Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 MAART 2022. - Koninklijk besluit betreffende de proefbank voor vuurwapens
Titre
10 MARS 2022. - Arrêté royal relatif au banc d'épreuves des armes à feu
Dokumentinformationen
Numac: 2022031605
Datum: 2022-03-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022031605
Date: 2022-03-10
Moniteur: Voir
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK 1. - DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED
CHAPITRE 1er. - DEFINITIONS ET CHAMP D'APPLICATION
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Overeenkomst: de overeenkomst tot wederzijdse erkenning van draagbare vuurwapens goedgekeurd bij de wet van 20 januari 1971 houdende goedkeuring van de overeenkomst tot wederzijdse erkenning van de beproevingsstempels voor draagbare vuurwapens en van het reglement met bijlagen I en II, opgemaakt te Brussel op 1 juli 1969;
  2° C.I.P.: de Vaste Internationale Commissie ter beproeving van draagbare vuurwapens opgericht bij de Overeenkomst;
  3° C.I.P.-bank: een proefbank voor vuurwapens erkend door de C.I.P.;
  4° vuurwapen: met betrekking tot de proef, een wapen dat kan geladen worden met minstens een ontplofbare stof in los kruit of vervat in een patroon, die kan aangestoken worden;
  5° onderdeel onderworpen aan de proef: origineel onderdeel of identiek vervangstuk, ontworpen voor een vuurwapen, essentieel voor de werking ervan, onderworpen aan sterke mechanische belastingen bij het schieten en opgenomen in het kader van het reglement van de Overeenkomst of in bijlage 1 bij dit besluit;
  6° wapens: de vuurwapens, onderdelen onderworpen aan de proef alsook patronen;
  7° conventionele wapens: de vuurwapens en onderdelen onderworpen aan de proef die geïnventariseerd zijn in het kader van het reglement van de Overeenkomst alsook de handelspatronen;
  8° niet-conventionele wapens: de vuurwapens en de eraan aangepaste onderdelen onderworpen aan de proef, opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit, vervaardigd per eenheid of in beperkt aantal, en die niet zijn opgenomen in het kader van het reglement van de Overeenkomst;
  9° handelspatronen: industrieel vervaardigde patronen in grote hoeveelheden, door lading van hulzen met ontplofbare stoffen en eventueel een kogel, hagels of een projectiel, waarvan het kaliber opgenomen is in het kader van het reglement van de Overeenkomst, in elementaire verpakkingen van verschillende eenheden en bestemd voor de verkoop door een wapenhandelaar.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° Convention : la convention pour la reconnaissance réciproque des armes à feu portatives approuvée par la loi du 20 janvier 1971 portant approbation de la convention pour la reconnaissance réciproque des poinçons d'épreuves des armes à feu portatives et du règlement avec annexes I et II, faits à Bruxelles le 1er juillet 1969 ;
  2° C.I.P. : la Commission internationale permanente pour l'épreuve des armes à feu portatives établie par la Convention ;
  3° banc C.I.P. : un banc d'épreuves des armes à feu reconnu par la C.I.P. ;
  4° arme à feu : en ce qui concerne l'épreuve, une arme pouvant être chargée d'au moins une substance explosive en poudre libre ou contenue dans une cartouche, qui peut être mise à feu ;
  5° pièce soumise à l'épreuve : une pièce d'origine ou de remplacement identique, conçue pour une arme à feu, essentielle à son fonctionnement, soumise à de fortes sollicitations mécaniques lors du tir et répertoriée dans le cadre du règlement de la Convention ou reprise à l'annexe 1redu présent arrêté ;
  6° armes : les armes à feu, les pièces soumises à l'épreuve ainsi que les cartouches ;
  7° armes conventionnelles : les armes à feu et les pièces soumises à l'épreuve répertoriées dans le cadre du règlement de la Convention ainsi que les cartouches du commerce ;
  8° armes non conventionnelles : les armes à feu et les pièces soumises à l'épreuve qui lui sont adaptées, répertoriées en annexe 1redu présent arrêté, fabriquées à l'unité ou en nombre réduit, et qui ne sont pas répertoriées dans le cadre du règlement de la Convention ;
  9° cartouches du commerce : cartouches fabriquées industriellement en grandes quantités, par chargement de douilles de substances explosives et éventuellement d'une balle, de billes ou d'un projectile, dont le calibre est répertorié dans le cadre du règlement de la Convention, en conditionnements élémentaires de plusieurs unités et destinées à la vente par un armurier.
