Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 JUNI 2020. - Wet betreffende werk in de visserijsector
Titre
12 JUIN 2020. - Loi relative au travail dans la pêche
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Definities
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
Afdeling 1. - Vissersschepen
Afdeling 2. - Vissers
TITEL 2. - Het visserij-arbeidscertificaat voor...
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 2. - Het visserij-arbeidscertificaat
HOOFDSTUK 3. - Maatregelen voor de bekendmaking
TITEL 3. - Inspecties
HOOFDSTUK 1. - Inspecties van de vissersschepen...
Afdeling 1. - Inspecties buiten certificatie
Onderafdeling 1. - Periodieke inspecties
Onderafdeling 2. - Andere soorten inspecties
Afdeling 2. - Inspecties met het oog op certifi...
HOOFDSTUK 2. - Inspecties van de vissersschepen...
HOOFDSTUK 3. - De aangewezen ambtenaren
HOOFDSTUK 4. - Machtiging van de erkende organi...
HOOFDSTUK 5. - Rapporteringplicht
Afdeling 1. - Bepalingen van toepassing op de i...
Afdeling 2. - Bepalingen van toepassing op de i...
HOOFDSTUK 6. - Plichten tot vertrouwelijkheid e...
TITEL 4. - Maatregelen die kunnen worden voorge...
HOOFDSTUK 1. - Ten aanzien van vissersschepen d...
HOOFDSTUK 2. - Ten aanzien van vissersschepen d...
HOOFDSTUK 3. - Beroep tegen de beslissingen
TITEL 5. - Verplichting tot zorgvuldigheid van ...
TITEL 6. - Klachtenprocedures van de vissers
HOOFDSTUK 1. - Klachten betreffende de werk- en...
HOOFDSTUK 2. - Behandeling van de klachten
HOOFDSTUK 3. - Specifieke bepaling voor de viss...
Afdeling 1. - Informatie
Afdeling 2. - Bescherming in geval van klacht i...
TITEL 7. - Strafrechtelijke bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Aan boord van vissersschepen die...
HOOFDSTUK 2. - Aan boord van vissersschepen die...
HOOFDSTUK 3. - Aan boord van vissersschepen ong...
HOOFDSTUK 4. - Regels van toepassing op de stra...
TITEL 8. - Vergoedingen en reiskosten
TITEL 9. - Wijzigende bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 3 mei...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Sociaal strafw...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 25 dece...
TITEL 10. - Inwerkingtreding
Inhoud
TITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
CHAPITRE 2. - Définitions
CHAPITRE 3. - Champ d'application
Section 1ère. - Navires de pêche
Section 2. - Pêcheurs
TITRE 2. - Le certificat de travail dans la pêc...
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
CHAPITRE 2. - Le certificat de travail dans la ...
CHAPITRE 3. - Mesures de publicité
TITRE 3. - Inspections
CHAPITRE 1er. - Inspections des navires de pêch...
Section 1ère. - Inspections hors certification
Sous-Section 1ère. - Inspections périodiques
Sous-Section 2. - Autres types d'inspections
Section 2. - Inspections en vue de la certifica...
CHAPITRE 2. - Inspections des navires de pêche ...
CHAPITRE 3. - Les fonctionnaires désignés
CHAPITRE 4. - Habilitation des organismes agréés
CHAPITRE 5. - Devoir de rapportage
Section 1er. - Dispositions applicables aux ins...
Section 2. - Dispositions applicables aux inspe...
CHAPITRE 6. - Devoirs de confidentialité et de ...
TITRE 4. - Mesures pouvant être prescrites en c...
CHAPITRE 1er. - A l'égard des navires de pêche ...
CHAPITRE 2. - A l'égard des navires de pêche ba...
CHAPITRE 3. - Recours contre les décisions
TITRE 5. - Devoir de diligence des fonctionnair...
TITRE 6. - Procédures de plainte des pêcheurs
CHAPITRE 1er. - Plaintes relatives aux conditio...
CHAPITRE 2. - Traitement des plaintes
CHAPITRE 3. - Disposition spécifique pour les n...
Section 1ère. - Information
Section 2. - Protection en cas de plainte intro...
TITRE 7. - Dispositions pénales
CHAPITRE 1er. . - A bord des navires de pêche b...
CHAPITRE 2. - A bord des navires de pêche batta...
CHAPITRE 3. - A bord des navires de pêche quel ...
CHAPITRE 4. - Règles applicables aux sanctions ...
TITRE 8. - Rétributions et frais de voyage
TITRE 9. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 3 ma...
CHAPITRE 2. - Modification du Code pénal social
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 25 déce...
TITRE 10. - Entrée en vigueur
Tekst (143)
Texte (143)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet zet de richtlijn (EU) 2017/159 van de Raad van 19 december 2016 tot uitvoering van de op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007 gedeeltelijk om.
Art. 2. La présente loi transpose partiellement la directive 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 portant mise en oeuvre de l'Accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche).
Art. 3. Deze wet heeft tot doel een systeem te creëren om de naleving te waarborgen van het op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007 en van de wettelijke, reglementaire en conventionele bepalingen tot uitvoering ervan in het interne rechtsbestel, meer bepaald door regelmatige inspecties, door de invoering van een systeem van certificatie, door de opstelling van verslagen, door opvolgingsmaatregelen en door een doeltreffend sanctiesysteem.
Art. 3. La présente loi a pour objectif de créer un système propre à assurer le respect de l'Accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche) et des dispositions légales, règlementaires et conventionnelles leur donnant effet dans l'ordre juridique interne, notamment par des inspections régulières, par l'introduction d'un système de certification, par la rédaction de rapports, par des mesures de suivi et par un système efficace de sanctions.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art. 4. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder:
1° "de richtlijn 2017/159": de richtlijn 2017/159 van de Raad van 19 december 2016 tot uitvoering van de op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007.
2° "de Overeenkomst": de op 21 mei 2012 door werkgevers en werknemers ("de sociale partners") op het niveau van de Unie in de zeevisserijsector, namelijk het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche), gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007;
3° "commerciële zeevisserij": alle visserijoperaties op zee, uitgezonderd wanneer het gaat om vissen voor het eigen levensonderhoud of om sportvissen;
4° "vissersschip dat de Belgische vlag voert": elk schip dat doelmatig op zee wordt ingezet voor de commerciële zeevisserij, en dat als dusdanig voorkomt op de officiële lijst van Belgische vissersschepen, jaarlijks uitgegeven door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Scheepvaart;
5° "vissersschip dat de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voert": elk schip of boot die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voert of onder de volledige rechtsmacht van een lidstaat geregistreerd is, van welke aard ook en ongeacht de eigendomsvorm, en dat gebruikt wordt of bestemd is om gebruikt te worden voor de commerciële zeevisserij;
6° "vissersschip dat een vreemde vlag voert": elk schip of boot die de vlag van een vreemde Staat, een lidstaat van de Europese Unie inbegrepen, voert, van welke aard ook en ongeacht de eigendomsvorm, en dat gebruikt word of bestemd is om gebruikt te worden voor de commerciële zeevisserij;
7° "de aangewezen ambtenaar": de ambtenaar, aangewezen door de Koning, belast met het toezicht van de naleving op de wet en haar uitvoeringsbesluiten;
8° "reder": eigenaar van het vissersschip of elke andere instelling of persoon, zoals de scheepsuitbater, de agent of de rompbevrachter, aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de uitbating van het vissersschip heeft toevertrouwd en die, bij het opnemen van die verantwoordelijkheid, aanvaard heeft om de taken en verplichtingen die krachtens deze wet aan de reders zijn opgelegd, op zich te nemen, los van het feit dat andere instellingen of personen zich in zijn naam van sommige van die taken of verantwoordelijkheden kwijten.
9° "schipper": gezagvoerder aan boord van het vissersschip;
10° "vertegenwoordigers van de vissers en van de reders": de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers uit de visserijsector;
11° "Directoraat-generaal Scheepvaart": Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
12° "Nationale bepalingen": de Belgische en in België van kracht zijnde internationale bepalingen;
13° "erkende organisatie": de organisatie erkend in de zin van het koninklijk besluit van 13 maart 2011 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor de met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties.
1° "de richtlijn 2017/159": de richtlijn 2017/159 van de Raad van 19 december 2016 tot uitvoering van de op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007.
2° "de Overeenkomst": de op 21 mei 2012 door werkgevers en werknemers ("de sociale partners") op het niveau van de Unie in de zeevisserijsector, namelijk het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche), gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007;
3° "commerciële zeevisserij": alle visserijoperaties op zee, uitgezonderd wanneer het gaat om vissen voor het eigen levensonderhoud of om sportvissen;
4° "vissersschip dat de Belgische vlag voert": elk schip dat doelmatig op zee wordt ingezet voor de commerciële zeevisserij, en dat als dusdanig voorkomt op de officiële lijst van Belgische vissersschepen, jaarlijks uitgegeven door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Scheepvaart;
5° "vissersschip dat de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voert": elk schip of boot die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voert of onder de volledige rechtsmacht van een lidstaat geregistreerd is, van welke aard ook en ongeacht de eigendomsvorm, en dat gebruikt wordt of bestemd is om gebruikt te worden voor de commerciële zeevisserij;
6° "vissersschip dat een vreemde vlag voert": elk schip of boot die de vlag van een vreemde Staat, een lidstaat van de Europese Unie inbegrepen, voert, van welke aard ook en ongeacht de eigendomsvorm, en dat gebruikt word of bestemd is om gebruikt te worden voor de commerciële zeevisserij;
7° "de aangewezen ambtenaar": de ambtenaar, aangewezen door de Koning, belast met het toezicht van de naleving op de wet en haar uitvoeringsbesluiten;
8° "reder": eigenaar van het vissersschip of elke andere instelling of persoon, zoals de scheepsuitbater, de agent of de rompbevrachter, aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de uitbating van het vissersschip heeft toevertrouwd en die, bij het opnemen van die verantwoordelijkheid, aanvaard heeft om de taken en verplichtingen die krachtens deze wet aan de reders zijn opgelegd, op zich te nemen, los van het feit dat andere instellingen of personen zich in zijn naam van sommige van die taken of verantwoordelijkheden kwijten.
9° "schipper": gezagvoerder aan boord van het vissersschip;
10° "vertegenwoordigers van de vissers en van de reders": de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers uit de visserijsector;
11° "Directoraat-generaal Scheepvaart": Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
12° "Nationale bepalingen": de Belgische en in België van kracht zijnde internationale bepalingen;
13° "erkende organisatie": de organisatie erkend in de zin van het koninklijk besluit van 13 maart 2011 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor de met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties.
Art. 4. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par :
1° " la directive 2017/159 " : la directive 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 portant mise en oeuvre de l'Accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche).
2° " l'Accord " : l'Accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche), mis en oeuvre par la directive (UE) 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 ;
3° " la pêche maritime commerciale " : toutes les opérations de pêche en mer à l'exception de la pêche de subsistance et de la pêche de loisir ;
4° " navire de pêche battant pavillon belge " : tout navire utilisé de manière rationnelle en mer en vue de la pêche maritime commerciale, et mentionné comme tel sur la liste officielle des navires de pêche belges qui est publiée annuellement par le Service public fédéral Mobilité et Transports, Direction générale Navigation ;
5° " navire de pêche battant pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne " : tout bateau ou embarcation battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne ou enregistré sous la pleine juridiction d'un Etat membre de l'Union européenne, quelles qu'en soient la nature et la forme de propriété, affecté ou destiné à être affecté à la pêche maritime commerciale ;
6° " navire de pêche battant pavillon étranger " : tout bateau ou embarcation, battant le pavillon d'un Etat étranger, y compris un Etat membre de l'Union européenne, quelles qu'en soient la nature et la forme de propriété, affecté ou destiné à être affecté à la pêche maritime commerciale ;
7° " le fonctionnaire désigné " : le fonctionnaire, désigné par le Roi, chargé de la surveillance du respect de la loi et de ses arrêtés d'exécution ;
8° " armateur " : propriétaire du navire de pêche ou toute autre entité ou personne, telle que le gérant, l'agent ou l'affréteur coque nue, à laquelle le propriétaire a confié la responsabilité de l'exploitation du navire de pêche et qui, en assumant cette responsabilité, a accepté de se charger des tâches et obligations incombant aux armateurs aux termes de la présente loi, indépendamment du fait que d'autres entités ou personnes s'acquittent en son nom de certaines de ces tâches ou responsabilités ;
9° " patron " : commandant à bord du navire de pêche ;
10° " représentants des pêcheurs et des armateurs " : les organisations représentatives des travailleurs et des employeurs du secteur de la pêche maritime ;
11° " Direction générale Navigation " : Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
12° " Dispositions nationales " : les dispositions belges et internationales en vigueur en Belgique ;
13° " organisme agréé " : l'organisme agréé au sens de l'arrêté royal du 13 mars 2011 établissant des règles et normes communes concernant les organismes habilités à effectuer l'inspection et la visite des navires et les activités pertinentes des administrations maritimes.
1° " la directive 2017/159 " : la directive 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 portant mise en oeuvre de l'Accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche).
2° " l'Accord " : l'Accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche), mis en oeuvre par la directive (UE) 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 ;
3° " la pêche maritime commerciale " : toutes les opérations de pêche en mer à l'exception de la pêche de subsistance et de la pêche de loisir ;
4° " navire de pêche battant pavillon belge " : tout navire utilisé de manière rationnelle en mer en vue de la pêche maritime commerciale, et mentionné comme tel sur la liste officielle des navires de pêche belges qui est publiée annuellement par le Service public fédéral Mobilité et Transports, Direction générale Navigation ;
5° " navire de pêche battant pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne " : tout bateau ou embarcation battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne ou enregistré sous la pleine juridiction d'un Etat membre de l'Union européenne, quelles qu'en soient la nature et la forme de propriété, affecté ou destiné à être affecté à la pêche maritime commerciale ;
6° " navire de pêche battant pavillon étranger " : tout bateau ou embarcation, battant le pavillon d'un Etat étranger, y compris un Etat membre de l'Union européenne, quelles qu'en soient la nature et la forme de propriété, affecté ou destiné à être affecté à la pêche maritime commerciale ;
7° " le fonctionnaire désigné " : le fonctionnaire, désigné par le Roi, chargé de la surveillance du respect de la loi et de ses arrêtés d'exécution ;
8° " armateur " : propriétaire du navire de pêche ou toute autre entité ou personne, telle que le gérant, l'agent ou l'affréteur coque nue, à laquelle le propriétaire a confié la responsabilité de l'exploitation du navire de pêche et qui, en assumant cette responsabilité, a accepté de se charger des tâches et obligations incombant aux armateurs aux termes de la présente loi, indépendamment du fait que d'autres entités ou personnes s'acquittent en son nom de certaines de ces tâches ou responsabilités ;
9° " patron " : commandant à bord du navire de pêche ;
10° " représentants des pêcheurs et des armateurs " : les organisations représentatives des travailleurs et des employeurs du secteur de la pêche maritime ;
11° " Direction générale Navigation " : Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
12° " Dispositions nationales " : les dispositions belges et internationales en vigueur en Belgique ;
13° " organisme agréé " : l'organisme agréé au sens de l'arrêté royal du 13 mars 2011 établissant des règles et normes communes concernant les organismes habilités à effectuer l'inspection et la visite des navires et les activités pertinentes des administrations maritimes.
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 3. - Champ d'application
Afdeling 1. - Vissersschepen
Section 1ère. - Navires de pêche
Art. 5. § 1 Behalve voor de uitzonderingen waarin deze wet voorziet, is zij van toepassing op alle vissersschepen die bij commerciële zeevisserij betrokken zijn.
§ 2. Ingeval van twijfel over de toepasbaarheid van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op een vissersschip dat de Belgische vlag voert of een categorie van vissersschepen die de Belgische vlag voeren, wordt de beslissing genomen door het Directoraat-generaal Scheepvaart na raadpleging van het betrokken paritair comité.
§ 3. Voor de vissersschepen die de vlag van een andere Staat dan de Belgische Staat voeren, worden uitsluitingen van bepaalde categorieën vissersschepen krachtens de Overeenkomst of een geldend internationaal instrument alleen in aanmerking genomen indien zij in een door de betrokken vlaggenstaat afgegeven document zijn vermeld.
§ 4. Het vissersschip dat de vlag voert van een Staat die de richtlijn 2017/159 niet heeft omgezet en/of de internationale verdragen betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van vissersschepen niet heeft geratificeerd kan niet rekenen op een gunstigere behandeling dan het vissersschip dat de vlag voert van een Staat die de richtlijn 2017/159 wel heeft omgezet en/of de internationale verdragen betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van vissersschepen wel heeft geratificeerd.
§ 2. Ingeval van twijfel over de toepasbaarheid van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op een vissersschip dat de Belgische vlag voert of een categorie van vissersschepen die de Belgische vlag voeren, wordt de beslissing genomen door het Directoraat-generaal Scheepvaart na raadpleging van het betrokken paritair comité.
§ 3. Voor de vissersschepen die de vlag van een andere Staat dan de Belgische Staat voeren, worden uitsluitingen van bepaalde categorieën vissersschepen krachtens de Overeenkomst of een geldend internationaal instrument alleen in aanmerking genomen indien zij in een door de betrokken vlaggenstaat afgegeven document zijn vermeld.
§ 4. Het vissersschip dat de vlag voert van een Staat die de richtlijn 2017/159 niet heeft omgezet en/of de internationale verdragen betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van vissersschepen niet heeft geratificeerd kan niet rekenen op een gunstigere behandeling dan het vissersschip dat de vlag voert van een Staat die de richtlijn 2017/159 wel heeft omgezet en/of de internationale verdragen betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van vissersschepen wel heeft geratificeerd.
Art. 5. § 1er Sauf pour les exceptions qu'elle prévoit, la présente loi s'applique à tous les navires de pêche engagés dans la pêche maritime commerciale.
§ 2. En cas de doute relatif à l'applicabilité de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution à un navire de pêche battant pavillon belge ou à une catégorie de navires de pêche battant pavillon belge, la question est tranchée par la Direction Générale Navigation après consultation de la commission paritaire concernée.
§ 3. Pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger, les exclusions de certaines catégories de navires de pêche en vertu de l'Accord ou d'un instrument international en vigueur, ne sont prises en compte que s'il en est fait mention dans un document délivré par l'Etat du pavillon concerné.
§ 4. Le navire de pêche battant le pavillon d'un Etat qui n'a pas transposé la directive 2017/159 et/ou qui n'a pas ratifié les instruments internationaux relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord des navires de pêche ne peut bénéficier d'un traitement plus favorable que le navire de pêche qui bat le pavillon d'un Etat qui a transposé la directive 2017/159 et/ou a ratifié les instruments internationaux relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord des navires de pêche.
§ 2. En cas de doute relatif à l'applicabilité de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution à un navire de pêche battant pavillon belge ou à une catégorie de navires de pêche battant pavillon belge, la question est tranchée par la Direction Générale Navigation après consultation de la commission paritaire concernée.
§ 3. Pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger, les exclusions de certaines catégories de navires de pêche en vertu de l'Accord ou d'un instrument international en vigueur, ne sont prises en compte que s'il en est fait mention dans un document délivré par l'Etat du pavillon concerné.
§ 4. Le navire de pêche battant le pavillon d'un Etat qui n'a pas transposé la directive 2017/159 et/ou qui n'a pas ratifié les instruments internationaux relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord des navires de pêche ne peut bénéficier d'un traitement plus favorable que le navire de pêche qui bat le pavillon d'un Etat qui a transposé la directive 2017/159 et/ou a ratifié les instruments internationaux relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord des navires de pêche.
Afdeling 2. - Vissers
Section 2. - Pêcheurs
Art. 6. Aan boord van de vissersschepen die de Belgische vlag voeren is deze wet enkel van toepassing ten aanzien van de zeevisser zoals bedoeld in de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser.
De reder moet garanderen dat de personen die tewerkgesteld zijn, in dienst genomen zijn of in enige hoedanigheid werkzaamheden verrichten aan boord van een vissersschip, genieten van gelijkwaardige arbeids- en leefomstandigheden aan deze van de vissers bedoeld in het eerste lid.
De reder moet garanderen dat de personen die tewerkgesteld zijn, in dienst genomen zijn of in enige hoedanigheid werkzaamheden verrichten aan boord van een vissersschip, genieten van gelijkwaardige arbeids- en leefomstandigheden aan deze van de vissers bedoeld in het eerste lid.
Art. 6. A bord des navires de pêche battant pavillon belge, la présente loi s'applique au marin pêcheur visé par la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du pêcheur.
L'armateur doit garantir que les personnes employées, engagées ou travaillant à quelque titre que ce soit à bord d'un navire de pêche bénéficient des conditions de travail et de vie décentes équivalentes à celles garanties aux pêcheurs visés à l'alinéa premier.
