Artikel 1. Aan artikel I.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006, houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, wordt een punt 33° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"33° leertrajectbegeleider: de trajectbegeleider, vermeld in artikel 3, 16°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 NOVEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de opname van een aantal agentschapsspecifieke bepalingen ingevolge de opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen en andere bepalingen
Titre
27 NOVEMBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, en ce qui concerne l'inclusion d'un certain nombre de dispositions spécifiques à l'agence suite à la dissolution de l'agence autonomisée externe de droit public Agence flamande pour la Formation des Entrepreneurs SYNTRA Vlaanderen, ainsi que d'autres dispositions
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1er. A l'article I.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 fixant le statut du personnel des services de l'autorité flamande, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2020, il est ajouté un point 33° ainsi rédigé :
" 33° accompagnateur du parcours d'apprentissage : l'accompagnateur de parcours visé à l'article 3, 16° du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande. ".
" 33° accompagnateur du parcours d'apprentissage : l'accompagnateur de parcours visé à l'article 3, 16° du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, wordt een artikel VI 170 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. VI 170. In afwijking van artikel VI 109 behoudt de pedagogisch adviseur en de bedrijfsadviseur, die als gevolg van de ontbinding van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen is overgeplaatst, de functionele loopbaan in rang A1, die bestaat uit de salarisschalen A111, A112, A120 en A114. De tweede, derde en vierde salarisschaal worden bereikt na respectievelijk drie jaar, negen jaar en negen jaar schaalanciënniteit."
"Art. VI 170. In afwijking van artikel VI 109 behoudt de pedagogisch adviseur en de bedrijfsadviseur, die als gevolg van de ontbinding van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen is overgeplaatst, de functionele loopbaan in rang A1, die bestaat uit de salarisschalen A111, A112, A120 en A114. De tweede, derde en vierde salarisschaal worden bereikt na respectievelijk drie jaar, negen jaar en negen jaar schaalanciënniteit."
Art. 2. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2020, il est inséré un article VI 170 ainsi rédigé :
" Art. VI 170. Contrairement à l'article VI 109, le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise qui sont mutés à la suite de la dissolution de l'Agence flamande pour la Formation des Entrepreneurs - SYNTRA Vlaanderen conservent leur carrière fonctionnelle dans le grade A1, comprenant les échelles de traitement A111, A112, A120 et A114. Les deuxième, troisième et quatrième échelles de traitement sont atteintes après trois ans, neuf ans et neuf ans d'ancienneté barémique respectivement. ".
" Art. VI 170. Contrairement à l'article VI 109, le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise qui sont mutés à la suite de la dissolution de l'Agence flamande pour la Formation des Entrepreneurs - SYNTRA Vlaanderen conservent leur carrière fonctionnelle dans le grade A1, comprenant les échelles de traitement A111, A112, A120 et A114. Les deuxième, troisième et quatrième échelles de traitement sont atteintes après trois ans, neuf ans et neuf ans d'ancienneté barémique respectivement. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020, wordt een artikel VII 2septies ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. VII 2septies. § 1. Om de functie van leertrajectbegeleider te kunnen uitoefenen, is twee jaar nuttige praktijkervaring vereist.
§ 2. De volgende ervaring wordt als nuttige praktijkervaring als vermeld in paragraaf 1, aanvaard:
1° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring als lesgever van bepaalde of onbepaalde duur of als leertijdverantwoordelijke in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in artikel 26/2, § 1, 1° van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring als bediende op een leersecretariaat;
3° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring in jongerenwerking;
4° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring met school- en loopbaanbegeleiding;
5° de combinatie van de bovenvermelde categorieën als ze samen een voltijdse ervaring vormen.
In het eerste lid wordt verstaan onder voltijds:
1° 720 uur per jaar voor een lesgever bepaalde duur in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
2° 1080 uur per jaar voor een lesgever onbepaalde duur in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
3° 38 uur per week voor leertijdverantwoordelijke in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
4° 38 uur per week voor een bediende op een leersecretariaat;
5° 38 uur per week voor jongerenwerking;
6° 38 uur per week voor school- en loopbaanbegeleiding.
