Artikel 1. In artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
"7° in de kortlopende studierichting schrijver:
a) proza;
b) poëzie;
c) dramateksten;
d) literaire non-fictie;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs
Titre
10 SEPTEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, au cadre du personnel, à la perception des droits d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, au cadre du personnel, à la perception des droits d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel
Article 1er. Dans l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, au cadre du personnel, à la perception des droits d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
" 7° dans l'orientation d'études de courte durée " écrivain " :
a) prose ;
b) poésie ;
c) textes dramatiques ;
d) non-fiction littéraire ; ".
" 7° dans l'orientation d'études de courte durée " écrivain " :
a) prose ;
b) poésie ;
c) textes dramatiques ;
d) non-fiction littéraire ; ".
Art. 2. In artikel 8, § 3, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "de optie spreek- en verteltheater" vervangen door de woorden "de optie spreken en vertellen".
Art. 2. Dans l'article 8, § 3, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, les mots " l'option théâtre parlé et de narration " sont remplacés par les mots " l'option parler et raconter ".
Art. 3. In het artikel 11 van hetzelfde besluit waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "pianoforte en orgel" vervangen door de woorden "pianoforte, beiaard en orgel";
2° er wordt een tweede paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: klassiek kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° accordeon;
2° bandoneon;
3° beiaard;
4° gitaar;
5° harp;
6° klavecimbel;
7° klavierklas;
8° mandoline;
9° melodisch slagwerk;
10° orgel;
11° orkestslagwerk;
12° piano;
13° ritmisch slagwerk.".
1° in het tweede lid worden de woorden "pianoforte en orgel" vervangen door de woorden "pianoforte, beiaard en orgel";
2° er wordt een tweede paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: klassiek kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° accordeon;
2° bandoneon;
3° beiaard;
4° gitaar;
5° harp;
6° klavecimbel;
7° klavierklas;
8° mandoline;
9° melodisch slagwerk;
10° orgel;
11° orkestslagwerk;
12° piano;
13° ritmisch slagwerk.".
Art. 3. A l'article 11 du même arrêté, dont le texte existant formera le paragraphe 1er, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 2, les mots " piano-forte et orgue " sont remplacés par les mots " piano-forte, carillon et orgue " ;
2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : classique ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° accordéon ;
2° bandonéon ;
3° carillon ;
4° guitare ;
5° harpe ;
6° clavecin ;
7° classe de clavier ;
8° mandoline ;
9° percussion mélodique ;
10° orgue ;
11° percussion d'orchestre ;
12° piano ;
13° percussion rythmique. ".
1° dans l'alinéa 2, les mots " piano-forte et orgue " sont remplacés par les mots " piano-forte, carillon et orgue " ;
2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : classique ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° accordéon ;
2° bandonéon ;
3° carillon ;
4° guitare ;
5° harpe ;
6° clavecin ;
7° classe de clavier ;
8° mandoline ;
9° percussion mélodique ;
10° orgue ;
11° percussion d'orchestre ;
12° piano ;
13° percussion rythmique. ".
Art. 4. Aan het artikel 12 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een tweede paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: oude muziek kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° barokluit;
2° historisch toetsinstrument;
3° historische gitaar;
4° historische harp;
5° mandoline;
6° renaissanceluit;
7° theorbe.".
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: oude muziek kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° barokluit;
2° historisch toetsinstrument;
3° historische gitaar;
4° historische harp;
5° mandoline;
6° renaissanceluit;
7° theorbe.".
Art. 4. A l'article 12 du même arrêté, dont le texte existant formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : musique ancienne ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° luth baroque ;
2° instrument à clavier historique ;
3° guitare classique ;
4° harpe classique ;
5° mandoline ;
6° luthe de la Renaissance ;
7° théorbe. ".
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : musique ancienne ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° luth baroque ;
2° instrument à clavier historique ;
3° guitare classique ;
4° harpe classique ;
5° mandoline ;
6° luthe de la Renaissance ;
7° théorbe. ".
Art. 5. Aan het artikel 13 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een tweede paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: jazz-pop-rock kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° accordeon;
2° basgitaar;
3° elektrische en/of akoestische gitaar;
4° keyboard;
5° melodisch slagwerk;
6° mondharmonica;
7° piano;
8° ritmisch slagwerk.".
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: jazz-pop-rock kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° accordeon;
2° basgitaar;
3° elektrische en/of akoestische gitaar;
4° keyboard;
5° melodisch slagwerk;
6° mondharmonica;
7° piano;
8° ritmisch slagwerk.".