L'armateur doit garantir que les personnes employées, engagées ou travaillant à quelque titre que ce soit à bord d'un navire de pêche bénéficient des conditions de travail et de vie décentes équivalentes à celles garanties aux pêcheurs visés à l'alinéa premier.
Art. 7. med. Deze wet is niet van toepassing op de havenloodsen en op het walpersoneel dat werkzaamheden verricht aan boord van een vissersschip aan de kade.
Art. 7. La présente loi ne s'applique pas aux pilotes de port et au personnel à terre exécutant des travaux à bord d'un navire de pêche à quai.
Art. 8. Voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren, dient als visser beschouwd te worden, elke persoon die tewerkgesteld is, in dienst genomen is of in enige hoedanigheid werkzaamheden verricht aan boord van een vissersschip, tenzij de bevoegde autoriteit waarvan het vissersschip de vlag voert, bevestigt dat het bepaalde categorieën vissers op grond van een internationaal instrument en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voert, op grond van de Overeenkomst heeft uitgesloten.
Art. 8. Pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger, est considérée comme pêcheur, toute personne employée, engagée ou travaillant à quelque titre que ce soit à bord d'un navire de pêche, à moins que l'autorité compétente dont le navire de pêche bat le pavillon confirme avoir exclu certaines catégories de pêcheurs en vertu d'un instrument international et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, en vertu de l'Accord.
TITEL 2. - Het visserij-arbeidscertificaat voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren
TITRE 2. - Le certificat de travail dans la pêche pour les navires de pêche battant pavillon belge
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 1er. - Champ d'application
Art. 9. Elk vissersschip dat de Belgische vlag voert dat langer dan 3 etmalen op zee blijft en dat:
a) een lengte heeft gelijk aan of langer dan 24 meter, of
b) gewoonlijk méér dan 200 zeemijl uit de kust of voorbij de buitenste rand van het continentaal plat vaart als dat verder van de kustlijn is gelegen,
bewaart aan boord een visserij-arbeidscertificaat en houdt die bij.
a) een lengte heeft gelijk aan of langer dan 24 meter, of
b) gewoonlijk méér dan 200 zeemijl uit de kust of voorbij de buitenste rand van het continentaal plat vaart als dat verder van de kustlijn is gelegen,
bewaart aan boord een visserij-arbeidscertificaat en houdt die bij.
Art. 9. Tout navire de pêche battant pavillon belge qui passe plus de trois jours calendriers en mer et qui :
a) a une longueur égale ou supérieure à 24 mètres, ou
b) navigue habituellement à plus de 200 milles nautiques de la côte ou au-delà du rebord externe du plateau continental, si celui-ci est plus éloigné,
conserve à son bord et tient à jour un certificat de travail dans la pêche.
a) a une longueur égale ou supérieure à 24 mètres, ou
b) navigue habituellement à plus de 200 milles nautiques de la côte ou au-delà du rebord externe du plateau continental, si celui-ci est plus éloigné,
conserve à son bord et tient à jour un certificat de travail dans la pêche.
HOOFDSTUK 2. - Het visserij-arbeidscertificaat
CHAPITRE 2. - Le certificat de travail dans la pêche
Art. 10. Het visserij-arbeidscertificaat staaft dat de leef- en arbeidsomstandigheden van de vissers, met inbegrip de maatregelen genomen om de voortdurende conformiteit te waarborgen met de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst, het voorwerp hebben uitgemaakt van een inspectie en beantwoorden aan de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst.
Art. 10. Le certificat de travail dans la pêche atteste que les conditions de travail et de vie des pêcheurs, y compris les mesures adoptées visant à assurer la conformité continue aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord, ont fait l'objet d'une inspection et répondent aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord.
Art. 11. Het certificaat wordt in het Frans of het Nederlands, naar keuze van de reder, en in het Engels opgesteld.
Art. 11. Le certificat est rédigé en français ou en néerlandais, au choix de l'armateur, et en anglais.
Art. 12. Het visserij-arbeidscertificaat moet door de aangewezen ambtenaar worden afgeleverd of vernieuwd wanneer, ingevolge een inspectie bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 3, wordt vastgesteld dat het vissersschip de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst in de volgende gebieden naleeft of blijft naleven:
1° de minimumleeftijd van de personen tewerkgesteld of in dienst genomen of werkend aan boord van het vissersschip;
2° het medisch onderzoek en het medisch certificaat;
3° de bemanning;
4° de rusttijden;
5° de bemanningslijst;
6° de arbeidsovereenkomsten wegens scheepsdienst voor de zeevisserij;
7° de repatriëring;
8° het beroep op elke aanwervings- of arbeidsbemiddelingsdienst;
9° het loon;
10° de huisvesting;
11° de voeding en de catering;
12° de medische zorgen aan boord;
13° de veiligheid en gezondheid op het werk en preventie van arbeidsongevallen;
14° de sociale zekerheid;
15° de bescherming bij werkgerelateerde ziekte, verwonding of overlijden.
1° de minimumleeftijd van de personen tewerkgesteld of in dienst genomen of werkend aan boord van het vissersschip;
2° het medisch onderzoek en het medisch certificaat;
3° de bemanning;
4° de rusttijden;
5° de bemanningslijst;
6° de arbeidsovereenkomsten wegens scheepsdienst voor de zeevisserij;
7° de repatriëring;
8° het beroep op elke aanwervings- of arbeidsbemiddelingsdienst;
9° het loon;
10° de huisvesting;
11° de voeding en de catering;
12° de medische zorgen aan boord;
13° de veiligheid en gezondheid op het werk en preventie van arbeidsongevallen;
14° de sociale zekerheid;
15° de bescherming bij werkgerelateerde ziekte, verwonding of overlijden.
Art. 12. Le certificat de travail dans la pêche doit être délivré ou renouvelé par le fonctionnaire désigné lorsque, suite à une inspection visée à la section 2, du chapitre 1er du titre 3, il est établi que le navire de pêche respecte ou continue de respecter les dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord dans les domaines suivants :
1° l'âge minimum des personnes employées ou engagées ou travaillant à bord du navire de pêche ;
2° l'examen médical et la certification médicale ;
3° les effectifs ;
4° la durée du repos ;
5° la liste d'équipage ;
6° le contrat d'engagement pour la pêche maritime ;
7° le rapatriement ;
8° le recours à tout service de recrutement et de placement ;
9° la rémunération ;
10° le logement ;
11° l'alimentation et le service de table ;
12° les soins médicaux à bord ;
13° la sécurité et la santé au travail et la prévention des accidents du travail ;
14° la sécurité sociale ;
15° la protection en cas de maladie, lésion ou décès en lien avec le travail.
1° l'âge minimum des personnes employées ou engagées ou travaillant à bord du navire de pêche ;
2° l'examen médical et la certification médicale ;
3° les effectifs ;
4° la durée du repos ;
5° la liste d'équipage ;
6° le contrat d'engagement pour la pêche maritime ;
7° le rapatriement ;
8° le recours à tout service de recrutement et de placement ;
9° la rémunération ;
10° le logement ;
11° l'alimentation et le service de table ;
12° les soins médicaux à bord ;
13° la sécurité et la santé au travail et la prévention des accidents du travail ;
14° la sécurité sociale ;
15° la protection en cas de maladie, lésion ou décès en lien avec le travail.
Art. 13. Na een gunstige tussentijdse inspectie bedoeld in de artikelen 35 en 36 brengt de aangewezen ambtenaar of de erkende organisatie zijn visum op het visserij-arbeidscertificaat.
Art. 13. A l'issue d'une inspection intermédiaire favorable visée aux articles 35 et 36, le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé appose son visa sur le certificat de travail dans la pêche.
Art. 14. De geldigheidsduur van het visserij-arbeidscertificaat mag een periode van vijf jaar niet overschrijden.
Art. 14. La durée de validité du certificat de travail dans la pêche ne peut excéder cinq ans.
Art. 15. De aanvraag tot vernieuwing van het visserij-arbeidscertificaat dient ten vroegste vier maanden voor de vervaldatum van het huidige certificaat worden ingediend.
De inspectie, bedoeld in artikel 37, met het oog op de vernieuwing van het visserij-arbeidscertificaat, dient uitgevoerd te worden binnen de drie maanden vóór de vervaldatum van het huidige certificaat.
De inspectie, bedoeld in artikel 37, met het oog op de vernieuwing van het visserij-arbeidscertificaat, dient uitgevoerd te worden binnen de drie maanden vóór de vervaldatum van het huidige certificaat.
Art. 15. La demande de renouvellement du certificat de travail dans la pêche doit être introduite au plus tôt quatre mois avant la date d'échéance du certificat en cours.
L'inspection aux fins du renouvellement du certificat de travail dans la pêche, visée à l'article 37 est effectuée dans les trois mois précédant la date d'échéance du certificat en cours.
L'inspection aux fins du renouvellement du certificat de travail dans la pêche, visée à l'article 37 est effectuée dans les trois mois précédant la date d'échéance du certificat en cours.
Art. 16. Het nieuwe visserij-arbeidscertificaat is geldig voor een periode die de vijf jaar niet overschrijdt te rekenen vanaf de datum waarop de inspectie, met het oog op de vernieuwing van het visserij-arbeidscertificaat, heeft plaatsgehad.
Art. 16. Le nouveau certificat de travail dans la pêche est valide pour une durée n'excédant pas cinq ans à partir de la date à laquelle l'inspection en vue du renouvellement du certificat a eu lieu.
Art. 17. Een visserij-arbeidscertificaat kan ten voorlopige titel in drie gevallen worden verstrekt:
1° aan de nieuwe vissersschepen, bij de levering ervan;
2° wanneer een vissersschip omvlagt naar de Belgische vlag;
3° wanneer een reder de exploitatie van een vissersschip, dat voor hem nieuw is, voor zijn rekening neemt.
1° aan de nieuwe vissersschepen, bij de levering ervan;
2° wanneer een vissersschip omvlagt naar de Belgische vlag;
3° wanneer een reder de exploitatie van een vissersschip, dat voor hem nieuw is, voor zijn rekening neemt.
Art. 17. Un certificat de travail dans la pêche peut être délivré à titre provisoire dans trois cas :
1° aux nouveaux navires de pêche, à la livraison ;
2° lorsqu'un navire de pêche change de pavillon vers le pavillon belge ;
3° lorsqu'un armateur prend à son compte l'exploitation d'un navire de pêche qui est nouveau pour cet armateur.
1° aux nouveaux navires de pêche, à la livraison ;
2° lorsqu'un navire de pêche change de pavillon vers le pavillon belge ;
3° lorsqu'un armateur prend à son compte l'exploitation d'un navire de pêche qui est nouveau pour cet armateur.
Art. 18. Het visserij-arbeidscertificaat mag ten voorlopige titel slechts worden afgeleverd voor een duur, die de zes maanden niet overschrijdt.
Art. 18. Le certificat de travail dans la pêche ne peut être délivré à titre provisoire que pour une durée n'excédant pas six mois.
Art. 19. Het visserij-arbeidscertificaat mag ten voorlopige titel slechts worden afgeleverd, indien werd vastgesteld dat de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn:
1° het vissersschip werd geïnspecteerd, voor zover dit redelijkerwijze mogelijk is, ten opzichte van de nationale bepalingen die betrekking hebben op de gebieden opgesomd in artikel 12, rekening houdend met de controle van de elementen bedoeld in de bepalingen onder 2° en 6°;
2° de reder heeft aangetoond dat aan boord passende procedures worden toegepast om de naleving van de nationale bepalingen tot uitvoering van de vereisten van de Overeenkomst te waarborgen.
1° het vissersschip werd geïnspecteerd, voor zover dit redelijkerwijze mogelijk is, ten opzichte van de nationale bepalingen die betrekking hebben op de gebieden opgesomd in artikel 12, rekening houdend met de controle van de elementen bedoeld in de bepalingen onder 2° en 6°;
2° de reder heeft aangetoond dat aan boord passende procedures worden toegepast om de naleving van de nationale bepalingen tot uitvoering van de vereisten van de Overeenkomst te waarborgen.
Art. 19. Le certificat de travail dans la pêche ne peut être délivré à titre provisoire que s'il a été établi que les conditions cumulatives suivantes sont réunies :
1° le navire de pêche a été inspecté, dans la mesure où cela est raisonnablement possible, au regard des dispositions nationales correspondant aux domaines énumérés à l'article 12, en tenant compte de la vérification des éléments visés aux 2° et 6° ;
2° l'armateur a démontré que des procédures adéquates sont mises en oeuvre à bord en vue d'assurer le respect des dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord.
1° le navire de pêche a été inspecté, dans la mesure où cela est raisonnablement possible, au regard des dispositions nationales correspondant aux domaines énumérés à l'article 12, en tenant compte de la vérification des éléments visés aux 2° et 6° ;
2° l'armateur a démontré que des procédures adéquates sont mises en oeuvre à bord en vue d'assurer le respect des dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord.
Art. 20. De aflevering van een visserij-arbeidscertificaat met een geldigheidsduur van vijf jaar is afhankelijk van de uitvoering van een volledige inspectie, zoals voorzien in afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 3, vóór de vervaldatum van het certificaat afgeleverd ten voorlopige titel.
Art. 20. La délivrance d'un certificat de travail dans la pêche d'une durée de validité de cinq ans est subordonnée à la réalisation, avant la date d'échéance du certificat délivré à titre provisoire, d'une inspection complète telle que prévue à la section 2 du chapitre 1er du titre 3.
Art. 21. Er wordt geen enkel nieuw visserij-arbeidscertificaat ten voorlopige titel afgeleverd na de in artikel 19 bedoelde eerste periode van zes maanden.
Art. 21. Aucun nouveau certificat de travail dans la pêche ne sera délivré à titre provisoire après la période initiale de six mois visée à l'article 19.
Art. 22. Het visserij-arbeidscertificaat, zelfs indien het ten voorlopige titel werd afgeleverd, verliest zijn geldigheid in de volgende gevallen:
1° de tussentijdse inspectie bedoeld in artikelen 35 en 36 werd niet binnen de vastgestelde termijnen uitgevoerd, tenzij door omstandigheden buiten de wil van de reder;
2° het visserij-arbeidscertificaat werd na een gunstige tussentijdse inspectie niet geviseerd overeenkomstig artikel 13;
3° bij omvlagging van het vissersschip;
4° de reder houdt op om de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersschip op zich te nemen;
5° belangrijke wijzigingen werden aangebracht aan het vissersschip betreffende de huisvesting.
In het geval het certificaat zijn geldigheid verliest omwille van het de bepaling 3°, 4° of 5° bedoelde geval, wordt het nieuwe certificaat slechts afgegeven wanneer de aangewezen ambtenaar die het afgeeft, er volledig van overtuigd is dat het vissersschip conform is met de vereisten betreffende de domeinen vermeld in artikel 12.
1° de tussentijdse inspectie bedoeld in artikelen 35 en 36 werd niet binnen de vastgestelde termijnen uitgevoerd, tenzij door omstandigheden buiten de wil van de reder;
2° het visserij-arbeidscertificaat werd na een gunstige tussentijdse inspectie niet geviseerd overeenkomstig artikel 13;
3° bij omvlagging van het vissersschip;
4° de reder houdt op om de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vissersschip op zich te nemen;
5° belangrijke wijzigingen werden aangebracht aan het vissersschip betreffende de huisvesting.
In het geval het certificaat zijn geldigheid verliest omwille van het de bepaling 3°, 4° of 5° bedoelde geval, wordt het nieuwe certificaat slechts afgegeven wanneer de aangewezen ambtenaar die het afgeeft, er volledig van overtuigd is dat het vissersschip conform is met de vereisten betreffende de domeinen vermeld in artikel 12.
Art. 22. Le certificat de travail dans la pêche, même lorsqu'il est délivré à titre provisoire, perd sa validité dans les cas suivants :
1° l'inspection intermédiaire visée aux articles 35 et 36 n'a pas été réalisée dans les délais fixés, sauf en raison de circonstances étrangères à la volonté de l'armateur ;
2° le certificat de travail dans la pêche n'est pas visé à l'issue d'une inspection intermédiaire favorable conformément à l'article 13 ;
3° il y a eu changement de pavillon du navire de pêche ;
4° l'armateur cesse d'assumer la responsabilité de l'exploitation du navire de pêche ;
5° des modifications importantes ont été apportées au navire de pêche en matière de logements.
Dans l'hypothèse où le certificat perd sa validité en raison du cas visé aux 3°, 4° ou 5°, le nouveau certificat ne sera délivré que si le fonctionnaire désigné qui le délivre est pleinement convaincu que le navire de pêche est conforme aux prescriptions concernant les domaines mentionnés à l'article 12.
1° l'inspection intermédiaire visée aux articles 35 et 36 n'a pas été réalisée dans les délais fixés, sauf en raison de circonstances étrangères à la volonté de l'armateur ;
2° le certificat de travail dans la pêche n'est pas visé à l'issue d'une inspection intermédiaire favorable conformément à l'article 13 ;
3° il y a eu changement de pavillon du navire de pêche ;
4° l'armateur cesse d'assumer la responsabilité de l'exploitation du navire de pêche ;
5° des modifications importantes ont été apportées au navire de pêche en matière de logements.
Dans l'hypothèse où le certificat perd sa validité en raison du cas visé aux 3°, 4° ou 5°, le nouveau certificat ne sera délivré que si le fonctionnaire désigné qui le délivre est pleinement convaincu que le navire de pêche est conforme aux prescriptions concernant les domaines mentionnés à l'article 12.
Art. 23. De aangewezen ambtenaar kan het visserij-arbeidscertificaat intrekken, indien blijkt dat het vissersschip de nationale bepalingen tot omzetting van de bepalingen van de Overeenkomst in de gebieden bepaald in artikel 12 niet naleeft en dat de tekortkomingen vastgesteld door de aangewezen ambtenaar of de erkende organisatie, bedoeld in artikel 44, die de inspectie heeft uitgevoerd, niet op bevredigende wijze werden verholpen.
Art. 23. Le fonctionnaire désigné peut retirer le certificat de travail dans la pêche s'il s'avère que le navire de pêche ne respecte pas les dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord dans les domaines visés à l'article 12 et qu'il n'a pas été remédié de manière satisfaisante aux manquements constatés par le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé visé à l'article 44 qui a procédé à l'inspection.
Art. 24. Wanneer de aangewezen ambtenaar de intrekking van een certificaat overweegt, moet hij rekening houden met de ernst en/of de frequentie van de tekortkomingen en dient hij de reder te horen.
Art. 24. Lorsqu'il envisage un retrait de certificat, le fonctionnaire désigné tient compte de la gravité et/ou de la fréquence des manquements et doit entendre l'armateur.
Art. 25. De Koning bepaalt :
1° het model van het visserij-arbeidscertificaat bedoeld in artikel 10 alsmede de vermeldingen die er moeten voorkomen;
2° het model van het visserij-arbeidscertificaat dat ten voorlopige titel wordt afgeleverd, zoals bedoeld in artikel 17, en de vermeldingen die er moeten voorkomen;
3° de overheid welke bevoegd is voor de afgifte van een certificaat.
1° het model van het visserij-arbeidscertificaat bedoeld in artikel 10 alsmede de vermeldingen die er moeten voorkomen;
2° het model van het visserij-arbeidscertificaat dat ten voorlopige titel wordt afgeleverd, zoals bedoeld in artikel 17, en de vermeldingen die er moeten voorkomen;
3° de overheid welke bevoegd is voor de afgifte van een certificaat.
Art. 25. Le Roi fixe :
1° le modèle du certificat de travail dans la pêche visé à l'article 10 ainsi que les mentions qui doivent y figurer ;
2° le modèle du certificat de travail dans la pêche, délivré à titre provisoire, visé à l'article 17 ainsi que les mentions qui doivent y figurer ;
3° l'autorité chargée de la délivrance du certificat de travail dans la pêche.
1° le modèle du certificat de travail dans la pêche visé à l'article 10 ainsi que les mentions qui doivent y figurer ;
2° le modèle du certificat de travail dans la pêche, délivré à titre provisoire, visé à l'article 17 ainsi que les mentions qui doivent y figurer ;
3° l'autorité chargée de la délivrance du certificat de travail dans la pêche.
HOOFDSTUK 3. - Maatregelen voor de bekendmaking
CHAPITRE 3. - Mesures de publicité
Art. 26. Een kopie van het visserij-arbeidscertificaat wordt goed zichtbaar aangeplakt op een plaats die toegankelijk is voor de vissers.
Art. 26. Une copie du certificat de travail dans la pêche est affichée bien en vue dans un endroit accessible aux pêcheurs.
Art. 27. Op verzoek van de vissers, de aangewezen ambtenaren, de erkende organisaties, de bevoegde ambtenaren van de havenstaat en de vertegenwoordigers van de vissers en van de reders bezorgt de reder een kopie van het visserij-arbeidscertificaat.
Art. 27. L'armateur communique une copie du certificat de travail dans la pêche sur demande des pêcheurs, des fonctionnaires désignés, des organismes agréés, des fonctionnaires autorisés de l'Etat du port et des représentants des pêcheurs et des armateurs.
