdelijk crisiskader op dat punt wordt aangepast of verlengd, en in ieder geval uiterlijk op 31 maart 2023, een staatswaarborg toekennen ter dekking van één of meer gewaarborgde kredieten, bedoeld in artikel 3.
In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan de minister aanvullende voorwaarden vaststellen met betrekking tot de naleving van bestaande contracten met eindafnemers, waaronder zelfstandigen en kmo's. Het gaat onder meer om het gebruik van een driemaandelijkse prijs als basis voor de berekening van de voorschotten, transparantie bij de berekening van de huidige megawattuurprijs en het aanbieden van contracten met een vast tarief.
Volgende personen kunnen een staatswaarborg aanvragen:
1° de natuurlijke of rechtspersoon die over een federale of regionale vergunning beschikt voor de levering van aardgas of elektriciteit aan afnemers op de Belgische markt;
2° de tussenpersoon in de zin van artikel 1, 5° ter van de Gaswet of van artikel 2, 15° van de Elektriciteitswet die aardgas of elektriciteit aankoopt met het oog op de doorverkoop ervan aan een persoon, bedoeld in 1°.
Gewaarborgd krediet
In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan de minister aanvullende voorwaarden vaststellen met betrekking tot de naleving van bestaande contracten met eindafnemers, waaronder zelfstandigen en kmo's. Het gaat onder meer om het gebruik van een driemaandelijkse prijs als basis voor de berekening van de voorschotten, transparantie bij de berekening van de huidige megawattuurprijs en het aanbieden van contracten met een vast tarief.
Volgende personen kunnen een staatswaarborg aanvragen:
1° de natuurlijke of rechtspersoon die over een federale of regionale vergunning beschikt voor de levering van aardgas of elektriciteit aan afnemers op de Belgische markt;
2° de tussenpersoon in de zin van artikel 1, 5° ter van de Gaswet of van artikel 2, 15° van de Elektriciteitswet die aardgas of elektriciteit aankoopt met het oog op de doorverkoop ervan aan een persoon, bedoeld in 1°.
Gewaarborgd krediet
Art. 2. Sous réserve des conditions fixées par le présent arrêté, le ministre peut accorder, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, des garanties de l'Etat aux personnes visées au deuxième alinéa au plus tard à la date prévue au paragraphe 47d. du cadre temporaire de crise, ou à une date ultérieure si le cadre temporaire de crise est modifié ou prolongé à cet égard, et en tout cas au plus tard le 31 mars 2023, pour couvrir un ou plusieurs crédits garantis visés à l'article 3.
Dans l'arrêté visé à l'alinéa 1, le ministre peut préciser des conditions supplémentaires concernant le respect des contrats en cours avec les clients finaux, dont les indépendants et les PME. Celles-ci concerneraient notamment l'utilisation comme base de calcul pour les acomptes d'un prix lissé sur trois mois, la transparence dans le calcul du prix actuel du mégawattheure et l'octroi de contrats à tarif fixe.
Les personnes suivantes peuvent demander une garantie de l'Etat :
1° la personne physique ou morale autorisée au niveau fédéral ou régional à fournir du gaz naturel ou de l'électricité à des clients sur le marché belge ;
2° l'intermédiaire au sens de l'article 1er, 5° ter de la loi sur le gaz ou de l'article 2, 15° de la loi sur l'électricité, qui achète du gaz naturel ou de l'électricité en vue de sa revente à une personne visée au 1°.
Crédit garanti
Dans l'arrêté visé à l'alinéa 1, le ministre peut préciser des conditions supplémentaires concernant le respect des contrats en cours avec les clients finaux, dont les indépendants et les PME. Celles-ci concerneraient notamment l'utilisation comme base de calcul pour les acomptes d'un prix lissé sur trois mois, la transparence dans le calcul du prix actuel du mégawattheure et l'octroi de contrats à tarif fixe.
Les personnes suivantes peuvent demander une garantie de l'Etat :
1° la personne physique ou morale autorisée au niveau fédéral ou régional à fournir du gaz naturel ou de l'électricité à des clients sur le marché belge ;
2° l'intermédiaire au sens de l'article 1er, 5° ter de la loi sur le gaz ou de l'article 2, 15° de la loi sur l'électricité, qui achète du gaz naturel ou de l'électricité en vue de sa revente à une personne visée au 1°.
