Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° basistegemoetkoming voor zorg CDV: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2022;
2° besluit van 30 november 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
3° gepresteerde uren: de effectief gewerkte uren;
4° individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning: de individuele bezettingsgraad van het centrum voor dagverzorging in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, waarbij het aantal gefactureerde dagen dat met toepassing van artikel 456 van het besluit van 30 november 2018 is meegedeeld, wordt gedeeld door het maximale aantal openingsdagen tijdens die referentieperiode op basis van het aantal openingsdagen per week, meegedeeld in de bezettingsgegevens van 2018 die uiterlijk op 1 april 2019 ingediend zijn, met toepassing van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging, vermenigvuldigd met het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden met bijkomende erkenning in de referentieperiode. Bij het ontbreken van bezettingsgegevens over de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 wordt de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning bepaald op 0,8281. De individuele bezettingsgraad bedraagt maximaal 1;
5° woonzorgcentrum: een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 1, 57°, van het besluit van 30 november 2018, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf als vermeld in artikel 1, 10°, van het voormelde besluit.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 JUNI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19-crisis vanaf 1 januari 2022
Titre
3 JUIN 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour à la suite de la crise du COVID 19 à partir du 1er janvier 2022
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Maatregelen voor woonzorgcentra ...
Afdeling 1. - Financiële maatregelen
Onderafdeling 1. - Continuïteitsborg
Onderafdeling 2. - Facturatie per kwartaal
Afdeling 2. - Inzetten jobstudenten als onderst...
HOOFDSTUK 3. - Maatregelen voor de centra voor ...
Afdeling 1. - Continuïteitsborg
Afdeling 2. - Betaling van de continuïteitsborg
Afdeling 3. - Maximaal te factureren dagen
Afdeling 4. - Werkingssubsidies
HOOFDSTUK 4. - Maatregelen voor de centra voor ...
HOOFDSTUK 5. - Maatregelen voor centra voor kor...
HOOFDSTUK 6. - Terugvordering
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1. - Définitions
CHAPITRE 2. - Mesures en faveur des centres de ...
Section 1re. - Mesures financières
Sous-section 1re. - Garantie de continuité
Sous-section 2. - Facturation par trimestre
Section 2. - Emploi d'étudiants jobistes en tan...
CHAPITRE 3. - Mesures en faveur des centres de ...
Section 1re.. - Garantie de continuité
Section 2. - Paiement de la garantie de continuité
Section 3. - Nombre maximum de jours à facturer
Section 4. - Subventions de fonctionnement
CHAPITRE 4. - Mesures en faveur des centres d'a...
CHAPITRE 5. - Mesures en faveur des centres de ...
CHAPITRE 6. - Récupération
CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Tekst (50)
Texte (50)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° intervention de base pour soins CSJ : l'intervention de base pour les soins au 1 janvier 2022 ;
2° arrêté du 30 novembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
3° heures prestées : les heures effectivement travaillées ;
4° taux d'occupation individuel avec agrément supplémentaire : le taux d'occupation individuel du centre de soins de jour au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, le nombre de jours facturés, communiqué en application de l'article 456 de l'arrêté du 30 novembre 2018, étant divisé par le nombre maximum de jours d'ouverture durant cette période de référence sur la base du nombre de jours d'ouverture par semaine, communiqué dans les données d'occupation pour 2018 qui ont été soumises le 1 avril 2019 au plus tard, en application de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour et de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour, multiplié par le nombre individuel moyen d'unités de séjour agréées disposant d'un agrément supplémentaire au cours dans la période de référence. En l'absence de données d'occupation sur la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, le taux d'occupation individuel avec agrément supplémentaire est fixé à 0,8281. Le taux d'occupation individuel s'élève à 1 maximum ;
5° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 1, 57°, de l'arrêté du 30 novembre 2018, avec ou sans centre de court séjour associé tel que visé à l'article 1, 10°, de l'arrêté précité.
1° intervention de base pour soins CSJ : l'intervention de base pour les soins au 1 janvier 2022 ;
2° arrêté du 30 novembre 2018 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande ;
3° heures prestées : les heures effectivement travaillées ;
4° taux d'occupation individuel avec agrément supplémentaire : le taux d'occupation individuel du centre de soins de jour au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, le nombre de jours facturés, communiqué en application de l'article 456 de l'arrêté du 30 novembre 2018, étant divisé par le nombre maximum de jours d'ouverture durant cette période de référence sur la base du nombre de jours d'ouverture par semaine, communiqué dans les données d'occupation pour 2018 qui ont été soumises le 1 avril 2019 au plus tard, en application de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour et de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour, multiplié par le nombre individuel moyen d'unités de séjour agréées disposant d'un agrément supplémentaire au cours dans la période de référence. En l'absence de données d'occupation sur la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, le taux d'occupation individuel avec agrément supplémentaire est fixé à 0,8281. Le taux d'occupation individuel s'élève à 1 maximum ;
5° centre de soins résidentiels : un centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 1, 57°, de l'arrêté du 30 novembre 2018, avec ou sans centre de court séjour associé tel que visé à l'article 1, 10°, de l'arrêté précité.
HOOFDSTUK 2. - Maatregelen voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf
CHAPITRE 2. - Mesures en faveur des centres de soins résidentiels et des centres de court séjour
Afdeling 1. - Financiële maatregelen
Section 1re. - Mesures financières
Onderafdeling 1. - Continuïteitsborg
Sous-section 1re. - Garantie de continuité
Art. 2. Een woonzorgcentrum dat op 1 januari 2022 is erkend, kan in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 maandelijks in aanmerking komen voor een continuïteitsborg.
Art. 2. Un centre de soins résidentiels qui est agréé au 1 janvier 2022 peut être éligible à une garantie de continuité chaque mois durant la période du 1 janvier 2022 au 31 mars 2022.
Art. 3. § 1. De continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, wordt per maand op de volgende wijze berekend:
1° (((het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie)) x de basistegemoetkoming voor zorg);
2° het bedrag wordt op de volgende wijze beperkt: 5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de basistegemoetkoming voor zorg.
§ 2. Als het resultaat dat conform paragraaf 1 is berekend, negatief is, wordt het bedrag voor de maand in kwestie herleid tot 0 euro.
§ 3. In deze paragraaf wordt verstaan onder nieuw woonzorgcentrum: een nieuw woonzorgcentrum als vermeld in artikel 1, 38°, van het besluit van 30 november 2018, voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg.
Om de continuïteitsborg, vermeld in paragraaf 1 te berekenen, worden de elementen van de formules, vermeld in paragraaf 1, op de volgende wijze gedefinieerd:
1° basistegemoetkoming voor zorg: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2022;
2° referentiebezetting:
a) de gemiddelde waarde van de volgende waarden:
1) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018;
2) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019;
3) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019;
b) als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van de waarden, vermeld in punt a), 2) en 3);
c) als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van de waarde, vermeld in punt a), 3), en de sectorale gemiddelde bezettingsgraad van 0,9419;
d) als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend vanaf 1 juli 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde bezettingsgraad voor nieuwe voorzieningen van 0,7587;
e) de referentiebezetting bedraagt maximaal 1.
§ 4. De individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, 2°, a), 1), wordt berekend met de volgende formule: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van 30 november 2018, om de basistegemoetkoming voor zorg te berekenen, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, vermenigvuldigd met 365.
De individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, 2°, a), 2), wordt berekend met de volgende formule: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van 30 november 2018, om de basistegemoetkoming voor zorg te berekenen, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, vermenigvuldigd met 365.
De individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, 2°, a), 3), wordt berekend met de volgende formule: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van 30 november 2018, om de basistegemoetkoming voor zorg te berekenen, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, vermenigvuldigd met 184.
1° (((het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie)) x de basistegemoetkoming voor zorg);
2° het bedrag wordt op de volgende wijze beperkt: 5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de basistegemoetkoming voor zorg.
§ 2. Als het resultaat dat conform paragraaf 1 is berekend, negatief is, wordt het bedrag voor de maand in kwestie herleid tot 0 euro.
§ 3. In deze paragraaf wordt verstaan onder nieuw woonzorgcentrum: een nieuw woonzorgcentrum als vermeld in artikel 1, 38°, van het besluit van 30 november 2018, voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg.
Om de continuïteitsborg, vermeld in paragraaf 1 te berekenen, worden de elementen van de formules, vermeld in paragraaf 1, op de volgende wijze gedefinieerd:
1° basistegemoetkoming voor zorg: de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2022;
2° referentiebezetting:
a) de gemiddelde waarde van de volgende waarden:
1) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018;
2) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019;
3) de individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019;
b) als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van de waarden, vermeld in punt a), 2) en 3);
c) als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde waarde van de waarde, vermeld in punt a), 3), en de sectorale gemiddelde bezettingsgraad van 0,9419;
d) als een nieuw woonzorgcentrum voor het eerst is erkend vanaf 1 juli 2019, is de referentiebezetting gelijk aan de gemiddelde bezettingsgraad voor nieuwe voorzieningen van 0,7587;
e) de referentiebezetting bedraagt maximaal 1.
§ 4. De individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, 2°, a), 1), wordt berekend met de volgende formule: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van 30 november 2018, om de basistegemoetkoming voor zorg te berekenen, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018, vermenigvuldigd met 365.
De individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, 2°, a), 2), wordt berekend met de volgende formule: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van 30 november 2018, om de basistegemoetkoming voor zorg te berekenen, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019, vermenigvuldigd met 365.
De individuele gemiddelde bezettingsgraad in de referentieperiode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, 2°, a), 3), wordt berekend met de volgende formule: het aantal gefactureerde ligdagen van rechthebbenden en niet-rechthebbenden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, zoals opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 452 van het besluit van 30 november 2018, om de basistegemoetkoming voor zorg te berekenen, gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019, vermenigvuldigd met 184.