TITEL 3. - Inspecties
TITRE 3. - Inspections
HOOFDSTUK 1. - Inspecties van de vissersschepen die de Belgische vlag voeren
CHAPITRE 1er. - Inspections des navires de pêche battant pavillon belge
Afdeling 1. - Inspecties buiten certificatie
Section 1ère. - Inspections hors certification
Onderafdeling 1. - Periodieke inspecties
Sous-Section 1ère. - Inspections périodiques
Art. 28. Onverminderd de inspectiebevoegdheden van de aangewezen ambtenaren krachtens andere wettelijke en reglementaire bepalingen, zijn alle vissersschepen die de Belgische vlag voeren, die al dan niet gehouden zijn tot certificatie, onderworpen aan periodieke inspecties om te garanderen dat de arbeids- en leefomstandigheden van vissers aan boord van vissersschepen die de Belgische vlag voeren, voldoen aan de nationale bepalingen die de domeinen bedoeld in artikel 12 regelen en hieraan blijven voldoen.
Art. 28. Sans préjudice des pouvoirs d'inspection des fonctionnaires désignés en vertu d'autres dispositions légales et règlementaires, tous les navires de pêche battant pavillon belge, tenus ou non à l'obligation de certification, sont soumis à des inspections périodiques pour garantir que les conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord des navires de pêche battant pavillon belge, satisfont et continuent à satisfaire aux dispositions nationales régissant les domaines visés à l'article 12 de la présente loi.
Art. 29. Periodieke inspecties worden in principe aangekondigd, tenzij een dergelijke aankondiging de effectiviteit van de inspectie kan benadelen.
Art. 29. Les inspections périodiques sont en principe annoncées, à moins qu'une telle annonce risque de porter préjudice à l'efficacité de l'inspection.
Onderafdeling 2. - Andere soorten inspecties
Sous-Section 2. - Autres types d'inspections
Art. 30. Onverminderd de inspectiebevoegdheden van de aangewezen ambtenaren krachtens andere wettelijke en reglementaire bepalingen, kunnen alle vissersschepen die de Belgische vlag voeren, ongeacht of ze al dan niet gehouden zijn tot certificatie, ook het voorwerp zijn van punctuele inspecties, gerichte inspecties of inspecties naar aanleiding van een klacht.
Onder "punctuele inspectie" wordt verstaan de inspectie die geen periodieke inspectie is en die bestemd is om na te gaan of het vissersschip dat de Belgische vlag voert, voldoet aan de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst.
Onder "gerichte inspectie" wordt verstaan de inspectie in verband met een specifiek probleem of een type vissersschip.
Onder "inspectie naar aanleiding van een klacht" wordt verstaan de inspectie uitgevoerd naar aanleiding van een klacht zoals bedoeld in Titel 6.
Onder "punctuele inspectie" wordt verstaan de inspectie die geen periodieke inspectie is en die bestemd is om na te gaan of het vissersschip dat de Belgische vlag voert, voldoet aan de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst.
Onder "gerichte inspectie" wordt verstaan de inspectie in verband met een specifiek probleem of een type vissersschip.
Onder "inspectie naar aanleiding van een klacht" wordt verstaan de inspectie uitgevoerd naar aanleiding van een klacht zoals bedoeld in Titel 6.
Art. 30. Sans préjudice des pouvoirs d'inspection des fonctionnaires désignés en vertu d'autres dispositions légales et règlementaires, tous les navires de pêche battant pavillon belge, tenus ou non à l'obligation de certification, peuvent également faire l'objet d'inspections ponctuelles, d'inspections ciblées ou d'inspections découlant d'une plainte.
Par " inspection ponctuelle ", il convient d'entendre, l'inspection qui n'est pas une inspection périodique et qui est destinée à vérifier la conformité du navire de pêche battant pavillon belge aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord.
Par " inspection ciblée ", il convient d'entendre l'inspection liée à un problème spécifique ou un type donné de navire de pêche.
Par " inspection découlant d'une plainte ", il convient d'entendre l'inspection réalisée à la suite d'une plainte telle que visée au Titre 6.
Par " inspection ponctuelle ", il convient d'entendre, l'inspection qui n'est pas une inspection périodique et qui est destinée à vérifier la conformité du navire de pêche battant pavillon belge aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord.
Par " inspection ciblée ", il convient d'entendre l'inspection liée à un problème spécifique ou un type donné de navire de pêche.
Par " inspection découlant d'une plainte ", il convient d'entendre l'inspection réalisée à la suite d'une plainte telle que visée au Titre 6.
Art. 31. De aangewezen ambtenaar beslist of hij al dan niet de in artikel 30 bedoelde inspecties aankondigt en bepaalt, in functie van de omstandigheden, de omvang van de inspectie.
Art. 31. Le fonctionnaire désigné décide s'il annonce ou non les inspections visées à l'article 30 et détermine en fonction des circonstances, l'étendue de l'inspection.
Afdeling 2. - Inspecties met het oog op certificatie
Section 2. - Inspections en vue de la certification
Art. 32. De inspectie van de vissersschepen die de Belgische vlag voeren die gehouden zijn tot certificatie, moet volledig zijn en voorafgaan aan de aflevering van het visserij-arbeidscertificaat en moet betrekking hebben op de gebieden die in artikel 12 van deze wet zijn opgesomd.
Art. 32. L'inspection des navires de pêche battant pavillon belge tenus à l'obligation de certification doit être complète et préalable à la délivrance du certificat de travail dans la pêche et porter sur les domaines énumérés à l'article 12 de la présente loi.
Art. 33. Voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren die vóór de inwerkingtreding van deze wet werden gebouwd, blijven de bepalingen betreffende de bouw en de uitrusting van de schepen van toepassing zoals bepaald in het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.
Art. 33. Pour les navires de pêche battant pavillon belge construits avant l'entrée en vigueur de la présente loi, les prescriptions relatives à la construction et à l'équipement des navires fixées dans l'arrêté royal du 20 juillet 1973 portant règlement sur l'inspection maritime continuent à s'appliquer.
Art. 34. Er moet minstens een tussentijdse inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst nog steeds worden nageleefd.
Indien één enkele tussentijdse inspectie wordt uitgevoerd, moet deze plaatshebben tussen de tweede en de derde verjaardag van de datum waarop het visserij-arbeidscertificaat werd opgesteld.
Onder de verjaardag verstaat men de dag en de maand van elk jaar die overeenkomen met de vervaldatum van het visserij-arbeidscertificaat.
Indien één enkele tussentijdse inspectie wordt uitgevoerd, moet deze plaatshebben tussen de tweede en de derde verjaardag van de datum waarop het visserij-arbeidscertificaat werd opgesteld.
Onder de verjaardag verstaat men de dag en de maand van elk jaar die overeenkomen met de vervaldatum van het visserij-arbeidscertificaat.
Art. 34. Au moins une inspection intermédiaire doit être réalisée en vue de vérifier si les dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord sont toujours respectées.
Si une seule inspection intermédiaire est effectuée, elle doit avoir lieu entre le deuxième et le troisième anniversaire de la date d'établissement du certificat de travail dans la pêche.
La date d'anniversaire s'entend du jour et du mois de chaque année qui correspondent à la date d'expiration du certificat de travail dans la pêche.
Si une seule inspection intermédiaire est effectuée, elle doit avoir lieu entre le deuxième et le troisième anniversaire de la date d'établissement du certificat de travail dans la pêche.
La date d'anniversaire s'entend du jour et du mois de chaque année qui correspondent à la date d'expiration du certificat de travail dans la pêche.
Art. 35. De tussentijdse inspectie is even uitgebreid en grondig als de inspecties die worden uitgevoerd met het oog op de vernieuwing van het visserij-arbeidscertificaat.
Art. 35. L'inspection intermédiaire est aussi étendue et approfondie que les inspections effectuées en vue du renouvellement du certificat de travail dans la pêche.
Art. 36. De inspectie met het oog op de vernieuwing van het visserij-arbeidscertificaat heeft betrekking op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst die het voorwerp zijn van de inspectie voorafgaand aan de aflevering van een eerste visserij-arbeidscertificaat.
Art. 36. L'inspection aux fins de renouvellement du certificat de travail dans la pêche porte sur les dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord qui font l'objet de l'inspection préalable à la délivrance d'un premier certificat de travail dans la pêche.
HOOFDSTUK 2. - Inspecties van de vissersschepen die een vreemde vlag voeren
CHAPITRE 2. - Inspections des navires de pêche battant pavillon étranger
Art. 37. Elk vissersschip, dat de vlag voert van een vreemde Staat en dat een Belgische haven aandoet tijdens zijn gewone activiteit of om een reden inherent aan de exploitatie, of die zich in de Belgische territoriale wateren bevindt, kan worden geïnspecteerd van zodra:
1° er bewijzen zijn dat het vissersschip niet voldoet aan de vereisten van de van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, aan de vereisten van de Overeenkomst; of
2° een klacht is ingediend wegens het niet-voldoen aan de vereisten van de van kracht zijnde internationale instrumenten die van toepassing zijn op vissersschepen met betrekking tot de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, aan de vereisten van de Overeenkomst.
1° er bewijzen zijn dat het vissersschip niet voldoet aan de vereisten van de van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, aan de vereisten van de Overeenkomst; of
2° een klacht is ingediend wegens het niet-voldoen aan de vereisten van de van kracht zijnde internationale instrumenten die van toepassing zijn op vissersschepen met betrekking tot de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, aan de vereisten van de Overeenkomst.
Art. 37. Tout navire de pêche battant pavillon étranger, qui fait escale dans un port belge, dans le cours normal de son activité ou pour une raison inhérente à son exploitation, ou qui se trouve dans les eaux territoriales belges, peut être inspecté dès lors :
1° qu'une preuve est apparue que ce navire de pêche ne se conforme pas aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord ; ou
2° qu'une plainte a été soumise du chef de non-conformité aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur applicables aux navires de pêche relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
1° qu'une preuve est apparue que ce navire de pêche ne se conforme pas aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord ; ou
2° qu'une plainte a été soumise du chef de non-conformité aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur applicables aux navires de pêche relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
Art. 38. Onverminderd de in artikel 40 omschreven gevallen en de bevoegdheden van de havenstaat voorzien door de Belgische en internationale bepalingen inzake havenstaatcontrole, blijft de inspectie van vissersschepen die een vreemde vlag voeren, beperkt tot een inspectie van de door de bevoegde autoriteit af te geven documenten waaruit blijkt dat het vissersschip door of namens de bevoegde autoriteit is geïnspecteerd, om na te gaan of het visserschip in overeenstemming is met de bepalingen van de van kracht zijnde internationale instrumenten inzake de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, met de vereisten van de overeenkomst voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, met de vereisten van de overeenkomst.
De inspectie wordt uitgevoerd door de aangewezen ambtenaar, nadat deze aan boord van het vissersschip is gegaan.
De inspectie wordt uitgevoerd door de aangewezen ambtenaar, nadat deze aan boord van het vissersschip is gegaan.
Art. 38. Sans préjudice des cas définis à l'article 40 et des compétences de l'Etat du port prévues par les dispositions belges et internationales relatives au contrôle par l'Etat du port, l'inspection des navires de pêche battant pavillon étranger est limitée à un contrôle des documents qui doivent être délivrés par l'autorité compétente indiquant que le navire de pêche a été inspecté par l'autorité compétente ou en son nom en vue de déterminer sa conformité avec les dispositions des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, avec les prescriptions de l'Accord.
L'inspection est effectuée par le fonctionnaire désigné, après être monté à bord du navire de pêche.
L'inspection est effectuée par le fonctionnaire désigné, après être monté à bord du navire de pêche.
Art. 39. § 1. De aangewezen ambtenaar kan tot een gedetailleerde inspectie overgaan om te controleren of de werk- en leefomstandigheden aan boord van het vissersschip nageleefd worden, wanneer hij bij een inspectie bedoeld in artikel 38, vaststelt dat:
1° de vereiste documenten niet worden voorgelegd, of niet bijgehouden of bedrieglijk werden opgesteld, of dat de documenten niet de informatie bevatten die wordt vereist door een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, door de Overeenkomst, of om enige andere reden niet geldig zijn; of
2° er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de werk- en leefomstandigheden aan boord van het vissersschip niet overeenstemmen met de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, in het geval van vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, met de vereisten van de Overeenkomst; of
3° er redelijke motieven bestaan om aan te nemen dat het vissersschip werd omgevlagd teneinde te ontsnappen aan de verplichting om zich te schikken naar de vereisten van de van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, naar de vereisten van de 0vereenkomst.
§ 2. De aangewezen ambtenaar moet overgaan tot een gedetailleerde inspectie:
1° indien wordt vastgesteld dat de werk- en leefomstandigheden waarvan geoordeeld of aangevoerd wordt niet overeen te stemmen met de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, met de vereisten van de Overeenkomst, een reëel gevaar kunnen betekenen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers, of
2° wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat elke tekortkoming een ernstige inbreuk is op de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de arbeids- en levensomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, op de vereisten van de Overeenkomst.
1° de vereiste documenten niet worden voorgelegd, of niet bijgehouden of bedrieglijk werden opgesteld, of dat de documenten niet de informatie bevatten die wordt vereist door een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, door de Overeenkomst, of om enige andere reden niet geldig zijn; of
2° er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de werk- en leefomstandigheden aan boord van het vissersschip niet overeenstemmen met de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, in het geval van vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, met de vereisten van de Overeenkomst; of
3° er redelijke motieven bestaan om aan te nemen dat het vissersschip werd omgevlagd teneinde te ontsnappen aan de verplichting om zich te schikken naar de vereisten van de van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers en/of, voor vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, naar de vereisten van de 0vereenkomst.
§ 2. De aangewezen ambtenaar moet overgaan tot een gedetailleerde inspectie:
1° indien wordt vastgesteld dat de werk- en leefomstandigheden waarvan geoordeeld of aangevoerd wordt niet overeen te stemmen met de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, met de vereisten van de Overeenkomst, een reëel gevaar kunnen betekenen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers, of
2° wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat elke tekortkoming een ernstige inbreuk is op de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de arbeids- en levensomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, op de vereisten van de Overeenkomst.
Art. 39. § 1er. Le fonctionnaire désigné peut procéder à une inspection détaillée afin de vérifier que les conditions de travail et de vie à bord du navire de pêche sont respectées si, à l'occasion d'une inspection visée à l'article 38, il constate que :
1° les documents requis ne sont pas présentés ou ne sont pas tenus à jour, ou ont été établis de manière mensongère, ou que les documents ne contiennent pas les informations requises par un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, par l'Accord ou ne sont pas valables pour une autre raison ; ou
2° il existe de solides raisons de croire que les conditions de travail et de vie à bord du navire de pêche ne sont pas conformes aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord ; ou
3° il existe des motifs raisonnables de penser que le navire de pêche a changé de pavillon dans le but d'échapper à l'obligation de se conformer aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
§ 2. Le fonctionnaire désigné doit procéder à une inspection détaillée :
1° s'il est constaté que les conditions de travail et de vie dont il est jugé ou allégué qu'elles ne sont pas conformes aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord, risquent de constituer un danger réel pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs, ou
2° lorsqu'il y a des raisons de croire que tout manquement constitue une infraction grave aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
1° les documents requis ne sont pas présentés ou ne sont pas tenus à jour, ou ont été établis de manière mensongère, ou que les documents ne contiennent pas les informations requises par un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, par l'Accord ou ne sont pas valables pour une autre raison ; ou
2° il existe de solides raisons de croire que les conditions de travail et de vie à bord du navire de pêche ne sont pas conformes aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord ; ou
3° il existe des motifs raisonnables de penser que le navire de pêche a changé de pavillon dans le but d'échapper à l'obligation de se conformer aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
§ 2. Le fonctionnaire désigné doit procéder à une inspection détaillée :
1° s'il est constaté que les conditions de travail et de vie dont il est jugé ou allégué qu'elles ne sont pas conformes aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord, risquent de constituer un danger réel pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs, ou
2° lorsqu'il y a des raisons de croire que tout manquement constitue une infraction grave aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
Art. 40. De gedetailleerde inspectie in de gevallen bedoeld in artikel 39 heeft betrekking op de gebieden opgesomd in artikel 12 overeenkomstig de vereisten van geldend internationale instrumenten en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, de vereisten van de Overeenkomst.
Art. 40. L'inspection détaillée dans les cas visés à l'article 39 porte sur les domaines énumérés à l'article 12 conformément aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
HOOFDSTUK 3. - De aangewezen ambtenaren
CHAPITRE 3. - Les fonctionnaires désignés
Art. 41. Er dient een protocolakkoord afgesloten te worden tussen de leidende ambtenaren van de inspectiediensten waarbij de aangewezen ambtenaren behoren, met inbegrip van het Directoraat-generaal Scheepvaart en de Afdeling van de juridische studiën, documentatie en geschillen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Dit protocolakkoord betreft met name de organisatie en de coördinatie van de inspecties waaronder de verdeling van de inspectietaken evenals de voorbereiding en het verloop van de inspecties.
Dit protocolakkoord betreft met name de organisatie en de coördinatie van de inspecties waaronder de verdeling van de inspectietaken evenals de voorbereiding en het verloop van de inspecties.
Art. 41. Un protocole d'accord doit être conclu entre les fonctionnaires dirigeants des services d'inspection dont relèvent les fonctionnaires désignés, y compris la Direction générale Navigation et la Division des études juridiques, de la documentation et du contentieux du Service Public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
Ce protocole d'accord porte notamment sur l'organisation et la coordination des inspections dont la répartition des tâches d'inspection ainsi que la préparation et le déroulement des inspections.
Ce protocole d'accord porte notamment sur l'organisation et la coordination des inspections dont la répartition des tâches d'inspection ainsi que la préparation et le déroulement des inspections.
Art. 42. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de aangewezen ambtenaren toezicht op:
- de naleving van de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst evenals de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren;
- de naleving van de internationale instrumenten betreffende de arbeids- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van het vissersschip voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren en;
- de naleving van de vereisten van de Overeenkomst voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren.
- de naleving van de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst evenals de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren;
- de naleving van de internationale instrumenten betreffende de arbeids- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van het vissersschip voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren en;
- de naleving van de vereisten van de Overeenkomst voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren.
Art. 42. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires désignés surveillent :
- le respect des dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord ainsi que le respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon belge ;
- le respect des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger et ;
- le respect des prescriptions de l'Accord pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne.
- le respect des dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord ainsi que le respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon belge ;
- le respect des instruments internationaux en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger et ;
- le respect des prescriptions de l'Accord pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne.
Art. 43. De aangewezen ambtenaren voeren hun opdrachten uit overeenkomstig de wetten en uitvoeringsbesluiten die de modaliteiten bepalen voor de uitoefening van hun bevoegdheden, hun rechten en hun plichten.
Art. 43. Les fonctionnaires désignés exercent leurs missions conformément aux lois et arrêtés d'exécution fixant les modalités d'exercice de leurs compétences, leurs droits et leurs devoirs.
HOOFDSTUK 4. - Machtiging van de erkende organisaties
CHAPITRE 4. - Habilitation des organismes agréés
Art. 44. § 1. De Koning kan voorzien in de machtiging van erkende organisaties teneinde er op toe te zien dat de vissersschepen die de Belgische vlag voeren, de nationale bepalingen tot uitvoering van de vereisten van de Overeenkomst en van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan naleven.
§ 2. De machtiging bepaalt de omvang van de bevoegdheden van de erkende organisatie.
Deze machtiging laat toe om minstens de verbetering te eisen van de tekortkomingen vastgesteld inzake de arbeids- en leefomstandigheden van de vissers en op dit gebied inspecties uit te voeren, indien een havenstaat hierom verzoekt.
Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat de tekortkomingen die zij vaststelt een ernstige inbreuk vormen op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst of een ernstig gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers, stelt de erkende organisatie de aangewezen ambtenaar hiervan onmiddellijk in kennis.
§ 2. De machtiging bepaalt de omvang van de bevoegdheden van de erkende organisatie.
Deze machtiging laat toe om minstens de verbetering te eisen van de tekortkomingen vastgesteld inzake de arbeids- en leefomstandigheden van de vissers en op dit gebied inspecties uit te voeren, indien een havenstaat hierom verzoekt.
Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat de tekortkomingen die zij vaststelt een ernstige inbreuk vormen op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst of een ernstig gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers, stelt de erkende organisatie de aangewezen ambtenaar hiervan onmiddellijk in kennis.
Art. 44. § 1er. Aux fins de veiller au respect par les navires de pêche battant pavillon belge des dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de l'Accord et de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, le Roi peut prévoir l'habilitation d'organismes agréés.
§ 2. L'habilitation précise l'étendue des attributions de l'organisme agréé.
Cette habilitation permet au moins d'exiger la correction des manquements constatés en matière de conditions de travail et conditions de vie des pêcheurs et d'effectuer des inspections dans ce domaine si un Etat du port le demande.