Art. 2. Vallen niet onder de toepassing van de hoofdstuk 6 van dit besluit:
  1° de door de politiediensten gebruikte patronen;
  2° wapens die zich op het nationale grondgebied bevinden met een tijdelijke vergunning in het kader van de Wapenwet van 8 juni 2006.
Art. 2. Ne tombent pas sous l'application du chapitre 6 du présent arrêté :
  1° : les cartouches utilisées par les services de police ;
  2° les armes qui se trouvent sur le territoire national avec une autorisation temporaire dans le cadre de la loi du 8 juin 2006 sur les armes.
HOOFDSTUK 2. - LIGGING VAN DE PROEFBANK
CHAPITRE 2. - LOCALISATION DU BANC D'EPREUVES
Art. 3. De proefbank is gevestigd te Luik.
Art. 3. Le banc d'épreuves est établi à Liège.
HOOFDSTUK 3. - RAAD VAN BESTUUR VAN DE PROEFBANK
CHAPITRE 3. - CONSEIL D'ADMINISTRATION DU BANC D'EPREUVES
Art. 4. De Raad van Bestuur van de proefbank ziet toe op de correcte uitoefening van de activiteiten van de proefbank.
Art. 4. Le Conseil d'Administration veille à l'exercice correct des activités du banc d'épreuves.
Art. 5. De Raad van Bestuur is belast met de controle op het financieel en boekhoudkundig beheer van de proefbank.
  De Raad van Bestuur maakt het ontwerp van begroting ter goedkeuring over aan de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Justitie, elk voor wat zijn onderscheiden bevoegdheid betreft.
Art. 5. Le Conseil d'Administration est en charge du contrôle de la gestion financière et comptable du banc d'épreuves.
  Le Conseil d'Administration transmet le projet de budget pour approbation au ministre ayant l'Economie dans ses attributions et au ministre ayant la Justice dans ses attributions, chacun pour ce qui relève de sa compétence distincte.
Art. 6. De Raad van Bestuur maakt jaarlijks het jaarverslag op over de werkzaamheden van de proefbank voor het voorgaande jaar.
Art. 6. Le Conseil d'Administration dresse chaque année le rapport annuel sur les activités du banc d'épreuves pour l'année antérieure.
Art. 7. De Raad van Bestuur kan beslissen om adviesraden op te richten in het kader van de activiteiten van de proefbank.
Art. 7. Le Conseil d'Administration peut décider de créer des conseils consultatifs dans le cadre des activités du banc d'épreuves.
Art. 8. De Raad van Bestuur laat tweejaarlijks een externe veiligheidsaudit van de proefbank en een jaarlijkse interne audit van het kwaliteitsmanagementsysteem uitvoeren.
Art. 8. Le Conseil d'Administration fait procéder tous les deux ans à un audit externe de sécurité du banc d'épreuves et à un audit annuel interne du système de management de la qualité.
Art. 9. De leden van de Raad van Bestuur kunnen steeds de lokalen van de proefbank betreden, met inachtneming van de interne procedures bepaald door de organen van de proefbank.
Art. 9. Les membres du Conseil d'Administration peuvent toujours accéder aux locaux du banc d'épreuves, en tenant compte des procédures internes définies par les organes du banc d'épreuves.
Art. 10. § 1. Aan de leden van de Raad van Bestuur wordt, per vergadering, een zitpenning toegekend waarvan het bedrag vastgesteld is als volgt:
  1° 400 euro aan de voorzitter van de Raad van Bestuur;
  2° 250 euro aan de onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur.
  Aan de door de Koning benoemde regeringscommissarissen wordt, per vergadering, een zitpenning toegekend van 250 euro.
  Het aantal toegekende zitpenningen per persoon wordt beperkt tot 15 per jaar.
  § 2. De in de paragraaf 1 bedoelde bedragen zijn gekoppeld aan de consumptieprijsindex en worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari. De indexering zal voor de eerste maal gebeuren op 1 januari van het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van dit besluit met als referentie-index de consumptieprijsindex van de maand voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit.