Art. 3. § 1. La garantie de continuité visée à l'article 2, est calculée comme suit par mois :
1° (((le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question)) x l'intervention de base pour les soins) ;
2° le montant est limité comme suit : 5% x l'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'intervention de base pour les soins.
§ 2. Si le résultat calculé conformément au paragraphe 1 est négatif, le montant pour le mois en question est ramené à 0 euro.
§ 3. Dans le présent paragraphe, on entend par nouveau centre de soins résidentiels : un nouveau centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 1, 38°, de l'arrêté du 30 novembre 2018, aux fins du calcul de l'intervention de base pour les soins.
Afin de calculer la garantie de continuité visée au paragraphe 1, les éléments des formules visés au paragraphe 1, sont définis comme suit :
1° intervention de base pour les soins : l'intervention de base pour les soins au 1 janvier 2022 ;
2° occupation de référence :
a) la moyenne des valeurs suivantes :
1) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018 ;
2) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019 ;
3) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 ;
b) si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois au cours de la période de référence du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018, l'occupation de référence est égale à la moyenne des valeurs visée au point a), 2) et 3) ;
c) si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, l'occupation de référence est égale à la moyenne de la valeur visée au point a), 3) et du taux moyen d'occupation sectoriel de 0,9419 ;
d) si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois à partir du 1 juillet 2019, l'occupation de référence est égale au taux moyen d'occupation pour les nouvelles structures de 0,7587 ;
e) l'occupation de référence s'élève à 1 maximum.
§ 4. Le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018 visé au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, a), 1), est calculé à l'aide de la formule suivante : le nombre de jours-lits facturés de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du 30 novembre 2018, pour calculer l'intervention de base pour les soins, divisé par le nombre moyen pondéré de logements agréés durant la période du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018, multiplié par 365.
Le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019 visé au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, a), 2), est calculé à l'aide de la formule suivante : le nombre de jours-lits facturés de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du 30 novembre 2018, pour calculer l'intervention de base pour les soins, divisé par le nombre moyen pondéré de logements agréés durant la période du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, multiplié par 365.
Le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 visé au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, a), 3), est calculé à l'aide de la formule suivante : le nombre de jours-lits facturés de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du 30 novembre 2018, pour calculer l'intervention de base pour les soins, divisé par le nombre moyen pondéré de logements agréés durant la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019, multiplié par 184.
1° (((le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'occupation de référence) - (le nombre de résidents effectivement présents durant le mois en question)) x l'intervention de base pour les soins) ;
2° le montant est limité comme suit : 5% x l'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements agréés durant le mois en question x le nombre de jours durant le mois en question x l'intervention de base pour les soins.
§ 2. Si le résultat calculé conformément au paragraphe 1 est négatif, le montant pour le mois en question est ramené à 0 euro.
§ 3. Dans le présent paragraphe, on entend par nouveau centre de soins résidentiels : un nouveau centre de soins résidentiels tel que visé à l'article 1, 38°, de l'arrêté du 30 novembre 2018, aux fins du calcul de l'intervention de base pour les soins.
Afin de calculer la garantie de continuité visée au paragraphe 1, les éléments des formules visés au paragraphe 1, sont définis comme suit :
1° intervention de base pour les soins : l'intervention de base pour les soins au 1 janvier 2022 ;
2° occupation de référence :
a) la moyenne des valeurs suivantes :
1) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018 ;
2) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019 ;
3) le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 ;
b) si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois au cours de la période de référence du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018, l'occupation de référence est égale à la moyenne des valeurs visée au point a), 2) et 3) ;
c) si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, l'occupation de référence est égale à la moyenne de la valeur visée au point a), 3) et du taux moyen d'occupation sectoriel de 0,9419 ;
d) si un nouveau centre de soins résidentiels a été agréé pour la première fois à partir du 1 juillet 2019, l'occupation de référence est égale au taux moyen d'occupation pour les nouvelles structures de 0,7587 ;
e) l'occupation de référence s'élève à 1 maximum.
§ 4. Le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018 visé au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, a), 1), est calculé à l'aide de la formule suivante : le nombre de jours-lits facturés de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du 30 novembre 2018, pour calculer l'intervention de base pour les soins, divisé par le nombre moyen pondéré de logements agréés durant la période du 1 juillet 2017 au 30 juin 2018, multiplié par 365.
Le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019 visé au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, a), 2), est calculé à l'aide de la formule suivante : le nombre de jours-lits facturés de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du 30 novembre 2018, pour calculer l'intervention de base pour les soins, divisé par le nombre moyen pondéré de logements agréés durant la période du 1 juillet 2018 au 30 juin 2019, multiplié par 365.
Le taux moyen d'occupation individuel au cours de la période de référence du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 visé au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, a), 3), est calculé à l'aide de la formule suivante : le nombre de jours-lits facturés de bénéficiaires et de non-bénéficiaires durant la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019, tel qu'indiqué dans le questionnaire électronique visé à l'article 452 de l'arrêté du 30 novembre 2018, pour calculer l'intervention de base pour les soins, divisé par le nombre moyen pondéré de logements agréés durant la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019, multiplié par 184.
Art. 4. Een woonzorgcentrum komt in aanmerking voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° er mag in de maand in kwestie aan de medewerkers van het woonzorgcentrum geen tijdelijke werkloosheid zijn toegestaan, met uitzondering van de volgende gevallen:
a) tijdelijke werkloosheid wegens een quarantaineattest;
b) tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;
c) de voorziening heeft om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid moeten toestaan. De voorziening kan dan uiterlijk op 15 juni 2022 aan het agentschap een uitzondering vragen. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of weigeren;
2° voor woonzorgcentra erkend op 31 december 2019: het woonzorgcentrum beschikt in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 gemiddeld tenminste over evenveel of meer voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner als gemiddeld tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019;
3° voor woonzorgcentra die voor het eerst erkend erkend zijn vanaf 1 januari 2020: het woonzorgcentrum heeft het aantal voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner niet afgebouwd.
1° er mag in de maand in kwestie aan de medewerkers van het woonzorgcentrum geen tijdelijke werkloosheid zijn toegestaan, met uitzondering van de volgende gevallen:
a) tijdelijke werkloosheid wegens een quarantaineattest;
b) tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;
c) de voorziening heeft om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid moeten toestaan. De voorziening kan dan uiterlijk op 15 juni 2022 aan het agentschap een uitzondering vragen. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of weigeren;
2° voor woonzorgcentra erkend op 31 december 2019: het woonzorgcentrum beschikt in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 gemiddeld tenminste over evenveel of meer voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner als gemiddeld tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019;
3° voor woonzorgcentra die voor het eerst erkend erkend zijn vanaf 1 januari 2020: het woonzorgcentrum heeft het aantal voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner niet afgebouwd.
Art. 4. Un centre de soins résidentiels est éligible à la garantie de continuité visée à l'article 2, s'il répond aux conditions suivantes :
1° aucun chômage temporaire n'est autorisé pour les collaborateurs du centre de soins résidentiels au cours du mois en question, sauf dans les cas suivants :
a) chômage temporaire en raison d'un certificat de quarantaine ;
b) chômage temporaire pour cause de force majeure consécutive à la fermeture d'une crèche, d'une école ou d'un centre d'accueil pour handicapés ;
c) la structure a dû accorder le chômage temporaire pour des raisons démontrables indépendantes de sa volonté. La structure peut alors demander une exception à l'agence au plus tard le 15 juin 2022. L'agence peut accorder l'exception ou la refuser ;
2° pour les centres de soins résidentiels agréés au 31 décembre 2019 : le centre de soins résidentiels compte en moyenne au moins autant d'équivalents temps plein employés par occupant au cours de la période du 1 janvier 2022 au 31 mars 2022 qu'au cours de la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 ;
3° pour les centres de soins résidentiels qui sont reconnus pour la première fois à partir du 1 janvier 2020 : le centre de soins résidentiels n'a pas réduit progressivement le nombre d'équivalents temps plein employés par occupant.
1° aucun chômage temporaire n'est autorisé pour les collaborateurs du centre de soins résidentiels au cours du mois en question, sauf dans les cas suivants :
a) chômage temporaire en raison d'un certificat de quarantaine ;
b) chômage temporaire pour cause de force majeure consécutive à la fermeture d'une crèche, d'une école ou d'un centre d'accueil pour handicapés ;
c) la structure a dû accorder le chômage temporaire pour des raisons démontrables indépendantes de sa volonté. La structure peut alors demander une exception à l'agence au plus tard le 15 juin 2022. L'agence peut accorder l'exception ou la refuser ;
2° pour les centres de soins résidentiels agréés au 31 décembre 2019 : le centre de soins résidentiels compte en moyenne au moins autant d'équivalents temps plein employés par occupant au cours de la période du 1 janvier 2022 au 31 mars 2022 qu'au cours de la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 ;
3° pour les centres de soins résidentiels qui sont reconnus pour la première fois à partir du 1 janvier 2020 : le centre de soins résidentiels n'a pas réduit progressivement le nombre d'équivalents temps plein employés par occupant.
Art. 5. Als het resultaat van de volgende formule kleiner is dan 0,9 of groter is dan 1, vervalt het recht op de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, voor die maand: (de som van het aantal effectief aanwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie ) / (het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x referentiebezetting).
Art. 5. Si le résultat de la formule suivante est inférieur à 0,9 ou supérieur à 1, le droit à la garantie de continuité visée à l'article 2 est perdu pour ce mois : (la somme du nombre d'occupants effectivement présents pour chaque jour du mois en question) / (le nombre moyen pondéré de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x l'occupation de référence).
