Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de uitbreiding van het recht op omstandigheidsverlof bij het overlijden van een partner of een kind
Titre
3 SEPTEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, en ce qui concerne l'extension du droit au congé de circonstance accordé lors du décès du partenaire ou d'un enfant
Dokumentinformationen
Numac: 2021033196
Datum: 2021-09-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021033196
Date: 2021-09-03
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Aan artikel I.2 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2020, worden een punt 35° en een punt 36° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "35° pleegkind: het kind voor wie het personeelslid of de samenwonende partner in het kader van pleegzorg is aangesteld door een van de volgende instanties:
  a) de rechtbank;
  b) een dienst voor pleegzorg die door de bevoegde gemeenschap is erkend;
  c) de bevoegde gemeenschapsdiensten voor de jeugdbescherming;
  36° pleegvader en -moeder: de pleegouder die in het kader van pleegzorg is aangesteld door een van de volgende instanties:
  a) de rechtbank;
  b) een dienst voor pleegzorg die door de bevoegde gemeenschap is erkend;
  c) de bevoegde gemeenschapsdiensten voor de jeugdbescherming.".
Article 1er. L'article I.2 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2020, est complété par un point 35° et un point 36°, rédigés comme suit :
  " 35° enfant placé : l'enfant pour lequel le membre du personnel ou le partenaire cohabitant, dans le cadre du placement familial, a été désigné par l'une des instances suivantes :
  a) le tribunal ;
  b) un service de placement agréé par la communauté compétente ;
  c) les services communautaires compétents de la protection de la jeunesse ;
  36° père et mère d'accueil : le parent d'accueil qui, dans le cadre du placement familial, a été désigné par l'une des instances suivantes :
  a) le tribunal ;
  b) un service de placement agréé par la communauté compétente ;
  c) les services communautaires compétents de la protection de la jeunesse. ".
Art. 2. In artikel X 61 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2008 en 15 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 3°, wordt de zin "Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad van het personeelslid, de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner" vervangen door de zin "Overlijden van de vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder, schoonzoon of schoondochter van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner";
  2° in het eerste lid worden een punt 3° /1 tot en met 3° /3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "
Art. 2. A l'article X 61 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2008 et 15 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, 3°, la phrase " Décès de l'époux(se) ou de la personne avec laquelle le membre du personnel vit maritalement, d'un parent ou allié au premier degré du membre du personnel, de son époux(se) ou du partenaire cohabitant " est remplacée par la phrase " Décès du père, de la mère, du second mari de la mère, de la seconde femme du père, du beau-fils ou de la belle-fille du membre du personnel, du conjoint ou du partenaire cohabitant " ;
  2° dans l'alinéa premier, il est inséré les points 3° /1 à 3° /3, rédigés comme suit :
  "
3° /1 Overlijden van de echtgeno(o)te of samenwonende partner, van een kind van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden 10 werkdagen
3° /2 Overlijden van de pleegvader of pleegmoeder van het personeelslid in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden 4 werkdagen
3° /3 Overlijden van een pleegkind in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden 1 werkdag
3° /1 Overlijden van de echtgeno(o)te of samenwonende partner, van een kind van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden 10 werkdagen 3° /2 Overlijden van de pleegvader of pleegmoeder van het personeelslid in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden 4 werkdagen 3° /3 Overlijden van een pleegkind in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden 1 werkdag
";
  3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° langdurige pleegzorg: de pleegzorg, vermeld in artikel X 16bis, zevende lid, waarbij het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft;
  2° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg, vermeld in punt 1°. ";
  4° er worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Het personeelslid neemt het omstandigheidsverlof, vermeld in het eerste lid, 3° /1, op de volgende wijze op:
  1° de eerste drie dagen tijdens de periode die begint te lopen op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis;
  2° de zeven resterende dagen tijdens het jaar dat volgt op het overlijden.
  In overleg met de lijnmanager kan van de opnameperiodes, vermeld in het vierde lid, worden afgeweken.".
3° /1 Décès du conjoint ou du partenaire cohabitant, d'un enfant du membre du personnel ou de son conjoint ou partenaire cohabitant ou décès d'un enfant placé dans le cadre d'un placement de longue durée au moment du décès ou dans le passé 10 jours ouvrables
3° /2 Décès du père d'accueil ou de la mère d'accueil du membre du personnel dans le cadre du placement de longue durée au moment du décès 4 jours ouvrables
3° /3 Décès d'un enfant placé dans le cadre du placement de courte durée au moment du décès 1 jour ouvrable
3° /1 Décès du conjoint ou du partenaire cohabitant, d'un enfant du membre du personnel ou de son conjoint ou partenaire cohabitant ou décès d'un enfant placé dans le cadre d'un placement de longue durée au moment du décès ou dans le passé 10 jours ouvrables 3° /2 Décès du père d'accueil ou de la mère d'accueil du membre du personnel dans le cadre du placement de longue durée au moment du décès 4 jours ouvrables 3° /3 Décès d'un enfant placé dans le cadre du placement de courte durée au moment du décès 1 jour ouvrable
" ;
  3° entre les alinéas premier et deux, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Dans l'alinéa premier, on entend par :
  1° placement familial de longue durée : le placement familial, visé à l'article X 16bis, alinéa sept, dans le cadre duquel l'enfant est inscrit comme faisant partie du ménage du membre du personnel, au registre de la population ou au registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a sa résidence ;
  2° placement familial de courte durée : toutes les formes de placement familial qui ne remplissent pas les conditions du placement familial de longue durée, visé au point 1°. " ;
  4° il est ajouté des alinéas quatre et cinq, rédigés comme suit :
  " Le membre du personnel prend le congé de circonstance, visé à l'alinéa premier, 3° /1, de la manière suivante :
  1° les trois premiers jours dans la période commençant le jour du décès et finissant le jour des funérailles ;
  2° les sept jours restants au cours de l'année suivant le décès.
  En concertation avec le manager de ligne, il peut être dérogé aux périodes visées à l'alinéa quatre. ".
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op de definitieve goedkeuring.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant son approbation définitive.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le ministre flamand ayant les ressources humaines dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.