Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 JULI 2021. - Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-08-2021 en tekstbijwerking tot 29-03-2023)
Titre
16 JUILLET 2021. - Décret modifiant divers décrets, en ce qui concerne le renforcement de la démocratie locale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-08-2021 et mise à jour au 29-03-2023)
Dokumentinformationen
Numac: 2021021648
Datum: 2021-07-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021021648
Date: 2021-07-16
Moniteur: Voir
Tekst (134)
Texte (134)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen
CHAPITRE 2. - Modification du décret du 28 janvier 1977 relatif à la protection de la dénomination des voies et places publiques
Art. 2. In het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 1987, 4 februari 1997 en 29 november 2002, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4/1. In afwijking van artikel 4 kunnen gemeenten die met toepassing van artikel 347 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur hebben beslist over het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging, de namen van wegen en pleinen wijzigen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de naamswijziging is noodzakelijk omwille van de samenvoeging van gemeenten;
  2° de gemeenten volgen een participatief traject dat minimaal bestaat uit een persoonlijke brief naar de personen die hetzij aan de wegen en pleinen in kwestie wonen en kiesgerechtigd zijn in de gemeente, hetzij eigenaar zijn van erven naast de wegen en pleinen in kwestie en een in België bekende woonplaats hebben.
  De brief, vermeld in het eerste lid, 2°, vermeldt minstens de mogelijkheid, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de personen, vermeld in het eerste lid, 2°, hun eventuele opmerkingen en bezwaren kunnen indienen bij het betrokken gemeentebestuur.".
Art. 2. Dans le décret du 28 janvier 1977 relatif à la protection de la dénomination des voies et places publiques, modifié par les décrets des 1 juillet 1987, 4 février 1997 et 29 novembre 2002, il est inséré un article 4/1, rédigé comme suit :
  " Art. 4/1. Par dérogation à l'article 4, les communes qui ont décidé de la proposition commune de fusion, en application de l'article 347 du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, peuvent modifier les noms des voies et places si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le changement de nom est nécessaire en raison de la fusion des communes ;
  2° les communes suivent un parcours participatif qui consiste au minimum en une lettre personnelle adressée aux personnes qui soit habitent sur les routes et places en question et ont la qualité d'électeur dans la commune, soit sont propriétaires de fonds adjacents aux routes et places en question et ont un domicile connu en Belgique.
  La lettre visée à l'alinéa 1er, 2°, mentionne au moins la possibilité, le mode et le délai dans lequel les personnes visées à l'alinéa 1er, 2°, peuvent introduire leurs remarques et réclamations éventuelles auprès de l'administration communale concernée. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011
CHAPITRE 3. - Modifications du décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011
Art. 3. In artikel 54, eerste lid, 1°, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 wordt het woord "moet" vervangen door het woord "kan".
Art. 3. Dans l'article 54, aliéna 1er, 1°, du décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011, le mot " doit " est remplacé par le mot " peut ".
Art. 4. In artikel 56, § 2, 7°, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede ", of, ingeval de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op eer" wordt opgeheven;
  2° de woorden "De Vlaamse Regering bepaalt het model van de verklaring op erewoord dat de kiezer moet indienen en" worden vervangen door de woorden "De Vlaamse Regering bepaalt".
Art. 4. A l'article 56, § 2, 7°, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " , ou, si l'électeur se trouve dans l'impossibilité de présenter une telle pièce justificative, sur la base d'une déclaration sur l'honneur " est abrogé ;
  2° les mots " Le Gouvernement flamand détermine le modèle de la déclaration sur l'honneur que l'électeur doit produire, ainsi que " sont remplacés par les mots " Le Gouvernement flamand détermine ".
Art. 5. Aan artikel 71 van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In voorkomend geval vermeldt de voordrachtsakte dat de kandidaten beslissen dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, conform artikel 36, § 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Met behoud van de bepalingen van artikel 60 tot en met 63, bestaat de naam van de lijst uit verschillende woorden of afkortingen die minstens de namen van de twee fracties bevatten. De voordrachtsakte vermeldt voor alle kandidaten tot welke fractie ze zullen behoren in geval van verkiezing.".
Art. 5. L'article 71 du même décret est complété par un alinéa 4, rédigé comme suit :
  " Le cas échéant, l'acte de présentation mentionne que les candidats décident que les conseillers communaux élus sur la liste forment deux groupes, conformément à l'article 36, § 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale. Sans préjudice des dispositions des articles 60 à 63, le nom de la liste se compose de plusieurs mots ou abréviations qui comprennent au moins les noms des deux groupes. L'acte de présentation mentionne pour tous les candidats le groupe auquel ils appartiendront en cas d'élection. ".
Art. 6. Aan artikel 83, 4°, van hetzelfde decreet wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "c) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden".".
Art. 6. L'article 83, 4°, du même décret est complété par un point c), rédigé comme suit :
  " c) " conseillers communaux " est lu comme " membres du conseil de district urbain ". ".
Art. 7. In artikel 84, 4°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 71" vervangen door de zinsnede "artikel 71, eerste tot en met derde lid".
Art. 7. Dans l'article 84, 4°, du même décret, le membre de phrase " l'article 71 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 71, alinéas 1 à 3 ".
Art. 8. In artikel 86, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 71, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 71".
Art. 8. Dans l'article 86, alinéa 2, 1°, du même décret, le membre de phrase " l'article 71, premier alinéa " est remplacé par le membre de phrase " l'article 71 ".
Art. 9. In artikel 91 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "artikel 71, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 71";
  2° aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Een kandidaat op een lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vierde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, mag zijn keuze voor de fractie waartoe hij behoort, niet wijzigen.".
Art. 9. A l'article 91 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, 1°, le membre de phrase " l'article 71, premier alinéa " est remplacé par le membre de phrase " l'article 71 " ;
  2° l'alinéa 3 est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Un candidat sur une liste dont les candidats ont mentionné, en application de l'article 71, alinéa 4, que les conseillers communaux élus sur la liste formeront deux groupes, ne peut pas modifier son choix du groupe auquel il appartient. ".
Art. 10. In artikel 92 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vierde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 71, vierde lid, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af.";
  2° na het bestaande vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Na de definitieve afsluiting bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau aan de algemeen directeur een exemplaar van de voordrachtsakte en, in voorkomend geval, een exemplaar van de verbeteringsakte, van de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vierde lid, hebben ver- meld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen.".
Art. 10. A l'article 92 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Si la liste dont les candidats ont mentionné, en application de l'article 71, alinéa 4, que les conseillers communaux élus sur la liste formeront deux groupes, ne satisfait pas aux dispositions visées à l'article 71, alinéa 4, le bureau principal communal écarte la liste en question. " ;
  2° après l'alinéa 5 existant, qui devient l'alinéa 6, il est inséré un alinéa 7, rédigé comme suit :
  " Après l'arrêt définitif, le président du bureau principal communal transmet au directeur général un exemplaire de l'acte de présentation et, le cas échéant, un exemplaire de l'acte rectificatif, de la liste dont les candidats ont mentionné, en application de l'article 71, alinéa 4, que les conseillers communaux élus sur la liste formeront deux groupes. ".
Art. 11. In artikel 99 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt: "7° artikel 91, met dien verstande dat:
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";";
  2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° artikel 92, met dien verstande dat:
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";
  c) "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris";".
Art. 11. A l'article 99 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 7° est remplacé par ce qui suit : " 7° l'article 91, étant entendu que :
  a) " bureau principal communal " est lu comme " bureau principal de district urbain " ;
  b) " conseillers communaux " est lu comme " membres du conseil de district urbain " ; " ;
  2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° l'article 92, étant entendu que :
  a) " bureau principal communal " est lu comme " bureau principal de district urbain " ;
  b) " conseillers communaux " est lu comme " membres du conseil de district urbain " ;
  c) " le directeur général " est lu comme " le secrétaire de district " ; ".
Art. 12. In artikel 100 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) in het tweede lid, 1°, wordt "artikel 71" gelezen als "artikel 71, eerste, tweede en derde lid";";
  2° punt 7° wordt vervangen door wat volgt:
  "7° artikel 91, met dien verstande dat:
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  b) in het tweede lid, 1°, "artikel 71" wordt gelezen als "artikel 71, eerste, tweede en derde lid";
  c) in het derde lid de laatste zin wordt geschrapt;";
  3° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° artikel 92, met dien verstande dat:
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  b) het derde lid wordt geschrapt;
  c) het zevende lid wordt gelezen als volgt:
  "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau.";".
Art. 12. A l'article 100 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) dans l'alinéa 2, 1°, " l'article 71 " est lu comme " l'article 71, alinéas 1, 2 et 3 " ; " ;
  2° le point 7° est remplacé par ce qui suit : "
  7° l'article 91, étant entendu que :
  a) " bureau principal communal " est lu comme " bureau principal de district provincial " ;
  b) dans l'alinéa 2, 1°, " l'article 71 " est lu comme " l'article 71, alinéas 1, 2 et 3 " ;
  c) dans l'alinéa 3, la dernière phrase est supprimée ; " ;
  3° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° l'article 92, étant entendu que :
  a) " bureau principal communal " est lu comme " bureau principal de district provincial " ;
  b) l'alinéa 3 est supprimé ;
  c) l'alinéa 7 est lu comme suit :
  " Le président transmet immédiatement un exemplaire de tous les actes de présentation de candidats au président du bureau principal provincial. " ; ".
Art. 13. In artikel 140, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt de zinsnede ", als hij akkoord gaat met de volgorde waarin de kandidaten op de lijst voorkomen" opgeheven;
  2° in punt 2° wordt de zinsnede ", als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen" opgeheven.
Art. 13. A l'article 140, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 1°, le membre de phrase " , signifiant ainsi qu'il est d'accord avec l'ordre dans lequel les candidats apparaissent sur la liste " est abrogé ;
  2° dans le point 2°, le membre de phrase " , s'il veut modifier l'ordre dans lequel les candidats apparaissent sur la liste " est abrogé.
Art. 14. In artikel 143, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt 1° opgeheven.
Art. 14. Dans l'article 143, alinéa 1er, du même décret, le point 1° est abrogé.
Art. 15. In artikel 147 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt opgeheven;
  2° in punt 2° worden de woorden "kiezers en" opgeheven.
Art. 15. A l'article 147 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est abrogé ;
  2° dans le point 2°, les mots " électeurs et " sont abrogés.
Art. 16. In artikel 169 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "en een overdracht van de lijststemmen" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden punt 1°, 2° en 3° opgeheven;
  3° in paragraaf 2, 4°, wordt de zinsnede ", na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3° " opgeheven;
  4° in paragraaf 2, 5°, wordt de zinsnede ", na een nieuwe overdracht van de stemmen vermeld in 3°, te beginnen bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat" opgeheven.
Art. 16. A l'article 169 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " et un report des votes de liste " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, les points 1°, 2° et 3° sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, 4°, le membre de phrase " , après le report des votes mentionné au point 3° " est abrogé ;
  4° dans le paragraphe 2, 5°, le membre de phrase " , après un nouveau report des votes mentionné au point 3°, à commencer par le premier candidat n'ayant pas été effectivement élu " est abrogé.
Art. 17. In artikel 184 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "en een overdracht van de lijststemmen" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden punt 1°, 2° en 3° opgeheven;
  3° in paragraaf 2, 4°, wordt de zinsnede ", na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3° " opgeheven;
  4° in paragraaf 2, 5°, wordt de zinsnede ", na een nieuwe overdracht van de stemmen als vermeld in 3°, beginnende bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat" opgeheven.
Art. 17. A l'article 184 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " et d'un report des votes de liste " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, les points 1°, 2° et 3° sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, 4°, le membre de phrase " , après le report des votes visé au point 3° " est abrogé ;
  4° dans le paragraphe 2, 5°, le membre de phrase " , après un nouveau report des votes mentionné au point 3°, à commencer par le premier candidat n'ayant pas été effectivement élu " est abrogé.
Art. 18. In artikel 197, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 juni 2016, wordt het woord "vijftien" vervangen door het woord "tien".
Art. 18. Dans l'article 197, § 3, du même décret, inséré par le décret du 3 juin 2016, le mot " quinze " est remplacé par le mot " dix ".
Art. 19. In artikel 203 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Tijdens de bezwaartermijn, vermeld in artikel 23, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, kan de Raad de juistheid nagaan van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden en opvolgers gekozen zijn verklaard. Hij wijzigt, in voorkomend geval, als administratief rechtscollege ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde, met behoud van zijn bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, en brengt de gemeente-, stadsdistricts- of provincieraad daarvan op de hoogte. De gewijzigde zetelverdeling en rangorde vervangen de zetelverdeling en rangorde die het hoofdbureau heeft afgekondigd.";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij ontstentenis van bezwaren is de uitslag van de verkiezing die het hoofdbureau heeft afgekondigd of die de Raad heeft gecorrigeerd met toepassing van het tweede lid, definitief.".
Art. 19. A l'article 203 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Pendant le délai de réclamation, visé à l'article 23, alinéa 1er, du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, le Conseil peut vérifier l'exactitude de la répartition des sièges entre les listes et l'ordre dans lequel les conseillers et les suppléants ont été déclarés élus. Le cas échéant, il modifie d'office, en tant que juridiction administrative, la répartition des sièges et l'ordre des élus, sans préjudice de sa compétence visée à l'alinéa 1er, et en informe le conseil communal, le conseil de district urbain ou le conseil provincial. La répartition des sièges et l'ordre modifiés remplacent la répartition des sièges et l'ordre proclamés par le bureau principal. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " A défaut de réclamations, le résultat de l'élection proclamé par le bureau principal ou corrigé par le Conseil en application de l'alinéa 2, est définitif. ".
Art. 20. In artikel 204 van hetzelfde decreet wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 204 du même décret, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 21. Aan artikel 221 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Iedereen die stelselmatig personen aanspreekt of op een andere manier persoonlijk benadert om hen ertoe te bewegen het formulier voor de volmacht, vermeld in artikel 56, § 3, te ondertekenen en af te geven, wordt met dezelfde straffen gestraft als de straffen, vermeld in het eerste lid.".
Art. 21. L'article 221 du même décret est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Sera puni des mêmes peines que celles visées à l'alinéa 1er, quiconque s'adresse systématiquement à des personnes ou les approche de toute autre manière afin de les persuader de signer et de remettre le formulaire de procuration visé à l'article 56, § 3. ".
Art. 22. In deel 5, titel 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 249 tot en met 254, opgeheven.
Art. 22. Dans la partie 5, titre 1, du même décret, modifié par le décret du 30 juin 2017, le chapitre 2, comprenant les articles 249 à 254, est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 25 mai 2012 relatif à l'organisation d'élections numériques
Art. 23. In artikel 16, § 3, vierde lid, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden de woorden "als hij zich kan verenigen met de volgorde van de voordracht van de kandidaten" opgeheven;
  2° in punt 2° wordt de zinsnede "als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen" opgeheven.
Art. 23. A l'article 16, § 3, alinéa 4, du décret du 25 mai 2012 relatif à l'organisation d'élections numériques, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 1°, les mots " lorsqu'il adhère à l'ordre de présentation des candidats " sont abrogés ;
  2° dans le point 2°, les mots " lorsqu'il veut modifier l'ordre de présentation des candidats figurant sur cette liste " sont abrogés.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes
Art. 24. In artikel 23, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2016, wordt het woord "vijfenveertig" vervangen door het woord "veertig".
Art. 24. A l'article 23, alinéa 1er, du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, modifié par le décret du 3 juin 2016, le mot " quarante-cinq " est remplacé par le mot " quarante ".
Art. 25. In artikel 25 van hetzelfde decreet wordt het woord "veertig" vervangen door het woord "vijfendertig".
Art. 25. Dans l'article 25 du même décret, le mot " quarante " est remplacé par le mot " trente-cinq ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
CHAPITRE 6. - Modifications du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale
Art. 26. In artikel 4, § 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur wordt de zinsnede "artikel 58, § 3," opgeheven.
Art. 26. Dans l'article 4, § 2, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, le membre de phrase " à l'article 58, § 3, " est abrogé.
Art. 27. Aan artikel 5 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. De verkozenen voor de gemeenteraad krijgen na de gemeenteraadsverkiezingen in afnemende volgorde van lijstgrootte het exclusieve initiatiefrecht om een meerderheidscoalitie te vormen. Het initiatiefrecht komt eerst toe aan de verkozene met de meeste naamstemmen van de grootste lijst en gaat vervolgens over naar de verkozenen met de meeste naamstemmen van de tweede grootste lijst en zo verder, in afnemende volgorde van lijstgrootte. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, komt het initiatiefrecht toe aan de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de fractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort. Als twee fracties even groot zijn en tot dezelfde lijst behoren, komt het initiatiefrecht toe aan de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen behaald heeft. Het initiatiefrecht wordt telkens toegekend voor een periode van veertien dagen. De eerste periode van veertien dagen vangt aan de dag na de dagtekening van het proces-verbaal van de gemeenteraadsverkiezingen. De verkozene voor de gemeenteraad die het initiatiefrecht heeft, kan op elk moment daarvan afzien door een verklaring van afstand in te dienen bij de algemeen directeur.
  De procedure van het initiatiefrecht neemt definitief een einde op een van de volgende momenten:
  1° als elke houder van het initiatiefrecht dit recht heeft uitgeput;
  2° als een gezamenlijke akte van voordracht is ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;
  3° uiterlijk op de derde dag voor de installatievergadering van de gemeenteraad.
  Het initiatiefrecht gaat in de volgende gevallen over naar de verkozene voor de gemeenteraad met het hoogste aantal naamstemmen van de volgende lijst in afnemende volgorde van lijstgrootte:
  1° als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen gezamenlijke akte van voordracht is ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;
  2° als een verklaring van afstand is ingediend.
  De algemeen directeur maakt de volgende elementen, nadat ze zich voordoen, onmiddellijk bekend op de webtoepassing van de gemeente waarna het initiatiefrecht eindigt of overgaat:
  1° de indiening van een gezamenlijke akte van voordracht door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;
  2° het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht op de derde dag voor de installatievergadering;
  3° de uitputting van het initiatiefrecht door alle houders van het initiatiefrecht;
  4° de indiening van een verklaring van afstand;
  5° het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht, ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft, na de periode van veertien dagen.".
Art. 27. L'article 5 du même décret est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Après les élections communales, les élus au conseil communal se voient accorder, dans l'ordre décroissant de la taille de la liste, le droit exclusif d'initiative pour former une coalition majoritaire. Le droit d'initiative revient d'abord à l'élu qui a obtenu le plus de votes nominatifs de la liste la plus grande, et ensuite aux élus qui ont obtenu le plus de votes nominatifs de la deuxième plus grande liste, et ainsi de suite, dans l'ordre décroissant de la taille de la liste. Si une liste est divisée en deux groupes, le droit d'initiative revient à l'élu au conseil communal qui a obtenu le plus de votes nominatifs et qui appartient au groupe ayant le plus de sièges au conseil communal. Si deux groupes sont de taille égale et appartiennent à la même liste, le droit d'initiative revient à l'élu au conseil communal qui a obtenu le plus de votes nominatifs. Le droit d'initiative est chaque fois accordé pour une période de quatorze jours. La première période de quatorze jours commence le jour après la datation du procès-verbal des élections communales. L'élu au conseil communal qui a le droit d'initiative peut y renoncer à tout moment en introduisant une déclaration de renonciation auprès du directeur général.
  La procédure du droit d'initiative prend définitivement fin à l'un des moments suivants :
  1° si chaque titulaire du droit d'initiative a épuisé ce droit ;
  2° si un acte commun de présentation est introduit par l'élu au conseil communal qui a le droit d'initiative à ce moment-là ;
  3° au plus tard le troisième jour précédant la réunion d'installation du conseil communal.
  Dans les cas suivants, le droit d'initiative passe à l'élu au conseil communal qui a le plus de votes nominatifs de la liste suivante, dans l'ordre décroissant de la taille de la liste :
  1° si, dans le délai visé à l'alinéa 1er, aucun acte commun de présentation n'a été introduit par l'élu au conseil communal qui a le droit d'initiative à ce moment-là ;
  2° si une déclaration de renonciation a été introduite.
  Le directeur général publie les éléments suivants, après leur apparition, immédiatement sur l'application web de la commune, après quoi le droit d'initiative prend fin ou passe :
  1° l'introduction d'un acte commun de présentation par l'élu au conseil communal qui a le droit d'initiative à ce moment-là ;
  2° le manque d'un acte commun de présentation au troisième jour précédant la réunion d'installation ;
  3° l'épuisement du droit d'initiative par tous les titulaires du droit d'initiative ;
  4° l'introduction d'une déclaration de renonciation ;
  5° le manque d'un acte commun de présentation, introduit par l'élu au conseil communal qui a le droit d'initiative à ce moment-là, après la période de quatorze jours. ".