Art. 5. A l'article 13 du même arrêté, dont le texte existant formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : jazz-pop-rock ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° accordéon ;
2° guitare basse ;
3° guitare électrique et/ou acoustique ;
4° clavier ;
5° percussion mélodique ;
6° harmonica ;
7° piano ;
8° percussion rythmique. ".
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : jazz-pop-rock ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° accordéon ;
2° guitare basse ;
3° guitare électrique et/ou acoustique ;
4° clavier ;
5° percussion mélodique ;
6° harmonica ;
7° piano ;
8° percussion rythmique. ".
Art. 6. Aan het artikel 14 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een tweede paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: folk- en wereldmuziek kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° bandoneon;
2° banjo;
3° chromatische accordeon;
4° concertina;
5° diatonische accordeon;
6° draailier;
7° folkgitaar;
8° hommel;
9° Keltische harp;
10° mandoline;
11° nyckelharpa;
12° piano-accordeon;
13° saz;
14° ud.".
" § 2. In het vak begeleidingspraktijk: folk- en wereldmuziek kunnen de volgende muziekinstrumenten georganiseerd worden:
1° bandoneon;
2° banjo;
3° chromatische accordeon;
4° concertina;
5° diatonische accordeon;
6° draailier;
7° folkgitaar;
8° hommel;
9° Keltische harp;
10° mandoline;
11° nyckelharpa;
12° piano-accordeon;
13° saz;
14° ud.".
Art. 6. A l'article 14 du même arrêté, dont le texte existant formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : musique folk et musiques du monde ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° bandonéon ;
2° banjo ;
3° accordéon chromatique ;
4° concertina ;
5° accordéon diatonique ;
6° vielle à roue ;
7° guitare folklorique ;
8° hummel ;
9° harpe celtique ;
10° mandoline ;
11° nyckelharpa ;
12° accordéon-piano ;
13° saz ;
14° oud. ".
" § 2. Dans le cours " accompagnement musical : musique folk et musiques du monde ", les instruments de musique suivants peuvent être organisés :
1° bandonéon ;
2° banjo ;
3° accordéon chromatique ;
4° concertina ;
5° accordéon diatonique ;
6° vielle à roue ;
7° guitare folklorique ;
8° hummel ;
9° harpe celtique ;
10° mandoline ;
11° nyckelharpa ;
12° accordéon-piano ;
13° saz ;
14° oud. ".
Art. 7. Aan artikel 15, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 14, 2° " vervangen door de zinsnede "artikel 14, § 1, 2° ";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 14, 11° " vervangen door de zinsnede "artikel 14, § 1, 11° ".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 14, 2° " vervangen door de zinsnede "artikel 14, § 1, 2° ";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 14, 11° " vervangen door de zinsnede "artikel 14, § 1, 11° ".
Art. 7. A l'article 15 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " l'article 14, 2° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 14, § 1er, 2° " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " l'article 14, 11° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 14, § 1er, 11° ".
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " l'article 14, 2° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 14, § 1er, 2° " ;
2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " l'article 14, 11° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 14, § 1er, 11° ".
Art. 8. Aan artikel 17, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 25 mei 2019 worden een tweede, derde, vierde, vijfde en zesde paragraaf toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 2. Het lessenrooster geldt voor alle leerlingen die zich voor de optie hebben ingeschreven, tenzij de leerling vrijgesteld is van een vak, conform artikel 34.
Een academie kan voor een opleiding verschillende alternatieve lessenroosters samenstellen waaruit de leerlingen een keuze kunnen maken. De academie kan eveneens in een lessenrooster van een opleiding een of meer reeksen van mogelijke keuzevakken opnemen, waaruit de leerlingen een keuze kunnen maken.
Overeenkomstig artikel 37, § 1, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018 kan een leerling die in een bepaalde opleiding is ingeschreven zich niet meer opnieuw inschrijven voor dezelfde opleiding in dezelfde of een andere academie, ook al volgt hij andere keuzevakken. Overeenkomstig hetzelfde artikel kan een leerling die in een bepaalde opleiding is afgestudeerd, zich niet meer opnieuw inschrijven in dezelfde opleiding, ook al volgt hij andere keuzevakken.
