Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 28° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"28° centrum voor ontwikkelingsstoornissen: een voorziening die erkend is conform artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen;";
2° punt 28° bis wordt opgeheven;
3° punt 29° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"29° voorzieningen in de jeugdhulp: de erkende voorzieningen, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 JULI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van regelgeving over de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Titre
16 JUILLET 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la réglementation relative à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Article 1er. A l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 28° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 28° centre pour troubles du développement : une structure agréée conformément à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 réglant l'agrément et le subventionnement des centres pour troubles du développement ; " ;
2° le point 28° bis est abrogé ;
3° le point 29° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 29° structures d'aide à la jeunesse : les structures agréées visées à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ; ".
1° le point 28° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 28° centre pour troubles du développement : une structure agréée conformément à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 réglant l'agrément et le subventionnement des centres pour troubles du développement ; " ;
2° le point 28° bis est abrogé ;
3° le point 29° est rétabli dans la rédaction suivante :
" 29° structures d'aide à la jeunesse : les structures agréées visées à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ; ".
Art. 2. In artikel 4, § 1, 5°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 april 2002 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, 14 februari 2014 en 5 september 2014, worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 2. A l'article 4, § 1, 5°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 avril 2002 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 novembre 2011, 14 février 2014 et 5 septembre 2014, les mots " les institutions de l'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par les mots " les structures d'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement ".
Art. 3. In hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019, worden in het opschrift van onderafdeling A de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 3. Au chapitre II, section 2, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019, les mots " les institutions de l'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés dans l'intitulé de la sous-section A par le membre de phrase " les structures d'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement ".
Art. 4. In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" telkens vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 4. A l'article 5, alinéa 1, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, les mots " les institutions de l'assistance spéciale à la jeunesse " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " les structures d'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement ".
Art. 5. In artikel 8 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 5. A l'article 8 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, les mots " les institutions de l'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " les structures d'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement ".
Art. 6. In artikel 9, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "voor de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
2° de woorden "inzake de erkenning van voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "inzake de erkenning van de voorzieningen in de jeugdhulp, inzake de erkenning van de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
3° de woorden "inzake de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "inzake de jeugdhulp, inzake de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
1° de woorden "voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "voor de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
2° de woorden "inzake de erkenning van voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "inzake de erkenning van de voorzieningen in de jeugdhulp, inzake de erkenning van de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
3° de woorden "inzake de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "inzake de jeugdhulp, inzake de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 6. A l'article 9, alinéa 3, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " pour les structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " pour les structures d'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement " ;
2° les mots " en matière d'agrément des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " en matière d'agrément des structures d'aide à la jeunesse, en matière d'agrément des centres pour troubles du développement " ;
3° les mots " en matière d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " en matière de l'aide à la jeunesse, en matière des centres pour troubles du développement ".
1° les mots " pour les structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " pour les structures d'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement " ;
2° les mots " en matière d'agrément des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " en matière d'agrément des structures d'aide à la jeunesse, en matière d'agrément des centres pour troubles du développement " ;
3° les mots " en matière d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " en matière de l'aide à la jeunesse, en matière des centres pour troubles du développement ".
Art. 7. In artikel 15, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en 13 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt m) worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
2° in punt n), 5), wordt het woord "Jongerenwelzijn" vervangen door de woorden "Opgroeien regie".
1° in punt m) worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
2° in punt n), 5), wordt het woord "Jongerenwelzijn" vervangen door de woorden "Opgroeien regie".
Art. 7. A l'article 15, alinéa 1, 1°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 mai 2019 et 13 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point m), les mots " les structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " les structures de l'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement " ;
2° au point n), 5), le mot " de l'Aide sociale aux Jeunes " est remplacé par les mots " Grandir régie ".
1° au point m), les mots " les structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " les structures de l'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement " ;
2° au point n), 5), le mot " de l'Aide sociale aux Jeunes " est remplacé par les mots " Grandir régie ".
Art. 8. In artikel 16, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018, 23 november 2018 en 13 december 2019, worden de woorden "bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 8. A l'article 16, alinéa 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 juillet 2018, 23 novembre 2018 et 13 décembre 2019, les mots " de l'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement ".
Art. 9. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, 10 november 2011, 5 september 2014 en 15 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" telkens vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" telkens vervangen door de zinsnede "de voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 9. A l'article 19 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008, 10 novembre 2011, 5 septembre 2014 et 15 janvier 2016, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1, alinéa 1, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement " ;
2° au paragraphe 2, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement ".
1° au paragraphe 1, alinéa 1, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement " ;
2° au paragraphe 2, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés
Art. 10. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "en de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners" vervangen door de zinsnede ", de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners en de keuken die niet aan de HACCP-normen moet beantwoorden";
2° in het eerste lid, 3°, b), wordt de zinsnede ", douche" opgeheven;
3° in het eerste lid, 6°, wordt de zinsnede ", een douche" opgeheven;
4° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In dit artikel wordt verstaan onder HACCP-normen, de normen waaraan moet worden voldaan in uitvoering van:
1° verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne;
2° verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden;
3° het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen; en
4° het ministerieel besluit van 24 oktober 2005 betreffende de versoepelingen van de toepassingsmodaliteiten van de autocontrole en de traceerbaarheid in sommige bedrijven van de levensmiddelensector."
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "en de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners" vervangen door de zinsnede ", de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners en de keuken die niet aan de HACCP-normen moet beantwoorden";
2° in het eerste lid, 3°, b), wordt de zinsnede ", douche" opgeheven;
3° in het eerste lid, 6°, wordt de zinsnede ", een douche" opgeheven;
4° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In dit artikel wordt verstaan onder HACCP-normen, de normen waaraan moet worden voldaan in uitvoering van:
1° verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne;
2° verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden;
3° het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen; en
4° het ministerieel besluit van 24 oktober 2005 betreffende de versoepelingen van de toepassingsmodaliteiten van de autocontrole en de traceerbaarheid in sommige bedrijven van de levensmiddelensector."