  § 3. De vergoeding van de verplaatsingskosten van de leden van de Raad van Bestuur en de regeringscommissarissen wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
Art. 10. § 1er. Un jeton de présence est alloué par réunion aux membres du Conseil d'Administration dont le montant est fixé comme suit:
  1° 400 euros au président du Conseil d'Administration ;
  2° 250 euros aux membres indépendants du Conseil d'Administration.
  Un jeton de présence de 250 euros est alloué par réunion aux commissaires du gouvernement nommés par le Roi.
  Le nombre de jetons de présence alloués par personne sera limité à 15 par année.
  § 2. Les montants visés au paragraphe 1er sont liés à l'indice des prix à la consommation et sont indexés annuellement le 1er janvier. L'indexation s'effectuera pour la première fois le 1er janvier de l'année qui suit l'entrée en vigueur du présent arrêté avec comme référence l'indice des prix à la consommation du mois précédent l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  § 3. Les indemnités des frais de déplacement des membres du Conseil d'Administration et des commissaires du gouvernement sont fixées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
HOOFDSTUK 4. - DE DIRECTEUR
CHAPITRE 4. - LE DIRECTEUR
Art. 11. De directeur is verantwoordelijk voor het toezicht op de algemene werking van de proefbank met respect voor de geldende wetgeving.
  De directeur is meer specifiek belast met de naleving van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  Minstens halfjaarlijks maakt de directeur een rapport op over de uitoefening van zijn bevoegdheden in het kader van de algemene werking van de proefbank. Dit rapport wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur.
Art. 11. Le directeur est responsable de la surveillance du fonctionnement général du banc d'épreuves dans le respect de la règlementation en vigueur.
  Le directeur est chargé plus spécifiquement du respect de la loi du 8 juillet 2018 portant des dispositions diverses sur le banc d'épreuves des armes à feu et ses arrêtés d'exécution.
  Au moins chaque semestre, le directeur dresse un rapport sur l'exercice de ses compétences dans le cadre du fonctionnement général du banc d'épreuves. Ce rapport est soumis au Conseil d'Administration.
Art. 12. De directeur neemt deel aan werkgroepen betreffende materies die aansluiten bij de wettelijke opdrachten van de proefbank, in het bijzonder aan werkgroepen waarin nationale of internationale regelgeving wordt voorbereid, indien hij daartoe wordt opgedragen door de minister bevoegd voor Economie of de minister bevoegd voor Justitie, elk voor wat zijn onderscheiden bevoegdheid betreft.
  Indien wenselijk stelt de directeur een delegatie van afgevaardigden samen om deel te nemen aan de werkgroepen.
Art. 12. Le directeur prend part aux groupes de travail relatifs aux matières afférentes aux missions légales du banc d'épreuves, en particulier aux groupes de travail au sein desquels la réglementation nationale ou internationale est préparée, s'il est commissionné par le ministre ayant l'Economie dans ses attributions ou le ministre ayant la Justice dans ses attributions, chacun pour ce qui est de sa compétence distincte.
  Si c'est souhaitable, le directeur compose une délégation pour participer aux groupes de travail.
Art. 13. De directeur wordt door Ons benoemd op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Justitie, na raadpleging van de Raad van Bestuur.
Art. 13. Le directeur est nommé par Nous sur proposition conjointe du ministre ayant l'Economie dans ses attributions et du ministre ayant la Justice, après consultation du Conseil d'Administration.
Art. 14. De directeur geniet het voordeel van de weddeschaal NA42, zoals bepaald in bijlage 1 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.
  De Raad van Bestuur beslist over de toekenning van eventuele andere voordelen aan de directeur.
  De regels die van toepassing zijn op managementfuncties in de federale overheid vormen hiervoor een leidraad.
Art. 14. Le directeur bénéficie de l'avantage de l'échelle de traitement NA42, comme déterminé à l'annexe 1rede l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.
  Le Conseil d'Administration décide de l'attribution d'autres avantages éventuels au directeur.
  Les règles qui s'appliquent aux fonctions de management de l'autorité fédérale servent de ligne directrice à cet égard.
