Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 NOVEMBER 2022. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
Titre
9 NOVEMBRE 2022. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services et l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation des titres-services
Dokumentinformationen
Numac: 2022034094
Datum: 2022-11-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022034094
Date: 2022-11-09
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services
Artikel 1. In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 10°, worden de woorden "van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst" vervangen door de woorden "van de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek";
  2° in 12°, worden de woorden "het besluit van de Waalse Regering van 8 oktober 2009 betreffende de overdrachten van bevoegdheden aan de statutaire personeelsleden van de Waalse Overheidsdienst" vervangen door de woorden "Besluit van de Waalse Regering betreffende de overdrachten van bevoegdheden in de Waalse Overheidsdienst";
  3° in 23°, worden de woorden "van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst" vervangen door de woorden "van de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek".
Article 1er. A l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 10°, les mots " de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie " sont remplacés par les mots " du Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche " ;
  2° au 12°, les mots " l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 octobre 2009 relatif aux délégations de pouvoir aux agents statutaires du Service public de Wallonie " sont remplacés par les mots " l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 mai 2019 relatif aux délégations de pouvoirs au Service public de Wallonie " ;
  3° au 23°, les mots " de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie " sont remplacés par les mots " du Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche ".
Art. 2. Artikel 2bis/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2bis/1. § 1. Voor de toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, k., van de wet wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van de onderneming berekend op basis van het gemiddelde van elk kwartaal van het jaar waarin de werknemer is tewerkgesteld.
  De hoogste wekelijkse arbeidstijd in elk betrokken kwartaal wordt in aanmerking genomen.
  § 1. De contractuele arbeidsduur omvat de perioden van opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor dienstencheques en niet de overuren of de uren die zijn gewerkt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur die is gesloten om het aantal te werken uren uit hoofde van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur en deeltijds te wijzigen.
  Voor de toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, k., van de wet worden werknemers van wie de arbeidsovereenkomst gedurende ten minste 100 kalenderdagen is geschorst wegens arbeidsongeschiktheid tijdens het jaar, niet in aanmerking genomen.
  § 3 Teneinde de toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, k. van de wet te kunnen controleren, zendt de betrokken erkende onderneming jaarlijks in de maand februari aan de Administratie een opgave van de gemiddelde arbeidsduur bedoeld in § 1 voor elk van de kwartalen van het voorgaande jaar. Deze opgave bevat de lijst van de werknemers die met een arbeidsovereenkomst voor dienstencheques zijn tewerkgesteld met hun naam, voornaam en identificatienummer in het Rijksregister bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen of, bij ontstentenis daarvan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, zoals bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, alsmede het aantal in aanmerking komende uren, in de zin van § 2, dat elk kwartaal is gepresteerd.
  Indien de erkende onderneming gebruik maakt van een erkend sociaal secretariaat, certificeert dit de in lid 1 bedoelde opgave.
  De administratie bewaart de in lid 1 bedoelde gegevens niet langer dan nodig is voor controledoeleinden, met inbegrip van het beheer van eventuele daarmee verband houdende geschillen, met een maximale bewaringstermijn die niet langer mag zijn dan 31 december van het jaar waarin de verjaringstermijn van de acties en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle daarmee verband houdende bedragen, alsmede de definitieve beëindiging van de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures en beroepen, hebben plaatsgevonden.".
Art. 2. L'article 2bis/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2bis/1. § 1er. Pour l'application de l'article 2, § 2, alinéa 1er, k., de la loi, le temps de travail hebdomadaire moyen de l'entreprise est calculé sur base de la moyenne de chaque trimestre de l'année pendant lequel le travailleur est occupé.
  Il est tenu compte du temps de travail hebdomadaire le plus élevé au cours de chaque trimestre concerné.
  § 2. La durée de travail conventionnelle comprend les périodes de suspension de l'exécution du contrat de travail titres-services et ne comprend pas les heures complémentaires ni les heures effectuées en application d'un contrat de travail à durée déterminée conclu aux fins de modifier le nombre d'heures à prester dans le cadre d'un contrat de travail à durée indéterminée et à temps partiel.
  Pour l'application de l'article 2, § 2, alinéa 1er, k., de la loi, les travailleurs pour lesquels l'exécution du contrat de travail est suspendue pendant au moins cent jours calendriers en raison d'une incapacité de travail de l'année ne sont pas pris en compte.