Art. 28. In artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "veertien" vervangen door het woord "acht", worden de woorden "werkdagen van januari" vervangen door de woorden "werkdagen van december" en worden de woorden "eerste werkdag van januari" vervangen door de woorden "vijfde werkdag van december";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad" opgeheven;
  3° in paragraaf 1 worden het derde lid en het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.
  Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolle- ges. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.".
Art. 28. A l'article 6 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " 15 " est remplacé par le mot " huit ", les mots " jours ouvrables du mois de janvier " sont remplacés par les mots " jours ouvrables du mois de décembre " et les mots " premier jour ouvrable du mois de janvier " sont remplacés par les mots " cinquième jour ouvrable du mois de décembre " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " , au moins huit jours à l'avance " est abrogé ;
  3° dans le paragraphe 1er, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
  " Lorsque, en dépit d'une objection introduite, l'élection a néanmoins été déclarée valide par la suite, la réunion d'installation a lieu dans les quinze jours qui suivent la date à laquelle le résultat de l'élection est définitif en application de l'article 25 du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, mais au plus tôt un des cinq premiers jours ouvrables du mois de décembre. Les conseillers communaux élus sont informés par le président sortant du conseil communal, au moins huit jours avant la réunion d'installation, de la date, de l'heure et du lieu de la réunion.
  Lorsqu'une objection à l'élection a été introduite, que ladite élection a ensuite été déclarée invalide et qu'une nouvelle élection doit avoir lieu, la réunion d'installation a lieu dans les quinze jours qui suivent la date à laquelle le résultat de l'élection est définitif en application de l'article 203, alinéa 3, du décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011 ou en application de l'article 25 du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes. Les conseillers communaux élus sont informés par le président sortant du conseil communal, au moins huit jours avant la réunion d'installation, de la date, de l'heure et du lieu de la réunion. ".
Art. 29. In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt in het derde lid het woord "acht" vervangen door het woord "drie";
  2° in paragraaf 5, eerste lid, 3°, wordt tussen de zinsnede "als verhinderd wordt beschouwd," en de woorden "ontslag genomen heeft" de zinsnede "als hij afgezet of geschorst is, of als hij" ingevoegd;
  3° in paragraaf 5, vierde lid, wordt tussen de woorden "als verhinderd wordt beschouwd" en de woorden "of tijdelijk afwezig is" de zinsnede ", die geschorst is" ingevoegd, wordt tussen het woord "verhinderd" en de woorden "of tijdelijk afwezig is" de zinsnede ", geschorst" ingevoegd, wordt tussen de woorden "akte van de verhindering" en de zinsnede ", en van de beëindiging" de zinsnede "of schorsing," ingevoegd en worden tussen de woorden "beëindiging van de periode van verhindering" en de woorden "Als het" de woorden "of schorsing" ingevoegd.
Art. 29. A l'article 7 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot " huit " est remplacé par le mot " trois " ;
  2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, 3°, le membre de phrase " est révoqué ou suspendu, " est inséré entre le membre de phrase " est considéré comme empêché, " et les mots " a démissionné " ;
  3° dans le paragraphe 5, alinéa 4, le membre de phrase " , suspendu " est inséré entre les mots " comme empêché " et les mots " ou temporairement absent ", le membre de phrase " , sa suspension " est inséré entre les mots " son empêchement " et les mots " ou son absence temporaire ", le membre de phrase " ou de la suspension, " est inséré entre les mots " acte de l'empêchement " et les mots " ainsi que de la cessation ", et les mots " ou de suspension " sont insérés entre les mots " de la période d'empêchement " et les mots " S'il ".
Art. 30. Aan artikel 10, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 8° en 9° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "8° de leidend ambtenaar van een sociale huisvestingsmaatschappij tot wiens werkgebied de gemeente behoort;
  9° de leidend ambtenaar van een intergemeentelijk samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt.".
Art. 30. L'article 10, alinéa 1er, du même décret, est complété par un point 8° et un point 9°, rédigés comme suit :
  " 8° le fonctionnaire dirigeant d'une société de logement social ayant la commune dans son ressort ;
  9° le fonctionnaire dirigeant d'un partenariat intercommunal auquel la commune participe. ".
Art. 31. In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "en behalve in geval van toepassing van artikel 6, § 1," opgeheven;
  2° aan het derde lid worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "De vergadering van de gemeenteraad vindt plaats in het gemeentehuis of op de fysieke plaats door de gemeenteraad bepaald. Het huishoudelijk reglement bepaalt of de gemeenteraad of de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37, digitaal of hybride kunnen vergaderen en de wijze waarop. De gemeenteraad kan enkel digitaal vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De gemeenteraad kan enkel hybride vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen.".
Art. 31. A l'article 20 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " et sauf en cas d'application de l'article 6, § 1er, " est abrogé ;
  2° l'alinéa 3 est complété par les phrases suivantes :
  " La réunion du conseil communal a lieu à la maison communale ou à l'endroit physique déterminé par le conseil communal. Le règlement d'ordre intérieur détermine si et comment le conseil communal ou les commissions du conseil communal, visées à l'article 37, peuvent se réunir par voie numérique ou hybride. Le conseil communal ne peut se réunir par voie numérique que dans les circonstances exceptionnelles, visées au règlement d'ordre intérieur. Le conseil communal ne peut se réunir par voie hybride que dans les circonstances exceptionnelles, visées au règlement d'ordre intérieur. Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions minimales des réunions numériques et hybrides. ".
Art. 32. In artikel 25 van hetzelfde decreet wordt het woord "zaal" vervangen door het woord "vergadering".
Art. 32. Dans l'article 25 du même décret, le mot " salle " est remplacé par le mot " réunion ".
Art. 33. Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 30. De schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad en beschikt in de gemeenteraad alleen over een raadgevende stem.".
Art. 33. L'article 30 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 30. L'échevin nommé en dehors du conseil communal est présent aux réunions du conseil communal et ne dispose que d'une voix consultative au sein du conseil communal. ".
Art. 34. In artikel 36 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen twee fracties vormen, mits aan de bepalingen van artikel 71, vierde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 is voldaan.
  De vermelding inzake fractievorming op de voordrachtsakte, vermeld in artikel 71, vierde lid, van het voormelde decreet, en de door de kandidaat- gemeenteraadsleden gemaakte keuze zijn niet herroepbaar.";
  2° paragraaf 3 en 4 worden opgeheven.
Art. 34. A l'article 36 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les candidats conseillers communaux élus sur la même liste peuvent constituer deux groupes, pour autant qu'il soit satisfait aux dispositions de l'article 71, alinéa 4, du décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011.
  La mention relative à la formation de groupe sur l'acte de présentation, visée à l'article 71, alinéa 4, du décret précité, et le choix opéré par les candidats conseillers communaux ne peuvent être révoqués. " ;
  2° les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Art. 35. Aan artikel 38, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 11°, 12° en 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "11° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop;
  12° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt;
  13° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt.".
Art. 35. L'article 38, alinéa 1er, du même décret, est complété par les points 11°, 12° et 13°, rédigés comme suit :
  " 11° le choix et les modalités de se réunir par voie numérique ou hybride ;
  12° les circonstances exceptionnelles dans lesquelles le conseil communal peut se réunir par voie numérique, si le règlement d'ordre intérieur inclut la possibilité de réunions numériques ;
  13° les circonstances exceptionnelles dans lesquelles le conseil communal peut se réunir par voie hybride, si le règlement d'ordre intérieur inclut la possibilité de réunions hybrides. ".
Art. 36. In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede lid en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ondertekend met naleving van het initiatiefrecht, vermeld in artikel 5, § 3. De overtreding van dat gebod wordt bestraft conform artikel 7, § 2.";
  2° in de bestaande paragraaf 1, derde lid, die paragraaf 1, vierde lid, wordt, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie".
Art. 36. A l'article 43 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, il est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " L'acte commun de présentation des candidats échevins est signé dans le respect du droit d'initiative, visé à l'article 5, § 3. La violation de ce commandement est punie conformément à l'article 7, § 2. " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3 existant, qui devient le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot " huit " est remplacé par le mot " trois ".
Art. 37. Artikel 46 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 46. § 1. De gemeenteraad kan een collectieve constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen alle leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid.
  De gemeenteraad kan een individuele constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen een of meer schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid.
  § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze is ondertekend door de meerderheid van de raadsleden;
  2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de raadsleden van elke fractie die de motie ondersteunt. Als een fractie slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen;
  3° in geval van een individuele motie, is ze ondertekend door twee derde van de raadsleden van de fractie waartoe de schepen tegen wie de individuele motie gericht is, behoort;
  4° ze vermeldt tegen welke leden van het college van burgemeester en schepenen ze gericht is;
  5° ze draagt voor elk van de schepenen een kandidaat-opvolger voor. Zetelende leden kunnen opnieuw voorgedragen worden;
  6° in geval van een individuele motie gericht tegen een of meer schepenen, zijn er een of meer ontvankelijke akten van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 49. In geval van een collectieve motie is er een gezamenlijke akte van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 43. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 43 of 49, de akte van voordracht van de kandidaat-schepen ondertekend door de meerderheid van de gemeenteraadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat- schepen. Als de fractie van de kandidaat-schepen slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
  7° ze is uiterlijk acht dagen voor de gemeenteraadszitting aan de algemeen directeur bezorgd.
  De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 23.
  De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten:
  1° in de periode van één jaar na de installatie van de gemeenteraad;
  2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden;
  3° als een collectieve constructieve motie van wantrouwen door de gemeenteraad is aangenomen, voor een termijn van één jaar vervallen is.
  De algemeen directeur bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met bijgevoegde akte of akten van voordracht aan de voorzitter van de gemeenteraad.
  § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de gemeenteraad of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp.
  § 4. Als de gemeenteraad de motie van wantrouwen aanneemt, wordt het lid of worden de leden tegen wie de motie gericht is, ontslagen onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 6. De voorgedragen kandidaat-schepen, in voorkomend geval de voorgedragen kandidaat-schepenen worden verkozen verklaard. Vanaf de aanname van de collectieve motie draagt het raadslid, waarvan sprake in artikel 58, § 1 of § 2, de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent alle functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de eed af, vermeld in artikel 58, § 1, derde lid.
  De Vlaamse Regering benoemt de burgemeester overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 58.
  § 5. Indien een collectieve motie wordt aangenomen, worden de ingediende collectieve motie en de beslissing van de gemeenteraad hierover ter kennis gebracht aan de Vlaamse Regering.
  § 6. Een motie tegen een lid van het college van burgemeester en schepenen dat als lid van het vast bureau verkozen is tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, heeft alleen gevolgen als tegelijk een constructieve motie van wantrouwen als vermeld in artikel 104, ingediend is en aangenomen wordt.".
Art. 37. L'article 46 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 46. § 1er. Le conseil communal peut adopter une motion de défiance constructive collective à l'encontre de tous les membres du collège des bourgmestre et échevins, à l'exception de l'échevin visé à l'article 42, § 1er, alinéa 3.
  Le conseil communal peut adopter une motion de défiance constructive individuelle à l'encontre d'un ou de plusieurs échevins, à l'exception de l'échevin visé à l'article 42, § 1er, alinéa 3.
  § 2. La motion de défiance constructive répond à toutes les conditions suivantes :
  1° elle est signée par la majorité des conseillers ;
  2° elle est signée par au moins deux tiers des conseillers de chaque groupe soutenant la motion. Lorsqu'un groupe ne se compose que de deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit ;
  3° en cas d'une motion individuelle, elle est signée par deux tiers des conseillers du groupe auquel appartient l'échevin faisant l'objet de la motion individuelle ;
  4° elle mentionne les membres du collège des bourgmestre et échevins faisant l'objet de la motion ;
  5° elle présente un candidat suppléant pour chacun des échevins. Les membres siégeant peuvent être présentés à nouveau ;
  6° dans le cas d'une motion individuelle contre un ou plusieurs échevins, un ou plusieurs actes de présentation recevables sont joints, tels que mentionnés à l'article 49. Dans le cas d'une motion collective, un acte commun de présentation est joint tel que visé à l'article 43. Par dérogation à l'article 43 ou l'article 49, si une liste est divisée en deux groupes, l'acte de présentation du candidat échevin est signé par la majorité des conseillers communaux qui appartiennent au groupe du candidat échevin. Si le groupe du candidat échevin ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit ;
  7° elle est remise au directeur général au plus tard huit jours avant la réunion du conseil communal.
  La motion de défiance constructive ne peut être discutée d'urgence, comme le prévoit l'article 23.
  La motion de défiance constructive ne peut être déposée aux moments suivants :
  1° dans la période d'un an suivant l'installation du conseil communal ;
  2° dans la période de douze mois précédant le jour des élections pour le renouvellement intégral des conseils communaux ;
  3° si une motion de défiance constructive collective a été adoptée par le conseil communal, avant l'expiration d'un délai d'un an.
  Le directeur général transmet la motion de défiance constructive avec le ou les actes de présentation joints au président du conseil communal.
  § 3. Avant de procéder au vote, le président du conseil communal examine si la motion de défiance constructive remplit les conditions visées aux paragraphes 1 et 2. S'il constate que toutes les conditions ne sont pas remplies, il déclare la motion sans objet.
  § 4. Si le conseil communal adopte la motion de défiance, le ou les membres faisant l'objet de la motion sont licenciés sous réserve de l'application du paragraphe 6. Le candidat échevin présenté, le cas échéant, les candidats échevins présentés sont déclarés élus. A partir de l'adoption de la motion collective, le conseiller visé à l'article 58, § 1 ou § 2, porte le titre de " bourgmestre désigné " et exerce toutes les fonctions confiées au bourgmestre. Avant d'accepter son mandat, le bourgmestre désigné prête le serment visé à l'article 58, § 1er, alinéa 3.
  Le Gouvernement flamand nomme le bourgmestre conformément à la procédure visée à l'article 58.
  § 5. En cas d'adoption d'une motion collective, la motion collective déposée et la décision du conseil communal à ce sujet sont communiquées au Gouvernement flamand.
  § 6. Une motion contre un membre du collège des bourgmestre et échevins qui, en tant que membre du bureau permanent, a été élu président du comité spécial du service social, n'a d'effet que si, en même temps, une motion de défiance constructive telle que visée à l'article 104 a été déposée et est adoptée. ".
Art. 38. Aan artikel 54 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het huishoudelijk reglement regelt minstens of het college van burgemeester en schepenen digitaal of hybride kan vergaderen en de wijze waarop. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen.".
Art. 38. L'article 54 du même décret est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le règlement d'ordre intérieur règle au moins si et comment le collège des bourgmestre et échevins peut se réunir par voie numérique ou hybride. Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions minimales des réunions numériques et hybrides. ".
Art. 39. Artikel 58 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 58. § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst conform artikel 36, § 2, van dit decreet, en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de gemeenteraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende benoeming van de burgemeester.
  Vanaf de installatie van de schepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, aangewezen-burgemeester, draagt het de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent het alle functies uit die aan de burgemeester worden toever- trouwd. De aangewezen-burgemeester wordt niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd verkozen.
  Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de aangewezenburgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De aangewezen-burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht zowel het ambt van aangewezen-burgemeester als het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
  De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming tot burgemeester nadat de aangewezen-burgemeester de eed heeft afgelegd en zij daarvan in kennis is gesteld door de gemeenteraad. In geval van benoeming tot burgemeester, kan hij als schepen worden vervangen conform artikel 49, § 1.
  Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de benoemde burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de benoemde burgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De benoemde burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
  In geval van een algehele vernieuwing van de gemeenteraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de gemeenteraad.
  In geval van weigering van eedaflegging van de aangewezen-burgemeester of van de burgemeester of van weigering tot benoeming in afwijking van het eerste lid wordt de procedure, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid, hernomen met toepassing van de regeling, vermeld in paragraaf 2.
  De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester en de weigering tot eedaflegging als aangewezen-burgemeester of als burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer kan worden benoemd als burgemeester.
  § 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van aangewezen-burgemeester of het burgemeestersmandaat niet aanvaardt, als hij definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, of in het geval dat de Vlaamse Regering beslist de benoeming tot burgemeester te weigeren, wordt het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van aangewezen-burgemeester of het mandaat van burgemeester op te nemen, wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester.
  De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 en artikel 59 kan de Vlaamse Regering een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een ontvankelijke akte van opvolging en voor zover de opvolging ten vroegste in werking treedt op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en de opvolger een gemeenteraadslid is dat behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt opgevolgd.
  De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de burgemeester en de naam van de persoon die de burgemeester opvolgt. Bij het bereiken van deze einddatum is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van opvolging ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2.
  Als het mandaat van burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in paragraaf 2.
  Als het mandaat van burgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de opvolgakte, het mandaat vervroegd op.
  Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen gemeenteraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp.
  Een nieuwe akte van opvolging kan enkel ingediend worden in de volgende gevallen:
  1° de akte van opvolging is onontvankelijk;
  2° het mandaat van de burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in paragraaf 2;
  3° voor de einddatum van het mandaat van de burgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen gemeenteraadslid meer.
  Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van burgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de burgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. Om ontvankelijk te zijn voldoet de akte van voordracht aan de volgende voorwaarden:
  1° de akte vermeldt de naam van de kandidaat-burgemeester;
  2° de kandidaat-burgemeester is een gemeenteraadslid dat behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt vervangen;
  3° de akte is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen;
  4° de akte is ondertekend door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen.
  De akte van opvolging of de akte van voordracht wordt uiterlijk drie dagen voor de vergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester.
  Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de voorzitter van de gemeenteraad.
  De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de voormelde leden. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging of de akte van voordracht ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte aan de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming van de opvolger of kandidaat-burgemeester.".
Art. 39. L'article 58 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 58. § 1er. Sans préjudice de l'application de la condition de nationalité, visée à l'article 13 de la nouvelle loi communale, l'élu au conseil communal qui a le plus de votes nominatifs et qui fait partie du groupe de coalition ayant le plus de sièges au conseil communal, est nommé bourgmestre par le Gouvernement flamand. Si plusieurs groupes de coalition ont le plus de sièges, l'élu au conseil communal qui a le plus de votes nominatifs et qui appartient au groupe de coalition dont la liste a obtenu le chiffre électoral le plus élevé, est nommé bourgmestre par le Gouvernement flamand. Si les élus des groupes de coalition ayant le plus de sièges sont élus sur la même liste conformément à l'article 36, § 2, du présent décret, et si cette liste a obtenu le chiffre électoral le plus élevé, l'élu au conseil communal de cette liste qui a le plus de votes nominatifs est nommé bourgmestre par le Gouvernement flamand. Jusqu'au prochain renouvellement du conseil communal, un groupe est censé conserver le même nombre de membres en ce qui concerne le poids des groupes et la nomination du bourgmestre qui en découle.
  A partir de l'installation des échevins, le conseiller visé à l'alinéa 1er est le bourgmestre désigné, il porte le titre de " bourgmestre désigné " et exerce toutes les fonctions confiées au bourgmestre. Le bourgmestre désigné n'est pas remplacé en qualité d'échevin s'il a été élu échevin.
  Avant d'accepter son mandat, le bourgmestre désigné prête le serment suivant entre les mains du président du conseil communal : " Je jure de respecter fidèlement les obligations de mon mandat. ". Si le bourgmestre désigné est lui-même le président du conseil communal, il prête le serment entre les mains du conseiller communal le plus âgé. Le bourgmestre désigné qui refuse de prêter le serment ou qui, après avoir été explicitement convoqué, est absent sans motif valable à la première réunion suivante, est censé ne pas accepter ni la fonction de bourgmestre désigné, ni le mandat de bourgmestre. Le Conseil des Contestations électorales statue sur les litiges qui surviennent à ce sujet.
  Le Gouvernement flamand prend une décision sur la nomination ou non en qualité de bourgmestre après que le bourgmestre désigné a prêté le serment et après en avoir été informé par le conseil communal. En cas de nomination en qualité de bourgmestre, il peut être remplacé en qualité d'échevin conformément à l'article 49, § 1er.
  Avant d'accepter son mandat, le bourgmestre nommé prête le serment suivant entre les mains du président du conseil communal : " Je jure de respecter fidèlement les obligations de mon mandat. ". Si le bourgmestre nommé est lui-même le président du conseil communal, il prête le serment entre les mains du conseiller communal le plus âgé. Le bourgmestre nommé qui refuse de prêter le serment ou qui, après avoir été explicitement convoqué, est absent sans motif valable à la première réunion suivante, est censé ne pas accepter le mandat de bourgmestre. Le Conseil des Contestations électorales statue sur les litiges qui surviennent à ce sujet.
  En cas de renouvellement intégral du conseil communal, la prestation de serment a lieu pendant la réunion d'installation du conseil communal ou pendant une des réunions suivantes du conseil communal.