§ 3. Om de salarisverhogingen voor de leertrajectbegeleider toe te kennen, kunnen de voorgaande deeltijdse prestaties die verricht worden als lesgever in verschillende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden samengeteld."
"Art. VII 2septies. § 1. Om de functie van leertrajectbegeleider te kunnen uitoefenen, is twee jaar nuttige praktijkervaring vereist.
§ 2. De volgende ervaring wordt als nuttige praktijkervaring als vermeld in paragraaf 1, aanvaard:
1° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring als lesgever van bepaalde of onbepaalde duur of als leertijdverantwoordelijke in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in artikel 26/2, § 1, 1° van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring als bediende op een leersecretariaat;
3° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring in jongerenwerking;
4° de voltijdse of deeltijdse praktijkervaring met school- en loopbaanbegeleiding;
5° de combinatie van de bovenvermelde categorieën als ze samen een voltijdse ervaring vormen.
In het eerste lid wordt verstaan onder voltijds:
1° 720 uur per jaar voor een lesgever bepaalde duur in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
2° 1080 uur per jaar voor een lesgever onbepaalde duur in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
3° 38 uur per week voor leertijdverantwoordelijke in de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;
4° 38 uur per week voor een bediende op een leersecretariaat;
5° 38 uur per week voor jongerenwerking;
6° 38 uur per week voor school- en loopbaanbegeleiding.
§ 3. Om de salarisverhogingen voor de leertrajectbegeleider toe te kennen, kunnen de voorgaande deeltijdse prestaties die verricht worden als lesgever in verschillende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden samengeteld."
Art. 3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2020, il est inséré un article VII 2septies ainsi rédigé :
" Art. VII 2septies. § 1. Pour pouvoir exercer la fonction d'accompagnateur du parcours d'apprentissage, une expérience pratique pertinente est requise.
§ 2. L'expérience suivante est acceptée comme expérience pratique pertinente telle que mentionnée au paragraphe 1 :
1° l'expérience pratique à temps plein ou partiel en tant qu'enseignant à durée déterminée ou indéterminée ou en tant que responsable de l'apprentissage dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, visé à l'article 26/2, § 1, 1° du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
2° l'expérience pratique à temps plein ou partiel en tant qu'employé d'un secrétariat d'apprentissage ;
3° l'expérience pratique à temps plein ou partiel dans l'animation des jeunes ;
4° l'expérience pratique à temps plein ou partiel dans l'accompagnement scolaire ou de carrière ;
5° une combinaison des catégories ci-dessus si elles représentent ensemble une expérience à temps plein.
Dans l'alinéa premier on entend par temps plein :
1° 720 heures par an pour un enseignant à durée déterminée dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
2° 1080 heures par an pour un enseignant à durée indéterminée dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
3° 38 heures par semaine pour un responsable de l'apprentissage dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
4° 38 heures par semaine pour un employé dans un secrétariat d'apprentissage ;
5° 38 heures par semaine pour l'animation des jeunes ;
6° 38 heures par semaine pour l'accompagnement scolaire et de carrière.
§ 3. Pour accorder les augmentations de traitement à l'accompagnateur du parcours d'apprentissage, les prestations à temps partiel antérieures, effectuées en tant qu'enseignant dans différents centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, peuvent être additionnées. ".
" Art. VII 2septies. § 1. Pour pouvoir exercer la fonction d'accompagnateur du parcours d'apprentissage, une expérience pratique pertinente est requise.
§ 2. L'expérience suivante est acceptée comme expérience pratique pertinente telle que mentionnée au paragraphe 1 :
1° l'expérience pratique à temps plein ou partiel en tant qu'enseignant à durée déterminée ou indéterminée ou en tant que responsable de l'apprentissage dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, visé à l'article 26/2, § 1, 1° du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
2° l'expérience pratique à temps plein ou partiel en tant qu'employé d'un secrétariat d'apprentissage ;
3° l'expérience pratique à temps plein ou partiel dans l'animation des jeunes ;
4° l'expérience pratique à temps plein ou partiel dans l'accompagnement scolaire ou de carrière ;
5° une combinaison des catégories ci-dessus si elles représentent ensemble une expérience à temps plein.