  § 3. Afin de permettre le contrôle de l'application de l'article 2, § 2, alinéa 1er, k., de la loi, chaque année, au cours du mois de février, l'entreprise agréée concernée envoie à l'Administration un relevé de la moyenne de la durée de travail visée au § 1er pour chacun des trimestres de l'année précédente. Ce relevé comprend la liste des travailleurs engagés sous contrat de travail titres-services reprenant leur nom, prénom et numéro d'identification du Registre nationale visé par l'article 2, § 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques ou, à défaut, au numéro d'identification de la Banque carrefour de la sécurité sociale, tel que visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ainsi que le nombre d'heures valorisables, au sens du § 2 prestées par chaque trimestre.
  Si l'entreprise agréée a recours à un secrétariat social agréé, celui-ci certifie le relevé visé à l'alinéa 1er.
  L'Administration ne conserve pas les données visées à l'alinéa 1er plus longtemps que nécessaire au regard de l'objectif de contrôle, en ce compris la gestion des éventuels contentieux y relatifs, avec une durée maximale de conservation ne pouvant excéder le 31 décembre de l'année au cours de laquelle sont intervenus la prescription des actions et, le cas échéant, le paiement intégral de tous les montants y liés, ainsi que la cessation définitive des procédures et des recours administratifs et judiciaires y liés. ".
Art. 3. Artikel 2bis/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2bis/2. § 1. De erkende onderneming biedt negen uur opleiding per jaar aan elke voltijds equivalente werknemer in dienst met een arbeidsovereenkomst dienstencheques en die werkzaam is in een vestigingseenheid in het Waals Gewest.
  In afwijking van lid 1 wordt, wanneer de werknemer geen 38-urige werkweek heeft, het minimumaantal uren opleiding voor een deeltijds werkende werknemer berekend naar evenredigheid van zijn deeltijdse arbeid. Wanneer het resultaat een decimaal heeft, wordt afgerond op het volgende hele uur. Het resultaat mag niet minder dan vier uur opleiding zijn.
  Wanneer het werkregime in de loop van het jaar verandert, wordt het minimumaantal opleidingsuren berekend met inachtneming van het hoogste werkregime.
  § 2. Om in aanmerking te komen moet de opleiding aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoen:
  1° worden goedgekeurd in het kader van het opleidingsfonds dienstencheques;
  2° worden ondersteund door een sectoraal opleidingsfonds;
  3° worden betaald door middel van opleidingscheques;
  4° worden ondersteund in het kader van het aanpassingskrediet;
  5° recht geven op betaald educatief verlof.
  § 3 Het opleidingsuur wordt geacht te zijn aangeboden wanneer een geval van overmacht, dat niet te wijten is aan de schuld van de erkende onderneming, de werknemer verhindert deel te nemen aan een opleiding die eerder door de onderneming voor hem werd georganiseerd.
  De afwezigheid van de werknemer bij de opleiding wegens arbeidsongeschiktheid of verlof om dwingende redenen kan als overmacht worden beschouwd.
  De negen opleidingsuren worden geacht te zijn aangeboden wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer gedurende meer dan 100 kalenderdagen in het jaar wordt opgeschort.
  § 4 In afwijking van § 1, eerste lid, wordt de werknemer niet in aanmerking genomen indien hij in het laatste kwartaal van het jaar op basis van een arbeidsovereenkomst voor dienstencheques wordt tewerkgesteld.
  § 5. De erkende onderneming organiseert de registratie van de aangeboden opleidingen voor elke werknemer die met een arbeidsovereenkomst voor dienstencheques in dienst is genomen, zodanig dat precies kan worden nagegaan hoeveel uren opleiding zijn gegeven en welk soort opleiding. De bewijsstukken zijn bij dit document gevoegd.
  Deze gegevens worden bewaard in de eenheid van de vestiging waar de werknemer werkzaam is.
  Het erkende bedrijf bewaart de opleidingsgegevens 10 jaar lang. Aan het einde van deze periode wordt de opname vernietigd.".