Art. 6. Een woonzorgcentrum deelt de volgende gegevens, opgedeeld per maand, uiterlijk op 30 juni 2022 mee via het e-loket van het agentschap:
1° het aantal effectief aanwezige bewoners: de som van het aantal effectief aanwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;
2° het aantal tijdelijk afwezige bewoners: de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;
3° een verklaring op erewoord dat er geen tijdelijke werkloosheid was in de maand in kwestie, met uitzondering van tijdelijke werkloosheid in de gevallen, vermeld in artikel 4, 1°, a) tot en met c);
4° voor woonzorgcentra die erkend zijn op 31 december 2019: een verklaring op erewoord dat het woonzorgcentrum in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 gemiddeld ten minste over evenveel of meer voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner beschikt als gemiddeld tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019;.
5° voor woonzorgcentra die voor het eerst erkend zijn vanaf 1 januari 2020: een verklaring op erewoord dat het woonzorgcentrum het aantal voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner niet heeft afgebouwd.
De voorziening verliest het recht op de continuïteitsborg als de gegevens niet tijdig zijn meegedeeld conform het eerste lid.
1° het aantal effectief aanwezige bewoners: de som van het aantal effectief aanwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;
2° het aantal tijdelijk afwezige bewoners: de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners voor elke dag van de maand in kwestie;
3° een verklaring op erewoord dat er geen tijdelijke werkloosheid was in de maand in kwestie, met uitzondering van tijdelijke werkloosheid in de gevallen, vermeld in artikel 4, 1°, a) tot en met c);
4° voor woonzorgcentra die erkend zijn op 31 december 2019: een verklaring op erewoord dat het woonzorgcentrum in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 gemiddeld ten minste over evenveel of meer voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner beschikt als gemiddeld tijdens de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019;.
5° voor woonzorgcentra die voor het eerst erkend zijn vanaf 1 januari 2020: een verklaring op erewoord dat het woonzorgcentrum het aantal voltijds equivalenten tewerkgesteld personeel per bewoner niet heeft afgebouwd.
De voorziening verliest het recht op de continuïteitsborg als de gegevens niet tijdig zijn meegedeeld conform het eerste lid.
Art. 6. Un centre de soins résidentiel communique les données suivantes, ventilées par mois, par le biais du guichet électronique de l'agence au plus tard le 30 juin 2022 :
1° le nombre d'occupants effectivement présents : la somme du nombre d'occupants effectivement présents pour chaque jour du mois en question ;
2° le nombre d'occupants temporairement absents : la somme du nombre d'occupants temporairement absents pour chaque jour du mois en question ;
3° une déclaration sur l'honneur attestant qu'il n'y a pas eu de chômage temporaire pendant le mois en question, à l'exception du chômage temporaire dans les cas visés à l'article 4, 1°, a) à c) ;
4° pour les centres de soins résidentiels agréés au 31 décembre 2019 : une déclaration sur l'honneur que le centre de soins résidentiels compte en moyenne au moins autant d'équivalents temps plein de personnel employé par occupant au cours de la période du 1 janvier 2022 au 31 mars 2022 qu'au cours de la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 ;
5° pour les centres de soins résidentiels qui sont reconnus pour la première fois à partir du 1 janvier 2020 : une déclaration sur l'honneur attestant que le centre de soins résidentiels n'a pas diminué le nombre d'équivalents temps plein employés par occupant.
La structure perd le droit à la garantie de continuité si les données n'ont pas été communiquées à temps conformément à l'alinéa 1.
1° le nombre d'occupants effectivement présents : la somme du nombre d'occupants effectivement présents pour chaque jour du mois en question ;
2° le nombre d'occupants temporairement absents : la somme du nombre d'occupants temporairement absents pour chaque jour du mois en question ;
3° une déclaration sur l'honneur attestant qu'il n'y a pas eu de chômage temporaire pendant le mois en question, à l'exception du chômage temporaire dans les cas visés à l'article 4, 1°, a) à c) ;
4° pour les centres de soins résidentiels agréés au 31 décembre 2019 : une déclaration sur l'honneur que le centre de soins résidentiels compte en moyenne au moins autant d'équivalents temps plein de personnel employé par occupant au cours de la période du 1 janvier 2022 au 31 mars 2022 qu'au cours de la période du 1 juillet 2019 au 31 décembre 2019 ;
5° pour les centres de soins résidentiels qui sont reconnus pour la première fois à partir du 1 janvier 2020 : une déclaration sur l'honneur attestant que le centre de soins résidentiels n'a pas diminué le nombre d'équivalents temps plein employés par occupant.
La structure perd le droit à la garantie de continuité si les données n'ont pas été communiquées à temps conformément à l'alinéa 1.
Art. 7. Het agentschap betaalt de continuïteitsborg, vermeld in artikel 2, voor de maanden januari 2022 tot en met maart 2022 uiterlijk op 31 augustus 2022;
Art. 7. L'agence verse la garantie de continuité visée à l'article 2 pour les mois de janvier 2022 à mars 2022 au plus tard le 31 août 2022 ;
Onderafdeling 2. - Facturatie per kwartaal
Sous-section 2. - Facturation par trimestre
Art. 8. In afwijking van artikel 529, § 1, eerste en tweede lid, van het besluit van 30 november 2018 gelden de volgende bepalingen:
1° woonzorgcentra, met uitzondering van de centra voor kortverblijf, mogen in het eerste kwartaal van 2022 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in het kwartaal in kwestie. Het voormelde aantal dagen verminderde bezetting in het kwartaal in kwestie is gelijk aan de som van het resultaat van de volgende formule voor elke maand van het kwartaal: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie)) of in geval van de beperking in artikel 3, § 1, 2° (5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie);
2° centra voor kortverblijf mogen in 2022 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in 2022. Het voormelde aantal dagen verminderde bezetting in 2022 is gelijk aan de som van het resultaat van de volgende formule voor elke maand in 2022: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in het centrum voor kortverblijf in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in het centrum voor kortverblijf in de maand in kwestie)) of in geval van de beperking in artikel 3, § 1, 2° (5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie).
Het agentschap controleert het totale aantal gefactureerde dagen voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het jaar 2022 vermeerderd met de verminderde bezetting in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf waarvoor een continuïteitsborg is ontvangen. Als het totaal van de gefactureerde dagen en de verminderde bezetting waarvoor een continuïteitsborg is ontvangen, groter is dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met de erkende capaciteit, dat gefactureerd mag worden, kan het agentschap de voorziening verplichten om:
1° een aantal gefactureerde dagen te crediteren;
2° de volledige continuïteitsborg terug te betalen of het gedeelte ervan dat overeenstemt met het aantal dagen verminderde bezetting waarvoor ze onterecht een continuïteitsborg heeft gekregen.
Bij deze controle, vermeld in het tweede lid, wordt het aantal dagen verminderde bezetting waarvoor een continuïteitsborg is betaald, op de volgende wijze berekend:
((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie)) of in geval van de beperking in artikel 3, § 1, 2° (5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie)
1° woonzorgcentra, met uitzondering van de centra voor kortverblijf, mogen in het eerste kwartaal van 2022 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in het kwartaal in kwestie. Het voormelde aantal dagen verminderde bezetting in het kwartaal in kwestie is gelijk aan de som van het resultaat van de volgende formule voor elke maand van het kwartaal: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie)) of in geval van de beperking in artikel 3, § 1, 2° (5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie);
2° centra voor kortverblijf mogen in 2022 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal dagen verminderde bezetting in 2022. Het voormelde aantal dagen verminderde bezetting in 2022 is gelijk aan de som van het resultaat van de volgende formule voor elke maand in 2022: ((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in het centrum voor kortverblijf in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in het centrum voor kortverblijf in de maand in kwestie)) of in geval van de beperking in artikel 3, § 1, 2° (5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie).
Het agentschap controleert het totale aantal gefactureerde dagen voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het jaar 2022 vermeerderd met de verminderde bezetting in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf waarvoor een continuïteitsborg is ontvangen. Als het totaal van de gefactureerde dagen en de verminderde bezetting waarvoor een continuïteitsborg is ontvangen, groter is dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met de erkende capaciteit, dat gefactureerd mag worden, kan het agentschap de voorziening verplichten om:
1° een aantal gefactureerde dagen te crediteren;
2° de volledige continuïteitsborg terug te betalen of het gedeelte ervan dat overeenstemt met het aantal dagen verminderde bezetting waarvoor ze onterecht een continuïteitsborg heeft gekregen.
Bij deze controle, vermeld in het tweede lid, wordt het aantal dagen verminderde bezetting waarvoor een continuïteitsborg is betaald, op de volgende wijze berekend:
((het gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie x de referentiebezetting) - (het aantal effectief aanwezige bewoners in de maand in kwestie)) of in geval van de beperking in artikel 3, § 1, 2° (5% x de referentiebezetting x het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden in de maand in kwestie x het aantal dagen in de maand in kwestie)
Art. 8. Par dérogation à l'article 529, § 1, alinéas 1 et 2, de l'arrêté du 30 novembre 2018, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° les centres de soins résidentiels, à l'exception des centres de court séjour, ne peuvent pas facturer au premier trimestre de 2022, plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours d'occupation réduite durant le trimestre en question. Le nombre de jours d'occupation réduite précité durant le trimestre en question est égal à la somme du résultat de la formule suivante pour chaque mois du trimestre : ((le nombre moyen de logements dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x le taux d'occupation de référence) - (le nombre d'occupants effectivement présents dans le mois en question)) ou en cas de limitation à l'article 3, § 1, 2° (5% x le taux d'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements reconnus dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question) ;
2° les centres de court séjour ne peuvent pas facturer, en 2022, plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours d'occupation réduite en 2022. Le nombre précité de jours d'occupation réduite en 2022 est égal à la somme du résultat de la formule suivante pour chaque mois de 2022 : ((le nombre moyen de logements agréés dans le centre de court séjour dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x le taux d'occupation de référence) - (le nombre d'occupants effectivement présents dans le centre de court séjour dans le mois en question)) ou en cas de limitation à l'article 3, § 1, 2°, (5% x le taux d'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question).