Crédit garanti
Art. 3. Een krediet komt in aanmerking als gewaarborgd krediet als het aan alle volgende voorwaarden voldoet:
1° het gaat om een nieuw krediet dat wordt toegezegd tussen de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de in artikel 2, eerste lid vermelde termijn;
2° het krediet wordt toegezegd door de kredietgever aan een kredietnemer;
3° de kredietnemer toont aan dat hij niet langer in staat is om, zonder staatswaarborg, aan redelijke voorwaarden financiering te verkrijgen;
4° het krediet heeft een looptijd van maximum twee jaar;
5° het krediet wordt uitsluitend toegezegd om liquiditeitsnoden te dekken voor de aankoop of doorverkoop van aardgas of elektriciteit met het oog op de levering aan eindafnemers op de Belgische markt. Het betreft de liquiditeitsnoden van de kredietnemer, voor een periode van 12 maanden indien de kredietnemer een kmo betreft en een periode van zes maanden voor elk andere kredietnemer die geen kmo betreft, te rekenen vanaf de datum van toekenning van het krediet;
6° het krediet wordt in overeenstemming met de voorwaarden, opgesomd in punt 46 en punt 47.h van het tijdelijk crisiskader verstrekt;
7° de kredietnemer toont aan dat:
a) tegen hem geen collectieve insolventieprocedure lopende is;
b) hij niet onderworpen is aan een herstructureringsplan;
c) hij geen aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie heeft gedaan;
d) geen faillissementsprocedure tegen hem geopend is; en
e) hij geen schulden heeft uitstaan bij de Belgische Staat van meer dan één jaar;
8° indien de kredietnemer een kredietscore heeft, mag deze niet lager zijn dan BB voor Fitch of S&P, of Ba2 voor Moody's, op het tijdstip van de aanvraag;
9° tegen de kredietnemer mogen geen door de EU genomen sancties gericht zijn in de zin van punt 33 van het tijdelijk crisiskader;
[1 10° De aanvragende kredietnemer maakt niet het voorwerp uit van een procedure naar Europees of nationaal recht voor de terugvordering van verleende steun."
De Koning kan de bepalingen van het koninklijk besluit van 26 oktober 2022 tot instelling van een mechanisme van staatswaarborg voor bepaalde kredieten afgesloten door leveranciers en tussenpersonen van aardgas en elektriciteit ten gevolge van de energiecrisis, bekrachtigd en gewijzigd bij deze wet, wijzigen, aanvullen, vervangen en opheffen.]1
Omvang staatswaarborg
1° het gaat om een nieuw krediet dat wordt toegezegd tussen de datum van inwerkingtreding van dit besluit en de in artikel 2, eerste lid vermelde termijn;
2° het krediet wordt toegezegd door de kredietgever aan een kredietnemer;
3° de kredietnemer toont aan dat hij niet langer in staat is om, zonder staatswaarborg, aan redelijke voorwaarden financiering te verkrijgen;
4° het krediet heeft een looptijd van maximum twee jaar;
5° het krediet wordt uitsluitend toegezegd om liquiditeitsnoden te dekken voor de aankoop of doorverkoop van aardgas of elektriciteit met het oog op de levering aan eindafnemers op de Belgische markt. Het betreft de liquiditeitsnoden van de kredietnemer, voor een periode van 12 maanden indien de kredietnemer een kmo betreft en een periode van zes maanden voor elk andere kredietnemer die geen kmo betreft, te rekenen vanaf de datum van toekenning van het krediet;
6° het krediet wordt in overeenstemming met de voorwaarden, opgesomd in punt 46 en punt 47.h van het tijdelijk crisiskader verstrekt;
7° de kredietnemer toont aan dat:
a) tegen hem geen collectieve insolventieprocedure lopende is;
b) hij niet onderworpen is aan een herstructureringsplan;
c) hij geen aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie heeft gedaan;
d) geen faillissementsprocedure tegen hem geopend is; en
e) hij geen schulden heeft uitstaan bij de Belgische Staat van meer dan één jaar;
8° indien de kredietnemer een kredietscore heeft, mag deze niet lager zijn dan BB voor Fitch of S&P, of Ba2 voor Moody's, op het tijdstip van de aanvraag;
9° tegen de kredietnemer mogen geen door de EU genomen sancties gericht zijn in de zin van punt 33 van het tijdelijk crisiskader;
[1 10° De aanvragende kredietnemer maakt niet het voorwerp uit van een procedure naar Europees of nationaal recht voor de terugvordering van verleende steun."