Art. 15. De directeur wordt jaarlijks geëvalueerd door de Raad van Bestuur.
Art. 15. Le directeur est évalué sur base annuelle par le Conseil d'Administration.
Art. 16. Ingeval van dringende reden die de goede werking van de proefbank in het gedrang brengt, kan de Raad van Bestuur de directeur schorsen.
  De gemotiveerde beslissing tot schorsing wordt binnen de twee werkdagen ter kennis gebracht aan de directeur en aan de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Justitie.
Art. 16. En cas de motif grave qui compromet le bon fonctionnement du banc d'épreuves, le Conseil d'Administration peut suspendre le directeur.
  La décision motivée de suspension est signifiée dans les deux jours ouvrables au directeur et au ministre ayant l'Economie dans ses attributions et au ministre ayant la Justice dans ses attributions.
Art. 17. De directeur wordt ontslagen door Ons, op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Justitie.
Art. 17. Le directeur est démis par Nous sur proposition conjointe du ministre ayant l'Economie dans ses attributions et du ministre ayant la Justice dans ses attributions.
Art. 18. Wanneer de directeur wordt ontslagen of wanneer zijn mandaat niet wordt hernieuwd, heeft hij recht op een beëindigingsvergoeding, op voorwaarde dat de directeur niet kan genieten van een rustpensioen of beroepsinkomen en niet om dringende redenen werd ontslagen.
  De beëindigingsvergoeding bedraagt een twaalfde van de geïndexeerde jaarwedde van de directeur, vermenigvuldigd met het aantal gepresteerde jaren als directeur van de proefbank, met een maximum van zes jaar.
  De vergoeding wordt pro rata op maandelijkse basis uitbetaald.
Art. 18. Quand le directeur est démis ou lorsque son mandat n'est pas renouvelé, il a droit à une indemnité de départ, excepté dans l'éventualité où il bénéficierait d'une pension de retraite ou de revenus professionnels et sauf s'il a été révoqué pour motif grave.
  L'indemnité de départ s'élève à un douzième du traitement annuel indexé du directeur, multiplié par le nombre d'années prestées en tant que directeur du banc d'épreuves, avec un maximum de six ans.
  L'indemnité est versée au prorata sur base mensuelle.
HOOFDSTUK 5. - PROTOCOLAKKOORDEN
CHAPITRE 5. - DES PROTOCOLES D'ACCORD
Art. 19. De proefbank kan, in het belang van haar goede werking protocolakkoorden afsluiten met overheden of instellingen.
  De proefbank sluit een protocolakkoord af met de federale overheidsdienst Justitie, de federale politie en het College van de hoven en rechtbanken inzake de inventarisatie en het vervoer van wapens die met name voor vernietiging zijn bestemd in het kader van artikel 24, eerste lid, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens.
Art. 19. Le banc d'épreuves peut, dans l'intérêt de son bon fonctionnement, conclure des protocoles d'accord avec les autorités ou les institutions.
  Le banc d'épreuves conclut un protocole d'accord avec le service public fédéral Justice, la police fédérale et le Collège des cours et tribunaux en matière d'inventaires et du transport des armes destinées notamment à la destruction dans le cadre de l'article 24, alinéa 1er, de la loi du 8 juin 2006 réglant des activités économiques et individuelles avec des armes.
HOOFDSTUK 6. - DE PROEVEN EN INSPECTIES
CHAPITRE 6. - LES EPREUVES ET LES INSPECTIONS
Art. 20. Conventionele wapens worden onderworpen aan een voorafgaande proef of inspectie naar gelang het geval, uitgevoerd op de proefbank volgens de voorschriften van het reglement van de Overeenkomst.
  De vuurwapens en onderdelen onderworpen aan de proef die geslaagd zijn voor de proef overeenkomstig het eerste lid worden gemarkeerd met de volgende geschikte stempels:
  1° de stempels voorgeschreven door het reglement van de Overeenkomst volgens het type proef;
  2° de identificatiestempel van de proefbank vermeld in bijlage 2 bij dit besluit;
  3° de stempel met het symbool voor het jaar vermeld in bijlage 3 bij dit besluit of de stempel met het volledige jaar in vier cijfers.