Na schriftelijke toestemming van de directeur en de betrokken leerkrachten kan een leerling als aanvulling op het lessenrooster, vermeld in artikel 21, een of meer facultatieve vakken volgen. Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 3, tweede lid, komen daarvoor alle vakken vermeld in dit besluit in aanmerking.
§ 3. Conform artikel 73 § 2 van het decreet van 9 maart 2018 organiseert een academie gedurende het volledige schooljaar, met uitzondering van de vakantieperiodes en vakantiedagen, vermeld in artikel 25 en 26 van dit besluit, voor elk vak dat ze opneemt in haar lessenrooster, wekelijkse leeractiviteiten, naargelang het aantal lestijden dat ze in een bepaald leerjaar aan dat vak toewijst.
§ 4. Een academie kan de wekelijkse leeractiviteiten van een vak samenvoegen tot lesblokken als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de samenvoeging waarborgt de continuïteit van het leerproces in relatie tot de basiscompetenties, specifieke eindtermen of beroepskwalificaties en de leeftijd van de leerlingen;
2° bij het begin van het schooljaar beschikt de academie over een jaarplanning waarin alle leeractiviteiten zijn weergegeven;
3° bij de start van het schooljaar ontvangt de leerling de jaarplanning;
4° de duurtijd van een lesblok is dezelfde als de som van de duurtijd van de lestijden die samengevoegd worden.
§ 5. Een academie kan een leeractiviteit als vermeld in artikel 3 35°, van het decreet van 9 maart 2018, of een lesblok als vermeld in paragraaf 2, vervangen door een extramurosactiviteit. De voorbereidings- en evaluatieverslagen liggen ter inzage voor de bevoegde inspectie.
Het eerste lid geldt niet voor extramurosactiviteiten die maar één dag duren.
In deze paragraaf wordt verstaan onder extramurosactiviteit: een leeractiviteit die plaatsvindt buiten de academie en georganiseerd wordt voor een of meer leerlingengroepen.
§ 6. Vanwege individuele artistieke redenen of vanwege deelname aan professionaliseringsactiviteiten kunnen leeractiviteiten op verzoek van de leraar verplaatst worden naar een ander tijdstip in de loop van het schooljaar als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de academie beschikt over een beoordelingskader om aanvragen tot lesverplaatsing te weigeren of toe te staan;
2° de verplaatsing van de leeractiviteit wordt schriftelijk of elektronisch gemeld aan de leerlingen en betrokken personen;
3° de academie houdt een register bij met aanvragen en beslissingen over verplaatsingen van leeractiviteiten, dat ter inzage aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie kan worden voorgelegd.".
" § 2. Het lessenrooster geldt voor alle leerlingen die zich voor de optie hebben ingeschreven, tenzij de leerling vrijgesteld is van een vak, conform artikel 34.
Een academie kan voor een opleiding verschillende alternatieve lessenroosters samenstellen waaruit de leerlingen een keuze kunnen maken. De academie kan eveneens in een lessenrooster van een opleiding een of meer reeksen van mogelijke keuzevakken opnemen, waaruit de leerlingen een keuze kunnen maken.
Overeenkomstig artikel 37, § 1, derde lid, van het decreet van 9 maart 2018 kan een leerling die in een bepaalde opleiding is ingeschreven zich niet meer opnieuw inschrijven voor dezelfde opleiding in dezelfde of een andere academie, ook al volgt hij andere keuzevakken. Overeenkomstig hetzelfde artikel kan een leerling die in een bepaalde opleiding is afgestudeerd, zich niet meer opnieuw inschrijven in dezelfde opleiding, ook al volgt hij andere keuzevakken.
Na schriftelijke toestemming van de directeur en de betrokken leerkrachten kan een leerling als aanvulling op het lessenrooster, vermeld in artikel 21, een of meer facultatieve vakken volgen. Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 3, tweede lid, komen daarvoor alle vakken vermeld in dit besluit in aanmerking.
§ 3. Conform artikel 73 § 2 van het decreet van 9 maart 2018 organiseert een academie gedurende het volledige schooljaar, met uitzondering van de vakantieperiodes en vakantiedagen, vermeld in artikel 25 en 26 van dit besluit, voor elk vak dat ze opneemt in haar lessenrooster, wekelijkse leeractiviteiten, naargelang het aantal lestijden dat ze in een bepaald leerjaar aan dat vak toewijst.