De Koning kan de bepalingen van het koninklijk besluit van 26 oktober 2022 tot instelling van een mechanisme van staatswaarborg voor bepaalde kredieten afgesloten door leveranciers en tussenpersonen van aardgas en elektriciteit ten gevolge van de energiecrisis, bekrachtigd en gewijzigd bij deze wet, wijzigen, aanvullen, vervangen en opheffen.]1
Omvang staatswaarborg
Art. 3. Un crédit est éligible pour la garantie s'il remplit toutes les conditions suivantes :
1° il s'agit d'un nouveau crédit engagé entre la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et la date limite mentionnée à l'article 2, premier alinéa ;
2° le crédit est engagé par le prêteur à un emprunteur ;
3° l'emprunteur démontre qu'il n'est plus en mesure d'obtenir un financement à des conditions raisonnables, sans garantie de l'Etat ;
4° le crédit a une durée maximale de deux ans ;
5° le crédit est exclusivement engagé en vue d'assurer les besoins de liquidité pour l'achat ou la revente de gaz naturel ou d'électricité en vue d'approvisionner les clients finaux sur le marché belge. Il concerne les besoins de liquidité de l'emprunteur pendant une période de 12 mois si l'emprunteur est une PME et une période de six mois pour tout autre emprunteur qui n'est pas une PME, à compter de la date d'octroi du crédit ;
6° le crédit est accordé conformément aux conditions énumérées au point 46 et au point 47.h du cadre temporaire pour les crises ;
7° l'emprunteur démontre que :
a) aucune procédure collective d'insolvabilité n'est en cours contre lui ;
b) il ne fait pas l'objet d'un plan de restructuration ;
c) il n'a pas demandé de redressement judiciaire ;
d) aucune procédure de faillite n'a été ouverte à son encontre ; et
e) il n'a pas de dettes impayées auprès de l'Etat belge depuis plus d'un an ;
8° si l'emprunteur a un score de crédit, celui-ci ne doit pas être inférieur à BB pour Fitch ou S&P, ou Ba2 pour Moody's, au moment de la demande ;
9° aucune sanction adoptée par l'UE ne peut être dirigée contre l'emprunteur au sens du point 33 du cadre temporaire pour les crises;
[1 10° L'emprunteur demandeur ne fait pas l'objet d'une procédure, en vertu du droit européen ou national, de recouvrement de l'aide accordée."
Le Roi peut, modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions de l'arrêté royal du 26 octobre 2022 portant la création d'un mécanisme de garantie de l'Etat pour certains crédits contractés par les fournisseurs et intermédiaires de gaz naturel et d'électricité suite à la crise énergétique, confirmées et modifiées par cette loi.]1
Etendue de la garantie de l'Etat
1° il s'agit d'un nouveau crédit engagé entre la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et la date limite mentionnée à l'article 2, premier alinéa ;
2° le crédit est engagé par le prêteur à un emprunteur ;
3° l'emprunteur démontre qu'il n'est plus en mesure d'obtenir un financement à des conditions raisonnables, sans garantie de l'Etat ;
4° le crédit a une durée maximale de deux ans ;
5° le crédit est exclusivement engagé en vue d'assurer les besoins de liquidité pour l'achat ou la revente de gaz naturel ou d'électricité en vue d'approvisionner les clients finaux sur le marché belge. Il concerne les besoins de liquidité de l'emprunteur pendant une période de 12 mois si l'emprunteur est une PME et une période de six mois pour tout autre emprunteur qui n'est pas une PME, à compter de la date d'octroi du crédit ;
6° le crédit est accordé conformément aux conditions énumérées au point 46 et au point 47.h du cadre temporaire pour les crises ;
7° l'emprunteur démontre que :
a) aucune procédure collective d'insolvabilité n'est en cours contre lui ;
b) il ne fait pas l'objet d'un plan de restructuration ;
c) il n'a pas demandé de redressement judiciaire ;
d) aucune procédure de faillite n'a été ouverte à son encontre ; et
e) il n'a pas de dettes impayées auprès de l'Etat belge depuis plus d'un an ;
8° si l'emprunteur a un score de crédit, celui-ci ne doit pas être inférieur à BB pour Fitch ou S&P, ou Ba2 pour Moody's, au moment de la demande ;
9° aucune sanction adoptée par l'UE ne peut être dirigée contre l'emprunteur au sens du point 33 du cadre temporaire pour les crises;
[1 10° L'emprunteur demandeur ne fait pas l'objet d'une procédure, en vertu du droit européen ou national, de recouvrement de l'aide accordée."
Le Roi peut, modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions de l'arrêté royal du 26 octobre 2022 portant la création d'un mécanisme de garantie de l'Etat pour certains crédits contractés par les fournisseurs et intermédiaires de gaz naturel et d'électricité suite à la crise énergétique, confirmées et modifiées par cette loi.]1
Etendue de la garantie de l'Etat
Änderungen
Art. 4. Het gewaarborgd verlies is gelijk aan zeventig procent van het door een kredietgever geleden verlies in hoofdsom en interesten op een gewaarborgd krediet.