L'agence vérifie le nombre total de jours facturés pour les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour au cours de l'année 2022, majoré de l'occupation réduite dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour pour lesquels une garantie de continuité a été reçue. Si le total des jours facturés et de l'occupation réduite pour laquelle une garantie de continuité a été reçue, dépasse le nombre maximum de jours, compte tenu de la capacité agréée, qui peuvent être facturés, l'agence peut exiger de la structure de :
1° créditer un certain nombre de jours facturés ;
2° rembourser la totalité de la garantie de continuité ou la partie de celle-ci correspondant au nombre de jours de capacité réduite pour lesquels elle a reçue indûment une garantie de continuité.
Lors de ce contrôle visé à l'alinéa 2, le nombre de jours d'occupation réduite pour lesquels une garantie de continuité a été versée est calculé de la manière suivante :
((le nombre moyen de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x le taux d'occupation de référence) - (le nombre d'occupants effectivement présents dans le mois en question)) ou en cas de limitation visé à l'article 3, § 1, 2° (5% x le taux d'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question)
1° les centres de soins résidentiels, à l'exception des centres de court séjour, ne peuvent pas facturer au premier trimestre de 2022, plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours d'occupation réduite durant le trimestre en question. Le nombre de jours d'occupation réduite précité durant le trimestre en question est égal à la somme du résultat de la formule suivante pour chaque mois du trimestre : ((le nombre moyen de logements dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x le taux d'occupation de référence) - (le nombre d'occupants effectivement présents dans le mois en question)) ou en cas de limitation à l'article 3, § 1, 2° (5% x le taux d'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements reconnus dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question) ;
2° les centres de court séjour ne peuvent pas facturer, en 2022, plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours d'occupation réduite en 2022. Le nombre précité de jours d'occupation réduite en 2022 est égal à la somme du résultat de la formule suivante pour chaque mois de 2022 : ((le nombre moyen de logements agréés dans le centre de court séjour dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x le taux d'occupation de référence) - (le nombre d'occupants effectivement présents dans le centre de court séjour dans le mois en question)) ou en cas de limitation à l'article 3, § 1, 2°, (5% x le taux d'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question).
L'agence vérifie le nombre total de jours facturés pour les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour au cours de l'année 2022, majoré de l'occupation réduite dans les centres de soins résidentiels et les centres de court séjour pour lesquels une garantie de continuité a été reçue. Si le total des jours facturés et de l'occupation réduite pour laquelle une garantie de continuité a été reçue, dépasse le nombre maximum de jours, compte tenu de la capacité agréée, qui peuvent être facturés, l'agence peut exiger de la structure de :
1° créditer un certain nombre de jours facturés ;
2° rembourser la totalité de la garantie de continuité ou la partie de celle-ci correspondant au nombre de jours de capacité réduite pour lesquels elle a reçue indûment une garantie de continuité.
Lors de ce contrôle visé à l'alinéa 2, le nombre de jours d'occupation réduite pour lesquels une garantie de continuité a été versée est calculé de la manière suivante :
((le nombre moyen de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question x le taux d'occupation de référence) - (le nombre d'occupants effectivement présents dans le mois en question)) ou en cas de limitation visé à l'article 3, § 1, 2° (5% x le taux d'occupation de référence x le nombre moyen pondéré de logements agréés dans le mois en question x le nombre de jours dans le mois en question)
Afdeling 2. - Inzetten jobstudenten als ondersteuningspersoneel
Section 2. - Emploi d'étudiants jobistes en tant que personnel d'appui
Art. 9. Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022 van jobstudenten die met een arbeidsovereenkomst werken om een van de volgende redenen:
1° personeelsuitval door COVID-19;
2° versterking bij extra taken door COVID-19;
3° versterking zodat personeelsleden de inhaalrust ingevolge COVID-19 kunnen opnemen.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022 van jobstudenten die via een interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft, werken om een van de volgende redenen:
1° personeelsuitval door COVID-19;
2° versterking bij extra taken door COVID-19;
3° versterking zodat personeelsleden de inhaalrust ingevolge COVID-19 kunnen opnemen.
1° personeelsuitval door COVID-19;
2° versterking bij extra taken door COVID-19;
3° versterking zodat personeelsleden de inhaalrust ingevolge COVID-19 kunnen opnemen.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding ontvangen voor de gepresteerde uren tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022 van jobstudenten die via een interimonderneming die de bevoegde overheid erkend heeft, werken om een van de volgende redenen:
1° personeelsuitval door COVID-19;
2° versterking bij extra taken door COVID-19;
3° versterking zodat personeelsleden de inhaalrust ingevolge COVID-19 kunnen opnemen.
Art. 9. Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1 janvier 2022 au 30 septembre 2022, par des étudiants jobistes occupés aux termes d'un contrat de travail pour l'une des raisons suivantes :
1° Perte de personnel en raison de COVID-19 ;
2° renfort pour les tâches supplémentaires en raison de COVID-19 ;
3° renfort pour que les membres du personnel puissent prendre le repos de rattrapage à la suite de COVID-19.
Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1 janvier 2022 au 30 septembre 2022, par des étudiants jobistes occupés par le biais d'une entreprise de travail intérimaire agréée par l'autorité compétente, pour l'une des raisons suivantes :
1° perte de personnel en raison de COVID-19 ;
2° renfort pour les tâches supplémentaires en raison de COVID-19 ;
3° renfort pour que les membres du personnel puissent prendre le repos de rattrapage à la suite de COVID-19.
1° Perte de personnel en raison de COVID-19 ;
2° renfort pour les tâches supplémentaires en raison de COVID-19 ;
3° renfort pour que les membres du personnel puissent prendre le repos de rattrapage à la suite de COVID-19.
Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité pour les heures prestées, durant la période du 1 janvier 2022 au 30 septembre 2022, par des étudiants jobistes occupés par le biais d'une entreprise de travail intérimaire agréée par l'autorité compétente, pour l'une des raisons suivantes :
1° perte de personnel en raison de COVID-19 ;
2° renfort pour les tâches supplémentaires en raison de COVID-19 ;
3° renfort pour que les membres du personnel puissent prendre le repos de rattrapage à la suite de COVID-19.
Art. 10. In dit artikel wordt verstaan onder ondersteuningspersoneel:
1° het personeel van de schoonmaakdienst, de logistieke dienst en de keuken, het personeel voor de begeleiding van wonen en leven;
2° het personeel van de technische dienst en het onthaal;
3° de medewerker ter ondersteuning van de bezoekersregeling.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 17,18 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren, vermeld in artikel 9, als de jobstudent werkt als ondersteuningspersoneel.
1° het personeel van de schoonmaakdienst, de logistieke dienst en de keuken, het personeel voor de begeleiding van wonen en leven;
2° het personeel van de technische dienst en het onthaal;
3° de medewerker ter ondersteuning van de bezoekersregeling.
Het woonzorgcentrum kan van het agentschap een vergoeding van 17,18 euro per uur ontvangen voor de gepresteerde uren, vermeld in artikel 9, als de jobstudent werkt als ondersteuningspersoneel.
Art. 10. Dans le présent article, on entend par personnel d'appui :
1° le personnel du service de nettoyage, du service logistique et de la cuisine, le personnel préposé à l'accompagnement de vie ;
2° le personnel du service technique et de l'accueil ;
3° le collaborateur en appui du régime des visites.
Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 17,18 euros par heure pour les heures prestées visées à l'article 9 si l'étudiant jobiste a été occupé comme personnel d'appui.
1° le personnel du service de nettoyage, du service logistique et de la cuisine, le personnel préposé à l'accompagnement de vie ;
2° le personnel du service technique et de l'accueil ;
3° le collaborateur en appui du régime des visites.
Le centre de soins résidentiels peut recevoir de l'agence une indemnité de 17,18 euros par heure pour les heures prestées visées à l'article 9 si l'étudiant jobiste a été occupé comme personnel d'appui.
Art. 11. Een woonzorgcentrum komt in aanmerking voor de vergoeding, vermeld in artikel 10, tweede lid, als het uiterlijk op 31 oktober 2022 de volgende gegevens per kwartaal meedeelt via het e-loket van het agentschap:
1° de voor- en achternaam van de jobstudent;
2° het rijksregisternummer van de jobstudent;
3° de functie van de jobstudent;
4° de begindatum van de aanwerving van de jobstudent;
5° de gepresteerde uren van de jobstudent tijdens het kwartaal in kwestie.
De voorziening verliest het recht op de vergoeding voor het kwartaal in kwestie als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet conform het eerste lid zijn meegedeeld.
Het agentschap kan een kopie van de arbeidsovereenkomst of een kopie van het contract dat gesloten is met de interimonderneming, en bewijsstukken van het aantal gepresteerde uren, vermeld in het eerste lid, 5°, opvragen.
1° de voor- en achternaam van de jobstudent;
2° het rijksregisternummer van de jobstudent;
3° de functie van de jobstudent;
4° de begindatum van de aanwerving van de jobstudent;
5° de gepresteerde uren van de jobstudent tijdens het kwartaal in kwestie.
De voorziening verliest het recht op de vergoeding voor het kwartaal in kwestie als de gegevens, vermeld in het eerste lid, niet conform het eerste lid zijn meegedeeld.
Het agentschap kan een kopie van de arbeidsovereenkomst of een kopie van het contract dat gesloten is met de interimonderneming, en bewijsstukken van het aantal gepresteerde uren, vermeld in het eerste lid, 5°, opvragen.
Art. 11. Un centre de soins résidentiels est éligible à l'indemnité visée à l'article 10, alinéa 2, s'il fournit les données suivantes sur une base trimestrielle par le biais du guichet électronique de l'agence au plus tard le 31 octobre 2022 :
1° les nom et prénom de l'étudiant jobiste ;
2° le numéro de registre national de l'étudiant jobiste ;
3° la fonction de l'étudiant jobiste ;
4° la date de début de l'embauche de l'étudiant jobiste ;
5° les heures prestées de l'étudiant jobiste durant le trimestre en question.
