Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 FEBRUARI 2022. - Wet houdende diverse bepalingen inzake energie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-03-2022 en tekstbijwerking tot 31-03-2023)
Titre
28 FEVRIER 2022. - Loi portant des dispositions diverses en matière d'énergie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-03-2022 et mise à jour au 31-03-2023)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 12 ap...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 29 ap...
HOOFDSTUK 4. - Sociale tarieven
HOOFDSTUK 5. - Verwarmingspremie
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Afdeling 3. - De toekenning van de verwarmingsp...
Afdeling 4. - De financiering van de verwarming...
Afdeling 5. - De verwerking van persoonsgegeven...
Afdeling 6. - Toezicht
HOOFDSTUK 6. - Verlenging van de uitbreiding va...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de programmawet ...
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 12 avr...
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 29 avr...
CHAPITRE 4. - Tarifs sociaux
CHAPITRE 5. - Prime de chauffage
Section 1re. - Définitions
Section 2. - Ayants droit
Section 3. - L'allocation de la prime chauffage
Section 4. - Financement de la prime chauffage
Section 5. - Le traitement des données personne...
Section 6. - Surveillance
CHAPITRE 6. - Prolongation de l'extension des p...
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi programme...
CHAPITRE 8. - Disposition finale
Tekst (51)
Texte (51)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations
Art. 2. Artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen laatstelijk gewijzigd door de wet van 4 juni 2021, wordt aangevuld met de bepalingen onder 84° en 85°, luidende:
"84° "vaste vergoeding": forfaitaire vergoeding voor administratieve kosten of abonnementskosten die leveranciers of tussenpersonen kunnen aanrekenen aan eindafnemers;
85° "warmtebedrijf": elke natuurlijke of rechtspersoon die via netten voor warmtevoorziening op afstand warmte levert."
"84° "vaste vergoeding": forfaitaire vergoeding voor administratieve kosten of abonnementskosten die leveranciers of tussenpersonen kunnen aanrekenen aan eindafnemers;
85° "warmtebedrijf": elke natuurlijke of rechtspersoon die via netten voor warmtevoorziening op afstand warmte levert."
Art. 2. L'article 1 de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, modifié en dernier lieu par la loi du 4 juin 2021, est complété par les 84° et 85°, rédigé comme suit:
"84° "redevance fixe": un forfait fixe pour couvrir les coûts administratif ou droit d'abonnement qui peut être prélevé par les fournisseurs ou les intermédiaires sur les clients finals;
85° "entreprise de chaleur": toute personne physique ou morale qui fournit du chaleur par le biais de réseaux de distribution de chaleur à distance."
"84° "redevance fixe": un forfait fixe pour couvrir les coûts administratif ou droit d'abonnement qui peut être prélevé par les fournisseurs ou les intermédiaires sur les clients finals;
85° "entreprise de chaleur": toute personne physique ou morale qui fournit du chaleur par le biais de réseaux de distribution de chaleur à distance."
Art. 3. In artikel 15/5bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 21 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 11/1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd de verplichtingen in het eerste lid, en onverminderd artikel 1108 van het oud Burgerlijk Wetboek en artikel VI.84 van het Wetboek van Economisch Recht, gelden de volgende verplichtingen voor de facturatie van voorschotten aan de huishoudelijke afnemers:
1° de leverancier komt overeen met de huishoudelijke afnemer wat de berekeningswijze omtrent de voorschotten zijn;
2° binnen de overeengekomen berekeningswijze kunnen de leverancier en de huishoudelijk afnemer het bedrag van de voorschotten te allen tijde wijzigen;
3° bij de vaststelling van het bedrag van de voorschotten, bij elke wijziging van dit bedrag op initiatief van de leverancier, en bij elke weigering door de leverancier van een voorstel tot wijziging door de huishoudelijk afnemer, verschaft de leverancier aan de huishoudelijke afnemer een verantwoording van de toegepaste berekeningswijze, waarbij het niet voldoende is om enkel te verwijzen naar het verondersteld verbruik van de huishoudelijke afnemer;
4° de wijziging van het bedrag van de voorschotten op voorstel van de leverancier wordt slechts aangerekend indien de huishoudelijke afnemer zich hiertegen niet verzet binnen 15 dagen na kennisgeving door de leverancier van het initiatief tot wijziging en de verantwoording vereist in de bepaling onder 3° ;
5° elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, afbreuk doet aan de bepaling onder 4°, is van rechtswege nietig.";
2° er wordt een paragraaf 11/3/1 ingevoegd, luidende:
" § 11/3/1. Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na minder dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, kan een vaste vergoeding worden aangerekend voor een periode van maximaal zes maanden.
Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na meer dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, wordt een vaste vergoeding aangerekend naar rato van het aantal leveringsdagen."
1° paragraaf 11/1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd de verplichtingen in het eerste lid, en onverminderd artikel 1108 van het oud Burgerlijk Wetboek en artikel VI.84 van het Wetboek van Economisch Recht, gelden de volgende verplichtingen voor de facturatie van voorschotten aan de huishoudelijke afnemers:
1° de leverancier komt overeen met de huishoudelijke afnemer wat de berekeningswijze omtrent de voorschotten zijn;
2° binnen de overeengekomen berekeningswijze kunnen de leverancier en de huishoudelijk afnemer het bedrag van de voorschotten te allen tijde wijzigen;
3° bij de vaststelling van het bedrag van de voorschotten, bij elke wijziging van dit bedrag op initiatief van de leverancier, en bij elke weigering door de leverancier van een voorstel tot wijziging door de huishoudelijk afnemer, verschaft de leverancier aan de huishoudelijke afnemer een verantwoording van de toegepaste berekeningswijze, waarbij het niet voldoende is om enkel te verwijzen naar het verondersteld verbruik van de huishoudelijke afnemer;
4° de wijziging van het bedrag van de voorschotten op voorstel van de leverancier wordt slechts aangerekend indien de huishoudelijke afnemer zich hiertegen niet verzet binnen 15 dagen na kennisgeving door de leverancier van het initiatief tot wijziging en de verantwoording vereist in de bepaling onder 3° ;
5° elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, afbreuk doet aan de bepaling onder 4°, is van rechtswege nietig.";
2° er wordt een paragraaf 11/3/1 ingevoegd, luidende:
" § 11/3/1. Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na minder dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, kan een vaste vergoeding worden aangerekend voor een periode van maximaal zes maanden.
Wanneer een overeenkomst voor de levering van aardgas aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding, wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na meer dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, wordt een vaste vergoeding aangerekend naar rato van het aantal leveringsdagen."
Art. 3. Dans l'article 15/5bis, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° paragraphe 11/1 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Sans préjudice aux obligations à l'alinéa 1er, et sans préjudice à l'article 1108 de l'ancien Code civil et l'article VI.84 du Code de droit économique, les obligations suivantes s'appliquent à la facturation des acomptes aux clients résidentiels:
1° le fournisseur convient avec le client résidentiel le mode de calcul relatifs aux acomptes;
2° dans le cadre du mode de calcul convenu, le fournisseur et le client résidentiel peuvent modifier le montant des acomptes à tout moment;
3° lors de la fixation du montant des acomptes, lors de chaque modification de ce montant à l'initiative du fournisseur, et de tout refus par le fournisseur d'accepter une proposition de modification de la part du client résidentiel, le fournisseur transmet au client résidentiel une justification sur le mode de calcul utilisé, pour lequel il n'est pas suffisant de se référer uniquement à la consommation présumée du client résidentiel;
4° la modification du montant des acomptes sur proposition du fournisseur est seulement appliquée si le client résidentiel ne s'y oppose pas dans les 15 jours suivant la notification par le fournisseur de l'initiative de la modification et de la justification exigée au 3° ;
5° toute clause ou toute condition dans un contrat entre le fournisseur et le client résidentiel qui, à elle seule ou combinée avec une ou plusieurs autres clauses ou conditions, déroge à la disposition sous 4°, est nulle de plein droit.";
2° il est inséré un paragraphe 11/3/1, rédigé comme suit:
" § 11/3/1. Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel en vertu du paragraphe 11/3, alinéa 1er, après moins de six mois à compter du début de la fourniture en vertu du contrat, une redevance fixe peut être facturée pour une période maximale de six mois.
Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel conformément au paragraphe 11/3, alinéa 1er, après plus de six mois à compter du début de la fourniture au titre du contrat, une redevance fixe est facturée au prorata du nombre de jours de livraison."
1° paragraphe 11/1 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Sans préjudice aux obligations à l'alinéa 1er, et sans préjudice à l'article 1108 de l'ancien Code civil et l'article VI.84 du Code de droit économique, les obligations suivantes s'appliquent à la facturation des acomptes aux clients résidentiels:
1° le fournisseur convient avec le client résidentiel le mode de calcul relatifs aux acomptes;
2° dans le cadre du mode de calcul convenu, le fournisseur et le client résidentiel peuvent modifier le montant des acomptes à tout moment;
3° lors de la fixation du montant des acomptes, lors de chaque modification de ce montant à l'initiative du fournisseur, et de tout refus par le fournisseur d'accepter une proposition de modification de la part du client résidentiel, le fournisseur transmet au client résidentiel une justification sur le mode de calcul utilisé, pour lequel il n'est pas suffisant de se référer uniquement à la consommation présumée du client résidentiel;
4° la modification du montant des acomptes sur proposition du fournisseur est seulement appliquée si le client résidentiel ne s'y oppose pas dans les 15 jours suivant la notification par le fournisseur de l'initiative de la modification et de la justification exigée au 3° ;
5° toute clause ou toute condition dans un contrat entre le fournisseur et le client résidentiel qui, à elle seule ou combinée avec une ou plusieurs autres clauses ou conditions, déroge à la disposition sous 4°, est nulle de plein droit.";
2° il est inséré un paragraphe 11/3/1, rédigé comme suit:
" § 11/3/1. Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel en vertu du paragraphe 11/3, alinéa 1er, après moins de six mois à compter du début de la fourniture en vertu du contrat, une redevance fixe peut être facturée pour une période maximale de six mois.
Lorsqu'un contrat de fourniture de gaz naturel à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe, est résilié par un client résidentiel conformément au paragraphe 11/3, alinéa 1er, après plus de six mois à compter du début de la fourniture au titre du contrat, une redevance fixe est facturée au prorata du nombre de jours de livraison."
Art. 4. In artikel 15/10, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en laatstelijk gewijzigd door de wet van 20 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2/1, worden in de eerste zin van het tweede lid de woorden ", alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding." aan het einde toegevoegd;
2° paragraaf 2/1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Warmtebedrijven verzekeren de bevoorrading van beschermde residentiële afnemer tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.";
3° artikel 15/10 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. Wanneer voor de levering van aardgas of warmte aan een huishoudelijke afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, brengt de leverancier de huishoudelijke afnemer hiervan onverwijld in kennis en bezorgt een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier van aardgas wijst de huishoudelijke afnemer op zijn vrije keuze tussen het overzicht van al zijn actieve producten. De leverancier van aardgas wijst tevens op een duidelijk zichtbare manier op het feit dat de huishoudelijk afnemer via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is en dat de huishoudelijke afnemer steeds het recht heeft om te veranderen van leverancier overeenkomstig artikel 15/5bis, § 11/3. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. De kennisgeving, dit overzicht en de informatie inzake gewestelijke regulatoren en het recht krachtens artikel 15/5bis, § 11/3, worden aan de huishoudelijke afnemer ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee werd gecommuniceerd wanneer die afnemer nog de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1 genoot.
Wanneer voor de levering van aardgas aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product toe van het product dat van toepassing was tijdens de periode dat de huishoudelijk afnemer de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, genoot."
1° in paragraaf 2/1, worden in de eerste zin van het tweede lid de woorden ", alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding." aan het einde toegevoegd;
2° paragraaf 2/1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Warmtebedrijven verzekeren de bevoorrading van beschermde residentiële afnemer tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.";
3° artikel 15/10 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. Wanneer voor de levering van aardgas of warmte aan een huishoudelijke afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, brengt de leverancier de huishoudelijke afnemer hiervan onverwijld in kennis en bezorgt een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier van aardgas wijst de huishoudelijke afnemer op zijn vrije keuze tussen het overzicht van al zijn actieve producten. De leverancier van aardgas wijst tevens op een duidelijk zichtbare manier op het feit dat de huishoudelijk afnemer via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is en dat de huishoudelijke afnemer steeds het recht heeft om te veranderen van leverancier overeenkomstig artikel 15/5bis, § 11/3. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. De kennisgeving, dit overzicht en de informatie inzake gewestelijke regulatoren en het recht krachtens artikel 15/5bis, § 11/3, worden aan de huishoudelijke afnemer ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee werd gecommuniceerd wanneer die afnemer nog de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1 genoot.
Wanneer voor de levering van aardgas aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, van toepassing zijn, past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product toe van het product dat van toepassing was tijdens de periode dat de huishoudelijk afnemer de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 2 of 2/1, genoot."
Art. 4. Dans l'article 15/10, de la même loi, inséré par la loi du 29 avril 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 2/1, la première phrase de l'alinéa 2, est complétée par les mots ", ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction.";
2° le paragraphe 2/1 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Les entreprises de chaleur assurent l'approvisionnement des clients protégés résidentiels aux prix maximaux fixés selon l'alinéa 1er et tiennent une comptabilité séparée de cette activité.";
3° l'article 15/10 est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit:
" § 4. Lorsque les prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1 ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur à un client résidentiel, le fournisseur en informe le client résidentiel expressément et d'une façon bien visible et lui fournit une liste de tous ses produits actuellement actifs. Le fournisseur informe le client résidentiel qu'il est libre de choisir parmi la liste de tous ses produits actifs. Le fournisseur attire également l'attention du client résidentiel, de manière clairement visible, sur le fait qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher et sur le fait que le client résidentiel a toujours le droit de changer de fournisseur conformément à l'article 15/5bis, § 11/3. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. La notification, cet aperçu et les informations sur les régulateurs régionaux et le droit visé à l'article 15/5bis, § 11/3, sont fournis au client résidentiel les mêmes moyens que ceux utilisés lorsque ce client bénéficiait encore de l'application des prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1.
Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1, ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur, à un client résidentiel, le fournisseur applique à ce moment-là le produit équivalent le moins cher du produit qui était applicable pendant la période où le client résidentiel a bénéficié des prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1."
1° au paragraphe 2/1, la première phrase de l'alinéa 2, est complétée par les mots ", ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction.";
2° le paragraphe 2/1 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Les entreprises de chaleur assurent l'approvisionnement des clients protégés résidentiels aux prix maximaux fixés selon l'alinéa 1er et tiennent une comptabilité séparée de cette activité.";
3° l'article 15/10 est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit:
" § 4. Lorsque les prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1 ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur à un client résidentiel, le fournisseur en informe le client résidentiel expressément et d'une façon bien visible et lui fournit une liste de tous ses produits actuellement actifs. Le fournisseur informe le client résidentiel qu'il est libre de choisir parmi la liste de tous ses produits actifs. Le fournisseur attire également l'attention du client résidentiel, de manière clairement visible, sur le fait qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher et sur le fait que le client résidentiel a toujours le droit de changer de fournisseur conformément à l'article 15/5bis, § 11/3. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. La notification, cet aperçu et les informations sur les régulateurs régionaux et le droit visé à l'article 15/5bis, § 11/3, sont fournis au client résidentiel les mêmes moyens que ceux utilisés lorsque ce client bénéficiait encore de l'application des prix maximaux visés aux paragraphes 2 ou 2/1.
Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1, ne s'appliquent plus à la fourniture de gaz naturel ou de chaleur, à un client résidentiel, le fournisseur applique à ce moment-là le produit équivalent le moins cher du produit qui était applicable pendant la période où le client résidentiel a bénéficié des prix maximaux, visés aux paragraphes 2 ou 2/1."
Art. 5. In artikel 15/14, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 juni 2008 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 juli 2021, wordt het tweede lid aangevuld met de bepalingen onder 36°, luidende:
"36° het jaarlijks uiterlijk op 15 mei publiceren van een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat, overeenkomstig artikel 15/25. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.".
"36° het jaarlijks uiterlijk op 15 mei publiceren van een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat, overeenkomstig artikel 15/25. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.".
Art. 5. A l'article 15/14, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 8 juin 2008 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 juillet 2021, l'alinéa 2 est complété par le 36°, rédigé comme suit:
"36° la publication annuelle le 15 mai d'une étude sur les différentes composantes du coût de la facture du gaz qui contient au minimum une comparaison avec les pays voisins conformément à l'article 15/25. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.".
"36° la publication annuelle le 15 mai d'une étude sur les différentes composantes du coût de la facture du gaz qui contient au minimum une comparaison avec les pays voisins conformément à l'article 15/25. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.".
Art. 6. In artikel 15/16, § 1, van dezelfde wet ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en laatstelijk gewijzigd door de wet van 21 juli 2021, worden de woorden "de warmtebedrijven die overeenkomstig artikel 15/10, § 2/1, maximumprijzen toepassen voor de levering van warmte, de" ingevoegd tussen de woorden "kan de commissie" en de woorden "aardgasondernemingen die".
Art. 6. Dans l'article 15/16, § 1er, de la même loi inséré par la loi du 29 avril 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 juillet 2021, les mots "les entreprises de chaleur appliquant des prix maximums pour la fourniture de chaleur conformément à l'article 15/10, § 2/1," sont insérés entre les mots "la commission peut requérir" et les mots "les entreprises de gaz naturel".
Art. 7. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IVdecies, ingevoegd, bestaande uit het artikel 15/25, luidende:
"Hoofdstuk IVdecies. De Energienorm
Art. 15/25. § 1. Uiterlijk op 15 mei van ieder jaar publiceert de commissie een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.
§ 2. Op advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van verbruikers, wat betreft het type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.
§ 3. Onverminderd haar in artikel 15/5bis bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van het advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiële afnemers. Die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de aardgasfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.".
"Hoofdstuk IVdecies. De Energienorm
Art. 15/25. § 1. Uiterlijk op 15 mei van ieder jaar publiceert de commissie een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.
§ 2. Op advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van verbruikers, wat betreft het type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.
§ 3. Onverminderd haar in artikel 15/5bis bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van het advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiële afnemers. Die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de aardgasfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.".
Art. 7. Dans la même loi, un chapitre IVdecies, composé de l'article 15/25, est inséré, rédigé comme suit:
"Chapitre IVdecies. La norme énergétique
Art. 15/25. § 1er Au plus tard le 15 mai de chaque année, la commission publie une étude sur les différents éléments de coût de la facture de gaz naturel qui comprend au moins une comparaison avec les pays voisins. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.
§ 2. Sur avis de la commission, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories de consommateurs, en ce qui concerne le type d'activité économique et le montant de la consommation, qui seront utilisés dans le cadre de l'étude visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sans préjudice de ses compétences visées à l'article 15/5bis et au plus tard le 1er juillet de cette même année, et après avoir obtenu l'avis du Conseil Consultatif du Gaz et Electricité et du Conseil Central de l'Economie, la commission donne un avis au ministre avec des recommandations en ce qui concerne des mesures visant à sauvegarder la compétitivité des entreprises et le pouvoir d'achat des clients résidentiels. Ces recommandations portent sur les composantes du coût de la facture de gaz naturel qui relèvent de la compétence fédérale en matière d'énergie.".
"Chapitre IVdecies. La norme énergétique
Art. 15/25. § 1er Au plus tard le 15 mai de chaque année, la commission publie une étude sur les différents éléments de coût de la facture de gaz naturel qui comprend au moins une comparaison avec les pays voisins. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.
§ 2. Sur avis de la commission, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories de consommateurs, en ce qui concerne le type d'activité économique et le montant de la consommation, qui seront utilisés dans le cadre de l'étude visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sans préjudice de ses compétences visées à l'article 15/5bis et au plus tard le 1er juillet de cette même année, et après avoir obtenu l'avis du Conseil Consultatif du Gaz et Electricité et du Conseil Central de l'Economie, la commission donne un avis au ministre avec des recommandations en ce qui concerne des mesures visant à sauvegarder la compétitivité des entreprises et le pouvoir d'achat des clients résidentiels. Ces recommandations portent sur les composantes du coût de la facture de gaz naturel qui relèvent de la compétence fédérale en matière d'énergie.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité
Art. 8. Artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt laatstelijk gewijzigd door de wet van 21 juli 2021, wordt aangevuld met de bepaling onder 117°, luidende:
"117° "vaste vergoeding": forfaitaire vergoeding voor administratieve kosten of abonnementskosten die leveranciers of tussenpersonen kunnen aanrekenen aan eindafnemers."
"117° "vaste vergoeding": forfaitaire vergoeding voor administratieve kosten of abonnementskosten die leveranciers of tussenpersonen kunnen aanrekenen aan eindafnemers."
Art. 8. L'article 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité modifié en dernier lieu par la loi du 21 juillet 2021, est complété par 117°, rédigé comme suit:
"117° "redevance fixe": un forfait fixe pour couvrir les coûts administratifs ou droit d'abonnement prélevé par les fournisseurs ou les intermédiaires sur les clients finals."
"117° "redevance fixe": un forfait fixe pour couvrir les coûts administratifs ou droit d'abonnement prélevé par les fournisseurs ou les intermédiaires sur les clients finals."
Art. 9. In artikel 18, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2/1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd de verplichtingen in het eerste lid, en onverminderd artikel 1108 van het oud Burgerlijk Wetboek en artikel VI.84 van het Wetboek van Economisch Recht, gelden volgende verplichtingen voor de facturatie van voorschotten aan de huishoudelijke afnemers:
1° de leverancier komt overeen met de huishoudelijke afnemer wat de berekeningswijze omtrent de voorschotten is;
2° binnen de overeengekomen berekeningswijze kunnen de leverancier en de huishoudelijk afnemer het bedrag van de voorschotten ten allen tijde wijzigen;
3° bij de vaststelling van het bedrag van de voorschotten en bij elke wijziging van dit bedrag op initiatief van de leverancier, verschaft de leverancier aan de huishoudelijke afnemer een verantwoording van de berekeningswijze waarbij het niet voldoende is om enkel te verwijzen naar het verondersteld verbruik van de huishoudelijke afnemer;
4° de wijziging van het bedrag van de voorschotten op voorstel van de leverancier wordt slechts aangerekend indien de huishoudelijke afnemer zich hiertegen niet verzet binnen 15 dagen na voorafgaande kennisgeving door de leverancier van het initiatief tot wijziging en de verantwoording vereist in de bepaling onder 3° ;
5° elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, afbreuk doet aan de bepaling onder 4°, is van rechtswege nietig.";
2° er wordt een paragraaf 2/3/1 ingevoegd, luidende:
" § 2/3/1. Wanneer een overeenkomst voor de levering van elektriciteit aan een variabele energieprijs met een vaste vergoeding wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na minder dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, kan een vaste vergoeding worden aangerekend voor een periode van maximaal 6 maand.
Wanneer een overeenkomst voor de levering van elektriciteit aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na meer dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, wordt een vaste vergoeding aangerekend naar rato van het aantal leveringsdagen.
1° paragraaf 2/1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd de verplichtingen in het eerste lid, en onverminderd artikel 1108 van het oud Burgerlijk Wetboek en artikel VI.84 van het Wetboek van Economisch Recht, gelden volgende verplichtingen voor de facturatie van voorschotten aan de huishoudelijke afnemers:
1° de leverancier komt overeen met de huishoudelijke afnemer wat de berekeningswijze omtrent de voorschotten is;
2° binnen de overeengekomen berekeningswijze kunnen de leverancier en de huishoudelijk afnemer het bedrag van de voorschotten ten allen tijde wijzigen;
3° bij de vaststelling van het bedrag van de voorschotten en bij elke wijziging van dit bedrag op initiatief van de leverancier, verschaft de leverancier aan de huishoudelijke afnemer een verantwoording van de berekeningswijze waarbij het niet voldoende is om enkel te verwijzen naar het verondersteld verbruik van de huishoudelijke afnemer;
4° de wijziging van het bedrag van de voorschotten op voorstel van de leverancier wordt slechts aangerekend indien de huishoudelijke afnemer zich hiertegen niet verzet binnen 15 dagen na voorafgaande kennisgeving door de leverancier van het initiatief tot wijziging en de verantwoording vereist in de bepaling onder 3° ;
5° elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen de leverancier en de huishoudelijke afnemer die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, afbreuk doet aan de bepaling onder 4°, is van rechtswege nietig.";
2° er wordt een paragraaf 2/3/1 ingevoegd, luidende:
" § 2/3/1. Wanneer een overeenkomst voor de levering van elektriciteit aan een variabele energieprijs met een vaste vergoeding wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na minder dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, kan een vaste vergoeding worden aangerekend voor een periode van maximaal 6 maand.
Wanneer een overeenkomst voor de levering van elektriciteit aan variabele energieprijs met een vaste vergoeding wordt stopgezet door een huishoudelijke afnemer krachtens paragraaf 11/3, eerste lid, en dit na meer dan zes maanden na de aanvang van de levering onder de overeenkomst, wordt een vaste vergoeding aangerekend naar rato van het aantal leveringsdagen.
Art. 9. Dans l'article 18, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2/1 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Sans préjudice aux obligations à l'alinéa 1er, et sans préjudice à l'article 1108 de l'ancien Code civil et à l'article VI.84 du Code de droit économique, les obligations suivantes s'appliquent à la facturation des acomptes aux clients résidentiels:
1° le fournisseur convient avec le client résidentiel le mode de calcul relative aux acomptes;
2° dans le cadre du mode de calcul convenu, le fournisseur et le client résidentiel peuvent modifier le montant des acomptes à tout moment;
3° lors de la fixation du montant des acomptes et lors de chaque modification de ce montant à l'initiative du fournisseur, le fournisseur transmet au client résidentiel une justification sur le mode de calcul, pour lequel il n'est pas suffisant de se référer uniquement à la consommation présumée du client résidentiel;
4° la modification du montant des acomptes sur proposition du fournisseur est seulement appliquée si le client résidentiel ne s'y oppose pas dans les 15 jours suivant la notification par le fournisseur de l'initiative de la modification et de la justification exigée au 3° ;
5° toute clause ou toute condition dans un contrat entre le fournisseur et le client résidentiel qui, à elle seule ou combinée avec une ou plusieurs autres clauses ou conditions, déroge à la disposition sous 4°, est nulle de plein droit.";
2° il est inséré un paragraphe 2/3/1, rédigé comme suit:
" § 2/3/1. Lorsqu'un contrat de fourniture d'électricité à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe est résilié par un client résidentiel en vertu du paragraphe 11/3, alinéa 1er, après moins de six mois à compter du début de la fourniture en vertu du contrat, une redevance fixe peut être facturée pour une période maximale de six mois.
Lorsqu'un contrat de fourniture d'électricité à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe est résilié par un client résidentiel conformément au paragraphe 11/3, alinéa 1er, après plus de six mois à compter du début de la fourniture au titre du contrat, une redevance fixe est facturée au prorata du nombre de jours de livraison.