Vergoeding van de waarborg
Vergoeding van de waarborg
Art. 4. La perte garantie est égale à septante pour cent de la perte encourue en capital et intérêts par un prêteur sur un crédit garanti.
Rémunération de la garantie
Rémunération de la garantie
Art. 5. Per gewaarborgd krediet betaalt de kredietnemer de Staat een vergoeding voor de staatswaarborg.
De vergoeding is gelijk aan het product van volgende factoren:
1° 4 procent van de maximaal beschikbare hoofdsom van het gewaarborgd krediet en de geschatte gewaarborgde interesten;
2° de looptijd van het gewaarborgd krediet, uitgedrukt in dagen, gedeeld door 360;
3° zeventig procent.
De Thesaurie berekent de vergoeding en vraagt de betaling ervan aan de kredietnemer.
Aanvraagprocedure
De vergoeding is gelijk aan het product van volgende factoren:
1° 4 procent van de maximaal beschikbare hoofdsom van het gewaarborgd krediet en de geschatte gewaarborgde interesten;
2° de looptijd van het gewaarborgd krediet, uitgedrukt in dagen, gedeeld door 360;
3° zeventig procent.
De Thesaurie berekent de vergoeding en vraagt de betaling ervan aan de kredietnemer.
Aanvraagprocedure
Art. 5. Par crédit garanti, l'emprunteur paie à l'Etat une prime pour la garantie de l'Etat.
La prime est égale au produit des facteurs suivants :
1° 4 pour cent du montant maximum du capital disponible du crédit garanti et des intérêts garantis estimés ;
2° la durée du crédit garanti, exprimée en jours, divisée par 360 ;
3° septante pour cent.
La Trésorerie calcule cette prime et demande son paiement à l'emprunteur.
Procédure de demande
La prime est égale au produit des facteurs suivants :
1° 4 pour cent du montant maximum du capital disponible du crédit garanti et des intérêts garantis estimés ;
2° la durée du crédit garanti, exprimée en jours, divisée par 360 ;
3° septante pour cent.
La Trésorerie calcule cette prime et demande son paiement à l'emprunteur.
Procédure de demande
Art. 6. § 1. De kredietnemer dient elektronisch een aanvraag tot toekenning van een staatswaarborg in bij de FOD Economie. De FOD Economie specificeert op haar website het e-mailadres waarnaar de aanvraag moet worden gestuurd.
Gelijktijdig vult de kredietnemer het formulier in van de gegevensdatabank van de Thesaurie (Masterdata-SAP) dat op de website van de Thesaurie gepubliceerd is.
De aanvraag bevat minstens volgende gegevens en documenten:
1° identificatiegegevens, inclusief de naam van de dossierbeheerder en diens contactgegevens, van de aanvrager;
2° identificatiegegevens, inclusief de naam van de dossierbeheerder en diens contactgegevens, van de kredietgever, zoals deze opgenomen staan in het formulier waarmee de kredietgever zich voorafgaandelijk heeft ingeschreven in de gegevensdatabank van de Thesaurie (Masterdata-SAP). De Thesaurie publiceert het inschrijvingsformulier op haar website;
3° het bewijs dat het krediet waarvoor een staatswaarborg wordt gevraagd, beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3;
4° een overzicht van de steun die hem reeds werd toegekend sinds 2020;
5° de laatst bij de Balanscentrale van de Nationale Bank of bij de griffie van de ondernemingsrechtbank neergelegde jaarrekening, en bij gebreke hieraan de laatste jaarrekening voorgelegd dan wel goedgekeurd door het bestuursorgaan van de aanvrager;
6° een door een bedrijfsrevisor of gecertificeerde accountant geattesteerde financiële analyse van diens liquiditeitstoestand.
§ 2. De FOD Economie bevestigt aan de kredietnemer de ontvangst van de aanvraag binnen de twee werkdagen.
Uiterlijk tien werkdagen na de bevestiging van de ontvangst deelt de FOD Economie aan de kredietnemer mee of zijn aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3. De FOD Economie kan bijkomende informatie opvragen bij de kredietnemer en kredietgever.
De staatswaarborg wordt toegekend onder de opschortende voorwaarde van het betalen van de vergoeding, bedoeld in artikel 5.