  Het geweigerde vuurwapen of onderdeel dat aan de proef werd onderworpen wordt enkel gemarkeerd met de identificatiestempel van de proefbank vermeld in bijlage 2 bij dit besluit.
  De elementaire verpakkingen van de patronen die voor de inspectie geslaagd zijn, dragen de afdruk van de stempel bepaald door het reglement van de Overeenkomst.
Art. 20. Les armes conventionnelles sont soumises à une épreuve préalable ou une inspection en fonction du cas, réalisée au banc d'épreuves selon les prescriptions du règlement de la Convention.
  Les armes à feu et leurs pièces soumises à l'épreuve et l'ayant réussi conformément à l'alinéa 1er sont marquées avec les poinçons appropriés suivants :
  1° les poinçons prescrits par le règlement de la Convention selon le type d'épreuve ;
  2° le poinçon d'identification du banc d'épreuve mentionné en annexe 2 au présent arrêté ;
  3° le poinçon reprenant le symbole annal mentionné en annexe 3 au présent arrêté ou le poinçon reprenant l'année complète en quatre chiffres.
  L'arme à feu ou la pièce soumise à l'épreuve refusée est uniquement marquée du poinçon d'identification du banc d'épreuves mentionné en annexe 2 au présent arrêté.
  Les conditionnements élémentaires des cartouches ayant réussi l'inspection portent l'empreinte du poinçon prévu par le règlement de la Convention.
Art. 21. De proeven, de inspecties en de stempels uitgevoerd op conventionele wapens volgens de voorschriften van het reglement van de Overeenkomst door een C.I.P.-bank, worden erkend.
  De conventionele wapens die, volgens het geval, beproefd of geïnspecteerd werden en met de gepaste stempels gemarkeerd werden volgens de bepaling van het eerste lid, worden vrijgesteld van de voorafgaande proef of van de inspectie naar gelang het geval, bij de proefbank.
Art. 21. Les épreuves, les inspections et les poinçons effectués sur les armes conventionnelles selon les prescriptions du règlement de la Convention par un banc C.I.P., sont reconnus.
  Les armes conventionnelles qui, selon le cas, ont été éprouvées ou inspectées et marquées des poinçonnages adéquats conformément à la disposition de l'alinéa 1er, sont exemptées de l'épreuve préalable ou de l'inspection en fonction du cas, auprès du banc d'épreuve.
Art. 22. De niet-conventionele wapens met hun bijzondere patronen worden aan een voorafgaande proef bij de proefbank onderworpen volgens één van de specifieke procedures beschreven in bijlage 4 bij dit besluit.
  Het vuurwapen en de voornoemde onderdelen onderworpen aan de proef en die hierin geslaagd zijn, worden met de volgende gepaste stempels gemarkeerd:
  1° het kaliber op elke loop indien het ontbreekt;
  2° de identificatiestempel van de proefbank vermeld in bijlage 2 bij dit besluit;
  3° de stempel met het symbool voor het jaar vermeld in bijlage 3 bij dit besluit of de stempel met het volledige jaar in vier cijfers;
  4° de stempel betreffende het type proef opgenomen in bijlage 5 bij dit besluit.
  De proef van een niet-conventioneel wapen, met zijn bijzondere patronen, kan geweigerd worden als hun specificiteiten deze onmogelijk maken.
  Het vuurwapen of het onderdeel dat in de proef niet geslaagd is of waarvan deze geweigerd werd, wordt enkel gemarkeerd met de identificatiestempel van de proefbank vermeld in bijlage 2 bij dit besluit.
Art. 22. Les armes non-conventionnelles avec leurs cartouches particulières sont soumises à une épreuve préalable auprès du banc d'épreuves selon une des procédures spécifiques décrites en annexe 4 au présent arrêté.
  L'arme à feu et les pièces précitées soumises à l'épreuve et ayant réussi celle-ci, sont marquées avec les poinçons appropriés suivants :
  1° le calibre sur chaque canon s'il en fait défaut ;
  2° le poinçon d'identification du banc d'épreuves mentionné à l'annexe 2 du présent arrêté ;
  3° le poinçon reprenant le symbole annal mentionné en annexe 3 au présent arrêté ou le poinçon reprenant l'année complète en quatre chiffres ;
  4° le poinçon relatif au type d'épreuve répertorié en annexe 5 du présent arrêté.