Lorsqu'il a des raisons de croire que les manquements qu'il constate constituent une infraction grave aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord ou représentent un grave danger pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs, l'organisme agréé les porte immédiatement à la connaissance du fonctionnaire désigné.
§ 2. L'habilitation précise l'étendue des attributions de l'organisme agréé.
Cette habilitation permet au moins d'exiger la correction des manquements constatés en matière de conditions de travail et conditions de vie des pêcheurs et d'effectuer des inspections dans ce domaine si un Etat du port le demande.
Lorsqu'il a des raisons de croire que les manquements qu'il constate constituent une infraction grave aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord ou représentent un grave danger pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs, l'organisme agréé les porte immédiatement à la connaissance du fonctionnaire désigné.
HOOFDSTUK 5. - Rapporteringplicht
CHAPITRE 5. - Devoir de rapportage
Afdeling 1. - Bepalingen van toepassing op de inspecties van vissersschepen die de Belgische vlag voeren
Section 1er. - Dispositions applicables aux inspections des navires de pêche battant pavillon belge
Art. 45. Voor iedere inspectie uitgevoerd op vissersschepen die de Belgische vlag voeren, wordt een inspectieverslag opgesteld en aan het Directoraat-generaal Scheepvaart gezonden.
Art. 45. Pour toute inspection effectuée sur les navires de pêche battant pavillon belge, un rapport d'inspection est dressé et transmis à la Direction générale Navigation.
Art. 46. Een kopie van het verslag wordt aan de reder en de schipper van het geïnspecteerde vissersschip overhandigd.
Art. 46. Une copie du rapport est remise à l'armateur et au patron du navire de pêche inspecté.
Art. 47. De aangewezen ambtenaar of degene die namens de erkende organisatie bedoeld in artikel 44 optreedt bezorgt een kopie van het verslag aan de vertegenwoordigers van de vissers die hierom verzoeken.
Art. 47. Le fonctionnaire désigné ou l'organisme agréé visé à l'article 44 communique une copie du rapport aux représentants des pêcheurs qui en font la demande.
Art. 48. Het Directoraat-generaal Scheepvaart houdt een register bij van alle inspecties.
Het houden van een register heeft tot doel:
- per vissersschip een overzicht te hebben van de verrichte inspecties en de resultaten daarvan;
- de verschillende controles voor te bereiden die in het kader van deze wet moeten worden uitgevoerd;
- om de nodige lessen te trekken;
- desgevallend, een jaarverslag op te stellen.
De register bevat volgende gegevens:
a) de identificatie van het geïnspecteerde vissersschip;
b) de naam en voornaam van de inspecteur;
c) de datum, plaats en type van de inspectie;
d) eventueel, de resultaten van de gesprekken met de vissers aan boord van het geïnspecteerde vissersschip;
e) informatie betreffende eventuele tekortkomingen en/of inbreuken op de wetgeving, opgelegde maatregelen en aanhouding van het vissersschip;
f) verwijzingen van de opgestelde proces-verbalen.
De gegevens worden geanonimiseerd voor de vissers.
De verwerkingsverantwoordelijke is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Scheepvaart.
Elke aangewezen ambtenaar van het Directoraat-generaal Scheepvaart heeft toegang tot de geregistreerde gegevens en alleen voor de in dit artikel genoemde doeleinden.
De gegevens worden gedurende 10 jaar bewaard.
Het houden van een register heeft tot doel:
- per vissersschip een overzicht te hebben van de verrichte inspecties en de resultaten daarvan;
- de verschillende controles voor te bereiden die in het kader van deze wet moeten worden uitgevoerd;
- om de nodige lessen te trekken;
- desgevallend, een jaarverslag op te stellen.
De register bevat volgende gegevens:
a) de identificatie van het geïnspecteerde vissersschip;
b) de naam en voornaam van de inspecteur;
c) de datum, plaats en type van de inspectie;
d) eventueel, de resultaten van de gesprekken met de vissers aan boord van het geïnspecteerde vissersschip;
e) informatie betreffende eventuele tekortkomingen en/of inbreuken op de wetgeving, opgelegde maatregelen en aanhouding van het vissersschip;
f) verwijzingen van de opgestelde proces-verbalen.
De gegevens worden geanonimiseerd voor de vissers.
De verwerkingsverantwoordelijke is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Scheepvaart.
Elke aangewezen ambtenaar van het Directoraat-generaal Scheepvaart heeft toegang tot de geregistreerde gegevens en alleen voor de in dit artikel genoemde doeleinden.
De gegevens worden gedurende 10 jaar bewaard.
Art. 48. La Direction générale Navigation tient un registre de toutes les inspections.
La tenue d'un registre a pour objectif :
- de disposer d'un historique, par navire de pêche, des inspections réalisées et des résultats de ces inspections ;
- de préparer les différentes inspections à réaliser en vertu de la présente loi ;
- de tirer les enseignements utiles ;
- le cas échéant, de rédiger un rapport annuel.
Le registre contient les données suivantes :
a) l'identification du navire de pêche inspecté ;
b) les nom et prénom de l'inspecteur ;
c) les date, lieu et type d'inspection ;
d) le cas échéant, les résultats des entretiens avec les pêcheurs à bord du navire de pêche inspecté ;
e) des informations relatives aux éventuels manquements et/ou infractions à la législation, les mesures imposées et l'immobilisation du navire de pêche ;
f) les références des procès-verbaux établis.
Les données sont anonymisées pour ce qui concerne les pêcheurs.
Le responsable de traitement est le directeur général de la direction générale Navigation.
Chaque fonctionnaire désigné de la Direction générale Navigation a accès aux données enregistrées et dans les seuls buts visés au présent article.
Les données sont conservées durant une période de 10 ans.
La tenue d'un registre a pour objectif :
- de disposer d'un historique, par navire de pêche, des inspections réalisées et des résultats de ces inspections ;
- de préparer les différentes inspections à réaliser en vertu de la présente loi ;
- de tirer les enseignements utiles ;
- le cas échéant, de rédiger un rapport annuel.
Le registre contient les données suivantes :
a) l'identification du navire de pêche inspecté ;
b) les nom et prénom de l'inspecteur ;
c) les date, lieu et type d'inspection ;
d) le cas échéant, les résultats des entretiens avec les pêcheurs à bord du navire de pêche inspecté ;
e) des informations relatives aux éventuels manquements et/ou infractions à la législation, les mesures imposées et l'immobilisation du navire de pêche ;
f) les références des procès-verbaux établis.
Les données sont anonymisées pour ce qui concerne les pêcheurs.
Le responsable de traitement est le directeur général de la direction générale Navigation.
Chaque fonctionnaire désigné de la Direction générale Navigation a accès aux données enregistrées et dans les seuls buts visés au présent article.
Les données sont conservées durant une période de 10 ans.
Art. 49. De schipper van het geïnspecteerde vissersschip plakt een kopie van het verslag aan op het aanplakbord van het vissersschip of stelt het elektronisch beschikbaar om de vissers in te lichten.
Art. 49. Le patron du navire de pêche inspecté affiche une copie du rapport sur le tableau d'affichage du navire de pêche ou met ce rapport à disposition sous forme électronique pour l'information des pêcheurs.
Art. 50. Het resultaat van alle inspecties die op het vissersschip werden uitgevoerd en alle ernstige tekortkomingen die tijdens deze inspecties werden vastgesteld alsook de datum van de vaststelling dat de tekortkomingen werden verholpen, worden opgenomen in een document, op papier of in elektronische vorm, dat de reder aan boord van het vissersschip moet bijhouden en wordt beschikbaar gesteld aan vissers, inspecteurs van de vlaggenstaat, bevoegde officieren in havenstaten en vertegenwoordigers van de reders en vissers.
Het document moet onmiddellijk raadpleegbaar zijn tijdens de inspecties
Het document moet onmiddellijk raadpleegbaar zijn tijdens de inspecties
Art. 50. Le résultat de toutes les inspections effectuées sur le navire de pêche et tous défauts importants relevés au cours de ces inspections de même que la date du constat qu'il a été remédié aux défauts sont consignés dans un document, sous forme papier ou sous forme électronique, que l'armateur doit tenir à bord du navire de pêche, à la disposition des pêcheurs, des inspecteurs de l'Etat du pavillon, des fonctionnaires autorisés de l'Etat du port et des représentants des armateurs et des pêcheurs.
Le document doit être immédiatement consultable lors des inspections.
Le document doit être immédiatement consultable lors des inspections.
Afdeling 2. - Bepalingen van toepassing op de inspecties van vissersschepen die een vreemde vlag voeren
Section 2. - Dispositions applicables aux inspections des navires de pêche battant pavillon étranger
Art. 51. De aangewezen ambtenaar die, bij een gedetailleerde inspectie van een vissersschip dat een vreemde vlag voert en een Belgische haven aandoet, vaststelt dat de werk- en leefomstandigheden van de vissers aan boord van het vissersschip niet overeenstemmen met de voorschriften van geldend internationale instrumenten betreffende de werk- en levensomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, van de Overeenkomst, moet minstens:
1° onmiddellijk de schipper van het vissersschip schriftelijk in kennis stellen van de vastgestelde tekortkomingen, van de maatregelen om deze te verhelpen en van de termijnen waarin zij moeten worden verholpen en;
2° een inspectieverslag opstellen en naar het Directoraat-generaal Scheepvaart zenden.
1° onmiddellijk de schipper van het vissersschip schriftelijk in kennis stellen van de vastgestelde tekortkomingen, van de maatregelen om deze te verhelpen en van de termijnen waarin zij moeten worden verholpen en;
2° een inspectieverslag opstellen en naar het Directoraat-generaal Scheepvaart zenden.
Art. 51. Le fonctionnaire désigné qui, à l'occasion d'une inspection détaillée d'un navire de pêche battant pavillon étranger faisant escale dans un port belge, constate que les conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord du navire de pêche ne sont pas conformes aux prescriptions d'instruments internationaux relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs à bord et/ou pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord, doit, à tout le moins :
1° porter immédiatement à la connaissance, par écrit, du patron du navire de pêche les manquements constatés, les mesures pour y remédier et les délais dans lesquels il doit y être remédié et ;
2° dresser et transmettre un rapport d'inspection à la Direction générale Navigation.
1° porter immédiatement à la connaissance, par écrit, du patron du navire de pêche les manquements constatés, les mesures pour y remédier et les délais dans lesquels il doit y être remédié et ;
2° dresser et transmettre un rapport d'inspection à la Direction générale Navigation.
Art. 52. Wanneer de aangewezen ambtenaar tekortkomingen heeft vastgesteld die hij als voldoende ernstig beschouwt en met de schipper van het vissersschip dat een vreemde vlag voert, de passende maatregelen om deze te verhelpen en de daarvoor nodige termijnen is overeengekomen, zendt het Directoraat-generaal Scheepvaart aan de vlaggenstaat het inspectieverslag toe waarin de tekortkomingen en de goedgekeurde maatregelen om deze te verhelpen, worden beschreven. Tezelfdertijd verzoekt het Directoraat-generaal Scheepvaart de meest nabije vertegenwoordiger van de Vlaggenstaat om daarbij, zo mogelijk, aanwezig te zijn.
Van het inspectieverslag, vermeld in het eerste lid, zendt het Directoraat-generaal Scheepvaart een kopie aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
Van het inspectieverslag, vermeld in het eerste lid, zendt het Directoraat-generaal Scheepvaart een kopie aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
Art. 52. Lorsque le fonctionnaire désigné a constaté l'existence de manquements qu'il juge assez sérieux, et a convenu avec le patron du navire de pêche battant pavillon étranger des mesures appropriées pour y remédier et des délais pour y parvenir, la Direction générale Navigation adresse à l'Etat du pavillon le rapport d'inspection décrivant en détail les manquements et les mesures approuvées pour y remédier. En même temps la direction général Navigation invite le plus proche représentant de l'Etat du pavillon à être présent si possible.
La Direction générale Navigation adresse une copie du rapport d'inspection, visé au premier alinéa, au Directeur général du Bureau international du Travail.
La Direction générale Navigation adresse une copie du rapport d'inspection, visé au premier alinéa, au Directeur général du Bureau international du Travail.
HOOFDSTUK 6. - Plichten tot vertrouwelijkheid en geheimhouding
CHAPITRE 6. - Devoirs de confidentialité et de discrétion
Art. 53. De aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties moeten de nodige maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter te waarborgen van de persoonsgegevens waarvan ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht en om te waarborgen dat deze gegevens uitsluitend worden aangewend voor de uitoefening van hun opdracht tot toezicht.
Art. 53. Les fonctionnaires désignés et les organismes agréés doivent prendre les mesures nécessaires afin de garantir le caractère confidentiel des données à caractère personnel dont ils ont obtenu connaissance dans l'exercice de leur mission et afin de garantir l'usage de ces données aux seules fins requises pour l'exercice de leur mission de surveillance.
Art. 54. Behoudens uitdrukkelijke toestemming van de indiener van een klacht of van een aangifte betreffende:
- een overtreding zoals bedoeld in Titel 4 van deze wet,
- een overtreding aan de rechten van de vissers, of
- een overtreding aan deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan,
mogen de aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties in geen enkel geval, zelfs niet voor de rechtbanken, de naam van de indiener van deze klacht of deze aangifte bekend maken.
Het is de aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties eveneens verboden aan de reder of zijn vertegenwoordiger te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld.
- een overtreding zoals bedoeld in Titel 4 van deze wet,
- een overtreding aan de rechten van de vissers, of
- een overtreding aan deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan,
mogen de aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties in geen enkel geval, zelfs niet voor de rechtbanken, de naam van de indiener van deze klacht of deze aangifte bekend maken.
Het is de aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties eveneens verboden aan de reder of zijn vertegenwoordiger te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld.
Art. 54. Sauf autorisation expresse de l'auteur d'une plainte ou d'une dénonciation relative à :
- un manquement tel que visé au Titre 4 de la présente loi,
- un manquement aux droits des pêcheurs, ou
- un manquement à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution,
les fonctionnaires désignés et les organismes agréés ne peuvent révéler en aucun cas, même devant les tribunaux, le nom de l'auteur de cette plainte ou de cette dénonciation.
Il est également interdit aux fonctionnaires désignés et aux organismes agréés de révéler à l'armateur ou représentant ou au patron qu'il a été procédé à une enquête à la suite d'une plainte ou d'une dénonciation.
- un manquement tel que visé au Titre 4 de la présente loi,
- un manquement aux droits des pêcheurs, ou
- un manquement à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution,
les fonctionnaires désignés et les organismes agréés ne peuvent révéler en aucun cas, même devant les tribunaux, le nom de l'auteur de cette plainte ou de cette dénonciation.
Il est également interdit aux fonctionnaires désignés et aux organismes agréés de révéler à l'armateur ou représentant ou au patron qu'il a été procédé à une enquête à la suite d'une plainte ou d'une dénonciation.
TITEL 4. - Maatregelen die kunnen worden voorgeschreven in geval van vaststelling van overtreding
TITRE 4. - Mesures pouvant être prescrites en cas de constat de manquement
HOOFDSTUK 1. - Ten aanzien van vissersschepen die de Belgische vlag voeren
CHAPITRE 1er. - A l'égard des navires de pêche battant pavillon belge
Art. 55. Onverminderd de bevoegdheid om proces-verbaal op te stellen bij vaststelling van een inbreuk op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst, van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, is de aangewezen ambtenaar gemachtigd om te eisen dat elke tekortkoming wordt verholpen en om aan een vissersschip te verbieden de haven te verlaten waar het zich op het ogenblik van de inspectie bevindt totdat de nodige maatregelen werden genomen, wanneer hij redenen heeft om aan te nemen dat de tekortkomingen een ernstige inbreuk vormen op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst, of een ernstig gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers.
Art. 55. Sans préjudice du pouvoir de dresser procès-verbal en cas de constatation d'infraction aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord, à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution, le fonctionnaire désigné est autorisé à exiger qu'il soit remédié à tout manquement et à interdire à un navire de pêche de quitter le port où il se trouve au moment de l'inspection jusqu'à ce que les mesures nécessaires aient été prises lorsqu'il a des raisons de croire que les manquements constituent une infraction grave aux dispositions transposant l'Accord, ou représentent un grave danger pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs.
HOOFDSTUK 2. - Ten aanzien van vissersschepen die een vreemde vlag voeren
CHAPITRE 2. - A l'égard des navires de pêche battant pavillon étranger
Art. 56. Onverminderd de bevoegdheid om proces-verbaal op te stellen in geval van tekortkomingen op:
- de voorschriften van een van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en levensomstandigheden van vissers;
- op de vereisten van de Overeenkomst, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren;
- op deze wet en/of haar uitvoeringsbesluiten,
neemt de aangewezen ambtenaar, die bij een gedetailleerde inspectie aan boord van een vissersschip die een vreemde vlag voert, bovendien vaststelt dat:
a) de werk- en leefomstandigheden aan boord een duidelijk gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers; of
b) de tekortkoming een ernstige of herhaalde inbreuk vormt op de voorschriften van de van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en levensomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, op de vereisten van de Overeenkomst,
de nodige maatregelen neemt om te waarborgen dat het vissersschip niet uitvaart zolang de tekortkomingen bedoeld in de punten a) en b) niet werden rechtgezet, of zolang hij geen plan heeft aanvaard om deze recht te zetten en hij niet overtuigd is dat dit plan snel zal worden uitgevoerd.
- de voorschriften van een van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en levensomstandigheden van vissers;
- op de vereisten van de Overeenkomst, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren;
- op deze wet en/of haar uitvoeringsbesluiten,
neemt de aangewezen ambtenaar, die bij een gedetailleerde inspectie aan boord van een vissersschip die een vreemde vlag voert, bovendien vaststelt dat:
a) de werk- en leefomstandigheden aan boord een duidelijk gevaar vormen voor de veiligheid, de gezondheid of de beveiliging van de vissers; of
b) de tekortkoming een ernstige of herhaalde inbreuk vormt op de voorschriften van de van kracht zijnde internationale instrumenten betreffende de werk- en levensomstandigheden van vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren, op de vereisten van de Overeenkomst,
de nodige maatregelen neemt om te waarborgen dat het vissersschip niet uitvaart zolang de tekortkomingen bedoeld in de punten a) en b) niet werden rechtgezet, of zolang hij geen plan heeft aanvaard om deze recht te zetten en hij niet overtuigd is dat dit plan snel zal worden uitgevoerd.
Art. 56. Sans préjudice du pouvoir de dresser procès-verbal en cas de constatation de manquement :
- aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs ;
- aux prescriptions de l'Accord, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne ;
- à la présente loi et/ou à ses arrêtés d'exécution,
le fonctionnaire désigné qui, à l'occasion d'une inspection détaillée à bord d'un navire de pêche battant pavillon étranger, constate en outre que :
a) les conditions de travail et de vie à bord présentent un danger évident pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs ; ou
b) le manquement constitue une infraction grave ou répétée aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs, et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord,
prend les mesures nécessaires pour assurer que le navire de pêche ne quitte pas le port tant que les manquements visés aux points a) et b) n'ont pas été rectifiés, ou tant qu'il n'a pas accepté un plan visant à les rectifier et n'est pas convaincu que ce plan sera mis en oeuvre rapidement.
- aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs ;
- aux prescriptions de l'Accord, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne ;
- à la présente loi et/ou à ses arrêtés d'exécution,
le fonctionnaire désigné qui, à l'occasion d'une inspection détaillée à bord d'un navire de pêche battant pavillon étranger, constate en outre que :
a) les conditions de travail et de vie à bord présentent un danger évident pour la sécurité, la santé ou la sûreté des pêcheurs ; ou
b) le manquement constitue une infraction grave ou répétée aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs, et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord,
prend les mesures nécessaires pour assurer que le navire de pêche ne quitte pas le port tant que les manquements visés aux points a) et b) n'ont pas été rectifiés, ou tant qu'il n'a pas accepté un plan visant à les rectifier et n'est pas convaincu que ce plan sera mis en oeuvre rapidement.
Art. 57. Indien hij het vissersschip verbiedt uit te varen, deelt de aangewezen ambtenaar zijn beslissing onverwijld mede aan de administratie van de Vlaggenstaat. Hij nodigt een vertegenwoordiger van deze Staat uit om, indien mogelijk, aanwezig te zijn en vraagt aan de betrokken Staat een antwoord binnen een termijn die hij voorschrijft.
Hij informeert eveneens onverwijld de vertegenwoordigers van de vissers en de reders die op het Belgisch grondgebied bestaan.
Hij informeert eveneens onverwijld de vertegenwoordigers van de vissers en de reders die op het Belgisch grondgebied bestaan.
Art. 57. S'il interdit au navire de pêche de quitter le port, le fonctionnaire désigné communique sa décision sans délai à l'administration de l'Etat du pavillon. Il invite un représentant de cet Etat à être présent, si possible, et demande à l'Etat concerné une réponse dans un délai qu'il prescrit.