Zodra de vergoeding is betaald, bevestigt de Minister, of zijn gemachtigde, aan de kredietnemer dat het krediet is gewaarborgd.
Aanspreken van de staatswaarborg
Gelijktijdig vult de kredietnemer het formulier in van de gegevensdatabank van de Thesaurie (Masterdata-SAP) dat op de website van de Thesaurie gepubliceerd is.
De aanvraag bevat minstens volgende gegevens en documenten:
1° identificatiegegevens, inclusief de naam van de dossierbeheerder en diens contactgegevens, van de aanvrager;
2° identificatiegegevens, inclusief de naam van de dossierbeheerder en diens contactgegevens, van de kredietgever, zoals deze opgenomen staan in het formulier waarmee de kredietgever zich voorafgaandelijk heeft ingeschreven in de gegevensdatabank van de Thesaurie (Masterdata-SAP). De Thesaurie publiceert het inschrijvingsformulier op haar website;
3° het bewijs dat het krediet waarvoor een staatswaarborg wordt gevraagd, beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3;
4° een overzicht van de steun die hem reeds werd toegekend sinds 2020;
5° de laatst bij de Balanscentrale van de Nationale Bank of bij de griffie van de ondernemingsrechtbank neergelegde jaarrekening, en bij gebreke hieraan de laatste jaarrekening voorgelegd dan wel goedgekeurd door het bestuursorgaan van de aanvrager;
6° een door een bedrijfsrevisor of gecertificeerde accountant geattesteerde financiële analyse van diens liquiditeitstoestand.
§ 2. De FOD Economie bevestigt aan de kredietnemer de ontvangst van de aanvraag binnen de twee werkdagen.
Uiterlijk tien werkdagen na de bevestiging van de ontvangst deelt de FOD Economie aan de kredietnemer mee of zijn aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3. De FOD Economie kan bijkomende informatie opvragen bij de kredietnemer en kredietgever.
De staatswaarborg wordt toegekend onder de opschortende voorwaarde van het betalen van de vergoeding, bedoeld in artikel 5.
Zodra de vergoeding is betaald, bevestigt de Minister, of zijn gemachtigde, aan de kredietnemer dat het krediet is gewaarborgd.
Aanspreken van de staatswaarborg
Art. 6. § 1. L'emprunteur soumet une demande électronique d'octroi d'une garantie de l'Etat au SPF Economie. Le SPF Economie précise sur son site internet l'adresse électronique à laquelle envoyer la demande.
Au même temps l'emprunteur remplit le formulaire de la base de données de la Trésorerie (Masterdata-SAP) qui est publié sur le site internet de la Trésorerie.
La demande doit contenir au moins les données et documents suivants :
1° les données d'identification, y compris le nom du gestionnaire du dossier et ses données de contact, du demandeur;
2° les données d'identification, y compris le nom du gestionnaire du dossier et ses données de contact, du prêteur telles qu'elles figurent dans le formulaire par lequel ce prêteur s'est préalablement inscrit dans la base de données de la Trésorerie (Masterdata-SAP). La Trésorerie publie le formulaire d'inscription sur son site internet ;
3° la preuve que le crédit pour lequel une garantie est demandée répond aux conditions mentionnées à l'article 3 ;
4° un apercu de l'aide qui lui a été accordé depuis 2020 ;
5° les derniers comptes annuels déposés à la Centrale des bilans de la Banque nationale ou au greffe du tribunal de l'entreprise, et, à défaut, les derniers comptes annuels déposés ou approuvés par l'organe de gestion du demandeur ;
6° une analyse financière de son état de la trésorerie attestée par un réviseur d'entreprises ou un expert-comptable certifié.
§ 2 Le SPF Economie confirme la réception de la demande à l'emprunteur dans les deux jours ouvrables.
Dans un délai de dix jours ouvrables à compter de l'accusé de réception, le SPF Economie fait savoir à l'emprunteur si sa demande remplit les conditions fixées à l'article 3. Le SPF Economie peut demander des informations additionnelles auprès de l'emprunteur et du prêteur.
La garantie de l'Etat est accordée sous la condition suspensive du paiement de la prime visée à l'article 5.
Une fois la prime payée, le Ministre, ou son délégué, confirme au prêteur que le crédit est garanti.
Appel à la garantie de l'Etat
Au même temps l'emprunteur remplit le formulaire de la base de données de la Trésorerie (Masterdata-SAP) qui est publié sur le site internet de la Trésorerie.