  En cas de refus de prêter serment du bourgmestre désigné ou du bourgmestre, ou de refus de nomination par dérogation à l'alinéa 1er, la procédure visée aux alinéas 2 à 4 est reprise en application du règlement visé au paragraphe 2.
  La décision du Gouvernement flamand de ne pas nommer le bourgmestre et le refus de prêter serment en qualité de bourgmestre désigné ou de bourgmestre a pour effet que l'intéressé ne peut plus être nommé bourgmestre pendant la même législature.
  § 2. Si le conseiller visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, n'accepte pas le mandat de bourgmestre désigné ou le mandat de bourgmestre, s'il cesse définitivement d'exercer ce mandat, ou si le Gouvernement flamand décide de refuser la nomination en qualité de bourgmestre, le conseiller qui, après ce conseiller, au même groupe, a obtenu le plus de votes nominatifs, devient le bourgmestre désigné et est nommé bourgmestre par le Gouvernement flamand. Si tous les élus du plus grand groupe de coalition s'abstiennent d'assumer le mandat de bourgmestre désigné ou le mandat de bourgmestre, l'élu qui appartient au deuxième plus grand groupe de coalition et qui a obtenu le plus de votes nominatifs, devient bourgmestre désigné et est nommé bourgmestre par le Gouvernement flamand.
  Le règlement visé à l'alinéa 1er est appliqué par analogie aux élus des autres groupes de coalition dans l'ordre décroissant de leur taille.
  § 3. Par dérogation aux paragraphe 2 et à l'article 59, le Gouvernement flamand peut nommer un bourgmestre pour moins de six ans en cas d'un acte de succession recevable et dans la mesure où la succession n'entre en vigueur qu'au plus tôt le 1er octobre de la quatrième année de la législature et que le successeur est un conseiller communal appartenant au même groupe que le bourgmestre qui est succédé.
  L'acte de succession indique la date de fin du mandat du bourgmestre et le nom de la personne qui lui succède. Une fois cette date de fin atteinte, le bourgmestre est démissionnaire de plein droit. Pour être recevable, l'acte de succession doit être signé par plus de la moitié des élus sur les listes qui ont participé aux élections, ainsi que par une majorité des personnes qui ont été élues sur la même liste que le candidat successeur présenté. Si la liste sur laquelle figure le nom du candidat successeur ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit. Personne ne peut signer plus d'un acte de succession. La violation de cette interdiction est sanctionnée conformément à l'article 7, § 2.
  Si le mandat de bourgmestre prend fin avant le 1er octobre de la quatrième année de la législature, l'acte de succession est sans objet et il est procédé au remplacement conformément au règlement visé au paragraphe 2.
  Si le mandat prend prématurément fin le 1er octobre de la quatrième année de la législature ou après cette date, le conseiller mentionné dans l'acte de succession assume le mandat prématurément.
  Si la personne mentionnée dans l'acte de succession n'est plus conseiller communal, l'acte de succession est sans objet.
  Un nouvel acte de succession ne peut être introduit que dans les cas suivants :
  1° l'acte de succession est irrecevable ;
  2° le mandat du bourgmestre prend fin avant le 1er octobre de la quatrième année de la législature et il est procédé au remplacement conformément au règlement visé au paragraphe 2 ;
  3° avant la date de fin du mandat du bourgmestre, la personne mentionnée dans l'acte de succession n'est plus conseiller communal.
  Si, à la date de fin du mandat de bourgmestre, visée à l'acte de succession, la personne mentionnée dans l'acte de succession n'assume pas le mandat ou si, après la succession, le mandat de bourgmestre prend prématurément fin, le bourgmestre est remplacé sur la base d'un acte de présentation. Personne ne peut signer plus d'un acte de présentation. La violation de cette interdiction est sanctionnée conformément à l'article 7, § 2. Pour être recevable, l'acte de présentation répond aux conditions suivantes :
  1° l'acte mentionne le nom du candidat bourgmestre ;
  2° le candidat bourgmestre est un conseiller communal appartenant au même groupe que le bourgmestre qui est remplacé ;
  3° l'acte est signé par plus de la moitié des élus sur les listes qui ont participé aux élections ;
  4° l'acte est signé par une majorité des personnes qui ont été élues sur la même liste que le candidat bourgmestre présenté. Si la liste sur laquelle figure le nom du candidat bourgmestre ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit.
  L'acte de succession ou l'acte de présentation est transmis au directeur général au plus tard trois jours avant la réunion du conseil communal. Le directeur général transmet une copie de l'acte au bourgmestre.
  Après la prestation de serment des conseillers communaux, le directeur général transmet l'acte de succession ou l'acte de présentation au président du conseil communal.
  Le président du conseil communal vérifie si l'acte de succession ou l'acte de présentation répond aux conditions visées aux alinéas précédents. Seules les signatures des conseillers communaux qui ont prêté serment sont prises en compte, y compris les successeurs qui ont signé l'acte de succession et ont ensuite prêté serment en qualité de conseiller communal. Si l'acte de succession ou l'acte de présentation est recevable, le président transmet l'acte au Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand prend une décision sur la nomination ou non du successeur ou du candidat bourgmestre. ".
Art. 40. In artikel 59 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "58, § 1, derde lid, artikel 61 en 62" vervangen door de zinsnede "58, § 3, artikel 61, 62 en 354/1";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 40. A l'article 59 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " 58, § 1er, troisième alinéa, et aux articles 61 et 62 " est remplacé par le membre de phrase " 58, § 3, et aux articles 61, 62 et 354/1 " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 41. In artikel 62 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt na de zinsnede "artikel 58 en 59" de zinsnede ", waarbij "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de benoeming van de nieuwe burgemeester"" ingevoegd;
  2° aan het eerste lid, 2°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "e) het voorwerp uitmaakt van een constructieve motie van wantrouwen die de gemeenteraad heeft aangenomen conform artikel 46, en hij als gevolg daarvan ontslagen wordt.";
  3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen.".
Art. 41. A l'article 62 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " , " la réunion d'installation " étant lu comme " la prochaine réunion du conseil communal qui suit la nomination du nouveau bourgmestre " " est inséré après le membre de phrase " articles 58 et 59 " ;
  2° l'alinéa 1er, 2°, est complété par un point e), rédigé comme suit :
  " e) fait l'objet d'une motion de défiance constructive adoptée par le conseil communal conformément à l'article 46, et qu'il en résulte sa révocation. " ;
  3° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " La décision du Gouvernement flamand de non-nomination du bourgmestre a pour effet que l'intéressé ne peut plus assumer la fonction de bourgmestre pendant la même législature. Il ne peut pas être désigné à cet effet, ni par le conseil communal, ni par le bourgmestre. ".
Art. 42. In artikel 68 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 4 opgeheven.
Art. 42. Dans l'article 68 du même décret, le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 43. Aan artikel 78, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 18° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "18° de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 104.".
Art. 43. L'article 78, alinéa 2, du même décret, est complété par un point 18°, rédigé comme suit :
  " 18° la compétence du conseil de l'aide sociale, visée à l'article 104. ".
Art. 44. In artikel 79 van hetzelfde decreet wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 44. Dans l'article 79 du même décret, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 45. In artikel 80, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Artikel 59, eerste en derde lid, en artikel 60" vervangen door de zinsnede "Artikel 59 en 60".
Art. 45. Dans l'article 80, alinéa 1er, du même décret, le membre de phrase " L'article 59, premier et troisième alinéa, et l'article 60 " est remplacé par le membre de phrase " Les articles 59 et 60 ".
Art. 46. In artikel 90, § 1, vijfde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie".
Art. 46. Dans l'article 90, § 1er, alinéa 5, du même décret, le mot " huit " est remplacé par le mot " trois ".
Art. 47. In artikel 91 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de algemeen directeur overhandigd uiterlijk de zestigste dag na de dag van de gemeenteraadsverkiezingen." vervangen door de zin "De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de algemeen directeur bezorgd binnen twee werkdagen voor de uiterste dag van het indienen van de akten van voordracht.";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "decimalen van het" vervangen door de woorden "breuk als" en worden de woorden "Bij gelijkheid van decimalen" vervangen door de woorden "Bij gelijkheid van die breuk";
  3° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "de eenenzestigste dag na de gemeenteraadsverkiezingen" vervangen door de woorden "de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen".
Art. 47. A l'article 91 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, la phrase " La déclaration de groupement de listes est remise au directeur général au plus tard le 60ème jour après le jour des élections communales. " est remplacée par la phrase " La déclaration de groupement de listes est transmise au directeur général dans les deux jours ouvrables avant la date limite d'introduction des actes de présentation. " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " des décimales du " sont remplacés par les mots " de la fraction comme " et les mots " En cas d'égalité des décimales " sont remplacés par les mots " En cas d'égalité de cette fraction " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " le soixante-et-unième jour après les élections communales " sont remplacés par les mots " le jour suivant la date limite de dépôt d'une déclaration de groupement de listes ".
Art. 48. In artikel 92 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie";
  2° in het derde lid, 1°, wordt de zinsnede "de naam, de voornamen" vervangen door de woorden "de voornaam of voornamen en de achternaam";
  3° in het derde lid worden punt 2° en 3° opgeheven;
  4° aan het derde lid, 6°, wordt de zinsnede "of vacant zijn met toepassing van artikel 95" toegevoegd;
  5° aan het derde lid wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "7° als een lijst of groep van lijsten die maar twee verkozenen telt, twee akten indient terwijl er maar één kandidaat-lid aan de lijst of de groep van lijsten is toegewezen, zijn beide akten onontvankelijk.";
  6° in het vierde lid wordt de zinsnede "de naam, de voornamen" vervangen door de woorden "de voornaam of voornamen en de achternaam";
  7° in het vierde lid wordt de zin "In voorkomend geval ondertekenen de kandidaat-opvolgers voor akkoord hun voordracht." opgeheven.
Art. 48. A l'article 92 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, le mot " huit " est remplacé par le mot " trois " ;
  2° dans l'alinéa 3, 1°, le membre de phrase " les nom, prénoms " est remplacé parles mots " le prénom ou les prénoms et le nom " ;
  3° dans l'alinéa 3, les points 2° et 3° sont abrogés ;
  4° l'alinéa 3, 6°, est complété par le membre de phrase " ou vacant en application de l'article 95 " ;
  5° l'alinéa 3 est complété par un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° si une liste ou un groupe de listes qui ne compte que deux élus, introduit deux actes tandis qu'un seul candidat membre est attribué à la liste ou au groupe de listes, les deux actes sont irrecevables. " ;
  6° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " les nom, prénoms " est remplacé par les mots " le prénom ou les prénoms et le nom " ;
  7° dans l'alinéa 4, la phrase " Le cas échéant, les candidats suppléants signent leur présentation pour accord. " est abrogée.
Art. 49. In artikel 93 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt het woord "derde" vervangen door de woorden "tweede tot en met zesde";
  2° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Voor de mandaten die nog niet zijn vervuld, is de procedure, vermeld in artikel 95, vierde lid, in de volgende gevallen van toepassing:
  1° een lijst of groep van lijsten heeft geen ontvankelijke voordrachtsakte ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen;
  2° een lijst of groep van lijsten heeft een ontvankelijke akte ingediend waarop minder kandidaat-leden staan dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen conform artikel 91;
  3° het bijzonder comité voor de sociale dienst is binnen zestig dagen na de dag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, nog niet volledig samengesteld, behalve als artikel 95 van toepassing is.".
Art. 49. A l'article 93 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " troisième alinéa " sont remplacés par les mots " alinéas 2 à 6 " ;
  2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour les mandats non encore pourvus, la procédure visée à l'article 95, alinéa 4, s'applique dans les cas suivants :
  1° une liste ou un groupe de listes n'a pas introduit d'acte de présentation recevable pour les sièges attribués à la liste ou au groupe de liste conformément à l'article 91 ;
  2° une liste ou un groupe de listes a introduit un acte recevable sur lequel figurent moins de candidats membres que le nombre attribué à la liste ou au groupe de listes conformément à l'article 91 ;
  3° le comité spécial du service social n'est pas encore entièrement composé dans les soixante jours après le jour de la réunion du conseil de l'aide sociale, visée à l'alinéa 1er, sauf si l'article 95 s'applique. ".
Art. 50. In artikel 95 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie";
  2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als een lijst of groep van lijsten geen ontvankelijke voordrachtsakte heeft ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen, kan die lijst een nieuwe akte van voordracht voor een kandidaat-lid of kandidaat-leden indienen, conform het eerste tot en met derde lid, voor de mandaten die nog niet zijn vervuld.";
  3° het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, gebeurt, met behoud van de toepassing van artikel 94, eerste lid, de vervanging bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Elke lijst of groep van lijsten kan daarvoor een akte van voordracht indienen conform artikel 92, derde tot en met zevende lid. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen.".
Art. 50. A l'article 95 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, le mot " huit " est remplacé par le mot " trois " ;
  2° entre les alinéas 3 et 4, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Si une liste ou un groupe de listes n'a pas introduit d'acte de présentation recevable pour les sièges attribués à la liste ou au groupe de listes conformément à l'article 91, cette liste peut introduire un nouvel acte de présentation pour un candidat membre ou des candidats membres, conformément aux alinéas 1 à 3, pour les mandats non encore pourvus. " ;
  3° l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
  " Si le remplacement, visé à l'alinéa 1er, ne peut pas avoir lieu ou ne se fait pas dans les soixante jours, le remplacement a lieu, sans préjudice de l'application de l'article 94, alinéa 1er, au scrutin secret à un tour où chaque membre du conseil de l'aide sociale dispose d'une voix et le candidat qui obtient le plus de voix est déclaré élu. Chaque liste ou groupe de listes peut introduire à cet effet un acte de présentation conformément à l'article 92, alinéas 3 à 7. En cas de parité des voix, le candidat le plus jeune est élu. ".
Art. 51. In artikel 100, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Artikel 10" vervangen door de zinsnede "Artikel 10, met uitzondering van het eerste lid, 5°, ".
Art. 51. Dans l'article 100, alinéa 1er, du même décret, le membre de phrase " L'article 10 " est remplacé par le membre de phrase " L'article 10, à l'exception de l'alinéa 1er, 5°, ".
Art. 52. Artikel 104 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 104. § 1. De raad voor maatschappelijk welzijn kan een constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
  § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze is ondertekend door de meerderheid van de raadsleden;
  2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de raadsleden van elk van de fracties waartoe de raadsleden in de gemeenteraad behoren die de motie ondersteunen. Als een fractie maar uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen;
  3° ze is ondertekend door twee derde van de raadsleden van de fractie waartoe de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst in de gemeenteraad behoort;
  4° ze draagt een kandidaat-opvolger voor;
  5° er is een ontvankelijke akte van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 90. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 90, de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter ondertekend door de meerderheid van de raadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat-voorzitter. Als de fractie van de kandidaat-voorzitter maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
  6° ze is uiterlijk acht dagen voor de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn aan de algemeen directeur bezorgd.
  De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing in geval de gemeenteraad een collectieve motie heeft aangenomen.
  De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 74 samen gelezen met artikel 23.
  De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten:
  1° in de periode van één jaar na de installatie van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
  2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden.
  De algemeen directeur bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met de bijgevoegde akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
  § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp.
  § 4. Als de raad voor maatschappelijk welzijn de constructieve motie van wantrouwen aanneemt, is de voorzitter ontslagen. De voorgedragen kandidaat-voorzitter wordt verkozen verklaard.".
Art. 52. L'article 104 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 104. § 1er. Le conseil de l'aide sociale peut adopter une motion de défiance constructive à l'encontre du président du comité spécial du service social.
  § 2. La motion de défiance constructive répond à toutes les conditions suivantes :
  1° elle est signée par la majorité des conseillers ;
  2° elle est signée par au moins deux tiers des conseillers de chacun des groupes auxquels appartiennent les conseillers au conseil communal qui soutiennent la motion. Lorsqu'un groupe ne se compose que de deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit ;
  3° elle est signée par deux tiers des conseillers du groupe auquel appartient le président du comité spécial du service social au conseil communal ;
  4° elle présente un candidat successeur ;
  5° elle est accompagnée d'un acte de présentation recevable tel que visé à l'article 90. Par dérogation à l'article 90, si une liste est divisée en deux groupes, l'acte de présentation du candidat président est signé par la majorité des conseillers appartenant au groupe du candidat président. Si le groupe du candidat président ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit ;
  6° elle est transmise au directeur général au plus tard huit jours avant la séance du conseil de l'aide sociale.
  La condition visée à l'alinéa 1er, 3°, ne s'applique pas si le conseil communal a adopté une motion collective.
  La motion de défiance constructive ne peut être discutée d'urgence, comme le prévoit l'article 74, lu conjointement avec l'article 23.
  La motion de défiance constructive ne peut être déposée aux moments suivants :
  1° dans la période d'un an suivant l'installation du comité spécial du service social ;
  2° dans la période de douze mois précédant le jour des élections pour le renouvellement intégral des conseils communaux.
  Le directeur général transmet la motion de défiance constructive et l'acte de présentation annexé du candidat président au président du conseil de l'aide sociale.
  § 3. Avant de procéder au vote, le président du conseil de l'aide sociale examine si la motion de défiance constructive remplit les conditions visées au paragraphe 2. S'il constate que toutes les conditions ne sont pas remplies, il déclare la motion sans objet.
  § 4. Si le conseil de l'aide sociale adopte la motion de défiance constructive, le président est licencié. Le candidat président présenté est déclaré élu. ".
Art. 53. Aan artikel 110, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° "de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37" als "de subcomités, vermeld in artikel 89".".
Art. 53. L'article 110, alinéa 2, du même décret, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° " les commissions du conseil communal, visées à l'article 37 " comme " les sous-comités, visés à l'article 89 ". ".
Art. 54. Aan artikel 111, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 6°, 7° en 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "6° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop;
  7° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder het bijzonder comité voor de sociale dienst digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt;
  8° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder het bijzonder comité voor de sociale dienst hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt.".
Art. 54. L'article 111, alinéa 1er, du même décret, est complété par les points 6°, 7° et 8°, rédigés comme suit :
  " 6° le choix et les modalités de se réunir par voie numérique ou hybride ;
  7° les circonstances exceptionnelles dans lesquelles le comité spécial du service social peut se réunir par voie numérique, si le règlement d'ordre intérieur inclut la possibilité de réunions numériques ;
  8° les circonstances exceptionnelles dans lesquelles le comité spécial du service social peut se réunir par voie hybride, si le règlement d'ordre intérieur inclut la possibilité de réunions hybrides. ".
Art. 55. In artikel 119, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 10, eerste lid, 5°, " vervangen door de zinsnede "artikel 10, eerste lid, 5°, 8° en 9° ".,".
Art. 55. Dans l'article 119, alinéa 1er, du même décret, le membre de phrase " l'article 10, premier alinéa, 5°, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 10, alinéa 1er, 5°, 8° et 9°, ".
Art. 56. In artikel 122, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "met dien verstande dat personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen zetelen in het districtscollege" vervangen door de zinsnede "met dien verstande dat artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, 5°, 8° en 9°, niet van toepassing is op de districtsburgemeester en de districtsschepenen,".
Art. 56. Dans l'article 122, alinéa 2, du même décret, le membre de phrase " étant entendu que les membres du personnel du centre public d'action sociale peuvent siéger au collège du district, " est remplacé par le membre de phrase " étant entendu que l'article 10, alinéa 1er, 4°, en ce qui concerne les membres du personnel du centre public d'action sociale et les membres du personnel des agences autonomisées externes communales, 5°, 8° et 9°, ne s'applique pas au bourgmestre de district et aux échevins de district, ".
Art. 57. Artikel 123 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 123. § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de districtsraad behoort, districtsburgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, districtsburgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de districtsraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen districtsburgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de districtsraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende aanduiding van de districtsburgemeester.
  Vanaf de installatie van de districtsschepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, districtsburgemeester.
  Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de districtsraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de districtsburgemeester zelf de voorzitter van de districtsraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. De districtsburgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het districtsburgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
  In geval van een algehele vernieuwing van de districtsraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de districtsraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de districtsraad.
  § 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van districtsburgemeester niet aanvaardt of definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, dan wordt, met herneming van de procedure in paragraaf 1, het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, districtsburgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van districtsburgemeester op te nemen, dan wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, districtsburgemeester.
  De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan een akte van opvolging van districtsburgemeester worden ingediend voor zover de opvolging ten vroegste in werking treedt op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en de opvolger een districtsraadslid is dat behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt opgevolgd.
  De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester en de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. Bij het bereiken van deze einddatum is de districtsburgemeester van rechtswege ontslagnemend. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van opvolging ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeen- komstig artikel 7, § 2.
  Als het mandaat van districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, is de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in para- graaf 2.
  Als het mandaat van districtsburgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de akte van opvolging, het mandaat vervroegd op.
  Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp.
