Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2020. - Ordonnantie houdende de Algemene Uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het begrotingsjaar 2021(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-02-2021 en tekstbijwerking tot 23-03-2022)
Titre
18 DECEMBRE 2020. - Ordonnance contenant le Budget général des Dépenses de la Région de Bruxelles-Capitale pour l'année budgétaire 2021(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-02-2021 et mise à jour au 23-03-2022)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (143)
Texte (143)
Sectie I. - Algemene bepalingen
Section Ire. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Voor de uitgaven van de begroting van de diensten van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het begrotingsjaar 2021 worden kredieten geopend ten bedrage van :
Art. 2. Il est ouvert pour les dépenses du budget des services du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale afférentes à l'année budgétaire 2021, des crédits s'élevant aux montants ci-après :
| En euros | Crédits d'engagement - Vastleggingskredieten | Crédits de liquidation - Vereffeningskredieten | In euro |
| Crédits dissociés Crédits dissociés variables | 6.547.394.000343.197.000 | 6.629.704.000328.125.000 | Gesplitste kredieten Variabele gesplitste kredieten |
| Totaux | 6.890.591.000 | 6.957.829.000 | Totalen |
-
Vastleggingskredieten Crédits de liquidation
-
Vereffeningskredieten In euro Crédits dissociés
Crédits dissociés variables 6.547.394.000343.197.000 6.629.704.000328.125.000 Gesplitste kredieten
Variabele gesplitste kredieten Totaux 6.890.591.000 6.957.829.000 Totalen
Deze kredieten worden opgesomd in de bij deze ordonnantie gevoegde tabellen, sectie I.
In toepassing van het artikel 14 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de uitgaven gemachtigd per programma waarvan de krediettotalen opgenomen zijn in de bij deze ordonnantie gevoegde begrotingstabellen, sectie I en sectie II en de bijlage I.
De geconsolideerde ontvangsten- en uitgavenbegroting van de gewestelijke entiteit, berekend volgens de methode van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, wordt goedgekeurd en staat opgenomen in de vorm van een tabel op het einde van het beschikkende gedeelte van deze ordonnantie.
Bijlage III bevat de tabel met de uitgaven voor rekening van derden (fiscaliteit).
| En euros | Crédits d'engagement - Vastleggingskredieten | Crédits de liquidation - Vereffeningskredieten | In euro |
| Crédits dissociés Crédits dissociés variables | 6.547.394.000343.197.000 | 6.629.704.000328.125.000 | Gesplitste kredieten Variabele gesplitste kredieten |
| Totaux | 6.890.591.000 | 6.957.829.000 | Totalen |
-
Vastleggingskredieten Crédits de liquidation
-
Vereffeningskredieten In euro Crédits dissociés
Crédits dissociés variables 6.547.394.000343.197.000 6.629.704.000328.125.000 Gesplitste kredieten
Variabele gesplitste kredieten Totaux 6.890.591.000 6.957.829.000 Totalen
Ces crédits sont énumérés aux tableaux annexés à la présente ordonnance, section Ire.
En application de l'article 14 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les dépenses sont autorisées par programme dont les totaux de crédits sont repris dans les tableaux budgétaires annexés à la présente ordonnance, section Ire> et section II et l'annexe I.
Le budget consolidé en recettes et en dépenses de l'entité régionale, calculé selon la méthode de l'Institut des Comptes Nationaux, est approuvé et figure sous forme de tableau à la fin du dispositif de la présente ordonnance.
L'annexe III comprend le tableau des dépenses pour compte de tiers (fiscalité).
Art. 3. In afwijking van artikel 112 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 tot uitstel van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt de inwerkingtreding van de artikelen 29, eerste lid, vijfde en zesde streepje, en 31 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de begrotingscyclus, de structuur van de begrotingsordonnantie, de algemene toelichting en de verantwoordingen bij de begroting uitgesteld tot 1 januari 2022.
Art. 3. Par dérogation à l'article 112 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 reportant l'entrée en vigueur de certaines dispositions de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, l'entrée en vigueur des articles 29, alinéa 1er, cinquième et sixième tirets, et 31 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au cycle budgétaire, à la structure de l'ordonnance budgétaire, à l'exposé général du budget et aux justifications du budget est reportée au 1er janvier 2022.
Art. 4. Het artikel 11, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is niet van toepassing in 2021.
Art. 4. L'article 11, alinéa 2, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, n'est pas d'application en 2021.
Art. 5. In afwijking van het artikel 45, derde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van het artikel 13, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, kan de Regering, op voordracht van de Minister van Financiën en Begroting, een contractueel personeelslid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (G.O.B.) aanstellen in de functie van gewestelijke boekhouder, zoals bedoeld in diezelfde twee artikelen.
Art. 5. Par dérogation à l'article 45, alinéa 3, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, et à l'article 13, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 octobre 2006 portant sur les acteurs financiers, le Gouvernement peut, sur la proposition du Ministre des Finances et du Budget, désigner un agent contractuel du Service public régional de Bruxelles (S.P.R.B.) dans la fonction de comptable régional, telle que visée aux mêmes deux articles.
Sectie II. - Bijzondere bepalingen in verband met de diensten van de Regering, met inbegrip van de bepalingen in verband met de organieke begrotingsfondsen
Section II. - Dispositions spécifiques relatives aux services du Gouvernement, en ce comprises celles relatives aux fonds budgétaires organiques
Art. 6. De Regering is gemachtigd om provisies toe te kennen aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van het Gewest optreden.
Art. 6. Le Gouvernement est autorisé à allouer des provisions aux avocats, aux experts et aux huissiers de justice agissant pour compte de la Région.
Art. 7. In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de titelvoerende en/of plaatsvervangende beheerders van voorschotten niet verplicht gekozen uit de ambtenaren onderworpen aan het statuut.
Art. 7. Par dérogation à l'article 69, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les régisseurs d'avances titulaires et/ou suppléants ne sont pas obligatoirement choisis parmi les agents soumis au statut.
Art. 8. In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en het artikel 16, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, worden de vervangende centraliserende rekenplichtige van de uitgaven, rekenplichtige van de geschillen en rekenplichtige van de liggende gelden niet verplicht gekozen uit de ambtenaren van niveau A onderworpen aan het statuut.
Art. 8. Par dérogation à l'article 69, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 16, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 octobre 2006 portant sur les acteurs financiers, le comptable centralisateur des dépenses, le comptable du contentieux et le comptable des fonds en souffrance suppléants, ne sont pas obligatoirement choisis parmi les agents de niveau A soumis au statut.
Art. 9. In afwijking van het artikel 69, § 1, zesde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt de driemaandelijkse rekening van de beheerders van voorschotten aan het toezichtsorgaan overgemaakt uiterlijk de laatste kalenderdag van de maand volgend op ieder trimester. De jaarrekening van het beheer van de rekenplichtigen, met uitzondering van de beheerders van voorschotten, wordt aan het toezichtsorgaan overgemaakt uiterlijk de laatste kalenderdag van de tweede maand volgend op ieder jaar.
Behoudens de uitzonderingen voorzien in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, worden de bepalingen die gelden voor de beheerders van voorschotten van de diensten van de Regering mutatis mutandis toegepast op de beheerders van voorschotten van de ministeriële kabinetten.
Behoudens de uitzonderingen voorzien in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, worden de bepalingen die gelden voor de beheerders van voorschotten van de diensten van de Regering mutatis mutandis toegepast op de beheerders van voorschotten van de ministeriële kabinetten.
Art. 9. Par dérogation à l'article 69, § 1er, alinéa 6, de l'ordonnance organique portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le compte trimestriel des régisseurs d'avances est transmis à l'organe de surveillance au plus tard le dernier jour calendrier du mois suivant chaque trimestre. Le compte annuel de gestion des comptables-trésoriers, à l'exception des régisseurs d'avances, est transmis à l'organe de surveillance au plus tard le dernier jour calendrier du deuxième mois suivant chaque année.
Sauf exceptions prévues dans l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 octobre 2006 portant sur les acteurs financiers, les dispositions qui sont en vigueur pour les régisseurs d'avances des services du Gouvernement s'appliquent mutatis mutandis aux régisseurs d'avances des cabinets ministériels.
Sauf exceptions prévues dans l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 octobre 2006 portant sur les acteurs financiers, les dispositions qui sont en vigueur pour les régisseurs d'avances des services du Gouvernement s'appliquent mutatis mutandis aux régisseurs d'avances des cabinets ministériels.
Art. 10. In afwijking van het artikel 69, § 1 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, kan de door de Minister van Financiën en Begroting aangewezen rekenplichtige uitgavenverrichtingen voor rekening van derden uitvoeren in het kader van de door de Minister van Financiën en Begroting gespecifieerde activiteiten, op voorwaarde dat die financiële stromen geen budgettaire weerslag hebben en de door Brussel Financiën en Begroting vastgestelde procedures eerbiedigen. De gedelegeerde ordonnateur voor de bovenvermelde verrichtingen is de door de Minister van Financiën en Begroting aangewezen gedelegeerde ordonnateur.
Art. 10. Par dérogation à l'article 69, § 1er de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget à la comptabilité et au contrôle, le comptable-trésorier, désigné par le Ministre des Finances et du Budget, peut effectuer des opérations de dépenses pour compte de tiers, dans le cadre des activités spécifiées par le Ministre des Finances et du Budget, à la condition que ces flux financiers soient sans impact budgétaire et qu'ils respectent les procédures établies par Bruxelles Finances et Budget. L'ordonnateur délégué pour les opérations susvisées est l'ordonnateur délégué désigné par le Ministre des Finances et du Budget.
Art. 11. § 1. In afwijking van het artikel 13, § 2, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, krijgt de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid op eenvoudige aanvraag onbeperkt toegang tot alle informatie, documenten en materiële of immateriële goederen, met inachtneming van de wettelijke of reglementaire verbodsbepalingen. Zij kan elk personeelslid om de informatie vragen die zij nodig acht voor het vervullen van haar opdrachten.
§ 2. In afwijking van het artikel 13, § 4, 1° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, zijn de werkzaamheden geprogrammeerd op jaarbasis of tweejaarlijkse basis. Iedere periode legt de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid, vóór 31 december, het analyseprogramma voor de volgende periode ter goedkeuring neer bij de Inspecteur van Financiën en/of de Regeringscommissarissen, voor de autonome bestuursinstellingen die daarover beschikken.
§ 3. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, worden de controleresultaten voorgesteld in een ontwerp-controleverslag dat wordt meegedeeld aan de gecontroleerde eenheid.
§ 4. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, bevat het ontwerp van controleverslag de opmerkingen, de vaststellingen en de conclusies over de controledoelstellingen alsook de aanbevelingen. Dit wordt overgemaakt aan de gecontroleerde entiteit in het kader van een tegensprekelijke procedure waarvan de modaliteiten en duurtijd door de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid zullen worden meegedeeld. Op het einde van die procedure, wordt het definitieve controleverslag opgesteld en, in voorkomend geval, aangevuld met een voortgangsverslag over de vroegere aanbevelingen.
§ 5. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, derde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, wordt het definitieve controleverslag meegedeeld aan de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit, aan de Inspecteur van Financiën of de Regeringscommissarissen, aan de Minister van Financiën en aan de functioneel bevoegde Minister.
§ 6. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, vierde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, spreekt de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit zich uit over de opvolging die moet worden gegeven aan de aanbevelingen en deelt dit mee aan de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid.
§ 2. In afwijking van het artikel 13, § 4, 1° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, zijn de werkzaamheden geprogrammeerd op jaarbasis of tweejaarlijkse basis. Iedere periode legt de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid, vóór 31 december, het analyseprogramma voor de volgende periode ter goedkeuring neer bij de Inspecteur van Financiën en/of de Regeringscommissarissen, voor de autonome bestuursinstellingen die daarover beschikken.
§ 3. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, worden de controleresultaten voorgesteld in een ontwerp-controleverslag dat wordt meegedeeld aan de gecontroleerde eenheid.
§ 4. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, bevat het ontwerp van controleverslag de opmerkingen, de vaststellingen en de conclusies over de controledoelstellingen alsook de aanbevelingen. Dit wordt overgemaakt aan de gecontroleerde entiteit in het kader van een tegensprekelijke procedure waarvan de modaliteiten en duurtijd door de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid zullen worden meegedeeld. Op het einde van die procedure, wordt het definitieve controleverslag opgesteld en, in voorkomend geval, aangevuld met een voortgangsverslag over de vroegere aanbevelingen.
§ 5. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, derde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, wordt het definitieve controleverslag meegedeeld aan de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit, aan de Inspecteur van Financiën of de Regeringscommissarissen, aan de Minister van Financiën en aan de functioneel bevoegde Minister.
§ 6. In afwijking van het artikel 13, § 4, 3°, vierde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, spreekt de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit zich uit over de opvolging die moet worden gegeven aan de aanbevelingen en deelt dit mee aan de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid.
Art. 11. § 1er. Par dérogation à l'article 13, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, l'unité administrative visée à l'article 12, § 2, de l'arrêté précité, obtient sur simple demande un accès illimité à l'ensemble des informations, documents et biens matériels et immatériels, sous réserve des interdictions légales ou réglementaires. Elle peut demander à chaque membre du personnel les informations qu'elle estime nécessaires à l'exécution de ses missions.
§ 2. Par dérogation à l'article 13, § 4, 1°, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, les travaux sont programmés sur une base annuelle ou bisanuelle. Chaque période, avant le 31 décembre, l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité, soumet le programme d'analyse pour la période suivante à l'inspecteur des Finances et/ou auxcommissaires du Gouvernement pour les organismes administratifs autonomes qui en possèdent, pour approbation.
§ 3. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, les résultats des contrôles sont présentés dans un projet de rapport de contrôle qui est communiqué à l'entité contrôlée.
§ 4. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le projet de rapport de contrôle contient les observations, les constatations et les conclusions sur les objectifs de contrôle ainsi que des recommandations. Celui-ci est transmis à l'entité contrôlée dans le cadre d'une procédure contradictoire dont les modalités et la durée seront communiquées par l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité. Au terme de cette procédure, le rapport de contrôle définitif est rédigé et, le cas échéant, complété par un rapport de suivi des recommandations antérieures.
§ 5. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le rapport de contrôle définitif est communiqué au fonctionnaire général de l'entité contrôlée, à l'inspecteur des Finances ou auxcommissaires de Gouvernement, ainsi qu'au Ministre des Finances et au Ministre fonctionnellement compétent.
§ 6. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le fonctionnaire général de l'entité contrôlée statue sur les suites à accorder aux recommandations et en fait communication à l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité.
§ 2. Par dérogation à l'article 13, § 4, 1°, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, les travaux sont programmés sur une base annuelle ou bisanuelle. Chaque période, avant le 31 décembre, l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité, soumet le programme d'analyse pour la période suivante à l'inspecteur des Finances et/ou auxcommissaires du Gouvernement pour les organismes administratifs autonomes qui en possèdent, pour approbation.
§ 3. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, les résultats des contrôles sont présentés dans un projet de rapport de contrôle qui est communiqué à l'entité contrôlée.
§ 4. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le projet de rapport de contrôle contient les observations, les constatations et les conclusions sur les objectifs de contrôle ainsi que des recommandations. Celui-ci est transmis à l'entité contrôlée dans le cadre d'une procédure contradictoire dont les modalités et la durée seront communiquées par l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité. Au terme de cette procédure, le rapport de contrôle définitif est rédigé et, le cas échéant, complété par un rapport de suivi des recommandations antérieures.
§ 5. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le rapport de contrôle définitif est communiqué au fonctionnaire général de l'entité contrôlée, à l'inspecteur des Finances ou auxcommissaires de Gouvernement, ainsi qu'au Ministre des Finances et au Ministre fonctionnellement compétent.
§ 6. Par dérogation à l'article 13, § 4, 3°, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le fonctionnaire général de l'entité contrôlée statue sur les suites à accorder aux recommandations et en fait communication à l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité.
Art. 12. § 1. In afwijking van het artikel 14, § 5, eerste lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, bevat het ontwerp van controleverslag de opmerkingen, de vaststellingen en de conclusies over de controledoelstellingen alsook de aanbevelingen. Dit wordt overgemaakt aan de gecontroleerde entiteit in het kader van een tegensprekelijke procedure waarvan de modaliteiten en duurtijd door de in het artikel 12, § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid zullen worden meegedeeld. Op het einde van die procedure, wordt het definitieve controleverslag opgesteld en, in voorkomend geval, aangevuld met een voortgangsverslag over de vroegere aanbevelingen.
§ 2. In afwijking van het artikel 14, § 5, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, wordt het definitieve controleverslag meegedeeld aan de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit, aan de Inspecteur van Financiën, aan de Minister van Financiën en aan de functioneel bevoegde Minister.
§ 3. In afwijking van het artikel 14, § 5, derde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, spreekt de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit zich uit over de opvolging die moet worden gegeven aan de aanbevelingen en deelt dit mee aan de in het artikel 12 § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid.
§ 2. In afwijking van het artikel 14, § 5, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, wordt het definitieve controleverslag meegedeeld aan de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit, aan de Inspecteur van Financiën, aan de Minister van Financiën en aan de functioneel bevoegde Minister.
§ 3. In afwijking van het artikel 14, § 5, derde lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer, spreekt de ambtenaar-generaal van de gecontroleerde entiteit zich uit over de opvolging die moet worden gegeven aan de aanbevelingen en deelt dit mee aan de in het artikel 12 § 2 van voormeld besluit bedoelde administratieve eenheid.
Art. 12. § 1er. Par dérogation à l'article 14, § 5, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le projet de rapport de contrôle contient les observations, les constatations et les conclusions sur les objectifs de contrôle ainsi que des recommandations. Celui-ci est transmis à l'entité contrôlée dans le cadre d'une procédure contradictoire dont les modalités et la durée seront communiquées par l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité. Au terme de cette procédure, le rapport de contrôle définitif est rédigé et, le cas échéant, complété par un rapport de suivi des recommandations antérieures.
§ 2. Par dérogation à l'article 14, § 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le rapport de contrôle définitif est communiqué au fonctionnaire général de l'entité contrôlée, à l'inspecteur des Finances, ainsi qu'au Ministre des Finances et au Ministre fonctionnellement compétent.
§ 3. Par dérogation à l'article 14, § 5, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le fonctionnaire général de l'entité contrôlée statue sur les suites à accorder aux recommandations et en fait communication à l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité.
§ 2. Par dérogation à l'article 14, § 5, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le rapport de contrôle définitif est communiqué au fonctionnaire général de l'entité contrôlée, à l'inspecteur des Finances, ainsi qu'au Ministre des Finances et au Ministre fonctionnellement compétent.
§ 3. Par dérogation à l'article 14, § 5, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 octobre 2007 portant sur le contrôle interne et notamment sur le contrôle interne métier, le contrôle comptable et le contrôle de la bonne gestion financière, le fonctionnaire général de l'entité contrôlée statue sur les suites à accorder aux recommandations et en fait communication à l'unité administrative, visée à l'article 12, § 2 de l'arrêté précité.
Art. 13. Overeenkomstig artikel 69, derde lid van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle waarin is bepaald dat de rekenplichtigen, met inbegrip van de beheerders van voorschotten, slechts thesaurieverrichtingen doen en volgens de modaliteiten voorzien in artikel 40 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren, zijn de voorschotten betaald door de centraliserende rekenplichtige van de uitgaven aan een beheerder van voorschotten begrotingsverrichtingen in de zin van artikel 5 van de ordonnantie en worden budgettair en boekhoudkundig aangerekend op het moment van de vereffening van het voorschot. De uitgaven van de beheerder van voorschoten zijn geen vastgestelde rechten geboekt overeenkomstig artikel 14 van voornoemd besluit.
Art. 13. Conformément à l'article 69, alinéa 3 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle qui précise que les comptables-trésoriers, dont les régisseurs d'avances, ne font que des opérations de trésorerie et selon les modalités prévues à l'article 40 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 octobre 2006 portant sur les acteurs financiers, les avances faites par le comptable centralisateur des dépenses à un régisseur d'avances sont des opérations budgétaires au sens de l'article 5 de l'ordonnance et sont imputées budgétairement et comptablement au moment de la liquidation de l'avance. Les dépenses du régisseur d'avance ne sont pas des droits constatés comptabilisés conformément à l'article 14 de l'arrêté susmentionné.