Il informe également sans délai, les représentants des pêcheurs et des armateurs présents sur le territoire belge.
Il informe également sans délai, les représentants des pêcheurs et des armateurs présents sur le territoire belge.
HOOFDSTUK 3. - Beroep tegen de beslissingen
CHAPITRE 3. - Recours contre les décisions
Art. 58. Onverminderd de mogelijke rechtsmiddelen overeenkomstig andere reglementeringen, kan de reder of de schipper, die meent dat zijn rechten werden geschaad door de beslissing, genomen door de aangewezen ambtenaar overeenkomstig artikel 55 of 57 om het vissersschip te verbieden de haven te verlaten, beroep aantekenen tegen de beslissing binnen de veertien dagen volgend op de kennisgeving van de beslissing overeenkomstig de toepasselijke bepalingen.
Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift gericht aan de Rijkscommissaris bij de Onderzoeksraad voor de scheepvaart en bevat de ingeroepen middelen.
Het beroep is niet opschortend.
Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift gericht aan de Rijkscommissaris bij de Onderzoeksraad voor de scheepvaart en bevat de ingeroepen middelen.
Het beroep is niet opschortend.
Art. 58. Sans préjudice des voies de recours ouvertes en application d'autres réglementations, l'armateur ou le patron qui estime que ses droits sont lésés par la décision prise par le fonctionnaire désigné en application de l'article 55 ou 57 d'interdire le navire de pêche de quitter le port peut introduire un recours contre la décision dans les quatorze jours qui suivent la notification de la décision conformément aux dispositions applicables.
Le recours est introduit par une requête adressée au Commissaire de l'Etat auprès du Conseil d'enquête maritime et contient les moyens invoqués.
Le recours n'est pas suspensif.
Le recours est introduit par une requête adressée au Commissaire de l'Etat auprès du Conseil d'enquête maritime et contient les moyens invoqués.
Le recours n'est pas suspensif.
TITEL 5. - Verplichting tot zorgvuldigheid van de aangewezen ambtenaren en van de erkende organisaties
TITRE 5. - Devoir de diligence des fonctionnaires désignés et des organismes agréés
Art. 59. Alle redelijke inspanningen worden gedaan om te voorkomen dat de controles, de inspecties, de voorgeschreven maatregelen om de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen en/of de dwangmaatregelen, ten onrechte een aanhouding of een vertraging van het vissersschip zouden veroorzaken.
Art. 59. Tous les efforts raisonnables sont déployés afin d'éviter que les contrôles, les inspections, les mesures prescrites visant à remédier aux manquements constatés et/ ou les mesures de contrainte, n'entraînent indûment une immobilisation ou un retard du navire de pêche.
TITEL 6. - Klachtenprocedures van de vissers
TITRE 6. - Procédures de plainte des pêcheurs
HOOFDSTUK 1. - Klachten betreffende de werk- en leefomstandigheden aan boord van het vissersschip
CHAPITRE 1er. - Plaintes relatives aux conditions de travail et de vie à bord du navire de pêche
Art. 60. Elke visser, aan boord van een vissersschip dat de Belgische vlag voert of die zich bevindt aan boord van een vissersschip dat een vreemde vlag voert dat een Belgische haven aandoet of die zich op de Belgische territoriale wateren bevindt kan bij de aangewezen ambtenaar een klacht indienen over elk probleem dat in hun ogen een inbreuk vormt, voor de eerste, op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst, op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en voor de tweede, op de vereisten van een geldend internationale instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers en/of, voor de vissers aan boord van een vissersschip die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voert, op de vereisten van de Overeenkomst.
Art. 60. Tout pêcheur, occupé à bord d'un navire de pêche battant pavillon belge ou se trouvant à bord d'un navire de pêche battant pavillon étranger faisant escale dans un port belge ou qui se trouve dans les eaux territoriales belges peut déposer une plainte auprès du fonctionnaire désigné du chef de toute question constituant à leurs yeux une infraction, pour les premiers aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord, à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution, et pour les seconds, aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou pour ce qui concerne les pêcheurs se trouvant à bord d'un navire de pêche battant pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
Art. 61. Wordt ook als klacht beschouwd en als zodanig behandeld, elke informatie verstrekt door een beroepsorganisatie, een vereniging, een vakbond of meer algemeen elke persoon die belang heeft bij de veiligheid van het vissersschip, met inbegrip van de risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de vissers aan boord.
Art. 61. Est également considérée comme plainte, et traitée comme telle, toute information soumise par un organisme professionnel, une association, un syndicat ou de manière générale toute personne ayant un intérêt à la sécurité du navire de pêche, y compris sous l'aspect des risques pour la sécurité ou la santé des pêcheurs à bord.
HOOFDSTUK 2. - Behandeling van de klachten
CHAPITRE 2. - Traitement des plaintes
Art. 62. Tenzij hij ze kennelijk ongegrond acht dient de aangewezen ambtenaar gevolg te geven aan elke klacht.
Een kennelijk ongegronde klacht is een klacht die duidelijk ongegrond of onrechtmatig is, en verdient dus niet grondig te worden onderzocht.
Indien blijkt dat een klacht duidelijk ongegrond is, moeten de redenen ervan worden vastgelegd in een verslag dat aan het Directoraat-generaal Scheepvaart wordt meegedeeld.
Een kennelijk ongegronde klacht is een klacht die duidelijk ongegrond of onrechtmatig is, en verdient dus niet grondig te worden onderzocht.
Indien blijkt dat een klacht duidelijk ongegrond is, moeten de redenen ervan worden vastgelegd in een verslag dat aan het Directoraat-generaal Scheepvaart wordt meegedeeld.
Art. 62. A moins qu'il ne l'estime manifestement infondée, le fonctionnaire désigné doit donner suite à toute plainte.
Par plainte manifestement infondée, il y a lieu d'entendre la plainte qui à l'évidence manque de fondement ou est abusive, de sorte qu'elle ne mérite pas d'être examinée en détail.
S'il apparaît qu'une plainte est manifestement infondée, les raisons à cela doivent être consignées dans un rapport qui est communiqué à la Direction générale de la Navigation.
Par plainte manifestement infondée, il y a lieu d'entendre la plainte qui à l'évidence manque de fondement ou est abusive, de sorte qu'elle ne mérite pas d'être examinée en détail.
S'il apparaît qu'une plainte est manifestement infondée, les raisons à cela doivent être consignées dans un rapport qui est communiqué à la Direction générale de la Navigation.
Art. 63. De aangewezen ambtenaar verricht een eerste onderzoek om na te gaan of de klacht daadwerkelijk betrekking heeft op de werk- en leefomstandigheden aan boord van het vissersschip.
Art. 63. Le fonctionnaire désigné effectue une enquête initiale aux fins de vérifier si la plainte porte effectivement sur les conditions de travail et de vie à bord du navires de pêche.
Art. 64. Wanneer, ten gevolge van de eerste onderzoek, de aangewezen ambtenaar besluit een inspectie aan boord van het vissersschip uit te voeren, moet hij deze beperken tot het voorwerp van de klacht, tenzij de klacht of het onderzoek ervan gegronde redenen oplevert om aan te nemen dat de werk- en leefomstandigheden aan boord van het vissersschip niet overeenstemmen:
- met de nationale bepalingen tot uitvoering van de vereisten van de Overeenkomst, voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren;
- met de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de arbeids- en levensomstandigheden van vissers voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren, en/of,
- met de vereisten van de Overeenkomst voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren.
In dat geval verricht de aangewezen ambtenaar een inspectie zoals bedoeld in artikel 30 voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren en een gedetailleerde inspectie zoals bedoeld in artikel 39 voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren.
- met de nationale bepalingen tot uitvoering van de vereisten van de Overeenkomst, voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren;
- met de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de arbeids- en levensomstandigheden van vissers voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren, en/of,
- met de vereisten van de Overeenkomst voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren.
In dat geval verricht de aangewezen ambtenaar een inspectie zoals bedoeld in artikel 30 voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren en een gedetailleerde inspectie zoals bedoeld in artikel 39 voor de vissersschepen die een vreemde vlag voeren.
Art. 64. Si, à la suite de l'enquête initiale, le fonctionnaire désigné décide de procéder à une inspection à bord du navire de pêche, il doit limiter celle-ci à l'objet de la plainte, à moins que la plainte ou son examen fournisse de solides raisons de croire que les conditions de travail et de vie à bord du navire de pêche ne sont pas conformes :
- aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord, pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon belge ;
- aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs applicables pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger et/ou
- aux prescriptions de l'Accord pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne.
Dans ce cas, le fonctionnaire désigné procède à une inspection visée à l'article 30 pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon belge et une inspection détaillée visée l'article 39 pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger.
- aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord, pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon belge ;
- aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs applicables pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger et/ou
- aux prescriptions de l'Accord pour ce qui concerne les navires de pêches battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne.
Dans ce cas, le fonctionnaire désigné procède à une inspection visée à l'article 30 pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon belge et une inspection détaillée visée l'article 39 pour ce qui concerne les navires de pêche battant pavillon étranger.
HOOFDSTUK 3. - Specifieke bepaling voor de vissersschepen die de Belgische vlag voeren
CHAPITRE 3. - Disposition spécifique pour les navires de pêche battant pavillon belge
Afdeling 1. - Informatie
Section 1ère. - Information
Art. 65. Een document, opgesteld in het Engels en in de werktaal van het vissersschip waarin de klachtenprocedure wordt beschreven dient aangeplakt te worden op het aanplakbord van het vissersschip of elektronisch ter beschikking te worden gesteld aan elke visser.
Dit document moet ook de gegevens van de inspectiedienst waarbij klacht mag ingediend worden en van het Directoraat-generaal Scheepvaart vermelden.
Dit document moet ook de gegevens van de inspectiedienst waarbij klacht mag ingediend worden en van het Directoraat-generaal Scheepvaart vermelden.
Art. 65. Un document rédigé en anglais et dans la langue de travail du navire de pêche décrivant la procédure de plainte doit être affiché au tableau d'affichage du navire de pêche ou sous forme électronique à disposition de chaque pêcheur.
Ce document doit également mentionner les coordonnées du service d'inspection auprès duquel plainte peut être déposée ainsi que les coordonnées de la Direction générale Navigation.
Ce document doit également mentionner les coordonnées du service d'inspection auprès duquel plainte peut être déposée ainsi que les coordonnées de la Direction générale Navigation.
Afdeling 2. - Bescherming in geval van klacht ingediend door een visser werkzaam aan boord van een vissersschip dat de Belgische vlag voert
Section 2. - Protection en cas de plainte introduite par un pêcheur occupé à bord d'un navire de pêche battant pavillon belge
Art. 66. § 1. Wanneer door een visser een klacht wordt ingediend, kan geen enkele nadelige maatregel ten aanzien van deze persoon worden genomen, behalve om redenen die vreemd zijn aan die klacht.
§ 2. In de zin van dit artikel wordt onder nadelige maatregel ondermeer verstaan de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden of elke andere kwaadwillige handeling, ongeacht de dader ervan, ten aanzien van de visser die klacht heeft ingediend.
§ 3. In de zin van dit artikel dient onder klacht verstaan te worden de klacht zoals bedoeld in artikelen 60 en 61, alsook een rechtsvordering ingediend door de betrokken persoon.
§ 4. Wanneer ten aanzien van de betrokken visser een nadelige maatregel werd genomen binnen een termijn van twaalf maanden volgend op het indienen van de klacht, stelt de visser de aangewezen ambtenaar bij wie de klacht werd ingediend, daarvan in kennis.
§ 2. In de zin van dit artikel wordt onder nadelige maatregel ondermeer verstaan de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden of elke andere kwaadwillige handeling, ongeacht de dader ervan, ten aanzien van de visser die klacht heeft ingediend.
§ 3. In de zin van dit artikel dient onder klacht verstaan te worden de klacht zoals bedoeld in artikelen 60 en 61, alsook een rechtsvordering ingediend door de betrokken persoon.
§ 4. Wanneer ten aanzien van de betrokken visser een nadelige maatregel werd genomen binnen een termijn van twaalf maanden volgend op het indienen van de klacht, stelt de visser de aangewezen ambtenaar bij wie de klacht werd ingediend, daarvan in kennis.
Art. 66. § 1er. Lorsqu'une plainte est introduite par un pêcheur, aucune mesure préjudiciable ne peut être prise à l'encontre de cette personne, sauf pour des motifs qui sont étrangers à cette plainte.
§ 2. Au sens du présent article, une mesure préjudiciable s'entend notamment de la modification unilatérale des conditions de travail ou tout autre acte malveillant, quel qu'en soit l'auteur, à l'encontre du pêcheur qui a déposé plainte.
§ 3. Au sens du présent article, il y a lieu d'entendre par plainte, la plainte visée aux articles 60 et 61, ainsi que l'action en justice introduite par la personne concernée.
§ 4. Lorsqu'une mesure préjudiciable est adoptée à l'encontre du pêcheur concerné dans un délai de douze mois suivant l'introduction de la plainte, le pêcheur en informe le fonctionnaire désigné auprès duquel la plainte a été déposée.
§ 2. Au sens du présent article, une mesure préjudiciable s'entend notamment de la modification unilatérale des conditions de travail ou tout autre acte malveillant, quel qu'en soit l'auteur, à l'encontre du pêcheur qui a déposé plainte.
§ 3. Au sens du présent article, il y a lieu d'entendre par plainte, la plainte visée aux articles 60 et 61, ainsi que l'action en justice introduite par la personne concernée.
§ 4. Lorsqu'une mesure préjudiciable est adoptée à l'encontre du pêcheur concerné dans un délai de douze mois suivant l'introduction de la plainte, le pêcheur en informe le fonctionnaire désigné auprès duquel la plainte a été déposée.
TITEL 7. - Strafrechtelijke bepalingen
TITRE 7. - Dispositions pénales
HOOFDSTUK 1. - Aan boord van vissersschepen die de Belgische vlag voeren
CHAPITRE 1er. . - A bord des navires de pêche battant pavillon belge
Art. 67. Onverminderd de mogelijke toepassing van andere wettelijke sancties, voor elk vissersschip dat de Belgische vlag voert, wordt gestraft met een strafrechtelijke geldboete van 100 tot 1 000 euro, vermeerderd met de opdeciemen, de reder, zijn lasthebber of aangestelde en/of de schipper of zijn vertegenwoordiger die:
1° aan boord van het vissersschip, het visserij-arbeidscertificaat niet bewaart of bijhoudt;
2° geen kopie van het visserij-arbeidscertificaat meedeelt aan de vissers, de aangewezen ambtenaren, de erkende organisaties de vertegenwoordigers van de vissers en de reders, die hierom verzoeken;
3° geen kopie van het visserij-arbeidscertificaat goed zichtbaar heeft aangeplakt op een plaats die toegankelijk is voor de vissers;
4° geen kopie van het inspectieverslag op het aanplakbord heeft aangeplakt overeenkomstig de verplichting bedoeld in artikel 49;
5° het document bedoeld in artikel 50 niet aan boord van het vissersschip bijhoudt of het niet in de voorgeschreven vorm bijhoudt of niet op zodanige wijze dat het tijdens de inspecties onmiddellijk raadpleegbaar is.
6° de procedure niet naleeft, die aan de vissers de mogelijkheid biedt om klacht in te dienen aangaande elk probleem dat volgens hen een inbreuk vormt op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst;
7° aan de vissers aan boord van het vissersschip niet het document overhandigt bedoeld in artikel 65 of een onvolledig document overhandigt of een document opgesteld in een andere taal dan deze opgelegd door artikel 65.
1° aan boord van het vissersschip, het visserij-arbeidscertificaat niet bewaart of bijhoudt;
2° geen kopie van het visserij-arbeidscertificaat meedeelt aan de vissers, de aangewezen ambtenaren, de erkende organisaties de vertegenwoordigers van de vissers en de reders, die hierom verzoeken;
3° geen kopie van het visserij-arbeidscertificaat goed zichtbaar heeft aangeplakt op een plaats die toegankelijk is voor de vissers;
4° geen kopie van het inspectieverslag op het aanplakbord heeft aangeplakt overeenkomstig de verplichting bedoeld in artikel 49;
5° het document bedoeld in artikel 50 niet aan boord van het vissersschip bijhoudt of het niet in de voorgeschreven vorm bijhoudt of niet op zodanige wijze dat het tijdens de inspecties onmiddellijk raadpleegbaar is.
6° de procedure niet naleeft, die aan de vissers de mogelijkheid biedt om klacht in te dienen aangaande elk probleem dat volgens hen een inbreuk vormt op de nationale bepalingen tot omzetting van de vereisten van de Overeenkomst;
7° aan de vissers aan boord van het vissersschip niet het document overhandigt bedoeld in artikel 65 of een onvolledig document overhandigt of een document opgesteld in een andere taal dan deze opgelegd door artikel 65.
Art. 67. Sans préjudice de l'application éventuelle d'autres sanctions légales, pour tout navire de pêche battant pavillon belge, est puni d'une amende pénale de 100 à 1 000 euros, majorée des décimes additionnels l'armateur, son mandataire ou préposé et/ou le patron ou son représentant qui :
1° ne conserve pas à bord du navire de pêche le certificat de travail dans la pêche ou ne tient pas à jour le certificat de travail dans la pêche ;
2° ne communique pas une copie du certificat de travail dans la pêche aux pêcheurs, fonctionnaires désignés, organismes agréés, ou représentants des pêcheurs et des armateurs qui en font la demande ;
3° n'a pas affiché une copie du certificat de travail dans la pêche bien en vue dans un endroit accessible aux pêcheurs ;
4° n'a pas affiché une copie du rapport d'inspection sur le tableau d'affichage conformément à l'obligation visée à l'article 49 ;
5° ne tient pas à bord du navire de pêche le document visé à l'article 50 ou ne le tient pas dans les formes prescrites ou ne le tient pas de manière à ce qu'il soit immédiatement consultable lors des inspections.
6° ne respecte pas la procédure permettant aux pêcheurs de porter plainte sur toute question constituant selon eux une infraction aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord ;
7° ne remet pas à tous les pêcheurs à bord du navire de pêche le document visé à l'article 65 ou remet un document incomplet ou rédigé dans une autre langue que celles imposées par l'article 65.
1° ne conserve pas à bord du navire de pêche le certificat de travail dans la pêche ou ne tient pas à jour le certificat de travail dans la pêche ;
2° ne communique pas une copie du certificat de travail dans la pêche aux pêcheurs, fonctionnaires désignés, organismes agréés, ou représentants des pêcheurs et des armateurs qui en font la demande ;
3° n'a pas affiché une copie du certificat de travail dans la pêche bien en vue dans un endroit accessible aux pêcheurs ;
4° n'a pas affiché une copie du rapport d'inspection sur le tableau d'affichage conformément à l'obligation visée à l'article 49 ;
5° ne tient pas à bord du navire de pêche le document visé à l'article 50 ou ne le tient pas dans les formes prescrites ou ne le tient pas de manière à ce qu'il soit immédiatement consultable lors des inspections.
6° ne respecte pas la procédure permettant aux pêcheurs de porter plainte sur toute question constituant selon eux une infraction aux dispositions nationales transposant les prescriptions de l'Accord ;
7° ne remet pas à tous les pêcheurs à bord du navire de pêche le document visé à l'article 65 ou remet un document incomplet ou rédigé dans une autre langue que celles imposées par l'article 65.
HOOFDSTUK 2. - Aan boord van vissersschepen die een vreemde vlag voeren
CHAPITRE 2. - A bord des navires de pêche battant pavillon étranger
Art. 68. Voor elk vissersschip dat de vreemde vlag voert, overeenkomstig het internationaal recht, wordt gestraft met een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6 000 euro, vermeerderd met de opdeciemen, de reder, zijn lasthebber of aangestelde en/of de schipper of zijn vertegenwoordiger die:
1° op om het even welke wijze het recht verhindert van de vissers, die zich aan boord van een vissersschip bevinden dat een vreemde vlag voert, om klacht in te dienen of bij de aangewezen ambtenaar een overtreding van de vereisten van een internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers te melden en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese unie voeren, van de vereisten van de Overeenkomst;
2° die een overtreding begaat aan de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese unie voeren, van de vereisten van de Overeenkomst.
1° op om het even welke wijze het recht verhindert van de vissers, die zich aan boord van een vissersschip bevinden dat een vreemde vlag voert, om klacht in te dienen of bij de aangewezen ambtenaar een overtreding van de vereisten van een internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers te melden en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese unie voeren, van de vereisten van de Overeenkomst;
2° die een overtreding begaat aan de vereisten van een geldend internationaal instrument betreffende de werk- en leefomstandigheden van de vissers en/of, voor de vissersschepen die de vlag van een lidstaat van de Europese unie voeren, van de vereisten van de Overeenkomst.