§ 4. Een academie kan de wekelijkse leeractiviteiten van een vak samenvoegen tot lesblokken als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de samenvoeging waarborgt de continuïteit van het leerproces in relatie tot de basiscompetenties, specifieke eindtermen of beroepskwalificaties en de leeftijd van de leerlingen;
2° bij het begin van het schooljaar beschikt de academie over een jaarplanning waarin alle leeractiviteiten zijn weergegeven;
3° bij de start van het schooljaar ontvangt de leerling de jaarplanning;
4° de duurtijd van een lesblok is dezelfde als de som van de duurtijd van de lestijden die samengevoegd worden.
§ 5. Een academie kan een leeractiviteit als vermeld in artikel 3 35°, van het decreet van 9 maart 2018, of een lesblok als vermeld in paragraaf 2, vervangen door een extramurosactiviteit. De voorbereidings- en evaluatieverslagen liggen ter inzage voor de bevoegde inspectie.
Het eerste lid geldt niet voor extramurosactiviteiten die maar één dag duren.
In deze paragraaf wordt verstaan onder extramurosactiviteit: een leeractiviteit die plaatsvindt buiten de academie en georganiseerd wordt voor een of meer leerlingengroepen.
§ 6. Vanwege individuele artistieke redenen of vanwege deelname aan professionaliseringsactiviteiten kunnen leeractiviteiten op verzoek van de leraar verplaatst worden naar een ander tijdstip in de loop van het schooljaar als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de academie beschikt over een beoordelingskader om aanvragen tot lesverplaatsing te weigeren of toe te staan;
2° de verplaatsing van de leeractiviteit wordt schriftelijk of elektronisch gemeld aan de leerlingen en betrokken personen;
3° de academie houdt een register bij met aanvragen en beslissingen over verplaatsingen van leeractiviteiten, dat ter inzage aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie kan worden voorgelegd.".
Art. 8. A l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 25 mai 2019, sont ajoutés les paragraphes 2, 3, 4, 5 et 6, rédigés comme suit :
" § 2. L'horaire des cours s'applique à tous les élèves qui se sont inscrits à l'option, sauf si l'élève est exempté d'un cours conformément à l'article 34.
Dans le cadre d'une formation, une académie peut établir divers horaires de cours alternatifs parmi lesquels les élèves peuvent faire un choix. L'académie peut également inclure dans un horaire des cours d'une formation, une ou plusieurs séries de cours au choix, parmi lesquelles les élèves peuvent choisir.
Conformément à l'article 37, § 1er, alinéa 3, du décret du 9 mars 2018, un élève qui est inscrit à une certaine formation ne peut plus se réinscrire à la même formation dans la même académie ou dans une académie différente, même s'il suit d'autres cours au choix. Conformément au même article, un élève sorti avec un diplôme d'une certaine formation ne peut plus se réinscrire dans la même formation, même s'il suit d'autres cours au choix.
Après l'autorisation écrite du directeur et des enseignants concernés, un élève peut suivre un ou plusieurs cours facultatifs en complément de l'horaire des cours visé à l'article 21. Sans préjudice de l'application de l'article 10, § 3, alinéa 2, tous les cours visés au présent arrêté sont éligibles à cet effet.
§ 3. Conformément à l'article 73, § 2, du décret du 9 mars 2018, une académie organise des activités d'apprentissage hebdomadaires pendant toute l'année scolaire, à l'exception des périodes de vacances et des jours de vacances visés aux articles 25 et 26 du présent arrêté, pour chaque cours qu'elle inclut dans son horaire des cours, en fonction du nombre de périodes de cours qu'elle affecte à ce cours pendant une année scolaire donnée.
§ 4. Une académie peut organiser les activités d'apprentissage hebdomadaires d'un cours en blocs de cours si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la fusion garantit la continuité du processus d'apprentissage par rapport aux compétences de base, aux objectifs finaux spécifiques ou aux qualifications professionnelles et à l'âge des élèves ;
2° au début de l'année scolaire, l'académie prévoit un planning annuel comprenant toutes les activités d'apprentissage ;
3° au début de l'année scolaire, l'élève reçoit le planning annuel ;
4° la durée d'un bloc de cours est la même que la somme de la durée des périodes de cours qui sont fusionnées.
§ 5. Une académie peut remplacer une activité d'apprentissage visée à l'article 3, 35°, du décret du 9 mars 2018, ou un bloc de cours tel que visé au paragraphe 2, par une activité extra-muros. Les rapports de préparation et d'évaluation sont disponibles à la consultation par l'inspection compétente.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux activités extra-muros d'une journée seulement.