Art. 14. In afwijking van het artikel 23 van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, wordt negentig procent van de totale opbrengst van de geldboeten in het " Fonds openbaar beheersrecht " (BFB16 - BA 02.310.06.08.38.50) gestort, dat opgericht werd door de ordonnantie van 20 juli 2006 houdende wijziging van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen. Tien procent van de totale opbrengst van de geldboeten wordt toegewezen aan de algemene middelen (BA 02.310.03.04.38.50) van de Middelenbegroting.
Van voormelde negentig procent wordt een bedrag, dat overeenstemt met vijfentachtig procent van de totale opbrengst van de geldboeten, doorgestort aan de gemeente op wier grondgebied het leegstaand goed zich bevindt, voor zover ze uitdrukkelijk de onbewoonde woningen geweerd heeft uit het toepassingsgebied van haar belastingreglement betreffende de verlaten, onbewoonde of onafgewerkte woningen. De gemeente wendt de opbrengst aan voor de werkingskosten in het kader van de ontwikkeling van haar huisvestingsbeleid.
Van voormelde negentig procent blijft een bedrag, dat overeenstemt met vijf procent van de totale opbrengst van de geldboeten, in het voormelde Fonds, om aangewend te worden, in voorkomend geval, voor de voorziene uitgaven van het Fonds.
Van voormelde negentig procent wordt een bedrag, dat overeenstemt met vijfentachtig procent van de totale opbrengst van de geldboeten, doorgestort aan de gemeente op wier grondgebied het leegstaand goed zich bevindt, voor zover ze uitdrukkelijk de onbewoonde woningen geweerd heeft uit het toepassingsgebied van haar belastingreglement betreffende de verlaten, onbewoonde of onafgewerkte woningen. De gemeente wendt de opbrengst aan voor de werkingskosten in het kader van de ontwikkeling van haar huisvestingsbeleid.
Van voormelde negentig procent blijft een bedrag, dat overeenstemt met vijf procent van de totale opbrengst van de geldboeten, in het voormelde Fonds, om aangewend te worden, in voorkomend geval, voor de voorziene uitgaven van het Fonds.
Art. 14. Par dérogation à l'article 23 de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du Logement, nonante pour cent du produit total des amendes sont versés dans le " Fonds droit de gestion publique " (BFB16 - AB 02.310.06.08.38.50), tel qu'institué par l'ordonnance du 20 juillet 2006 modifiant l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires. Dix pour cent du produit total des amendes sont affectés aux moyens généraux (AB 02.310.03.04.38.50) du Budget des Voies et Moyens.
Des nonante pour cent susmentionnés, un montant qui correspond à quatre-vingt-cinq pour cent du produit total des amendes est ristourné à la commune sur le territoire de laquelle se situe le bien inoccupé pour autant qu'elle ait expressément exclu les logements inoccupés du champs d'application de son règlement-taxe relatif aux immeubles abandonnés, inoccupés ou inachevés. La commune affecte le produit aux frais de fonctionnement dans le cadre du développement de sa politique en matière de logement.
Des nonante pour cent susmentionnés, un montant, qui correspond à cinq pour cent du produit total des amendes, reste dans le Fonds susmentionné, pour être affecté, le cas échéant, aux dépenses prévues pour le Fonds.
Des nonante pour cent susmentionnés, un montant qui correspond à quatre-vingt-cinq pour cent du produit total des amendes est ristourné à la commune sur le territoire de laquelle se situe le bien inoccupé pour autant qu'elle ait expressément exclu les logements inoccupés du champs d'application de son règlement-taxe relatif aux immeubles abandonnés, inoccupés ou inachevés. La commune affecte le produit aux frais de fonctionnement dans le cadre du développement de sa politique en matière de logement.
Des nonante pour cent susmentionnés, un montant, qui correspond à cinq pour cent du produit total des amendes, reste dans le Fonds susmentionné, pour être affecté, le cas échéant, aux dépenses prévues pour le Fonds.
Art. 15. [1 In afwijking van het artikel 29 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten, is iedere Minister gemachtigd om op gemotiveerde wijze, via een beslissing van de Regering, tenzij de Minister van Begroting een ministeriële beslissing toestaat, en binnen de grenzen van de vastleggings- of vereffeningskredieten van een opdracht die tot zijn bevoegdheid behoort, tenzij de Minister van Begroting een herverdeling tussen meerdere opdrachten toestaat, kredietherverdelingen uit te voeren tussen de verschillende programma's van deze opdracht.
Van deze machtiging mag enkel bij uitzondering gebruik gemaakt worden en alleen wanneer de mogelijkheden geboden door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten werden uitgeput, dat wil zeggen wanneer kredietherverdelingen binnen de grenzen van de vastleggingskredieten of van de vereffeningskredieten van het betreffende programma niet meer mogelijk zijn door het gebrek aan voldoende beschikbare kredieten.
De gemotiveerde aanvraag tot herverdeling wordt door de betrokken Minister of staatssecretaris, via het betrokken bestuur, ingediend bij de directie Begroting van het bestuur Brussel Financiën en Begroting van de GOB. Indien de herverdelingen basisallocaties betreffen die behoren tot de bevoegdheid van verschillende Ministers of staatssecretarissen (in het geval van een gedeelde opdracht of een gedeeld programma of in geval van meerdere opdrachten en/of programma's die behoren tot meerdere Ministers of staatssecretarissen), dan wordt de gemotiveerde aanvraag gezamenlijk ingediend.
Kredietherverdelingen vanuit basisallocaties met economische codes 11.XX naar basisallocaties met andere economische codes moeten het voorafgaandelijk akkoord van de Minister van Begroting bekomen.
Het advies van de Inspectie van Financiën en het akkoord van de Minister van Begroting zijn voorafgaandelijk vereist.
Het advies van de Inspectie van Financiën en het akkoord van de Minister van Begroting zijn echter niet voorafgaandelijk vereist indien het een herverdeling betreft uitsluitend voor correcties in verband met het gebruik van de correcte economische codes, zoals bepaald in de Economische Classificatie, opgesteld door de Algemene Gegevensbank.Dit wordt geverifieerd door de Directie Begroting van Brussel Financiën en Begroting van de GOB.
Deze herverdelingen worden onverwijld meegedeeld aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en aan het Rekenhof. ]1
Van deze machtiging mag enkel bij uitzondering gebruik gemaakt worden en alleen wanneer de mogelijkheden geboden door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten werden uitgeput, dat wil zeggen wanneer kredietherverdelingen binnen de grenzen van de vastleggingskredieten of van de vereffeningskredieten van het betreffende programma niet meer mogelijk zijn door het gebrek aan voldoende beschikbare kredieten.
De gemotiveerde aanvraag tot herverdeling wordt door de betrokken Minister of staatssecretaris, via het betrokken bestuur, ingediend bij de directie Begroting van het bestuur Brussel Financiën en Begroting van de GOB. Indien de herverdelingen basisallocaties betreffen die behoren tot de bevoegdheid van verschillende Ministers of staatssecretarissen (in het geval van een gedeelde opdracht of een gedeeld programma of in geval van meerdere opdrachten en/of programma's die behoren tot meerdere Ministers of staatssecretarissen), dan wordt de gemotiveerde aanvraag gezamenlijk ingediend.
Kredietherverdelingen vanuit basisallocaties met economische codes 11.XX naar basisallocaties met andere economische codes moeten het voorafgaandelijk akkoord van de Minister van Begroting bekomen.
Het advies van de Inspectie van Financiën en het akkoord van de Minister van Begroting zijn voorafgaandelijk vereist.
Het advies van de Inspectie van Financiën en het akkoord van de Minister van Begroting zijn echter niet voorafgaandelijk vereist indien het een herverdeling betreft uitsluitend voor correcties in verband met het gebruik van de correcte economische codes, zoals bepaald in de Economische Classificatie, opgesteld door de Algemene Gegevensbank.Dit wordt geverifieerd door de Directie Begroting van Brussel Financiën en Begroting van de GOB.
Deze herverdelingen worden onverwijld meegedeeld aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en aan het Rekenhof. ]1
Art. 15. [1 Par dérogation à l'article 29 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 concernant les nouvelles ventilations et dépassements de crédits de dépenses, chaque Ministre est autorisé à opérer de manière motivée, par une décision du Gouvernement, à moins que le Ministre du Budget n'accorde une décision ministérielle, et dans les limites des crédits d'engagement ou de liquidation d'une mission qui est de son ressort, sauf si le Ministre du Budget autorise une nouvelle ventilation entre plusieurs missions, de nouvelles ventilations de crédits entre les différents programmes de cette mission.
Cette autorisation ne peut être utilisée qu'à titre exceptionnel et uniquement au moment où toutes les possibilités offertes par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 concernant les nouvelles ventilations et dépassements de crédits de dépenses ont été épuisées, c'est-à-dire quand de nouvelles ventilations de crédits dans les limites des crédits d'engagement ou de liquidation du programme concerné sont devenues impossibles faute de crédits suffisamment disponibles.
La demande motivée de nouvelle ventilation est introduite auprès de la direction du Budget de l'administration Bruxelles Finances et Budget du SPRB par le Ministre ou le Secrétaire d'Etat concerné, via l'administration concernée. Si les nouvelles ventilations concernent des allocations de base qui sont du ressort de différents Ministres ou Secrétaires d'Etat (dans le cas d'une mission partagée ou d'un programme partagé ou dans le cas de plusieurs missions et/ou programmes appartenant à plusieurs Ministres ou Secrétaires d'Etat), la demande motivée est introduite conjointement.
De nouvelles ventilations de crédits de crédits à partir d'allocations de base aux codes economiques 11.XX vers des allocations de base aux autres codes économiques doivent recevoir l'accord préalable du Ministre du Budget.
L'avis de l'Inspection des Finances et l'accord du Ministre du Budget sont requis préalablement.
Cependant, l'avis de l'Inspection des Finances et l'accord du Ministre du Budget ne sont pas requis préalablement s'il s'agit une nouvelle ventilation uniquement pour des corrections par rapport à l'utilisation de codes économiques corrects, comme stipulés dans la Classification économique, établie par la Base documentaire générale.Ceci est vérifié par la Direction du Budget de Bruxelles Finances et Budget du SPRB.
Ces nouvelles ventilations sont communiquées sans délai au Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et à la Cour des comptes ]1
Cette autorisation ne peut être utilisée qu'à titre exceptionnel et uniquement au moment où toutes les possibilités offertes par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 concernant les nouvelles ventilations et dépassements de crédits de dépenses ont été épuisées, c'est-à-dire quand de nouvelles ventilations de crédits dans les limites des crédits d'engagement ou de liquidation du programme concerné sont devenues impossibles faute de crédits suffisamment disponibles.
La demande motivée de nouvelle ventilation est introduite auprès de la direction du Budget de l'administration Bruxelles Finances et Budget du SPRB par le Ministre ou le Secrétaire d'Etat concerné, via l'administration concernée. Si les nouvelles ventilations concernent des allocations de base qui sont du ressort de différents Ministres ou Secrétaires d'Etat (dans le cas d'une mission partagée ou d'un programme partagé ou dans le cas de plusieurs missions et/ou programmes appartenant à plusieurs Ministres ou Secrétaires d'Etat), la demande motivée est introduite conjointement.
De nouvelles ventilations de crédits de crédits à partir d'allocations de base aux codes economiques 11.XX vers des allocations de base aux autres codes économiques doivent recevoir l'accord préalable du Ministre du Budget.
L'avis de l'Inspection des Finances et l'accord du Ministre du Budget sont requis préalablement.
Cependant, l'avis de l'Inspection des Finances et l'accord du Ministre du Budget ne sont pas requis préalablement s'il s'agit une nouvelle ventilation uniquement pour des corrections par rapport à l'utilisation de codes économiques corrects, comme stipulés dans la Classification économique, établie par la Base documentaire générale.Ceci est vérifié par la Direction du Budget de Bruxelles Finances et Budget du SPRB.
Ces nouvelles ventilations sont communiquées sans délai au Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale et à la Cour des comptes ]1
Art. 16. In afwijking van artikel 15, 2de lid, a), van deze ordonnantie, is de staatssecretaris gemachtigd om, na het akkoord van de Minister van Begroting, de kredietherverdelingen uit te voeren van de basisallocaties van activiteit 07 " lonen en sociale lasten, lonen in natura " van het programma 001 van de opdracht 33 naar de basisallocaties van activiteit 07 " lonen en sociale lasten, lonen in natura " van het programma 014 van de opdracht 27.
Art. 16. Par dérogation à l'article 15, alinéa 2, a), de cette ordonnance, le Secrétaire d'Etat est autorisé, après l'accord du Ministre du Budget, à procéder aux nouvelles ventilations de crédits des allocations de base de l'activité 07 " salaires et charges sociales, salaires en nature " du programme 001 de la mission 33 vers des allocations de base de l'activité 07 " salaires et charges sociales, salaires en nature " du programme 014 de la mission 27.
Art. 17. In afwijking van het artikel 5, § 3, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten, kunnen kredietherverdelingen van de basisallocaties 06.002.13.01.21.10 en 06.002.13.03.21.10 naar de basisallocatie 06.002.08.01.12.11 toegestaan worden door de Minister van Financiën en Begroting met het oog op de betaling van kosten verbonden aan de uitgiftes van leningen (fees agreement).
Art. 17. Par dérogation à l'article 5, § 3, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 concernant les nouvelles ventilations et dépassements de crédits de dépenses, des ventilations de crédits au départ des allocations de base 06.002.13.01.21.10 et 06.002.13.03.21.10 vers l'allocation de base 06.002.08.01.12.11 peuvent être autorisées par le Ministre des Finances et du Budget pour assurer le paiement des frais relatifs à l'émission d'emprunts (fees agreement).
Art. 18. In afwijking van artikel 46, 2de lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren zijn de ambtenaren die deel uitmaken van het toezichtsorgaan niet verplicht onderworpen aan het statuut
Art. 18. Par dérogation à l'article 46, 2e alinéa de l'arrêté du Gouvernement du 19 octobre 2006 de la Région de Bruxelles-Capitale portant sur les acteurs financiers, les agents faisant partie de l'organe de surveillance ne sont pas obligatoirement soumis au statut.
Art. 19. De besluiten tot herverdeling van uitgavenkredieten van het begrotingsjaar 2021 worden genomen van 1 januari tot 31 december van dat jaar, onverminderd de bepalingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten, inzonderheid artikel 2.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is eveneens gemachtigd tot het toekennen van facultatieve subsidies ten laste van nieuwe basisallocaties die in de loop van het begrotingsjaar gecreëerd worden door ministerieel of regeringsbesluit tot kredietherverdeling en die als voorwerp facultatieve subsidies hebben (met de FSF-code in de begrotingstabel) in het kader van dezelfde objectieven als deze verbonden met de reeds in de initiële begroting 2021 bestaande basisallocaties van waaruit de kredieten worden overgedragen.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is eveneens gemachtigd tot het toekennen van facultatieve subsidies ten laste van nieuwe basisallocaties die in de loop van het begrotingsjaar gecreëerd worden door ministerieel of regeringsbesluit tot kredietherverdeling en die als voorwerp facultatieve subsidies hebben (met de FSF-code in de begrotingstabel) in het kader van dezelfde objectieven als deze verbonden met de reeds in de initiële begroting 2021 bestaande basisallocaties van waaruit de kredieten worden overgedragen.
Art. 19. Les arrêtés de nouvelle ventilation de crédits de dépenses de l'année budgétaire 2021 sont pris du 1er janvier jusqu'au 31 décembre de cette année, sans préjudice des dispositions de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 concernant les nouvelles ventilations et dépassements de crédits de dépenses, notamment l'article 2.
Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est également autorisé à octroyer des subventions facultatives à charge de nouvelles allocations de base, créées dans le courant de l'année budgétaire par arrêté ministériel ou gouvernemental de nouvelle ventilation de crédits, et qui ont comme objet des subventions facultatives (avec le code FSF dans le tableau budgétaire) dans le cadre des mêmes objectifs que ceux liés aux allocations de bases déjà existantes dans le budget initial 2021 et à partir desquelles les crédits sont transférés.
Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est également autorisé à octroyer des subventions facultatives à charge de nouvelles allocations de base, créées dans le courant de l'année budgétaire par arrêté ministériel ou gouvernemental de nouvelle ventilation de crédits, et qui ont comme objet des subventions facultatives (avec le code FSF dans le tableau budgétaire) dans le cadre des mêmes objectifs que ceux liés aux allocations de bases déjà existantes dans le budget initial 2021 et à partir desquelles les crédits sont transférés.
Art. 20. Binnen het ERP-systeem van de diensten van de Regering (de G.O.B.'s) is het toegestaan om, omwille van informatica-technische beperkingen, in afwijking van de ESR-classificatie, op het niveau van de basisallocaties, een cijfer 8 of 9 te plaatsen als laatste positie van de economische code voor de terugbetalingen van ten onrechte gedane uitgaven of ten onrechte geïnde ontvangsten. In de begrotingstabel wordt de economische classificatie gevolgd.
In afwijking van de ESR-classificatie, is het toegestaan om de huidige niet-verdeelde economische codes 11.00 binnen de opdrachten 02 en 10 te behouden.
In afwijking van de ESR-classificatie, is het toegestaan om de huidige niet-verdeelde economische codes 11.00 binnen de opdrachten 02 en 10 te behouden.
Art. 20. Par dérogation à la classification SEC, il est autorisé au sein du système ERP des services du Gouvernement (les S.P.R.B.), à cause de contraintes technico-informatiques, de mettre, au niveau des allocations de base, le chiffre 8 ou 9 à la dernière position du code économique pour les remboursements de dépenses effectuées indûment ou de recettes perçues indûment. Dans le tableau budgétaire, la classification économique est suivie.
Par dérogation à la classification SEC, il est autorisé de conserver les codes économiques non ventilés 11.00 actuels au sein des missions 02 et 10.
Par dérogation à la classification SEC, il est autorisé de conserver les codes économiques non ventilés 11.00 actuels au sein des missions 02 et 10.
Art. 21. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om facultatieve werkings-, project- en investeringssubsidies, zoals gedefinieerd in artikel 1, 7°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de budgetopmaak, toe te kennen ten laste van de basisallocaties vermeld in de begrotingstabel (sectie I) en die, in toepassing van artikel 26 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de begrotingscyclus, de structuur van de begrotingsordonnantie, de algemene toelichting bij de begroting en de verantwoordingen bij de begroting, de code FSF (facultatieve subsidie/subvention facultative) dragen.
Art. 21. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer des subventions de fonctionnement, de projet et d'investissement facultatives, telles que définies à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'à l'établissement du budget, à charge des allocations de base figurant dans le tableau budgétaire (section Ire>) et qui, en application de l'article 26 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au cycle budgétaire, à la structure de l'ordonnance budgétaire, à l'exposé général du budget et aux justifications du budget, mentionnent le code FSF (facultatieve subsidie/subvention facultative).
Art. 22. De onder het artikel 21 aangeduide facultatieve subsidies, behoudens deze verleend aan de geconsolideerde autonome bestuursinstellingen, worden voor het jaar 2021 toegekend onder de hierna volgende algemene voorwaarden :
1. Het subsidiebesluit wordt opgesteld door de administratieve diensten van de subsidiërende overheid en bevat op zijn minst :
- de vermelding van de begunstigde van de subsidie en diens rekeningnummer ;
- de gedetailleerde omschrijving van de doeleinden waarvoor de subsidie wordt toegekend ;
- het totale toegekende bedrag ;
- de volledige budgettaire aanrekening (d.w.z. de betrokken basisallocaties) ;
- de betalingsmodaliteiten ;
- de periode waarop de subsidie betrekking heeft ;
- de door de subsidiërende overheid vereiste documenten in de vereffeningsfases ;
- de uiterste indieningsdatum voor elk van de in het vorige streepje vermelde documenten en de voorziene sancties in geval van niet-naleving van de termijnen ;
- de beherende administratieve dienst ;
- in voorkomend geval de vermelding van de overeenkomst.