Art. 3. L'article 2bis/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2bis/2. § 1er. Chaque année, l'entreprise agréée offre neuf heures de formation à chaque travailleur engagé dans le cadre d'un contrat de travail titres-services et occupé dans une unité d'établissement située en Région wallonne.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque le travailleur n'est pas engagé dans un régime de 38 heures de temps de travail hebdomadaire, le minimum d'heures de formation du travailleur engagé à temps partiel est calculé au prorata du régime à temps partiel de ce travailleur. Lorsque le résultat comporte une décimale, l'arrondi se fait à l'heure complète supérieure. Le résultat ne peut pas être inférieur à quatre heures de formation.
  Lorsque le régime de travail évolue au cours de l'année, le nombre d'heures de formation minimum est calculé en tenant compte du régime de travail le plus haut.
  § 2. Pour être prise en compte, la formation remplit au moins une des conditions suivantes :
  1° être approuvée dans le cadre du Fonds de formation des titres-services ;
  2° être supportée par un fonds sectoriel de formation ;
  3° être rétribuée par le biais de chèques-formation ;
  4° être supportée dans le cadre du crédit-adaptation ;
  5° donner droit au congé-éducation payé.
  § 3. L'heure de formation est réputée offerte lorsqu'un cas de force majeure, qui n'est pas dû à la faute de l'entreprise agréée, empêche le travailleur de participer à une formation préalablement organisée pour lui par l'entreprise.
  Peut être considéré comme cas de force majeure l'absence du travailleur à la formation due à une incapacité de travail ou à un congé pour raisons impérieuses.
  Les neuf heures de formation sont réputées offertes lorsque l'exécution du contrat de travail du travailleur est suspendue pour une durée supérieure à cent jours calendrier sur l'année.
  § 4. Par dérogation au § 1er, alinéa 1er, lorsque le travailleur est engagé dans le cadre d'un contrat de travail titres-services au cours du dernier trimestre de l'année, le travailleur n'est pas pris en compte.
  § 5. L'entreprise agréée organise l'enregistrement des formations offertes pour chaque travailleur engagé dans le cadre d'un contrat de travail titres-services de manière telle que l'on puisse vérifier exactement, pour chaque travailleur, le nombre d'heures de formation dispensées et le type de formation. Les pièces justificatives sont annexées à ce document.
  Ce relevé est conservé dans l'unité d'établissement dans laquelle le travailleur est occupé.
  L'entreprise agréée conserve l'enregistrement des formations pendant 10 ans. A l'issue de ce délai, elle détruit l'enregistrement. ".
Art. 4. In artikel 2quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2014 en laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 worden de woorden "die tijdens hun deeltijdse tewerkstelling een werkloosheidsuitkering, een leefloon of financiële sociale hulp genieten" vervangen door "die als werkzoekende zijn ingeschreven bij een bevoegde openbare dienst voor arbeidsbemiddeling in België";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling een werkloosheidsuitkering, een leefloon of financiële sociale hulp geniet" telkens vervangen door "die als werkzoekende is ingeschreven bij een bevoegde openbare dienst voor arbeidsbemiddeling in België";
  3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven ;
  4° in paragraaf 4, eerste lid, 6°, worden de woorden "het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs" vervangen door de woorden "het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling (Franse afkorting "APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, 9°, worden de woorden "artikel 1, derde lid" vervangen door de woorden "artikel 1, vijfde lid";
  6° in paragraaf 4 wordt lid 1 aangevuld met een punt 21°, luidend als volgt:
  "21° de onderneming verbindt zich ertoe niet toe te staan dat diensten betaald door middel van dienstencheques worden verricht door werknemers van wie de tewerkstelling niet vooraf is aangegeven bij de RSZ, overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels " ;
  3° in paragraaf 4 wordt een nieuw lid ingevoegd, tussen het derde en het vierde lid, luidend als volgt:
  "Bij gebreke van een inschrijving als bedoeld in het eerste lid, 15°, is de dienstencheque die tijdens de inbreukperiode is afgegeven en waarvoor de inschrijving onvolledig, onjuist of niet-bestaand is, onverschuldigd.".