  Een nieuwe akte van opvolging kan enkel ingediend worden in de volgende gevallen:
  1° de akte van opvolging is onontvankelijk;
  2° het mandaat van de districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in paragraaf 2;
  3° voor de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer.
  Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van districtsburgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de districtsburgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. Om ontvankelijk te zijn voldoet de akte van voordracht aan de volgende voorwaarden:
  1° de akte vermeldt de naam van de kandidaat-districtsburgemeester;
  2° de kandidaat-districtsburgemeester is een districtsraadslid dat behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt vervangen;
  3° de akte is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen;
  4° de akte is ondertekend door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-districtsburgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-districtsburgemeester voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen.
  De akte van opvolging of de akte van voordracht wordt uiterlijk drie dagen voor de vergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd. De districtssecretaris bezorgt een afschrift van de akte aan de districtsburgemeester.
  Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de districtssecretaris de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de voorzitter van de districtsraad.
  De voorzitter van de districtsraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de voormelde leden. Alleen de handtekeningen van de districtsraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als districtsraadslid de eed hebben afgelegd.".
Art. 57. L'article 123 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 123. § 1er. Sans préjudice de l'application de la condition de nationalité, visée à l'article 14 juncto l'article 332 de la nouvelle loi communale, l'élu au conseil de district qui a obtenu le plus de votes nominatifs et fait partie du groupe de coalition ayant le plus de sièges au conseil de district, devient le bourgmestre de district. Si plusieurs groupes de coalition ont le plus de sièges, l'élu au conseil de district qui a le plus de votes nominatifs et appartient au groupe de coalition dont la liste a obtenu le chiffre électoral le plus élevé, devient le bourgmestre de district. Si les élus des groupes de coalition ayant le plus de sièges sont élus sur la même liste, et si cette liste a obtenu le chiffre électoral le plus élevé, l'élu du conseil de district de cette liste qui a le plus de votes nominatifs, devient le bourgmestre de district. Jusqu'au prochain renouvellement du conseil de district, un groupe est censé conserver le même nombre de membres en ce qui concerne le poids des groupes et la désignation du bourgmestre de district qui en découle.
  A partir de l'installation des échevins de district, le conseiller visé à l'alinéa 1er devient le bourgmestre de district.
  Avant d'accepter son mandat, le bourgmestre de district prête le serment suivant entre les mains du président du conseil de district : " Je jure de respecter fidèlement les obligations de mon mandat. ". Si le bourgmestre de district est lui-même le président du conseil de district, il prête le serment entre les mains du conseiller de district le plus âgé. Le bourgmestre de district qui refuse de prêter le serment ou qui, après avoir été explicitement convoqué, est absent sans motif valable à la première réunion suivante, est censé ne pas accepter le mandat de bourgmestre de district. Le Conseil des Contestations électorales statue sur les litiges qui surviennent à ce sujet.
  En cas de renouvellement intégral du conseil de district, la prestation de serment a lieu pendant la réunion d'installation du conseil de district ou pendant une des réunions suivantes du conseil de district.
  § 2. Si le conseiller visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, n'accepte pas le mandat de bourgmestre de district ou cesse définitivement d'exercer ce mandat, le conseiller qui, après ce conseiller, au même groupe, a obtenu le plus de votes nominatifs, devient le bourgmestre de district, suite à la reprise de la procédure visée au paragraphe 1er. Si tous les élus du plus grand groupe de coalition s'abstiennent d'assumer le mandat de bourgmestre de district, l'élu qui appartient au deuxième plus grand groupe de coalition et qui a obtenu le plus de votes nominatifs, devient le bourgmestre de district.
  Le règlement visé à l'alinéa 1er est appliqué par analogie aux élus des autres groupes de coalition dans l'ordre décroissant de leur taille.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, un acte de succession de bourgmestre de district peut être introduit dans la mesure où la succession n'entre en vigueur qu'au plus tôt le 1er octobre de la quatrième année de la législature et que le successeur est un conseiller de district appartenant au même groupe que le bourgmestre de district qui est succédé.
  L'acte de succession indique la date de fin du mandat du bourgmestre de district et le nom de la personne qui lui succède. Une fois cette date de fin atteinte, le bourgmestre de district est démissionnaire de plein droit. Pour être recevable, l'acte de succession doit être signé par plus de la moitié des élus sur les listes qui ont participé aux élections, ainsi que par une majorité des personnes qui ont été élues sur la même liste que le candidat successeur présenté. Si la liste sur laquelle figure le nom du candidat successeur ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit. Personne ne peut signer plus d'un acte de succession. La violation de cette interdiction est sanctionnée conformément à l'article 7, § 2.
  Si le mandat de bourgmestre de district prend fin avant le 1er octobre de la quatrième année de la législature, l'acte de succession est sans objet et il est procédé au remplacement conformément au règlement visé au paragraphe 2.
  Si le mandat de bourgmestre de district prend prématurément fin le 1er octobre de la quatrième année de la législature ou après cette date, le conseiller mentionné dans l'acte de succession assume le mandat prématurément.
  Si la personne mentionnée dans l'acte de succession n'est plus conseiller de district, l'acte de succession est sans objet.
  Un nouvel acte de succession ne peut être introduit que dans les cas suivants :
  1° l'acte de succession est irrecevable ;
  2° le mandat du bourgmestre de district prend fin avant le 1er octobre de la quatrième année de la législature et il est procédé au remplacement conformément au règlement visé au paragraphe 2 ;
  3° avant la date de fin du mandat du bourgmestre de district, la personne mentionnée dans l'acte de succession n'est plus conseiller de district.
  Si, à la date de fin du mandat de bourgmestre de district, visée à l'acte de succession, la personne mentionnée dans l'acte de succession n'assume pas le mandat ou si, après la succession, le mandat de bourgmestre de district prend prématurément fin, le bourgmestre de district est remplacé sur la base d'un acte de présentation. Personne ne peut signer plus d'un acte de présentation. La violation de cette interdiction est sanctionnée conformément à l'article 7, § 2. Pour être recevable, l'acte de présentation répond aux conditions suivantes :
  1° l'acte mentionne le nom du candidat bourgmestre de district ;
  2° le candidat bourgmestre de district est un conseiller de district appartenant au même groupe que le bourgmestre de district qui est remplacé ;
  3° l'acte est signé par plus de la moitié des élus sur les listes qui ont participé aux élections ;
  4° l'acte est signé par une majorité des personnes qui ont été élues sur la même liste que le candidat bourgmestre de district présenté. Si la liste sur laquelle figure le nom du candidat bourgmestre de district ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit.
  L'acte de succession ou l'acte de présentation est transmis au secrétaire de district au plus tard trois jours avant la réunion du conseil de district. Le secrétaire de district transmet une copie de l'acte au bourgmestre de district.
  Après la prestation de serment des conseillers de district, le secrétaire de district transmet l'acte de succession ou l'acte de présentation au président du conseil de district.
  Le président du conseil de district vérifie si l'acte de succession ou l'acte de présentation répond aux conditions visées aux alinéas précédents. A cette fin, seules les signatures des conseillers de district qui ont prêté serment sont prises en compte, y compris les successeurs qui ont signé l'acte de succession et ont ensuite prêté serment en qualité de conseiller de district. ".
Art. 58. Artikel 124 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 124. Als de districtsburgemeester het mandaat niet aanvaardt, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt een nieuwe districtsburgemeester aangeduid overeenkomstig artikel 123, § 2.
  In de gevallen dat de districtsburgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de eedaflegging van een nieuwe districtsburgemeester, het districtsburgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid.
  Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de districtsburgemeester, die om een andere reden dan de redenen in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een districtsschepen in volgorde van hun rang, tenzij de districtsburgemeester zijn bevoegdheid aan een andere districtsschepen heeft opgedragen.
  De districtsburgemeester die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De districtsraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing.".
Art. 58. L'article 124 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 124. Si le bourgmestre de district n'accepte pas le mandat, s'il est considéré comme étant empêché, s'il est destitué ou suspendu, s'il est décédé ou a démissionné, un nouveau bourgmestre de district est désigné conformément à l'article 123, § 2.
  Dans les cas où le bourgmestre de district est déclaré déchu de son mandat, est considéré comme empêché, est révoqué ou suspendu, a été licencié pour cause d'incompatibilité ou est décédé, la fonction de bourgmestre de district est assurée conformément aux alinéas 3 et 4 jusqu'à la prestation de serment d'un nouveau bourgmestre de district.
  Sans préjudice de l'application de la condition de nationalité, visée à l'article 14 juncto l'article 332 de la nouvelle loi communale, le bourgmestre de district qui est temporairement absent pour un autre motif que ceux visés à l'alinéa 1er, est remplacé par un échevin de district dans l'ordre de leur rang, sauf si le bourgmestre de district a confié sa compétence à un autre échevin de district.
  Le bourgmestre de district qui est considéré comme empêché, qui est suspendu ou temporairement absent, n'est remplacé que pendant la durée de son empêchement, sa suspension ou son absence temporaire. Le conseil de district prend acte de l'empêchement ou de la suspension, ainsi que de la fin de la période d'empêchement ou de suspension. " .
Art. 59. In deel 2, titel 1, hoofdstuk 7, afdeling 3, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 124/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 124/1. § 1. De districtsraad kan een collectieve constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen alle leden van het districtscollege.
  De districtsraad kan een individuele constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen een of meer districtsschepenen.
  § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze is ondertekend door de meerderheid van de districtsraadsleden;
  2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de districtsraadsleden van elke fractie die de motie ondersteunt. Als een fractie slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen;
  3° in geval van een individuele motie, is ze ondertekend door twee derde van de districtsraadsleden van de fractie waartoe de districtsschepen tegen wie de individuele motie gericht is, behoort;
  4° ze vermeldt tegen welke leden van het districtscollege ze gericht is;
  5° ze draagt voor elk van de districtsschepenen tegen wie ze is gericht, een kandidaat-opvolger voor. Zetelende leden kunnen opnieuw voorgedragen worden;
  6° in geval van een individuele motie gericht tegen een of meer districtsschepenen, zijn er, met toepassing van in artikel 49 juncto artikel 122, een of meer ontvankelijke akten van voordracht bijgevoegd. In geval van een collectieve motie is er, met toepassing van artikel 43 juncto artikel 122, een gezamenlijke akte van voordracht bijgevoegd. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 43 juncto artikel 122 of artikel 49 juncto artikel 122, de akte van voordracht van de kandidaat-districtsschepen ondertekend door de meerderheid van de districtsraadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat-districtsschepen. Als de fractie van de kandidaat- districtsschepen slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen;
  7° ze is uiterlijk acht dagen voor de districtsraadszitting aan de districtssecretaris bezorgd.
  De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 23 juncto artikel 126.
  De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten:
  1° in de periode van één jaar na de installatie van de districtsraad;
  2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de districtsraden;
  3° als een collectieve constructieve motie van wantrouwen door de districtsraad is aangenomen, voor een termijn van één jaar vervallen is.
  De districtssecretaris bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met bijgevoegde akte of akten van voordracht aan de voorzitter van de districtsraad.
  § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de districtsraad of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp.
  § 4. Als de districtsraad de motie van wantrouwen aanneemt, wordt het lid of worden de leden tegen wie de motie gericht is, ontslagen. De voorgedragen kandidaat-districtsschepen, in voorkomend geval de voorgedragen kandidaat- districtsschepenen worden verkozen verklaard. Vanaf de aanname van de collectieve motie is het raadslid, waarvan sprake in artikel 123, § 1 of § 2, districtsburgemeester. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de eed af, vermeld in artikel 123, § 1, derde lid.
  § 5. Indien een collectieve motie wordt aangenomen, wordt de ingediende collectieve motie en de beslissing van de districtsraad hierover ter kennis gebracht aan de Vlaamse Regering.".
Art. 59. Dans la partie 2, titre 1, chapitre 7, section 3, du même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, il est inséré un article 124/1, rédigé comme suit :
  " Art. 124/1. § 1er. Le conseil de district peut adopter une motion de défiance constructive collective à l'encontre de tous les membres du collège de district.
  Le conseil de district peut adopter une motion de défiance constructive individuelle à l'encontre d'un ou de plusieurs échevins de district.
  § 2. La motion de défiance constructive répond à toutes les conditions suivantes :
  1° elle est signée par la majorité des conseillers de district ;
  2° elle est signée par au moins deux tiers des conseillers de district de chaque groupe soutenant la motion. Lorsqu'un groupe ne se compose que de deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit ;
  3° en cas d'une motion individuelle, elle est signée par deux tiers des conseillers de district du groupe auquel appartient l'échevin de district faisant l'objet de la motion individuelle ;
  4° elle mentionne les membres du collège de district faisant l'objet de la motion ;
  5° elle présente un candidat successeur pour chacun des échevins de district faisant l'objet de la motion. Les membres siégeant peuvent être présentés à nouveau ;
  6° dans le cas d'une motion individuelle à l'encontre d'un ou de plusieurs échevins de district, un ou plusieurs actes de présentation recevables sont joints en application de l'article 49 juncto l'article 122. Dans le cas d'une motion collective, un acte commun de présentation est joint en application de l'article 43 juncto l'article 122. Par dérogation à l'article 43 juncto l'article 122 ou l'article 49 juncto l'article 122, si une liste est divisée en deux groupes, l'acte de présentation du candidat échevin de district est signé par la majorité des conseillers de district qui font partie du groupe du candidat échevin de district. Si le groupe du candidat échevin de district ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit ;
  7° elle est remise au secrétaire de district au plus tard huit jours avant la réunion du conseil de district.
  La motion de défiance constructive ne peut être discutée d'urgence, comme le prévoit l'article 23 juncto l'article 126.
  La motion de défiance constructive ne peut être déposée aux moments suivants :
  1° dans la période d'un an suivant l'installation du conseil de district ;
  2° dans la période de douze mois précédant le jour des élections pour le renouvellement intégral des conseils de district ;
  3° si une motion de défiance constructive collective a été adoptée par le conseil de district, avant l'expiration d'un délai d'un an.
  Le secrétaire de district transmet la motion de défiance constructive avec le ou les actes de présentation annexés, au président du conseil de district.
  § 3. Avant de procéder au vote, le président du conseil de district examine si la motion de défiance constructive remplit les conditions visées aux paragraphes 1 et 2. S'il constate que toutes les conditions ne sont pas remplies, il déclare la motion sans objet.
  § 4. Si le conseil de district adopte la motion de défiance, le membre ou les membres faisant l'objet de la motion sont licenciés. Le candidat échevin de district présenté, le cas échéant, les candidats échevins de district présentés sont déclarés élus. A partir de l'adoption de la motion collective, le conseiller visé à l'article 123, § 1er ou § 2, est le bourgmestre de district. Avant d'accepter son mandat, le bourgmestre de district prête le serment visé à l'article 123, § 1er, alinéa 3.
  § 5. En cas d'adoption d'une motion collective, la motion collective déposée et la décision du conseil de district à ce sujet sont communiquées au Gouvernement flamand. ".
Art. 60. In artikel 153 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "en hun filialen," en de woorden "het openbaar centrum" het woord "en" ingevoegd;
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "en de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4," opgeheven;
  3° in het tweede lid wordt de zinsnede "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4," opgeheven.
Art. 60. A l'article 153 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, entre le membre de phrase " et de leurs filiales, " et les mots " du centre public " est inséré le mot " et " ;
  2° dans l'alinéa premier, le membre de phrase " et des associations ou sociétés visées à la partie 3, titre 4, " est abrogé ;
  3° dans le deuxième alinéa, le membre de phrase " des associations ou sociétés visées à la partie 3, titre 4, " est abrogé.
Art. 61. In artikel 154, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, of van een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van dit decreet;".
Art. 61. Dans l'article 154, § 1, troisième alinéa du même arrêté, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° membre d'un organe d'administration d'un partenariat intercommunal tel que visé à la partie 3, titre 3, ou d'une association ou société d'aide sociale telle que visée à la partie 3, titre 4 du présent décret ; ".
Art. 62. Aan artikel 191, § 3, van hetzelfde decreet wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
  ", met dien verstande dat in de voormelde bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
  1° "de gemeente" als "de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
  2° "gemeenteraadslid" als "personeelslid van de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
  3° "gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of de verenigingen of de vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4".".
Art. 62. A l'article 191, § 3 du même décret est ajouté le membre de phrase suivant :
  " , étant entendu que dans les dispositions précitées, les mots suivants sont lus comme suit :
  1° " la commune " s'entend de " la commune ou le centre public d'action sociale " ;
  2° " conseiller communal " s'entend de " agent de la commune ou du centre public d'action sociale " ;
  3° " agence autonomisée externe communale " s'entend de " agence autonomisée externe communale ou les associations ou sociétés visées à la partie 3, titre 4 ". ".
Art. 63. In artikel 241, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "met uitzondering van hoofdstuk 3 en artikel 249, § 3, artikel 256, 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, en artikel 264, tweede lid" wordt vervangen door de zinsnede "met uitzondering van artikel 249, § 3 en § 4, artikel 256, artikel 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, artikel 264, tweede lid, en hoofdstuk 3 en 4";
  2° in punt 5° wordt tussen de zinsnede ""de gemeenteraad"" en het woord "en" de zinsnede ", "de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn"" ingevoegd.
Art. 63. A l'article 241, premier alinéa du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le membre de phrase " à l'exception du chapitre 3 et de l'article 249, § 3, des articles 256, 260, troisième alinéa, de l'article 262, § 1er, deuxième alinéa, et de l'article 264, deuxième alinéa " est remplacé par le membre de phrase " à l'exception de l'article 249, §§ 3 et 4, des articles 256, 260, troisième alinéa 262, § 1, deuxième alinéa, 264, deuxième alinéa, et des chapitres 3 et 4 " ;
  2° au point 5°, entre le membre de phrase " " le conseil communal " " et le mot " et " est inséré le membre de phrase " , " le conseil communal et le conseil de l'aide sociale " ".
Art. 64. In artikel 242 van hetzelfde decreet worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De raad van bestuur stemt telkens over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan.
  In afwijking van het derde lid kan elk lid van de raad van bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de raad van bestuur pas over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van het meerjarenplan of de aanpassing ervan moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het hele meerjarenplan verdaagd tot een volgende vergadering van de raad van bestuur.".
Art. 64. Dans l'article 242 du même décret sont insérés entre les alinéas deux et trois, deux alinéas rédigés comme suit :
  " Le conseil d'administration vote chaque fois sur le plan pluriannuel intégral et ses adaptations.
  Contrairement au troisième alinéa, tout membre du conseil d'administration peut exiger un vote séparé sur une ou plusieurs parties qu'il désigne. Dans ce cas, le conseil d'administration ne peut voter sur le plan pluriannuel intégral et ses adaptations qu'après le vote séparé. Si à la suite de ce vote séparé le projet de plan pluriannuel ou son adaptation doivent être modifiés, le vote sur le plan pluriannuel intégral est ajourné à une réunion ultérieure du conseil d'administration. ".
Art. 65. Aan artikel 243, § 1, van hetzelfde decreet worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De raad van bestuur stemt telkens over de hele jaarrekening.
  In afwijking van het tweede lid kan elk lid van de raad van bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de raad van bestuur pas over de hele jaarrekening stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat de jaarrekening moet worden gewijzigd, wordt de stemming over de hele jaarrekening verdaagd tot een volgende vergadering van de raad van bestuur.".
Art. 65. A l'article 243, § 1 du même décret il est ajouté un deuxième et troisième alinéas, rédigés comme suit :
  " Le conseil d'administration vote chaque fois sur l'ensemble des comptes annuels.
  Contrairement au deuxième alinéa, tout membre du conseil d'administration peut exiger un vote séparé sur une ou plusieurs parties qu'il désigne. Dans ce cas, le conseil d'administration ne peut voter sur l'ensemble des comptes annuels qu'après le vote séparé. Si à la suite de ce vote séparé les comptes annuels doivent être modifiés, le vote sur l'ensemble des comptes annuels est ajourné à une réunion ultérieure du conseil d'administration. ".
Art. 66. In artikel 245, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht.
  1° in het eerste lid worden de woorden "een vennootschap als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen" vervangen door de zinsnede "een vennootschap, een vereniging of een stichting als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede ", of een vereniging of stichting als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen," opgeheven;
  3° in het vierde lid worden de woorden "een vennootschap als vermeld in het Wetboek van Vennootschappen" vervangen door de woorden "een vennootschap of in een vereniging als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  4° in het vierde lid wordt de zinsnede ", of in een vereniging als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" opgeheven.
Art. 66. A l'article 245, § 1 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, les mots " une société au sens du Code des Sociétés " sont remplacés par le membre de phrase " une société, une association ou une fondation au sens du Code des sociétés et des associations " ;
  2° au premier alinéa, le membre de phrase " , ou une association ou fondation au sens de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations, " est abrogé ;
  3° au quatrième alinéa, les mots " une société au sens du Code des Sociétés " sont remplacés par les mots " une société ou une association au sens du Code des sociétés et des associations " ;
  4° au quatrième alinéa le membre de phrase " , ou une association au sens de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations " est abrogé.