Art. 10. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour [les structures agréés par [" Agence Grandir régie " ] et les services autorisés, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1, 1°, les mots " et les espaces sanitaires communs pour les résidents ", sont remplacés par le membre de phrase " , les espaces sanitaires communs pour les résidents et la cuisine qui ne doit pas répondre aux normes HACCP " ;
2° à l'alinéa 1, 3°, b), le membre de phrase " , d'une douche " est abrogé ;
3° à l'alinéa 1, 6°, le membre de phrase " ou d'une douche " est abrogé ;
4° il est ajouté un alinéa 4, énoncé comme suit :
" Dans le présent article, on entend par normes HACCP les normes à respecter dans l'application :
1° du Règlement (CE) n° 852/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relatif à l'hygiène des denrées alimentaires ;
2° du Règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2002 établissant les principes généraux et les prescriptions générales de la législation alimentaire, instituant l'Autorité européenne de la sécurité des aliments et fixant des procédures relatives à la sécurité des denrées alimentaires ;
3° de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire ; et
4° de l'arrêté ministériel du 24 octobre 2005 relatif aux assouplissements des modalités d'application de l'autocontrôle et de la traçabilité dans certaines entreprises du secteur des denrées alimentaires. "
1° à l'alinéa 1, 1°, les mots " et les espaces sanitaires communs pour les résidents ", sont remplacés par le membre de phrase " , les espaces sanitaires communs pour les résidents et la cuisine qui ne doit pas répondre aux normes HACCP " ;
2° à l'alinéa 1, 3°, b), le membre de phrase " , d'une douche " est abrogé ;
3° à l'alinéa 1, 6°, le membre de phrase " ou d'une douche " est abrogé ;
4° il est ajouté un alinéa 4, énoncé comme suit :
" Dans le présent article, on entend par normes HACCP les normes à respecter dans l'application :
1° du Règlement (CE) n° 852/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relatif à l'hygiène des denrées alimentaires ;
2° du Règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2002 établissant les principes généraux et les prescriptions générales de la législation alimentaire, instituant l'Autorité européenne de la sécurité des aliments et fixant des procédures relatives à la sécurité des denrées alimentaires ;
3° de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire ; et
4° de l'arrêté ministériel du 24 octobre 2005 relatif aux assouplissements des modalités d'application de l'autocontrôle et de la traçabilité dans certaines entreprises du secteur des denrées alimentaires. "
Art. 11. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 en 20 maart 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"In dit artikel wordt verstaan onder:
1° subsidiabele oppervlakte: de som van de per bouwlaag berekende nuttige vloeroppervlakte, buitenmuren inbegrepen, die in aanmerking wordt genomen voor subsidiëring;
2° centrum voor integrale gezinszorg: een erkende voorziening van de categorie 2 als vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van het besluit van 5 april 2019.";
2° in het tweede lid, 1°, wordt tussen de zinsnede "het besluit van 5 april 2019" en de zinsnede ": 65 m2" de zinsnede ", met uitzondering van de centra voor integrale gezinszorg" ingevoegd;
3° aan het tweede lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° voor een centrum voor integrale gezinszorg, met behoud van de toepassing van punt 2° en 3° : 65 m2 per gebruiker die het centrum volgens zijn erkenning kan opnemen.".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"In dit artikel wordt verstaan onder:
1° subsidiabele oppervlakte: de som van de per bouwlaag berekende nuttige vloeroppervlakte, buitenmuren inbegrepen, die in aanmerking wordt genomen voor subsidiëring;
2° centrum voor integrale gezinszorg: een erkende voorziening van de categorie 2 als vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van het besluit van 5 april 2019.";
2° in het tweede lid, 1°, wordt tussen de zinsnede "het besluit van 5 april 2019" en de zinsnede ": 65 m2" de zinsnede ", met uitzondering van de centra voor integrale gezinszorg" ingevoegd;
3° aan het tweede lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° voor een centrum voor integrale gezinszorg, met behoud van de toepassing van punt 2° en 3° : 65 m2 per gebruiker die het centrum volgens zijn erkenning kan opnemen.".
Art. 11. A l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 6 juillet 2018 et 20 mars 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit :
" Dans le présent article, on entend par :
1° superficie subventionnable : la somme de la superficie utile calculée par niveau de construction, y compris les murs extérieurs, qui est prise en compte pour le subventionnement ;
2° centre d'aide intégrale aux familles : une structure agréée de la catégorie 2 visée à l'article 2, § 1, 2°, de l'arrêté du 5 avril 2019. " ;
2° à l'alinéa 2, 1°, le membre de phrase " , à l'exception des centres d'aide intégrale aux familles " est inséré entre le membre de phrase " l'arrêté du 5 avril 2019 " et le membre de phrase " : 65m2 " ;
3° à l'alinéa 2, il est ajouté un point 6°, énoncé comme suit :
" 6° pour un centre d'aide intégrale aux familles, sans préjudice de l'application des points 2° et 3° : 65 m2 par usager pouvant être admis dans le centre selon son agrément. ".
1° l'alinéa 1 est remplacé par ce qui suit :
" Dans le présent article, on entend par :
1° superficie subventionnable : la somme de la superficie utile calculée par niveau de construction, y compris les murs extérieurs, qui est prise en compte pour le subventionnement ;
2° centre d'aide intégrale aux familles : une structure agréée de la catégorie 2 visée à l'article 2, § 1, 2°, de l'arrêté du 5 avril 2019. " ;
2° à l'alinéa 2, 1°, le membre de phrase " , à l'exception des centres d'aide intégrale aux familles " est inséré entre le membre de phrase " l'arrêté du 5 avril 2019 " et le membre de phrase " : 65m2 " ;
3° à l'alinéa 2, il est ajouté un point 6°, énoncé comme suit :
" 6° pour un centre d'aide intégrale aux familles, sans préjudice de l'application des points 2° et 3° : 65 m2 par usager pouvant être admis dans le centre selon son agrément. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants
Art. 12. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, 30 oktober 2015 en 18 november 2016, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De vereisten, vermeld in het tweede lid, 2° en 3°, zijn in de volgende gevallen niet van toepassing op de betrokken kinderopvanglocaties:
1° de kinderopvanglocatie ligt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de aanvrager beschikt over kinderopvangplaatsen waarvoor hem in het kader van een capaciteitsuitbreiding een bijkomende gesubsidieerde contractueel is toegewezen op basis van een overeenkomst als vermeld in artikel 101bis van de programmawet van 30 december 1988. De aanvrager bezorgt voor de kinderopvanglocatie in kwestie de beslissing tot toewijzing van het contingent gesubsidieerde contractuelen aan het Fonds;
2° de kinderopvanglocatie ligt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of de grootsteden Antwerpen of Gent en de aanvrager beschikt over kinderopvangplaatsen waarvoor hij een subsidie van het lokaal bestuur ontvangt conform artikel 112/1, § 2, van het Procedurebesluit van 9 mei 2014. De aanvrager bezorgt voor de kinderopvanglocatie in kwestie de beslissing tot toewijzing van de subsidie aan het Fonds.".
"De vereisten, vermeld in het tweede lid, 2° en 3°, zijn in de volgende gevallen niet van toepassing op de betrokken kinderopvanglocaties:
1° de kinderopvanglocatie ligt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de aanvrager beschikt over kinderopvangplaatsen waarvoor hem in het kader van een capaciteitsuitbreiding een bijkomende gesubsidieerde contractueel is toegewezen op basis van een overeenkomst als vermeld in artikel 101bis van de programmawet van 30 december 1988. De aanvrager bezorgt voor de kinderopvanglocatie in kwestie de beslissing tot toewijzing van het contingent gesubsidieerde contractuelen aan het Fonds;
2° de kinderopvanglocatie ligt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of de grootsteden Antwerpen of Gent en de aanvrager beschikt over kinderopvangplaatsen waarvoor hij een subsidie van het lokaal bestuur ontvangt conform artikel 112/1, § 2, van het Procedurebesluit van 9 mei 2014. De aanvrager bezorgt voor de kinderopvanglocatie in kwestie de beslissing tot toewijzing van de subsidie aan het Fonds.".
Art. 12. A l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 septembre 2014, 30 octobre 2015 et 18 novembre 2016, il est inséré, entre les alinéas 2 et 3, un alinéa libellé comme suit :
" Les exigences visées à l'alinéa 2, 2° et 3°, ne s'appliquent pas aux emplacements d'accueil pour enfants concernés dans les cas suivants :
1° l'emplacement d'accueil pour enfants est situé dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale et le demandeur dispose de places d'accueil pour enfants pour lesquelles un contractuel complémentaire subventionné a été attribué dans le cadre d'une extension de capacité, sur la base d'une convention visée à l'article 101bis de la loi-programme du 30 décembre 1988. Pour l'emplacement d'accueil d'enfants en question, le demandeur remet au Fonds la décision d'attribution du contingent de contractuels subventionnés ;
2° l'emplacement d'accueil pour enfants est situé dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou les métropoles d'Anvers ou de Gand et le demandeur dispose de places d'accueil pour lesquelles il reçoit une subvention de l'administration locale conformément à l'article 112/1, § 2 de l'Arrêté de procédure du 9 mai 2014. Pour l'emplacement d'accueil d'enfants en question, le demandeur remet au Fonds la décision d'attribution de la subvention. ".