Art. 4. A l'article 2quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 3, les termes " qui pendant leur occupation à temps partiel bénéficient d'une allocation de chômage, du revenu d'intégration ou de l'aide sociale financière " sont remplacés par " inscrits comme chercheurs d'emploi auprès d'un service public de l'emploi compétent en Belgique " ;
  2° au paragraphe 3, les termes " qui pendant son occupation à temps partiel bénéficie d'une allocation de chômage, du revenu d'intégration ou de l'aide sociale financière " sont à chaque fois remplacés par " inscrit comme chercheur d'emploi auprès d'un service public de l'emploi compétent en Belgique " ;
  3° au paragraphe 3, l'alinéa 2 est supprimé ;
  4° au paragraphe 4, alinéa 1er, 6°, les mots " du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement " sont remplacés par les mots " du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins sociétaux prioritaires " ;
  5° au paragraphe 4, alinéa 1er, 9°, les mots " l'article 1er, alinéa 3 " sont remplacés par les mots " l'article 1er, alinéa 5 " ;
  6° au paragraphe 4, l'alinéa 1er est complété par le point 21° rédigé comme suit :
  " 21° l'entreprise s'engage à ne pas laisser s'effectuer des prestations payées au moyen de titres-services par des travailleurs pour lesquels l'emploi n'a pas été déclaré préalablement à l'ONSS, conformément à l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions. " ;
  7° au paragraphe 4, un nouvel alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 3 et 4 :
  " A défaut d'enregistrement tel que visé à l'aliéna 1er, 15°, le titre-service remis pendant la période infractionnelle pour laquelle l'enregistrement est incomplet, erroné ou inexistant est indu. ".
Art. 5. Artikel 2sexies, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004 en laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2016, wordt aangevuld met een 8° dat als volgt luidt: "8° een model van het contract met de gebruiker".
Art. 5. L'article 2sexies, § 1er, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 1er décembre 2016, est complété par un 8° rédigé comme suit : " 8° un modèle du contrat avec l'utilisateur. ".
Art. 6. In artikel 6bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2009, wordt de zin "Het bezit van gebruikersidentificatiecodes door het erkende bedrijf wordt beschouwd als vertegenwoordiging" ingevoegd tussen de zin die eindigt met "mag de onderneming de gebruiker niet vertegenwoordigen" en de zin die begint met "De onderneming mag evenmin".
Art. 6. A l'article 6bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 12 juillet 2007 et modifié par l'arrêté royal du 17 juillet 2009, la phrase " La détention par l'entreprise agréée des codes d'identification de l'utilisateur est assimilée à de la représentation. " est insérée entre la phrase finissant par " ne peut représenter l'utilisateur. " et la phrase commençant par " L'entreprise ne peut ".
Art. 7. In artikel 10bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 2012 en laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  6° in paragraaf 1, in het vijfde lid, worden de woorden "het Secretariaat" vervangen door de woorden "de Administratie";
  2° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  " § 3/1. Indien het erkende bedrijf achterstallige betalingen heeft van door de administratie gevorderde bedragen, achterstallige bijdragen die door een bureau voor de inning van socialezekerheidsbijdragen moeten worden geïnd of achterstallige belastingen, geeft de Administratie het bedrijf dat de dienstencheques afgeeft opdracht vijf euro minder te betalen dan de interventie die aan het bedrijf wordt doorgegeven voor terugbetaling.
  Indien de erkende onderneming één maand na de kennisgeving van de in lid 1 bedoelde beslissing nog steeds achterstallige bedragen verschuldigd is, verbiedt de administratie de onderneming de interventie en de aankoopprijs van de dienstencheque te betalen voor de dienstencheques die ter terugbetaling aan de onderneming van afgifte zijn toegezonden.
  De uitgevende vennootschap betaalt het in lid 1 of 2 bedoelde bedrag binnen de in § 2, tweede lid, bedoelde termijn. Dit bedrag levert het erkende bedrijf geen rente op;
  3° in de paragraaf 4 worden de woorden "in de paragrafen 2 en 3" telkens vervangen door de woorden "in de paragrafen 2 tot 3/1";
  4° in paragraaf 5, in het eerste lid:
  a) wordt de zin "kan de Waalse Overheidsdienst de tegemoetkoming en het bedrag van de aanschafprijs van de dienstencheque geheel terugvorderen" vervangen door de zin "vordert de Waalse Overheidsdienst de tegemoetkoming en het bedrag van de aanschafprijs van de dienstencheque geheel terug";
  b) de woorden "indien deze ten onrechte werd toegekend" worden opgeheven;
  5° in paragraaf 5 wordt een nieuw lid ingevoegd, tussen het eerste en het tweede lid, luidend als volgt:
  "2. Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt berekend op basis van de door de uitgevende onderneming verstrekte beveiligde gegevens.".