Art. 67. In artikel 285, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet worden tussen het woord "welzijnsvereniging" en het woord "waarvan" de woorden "en van de autonome verzorgingsinstelling" ingevoegd.
Art. 67. Dans l'article 285, § 2, premier alinéa, 2° du même décret, entre les mots " de l'organisation sociale " et le mot " dont " sont insérés les mots " et de l'établissement autonome de soins ".
Art. 68. In artikel 286, § 2, 4°, van hetzelfde decreet worden tussen het woord "verenigingen" en het woord "voor" de woorden "en vennootschappen" ingevoegd.
Art. 68. Dans l'article 286, § 2, 4° du même décret, entre le mot " associations " et les mots " d'aide sociale " sont insérés les mots " et sociétés ".
Art. 69. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 345/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 345/1. De gemeenteraden kunnen in onderling overleg een transitiemanager aanwijzen die de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau begeleidt.
  Indien geen transitiemanager wordt aangewezen, begeleidt de algemeen directeur-coördinator de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau en begeleidt de financieel directeur-coördinator de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau wat betreft de coördinatie van de financiële aspecten. De algemeen directeurs respectievelijk financieel directeurs van de andere betrokken gemeenten staan hen daarin bij.".
Art. 69. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 345/1 rédigé comme suit :
  " Art. 345/1. Les conseils communaux peuvent d'un commun accord désigner un manager de transition pour accompagner l'opération de fusion au niveau administratif.
  Si aucun manager de transition n'est désigné, le directeur général-coordinateur accompagne l'opération de fusion au niveau administratif et le directeur financier-coordinateur accompagne l'opération de fusion au niveau administratif en ce qui concerne la coordination des aspects financiers. Les directeurs généraux, respectivement financiers des autres communes concernées les assistent dans cette mission. ".
Art. 70. In artikel 346 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "van de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau en" en het woord "ook" opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "van de samenvoegingsoperatie op ambtelijk niveau voor de coördinatie van de financiële aspecten van de samenvoeging en" en het woord "ook" opgeheven;
  3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, komt het aantal aan te wijzen algemeen directeurs-coördinatoren en financieel directeurs-coördinatoren overeen met het aantal nieuwe gemeenten.".
Art. 70. A l'article 346 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa le membre de phrase " de l'opération de fusion au niveau administratif, et " est abrogé ;
  2° au deuxième alinéa, le membre de phrase " de l'opération de fusion au niveau administratif pour coordonner les aspects financiers de la fusion, et " est abrogé ;
  3° il est ajouté un troisième alinéa rédigé comme suit :
  " En cas de fusion telle que visée à l'article 344, premier alinéa, 2°, le nombre de directeurs généraux-coordinateurs et de directeurs financiers-coordinateurs à désigner correspond au nombre de nouvelles communes. ".
Art. 71. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 346/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 346/1. Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 1°, op de datum van de indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering geen algemeen directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, eerste lid, wordt met ingang van de voormelde datum de algemeen directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners van rechtswege aangewezen als algemeen directeur-coördinator.
  Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, op de datum van de indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering geen algemeen directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, eerste lid, voor een of meer van de nieuw begrensde gemeenten, wordt met ingang van de voormelde datum voor elk van de voormelde gemeenten een algemeen directeur-coördinator van rechtswege aangewezen. Daarbij wordt telkens de algemeen directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners, die nog niet eerder is aangewezen als algemeen directeur-coördinator in een van de andere nieuw begrensde gemeenten, van rechtswege aangewezen als algemeen directeur-coördinator.
  Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 1°, op de datum van de indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering geen financieel directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, tweede lid, wordt met ingang van de voormelde datum de financieel directeur of gewestelijke ontvanger van de gemeente met het hoogste aantal inwoners van rechtswege aangewezen als financieel directeur-coördinator.
  Als er, in geval van een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, op de datum van indiening van het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging bij de Vlaamse Regering, geen financieel directeur-coördinator is aangewezen als vermeld in artikel 346, tweede lid, voor een of meer van de nieuw begrensde gemeenten, wordt met ingang van de voormelde datum voor elk van die gemeenten een financieel directeur-coördinator van rechtswege aangewezen. Daarbij wordt telkens de financieel directeur van de gemeente met het hoogste aantal inwoners, die nog niet eerder aangewezen is als financieel directeur-coördinator in een van de andere nieuw begrensde gemeenten, van rechtswege aangewezen als financieel directeur-coördinator.".
Art. 71. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 346/1 rédigé comme suit :
  " Art. 346/1. Si, dans le cas d'une fusion telle que visée à l'article 344, premier alinéa, 1° aucun directeur général-coordinateur visé à l'article 346, premier alinéa n'a été désigné à la date du dépôt de la proposition conjointe de fusion auprès du Gouvernement flamand, le directeur général de la commune ayant le plus grand nombre d'habitants est désigné de plein droit comme directeur général-coordinateur à compter de la date précitée.
  Si, dans le cas d'une fusion telle que visée à l'article 344, premier alinéa, 2° aucun directeur général-coordinateur visé à l'article 346, premier alinéa n'a été désigné à la date du dépôt de la proposition conjointe de fusion auprès du Gouvernement flamand, pour une ou plusieurs des communes nouvellement délimitées, un directeur général-coordinateur est désigné de plein droit pour chacune des communes précitées à compter de la date précitée. Dans chaque cas, le directeur général de la commune ayant le plus grand nombre d'habitants, qui n'a pas été désigné précédemment directeur général-coordinateur dans une des autres communes nouvellement délimitées, est désigné directeur général-coordinateur de plein droit.
  Si, dans le cas d'une fusion telle que visée à l'article 344, premier alinéa, 1° aucun directeur financier-coordinateur visé à l'article 346, deuxième alinéa n'a été désigné à la date du dépôt de la proposition conjointe de fusion auprès du Gouvernement flamand, le directeur financier ou le receveur régional de la commune ayant le plus grand nombre d'habitants est désigné de plein droit directeur financier-coordinateur à compter de la date précitée.
  Si, dans le cas d'une fusion telle que visée à l'article 344, premier alinéa, 2° aucun directeur financier-coordinateur visé à l'article 346, deuxième alinéa n'a été désigné à la date du dépôt de la proposition conjointe de fusion auprès du Gouvernement flamand, pour une ou plusieurs des communes nouvellement délimitées, un directeur financier-coordinateur est désigné de plein droit pour chacune de ces communes à compter de la date précitée. Dans chaque cas, le directeur financier de la commune ayant le plus grand nombre d'habitants, qui n'a pas été désigné précédemment directeur financier-coordinateur dans une des autres communes nouvellement délimitées, est désigné directeur financier-coordinateur de plein droit. ".
Art. 72. Artikel 350 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 350. Bij een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 1°, gelden de volgende algemene principes:
  1° alle roerende goederen van de samengevoegde gemeenten worden op de samenvoegingsdatum van rechtswege overgedragen aan de nieuwe gemeente. De goederen worden overgedragen in de staat waarin ze zich bevinden, met inbegrip van de lasten en de verplichtingen die eigen zijn aan de goederen. De nieuwe gemeente treedt op de samenvoegingsdatum in de rechten en plichten van de samengevoegde gemeenten voor de roerende goederen die aan haar zijn overgedragen, met inbegrip van de rechten en plichten die voortvloeien uit de hangende en toekomstige gerechtelijke procedures;
  2° de onroerende goederen van de samengevoegde gemeenten worden op de samenvoegingsdatum van rechtswege overgedragen aan de nieuwe gemeente. De nieuwe gemeente neemt de rechten, plichten en lasten over van de onroerende goederen die aan haar zijn overgedragen;
  3° de nieuwe gemeente neemt op de samenvoegingsdatum van rechtswege de rechten, plichten en lasten over die voortvloeien uit overeenkomsten van de samengevoegde gemeenten;
  4° elke overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen en diensten van een van de samengevoegde gemeenten wordt van rechtswege voortgezet door de nieuwe gemeente vanaf de samenvoegingsdatum;
  5° de nieuwe gemeente is de rechtsopvolger van de samengevoegde gemeenten en neemt op de samenvoegingsdatum alle rechten, plichten en lasten over van de samengevoegde gemeenten.
  Bij een samenvoeging als vermeld in artikel 344, eerste lid, 2°, wordt de overdracht aan de nieuwe gemeente, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, en de voortzetting door de nieuwe gemeente, vermeld in het eerste lid, 4°, uitgevoerd op basis van een overeenkomst tussen de oorspronkelijke gemeenten, die door hun gemeenteraden wordt bekrachtigd.".
Art. 72. L'article 350 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 350. En cas de fusion visée à l'article 344, premier alinéa, 1° les principes généraux suivants s'appliquent :
  1° à la date de la fusion, tous les biens mobiliers des communes fusionnées sont transférés de plein droit à la nouvelle commune. Les biens sont transférés dans l'état où ils se trouvent, y compris les charges et obligations liées aux biens. A la date de la fusion, la nouvelle commune succède aux droits et obligations des communes fusionnées pour ce qui est des biens mobiliers qui lui ont été transférés, y compris aux droits et obligations découlant de procédures judiciaires en cours et futures ;
  2° à la date de la fusion, les biens immobiliers des communes fusionnées sont transférés de plein droit à la nouvelle commune. La nouvelle commune succède aux droits, obligations et charges des biens immobiliers qui lui ont été transférés ;
  3° à la date de la fusion, la nouvelle commune succède de plein droit aux droits, obligations et charges découlant de conventions conclues par les communes fusionnées ;
  4° tout marché public pour travaux, fournitures et services d'une des communes fusionnées est poursuivi de plein droit par la nouvelle commune à partir de la date de la fusion ;
  5° la nouvelle commune est le successeur légal des communes fusionnées et reprend tous les droits, obligations et charges des communes fusionnées à la date de la fusion.
  Dans le cas d'une fusion, telle que visée à l'article 344, alinéa premier, 2°, le transfert à la nouvelle commune, visé au premier alinéa, 1° à 3°, et la poursuite par la nouvelle commune, visée au premier alinéa, 4°, sont mis en oeuvre sur la base d'une convention entre les communes d'origine, à ratifier par leurs conseils communaux. ".
Art. 73. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 351/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 351/2. De nieuwe gemeente is gemachtigd de titel van stad te voeren als aan een van de oorspronkelijke gemeenten de titel van stad is verleend.".
Art. 73. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 351/2 rédigé comme suit :
  " Art. 351/2. La nouvelle commune est autorisée à porter le titre de ville si l'une des communes d'origine portait le titre de ville. ".
Art. 74. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 352/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 352/1. In afwijking van artikel 5, § 3, gelden de volgende bepalingen:
  1° de verkozene voor de gemeenteraad die het initiatiefrecht heeft, kan afstand doen van dat recht door een verklaring van afstand in te dienen bij de algemeen directeur-coördinator;
  2° de algemeen directeur-coördinator maakt de volgende elementen, nadat ze zich voordoen, onmiddellijk bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente:
  a) de indiening van een gezamenlijke akte van voordracht door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;
  b) het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht op de derde dag voor de installatievergadering;
  c) de uitputting van het initiatiefrecht door alle houders van het initiatiefrecht;
  d) de indiening van een verklaring van afstand;
  e) het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht, ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft, na de periode van veertien dagen.".
Art. 74. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 352/1 rédigé comme suit :
  " Art. 352/1. Contrairement à l'article 5, § 3 les dispositions suivantes s'appliquent :
  1° l'élu au conseil communal qui dispose du droit d'initiative peut renoncer à ce droit en présentant au directeur général-coordinateur une déclaration de renonciation ;
  2° le directeur général-coordinateur publie, immédiatement après qu'ils ont eu lieu, les éléments suivants sur l'application web des communes fusionnées et sur l'application web de la nouvelle commune, le cas échéant :
  a) le dépôt d'un acte commun de présentation par l'élu au conseil communal qui dispose du droit d'initiative à ce moment ;
  b) l'absence d'un acte commun de présentation au troisième jour précédant la réunion d'installation ;
  c) l'épuisement du droit d'initiative par tous les titulaires du droit d'initiative ;
  d) le dépôt d'une déclaration de renonciation ;
  e) l'absence d'un acte commun de présentation, déposé par l'élu au conseil communal qui dispose du droit d'initiative à ce moment, après la période de quatorze jours. ".
Art. 75. In artikel 353 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 3°, wordt het woord "tien" vervangen door het woord "vijftien";
  2° aan paragraaf 1, 3°, wordt de zinsnede ", maar ten vroegste op de eerste werkdag van januari" toegevoegd;
  3° in paragraaf 1, 4°, wordt het woord "tien" vervangen door het woord "vijftien";
  4° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. In afwijking van artikel 8 brengt een verkozen gemeenteraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, de uittredende voorzitter van de gemeenteraad van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, daarvan schriftelijk op de hoogte.";
  5° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "vierde" en wordt het woord "overhandigd" vervangen door het woord "bezorgd";
  6° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "vierde" en wordt het woord "overhandigd" vervangen door het woord "bezorgd";
  7° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "vierde" vervangen door het woord "zesde" en wordt het woord "overhandigd" vervangen door het woord "bezorgd";
  8° in paragraaf 3, vierde lid, wordt het woord "overhandigd" vervangen door het woord "bezorgd";
  9° aan paragraaf 3 worden een vijfde en een zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van artikel 91, § 1, eerste lid, wordt de verklaring van lijstenverbinding bezorgd aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346, binnen twee werkdagen voor de uiterste dag van het indienen van de akten van voordracht.
  In afwijking van artikel 91, § 2, derde lid, gaat de algemeen directeur- coördinator, vermeld in artikel 346, uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen, na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten toekomen, met toepassing van artikel 91, § 2, eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente.";
  10° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. Behalve als er tussen de samengevoegde gemeenten een andere afspraak is gemaakt, doet het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen.";
  11° in paragraaf 5 wordt het woord "overhandigd" vervangen door het woord "bezorgd".
Art. 75. A l'article 353 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, 3°, le mot " dix " est remplacé par le mot " quinze " ;
  2° au paragraphe 1, 3° est ajouté le membre de phrase " , mais pas avant le premier jour ouvrable de janvier " ;
  3° au paragraphe 1, 4° le mot " dix " est remplacé par le mot " quinze " ;
  4° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
  " § 2/1. Contrairement à l'article 8, le conseiller communal élu qui souhaite renoncer à son mandat avant son installation en informe par écrit le président sortant du conseil communal de la commune dont le directeur général a été désigné comme coordinateur conformément à l'article 346. " ;
  5° au paragraphe 3, premier alinéa, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
  6° au paragraphe 3, deuxième alinéa, le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
  7° au paragraphe 3, troisième alinéa, le mot " quatre " est remplacé par le mot " six " ;
  8° (disposition non applicable dans la version française) ;
  9° au paragraphe 3 sont ajoutés des alinéas cinq et six, rédigés comme suit :
  " Contrairement à l'article 91, § 1, premier alinéa, la déclaration de groupement de listes est transmise au directeur général-coordinateur, visé à l'article 346, dans les deux jours ouvrables avant la date limite de dépôt des actes de présentation.
  Contrairement à l'article 91, § 2, troisième alinéa, le directeur général-coordinateur visé à l'article 346 vérifie, au plus tard le lendemain de la date limite de dépôt de la déclaration de groupement de listes, combien de sièges au sein du comité spécial du service social sont attribués aux différentes listes, en application de l'article 91, § 2, premier et deuxième alinéas. Le même jour, il publie la répartition des sièges sur l'application web des communes fusionnées et sur l'application web de la nouvelle commune, le cas échéant. " ;
  10° le paragraphe 4er est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Sauf accord contraire entre les communes fusionnées, la maison communale de la commune dont le directeur général a été désigné comme coordinateur conformément à l'article 346, fait office de maison communale de la nouvelle commune tant que le conseil communal n'aura pas choisi d'autre immeuble comme maison communale. " ;
  11° au paragraphe 5 le mot " remise " est remplacé par le mot " transmise ".
Art. 76. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 354/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 354/1. § 1. In afwijking van artikel 58, § 2 en § 3, en artikel 59, eerste lid, kan de Vlaamse Regering in een nieuwe gemeente in de eerste bestuursperiode een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een ontvankelijke akte van opvolging.
  De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de burgemeester en de naam van de persoon die de burgemeester opvolgt. Bij het bereiken van deze einddatum is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van opvolging ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2.
  De akte van opvolging kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-opvolger vermelden. In dat geval kan op de akte van opvolging de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend.
  Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van opvolging, of, als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende kandidaat-opvolger, vermeld in de akte, vervroegd. Als de persoon die als laatste kandidaat-opvolger is vermeld het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger van de kandidaat-opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in artikel 58, § 1.
  De akte van opvolging wordt uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur-coördinator, vermeld in artikel 346, bezorgd. De algemeen directeur-coördinator bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester.
  § 2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur-coördinator de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad.
  De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de eerste paragraaf. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte van opvolging aan de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming van de opvolgers bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de titularis.".
Art. 76. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 354/1 rédigé comme suit :
  " Art. 354/1. § 1. Contrairement à l'article 58, §§ 2 et 3, et à l'article 59, premier alinéa, au cours de la première législature le Gouvernement flamand peut désigner dans une nouvelle commune un bourgmestre pour une période inférieure à six ans, à condition que l'acte de succession soit recevable.
  L'acte de succession indique la date de fin du mandat du bourgmestre et le nom de la personne qui lui succède. Une fois cette date de fin atteinte, le bourgmestre est démissionnaire de plein droit. Pour être recevable, l'acte de succession doit être signé par plus de la moitié des élus sur les listes qui ont participé aux élections, ainsi que par une majorité des personnes qui ont été élues sur la même liste que le candidat successeur présenté. Si la liste sur laquelle figure le nom du candidat successeur ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit. Personne ne peut signer plus d'un acte de succession. La violation de cette interdiction est sanctionnée conformément à l'article 7, § 2.
  L'acte de succession peut également indiquer la date de fin du mandat du candidat successeur. Dans ce cas, l'acte de succession peut indiquer le nom d'une ou plusieurs personnes présentées pour lui succéder pour la durée restante du mandat. Le cas échéant, le bourgmestre est démissionnaire de plein droit à la date de fin de son mandat.
  Si le mandat prend fin avant la date de fin mentionnée dans l'acte de succession, ou si la personne indiquée dans l'acte de succession comme étant la personne qui succéderait au bourgmestre n'assume pas son mandat, la présentation du premier candidat successeur suivant mentionné dans l'acte est avancée. Si la personne indiquée comme dernier candidat successeur n'est pas en mesure d'assumer le mandat ou si aucun successeur du candidat successeur n'est désigné, un remplacement a lieu conformément au règlement visé à l'article 58, § 1.
  L'acte de succession est transmis au directeur général-coordinateur, visé à l'article 346, au plus tard trois jours avant la réunion d'installation du conseil communal. Le directeur général-coordinateur transmet une copie de l'acte au bourgmestre.
  § 2. Après la prestation de serment des conseillers communaux, le directeur général-coordinateur transmet l'acte de succession au président du conseil communal.
  Le président du conseil communal vérifie si l'acte de succession répond aux conditions énoncées au premier paragraphe. A cette fin, seules les signatures des conseillers communaux qui ont prêté serment sont prises en compte, y compris les successeurs qui ont signé l'acte de succession et ont ensuite prêté serment en qualité de conseiller communal. Si l'acte de succession est recevable, le président le transmet au Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand statue sur la nomination, ou non, des successeurs à la date de fin du mandat du titulaire. ".
Art. 77. In deel 2, titel 8, hoofdstuk 2, afdeling 6, onderafdeling 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 356/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 356/1. Vanaf de datum van de principiële beslissing tot samenvoeging kan elk van de samen te voegen gemeenten een vacature vervullen op een van de volgende manieren:
  1° door te putten uit een bestaande wervings- of bevorderingsreserve;
  2° door een aanwervingsprocedure;
  3° door een bevorderingsprocedure;
  4° door een procedure van interne personeelsmobiliteit;
  5° door een procedure van externe mobiliteit;
  6° door een samenvoegingsmobiliteit als vermeld in artikel 356/2;
  7° door een combinatie van de procedures, vermeld in punt 2°, 3° en 4°.
  Als de samen te voegen gemeente geen wervings- of bevorderingsreserve heeft aangelegd, kan ze voor de toepassing van het eerste lid putten uit de wervings- of bevorderingsreserve van de andere samen te voegen gemeente of gemeenten en van de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn die werd aangelegd voor een vergelijkbare functie.".