" Les exigences visées à l'alinéa 2, 2° et 3°, ne s'appliquent pas aux emplacements d'accueil pour enfants concernés dans les cas suivants :
1° l'emplacement d'accueil pour enfants est situé dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale et le demandeur dispose de places d'accueil pour enfants pour lesquelles un contractuel complémentaire subventionné a été attribué dans le cadre d'une extension de capacité, sur la base d'une convention visée à l'article 101bis de la loi-programme du 30 décembre 1988. Pour l'emplacement d'accueil d'enfants en question, le demandeur remet au Fonds la décision d'attribution du contingent de contractuels subventionnés ;
2° l'emplacement d'accueil pour enfants est situé dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou les métropoles d'Anvers ou de Gand et le demandeur dispose de places d'accueil pour lesquelles il reçoit une subvention de l'administration locale conformément à l'article 112/1, § 2 de l'Arrêté de procédure du 9 mai 2014. Pour l'emplacement d'accueil d'enfants en question, le demandeur remet au Fonds la décision d'attribution de la subvention. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospitalières
Art. 13. In artikel 6/2, § 1, derde lid, 19°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2020, worden de woorden "voor een psychiatrisch ziekenhuis" vervangen door de woorden "voor een psychiatrische ziekenhuis of een revalidatieziekenhuis".
Art. 13. A l'article 6/2, § 1, alinéa 3, 19°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospitalières, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2020, les mots " pour un hôpital psychiatrique " sont remplacés par les mots " pour un hôpital psychiatrique ou un hôpital de revalidation ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables)
Art. 14. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"9° /1. HACCP-normen: de normen waaraan moet worden voldaan in uitvoering van:
a) verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne;
b) verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden;
c) het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen; en
d) het ministerieel besluit van 24 oktober 2005 betreffende de versoepelingen van de toepassingsmodaliteiten van de autocontrole en de traceerbaarheid in sommige bedrijven van de levensmiddelensector.
"9° /1. HACCP-normen: de normen waaraan moet worden voldaan in uitvoering van:
a) verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne;
b) verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden;
c) het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen; en
d) het ministerieel besluit van 24 oktober 2005 betreffende de versoepelingen van de toepassingsmodaliteiten van de autocontrole en de traceerbaarheid in sommige bedrijven van de levensmiddelensector.
Art. 14. A l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, est inséré un point 9° /1 énoncé comme suit :
" 9° /1. Normes HACCP : les normes à respecter dans l'application :
a) du Règlement (CE) n° 852/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relatif à l'hygiène des denrées alimentaires ;
b) du Règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2002 établissant les principes généraux et les prescriptions générales de la législation alimentaire, instituant l'Autorité européenne de la sécurité des aliments et fixant des procédures relatives à la sécurité des denrées alimentaires ;
c) de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire ; et
d) de l'arrêté ministériel du 24 octobre 2005 relatif aux assouplissements des modalités d'application de l'autocontrôle et de la traçabilité dans certaines entreprises du secteur des denrées alimentaires.
" 9° /1. Normes HACCP : les normes à respecter dans l'application :
a) du Règlement (CE) n° 852/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relatif à l'hygiène des denrées alimentaires ;
b) du Règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2002 établissant les principes généraux et les prescriptions générales de la législation alimentaire, instituant l'Autorité européenne de la sécurité des aliments et fixant des procédures relatives à la sécurité des denrées alimentaires ;
c) de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire ; et
d) de l'arrêté ministériel du 24 octobre 2005 relatif aux assouplissements des modalités d'application de l'autocontrôle et de la traçabilité dans certaines entreprises du secteur des denrées alimentaires.
Art. 15. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 3 wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° als het project de functies medische dienst, of wasserij, of technische dienst, of een keuken die aan de HACCP-normen moet beantwoorden, bevat, kan daarvoor een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen worden opgestart. Op dat deelforfait wordt de verhouding toegepast van de netto- oppervlakte van die functies ten opzichte van 15 m2 netto-oppervlakte. De hoogte van het deelforfait wordt onafhankelijk van de zorgzwaarte van de gebruikers vastgesteld op 5,67 euro. Respectievelijk bij de medische dienst, de wasserij, de technische dienst en de keuken vormen de ruimten die bestemd zijn voor die functie een samenhangend geheel.";
2° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Om het forfait van 2021 te berekenen, geldt dat het infrastructuurforfait niet lager is dan een van de volgende bedragen:
1° het bedrag van de subsidie van het voorgaande kalenderjaar met uitsluiting van het supplement, vermeld in artikel 22, tweede lid;
2° in elk ander geval dan het geval, vermeld in punt 1°, het berekende bedrag op basis van het veronderstelde gebruik, vermeld in artikel 22, eerste lid.".
1° aan paragraaf 3 wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° als het project de functies medische dienst, of wasserij, of technische dienst, of een keuken die aan de HACCP-normen moet beantwoorden, bevat, kan daarvoor een deelforfait collectieve en ondersteunende zorglokalen worden opgestart. Op dat deelforfait wordt de verhouding toegepast van de netto- oppervlakte van die functies ten opzichte van 15 m2 netto-oppervlakte. De hoogte van het deelforfait wordt onafhankelijk van de zorgzwaarte van de gebruikers vastgesteld op 5,67 euro. Respectievelijk bij de medische dienst, de wasserij, de technische dienst en de keuken vormen de ruimten die bestemd zijn voor die functie een samenhangend geheel.";
2° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Om het forfait van 2021 te berekenen, geldt dat het infrastructuurforfait niet lager is dan een van de volgende bedragen:
1° het bedrag van de subsidie van het voorgaande kalenderjaar met uitsluiting van het supplement, vermeld in artikel 22, tweede lid;
2° in elk ander geval dan het geval, vermeld in punt 1°, het berekende bedrag op basis van het veronderstelde gebruik, vermeld in artikel 22, eerste lid.".
Art. 15. A l'article 23 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 3 est complété par un point 3°, énoncé comme suit :
" 3° si le projet comporte des fonctions de service médical, ou de blanchisserie, ou de service technique, ou une cuisine qui doit répondre aux normes HACCP, un forfait partiel de locaux de soins collectifs d'appui peut être mis en oeuvre à cet effet. Le rapport entre la surface nette de ces fonctions et 15m2 de surface nette est appliqué à ce forfait partiel. Le montant du forfait partiel est fixé à 5,67 euros quel que soit le besoin en soins des usagers. Dans le cas du service médical, de la blanchisserie, du service technique et de la cuisine respectivement, les pièces destinées à ces fonctions forment un ensemble cohérent. " ;
2° il est ajouté un paragraphe 6, énoncé comme suit :
" § 6. Pour calculer le forfait 2021, le forfait d'infrastructure ne doit pas être inférieur à l'un des montants suivants :
1° le montant de la subvention de l'année civile précédente, à l'exclusion du supplément visé à l'article 22, alinéa 2 ;
2° dans tout autre cas que le cas visé au point 1°, le montant calculé sur la base de l'utilisation alléguée visée à l'article 22, alinéa 1. ".
1° le paragraphe 3 est complété par un point 3°, énoncé comme suit :
" 3° si le projet comporte des fonctions de service médical, ou de blanchisserie, ou de service technique, ou une cuisine qui doit répondre aux normes HACCP, un forfait partiel de locaux de soins collectifs d'appui peut être mis en oeuvre à cet effet. Le rapport entre la surface nette de ces fonctions et 15m2 de surface nette est appliqué à ce forfait partiel. Le montant du forfait partiel est fixé à 5,67 euros quel que soit le besoin en soins des usagers. Dans le cas du service médical, de la blanchisserie, du service technique et de la cuisine respectivement, les pièces destinées à ces fonctions forment un ensemble cohérent. " ;
2° il est ajouté un paragraphe 6, énoncé comme suit :
" § 6. Pour calculer le forfait 2021, le forfait d'infrastructure ne doit pas être inférieur à l'un des montants suivants :
1° le montant de la subvention de l'année civile précédente, à l'exclusion du supplément visé à l'article 22, alinéa 2 ;
2° dans tout autre cas que le cas visé au point 1°, le montant calculé sur la base de l'utilisation alléguée visée à l'article 22, alinéa 1. ".