Dans ce paragraphe, on entend par activité extra-muros : une activité d'apprentissage qui se déroule en dehors de l'académie et qui est organisée pour un ou plusieurs groupes d'élèves.
§ 6. Pour des raisons artistiques individuelles ou en raison de la participation à des activités de professionnalisation, des activités d'apprentissage peuvent être déplacées à une autre date dans l'année scolaire à la demande de l'enseignant si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'académie dispose d'un cadre d'évaluation pour refuser ou autoriser les demandes de déplacement du cours ;
2° le déplacement de l'activité d'apprentissage est signalé par écrit ou par voie électronique aux élèves et aux personnes concernées ;
3° l'académie tient un registre des demandes et des décisions de déplacement des activités d'apprentissage, qui peut être soumis pour inspection à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de Services d'Enseignement) et à l'inspection de l'enseignement.
" § 2. L'horaire des cours s'applique à tous les élèves qui se sont inscrits à l'option, sauf si l'élève est exempté d'un cours conformément à l'article 34.
Dans le cadre d'une formation, une académie peut établir divers horaires de cours alternatifs parmi lesquels les élèves peuvent faire un choix. L'académie peut également inclure dans un horaire des cours d'une formation, une ou plusieurs séries de cours au choix, parmi lesquelles les élèves peuvent choisir.
Conformément à l'article 37, § 1er, alinéa 3, du décret du 9 mars 2018, un élève qui est inscrit à une certaine formation ne peut plus se réinscrire à la même formation dans la même académie ou dans une académie différente, même s'il suit d'autres cours au choix. Conformément au même article, un élève sorti avec un diplôme d'une certaine formation ne peut plus se réinscrire dans la même formation, même s'il suit d'autres cours au choix.
Après l'autorisation écrite du directeur et des enseignants concernés, un élève peut suivre un ou plusieurs cours facultatifs en complément de l'horaire des cours visé à l'article 21. Sans préjudice de l'application de l'article 10, § 3, alinéa 2, tous les cours visés au présent arrêté sont éligibles à cet effet.
§ 3. Conformément à l'article 73, § 2, du décret du 9 mars 2018, une académie organise des activités d'apprentissage hebdomadaires pendant toute l'année scolaire, à l'exception des périodes de vacances et des jours de vacances visés aux articles 25 et 26 du présent arrêté, pour chaque cours qu'elle inclut dans son horaire des cours, en fonction du nombre de périodes de cours qu'elle affecte à ce cours pendant une année scolaire donnée.
§ 4. Une académie peut organiser les activités d'apprentissage hebdomadaires d'un cours en blocs de cours si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la fusion garantit la continuité du processus d'apprentissage par rapport aux compétences de base, aux objectifs finaux spécifiques ou aux qualifications professionnelles et à l'âge des élèves ;
2° au début de l'année scolaire, l'académie prévoit un planning annuel comprenant toutes les activités d'apprentissage ;
3° au début de l'année scolaire, l'élève reçoit le planning annuel ;
4° la durée d'un bloc de cours est la même que la somme de la durée des périodes de cours qui sont fusionnées.
§ 5. Une académie peut remplacer une activité d'apprentissage visée à l'article 3, 35°, du décret du 9 mars 2018, ou un bloc de cours tel que visé au paragraphe 2, par une activité extra-muros. Les rapports de préparation et d'évaluation sont disponibles à la consultation par l'inspection compétente.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux activités extra-muros d'une journée seulement.
Dans ce paragraphe, on entend par activité extra-muros : une activité d'apprentissage qui se déroule en dehors de l'académie et qui est organisée pour un ou plusieurs groupes d'élèves.
§ 6. Pour des raisons artistiques individuelles ou en raison de la participation à des activités de professionnalisation, des activités d'apprentissage peuvent être déplacées à une autre date dans l'année scolaire à la demande de l'enseignant si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'académie dispose d'un cadre d'évaluation pour refuser ou autoriser les demandes de déplacement du cours ;
2° le déplacement de l'activité d'apprentissage est signalé par écrit ou par voie électronique aux élèves et aux personnes concernées ;
3° l'académie tient un registre des demandes et des décisions de déplacement des activités d'apprentissage, qui peut être soumis pour inspection à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de Services d'Enseignement) et à l'inspection de l'enseignement.
Art. 9. Artikel 22, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 25 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 22 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 25 mai 2019, est abrogé.