1° le paragraphe 2/1 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Sans préjudice aux obligations à l'alinéa 1er, et sans préjudice à l'article 1108 de l'ancien Code civil et à l'article VI.84 du Code de droit économique, les obligations suivantes s'appliquent à la facturation des acomptes aux clients résidentiels:
1° le fournisseur convient avec le client résidentiel le mode de calcul relative aux acomptes;
2° dans le cadre du mode de calcul convenu, le fournisseur et le client résidentiel peuvent modifier le montant des acomptes à tout moment;
3° lors de la fixation du montant des acomptes et lors de chaque modification de ce montant à l'initiative du fournisseur, le fournisseur transmet au client résidentiel une justification sur le mode de calcul, pour lequel il n'est pas suffisant de se référer uniquement à la consommation présumée du client résidentiel;
4° la modification du montant des acomptes sur proposition du fournisseur est seulement appliquée si le client résidentiel ne s'y oppose pas dans les 15 jours suivant la notification par le fournisseur de l'initiative de la modification et de la justification exigée au 3° ;
5° toute clause ou toute condition dans un contrat entre le fournisseur et le client résidentiel qui, à elle seule ou combinée avec une ou plusieurs autres clauses ou conditions, déroge à la disposition sous 4°, est nulle de plein droit.";
2° il est inséré un paragraphe 2/3/1, rédigé comme suit:
" § 2/3/1. Lorsqu'un contrat de fourniture d'électricité à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe est résilié par un client résidentiel en vertu du paragraphe 11/3, alinéa 1er, après moins de six mois à compter du début de la fourniture en vertu du contrat, une redevance fixe peut être facturée pour une période maximale de six mois.
Lorsqu'un contrat de fourniture d'électricité à un prix énergétique variable assorti d'une redevance fixe est résilié par un client résidentiel conformément au paragraphe 11/3, alinéa 1er, après plus de six mois à compter du début de la fourniture au titre du contrat, une redevance fixe est facturée au prorata du nombre de jours de livraison.
Art. 10. Artikel 20, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 20 december 2020, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. Wanneer voor de levering van elektriciteit aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 1/1 of 2, van toepassing zijn, brengt de leverancier de huishoudelijke afnemer hiervan onverwijld in kennis en bezorgt een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier wijst de huishoudelijke afnemer op zijn vrije keuze tussen het overzicht van al zijn actieve producten. De leverancier wijst tevens op een duidelijk zichtbare manier op het feit dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is en dat de huishoudelijke afnemer steeds het recht heeft om te veranderen van leverancier overeenkomstig artikel 18, § 2/3. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. De kennisgeving, dit overzicht en de informatie inzake gewestelijke regulatoren en het recht krachtens artikel 18, § 2/3, wordt aan de huishoudelijke afnemer ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk werd gecommuniceerd wanneer die afnemer nog de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in paragrafen 1/1 of 2, genoot.
Wanneer voor de levering van elektriciteit aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 1/1 of 2, van toepassing zijn, past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product toe van het product dat van toepassing was tijdens de periode dat de huishoudelijk afnemer de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 1/1 of 2, genoot."
" § 5. Wanneer voor de levering van elektriciteit aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 1/1 of 2, van toepassing zijn, brengt de leverancier de huishoudelijke afnemer hiervan onverwijld in kennis en bezorgt een overzicht van al zijn op dat ogenblik actieve producten. De leverancier wijst de huishoudelijke afnemer op zijn vrije keuze tussen het overzicht van al zijn actieve producten. De leverancier wijst tevens op een duidelijk zichtbare manier op het feit dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is en dat de huishoudelijke afnemer steeds het recht heeft om te veranderen van leverancier overeenkomstig artikel 18, § 2/3. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt. De kennisgeving, dit overzicht en de informatie inzake gewestelijke regulatoren en het recht krachtens artikel 18, § 2/3, wordt aan de huishoudelijke afnemer ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk werd gecommuniceerd wanneer die afnemer nog de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in paragrafen 1/1 of 2, genoot.
Wanneer voor de levering van elektriciteit aan een huishoudelijk afnemer niet langer de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 1/1 of 2, van toepassing zijn, past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste equivalent product toe van het product dat van toepassing was tijdens de periode dat de huishoudelijk afnemer de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in de paragrafen 1/1 of 2, genoot."
Art. 10. L'article 20, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 décembre 2020, est complété d'un paragraphe 5, rédigé comme suit:
" § 5. Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2, ne s'appliquent plus à la fourniture d'électricité ou de chaleur à un client résidentiel, le fournisseur informe le client résidentiel sans délai et il lui fournit un aperçu de tous ses produits actuellement actifs. Le fournisseur indique au client résidentiel qu'il est libre de choisir parmi l'aperçu de tous ses produits actifs. Le fournisseur attire également l'attention du client résidentiel, de manière clairement visible, sur le fait qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher et sur le fait que le client résidentiel a toujours le droit de changer de fournisseur conformément à l'article 18, § 2/3. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet correcte du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. La notification, cet aperçu et les informations sur les régulateurs régionaux et le droit visé à l'article 18, § 2/3, sont fournis au client résidentiel par les mêmes moyens que ceux normalement utilisés pour communiquer lorsque ce client a encore bénéficié de l'application des prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2.
Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2, ne s'appliquent plus à la fourniture d'électricité ou de chaleur, à un client résidentiel, le fournisseur applique à ce moment-là le produit équivalent le moins cher disponible du produit qui était applicable pendant la période où le client résidentiel a bénéficié des prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2."
" § 5. Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2, ne s'appliquent plus à la fourniture d'électricité ou de chaleur à un client résidentiel, le fournisseur informe le client résidentiel sans délai et il lui fournit un aperçu de tous ses produits actuellement actifs. Le fournisseur indique au client résidentiel qu'il est libre de choisir parmi l'aperçu de tous ses produits actifs. Le fournisseur attire également l'attention du client résidentiel, de manière clairement visible, sur le fait qu'il peut vérifier sur les sites internet des régulateurs régionaux quel est le produit le moins cher et sur le fait que le client résidentiel a toujours le droit de changer de fournisseur conformément à l'article 18, § 2/3. Cette information a lieu par le biais d'une communication sans ambiguïté reprenant un hyperlien vers la page internet correcte du régulateur concerné sur laquelle la comparaison des prix peut être effectuée. La notification, cet aperçu et les informations sur les régulateurs régionaux et le droit visé à l'article 18, § 2/3, sont fournis au client résidentiel par les mêmes moyens que ceux normalement utilisés pour communiquer lorsque ce client a encore bénéficié de l'application des prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2.
Lorsque les prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2, ne s'appliquent plus à la fourniture d'électricité ou de chaleur, à un client résidentiel, le fournisseur applique à ce moment-là le produit équivalent le moins cher disponible du produit qui était applicable pendant la période où le client résidentiel a bénéficié des prix maximaux, visés aux paragraphes 1/1 ou 2."
Art. 11. In artikel 21ter, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 5° aangevuld met de woorden ", en de eenmalige forfaitaire tegemoetkomingen;".
Art. 11. Dans l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le 5° est complété par les mots ", et les indemnités forfaitaires uniques;".
Art. 12. In artikel 21ter, § 3, wordt de eerste zin van het eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd door de wet van 27 december 2021, aangevuld met de woorden ", alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen en de gevolgen bij overtreding.".
Art. 12. A l'article 21ter, § 3, la première phrase de l'alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 20 juillet 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2021, est complétée par les mots ", ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction.".
Art. 13. In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk Vbis vervangen als volgt:
"Hoofdstuk Vbis. De energienorm".
"Hoofdstuk Vbis. De energienorm".
Art. 13. Dans la même loi, l'intitulé du chapitre Vbis est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre Vbis. La norme énergétique."
"Chapitre Vbis. La norme énergétique."
Art. 14. In dezelfde wet, wordt onder hoofdstuk Vbis, een artikel 22bis, opgeheven bij de wet van 8 januari 2012, hersteld in de volgende lezing:
"Art. 22bis. § 1. Uiterlijk op 15 mei van ieder jaar publiceert de commissie een studie over de verschillende kostencomponenten van de elektriciteitsfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.
§ 2. Op advies van de commissie bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van verbruikers, wat betreft type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.
§ 3. Onverminderd haar in artikel 12 bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van een advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiële afnemers, waarbij die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de elektriciteitsfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.".
"Art. 22bis. § 1. Uiterlijk op 15 mei van ieder jaar publiceert de commissie een studie over de verschillende kostencomponenten van de elektriciteitsfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.
§ 2. Op advies van de commissie bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieën van verbruikers, wat betreft type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.
§ 3. Onverminderd haar in artikel 12 bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van een advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiële afnemers, waarbij die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de elektriciteitsfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.".
Art. 14. Dans la même loi, sous chapitre Vbis, l'article 22bis, abrogé par la loi du 8 janvier 2012, est rétabli dans la formulation suivante:
"Art. 22bis. § 1er. Au plus tard le 15 mai de chaque année, la commission publie une étude des différentes composantes du coût de la facture d'électricité comprenant au moins une comparaison avec les pays voisins. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.
§ 2. Sur avis de la commission, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories de consommateurs, selon le type d'activité économique et le montant de la consommation, qui seront utilisés dans le cadre de l'étude visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sans préjudice de ses compétences visées à l'article 12 et au plus tard le 1er juillet de la même année, et après avoir obtenu l'avis du Conseil Consultatif du Gaz et Electricité et du Conseil Central de l'Economie, la commission donne un avis au ministre avec des recommandations en ce qui concerne des mesures visant à sauvegarder la compétitivité des entreprises et le pouvoir d'achat des clients résidentiels. Ces recommandations portent sur les éléments de coût de la facture d'électricité qui relèvent de la compétence fédérale en matière d'énergie.".
"Art. 22bis. § 1er. Au plus tard le 15 mai de chaque année, la commission publie une étude des différentes composantes du coût de la facture d'électricité comprenant au moins une comparaison avec les pays voisins. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.
§ 2. Sur avis de la commission, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les catégories de consommateurs, selon le type d'activité économique et le montant de la consommation, qui seront utilisés dans le cadre de l'étude visée au paragraphe 1er.
§ 3. Sans préjudice de ses compétences visées à l'article 12 et au plus tard le 1er juillet de la même année, et après avoir obtenu l'avis du Conseil Consultatif du Gaz et Electricité et du Conseil Central de l'Economie, la commission donne un avis au ministre avec des recommandations en ce qui concerne des mesures visant à sauvegarder la compétitivité des entreprises et le pouvoir d'achat des clients résidentiels. Ces recommandations portent sur les éléments de coût de la facture d'électricité qui relèvent de la compétence fédérale en matière d'énergie.".
Art. 15. In artikel 23, § 2, van de dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 juli 2021, wordt het tweede lid aangevuld met de bepaling onder 49°, luidende:
"49° het jaarlijks uiterlijk op 15 mei publiceren van een, opgestelde studie over de verschillende kostencomponenten van de elektriciteitsfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat, overeenkomstig artikel 22bis. De commissie voert deze opdracht indien mogelijk uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.".
"49° het jaarlijks uiterlijk op 15 mei publiceren van een, opgestelde studie over de verschillende kostencomponenten van de elektriciteitsfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat, overeenkomstig artikel 22bis. De commissie voert deze opdracht indien mogelijk uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.".
Art. 15. A l'article 23, § 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 juillet 2021, l'alinéa 2 est complété par le 49°, libellé comme suit:
"49° la publication annuelle le 15 mai d'une étude, sur les différentes composantes du coût de la facture de l'électricité qui contient au minimum une comparaison avec les pays voisins, conformément à l'article 22bis. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.".
"49° la publication annuelle le 15 mai d'une étude, sur les différentes composantes du coût de la facture de l'électricité qui contient au minimum une comparaison avec les pays voisins, conformément à l'article 22bis. La commission mène cette tâche, si possible, en coopération avec les régulateurs régionaux de l'énergie.".
HOOFDSTUK 4. - Sociale tarieven
CHAPITRE 4. - Tarifs sociaux
Art. 16. § 1. Een recht op een eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering voor de levering van elektriciteit en aardgas, ter uitfasering van de toepassing van de maximumprijzen, bedoeld in artikel 20, § 2, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in artikel 15/10, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, kan worden toegekend aan huishoudelijke afnemers die de hoedanigheid genoten van residentiele beschermde afnemer krachtens artikel 20, § 2/1, eerste lid, 6°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, en van artikel 15/10, § 2/2, eerste lid, 6°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
Voor de betrokkenen die op hetzelfde adres wonen en die deel uitmaken van hetzelfde huishouden, wordt slechts een eenmalig forfait toegekend per energiedrager.
§ 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, bepaalt de Koning:
1° het bedrag van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering zoals bedoeld in paragraaf 1;
2° de datum die geldt als referentie voor het bepalen van het toepassingsgebied en de rechthebbenden;
3° de nadere regels voor het aanvragen van en bewijs van recht op de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering alsook de manier waarop de korting wordt uitbetaald en wordt verrekend;
4° de nadere regels voor de betaling van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering aan de elektriciteitsleveranciers [1 en aardgasondernemingen]1 en voor het bepalen van de kost voor de elektriciteitsbedrijven [1 en aardgasondernemingen]1 en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook de procedure en de termijnen;
5° de nadere regels voor het bewijs dat door de elektriciteitsleveranciers [1 en aardgasondernemingen]1 dient geleverd te worden aan de Commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling;
6° de datum van uiterlijke uitbetaling.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
[1 § 2/1. De persoonsgegevens van de rechthebbenden bedoeld in paragraaf 1 worden verwerkt overeenkomstig titel II van de programmawet van 27 april 2007.]1
§ 3. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas kan de gegevens, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en controle van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering en houdt de gegevens niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken, zonder dat deze periode langer is dan 24 maanden.