Art. 16. Aan artikel 3, eerste lid, 7°, b), van bijlage 1 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt de zinsnede ", via een sas of in de onmiddellijke nabijheid van de afzonderingsruimte" toegevoegd.
Art. 16. A l'article 3, alinéa 1, 7°, b), de l'annexe 1reau même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, le membre de phrase " , via un sas ou à proximité immédiate du local d'isolement " est ajouté.
Art. 17. Aan artikel 5 van bijlage 1 bij hetzelfde besluit worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds voor gebouwen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofstad liggen of in een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds de volgende afwijkingen toestaan:
1° een afwijking op het hebben van een gemeenschappelijke buitenruimte, vermeld in het eerste lid, 1° en 2° ;
2° een afwijking op het hebben van een beschutte fietsenstalling, vermeld in het eerste lid, 3°.
Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds toestaan dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is voor bestaande gebouwen waar stedenbouwkundige voorschriften of erfgoedvoorschriften een aangrenzende buitenruimte onmogelijk maken. Als het Fonds toestaat dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is, kan het Fonds ook een afwijking toestaan op de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°. ".
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds voor gebouwen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofstad liggen of in een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds de volgende afwijkingen toestaan:
1° een afwijking op het hebben van een gemeenschappelijke buitenruimte, vermeld in het eerste lid, 1° en 2° ;
2° een afwijking op het hebben van een beschutte fietsenstalling, vermeld in het eerste lid, 3°.
Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds toestaan dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is voor bestaande gebouwen waar stedenbouwkundige voorschriften of erfgoedvoorschriften een aangrenzende buitenruimte onmogelijk maken. Als het Fonds toestaat dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is, kan het Fonds ook een afwijking toestaan op de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°. ".
Art. 17. L'article 5 de l'annexe 1redu même arrêté est complété par un alinéa 2 et 3, énoncés comme suit :
" A la demande du demandeur, pour les immeubles situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans une des villes-centres visées à l'article 19ter decies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes, le Fonds peut accorder les dérogations suivantes :
1° une dérogation à l'existence d'un espace extérieur commun visé à l'alinéa 1, 1° et 2° ;
2° une dérogation de disposer d'un abri vélo visé à l'alinéa 1, 3°.
A la demande du demandeur, le Fonds peut permettre que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent pour les bâtiments existants où les prescriptions urbanistiques ou patrimoniales ne permettent pas d'avoir un espace extérieur adjacent. Si le Fonds permet que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent, le Fonds peut également accorder une dérogation aux conditions visées à l'alinéa 1, 2° ou 3°. ".
" A la demande du demandeur, pour les immeubles situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans une des villes-centres visées à l'article 19ter decies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes, le Fonds peut accorder les dérogations suivantes :
1° une dérogation à l'existence d'un espace extérieur commun visé à l'alinéa 1, 1° et 2° ;
2° une dérogation de disposer d'un abri vélo visé à l'alinéa 1, 3°.
A la demande du demandeur, le Fonds peut permettre que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent pour les bâtiments existants où les prescriptions urbanistiques ou patrimoniales ne permettent pas d'avoir un espace extérieur adjacent. Si le Fonds permet que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent, le Fonds peut également accorder une dérogation aux conditions visées à l'alinéa 1, 2° ou 3°. ".
Art. 18. Aan artikel 7, § 1, van bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de volgende monumenten of gebouwen kan het Fonds op verzoek van de aanvrager een afwijking toestaan van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 7° :
1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
4° een gebouw dat ingeschreven is in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest overeenkomstig het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
"Voor de volgende monumenten of gebouwen kan het Fonds op verzoek van de aanvrager een afwijking toestaan van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 7° :
1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
4° een gebouw dat ingeschreven is in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest overeenkomstig het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
Art. 18. L'article 7, § 1, de l'annexe 1redu même arrêté est complété par un alinéa 2, énoncé comme suit :
" Pour les monuments ou immeubles suivants, le Fonds peut, à la demande du demandeur, accorder une dérogation aux conditions visées à l'alinéa 1, 7° :
1° un monument protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° un bâtiment qui fait partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° un bâtiment établi dans l'inventaire du patrimoine architectural visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
4° un immeuble qui est répertorié dans l'inventaire du patrimoine architectural de la Région de Bruxelles-Capitale conformément au Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
" Pour les monuments ou immeubles suivants, le Fonds peut, à la demande du demandeur, accorder une dérogation aux conditions visées à l'alinéa 1, 7° :
1° un monument protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° un bâtiment qui fait partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° un bâtiment établi dans l'inventaire du patrimoine architectural visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
4° un immeuble qui est répertorié dans l'inventaire du patrimoine architectural de la Région de Bruxelles-Capitale conformément au Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
Art. 19. In artikel 9 van bijlage 1 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "en de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners" vervangen door de zinsnede ", de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners en de keuken die niet aan de HACCP-normen moet beantwoorden";
2° aan het vijfde lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"De leidingen en de aansluitpunten worden daarvoor voorzien.".
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "en de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners" vervangen door de zinsnede ", de gemeenschappelijke sanitaire ruimten voor bewoners en de keuken die niet aan de HACCP-normen moet beantwoorden";
2° aan het vijfde lid wordt de volgende zin toegevoegd:
"De leidingen en de aansluitpunten worden daarvoor voorzien.".
Art. 19. A l'article 9 de l'annexe 1redu même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1, 1°, les mots " et les espaces sanitaires communs pour les résidents ", sont remplacés par le membre de phrase " , les espaces sanitaires communs pour les résidents et la cuisine qui ne doit pas répondre aux normes HACCP " ;
2° l'alinéa 5 est complété par la phrase suivante :
" Les tuyaux et les points de raccordement sont prévus à cet effet. ".
1° à l'alinéa 1, 1°, les mots " et les espaces sanitaires communs pour les résidents ", sont remplacés par le membre de phrase " , les espaces sanitaires communs pour les résidents et la cuisine qui ne doit pas répondre aux normes HACCP " ;
2° l'alinéa 5 est complété par la phrase suivante :
" Les tuyaux et les points de raccordement sont prévus à cet effet. ".
Art. 20. In artikel 10, eerste lid, van bijlage 1 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt 1° wordt de volgende zin toegevoegd:
"In ieder geval is er minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;";
2° in punt 3°, b), wordt de zinsnede ", douche" opgeheven;
3° in punt 3°, d), wordt het woord "apart" opgeheven.
1° aan punt 1° wordt de volgende zin toegevoegd:
"In ieder geval is er minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;";
2° in punt 3°, b), wordt de zinsnede ", douche" opgeheven;
3° in punt 3°, d), wordt het woord "apart" opgeheven.
Art. 20. A l'article 10, alinéa 1, de l'annexe 1redu même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est complété par la phrase suivante :
" Dans tous les cas, il y a au moins une toilette accessible en fauteuil roulant; " ;
2° au point 3°, b), le membre de phrase " , douche " est abrogé ;
3° au point 3°, d), le mot " distincte " est abrogé.
1° le point 1° est complété par la phrase suivante :
" Dans tous les cas, il y a au moins une toilette accessible en fauteuil roulant; " ;
2° au point 3°, b), le membre de phrase " , douche " est abrogé ;
3° au point 3°, d), le mot " distincte " est abrogé.
Art. 21. In artikel 13, eerste lid, van bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 1, 3, 8, 9 en 11" vervangen door de zinsnede "artikel 1, 3, 5, 7, 8, 9 en 11".
Art. 21. A l'article 13, alinéa 1, de l'annexe 1redu même arrêté, le membre de phrase " article 1, 3, 8, 9 et 11 " est remplacé par le membre de phrase " article 1, 3, 5, 7, 8, 9 et 11 ".