Art. 68. Pour tout navire de pêche battant pavillon étranger, conformément au droit international, est puni d'une amende pénale de 600 à 6 000 euros, majorée des décimes additionnels, l'armateur, son mandataire ou préposé et/ou le patron ou son représentant qui :
1° fait obstacle, de quelque façon que ce soit, au droit des pêcheurs se trouvant à bord d'un navire de pêche battant pavillon étranger de porter plainte ou de faire état auprès du fonctionnaire désigné d'un manquement aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord ;
2° commet une infraction aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
1° fait obstacle, de quelque façon que ce soit, au droit des pêcheurs se trouvant à bord d'un navire de pêche battant pavillon étranger de porter plainte ou de faire état auprès du fonctionnaire désigné d'un manquement aux prescriptions d'un instrument international en vigueur relatifs aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord ;
2° commet une infraction aux prescriptions des instruments internationaux en vigueur relatif aux conditions de travail et de vie des pêcheurs et/ou, pour ce qui concerne les navires de pêche battant le pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, aux prescriptions de l'Accord.
HOOFDSTUK 3. - Aan boord van vissersschepen ongeacht de Staat van hun vlag
CHAPITRE 3. - A bord des navires de pêche quel que soit l'Etat de leur pavillon
Art. 69. Wordt gestraft met een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6 000 euro, vermeerderd met de opdeciemen, de reder, zijn lasthebber of aangestelde en/of de schipper of zijn vertegenwoordiger die een vissersschip, ongeacht de Staat van de vlag, laat varen niettegenstaande het verbod om de haven te verlaten zoals beslist door de aangewezen ambtenaar.
Art. 69. Est puni d'une amende pénale de 600 à 6 000 euros, majorée des décimes additionnels, l'armateur, son mandataire ou préposé et/ou le patron ou son représentant qui fait naviguer un navire de pêche, quel que soit l'Etat du pavillon, au mépris de l'interdiction de quitter le port décidée par le fonctionnaire désigné.
Art. 70. Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek en van de artikelen 22 en 28 van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de schepen, wordt gestraft met een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6 000 euro, vermeerderd met de opdeciemen, elke persoon die het toezicht, georganiseerd krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, verhindert.
Art. 70. Sans préjudice des articles 269 à 274 du Code pénal et des articles 22 et 28 de la loi du 5 juin 1972 sur la sécurité des navires, est puni d'une amende pénale de 600 à 6 000 euros, majorée des décimes additionnels, toute personne qui met obstacle à la surveillance organisée en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
HOOFDSTUK 4. - Regels van toepassing op de strafsancties
CHAPITRE 4. - Règles applicables aux sanctions pénales
Art. 71. De straffen bepaald bij deze wet ten aanzien van de schipper kunnen worden verminderd tot een vierde van deze waartoe de reder kan worden veroordeeld, indien bewezen is dat de schipper het schriftelijk of mondeling bevel van die reder heeft ontvangen om in strijd met deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan te handelen.
Art. 71. Les peines prévues à la présente loi, à l'égard du patron, peuvent être réduites à un quart de celles auxquelles l'armateur peut être condamné, s'il est prouvé que le patron a reçu l'ordre écrit ou verbal de cet armateur d'agir en infraction à la présente loi ou ses arrêtés d'exécution.
Art. 72. Bij herhaling binnen het jaar volgend op een veroordeling voor een inbreuk op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan, kan de straf op het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hoofdstuk van Boek 1 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de inbreuken opgenomen in deze Titel.
Hoofdstuk van Boek 1 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de inbreuken opgenomen in deze Titel.
Art. 72. En cas de récidive dans l'année qui suit une condamnation pour une infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, la peine peut être portée au double du maximum.
Le chapitre V du Livre 1er, du Code pénal n'est pas applicable aux infractions reprises au présent Titre.
Le chapitre V du Livre 1er, du Code pénal n'est pas applicable aux infractions reprises au présent Titre.
Art. 73. Hoofdstukken VI en VII van Boek 1 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken opgenomen in deze Titel.
Art. 73. Les chapitres VI et VII du Livre 1er du Code pénal sont applicables aux infractions reprises au présent Titre.
Art. 74. Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kan de geldboete worden verminderd tot beneden het minimumbedrag vermeld door de wet, zonder dat zij evenwel lager mag zijn dan 40 procent van het voorgeschreven minimumbedrag.
Art. 74. S'il existe des circonstances atténuantes, l'amende peut être réduite en dessous du montant minimum porté par la loi, sans qu'elle puisse toutefois être inférieure à 40 pour cent du montant minimum prescrit.
TITEL 8. - Vergoedingen en reiskosten
TITRE 8. - Rétributions et frais de voyage
Art. 75. De Koning bepaalt de vergoedingen die kunnen worden geïnd uit hoofde van de certificatieprocedure en de inspectie aan een vissersschip, alsmede van elke tussenkomst, uitgevoerd door de aangewezen ambtenaar in het kader van de functies die hem door deze wet of uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd. Deze komen ten laste van de reder.
Art. 75. Le Roi détermine les rétributions qui peuvent être perçues du chef de la procédure de certification et de l'inspection d'un navire de pêche, ainsi que de toute intervention faite par le fonctionnaire désigné dans le cadre des fonctions qui lui sont imposées par la loi ou les arrêtés d'exécution de cette loi. Celles-ci sont à charge de l'armateur.
Art. 76. Indien een inspectie buiten België noodzakelijk blijkt te zijn, komen de reis- en verblijfkosten van de aangewezen ambtenaren die deze uitvoeren, ten laste van de reder.
Art. 76. Quand une inspection hors de Belgique se révèle nécessaire, les frais de voyage et de séjour des fonctionnaires désignés qui y procèdent sont à charge de l'armateur.
TITEL 9. - Wijzigende bepalingen
TITRE 9. - Dispositions modificatives
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur
Art. 77. In de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/1. Deze wet zet de richtlijn (EU) 2017/159 van de Raad van 19 december 2016 tot uitvoering van de op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007 gedeeltelijk om.".
"Art. 1/1. Deze wet zet de richtlijn (EU) 2017/159 van de Raad van 19 december 2016 tot uitvoering van de op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (ETF) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007 gedeeltelijk om.".
Art. 77. Dans la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur, il est inséré un article 1/1 rédigé comme suit :
" Art. 1/1. La présente loi transpose partiellement la directive 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 portant mise en oeuvre de l'accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche). ".
" Art. 1/1. La présente loi transpose partiellement la directive 2017/159 du Conseil du 19 décembre 2016 portant mise en oeuvre de l'accord relatif à la mise en oeuvre de la convention sur le travail dans la pêche, 2007, de l'Organisation internationale du travail, conclu le 21 mai 2012 entre la Confédération générale des coopératives agricoles de l'Union européenne (Cogeca), la Fédération européenne des travailleurs des transports (ETF) et l'Association des organisations nationales d'entreprises de pêche de l'Union européenne (Europêche). ".
Art. 78. In artikel 2 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) In de bepaling onder 1° worden de woorden ", waarvoor door de bevoegde dienst voor de zeevisserij een visvergunning werd afgeleverd" opgeheven;
b) De bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° "de reder": eigenaar van het vissersschip of elke andere instelling of persoon, zoals de scheepsuitbater, de agent of de rompbevrachter, aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de uitbating van het vissersschip heeft toevertrouwd en die, bij het opnemen van die verantwoordelijkheid, aanvaard heeft om de taken en verplichtingen die krachtens deze wet en de Overeenkomst, aan de reders zijn opgelegd, op zich te nemen, los van het feit dat andere instellingen of personen zich in zijn naam van sommige van die taken of verantwoordelijkheden kwijten;";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "in uitvoering van een arbeidsovereenkomst met de reder gesloten. "opgeheven;
d) hetzelfde artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 3°/1, luidende:
"3°/1 "de schipper": gezagvoerder aan boord van de vissersschip;".
a) In de bepaling onder 1° worden de woorden ", waarvoor door de bevoegde dienst voor de zeevisserij een visvergunning werd afgeleverd" opgeheven;
b) De bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° "de reder": eigenaar van het vissersschip of elke andere instelling of persoon, zoals de scheepsuitbater, de agent of de rompbevrachter, aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de uitbating van het vissersschip heeft toevertrouwd en die, bij het opnemen van die verantwoordelijkheid, aanvaard heeft om de taken en verplichtingen die krachtens deze wet en de Overeenkomst, aan de reders zijn opgelegd, op zich te nemen, los van het feit dat andere instellingen of personen zich in zijn naam van sommige van die taken of verantwoordelijkheden kwijten;";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "in uitvoering van een arbeidsovereenkomst met de reder gesloten. "opgeheven;
d) hetzelfde artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 3°/1, luidende:
"3°/1 "de schipper": gezagvoerder aan boord van de vissersschip;".
Art. 78. Dans l'article 2 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots " , pour lequel une licence de pêche a été délivrée par le service compétent pour la pêche maritime " sont abrogés ;
b) le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° " l'armateur " : le propriétaire du navire de pêche ou toute autre entité ou personne, telle que le gérant, l'agent ou l'affréteur coque nue, à laquelle le propriétaire a confié la responsabilité de l'exploitation du navire de pêche et qui, en assumant cette responsabilité, a accepté de se charger des tâches et obligations incombant aux armateurs à la pêche aux termes de la présente loi et de l'Accord, indépendamment du fait que d'autres entités ou personnes s'acquittent en son nom de certaines de ces tâches ou responsabilités ; " ;
c) au 3°, les mots " en exécution d'un contrat d'engagement conclu avec l'armateur. " sont abrogés ;
d) le même article est complété par un 3°/1, rédigé comme suit :
" 3°/1 " le patron " : commandant à bord du navire de pêche ; ".
a) au 1°, les mots " , pour lequel une licence de pêche a été délivrée par le service compétent pour la pêche maritime " sont abrogés ;
b) le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° " l'armateur " : le propriétaire du navire de pêche ou toute autre entité ou personne, telle que le gérant, l'agent ou l'affréteur coque nue, à laquelle le propriétaire a confié la responsabilité de l'exploitation du navire de pêche et qui, en assumant cette responsabilité, a accepté de se charger des tâches et obligations incombant aux armateurs à la pêche aux termes de la présente loi et de l'Accord, indépendamment du fait que d'autres entités ou personnes s'acquittent en son nom de certaines de ces tâches ou responsabilités ; " ;
c) au 3°, les mots " en exécution d'un contrat d'engagement conclu avec l'armateur. " sont abrogés ;
d) le même article est complété par un 3°/1, rédigé comme suit :
" 3°/1 " le patron " : commandant à bord du navire de pêche ; ".
Art. 79. In artikel 9, § 2 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt, "de naam en de voornamen, het rijksregisternummer voor de zeevissers die ingeschreven zijn in het rijksregister, de geboorteplaats en de geboortedatum of leeftijd indien de geboortedatum niet gekend is van de zeevissers die niet in het rijksregister ingeschreven zijn, de woonplaats en het erkenningsnummer van de zeevisser;";
b) dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende:
"8° de levensmiddelen en drinkwater die aan de zeevisser moeten worden verstrekt;
9° de minimale duur van de rusttijden.".
a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt, "de naam en de voornamen, het rijksregisternummer voor de zeevissers die ingeschreven zijn in het rijksregister, de geboorteplaats en de geboortedatum of leeftijd indien de geboortedatum niet gekend is van de zeevissers die niet in het rijksregister ingeschreven zijn, de woonplaats en het erkenningsnummer van de zeevisser;";
b) dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende:
"8° de levensmiddelen en drinkwater die aan de zeevisser moeten worden verstrekt;
9° de minimale duur van de rusttijden.".
Art. 79. Dans l'article 9, § 2, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 3° est remplacé par ce qui suit : " les nom et prénoms, le numéro de registre national pour les marins pêcheurs qui y sont inscrits, le lieu de naissance et la date de naissance ou l'âge si la date de naissance n'est pas connue pour les marins pêcheurs qui ne sont pas inscrits au registre national, le domicile et le numéro d'agrément du marin pêcheur ; " ;
b) le même paragraphe est complété par les 8° et 9° rédigés comme suit :
" 8° les vivres et l'eau potable à allouer au marin pêcheur ;
9° les périodes minimales de repos. ".
a) le 3° est remplacé par ce qui suit : " les nom et prénoms, le numéro de registre national pour les marins pêcheurs qui y sont inscrits, le lieu de naissance et la date de naissance ou l'âge si la date de naissance n'est pas connue pour les marins pêcheurs qui ne sont pas inscrits au registre national, le domicile et le numéro d'agrément du marin pêcheur ; " ;
b) le même paragraphe est complété par les 8° et 9° rédigés comme suit :
" 8° les vivres et l'eau potable à allouer au marin pêcheur ;
9° les périodes minimales de repos. ".
Art. 80. Artikel 9 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. De zeevisser moet de gelegenheid hebben de overeenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij te bestuderen en hieromtrent advies in te winnen alvorens tot ondertekening over te gaan, en toegang krijgen tot alle andere middelen die noodzakelijk zijn om te verzekeren dat hij zich vrijwillig verbond met voldoende begrip van zijn rechten en zijn verplichtingen.
" § 4. De zeevisser moet de gelegenheid hebben de overeenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij te bestuderen en hieromtrent advies in te winnen alvorens tot ondertekening over te gaan, en toegang krijgen tot alle andere middelen die noodzakelijk zijn om te verzekeren dat hij zich vrijwillig verbond met voldoende begrip van zijn rechten en zijn verplichtingen.
Art. 80. L'article 9 de la même loi est complété par le paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Le marin pêcheur doit avoir la possibilité d'examiner le contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et demander conseil à ce sujet avant de la signer, et disposer de toutes autres facilités qui sont nécessaires pour garantir qu'il contracte librement, en ayant une compréhension suffisante de ses droits et de ses obligations. "
" § 4. Le marin pêcheur doit avoir la possibilité d'examiner le contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et demander conseil à ce sujet avant de la signer, et disposer de toutes autres facilités qui sont nécessaires pour garantir qu'il contracte librement, en ayant une compréhension suffisante de ses droits et de ses obligations. "
Art. 81. "Artikel 11 wordt aangevuld met een lid luidende:
"De reder zorgt ervoor dat elke zeevisser in bezit is van een overeenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten."
"De reder zorgt ervoor dat elke zeevisser in bezit is van een overeenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten."
Art. 81. L'article 11 de la même loi est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'armateur veille à ce que chaque marin pêcheur soit en possession d'un contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime établi conformément aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution. "
" L'armateur veille à ce que chaque marin pêcheur soit en possession d'un contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime établi conformément aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution. "
Art. 82. Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 24/1, luidende :
"Art. 24/1. Onder de voorwaarden vastgesteld door de Koning, dient de reder levensmiddelen met een voldoende voedingswaarde, van toereikende kwaliteit en kwantiteit en drinkwater van toereikende kwaliteit en kwantiteit ter beschikking van de zeevissers te stellen.
De levensmiddelen en drinkwater moeten door de reder worden verstrekt zonder kosten voor de zeevisser."
"Art. 24/1. Onder de voorwaarden vastgesteld door de Koning, dient de reder levensmiddelen met een voldoende voedingswaarde, van toereikende kwaliteit en kwantiteit en drinkwater van toereikende kwaliteit en kwantiteit ter beschikking van de zeevissers te stellen.
De levensmiddelen en drinkwater moeten door de reder worden verstrekt zonder kosten voor de zeevisser."
Art. 82. Dans la même loi, il est inséré un article 24/1 rédigé comme suit :
" Art. 24/1. Dans les conditions fixées par le Roi, l'armateur est tenu de fournir aux marins pêcheurs des vivres d'une valeur nutritionnelle, d'une qualité et d'une quantité suffisantes et de l'eau potable d'une qualité et d'une quantité suffisantes.
Les vivres et l'eau potable doivent être fournis par l'armateur sans frais pour le marin pêcheur. "
" Art. 24/1. Dans les conditions fixées par le Roi, l'armateur est tenu de fournir aux marins pêcheurs des vivres d'une valeur nutritionnelle, d'une qualité et d'une quantité suffisantes et de l'eau potable d'une qualité et d'une quantité suffisantes.
Les vivres et l'eau potable doivent être fournis par l'armateur sans frais pour le marin pêcheur. "
Art. 83. Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 24/2, luidende :
"Art. 24/2. In het kader van hun verplichtingen inzake risicoanalyse nemen de reder en de schipper de nodige maatregelen om aan boord van de vissersschepen de preventieaanbevelingen die zijn opgesteld door de bevoegde instantie ter bevordering van een preventief veiligheids- en gezondheidsbeleid of gelijkwaardige preventiemaatregelen uit te voeren.".
"Art. 24/2. In het kader van hun verplichtingen inzake risicoanalyse nemen de reder en de schipper de nodige maatregelen om aan boord van de vissersschepen de preventieaanbevelingen die zijn opgesteld door de bevoegde instantie ter bevordering van een preventief veiligheids- en gezondheidsbeleid of gelijkwaardige preventiemaatregelen uit te voeren.".
Art. 83. Dans la même loi, il est inséré un article 24/2 rédigé comme suit :
" Art. 24/2. Dans le cadre de leurs obligations en matière d'analyse des risques, l'armateur et le patron prennent les mesures nécessaires visant à exécuter à bord des navires de pêche les recommandations de prévention élaborées par l'organisme compétent pour la promotion d'une politique préventive pour la sécurité et la santé ou des mesures de prévention équivalentes. ".
" Art. 24/2. Dans le cadre de leurs obligations en matière d'analyse des risques, l'armateur et le patron prennent les mesures nécessaires visant à exécuter à bord des navires de pêche les recommandations de prévention élaborées par l'organisme compétent pour la promotion d'une politique préventive pour la sécurité et la santé ou des mesures de prévention équivalentes. ".
Art. 84. Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 24/3, luidende :
"Art. 24/3. De reder mag de schipper niet verhinderen beslissingen te nemen die naar het professionele oordeel van de schipper noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de zeevissers aan boord of voor het vissersschip en de veilige navigatie en exploitatie ervan."
"Art. 24/3. De reder mag de schipper niet verhinderen beslissingen te nemen die naar het professionele oordeel van de schipper noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de zeevissers aan boord of voor het vissersschip en de veilige navigatie en exploitatie ervan."
Art. 84. Dans la même loi, il est inséré un article 24/3 rédigé comme suit :
" Art. 24/3. L'armateur ne doit pas entraver la liberté du patron de prendre toute décision qui, de l'avis professionnel de ce dernier, est nécessaire pour la sécurité du navire de pêche, de sa navigation ou de son exploitation, ou pour la sécurité des pêcheurs qui sont à bord. "
" Art. 24/3. L'armateur ne doit pas entraver la liberté du patron de prendre toute décision qui, de l'avis professionnel de ce dernier, est nécessaire pour la sécurité du navire de pêche, de sa navigation ou de son exploitation, ou pour la sécurité des pêcheurs qui sont à bord. "
Art. 85. Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 26/1, luidende :
"Art. 26/1. De reder en de schipper nemen de nodige maatregelen om de rusttijden in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk IV/1 aan de zeevissers te waarborgen."
"Art. 26/1. De reder en de schipper nemen de nodige maatregelen om de rusttijden in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk IV/1 aan de zeevissers te waarborgen."
Art. 85. Dans la même loi, il est inséré un article 26/1 rédigé comme suit :
" Art. 26/1. L'armateur et le patron prennent les mesures nécessaires pour assurer aux marins pêcheurs des périodes de repos conformément aux dispositions du chapitre IV/1. "
" Art. 26/1. L'armateur et le patron prennent les mesures nécessaires pour assurer aux marins pêcheurs des périodes de repos conformément aux dispositions du chapitre IV/1. "
Art. 86. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, die de artikelen 27/1 tot 27/6 bevat, luidende:
"HOOFDSTUK IV/1. - Rusttijden
Art. 27/1. De zeevisser heeft recht op regelmatige rusttijden van een voldoende duur om zijn veiligheid en gezondheid te beschermen.
Art. 27/2. Het minimumaantal rusturen mag niet minder bedragen dan:
- 10 uur per periode van 24 uur, en
- 77 uur per periode van zeven dagen.
Art. 27/3. De rusttijd mag in niet meer dan twee perioden worden opgedeeld, waarvan er één minstens zes uur moet bedragen, en de tijd tussen twee opeenvolgende rustperioden mag niet meer dan 14 uur bedragen.
Art. 27/4. Overeenkomstig de algemene beginselen van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers en om objectieve, technische of arbeidsorganisatorische redenen mag de Koning, na overleg met de paritaire commissie voor zeevisserij, de gevallen en voorwaarden van uitzonderingen met betrekking tot het minimumaantal rusturen en de opdeling van de rusttijden, bepalen.
In deze gevallen, worden aan de zeevissers zo snel mogelijk compenserende rusttijden toegestaan.