La demande doit contenir au moins les données et documents suivants :
1° les données d'identification, y compris le nom du gestionnaire du dossier et ses données de contact, du demandeur;
2° les données d'identification, y compris le nom du gestionnaire du dossier et ses données de contact, du prêteur telles qu'elles figurent dans le formulaire par lequel ce prêteur s'est préalablement inscrit dans la base de données de la Trésorerie (Masterdata-SAP). La Trésorerie publie le formulaire d'inscription sur son site internet ;
3° la preuve que le crédit pour lequel une garantie est demandée répond aux conditions mentionnées à l'article 3 ;
4° un apercu de l'aide qui lui a été accordé depuis 2020 ;
5° les derniers comptes annuels déposés à la Centrale des bilans de la Banque nationale ou au greffe du tribunal de l'entreprise, et, à défaut, les derniers comptes annuels déposés ou approuvés par l'organe de gestion du demandeur ;
6° une analyse financière de son état de la trésorerie attestée par un réviseur d'entreprises ou un expert-comptable certifié.
§ 2 Le SPF Economie confirme la réception de la demande à l'emprunteur dans les deux jours ouvrables.
Dans un délai de dix jours ouvrables à compter de l'accusé de réception, le SPF Economie fait savoir à l'emprunteur si sa demande remplit les conditions fixées à l'article 3. Le SPF Economie peut demander des informations additionnelles auprès de l'emprunteur et du prêteur.
La garantie de l'Etat est accordée sous la condition suspensive du paiement de la prime visée à l'article 5.
Une fois la prime payée, le Ministre, ou son délégué, confirme au prêteur que le crédit est garanti.
Appel à la garantie de l'Etat
Art. 7. § 1. De kredietgever kan de staatswaarborg tot maximaal twee maanden na de einddatum van het gewaarborgd krediet aanspreken.
Hij richt daartoe op elektronische wijze een verzoek in bij de Thesaurie.
De Thesaurie specificeert op haar website het e-mailadres waarnaar het aanspreken van de staatswaarborg moet worden gestuurd en de informatie die de kredietgever moet vermelden in het aanspreken van de staatswaarborg. De vermelding van deze informatie vormt geen materiële of formele voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het aanspreken van de staatswaarborg.
§ 2. De Thesaurie bevestigt op elektronische wijze de ontvangst van het verzoek binnen vijf werkdagen.
Als alle voorwaarden voor het afroepen van de staatswaarborg zijn vervuld, betaalt de Staat het bedrag van het gewaarborgd verlies aan de kredietgever binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. Deze termijn van tien werkdagen doet geen enkele interest lopen.
§ 3. Geen enkele reden tot verbeurdverklaring van de looptijd van het gewaarborgde krediet, ongeacht of deze van wettelijke of contractuele oorsprong is, zal aan de Staat kunnen worden tegengeworpen. Bijgevolg zal een beroep op de waarborg enkel resulteren in een betalingsverplichting van de Staat volgens de normale planning van het gewaarborgde krediet.
Subrogatie in de rechten
Hij richt daartoe op elektronische wijze een verzoek in bij de Thesaurie.
De Thesaurie specificeert op haar website het e-mailadres waarnaar het aanspreken van de staatswaarborg moet worden gestuurd en de informatie die de kredietgever moet vermelden in het aanspreken van de staatswaarborg. De vermelding van deze informatie vormt geen materiële of formele voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het aanspreken van de staatswaarborg.
§ 2. De Thesaurie bevestigt op elektronische wijze de ontvangst van het verzoek binnen vijf werkdagen.
Als alle voorwaarden voor het afroepen van de staatswaarborg zijn vervuld, betaalt de Staat het bedrag van het gewaarborgd verlies aan de kredietgever binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. Deze termijn van tien werkdagen doet geen enkele interest lopen.
§ 3. Geen enkele reden tot verbeurdverklaring van de looptijd van het gewaarborgde krediet, ongeacht of deze van wettelijke of contractuele oorsprong is, zal aan de Staat kunnen worden tegengeworpen. Bijgevolg zal een beroep op de waarborg enkel resulteren in een betalingsverplichting van de Staat volgens de normale planning van het gewaarborgde krediet.
Subrogatie in de rechten
Art. 7. § 1. Le prêteur peut appeler la garantie de l'Etat au plus tard deux mois après la date d'expiration du crédit garanti.
A cette fin, il soumet une demande à la Trésorerie par voie électronique.
La Trésorerie précise sur son site internet l'adresse électronique à laquelle envoyer l'appel à la garantie et les informations que le prêteur doit mentionner dans l'appel à la garantie. La mention de ces informations ne constitue pas une condition de fond ou de forme pour la recevabilité de l'appel à la garantie.