La structure perd le droit à l'indemnité pour le trimestre en question si les données visées à l'alinéa 1 n'ont pas été communiquées conformément à l'alinéa 1.
L'agence peut demander une copie du contrat de travail ou une copie du contrat conclu avec l'entreprise de travail intérimaire et les pièces justificatives du nombre d'heures prestées visées à l'alinéa 1, 5°.
1° les nom et prénom de l'étudiant jobiste ;
2° le numéro de registre national de l'étudiant jobiste ;
3° la fonction de l'étudiant jobiste ;
4° la date de début de l'embauche de l'étudiant jobiste ;
5° les heures prestées de l'étudiant jobiste durant le trimestre en question.
La structure perd le droit à l'indemnité pour le trimestre en question si les données visées à l'alinéa 1 n'ont pas été communiquées conformément à l'alinéa 1.
L'agence peut demander une copie du contrat de travail ou une copie du contrat conclu avec l'entreprise de travail intérimaire et les pièces justificatives du nombre d'heures prestées visées à l'alinéa 1, 5°.
Art. 12. Gepresteerde uren die het woonzorgcentrum meedeelt in het kader van de toepassing van artikel 11, komen niet in aanmerking voor een financiering via de basistegemoetkoming voor zorg.
Art. 12. Les heures prestées communiquées par le centre de soins résidentiels dans le cadre de l'application de l'article 11 ne sont pas éligibles à un financement via l'intervention de base pour les soins.
Art. 13. De som van de vergoedingen die worden verkregen met toepassing van artikel 10, tweede lid, is per woonzorgcentrum voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 september 2022 begrensd tot het bedrag dat wordt verkregen op basis van volgende formule: ((80 euro x het aantal erkende woongelegenheden van het woonzorgcentrum en het centrum voor kortverblijf in kwestie op 30 september 2022) x ((het aantal effectief aanwezige bewoners zoals vermeld in artikel 6, eerste lid 1,° voor de maand januari 2022 in het woonzorgcentrum en het centrum voor kortverblijf in kwestie / 31) / (het gewogen gemiddelde aantal erkende woongelegenheden van het woonzorgcentrum en het centrum voor kortverblijf in kwestie in de maand januari 2022))).
De vergoeding waarop een erkend woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf recht heeft, wordt uiterlijk op 30 november 2022 betaald.
De vergoeding waarop een erkend woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf recht heeft, wordt uiterlijk op 30 november 2022 betaald.
Art. 13. La somme des indemnités obtenues en application de l'article 10, alinéa 2, est limitée par centre de soins résidentiels pour la période du 1 janvier 2022 au 30 septembre 2022 au montant obtenu sur la base de la formule suivante : ((80 euros x le nombre d'unités de logement agréées du centre de soins résidentiels et du centre de court séjour concernés au 30 septembre 2022) x ((le nombre d'occupants effectivement présents visés à l'article 6, alinéa 1, 1°, pour le mois de janvier 2022 dans le centre de soins résidentiels et le centre de court séjour concernés / 31) / (le nombre moyen pondéré d'unités de logement agréées du centre de soins résidentiels et du centre de court séjour concernés au mois de janvier 2022)).
L'indemnité à laquelle un centre de soins résidentiels agréé ou un centre de court séjour a droit sera payée le 30 novembre 2022 au plus tard.
L'indemnité à laquelle un centre de soins résidentiels agréé ou un centre de court séjour a droit sera payée le 30 novembre 2022 au plus tard.
HOOFDSTUK 3. - Maatregelen voor de centra voor dagverzorging
CHAPITRE 3. - Mesures en faveur des centres de soins de jour
Afdeling 1. - Continuïteitsborg
Section 1re.. - Garantie de continuité
Art. 14. De centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning op 1 januari 2022 krijgen een continuïteitsborg voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 die per maand wordt berekend met de volgende formule: ((de basistegemoetkoming voor zorg CDV) + (de tegemoetkoming in de reiskosten x 30) x ((het aantal openingsdagen in de maand in kwestie x de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x het gemiddelde aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie) - (het aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp, vermeld in artikel 426 en 427 van het besluit van 30 november 2018, in de maand in kwestie))).
In het eerste lid wordt verstaan onder tegemoetkoming in de reiskosten: het bedrag per verblijfsdag per gebruiker per kilometer, als vermeld in artikel 507, eerste lid, van het besluit van 30 november 2018.
In het eerste lid wordt verstaan onder tegemoetkoming in de reiskosten: het bedrag per verblijfsdag per gebruiker per kilometer, als vermeld in artikel 507, eerste lid, van het besluit van 30 november 2018.
Art. 14. Les centres de soins de jour disposant d'un agrément supplémentaire au 1 janvier 2022 se voient attribuer, pour la période du 1 janvier 2022 au 31 mars 2022, une garantie de continuité calculée par mois à l'aide de la formule suivante : ((l'intervention de base pour les soins CSJ + (l'intervention dans les frais de déplacement x 30) x ((le nombre de jours d'ouverture durant le mois en question x le taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x le nombre moyen d'unités de séjour agrément supplémentaire durant le mois en question) - (le nombre de jours de présence d'usagers classés dans les catégories de dépendance F, Fd, D ou Fp visés aux articles 426 et 427 de l'arrêté du 30 novembre 2018, durant le mois en question))).
A l'alinéa 1, il convient d'entendre par intervention dans les frais de déplacement : le montant par journée de séjour, par usager et par kilomètre, tel que visé à l'article 507, alinéa 1, de l'arrêté du 30 novembre 2018.
A l'alinéa 1, il convient d'entendre par intervention dans les frais de déplacement : le montant par journée de séjour, par usager et par kilomètre, tel que visé à l'article 507, alinéa 1, de l'arrêté du 30 novembre 2018.
Art. 15. Een centrum voor dagverzorging komt in aanmerking voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 14, als op de openingsdagen in de maand in kwestie de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos geweest zijn, met uitzondering van de volgende gevallen:
1° tijdelijke werkloosheid wegens een quarantaineattest;
2° tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;
3° de voorziening heeft om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid moeten toestaan. De voorziening kan dan uiterlijk op 15 juni 2022 aan het agentschap een uitzondering vragen. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of weigeren.
1° tijdelijke werkloosheid wegens een quarantaineattest;
2° tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de sluiting van een kinderdagverblijf, school of opvangcentrum voor gehandicapten;
3° de voorziening heeft om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid moeten toestaan. De voorziening kan dan uiterlijk op 15 juni 2022 aan het agentschap een uitzondering vragen. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of weigeren.
Art. 15. Un centre de soins de jour entre en ligne de compte pour la garantie de continuité visée à l'article 14, si les collaborateurs du centre de soins de jour n'ont pas été en chômage temporaire aux jours d'ouverture du mois en question, à l'exception des cas suivants :
1° chômage temporaire en raison d'un certificat de quarantaine ;
2° chômage temporaire pour cause de force majeure consécutive à la fermeture d'une crèche, d'une école ou d'un centre d'accueil pour handicapés ;
3° la structure a dû accorder le chômage temporaire pour des raisons démontrables indépendantes de sa volonté. La structure peut alors demander une exception à l'agence au plus tard le 15 juin 2022. L'agence peut accorder ou refuser l'exception.
1° chômage temporaire en raison d'un certificat de quarantaine ;
2° chômage temporaire pour cause de force majeure consécutive à la fermeture d'une crèche, d'une école ou d'un centre d'accueil pour handicapés ;
3° la structure a dû accorder le chômage temporaire pour des raisons démontrables indépendantes de sa volonté. La structure peut alors demander une exception à l'agence au plus tard le 15 juin 2022. L'agence peut accorder ou refuser l'exception.
Art. 16. Als het resultaat van de volgende formule kleiner dan 0,4 is, vervalt het recht op de continuïteitsborg, vermeld in artikel 14, voor die maand: (het aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp, vermeld in artikel 426 en 427 van het besluit van 30 november 2018, in de maand in kwestie) / (het aantal openingsdagen in de maand in kwestie x de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x het gemiddelde aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie).
Art. 16. Si le résultat de la formule suivante est inférieur à 0,4, le droit à la garantie de continuité visée à l'article 14 est perdu pour ce mois : (le nombre de jours de présence des usagers classés dans les catégories de dépendance F, Fd, D ou Fp visées aux articles 426 et 427 de l'arrêté du 30 novembre 2018, au cours du mois concerné) / (le nombre de jours d'ouverture au cours du mois concerné x le taux d'occupation individuel agrément complémentaire x le nombre moyen d'unités de séjour agrément complémentaire au cours du mois concerné).
Art. 17. Als het resultaat van de formule, vermeld in artikel 14, eerste lid, negatief is, wordt de subsidie voor die maand herleid tot 0 euro.
Art. 17. Si le résultat de la formulé visée à l'article 14, alinéa 1, est négatif, la subvention pour ce mois est ramenée à 0 euro.
Art. 18. De centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning die in de periode tussen 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 genoodzaakt zijn volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel om de volgende redenen, krijgen een continuïteitsborg:
1° quarantaine door COVID-19;
2° besmetting met COVID-19;
3° tijdelijke tewerkstelling in een door de werkgever bepaalde alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid.
De continuïteitsborg, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend per maand en wordt berekend met de volgende formule: (de basistegemoetkoming voor zorg CDV x het aantal gesloten dagen afwezigheid personeel in de maand in kwestie x de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x het gemiddelde aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie).
1° quarantaine door COVID-19;
2° besmetting met COVID-19;
3° tijdelijke tewerkstelling in een door de werkgever bepaalde alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid.