  L'épreuve d'une arme non conventionnelle avec ses cartouches particulières, peut être refusée si leurs spécificités ne la permettent pas.
  L'arme à feu ou la pièce n'ayant pas réussi l'épreuve ou dont celle-ci a été refusée est uniquement marquée du poinçon d'identification du banc d'épreuves mentionné à l'annexe 2 du présent arrêté.
Art. 23. Elk vuurwapen, al dan niet conventioneel, niet beproefd of zonder stempels volgens de artikelen 20, 21 en 22 of waarop na de voorafgaande proef een wijziging aangebracht werd bij minstens één onderdeel onderworpen aan de proef opgenomen in het reglement van de Overeenkomst of in bijlage 1 bij dit besluit, wordt aan de proefbank aangeboden voor een proef. De proefbank mag de uitvoering van de proef weigeren als de aangebrachte aanpassingen deze niet toelaten. De weigering wordt gemotiveerd. De proefbank mag de initiële stempels wijzigen.
  De voorlegging aan de proefbank wordt niet vereist wanneer een onderdeel van het vuurwapen onderworpen aan de proef enkel vervangen werd door een identiek onderdeel dat beproefd werd volgens de bepalingen van de artikelen 20, 21 en 22.
Art. 23. Toute arme à feu, conventionnelle ou non, non éprouvée ou dépourvue de poinçons selon les articles 20, 21 et 22 ou sur laquelle, après son épreuve initiale, une modification a été opérée au niveau d'au moins une pièce soumise à l'épreuve reprise dans le règlement de la Convention ou en annexe 1redu présent arrêté est présentée au banc d'épreuves pour subir une épreuve. Le banc d'épreuves peut refuser l'exécution de l'épreuve si les adaptations apportées ne le permettent pas. Le refus est motivé. Le banc d'épreuves peut modifier les poinçons initiaux.
  La présentation au banc d'épreuves n'est pas exigée quand une pièce de l'arme à feu soumise à l'épreuve a été uniquement remplacée par une pièce identique éprouvée selon les dispositions des articles 20, 21 et 22.
Art. 24. Ingevoerde wapens die niet voldoen aan de artikelen 20, 22 en 23, met uitzondering van conventionele wapens die al naargelang het geval zijn getest of geïnspecteerd door een C.I.P.-bank overeenkomstig artikel 21, worden binnen twee weken na hun binnenkomst op het grondgebied bezorgd aan de Proefbank voor vuurwapens te Luik om te worden getest of geïnspecteerd, afhankelijk van het geval.
Art. 24. Les armes importées qui ne répondent pas aux articles 20, 22 et 23, à l'exclusion des armes conventionnelles ayant été déjà éprouvées ou inspectées en fonction du cas par un Banc C.I.P. conformément à l'article 21, sont présentées au banc d'épreuves des armes à feu à Liège dans les deux semaines de leur entrée sur le territoire pour être éprouvées ou inspectées en fonction du cas.
Art. 25. De manometrische kanonnen en afsluitingsmiddelen ervan worden aan één enkele proef onderworpen.
  De beproevingsdruk ligt minstens 30 % hoger dan die ontwikkeld door de grootste slagkracht van de handelspatroon met hetzelfde kaliber.
  Na de proef worden ze gemarkeerd met de goedkeuringsstempel opgenomen in bijlage 6 bij dit besluit.
Art. 25. Les canons manométriques et leurs dispositifs de fermeture sont soumis à une seule épreuve.
  La pression d'épreuve est au moins de 30 % supérieure à celle développée par la plus forte charge de cartouche du commerce de même calibre.
  Après épreuve, ils sont marqués du poinçon d'acceptation repris à l'annexe 6 du présent arrêté.
Art. 26. De proefbank laat minstens twee fysieke en digitale modellen maken van de identificatiestempel van de proefbank vermeld in bijlage 2 bij dit besluit en van de specifieke stempels voor de proef opgenomen in de bijlagen 5 en 6 bij dit besluit.