§ 2. La Trésorerie accuse réception de la demande par voie électronique dans un délai de cinq jours ouvrables.
Si toutes les conditions d'appel à la garantie de l'Etat sont réunies, l'Etat verse le montant de la perte garantie au prêteur dans les 10 jours ouvrables suivant la réception de la demande. Ce délai de 10 jours ouvrables ne donne lieu à aucun intérêt.
§ 3. Aucune cause de déchéance du terme du crédit garanti, qu'elle soit d'origine légale ou contractuelle, ne sera opposable à l'Etat. En conséquence, tout appel en garantie n'entraînera une obligation de paiement par l'Etat que selon l'échéancier normal du crédit garanti.
Subrogation aux droits
A cette fin, il soumet une demande à la Trésorerie par voie électronique.
La Trésorerie précise sur son site internet l'adresse électronique à laquelle envoyer l'appel à la garantie et les informations que le prêteur doit mentionner dans l'appel à la garantie. La mention de ces informations ne constitue pas une condition de fond ou de forme pour la recevabilité de l'appel à la garantie.
§ 2. La Trésorerie accuse réception de la demande par voie électronique dans un délai de cinq jours ouvrables.
Si toutes les conditions d'appel à la garantie de l'Etat sont réunies, l'Etat verse le montant de la perte garantie au prêteur dans les 10 jours ouvrables suivant la réception de la demande. Ce délai de 10 jours ouvrables ne donne lieu à aucun intérêt.
§ 3. Aucune cause de déchéance du terme du crédit garanti, qu'elle soit d'origine légale ou contractuelle, ne sera opposable à l'Etat. En conséquence, tout appel en garantie n'entraînera une obligation de paiement par l'Etat que selon l'échéancier normal du crédit garanti.
Subrogation aux droits
Art. 8. Door de betaling, bedoeld in artikel 7, paragraaf 2, tweede lid, wordt de Staat ten belope van het betaalde bedrag ten aanzien van de kredietnemer gesubrogeerd in de rechten van de kredietgever.
Terugbetaling van de staatswaarborg
Terugbetaling van de staatswaarborg
Art. 8. Par le versement visé à l'article 7, paragraphe 2, sous-section 2, l'Etat est subrogé dans les droits du prêteur à concurrence du montant versé à l'égard de l'emprunteur.
Remboursement de la garantie de l'Etat
Remboursement de la garantie de l'Etat
Art. 9. Binnen 30 dagen na ontvangst van het betalingsverzoek van de Thesaurie, betaalt de kredietnemer het bedrag dat met toepassing van artikel 7 aan de kredietgever werd betaald, vermeerderd met 1 procent, aan de Staat terug.
Bij gebrek aan tijdige betaling, wordt het verschuldigd bedrag verhoogd met interesten overeenkomstig de interestvoet bedoeld in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Het verschuldigd bedrag en interesten worden ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
Voor de invordering, bedoeld in het eerste lid, kan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën, overeenkomstig artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, zonder formaliteit en naar keuze van de bevoegde ambtenaar, volgende aan de kredietnemer verschuldigde sommen aanwenden:
1° elke som die met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 juni 2022 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de ondernemingen die warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand leveren aan residentiële beschermde afnemers en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming aan de kredietnemer verschuldigd is;
2° elke som die krachtens het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan alsook elke som die krachtens het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, aan de kredietnemer verschuldigd is;
3° elke som die krachtens het koninklijk besluit van 11 september 2022 houdende de nadere regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsbedrijven van de activiteiten inzake de verwarmingspremie, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtredingen het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling bedoeld in artikel 24, § 2 van de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie, aan de kredietnemer verschuldigd is;
4° elke andere som die aan de kredietnemer moet worden teruggegeven of betaald door een federale overheidsdienst of staatsorganisme.
Inwerkingtreding
Bij gebrek aan tijdige betaling, wordt het verschuldigd bedrag verhoogd met interesten overeenkomstig de interestvoet bedoeld in de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Het verschuldigd bedrag en interesten worden ingevorderd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
Voor de invordering, bedoeld in het eerste lid, kan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën, overeenkomstig artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, zonder formaliteit en naar keuze van de bevoegde ambtenaar, volgende aan de kredietnemer verschuldigde sommen aanwenden:
1° elke som die met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 juni 2022 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de ondernemingen die warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand leveren aan residentiële beschermde afnemers en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming aan de kredietnemer verschuldigd is;
2° elke som die krachtens het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan alsook elke som die krachtens het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, aan de kredietnemer verschuldigd is;
3° elke som die krachtens het koninklijk besluit van 11 september 2022 houdende de nadere regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsbedrijven van de activiteiten inzake de verwarmingspremie, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtredingen het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling bedoeld in artikel 24, § 2 van de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie, aan de kredietnemer verschuldigd is;
4° elke andere som die aan de kredietnemer moet worden teruggegeven of betaald door een federale overheidsdienst of staatsorganisme.