Art. 22. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de volgende tabel" worden vervangen door de zinsnede "tabel 1";
2° er worden een punt 1° /1° en 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"1° /1 als de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie, vermeld in punt 1°, door een nieuwe beslissing van toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gewijzigd worden, gelden de nieuwe parameters begeleidingsintensiteit of permanentie voor de indeling in zorggroepen vanaf de datum van de nieuwe beslissing van toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;";
1° /2: indien de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie, vermeld in punt 1°, werden bepaald aan de hand de methodiek met B-waarden 1 tot en met 6, worden de B-waarden omgezet naar nieuwe B-waarden volgens de tabel 2, die bij deze bijlage is gevoegd;
2° er worden een punt 5° tot en met 7° toegevoegd, die luiden als volgt:
"5° de gebruiker die verblijft in een erkende unit voor geïnterneerden als vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 1, tenzij met toepassing van punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn;
6° de gebruiker van wie de zorgaanbieder een individuele dienstverleningsovereenkomst heeft geregistreerd overeenkomstig artikel 9, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, wordt, tenzij met toepassing van punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn, verondersteld te behoren tot de volgende zorggroepen in de volgende gevallen:
a) zorggroep 1 als de module dag- en woonondersteuning +, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
b) zorggroep 2 als de module dag- en woonondersteuning, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
c) zorggroep 2 als de module woonondersteuning, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
d) zorggroep 4 als de module dagondersteuning, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
7° de gebruiker van wie met toepassing van artikel 6, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood, zeven dagen op zeven dag- en woonondersteuning gesubsidieerd wordt, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 2, tenzij met toepassing van punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn.";
3° de tabel, die tabel 1 wordt, wordt vervangen door de volgende tabel:
"Tabel 1.
1° de woorden "de volgende tabel" worden vervangen door de zinsnede "tabel 1";
2° er worden een punt 1° /1° en 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"1° /1 als de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie, vermeld in punt 1°, door een nieuwe beslissing van toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gewijzigd worden, gelden de nieuwe parameters begeleidingsintensiteit of permanentie voor de indeling in zorggroepen vanaf de datum van de nieuwe beslissing van toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;";
1° /2: indien de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie, vermeld in punt 1°, werden bepaald aan de hand de methodiek met B-waarden 1 tot en met 6, worden de B-waarden omgezet naar nieuwe B-waarden volgens de tabel 2, die bij deze bijlage is gevoegd;
2° er worden een punt 5° tot en met 7° toegevoegd, die luiden als volgt:
"5° de gebruiker die verblijft in een erkende unit voor geïnterneerden als vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2017 over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 1, tenzij met toepassing van punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn;
6° de gebruiker van wie de zorgaanbieder een individuele dienstverleningsovereenkomst heeft geregistreerd overeenkomstig artikel 9, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, wordt, tenzij met toepassing van punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn, verondersteld te behoren tot de volgende zorggroepen in de volgende gevallen:
a) zorggroep 1 als de module dag- en woonondersteuning +, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
b) zorggroep 2 als de module dag- en woonondersteuning, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
c) zorggroep 2 als de module woonondersteuning, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
d) zorggroep 4 als de module dagondersteuning, vermeld in de bijlage bij het voormeld besluit, toegekend en verstrekt wordt;
7° de gebruiker van wie met toepassing van artikel 6, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2018 over de zorg en ondersteuning voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel of tetraplegie ten gevolge van een hoge dwarslaesie met de hoogste zorg- en ondersteuningsnood, zeven dagen op zeven dag- en woonondersteuning gesubsidieerd wordt, wordt verondersteld een gebruiker te zijn die behoort tot zorggroep 2, tenzij met toepassing van punt 1° of 1/1° de parameters begeleidingsintensiteit of permanentie bepaald zijn.";
3° de tabel, die tabel 1 wordt, wordt vervangen door de volgende tabel:
"Tabel 1.
Art. 22. A l'annexe 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " tableau suivant " sont remplacés par le membre de phrase " tableau 1 " ;
2° il est inséré un point 1° /1 et un point 1° /2, énoncés comme suit :
" 1° /1 si les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence visés au point 1° sont modifiés par une nouvelle décision d'allocation d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, les nouveaux paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence s'appliquent à la répartition en groupes de soins à compter de la date de la nouvelle décision d'allocation d'un budget de soins et d'accompagnement non directement accessible ; " ;
1° /2 : si les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence visés au point 1° ont été déterminés à l'aide de la méthode avec les valeurs B 1 à 6, les valeurs B sont converties en nouvelles valeurs B conformément au tableau 2 joint à la présente annexe ;
2° il est ajouté des points 5° à 7°, énoncés comme suit :
" 5° l'usager séjournant dans une unité agréée pour internés visée à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés, est présumé être un usager appartenant au groupe de soins 1, à moins que les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence n'aient été déterminés en application du point 1° ou 1/1° ;
6° l'usager pour lequel le prestataire de soins a enregistré un contrat individuel de services conformément à l'article 9, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées, fournis par des offreurs de soins autorisés, est, à moins que les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence n'aient été déterminés en application du point 1° ou 1/1°, présumé appartenir aux groupes de soins suivants dans les cas suivants :
a) groupe de soins 1 si le module d'accompagnement de jour et au logement + visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
b) groupe de soins 2 si le module d'accompagnement de jour et au logement visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
c) groupe de soins 2 si le module d'accompagnement au logement visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
d) groupe de soins 4 si le module d'accompagnement de jour visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
7° l'usager pour lequel en application de l'article 6, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé, l'accompagnement de jour et au logement est subventionné sept jours sur sept, est présumé appartenir au groupe de soins 2, à moins que les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence n'aient été déterminés en application du point 1° ou 1/1°. " ;
3° le tableau, qui devient le tableau 1, est remplacé par le tableau suivant :
" Tableau 1.
1° les mots " tableau suivant " sont remplacés par le membre de phrase " tableau 1 " ;
2° il est inséré un point 1° /1 et un point 1° /2, énoncés comme suit :
" 1° /1 si les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence visés au point 1° sont modifiés par une nouvelle décision d'allocation d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, les nouveaux paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence s'appliquent à la répartition en groupes de soins à compter de la date de la nouvelle décision d'allocation d'un budget de soins et d'accompagnement non directement accessible ; " ;
1° /2 : si les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence visés au point 1° ont été déterminés à l'aide de la méthode avec les valeurs B 1 à 6, les valeurs B sont converties en nouvelles valeurs B conformément au tableau 2 joint à la présente annexe ;
2° il est ajouté des points 5° à 7°, énoncés comme suit :
" 5° l'usager séjournant dans une unité agréée pour internés visée à l'article 10 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés, est présumé être un usager appartenant au groupe de soins 1, à moins que les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence n'aient été déterminés en application du point 1° ou 1/1° ;
6° l'usager pour lequel le prestataire de soins a enregistré un contrat individuel de services conformément à l'article 9, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées, fournis par des offreurs de soins autorisés, est, à moins que les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence n'aient été déterminés en application du point 1° ou 1/1°, présumé appartenir aux groupes de soins suivants dans les cas suivants :
a) groupe de soins 1 si le module d'accompagnement de jour et au logement + visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
b) groupe de soins 2 si le module d'accompagnement de jour et au logement visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
c) groupe de soins 2 si le module d'accompagnement au logement visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
d) groupe de soins 4 si le module d'accompagnement de jour visé à l'annexe de l'arrêté précité, est accordé et fourni ;
7° l'usager pour lequel en application de l'article 6, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 septembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes atteintes d'une lésion cérébrale non congénitale ou de tétraplégie suite à une paraplégie haute, ayant le besoin de soins et de soutien le plus élevé, l'accompagnement de jour et au logement est subventionné sept jours sur sept, est présumé appartenir au groupe de soins 2, à moins que les paramètres intensité d'accompagnement ou de permanence n'aient été déterminés en application du point 1° ou 1/1°. " ;
3° le tableau, qui devient le tableau 1, est remplacé par le tableau suivant :
" Tableau 1.
| woon- en dagondersteuning | P1 | P2 | P3 | P4 | P5 | P6 | P7 |
| B1 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 | ||||
| B2 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 | ||||
| B3 | 3 | 3 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 | ||
| B4 | 3 | 3 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 | ||
| B5 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 |
| B6 | 3 | 3 | 3 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 |
| B7 | 3 | 3 | 3 | 3 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 |
| B8 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 | 1 of 2 |
| rolstoelafhankelijk in huis | 1 of 2 | ||||||
| alleen dagondersteuning | P1 | P2 | P3 | P4 | P5 | P6 | P7 |
| B1 | 5 | 4 | 4 | ||||
| B2 | 5 | 4 | 4 | ||||
| B3 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | ||
| B4 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | ||
| B5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 |
| B6 | 5 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | 4 |
| B7 | 5 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | 4 |
| B8 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| rolstoelafhankelijk in huis | 4 | ||||||
".