Art. 77. Dans la partie 2, titre 8, chapitre 2, section 6, sous-section 2 du même décret, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, il est inséré un article 356/1 rédigé comme suit :
  " Art. 356/1. A compter de la date de la décision de principe de fusionner, chacune des communes à fusionner peut pourvoir un poste vacant selon l'une des modalités suivantes :
  1° en puisant dans une réserve de recrutement ou de promotion existante ;
  2° par le biais d'une procédure de recrutement ;
  3° par le biais d'une procédure de promotion ;
  4° par le biais d'une procédure de mobilité interne du personnel ;
  5° par le biais d'une procédure de mobilité externe ;
  6° par le biais de la mobilité de fusion visée à l'article 356/2 ;
  7° par le biais d'une combinaison des procédures énoncées aux points 2°, 3° et 4°.
  Si la commune à fusionner n'a pas constitué de réserve de recrutement ou de promotion, elle peut, aux fins du premier alinéa, puiser dans la réserve de recrutement ou de promotion de l'autre ou des autres communes à fusionner et des centres publics d'action sociale à fusionner qui a été constituée pour une fonction similaire. ".
Art. 78. In deel 2, titel 8, hoofdstuk 2, afdeling 6, onderafdeling 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 356/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 356/2. § 1. Vanaf de datum van de principiële beslissing tot samenvoeging kunnen de bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten elk in hun eigen rechtspositieregeling een samenvoegingsmobiliteit vaststellen die betrekking heeft op de personeelsmobiliteit tussen de gemeenten die worden samengevoegd en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die worden samengevoegd. Die samenvoegingsmobiliteit geldt tussen de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie.
  § 2. De samenvoegingsmobiliteit kan op een van de volgende wijzen verwezenlijkt worden:
  1° door deelname van personeelsleden van een samen te voegen gemeente of van een samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de procedure voor interne personeelsmobiliteit bij een andere samen te voegen gemeente;
  2° door deelname van personeelsleden van een samen te voegen gemeente of van een samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de bevorderingsprocedure bij een andere samen te voegen gemeente.
  § 3. Bij de toepassing van de samenvoegingsmobiliteit worden de personeelsleden van alle samen te voegen gemeenten en alle samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor de vacante betrekking bij de samen te voegen gemeente.
  § 4. De volgende personeelsleden kunnen zich, ongeacht hun administratieve toestand, kandidaat stellen om deel te nemen aan een procedure van samenvoegingsmobiliteit:
  1° de vast aangestelde statutaire personeelsleden van de samen te voegen gemeenten en de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie;
  2° de contractuele personeelsleden van de samen te voegen gemeenten en de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn in kwestie, die aan de voorwaarden voldoen en die bij de eigen overheid zijn aangeworven na een externe bekendmaking van de vacature en een gelijkwaardige selectieprocedure als de procedure die van toepassing is op vacatures in statutaire betrekkingen hebben doorlopen.
  De samenvoegingsmobiliteit tussen de samen te voegen gemeenten en de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn is niet van toepassing op de betrekkingen van algemeen directeur, adjunct-algemeen directeur, financieel directeur en adjunct-financieel directeur.
  § 5. De bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten stellen de nadere procedure en modaliteiten vast voor de toepassing van de samenvoegingsmobiliteit.".
Art. 78. Dans la partie 2, titre 8, chapitre 2, section 6, sous-section 2 du même décret, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, il est inséré un article 356/2 rédigé comme suit :
  " Art. 356/2. § 1. A compter de la date de la décision de principe de fusionner, les organes compétents des communes à fusionner peuvent chacun prévoir dans leur propre position juridique une mobilité de fusion ayant trait à la mobilité du personnel entre les communes fusionnées et les centres publics d'action sociale fusionnés. Cette mobilité de fusion s'applique entre les communes et les centres publics d'action sociale en question.
  § 2. La mobilité de fusion peut être réalisée de l'une des manières suivantes :
  1° par la participation des membres du personnel d'une commune à fusionner ou d'un centre public d'action sociale à fusionner à la procédure de mobilité interne du personnel d'une autre commune à fusionner ;
  2° par la participation des membres du personnel d'une commune à fusionner ou d'un centre public d'action sociale à fusionner à la procédure de promotion d'une autre commune à fusionner.
  § 3. Lors de l'application de la mobilité de fusion, les membres du personnel de toutes les communes à fusionner et de tous les centres publics d'action sociale à fusionner en question sont invités à poser leur candidature pour le poste vacant auprès de la commune à fusionner.
  § 4. Les membres du personnel suivants, quelle que soit leur situation administrative, peuvent poser leur candidature dans une procédure de mobilité de fusion :
  1° les membres du personnel statutaires nommés à titre définitif des communes à fusionner et des centres publics d'action sociale à fusionner en question ;
  2° les membres du personnel contractuels des communes à fusionner et des centres publics d'action sociale à fusionner en question qui remplissent les conditions et qui ont été recrutés par leur propre service public après une publication externe de la vacance de poste et qui ont parcouru une procédure de sélection équivalente à la procédure applicable aux vacances de postes statutaires.
  La mobilité de fusion entre les communes à fusionner et les centres publics d'action sociale à fusionner ne s'applique pas aux postes de directeur général, directeur général adjoint, directeur financier et directeur financier adjoint.
  § 5. Les organes compétents des communes à fusionner fixent la procédure et les modalités d'application de la mobilité de fusion. ".
Art. 79. Artikel 358 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 358. Onverminderd artikel 167 stelt de gemeenteraad van de nieuwe gemeente een nieuwe algemeen directeur aan binnen zes maanden na de samenvoegingsdatum.
  De algemeen directeur van de nieuwe gemeente wordt gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden.".
Art. 79. L'article 358 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 358. Nonobstant l'article 167, le conseil communal de la nouvelle commune désigne un nouveau directeur général dans les six mois qui suivent la date de fusion.
  Le directeur général de la nouvelle commune est élu sur la base d'une comparaison systématique des titres et des mérites des candidats à la lumière de la description de la fonction, y compris le profil de la fonction et les exigences en matière de compétences et, le cas échéant, sur la base de la confrontation de sa candidature aux conditions. ".
Art. 80. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 358/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 358/1. De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan de titularissen van het ambt van algemeen directeur van de samengevoegde gemeenten oproepen om zich binnen dertig dagen kandidaat te stellen voor het ambt van algemeen directeur van de nieuwe gemeente. Na het verstrijken van de termijn stelt het college van burgemeester en schepenen van de nieuwe gemeente vast wie zich tijdig en ontvankelijk kandidaat heeft gesteld.
  De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan voorwaarden voor het ambt van algemeen directeur vaststellen.
  De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt een nieuwe algemeen directeur aan met behoud van zijn dienstverband onder de algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten die zich na vermelde oproep kandidaat hebben gesteld.
  De gewezen algemeen directeur, die als algemeen directeur van de nieuwe gemeente wordt aangesteld, wordt met de verworven geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake.".
Art. 80. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 358/1 rédigé comme suit :
  " Art. 358/1. Le conseil communal de la nouvelle commune peut inviter les titulaires de la fonction de directeur général des communes fusionnées à poser leur candidature, dans un délai de trente jours, à la fonction de directeur général de la nouvelle commune. Ce délai passé, le collège des bourgmestre et échevins de la nouvelle commune détermine qui a posé une candidature recevable dans les délais.
  Le conseil communal de la nouvelle commune peut fixer des conditions pour la fonction de directeur général.
  Le conseil communal de la nouvelle commune désigne un nouveau directeur général, avec maintien de sa relation de travail, parmi les directeurs généraux des communes fusionnées qui se sont portés candidats à la suite de l'invitation précitée.
  L'échelle de traitement du directeur général sortant qui est désigné comme directeur général de la nouvelle commune prend en compte son ancienneté pécuniaire acquise, conformément aux dispositions réglementaires en la matière. ".
Art. 81. Artikel 359 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 359. Als er na de oproep, vermeld in artikel 358/1, geen kandidaten zijn voor het ambt van algemeen directeur of, in voorkomend geval, als geen enkele kandidaat aan de gestelde voorwaarden voldoet of als de gemeenteraad van de nieuwe gemeente geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 358/1, vult de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het ambt in door aanwerving en/of bevordering. De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt de voorwaarden vast voor het ambt van algemeen directeur en stelt de selectieprocedure vast.".
Art. 81. L'article 359 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 359. Si à la suite de l'invitation visée à l'article 358/1 aucun candidat ne s'est présenté pour la fonction de directeur général ou, le cas échéant, qu'aucun candidat ne répond aux conditions établies, ou que le conseil communal de la nouvelle commune n'a pas fait usage de la possibilité prévue à l'article 358/1, ce dernier remplit la fonction par le biais d'un recrutement ou d'une promotion. Le conseil communal de la nouvelle commune fixe les conditions pour la fonction de directeur général ainsi que la procédure de sélection. ".
Art. 82. Artikel 361 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 361. Onverminderd artikel 167 stelt de gemeenteraad van de nieuwe gemeente een nieuwe financieel directeur aan binnen zes maanden na de samenvoegingsdatum.
  De financieel directeur van de nieuwe gemeente wordt gekozen op basis van een systematische vergelijking van de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de functiebeschrijving met functieprofiel en competentievereisten en, in voorkomend geval, van de toetsing aan de voorwaarden.".
Art. 82. L'article 361 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 361. Nonobstant l'article 167, le conseil communal de la nouvelle commune désigne un nouveau directeur financier dans les six mois qui suivent la date de fusion.
  Le directeur financier de la nouvelle commune est élu sur la base d'une comparaison systématique des titres et des mérites des candidats à la lumière de la description de la fonction, y compris le profil de la fonction et les exigences en matière de compétences et, le cas échéant, sur la base de la confrontation de sa candidature aux conditions. ".
Art. 83. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 361/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 361/1. De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan de titularissen van het ambt van financieel directeur van de samengevoegde gemeenten oproepen om zich binnen dertig dagen kandidaat te stellen voor het ambt van financieel directeur van de nieuwe gemeente. Na het verstrijken van de termijn stelt het college van burgemeester en schepenen van de nieuwe gemeente vast wie zich tijdig en ontvankelijk kandidaat heeft gesteld.
  De gemeenteraad van de nieuwe gemeente kan voorwaarden voor het ambt van financieel directeur vaststellen.
  De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt een nieuwe financieel directeur aan met behoud van zijn dienstverband onder de financieel directeurs van de samengevoegde gemeenten die zich na vermelde oproep kandidaat hebben gesteld.
  De gewezen financieel directeur, die als financieel directeur van de nieuwe gemeente wordt aangesteld, wordt met de verworven geldelijke anciënniteit ingeschaald in de salarisschaal overeenkomstig de reglementaire bepalingen ter zake.".
Art. 83. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 361/1 rédigé comme suit :
  " Art. 361/1. Le conseil communal de la nouvelle commune peut inviter les titulaires de la fonction de directeur financier des communes fusionnées à poser leur candidature à la fonction de directeur financier de la nouvelle commune dans un délai de trente jours. Ce délai passé, le collège des bourgmestre et échevins de la nouvelle commune détermine qui a posé une candidature recevable dans les délais.
  Le conseil communal de la nouvelle commune peut fixer des conditions pour la fonction de directeur financier.
  Le conseil communal de la nouvelle commune désigne un nouveau directeur financier, avec maintien de sa relation de travail, parmi les directeurs financiers des communes fusionnées qui se sont portés candidats à la suite de l'invitation précitée.
  L'échelle de traitement du directeur financier sortant qui est désigné comme directeur financier de la nouvelle commune prend en compte son ancienneté pécuniaire acquise, conformément aux dispositions réglementaires en la matière. ".
Art. 84. Artikel 362 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 362. Als er na de oproep, vermeld in artikel 361/1, geen kandidaten zijn voor het ambt van financieel directeur of, in voorkomend geval, als geen enkele kandidaat aan de gestelde voorwaarden voldoet of als de gemeenteraad van de nieuwe gemeente geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 361/1, vult de gemeenteraad van de nieuwe gemeente het ambt in door aanwerving en/of bevordering. De gemeenteraad van de nieuwe gemeente stelt de voorwaarden vast voor het ambt van financieel directeur en stelt de selectieprocedure vast.".
Art. 84. L'article 362 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 362. Si à la suite de l'invitation visée à l'article 361/1 aucun candidat ne s'est présenté pour la fonction de directeur financier ou, le cas échéant, qu'aucun candidat ne répond aux conditions établies, ou que le conseil communal de la nouvelle commune n'a pas fait usage de la possibilité prévue à l'article 361/1, ce dernier remplit la fonction par le biais d'un recrutement ou d'une promotion. Le conseil communal de la nouvelle commune fixe les conditions pour la fonction de directeur financier ainsi que la procédure de sélection. ".
Art. 85. Artikel 368 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 368. De bepalingen, vermeld in titel 4, zijn vanaf de samenvoegingsdatum van toepassing op de nieuwe gemeente en het nieuwe OCMW.
  In afwijking van het eerste lid is artikel 254 niet van toepassing gedurende de eerste bestuursperiode. Voor het einde van het eerste kwartaal van de eerste bestuursperiode wordt een eenjarig meerjarenplan vastgesteld voor het eerste jaar van die bestuursperiode. Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld dat start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en afloopt op het einde van het jaar na het jaar van de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen. Elk van die meerjarenplannen bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting die conform artikel 255 zijn opgemaakt.
  In afwijking van het eerste lid is artikel 265 niet van toepassing gedurende het eerste kwartaal van het eerste jaar van de eerste bestuursperiode. Tot de definitieve vaststelling van het eenjarige meerjarenplan en uiterlijk tot en met 31 maart van het eerste jaar van de eerste bestuursperiode mogen, door middel van voorlopige kredieten, verbintenissen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering worden aangegaan tot maximaal drie twaalfde van de som van de kredieten van het vorige boekjaar.
  In afwijking van artikel 260, tweede lid, is de beleidsevaluatie over het boekjaar dat voorafgaat aan dat van de samenvoegingsdatum facultatief in de jaarrekeningen van de samengevoegde gemeenten en OCMW's en in de jaarrekening van de autonome gemeentebedrijven van de samengevoegde gemeenten.".
Art. 85. L'article 368 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 368. Les dispositions énoncées au titre 4 s'appliquent à la nouvelle commune et au nouveau CPAS à compter de la date de fusion.
  Contrairement au premier alinéa l'article 254 ne s'applique pas pendant la première législature. Avant la fin du premier trimestre de la première législature un plan pluriannuel d'un an est établi pour la première année de cette législature. Avant la fin de l'année suivant les élections communales, un plan pluriannuel est adopté pour la période qui commence dans la deuxième année suivant les élections communales et se termine à la fin de l'année suivant l'année des élections communales suivantes. Chacun de ces plans pluriannuels est composé d'une note stratégique, d'une note financière et d'une note explicative établies conformément à l'article 255.
  Contrairement au premier alinéa l'article 265 ne s'applique pas pendant le premier trimestre de la première année de la première législature. Jusqu'à l'établissement définitif du plan pluriannuel d'un an et au plus tard jusqu'au 31 mars de la première année de la première législature, des engagements pour l'exploitation, les investissements et le financement peuvent être contractés, au moyen de crédits provisionnels, jusqu'à concurrence des trois douzièmes maximum du total des crédits de l'exercice précédent.
  Contrairement à l'article 260, deuxième alinéa, l'évaluation de la politique de l'exercice précédant celui de la fusion est facultative dans les comptes annuels des communes et CPAS fusionnés et dans les comptes annuels des régies communales autonomes des communes fusionnées. ".
Art. 86. In artikel 369 van hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "of" vervangen door het woord "en";
  2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2. In afwijking van paragraaf 1 stelt de gemeenteraad nieuwe reglementen vast voor de heffing van aanvullende belastingen op het grondgebied conform de toepasselijke federale en Vlaamse regelgeving.".
Art. 86. A l'article 369 du même décret, dont le texte existant constituera le paragraphe 1, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le premier alinéa le mot " ou " est remplacé par le mot " et " ;
  2° il est inséré un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Contrairement au paragraphe 1, le conseil communal adopte de nouveaux règlements pour le prélèvement d'impôts complémentaires sur le territoire, conformément à la réglementation fédérale et flamande applicable. ".
Art. 87. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 376/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 376/1. Artikel 356/1 is van toepassing op de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "de samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn", "de samen te voegen gemeente" wordt gelezen als "het samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn", "de andere samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "de andere samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn" en "de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn" wordt gelezen als "de samen te voegen gemeenten".
  Artikel 356/2 is, met uitzondering van paragraaf 4, tweede lid, van toepassing op de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat:
  1° in paragraaf 1 "de bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "de bevoegde organen van de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn";
  2° in paragraaf 2, 1° en 2°, "bij een andere samen te voegen gemeente" wordt gelezen als "bij een ander samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
  3° in paragraaf 3 "bij de samen te voegen gemeente" wordt gelezen als "bij het samen te voegen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
  4° in paragraaf 4, derde lid, "De bevoegde organen van de samen te voegen gemeenten" wordt gelezen als "De bevoegde organen van de samen te voegen openbare centra voor maatschappelijk welzijn".".
Art. 87. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 376/1 rédigé comme suit :
  " Art. 376/1. L'article 356/1 s'applique aux centres publics d'action sociale à fusionner, étant entendu que " les communes à fusionner " se lit " les centres publics d'action sociale à fusionner ", " la commune à fusionner " se lit " le centre public d'action sociale à fusionner ", " les autres communes à fusionner " se lit " les autres centres publics d'action sociale à fusionner " et " les centres publics d'action sociale à fusionner " se lit " les communes à fusionner ".
  L'article 356/2, à l'exception du paragraphe 4, deuxième alinéa, s'applique aux centres publics d'action sociale à fusionner, étant entendu que :
  1° au paragraphe 1, " les organes compétents des communes à fusionner " se lit " les organes compétents des centres publics d'action sociale à fusionner " ;
  2° au paragraphe 2, 1° et 2°, " d'une autre commune à fusionner " se lit " d'un autre centre public d'action sociale à fusionner " ;
  3° au paragraphe 3, " auprès de la commune à fusionner " se lit " auprès du centre public d'action sociale à fusionner " ;
  4° au paragraphe 4, troisième alinéa, " Les organes compétents des communes à fusionner " se lit " Les organes compétents des centres publics d'action sociale à fusionner ". ".
Art. 88. Artikel 381 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 88. L'article 381 du même décret est abrogé.
Art. 89. Artikel 382, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Een gewezen algemeen directeur of een gewezen financieel directeur van een samengevoegde gemeente, die niet als algemeen directeur respectievelijk financieel directeur van de nieuwe gemeente is aangesteld, wordt met behoud van zijn geldelijke anciënniteit aangesteld hetzij als adjunct-algemeen directeur respectievelijk adjunct-financieel directeur bij de gemeente, hetzij in een passende functie van niveau A in:
  1° de nieuwe gemeente;
  2° het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de nieuwe gemeente bedient;
  3° een verzelfstandigde entiteit van de nieuwe gemeente;
  4° een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de nieuwe gemeente bedient;
  5° een intergemeentelijk samenwerkingsverband zoals bedoeld in deel 3, titel 3, waarvan de nieuwe gemeente een deelnemende gemeente is.".
Art. 89. L'article 382, alinéa premier du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Un directeur général sortant ou un directeur financier sortant d'une commune fusionnée qui n'a pas été désigné directeur général ou directeur financier de la nouvelle commune est désigné, avec maintien de son ancienneté pécuniaire, soit comme directeur général adjoint ou directeur financier adjoint respectivement de la commune, soit dans une fonction appropriée de niveau A dans :
  1° la nouvelle commune ;
  2° le centre public d'action sociale desservant la nouvelle commune ;
  3° une entité autonomisée de la nouvelle commune ;
  4° une association ou une société d'action sociale du centre public d'action sociale desservant la nouvelle commune ;
  5° un partenariat intercommunal visé à la partie 3, titre 3, dans lequel la nouvelle commune est une commune participante. ".
Art. 90. In artikel 386, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "vennootschappen met sociaal oogmerk" telkens vervangen door de woorden "sociale ondernemingen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "Wetboek van Vennootschappen" vervangen door de woorden "Wetboek van vennootschappen en verenigingen" en wordt de zinsnede "het decreet van 18 juli 20013" vervangen door de zinsnede "het decreet van 18 juli 2003".
Art. 90. A l'article 386, § 1 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, les mots " sociétés à but social " sont chaque fois remplacés par les mots " entreprises sociales " ;
  2° au deuxième alinéa, les mots " Code des Sociétés " sont remplacés par les mots " Code des sociétés et des associations ".
Art. 91. Aan artikel 396, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt:
  "Daarnaast kan een Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking, opgericht in toepassing van het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan te `s-Gravenhage op 20 februari 2014 deelnemen aan het voormelde samenwerkingsverband, indien die deelname strekt tot het mogelijk maken van een publieke dienstverlening en de deelname in overeenstemming is met het voormelde verdrag.".