2. Onverminderd het laatste lid van dit punt, gaat elke subsidie gepaard met een overeenkomst waarin de bepalingen worden gepreciseerd voor de aanwending van de subsidie en voor haar eventuele terugbetaling.
Deze overeenkomst geeft duidelijk de operationele doelstellingen aan die van de tussenkomst worden verwacht en hun realisatie-indicatoren. Ze vermeldt ook de onmiddellijke doelstellingen die van de tussenkomst worden verwacht en hun resultaatsindicatoren.
- de huur en huurlasten ;
- de promotie- en publicatiekosten ;
- de administratieve kosten ;
- de voertuig- en verplaatsingskosten ;
- de vergoeding van derden en van onderaannemers, de honoraria, het hulppersoneel ;
- de personeelskosten ;
- de aflossingen en investeringen ;
- de niet-terugvorderbare belastingen en taksen ;
- de financiële lasten ;
- de uitzonderlijke lasten.
Deze categorieën worden in detail vermeld in de overeenkomst in functie van de gesubsidieerde projecten, op basis van de rubrieken van de begrotingsraming van de operatie.
Elke overeenkomst verwijst waar nodig naar de ministeriële omzendbrief vermeld in punt 12 van dit artikel.
Elke overeenkomst voorziet uitdrukkelijk in het toezicht door de administratieve diensten van de subsidiërende overheid op de gesubsidieerde contractant en dit aan de hand van stukken en ter plaatse.
Elke overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk of de belasting op de toegevoegde waarde al dan niet in aanmerking komt.
Indien het bedrag van de subsidie niet hoger ligt dan 15.000 euro, dan worden de vermeldingen en gegevens waarin de vorige leden van dit punt voorzien, overgenomen in het subsidiebesluit.
3. Overeenkomstig het artikel 4, § 4, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het beginsel van goed financieel beheer van toepassing op de subsidie, met name de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid.
4. Overeenkomstig het artikel 4, § 5, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de subsidie onderworpen aan het transparantiebeginsel.
De subsidie mag geen verrijking van de begunstigde tot doel of gevolg hebben.
Bij een forfaitaire subsidie mag het toegekende bedrag niet hoger zijn dan de reële kosten die de begunstigde draagt.
5. Een en dezelfde actie mag gedurende eenzelfde begrotingsjaar slechts aanleiding geven tot de toekenning van één enkele subsidie ten laste van een begrotingsprogramma aan een zelfde begunstigde.
6. Geen enkele actie mag beginnen vóór de ondertekening van de overeenkomst en/of het besluit.
Echter, voor reeds aangevatte acties kan een subsidie worden toegekend enkel en alleen indien de aanvrager de noodzaak voor het starten van de actie vóór de ondertekening van de overeenkomst en/of het besluit kan aantonen.
7. De subsidieaanvragen moeten schriftelijk worden ingediend en vergezeld zijn van een begrotingsraming.
De bevoegde ordonnateur informeert de aanvrager schriftelijk over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven.
8. Wanneer de begunstigde van een subsidie een publiekrechtelijke instelling is of een persoon die ongeacht zijn rechtsvorm en aard op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan, beschikt over rechtspersoonlijkheid, opgericht is met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn en op een van de volgende wijzen afhangt van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten :
- ofwel worden zijn werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 ;
- ofwel is zijn beheer onderworpen aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 ;
- ofwel zijn meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan aangewezen door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 ;
dan is voornoemde subsidie onderworpen aan de bepalingen van de wet van 17 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten, overeenkomstig artikel 2, 1°, c) van die wet.
Het feit niet onder voornoemde wet te ressorteren ontslaat de begunstigde niet van de verplichting om de goedkoopste oplossing te zoeken.
9. De betalingsfrequentie wordt bepaald in verhouding tot de financiële risico's die de begunstigde loopt, de duur en de voortgang van de actie en de aard van de kosten die de begunstigde gemaakt heeft.
10. Overeenkomstig het artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en het artikel 94 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt bij niet-naleving door de begunstigde van zijn bij wet of overeenkomst vastgestelde verplichtingen, de subsidie geschorst.
De beherende administratie brengt de begunstigde hiervan op de hoogte. Deze kan zijn opmerkingen formuleren.
Wanneer de begunstigde het bedrag van een subsidie geheel of gedeeltelijk dient terug te betalen, worden de vaststellingen van de beherende administratie en de opmerkingen geuit door de begunstigde ter advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.
Over het controleverslag, de opmerkingen van de begunstigde en het advies van de Inspectie van Financiën stelt de beherende administratie een samenvattende nota op waarvan de conclusie wordt bezorgd aan de secundaire of de gedelegeerde ordonnateur die het recht vaststelt.
11. Het toezicht op de administratieve behandeling van het dossier en op het goede financiële beheer vindt plaats conform de artikelen 72, 77, 78, 79 en 93, § 2 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle.
12. Elke minister kan in het kader van de geldende regelgevende bepalingen een omzendbrief opstellen bestemd voor de begunstigde van een subsidie. Deze omzendbrief bepaalt :
- standaardmodellen van de stukken indien het erom gaat de begunstigden te begeleiden ;
- de na te leven termijnen voor het indienen van de vereiste verantwoordingsstukken ;
- de exhaustieve lijst van de uitgaven die in aanmerking komen ;
- de aanvraagprocedure voor betalingen ;
- de beschrijving van het uitgeoefende toezicht.
1. Het subsidiebesluit wordt opgesteld door de administratieve diensten van de subsidiërende overheid en bevat op zijn minst :
- de vermelding van de begunstigde van de subsidie en diens rekeningnummer ;
- de gedetailleerde omschrijving van de doeleinden waarvoor de subsidie wordt toegekend ;
- het totale toegekende bedrag ;
- de volledige budgettaire aanrekening (d.w.z. de betrokken basisallocaties) ;
- de betalingsmodaliteiten ;
- de periode waarop de subsidie betrekking heeft ;
- de door de subsidiërende overheid vereiste documenten in de vereffeningsfases ;
- de uiterste indieningsdatum voor elk van de in het vorige streepje vermelde documenten en de voorziene sancties in geval van niet-naleving van de termijnen ;
- de beherende administratieve dienst ;
- in voorkomend geval de vermelding van de overeenkomst.
2. Onverminderd het laatste lid van dit punt, gaat elke subsidie gepaard met een overeenkomst waarin de bepalingen worden gepreciseerd voor de aanwending van de subsidie en voor haar eventuele terugbetaling.
Deze overeenkomst geeft duidelijk de operationele doelstellingen aan die van de tussenkomst worden verwacht en hun realisatie-indicatoren. Ze vermeldt ook de onmiddellijke doelstellingen die van de tussenkomst worden verwacht en hun resultaatsindicatoren.
- de huur en huurlasten ;
- de promotie- en publicatiekosten ;
- de administratieve kosten ;
- de voertuig- en verplaatsingskosten ;
- de vergoeding van derden en van onderaannemers, de honoraria, het hulppersoneel ;
- de personeelskosten ;
- de aflossingen en investeringen ;
- de niet-terugvorderbare belastingen en taksen ;
- de financiële lasten ;
- de uitzonderlijke lasten.
Deze categorieën worden in detail vermeld in de overeenkomst in functie van de gesubsidieerde projecten, op basis van de rubrieken van de begrotingsraming van de operatie.
Elke overeenkomst verwijst waar nodig naar de ministeriële omzendbrief vermeld in punt 12 van dit artikel.
Elke overeenkomst voorziet uitdrukkelijk in het toezicht door de administratieve diensten van de subsidiërende overheid op de gesubsidieerde contractant en dit aan de hand van stukken en ter plaatse.
Elke overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk of de belasting op de toegevoegde waarde al dan niet in aanmerking komt.
Indien het bedrag van de subsidie niet hoger ligt dan 15.000 euro, dan worden de vermeldingen en gegevens waarin de vorige leden van dit punt voorzien, overgenomen in het subsidiebesluit.
3. Overeenkomstig het artikel 4, § 4, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het beginsel van goed financieel beheer van toepassing op de subsidie, met name de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid.
4. Overeenkomstig het artikel 4, § 5, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de subsidie onderworpen aan het transparantiebeginsel.
De subsidie mag geen verrijking van de begunstigde tot doel of gevolg hebben.
Bij een forfaitaire subsidie mag het toegekende bedrag niet hoger zijn dan de reële kosten die de begunstigde draagt.
5. Een en dezelfde actie mag gedurende eenzelfde begrotingsjaar slechts aanleiding geven tot de toekenning van één enkele subsidie ten laste van een begrotingsprogramma aan een zelfde begunstigde.
6. Geen enkele actie mag beginnen vóór de ondertekening van de overeenkomst en/of het besluit.
Echter, voor reeds aangevatte acties kan een subsidie worden toegekend enkel en alleen indien de aanvrager de noodzaak voor het starten van de actie vóór de ondertekening van de overeenkomst en/of het besluit kan aantonen.
7. De subsidieaanvragen moeten schriftelijk worden ingediend en vergezeld zijn van een begrotingsraming.
De bevoegde ordonnateur informeert de aanvrager schriftelijk over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven.
8. Wanneer de begunstigde van een subsidie een publiekrechtelijke instelling is of een persoon die ongeacht zijn rechtsvorm en aard op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan, beschikt over rechtspersoonlijkheid, opgericht is met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn en op een van de volgende wijzen afhangt van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten :
- ofwel worden zijn werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 ;
- ofwel is zijn beheer onderworpen aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 ;
- ofwel zijn meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan aangewezen door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder artikel 2, 1° c) van de wet van 17 juni 2016 ;
dan is voornoemde subsidie onderworpen aan de bepalingen van de wet van 17 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten, overeenkomstig artikel 2, 1°, c) van die wet.
Het feit niet onder voornoemde wet te ressorteren ontslaat de begunstigde niet van de verplichting om de goedkoopste oplossing te zoeken.
9. De betalingsfrequentie wordt bepaald in verhouding tot de financiële risico's die de begunstigde loopt, de duur en de voortgang van de actie en de aard van de kosten die de begunstigde gemaakt heeft.
10. Overeenkomstig het artikel 14 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en het artikel 94 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt bij niet-naleving door de begunstigde van zijn bij wet of overeenkomst vastgestelde verplichtingen, de subsidie geschorst.
De beherende administratie brengt de begunstigde hiervan op de hoogte. Deze kan zijn opmerkingen formuleren.
Wanneer de begunstigde het bedrag van een subsidie geheel of gedeeltelijk dient terug te betalen, worden de vaststellingen van de beherende administratie en de opmerkingen geuit door de begunstigde ter advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.
Over het controleverslag, de opmerkingen van de begunstigde en het advies van de Inspectie van Financiën stelt de beherende administratie een samenvattende nota op waarvan de conclusie wordt bezorgd aan de secundaire of de gedelegeerde ordonnateur die het recht vaststelt.
11. Het toezicht op de administratieve behandeling van het dossier en op het goede financiële beheer vindt plaats conform de artikelen 72, 77, 78, 79 en 93, § 2 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle.
12. Elke minister kan in het kader van de geldende regelgevende bepalingen een omzendbrief opstellen bestemd voor de begunstigde van een subsidie. Deze omzendbrief bepaalt :
- standaardmodellen van de stukken indien het erom gaat de begunstigden te begeleiden ;
- de na te leven termijnen voor het indienen van de vereiste verantwoordingsstukken ;
- de exhaustieve lijst van de uitgaven die in aanmerking komen ;
- de aanvraagprocedure voor betalingen ;
- de beschrijving van het uitgeoefende toezicht.
Art. 22. Pour l'année 2021, les subventions facultatives indiquées à l'article 21, à l'exception de celles octroyées aux organismes administratifs autonomes consolidés, sont octroyées sous les conditions générales suivantes :
1. L'arrêté de subvention est élaboré par les services administratifs du pouvoir subsidiant et reprend au minimum :
- l'indication du bénéficiaire de la subvention et de son numéro de compte ;
- la définition détaillée des fins auxquelles la subvention est accordée ;
- le montant total octroyé ;
- l'imputation budgétaire complète (c.-à-d. les allocations de base concernées) ;
- les modalités de paiement ;
- la période à laquelle la subvention se rapporte ;
- les documents requis par le pouvoir subsidiant dans les phases de liquidation ;
- la date limite pour l'introduction de chacun des documents mentionnés au tiret précédent et les sanctions prévues en cas de non-respect des délais ;
- le service administratif gestionnaire ;
- le cas échéant la mention de la convention.
2. Sans préjudice du dernier alinéa du présent point, toute subvention va de pair avec une convention qui précise les dispositions relatives à l'utilisation de la subvention et au remboursement éventuel de celle-ci.
Cette convention indique clairement les objectifs opérationnels attendus de l'intervention et leurs indicateurs de réalisation, ainsi que les objectifs immédiats attendus de l'intervention et leurs indicateurs de résultats.
- les loyers et les charges locatives ;
- les frais de promotion et de publication ;
- les frais administratifs ;
- les frais de véhicule et de déplacement ;
- la rétribution de tiers et de sous-traitants, les honoraires, les vacataires ;
- les frais de personnel ;
- les amortissements et investissements ;
- les impôts et taxes non récupérables ;
- les charges financières ;
- les charges exceptionnelles.
Ces catégories sont détaillées dans la convention en fonction des projets subventionnés en prenant comme base les rubriques du budget prévisionnel de l'opération.
Chaque convention fait référence, le cas échéant, à la circulaire ministérielle mentionnée au point 12 du présent article.
Chaque convention prévoit explicitement le contrôle par les services administratifs du pouvoir subsidiant, sur pièces et sur place, du contractant subventionné.
Chaque convention prévoit explicitement le caractère éligible ou non de la taxe sur la valeur ajoutée.
Si le montant de la subvention ne dépasse pas 15.000 euros, les mentions et indications prévues aux alinéas précédents du présent point sont reprises dans l'arrêté de subvention.
3. Conformément à l'article 4, § 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la subvention est soumise au principe de bonne gestion financière, à savoir aux principes d'économie, d'efficience et d'efficacité.
4. Conformément à l'article 4, § 5, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la subvention est soumise au principe de transparence.
La subvention ne peut avoir pour objet ou pour effet de donner lieu à un enrichissement pour le bénéficiaire.
Lorsque la subvention a un caractère forfaitaire, le montant octroyé ne peut être supérieur aux coûts réels supportés par le bénéficiaire
5. Une même action ne peut donner lieu, dans le courant d'une même année budgétaire, qu'à l'octroi d'une et une seule subvention à la charge d'un programme du budget à un même bénéficiaire.
6. Aucune action ne peut débuter avant la signature de la convention et/ou de l'arrêté.
Toutefois, une subvention peut être octroyée pour des actions déjà entamées si et seulement si le demandeur peut établir la nécessité du démarrage de l'action avant la signature de la convention et/ou de l'arrêté.
7. Les demandes de subventions doivent être introduites par écrit et être accompagnées d'un budget prévisionnel.
L'ordonnateur compétent informe le demandeur par écrit des suites réservées à sa demande.
8. Lorsque le bénéficiaire d'une subvention est un organisme de droit public ou une personne qui, quelle que soit sa forme et sa nature, à la date de la décision de lancer un marché, est dotée d'une personnalité juridique, a été créée avec pour objectif spécifique de satisfaire des besoins d'intérêt général ayant un caractère autre qu'industriel ou commercial et dépend de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, de l'une des manières suivantes :
- soit son activité est financée majoritairement par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 ;
- soit sa gestion est soumise à un contrôle de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 ;
- soit plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance sont désignés par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 ;
ladite subvention est soumise aux dispositions de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, conformément à l'article 2,1°, c), de ladite loi.
La non-soumission à la loi précitée ne dispense pas le bénéficiaire de l'obligation de rechercher la voie la moins onéreuse.
9. Le rythme des paiements est déterminé par rapport aux risques financiers encourus par le bénéficiaire, à la durée et l'état d'avancement de l'action et à la nature des frais exposés par le bénéficiaire.
10. Conformément à l'article 14 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes et à l'article 94 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, en cas de non-respect par le bénéficiaire de ses obligations légales ou conventionnelles, la subvention est suspendue.
L'administration gestionnaire en avise le bénéficiaire qui peut formuler ses observations.
Lorsque le bénéficiaire est tenu de rembourser le montant d'une subvention en tout ou en partie, les constatations de l'administration gestionnaire et les observations émises par le bénéficiaire sont soumises à l'avis de l'Inspection des Finances.
Le rapport de contrôle, les observations du bénéficiaire et l'avis de l'Inspection des Finances font l'objet d'une note de synthèse par l'administration gestionnaire, dont la conclusion est transmise à l'ordonnateur secondaire ou délégué qui constate le droit.
11. Les contrôles du traitement administratif du dossier et de la bonne gestion financière sont exercés conformément aux articles 72, 77, 78, 79 et 93, § 2 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle.
12. Chaque ministre peut, dans le cadre des dispositions réglementaires en vigueur, élaborer une circulaire destinée au bénéficiaire d'une subvention qui détermine :
- des modèles standard de pièces lorsqu'il s'agit de guider les bénéficiaires ;
- les délais à respecter pour l'introduction des documents justificatifs nécessaires ;
- la liste exhaustive des dépenses éligibles ;
- la procédure de demande de paiements ;
- le descriptif des contrôles exercés.
1. L'arrêté de subvention est élaboré par les services administratifs du pouvoir subsidiant et reprend au minimum :
- l'indication du bénéficiaire de la subvention et de son numéro de compte ;
- la définition détaillée des fins auxquelles la subvention est accordée ;
- le montant total octroyé ;
- l'imputation budgétaire complète (c.-à-d. les allocations de base concernées) ;
- les modalités de paiement ;
- la période à laquelle la subvention se rapporte ;
- les documents requis par le pouvoir subsidiant dans les phases de liquidation ;
- la date limite pour l'introduction de chacun des documents mentionnés au tiret précédent et les sanctions prévues en cas de non-respect des délais ;
- le service administratif gestionnaire ;
- le cas échéant la mention de la convention.
2. Sans préjudice du dernier alinéa du présent point, toute subvention va de pair avec une convention qui précise les dispositions relatives à l'utilisation de la subvention et au remboursement éventuel de celle-ci.
Cette convention indique clairement les objectifs opérationnels attendus de l'intervention et leurs indicateurs de réalisation, ainsi que les objectifs immédiats attendus de l'intervention et leurs indicateurs de résultats.
- les loyers et les charges locatives ;
- les frais de promotion et de publication ;
- les frais administratifs ;
- les frais de véhicule et de déplacement ;
- la rétribution de tiers et de sous-traitants, les honoraires, les vacataires ;
- les frais de personnel ;
- les amortissements et investissements ;
- les impôts et taxes non récupérables ;
- les charges financières ;
- les charges exceptionnelles.
Ces catégories sont détaillées dans la convention en fonction des projets subventionnés en prenant comme base les rubriques du budget prévisionnel de l'opération.
Chaque convention fait référence, le cas échéant, à la circulaire ministérielle mentionnée au point 12 du présent article.
Chaque convention prévoit explicitement le contrôle par les services administratifs du pouvoir subsidiant, sur pièces et sur place, du contractant subventionné.
Chaque convention prévoit explicitement le caractère éligible ou non de la taxe sur la valeur ajoutée.
Si le montant de la subvention ne dépasse pas 15.000 euros, les mentions et indications prévues aux alinéas précédents du présent point sont reprises dans l'arrêté de subvention.
3. Conformément à l'article 4, § 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la subvention est soumise au principe de bonne gestion financière, à savoir aux principes d'économie, d'efficience et d'efficacité.
4. Conformément à l'article 4, § 5, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la subvention est soumise au principe de transparence.
La subvention ne peut avoir pour objet ou pour effet de donner lieu à un enrichissement pour le bénéficiaire.
Lorsque la subvention a un caractère forfaitaire, le montant octroyé ne peut être supérieur aux coûts réels supportés par le bénéficiaire
5. Une même action ne peut donner lieu, dans le courant d'une même année budgétaire, qu'à l'octroi d'une et une seule subvention à la charge d'un programme du budget à un même bénéficiaire.