4° er wordt een tabel 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Tabel 2.
| Accompagnement au logement et de jour | P1 | P2 | P3 | P4 | P5 | P6 | P7 |
| B1 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | ||||
| B2 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | ||||
| B3 | 3 | 3 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | ||
| B4 | 3 | 3 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | ||
| B5 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 |
| B6 | 3 | 3 | 3 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 |
| B7 | 3 | 3 | 3 | 3 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 |
| B8 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 | 1 ou 2 |
| usager dépendant du fauteuil roulant à la maison | 1 ou 2 | ||||||
| uniquement accompagnement de jour | P1 | P2 | P3 | P4 | P5 | P6 | P7 |
| B1 | 5 | 4 | 4 | ||||
| B2 | 5 | 4 | 4 | ||||
| B3 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | ||
| B4 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | ||
| B5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 |
| B6 | 5 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | 4 |
| B7 | 5 | 5 | 5 | 5 | 4 | 4 | 4 |
| B8 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| usager dépendant du fauteuil roulant à la maison | 4 | ||||||
".
4° il est inséré un tableau 2, énoncé comme suit :
" Tableau 2.
| Oude B-Waarde | Nieuwe B-Waarde |
| 0 | 0 |
| 1 | 1 |
| 2 | 2 |
| 3 | 3 |
| 4 | 4 |
| 5 | 6 |
| 6 | 8 |
".
| Ancienne valeur B | Nouvelle valeur B |
| 0 | 0 |
| 1 | 1 |
| 2 | 2 |
| 3 | 3 |
| 4 | 4 |
| 5 | 6 |
| 6 | 8 |
".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinées aux personnes handicapées et modifiant l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Art. 23. Aan artikel 3, § 5, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de volgende monumenten of gebouwen kan het Fonds op verzoek van de aanvrager een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 7° :
1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
4° een gebouw dat ingeschreven is in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest overeenkomstig het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
"Voor de volgende monumenten of gebouwen kan het Fonds op verzoek van de aanvrager een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 7° :
1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
4° een gebouw dat ingeschreven is in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest overeenkomstig het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
Art. 23. A l'article 3, § 5, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinées aux personnes handicapées et modifiant l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, il est ajouté un alinéa 2, énoncé comme suit :
" Pour les monuments ou immeubles suivants, le Fonds peut, à la demande du demandeur, accorder une dérogation à la norme visée à l'alinéa 1, 7° :
1° un monument protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° un bâtiment qui fait partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° un bâtiment établi dans l'inventaire du patrimoine architectural visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
4° un immeuble qui est répertorié dans l'inventaire du patrimoine architectural de la Région de Bruxelles-Capitale conformément au Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
" Pour les monuments ou immeubles suivants, le Fonds peut, à la demande du demandeur, accorder une dérogation à la norme visée à l'alinéa 1, 7° :
1° un monument protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° un bâtiment qui fait partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° un bâtiment établi dans l'inventaire du patrimoine architectural visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
4° un immeuble qui est répertorié dans l'inventaire du patrimoine architectural de la Région de Bruxelles-Capitale conformément au Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
Art. 24. Aan artikel 6, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", via een sas of in de onmiddellijke nabijheid van de afzonderingsruimte" toegevoegd.
Art. 24. L'article 6, alinéa 2, 2°, du même arrêté, est complété par le membre de phrase " , via un sas ou à proximité immédiate du local d'isolement ".
Art. 25. Aan artikel 8 van hetzelfde besluit worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds voor gebouwen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofstad liggen of in een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, de volgende afwijkingen toestaan:
1° een afwijking op het hebben van een gemeenschappelijke buitenruimte als vermeld in het eerste lid, 1° en 2° ;
2° een afwijking op het hebben van een beschutte fietsenstalling als vermeld in het eerste lid, 3°.
Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds toestaan dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is voor bestaande gebouwen waar stedenbouwkundige voorschriften of erfgoedvoorschriften een aangrenzende buitenruimte onmogelijk maken. Als het Fonds toestaat dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is, kan het Fonds ook een afwijking toestaan op de normen, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°. ".
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds voor gebouwen die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofstad liggen of in een van de centrumsteden, vermeld in artikel 19ter decies van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds, de volgende afwijkingen toestaan:
1° een afwijking op het hebben van een gemeenschappelijke buitenruimte als vermeld in het eerste lid, 1° en 2° ;
2° een afwijking op het hebben van een beschutte fietsenstalling als vermeld in het eerste lid, 3°.
Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds toestaan dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is voor bestaande gebouwen waar stedenbouwkundige voorschriften of erfgoedvoorschriften een aangrenzende buitenruimte onmogelijk maken. Als het Fonds toestaat dat de gemeenschappelijke buitenruimte niet aangrenzend is, kan het Fonds ook een afwijking toestaan op de normen, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°. ".
Art. 25. L'article 8 du même arrêté, est complété par un alinéa 2 et 3, énoncés comme suit :
" A la demande du demandeur, pour les immeubles situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans une des villes-centres visées à l'article 19ter decies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes, le Fonds peut accorder les dérogations suivantes :
1° une dérogation à l'existence d'un espace extérieur commun visé à l'alinéa 1, 1° et 2° ;
2° une dérogation de disposer d'un abri vélo visé à l'alinéa 1, 3°.
A la demande du demandeur, le Fonds peut permettre que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent pour les bâtiments existants où les prescriptions urbanistiques ou patrimoniales ne permettent pas d'avoir un espace extérieur adjacent. Si le Fonds permet que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent, le Fonds peut également accorder une dérogation aux normes visées à l'alinéa 1, 2° ou 3°. ".
" A la demande du demandeur, pour les immeubles situés dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans une des villes-centres visées à l'article 19ter decies du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes, le Fonds peut accorder les dérogations suivantes :
1° une dérogation à l'existence d'un espace extérieur commun visé à l'alinéa 1, 1° et 2° ;
2° une dérogation de disposer d'un abri vélo visé à l'alinéa 1, 3°.
A la demande du demandeur, le Fonds peut permettre que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent pour les bâtiments existants où les prescriptions urbanistiques ou patrimoniales ne permettent pas d'avoir un espace extérieur adjacent. Si le Fonds permet que l'espace extérieur commun ne soit pas adjacent, le Fonds peut également accorder une dérogation aux normes visées à l'alinéa 1, 2° ou 3°. ".
Art. 26. Aan artikel 10 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de volgende monumenten of gebouwen kan het Fonds op verzoek van de aanvrager een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 7° :
1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
4° een gebouw dat ingeschreven is in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest overeenkomstig het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
"Voor de volgende monumenten of gebouwen kan het Fonds op verzoek van de aanvrager een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 7° :
1° een beschermd monument als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
2° een gebouw dat deel uitmaakt van een beschermd cultuurhistorisch landschap of van een beschermd stads- of dorpsgezicht als vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
3° een gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
4° een gebouw dat ingeschreven is in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest overeenkomstig het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening.".