  6° paragraaf 5/1 wordt opgeheven ;
  7° in paragraaf 7 worden de woorden "of, in voorkomend geval, de Administratie" ingevoegd tussen de woorden "De Forem" en "stuurt".
Art. 7. A l'article 10bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 14 décembre 2012 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, à l'alinéa 5, les mots " le Secrétariat " sont remplacés par les mots " L'Administration " ;
  2° il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit :
  " § 3/1. Si l'entreprise agréée est redevable d'arriérés de paiement de montants réclamés par l'Administration, d'arriérés de cotisations à percevoir par un organisme de recouvrement des cotisations de sécurité sociale ou d'arriérés d'impôts, l'Administration charge la société émettrice de payer cinq euros de moins de l'intervention à l'entreprise pour les titres-services qui sont transmis à la société émettrice aux fins de remboursement.
  Si, un mois après la notification de la décision visée à l'aliéna 1er, l'entreprise agréée reste redevable d'arriérés, l'Administration interdit à la société émettrice de payer à l'entreprise l'intervention et le prix d'acquisition du titre-service pour les titres-services transmis à la société émettrice aux fins de remboursement.
  La société émettrice verse le montant visé à l'alinéa 1er ou 2 dans le délai visé au § 2, alinéa 2. Ce montant ne rapporte pas d'intérêt pour l'entreprise agréée. " ;
  3° dans le paragraphe 4, les mots " au paragraphes 2 et 3 " sont à chaque fois remplacés par les mots " aux paragraphes 2 à 3/1 " ;
  4° dans le paragraphe 5, à l'alinéa 1er :
  a) les mots " peut récupérer " sont remplacés par le mot " récupère " ;
  b) les mots " , si ceux-ci ont été indûment accordés " sont abrogés ;
  5° dans le paragraphe 5, un nouvel alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 1er et 2 :
  " Le montant visé à l'alinéa 1er est calculé sur base des données sécurisées remises par la société émettrice. " ;
  6° le paragraphe 5/1 est abrogé ;
  7° dans le paragraphe 7, les mots " ou, le cas échéant, l'Administration " sont insérés entre les mots " Le Forem " et " envoie ".
Art. 8. In artikel 10bis/2, ingevoegd bij het besluit van de Waalse regering van 4 april 2019, worden in lid 3 de woorden "de functionele directie" vervangen door de woorden "de Administratie".
Art. 8. A l'article 10bis/2, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 avril 2019, à l'alinéa 3, les mots " la direction fonctionnelle " sont remplacés par les mots " l'Administration ".
Art. 9. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit worden een nieuw artikel 11/1 ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 11/1. § 1. De Minister bevoegd voor Werk kan besluiten een gebruiker die een van de in artikel 3bis, eerste lid, van de wet bedoelde handelingen heeft verricht, te verbieden.
  § 2. De administratie brengt de gebruiker die ervan verdacht wordt een van de in artikel 3bis, eerste lid, van de wet bedoelde feiten te hebben gepleegd, op de hoogte van de feiten waarvan hij wordt beschuldigd en van de risico's waaraan hij is blootgesteld. Zij verleent hem een termijn van ten minste een maand vanaf de datum van kennisgeving om kennis te nemen van het dossier en zijn opmerkingen schriftelijk kenbaar te maken.
  § 3. De Administratie brengt de Minister bevoegd voor tewerkstelling op de hoogte dat een gebruiker een van de feiten bedoeld in artikel 3bis, eerste lid, van de wet heeft gepleegd en deelt hem een kennisgeving mee.
  Binnen twee maanden na deze informatie beslist de Minister bevoegd voor Werk.
  § 4. De Administratie stelt de gebruiker in kennis van de beslissing van de Minister bevoegd voor Werk.