6. Aucune action ne peut débuter avant la signature de la convention et/ou de l'arrêté.
Toutefois, une subvention peut être octroyée pour des actions déjà entamées si et seulement si le demandeur peut établir la nécessité du démarrage de l'action avant la signature de la convention et/ou de l'arrêté.
7. Les demandes de subventions doivent être introduites par écrit et être accompagnées d'un budget prévisionnel.
L'ordonnateur compétent informe le demandeur par écrit des suites réservées à sa demande.
8. Lorsque le bénéficiaire d'une subvention est un organisme de droit public ou une personne qui, quelle que soit sa forme et sa nature, à la date de la décision de lancer un marché, est dotée d'une personnalité juridique, a été créée avec pour objectif spécifique de satisfaire des besoins d'intérêt général ayant un caractère autre qu'industriel ou commercial et dépend de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, de l'une des manières suivantes :
- soit son activité est financée majoritairement par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 ;
- soit sa gestion est soumise à un contrôle de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 ;
- soit plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance sont désignés par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes visées à l'article 2, 1° c) de la loi du 17 juin 2016 ;
ladite subvention est soumise aux dispositions de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, conformément à l'article 2,1°, c), de ladite loi.
La non-soumission à la loi précitée ne dispense pas le bénéficiaire de l'obligation de rechercher la voie la moins onéreuse.
9. Le rythme des paiements est déterminé par rapport aux risques financiers encourus par le bénéficiaire, à la durée et l'état d'avancement de l'action et à la nature des frais exposés par le bénéficiaire.
10. Conformément à l'article 14 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes et à l'article 94 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, en cas de non-respect par le bénéficiaire de ses obligations légales ou conventionnelles, la subvention est suspendue.
L'administration gestionnaire en avise le bénéficiaire qui peut formuler ses observations.
Lorsque le bénéficiaire est tenu de rembourser le montant d'une subvention en tout ou en partie, les constatations de l'administration gestionnaire et les observations émises par le bénéficiaire sont soumises à l'avis de l'Inspection des Finances.
Le rapport de contrôle, les observations du bénéficiaire et l'avis de l'Inspection des Finances font l'objet d'une note de synthèse par l'administration gestionnaire, dont la conclusion est transmise à l'ordonnateur secondaire ou délégué qui constate le droit.
11. Les contrôles du traitement administratif du dossier et de la bonne gestion financière sont exercés conformément aux articles 72, 77, 78, 79 et 93, § 2 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle.
12. Chaque ministre peut, dans le cadre des dispositions réglementaires en vigueur, élaborer une circulaire destinée au bénéficiaire d'une subvention qui détermine :
- des modèles standard de pièces lorsqu'il s'agit de guider les bénéficiaires ;
- les délais à respecter pour l'introduction des documents justificatifs nécessaires ;
- la liste exhaustive des dépenses éligibles ;
- la procédure de demande de paiements ;
- le descriptif des contrôles exercés.
Art. 23. In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties 10.005.27.05.43.21 en 10.005.27.21.43.21 slechts om de drie jaar het voorwerp uit van een overeenkomst.
Art. 23. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base 10.005.27.05.43.21 et 10.005.27.21.43.21 ne font l'objet d'une convention que tous les trois ans.
Art. 24. [1 In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties geen voorwerp uit van een overeenkomst:
10.001.27.01.43.40
10.002.27.01.43.22
10.003.15.01.41.60
10.004.27.01.43.21
10.004.27.05.43.21
10.004.27.06.43.21
10.004.27.07.43.21
10.004.27.08.43.22
10.004.27.13.43.22
10.004.42.02.45.13
10.005.19.02.31.22
10.005.27.06.43.21
10.005.27.07.43.21
10.005.27.16.43.21
10.005.27.17.43.22
10.005.27.22.43.22
10.005.27.23.43.22
10.005.27.24.43.22
10.005.27.25.43.22
10.005.28.04.63.21
10.006.15.02.41.40
10.006.16.01.61.41
10.006.43.01.65.10
10.006.54.01.64.10
10.007.15.01.41.40
10.007.16.01.61.41
10.008.15.01.41.40
10.008.16.01.61.42
11.002.23.04.33.00 ]1.
10.001.27.01.43.40
10.002.27.01.43.22
10.003.15.01.41.60
10.004.27.01.43.21
10.004.27.05.43.21
10.004.27.06.43.21
10.004.27.07.43.21
10.004.27.08.43.22
10.004.27.13.43.22
10.004.42.02.45.13
10.005.19.02.31.22
10.005.27.06.43.21
10.005.27.07.43.21
10.005.27.16.43.21
10.005.27.17.43.22
10.005.27.22.43.22
10.005.27.23.43.22
10.005.27.24.43.22
10.005.27.25.43.22
10.005.28.04.63.21
10.006.15.02.41.40
10.006.16.01.61.41
10.006.43.01.65.10
10.006.54.01.64.10
10.007.15.01.41.40
10.007.16.01.61.41
10.008.15.01.41.40
10.008.16.01.61.42
11.002.23.04.33.00 ]1.
Art. 24. [1 Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base suivantes ne font pas l'objet d'une convention :
10.001.27.01.43.40
10.002.27.01.43.22
10.003.15.01.41.60
10.004.27.01.43.21
10.004.27.05.43.21
10.004.27.06.43.21
10.004.27.07.43.21
10.004.27.08.43.22
10.004.27.13.43.22
10.004.42.02.45.13
10.005.19.02.31.22
10.005.27.06.43.21
10.005.27.07.43.21
10.005.27.16.43.21
10.005.27.17.43.22
10.005.27.22.43.22
10.005.27.23.43.22
10.005.27.24.43.22
10.005.27.25.43.22
10.005.28.04.63.21
10.006.15.02.41.40
10.006.16.01.61.41
10.006.43.01.65.10
10.006.54.01.64.10
10.007.15.01.41.40
10.007.16.01.61.41
10.008.15.01.41.40
10.008.16.01.61.42
11.002.23.04.33.00 ]1.
10.001.27.01.43.40
10.002.27.01.43.22
10.003.15.01.41.60
10.004.27.01.43.21
10.004.27.05.43.21
10.004.27.06.43.21
10.004.27.07.43.21
10.004.27.08.43.22
10.004.27.13.43.22
10.004.42.02.45.13
10.005.19.02.31.22
10.005.27.06.43.21
10.005.27.07.43.21
10.005.27.16.43.21
10.005.27.17.43.22
10.005.27.22.43.22
10.005.27.23.43.22
10.005.27.24.43.22
10.005.27.25.43.22
10.005.28.04.63.21
10.006.15.02.41.40
10.006.16.01.61.41
10.006.43.01.65.10
10.006.54.01.64.10
10.007.15.01.41.40
10.007.16.01.61.41
10.008.15.01.41.40
10.008.16.01.61.42
11.002.23.04.33.00 ]1.
Art. 25. In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst :
10.006.64.15.63.21
10.006.64.21.63.21
10.006.64.25.63.21
10.006.64.27.63.21
10.006.64.28.63.21
10.006.64.29.63.21
10.006.64.30.51.11
10.010.28.01.63.21
10.010.32.01.53.10
10.010.39.01.51.12
11.002.23.01.33.00
11.002.23.02.33.00
11.002.23.03.33.00
11.002.23.05.33.00
11.002.23.06.33.00
11.002.23.08.33.00
11.002.23.09.33.00
11.002.23.10.33.00
11.002.23.11.33.00
11.002.24.01.52.10
11.002.24.02.52.10
11.002.24.03.52.10
11.002.24.04.52.10
11.002.24.05.52.10
De facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties van opdracht 15, programma 009, aangeduid met de code FSF, maken noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst, met uitzondering van volgende basisallocaties :
15.009.13.01.34.41
15.009.15.02.41.40
15.009.15.03.31.22
15.009.15.04.41.40
15.009.15.05.41.60
15.009.34.02.33.00
15.009.38.02.31.32
15.009.38.03.32.00
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
10.006.64.15.63.21
10.006.64.21.63.21
10.006.64.25.63.21
10.006.64.27.63.21
10.006.64.28.63.21
10.006.64.29.63.21
10.006.64.30.51.11
10.010.28.01.63.21
10.010.32.01.53.10
10.010.39.01.51.12
11.002.23.01.33.00
11.002.23.02.33.00
11.002.23.03.33.00
11.002.23.05.33.00
11.002.23.06.33.00
11.002.23.08.33.00
11.002.23.09.33.00
11.002.23.10.33.00
11.002.23.11.33.00
11.002.24.01.52.10
11.002.24.02.52.10
11.002.24.03.52.10
11.002.24.04.52.10
11.002.24.05.52.10
De facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties van opdracht 15, programma 009, aangeduid met de code FSF, maken noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst, met uitzondering van volgende basisallocaties :
15.009.13.01.34.41
15.009.15.02.41.40
15.009.15.03.31.22
15.009.15.04.41.40
15.009.15.05.41.60
15.009.34.02.33.00
15.009.38.02.31.32
15.009.38.03.32.00
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Art. 25. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base suivantes ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention :
10.006.64.15.63.21
10.006.64.21.63.21
10.006.64.25.63.21
10.006.64.27.63.21
10.006.64.28.63.21
10.006.64.29.63.21
10.006.64.30.51.11
10.010.28.01.63.21
10.010.32.01.53.10
10.010.39.01.51.12
11.002.23.01.33.00
11.002.23.02.33.00
11.002.23.03.33.00
11.002.23.05.33.00
11.002.23.06.33.00
11.002.23.08.33.00
11.002.23.09.33.00
11.002.23.10.33.00
11.002.23.11.33.00
11.002.24.01.52.10
11.002.24.02.52.10
11.002.24.03.52.10
11.002.24.04.52.10
11.002.24.05.52.10
Les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base de la mission 15, programme 009, indiquées par le code FSF, ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention, excepté les allocations de base suivantes :
15.009.13.01.34.41
15.009.15.02.41.40
15.009.15.03.31.22
15.009.15.04.41.40
15.009.15.05.41.60
15.009.34.02.33.00
15.009.38.02.31.32
15.009.38.03.32.00
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
10.006.64.15.63.21
10.006.64.21.63.21
10.006.64.25.63.21
10.006.64.27.63.21
10.006.64.28.63.21
10.006.64.29.63.21
10.006.64.30.51.11
10.010.28.01.63.21
10.010.32.01.53.10
10.010.39.01.51.12
11.002.23.01.33.00
11.002.23.02.33.00
11.002.23.03.33.00
11.002.23.05.33.00
11.002.23.06.33.00
11.002.23.08.33.00
11.002.23.09.33.00
11.002.23.10.33.00
11.002.23.11.33.00
11.002.24.01.52.10
11.002.24.02.52.10
11.002.24.03.52.10
11.002.24.04.52.10
11.002.24.05.52.10
Les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base de la mission 15, programme 009, indiquées par le code FSF, ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention, excepté les allocations de base suivantes :
15.009.13.01.34.41
15.009.15.02.41.40
15.009.15.03.31.22
15.009.15.04.41.40
15.009.15.05.41.60
15.009.34.02.33.00
15.009.38.02.31.32
15.009.38.03.32.00
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
Art. 26. De Minister van Begroting is gemachtigd om, na advies van de Inspectie van Financiën, via ministerieel besluit, in toepassing van het artikel 39, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de begrotingsopmaak, of via akkoordprotocol, in toepassing van het artikel 40 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de begrotingsopmaak, de facultatieve subsidies, die aangerekend worden op de basisallocaties die opgenomen staan in voormeld ministerieel besluit of protocolakkoord, vrij te stellen van de verplichting tot het afsluiten van een overeenkomst, voor de facultatieve subsidies waarvan het bedrag hoger ligt dan 15.000 euro, en/of tot het opstellen van een besluit per begunstigde tot toekenning van de subsidie. Dit wordt, in voorkomend geval, opgenomen in het ministerieel besluit of het akkoordprotocol. Deze ministeriële besluiten en akkoordprotocollen worden meegedeeld aan het Rekenhof.
Dit geldt ook voor de van kracht zijnde besluiten en akkoordprotocollen uit de vorige jaren.
Dit geldt ook voor de van kracht zijnde besluiten en akkoordprotocollen uit de vorige jaren.
Art. 26. Le Ministre du Budget est autorisé, après l'avis de l'Inspection des Finances, à exempter par arrêté ministériel, en application de l'article 39, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'à l'établissement du budget, ou par protocole d'accord, en application de l'article 40 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'à l'établissement du budget, les subventions facultatives, qui sont imputées sur les allocations de base qui sont reprises dans l'arrêté ministériel ou le protocole d'accord susmentionné, de l'obligation de conclure une convention, pour les subventions facultatives dont le montant dépasse 15.000 euros, et/ou de rédiger un arrêté d'octroi de subvention par bénéficiaire. Ceci est repris dans l'arrêté ministériel ou le protocole d'accord, le cas échéant. Ces arrêtés ministériels et protocoles d'accord sont communiqués à la Cour des comptes.
Ceci vaut également pour les arrêtés et protocoles d'accord des années antérieures qui sont en vigueur.
Ceci vaut également pour les arrêtés et protocoles d'accord des années antérieures qui sont en vigueur.
Art. 27 {.BR}In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend aan de BGHM geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dienen zij te beantwoorden aan de vereisten van het beheerscontract tussen de BGHM en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Art. 27. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées à la SLRB ne font pas l'objet d'une convention, mais doivent répondre aux exigences du contrat de gestion entre la SLRB et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 28. In afwijking van de bepalingen van het artikel 22, van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend aan de Haven van Brussel geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dienen zij te beantwoorden aan de vereisten van het beheerscontract tussen de Haven van Brussel en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Art. 28. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées au Port de Bruxelles ne font pas l'objet d'une convention, mais doivent répondre aux exigences du contrat de gestion entre le Port de Bruxelles et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 29. In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie, maakt de facultatieve subsidie toegekend op de basisallocatie 25.007.16.01.61.41 geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dient ze te beantwoorden aan de vereisten van het beheerscontract tussen het Woningfonds en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Art. 29. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, la subvention facultative octroyée sur l'allocation de base 25.007.16.01.61.41 ne fait pas l'objet d'une convention, mais doit répondre aux exigences du contrat de gestion entre le Fonds du logement et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 30. In afwijking van de bepalingen van het artikel 22 van deze ordonnantie, maken de aan visit.brussels toegekende facultatieve subsidies geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar moeten ze beantwoorden aan de vereisten van de beheersovereenkomst tussen visit.brussels en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Art. 30. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées à visit.brussels ne font pas l'objet d'une convention, mais doivent répondre aux exigences du contrat de gestion entre visit.brussels et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 31. In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de basisallocaties van opdracht 33, programma 004, aangeduid met de code FSF, niet het voorwerp uit van een overeenkomst.
Art. 31. Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base de la mission 33, programme 004, indiquées par le code FSF, ne font pas l'objet d'une convention.
Art. 32. In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst :
33.004.32.01.53.10
33.004.32.02.53.10
33.004.32.03.53.10
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
33.004.32.01.53.10
33.004.32.02.53.10
33.004.32.03.53.10
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Art. 32 Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base suivantes ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention :
33.004.32.01.53.10
33.004.32.02.53.10
33.004.32.03.53.10
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
33.004.32.01.53.10
33.004.32.02.53.10
33.004.32.03.53.10
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
Art. 33. In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst :
33.003.27.01.43.22
33.003.27.02.43.22
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
33.003.27.01.43.22
33.003.27.02.43.22
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Art. 33 Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base suivantes ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention :
33.003.27.01.43.22
33.003.27.02.43.22
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
33.003.27.01.43.22
33.003.27.02.43.22
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
Art. 34. In afwijking van de bepalingen van artikel 22 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties geen voorwerp uit van een overeenkomst :
33.003.28.01.63.21
33.003.35.01.52.10
33.003.43.01.65.40
33.005.20.01.51.11
33.005.28.01.63.21
33.005.28.02.63.52
33.005.32.01.53.10
33.005.35.01.52.10
33.005.39.01.51.12
33.005.54.01.63.59
33.005.54.02.65.24
33.005.54.03.65.25
33.003.28.01.63.21
33.003.35.01.52.10
33.003.43.01.65.40
33.005.20.01.51.11
33.005.28.01.63.21
33.005.28.02.63.52
33.005.32.01.53.10
33.005.35.01.52.10
33.005.39.01.51.12
33.005.54.01.63.59
33.005.54.02.65.24
33.005.54.03.65.25
Art. 34 Par dérogation aux dispositions de l'article 22 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base suivantes ne font pas l'objet d'une convention :
33.003.28.01.63.21
33.003.35.01.52.10
33.003.43.01.65.40
33.005.20.01.51.11
33.005.28.01.63.21
33.005.28.02.63.52
33.005.32.01.53.10
33.005.35.01.52.10
33.005.39.01.51.12
33.005.54.01.63.59
33.005.54.02.65.24
33.005.54.03.65.25
33.003.28.01.63.21
33.003.35.01.52.10
33.003.43.01.65.40
33.005.20.01.51.11
33.005.28.01.63.21
33.005.28.02.63.52
33.005.32.01.53.10
33.005.35.01.52.10
33.005.39.01.51.12
33.005.54.01.63.59
33.005.54.02.65.24
33.005.54.03.65.25
Art. 35. Overeenkomstig de met de gemeenten afgesloten overeenkomsten, is de Minister van Financiën en Begroting gemachtigd om vanaf 1 januari 2021 voorschotten toe te kennen aan de gemeenten maximaal ten belope van de volgende bedragen :
- 661.488.360 euro (gemeentelijke opcentiemen onroerende voorheffing) ;
- 14.000.000 euro (gemeentelijke opcentiemen hoteltaksen).
Deze voorschotten worden op een op naam van de betrokken gemeente binnen de globale staat van het Gewest geopende transitorekening gestort.
De betalingen vanuit deze op naam van de gemeenten geopende transitorekeningen binnen de globale staat naar de eigen rekening van de gemeente worden uitgevoerd volgens de modaliteiten beschreven in de overeenkomsten gesloten met de gemeenten en met de kassier.
- 661.488.360 euro (gemeentelijke opcentiemen onroerende voorheffing) ;
- 14.000.000 euro (gemeentelijke opcentiemen hoteltaksen).
Deze voorschotten worden op een op naam van de betrokken gemeente binnen de globale staat van het Gewest geopende transitorekening gestort.
De betalingen vanuit deze op naam van de gemeenten geopende transitorekeningen binnen de globale staat naar de eigen rekening van de gemeente worden uitgevoerd volgens de modaliteiten beschreven in de overeenkomsten gesloten met de gemeenten en met de kassier.
Art. 35 Conformément aux conventions conclues avec les communes, le Ministre des Finances et du Budget est autorisé à octroyer des avances aux communes à partir du 1er janvier 2021 au maximum à concurrence des montants suivants :
- 661.488.360 euros (centimes additionnels communaux précompte immobilier) ;
- 14.000.000 euros (centimes additionnels communaux taxes hôtel).
Ces avances sont versées sur un compte de transit ouvert au nom de la commune concernée au sein de l'état global de la Région.
Les paiements à partir de ces comptes de transit ouverts au nom des communes au sein de l'état global vers le compte propre de la commune seront exécutés selon les modalités décrites dans les conventions conclues avec les communes et avec le caissier.
- 661.488.360 euros (centimes additionnels communaux précompte immobilier) ;
- 14.000.000 euros (centimes additionnels communaux taxes hôtel).
Ces avances sont versées sur un compte de transit ouvert au nom de la commune concernée au sein de l'état global de la Région.
Les paiements à partir de ces comptes de transit ouverts au nom des communes au sein de l'état global vers le compte propre de la commune seront exécutés selon les modalités décrites dans les conventions conclues avec les communes et avec le caissier.
Art. 36. BR}Met het oog op de rationalisering van de budgettaire structuur van Brussels International, wordt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd om bij de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen voor 2020 de uitstaande vastleggingen over te boeken van de basisallocatie 29.005.15.01.41.60 naar de basisallocatie 29.004.15.01.41.60.