De continuïteitsborg, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend per maand en wordt berekend met de volgende formule: (de basistegemoetkoming voor zorg CDV x het aantal gesloten dagen afwezigheid personeel in de maand in kwestie x de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning x het gemiddelde aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie).
Art. 18. Les centres de soins de jour disposant d'un agrément complémentaire qui sont contraintes de fermer complètement leurs portes dans la période comprise entre le 1 janvier 2022 et le 31 mars 2022 en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons suivantes, bénéficieront d'une garantie de continuité :
1° quarantaine par COVID-19 ;
2° infection avec COVID-19 ;
3° l'emploi temporaire dans un emploi alternatif déterminé par l'employeur dans l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de santé ou de la politique du bien-être et de la famille.
La garantie de continuité visée à l'alinéa 1 est octroyée par mois et calculée selon la formule suivante : (l'indemnité de base pour les soins CSJ x le nombre de jours fermés d'absence du personnel au cours du mois en question x le taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x le nombre moyen d'unités de séjour agrément supplémentaire au cours du mois en question).
1° quarantaine par COVID-19 ;
2° infection avec COVID-19 ;
3° l'emploi temporaire dans un emploi alternatif déterminé par l'employeur dans l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de santé ou de la politique du bien-être et de la famille.
La garantie de continuité visée à l'alinéa 1 est octroyée par mois et calculée selon la formule suivante : (l'indemnité de base pour les soins CSJ x le nombre de jours fermés d'absence du personnel au cours du mois en question x le taux d'occupation individuel agrément supplémentaire x le nombre moyen d'unités de séjour agrément supplémentaire au cours du mois en question).
Art. 19. Een centrum voor dagverzorging komt in aanmerking voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 18, als er op de gesloten dagen wegens afwezigheid van personeel in de maanden in kwestie geen tijdelijke werkloosheid is voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 15, 1° tot en met 3°.
Art. 19. Un centre de soins de jour est éligible à la garantie de continuité visée à l'article 18, s'il n'y a pas eu de chômage temporaire les jours fermés pour cause de défection de personnel durant les mois en question pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 15, 1° à 3°.
Art. 20. De centra voor dagverzorging delen aan het agentschap voor de maanden januari 2022 tot en met maart 2022 al de volgende gegevens mee om in aanmerking te komen voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 14:
1° het aantal dagen dat het centrum voor dagverzorging effectief is geopend;
2° de som van het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers, ingedeeld per afhankelijkheidscategorie voor de afgelopen periode;
3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 15, 1° tot en met 3°.
De centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 januari 2022 en 31 maart 2022 genoodzaakt zijn volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid, delen aan het agentschap voor de maanden januari 2022 tot en met maart 2022 al de volgende gegevens mee om in aanmerking te komen voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 18:
1° het aantal dagen in de voorbije maand dat ze genoodzaakt waren volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid;
2° een verklaring op erewoord dat het centrum voor dagverzorging tijdens de periode in kwestie genoodzaakt was volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid;
3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 15, 1° tot en met 3°.
De centra voor dagverzorging delen de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, per maand mee via het e-loket uiterlijk op 30 juni 2022.
Als de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de tegemoetkoming voor de maanden in kwestie.
1° het aantal dagen dat het centrum voor dagverzorging effectief is geopend;
2° de som van het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers, ingedeeld per afhankelijkheidscategorie voor de afgelopen periode;
3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 15, 1° tot en met 3°.
De centra voor dagverzorging die in de periode tussen 1 januari 2022 en 31 maart 2022 genoodzaakt zijn volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid, delen aan het agentschap voor de maanden januari 2022 tot en met maart 2022 al de volgende gegevens mee om in aanmerking te komen voor de continuïteitsborg, vermeld in artikel 18:
1° het aantal dagen in de voorbije maand dat ze genoodzaakt waren volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid;
2° een verklaring op erewoord dat het centrum voor dagverzorging tijdens de periode in kwestie genoodzaakt was volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid;
3° een verklaring op erewoord dat er voor de maanden in kwestie geen tijdelijke werkloosheid was voor de medewerkers van het centrum voor dagverzorging, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 15, 1° tot en met 3°.
De centra voor dagverzorging delen de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, per maand mee via het e-loket uiterlijk op 30 juni 2022.
Als de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, niet tijdig zijn meegedeeld, verliest de voorziening het recht op de tegemoetkoming voor de maanden in kwestie.
Art. 20. Les centre de soins de jour communiquent à l'agence toutes les données suivantes, pour les mois de janvier 2022 à mars 2022, pour être éligibles à la garantie de continuité visée à l'article 14 :
1° le nombre de jours où le centre de soins de jour a effectivement été ouvert ;
2° la somme du nombre de jours de présence de tous les usagers, classés par catégorie de dépendance pour la période écoulée ;
3° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu, pour les mois en question, de chômage temporaire pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 15, 1° à 3°.
Les centres de soins de jour qui sont contraints de fermer complètement leurs portes au cours de la période comprise entre le 1 janvier 2022 et le 31 mars 2022 en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons visées à l'article 18, alinéa 1, communiquent déjà à l'agence les données suivantes pour les mois de janvier 2022 à mars 2022 afin de pouvoir bénéficier de la garantie de continuité visée à l'article 18 :
1° le nombre de jours, au cours du dernier mois, où ils ont été contraints de fermer complètement leurs portes en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons mentionnées à l'article 18, alinéa 1 ;
2° une déclaration sur l'honneur selon laquelle le centre de soins de jour a été contraint de fermer complètement ses portes pendant la période en question en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons mentionnées à l'article 18, alinéa 1 ;
1° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu, pour les mois en question, de chômage temporaire pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 15, 1° à 3°.
Les centres de soins de jour communiquent les données visées aux alinéas 1 et 2 par mois par le biais du guichet électronique au plus tard au 30 juin 2022.
Si les données visées aux alinéas 1 et 2 n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à l'intervention pour les mois en question.
1° le nombre de jours où le centre de soins de jour a effectivement été ouvert ;
2° la somme du nombre de jours de présence de tous les usagers, classés par catégorie de dépendance pour la période écoulée ;
3° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu, pour les mois en question, de chômage temporaire pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 15, 1° à 3°.
Les centres de soins de jour qui sont contraints de fermer complètement leurs portes au cours de la période comprise entre le 1 janvier 2022 et le 31 mars 2022 en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons visées à l'article 18, alinéa 1, communiquent déjà à l'agence les données suivantes pour les mois de janvier 2022 à mars 2022 afin de pouvoir bénéficier de la garantie de continuité visée à l'article 18 :
1° le nombre de jours, au cours du dernier mois, où ils ont été contraints de fermer complètement leurs portes en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons mentionnées à l'article 18, alinéa 1 ;
2° une déclaration sur l'honneur selon laquelle le centre de soins de jour a été contraint de fermer complètement ses portes pendant la période en question en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons mentionnées à l'article 18, alinéa 1 ;
1° une déclaration sur l'honneur selon laquelle il n'y a pas eu, pour les mois en question, de chômage temporaire pour les collaborateurs du centre de soins de jour, sauf dans les cas visés à l'article 15, 1° à 3°.
Les centres de soins de jour communiquent les données visées aux alinéas 1 et 2 par mois par le biais du guichet électronique au plus tard au 30 juin 2022.
Si les données visées aux alinéas 1 et 2 n'ont pas été communiquées à temps, la structure perd le droit à l'intervention pour les mois en question.
Afdeling 2. - Betaling van de continuïteitsborg
Section 2. - Paiement de la garantie de continuité
Art. 21. De subsidies, vermeld in artikel 14 en 18 voor de maanden januari 2022 tot en met maart 2022 worden betaald uiterlijk op 31 augustus 2022.
Art. 21. Les subventions visées aux articles 14 et 18 pour les mois de janvier 2022 à mars 2022 sont payées le 31 août 2022 au plus tard.
Art. 22. In dit artikel wordt verstaan onder gelijkgestelde uren: de niet-gepresteerde uren die gelijkgesteld worden met arbeidsuren, op voorwaarde dat ze aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de voorziening (onder meer jaarlijkse vakantie, feestdagen, ziekteperiode die door een gewaarborgd loon gedekt wordt), met uitzondering van de dagen of uren disponibiliteit bij een openbaar bestuur.
Voor de gesloten dagen van het centrum voor dagverzorging door de afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid, van dit besluit, worden de gepresteerde of gelijkgestelde dagen of uren van medewerkers die bij een normale bezetting van de bijkomende erkenning van het centrum voor dagverzorging zouden worden opgegeven met het oog op een financiering in het kader van de basistegemoetkoming voor zorg en die tijdens de dagen van sluiting van het centrum voor dagverzorging in een door de werkgever bepaalde alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid werken, als gepresteerde of gelijkgestelde dagen of uren in het centrum van dagverzorging opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 456 van het besluit van 30 november 2018.
Voor de gesloten dagen van het centrum voor dagverzorging door de afwezigheid van alle personeel om de redenen, vermeld in artikel 18, eerste lid, van dit besluit, worden de gepresteerde of gelijkgestelde dagen of uren van medewerkers die bij een normale bezetting van de bijkomende erkenning van het centrum voor dagverzorging zouden worden opgegeven met het oog op een financiering in het kader van de basistegemoetkoming voor zorg en die tijdens de dagen van sluiting van het centrum voor dagverzorging in een door de werkgever bepaalde alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid werken, als gepresteerde of gelijkgestelde dagen of uren in het centrum van dagverzorging opgegeven in de elektronische vragenlijst, vermeld in artikel 456 van het besluit van 30 november 2018.
Art. 22. Dans le présent article, on entend par heures assimilées : les heures non prestées qui sont assimilées à des heures de travail pour autant qu'elles donnent lieu au paiement d'une indemnité par la structure (notamment les vacances annuelles, les jours fériés, la période de maladie couverte par un salaire garanti), à l'exception des jours ou des heures de disponibilité auprès d'une administration publique.