Art. 10. Artikel 23, van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 23 du même arrêté est abrogé.
Art. 11. Aan artikel 30, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een leerling die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29 tot en met 36 van het decreet van 9 maart 2018, en voor wie de aanvraag en gemotiveerde beslissing over de toelatingsperiode ontbreekt, is niet regelmatig.".
"Een leerling die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29 tot en met 36 van het decreet van 9 maart 2018, en voor wie de aanvraag en gemotiveerde beslissing over de toelatingsperiode ontbreekt, is niet regelmatig.".
Art. 11. A l'article 30, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Un élève qui ne remplit pas les conditions d'admission visées aux articles 29 à 36 du décret du 9 mars 2018, et pour lequel la demande et la décision motivée par rapport à la période d'admission sont manquantes, n'est pas un élève régulier. ".
" Un élève qui ne remplit pas les conditions d'admission visées aux articles 29 à 36 du décret du 9 mars 2018, et pour lequel la demande et la décision motivée par rapport à la période d'admission sont manquantes, n'est pas un élève régulier. ".
Art. 12. Aan artikel 31, § 2, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de volgende zinnen toegevoegd:
"De academie houdt een register bij met de aanvragen en gemotiveerde beslissingen over de toelatingsperiodes, dat ter inzage aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en aan de onderwijsinspectie kan worden voorgelegd. Een leerling waarvoor de gemotiveerde beslissing over de toelatingsperiode ontbreekt, is niet regelmatig.".
"De academie houdt een register bij met de aanvragen en gemotiveerde beslissingen over de toelatingsperiodes, dat ter inzage aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en aan de onderwijsinspectie kan worden voorgelegd. Een leerling waarvoor de gemotiveerde beslissing over de toelatingsperiode ontbreekt, is niet regelmatig.".
Art. 12. A l'article 31, § 2, alinéa 4, du même arrêté, sont ajoutées les phrases suivantes :
" L'académie tient un registre des demandes et des décisions motivées sur les périodes d'admission, qui peut être soumis pour inspection à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten et à l'inspection de l'enseignement. Un élève pour lequel la décision motivée sur la période d'admission est manquante, n'est pas un élève régulier. ".
" L'académie tient un registre des demandes et des décisions motivées sur les périodes d'admission, qui peut être soumis pour inspection à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten et à l'inspection de l'enseignement. Un élève pour lequel la décision motivée sur la période d'admission est manquante, n'est pas un élève régulier. ".
Art. 13. Aan hoofdstuk 4, afdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en 25 september 2020, wordt een onderafdeling 6, die bestaat uit artikel 35/3 en 35/4, toegevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 6. Aan- en afwezigheden
Art. 35/3. Leerlingen zijn gewettigd afwezig als ze afwezig zijn om een van de volgende redenen:
1° door ziekte, na voorlegging van een medisch attest;
2° om een begrafenis- of huwelijksplechtigheid bij te wonen van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont;
3° om een religieuze feestdag te vieren van een door de Belgische Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging;
4° als de vestigingsplaats van de academie onbereikbaar of ontoegankelijk is;
5° wegens een oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
6° wegens maatregelen van de bijzondere jeugdzorg;
7° om een familieraad bij te wonen;
8° om actief deel te nemen aan een sportmanifestatie, stage, toernooi of wedstrijd als topsportbelofte voor een individuele selectie of als topsporter met een A- of B-statuut;
9° om actief deel te nemen aan een culturele manifestatie als de leerling een topkunstenstatuut A of B heeft voor het betrokken schooljaar;
10° wegens deelname aan een examen voor de Examencommissie secundair onderwijs;
11° door een zwangerschap: maximum 1 week voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot maximum 9 weken na de bevalling;
12° door de uitvoering van een orde- of tuchtmaatregel;
13° wegens school- of beroepsverplichtingen;
14° wegens bepalingen in de verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders.
Het Agentschap voor Onderwijsdiensten bepaalt de documenten die voorgelegd moeten worden om de afwezigheid om een van de redenen, vermeld in het eerste lid, te staven.
De directeur kan aan een leerling per schooljaar maximaal drie afwezigheden per vak toestaan wegens omstandigheden van persoonlijke aard. Die afwezigheden worden beschouwd als gewettigd.
Het schoolbestuur neemt de wijze waarop leerlingen een afwezigheid melden en de verantwoording die leerlingen aan de academie bezorgen, op in haar academiereglement.