Inwerkingtreding
Art. 9. Dans les 30 jours suivant la réception de la demande de paiement de la Trésorerie, l'emprunteur rembourse à l'Etat le montant versé au prêteur en vertu de l'article 7, majoré de 1 pour cent.
A défaut de paiement dans les délais, le montant dû est majoré d'un intérêt conformément au taux d'intérêt visé par la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales. Le montant dû et les intérêts sont recouvrés par l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
Pour le recouvrement visé au premier alinéa, l'administration du Service public fédéral Finances peut, conformément à l'article 334 de la loi-programme du 27 décembre 2004, utiliser les sommes suivantes dues à l'emprunteur sans formalité et à la discrétion du fonctionnaire compétent :
1° toute somme qui, en application de l'article 2 de l'arrêté royal du 6 juin 2022 fixant les règles de détermination du coût réel net pour les entreprises fournissant de la chaleur à des clients résidentiels protégés au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance, et de leur intervention pour sa prise en charge est due à l'emprunteur;
2° toute somme qui, en application de l'arrêté royal du 29 mars 2012 fixant les règles de détermination du coût de l'application des tarifs sociaux par les entreprises d'électricité et les règles d'intervention pour leur prise en charge ainsi que l'arrêté royal du 29 mars 2012 fixant les règles de détermination du coût de l'application des tarifs sociaux par les entreprises de gaz naturel et les règles d'intervention pour leur prise en charge, est due à l'emprunteur ;
3° toute somme qui, en application de l'arrêté royal du 11 septembre 2022 fixant les modalités de détermination du coût, pour les entreprises d'électricité, de l'activité relative à la prime chauffage et de leur intervention pour sa prise en charge ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction et les éléments à fournir à la commission pour prouver qu'elles remplissent les conditions pour bénéficier du paiement visé à l'article 24, § 2, de la loi du 28 février 2022 portant des dispositions diverses en matière d'énergie, est due à l'emprunteur ;
4° toute autre somme devant être restituée ou versée à l'emprunteur par un service public fédéral ou un organisme étatique.
Entrée en vigueur
A défaut de paiement dans les délais, le montant dû est majoré d'un intérêt conformément au taux d'intérêt visé par la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales. Le montant dû et les intérêts sont recouvrés par l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances fiscales et non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
Pour le recouvrement visé au premier alinéa, l'administration du Service public fédéral Finances peut, conformément à l'article 334 de la loi-programme du 27 décembre 2004, utiliser les sommes suivantes dues à l'emprunteur sans formalité et à la discrétion du fonctionnaire compétent :
1° toute somme qui, en application de l'article 2 de l'arrêté royal du 6 juin 2022 fixant les règles de détermination du coût réel net pour les entreprises fournissant de la chaleur à des clients résidentiels protégés au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance, et de leur intervention pour sa prise en charge est due à l'emprunteur;
2° toute somme qui, en application de l'arrêté royal du 29 mars 2012 fixant les règles de détermination du coût de l'application des tarifs sociaux par les entreprises d'électricité et les règles d'intervention pour leur prise en charge ainsi que l'arrêté royal du 29 mars 2012 fixant les règles de détermination du coût de l'application des tarifs sociaux par les entreprises de gaz naturel et les règles d'intervention pour leur prise en charge, est due à l'emprunteur ;
3° toute somme qui, en application de l'arrêté royal du 11 septembre 2022 fixant les modalités de détermination du coût, pour les entreprises d'électricité, de l'activité relative à la prime chauffage et de leur intervention pour sa prise en charge ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction et les éléments à fournir à la commission pour prouver qu'elles remplissent les conditions pour bénéficier du paiement visé à l'article 24, § 2, de la loi du 28 février 2022 portant des dispositions diverses en matière d'énergie, est due à l'emprunteur ;
4° toute autre somme devant être restituée ou versée à l'emprunteur par un service public fédéral ou un organisme étatique.
Entrée en vigueur
Art. 10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 11. De minister bevoegd voor Energie en de minister bevoegd voor Financiën zijn elk wat haar of hem betreft belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. La ministre qui a l'Energie dans ses attribuations et le ministre qui a les Finances dans ses attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.