Art. 27/5. Geen enkel bepaling van dit hoofdstuk doet afbreuk aan het recht van de schipper van een vissersschip een zeevisser te verplichten de nodige uren te werken om de onmiddellijke veiligheid van het vissersschip, de personen aan boord of de vangst te waarborgen of om op zee bijstand aan andere boten, schepen of personen in nood te verlenen. De schipper kan dus de geplande rusttijden tijdelijk opschorten en een zeevisser verplichten de nodige uren te werken totdat de situatie opnieuw normaal is. Zo snel mogelijk nadat de situatie opnieuw normaal is, zorgt de schipper ervoor dat alle zeevissers die tijdens een geplande rustperiode gewerkt hebben, voldoende rust krijgen.
Art. 27/6. Teneinde de controle op de naleving van de minimumrusttijden te veroorloven, wordt een systeem van werk- en rusttijdsopvolging ingevoerd aan boord van elke vissersschip. Dit systeem moet voldoen aan volgende voorwaarden:
a) het systeem van tijdsopvolging bevat, voor elke betrokken zeevisser, per zeereis, de volgende gegevens:
1° de naam, voornaam en geboortedatum van de zeevisser;
2° per dag het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes; deze gegevens moeten respectievelijk worden opgetekend op het ogenblik dat de prestaties beginnen, dat ze eindigen en bij het begin en einde van elke rustpauze;
3° de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben;
b) teneinde de controle op de naleving van de minimumrusttijden en de kwaliteitscontrole van de daarin opgenomen gegevens te veroorloven moet het systeem van tijdsopvolging kunnen geraadpleegd worden door de zeevisser, alsook door de ambtenaren die met het toezicht op de uitvoering van deze wet belast zijn en de vertegenwoordigers van de zeevissers en van de reders.
Elke zeevisser mag enkel toegang hebben tot zijn eigen gegevens;
c) de opgetekende gegevens worden door de reder bewaard gedurende de gehele periode die begint op de datum van de inschrijving van de laatste verplichte vermelding en eindigt drie jaar na het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin deze inschrijving wordt uitgevoerd.";
d) de gegevens worden opgetekend met een onuitwisbare markering wanneer een papieren formaat wordt gebruikt.
In het geval van een elektronisch systeem van tijdsopvolging moet het systeem alle wijzigingen registreren die in de opgetekende gegevens zijn aangebracht."
"HOOFDSTUK IV/1. - Rusttijden
Art. 27/1. De zeevisser heeft recht op regelmatige rusttijden van een voldoende duur om zijn veiligheid en gezondheid te beschermen.
Art. 27/2. Het minimumaantal rusturen mag niet minder bedragen dan:
- 10 uur per periode van 24 uur, en
- 77 uur per periode van zeven dagen.
Art. 27/3. De rusttijd mag in niet meer dan twee perioden worden opgedeeld, waarvan er één minstens zes uur moet bedragen, en de tijd tussen twee opeenvolgende rustperioden mag niet meer dan 14 uur bedragen.
Art. 27/4. Overeenkomstig de algemene beginselen van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers en om objectieve, technische of arbeidsorganisatorische redenen mag de Koning, na overleg met de paritaire commissie voor zeevisserij, de gevallen en voorwaarden van uitzonderingen met betrekking tot het minimumaantal rusturen en de opdeling van de rusttijden, bepalen.
In deze gevallen, worden aan de zeevissers zo snel mogelijk compenserende rusttijden toegestaan.
Art. 27/5. Geen enkel bepaling van dit hoofdstuk doet afbreuk aan het recht van de schipper van een vissersschip een zeevisser te verplichten de nodige uren te werken om de onmiddellijke veiligheid van het vissersschip, de personen aan boord of de vangst te waarborgen of om op zee bijstand aan andere boten, schepen of personen in nood te verlenen. De schipper kan dus de geplande rusttijden tijdelijk opschorten en een zeevisser verplichten de nodige uren te werken totdat de situatie opnieuw normaal is. Zo snel mogelijk nadat de situatie opnieuw normaal is, zorgt de schipper ervoor dat alle zeevissers die tijdens een geplande rustperiode gewerkt hebben, voldoende rust krijgen.
Art. 27/6. Teneinde de controle op de naleving van de minimumrusttijden te veroorloven, wordt een systeem van werk- en rusttijdsopvolging ingevoerd aan boord van elke vissersschip. Dit systeem moet voldoen aan volgende voorwaarden:
a) het systeem van tijdsopvolging bevat, voor elke betrokken zeevisser, per zeereis, de volgende gegevens:
1° de naam, voornaam en geboortedatum van de zeevisser;
2° per dag het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes; deze gegevens moeten respectievelijk worden opgetekend op het ogenblik dat de prestaties beginnen, dat ze eindigen en bij het begin en einde van elke rustpauze;
3° de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben;
b) teneinde de controle op de naleving van de minimumrusttijden en de kwaliteitscontrole van de daarin opgenomen gegevens te veroorloven moet het systeem van tijdsopvolging kunnen geraadpleegd worden door de zeevisser, alsook door de ambtenaren die met het toezicht op de uitvoering van deze wet belast zijn en de vertegenwoordigers van de zeevissers en van de reders.
Elke zeevisser mag enkel toegang hebben tot zijn eigen gegevens;
c) de opgetekende gegevens worden door de reder bewaard gedurende de gehele periode die begint op de datum van de inschrijving van de laatste verplichte vermelding en eindigt drie jaar na het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin deze inschrijving wordt uitgevoerd.";
d) de gegevens worden opgetekend met een onuitwisbare markering wanneer een papieren formaat wordt gebruikt.
In het geval van een elektronisch systeem van tijdsopvolging moet het systeem alle wijzigingen registreren die in de opgetekende gegevens zijn aangebracht."
Art. 86. Dans la même loi, il est inséré un chapitre IV/1, comportant les articles 27/1 à 27/6, rédigé comme suit :
" CHAPITRE IV/1. - Du temps de repos
Art. 27/1. Le marin pêcheur a droit à des périodes de repos régulières d'une durée suffisante pour préserver sa sécurité et sa santé.
Art. 27/2. Le nombre minimal d'heures de repos ne peut être inférieur à :
- 10 heures par période de 24 heures et
- 77 heures par période de 7 jours.
Art. 27/3. Les temps de repos ne peuvent être scindés en plus de deux périodes, dont l'une d'une durée d'au moins six heures, et l'intervalle entre les deux périodes consécutives de repos ne doit pas dépasser quatorze heures.
Art. 27/4. Le Roi peut, après consultation de la commission paritaire pour la pêche maritime, déterminer les cas et les conditions de dérogation aux dispositions relatives à la durée minimale de repos et à la scission des périodes de repos en veillant à ce que la santé et la sécurité des pêcheurs ne soient pas mises en danger et pour des raisons objectives ou techniques ou pour des raisons ayant trait à l'organisation du travail.
Dans ces cas, des périodes de repos compensatoires doivent être accordées aux pêcheurs dès que possible.
Art. 27/5. Aucune des dispositions du présent chapitre ne porte atteinte au droit du patron d'un navire de pêche d'exiger d'un marin pêcheur qu'il exécute les heures de travail nécessaires pour assurer la sécurité immédiate du navire de pêche, des personnes à bord ou des captures ou pour porter secours à d'autres embarcations ou à des personnes en détresse en mer. Le cas échéant, le patron peut suspendre les horaires de repos normaux et exiger d'un marin pêcheur qu'il accomplisse les heures de travail nécessaires jusqu'au retour à une situation normale. Dès que possible après le retour à une situation normale, le patron fait en sorte que tout marin pêcheur ayant effectué un travail alors qu'il était en période de repos selon l'horaire normal bénéficie d'une période de repos adéquate.
Art. 27/6. Aux fins de permettre la vérification du respect des périodes minimales de temps de repos, un système de suivi du temps de travail et de repos est mis en place à bord de chaque navire de pêche. Ce système doit satisfaire aux conditions suivantes :
a) le système de suivi du temps comprend pour chaque marin pêcheur concerné, par voyage en mer, les données suivantes :
1° les nom, prénom et date de naissance du marin pêcheur ;
2° par jour, le début et la fin de ses prestations et de ses intervalles de repos ; ces données doivent respectivement être consignées au moment où les prestations commencent, où elles finissent ainsi qu'au début et à la fin de ses intervalles de repos ;
3° la période à laquelle les données consignées se rapportent ;
b) aux fins de contrôle du respect des périodes minimales de repos ainsi que la qualité des données y reprises, le système de suivi du temps doit pouvoir être consulté par le marin pêcheur, les fonctionnaires chargés de la surveillance de l'exécution de la présente loi et les représentants des pêcheurs et des armateurs.
Chaque marin-pêcheur ne peut avoir accès qu'à ces propres données ;
c) les données consignées sont conservées par l'armateur pendant toute la période qui débute à la date de l'inscription de la dernière mention obligatoire et qui se termine trois ans après la fin du mois qui suit le trimestre au cours duquel cette inscription a été faite. " ;
d) les données sont consignées au moyen d'un marqueur indélébile si un format papier est utilisé.
Dans l'hypothèse d'un système de suivi du temps sous forme électronique, le système doit enregistrer toutes les modifications apportées aux données consignées. "
" CHAPITRE IV/1. - Du temps de repos
Art. 27/1. Le marin pêcheur a droit à des périodes de repos régulières d'une durée suffisante pour préserver sa sécurité et sa santé.
Art. 27/2. Le nombre minimal d'heures de repos ne peut être inférieur à :
- 10 heures par période de 24 heures et
- 77 heures par période de 7 jours.
Art. 27/3. Les temps de repos ne peuvent être scindés en plus de deux périodes, dont l'une d'une durée d'au moins six heures, et l'intervalle entre les deux périodes consécutives de repos ne doit pas dépasser quatorze heures.
Art. 27/4. Le Roi peut, après consultation de la commission paritaire pour la pêche maritime, déterminer les cas et les conditions de dérogation aux dispositions relatives à la durée minimale de repos et à la scission des périodes de repos en veillant à ce que la santé et la sécurité des pêcheurs ne soient pas mises en danger et pour des raisons objectives ou techniques ou pour des raisons ayant trait à l'organisation du travail.
Dans ces cas, des périodes de repos compensatoires doivent être accordées aux pêcheurs dès que possible.
Art. 27/5. Aucune des dispositions du présent chapitre ne porte atteinte au droit du patron d'un navire de pêche d'exiger d'un marin pêcheur qu'il exécute les heures de travail nécessaires pour assurer la sécurité immédiate du navire de pêche, des personnes à bord ou des captures ou pour porter secours à d'autres embarcations ou à des personnes en détresse en mer. Le cas échéant, le patron peut suspendre les horaires de repos normaux et exiger d'un marin pêcheur qu'il accomplisse les heures de travail nécessaires jusqu'au retour à une situation normale. Dès que possible après le retour à une situation normale, le patron fait en sorte que tout marin pêcheur ayant effectué un travail alors qu'il était en période de repos selon l'horaire normal bénéficie d'une période de repos adéquate.
Art. 27/6. Aux fins de permettre la vérification du respect des périodes minimales de temps de repos, un système de suivi du temps de travail et de repos est mis en place à bord de chaque navire de pêche. Ce système doit satisfaire aux conditions suivantes :
a) le système de suivi du temps comprend pour chaque marin pêcheur concerné, par voyage en mer, les données suivantes :
1° les nom, prénom et date de naissance du marin pêcheur ;
2° par jour, le début et la fin de ses prestations et de ses intervalles de repos ; ces données doivent respectivement être consignées au moment où les prestations commencent, où elles finissent ainsi qu'au début et à la fin de ses intervalles de repos ;
3° la période à laquelle les données consignées se rapportent ;
b) aux fins de contrôle du respect des périodes minimales de repos ainsi que la qualité des données y reprises, le système de suivi du temps doit pouvoir être consulté par le marin pêcheur, les fonctionnaires chargés de la surveillance de l'exécution de la présente loi et les représentants des pêcheurs et des armateurs.
Chaque marin-pêcheur ne peut avoir accès qu'à ces propres données ;
c) les données consignées sont conservées par l'armateur pendant toute la période qui débute à la date de l'inscription de la dernière mention obligatoire et qui se termine trois ans après la fin du mois qui suit le trimestre au cours duquel cette inscription a été faite. " ;
d) les données sont consignées au moyen d'un marqueur indélébile si un format papier est utilisé.
Dans l'hypothèse d'un système de suivi du temps sous forme électronique, le système doit enregistrer toutes les modifications apportées aux données consignées. "
Art. 87. Artikel 42 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De zeevisser heeft recht om aan wal medisch behandeld te worden en tijdig voor behandeling aan wal te worden gebracht als hij het slachtoffer wordt van een ernstig letsel of een ernstige ziekte.".
"De zeevisser heeft recht om aan wal medisch behandeld te worden en tijdig voor behandeling aan wal te worden gebracht als hij het slachtoffer wordt van een ernstig letsel of een ernstige ziekte.".
Art. 87. L'article 42 de la même loi est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Le marin pêcheur a le droit de bénéficier d'un traitement médical à terre et être débarqué à cet effet en temps voulu en cas de lésion ou de maladie graves. ".
" Le marin pêcheur a le droit de bénéficier d'un traitement médical à terre et être débarqué à cet effet en temps voulu en cas de lésion ou de maladie graves. ".
Art. 88. In artikel 47 van dezelfde wet, wordt het woord "zware" vervangen door het woord "opzettelijke".
Art. 88. A l'article 47 de la même loi, le mot " grave " est remplacé par le mot " intentionnelle ".
Art. 89. Artikel 48 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 48. § 1. De in het buitenland ontscheepte zeevisser heeft recht op repatriëring naar zijn woonplaats op kosten van de reder van het vissersschip in de in artikel 52 bedoelde gevallen.
Het recht op repatriëring strekt zich uit tot de reis-, verblijf- en voedselkosten van de zeevissers.
De reder kan deze kosten terugvorderen bij de zeevisser indien deze ontscheept moest worden om disciplinaire redenen of wanneer de reder aantoont dat de ziekte of de verwonding enkel te wijten is aan een opzettelijke fout van de zeevisser.
§ 2. De maximumduur van tijdvakken van dienst aan boord waarna de zeevisser recht heeft op repatriëring is minder dan 12 maanden.
De repatriëring dient via aangepast vervoer te gebeuren en zo kort mogelijk in duurtijd te zijn.
§ 3. Het is aan de reders verboden vooruitbetaling te eisen van de zeevisser bij aanvang van zijn tewerkstelling voor de kosten van repatriëring, en eveneens om de kosten van repatriëring te verhalen op het loon of andere aanspraken van de zeevisser, tenzij de repatriëring om tuchtredenen diende te gebeuren.
§ 4. Als de repatriëring van de zeevissers niet wordt voorzien door de reder, draagt de Belgische staat de kosten van repatriëring.
Met inachtneming van de van toepassing zijnde internationale instrumenten, kan de Belgische staat indien deze de kosten van repatriëring ingevolge paragraaf 1 heeft betaald, deze kosten terugvorderen van de reder en, indien nodig, de vissersschepen van de desbetreffende reder aanhouden, of verzoeken om aanhouding hiervan, totdat de vergoeding heeft plaatsgevonden.
De kosten van repatriëring komen in geen geval ten laste van een zeevisser, behalve wanneer de repatriëring is gebeurd om tuchtredenen.
De Belgische staat faciliteert de repatriëring van zeevissers die werken aan boord van vissersschepen die een andere vlag dan de Belgische vlag voeren die een Belgische haven aandoen of door de Belgische territoriale wateren of binnenwateren varen, alsook hun vervanging aan boord.
Het recht op repatriëring kan niet geweigerd worden aan de zeevisser omwille van de financiële omstandigheden van de reder of omwille van het onvermogen of onwil van de reder om de betrokkene te vervangen.".
"Art. 48. § 1. De in het buitenland ontscheepte zeevisser heeft recht op repatriëring naar zijn woonplaats op kosten van de reder van het vissersschip in de in artikel 52 bedoelde gevallen.
Het recht op repatriëring strekt zich uit tot de reis-, verblijf- en voedselkosten van de zeevissers.
De reder kan deze kosten terugvorderen bij de zeevisser indien deze ontscheept moest worden om disciplinaire redenen of wanneer de reder aantoont dat de ziekte of de verwonding enkel te wijten is aan een opzettelijke fout van de zeevisser.
§ 2. De maximumduur van tijdvakken van dienst aan boord waarna de zeevisser recht heeft op repatriëring is minder dan 12 maanden.
De repatriëring dient via aangepast vervoer te gebeuren en zo kort mogelijk in duurtijd te zijn.
§ 3. Het is aan de reders verboden vooruitbetaling te eisen van de zeevisser bij aanvang van zijn tewerkstelling voor de kosten van repatriëring, en eveneens om de kosten van repatriëring te verhalen op het loon of andere aanspraken van de zeevisser, tenzij de repatriëring om tuchtredenen diende te gebeuren.
§ 4. Als de repatriëring van de zeevissers niet wordt voorzien door de reder, draagt de Belgische staat de kosten van repatriëring.
Met inachtneming van de van toepassing zijnde internationale instrumenten, kan de Belgische staat indien deze de kosten van repatriëring ingevolge paragraaf 1 heeft betaald, deze kosten terugvorderen van de reder en, indien nodig, de vissersschepen van de desbetreffende reder aanhouden, of verzoeken om aanhouding hiervan, totdat de vergoeding heeft plaatsgevonden.
De kosten van repatriëring komen in geen geval ten laste van een zeevisser, behalve wanneer de repatriëring is gebeurd om tuchtredenen.
De Belgische staat faciliteert de repatriëring van zeevissers die werken aan boord van vissersschepen die een andere vlag dan de Belgische vlag voeren die een Belgische haven aandoen of door de Belgische territoriale wateren of binnenwateren varen, alsook hun vervanging aan boord.
Het recht op repatriëring kan niet geweigerd worden aan de zeevisser omwille van de financiële omstandigheden van de reder of omwille van het onvermogen of onwil van de reder om de betrokkene te vervangen.".
Art. 89. L'article 48 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
" Art. 48. § 1er. Le marin pêcheur, débarqué à l'étranger, a le droit d'être rapatrié à son domicile aux frais de l'armateur du navire de pêche dans les cas visés à l'article 52.
Le droit au rapatriement s'étend aux frais de transport, d'hébergement et de nourriture du marin pêcheur.
L'armateur peut récupérer ces frais auprès du marin pêcheur si celui-ci a dû être débarqué pour des raisons disciplinaires ou si l'armateur démontre que la maladie ou la blessure est due exclusivement à une faute intentionnelle du marin pêcheur.
§ 2. La durée maximale des périodes d'embarquement au terme desquelles le pêcheur a droit au rapatriement est inférieure à douze mois.
Le rapatriement doit avoir lieu au moyen d'un transport approprié et être le plus rapide possible.
§ 3. Il est interdit aux armateurs d'exiger du marin pêcheur, au début de son emploi, une avance en vue de couvrir les frais de son rapatriement et également de recouvrer auprès du marin pêcheur les frais de rapatriement sur son salaire ou ses autres droits, sauf si le rapatriement doit avoir lieu pour des raisons disciplinaires.
§ 4. Si l'armateur reste en défaut d'assurer le rapatriement des marins pêcheurs, l'Etat belge prend en charge les frais de rapatriement.
En tenant compte des instruments internationaux applicables, l'Etat belge peut, s'il a payé les frais de rapatriement conformément à l'alinéa premier, récupérer ceux-ci auprès de l'armateur et, si nécessaire, immobiliser les navires de pêche de l'armateur concerné ou demander leur immobilisation, jusqu'à ce que le remboursement soit effectué.
Les frais de rapatriement ne peuvent en aucun cas être à la charge du marin pêcheur sauf si le rapatriement a eu lieu pour des raisons disciplinaires.
L'Etat belge facilite le rapatriement des marins pêcheurs qui servent sur des navires de pêche battant pavillon autre que le pavillon belge faisant escale dans les ports belges ou traversant les eaux belges territoriales ou intérieures ainsi que leur remplacement à bord.
Le droit d'être rapatrié ne peut pas être refusé à un marin pêcheur du fait de la situation financière d'un armateur ou au motif que celui-ci est dans l'impossibilité ou refuse de remplacer l'intéressé. ".
" Art. 48. § 1er. Le marin pêcheur, débarqué à l'étranger, a le droit d'être rapatrié à son domicile aux frais de l'armateur du navire de pêche dans les cas visés à l'article 52.
Le droit au rapatriement s'étend aux frais de transport, d'hébergement et de nourriture du marin pêcheur.
L'armateur peut récupérer ces frais auprès du marin pêcheur si celui-ci a dû être débarqué pour des raisons disciplinaires ou si l'armateur démontre que la maladie ou la blessure est due exclusivement à une faute intentionnelle du marin pêcheur.
§ 2. La durée maximale des périodes d'embarquement au terme desquelles le pêcheur a droit au rapatriement est inférieure à douze mois.
Le rapatriement doit avoir lieu au moyen d'un transport approprié et être le plus rapide possible.