  Wanneer de beslissing betrekking heeft op een van de feiten bedoeld in artikel 3bis, eerste lid, 2° tot 4° van de wet, zal de Administratie een afschrift van de beslissing aan de betrokken werknemer meedelen indien deze daarom heeft verzocht.
  Wanneer de Minister bevoegd voor Werk een besluit neemt over een verbod, stuurt de Administratie een kopie van het besluit naar de, dat de uitgevende onderneming in kennis stelt van het verbod.
  § 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de Minister bevoegd voor Werk verstaan de Minister bevoegd voor Werk of de door hem aangewezen gedelegeerde ambtenaar van de Administratie.".
Art. 9. Dans le Chapitre IV du même arrêté, un nouvel article 11/1 est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 11/1. § 1er. Le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions peut décider de l'interdiction d'un utilisateur qui a commis un des faits visés à l'article 3bis, aliéna 1er, de la loi.
  § 2. L'Administration notifie à l'utilisateur soupçonné d'avoir commis un des faits visés à l'article 3bis, alinéa 1er, de la loi les faits qui lui sont reprochés et les risques qu'il encourt. Elle lui accorde un délai d'au moins un mois à dater de la notification pour prendre connaissance du dossier et faire valoir ses observations par écrit.
  § 3. L'Administration informe le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions du fait qu'un utilisateur a commis un des faits visés à l'article 3bis, aliéna 1er, de la loi et lui remet un avis.
  Dans un délai de deux mois à dater de cette information, le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions décide.
  § 4. L'Administration notifie à l'utilisateur la décision du Ministre qui a l'emploi dans ses attributions.
  Lorsque la décision concerne un des faits visés à l'article 3bis, alinéa 1er, 2° à 4°, de la loi, l'Administration notifie une copie de la décision au travailleur concerné si celui-ci en a fait la demande.
  Lorsque le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions décide d'une interdiction, l'Administration communique une copie de la décision au Forem qui informe la société émettrice de l'interdiction.
  § 5. Pour l'application de cet article, on entend par le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions ou le fonctionnaire délégué de l'Administration qu'il désigne. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services
Art. 10. In artikel 2, paragraaf 1, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, worden de woorden "binnen de sector Dienstencheques" opgeheven.
Art. 10. A l'article 2, paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, les mots " au sein du secteur titres-services " sont abrogés.
Art. 11. In artikel 6, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, wordt de zin "Er dient een afzonderlijke aanvraag te worden opgesteld voor elke bedrijfseenheid waarop de terugbetaling van een opleiding van toepassing is." opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 6, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, la phrase " Une demande distincte doit être établie pour chaque unité d'établissement concerné par un remboursement de formation. " est abrogée.
Art. 12. In artikel 6ter, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, wordt de zin "Er dient een afzonderlijke aanvraag te worden opgesteld voor elke bedrijfseenheid waarop de terugbetaling van een opleiding van toepassing is." opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 6ter, paragraphe 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, la phrase " Une demande distincte doit être établie pour chaque unité d'établissement concerné par un remboursement de formation. " est abrogée.
Art. 13. In artikel 6quater, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 mei 2019, wordt de zin "Er dient een afzonderlijke aanvraag te worden opgesteld voor elke bedrijfseenheid waarop de terugbetaling van een opleiding van toepassing is." opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 6quater, paragraphe 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 mai 2019, la phrase " Une demande distincte doit être établie pour chaque unité d'établissement concerné par un remboursement de formation. " est abrogée.
HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et finales
Art. 14. Voor de toepassing van artikel 2, paragraaf 2, eerste lid, k., van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, worden de eerste drie kwartalen van het jaar 2022 niet in aanmerking genomen wanneer de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van werknemers die met een dienstencheque-arbeidsovereenkomst zijn tewerkgesteld en die in een vestigingseenheid in het Waalse Gewest van de onderneming werken, minder dan 19 uur bedraagt.
Art. 14. Pour l'application de l'article 2, paragraphe 2, alinéa 1er, k., de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, il n'est pas tenu compte des trois premiers trimestres de l'année 2022 lorsque la moyenne de la durée de travail hebdomadaire conventionnelle des travailleurs engagés dans un contrat de travail titres-services et occupés dans une unité d'établissement située en Région wallonne de l'entreprise est inférieure à dix-neuf heures.
Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2022.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2022.
Art. 16. De Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.