Pour les jours fermés du centre de soins de jour en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons visées à l'article 18, alinéa 1, du présent arrêté, les jours ou heures prestés ou assimilés de collaborateurs qui, lors d'une occupation normale de l'agrément supplémentaire du centre de soins de jour, seraient déclarés en vue d'un financement au titre de l'intervention de base pour les soins et qui, pendant les jours de fermeture du centre de soins de jour, sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par l'employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, sont déclarés, dans le questionnaire électronique visé à l'article 456 de l'arrêté du 30 novembre 2018, comme jours ou heures prestés ou assimilés dans le centre de soins de jour.
Pour les jours fermés du centre de soins de jour en raison de l'absence de tout le personnel pour les raisons visées à l'article 18, alinéa 1, du présent arrêté, les jours ou heures prestés ou assimilés de collaborateurs qui, lors d'une occupation normale de l'agrément supplémentaire du centre de soins de jour, seraient déclarés en vue d'un financement au titre de l'intervention de base pour les soins et qui, pendant les jours de fermeture du centre de soins de jour, sont occupés dans un travail alternatif, déterminé par l'employeur, de l'offre agréée, autorisée ou subventionnée dans le cadre de la politique de la santé ou de la politique du bien-être et de la famille, sont déclarés, dans le questionnaire électronique visé à l'article 456 de l'arrêté du 30 novembre 2018, comme jours ou heures prestés ou assimilés dans le centre de soins de jour.
Afdeling 3. - Maximaal te factureren dagen
Section 3. - Nombre maximum de jours à facturer
Art. 23. In afwijking van artikel 529, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 mogen centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning in 2022 niet meer dagen factureren dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met hun erkende capaciteit, verminderd met het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt zijn volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18 van dit besluit, en het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14 van dit besluit.
Het agentschap controleert het totale aantal gefactureerde dagen voor centra voor dagverzorging in het jaar 2022, vermeerderd met het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt zijn volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18, en vermeerderd met het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14. Als het totaal van de som van de gefactureerde dagen, het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt zijn volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18, en het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14 groter is dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met de erkende capaciteit, dat gefactureerd mag worden, kan het agentschap de voorziening verplichten om:
1° een aantal gefactureerde dagen te crediteren;
2° de volledige continuïteitsborg terug te betalen of het gedeelte ervan dat overeenstemt met het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt was volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18, en het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14 waarvoor ze onterecht een continuïteitsborg heeft gekregen.
Het agentschap controleert het totale aantal gefactureerde dagen voor centra voor dagverzorging in het jaar 2022, vermeerderd met het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt zijn volledig te sluiten door afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18, en vermeerderd met het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14. Als het totaal van de som van de gefactureerde dagen, het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt zijn volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18, en het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14 groter is dan het maximale aantal dagen, rekening houdend met de erkende capaciteit, dat gefactureerd mag worden, kan het agentschap de voorziening verplichten om:
1° een aantal gefactureerde dagen te crediteren;
2° de volledige continuïteitsborg terug te betalen of het gedeelte ervan dat overeenstemt met het aantal gecompenseerde dagen omdat ze genoodzaakt was volledig te sluiten door de afwezigheid van alle personeel als vermeld in artikel 18, en het aantal gecompenseerde dagen wegens verminderde bezetting met toepassing van artikel 14 waarvoor ze onterecht een continuïteitsborg heeft gekregen.
Art. 23. Par dérogation à l'article 529, § 1, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, les centres de soins de jour disposant d'un agrément complémentaire en 2022 ne peuvent facturer plus de jours que le nombre maximum de jours, compte tenu de leur capacité agréée, diminué du nombre de jours compensés parce qu'ils sont contraints de fermer complètement en raison de l'absence de tout le personnel tel que visé à l'article 18 du présent arrêté, et du nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite conformément à l'article 14 du présent arrêté.
L'agence vérifie le nombre total de jours facturés pour les centres de soins de jour en 2022, augmenté du nombre de jours compensés parce qu'ils sont obligés de fermer complètement en raison de l'absence de tout le personnel, tel que visé à l'article 18, et augmenté du nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite, en application de l'article 14. Si le total de la somme des jours facturés, du nombre de jours compensés parce qu'ils sont contraints de fermer complètement en raison de l'absence de tout le personnel tel que visé à l'article 18, et du nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite en application de l'article 14, dépasse le nombre maximum de jours, compte tenu de la capacité agréée, qui peut être facturé, l'agence peut obliger la structure à :
1° créditer un certain nombre de jours facturés ;
2° rembourser la totalité ou la partie de la garantie de continuité correspondant au nombre de jours compensés parce qu'elle a été contrainte de fermer complètement ses portes en raison de l'absence de tout le personnel, tel que visé à l'article 18, et au nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite des effectifs en application de l'article 14 pour lesquels une garantie de continuité lui a été accordée à tort.
L'agence vérifie le nombre total de jours facturés pour les centres de soins de jour en 2022, augmenté du nombre de jours compensés parce qu'ils sont obligés de fermer complètement en raison de l'absence de tout le personnel, tel que visé à l'article 18, et augmenté du nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite, en application de l'article 14. Si le total de la somme des jours facturés, du nombre de jours compensés parce qu'ils sont contraints de fermer complètement en raison de l'absence de tout le personnel tel que visé à l'article 18, et du nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite en application de l'article 14, dépasse le nombre maximum de jours, compte tenu de la capacité agréée, qui peut être facturé, l'agence peut obliger la structure à :
1° créditer un certain nombre de jours facturés ;
2° rembourser la totalité ou la partie de la garantie de continuité correspondant au nombre de jours compensés parce qu'elle a été contrainte de fermer complètement ses portes en raison de l'absence de tout le personnel, tel que visé à l'article 18, et au nombre de jours compensés en raison d'une occupation réduite des effectifs en application de l'article 14 pour lesquels une garantie de continuité lui a été accordée à tort.
Afdeling 4. - Werkingssubsidies
Section 4. - Subventions de fonctionnement
Art. 24. Om de werkingssubsidies voor de centra voor dagverzorging, vermeld in hoofdstuk 6 van bijlage 7 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, voor het jaar 2022 te bepalen, wordt rekening gehouden met de gemiddelde bezettingsgraad voor het jaar 2019, die berekend wordt op basis van de bezettingsgegevens die zijn bezorgd met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra en artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging.
Art. 24. Pour déterminer les subventions de fonctionnement pour les centres de soins de jour visées au chapitre 6 de l'annexe 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, pour l'année 2022, il est tenu compte du taux d'occupation moyen pour l'année 2019, qui est calculé sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour et de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins palliatifs de jour.
Art. 25. In afwijking van artikel 66 en 67 van bijlage 7 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers komen de erkende centra voor dagverzorging voor het jaar 2022 in aanmerking voor een jaarlijks subsidiebedrag dat berekend wordt op basis van de gemiddelde bezettingsgraad 2019.
De centra voor dagverzorging die een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal tien gebruikers hebben, komen in aanmerking voor een subsidiebedrag van 35.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250.
De centra voor dagverzorging die een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier gebruikers hebben, kunnen evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 33.200 euro, 31.400 euro, 29.600 euro, 27.800 euro, 26.000 euro of 24.200 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.
De bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, worden geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Voormelde koppeling aan het indexcijfer wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen zijn uitgedrukt tegen 100% op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012. Voormelde koppeling aan het prijsindexcijfer gebeurt op 1 januari van het jaar dat op de overschrijding van de spilindex volgt.
Ongeacht de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad kunnen dagverzorgingscentra die voor het eerst erkend worden, gedurende de eerste drie jaar waarin ze voor subsidiëring in aanmerking komen, een subsidiebedrag ontvangen dat gelijk is aan het hoogste subsidiebedrag.
De centra voor dagverzorging die een gemiddelde bezettingsgraad van minimaal tien gebruikers hebben, komen in aanmerking voor een subsidiebedrag van 35.000 euro per jaar. De gemiddelde bezettingsgraad is het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250.
De centra voor dagverzorging die een gemiddelde bezettingsgraad van minder dan tien gebruikers maar van minimaal vier gebruikers hebben, kunnen evenredig aan de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad een subsidiebedrag ontvangen van 33.200 euro, 31.400 euro, 29.600 euro, 27.800 euro, 26.000 euro of 24.200 euro, naargelang ze een gemiddelde bezettingsgraad hebben van minstens 9, 8, 7, 6, 5 of 4.
De bedragen, vermeld in het tweede en derde lid, worden geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Voormelde koppeling aan het indexcijfer wordt berekend en toegepast overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen zijn uitgedrukt tegen 100% op basis van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2012. Voormelde koppeling aan het prijsindexcijfer gebeurt op 1 januari van het jaar dat op de overschrijding van de spilindex volgt.
Ongeacht de gerealiseerde gemiddelde bezettingsgraad kunnen dagverzorgingscentra die voor het eerst erkend worden, gedurende de eerste drie jaar waarin ze voor subsidiëring in aanmerking komen, een subsidiebedrag ontvangen dat gelijk is aan het hoogste subsidiebedrag.
Art. 25. Par dérogation aux articles 66 et 67 de l'annexe 7 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, les centres de soins de jour agréés sont éligibles, pour l'année 2022, à un montant de subvention annuel calculé sur la base du taux moyen d'occupation 2019.
Les centres de soins de jour qui ont un taux d'occupation moyen d'au moins dix usagers, sont éligibles à un montant de subvention de 35 000 euros par an. Le taux moyen d'occupation est le nombre total de jours de présence facturés par année calendrier divisé par 250.
