Artikel 1. Aan artikel VII 20 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt.
" § 6. Het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van een ambtenaar wordt niet verminderd gedurende het geboorteverlof tijdens welke de ambtenaar geen recht heeft op een volledig salaris.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 MAART 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 wat betreft de uitbreiding van het geboorteverlof
Titre
19 MARS 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006 en ce qui concerne l'extension du congé de naissance
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. L'article VII 20 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017, est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année d'un fonctionnaire ne sont pas diminués pendant le congé de naissance pendant lequel le fonctionnaire n'a pas droit à un traitement complet. ".
" § 6. Le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année d'un fonctionnaire ne sont pas diminués pendant le congé de naissance pendant lequel le fonctionnaire n'a pas droit à un traitement complet. ".
Art. 2. In artikel VII 108bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, worden de woorden `de zeven resterende dagen' vervangen door de woorden `de periode van de vierde tot en met de tiende dag".
Art. 2. Dans l'article VII 108bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017, les mots " les 7 jours restants " sont remplacés par les mots " la période du quatrième au dixième jour ".
Art. 3. Aan deel VII, titel 5 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een hoofdstuk 9, dat bestaat uit artikel VII 219, toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 9. Geboorteverlof
Art. VII. 219. Voor de geboortes die plaatsvonden voor 1 januari 2021 blijft de regeling inzake de toelage zoals deze gold op de dag van de geboorte van kracht.".
"Hoofdstuk 9. Geboorteverlof
Art. VII. 219. Voor de geboortes die plaatsvonden voor 1 januari 2021 blijft de regeling inzake de toelage zoals deze gold op de dag van de geboorte van kracht.".
Art. 3. La partie VII, titre 5, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est complétée par un chapitre 9, comprenant l'article VII 219, rédigé comme suit :
" Chapitre 9. Congé de naissance
Art. VII. 219. Pour les naissances ayant eu lieu avant le 1er janvier 2021, le régime d'allocation tel qu'il existait le jour de la naissance reste en vigueur. ".
" Chapitre 9. Congé de naissance
Art. VII. 219. Pour les naissances ayant eu lieu avant le 1er janvier 2021, le régime d'allocation tel qu'il existait le jour de la naissance reste en vigueur. ".
Art. 4. In artikel X 10, vijfde lid van hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, worden de woorden "en pleegouderverlof" vervangen door de zinsnede ", pleegouderverlof en geboorteverlof tijdens welke de ambtenaar geen recht heeft op een volledig salaris.".
Art. 4. Dans l'article X 10, alinéa 5 du même arrêté, ajouté par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, les mots " et congé dans le cadre du placement familial " sont remplacés par le membre de phrase " , congé dans le cadre du placement familial et congé de naissance pendant lequel le fonctionnaire n'a pas droit à un traitement complet. ".
Art. 5. In artikel X 61bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "tien" vervangen door het woord "vijftien";
2° aan paragraaf 1 wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023 bedraagt het geboorteverlof 20 werkdagen.";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven:
4° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
" § 3. Het geboorteverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) vijf resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%).
2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) twaalf resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.
Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2023 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) tien resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%);
2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) zeventien resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.
1° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "tien" vervangen door het woord "vijftien";
2° aan paragraaf 1 wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023 bedraagt het geboorteverlof 20 werkdagen.";
3° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven:
4° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
" § 3. Het geboorteverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.
Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) vijf resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%).
2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) twaalf resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.
Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2023 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) tien resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%);
2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) zeventien resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.
Art. 5. A l'article X 61bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot " dix " est remplacé par le mot " quinze " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 6, rédigé comme suit :
" Pour les naissances à partir du 1er janvier 2023, le congé de naissance est de 20 jours ouvrables. " ;
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est abrogé ;
4° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le congé de naissance est assimilé à une période d'activité de service.
Pour les naissances à partir du 1er janvier 2021, le régime de rémunération suivant s'applique :
1° un fonctionnaire a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les dix premiers jours ;
b) à 82 % du traitement brut pendant les cinq jours restants. Dans le calcul de ce traitement, le traitement brut annuel est plafonné à 26.230 € (100 %).
2° un membre du personnel contractuel a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les trois premiers jours ;
b) à aucun traitement pendant les douze jours restants, sans préjudice de l'article VII 108bis.
Pour les naissances à partir du 1er janvier 2023, le régime de rémunération suivant s'applique :
1° un fonctionnaire a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les dix premiers jours ;
b) à 82 % du traitement brut pendant les dix jours restants. Dans le calcul de ce traitement, le traitement brut annuel est plafonné à 26.230 € (100 %) ;
2° un membre du personnel contractuel a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les trois premiers jours ;
b) à aucun traitement pendant les dix-sept jours restants, sans préjudice de l'article VII 108bis.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot " dix " est remplacé par le mot " quinze " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 6, rédigé comme suit :
" Pour les naissances à partir du 1er janvier 2023, le congé de naissance est de 20 jours ouvrables. " ;
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est abrogé ;
4° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le congé de naissance est assimilé à une période d'activité de service.
Pour les naissances à partir du 1er janvier 2021, le régime de rémunération suivant s'applique :
1° un fonctionnaire a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les dix premiers jours ;
b) à 82 % du traitement brut pendant les cinq jours restants. Dans le calcul de ce traitement, le traitement brut annuel est plafonné à 26.230 € (100 %).
2° un membre du personnel contractuel a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les trois premiers jours ;
b) à aucun traitement pendant les douze jours restants, sans préjudice de l'article VII 108bis.
Pour les naissances à partir du 1er janvier 2023, le régime de rémunération suivant s'applique :
1° un fonctionnaire a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les dix premiers jours ;
b) à 82 % du traitement brut pendant les dix jours restants. Dans le calcul de ce traitement, le traitement brut annuel est plafonné à 26.230 € (100 %) ;
2° un membre du personnel contractuel a droit :
a) au maintien du paiement du traitement pendant les trois premiers jours ;
b) à aucun traitement pendant les dix-sept jours restants, sans préjudice de l'article VII 108bis.
Art. 6. Aan deel X, titel 14 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2020, wordt een artikel X 99 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. X 99. Op de geboortes die plaatsvonden vóór 1 januari 2021 blijft het geboorteverlof van toepassing dat gold op de dag van de geboorte.".
"Art. X 99. Op de geboortes die plaatsvonden vóór 1 januari 2021 blijft het geboorteverlof van toepassing dat gold op de dag van de geboorte.".
Art. 6. La partie X, titre 14, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juillet 2020, est complété par un article X 99, rédigé comme suit :
" Art. X 99. Pour les naissances ayant eu lieu avant le 1er janvier 2021, le congé de naissance qui était applicable au jour de la naissance continue à s'appliquer. ".
" Art. X 99. Pour les naissances ayant eu lieu avant le 1er janvier 2021, le congé de naissance qui était applicable au jour de la naissance continue à s'appliquer. ".
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1 janvier 2021.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre flamand ayant les ressources humaines dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.