Dans l'alinéa premier on entend par temps plein :
1° 720 heures par an pour un enseignant à durée déterminée dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
2° 1080 heures par an pour un enseignant à durée indéterminée dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
3° 38 heures par semaine pour un responsable de l'apprentissage dans les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ;
4° 38 heures par semaine pour un employé dans un secrétariat d'apprentissage ;
5° 38 heures par semaine pour l'animation des jeunes ;
6° 38 heures par semaine pour l'accompagnement scolaire et de carrière.
§ 3. Pour accorder les augmentations de traitement à l'accompagnateur du parcours d'apprentissage, les prestations à temps partiel antérieures, effectuées en tant qu'enseignant dans différents centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, peuvent être additionnées. ".
Art. 4. In artikel VII 12, § 1, 5°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, wordt de rij
"
"
Art. 4. Dans l'article VII 12, § 1, 5° du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016, la ligne
"
"
| Bedrijfsadviseur, pedagogisch adviseur of kunstadviseur die op 1 januari 2009 werd overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen: | A111 |
| na 3 jaar schaalanciënniteit in A111 | A112 |
| na 9 jaar schaalanciënniteit in A112 | A120 |
| na 9 jaar schaalanciënniteit in A120 | A114 |
"
vervangen door de rij
"
| conseiller d'entreprise, conseiller pédagogique ou conseiller artistique transféré le 1er janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à la " Agentschap Ondernemen " : | A111 |
| après 3 ans d'ancienneté barémique dans A111 | A112 |
| après 9 ans d'ancienneté barémique dans A112 | A120 |
| après 9 ans d'ancienneté barémique dans A120 | A114 |
"
est remplacée par la ligne
"
| de bedrijfsadviseur, pedagogischadviseur of kunstadviseur die op 1 januari 2009 is overgeheveld van het Vlaams Agentschap voor Ondernemen naar het Agentschap Ondernemen, en de pedagogisch adviseur en bedrijfsadviseur die op 1 januari 2021 is overgeheveld van SYNTRA Vlaanderen naar het departement Werk en Sociale Economie, het Agentschap Innoveren en Ondernemen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding: | A111 |
| na 3 jaar schaalanciënniteit in A111 | A112 |
| na 9 jaar schaalanciënniteit in A112 | A120 |
| na 9 jaar schaalanciënniteit in A120 | A114 |
"
| Le conseiller d'entreprise, le conseiller pédagogique ou le conseiller artistique transféré le 1 janvier 2009 de la " Vlaams Agentschap voor Ondernemen " à la " Agentschap Ondernemen ", et le conseiller pédagogique et le conseiller d'entreprise transféré le 1 janvier 2021 de SYNTRA Vlaanderen au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à la " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle : | A111 |
| après 3 ans d'ancienneté barémique dans A111 | A112 |
| après 9 ans d'ancienneté barémique dans A112 | A120 |
| après 9 ans d'ancienneté barémique dans A120 | A114 |
"
Art. 5. In artikel VII 95, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen het woord "abonnement" en het woord "op" de woorden "of van een alternatieve vervoersformule" ingevoegd;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
" Het supplement voor een abonnement of alternatieve vervoersformule in eerste klasse van de NMBS is ten laste van het personeelslid, met uitzondering van een personeelslid met een handicap of chronische ziekte bij wie de tegemoetkoming eerste klasse als maatregel is opgenomen in het integratieprotocol;"
3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
" Werknemers nemen voor hun verplaatsing de vervoersformule op het openbaar vervoer die om functionele en financiële redenen het meest verantwoord is. De lijnmanager neemt de beslissing."