Art. 26. Le banc d'épreuves fait réaliser au moins deux modèles physiques et digitaux du poinçon d'identification du banc d'épreuves mentionné à l'annexe 2 du présent arrêté et des poinçons spécifiques à l'épreuve répertoriés aux annexes 5 et 6 du présent arrêté.
HOOFDSTUK 7. - FACTURATIE VAN GERECHTSKOSTEN
CHAPITRE 7. - FACTURATION DES FRAIS DE JUSTICE
Art. 27. De gerechtskosten in strafzaken, bedoeld in artikel 10, § 2, van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens, worden opgenomen in een kostenstaat, die driemaandelijks wordt ingediend bij het centraal bureau gerechtskosten bij de Federale Overheidsdienst Justitie. Ze vermelden de referentie van elke zending te vernietigen wapens, welke dienst ze heeft afgegeven op welke datum, het arrondissement waarvan ze afkomstig zijn, een inventaris van de betrokken wapens en een verklaring op welke dag de betrokken wapens zijn vernietigd. Voor elke zending wordt eveneens het forfaitair bedrag aan kosten vermeld, zonder en met btw, dat voor elke zending wordt aangerekend door de proefbank, overeenkomstig het protocolakkoord en het tarief bepaald door de Koning.
Art. 27. Les frais de justice en matière pénale, visés à l'article 10, § 2, de la loi du 8 juillet 2018 portant des dispositions diverses sur le banc d'épreuves des armes à feu, sont repris dans un état des dépenses, introduit trimestriellement auprès du bureau central frais de justice auprès du Service public fédéral Justice. Ils mentionnent la référence de chaque envoi d'armes à détruire, quel service les a délivrées à quelle date, l'arrondissement dont elles proviennent, un inventaire des armes concernées et une déclaration du jour de la destruction de l'arme en question. Pour chaque envoi, le montant forfaitaire des frais est également mentionné, sans et avec T.V.A., facturé par le banc d'épreuves pour chaque envoi, conformément au protocole d'accord et au tarif fixé par le Roi.
HOOFDSTUK 8. - SLOTBEPALINGEN
CHAPITRE 8. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 28. Het koninklijk besluit van 30 juni 1924 houdende algemeen reglement der te Luik gevestigde wapenproefbank, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 april 2017, wordt opgeheven, met uitzondering van de artikelen 9 en 10.
Art. 28. L'arrêté royal du 30 juin 1924 portant règlement général du Banc d'épreuves des armes à feu, établi à Liège, modifié pour la dernière fois par l'arrêté royal du 26 avril 2017, est abrogé, à l'exception des articles 9 et 10.
Art. 29. Het koninklijk besluit van 29 maart 2012 tot goedkeuring van de loontarieven voor het vervullen van de opdrachten van de Proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik vastgesteld door de Bestuurscommissie, wordt opgeheven één jaar na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 29. L'arrêté royal du 29 mars 2012 approuvant les taux des rétributions pour l'accomplissement des missions du Banc d'épreuves des armes à feu établi à Liège déterminés par la Commission administrative est abrogé un an après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 30. Het koninklijk besluit van 26 april 2017 tot vaststelling van de proeven waaraan de verschillende wapens onderworpen zijn en tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juni 1924 tot goedkeuring van het nieuw algemeen reglement der te Luik gevestigde wapenproefbank, wordt opgeheven.
Art. 30. L'arrêté royal du 26 avril 2017 fixant les épreuves auxquelles sont soumises les diverses armes et modifiant l'arrêté royal du 30 juin 1924 approuvant le nouveau règlement général du banc d'épreuves des armes à feu établi à Liège est abrogé.
Art. 31. De minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 31. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions et le ministre qui a la Justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2022, p. 36890)
Art. N1.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-04-2022, p. 36899)
Art. N2.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2022, p. 36891)
Art. N2.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-04-2022, p. 36900)
Art. N3.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2022, p. 36892)
Art. N3.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-04-2022, p. 36901)
Art. N4.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2022, p. 36894)
Art. N4.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-04-2022, p. 36903)
Art. N5.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2022, p. 36895)
Art. N5.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-04-2022, p. 36904)
Art. N6.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2022, p. 36898)
Art. N6.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 19-04-2022, p. 36907)