Art. 36 Dans le cadre de la rationalisation de la structure budgétaire de Brussels International, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé, dans le cadre de la clôture des opérations budgétaires et comptables de l'année 2020, à transférer l'encours des engagements de l'allocation de base 29.005.15.01.41.60 vers l'allocation de base 29.004.15.01.41.60.
Art. 37. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen van de begunstigde A.I.S.E. (Agence Immobilière Sociale Etudiante) over te dragen van de basisallocatie 25.002.34.01.33.00 naar de nieuwe basisallocatie 25.002.19.01.31.22. Het betreft de vastleggingsnummers 1910201435 (201506858), 1910208782 (201906837) en 2010203097.
Art. 37 Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé, dans le cadre de la clôture des opérations budgétaires et comptables de l'année 2020, à transférer l'encours des engagements du bénéficiaire A.I.S.E. (Agence Immobilière Sociale Etudiante) de l'allocation de base 25.002.34.01.33.00 vers la nouvelle allocation de base 25.002.19.01.31.22. Il s'agit des numéros d'engagement 1910201435 (201506858), 1910208782 (201906837) et 2010203097.
Art. 38. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen over te dragen van de basisallocatie 25.008.34.01.3300 naar de basisallocatie 25.008.19.01.3122.
Art. 38 Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé, dans le cadre de la clôture des opérations budgétaires et comptables de l'année 2020, à transférer l'encours des engagements de l'allocations de base 25.008.34.01.3300 vers l'allocation de base 25.008.19.01.3122.
Art. 39. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen over te dragen van de basisallocatie 25.008.34.03.3300 naar de basisallocatie 25.008.19.02.3122.
Art. 39 Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé, dans le cadre de la clôture des opérations budgétaires et comptables de l'année 2020, à transférer l'encours des engagements de l'allocations de base 25.008.34.03.3300 vers l'allocation de base 25.008.19.02.3122.
Art. 40. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om, in het kader van de afsluiting van de budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen van het jaar 2020, de uitstaande vastleggingen over te dragen in functie van de begunstigden van de basisallocatie 33.003.08.01.1211 naar de basisallocatie 33.004.08.01.1211 ;
Art. 40 Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé, dans le cadre de la clôture des opérations budgétaires et comptables de l'année 2020, à transférer l'encours des engagements en fonction des bénéficiaires de l'allocation de base 33.003.08.01.1211 vers l'allocation de base 33.004.08.01.1211 ;
Art. 41. De variabele kredieten van de organieke begrotingsfondsen worden toegewezen aan de programma's van hun respectieve opdrachten binnen de grenzen van de in de algemene uitgavenbegroting ingeschreven administratieve kredieten op de met de begrotingsfondsen verbonden basisallocaties, geïdentificeerd door de code BFB (zie legende bij de begrotingstabel van Sectie I).
Art. 41 Les crédits variables des fonds budgétaires organiques sont affectés aux programmes de leurs missions dans les limites des montants des crédits administratifs inscrits sur les allocations de base liées au fonds budgétaires dans le budget général des dépenses, identifiées par le code BFB (voir légende du tableau budgétaire de la Section I).
Art. 42. In afwijking van het artikel 4 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, mag door tussenkomst van de Regering over het saldo van het begrotingsfonds " Fonds voor het beheer van de gewestschuld - BFB 12 " (programma 002 van opdracht 06) rechtstreeks worden beschikt.
Art. 42 Par dérogation à l'article 4 de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, il peut être disposé directement du solde du fonds budgétaire " Fonds pour la gestion de la dette régionale BFB 12 " (programme 002 de la mission 06) à l'intervention du Gouvernement.
Art. 43. In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2 van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Gewestelijk Begrotingsfonds voor Solidariteit - BFB 14 ", opgericht bij het artikel 16, § 1, van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, gewijzigd door het artikel 11, § 1, van de ordonnantie van 11 juli 2013, toegewezen aan de overdracht van inkomsten aan de particulieren onder de vorm van een herhuisvestingstoelage, een toelage voor verhuis- of installatiekosten, met inbegrip van de kosten voor de huurwaarborg (basisallocatie 25.003.31.01.34.31).
Art. 43 Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2 du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant les fonds budgétaires, les moyens du " Fonds budgétaire régional de solidarité - BFB 14 " créé par l'article 16, § 1er de l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du Logement, modifiée par l'article 11, § 1er, de l'ordonnance du 11 juillet 2013, sont affectés aux transferts de revenus aux particuliers en guise d'une allocation de relogement, de frais de déménagement ou d'installation, en ce compris le coût de la garantie locative (allocation de base 25.003.31.01.34.31).
Art. 44. In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van het artikel 2, 5°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Fonds voor stedenbouw en grondbeheer - BFB 05 " eveneens toegewezen aan de investeringspremies aan particulieren ter aanmoediging van de renovatie van privé woningen en de woningsanering (basisallocatie 33.004.32.02.53.10).
Art. 44. Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2, 5°, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, les moyens du " Fonds d'aménagement urbain et foncier - BFB 05 " sont également affectés aux primes d'investissement aux particuliers pour encourager la rénovation de biens privés et l'assainissement de l'habitat (allocation de base 33.004.32.02.53.10).
Art. 45. In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 6°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Fonds voor investeringen en aflossing van de schuldenlast in de sector van de sociale woningbouw - BFB 06 " eveneens toegewezen aan de verhuistoelagen en de toelagen voor het gedeeltelijk dekken van de huur verschuldigd door uit krotwoningen geëvacueerde personen, alsmede van de kosten verbonden met de installatie in een nieuwe woning (basisallocaties 25.008.31.05.34.32 en 25.008.31.06.34.32).
Art. 45. Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2, 6°, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, les moyens du " Fonds pour l'investissement et pour le remboursement des charges de la dette dans le secteur du logement social - BFB 06 " sont également affectés aux allocations de déménagement et subsides en vue de couvrir partiellement le loyer dû par des personnes évacuées de taudis ainsi que les frais d'installation dans un nouveau logement (allocations de base 25.008.31.05.34.32 et 25.008.31.06.34.32).
Art. 46. In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 9°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Fonds voor de bescherming van het milieu - BFB 09 ", voor wat een gedeelte betreft van de ontvangsten afkomstig van de forfaitaire bijdrage van " Fost Plus " overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie houdende de Middelenbegroting 2021, eveneens toegewezen aan de uitgaven gedaan door het Gewestelijke Agentschap voor Netheid (GAN) (werkingssubsidie aan het GAN via de basisallocatie 24.002.15.03.41.40 van de begrotingstabel van Sectie I).
In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 9°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Fonds voor de bescherming van het milieu - BFB 09 " (het betreft de opbrengst van de administratieve boetes) eveneens toegewezen aan de uitgaven gedaan door het Gewestelijke Agentschap voor Netheid (GAN) in het kader van het verplicht sorteren (werkingssubsidie aan het GAN via de basisallocatie 24.002.15.03.41.40 van de begrotingstabel van Sectie I).
In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 9°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Fonds voor de bescherming van het milieu - BFB 09 " (het betreft de opbrengst van de administratieve boetes) eveneens toegewezen aan de uitgaven gedaan door het Gewestelijke Agentschap voor Netheid (GAN) in het kader van het verplicht sorteren (werkingssubsidie aan het GAN via de basisallocatie 24.002.15.03.41.40 van de begrotingstabel van Sectie I).
Art. 46. Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2, 9°, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, les moyens du " Fonds pour la protection de l'environnement - BFB 09 " sont, pour ce qui concerne une part des recettes provenant de la contribution forfaitaire de " Fost Plus " conformément à l'article 20 de l'ordonnance contenant le Budget des Voies et Moyens 2021, également affectés aux dépenses réalisées par l'Agence régionale pour la Propreté (ARP) (subvention de fonctionnement à l'ARP via l'allocation de base 24.002.15.03.41.40 du tableau budgétaire de la Section Ire> ).
Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2, 9°, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, les moyens du " Fonds pour la protection de l'environnement - BFB 09 " (il s'agit du produit des amendes administratives) sont également affectés aux dépenses réalisées par l'Agence régionale pour la Propreté (ARP) dans le cadre de l'obligation du tri (subvention de fonctionnement à l'ARP via l'allocation de base 24.002.15.03.41.40 du tableau budgétaire de la Section Ire> ).
Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2, 9°, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, les moyens du " Fonds pour la protection de l'environnement - BFB 09 " (il s'agit du produit des amendes administratives) sont également affectés aux dépenses réalisées par l'Agence régionale pour la Propreté (ARP) dans le cadre de l'obligation du tri (subvention de fonctionnement à l'ARP via l'allocation de base 24.002.15.03.41.40 du tableau budgétaire de la Section Ire> ).
Art. 47. In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van de artikelen 3 en 2, 11°, laatste lid, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, mag de Regering de variabele kredieten (e en f) van de basisallocatie 22.003.11.01.73.41 gebruiken om tussen te komen in de financiering van het waterbeleid, de kosten te dragen en alle rechten en verplichtingen van het Gewest uit te oefenen, verbonden aan :
- de strijd tegen de overstromingen in risicowijken ;
- het opvangen en de zuivering van afval - en regenwater ;
- het waarborgen van een geïntegreerd beheer van afval- en regenwater ;
- de werking van de zuiveringsinstellingen ;
- het opstellen van statistieken ;
- het toezicht op de staat van het oppervlaktewater en van dat opgevangen in riolen ;
- de verwerving van materiële en niet-materiële goederen nodig voor de bescherming en de valorisatie van grond- en oppervlaktewater ;
- de terugbetaling van het verschil tussen de bedragen van de geïnde voorafbetalingen en de bedragen van de verschuldigde belasting op het lozen van afvalwater, en ook aan de terugbetalingen van de voorafbetalingen gestort door de belastingplichtigen van de belasting op het lozen van afvalwater.
- de strijd tegen de overstromingen in risicowijken ;
- het opvangen en de zuivering van afval - en regenwater ;
- het waarborgen van een geïntegreerd beheer van afval- en regenwater ;
- de werking van de zuiveringsinstellingen ;
- het opstellen van statistieken ;
- het toezicht op de staat van het oppervlaktewater en van dat opgevangen in riolen ;
- de verwerving van materiële en niet-materiële goederen nodig voor de bescherming en de valorisatie van grond- en oppervlaktewater ;
- de terugbetaling van het verschil tussen de bedragen van de geïnde voorafbetalingen en de bedragen van de verschuldigde belasting op het lozen van afvalwater, en ook aan de terugbetalingen van de voorafbetalingen gestort door de belastingplichtigen van de belasting op het lozen van afvalwater.
Art. 47. Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, et aux articles 3 et 2, 11°, dernier alinéa, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, le Gouvernement peut utiliser les crédits variables (e et f) de l'allocation de base 22.003.11.01.73.41 pour intervenir dans le financement de la politique de l'eau, assumer les coûts et exercer tous les droits et obligations de la Région liés au/à :
- la lutte contre les inondations dans les quartiers à risque ;
- la collecte et l'épuration des eaux usées et pluviales ;
- l'assurance d'une gestion intégrée des eaux usées et pluviales ;
- le fonctionnement des organismes d'épuration ;
- l'établissement de statistiques ;
- la surveillance de l'état des eaux de surfaces et de celles collectées dans les égouts ;
- l'acquisition de biens corporels et incorporels nécessaires pour la protection et la valorisation des eaux souterraines et de surface ;
- le remboursement de la différence entre les montants des versements anticipés perçus et les montants de la taxe sur le déversement des eaux usées due, ainsi qu'aux remboursements des versements anticipés versés par les redevables de la taxe sur le déversement des eaux usées.
- la lutte contre les inondations dans les quartiers à risque ;
- la collecte et l'épuration des eaux usées et pluviales ;
- l'assurance d'une gestion intégrée des eaux usées et pluviales ;
- le fonctionnement des organismes d'épuration ;
- l'établissement de statistiques ;
- la surveillance de l'état des eaux de surfaces et de celles collectées dans les égouts ;
- l'acquisition de biens corporels et incorporels nécessaires pour la protection et la valorisation des eaux souterraines et de surface ;
- le remboursement de la différence entre les montants des versements anticipés perçus et les montants de la taxe sur le déversement des eaux usées due, ainsi qu'aux remboursements des versements anticipés versés par les redevables de la taxe sur le déversement des eaux usées.
Art. 48. In afwijking van het artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en van het artikel 2, 12°, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen van het " Fonds voor het beheer van de gewestschuld - BFB 12 " eveneens toegewezen aan de uitgaven in verband met de vervroegde terugbetaling van leningen en afgeleide producten, overeenkomstig de bepalingen van de leningsovereenkomsten en de overeenkomsten voor de afgeleide producten (programma 002 van opdracht 06).
Art. 48. Par dérogation à l'article 8 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle et à l'article 2, 12°, du chapitre II de l'ordonnance du 12 décembre 1991 créant des fonds budgétaires, les moyens du " Fonds de gestion de la dette régionale - BFB 12 " sont également affectés aux dépenses liées au remboursement par anticipation d'emprunts et de produits dérivés, conformément aux dispositions des conventions d'emprunt et aux dispositions des convnetions de produits dérivés (programme 002 de la mission 06)
Art. 49. De Regering is gemachtigd om de begroting ingeschreven op de basisallocatie 25.007.17.01.85.14 toe te wijzen aan één of meerdere financiering(en) op korte en lange termijn voor het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, om de eigen financiering te verzekeren van de statutaire opdrachten van deze laatste. Deze financieringen zullen plaatsvinden tegen de financieringsvoorwaarden van het BHG, verhoogd met een kredietkost verbonden aan het risicoprofiel van de begunstigde entiteit (opgesteld door het Front Office van het Agentschap van de Schuld op basis van een voorafgaande risicoanalyse). "
Art. 49. Le Gouvernement est autorisé à affecter le budget inscrit à l'allocation de base 25.007.17.01.85.14 à un ou plusieurs financements à court et à long terme au Fonds du logement de la Région de Bruxelles-Capitale afin d'assurer le financement propre des missions statutaires de ce dernier. Ces financements s'effectueront aux conditions de financement de la RBC augmentées d'une charge de crédit liée au profil de risque de l'entité bénéficiaire (établie par le Front Office de l'Agence de la Dette sur la base d'une analyse de risque préalable). "
Art. 50. De Regering is gemachtigd om de begroting ingeschreven op de basisallocatie 25.005.17.04.85.14 toe te wijzen aan één of meerdere financiering(en) op korte en lange termijn voor de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) om de eigen financiering te verzekeren van de statutaire opdrachten van deze laatste. Deze financieringen zullen plaatsvinden tegen de financieringsvoorwaarden van het BHG, verhoogd met een kredietkost verbonden aan het risicoprofiel van de begunstigde entiteit (opgesteld door het Front Office van het Agentschap van de Schuld op basis van een voorafgaande risicoanalyse).
Art. 50. Le Gouvernement est autorisé à affecter le budget inscrit à l'allocation de base 25.005.17.04.85.14 à un ou plusieurs financements à court et à long terme à la Société du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale (SLRB) afin d'assurer le financement propre des missions statutaires de ce dernier. Ces financements s'effectueront aux conditions de financement de la RBC augmentées d'une charge de crédit liée au profil de risque de l'entité bénéficiaire (établie par le Front Office de l'Agence de la Dette sur la base d'une analyse de risque préalable).
Art. 51. De Regering is gemachtigd een of meerdere financiering(en) op korte en lange termijn toe te kennen aan het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën (BGHGT), binnen de grenzen van de gewaarborgde volumes in toepassing van artikel 5 van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, en zoals jaarlijks gestemd. Deze financieringen zullen plaatsvinden tegen de financieringsvoorwaarden van het BHG, verhoogd met een kredietkost verbonden aan het risicoprofiel van de begunstigde entiteit (opgesteld door het Front Office van het Agentschap van de Schuld op basis van een voorafgaande risicoanalyse).
Art. 51. Le Gouvernement est autorisé à accorder un ou plusieurs financements à court et à long terme au Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales (FRBRTC) dans les limites des volumes garantis en application de l'article 5 de l'ordonnance du 8 avril 1993 portant la création du Fonds, et tels que votés annuellement. Ces financements s'effectueront aux conditions de financement de la RBC augmentées d'une charge de crédit liée au profil de risque de l'entité bénéficiaire (établie par le Front Office de l'Agence de la Dette sur la base d'une analyse de risque préalable).
Art. 52. In afwijking van het artikel 68 van de ordonnantie van 23 februari 2006 betreffende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, zullen het Brussels Waarborgfonds, Brusoc en Brussel Ontmanteling niet in de centralisatie van de para-regionale thesaurieën geïntegreerd worden.
Art. 52. Par dérogation à l'article 68 de l'ordonnance du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Fonds bruxellois de garantie, Brusoc et Bruxelles Démontage ne seront pas intégrés dans la centralisation des trésoreries pararégionales.
Art. 53. § 1. In afwijking van artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de verbintenissen, die noodzakelijk zijn om de ononderbroken werking van de diensten van de Regering te verzekeren, maar aangegaan worden vanaf 1 november 2020, ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 2021, beperkt tot een derde van de goedgekeurde vastleggingskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 2. In afwijking van artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen, die verbonden zijn aan de verbintenissen die nodig zijn om de ononderbroken werking van de diensten van de Regering te verzekeren, uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de initiële begroting van de diensten van de Regering voor het volgende jaar ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de goedgekeurde vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 3. De Inspectie van Financiën beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de diensten van de Regering.
§ 2. In afwijking van artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen, die verbonden zijn aan de verbintenissen die nodig zijn om de ononderbroken werking van de diensten van de Regering te verzekeren, uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de initiële begroting van de diensten van de Regering voor het volgende jaar ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de goedgekeurde vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 3. De Inspectie van Financiën beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de diensten van de Regering.
Art. 53. § 1er. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les obligations, nécessaires pour assurer le fonctionnement continu des services du Gouvernement, ne peuvent être contractées qu'à partir du 1er novembre 2020, à charge des crédits d'engagement de l'année budgétaire 2021, dans la limite du tiers de ces crédits d'engagement votés pour les allocations de base de dépenses correspondantes de l'année en cours, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 2. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les liquidations nécessaires afférentes aux obligations nécessaires pour assurer le fonctionnement continu des services du Gouvernement peuvent être effectuées à partir du vote de l'ordonnance contenant le budget initial des services du Gouvernement pour l'année suivante à charge des crédits de liquidation du budget de cette année budgétaire suivante, dans les limites du tiers des crédits de liquidation votés pour les allocations de base de dépenses correspondantes de l'année en cours, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 3. L'Inspection des Finances évalue préalablement la nécessité des dépenses pour assurer le fonctionnement continu des services du Gouvernement.
§ 2. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les liquidations nécessaires afférentes aux obligations nécessaires pour assurer le fonctionnement continu des services du Gouvernement peuvent être effectuées à partir du vote de l'ordonnance contenant le budget initial des services du Gouvernement pour l'année suivante à charge des crédits de liquidation du budget de cette année budgétaire suivante, dans les limites du tiers des crédits de liquidation votés pour les allocations de base de dépenses correspondantes de l'année en cours, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 3. L'Inspection des Finances évalue préalablement la nécessité des dépenses pour assurer le fonctionnement continu des services du Gouvernement.
Art. 54. De bewijsstukken voor steun, toegekend in het kader van de ordonnantie van 1 juli 1993 betreffende de bevordering van de economische expansie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de gewestelijke steun voor algemene investeringen ten gunste van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en toegekend in het kader van de organieke ordonnantie van 13 december 2007 betreffende de steun ter bevordering van de economische expansie, worden ingediend binnen een termijn van vier jaar vanaf de betekening van de steuntoekenningsbeslissing.
Art. 54. Les pièces justificatives pour les aides octroyées dans le cadre de l'ordonnance du 1er juillet 1993 concernant la promotion de l'expansion économique dans la Région de Bruxelles-Capitale, de l'ordonnance du 1er avril 2004 relative aux aides régionales pour les investissements généraux en faveur des micro, petites ou moyennes entreprises et de l'ordonnance organique du 13 décembre 2007 relative aux aides pour la promotion de l'expansion économique, sont introduites dans un délai de quatre ans à partir de la notification de la décision d'octroi de l'aide.