Art. 35/4. De aan- en afwezigheden worden geregistreerd in het elektronisch systeem voor de uitwisseling van leerlingengegevens van het Agentschap voor Onderwijsdiensten.".
"Onderafdeling 6. Aan- en afwezigheden
Art. 35/3. Leerlingen zijn gewettigd afwezig als ze afwezig zijn om een van de volgende redenen:
1° door ziekte, na voorlegging van een medisch attest;
2° om een begrafenis- of huwelijksplechtigheid bij te wonen van een bloed- of aanverwant of van een persoon die onder hetzelfde dak woont;
3° om een religieuze feestdag te vieren van een door de Belgische Grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging;
4° als de vestigingsplaats van de academie onbereikbaar of ontoegankelijk is;
5° wegens een oproeping of dagvaarding voor een rechtbank;
6° wegens maatregelen van de bijzondere jeugdzorg;
7° om een familieraad bij te wonen;
8° om actief deel te nemen aan een sportmanifestatie, stage, toernooi of wedstrijd als topsportbelofte voor een individuele selectie of als topsporter met een A- of B-statuut;
9° om actief deel te nemen aan een culturele manifestatie als de leerling een topkunstenstatuut A of B heeft voor het betrokken schooljaar;
10° wegens deelname aan een examen voor de Examencommissie secundair onderwijs;
11° door een zwangerschap: maximum 1 week voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot maximum 9 weken na de bevalling;
12° door de uitvoering van een orde- of tuchtmaatregel;
13° wegens school- of beroepsverplichtingen;
14° wegens bepalingen in de verblijfsregeling van kinderen van gescheiden ouders.
Het Agentschap voor Onderwijsdiensten bepaalt de documenten die voorgelegd moeten worden om de afwezigheid om een van de redenen, vermeld in het eerste lid, te staven.
De directeur kan aan een leerling per schooljaar maximaal drie afwezigheden per vak toestaan wegens omstandigheden van persoonlijke aard. Die afwezigheden worden beschouwd als gewettigd.
Het schoolbestuur neemt de wijze waarop leerlingen een afwezigheid melden en de verantwoording die leerlingen aan de academie bezorgen, op in haar academiereglement.
Art. 35/4. De aan- en afwezigheden worden geregistreerd in het elektronisch systeem voor de uitwisseling van leerlingengegevens van het Agentschap voor Onderwijsdiensten.".
Art. 13. Au chapitre 4, section 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 mai 2019 et 25 septembre 2020, il est ajouté une sous-section 6, comprenant les articles 35/3 et 35/4, rédigée comme suit :
" Sous-section 6. Présences et absences
Art. 35/3. Les élèves sont légitimement absents s'ils sont absents pour l'une des raisons suivantes :
1° pour cause de maladie, sur présentation d'une attestation médicale ;
2° pour assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'un parent ou allié ou d'une personne qui vit sous le même toit ;
3° pour célébrer une fête religieuse d'une conviction philosophique reconnue par la Constitution belge ;
4° lorsque l'implantation de l'académie est inaccessible ou impénétrable ;
5° en raison d'une convocation ou d'une assignation devant un tribunal;
6° en raison de mesures imposées par l'aide spéciale à la jeunesse ;
7° pour assister à un conseil de famille ;
8° pour participer activement à une manifestation sportive, un stage, un tournoi ou une compétition en tant que sportif prometteur pour une sélection individuelle ou en tant que sportif de haut niveau avec un statut A ou B ;
9° pour participer activement à une manifestation culturelle si l'élève est en possession d'un statut d'artiste de haut niveau A ou B pour l'année scolaire concernée ;
10° pour participer à un examen devant le jury pour l'enseignement secondaire ;
11° en raison d'une grossesse : au maximum une semaine avant la date présumée de l'accouchement et au maximum neuf semaines après l'accouchement ;
12° à cause de l'exécution d'une mesure d'ordre ou disciplinaire ;
13° en raison d'obligations scolaires ou professionnelles ;
14° en raison de dispositions d'hébergement d'enfants de parents divorcés.
L'Agentschap voor Onderwijsdiensten détermine les documents qui doivent être présentés pour étayer l'absence pour l'une des raisons visées à l'alinéa 1er.
Le directeur peut accorder à un élève un maximum de trois absences par cours et par année scolaire en raison de circonstances de nature personnelle. Ces absences sont considérées comme des absences justifiées.