Art. 91. A l'article 396, § 1, deuxième alinéa du même décret est ajoutée une phrase ainsi rédigée :
  " En outre, un Groupement Benelux de coopération territoriale, créé en application de la Convention Benelux de Coopération transfrontalière et interterritoriale, fait à La Haye le 20 février 2014, peut participer à la structure de coopération précitée si cette participation vise à permettre la fourniture d'un service public et qu'elle est conforme à la convention précitée. ".
Art. 92. In artikel 397 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt opgeheven;
  2° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "Wetboek van Vennootschappen" vervangen door de woorden "Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  3° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "met beperkte aansprakelijkheid" opgeheven.
Art. 92. A l'article 397 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le deuxième alinéa est abrogé ;
  2° au troisième alinéa existant, qui devient le deuxième alinéa, les mots " Code des Sociétés " sont remplacés par les mots " Code des sociétés et des associations " ;
  3° au troisième alinéa existant, qui devient le deuxième alinéa, les mots " à responsabilité limitée " sont abrogés.
Art. 93. In artikel 401 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid wordt het woord "samengevoegde" vervangen door het woord "nieuwe";
  2° in het vijfde lid wordt tussen het woord "gemeente" en het woord "waarin" de zinsnede "als vermeld in artikel 343, 2°, " ingevoegd;
  3° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een nieuwe gemeente kan onder de voorwaarden, vermeld in het vijfde lid, beslissen om uit te treden om de activiteiten voor haar hele grondgebied in eigen beheer te nemen.".
Art. 93. A l'article 401 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au cinquième alinéa les mots " commune fusionnée " sont remplacés par les mots " nouvelle commune " ;
  2° au cinquième alinéa, entre les mots " nouvelle commune ", insérés par le point 1°, et les mots " dans laquelle " est inséré le membre de phrase " telle que visée à l'article 343, 2°, " ;
  3° il est ajouté un sixième alinéa rédigé comme suit :
  " Une nouvelle commune peut, dans les conditions prévues au cinquième alinéa, décider de se retirer afin de gérer en propre les activités pour l'ensemble de son territoire. ".
Art. 94. In artikel 410 van hetzelfde decreet worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 94. Dans l'article 410 du même décret, les deuxième et troisième alinéas sont abrogés.
Art. 95. In artikel 422 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Tijdens de duur die bij de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is vastgesteld en die, onder voorbehoud van artikel 424, niet meer mag bedragen dan achttien jaar, is een beslissing tot uittreding van een deelnemer alleen mogelijk als drie vierde van het aantal deelnemende gemeenten vóór de algemene vergadering waarop over de uittreding wordt beslist, daarmee instemt. Voor die beslissing is een drievierdemeerderheid van het aantal stemmen vereist van het geheel van de geldig uitgebrachte stemmen en van de geldig uitgebrachte stemmen van de vertegenwoordigde gemeenten. De deelnemer die uittreedt, vergoedt de schade die zijn uittreding berokkent aan de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en aan de andere deelnemers.";
  2° in het vierde lid wordt het woord "samengevoegde" vervangen door het woord "nieuwe";
  3° in het vierde lid wordt tussen het woord "gemeente" en het woord "waarin" de zinsnede "als vermeld in artikel 343, 2°, " ingevoegd;
  4° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een nieuwe gemeente kan onder de voorwaarden, vermeld in het vierde lid, beslissen om volledig of gedeeltelijk uit te treden om de activiteiten voor haar hele grondgebied in eigen beheer te nemen.".
Art. 95. A l'article 422 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Pendant la durée qui a été fixée lors de la constitution d'une association prestataire de services ou chargée de mission et qui, sous réserve de l'article 424, ne peut pas dépasser dix-huit ans, la décision de retrait d'un participant n'est possible que si les trois quarts des communes participantes y consentent avant l'assemblée générale au cours de laquelle il sera statué sur le retrait. Cette décision requiert une majorité des trois quarts des voix valablement exprimées et des voix valablement exprimées par les communes représentées. Le participant qui se retire répare tout dommage causé par son retrait à l'association prestataire de services ou chargée de mission et aux autres participants. " ;
  2° au quatrième alinéa les mots " commune fusionnée " sont remplacés par les mots " nouvelle commune " ;
  3° au quatrième alinéa, entre les mots " nouvelle commune ", insérés par le point 2°, et les mots " dans laquelle " est inséré le membre de phrase " telle que visée à l'article 343, 2°, " ;
  4° il est ajouté un cinquième alinéa rédigé comme suit :
  " Une nouvelle commune peut, dans les conditions prévues au quatrième alinéa, décider de se retirer entièrement ou partiellement afin de gérer en propre les activités pour l'ensemble de son territoire. ".
Art. 96. In artikel 426, 5°, van hetzelfde decreet worden de woorden "en eventueel het vast kapitaal" opgeheven.
Art. 96. Dans l'article 426, 5° du même décret, les mots " et éventuellement le capital fixe " sont abrogés.
Art. 97. In artikel 443, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "dit decreet" vervangen door de woorden "deze titel".
Art. 97. Dans l'article 443, premier alinéa du même décret, le mot " décret " est remplacé par le mot " titre ".
Art. 98. In artikel 448 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De leden van de raad van bestuur van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging en de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155, kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen.
  Het presentiegeld voor het bijwonen van de raad van bestuur is ten hoogste gelijk aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een gemeenteraadslid voor een gemeenteraadszitting in een van de deelnemende gemeenten. Aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de voormelde vertrouwenspersonen kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend. Bij een cumulatie van mandaten, waaraan een dubbel presentiegeld verbonden is in meerdere dienstverlenende of opdrachthoudende verenigingen, bepaalt het lid van de raad van bestuur in welke vereniging het dubbel presentiegeld wordt toegekend. In elk van de andere verenigingen ontvangt dit lid een enkel presentiegeld. De toekenning van een dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging.
  De algemene vergadering bepaalt het presentiegeld en, binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt, de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toege- kend.";
  2° in het bestaande derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "het tweede lid" vervangen door de woorden "het vierde lid".
Art. 98. A l'article 448 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Les membres du conseil d'administration de l'association prestataire de services ou chargée de mission et les personnes de confiance qui les assistent conformément aux articles 16 et 155 peuvent recevoir un jeton de présence par réunion à laquelle ils assistent.
  Le jeton de présence pour assister au conseil d'administration ne dépasse pas le montant maximum payable à un conseiller communal pour une séance du conseil communal dans l'une des communes participantes. Le président du conseil d'administration et les personnes de confiance précitées peuvent recevoir au maximum un double jeton de présence. En cas de cumul de mandats, donnant droit à un double jeton de présence dans plusieurs associations prestataires de services ou chargées de mission, le membre du conseil d'administration détermine dans quelle association le double jeton de présence est accordé. Dans chacune des autres associations, ce membre reçoit un seul jeton de présence. L'octroi d'un double jeton de présence n'est possible qu'après présentation d'une déclaration sur l'honneur de l'intéressé qu'il ne jouit pas d'un double jeton de présence dans une autre association prestataire de services ou chargée de missions.
  L'assemblée générale fixe le jeton de présence et, dans les limites et conditions d'octroi fixées par le Gouvernement flamand, les autres indemnités qui peuvent être allouées dans le cadre du fonctionnement administratif d'une association prestataire de services ou chargée de missions. " ;
  2° dans le troisième alinéa existant, qui devient le cinquième alinéa, les mots " deuxième alinéa " sont remplacés par les mots " quatrième alinéa ".
Art. 99. In artikel 451 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen zien erop toe dat ze over een eigen vermogen beschikken dat, mede gelet op andere financieringsbronnen, toereikend is in het licht van hun bedrijvigheid.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Tenzij het in de statuten anders is bepaald, worden alle inbrengen bij aanvang volledig gestort.".
Art. 99. A l'article 451 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Les associations prestataires de services et chargées de mission veillent à disposer de fonds propres qui, notamment compte tenu d'autres sources de financement, sont suffisants eu égard à leurs activités. " ;
  2° le deuxième alinéa est abrogé ;
  3° il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Sauf disposition contraire des statuts, tous les apports sont versés intégralement dès le début. ".
Art. 100. In artikel 456 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", met de vermelding dat ze nog onderworpen zijn aan het bestuurlijk toezicht" opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 100. A l'article 456 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, le membre de phrase " , qui précisent que lesdits comptes doivent encore faire l'objet du contrôle administratif " est abrogé ;
  2° le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 101. In artikel 457 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Behoudens strengere bepalingen in de statuten roept de raad van bestuur, als het netto actief van de vereniging negatief dreigt te worden of is geworden, de algemene vergadering op om te vergaderen. Die vergadering heeft plaats binnen ten hoogste zestig dagen na de datum waarop de voormelde toestand is vastgesteld of had moeten worden vastgesteld krachtens de wettelijke of statutaire bepalingen. De algemene vergadering neemt een van de volgende beslissingen:
  1° de ontbinding van de vereniging;
  2° de invoering van de maatregelen om de continuïteit van de vereniging te vrijwaren, die in de agenda zijn aangekondigd.";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Tenzij de raad van bestuur de ontbinding van de vereniging voorstelt, zet hij in een bijzonder plan uiteen welke maatregelen hij voorstelt om de continuïteit van de vereniging te vrijwaren.";
  3° in het bestaande tweede en derde lid, die het derde en vierde lid worden, wordt het woord "saneringsplan" telkens vervangen door het woord "plan".
Art. 101. A l'article 457 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Sauf dispositions plus strictes des statuts, si l'actif net de l'association risque de devenir ou est devenu négatif, le conseil d'administration convoque l'assemblée générale. Cette assemblée se tient dans un délai maximum de soixante jours à compter de la date à laquelle la situation précitée a été constatée ou aurait dû l'être en vertu des dispositions légales ou statutaires. L'assemblée générale prend l'une des décisions suivantes :
  1° la dissolution de l'association ;
  2° la mise en oeuvre de mesures visant à sauvegarder la continuité de l'association, qui ont été annoncées dans l'ordre du jour. " ;
  2° entre les premier et deuxième alinéas, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Sauf si le conseil d'administration propose de dissoudre l'association, il expose dans un plan spécial les mesures qu'il propose pour assurer la continuité de l'association. " ;
  3° dans les deuxième et troisième alinéas existants, qui deviennent les troisième et quatrième alinéas, les mots " d'assainissement " sont chaque fois supprimés.
Art. 102. Aan artikel 466 van hetzelfde decreet wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Op dezelfde dag als de dag waarop de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging de lijst, vermeld in het eerste lid, bekendmaakt op haar webtoepassing, brengt de dienstverlenende of de opdrachthoudende vereniging de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.".
Art. 102. A l'article 466 du même décret est ajouté un cinquième alinéa rédigé comme suit :
  " Le même jour que celui où l'association prestataire de services ou chargée de mission publie la liste visée au premier alinéa sur son application web, l'association prestataire de services ou chargée de mission informe l'autorité de tutelle de cette publication. ".
Art. 103. In artikel 467 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "saneringsplan" vervangen door het woord "plan";
  2° aan het vierde lid wordt het woord "ervan" toegevoegd.
Art. 103. A l'article 467 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa, 2°, les mots " d'assainissement " sont supprimés ;
  2° au quatrième alinéa, les mot " informera l'autorité de contrôle de la notification " sont remplacés par les mots " informera l'autorité de contrôle de cette notification ".
Art. 104. In artikel 472, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden tussen het woord "binnen" en de woorden "dertig dagen" de woorden "een termijn van" ingevoegd;
  2° in het eerste lid worden de woorden "naar de Vlaamse Regering verstuurd" vervangen door de woorden "na de dagtekening ervan aan de toezichthoudende overheid voorgelegd";
  3° in het tweede lid wordt het woord "honderd" vervangen door het woord "negentig";
  4° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De voormelde termijn gaat in op de dag na de verzending, vermeld in het eerste lid.".
Art. 104. A l'article 472, § 2 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, le mot " les " est remplacé par les mots " un délai de " ;
  2° au premier alinéa, le mot " envoyée " est remplacé par le mot " soumise " et les mots " au Gouvernement flamand " sont remplacés par les mots " après sa datation à l'autorité de tutelle " ;
  3° au premier alinéa, le mot " cent " est remplacé par le mot " nonante " ;
  4° au deuxième alinéa est ajoutée la phrase suivante :
  " Le délai précité prend cours le jours suivant la soumission mentionnée au premier alinéa. ".
Art. 105. In artikel 474 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of met andere rechtspersonen dan rechtspersonen die winstoogmerk hebben" vervangen door de zinsnede ", met andere rechtspersonen die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of met rechtspersonen die erkend zijn als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "De leden van de raad van bestuur en de algemene vergadering van de welzijnsverenigingen en de autonome verzorgingsinstellingen en de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en artikel 155 kunnen per bijgewoonde vergadering een presentiegeld ontvangen dat ten hoogste gelijk is aan het hoogste bedrag dat uitkeerbaar is aan een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn voor een zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van een deelnemend openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de voormelde vertrouwenspersonen kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend. Bij een cumulatie van mandaten, waaraan een dubbel presentiegeld verbonden is in meerdere welzijnsverenigingen of autonome verzorgingsinstellingen, bepaalt het lid van de raad van bestuur in welke vereniging het dubbel presentiegeld wordt toegekend. In elk van de andere verenigingen ontvangt dit lid een enkel presentiegeld. De toekenning van een dubbel presentiegeld is slechts mogelijk nadat de betrokkene een verklaring op erewoord heeft ingediend waaruit blijkt dat hij geen dubbel presentiegeld geniet in een andere welzijnsvereniging of autonome verzorgingsinstelling.";
  3° in paragraaf 2, vierde lid, wordt het woord "eerste" vervangen door het woord "tweede";
  4° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "De welzijnsvereniging als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 1°, en de autonome verzorgingsinstelling als vermeld in paragraaf 1, derde lid, 2°, die een ziekenhuis uitbaten evenals" vervangen door de zinsnede "De autonome verzorgingsinstelling, vermeld in paragraaf 1, derde lid, 2°, die een ziekenhuis uitbaat en".
Art. 105. A l'article 474 du même décret, modifié par le décret du 25 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, premier alinéa, les mots " ou avec d'autres personnes morales que des personnes morales à but lucratif " sont remplacés par le membre de phrase " , avec d'autres personnes morales poursuivant sans but lucratif une fin désintéressée ou avec des personnes morales reconnues comme entreprise sociale au sens du Code des sociétés et des associations " ;
  2° le paragraphe 2, alinéa premier, est remplacé par ce qui suit :
  " Les membres du conseil d'administration et de l'assemblée générale des associations d'aide sociale et des établissements autonomes de soins ainsi que les personnes de confiance qui les assistent conformément aux articles 16 et 155 peuvent percevoir par réunion à laquelle ils assistent, un jeton de présence qui ne dépasse pas le montant maximum payable à un membre du conseil de l'aide sociale pour une séance du conseil de l'aide sociale d'un centre public d'action sociale participant. Le président du conseil d'administration et les personnes de confiance précitées peuvent recevoir au maximum un double jeton de présence. En cas de cumul de mandats, donnant droit à un double jeton de présence dans plusieurs associations d'aide sociale ou établissements autonomes de soins, le membre du conseil d'administration détermine dans quelle association le double jeton de présence est accordé. Dans chacune des autres associations, ce membre reçoit un seul jeton de présence. L'octroi d'un double jeton de présence n'est possible qu'après présentation d'une déclaration sur l'honneur de l'intéressé qu'il ne jouit pas d'un double jeton de présence dans une autre association d'aide sociale ou établissement autonome de soins. " ;
  3° au paragraphe 2, quatrième alinéa, le mot " premier " est remplacé par le mot " deux " ;
  4° au paragraphe 4, premier alinéa, le membre de phrase " L'association d'aide sociale visée au paragraphe 1er, troisième alinéa, 1°, et l'établissement autonome de soins visé au paragraphe 1er, troisième alinéa, 2°, qui exploitent un hôpital ainsi que " est remplacé par le membre de phrase " L'établissement autonome de soins visé au paragraphe 1, troisième alinéa, 2°, qui exploite un hôpital et ", et le mot " habilitées " est remplacé par le mot " habilités ".
Art. 106. In artikel 482 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht.
  1° in het eerste lid worden tussen de woorden "Elke beslissing" en de woorden "tot wijziging" de woorden "van de vereniging" ingevoegd;
  2° in het tweede lid worden de woorden "de vermindering" vervangen door de woorden "een vermindering".
Art. 106. A l'article 482 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au premier alinéa les mots " Toute décision de modification des statuts " sont remplacés par les mots " Toute décision de l'association de modifier les statuts " ;
  2° au deuxième alinéa les mots " la réduction " sont remplacés par les mots " une réduction ".
Art. 107. In artikel 484 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, derde lid, wordt voor de woorden "Als het" de zin "Het mandaat van de vertegenwoordigende leden van de raad voor maatschappelijk welzijn eindigt van rechtswege op de eerste algemene vergadering die plaatsvindt nadat de raden voor maatschappelijk welzijn van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die lid zijn van de vereniging, conform artikel 68, § 1, geïnstalleerd zijn." ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "die het betreffend lid heeft voorgedragen" vervangen door de woorden "van de betrokken vertegenwoordiger" en wordt het woord "kandidaatlid" vervangen door het woord "vertegenwoordiger";
  3° in paragraaf 3 wordt het woord "welzijnsverenging" vervangen door het woord "welzijnsvereniging".
Art. 107. A l'article 484 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, troisième alinéa, avant les mots " Si le " est insérée la phrase " Le mandat des membres représentants du conseil de l'aide sociale prend fin de plein droit à la première assemblée générale qui se tient après que les conseils de l'aide sociale des centres publics d'action sociale membres de l'association ont été installés conformément à l'article 68, § 1. " ;
  2° au paragraphe 1, troisième alinéa, les mots " ayant proposé le membre en question " sont remplacés par les mots " du représentant en question " et les mots " candidat membre " sont remplacés par le mot " représentant " ;
  3° (disposition non applicable dans la version française).
Art. 108. In artikel 488 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen het woord "welzijn" en de woorden "en personeelsleden" de woorden "of een gemeente" ingevoegd;
  2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een gemeente die deelgenoot is van een welzijnsvereniging als vermeld in dit hoofdstuk, kan de personeelsleden van die welzijnsvereniging overnemen.".
Art. 108. A l'article 488 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, premier alinéa, entre les mots " d'action sociale " et les mots " et les membres " sont insérés les mots " ou d'une commune " ;
  2° au paragraphe 3, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Un centre public d'action sociale ou une commune membre, associé d'une association d'aide sociale telle que visée au présent chapitre, peut reprendre le personnel de cette association d'aide sociale. ".
Art. 109. In artikel 489, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "De bepalingen van deel 2, titel 4, zijn van toepassing op de welzijnsverenigingen, met uitzondering van hoofdstuk 3 en artikel 249, § 2 en § 3, artikel 256, 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, artikel 263 en artikel 264, tweede lid," vervangen door de zinsnede "Artikel 221 tot en met 223 en de bepalingen van deel 2, titel 4, zijn van toepassing op de welzijnsverenigingen, met uitzondering van artikel 249, § 2, § 3 en § 4, artikel 256, artikel 260, derde lid, artikel 262, § 1, tweede lid, artikel 263, artikel 264, tweede lid, en hoofdstuk 3 en 4,".
Art. 109. A l'article 489, premier alinéa, du même décret, le membre de phrase " Les dispositions de la partie 2, titre 4, sont applicables aux associations d'aide sociale, à l'exception du chapitre 3 et de l'article 249, §§ 2 et 3, de l'article 256, 260, troisième alinéa, de l'article 262, § 1er, deuxième alinéa, " est remplacée par le membre de phrase " Les articles 221 à 223 et les dispositions de la partie 2, titre 4 sont applicables aux associations d'aide sociale, à l'exception de l'article 249, §§ 2, 3 et 4, et des articles 256, 260, troisième alinéa, 262, § 1, deuxième alinéa, 263, 264, deuxième alinéa, et des chapitres 3 et 4, ".
Art. 110. Aan artikel 490, § 1, van hetzelfde decreet worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De raad van bestuur stemt telkens over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan en over de hele jaarrekening.
  In afwijking van het derde lid kan elk lid van de raad van bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de raad van bestuur pas over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan en over de hele jaarrekening stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan of de jaarrekening gewijzigd moeten worden, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot de volgende vergadering van de raad van bestuur.".
Art. 110. A l'article 490, § 1 du même décret sont ajoutés des alinéas trois et quatre, rédigés comme suit :
  " Le conseil d'administration vote chaque fois sur le plan pluriannuel intégral et ses adaptations et sur le compte annuel intégral.