1° in het eerste lid worden tussen het woord "abonnement" en het woord "op" de woorden "of van een alternatieve vervoersformule" ingevoegd;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
" Het supplement voor een abonnement of alternatieve vervoersformule in eerste klasse van de NMBS is ten laste van het personeelslid, met uitzondering van een personeelslid met een handicap of chronische ziekte bij wie de tegemoetkoming eerste klasse als maatregel is opgenomen in het integratieprotocol;"
3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
" Werknemers nemen voor hun verplaatsing de vervoersformule op het openbaar vervoer die om functionele en financiële redenen het meest verantwoord is. De lijnmanager neemt de beslissing."
Art. 5. Dans l'article VII 95, § 1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, entre les mots " d'un abonnement " et le mot " de " sont insérés les mots " ou d'une formule alternative " ;
2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Le supplément à payer pour un abonnement ou une formule alternative de transport de première classe de la S.N.C.B est à charge du membre du personnel, à l'exception du membre du personnel souffrant d'un handicap ou d'une maladie chronique pour lequel l'intervention de première classe est reprise en tant que mesure dans le protocole d'intégration ; " ;
3° il est ajouté un troisième alinéa ainsi rédigé :
" Les employés choisissent pour leur déplacement la formule de transport en commun la plus justifiée sur le plan fonctionnel et financier. Le manager de ligne prend la décision. ".
1° dans l'alinéa premier, entre les mots " d'un abonnement " et le mot " de " sont insérés les mots " ou d'une formule alternative " ;
2° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Le supplément à payer pour un abonnement ou une formule alternative de transport de première classe de la S.N.C.B est à charge du membre du personnel, à l'exception du membre du personnel souffrant d'un handicap ou d'une maladie chronique pour lequel l'intervention de première classe est reprise en tant que mesure dans le protocole d'intégration ; " ;
3° il est ajouté un troisième alinéa ainsi rédigé :
" Les employés choisissent pour leur déplacement la formule de transport en commun la plus justifiée sur le plan fonctionnel et financier. Le manager de ligne prend la décision. ".
Art. 6. In artikel VII 102 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, worden paragraaf 4 en 5 vervangen door wat volgt:
" § 4. Personeelsleden die op ten minste 80% van het aantal dagen dat ze het woon-werktraject naar de standplaats afleggen, het hele traject of een gedeelte ervan met de fiets of de speedpedelec afleggen, hebben voor datzelfde traject geen recht op een tussenkomst in het openbaar vervoer als vermeld in artikel VII 95.
§ 5. Personeelsleden die op minder dan 80% van het aantal dagen dat ze het woon-werktraject naar de standplaats afleggen, het hele traject of een deel ervan met de fiets of de speedpedelec afleggen, hebben ook recht op een tussenkomst in het openbaar vervoer als vermeld in artikel VII 95."
" § 4. Personeelsleden die op ten minste 80% van het aantal dagen dat ze het woon-werktraject naar de standplaats afleggen, het hele traject of een gedeelte ervan met de fiets of de speedpedelec afleggen, hebben voor datzelfde traject geen recht op een tussenkomst in het openbaar vervoer als vermeld in artikel VII 95.
§ 5. Personeelsleden die op minder dan 80% van het aantal dagen dat ze het woon-werktraject naar de standplaats afleggen, het hele traject of een deel ervan met de fiets of de speedpedelec afleggen, hebben ook recht op een tussenkomst in het openbaar vervoer als vermeld in artikel VII 95."
Art. 6. Dans l'article VII 102 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, les paragraphes 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit :
" § 4. Les personnels qui effectuent tout ou partie du trajet à vélo ou au speed pedelec pendant au moins 80% du nombre de jours qu'ils effectuent le déplacement domicile-travail, n'ont pas droit, pour ce même trajet, à une intervention dans le transport en commun telle que visée à l'article VII 95.
§ 5. Les personnels qui effectuent tout ou partie du trajet à vélo ou au speed pedelec pendant moins de 80% du nombre de jours qu'ils effectuent le déplacement domicile-travail, ont également droit à une intervention dans le transport en commun telle que visée à l'article VII 95. ".
" § 4. Les personnels qui effectuent tout ou partie du trajet à vélo ou au speed pedelec pendant au moins 80% du nombre de jours qu'ils effectuent le déplacement domicile-travail, n'ont pas droit, pour ce même trajet, à une intervention dans le transport en commun telle que visée à l'article VII 95.