Dit betreft de gegevens van de huishoudelijk afnemer, bedoeld [1 in paragraaf 1, die door de leveranciers of de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn verwerkt overeenkomstig titel II van de Programmawet van 27 april 2007 en aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas worden bezorgd in het kader van de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en controle van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering]1.
De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas is [1 verwerkingsverantwoordelijke voor]1 de gegevens waarover hij beschikt of die hem ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
[1 ...]1
Voor de betrokkenen die op hetzelfde adres wonen en die deel uitmaken van hetzelfde huishouden, wordt slechts een eenmalig forfait toegekend per energiedrager.
§ 2. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, bepaalt de Koning:
1° het bedrag van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering zoals bedoeld in paragraaf 1;
2° de datum die geldt als referentie voor het bepalen van het toepassingsgebied en de rechthebbenden;
3° de nadere regels voor het aanvragen van en bewijs van recht op de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering alsook de manier waarop de korting wordt uitbetaald en wordt verrekend;
4° de nadere regels voor de betaling van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering aan de elektriciteitsleveranciers [1 en aardgasondernemingen]1 en voor het bepalen van de kost voor de elektriciteitsbedrijven [1 en aardgasondernemingen]1 en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook de procedure en de termijnen;
5° de nadere regels voor het bewijs dat door de elektriciteitsleveranciers [1 en aardgasondernemingen]1 dient geleverd te worden aan de Commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling;
6° de datum van uiterlijke uitbetaling.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
[1 § 2/1. De persoonsgegevens van de rechthebbenden bedoeld in paragraaf 1 worden verwerkt overeenkomstig titel II van de programmawet van 27 april 2007.]1
§ 3. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas kan de gegevens, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en controle van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering en houdt de gegevens niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken, zonder dat deze periode langer is dan 24 maanden.
Dit betreft de gegevens van de huishoudelijk afnemer, bedoeld [1 in paragraaf 1, die door de leveranciers of de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn verwerkt overeenkomstig titel II van de Programmawet van 27 april 2007 en aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas worden bezorgd in het kader van de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en controle van de eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering]1.
De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas is [1 verwerkingsverantwoordelijke voor]1 de gegevens waarover hij beschikt of die hem ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
[1 ...]1
Art. 16. § 1er. Un droit à une réduction de suppression progressive forfaitaire unique pour la fourniture d'électricité et le gaz, en vue de la suppression progressive de l'application des prix maximaux, visée à l'article 20, § 2, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et à l'article 15/10, § 1, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, peut être accordé aux clients résidentiels qui bénéficiaient de la qualité de client protégé résidentiel en vertu de l'article 20, § 2/1, alinéa premier, 6°, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, et en vertu de l'article 15/10, § 2/2, alinéa premier, 6°, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
Aux intéressés habitant à la même adresse et faisant partie du même ménage, seule une réduction forfaitaire unique par vecteur énergétique est accordée.
§ 2. Par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis de la Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz, le Roi détermine:
1° le montant de la réduction de suppression progressive forfaitaire unique telle que visée au paragraphe 1er;
2° la date qui sert de référence pour déterminer le champ d'application et les ayants-droits;
3° les modalités pour la demande d'une preuve du droit à la réduction de suppression progressive forfaitaire unique;
4° les modalités pour le paiement de la réduction de suppression progressive forfaitaire unique aux fournisseurs d'électricité [1 et les entreprises de gaz]1 et pour la détermination du coût pour les entreprises d'électricité [1 et les entreprises de gaz]1 et de leur intervention pour cette prise en charge, ainsi que la procédure et les délais;
5° les modalités pour la preuve à fournir par les fournisseurs d'électricité [1 et les entreprises de gaz]1 à la Commission afin de démontrer qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du paiement;
6° la date de paiement ultime.
Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.
[1 § 2/1. Les données à caractère personnel des ayants droit visés au paragraphe 1er sont traitées conformément au titre II de la loi-programme du 27 avril 2007.]1
§ 3. La Commission de régulation de l'Electricité et du Gaz peut traiter des données, y compris des données à caractère personnel au sens de loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et à la vérification de la réduction forfaitaire unique de suppression progressive et conserve les données pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire à l'exécution de ses tâches, sans que ce délai soit supérieur à 24 mois.
Il s'agit des données du client domestique, visé [1 au paragraphe 1er, qui sont traitées par les fournisseurs ou le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie conformément au titre II de la loi-programme du 27 avril 2007 et transmises à la Commission de régulation de l'Electricité et du Gaz dans le cadre de l'exécution des tâches liées au paiement et au contrôle de la suppression progressive forfaitaire unique]1.
La Commission de régulation de l'électricité et du gaz est [1 le responsable du traitement pour les]1 données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du paragraphe 1er.
[1 ...]1
Aux intéressés habitant à la même adresse et faisant partie du même ménage, seule une réduction forfaitaire unique par vecteur énergétique est accordée.
§ 2. Par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis de la Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz, le Roi détermine:
1° le montant de la réduction de suppression progressive forfaitaire unique telle que visée au paragraphe 1er;
2° la date qui sert de référence pour déterminer le champ d'application et les ayants-droits;
3° les modalités pour la demande d'une preuve du droit à la réduction de suppression progressive forfaitaire unique;
4° les modalités pour le paiement de la réduction de suppression progressive forfaitaire unique aux fournisseurs d'électricité [1 et les entreprises de gaz]1 et pour la détermination du coût pour les entreprises d'électricité [1 et les entreprises de gaz]1 et de leur intervention pour cette prise en charge, ainsi que la procédure et les délais;
5° les modalités pour la preuve à fournir par les fournisseurs d'électricité [1 et les entreprises de gaz]1 à la Commission afin de démontrer qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du paiement;
6° la date de paiement ultime.
Tout arrêté pris dans ce but est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirmé par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.
[1 § 2/1. Les données à caractère personnel des ayants droit visés au paragraphe 1er sont traitées conformément au titre II de la loi-programme du 27 avril 2007.]1
§ 3. La Commission de régulation de l'Electricité et du Gaz peut traiter des données, y compris des données à caractère personnel au sens de loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et à la vérification de la réduction forfaitaire unique de suppression progressive et conserve les données pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire à l'exécution de ses tâches, sans que ce délai soit supérieur à 24 mois.
Il s'agit des données du client domestique, visé [1 au paragraphe 1er, qui sont traitées par les fournisseurs ou le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie conformément au titre II de la loi-programme du 27 avril 2007 et transmises à la Commission de régulation de l'Electricité et du Gaz dans le cadre de l'exécution des tâches liées au paiement et au contrôle de la suppression progressive forfaitaire unique]1.
La Commission de régulation de l'électricité et du gaz est [1 le responsable du traitement pour les]1 données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du paragraphe 1er.
[1 ...]1
Änderungen
Art. 17. Artikel 4 van de wet van 15 december 2021 houdende maatregelen in het licht van de hoge energieprijzen in 2021 en tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 22 december 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas kan de gegevens, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en controle van het eenmalig forfait aan de leveranciers van elektriciteit en houdt de gegevens niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken, zonder dat deze periode langer is dan 24 maanden.
Dit betreft de gegevens van de huishoudelijk afnemer, bedoeld in paragraaf 1.
De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas is verantwoordelijk voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
De verwerking van persoonsgegevens geschiedt in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.".
" § 6. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas kan de gegevens, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en controle van het eenmalig forfait aan de leveranciers van elektriciteit en houdt de gegevens niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken, zonder dat deze periode langer is dan 24 maanden.
Dit betreft de gegevens van de huishoudelijk afnemer, bedoeld in paragraaf 1.
De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas is verantwoordelijk voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
De verwerking van persoonsgegevens geschiedt in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.".
Art. 17. L'article 4 de la loi du 15 décembre 2021 portant des mesures en vue de la hausse des prix de l'énergie en 2021 et confirmant l'arrêté royal du 22 décembre 2020 portant modifications de l'arrêté royal du 24 mars 2003 fixant les modalités de la cotisation fédérale destinée au financement de certaines obligations de service public et des coûts liés à la régulation et au contrôle du marché de l'électricité, est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit:
" § 6. La Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz peut traiter les données, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions relatives au paiement du forfait unique aux fournisseurs d'électricité et ne conserve pas les données plus longtemps que nécessaire à l'exécution de ses missions, sans que ce délai soit supérieur à 24 mois.
Il s'agit des données du client domestique, visé au paragraphe 1er.
La Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz est responsable de la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du premier alinéa.
Le traitement des données personnelles est conforme au règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.".
" § 6. La Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz peut traiter les données, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions relatives au paiement du forfait unique aux fournisseurs d'électricité et ne conserve pas les données plus longtemps que nécessaire à l'exécution de ses missions, sans que ce délai soit supérieur à 24 mois.
Il s'agit des données du client domestique, visé au paragraphe 1er.
La Commission de Régulation de l'Electricité et du Gaz est responsable de la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du premier alinéa.
Le traitement des données personnelles est conforme au règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.".
HOOFDSTUK 5. - Verwarmingspremie
CHAPITRE 5. - Prime de chauffage
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 18. § 1. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, hierna genoemd "de wet van 29 april 1999", zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
§ 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° "rechthebbende": de huishoudelijke afnemer die op 31 maart 2022 een leveringsovereenkomst heeft voor elektriciteit voor diens woonplaats en overeenkomstig artikel 19 recht heeft op een verwarmingspremie;
2° "noodleverancier": de leverancier die optreedt met toepassing van artikel 4.3.3 van het Vlaams Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 25noviesdecies van de Ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, of artikel IV.7 van het Technisch reglement van 27 mei 2021 voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waals Gewest en de toegang daartoe;
3° "overschrijving": betalingsdienst zoals bedoeld in artikel I.9., 31°, van het Wetboek van economisch recht;
4° "werkdagen": het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
5° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie;
6° "EAN-code ": European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;
7° "gezin ": de persoon die gewoonlijk alleen leeft of de personen die gewoonlijk dezelfde wooneenheid betrekken en er samen wonen, waarbij de samenstelling van het gezin wordt vastgesteld op basis van de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen;
8° "Rijksregister": het Rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
§ 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° "rechthebbende": de huishoudelijke afnemer die op 31 maart 2022 een leveringsovereenkomst heeft voor elektriciteit voor diens woonplaats en overeenkomstig artikel 19 recht heeft op een verwarmingspremie;
2° "noodleverancier": de leverancier die optreedt met toepassing van artikel 4.3.3 van het Vlaams Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 25noviesdecies van de Ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, of artikel IV.7 van het Technisch reglement van 27 mei 2021 voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waals Gewest en de toegang daartoe;
3° "overschrijving": betalingsdienst zoals bedoeld in artikel I.9., 31°, van het Wetboek van economisch recht;
4° "werkdagen": het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
5° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie;
6° "EAN-code ": European Article Numbering Code, uniek numeriek veld van 18 posities voor de identificatie van een aansluitingspunt op het elektriciteits- of aardgasdistributienet;
7° "gezin ": de persoon die gewoonlijk alleen leeft of de personen die gewoonlijk dezelfde wooneenheid betrekken en er samen wonen, waarbij de samenstelling van het gezin wordt vastgesteld op basis van de gegevens in het Rijksregister van de natuurlijke personen;
8° "Rijksregister": het Rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Art. 18. § 1er. Les définitions reprises dans l'article 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, ci-après dénommée "la loi du 29 avril 1999", s'appliquent au présent chapitre.
§ 2. Pour l'application de la présente loi, les définitions suivantes s'appliquent:
1° "ayant droit": le client résidentiel qui dispose d'un contrat de fourniture pour son domicile au 31 mars 2022 et a droit à une prime chauffage conformément à l'article 19;
2° "fournisseur de dernier recours": le fournisseur agissant en application de l'article 4.3.3 du Décret flamand sur l'Energie, de l'article 25noviesdecies de l'Ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles Capitale, ou de l'article IV.7 du Règlement technique du 27 mai 2021 pour la gestion des réseaux de distribution d'électricité en Région wallonne et l'accès à ceux-ci;
3° "virement": service de paiement visé à l'article I.9., 31°, du Code de droit économique;
4° "jours ouvrables": l'ensemble des jours calendrier, à l'exclusion des dimanches et jours fériés légaux. Si le délai exprimé en jours ouvrables expire un samedi, il est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant;
5° "SPF Economie": le Service Public Fédéral Economie, P.M.E., Classes Moyennes et Energie;
6° "code EAN": European Article Numbering Code, champ numérique unique de 18 positions pour l'identification d'un point d'accès au réseau de distribution d'électricité ou de gaz;
7° "ménage": la personne qui vit habituellement seule ou les personnes qui occupent habituellement le même logement et y vivent ensemble, la composition de la famille étant déterminée sur la base des données du Registre national des personnes physiques;
8°. "Registre national": le registre national des personnes physiques établi par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
§ 2. Pour l'application de la présente loi, les définitions suivantes s'appliquent:
1° "ayant droit": le client résidentiel qui dispose d'un contrat de fourniture pour son domicile au 31 mars 2022 et a droit à une prime chauffage conformément à l'article 19;
2° "fournisseur de dernier recours": le fournisseur agissant en application de l'article 4.3.3 du Décret flamand sur l'Energie, de l'article 25noviesdecies de l'Ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles Capitale, ou de l'article IV.7 du Règlement technique du 27 mai 2021 pour la gestion des réseaux de distribution d'électricité en Région wallonne et l'accès à ceux-ci;
3° "virement": service de paiement visé à l'article I.9., 31°, du Code de droit économique;
4° "jours ouvrables": l'ensemble des jours calendrier, à l'exclusion des dimanches et jours fériés légaux. Si le délai exprimé en jours ouvrables expire un samedi, il est prolongé jusqu'au jour ouvrable suivant;
5° "SPF Economie": le Service Public Fédéral Economie, P.M.E., Classes Moyennes et Energie;
6° "code EAN": European Article Numbering Code, champ numérique unique de 18 positions pour l'identification d'un point d'accès au réseau de distribution d'électricité ou de gaz;
7° "ménage": la personne qui vit habituellement seule ou les personnes qui occupent habituellement le même logement et y vivent ensemble, la composition de la famille étant déterminée sur la base des données du Registre national des personnes physiques;
8°. "Registre national": le registre national des personnes physiques établi par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
Afdeling 2. - Rechthebbenden
Section 2. - Ayants droit
Art. 19. § 1. Ter compensatie van algemene energie-uitgaven, wordt eenmalig en forfaitair een verwarmingspremie van 100 euro toegekend aan elke huishoudelijke afnemer die op 31 maart 2022 voor diens woonplaats een leveringscontract heeft voor elektriciteit.