Art. 26. L'article 10 du même arrêté est complété par un alinéa 2, énoncé comme suit :
" Pour les monuments ou immeubles suivants, le Fonds peut, à la demande du demandeur, accorder une dérogation à la norme visée à l'alinéa 1, 7° :
1° un monument protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° un bâtiment qui fait partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° un bâtiment établi dans l'inventaire du patrimoine architectural visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
4° un immeuble qui est répertorié dans l'inventaire du patrimoine architectural de la Région de Bruxelles-Capitale conformément au Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
" Pour les monuments ou immeubles suivants, le Fonds peut, à la demande du demandeur, accorder une dérogation à la norme visée à l'alinéa 1, 7° :
1° un monument protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
2° un bâtiment qui fait partie d'un paysage historico-culturel protégé ou d'un site urbain ou rural protégé visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
3° un bâtiment établi dans l'inventaire du patrimoine architectural visé au Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
4° un immeuble qui est répertorié dans l'inventaire du patrimoine architectural de la Région de Bruxelles-Capitale conformément au Code bruxellois de l'aménagement du territoire. ".
Art. 27. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden punt 4° en 5° vervangen door wat volgt:
"4° minstens 25% van de eenpersoonskamers beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker met minstens een toilet of een douche, een wastafel met warm en koud stromend water en bijbehorende opbergruimte;
5° minstens 25% van alle kamers is integraal toegankelijk, inclusief het individuele sanitair;";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°. Als een afwijking wordt toegestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4°, bestaat er altijd een mogelijkheid om een individuele wastafel met warm of koud water te installeren op de kamer. De leidingen en de aansluitpunten zijn daarvoor voorzien. De kamers zijn aangepast aan de noden van de doelgroep.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° minstens 25% van de eenpersoonskamers beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker met minstens een toilet, een douche, een wastafel en bijbehorende opbergruimte;
6° minstens 25% van alle kamers is integraal toegankelijk, inclusief het individuele sanitair;";
4° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4°, 5° en 6°, met behoud van de toepassing van paragraaf 2, derde en vierde lid, en met de vereiste dat de kamers aangepast moeten zijn aan de noden van de doelgroep.";
5° aan paragraaf 2, vierde lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
"De leidingen en de aansluitpunten zijn daarvoor voorzien.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden punt 4° en 5° vervangen door wat volgt:
"4° minstens 25% van de eenpersoonskamers beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker met minstens een toilet of een douche, een wastafel met warm en koud stromend water en bijbehorende opbergruimte;
5° minstens 25% van alle kamers is integraal toegankelijk, inclusief het individuele sanitair;";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°. Als een afwijking wordt toegestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4°, bestaat er altijd een mogelijkheid om een individuele wastafel met warm of koud water te installeren op de kamer. De leidingen en de aansluitpunten zijn daarvoor voorzien. De kamers zijn aangepast aan de noden van de doelgroep.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° minstens 25% van de eenpersoonskamers beschikt over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker met minstens een toilet, een douche, een wastafel en bijbehorende opbergruimte;
6° minstens 25% van alle kamers is integraal toegankelijk, inclusief het individuele sanitair;";
4° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de normen, vermeld in het eerste lid, 4°, 5° en 6°, met behoud van de toepassing van paragraaf 2, derde en vierde lid, en met de vereiste dat de kamers aangepast moeten zijn aan de noden van de doelgroep.";
5° aan paragraaf 2, vierde lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
"De leidingen en de aansluitpunten zijn daarvoor voorzien.".
Art. 27. A l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1, alinéa 1, les points 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit :
" 4° au moins 25 % des chambres individuelles disposent d'un bloc sanitaire aménagé distinct, adapté aux besoins d'une personne en chaise roulante et qui comprend au moins un WC ou une douche, un lavabo avec eau courante chaude et froide et un espace de rangement y afférent ;
5° au moins 25 % de toutes les chambres sont entièrement accessibles, y compris les installations sanitaires individuelles ; " ;
2° au paragraphe 1, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" A la demande du demandeur, le Fonds peut autoriser une dérogation aux normes visées à l'alinéa 1, 4° et 5°. Si une dérogation aux normes visées au paragraphe 1, 4°, est accordée, il y a toujours la possibilité d'installer un lavabo individuel avec eau chaude ou froide dans la chambre. Les tuyaux et les points de raccordement sont prévus à cet effet. Les chambres sont adaptées aux besoins du groupe cible. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa 1, les points 5° et 6° sont remplacés par ce qui suit :
" 5° au moins 25 % des chambres individuelles disposent d'un bloc sanitaire aménagé distinct, adapté aux besoins d'une personne en chaise roulante et qui comprend au moins un WC, une douche, un lavabo et un espace de rangement y afférent ;
6° au moins 25 % de toutes les chambres sont entièrement accessibles, y compris les installations sanitaires individuelles ; " ;
4° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" A la demande du demandeur, le Fonds peut autoriser une dérogation aux normes visées à l'alinéa 1, 4°, 5° et 6°, sans préjudice de l'application du paragraphe 2, alinéa 3 et 4, et en exigeant que les chambres soient adaptées aux besoins du groupe cible. " ;
5° le paragraphe 2, alinéa 4, est complété par la phrase suivante :
" Les tuyaux et les points de raccordement sont prévus à cet effet. ".
1° au paragraphe 1, alinéa 1, les points 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit :
" 4° au moins 25 % des chambres individuelles disposent d'un bloc sanitaire aménagé distinct, adapté aux besoins d'une personne en chaise roulante et qui comprend au moins un WC ou une douche, un lavabo avec eau courante chaude et froide et un espace de rangement y afférent ;
5° au moins 25 % de toutes les chambres sont entièrement accessibles, y compris les installations sanitaires individuelles ; " ;
2° au paragraphe 1, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" A la demande du demandeur, le Fonds peut autoriser une dérogation aux normes visées à l'alinéa 1, 4° et 5°. Si une dérogation aux normes visées au paragraphe 1, 4°, est accordée, il y a toujours la possibilité d'installer un lavabo individuel avec eau chaude ou froide dans la chambre. Les tuyaux et les points de raccordement sont prévus à cet effet. Les chambres sont adaptées aux besoins du groupe cible. " ;
3° au paragraphe 2, alinéa 1, les points 5° et 6° sont remplacés par ce qui suit :
" 5° au moins 25 % des chambres individuelles disposent d'un bloc sanitaire aménagé distinct, adapté aux besoins d'une personne en chaise roulante et qui comprend au moins un WC, une douche, un lavabo et un espace de rangement y afférent ;
6° au moins 25 % de toutes les chambres sont entièrement accessibles, y compris les installations sanitaires individuelles ; " ;
4° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" A la demande du demandeur, le Fonds peut autoriser une dérogation aux normes visées à l'alinéa 1, 4°, 5° et 6°, sans préjudice de l'application du paragraphe 2, alinéa 3 et 4, et en exigeant que les chambres soient adaptées aux besoins du groupe cible. " ;
5° le paragraphe 2, alinéa 4, est complété par la phrase suivante :
" Les tuyaux et les points de raccordement sont prévus à cet effet. ".
Art. 28. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt 1° wordt de volgende zin toegevoegd:
"In ieder geval is er minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;";
2° in punt 3°, b), wordt de zinsnede ", douche" opgeheven;
3° in punt 3°, d), wordt het woord "apart" opgeheven.
1° aan punt 1° wordt de volgende zin toegevoegd:
"In ieder geval is er minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;";
2° in punt 3°, b), wordt de zinsnede ", douche" opgeheven;
3° in punt 3°, d), wordt het woord "apart" opgeheven.
Art. 28. A l'article 18 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 1° est complété par la phrase suivante :
" Dans tous les cas, il y a au moins une toilette accessible en fauteuil roulant; " ;
2° au point 3°, b), le membre de phrase " , douche " est abrogé ;
3° au point 3°, d), le mot " distincte " est abrogé.