§ 5. Les personnels qui effectuent tout ou partie du trajet à vélo ou au speed pedelec pendant moins de 80% du nombre de jours qu'ils effectuent le déplacement domicile-travail, ont également droit à une intervention dans le transport en commun telle que visée à l'article VII 95. ".
Art. 7. In artikel VII 108, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt de derde zin opgeheven.
Art. 7. Dans l'article VII 108, premier alinéa du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, la troisième phrase est abrogée.
Art. 8. In artikel VII 164 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2012 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
" § 2. De personeelsleden die vóór 1 december 2012 in dienst zijn getreden bij SYNTRA Vlaanderen en op 1 januari 2021 worden overgeheveld naar het departement Werk en Sociale Economie, het Facilitair Bedrijf, het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, behouden de compenserende toelage van 29,00 euro voor vastbenoemden en van 32,50 euro voor contractuelen, totdat ze de entiteit waarnaar ze zijn overgeheveld, vrijwillig verlaten of ontslagen worden.".
" § 2. De personeelsleden die vóór 1 december 2012 in dienst zijn getreden bij SYNTRA Vlaanderen en op 1 januari 2021 worden overgeheveld naar het departement Werk en Sociale Economie, het Facilitair Bedrijf, het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, behouden de compenserende toelage van 29,00 euro voor vastbenoemden en van 32,50 euro voor contractuelen, totdat ze de entiteit waarnaar ze zijn overgeheveld, vrijwillig verlaten of ontslagen worden.".
Art. 8. Dans l'article VII 164 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2012 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les personnels entrés en service avant le 1 décembre 2021 auprès de SYNTRA Vlaanderen et transférés au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à l'Agence de Gestion des Infrastructures, à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, conservent l'allocation compensatoire de 29,00 euros pour les statutaires et de 32,50 euros pour les contractuels, jusqu'à ce qu'ils quittent volontairement l'entité vers laquelle ils ont été transférés ou soient licenciés. ".
" § 2. Les personnels entrés en service avant le 1 décembre 2021 auprès de SYNTRA Vlaanderen et transférés au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, à l'Agence de Gestion des Infrastructures, à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou à l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, conservent l'allocation compensatoire de 29,00 euros pour les statutaires et de 32,50 euros pour les contractuels, jusqu'à ce qu'ils quittent volontairement l'entité vers laquelle ils ont été transférés ou soient licenciés. ".
Art. 9. In artikel X 14, eerste lid, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, wordt punt 2° opgeheven."
Art. 9. Dans l'article X 14, premier alinéa du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, le point 2° est abrogé.
Art. 10. Artikel 5 van het decreet van 19 juni 2020 tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam "Hermesfonds", treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 10. L'article 5 du décret du 19 juin 2020 portant abrogation de l'agence autonomisée externe de droit public Agence flamande pour la Formation d'Entrepreneurs - SYNTRA Vlaanderen, réglant les missions et compétences et portant modification du nom " Hermesfonds " (Fonds Hermès), entre en vigueur le 1er janvier 2021.
Art. 11. Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 houdende de agentschapsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2012, wordt opgeheven.
Art. 11. L'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 portant le règlement spécifique à l'agence du statut du personnel de l'Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - SYNTRA Vlaanderen, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2012, est abrogé.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.
Artikel 5 en 6 hebben uitwerking met ingang van 11 mei 2020;
Artikel 7 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 maart 2020.
Artikel 5 en 6 hebben uitwerking met ingang van 11 mei 2020;
Artikel 7 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 maart 2020.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1 janvier 2021.
Les articles 5 et 6 produisent leurs effets à partir du 11 mai 2020.
Les articles 7 et 9 produisent leurs effets à partir du 1 mars 2020.
Les articles 5 et 6 produisent leurs effets à partir du 11 mai 2020.
Les articles 7 et 9 produisent leurs effets à partir du 1 mars 2020.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor de human resources, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre flamand compétent pour les ressources humaines est chargé d'exécuter le présent arrêté.