Voor de betrokkenen die op hetzelfde adres wonen en die deel uitmaken van hetzelfde huishouden, wordt de verwarmingspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De verwarmingspremie is niet van toepassing op:
1° tweede verblijfplaatsen;
2° occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of wanneer er geen opvolger is;
4° personen die verblijven in een woongelegenheid waar de inwoners verblijfkosten betalen of waarvoor werkingstoelagen worden toegekend.
Voor de betrokkenen die op hetzelfde adres wonen en die deel uitmaken van hetzelfde huishouden, wordt de verwarmingspremie slechts één keer toegekend.
§ 2. De verwarmingspremie is niet van toepassing op:
1° tweede verblijfplaatsen;
2° occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen;
3° de huishoudelijke afnemer die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of wanneer er geen opvolger is;
4° personen die verblijven in een woongelegenheid waar de inwoners verblijfkosten betalen of waarvoor werkingstoelagen worden toegekend.
Art. 19. § 1er. En compensation des dépenses générales d'énergie, une prime de chauffage de 100 euros est accordée, de manière unique et forfaitaire, à tout client résidentiel titulaire d'un contrat de fourniture d'électricité pour son domicile au 31 mars 2022.
Aux intéressés habitant à la même adresse et faisant partie du même ménage, une seule prime chauffage est accordée.
§ 2. La prime chauffage n'est pas d'application dans les cas suivants:
1° résidences secondaires;
2° clients occasionnels, raccordements temporaires;
3° le client résidentiel qui quitte un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de relogement à ce point d'accès ou qu'il n'y a pas de successeur;
4° personnes vivant dans un logement où les personnes paient des frais de séjour ou qui bénéficient de subventions de fonctionnement.
Aux intéressés habitant à la même adresse et faisant partie du même ménage, une seule prime chauffage est accordée.
§ 2. La prime chauffage n'est pas d'application dans les cas suivants:
1° résidences secondaires;
2° clients occasionnels, raccordements temporaires;
3° le client résidentiel qui quitte un point d'accès sans le faire déconnecter et lorsque le successeur ne prend pas les mesures nécessaires pour régler sa situation de relogement à ce point d'accès ou qu'il n'y a pas de successeur;
4° personnes vivant dans un logement où les personnes paient des frais de séjour ou qui bénéficient de subventions de fonctionnement.
Afdeling 3. - De toekenning van de verwarmingspremie
Section 3. - L'allocation de la prime chauffage
Art. 20. § 1. Het bedrag van de verwarmingspremie wordt toegekend aan de rechthebbende door de leverancier die voorziet in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022 in de vorm van een toerekening in de betaling van de levering van elektriciteit.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de verwarmingspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022;
4° of in geval van het ontzeggen van de toegang van het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 2, 12°, van de wet van 29 april 1999, aan de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf aangeduide gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de verwarmings-premie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder afdeling 5.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt de verwarmingspremie uitbetaald door de noodleverancier in de volgende gevallen:
1° in geval van faillissement van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022;
2° in geval van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht ten aanzien van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022;
3° in geval van de opheffing of schorsing van de gewestelijke leveringsvergunning van de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022;
4° of in geval van het ontzeggen van de toegang van het distributienet, zoals gedefinieerd in artikel 2, 12°, van de wet van 29 april 1999, aan de leverancier die voorzag in de levering van elektriciteit op 31 maart 2022.
De Koning kan voor de in deze paragraaf aangeduide gevallen de nadere regels bepalen van de uitbetaling van de verwarmings-premie en de daartoe noodzakelijke uitwisseling van gegevens overeenkomstig de bepalingen onder afdeling 5.
Art. 20. § 1er. Le montant de la prime de chauffage est accordé à l'ayant droit par le fournisseur qui fournit l'électricité le 31 mars 2022 sous la forme d'une allocation en paiement de la fourniture d'électricité.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime chauffage est payée par le fournisseur de dernier recours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022;
3° en cas de levée ou de suspension de l'autorisation de fourniture régionale du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022;
4° en cas d'interdiction d'accès au réseau de distribution au sens de l'article 2, 12°, de la loi du 29 avril 1999, au fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022.
Le Roi peut déterminer pour les cas indiqués dans le présent paragraphe les modalités de paiement de la prime chauffage et l'échange d'informations nécessaire conformément aux dispositions de la section 5.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la prime chauffage est payée par le fournisseur de dernier recours dans les cas suivants:
1° en cas de faillite du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022;
2° en cas d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique à l'égard du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022;
3° en cas de levée ou de suspension de l'autorisation de fourniture régionale du fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022;
4° en cas d'interdiction d'accès au réseau de distribution au sens de l'article 2, 12°, de la loi du 29 avril 1999, au fournisseur qui assurait la fourniture d'électricité au 31 mars 2022.
Le Roi peut déterminer pour les cas indiqués dans le présent paragraphe les modalités de paiement de la prime chauffage et l'échange d'informations nécessaire conformément aux dispositions de la section 5.
Art. 21. § 1. Het bedrag van de verwarmingspremie wordt automatisch toegekend aan de rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 29, § 1, op het moment van het versturen van een voorschot- of afrekeningsfactuur in de periode van 18 april tot en met 31 juli 2022.
§ 2. Onverminderd de automatische toekenning van de verwarmingspremie kan de rechthebbende, aan wie geen verwarmingspremie zou zijn toegekend op 31 juli 2022, daartoe een schriftelijk of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie, voor zover die aanvraag wordt verstuurd voor [1 het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis]1. Aan rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 29, § 2, wordt de verwarmingspremie onverwijld overgemaakt door de leverancier via overschrijving.
§ 3. Ongeacht of er een levering van elektriciteit heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de verwarmingspremie toegekend.
Indien de betrokken factuur waarop de verwarmingspremie wordt toegerekend krachtens paragraaf 1 lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de verwarmingspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving onverwijld overgemaakt aan de rechthebbende;
2° via toekenning op het moment van het versturen van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur;
3° via aanrekening op openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na afloop van de periode bedoeld in paragraaf 1 nog een resterend bedrag van de verwarmingspremie dient te worden toegekend, maakt de leverancier dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 4. In het geval waarin de leverancier niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leverancier de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om betaalgegevens over te maken.
§ 5. In de toekenning van de verwarmingspremie zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leverancier duidelijk de manier van verrekening van de verwarmingspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federale verwarmingspremie".
Elke leverancier voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de klant. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving "Deze verwarmingspremie van 100 euro wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen.";
2° bijkomende informatie over de manier waarop de verwarmingspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de verwarmingspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De verwarmingspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Het wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
§ 2. Onverminderd de automatische toekenning van de verwarmingspremie kan de rechthebbende, aan wie geen verwarmingspremie zou zijn toegekend op 31 juli 2022, daartoe een schriftelijk of elektronische aanvraag indienen bij de FOD Economie, voor zover die aanvraag wordt verstuurd voor [1 het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis]1. Aan rechthebbenden opgenomen in de lijst opgemaakt krachtens artikel 29, § 2, wordt de verwarmingspremie onverwijld overgemaakt door de leverancier via overschrijving.
§ 3. Ongeacht of er een levering van elektriciteit heeft plaatsgevonden bij de rechthebbende, wordt de verwarmingspremie toegekend.
Indien de betrokken factuur waarop de verwarmingspremie wordt toegerekend krachtens paragraaf 1 lager is dan de premie, wordt het resterende bedrag van de verwarmingspremie verrekend op een van de volgende manieren:
1° via overschrijving onverwijld overgemaakt aan de rechthebbende;
2° via toekenning op het moment van het versturen van een voorschot- of afrekeningsfactuur volgend op de betrokken factuur;
3° via aanrekening op openstaande schulden.
Indien aan de rechthebbenden na afloop van de periode bedoeld in paragraaf 1 nog een resterend bedrag van de verwarmingspremie dient te worden toegekend, maakt de leverancier dit bedrag onverwijld over aan de rechthebbenden via overschrijving.
§ 4. In het geval waarin de leverancier niet beschikt over de betaalgegevens van de rechthebbende, verzoekt de leverancier de rechthebbende, via zijn gebruikelijke communicatiekanaal, om betaalgegevens over te maken.
§ 5. In de toekenning van de verwarmingspremie zoals bepaald bij de paragrafen 1 en 2, vermeldt de leverancier duidelijk de manier van verrekening van de verwarmingspremie en vermeldt daarbij de woorden "Federale verwarmingspremie".
Elke leverancier voorziet bovendien in een communicatie via het gebruikelijke communicatiekanaal met de klant. Deze communicatie bevat:
1° de berichtgeving "Deze verwarmingspremie van 100 euro wordt u door de Federale Overheid toegekend in het kader van de hoge energieprijzen.";
2° bijkomende informatie over de manier waarop de verwarmingspremie voor de betrokken rechthebbende zal worden toegekend;
3° hoe zich beter te informeren over de verwarmingspremie, met een verwijzing naar de website van de FOD Economie met link naar de relevante webpagina.
§ 6. De verwarmingspremie is niet vatbaar voor overdracht of voor beslag. Het wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of insolvabiliteit van diezelfde rechthebbende.
Art. 21. § 1er. Le montant de la prime chauffage est automatiquement attribué aux ayants droit figurant sur la liste établie en application de l'article 29, § 1er, au moment de l'envoi d'une facture d'acompte ou de décompte dans la période du 18 avril au 31 juillet 2022.
§ 2. Sans préjudice de l'octroi automatique de la prime chauffage, l' ayant droit qui n'a pas obtenu de prime chauffage au 31 juillet 2022, peut introduire une demande écrite ou électronique à cet effet auprès du SPF Economie, à condition que la demande soit envoyée avant [1 l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie]1. Les ayants droit figurant sur la liste établie en application de l'article 29, § 2, se voient aussi vite que possible accorder par leur fournisseur la prime chauffage par virement.
§ 3. Indépendamment du fait qu'une fourniture d'électricité ait eu lieu chez l'ayant droit, la prime chauffage est accordée.
Si la facture en question sur laquelle la prime chauffage est attribuée conformément au paragraphe 1er, est inférieure à la prime, le montant restant de la prime chauffage est imputé de l'une des manières suivantes:
1° par virement au plus vite que possible à l'ayant droit;
2° par attribution au moment de l'envoi d'une facture d'acompte ou de règlement suivant la facture en question;
3° par l'imputation des dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime chauffage doit encore être attribué aux ayants droit après la fin de la période visée au paragraphe 1er, le fournisseur transfère immédiatement ce montant aux ayants droit par virement.
§ 4. Lorsque le fournisseur ne dispose pas des informations de paiement de l'ayant droit, le fournisseur demande à l'ayant droit, via son canal de communication habituel, de transférer les données de paiement.
§ 5. Lors de l'octroi de la prime chauffage prévue aux paragraphes 1 et 2, le fournisseur indique clairement la façon dont la prime chauffage est imputée et mentionne les mots "Prime chauffage fédérale".
Chaque fournisseur doit également fournir une communication par le biais du canal de communication habituel avec le client. Cette communication doit inclure:
1° le message "Cette prime chauffage de 100 euros vous est accordée par le gouvernement Fédéral dans le cadre des prix élevés de l'énergie";
2° informations supplémentaires sur la façon dont la prime chauffage sera accordée à l'ayant droit concerné;
3° comment obtenir de meilleures informations sur la prime chauffage, y compris une référence au site web du SPF Economie avec un lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime chauffage n'est pas susceptible de cession ni de saisie. Elle est accordée à l'ayant droit, nonobstant toute situation de concours ou d'insolvabilité de cet ayant droit.
§ 2. Sans préjudice de l'octroi automatique de la prime chauffage, l' ayant droit qui n'a pas obtenu de prime chauffage au 31 juillet 2022, peut introduire une demande écrite ou électronique à cet effet auprès du SPF Economie, à condition que la demande soit envoyée avant [1 l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie]1. Les ayants droit figurant sur la liste établie en application de l'article 29, § 2, se voient aussi vite que possible accorder par leur fournisseur la prime chauffage par virement.
§ 3. Indépendamment du fait qu'une fourniture d'électricité ait eu lieu chez l'ayant droit, la prime chauffage est accordée.