  Contrairement au troisième alinéa, tout membre du conseil d'administration peut exiger un vote séparé sur une ou plusieurs parties qu'il désigne. Dans ce cas, le conseil d'administration ne peut voter sur le plan pluriannuel intégral et ses adaptations et sur le compte annuel intégral qu'après le vote séparé. Si à la suite de ce vote séparé le projet de plan pluriannuel et ses adaptations ou le compte annuel doivent être modifiés, le vote sur l'ensemble est ajourné à la réunion suivante du conseil d'administration. ".
Art. 111. In artikel 500 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "hoofdstuk 2 van deze titel" wordt vervangen door de woorden "dit decreet met betrekking tot de welzijnsvereniging";
  2° de zinsnede "artikel 485, tweede lid, voor de beleidsrapporten, en" wordt vervangen door de zinsnede "artikel 286, § 2, 5°, ".
Art. 111. A l'article 500 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " du chapitre 2 du présent titre " est remplacé par les mots " du présent décret relatives à l'association d'aide sociale " ;
  2° le membre de phrase " l'article 485, deuxième alinéa, en ce qui concerne les rapports stratégiques, " est remplacé par le membre de phrase " l'article 286, § 2, 5°, ".
Art. 112. In artikel 501 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen," vervangen door de woorden "een vzw als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  2° in het eerste lid worden de woorden "dan rechtspersonen die een winstoogmerk hebben" vervangen door de woorden "die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of met rechtspersonen erkend als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  3° in het vierde lid worden de woorden "om exploitatie van ziekenhuisdiensten of ziekenhuisgebonden activiteiten te exploiteren" vervangen door de woorden "voor de exploitatie van ziekenhuisdiensten of van ziekenhuisgebonden activiteiten".
Art. 112. A l'article 501 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier le membre de phrase " une association sans but lucratif visée dans la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes " est remplacé par les mots " une ASBL telle que visée au Code des sociétés et des associations " ;
  2° au premier alinéa, les mots " autres que des personnes morales ayant un but lucratif " sont remplacés par les mots " poursuivant sans but lucratif une fin désintéressée ou avec des personnes morales reconnues comme entreprise sociale au sens du Code des sociétés et des associations " ;
  3° au quatrième alinéa, le mot " concernant " est remplacé par les mots " aux fins de ".
Art. 113. In artikel 503 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" wordt vervangen door de woorden "het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  2° in punt 8° wordt tussen de zinsnede "lid zijn van de vereniging," en de woorden "geïnstalleerd zijn" de zinsnede "conform artikel 68, § 1," ingevoegd.
Art. 113. A l'article 503 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes " est remplacé par les mots " du Code des sociétés et des associations " ;
  2° au point 8°, entre les mots " après l'installation " et les mots " de tous les conseils " est inséré le membre de phrase " , conformément à l'article 68, § 1, ".
Art. 114. In artikel 508, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" vervangen door de woorden "een vzw als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "geen winst nastreven" vervangen door de woorden "zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of rechtspersonen erkend als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen".
Art. 114. A l'article 508, § 1 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier le membre de phrase " d'une association sans but lucratif visée dans la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes " est remplacé par les mots " d'une ASBL telle que visée au Code des sociétés et des associations " ;
  2° au deuxième alinéa, les mots " sans but lucratif " sont remplacés par les mots " poursuivant une fin désintéressée ou reconnues comme entreprise sociale au sens du Code des sociétés et des associations " ;
Art. 115. In artikel 511, § 1, van hetzelfde decreet wordt het woord "beheersorganen" vervangen door het woord "bestuursorganen" en wordt het woord "jaarverslag" vervangen door het woord "jaarverslag".
Art. 115. Dans l'article 511, § 1 du même décret les mots " de gestion " sont remplacés par les mots " d'administration ".
Art. 116. In artikel 512 van hetzelfde decreet worden de woorden "lid worden van een vennootschap met sociaal oogmerk" vervangen door de woorden "toetreden tot een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen".
Art. 116. A l'article 512 du même décret, les mots " devenir membre d'une société à finalité sociale " sont remplacés par les mots " adhérer à une entreprise sociale au sens du Code des sociétés et des associations ".
Art. 117. In artikel 513 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen" vervangen door de woorden "een vzw als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Van een vzw zoals vermeld in het eerste lid, moeten minstens een of meer private rechtspersonen die zonder winstoogmerk een belangeloos doel nastreven of erkend zijn als een sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, lid zijn. Van die vereniging kunnen daarnaast al dan niet een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gemeenten, verenigingen opgericht overeenkomstig deel 3, titel 4, hoofdstuk 2 of 3, of andere openbare besturen, lid zijn.".
Art. 117. A l'article 513 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier le membre de phrase " d'une association sans but lucratif visée dans la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes " est remplacé par les mots " d'une ASBL telle que visée au Code des sociétés et des associations " ;
  2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Une ASBL telle que visée au premier alinéa doit compter parmi ses membres au moins une ou plusieurs personnes morales privées poursuivant sans but lucratif une fin désintéressée ou reconnues comme entreprise sociale au sens du Code des sociétés et des associations. Cette association peut en outre compter, ou non, parmi ses membres un ou plusieurs autres centres publics d'action sociale, communes, associations créées conformément à la partie 3, titre 4, chapitres 2 ou 3, ou autres administrations publiques. ".
Art. 118. Artikel 524 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 524. Met behoud van de toepassing van artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, zijn artikel 58, 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), van toepassing op de gemeente Voeren.
  Artikel 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), zijn van toepassing op de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.".
Art. 118. L'article 524 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 524. Sans préjudice de l'application de l'article 14 de la Nouvelle loi communale, les articles 58, 59, 60, 61 et 62, premier à cinquième alinéas, à l'exception du premier alinéa, 2°, e), sont applicables à la commune de Fourons.
  Les articles 60, 61 et 62, premier à cinquième alinéas, à l'exception du premier alinéa, 2°, e) sont applicables aux communes visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966. ".
Art. 119. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 524/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 524/1. § 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. Die verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen voor wie een gedagtekende akte van voordracht wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. De akte van voordracht is ontvankelijk als ze ondertekend is door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen en ook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Een akte van voordracht die wordt voorgelegd na de installatievergadering van de gemeenteraad is alleen ontvankelijk als ze ondertekend is door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden en ook door een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester verkozen zijn.
  Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft conform artikel 7, § 2.
  De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend als de einddatum van het mandaat is bereikt. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester opvolgt, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 62.
  De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan evenwel altijd om een nieuwe voordracht verzoeken.
  § 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester als vermeld in paragraaf 1, die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens.
  § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 13, derde lid, van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, vermeld in paragraaf 1, buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn.
  De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad.".
Art. 119. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 524/1 rédigé comme suit :
  " Art. 524/1. § 1. Sans préjudice de l'application de la condition de nationalité visée à l'article 13 de la nouvelle loi communale, le bourgmestre des communes visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, est désigné par le Gouvernement flamand parmi les membres élus au conseil communal. A cette fin, ces élus peuvent présenter des candidats pour lesquels un acte de présentation daté est soumis au gouverneur de province. Pour être recevable, l'acte de présentation doit être signé par plus de la moitié des élus sur les listes qui ont participé aux élections, ainsi que par une majorité des personnes qui ont été élues sur la même liste que le candidat bourgmestre présenté. Si la liste sur laquelle figure le nom du candidat bourgmestre ne compte que deux élus, la signature de l'un d'entre eux suffit. L'acte de présentation soumis après la réunion d'installation du conseil communal n'est recevable que s'il est signé par plus de la moitié des conseillers communaux, ainsi que par une majorité des conseillers communaux figurant sur la même liste que le candidat bourgmestre présenté.
  Personne ne peut signer plus d'un acte de présentation. La violation de cette interdiction est sanctionnée conformément à l'article 7, § 2.
  L'acte de présentation peut également indiquer la date de fin du mandat du candidat bourgmestre. Dans ce cas, l'acte de présentation peut indiquer le nom d'une ou plusieurs personnes présentées pour lui succéder pour la durée restante du mandat. Le cas échéant, le bourgmestre est démissionnaire de plein droit à la date de fin de son mandat. Si le mandat prend fin avant la date de fin mentionnée dans l'acte, ou si la personne indiquée dans l'acte de présentation comme étant la personne qui succède au bourgmestre n'assume pas son mandat, la présentation du premier successeur suivant mentionné dans l'acte est avancée. Si la personne indiquée comme dernier successeur ne peut assumer le mandat ou si aucun successeur n'est indiqué, il est procédé au remplacement conformément à l'article 62.
  Le Gouvernement flamand vérifie si l'acte de présentation est recevable conformément aux conditions énoncées à l'alinéa premier. Toutefois, le Gouvernement flamand peut en tout temps requérir une nouvelle présentation.
  § 2. Un candidat bourgmestre présenté, tel que visé au paragraphe 1, qui n'a pas été nommé ne peut plus être présenté une nouvelle fois pendant la même législature, sauf sur la base de nouveaux faits ou de nouvelles données.
  § 3. Sans préjudice de l'application de l'article 13, alinéa trois de la nouvelle loi communale, le bourgmestre visé au paragraphe 1 peut être nommé en dehors des élus au conseil communal parmi les électeurs communaux âgés de vingt-cinq ans ou plus.
  Le bourgmestre qui est nommé en dehors du conseil a en tout cas voix délibérative au collège des bourgmestre et échevins et voix délibérative au conseil communal. ".
Art. 120. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 524/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 524/2. De burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wordt benoemd voor een periode van zes jaar, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 61, 62 en 524/1, § 1, derde lid.
  Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Behalve als de burgemeester wordt benoemd buiten de raad, geldt die eedaflegging ook als eedaflegging als gemeenteraadslid als vermeld in artikel 6. De burgemeester die de eed na twee oproepingen niet aflegt, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
  Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd.".
Art. 120. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est inséré un article 524/2 rédigé comme suit :
  " Art. 524/2. Dans les communes visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, le bourgmestre est nommé pour une période de six ans, sauf dans les cas visés aux articles 61, 62 et 524/1, § 1, troisième alinéa.
  Avant d'accepter son mandat, le bourgmestre prête le serment suivant entre les mains du gouverneur de province : " Je jure de respecter fidèlement les obligations de mon mandat. ". Cette prestation de serment est également valable pour celle de conseiller communal, visée à l'article 6, sauf si le bourgmestre est nommé en dehors du conseil. Le bourgmestre qui ne prête pas serment après deux convocations successives est censé ne pas accepter son mandat de bourgmestre. Le Conseil des Contestations électorales statue sur les litiges qui surviennent à ce sujet.
  Après les élections communales, le bourgmestre sortant reste en fonction jusqu'à l'installation du nouveau bourgmestre. ".
Art. 121. [1 In artikel 525 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Artikel 79, vierde lid, en artikel 62, zesde lid en zevende lid" vervangen door de zinsnede "Artikel 62, eerste lid, 2А, e), zesde lid en zevende lid.]1
  
Art. 121. [1 A l'article 525 du même décret, le membre de phrase " L'article 79, quatrième alinéa, et l'article 62, sixième et septième alinéas " est remplacé par le membre de phrase " L'article 62, alinéa 1er, 2°, e), alinéas 6 et 7.]1
  
Art. 122. In artikel 529 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 5" vervangen door de zinsnede "artikel 5, § 1 en § 2".
Art. 122. Dans l'article 529 du même décret, le membre de phrase " l'article 5 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 5, §§ 1 et 2 ".
Art. 123. In artikel 531 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "veertien" vervangen door het woord "acht", worden de woorden "werkdagen van januari" vervangen door de woorden "werkdagen van december", worden de woorden "eerste werkdag van januari" vervangen door de woorden "vijfde werkdag van december" en worden de woorden "ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn" opgeheven;
  2° in paragraaf 1 worden het derde en vierde lid vervangen door wat volgt:
  "Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen raadsleden worden door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.
  Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. De verkozen raadsleden worden door de uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.".
Art. 123. A l'article 531 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, premier alinéa, le mot " quinze " est remplacé par le mot " huit ", les mots " jours ouvrables du mois de janvier " sont remplacés par les mots " jours ouvrables du mois de décembre ", les mots " premier jour ouvrable de janvier " sont remplacés par les mots " cinquième jour ouvrable du mois de décembre " et les mots " au moins huit jours avant la réunion d'installation du conseil de l'action sociale " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 1, les troisième et quatrième alinéas sont remplacés par ce qui suit :
  " Lorsque, en dépit d'une objection introduite, l'élection a néanmoins été déclarée valide par la suite, la réunion d'installation a lieu dans les quinze jours qui suivent la date à laquelle le résultat de l'élection est définitif en application de l'article 25 du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, mais au plus tôt un des cinq premiers jours ouvrables du mois de décembre. Au moins huit jours avant la réunion d'installation les conseillers élus sont informés de la date, de l'heure et du lieu de la réunion par le président sortant du conseil de l'aide sociale.
  Lorsqu'une objection a été introduite contre l'élection, que l'élection a ensuite été déclarée invalide et qu'une nouvelle élection doit avoir lieu, la réunion d'installation a lieu dans les quinze jours qui suivent la date à laquelle le résultat de l'élection est définitif en application de l'article 203, alinéa trois du décret électoral local et provincial du 8 juillet 2011 ou en application de l'article 25 du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes. Au moins huit jours avant la réunion d'installation les conseillers élus sont informés de la date, de l'heure et du lieu de la réunion par le président sortant du conseil de l'aide sociale. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het programmadecreet van 20 december 2019 bij de begroting 2020
CHAPITRE 7. - Modifications du décret-programme du 20 décembre 2019 accompagnant le budget 2020
Art. 124. Aan artikel 23 van het programmadecreet van 20 december 2019 bij de begroting 2020 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij een samenvoeging van gemeenten worden de gegevens over de gekadastreerde oppervlakte open ruimte, vermeld in het eerste lid, en de aandelen in de definitieve verdeling van het Gemeentefonds voor het voorgaande jaar van de samen te voegen gemeenten opgeteld. Als de samenvoeging gepaard gaat met de opsplitsing van een of meer gemeenten, worden de gegevens over de gekadastreerde oppervlakte open ruimte en de aandelen in de definitieve verdeling van het Gemeentefonds van het voorgaande jaar van de op te splitsen gemeenten ook opgesplitst, in dezelfde verhouding als respectievelijk het aandeel gekadastreerde oppervlakte open ruimte en de inwonersaantallen van de opgesplitste delen.".
Art. 124. A l'article 23 du décret-programme du 20 décembre 2019 accompagnant le budget 2020 est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " En cas de fusion de communes, les données relatives à la superficie cadastrée d'espace ouvert, visée au premier alinéa, et les quotes-parts des communes à fusionner dans la répartition définitive du Fonds des communes pour l'année précédente, sont additionnées. Si la fusion s'accompagne de la scission d'une ou plusieurs communes, les données relatives à la superficie cadastrée d'espace ouvert et les quotes-parts des communes à scinder dans la répartition définitive du Fonds des communes pour l'année précédente, sont également scindées dans la même proportion que, respectivement, la quote-part de superficie cadastrée d'espace ouvert et le nombre d'habitants des parties scindées. ".
Art. 125. In hetzelfde decreet wordt een artikel 23/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23/1. Bij een samenvoeging van gemeenten mogen de nieuwe gemeenten niet minder ontvangen dan de som van de aandelen van de samen te voegen gemeenten of delen van gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging. Als de samenvoeging gepaard gaat met de opsplitsing van een of meer gemeenten wordt om de gewaarborgde ontvangst van de nieuwe gemeenten te berekenen, het aandeel van de op te splitsen gemeenten in het jaar dat voorafgaat aan de samenvoeging, ook opgesplitst, in dezelfde verhouding als de inwonersaantallen van de opgesplitste delen.
  De gewaarborgde ontvangst voor de nieuwe gemeenten, vermeld in het eerste lid, wordt, met ingang van het jaar van de samenvoeging, elk jaar geïndexeerd met 3,5%. De indexatie is cumulatief.
  In afwijking van artikel 23, tweede lid, zijn de bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, ook van toepassing in geval van een samenvoeging met een stad zoals vermeld in artikel 6, § 1, 1°, a), b), c) of d), van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds.".
Art. 125. Dans le même décret il est inséré un article 23/1 ainsi rédigé :
  " Art. 23/1. En cas de fusion de communes, les nouvelles communes ne doivent pas percevoir moins que la somme des quotes-parts des communes ou parties de communes à fusionner dans l'année précédant la fusion. Lorsque la fusion s'accompagne de la scission d'une ou plusieurs communes, le calcul de la perception garantie des nouvelles communes s'effectue également sur la base de la scission de la quote-part des communes à scinder dans l'année précédant la fusion, au prorata des nombres d'habitants des parties scindées.
  La perception garantie pour les nouvelles communes, mentionnée au premier alinéa, est indexée de 3,5 % chaque année, à compter de l'année de fusion. L'indexation est cumulative.
  Par dérogation à l'alinéa 23, deuxième alinéa, les dispositions énoncées aux premier et deuxième alinéas s'appliquent également en cas de fusion avec une ville telle que mentionnée à l'article 6, § 1, 1°, a), b), c) ou d) du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes. ".
HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur
Art. 126. Dit decreet treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de bepalingen waarvan de datum van inwerkingtreding in het tweede tot en met het vijfde lid bepaald wordt.
  Artikel 5 tot en met 12 en artikel 34 treden, met het oog op de uiterlijke datum voor de indiening van de kandidatenlijsten, in werking op 13 september 2024.
  De volgende artikelen treden met het oog op de algehele vernieuwing van de bestuursorganen in december 2024 na de verkiezing, georganiseerd op 13 oktober 2024, in werking op 13 oktober 2024:
  1° artikel 26;
  2° artikel 27;
  3° artikel 28;
  4° artikel 29;
  5° artikel 33;
  6° artikel 36;
  7° artikel 39;
  8° artikel 40;
  9° artikel 41, 2°, wat betreft de beslissing van de Vlaamse Regering tot het niet benoemen van de burgemeester;
  10° artikel 42;
  11° artikel 44;
  12° artikel 45;
  13° artikel 46;
  14° artikel 47;
  15° artikel 48;
  16° artikel 49;
  17° artikel 50;
  18° artikel 57;
  19° artikel 58;
  20° artikel 76;
  21° artikel 118;
  22° artikel 119;
  23° artikel 120;
  24° artikel 121;
  25° artikel 122;
  26° artikel 123.
  In afwijking van het derde lid treden:
  1° in een gemeente waar voor 13 oktober 2024 een collectieve motie wordt ingediend, artikel 26, 33, 39, 40, 41, 2°, 42 en 45 in werking op de dag van de indiening van de motie;
  2° in een district waar voor 13 oktober 2024 een collectieve motie wordt ingediend, artikel 57 en 58 in werking op de dag van de indiening van de motie.
  De volgende artikelen van dit decreet treden, met het oog op de installatievergadering in december, in werking op 1 december 2024:
  1° artikel 30;
  2° artikel 51;
  3° artikel 55;
  4° artikel 56.
Art. 126. Le présent décret entre en vigueur le dixième jour après sa publication au Moniteur belge, à l'exception des dispositions dont la date d'entrée en vigueur est fixée aux deuxième à cinquième alinéas.
  Les articles 5 à 12 et l'article 34 entrent en vigueur le 13 septembre 2024, eu égard à la date limite de dépôt des listes de candidats.
  Les articles suivants entrent en vigueur le 13 octobre 2024, eu égard au renouvellement intégral des organes d'administration en décembre 2024 après l'élection organisée le 13 octobre 2024 :
  1° l'article 26 ;
  2° l'article 27 ;
  3° l'article 28 ;
  4° l'article 29 ;
  5° l'article 33 ;
  6° l'article 36 ;
  7° l'article 39 ;
  8° l'article 40 ;
  9° l'article 41, 2°, en ce qui concerne la décision du Gouvernement flamand de ne pas nommer le bourgmestre ;
  10° l'article 42 ;
  11° l'article 44 ;
  12° l'article 45 ;
  13° l'article 46 ;
  14° l'article 47 ;
  15° l'article 48 ;
  16° l'article 49 ;
  17° l'article 50 ;
  18° l'article 57 ;
  19° l'article 58 ;
  20° l'article 76 ;
  21° l'article 118 ;
  22° l'article 119 ;
  23° l'article 120 ;
  24° l'article 121 ;
  25° l'article 122 ;
  26° l'article 123.
  Par dérogation au troisième alinéa :
  1° dans une commune où une motion collective est déposée avant le 13 octobre 2024, les articles 26, 33, 39, 40, 41, 2°, 42 et 45 entrent en vigueur le jour du dépôt de la motion ;
  2° dans un district où une motion collective est déposée avant le 13 octobre 2024, les articles 57 et 58 entrent en vigueur le jour du dépôt de la motion.
  Les articles suivants du présent décret entrent en vigueur le 1 décembre 2024, eu égard à la réunion d'installation :
  1° l'article 30 ;
  2° l'article 51 ;
  3° l'article 55 ;
  4° l'article 56.