Art. 55. § 1. De Regering is gemachtigd om de kredieten, ingeschreven op de basisallocaties 12.022.33.01.83.00 en 12.022.40.01.81.12, te gebruiken om, in het kader van de COVID-19-crisis, binnen de grenzen van deze kredieten, leningen voor commerciële huur toe te kennen [1 tot een maximum van 35.000 euro per lening en tot een maximum van 75.000 euro per lening vanaf 4 juni 2021]1. Deze leningen zullen worden toegekend aan ondernemingen in de zin van artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, [1 tegen een jaarlijkse rentevoet van 2 %]1.
§ 2. De Regering bepaalt de precieze voorwaarden waaraan de huurders, de verhuurders in ruime zin moeten voldoen evenals de juridische betrekkingen tussen hen, de rentevoet(en) van de leningen, de voorwaarden voor de betaling van de leningen en de terugbetalingen, de toepasselijke staatssteunregeling, de verschillende termijnen en alle andere aspecten die nodig zijn voor de goede uitvoering van deze maatregel. Zo kan de Regering de toekenning van een huurlening afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de verhuurder afstand doet [1 van één tot vier maanden huu]1.
§ 3. De categorieën van persoonlijke gegevens die met het oog op de uitvoering van deze maatregel kunnen worden verwerkt, zijn de identificatie- en contactgegevens van de huurders en de verhuurders of hun vertegenwoordigers, natuurlijke personen, de gegevens uit huurcontracten in ruime zin, het bedrag van de en de andere categorieën van persoonlijke gegevens die onontbeerlijk zijn voor de uitvoering van de regeling, met inbegrip van het toezicht op de naleving van de voorwaarden en het beheer van de geschillen.
De verantwoordelijke voor de verwerking van deze gegevens is de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
De bewaartermijn voor persoonlijke gegevens, die in het kader van deze maatregel worden verwerkt, bedraagt drie jaar vanaf het einde van een toegekende lening. Indien een leningaanvraag werd geweigerd, worden de desbetreffende gegevens gedurende één jaar vanaf de mededeling van de weigeringsbeslissing bewaard. De persoonlijke gegevens die nodig zijn voor de behandeling van een geschil in het kader van deze maatregel worden echter voor de duur van de behandeling van het geschil bewaard.
In het kader van deze maatregel, zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van de gegevens gemachtigd om rijksregisternummers aan te vragen en om deze te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De Regering is bevoegd om deze bepalingen te specificeren en om deze aan te vullen.
§ 4. De artikelen 10, § 1, en 32, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de begrotingsopmaak, zijn niet van toepassing op de beslissingen tot toekenning van leningen.
Tweemaandelijks dient er een verslag overgemaakt te worden aan de Minister van Begroting, de staatssecretaris voor Economische Transitie en de Inspectie van Financiën betreffende deze verstrekte leningen.
§ 5. De Regering is gemachtigd om de kredieten, ingeschreven op de basisallocatie 12.022.08.01.12.21 te gebruiken om de uitgaven te dekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze maatregel, in het bijzonder voor de kost van de aanschaffing van interfaces en computersoftware en de bezoldiging van de dienstverleners.
§ 2. De Regering bepaalt de precieze voorwaarden waaraan de huurders, de verhuurders in ruime zin moeten voldoen evenals de juridische betrekkingen tussen hen, de rentevoet(en) van de leningen, de voorwaarden voor de betaling van de leningen en de terugbetalingen, de toepasselijke staatssteunregeling, de verschillende termijnen en alle andere aspecten die nodig zijn voor de goede uitvoering van deze maatregel. Zo kan de Regering de toekenning van een huurlening afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de verhuurder afstand doet [1 van één tot vier maanden huu]1.
§ 3. De categorieën van persoonlijke gegevens die met het oog op de uitvoering van deze maatregel kunnen worden verwerkt, zijn de identificatie- en contactgegevens van de huurders en de verhuurders of hun vertegenwoordigers, natuurlijke personen, de gegevens uit huurcontracten in ruime zin, het bedrag van de en de andere categorieën van persoonlijke gegevens die onontbeerlijk zijn voor de uitvoering van de regeling, met inbegrip van het toezicht op de naleving van de voorwaarden en het beheer van de geschillen.
De verantwoordelijke voor de verwerking van deze gegevens is de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
De bewaartermijn voor persoonlijke gegevens, die in het kader van deze maatregel worden verwerkt, bedraagt drie jaar vanaf het einde van een toegekende lening. Indien een leningaanvraag werd geweigerd, worden de desbetreffende gegevens gedurende één jaar vanaf de mededeling van de weigeringsbeslissing bewaard. De persoonlijke gegevens die nodig zijn voor de behandeling van een geschil in het kader van deze maatregel worden echter voor de duur van de behandeling van het geschil bewaard.
In het kader van deze maatregel, zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van de gegevens gemachtigd om rijksregisternummers aan te vragen en om deze te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De Regering is bevoegd om deze bepalingen te specificeren en om deze aan te vullen.
§ 4. De artikelen 10, § 1, en 32, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de begrotingsopmaak, zijn niet van toepassing op de beslissingen tot toekenning van leningen.
Tweemaandelijks dient er een verslag overgemaakt te worden aan de Minister van Begroting, de staatssecretaris voor Economische Transitie en de Inspectie van Financiën betreffende deze verstrekte leningen.
§ 5. De Regering is gemachtigd om de kredieten, ingeschreven op de basisallocatie 12.022.08.01.12.21 te gebruiken om de uitgaven te dekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze maatregel, in het bijzonder voor de kost van de aanschaffing van interfaces en computersoftware en de bezoldiging van de dienstverleners.
Art. 55. § 1er. Le Gouvernement est autorisé à utiliser les crédits qui sont inscrits aux allocations de base 12.022.33.01.83.00 et 12.022.40.01.81.12 afin d'octroyer, dans le contexte de la crise du COVID-19, dans la limite de ces crédits, des prêts aux loyers commerciaux [1 à concurrence de 35.000 euros maximum par prêt et à concurrence de 75.000 euros maximum par prêt à partir du 4 juin 2021 ]1. Les prêts seront consentis à des entreprises au sens de l'article Ier.1, 1°, du Code de droit économique, [1 à un taux annuel de 2 %]1.
§ 2. Le Gouvernement arrête les conditions exactes que doivent remplir les locataires, les bailleurs au sens large et les rapports juridiques entre eux, le ou les taux des prêts, les modalités du paiement des prêts et des remboursements, le régime d'aide d'Etat applicable, les diverses échéances et tout autre aspect nécessaire à la bonne réalisation de cette mesure. Ainsi, le Gouvernement peut conditionner l'octroi d'un prêt sur loyer à la renonciation du bailleur [1 à un à quatre mois de loyer ]1.
§ 3. Les catégories de données à caractère personnel qui peuvent être traitées avec pour finalité la mise en oeuvre de cette mesure sont les données d'identification et de contact des locataires et des bailleurs ou de leur représentants, personnes physiques, les données des contrats de bail au sens large, le montant des crédits octroyés et les autres catégories de données à caractère personnel indispensables pour la mise en oeuvre du dispositif en ce compris le contrôle du respect des conditions et la gestion des litiges.
Le responsable du traitement de ces données est le Service public régional de Bruxelles.
La durée de conservation des données à caractère personnel, traitées dans le cadre de cette mesure, est de trois ans à compter de la fin d'un prêt octroyé. Si une demande de prêt a été rejetée, les données qui s'y rapportent sont conservées durant un an à compter de la communication de la décision de rejet. Les données à caractère personnel nécessaires pour le traitement d'un litige dans le cadre de cette mesure sont toutefois conservées pour la durée du traitement de ce litige.
Dans le cadre de cette mesure, les responsables du traitement des données sont autorisés à solliciter des numéros de registre national et à les utiliser, conformément à l'article 8, § 1er, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
Le Gouvernement est habilité à préciser et à compléter ces dispositions.
§ 4. Les articles 10, § 1er, et 32 de l'arrêté du Gouvernement du 13 juillet 2006 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'à l'établissement du budget, ne s'appliquent pas aux décisions d'octroi des prêts.
Un rapport doit être communiqué au Ministre du Budget, la Secrétaire d'Etat à la Transition économique et à l'Inspection des Finances concernant ces prêts octroyés sur une base bimensuelle.
§ 5. Le Gouvernement est autorisé à utiliser les crédits, inscrits à l'allocation de base 12.022.08.01.12.21, afin de couvrir les dépenses qui sont nécessaires à la mise en oeuvre de cette mesure, notamment le coût de l'acquisition d'interfaces et de logiciels informatiques et la rémunération de prestataires de services.
§ 2. Le Gouvernement arrête les conditions exactes que doivent remplir les locataires, les bailleurs au sens large et les rapports juridiques entre eux, le ou les taux des prêts, les modalités du paiement des prêts et des remboursements, le régime d'aide d'Etat applicable, les diverses échéances et tout autre aspect nécessaire à la bonne réalisation de cette mesure. Ainsi, le Gouvernement peut conditionner l'octroi d'un prêt sur loyer à la renonciation du bailleur [1 à un à quatre mois de loyer ]1.
§ 3. Les catégories de données à caractère personnel qui peuvent être traitées avec pour finalité la mise en oeuvre de cette mesure sont les données d'identification et de contact des locataires et des bailleurs ou de leur représentants, personnes physiques, les données des contrats de bail au sens large, le montant des crédits octroyés et les autres catégories de données à caractère personnel indispensables pour la mise en oeuvre du dispositif en ce compris le contrôle du respect des conditions et la gestion des litiges.
Le responsable du traitement de ces données est le Service public régional de Bruxelles.
La durée de conservation des données à caractère personnel, traitées dans le cadre de cette mesure, est de trois ans à compter de la fin d'un prêt octroyé. Si une demande de prêt a été rejetée, les données qui s'y rapportent sont conservées durant un an à compter de la communication de la décision de rejet. Les données à caractère personnel nécessaires pour le traitement d'un litige dans le cadre de cette mesure sont toutefois conservées pour la durée du traitement de ce litige.
Dans le cadre de cette mesure, les responsables du traitement des données sont autorisés à solliciter des numéros de registre national et à les utiliser, conformément à l'article 8, § 1er, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
Le Gouvernement est habilité à préciser et à compléter ces dispositions.
§ 4. Les articles 10, § 1er, et 32 de l'arrêté du Gouvernement du 13 juillet 2006 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'à l'établissement du budget, ne s'appliquent pas aux décisions d'octroi des prêts.
Un rapport doit être communiqué au Ministre du Budget, la Secrétaire d'Etat à la Transition économique et à l'Inspection des Finances concernant ces prêts octroyés sur une base bimensuelle.
§ 5. Le Gouvernement est autorisé à utiliser les crédits, inscrits à l'allocation de base 12.022.08.01.12.21, afin de couvrir les dépenses qui sont nécessaires à la mise en oeuvre de cette mesure, notamment le coût de l'acquisition d'interfaces et de logiciels informatiques et la rémunération de prestataires de services.
Art. 56. In afwijking van artikel 26, § 2, dient de Regering, indien zij bijzondere machten wordt toegekend in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis, en dit voor de duurtijd van de bijzondere machten, de bij de beraadslagingen bedoelde machtigingen niet op te nemen in een ad hoc ontwerp van ordonnantie.
Art. 56. Par dérogation à l'article 26, § 2, le Gouvernement, s'il reçoit des pouvoirs spéciaux dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19, et ceci pour la durée des pouvoirs spéciaux, ne doit pas reprendre les autorisations visées par les délibérations dans un projet d'ordonnance ad hoc.
Sectie III. - Bijzondere bepalingen in verband met de autonome bestuursinstellingen
Section III. - Dispositions spécifiques relatives aux organismes administratifs autonomes
Art. 57. In afwijking van de artikelen 25, derde lid, en 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, blijven de contractuele personeelsleden van de autonome bestuursinstellingen van eerste categorie die de in voornoemde artikelen vermelde functies innemen in functie tot op het moment dat een nieuw besluit of een nieuwe beslissing daaraan een einde stelt.
Art. 57. Par dérogation aux articles 25, alinéa 3, et 69, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les membres contractuels du personnel des organismes administratifs autonomes de première catégorie qui occupent les fonctions reprises aux articles précités restent en fonction jusqu'à ce qu'un nouvel arrêté ou une nouvelle décision y mette fin.
Art. 58. De rekenplichtigen van de autonome bestuursinstellingen zijn onderworpen aan dezelfde bepalingen als deze die gelden voor de rekenplichtigen van de diensten van de Regering, met uitzondering van specifieke maatregelen genomen door de Minister van Financiën.
Art. 58. Les comptables-trésoriers des organismes administratifs autonomes sont soumis aux mêmes dispositions que celles qui sont en vigueur pour les comptables-trésoriers des services du Gouvernement, à l'exception de mesures spécifiques prises par le Ministre des Finances.
Art. 59. De begroting van het Centrum voor Informatica voor het Brussels Gewest voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 72.806.000 euro voor de ontvangsten, 74.115.000 euro voor de vastleggingskredieten en 72.806.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 72.306.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 72.806.000 euro voor de ontvangsten, 74.115.000 euro voor de vastleggingskredieten en 72.806.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 72.306.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 59. Est approuvé le budget du Centre d'Informatique pour la Région bruxelloise pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 72.806.000 euros, pour les crédits d'engagement à 74.115.000 euros et pour les crédits de liquidation à 72.806.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 72.306.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 72.806.000 euros, pour les crédits d'engagement à 74.115.000 euros et pour les crédits de liquidation à 72.806.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 72.306.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 60. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag het Centrum voor Informatica van het Busssels Gewest facultatieve subisidies toekennen (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel), overdrachten naar andere pararegionale instellingen of lokale overheden incluis, meer bepaald voor de uitrusting inzake informatica, telematica en cartografie.
Art. 60. Le Centre informatique de la Région bruxelloise est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire), en ce compris des transferts à d'autres organismes pararégionaux ou aux pouvoirs locaux, dans le cadre de ses missions statutaires, notamment pour l'équipement en matière informatique, télématique ou cartographique.
Art. 61. In afwijking van het artikel 45, derde lid, en van artikel 89, eerste lid, 3°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd om een boekhouder aan te stellen voor het Centrum voor informatica voor het Brussels Gewest die een contractueel personeelslid is, gekozen uit de personeelsleden van het Centrum voor informatica voor het Brussels Gewest.
Art. 61. Par dérogation à l'article 45, alinéa 3, et l'article 89, alinéa 1er, 3°, de l'ordonnance organique portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à désigner un comptable pour le Centre d'informatique pour la Région bruxelloise qui est un agent contractuel, choisi parmi les membres du personnel du Centre d'informatique pour la Région bruxelloise.
Art. 62. In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid, en het artikel 89, eerste lid, 2°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtigen van het Centrum voor informatica voor het Brussels Gewest niet verplicht gekozen uit de ambtenaren onderworpen aan het statuut.
Art. 62. Par dérogation à l'article 69, § 1er, alinéa 2, et l'article 89, alinéa 1er, 2°, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les comptables-trésoriers titulaires et/ou suppléants du Centre d'informatique pour la Région bruxelloise ne sont pas obligatoirement choisis parmi les agents soumis au statut.
Art. 63. De begroting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 147.419.000 euro voor de ontvangsten, 147.944.000 euro voor de vastleggingskredieten en 141.613.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 106.061.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 147.419.000 euro voor de ontvangsten, 147.944.000 euro voor de vastleggingskredieten en 141.613.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 106.061.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 63. Est approuvé, le budget du Service d'Incendie et d'Aide Médicale Urgente de la Région de Bruxelles-Capitale pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 147.419.000 euros, pour les crédits d'engagement à 147.944.000 euros et pour les crédits de liquidation à 141.613.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 106.061.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 147.419.000 euros, pour les crédits d'engagement à 147.944.000 euros et pour les crédits de liquidation à 141.613.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 106.061.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 64. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen, overdrachten naar andere pararegionale instellingen of lokale overheden incluis, meer bepaald voor de preventie, de financiering en plaatsing van middelen in het kader van de brandpreventie.
Art. 64. Le Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire), en ce compris des transferts à d'autres organismes pararégionaux ou aux pouvoirs locaux, dans le cadre de ses missions statutaires, notamment pour la prévention, le financement et le placement de dispositifs en matière de prévention d'incendie.
Art. 65. In afwijking van de artikelen 45, derde lid, 69, § 1, tweede lid, en 89, eerste lid, 2° en 3°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp gemachtigd om een contractuele boekhouder en contractuele rekenplichtigen van niveau B aan te stellen.
Art. 65. Par dérogation aux articles 45, alinéa 3, 69, § 1er, alinéa 2 et 89, alinéa 1er, 2° et 3°, de l'ordonnance du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à désigner un comptable contractuel et des comptables-trésoriers contractuels de niveau B.
Art. 66. De begroting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 1.611.469.000 euro voor de ontvangsten, 1.611.469.000 euro voor de vastleggingskredieten en 1.611.469.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 30.929.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 1.611.469.000 euro voor de ontvangsten, 1.611.469.000 euro voor de vastleggingskredieten en 1.611.469.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 30.929.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 66. Est approuvé le budget du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 1.611.469.000 euros, pour les crédits d'engagement à 1.611.469.000 euros et pour les crédits de liquidation à 1.611.469.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 30.929.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 1.611.469.000 euros, pour les crédits d'engagement à 1.611.469.000 euros et pour les crédits de liquidation à 1.611.469.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 30.929.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 67. De bepalingen van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, met uitzondering van het principe van de onverenigbaarheid van functies, zijn niet van toepassing op de naamloze vennootschappen die een gedelegeerde opdracht uitvoeren in naam en voor rekening van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën.
Art. 67. Les dispositions de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, à l'exception du principe de la séparation des fonctions, ne sont pas d'application aux sociétés anonymes exerçant une mission déléguée au nom et pour le compte du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales.
Art. 68. In toepassing van het artikel 5 van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende de oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, wordt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd de gewestwaarborg te verlenen voor de door voormeld Fonds aangegane leningen voor een bedrag dat de [1 280.440.000 euro]1 in 2021 niet mag overschrijden.
Deze leningen worden ten bedrage van [1 280.440.000 euro]1 ingeschreven in de sectie II van deze ordonnantie, begroting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, Ontvangsten, basisallocatie 01.001.03.04.96.10.
In toepassing van het artikel 5 van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende de oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, wordt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ook gemachtigd de gewestwaarborg te verlenen voor de door voormeld Fonds aangegane leningen, in het kader van zijn opdracht 2 (Coördinatiecentrum), voor een bedrag dat de 600.000.000 euro in 2021 niet mag overschrijden.
Deze leningen worden ten bedrage van 600.000.000 euro ingeschreven in de sectie II van deze ordonnantie, begroting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, Ontvangsten, basisallocatie 02.001.03.05.96.10.
Deze leningen worden ten bedrage van [1 280.440.000 euro]1 ingeschreven in de sectie II van deze ordonnantie, begroting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, Ontvangsten, basisallocatie 01.001.03.04.96.10.
In toepassing van het artikel 5 van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende de oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, wordt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ook gemachtigd de gewestwaarborg te verlenen voor de door voormeld Fonds aangegane leningen, in het kader van zijn opdracht 2 (Coördinatiecentrum), voor een bedrag dat de 600.000.000 euro in 2021 niet mag overschrijden.
Deze leningen worden ten bedrage van 600.000.000 euro ingeschreven in de sectie II van deze ordonnantie, begroting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, Ontvangsten, basisallocatie 02.001.03.05.96.10.
Art. 68. En application de l'article 5 de l'ordonnance du 8 avril 1993 portant création du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés par ledit fonds pour un montant n'excédant pas [1 280.440.000 euros]1 d'euros en 2021.
Ces emprunts sont inscrits pour un montant de [1 280.440.000 euros]1 d'euros à la section II de la présente ordonnance, budget du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, Recettes, allocation de base 01.001.03.04.96.10.
En application de l'article 5 de l'ordonnance du 8 avril 1993 portant création du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est aussi autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés par ledit Fonds, dans le cadre de sa mission 2 (Centre de coordination), pour un montant n'excédant pas 600.000.000 d'euros en 2021.