Si la facture en question sur laquelle la prime chauffage est attribuée conformément au paragraphe 1er, est inférieure à la prime, le montant restant de la prime chauffage est imputé de l'une des manières suivantes:
1° par virement au plus vite que possible à l'ayant droit;
2° par attribution au moment de l'envoi d'une facture d'acompte ou de règlement suivant la facture en question;
3° par l'imputation des dettes en cours.
Si un montant résiduel de la prime chauffage doit encore être attribué aux ayants droit après la fin de la période visée au paragraphe 1er, le fournisseur transfère immédiatement ce montant aux ayants droit par virement.
§ 4. Lorsque le fournisseur ne dispose pas des informations de paiement de l'ayant droit, le fournisseur demande à l'ayant droit, via son canal de communication habituel, de transférer les données de paiement.
§ 5. Lors de l'octroi de la prime chauffage prévue aux paragraphes 1 et 2, le fournisseur indique clairement la façon dont la prime chauffage est imputée et mentionne les mots "Prime chauffage fédérale".
Chaque fournisseur doit également fournir une communication par le biais du canal de communication habituel avec le client. Cette communication doit inclure:
1° le message "Cette prime chauffage de 100 euros vous est accordée par le gouvernement Fédéral dans le cadre des prix élevés de l'énergie";
2° informations supplémentaires sur la façon dont la prime chauffage sera accordée à l'ayant droit concerné;
3° comment obtenir de meilleures informations sur la prime chauffage, y compris une référence au site web du SPF Economie avec un lien vers la page web correspondante.
§ 6. La prime chauffage n'est pas susceptible de cession ni de saisie. Elle est accordée à l'ayant droit, nonobstant toute situation de concours ou d'insolvabilité de cet ayant droit.
Änderungen
Art. 22. In afwijking van de voorafgaande bepalingen van deze afdeling wordt, voor de rechthebbenden met een budgetmeter, de verwarmingspremie toegekend op een van de volgende manieren:
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de rechthebbende is opgenomen in de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 29, § 1, of § 2;
- via overschrijving onverwijld overgemaakt aan de rechthebbende volgend op het moment waarop de rechthebbende is opgenomen in de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 29, § 1, of § 2.
- via de jaarlijkse afrekening volgend op het moment waarop de rechthebbende is opgenomen in de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 29, § 1, of § 2;
- via overschrijving onverwijld overgemaakt aan de rechthebbende volgend op het moment waarop de rechthebbende is opgenomen in de lijsten opgemaakt krachtens artikelen 29, § 1, of § 2.
Art. 22. Par dérogation aux dispositions précédentes de la présente section, pour les ayants droit qui disposent d'un compteur à budget, la prime chauffage est accordée de l'une des manières suivantes:
- par la facture de régularisation annuelle suivant le moment où le titulaire de droits est inscrit sur les listes établies en vertu de l'article 29, § 1er ou § 2;
- par virement au plus vite que possible à l'ayant droit suivant le moment où le titulaire de droits est inscrit sur les listes établies en vertu de l'article 29, § 1er, ou § 2.
- par la facture de régularisation annuelle suivant le moment où le titulaire de droits est inscrit sur les listes établies en vertu de l'article 29, § 1er ou § 2;
- par virement au plus vite que possible à l'ayant droit suivant le moment où le titulaire de droits est inscrit sur les listes établies en vertu de l'article 29, § 1er, ou § 2.
Art. 23. Rechthebbenden die geen verwarmingspremie hebben ontvangen en nalaten de FOD Economie hierop te wijzen voor [1 het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis]1, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de verwarmingspremie na [1 het verstrijken van de veertiende dag na de publicatie van de wet van 30 oktober 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de energiecrisis]1.
Rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 29, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 21, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 september 2022, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de verwarmingspremie na 15 september 2022.
Rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 29, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 21, § 4, geen betaalgegevens versturen voor [1 31 maart 2023]1, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de verwarmingspremie na [1 31 maart 2023]1.
Rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 29, § 1, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 21, § 4, geen betaalgegevens versturen voor 15 september 2022, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de verwarmingspremie na 15 september 2022.
Rechthebbenden opgenomen in de lijst krachtens artikel 29, § 2, die na een verzoek tot het overmaken van betaalgegevens door de leverancier krachtens artikel 21, § 4, geen betaalgegevens versturen voor [1 31 maart 2023]1, komen niet langer in aanmerking voor de toekenning van de verwarmingspremie na [1 31 maart 2023]1.
Art. 23. Les ayants droit qui n'ont pas reçu la prime chauffage et qui n'en informent pas le SPF Economie avant [1 l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie]1, n'auront plus droit à la prime chauffage après [1 l'expiration du quatorzième jour après la publication de la loi du 30 octobre 2022 portant des mesures de soutien temporaires suite à la crise de l'énergie]1.
Les ayants droit repris dans la liste en application de l'article 29, § 1er, qui n'envoient pas de données de paiement avant le 15 septembre 2022 après une demande de la part du fournisseur conformément à l'article 21, § 4, n'auront plus droit à la prime chauffage après le 15 septembre 2022.
Les ayants droit repris dans la liste en application de l'article 29, § 2, qui n'envoient pas de données de paiement avant le [1 31 mars 2023]1 après une demande de la part du fournisseur conformément à l'article 21, § 4, n'auront plus droit à la prime chauffage après le [1 31 mars 2023]1.
Les ayants droit repris dans la liste en application de l'article 29, § 1er, qui n'envoient pas de données de paiement avant le 15 septembre 2022 après une demande de la part du fournisseur conformément à l'article 21, § 4, n'auront plus droit à la prime chauffage après le 15 septembre 2022.
Les ayants droit repris dans la liste en application de l'article 29, § 2, qui n'envoient pas de données de paiement avant le [1 31 mars 2023]1 après une demande de la part du fournisseur conformément à l'article 21, § 4, n'auront plus droit à la prime chauffage après le [1 31 mars 2023]1.
Änderungen
Afdeling 4. - De financiering van de verwarmingspremie
Section 4. - Financement de la prime chauffage
Art. 24. § 1. De financiering van de verwarmingspremie komt ten laste van de staatsbegroting, die de daartoe voorziene middelen toekent aan het fonds bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 29 april 1999.
§ 2. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die door de toepassing van dit hoofdstuk worden gemaakt.
§ 3. Uiterlijk op 7 april 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 15 april 2022 wordt het in het eerste lid vermelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het Fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 29 april 1999, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier per 31 december 2021.
Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten gestort worden, toegewezen aan de noodleverancier(s). Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde huishoudelijke afnemers op het moment van bekendmaking van deze wet.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor het elektriciteitsbedrijf van de activiteiten bedoeld in dit hoofdstuk, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. De leveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die door de toepassing van dit hoofdstuk worden gemaakt.
§ 3. Uiterlijk op 7 april 2022 wordt het benodigde bedrag gestort aan de commissie.
Uiterlijk op 15 april 2022 wordt het in het eerste lid vermelde bedrag door de commissie aan de leveranciers gestort bij wijze van voorschot. Dit bedrag wordt geput uit de in het Fonds aanwezige middelen bedoeld in artikel 21ter, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 29 april 1999, en wordt proportioneel verdeeld over de leveranciers op basis van het aandeel huishoudelijk afnemers van elke leverancier per 31 december 2021.
Wanneer een leverancier wordt vervangen door een noodleverancier vooraleer het in het tweede lid bedoelde voorschot is gestort, wordt het deel dat aan de leverancier had moeten gestort worden, toegewezen aan de noodleverancier(s). Als meerdere noodleveranciers betrokken zijn, wordt het toegekende bedrag proportioneel verdeeld naar rato van hun aandeel beschermde huishoudelijke afnemers op het moment van bekendmaking van deze wet.
§ 4. De Koning kan, na advies van de commissie en beraadslaging in de Ministerraad, de regels bepalen voor de bepaling van de kost voor het elektriciteitsbedrijf van de activiteiten bedoeld in dit hoofdstuk, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan, alsook desgevallend de in acht te nemen procedure voor het bekomen van een vergoeding, met inbegrip van de termijnen, de gevolgen bij overtreding en het bewijs dat dient geleverd te worden aan de commissie om aan te tonen dat zij voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de betaling bedoeld in paragraaf 2.
Art. 24. § 1er. Le financement de la prime chauffage est supporté par le budget de l'Etat à travers les moyens prévus à cet effet au fonds visé à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 29 avril 1999.
§ 2. Les fournisseurs et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 7 avril 2022 le montant nécessaire sera versé à la commission.
Au plus tard le 15 avril 2022 le montant visé au premier alinéa, est versé par la commission aux fournisseurs comme acompte. Ledit montant est puisé dans les moyens présents dans le Fonds et visés à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 29 avril 1999 et sera réparti proportionnellement entre les fournisseurs sur la base du nombre de clients résidentiels de chaque fournisseur au 31 décembre 2021.
Lorsqu'un fournisseur est remplacé par un fournisseur de dernier recours avant que l'acompte visé à l'alinéa 2 n'ait été versé, la part qui aurait dû être versée au fournisseur sera versée au(x) fournisseur(s) de dernier recours. Si plusieurs fournisseurs de dernier recours sont concernés, le montant attribué sera divisé proportionnellement selon leur part de marché de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi.
§ 4. Après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, le Roi peut fixer les règles de détermination du coût pour les entreprises d'électricité de l'activité décrite dans ce chapitre, et de leur intervention pour sa prise en charge ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction et les éléments à fournir à la commission pour prouver qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du paiement, visé au paragraphe 2.
§ 2. Les fournisseurs et les gestionnaires de réseaux de distribution ont droit au remboursement des frais occasionnés par l'application du présent chapitre.
§ 3. Au plus tard le 7 avril 2022 le montant nécessaire sera versé à la commission.
Au plus tard le 15 avril 2022 le montant visé au premier alinéa, est versé par la commission aux fournisseurs comme acompte. Ledit montant est puisé dans les moyens présents dans le Fonds et visés à l'article 21ter, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 29 avril 1999 et sera réparti proportionnellement entre les fournisseurs sur la base du nombre de clients résidentiels de chaque fournisseur au 31 décembre 2021.
Lorsqu'un fournisseur est remplacé par un fournisseur de dernier recours avant que l'acompte visé à l'alinéa 2 n'ait été versé, la part qui aurait dû être versée au fournisseur sera versée au(x) fournisseur(s) de dernier recours. Si plusieurs fournisseurs de dernier recours sont concernés, le montant attribué sera divisé proportionnellement selon leur part de marché de clients résidentiels protégés au moment de la publication de la présente loi.
§ 4. Après avis de la commission et après délibération en Conseil des ministres, le Roi peut fixer les règles de détermination du coût pour les entreprises d'électricité de l'activité décrite dans ce chapitre, et de leur intervention pour sa prise en charge ainsi que, le cas échéant, la procédure à prendre en compte pour obtenir une indemnité, en ce compris les délais et les conséquences en cas d'infraction et les éléments à fournir à la commission pour prouver qu'ils remplissent les conditions pour bénéficier du paiement, visé au paragraphe 2.
Afdeling 5. - De verwerking van persoonsgegevens voor de toekenning van de verwarmingspremie
Section 5. - Le traitement des données personnelles pour l'octroi de la prime chauffage
Art. 25. § 1. De FOD Economie coördineert en organiseert de uitwisseling van de nodige gegevens voor de toepassing van de verwarmingspremie met de leveranciers bedoeld in artikel 21, §§ 1 en 2, en artikel 22, distributienetbeheerders, het Rijksregister en met de commissie.
De toekenning van de verwarmingspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het rijksregister.
§ 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op 10 april 2022, de volgende gegevens:
1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de residentiële eindafnemers op 31 maart 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteits- en aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
2° bij de distributienet-beheerders: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de residentiële eindafnemers op 31 maart 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
§ 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd.
§ 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de lijst van de leveranciers en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 27;
2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 28, en volgens de nadere regels toegelaten door de machtiging verleend door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
3° de conversie tussen enerzijds het nummer van het Rijksregister en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in het artikel 25;
4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;
5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 29, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 29, § 2.
§ 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens die verstrekt worden door de huishoudelijk afnemer overeenkomstig artikel 21, § 2, verwerken.
De toekenning van de verwarmingspremie gebeurt automatisch indien de gegevens die voor deze toepassing nodig zijn, beschikbaar zijn in het rijksregister.
§ 2. De FOD Economie verzamelt uiterlijk op 10 april 2022, de volgende gegevens:
1° bij de leveranciers: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de residentiële eindafnemers op 31 maart 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteits- en aardgaslevering alsook desgevallend hun geboortedatum;
2° bij de distributienet-beheerders: de naam, de voornaam en het adres van de facturatie van de residentiële eindafnemers op 31 maart 2022, de datum van inwerkingtreding van hun leveringsovereenkomst, hun EAN-code en hun adres voor de aansluiting van de elektriciteitslevering alsook desgevallend hun geboortedatum.
§ 3. De FOD Economie staat in voor de omzetting tussen het rijksregisternummer enerzijds, en de unieke identificator die wordt gebruikt door de leveranciers voor de identificatie van hun huishoudelijke afnemers anderzijds, en omgekeerd.
§ 4. In de schoot van de FOD Economie wordt er een gegevensbestand opgericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de lijst van de leveranciers en de gegevens die ze meedelen overeenkomstig artikel 27;
2° de gegevens meegedeeld door het Rijksregister overeenkomstig artikel 28, en volgens de nadere regels toegelaten door de machtiging verleend door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
3° de conversie tussen enerzijds het nummer van het Rijksregister en anderzijds de unieke identificator toegekend door de leveranciers aan hun huishoudelijke afnemer, volgens de voorwaarden bepaald in het artikel 25;
4° de niet-gepersonaliseerde gegevens noodzakelijk voor het beheer van het gegevensbestand;
5° de lijst van huishoudelijke afnemers die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 29, § 1, en die zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 29, § 2.