Les centres de soins de jour dont le taux moyen d'occupation est inférieur à dix usagers mais supérieur à trois usagers peuvent recevoir, proportionnellement au taux moyen d'occupation réalisé, un montant de subvention de 33 200 euros, 31 400 euros, 29 600 euros, 27 800 euros, 26 000 euros ou 24 200 euros, selon que leur taux moyen d'occupation est d'au moins 9, 8, 7, 6, 5 ou 4.
Les montants visés aux alinéas 2 et 3 sont indexés conformément à la loi du 1 mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. La liaison précitée à l'indice est calculée et appliquée conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. Les montants sont exprimés à 100 % sur la base de l'indice pivot applicable au 1 janvier 2012. La liaison précitée à l'indice a lieu le 1 janvier de l'année qui suit le dépassement de l'indice-pivot.
Quel que soit le taux moyen d'occupation réalisé, les centres de soins de jour agréés pour la première fois peuvent recevoir, au cours des trois premières années durant lesquelles ils sont éligibles au subventionnement, un montant de subvention qui est égal au montant de subvention le plus élevé.
Les centres de soins de jour qui ont un taux d'occupation moyen d'au moins dix usagers, sont éligibles à un montant de subvention de 35 000 euros par an. Le taux moyen d'occupation est le nombre total de jours de présence facturés par année calendrier divisé par 250.
Les centres de soins de jour dont le taux moyen d'occupation est inférieur à dix usagers mais supérieur à trois usagers peuvent recevoir, proportionnellement au taux moyen d'occupation réalisé, un montant de subvention de 33 200 euros, 31 400 euros, 29 600 euros, 27 800 euros, 26 000 euros ou 24 200 euros, selon que leur taux moyen d'occupation est d'au moins 9, 8, 7, 6, 5 ou 4.
Les montants visés aux alinéas 2 et 3 sont indexés conformément à la loi du 1 mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. La liaison précitée à l'indice est calculée et appliquée conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. Les montants sont exprimés à 100 % sur la base de l'indice pivot applicable au 1 janvier 2012. La liaison précitée à l'indice a lieu le 1 janvier de l'année qui suit le dépassement de l'indice-pivot.
Quel que soit le taux moyen d'occupation réalisé, les centres de soins de jour agréés pour la première fois peuvent recevoir, au cours des trois premières années durant lesquelles ils sont éligibles au subventionnement, un montant de subvention qui est égal au montant de subvention le plus élevé.
Art. 26. Centra voor dagverzorging die in 2022 voor het vierde, vijfde of zesde jaar voor subsidiëring in aanmerking komen, kunnen in afwijking van artikel 25 het hoogste subsidiebedrag voor 2022 ontvangen, ongeacht de gerealiseerde bezettingsgraad in 2019.
Art. 26. Les centres de soins de jour qui, en 2022, sont éligibles au subventionnement pour la quatrième, cinquième ou sixième année, peuvent recevoir, par dérogation à l'article 25 le montant de subvention le plus élevé pour 2022, quel que soit le taux d'occupation réalisé en 2019.
HOOFDSTUK 4. - Maatregelen voor de centra voor dagopvang
CHAPITRE 4. - Mesures en faveur des centres d'accueil de jour
Art. 27. Om de werkingssubsidies voor de centra voor dagopvang, vermeld in artikel 83 tot en met 87 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, voor het jaar 2022 te bepalen, wordt rekening gehouden met de hoogste van de volgende bezettingsgraden:
1° de gemiddelde bezettingsgraad in het jaar 2019;
2° de gemiddelde bezettingsgraad in het jaar 2022.
De gemiddelde bezittingsgraden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden berekend op basis van de bezettingsgegevens die bezorgd zijn met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra.
1° de gemiddelde bezettingsgraad in het jaar 2019;
2° de gemiddelde bezettingsgraad in het jaar 2022.
De gemiddelde bezittingsgraden, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden berekend op basis van de bezettingsgegevens die bezorgd zijn met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra.
Art. 27. Afin de déterminer, pour l'année 2022, les subventions de fonctionnement pour les centres d'accueil de jour visées aux articles 83 à 87 de l'annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, il est tenu compte du plus élevé des taux d'occupation suivants :
1° le taux d'occupation moyen pour l'année 2019 ;
2° le taux d'occupation moyen pour l'année 2022.
Les taux d'occupation moyens visés au premier alinéa, 1° et 2°, sont calculés sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour.
1° le taux d'occupation moyen pour l'année 2019 ;
2° le taux d'occupation moyen pour l'année 2022.
Les taux d'occupation moyens visés au premier alinéa, 1° et 2°, sont calculés sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de soins de jour.
Art. 28. In afwijking van artikel 85 van bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, ontvangen de centra voor dagopvang die zich in 2022 in de eerste zes jaar van de subsidiëring bevinden, het hoogste subsidiebedrag voor 2022, ongeacht de gerealiseerde bezettingsgraad 2019 of in 2022.
Art. 28. Par dérogation à l'article 85 de l'annexe 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 arrêté relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, les centres d'accueil de jour qui se trouvent en 2022 dans les six premières années de subventionnement, reçoivent le montant de subvention le plus élevé pour 2022, indépendamment du taux d'occupation atteint en 2019 ou en 2022.
HOOFDSTUK 5. - Maatregelen voor centra voor kortverblijf die worden uitgebaat in lokalen van centra voor herstelverblijf die daarvoor bestemd zijn
CHAPITRE 5. - Mesures en faveur des centres de court séjour exploités dans des locaux de centres de convalescence destinés à cet effet
Art. 29. Om de werkingssubsidies voor de centra voor kortverblijf type 1 die worden uitgebaat in lokalen van centra voor herstelverblijf die daarvoor bestemd zijn, vermeld in artikel 33 tot en met 36 van bijlage 8 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, voor het jaar 2022 te bepalen, wordt rekening gehouden met de gemiddelde bezettingsgraad in het jaar 2019, die wordt berekend op basis van de bezettingsgegevens die zijn bezorgd met toepassing van artikel 2 van het ministerieel besluit van 22 april 2015 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de centra voor kortverblijf.
Art. 29. Afin de déterminer, pour l'année 2022, les subventions de fonctionnement pour les centres de court séjour de type 1 exploités dans des locaux de centres de convalescence destinés à cet effet visées aux articles 33 à 36 de l'annexe 8 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de soins résidentiels et d'associations d'intervenants de proximité et d'usagers, il est tenu compte du taux moyen d'occupation pour l'année 2019, qui est calculé sur la base des données d'occupation transmises en application de l'article 2 de l'arrêté ministériel du 22 avril 2015 fixant le mode de subventionnement des centres de court séjour.
HOOFDSTUK 6. - Terugvordering
CHAPITRE 6. - Récupération
Art. 30. Als na controle door het agentschap blijkt dat ter uitvoering van artikel 4, 1° c), artikel 6 en 11, artikel 15, 3°, en artikel 20 foutieve gegevens zijn doorgegeven, kan het agentschap de subsidie herberekenen en het teveel aan uitbetaalde subsidies terugvorderen bij de voorziening in kwestie.
Art. 30. Si un contrôle de l'agence révèle que des données incorrectes ont été transmises en exécution des articles 4, 1° c), articles 6 et 11, article 15, 3°, et article 20, l'agence peut recalculer la subvention et récupérer les subventions versées en trop auprès de la structure en question.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions modificatives
Art. 31. In artikel 534/4, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2019, worden de woorden "de eerste twee jaar dat het woonzorgcentrum een bijzondere herkenning heeft" vervangen door de zinsnede "de periode vanaf de ingangsdatum van de eerste bijzondere erkenning tot en met 31 december van het tweede jaar dat volgt op die ingangsdatum".
Art. 31. A l'article 534/4, § 1, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mars 2019, les mots " les deux premières années que le centre de soins résidentiels dispose d'un agrément spécial " sont remplacés par le membre de phrase " la période à partir de la date de début du premier agrément spécial au 31 décembre de la deuxième année suivant cette date de début ".
Art. 32. In artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2021 tot bepaling van een aantal maatregelen ter ondersteuning van de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf, de centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang naar aanleiding van de COVID-19-crisis vanaf 1 april 2021 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, c), en 2°, c), en paragraaf 2, tweede en vierde lid, wordt de datum "31 december 2021" vervangen door de datum "31 maart 2022";
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de datum "31 december 2021" telkens vervangen door de datum "31 maart 2022".
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, c), en 2°, c), en paragraaf 2, tweede en vierde lid, wordt de datum "31 december 2021" vervangen door de datum "31 maart 2022";
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de datum "31 december 2021" telkens vervangen door de datum "31 maart 2022".
Art. 32. A l'article 27 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 juin 2021 instaurant un certain nombre de mesures de soutien aux centres de soins résidentiels, aux centres de court séjour, aux centres de soins de jour et aux centres d'accueil de jour suite à la crise du COVID-19 à partir du 1er avril 2021, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 1, 1°, c), et 2°, c), et au paragraphe 2, alinéas 2 et 4, la date " 31 décembre 2021 " est remplacée par la date " 31 mars 2022 " ;
2° au paragraphe 3, alinéa 2, la date " 31 décembre 2021 " est chaque fois remplacée par la date " 31 mars 2022 ".
1° au paragraphe 2, alinéa 1, 1°, c), et 2°, c), et au paragraphe 2, alinéas 2 et 4, la date " 31 décembre 2021 " est remplacée par la date " 31 mars 2022 " ;
2° au paragraphe 3, alinéa 2, la date " 31 décembre 2021 " est chaque fois remplacée par la date " 31 mars 2022 ".
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 33. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022 met uitzondering van artikel 31 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2021.
Art. 33. Le présent arrêté produit ses effets le 1 janvier 2022, à l'exception de l'article 31 qui produit ses effets le 1 janvier 2021.
Art. 34. De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale bescherming, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le Ministre flamand compétent pour le bien-être, le Ministre flamand compétent pour les soins de santé et résidentiels et le Ministre flamand compétent pour la protection sociale sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.