1° le point 1° est complété par la phrase suivante :
" Dans tous les cas, il y a au moins une toilette accessible en fauteuil roulant; " ;
2° au point 3°, b), le membre de phrase " , douche " est abrogé ;
3° au point 3°, d), le mot " distincte " est abrogé.
Art. 29. Aan artikel 20, 3°, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd:
"In ieder geval is er minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;".
"In ieder geval is er minstens één rolstoeltoegankelijk toilet;".
Art. 29. L'article 20, 3°, du même arrêté, est complété par la phrase suivante :
" Dans tous les cas, il y a au moins une toilette accessible en fauteuil roulant; ".
" Dans tous les cas, il y a au moins une toilette accessible en fauteuil roulant; ".
Art. 30. In artikel 23, § 1, 1°, van hetzelfde besluit wordt het bedrag "500 euro" vervangen door het bedrag "550 euro".
Art. 30. A l'article 23, § 1, 1°, du même arrêté, le montant " 500 euros " est remplacé par le montant " 550 euros ".
Art. 31. In artikel 24, § 1, 1°, van hetzelfde besluit wordt het bedrag "450 euro" vervangen door het bedrag "500 euro".
Art. 31. A l'article 24, § 1, 1°, du même arrêté, le montant " 450 euros " est remplacé par le montant " 500 euros ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure préventives concernant l'agression, la restriction de liberté ou la privation de liberté dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille
Art. 32. In artikel 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden punt 4°, 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"4° de voorzieningen in de jeugdhulp, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, die erkend zijn voor typemodules verblijf voor -12-jarigen, verblijf voor +12-jarigen, verblijf voor 0-25-jarigen, verblijf 7 dagen per week, verblijf 5 dagen per week, verblijf in een voorziening van de categorie 8 of beveiligend verblijf;
5° de centra voor integrale gezinszorg, vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
6° de onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra, vermeld in artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;".
"4° de voorzieningen in de jeugdhulp, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, die erkend zijn voor typemodules verblijf voor -12-jarigen, verblijf voor +12-jarigen, verblijf voor 0-25-jarigen, verblijf 7 dagen per week, verblijf 5 dagen per week, verblijf in een voorziening van de categorie 8 of beveiligend verblijf;
5° de centra voor integrale gezinszorg, vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
6° de onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra, vermeld in artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;".
Art. 32. A l'article 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure préventives concernant l'agression, la restriction de liberté ou la privation de liberté dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, les points 4°, 5° et 6° sont remplacés par ce qui suit :
" 4° les structures de l'aide à la jeunesse visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse, qui sont agréées pour les modules types de séjour pour les moins de 12 ans, de séjour pour les plus de 12 ans, de séjour pour les 0-25 ans, de séjour 7 jours par semaine, de séjour 5 jours par semaine, de séjour dans une structure de catégorie 8 ou de séjour sécurisé ;
5° les centres d'aide intégrale visés à l'article 2, § 1, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ;
6° les centres d'accueil, d'orientation et d'observation visés à l'article 2, § 1, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ; ".
" 4° les structures de l'aide à la jeunesse visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse, qui sont agréées pour les modules types de séjour pour les moins de 12 ans, de séjour pour les plus de 12 ans, de séjour pour les 0-25 ans, de séjour 7 jours par semaine, de séjour 5 jours par semaine, de séjour dans une structure de catégorie 8 ou de séjour sécurisé ;
5° les centres d'aide intégrale visés à l'article 2, § 1, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ;
6° les centres d'accueil, d'orientation et d'observation visés à l'article 2, § 1, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'aide à la jeunesse ; ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins résidentiels, modifiant diverses dispositions y afférentes suite au décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille
Art. 33. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt de zinsnede "artikel 47" vervangen door de zinsnede "artikel 46".
Art. 33. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins résidentiels, modifiant diverses dispositions y afférentes suite au décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, le membre de phrase " article 47 " est remplacé par le membre de phrase " article 46 ".
Art. 34. In artikel 7, 3°, van hetzelfde besluit wordt het woord "ontvangstruimte" vervangen door het woord "ontmoetingsruimte".
Art. 34. A l'article 7, 3°, du même arrêté, les mots " espace d'accueil " sont remplacés par les mots " espace de rencontre ".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 35. De door dit besluit doorgevoerde wijzigingen zijn ook van toepassing op de aanvragen voor een subsidiebelofte of voor een akkoord infrastructuurforfait die werden ingediend voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit en die nog geen subsidiebelofte of een akkoord infrastructuurforfait hebben gekregen voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
De in het eerste lid vermelde aanvragen zijn de aanvragen met toepassing van de volgende besluiten:
1° het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
6° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
7° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
8° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Voor de dossiers die tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2020 een subsidiebelofte hebben gekregen met een basisbedrag van 500 euro per m2 en daarbij geïnvesteerd hebben in plaatsen beveiligend verblijf, met toepassing van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten, kan een aanvullende subsidiebelofte worden gegeven van 170 euro per m2 voor de plaatsen beveiligend verblijf, ook al is het bevel tot aanvang van de werkzaamheden voor die dossiers al gegeven.
De in het eerste lid vermelde aanvragen zijn de aanvragen met toepassing van de volgende besluiten:
1° het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
6° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
7° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
8° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Voor de dossiers die tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2020 een subsidiebelofte hebben gekregen met een basisbedrag van 500 euro per m2 en daarbij geïnvesteerd hebben in plaatsen beveiligend verblijf, met toepassing van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten, kan een aanvullende subsidiebelofte worden gegeven van 170 euro per m2 voor de plaatsen beveiligend verblijf, ook al is het bevel tot aanvang van de werkzaamheden voor die dossiers al gegeven.
Art. 35. Les modifications apportées par le présent arrêté s'appliquent également aux demandes de promesse de subvention ou d'accord de forfait d'infrastructure qui ont été déposées avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et qui n'ont pas encore obtenu de promesse de subvention ou d'accord de forfait d'infrastructure avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Les demandes visées à l'alinéa 1 sont les demandes introduites en application des arrêtés suivants :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés ;
3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinées aux familles avec enfants ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospitalières ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables) ;
6° l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinées aux personnes handicapées et modifiant l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
7° l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure préventives concernant l'agression, la restriction de liberté ou la privation de liberté dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ;
8° l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins résidentiels, modifiant diverses dispositions y afférentes suite au décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Pour les dossiers qui, entre le 1er janvier 2018 et le 1er janvier 2020, ont reçu une promesse de subvention d'un montant de base de 500 EUR par m2 et ont investi dans des lieux de séjour sécurisés, en application de l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés, une promesse de subvention supplémentaire de 170 EUR par m2 peut être accordée pour les lieux de séjour sécurisés, même si l'ordre de démarrage des travaux pour ces dossiers a déjà été délivré.
Les demandes visées à l'alinéa 1 sont les demandes introduites en application des arrêtés suivants :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés ;
3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinées aux familles avec enfants ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospitalières ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 réglant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisé pour des personnes handicapées, fourni par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables) ;
6° l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinées aux personnes handicapées et modifiant l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
7° l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure préventives concernant l'agression, la restriction de liberté ou la privation de liberté dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ;
8° l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins résidentiels, modifiant diverses dispositions y afférentes suite au décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Pour les dossiers qui, entre le 1er janvier 2018 et le 1er janvier 2020, ont reçu une promesse de subvention d'un montant de base de 500 EUR par m2 et ont investi dans des lieux de séjour sécurisés, en application de l'article 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisés, une promesse de subvention supplémentaire de 170 EUR par m2 peut être accordée pour les lieux de séjour sécurisés, même si l'ordre de démarrage des travaux pour ces dossiers a déjà été délivré.
Art. 36. Artikel 22 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
Art. 36. L'article 22 produit ses effets le 1er janvier 2021.
Art. 37. De Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 37. Le ministre flamand ayant l'infrastructure des soins dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.