§ 5. De FOD Economie kan de persoonsgegevens die verstrekt worden door de huishoudelijk afnemer overeenkomstig artikel 21, § 2, verwerken.
Art. 25. § 1er. Le SPF Economie coordonne et organise l'échange des données nécessaires pour l'application de la prime chauffage en concertation avec les fournisseurs visés à l'article 21, §§ 1er et 2, et l'article 22, les gestionnaires de réseaux de distribution, le Registre national et la commission.
L'octroi de la prime chauffage est automatique si les données requises sont disponibles dans le registre national.
§ 2. Le SPF Economie collecte, au plus tard le 10 avril 2022, les données suivantes:
1° auprès des fournisseurs: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 mars 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
2° auprès des gestionnaires de réseau de distribution: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 mars 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
§ 3. Le SPF Economie organise la conversion entre d'une part, le numéro du registre national et d'autre part l'identifiant unique utilisé par les fournisseurs pour identifier leurs clients résidentiels finals, et vice-versa.
§ 4. Une base de données sera créée au sein du SPF Economie contenant les données suivantes:
1° la liste des fournisseurs et les données qu'ils fournissent conformément à l'article 27;
2° les données communiquées par le Registre national conformément à l'article 28, et selon les modalités approuvées par l'autorisation accordé par le ministre ayant l'intérieur dans ses attributions, conformément l'article 5, § 1, de la loi du 8 aout 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
3° la conversion entre, d'une part, le numéro du Registre national et, d'autre part, l'identifiant unique attribué par les fournisseurs à leur client résidentiel dans les conditions prévues à l'article 25;
4° les données non personnalisées nécessaires à la gestion de la base de données;
5° la liste des clients résidentiels figurant sur la liste visée à l'article 29, § 1er, et figurant sur la liste visée à l'article 29, § 2.
§ 5. Le Service public fédéral Economie peut traiter les données à caractère personnel, fournies par le client domestique conformément à l'article 21, § 2.
L'octroi de la prime chauffage est automatique si les données requises sont disponibles dans le registre national.
§ 2. Le SPF Economie collecte, au plus tard le 10 avril 2022, les données suivantes:
1° auprès des fournisseurs: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 mars 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance;
2° auprès des gestionnaires de réseau de distribution: le nom, le prénom et l'adresse de facturation des clients résidentiels au 31 mars 2022, la date d'entrée en vigueur de leur contrat de fourniture, leur code EAN et leur adresse de raccordement pour la fourniture d'électricité et de gaz naturel ainsi que, le cas échéant, leur date de naissance.
§ 3. Le SPF Economie organise la conversion entre d'une part, le numéro du registre national et d'autre part l'identifiant unique utilisé par les fournisseurs pour identifier leurs clients résidentiels finals, et vice-versa.
§ 4. Une base de données sera créée au sein du SPF Economie contenant les données suivantes:
1° la liste des fournisseurs et les données qu'ils fournissent conformément à l'article 27;
2° les données communiquées par le Registre national conformément à l'article 28, et selon les modalités approuvées par l'autorisation accordé par le ministre ayant l'intérieur dans ses attributions, conformément l'article 5, § 1, de la loi du 8 aout 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
3° la conversion entre, d'une part, le numéro du Registre national et, d'autre part, l'identifiant unique attribué par les fournisseurs à leur client résidentiel dans les conditions prévues à l'article 25;
4° les données non personnalisées nécessaires à la gestion de la base de données;
5° la liste des clients résidentiels figurant sur la liste visée à l'article 29, § 1er, et figurant sur la liste visée à l'article 29, § 2.
§ 5. Le Service public fédéral Economie peut traiter les données à caractère personnel, fournies par le client domestique conformément à l'article 21, § 2.
Art. 26. De betrokkene heeft het recht zich kosteloos te verzetten tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens met het oog op de automatische toekenning van de verwarmingspremie, middels een gedateerde en ondertekende kennisgeving hiervan aan zijn leverancier.
De leveranciers halen de gegevens van de huishoudelijke afnemer die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonlijke gegevens door derde partijen in het kader van dit besluit, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 25.
De leveranciers halen de gegevens van de huishoudelijke afnemer die het recht hebben uitgeoefend om zich te verzetten tegen de verwerking van hun persoonlijke gegevens door derde partijen in het kader van dit besluit, uit de gegevens die moeten worden meegedeeld aan de FOD Economie, overeenkomstig artikel 25.
Art. 26. La personne concernée a le droit de s'opposer, sans frais, au traitement de ses données personnelles aux fins de l'octroi automatique de la prime chauffage, en envoyant une notification datée et signée à cet effet à son fournisseur.
Les fournisseurs extraient les données des clients résidentiels qui ont exercé leur droit d'opposition au traitement de leurs données personnelles par des tiers aux fins de la présente décision des données à notifier au Service public fédéral Economie conformément à l'article 25.
Les fournisseurs extraient les données des clients résidentiels qui ont exercé leur droit d'opposition au traitement de leurs données personnelles par des tiers aux fins de la présente décision des données à notifier au Service public fédéral Economie conformément à l'article 25.
Art. 27. § 1. Overeenkomstig artikel 25, § 2, melden de leveranciers aan de FOD Economie, uiterlijk tegen 10 april 2022, volgende gegevens van hun huishoudelijke afnemers:
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° Indien de leveranciers over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken eindafnemers werd afgesloten en nadat de betrokken eindafnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 26 bedoelde recht.
Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de verwarmingspremie, gebruikt en de leveranciers een unieke identificator met het oog op de identificatie van de eindafnemers.
§ 2. De leverancier kan de persoonsgegevens die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 29, § 2, verwerken.
§ 3. Iedere leverancier houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie.
§ 4. De leveranciers verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in paragraaf 1, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 29, § 2.
1° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
2° de GLN-code (Global Location Number);
3° de EAN-code van het aansluitingspunt;
4° de naam en voornamen;
5° het facturatieadres;
6° het leveringsadres;
7° de energiebron;
8° de begin- en einddatum van de levering;
9° Indien de leveranciers over de volgende gegevens beschikken, melden zij eveneens:
a) het identificatienummer van de sociale zekerheid;
b) de geboortedatum.
De leveranciers maken de in het eerste lid bedoelde gegevens enkel over nadat een geldige leveringsovereenkomst met de betrokken eindafnemers werd afgesloten en nadat de betrokken eindafnemers geen gebruik hebben gemaakt van het in artikel 26 bedoelde recht.
Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de toepassing van de verwarmingspremie, gebruikt en de leveranciers een unieke identificator met het oog op de identificatie van de eindafnemers.
§ 2. De leverancier kan de persoonsgegevens die verstrekt worden door de FOD Economie overeenkomstig artikel 29, § 2, verwerken.
§ 3. Iedere leverancier houdt de lijst van rechthebbenden zoals bezorgd door de FOD Economie ter beschikking van de commissie.
§ 4. De leveranciers verstrekken op verzoek van de FOD Economie de gegevens, bedoeld in paragraaf 1, met betrekking tot de niet-automatische toekenning overeenkomstig artikel 29, § 2.
Art. 27. § 1er. Conformément à l'article 25, § 2, les fournisseurs communiquent au SPF Economie, au plus tard le 10 avril 2022, les données suivantes concernant leurs clients résidentiels:
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de connexion;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° Si les fournisseurs disposent des données suivantes, ils doivent également communiquer:
a) le numéro d'identification de sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs s'engagent à ne transmettre les données visées au 1er alinéa qu'après avoir conclu un contrat de fourniture valable avec les clients finaux concernés et lorsque ceux-ci n'auront pas fait usage du droit visé à l'article 26.
Dans la mesure où cela est nécessaire pour l'application de la prime chauffage, les fournisseurs utilisent un identifiant unique pour identifier les clients finaux.
§ 2. Le fournisseur peut traiter les données personnelles fournies par le SPF Economie conformément à l'article 29, § 2.
§ 3. Chaque fournisseur tient à la disposition de la commission la liste des ayants droit fournie par le SPF Economie.
§ 4. A la demande du SPF Economie, les fournisseurs fournissent les données visées au 1er paragraphe, concernant l'attribution non automatique conformément à l'article 29, § 2.
1° l'identifiant unique du client résidentiel;
2° le code GLN (Global Location Number);
3° le code EAN du point de connexion;
4° le nom et les prénoms;
5° l'adresse de facturation;
6° l'adresse de livraison;
7° la source d'énergie;
8° la date de début et de fin de la fourniture;
9° Si les fournisseurs disposent des données suivantes, ils doivent également communiquer:
a) le numéro d'identification de sécurité sociale;
b) la date de naissance.
Les fournisseurs s'engagent à ne transmettre les données visées au 1er alinéa qu'après avoir conclu un contrat de fourniture valable avec les clients finaux concernés et lorsque ceux-ci n'auront pas fait usage du droit visé à l'article 26.
Dans la mesure où cela est nécessaire pour l'application de la prime chauffage, les fournisseurs utilisent un identifiant unique pour identifier les clients finaux.
§ 2. Le fournisseur peut traiter les données personnelles fournies par le SPF Economie conformément à l'article 29, § 2.
§ 3. Chaque fournisseur tient à la disposition de la commission la liste des ayants droit fournie par le SPF Economie.
§ 4. A la demande du SPF Economie, les fournisseurs fournissent les données visées au 1er paragraphe, concernant l'attribution non automatique conformément à l'article 29, § 2.
Art. 28. § 1. De FOD Economie kan het Rijksregister raadplegen overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld of vast te stellen door de machtiging verleend door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de opdracht van de FOD Economie bedoelt in artikel 25, heeft de FOD Economie het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Minister- raad, kan de Koning de nadere regels voor de raadpleging van andere authentieke informatieverwerkingssystemen vastleggen. De mededeling en de koppeling van gegevens van deze systemen is in ieder geval slechts toelaatbaar indien dit verenigbaar is met de oorspronkelijke doelstellingen van de oprichting van deze systemen.
§ 2. Het Rijksregister geeft de volgende gegevens door, overeenkomstig de modaliteiten goedgekeurd door de machtiging van de minister bevoegd voor binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen:
1° naam en voornamen;
2° hoofdverblijfplaats;
3° geslacht;
4° geboortedatum;
5° overlijdensdatum;
6° samenstelling van het gezin;
7° identificatienummer;
8° datum van de laatste bijwerking.
Voor zover dit noodzakelijk blijkt voor de opdracht van de FOD Economie bedoelt in artikel 25, heeft de FOD Economie het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Minister- raad, kan de Koning de nadere regels voor de raadpleging van andere authentieke informatieverwerkingssystemen vastleggen. De mededeling en de koppeling van gegevens van deze systemen is in ieder geval slechts toelaatbaar indien dit verenigbaar is met de oorspronkelijke doelstellingen van de oprichting van deze systemen.
§ 2. Het Rijksregister geeft de volgende gegevens door, overeenkomstig de modaliteiten goedgekeurd door de machtiging van de minister bevoegd voor binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen:
1° naam en voornamen;
2° hoofdverblijfplaats;
3° geslacht;
4° geboortedatum;
5° overlijdensdatum;
6° samenstelling van het gezin;
7° identificatienummer;
8° datum van de laatste bijwerking.
Art. 28. § 1er. Le SPF Economie peut consulter le Registre national selon les modalités déterminées ou à déterminer par l'autorisation accordé par le ministre ayant l'intérieur dans ses attributions conformément l'article 5, § 1er, de la loi du 8 aout 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
Dans la mesure où cela s'avère nécessaire pour la mission du SPF Economie visée à l'article 25, le SPF Economie a le droit d'utiliser le numéro d'identification du Registre national.
Par arrêté pris après délibération en Conseil des ministres, le Roi peut préciser les modalités de consultation d'autres systèmes authentiques de traitement de l'information. En tout état de cause, la communication et l'interconnexion des données de ces systèmes ne sont autorisées que si elles sont compatibles avec les objectifs initiaux de la création de ces systèmes.
§ 2. Le Registre national transmet les données suivantes, selon les modalités approuvées par l'autorisation accordé par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions conformément l'article 5, § 1er de la loi du 8 aout 1983 organisant un registre national des personnes physiques:
1° nom et prénoms;
2° la résidence principale;
3° genre;
4° la date de naissance;
5° la date du décès;
6° composition familiale;
7° numéro d'identification;
8° date de la dernière mise à jour.
Dans la mesure où cela s'avère nécessaire pour la mission du SPF Economie visée à l'article 25, le SPF Economie a le droit d'utiliser le numéro d'identification du Registre national.
Par arrêté pris après délibération en Conseil des ministres, le Roi peut préciser les modalités de consultation d'autres systèmes authentiques de traitement de l'information. En tout état de cause, la communication et l'interconnexion des données de ces systèmes ne sont autorisées que si elles sont compatibles avec les objectifs initiaux de la création de ces systèmes.
§ 2. Le Registre national transmet les données suivantes, selon les modalités approuvées par l'autorisation accordé par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions conformément l'article 5, § 1er de la loi du 8 aout 1983 organisant un registre national des personnes physiques:
1° nom et prénoms;
2° la résidence principale;
3° genre;
4° la date de naissance;
5° la date du décès;
6° composition familiale;
7° numéro d'identification;
8° date de la dernière mise à jour.
Art. 29. § 1. De FOD Economie deelt aan de leveranciers verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 20 de lijst mee van de rechthebbenden, waarvan de leverancier overeenkomstig artikel 27, § 1, de gegevens heeft meegedeeld, en bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de verwarmingspremie.