L'autorité scolaire inclut dans son règlement de l'académie la manière dont les élèves signalent les absences et la responsabilité des élèves envers l'académie.
Art. 35/4. Les présences et les absences sont enregistrées dans le système électronique d'échange des données des élèves de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten. ".
" Sous-section 6. Présences et absences
Art. 35/3. Les élèves sont légitimement absents s'ils sont absents pour l'une des raisons suivantes :
1° pour cause de maladie, sur présentation d'une attestation médicale ;
2° pour assister à une cérémonie funèbre ou à un mariage d'un parent ou allié ou d'une personne qui vit sous le même toit ;
3° pour célébrer une fête religieuse d'une conviction philosophique reconnue par la Constitution belge ;
4° lorsque l'implantation de l'académie est inaccessible ou impénétrable ;
5° en raison d'une convocation ou d'une assignation devant un tribunal;
6° en raison de mesures imposées par l'aide spéciale à la jeunesse ;
7° pour assister à un conseil de famille ;
8° pour participer activement à une manifestation sportive, un stage, un tournoi ou une compétition en tant que sportif prometteur pour une sélection individuelle ou en tant que sportif de haut niveau avec un statut A ou B ;
9° pour participer activement à une manifestation culturelle si l'élève est en possession d'un statut d'artiste de haut niveau A ou B pour l'année scolaire concernée ;
10° pour participer à un examen devant le jury pour l'enseignement secondaire ;
11° en raison d'une grossesse : au maximum une semaine avant la date présumée de l'accouchement et au maximum neuf semaines après l'accouchement ;
12° à cause de l'exécution d'une mesure d'ordre ou disciplinaire ;
13° en raison d'obligations scolaires ou professionnelles ;
14° en raison de dispositions d'hébergement d'enfants de parents divorcés.
L'Agentschap voor Onderwijsdiensten détermine les documents qui doivent être présentés pour étayer l'absence pour l'une des raisons visées à l'alinéa 1er.
Le directeur peut accorder à un élève un maximum de trois absences par cours et par année scolaire en raison de circonstances de nature personnelle. Ces absences sont considérées comme des absences justifiées.
L'autorité scolaire inclut dans son règlement de l'académie la manière dont les élèves signalent les absences et la responsabilité des élèves envers l'académie.
Art. 35/4. Les présences et les absences sont enregistrées dans le système électronique d'échange des données des élèves de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten. ".
Art. 14. In artikel 49, derde lid, wordt de zinsnede "conform artikel 92 § 3, 2° " vervangen door de zinsnede "conform artikel 92 § 3, 1° ".
Art. 14. Dans l'article 49, alinéa 3, le membre de phrase " conformément à l'article 92 § 3, 2° " est remplacé par le membre de phrase " conformément à l'article 92, § 3, 1° ".
Art. 15. In artikel 50 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De bewijsdocumenten, vermeld in artikel 47 tot en met 49, worden uiterlijk op 31 oktober van het schooljaar in kwestie voorgelegd. Ze kunnen in schriftelijke of in elektronische vorm voorgelegd worden.".
"De bewijsdocumenten, vermeld in artikel 47 tot en met 49, worden uiterlijk op 31 oktober van het schooljaar in kwestie voorgelegd. Ze kunnen in schriftelijke of in elektronische vorm voorgelegd worden.".
Art. 15. Dans l'article 50 du même arrêté, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les pièces justificatives visées aux articles 47 à 49 sont présentées au plus tard le 31 octobre de l'année scolaire en question. Elles peuvent être présentées sous forme écrite ou électronique. ".
" Les pièces justificatives visées aux articles 47 à 49 sont présentées au plus tard le 31 octobre de l'année scolaire en question. Elles peuvent être présentées sous forme écrite ou électronique. ".
Art. 16. In artikel 52 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt de datum "1 april" vervangen door de datum "1 maart".
Art. 16. Dans l'article 52 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, la date " 1er avril " est remplacée par la date " 1er mars ".
Art. 17. In artikel 53 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt de datum "1 april" vervangen door de datum "1 maart".
Art. 17. Dans l'article 53 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, la date " 1er avril " est remplacée par la date " 1er mars ".
Art. 18. In artikel 54, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt de datum "1 april" vervangen door de datum "1 maart".
Art. 18. Dans l'article 54, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, la date " 1er avril " est remplacée par la date " 1er mars ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2021.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2021.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation est chargé de l'exécution du présent arrêté.