Ces emprunts sont inscrits pour un montant de 600.000.000 d'euros à la section II de la présente ordonnance, budget du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, Recettes, allocation de base 02.001.03.05.96.10.
Ces emprunts sont inscrits pour un montant de [1 280.440.000 euros]1 d'euros à la section II de la présente ordonnance, budget du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, Recettes, allocation de base 01.001.03.04.96.10.
En application de l'article 5 de l'ordonnance du 8 avril 1993 portant création du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est aussi autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés par ledit Fonds, dans le cadre de sa mission 2 (Centre de coordination), pour un montant n'excédant pas 600.000.000 d'euros en 2021.
Ces emprunts sont inscrits pour un montant de 600.000.000 d'euros à la section II de la présente ordonnance, budget du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales, Recettes, allocation de base 02.001.03.05.96.10.
Art. 69. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd uitgaven te doen in naam en voor rekening van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën.
Art. 69. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles- Capitale est autorisé à effectuer des dépenses au nom et pour compte du Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales.
Art. 70. In afwijking van artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 januari 1955 houdende de lijst der openbare fondsen, andere dan de door de Staat uitgegeven of gewaarborgde effecten, welke mogen aangekocht worden door de organismen bedoeld bij artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, wordt het Brussels Gewestelijk Herfinancieringfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën gemachtigd fondsen te plaatsen bij de door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten erkende kredietinstellingen.
Art. 70. Par dérogation à l'article 1er de l'arrêté royal du 21 janvier 1955 établissant la liste des fonds publics autres que les valeurs émises ou garanties par l'Etat que peuvent acquérir les organismes visés à l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, le Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales est autorisé à placer des fonds auprès des établissements de crédit agréés par l'Autorité des services et marchés financiers.
Art. 71. De begroting van Leefmilieu Brussel, voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 210.001.000 euro voor de ontvangsten, 226.593.000 euro voor de vastleggingskredieten en 209.237.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 196.689.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 210.001.000 euro voor de ontvangsten, 226.593.000 euro voor de vastleggingskredieten en 209.237.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 196.689.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 71. Est approuvé, le budget de Bruxelles Environnement, pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 210.001.000 euros, pour les crédits d'engagement à 226.593.000 euros et pour les crédits de liquidation à 209.237.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 196.689.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 210.001.000 euros, pour les crédits d'engagement à 226.593.000 euros et pour les crédits de liquidation à 209.237.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 196.689.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 72. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag Leefmilieu Brussel facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen, inzonderheid inzake :
- de duurzame wijken ;
- de verbetering van het leefmilieu ;
- de sterilisatie van zwerfkatten ;
- de promotie van de " groene-economiecircuits ", " ecodynamische ondernemingen " ;
- de organisatie van demonstratieprojecten inzake energie en het " duurzaam bouwen " ;
- de projecten inzake dierenwelzijn.
Leefmilieu Brussel is eveneens gemachtigd om premies en subsidies te verlenen voor de realisatie van bodemonderzoeken, bodemsanering en maatregelen voor het bodembeheer, in uitvoering van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems onder de voorwaarden vastgelegd door de Regering. De Regering bepaalt de bedragen, de begunstigden, de toekenningsvoorwaarden en de aanvraagprocedure tot toekenning van deze premie.
Leefmilieu Brussel is gemachtigd om onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden subsidies toe te kennen die worden gedefinieerd als investeringssteun voor de ontwikkeling van een coaching op het gebied van energiebeheer, getiteld " Energy Pack ", voor de sector van de KMO's en de non-profitsector, zoals voorzien in het pakket van maatregelen bedoeld om bij te dragen aan de bestrijding van de klimaatopwarming.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 22 en 99 van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend in het kader van het project " Energie Pack " : kleine en middelgrote ondernemingen - non-profitsector en aangerekend op de hieronder opgenomen basisallocaties van de uitgavenbegroting van Leefmilieu Brussel, noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst :
28.001.20.01.51.11
28.001.28.01.63.21
28.001.28.02.63.52
28.001.28.04.63.41
28.001.32.01.53.10
28.001.35.01.52.10
28.001.39.01.51.12
28.001.54.01.64.10
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
- de duurzame wijken ;
- de verbetering van het leefmilieu ;
- de sterilisatie van zwerfkatten ;
- de promotie van de " groene-economiecircuits ", " ecodynamische ondernemingen " ;
- de organisatie van demonstratieprojecten inzake energie en het " duurzaam bouwen " ;
- de projecten inzake dierenwelzijn.
Leefmilieu Brussel is eveneens gemachtigd om premies en subsidies te verlenen voor de realisatie van bodemonderzoeken, bodemsanering en maatregelen voor het bodembeheer, in uitvoering van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems onder de voorwaarden vastgelegd door de Regering. De Regering bepaalt de bedragen, de begunstigden, de toekenningsvoorwaarden en de aanvraagprocedure tot toekenning van deze premie.
Leefmilieu Brussel is gemachtigd om onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden subsidies toe te kennen die worden gedefinieerd als investeringssteun voor de ontwikkeling van een coaching op het gebied van energiebeheer, getiteld " Energy Pack ", voor de sector van de KMO's en de non-profitsector, zoals voorzien in het pakket van maatregelen bedoeld om bij te dragen aan de bestrijding van de klimaatopwarming.
In afwijking van de bepalingen van de artikelen 22 en 99 van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend in het kader van het project " Energie Pack " : kleine en middelgrote ondernemingen - non-profitsector en aangerekend op de hieronder opgenomen basisallocaties van de uitgavenbegroting van Leefmilieu Brussel, noch het voorwerp uit van een besluit, noch van een overeenkomst :
28.001.20.01.51.11
28.001.28.01.63.21
28.001.28.02.63.52
28.001.28.04.63.41
28.001.32.01.53.10
28.001.35.01.52.10
28.001.39.01.51.12
28.001.54.01.64.10
Indien echter andere wettelijke en/of reglementaire bepalingen die betrekking hebben op de uitgaven die op de basisallocaties vermeld in dit artikel worden aangerekend, uitdrukkelijk een regerings- of ministerieel besluit per begunstigde opleggen, dan dient dit besluit te worden opgesteld, behoudens afwijking toegestaan door de Minister van Begroting op basis van een gemotiveerd dossier.
Art. 72. Bruxelles Environnement est autorisé à octroyer, dans le cadre de ses missions statutaires, des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire), notamment en matière de :
- les quartiers durables ;
- l'amélioration de l'environnement ;
- la stérilisation des chat errants ;
- la promotion des " filières d'économie verte ", " entreprises éco-dynamiques " ;
- l'organisation de projets démonstratifs relatifs à l'énergie et au " bâtiment durable " ;
- les projets en matière de bien-être animal.
Bruxelles Environnement est également autorisé à dispenser des primes et des subventions pour la réalisation des études de sol, assainissement et mesures de gestion des sols, réalisées en exécution de l'ordonnance du 13 mai 2004 relative à la gestion des sols pollués, dans les conditions fixées par le Gouvernement. Le Gouvernement arrête le montant, les bénéficiaires, les conditions d'octroi ainsi que la procédure de demande d'octroi de cette prime.
Bruxelles Environnement est autorisé à octroyer, dans les conditions fixées par le Gouvernement, des subventions définies comme soutiens à l'investissement dans le cadre du développement d'un coaching de gestion énergétique, intitulé " Pack Energie ", à destination du secteur des PME et du secteur non-marchand, prévu dans le paquet de mesures visant à contribuer à la lutte contre le réchauffement climatique.
Par dérogation aux dispositions des articles 22 et 99 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées dans le cadre du projet " Pack Energie " : petites et moyennes entreprises - secteur non marchand et imputées sur les allocations de base reprises ci-dessous du budget des dépenses de Bruxelles Environnement, ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention :
28.001.20.01.51.11
28.001.28.01.63.21
28.001.28.02.63.52
28.001.28.04.63.41
28.001.32.01.53.10
28.001.35.01.52.10
28.001.39.01.51.12
28.001.54.01.64.10
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
- les quartiers durables ;
- l'amélioration de l'environnement ;
- la stérilisation des chat errants ;
- la promotion des " filières d'économie verte ", " entreprises éco-dynamiques " ;
- l'organisation de projets démonstratifs relatifs à l'énergie et au " bâtiment durable " ;
- les projets en matière de bien-être animal.
Bruxelles Environnement est également autorisé à dispenser des primes et des subventions pour la réalisation des études de sol, assainissement et mesures de gestion des sols, réalisées en exécution de l'ordonnance du 13 mai 2004 relative à la gestion des sols pollués, dans les conditions fixées par le Gouvernement. Le Gouvernement arrête le montant, les bénéficiaires, les conditions d'octroi ainsi que la procédure de demande d'octroi de cette prime.
Bruxelles Environnement est autorisé à octroyer, dans les conditions fixées par le Gouvernement, des subventions définies comme soutiens à l'investissement dans le cadre du développement d'un coaching de gestion énergétique, intitulé " Pack Energie ", à destination du secteur des PME et du secteur non-marchand, prévu dans le paquet de mesures visant à contribuer à la lutte contre le réchauffement climatique.
Par dérogation aux dispositions des articles 22 et 99 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées dans le cadre du projet " Pack Energie " : petites et moyennes entreprises - secteur non marchand et imputées sur les allocations de base reprises ci-dessous du budget des dépenses de Bruxelles Environnement, ne font l'objet ni d'un arrêté ni d'une convention :
28.001.20.01.51.11
28.001.28.01.63.21
28.001.28.02.63.52
28.001.28.04.63.41
28.001.32.01.53.10
28.001.35.01.52.10
28.001.39.01.51.12
28.001.54.01.64.10
Si par contre d'autres dispositions légales et/ou réglementaires ayant trait aux dépenses, qui sont imputées sur les allocations de bases reprises dans le présent article, imposent de manière explicite un arrêté gouvernemental ou ministériel par bénéficiaire, alors cet arrêté doit être établi, sauf dérogation accordée par le Ministre du Budget sur la base d'un dossier motivé.
Art. 73. In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid, en artikel 89, eerste lid, 2°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtigen van Leefmilieu Brussel niet verplicht gekozen uit de ambtenaren onderworpen aan het statuut.
Art. 73. Par dérogation à l'article 69, § 1er, alinéa 2, et à l'article 89, alinéa 1er, 2°, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les comptables-trésoriers titulaires et/ou suppléants de Bruxelles Environnement ne sont pas obligatoirement choisis parmi les agents soumis au statut.
Art. 74. De begroting van BRUGEL voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 5.551.000 euro voor de ontvangsten, 5.522.000 euro voor de vastleggingskredieten en 5.551.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 5.537.000 euro, overeenkomstig bijlage I van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 5.551.000 euro voor de ontvangsten, 5.522.000 euro voor de vastleggingskredieten en 5.551.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 5.537.000 euro, overeenkomstig bijlage I van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 74. Est approuvé, le budget de BRUGEL pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 5.551.000 euros, pour les crédits d'engagement à 5.522.000 euros et pour les crédits de liquidation à 5.551.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 5.537.000 euros, conformément à l'annexe I du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 5.551.000 euros, pour les crédits d'engagement à 5.522.000 euros et pour les crédits de liquidation à 5.551.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 5.537.000 euros, conformément à l'annexe I du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 75. Brugel is gemachtigd om een facultatieve subsidie toe te kennen aan de vzw Sociale Dienst om aan zijn personeel onder andere een hospitalisatieverzekering aan te bieden.
Art. 75. Brugel est autorisé à octroyer une subvention facultative à l'ASBL Service social pour offrir entre autre à son personnel une assurance hospitalisation.
Art. 76. De begroting van het Gewestelijke Agentschap voor Netheid - Net Brussel voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 268.848.000 euro voor de ontvangsten, 296.550.000 euro voor de vastleggingskredieten en 281.300.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 206.715.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 268.848.000 euro voor de ontvangsten, 296.550.000 euro voor de vastleggingskredieten en 281.300.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 206.715.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 76. Est approuvé, le budget de l'Agence régionale pour la Propreté - Bruxelles-Propreté pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 268.848.000 euros, pour les crédits d'engagement à 296.550.000 euros et pour les crédits de liquidation à 281.300.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 206.715.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 268.848.000 euros, pour les crédits d'engagement à 296.550.000 euros et pour les crédits de liquidation à 281.300.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 206.715.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 77. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag het Gewestelijk Agentschap voor Netheid-Net Brussel facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen, overdrachten naar andere pararegionale instellingen of lokale overheden incluis, meer bepaald voor het schoonmaken van sites en plaatsen die van gemeentelijk belang zijn.
Art. 77. L'Agence régionale pour la Propreté-Bruxelles-Propreté est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire), en ce compris des transferts à d'autres organismes pararégionaux ou aux pouvoirs locaux, dans le cadre de ses missions statutaires, notamment pour le nettoyage de sites et lieux présentant un intérêt communal.
Art. 78. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen aan een lening, aan te gaan in 2021 door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid-Net Brussel, voor een maximumbedrag van 24.000.000 euro, teneinde het verschuldigde bedrag te kunnen dekken bij een eventuele veroordeling van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid-Net Brussel in het kader van haar geschil met de FOD Financiën, Administratie van de btw.
Art. 78. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie de la Région à un emprunt, à contracter en 2021 par l'Agence régionale pour la Propreté-Bruxelles-Propreté, pour un montant maximal de 24.000.000 euros, afin de pouvoir couvrir le montant dû lors d'une éventuelle condamnation de l'Agence régionale pour la Propreté-Bruxelles-Propreté dans le cadre du litige qui l'oppose au SPF Finances, Administration de la T.V.A..
Art. 79. Het Gewestelijk Agentschap Netheid is gemachtigd om over de inkomsten te beschikken, die het heeft geïnd ingevolge de verkoop van de toegekende groenestroomcertificaten, in toepassing van artikel 28 van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 79. L'Agence régionale pour la Propreté est autorisée à disposer des recettes, qu'elle a perçues suite à la vente des certificats verts octroyés en application de l'article 28 de l'ordonnance du 19 juillet 2001, relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 80. De begroting van Innoviris, het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 57.794.000 euro voor de ontvangsten, 65.249.000 euro voor de vastleggingskredieten en 57.200.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 55.352.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 57.794.000 euro voor de ontvangsten, 65.249.000 euro voor de vastleggingskredieten en 57.200.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 55.352.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 80. Est approuvé le budget d'Innoviris, l'Institut pour l'encouragement de la recherche scientifique et de l'innovation de Bruxelles, pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 57.794.000 euros, pour les crédits d'engagement à 65.249.000 euros et pour les crédits de liquidation à 57.200.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 55.352.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 57.794.000 euros, pour les crédits d'engagement à 65.249.000 euros et pour les crédits de liquidation à 57.200.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 55.352.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 81. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag Innoviris, het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen.
Art. 81. Innoviris, l'Institut pour l'encouragement de la recherche scientifique et de l'innovation de Bruxelles est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 82. De begroting van perspective.brussels, het Brussels Planningsbureau, voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 35.803.000 euro voor de ontvangsten, 55.309.000 euro voor de vastleggingskredieten en 35.833.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 35.833.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 35.803.000 euro voor de ontvangsten, 55.309.000 euro voor de vastleggingskredieten en 35.833.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 35.833.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 82. Est approuvé le budget du perspective.brussels, le Bureau bruxellois de la Planification, pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 35.803.000 euros, pour les crédits d'engagement à 55.309.000 euros et pour les crédits de liquidation à 35.833.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 35.833.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 35.803.000 euros, pour les crédits d'engagement à 55.309.000 euros et pour les crédits de liquidation à 35.833.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 35.833.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 83. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag perspective.brussels facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen.
Art. 83. Perspective.brussels est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 84. In afwijking van het artikel 45, derde lid, en van artikel 89, eerste lid, 3°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd om een boekhouder aan te stellen voor perspective.brussels die een contractueel personeelslid is, gekozen uit de personeelsleden van perspective.brussels.
Art. 84. Par dérogation à l'article 45, alinéa 3 et l'article 89, alinéa 1er, 3°, de l'ordonnance organique portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à désigner un comptable pour perspective.brussels qui est un agent contractuel, choisi parmi les membres du personnel de perspective.brussels.
Art. 85. [1 In afwijking van de bepalingen van de artikelen 22 en 99 van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend op de volgende basisallocaties van de uitgavenbegroting van het Brussels Planningsbureau geen voorwerp uit van een overeenkomst:
01.001.07.07.1140
02.001.53.01.4524
02.001.42.014540
02.004.27.01.4321
02.004.27.02.4321
02.004.27.03.4340
02.004.28.01.6321
02.004.34.01.3300
02.004.35.01.5210
02.004.42.01.4524
02.004.43.01.6524
02.006.27.01.4322
02.006.28.01.6321
02.006.34.01.3300 ]1.
01.001.07.07.1140
02.001.53.01.4524
02.001.42.014540
02.004.27.01.4321
02.004.27.02.4321
02.004.27.03.4340
02.004.28.01.6321
02.004.34.01.3300
02.004.35.01.5210
02.004.42.01.4524
02.004.43.01.6524
02.006.27.01.4322
02.006.28.01.6321
02.006.34.01.3300 ]1.
Art. 85. [1 Par dérogation aux dispositions des articles 22 et 99 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur les allocations de base suivantes du budget des dépenses du Bureau bruxellois de la Planification ne font pas l'objet d'une convention :
01.001.07.07.1140
02.001.53.01.4524
02.001.42.014540
02.004.27.01.4321
02.004.27.02.4321
02.004.27.03.4340
02.004.28.01.6321
02.004.34.01.3300
02.004.35.01.5210
02.004.42.01.4524
02.004.43.01.6524
02.006.27.01.4322
02.006.28.01.6321
02.006.34.01.3300 ]1.
01.001.07.07.1140
02.001.53.01.4524
02.001.42.014540
02.004.27.01.4321
02.004.27.02.4321
02.004.27.03.4340
02.004.28.01.6321
02.004.34.01.3300
02.004.35.01.5210
02.004.42.01.4524
02.004.43.01.6524
02.006.27.01.4322
02.006.28.01.6321
02.006.34.01.3300 ]1.
Art. 86. De begroting van Brussel - Preventie & Veiligheid voor het jaar 2021 wordt goedgekeurd.
Deze begroting bedraagt 127.246.000 euro voor de ontvangsten, 226.921.000 euro voor de vastleggingskredieten en 127.244.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 115.576.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Deze begroting bedraagt 127.246.000 euro voor de ontvangsten, 226.921.000 euro voor de vastleggingskredieten en 127.244.000 euro voor de vereffeningskredieten, en geeft een geconsolideerd ESR-saldo van - 115.576.000 euro, overeenkomstig sectie II van de bij deze ordonnantie gevoegde tabel.
Art. 86. Est approuvé le budget de Bruxelles Prévention & Sécurité pour l'année 2021.
Ce budget s'élève pour les recettes à 127.246.000 euros, pour les crédits d'engagement à 226.921.000 euros et pour les crédits de liquidation à 127.244.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 115.576.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Ce budget s'élève pour les recettes à 127.246.000 euros, pour les crédits d'engagement à 226.921.000 euros et pour les crédits de liquidation à 127.244.000 euros, et indique un solde SEC consolidé de - 115.576.000 euros, conformément à la section II du tableau joint à la présente ordonnance.
Art. 87. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om de uitgaven en de ontvangsten in naam en voor rekening van Brussel - Preventie & Veiligheid te verrichten vanuit de begroting van de GOB.
Art. 87. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à effectuer les dépenses et les recettes au nom et pour compte de Bruxelles Prévention & Sécurité à partir du budget du SPRB.
Art. 88. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag Brussel - Preventie & Veiligheid facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 88. Bruxelles Prévention & Sécurité est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 89. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag Actiris facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen.
Art. 89. Actiris est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 90. In afwijking van het artikel 69, § 1, tweede lid van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtigen van Actiris niet verplicht gekozen uit de ambtenaren van niveau A onderworpen aan het statuut.