§ 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 16/3 een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 21, § 2, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de verwarmingspremie en bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de verwarmingspremie;
6° het bankrekeningnummer voor overschrijving.
§ 3. De lijsten bedoeld in het paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor de terugbetaling bedoeld in artikel 24, § 2.
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de verwarmingspremie.
§ 2. De FOD Economie deelt aan de leveranciers verantwoordelijk voor de uitbetaling krachtens artikel 16/3 een lijst mee van de huishoudelijke afnemers die overeenkomstig artikel 21, § 2, een schriftelijke of elektronische aanvraag hebben ingediend en die als rechthebbende in aanmerking komen voor de verwarmingspremie en bevat volgende gegevens:
1° de naam;
2° de EAN-code van de huishoudelijk afnemer;
3° de unieke identificator van de huishoudelijk afnemer;
4° de GLN-code (Global Location Number);
5° het toekennen of niet toekennen van de verwarmingspremie;
6° het bankrekeningnummer voor overschrijving.
§ 3. De lijsten bedoeld in het paragrafen 1 en 2 gelden als bewijs van ontvankelijkheid voor de terugbetaling bedoeld in artikel 24, § 2.
Art. 29. § 1er. Le SPF Economie communique aux fournisseurs responsable du paiement, en vertu de l'article 20, la liste des ayants droit dont les coordonnées ont été communiquées par le fournisseur conformément à l'article 27, § 1er, et comprend les éléments suivants:
1° le nom;
2° le code EAN du client du ménage;
3° l'identifiant unique du client du ménage;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'octroi ou non de la prime de chauffage.
§ 2. Le SPF Economie communique aux fournisseurs la liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique, conformément à l'article 21, § 2, et qui ont droit à la prime de chauffage, en y incluant les informations suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client du ménage;
3° l'identifiant unique du client du ménage;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'octroi ou non de la prime chauffage;
6° le numéro de compte en banque pour virement.
§ 3. Les listes visées aux paragraphes 1 et 2 constituent la preuve du droit à la restitution visée à l'article 24, paragraphe 2.
1° le nom;
2° le code EAN du client du ménage;
3° l'identifiant unique du client du ménage;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'octroi ou non de la prime de chauffage.
§ 2. Le SPF Economie communique aux fournisseurs la liste des clients résidentiels qui ont introduit une demande écrite ou électronique, conformément à l'article 21, § 2, et qui ont droit à la prime de chauffage, en y incluant les informations suivantes:
1° le nom;
2° le code EAN du client du ménage;
3° l'identifiant unique du client du ménage;
4° le code GLN (Global Location Number);
5° l'octroi ou non de la prime chauffage;
6° le numéro de compte en banque pour virement.
§ 3. Les listes visées aux paragraphes 1 et 2 constituent la preuve du droit à la restitution visée à l'article 24, paragraphe 2.
Art. 30. § 1. De FOD Economie kan de gegevens van de rechthebbende bedoeld in dit hoofdstuk verwerken, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de coördinatie zoals bedoeld in artikel 25.
De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister.
De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens dit hoofdstuk.
§ 2. De leverancier bedoeld in artikel 20 en artikel 22 kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling van de verwarmingspremie aan de rechthebbende.
De leveranciers kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 29, § 1, en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De leverancier is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens dit hoofdstuk.
§ 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de verwarmingspremie aan de leveranciers.
De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken.
De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
De FOD Economie behoudt de gegevens gedurende twee jaren vanaf hun mededeling door de leveranciers, distributienetbeheerders en het Rijksregister.
De FOD Economie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens dit hoofdstuk.
§ 2. De leverancier bedoeld in artikel 20 en artikel 22 kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling van de verwarmingspremie aan de rechthebbende.
De leveranciers kunnen het door de FOD Economie of de rechthebbende overgemaakte bestand, zoals bedoeld in artikel 29, § 1, en 2, slechts voor een periode van één jaar bewaren, behalve indien noodzakelijk voor het voldoen van andere wettelijke en reglementaire bepalingen dan deze voorzien voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De leverancier is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens dit hoofdstuk.
§ 3. De commissie kan de gegevens van de rechthebbenden bedoeld in dit hoofdstuk, inclusief persoonsgegevens in de zin van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, verwerken, in de mate dat de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de betaling en de controle van de verwarmingspremie aan de leveranciers.
De commissie houdt de gegevens bedoeld in het eerste lid niet langer bij dan noodzakelijk voor het uitoefenen van haar taken.
De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de gegevens waarover zij beschikt of die haar ter beschikking worden gesteld krachtens het eerste lid.
Art. 30. § 1er. Le SPF Economie peut traiter les données de l'ayant droit visées au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des missions de coordination visées à l'article 25.
Le SPF Economie conserve les données pendant deux ans à partir du moment où elles sont communiquées par les fournisseurs, les gestionnaires de réseau de distribution et le Registre national.
Le Service public fédéral Economie est le responsable du traitement en ce qui concerne la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent chapitre.
§ 2. Le fournisseur visé à l'article 20 et à l'article 22 peut traiter les données des ayants droit visées au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement de la prime de chauffage à l'ayant droit.
Les fournisseurs ne peuvent conserver le dossier introduit par le SPF Economie ou l'ayant droit, tel que visé à l'article 29, § 1er, et 2, que pendant une période d'un an, sauf si cela est nécessaire pour le respect de dispositions légales et réglementaires autres que celles régissant la protection de la vie privée.
Le fournisseur est le responsable du traitement des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent chapitre.
§ 3. La commission peut traiter les données des ayants droit visées au présent chapitre, y compris les données personnelles au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et à la vérification de la prime chauffage aux fournisseurs.
La commission conserve les données visées au premier alinéa, pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire à l'accomplissement de ses missions.
La commission est le responsable du traitement des données qu'elle détient ou qui lui sont communiquées en vertu du paragraphe 1er.
Le SPF Economie conserve les données pendant deux ans à partir du moment où elles sont communiquées par les fournisseurs, les gestionnaires de réseau de distribution et le Registre national.
Le Service public fédéral Economie est le responsable du traitement en ce qui concerne la gestion des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent chapitre.
§ 2. Le fournisseur visé à l'article 20 et à l'article 22 peut traiter les données des ayants droit visées au présent chapitre, y compris les données à caractère personnel au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement de la prime de chauffage à l'ayant droit.
Les fournisseurs ne peuvent conserver le dossier introduit par le SPF Economie ou l'ayant droit, tel que visé à l'article 29, § 1er, et 2, que pendant une période d'un an, sauf si cela est nécessaire pour le respect de dispositions légales et réglementaires autres que celles régissant la protection de la vie privée.
Le fournisseur est le responsable du traitement des données en sa possession ou mises à sa disposition en vertu du présent chapitre.
§ 3. La commission peut traiter les données des ayants droit visées au présent chapitre, y compris les données personnelles au sens de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, dans la mesure où le traitement de ces données est nécessaire à l'exécution des tâches relatives au paiement et à la vérification de la prime chauffage aux fournisseurs.
La commission conserve les données visées au premier alinéa, pendant une durée n'excédant pas celle nécessaire à l'accomplissement de ses missions.
La commission est le responsable du traitement des données qu'elle détient ou qui lui sont communiquées en vertu du paragraphe 1er.
Afdeling 6. - Toezicht
Section 6. - Surveillance
Art. 31. De commissie ziet toe op de toepassing van dit hoofdstuk, overeenkomstig artikel 26 en artikel 31 van de wet van 29 april 1999.
Art. 31. La commission surveille l'application du présent chapitre, conformément à l'article 26 et à l'article 31 de la loi du 29 avril 1999.
HOOFDSTUK 6. - Verlenging van de uitbreiding van de maximumprijzen voor de beschermde residentiële afnemers tot personen met een recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming
CHAPITRE 6. - Prolongation de l'extension des prix maximaux pour les clients protégés résidentiels aux bénéficiaires de l'intervention majorée
Art. 32. In artikel 10, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 januari 2021 tot aanvulling van de lijst beschermde residentiële afnemers bedoeld in artikel 15/10, § 2/2, eerste lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, en in artikel 20, § 2/1, eerste lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de aardgasondernemingen en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, en het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot vaststelling van de regels voor het bepalen van de kosten van de toepassing van de sociale tarieven door de elektriciteitsbedrijven en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2021, worden de woorden "1 april 2022" vervangen door de woorden "1 juli 2022."
Art. 32. Dans l'article 10, alinéa 2, de l'arrêté royal du 28 janvier 2021 complétant la liste des clients protégés résidentiels, visée à l'article 15/10, § 2/2, alinéa 1er, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, et à l'article 20, § 2/1, alinéa 1er, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, et portant modification de l'arrêté royal du 29 mars 2012 fixant les règles de détermination du coût de l'application des tarifs sociaux par les entreprises de gaz naturel et les règles d'intervention pour leur prise en charge, ainsi que de l'arrêté royal du 29 mars 2012 fixant les règles de détermination du coût de l'application des tarifs sociaux par les entreprises d'électricité et les règles d'intervention pour leur prise en charge, modifié par la loi-programme du 27 décembre 2021, les mots "1er avril 2022" sont remplacés par les mots "1er juillet 2022."
Art. 33. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen die vastgesteld zijn in artikel 32.
Art. 33. Par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le Roi peut modifier, remplacer ou supprimer les règles fixées par l'article 32.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de programmawet van 27 april 2007
CHAPITRE 7. - Modifications de la loi programme du 27 avril 2007
Art. 34. In artikel 3 van de programmawet van 27 april 2007, ingevoegd bij de wet van 15 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 11° wordt aangevuld met de volgende woorden: "en de maatregel inzake eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering zoals bedoeld in "hoofdstuk 4 Sociale tarieven" van de wet van ... houdende diverse bepalingen inzake energie.";
2° een nieuwe bepaling onder 12° wordt ingevoegd, luidende:
"12° "maximumprijzen voor de levering van warmte": de maximumprijzen zoals bedoeld in artikel 15/10, § 2/1 van de wet van 12 april 1965 en in artikel 20, § 1/1 van de wet van 29 april 1999, voor de levering van warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand aan beschermde residentiële afnemers."
1° de bepaling onder 11° wordt aangevuld met de volgende woorden: "en de maatregel inzake eenmalige forfaitaire uitfaseringsvermindering zoals bedoeld in "hoofdstuk 4 Sociale tarieven" van de wet van ... houdende diverse bepalingen inzake energie.";
2° een nieuwe bepaling onder 12° wordt ingevoegd, luidende:
"12° "maximumprijzen voor de levering van warmte": de maximumprijzen zoals bedoeld in artikel 15/10, § 2/1 van de wet van 12 april 1965 en in artikel 20, § 1/1 van de wet van 29 april 1999, voor de levering van warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand aan beschermde residentiële afnemers."
Art. 34. Dans l'article 3 de la loi programme du 27 avril 2007, inséré par la loi du 15 décembre 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° le 11° est complété par les mots: "et la mesure concernant une réduction de suppression progressive forfaitaire unique telle que définie au "chapitre 4 Tarifs sociaux" de la loi du ...... portant des dispositions diverses en matière d'énergie.";
2° Un nouveau 12° est inséré, rédigé comme suit:
"12° "prix maximaux pour la fourniture de chaleur": les prix maximaux visées à l'article 15/10, § 2/1 de la loi du 12 avril 1965 et à l'article 20, § 1/1 de la loi du 29 avril 1999 pour la fourniture de chaleur au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance à des clients protégés résidentiels;".
1° le 11° est complété par les mots: "et la mesure concernant une réduction de suppression progressive forfaitaire unique telle que définie au "chapitre 4 Tarifs sociaux" de la loi du ...... portant des dispositions diverses en matière d'énergie.";
2° Un nouveau 12° est inséré, rédigé comme suit:
"12° "prix maximaux pour la fourniture de chaleur": les prix maximaux visées à l'article 15/10, § 2/1 de la loi du 12 avril 1965 et à l'article 20, § 1/1 de la loi du 29 avril 1999 pour la fourniture de chaleur au moyen de réseaux de distribution de chaleur à distance à des clients protégés résidentiels;".
Art. 35. In de artikelen 5, 6,7, 8, 9, 10 en 11 van dezelfde wet, wordt het woord ", warmte" ingevoegd tussen de woorden "voor de levering van elektriciteit" en de woorden "en aardgas".
Art. 35. Dans les articles 5,6, 7, 8, 9,10 et 11 de la même loi, les mots ",de chaleur" sont insérés entre les mots "pour la fourniture d'électricité" et les mots "et de gaz naturel".
Art. 36. In de artikelen 7 en 11, van dezelfde wet, worden in de Nederlandse tekst wordt het woord", warmte" ingevoegd tussen de woorden "de levering van aardgas" en de woorden "en elektriciteit".
Art. 36. Dans les articles 7 et 11, de la même loi, dans la texte néerlandais les mot ", warmte" est inséré entre les mots "de levering van aardgas" et les mots "en elektriciteit".
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
CHAPITRE 8. - Disposition finale
Art. 37. De artikelen 32 en 33 van deze wet treden in werking op 31 maart 2022.
De artikelen 3, 2°, en 9, 2°, van deze wet, treden in werking op 1 juli 2022.
De artikelen 3, 2°, en 9, 2°, van deze wet, treden in werking op 1 juli 2022.
Art. 37. Les articles 32 et 33 de cette loi entrent en vigueur le 31 mars 2022.
Les articles 3, 2°, et 9, 2°, de cette loi, entrent en vigueur le 1er juillet 2022.
Les articles 3, 2°, et 9, 2°, de cette loi, entrent en vigueur le 1er juillet 2022.