§ 3. Il est interdit aux armateurs d'exiger du marin pêcheur, au début de son emploi, une avance en vue de couvrir les frais de son rapatriement et également de recouvrer auprès du marin pêcheur les frais de rapatriement sur son salaire ou ses autres droits, sauf si le rapatriement doit avoir lieu pour des raisons disciplinaires.
§ 4. Si l'armateur reste en défaut d'assurer le rapatriement des marins pêcheurs, l'Etat belge prend en charge les frais de rapatriement.
En tenant compte des instruments internationaux applicables, l'Etat belge peut, s'il a payé les frais de rapatriement conformément à l'alinéa premier, récupérer ceux-ci auprès de l'armateur et, si nécessaire, immobiliser les navires de pêche de l'armateur concerné ou demander leur immobilisation, jusqu'à ce que le remboursement soit effectué.
Les frais de rapatriement ne peuvent en aucun cas être à la charge du marin pêcheur sauf si le rapatriement a eu lieu pour des raisons disciplinaires.
L'Etat belge facilite le rapatriement des marins pêcheurs qui servent sur des navires de pêche battant pavillon autre que le pavillon belge faisant escale dans les ports belges ou traversant les eaux belges territoriales ou intérieures ainsi que leur remplacement à bord.
Le droit d'être rapatrié ne peut pas être refusé à un marin pêcheur du fait de la situation financière d'un armateur ou au motif que celui-ci est dans l'impossibilité ou refuse de remplacer l'intéressé. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Sociaal strafwetboek
CHAPITRE 2. - Modification du Code pénal social
Art. 90. In boek 2, hoofdstuk 1, afdeling 3, van het Sociaal Strafwetboek wordt een artikel 126/1 toegevoegd luidende:
"Art. 126/1. De zeevissers
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber, de schipper die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, niet de nodige maatregelen heeft genomen om de preventieve aanbevelingen van de bevoegde instantie ter bevordering van een preventief beleid inzake veiligheid en gezondheid of gelijkwaardige preventiemaatregelen aan boord van vissersschepen ten uitvoer te leggen.
De inbreuk wordt bestraft met een sanctie van niveau 4 wanneer ze gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad voor een zeevisser.
De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.".
"Art. 126/1. De zeevissers
Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber, de schipper die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, niet de nodige maatregelen heeft genomen om de preventieve aanbevelingen van de bevoegde instantie ter bevordering van een preventief beleid inzake veiligheid en gezondheid of gelijkwaardige preventiemaatregelen aan boord van vissersschepen ten uitvoer te leggen.
De inbreuk wordt bestraft met een sanctie van niveau 4 wanneer ze gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad voor een zeevisser.
De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.".
Art. 90. Dans le livre 2, chapitre 1er, section 3, du Code pénal social, il est inséré un article 126/1, libellé comme suit :
" Art. 126/1. Les marins pêcheurs
Est puni d'une sanction de niveau 3, l'armateur, son préposé ou son mandataire, le patron, qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur, n'a pas pris les mesures nécessaires visant à mettre en oeuvre les recommandations de prévention élaborées par l'organisme compétent pour la promotion d'une politique préventive pour la sécurité et la santé ou des mesures de prévention équivalentes à bord des navires de pêche.
L'infraction est punie d'une sanction de niveau 4 lorsqu'elle a eu comme conséquence des ennuis de santé ou un accident du travail pour un marin-pêcheur.
Le juge peut en outre prononcer les peines prévues aux articles 106 et 107. ".
" Art. 126/1. Les marins pêcheurs
Est puni d'une sanction de niveau 3, l'armateur, son préposé ou son mandataire, le patron, qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur, n'a pas pris les mesures nécessaires visant à mettre en oeuvre les recommandations de prévention élaborées par l'organisme compétent pour la promotion d'une politique préventive pour la sécurité et la santé ou des mesures de prévention équivalentes à bord des navires de pêche.
L'infraction est punie d'une sanction de niveau 4 lorsqu'elle a eu comme conséquence des ennuis de santé ou un accident du travail pour un marin-pêcheur.
Le juge peut en outre prononcer les peines prévues aux articles 106 et 107. ".
Art. 91. In boek 2, hoofdstuk 1, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek wordt artikel 136/1 ingevoegd, luidende:
"Artikel 136/1. De minderjarige zeevisser
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber, de schipper die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° een minderjarige van 15 jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht aan boord van een vissersschip heeft ingescheept zonder de toestemming van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole;
2° een minderjarige van 15 jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht aan boord van een vissersschip heeft ingescheept gedurende een periode waarin de aanwezigheid van voornoemde minderjarige op school verplicht is;
3° geen arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij heeft gesloten met de minderjarige die 15 jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die de toestemming tot het inschepen aan boord van een vissersschip van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole heeft gekregen;
4° een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij voor een langere periode dan de duur van één zeereis heeft gesloten met een minderjarige die 15 jaar of ouder is, die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die de toestemming tot het inschepen aan boord van een vissersschip van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole heeft gekregen;
5° een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij of opeenvolgende arbeidsovereenkomsten heeft gesloten waarvan de totale duur de duur van de schoolvakantie overschrijdt heeft gesloten met een minderjarige die 15 jaar of ouder, die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die de toestemming tot het inschepen aan boord van een vissersschip van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole heeft gekregen.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken minderjarigen".
"Artikel 136/1. De minderjarige zeevisser
Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber, de schipper die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° een minderjarige van 15 jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht aan boord van een vissersschip heeft ingescheept zonder de toestemming van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole;
2° een minderjarige van 15 jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht aan boord van een vissersschip heeft ingescheept gedurende een periode waarin de aanwezigheid van voornoemde minderjarige op school verplicht is;
3° geen arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij heeft gesloten met de minderjarige die 15 jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die de toestemming tot het inschepen aan boord van een vissersschip van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole heeft gekregen;
4° een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij voor een langere periode dan de duur van één zeereis heeft gesloten met een minderjarige die 15 jaar of ouder is, die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die de toestemming tot het inschepen aan boord van een vissersschip van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole heeft gekregen;
5° een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij of opeenvolgende arbeidsovereenkomsten heeft gesloten waarvan de totale duur de duur van de schoolvakantie overschrijdt heeft gesloten met een minderjarige die 15 jaar of ouder, die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die de toestemming tot het inschepen aan boord van een vissersschip van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole heeft gekregen.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken minderjarigen".
Art. 91. Dans le livre 2, chapitre 1er, section 4, du même Code, il est inséré un article 136/1 rédigé comme suit :
" Article 136/1. Le mineur marin pêcheur
Est puni d'une sanction de niveau 4, l'armateur, son préposé ou son mandataire, le patron qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° a embarqué à bord d'un navire de pêche un mineur âgé de quinze ans ou plus et qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein sans avoir obtenu l'autorisation du fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet ;
2° a embarqué à bord d'un navire de pêche un mineur âgé de quinze ans ou plus et qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein durant une période au cours de laquelle la présence du mineur précité à l'école est obligatoire ;
3° n'a pas conclu de contrat d'engagement pour la pêche maritime avec le mineur âgé de quinze ans ou plus, qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein, et qui est autorisé à embarquer à bord d'un navire de pêche par le fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet ;
4° a conclu avec le mineur âgé de quinze ans ou plus, qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein, et qui est autorisé à embarquer à bord d'un navire de pêche par le fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet, un contrat d'engagement pour la pêche maritime pour une durée qui dépasse la durée d'un voyage en mer ;
5° a conclu avec le mineur âgé de quinze ans ou plus, qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein, et qui est autorisé à embarquer à bord d'un navire de pêche par le fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet, un contrat d'engagement pour la pêche maritime ou des contrats d'engagement successifs dont la durée totale dépasse la durée des vacances scolaires.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de mineurs concernés. ".
" Article 136/1. Le mineur marin pêcheur
Est puni d'une sanction de niveau 4, l'armateur, son préposé ou son mandataire, le patron qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° a embarqué à bord d'un navire de pêche un mineur âgé de quinze ans ou plus et qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein sans avoir obtenu l'autorisation du fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet ;
2° a embarqué à bord d'un navire de pêche un mineur âgé de quinze ans ou plus et qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein durant une période au cours de laquelle la présence du mineur précité à l'école est obligatoire ;
3° n'a pas conclu de contrat d'engagement pour la pêche maritime avec le mineur âgé de quinze ans ou plus, qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein, et qui est autorisé à embarquer à bord d'un navire de pêche par le fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet ;
4° a conclu avec le mineur âgé de quinze ans ou plus, qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein, et qui est autorisé à embarquer à bord d'un navire de pêche par le fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet, un contrat d'engagement pour la pêche maritime pour une durée qui dépasse la durée d'un voyage en mer ;
5° a conclu avec le mineur âgé de quinze ans ou plus, qui n'est plus soumis à l'obligation scolaire à temps plein, et qui est autorisé à embarquer à bord d'un navire de pêche par le fonctionnaire chargé du contrôle de la navigation désigné à cet effet, un contrat d'engagement pour la pêche maritime ou des contrats d'engagement successifs dont la durée totale dépasse la durée des vacances scolaires.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de mineurs concernés. ".
Art. 92. In Boek 2, Hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 9 ingevoegd, luidende:
"De arbeidstijd en rusttijden van de zeevissers".
"De arbeidstijd en rusttijden van de zeevissers".
Art. 92. Dans le livre 2, chapitre 2, du même Code, il est inséré une section 9 intitulée :
" Les temps de travail et de repos des marins pêcheurs ".
" Les temps de travail et de repos des marins pêcheurs ".
Art. 93. In afdeling 9, ingevoegd bij artikel 92, wordt artikel 160/2 ingevoegd, luidende:
"Artikel 160/2. De arbeidstijd en rusttijden van de zeevissers
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber, de schipper, die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° de rusttijden bepaald in hoofdstuk IV/1 van voormelde wet van 3 mei 2003 niet heeft toegekend;
2° het document voor het toezicht op de arbeidstijd en de rusttijd niet op de voorgeschreven tijdstippen heeft ingevuld of voltooid.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers".
"Artikel 160/2. De arbeidstijd en rusttijden van de zeevissers
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber, de schipper, die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° de rusttijden bepaald in hoofdstuk IV/1 van voormelde wet van 3 mei 2003 niet heeft toegekend;
2° het document voor het toezicht op de arbeidstijd en de rusttijd niet op de voorgeschreven tijdstippen heeft ingevuld of voltooid.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers".
Art. 93. Dans la section 9, insérée par l'article 92, il est inséré un article 160/2 rédigé comme suit :
" Article 160/2. Les temps de travail et de repos des marins pêcheurs
Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire, le patron qui, en contravention à la loi du mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° n'a pas octroyé les périodes de repos fixées au chapitre IV/1 de la loi précitée du 3 mai 2003 ;
2° n'a pas établi ou complété aux moments prescrits le document de suivi des temps de travail et de repos.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés ".
" Article 160/2. Les temps de travail et de repos des marins pêcheurs
Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire, le patron qui, en contravention à la loi du mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° n'a pas octroyé les périodes de repos fixées au chapitre IV/1 de la loi précitée du 3 mai 2003 ;
2° n'a pas établi ou complété aux moments prescrits le document de suivi des temps de travail et de repos.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés ".
Art. 94. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt artikel 171/5 ingevoegd, luidende:
"Artikel 171/5. De kosten van repatriëring van de zeevisser
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° vooruitbetaling heeft geëist van de zeevisser bij aanvang van zijn tewerkstelling voor de kosten van repatriëring, en eveneens de kosten van repatriëring verhaald op de loon of andere aanspraken van de zeevisser, tenzij de repatriëring om tuchtredenen diende te gebeuren of in het geval bedoeld in artikel 47 van voormelde wet van 3 mei 2003;
2° in geval van ontscheping van de zeevisser in het buitenland, hem niet heeft gerepatrieerd naar de woonplaats van de zeevisser of hem heeft gerepatrieerd op kosten van de zeevisser, in de gevallen bedoeld in artikel 52, 1° tot 3°, 5°, 7°, enkel indien er door de zeevisser een einde wordt gesteld aan de arbeidsovereenkomst, en 8° en in artikel 54 van voormelde wet van 3 mei 2003.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers.".
"Artikel 171/5. De kosten van repatriëring van de zeevisser
Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° vooruitbetaling heeft geëist van de zeevisser bij aanvang van zijn tewerkstelling voor de kosten van repatriëring, en eveneens de kosten van repatriëring verhaald op de loon of andere aanspraken van de zeevisser, tenzij de repatriëring om tuchtredenen diende te gebeuren of in het geval bedoeld in artikel 47 van voormelde wet van 3 mei 2003;
2° in geval van ontscheping van de zeevisser in het buitenland, hem niet heeft gerepatrieerd naar de woonplaats van de zeevisser of hem heeft gerepatrieerd op kosten van de zeevisser, in de gevallen bedoeld in artikel 52, 1° tot 3°, 5°, 7°, enkel indien er door de zeevisser een einde wordt gesteld aan de arbeidsovereenkomst, en 8° en in artikel 54 van voormelde wet van 3 mei 2003.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers.".
Art. 94. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/5 rédigé comme suit :
" Article 171/5. Les frais de rapatriement du marin pêcheur
Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° a exigé du marin pêcheur, au début de son emploi, une avance en vue de couvrir les frais de son rapatriement ou a recouvré auprès du marin pêcheur les frais de rapatriement sur son salaire ou ses autres droits, hors le cas du rapatriement pour des raisons disciplinaires ou dans le cas visé à l'article 47 de la loi précitée du 3 mai 2003 ;
2° en cas de débarquement du marin pêcheur à l'étranger, ne l'a pas rapatrié vers le domicile du marin pêcheur ou l'a rapatrié aux frais du marin pêcheur, dans les cas visés à l'article 52, 1° à 3°, 5°, 7°, uniquement lorsqu'il est mis fin au contrat d'engagement par le marin-pêcheur, et 8° et à l'article 54 de la loi précitée du 3 mai 2003.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés. ".
" Article 171/5. Les frais de rapatriement du marin pêcheur
Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° a exigé du marin pêcheur, au début de son emploi, une avance en vue de couvrir les frais de son rapatriement ou a recouvré auprès du marin pêcheur les frais de rapatriement sur son salaire ou ses autres droits, hors le cas du rapatriement pour des raisons disciplinaires ou dans le cas visé à l'article 47 de la loi précitée du 3 mai 2003 ;
2° en cas de débarquement du marin pêcheur à l'étranger, ne l'a pas rapatrié vers le domicile du marin pêcheur ou l'a rapatrié aux frais du marin pêcheur, dans les cas visés à l'article 52, 1° à 3°, 5°, 7°, uniquement lorsqu'il est mis fin au contrat d'engagement par le marin-pêcheur, et 8° et à l'article 54 de la loi précitée du 3 mai 2003.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés. ".
Art. 95. In Boek 2, Hoofdstuk 6, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 6/1 ingevoegd, luidende:
"De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en het algemeen stamboek der zeevissers".
"De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en het algemeen stamboek der zeevissers".
Art. 95. Dans le livre 2, chapitre 6, du même Code, il est inséré une section 6/1 intitulée :
" Le contrat d'engagement pour la pêche maritime et le registre matricule des marins pêcheurs ".
" Le contrat d'engagement pour la pêche maritime et le registre matricule des marins pêcheurs ".
Art. 96. In afdeling 6/1 ingevoegd bij artikel 95, wordt artikel 188/3 ingevoegd, luidende:
"Artikel 188/3. De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en het algemeen stamboek der zeevissers
§ 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° één of meerdere zeevissers als bemanningslid tewerkstelt zonder voorafgaand aan de tewerkstelling een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij te hebben gesloten;
2° de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij niet door de zeevisser zelf heeft doen ondertekenen;
3° met één of meerdere zeevissers een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij heeft gesloten die niet alle minimale vereisten bepaald in artikel 9, § 2 van voormelde wet van 3 mei 2003 bevat;
4° geen exemplaar van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij aan de zeevisser heeft overhandigd;
5° geen exemplaar van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij aan boord van het vissersschip heeft bewaard, waar de zeevisser het op elk ogenblik kan inkijken.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers.
§ 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met voormelde wet van 3 mei 2003 de zeevisser die voor de eerste maal in het kader van een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij wordt aangeworven, niet heeft ingeschreven in het algemeen stamboek der zeevisser.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuk, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers.".
"Artikel 188/3. De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en het algemeen stamboek der zeevissers
§ 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser:
1° één of meerdere zeevissers als bemanningslid tewerkstelt zonder voorafgaand aan de tewerkstelling een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij te hebben gesloten;
2° de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij niet door de zeevisser zelf heeft doen ondertekenen;
3° met één of meerdere zeevissers een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij heeft gesloten die niet alle minimale vereisten bepaald in artikel 9, § 2 van voormelde wet van 3 mei 2003 bevat;
4° geen exemplaar van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij aan de zeevisser heeft overhandigd;
5° geen exemplaar van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij aan boord van het vissersschip heeft bewaard, waar de zeevisser het op elk ogenblik kan inkijken.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers.
§ 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met voormelde wet van 3 mei 2003 de zeevisser die voor de eerste maal in het kader van een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij wordt aangeworven, niet heeft ingeschreven in het algemeen stamboek der zeevisser.
Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuk, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken zeevissers.".
Art. 96. Dans la section 6/1 insérée par l'article 95, il est inséré un article 188/3 rédigé comme suit :
" Article 188/3. Le contrat d'engagement pour la pêche maritime et le registre matricule des marins pêcheurs
§ 1er. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° emploie, en qualité de membre d'équipage dans le cadre d'un contrat d'engagement pour la pêche maritime, des marins pêcheurs sans avoir conclu préalablement à l'occupation un contrat d'engagement pour la pêche maritime ;
2° n'a pas fait signé le contrat d'engagement pour la pêche maritime par le marin pêcheur personnellement ;
3° a conclu avec un ou plusieurs marins pêcheurs un contrat d'engagement pour la pêche maritime qui ne contient pas toutes les mentions minimales visées à l'article 9, § 2, de la loi précitée du 3 mai 2003 ;
4° n'a pas remis au marin pêcheur un exemplaire du contrat d'engagement pour la pêche maritime ;
5° n'a pas conservé un exemplaire du contrat d'engagement à bord du navire de pêche à un endroit où il peut être consulté à tout moment par le marin pêcheur.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés.
§ 2. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi précitée du 3 mai 2003, n'a pas inscrit le marin pêcheur, engagé pour la première fois dans le cadre d'un contrat d'engagement pour la pêche maritime, dans le registre matricule des marins pêcheurs.
En ce qui concerne l'infraction visée à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés. ".
" Article 188/3. Le contrat d'engagement pour la pêche maritime et le registre matricule des marins pêcheurs
§ 1er. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 3 mai 2003 portant réglementation du contrat d'engagement maritime pour la pêche maritime et améliorant le statut social du marin pêcheur :
1° emploie, en qualité de membre d'équipage dans le cadre d'un contrat d'engagement pour la pêche maritime, des marins pêcheurs sans avoir conclu préalablement à l'occupation un contrat d'engagement pour la pêche maritime ;
2° n'a pas fait signé le contrat d'engagement pour la pêche maritime par le marin pêcheur personnellement ;
3° a conclu avec un ou plusieurs marins pêcheurs un contrat d'engagement pour la pêche maritime qui ne contient pas toutes les mentions minimales visées à l'article 9, § 2, de la loi précitée du 3 mai 2003 ;
4° n'a pas remis au marin pêcheur un exemplaire du contrat d'engagement pour la pêche maritime ;
5° n'a pas conservé un exemplaire du contrat d'engagement à bord du navire de pêche à un endroit où il peut être consulté à tout moment par le marin pêcheur.
En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés.
§ 2. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'armateur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi précitée du 3 mai 2003, n'a pas inscrit le marin pêcheur, engagé pour la première fois dans le cadre d'un contrat d'engagement pour la pêche maritime, dans le registre matricule des marins pêcheurs.
En ce qui concerne l'infraction visée à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de marins pêcheurs concernés. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation
Art. 97. Artikel 2, 1° van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten wordt aangevuld met een twintigste streepje, luidende:
"- de wet van 12 juni 2020 betreffende werk in de visserijsector."
"- de wet van 12 juni 2020 betreffende werk in de visserijsector."
Art. 97. L'article 2, 1° de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation est complété par un vingtième tiret rédigé comme suit :
" - la loi du 12 juin 2020 relative au travail dans la pêche "
" - la loi du 12 juin 2020 relative au travail dans la pêche "
TITEL 10. - Inwerkingtreding
TITRE 10. - Entrée en vigueur
Art. 98. Titel 2, afdeling 2 van hoofdstuk 1 van Titel 3 en artikel 67, 1° tot en met 3°, treden in werking op 15 november 2020.
Art. 98. Le Titre 2, la section 2 du chapitre 1er du Titre 3 et l'article 67, 1° à 3° entrent en vigueur le 15 novembre 2020.