Art. 90. Par dérogation à l'article 69, § 1er, alinéa 2 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les comptables-trésoriers titulaires et/ou suppléants d'Actiris ne sont pas obligatoirement choisis parmi les agents de niveau A soumis au statut.
Art. 91. In afwijking van het artikel 3 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, zijn de genoemde ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten van toepassing op citydev.brussels (GOMB) met uitzondering van de bepalingen van de artikelen 59 en 90, § 3, betreffende de consolidatie van de rekeningen van de autonome bestuursinstellingen in de algemene rekening van de gewestelijke entiteit.
Art. 91. Par dérogation à l'article 3 de l'ordonnance du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, ladite ordonnance et ses arrêtés d'exécution sont d'application à citydev.brussels (SDRB), à l'exception des dispositions des articles 59 et 90, § 3, relatives à la consolidation des comptes des organismes administratifs autonomes dans le compte général de l'entité régionale.
Art. 92. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag citydev.brussels (GOMB) facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen.
Art. 92. Citydev.brussels (SDRB) est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 94. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag het Brussels Waarborgfonds facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in zijn begrotingstabel) toekennen.
Art. 94. Le Fonds bruxellois de garantie est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 95. In het kader van haar statutaire opdrachten mag de M.I.V.B. facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 95. La S.T.I.B. est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 96. In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de vzw IRISteam gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is Actiris gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het Woningfonds gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer te Brussel (M.I.V.B.) gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is parking.brussels (N.V. Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap) gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is BRUSOC gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het Brussels Waarborgfonds gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het C.I.B.G. gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het Gewestelijk Agentschap voor Netheid - Net Brussel gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is Actiris gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het Woningfonds gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer te Brussel (M.I.V.B.) gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is parking.brussels (N.V. Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap) gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is BRUSOC gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het Brussels Waarborgfonds gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het C.I.B.G. gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
In afwijking van het artikel 73, vierde lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is het Gewestelijk Agentschap voor Netheid - Net Brussel gemachtigd om contractuele controleurs van de vastleggingen en vereffeningen te hebben.
Art. 96. Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, l'ASBL IRISteam est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, Actiris est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la Société du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale (SLRB) est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Fonds du logement est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la Société des transports intercommunaux de Bruxelles (S.T.I.B.) est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, parking.brussels (S.A. Agence de stationnement de la Région de Bruxelles-Capitale) est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, BRUSOC est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Fonds bruxellois de garantie est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le C.I.R.B. est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, l'Agence régionale pour la Propreté - Bruxelles-Propreté est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, Actiris est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la Société du Logement de la Région de Bruxelles-Capitale (SLRB) est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Fonds du logement est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la Société des transports intercommunaux de Bruxelles (S.T.I.B.) est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, parking.brussels (S.A. Agence de stationnement de la Région de Bruxelles-Capitale) est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, BRUSOC est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Fonds bruxellois de garantie est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le C.I.R.B. est autorisé à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Par dérogation à l'article 73, alinéa 4, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, l'Agence régionale pour la Propreté - Bruxelles-Propreté est autorisée à avoir des contrôleurs des engagements et des liquidations contractuels.
Art. 97. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan facultatieve werkings-, project- en investeringssubsidies toekennen ten laste van de basisallocaties vermeld in de begrotingstabel (sectie II) en die, in toepassing van artikel 26 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de begrotingscyclus, de structuur van de begrotingsordonnantie, de algemene toelichting bij de begroting en de verantwoordingen bij de begroting, de code FSF (facultatieve subsidie/ subvention facultative) dragen.
Art. 97. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer des subventions de fonctionnement, de projet et d'investissement facultatives à charge des allocations de base figurant dans le tableau budgétaire (section II) et qui, en application de l'article 26 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au cycle budgétaire, à la structure de l'ordonnance budgétaire, à l'exposé général du budget et aux justifications du budget, mentionnent le code FSF (facultatieve subsidie/subvention facultative).
Art. 98. [1 Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 betreffende de herverdelingen en overschrijdingen van uitgavenkredieten is van toepassing op de autonome bestuursinstellingen van 1ste en 2de categorie, meer bepaald afdeling 1.
Het artikel 19 van deze ordonnantie is van toepassing op de autonome bestuursinstellingen van 1ste en 2de categorie met betrekking tot de beslissingen tot herverdeling en overschrijding van uitgavenkredieten. De beslissingen van de autonome bestuursinstellingen van 2de categorie dienen voorafgaandelijk voor advies te worden voorgelegd aan de Regeringscommissarissen van de instelling.
Kredietherverdelingen vanuit basisallocaties met economische codes 11.XX naar basisallocaties met andere economische codes moeten het voorafgaandelijk akkoord van de Minister van Begroting bekomen.
Het advies van de Inspectie van Financiën, het akkoord van de Minister van Begroting of het advies van de Regeringscommissarissen zijn echter niet voorafgaandelijk vereist indien het een herverdeling betreft uitsluitend voor correcties in verband met het gebruik van de correcte economische codes, zoals bepaald in de Economische Classificatie, opgesteld door de Algemene Gegevensbank.Dit wordt geverifieerd door de Directie Begroting van Brussel Financiën en Begroting van de GOB.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, in het geval van de autonome bestuursinstellingen van 1ste categorie, of het bestuursorgaan, in het geval van de autonome bestuursinstellingen van 2de categorie, zijn eveneens gemachtigd tot het toekennen van facultatieve subsidies ten laste van nieuwe basisallocaties die in de loop van het begrotingsjaar gecreëerd worden door ministeriële beslissing, regeringsbeslissing of door beslissing van het bestuursorgaan tot kredietherverdeling of -overschrijding en die als voorwerp facultatieve subsidies hebben (aangeduid met de FSF-code in de begrotingstabel) in het kader van dezelfde objectieven als deze verbonden met de reeds in de initiële begroting 2021 bestaande basisallocaties van waaruit de kredieten worden overgedragen ]1.
Het artikel 19 van deze ordonnantie is van toepassing op de autonome bestuursinstellingen van 1ste en 2de categorie met betrekking tot de beslissingen tot herverdeling en overschrijding van uitgavenkredieten. De beslissingen van de autonome bestuursinstellingen van 2de categorie dienen voorafgaandelijk voor advies te worden voorgelegd aan de Regeringscommissarissen van de instelling.
Kredietherverdelingen vanuit basisallocaties met economische codes 11.XX naar basisallocaties met andere economische codes moeten het voorafgaandelijk akkoord van de Minister van Begroting bekomen.
Het advies van de Inspectie van Financiën, het akkoord van de Minister van Begroting of het advies van de Regeringscommissarissen zijn echter niet voorafgaandelijk vereist indien het een herverdeling betreft uitsluitend voor correcties in verband met het gebruik van de correcte economische codes, zoals bepaald in de Economische Classificatie, opgesteld door de Algemene Gegevensbank.Dit wordt geverifieerd door de Directie Begroting van Brussel Financiën en Begroting van de GOB.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, in het geval van de autonome bestuursinstellingen van 1ste categorie, of het bestuursorgaan, in het geval van de autonome bestuursinstellingen van 2de categorie, zijn eveneens gemachtigd tot het toekennen van facultatieve subsidies ten laste van nieuwe basisallocaties die in de loop van het begrotingsjaar gecreëerd worden door ministeriële beslissing, regeringsbeslissing of door beslissing van het bestuursorgaan tot kredietherverdeling of -overschrijding en die als voorwerp facultatieve subsidies hebben (aangeduid met de FSF-code in de begrotingstabel) in het kader van dezelfde objectieven als deze verbonden met de reeds in de initiële begroting 2021 bestaande basisallocaties van waaruit de kredieten worden overgedragen ]1.
Art. 98. [1 L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 concernant les nouvelles ventilations et dépassements de crédits de dépenses est d'application pour les organismes administratifs autonomes de 1re et de 2e catégorie, notamment la section 1re.
L'article 19 de la présente ordonnance est d'application pour les organismes administratifs autonomes de 1re et de 2e catégorie par rapport aux décisions de nouvelle ventilation et de dépassement de crédits de dépenses. Les décisions des organismes administratifs autonomes de 2e catégorie doivent être préalablement soumises pour avis aux commissaires du Gouvernement de l'organisme.
De nouvelles ventilations de crédits de crédits à partir d'allocations de base aux codes economiques 11.XX vers des allocations de base aux autres codes économiques doivent recevoir l'accord préalable du Ministre du Budget.
Cependant, l'avis de l'Inspection des Finances, l'accord du Ministre du Budget ou l'avis descommissaires du Gouvernement ne sont pas requis préalablement s'il s'agit une nouvelle ventilation uniquement pour des corrections par rapport à l'utilisation de codes économiques corrects, comme stipulés dans la Classification économique, établie par la Base documentaire générale.Ceci est vérifié par la Direction du Budget de Bruxelles Finances et Budget du SPRB.
Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, dans le cas des organismes administratifs autonomes de 1re catégorie, ou l'organe d'administration, dans le cas des organismes administratifs autonomes de 2e catégorie, sont également autorisés à octroyer des subventions facultatives à charge de nouvelles allocations de base, créées dans le courant de l'année budgétaire par décision ministérielle, gouvernementale ou par décision de l'organe d'administration de nouvelle ventilation ou de dépassement de crédits, et qui ont comme objet des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans le tableau budgétaire) dans le cadre des mêmes objectifs que ceux liés aux allocations de bases déjà existantes dans le budget initial 2021 et à partir desquelles les crédits sont transférés ]1.
L'article 19 de la présente ordonnance est d'application pour les organismes administratifs autonomes de 1re et de 2e catégorie par rapport aux décisions de nouvelle ventilation et de dépassement de crédits de dépenses. Les décisions des organismes administratifs autonomes de 2e catégorie doivent être préalablement soumises pour avis aux commissaires du Gouvernement de l'organisme.
De nouvelles ventilations de crédits de crédits à partir d'allocations de base aux codes economiques 11.XX vers des allocations de base aux autres codes économiques doivent recevoir l'accord préalable du Ministre du Budget.
Cependant, l'avis de l'Inspection des Finances, l'accord du Ministre du Budget ou l'avis descommissaires du Gouvernement ne sont pas requis préalablement s'il s'agit une nouvelle ventilation uniquement pour des corrections par rapport à l'utilisation de codes économiques corrects, comme stipulés dans la Classification économique, établie par la Base documentaire générale.Ceci est vérifié par la Direction du Budget de Bruxelles Finances et Budget du SPRB.
Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, dans le cas des organismes administratifs autonomes de 1re catégorie, ou l'organe d'administration, dans le cas des organismes administratifs autonomes de 2e catégorie, sont également autorisés à octroyer des subventions facultatives à charge de nouvelles allocations de base, créées dans le courant de l'année budgétaire par décision ministérielle, gouvernementale ou par décision de l'organe d'administration de nouvelle ventilation ou de dépassement de crédits, et qui ont comme objet des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans le tableau budgétaire) dans le cadre des mêmes objectifs que ceux liés aux allocations de bases déjà existantes dans le budget initial 2021 et à partir desquelles les crédits sont transférés ]1.
Art. 99. Alle facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in de begrotingstabel) worden voor het jaar 2021 toegekend onder de algemene voorwaarden bepaald in het artikel 22 van deze ordonnantie.
Art. 99. Pour l'année 2021, toutes les subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans le tableau budgétaire) sont octroyées sous les conditions générales fixées à l'article 22 de la présente ordonnance.
Art. 100. De facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in de begrotingstabel) zijn gedefinieerd in artikel 1, 7°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 juli 2006 betreffende de administratieve en begrotingscontrole evenals de budgetopmaak.
Art. 100. Les subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans le tableau budgétaire) sont définies à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 juillet 2006 relatif au contrôle administratif et budgétaire ainsi qu'à l'établissement du budget.
Art. 101. In afwijking van het artikel 3 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is deze niet van toepassing op de GIMB en haar geconsolideerde filialen in 2021 met uitzondering van BRUSOC.
Art. 101. Par dérogation à l'article 3 de l'ordonnance du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, celle-ci n'est pas d'application à la SRIB et à ses filiales consolidées en 2021, à l'exception de BRUSOC.
Art. 102. In het kader van haar statutaire opdrachten mag de Haven van Brussel facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 102. Le Port de Bruxelles est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 103. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 103. La Société du Logement de la Région de Bruxelles [00e2][80][91] Capitale est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 104. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor de in 2021 door de BGHM aangegane leningen om projecten te realiseren voor een bedrag van hoogstens 60.000.000 euro.
Art. 104. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par la SLRB pour réaliser des projets pour un montant ne dépassant pas 60.000.000 d'euros.
Art. 105. In toepassing van het artikel 4, van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en in toepassing van artikel 6 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, voorziet de uitgavenbegroting van de BGHM dat, voor de volgende basisallocaties, de kredieten tot beloop waarvan bedragen kunnen worden vereffend niet- limitatief zijn :
02.001.14.04.91.30
02.002.99.01.03.10
03.001.21.01.81.11
03.001.21.03.81.11
03.002.14.01.91.10
03.002.21.01.81.11
05.003.22.01.81.42
Dit neemt de vorm aan van een kredietoverschrijding die niet gecompenseerd wordt door ontvangsten.
02.001.14.04.91.30
02.002.99.01.03.10
03.001.21.01.81.11
03.001.21.03.81.11
03.002.14.01.91.10
03.002.21.01.81.11
05.003.22.01.81.42
Dit neemt de vorm aan van een kredietoverschrijding die niet gecompenseerd wordt door ontvangsten.
Art. 105. En application de l'article 4 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, et en application de l'article 6 de de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le budget des dépenses de la SLRB prévoit que, pour les allocations de base suivantes, les crédits à concurrence desquels des sommes peuvent être liquidées sont non-limitatifs :
02.001.14.04.91.30
02.002.99.01.03.10
03.001.21.01.81.11
03.001.21.03.81.11
03.002.14.01.91.10
03.002.21.01.81.11
05.003.22.01.81.42
Cela se présente sous la forme d'un dépassement de crédits qui n'est pas compensé par des recettes.
02.001.14.04.91.30
02.002.99.01.03.10
03.001.21.01.81.11
03.001.21.03.81.11
03.002.14.01.91.10
03.002.21.01.81.11
05.003.22.01.81.42
Cela se présente sous la forme d'un dépassement de crédits qui n'est pas compensé par des recettes.
Art. 106. In afwijking van de artikelen 22 en 99 van deze ordonnantie, maken de facultatieve subsidies toegekend aan de Openbare Vastgoedmaatschappijen geen voorwerp uit van een overeenkomst, maar dienen zij te beantwoorden aan de bepalingen van het beheerscontract niveau twee tussen de BGHM en de Openbare Vastgoedmaatschappijen.
Art. 106. Par dérogation aux articles 22 et 99 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées aux Sociétés Immobilières de Service Public ne font pas l'objet d'une convention, mais doivent répondre aux dispositions du contrat de gestion de niveau deux entre la SLRB et les Sociétés Immobilières de Service public.
Art. 107. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor de leningen aangegaan door het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2021 voor een bedrag dat de 186.000.000 euro niet overschrijdt.
Art. 107. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par le Fonds du logement de la Région de Bruxelles-Capitale pour un montant n'excédant pas 186.000.000 d'euros.
Art. 108. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag BRUSOC facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 108. BRUSOC est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 109. In het kader van zijn informaticaprojecten met het C.I.B.G. en de v.z.w. IRISteam is parking.brussels (NV Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap) gemachtigd facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) aan deze instellingen toe te kennen ten laste van basisallocatie 01.002.15.01.41.40.
Het Brussels Gewestelijk Parkeeragentschap parking.brussels is ook gemachtigd om in het kader van zijn statutaire opdrachten facultatieve subsidies toe te kennen (in zijn begrotingstabel aangeduid met de code " FSF ") ten laste van basisallocatie 01.001.07.06.11.40.
In afwijking van de bepalingen van artikelen 22 en 99 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies die worden toegekend op basisallocatie 01.001.07.06.11.40 van de uitgavenbegroting van het Brussels Gewestelijk Parkeeragentschap geen voorwerp uit van een overeenkomst.
Het Brussels Gewestelijk Parkeeragentschap parking.brussels is ook gemachtigd om in het kader van zijn statutaire opdrachten facultatieve subsidies toe te kennen (in zijn begrotingstabel aangeduid met de code " FSF ") ten laste van basisallocatie 01.001.07.06.11.40.
In afwijking van de bepalingen van artikelen 22 en 99 van deze ordonnantie maken de facultatieve subsidies die worden toegekend op basisallocatie 01.001.07.06.11.40 van de uitgavenbegroting van het Brussels Gewestelijk Parkeeragentschap geen voorwerp uit van een overeenkomst.
Art. 109. Dans le cadre de ses projets informatiques avec le C.I.R.B. et l'ASBL IRISteam, parking.brussels (SA Agence de stationnement de la Région de Bruxelles-Capitale) est autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) à ces organismes à charge de l'allocation de base 01.002.15.01.41.40.
L'agence de stationnement régional parking.brussels est également autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires à charge de l'allocation de base 01.001.07.06.11.40.
Par dérogation aux dispositions des articles 22 et 99 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur l'allocation de base 01.001.07.06.11.40 du budget des dépenses de l'agence de stationnement régionial ne font pas l'objet d'une convention.
L'agence de stationnement régional parking.brussels est également autorisée à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires à charge de l'allocation de base 01.001.07.06.11.40.
Par dérogation aux dispositions des articles 22 et 99 de la présente ordonnance, les subventions facultatives octroyées sur l'allocation de base 01.001.07.06.11.40 du budget des dépenses de l'agence de stationnement régionial ne font pas l'objet d'une convention.
Art. 110. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om een terugbetaalbaar voorschot te verlenen aan parking.brussels in 2021, vanuit de bassisallocatie 17.003.17.01.85.14, dat het bedrag van 5.000.000 euro niet overschrijdt, ten uitzonderlijke titel, in het kader van zijn statutaire opdrachten, teneinde de verschuldigde bedragen te kunnen dekken bij een eventueel thesaurietekort verbonden aan de verplichtingen voortkomend uit de delegatieovereenkomsten betreffende de controle en de inning van de parkeerretributies van de gemeentes Elsene en Schaarbeek.
Art. 110. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer une avance récupérable à parking.brussels en 2021, à partir de l'allocation de base 17.003.17.01.85.14, pour un montant n'excédant pas 5.000.000 d'euros, à titre exceptionnel, dans le cadre de ses missions statutaires, afin de pouvoir couvrir les montants dus lors d'un éventuel déficit de trésorerie lié aux obligations découlant des conventions de délégations du contrôle et de la perception des recettes du stationnement des communes d'Ixelles et de Schaerbeek.
Art. 111. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor verbintenissen van de G.I.M.B. of haar filialen in het kader van het Plan voor de Toekomst van de Huisvesting, voor een kredietlijn van maximaal 44.000.000 euro (in verband met S.F.A.R. en zijn filialen) in 2021.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor leningen die in 2021 door S.F.A.R. (een filiaal van de G.I.M.B.) worden afgesloten voor een maximumbedrag van 32.000.000 euro, enerzijds met het oog op de herfinanciering of de herstructurering van de lopende leningen die door S.F.A.R. werden afgesloten en die reeds een gewestwaarborg hebben genoten, en anderzijds om een deel van de huidige financiering op korte termijn te consolideren.
De consolidering van een deel van de kortetermijnschuld, met een maximumbedrag van 3.400.000 euro, en de herstructurering van de bestaande schuld, met een maximumbedrag van 28.600.000 euro (het huidige uitstaande saldo bedraagt 28.600.000 euro), heeft tot doel de schuldaflossingsprofielen in overeenstemming te brengen met de langetermijnhuurcontracten van S.F.A.R. en haar filialen.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor leningen die in 2021 door S.F.A.R. (een filiaal van de G.I.M.B.) worden afgesloten voor een maximumbedrag van 32.000.000 euro, enerzijds met het oog op de herfinanciering of de herstructurering van de lopende leningen die door S.F.A.R. werden afgesloten en die reeds een gewestwaarborg hebben genoten, en anderzijds om een deel van de huidige financiering op korte termijn te consolideren.
De consolidering van een deel van de kortetermijnschuld, met een maximumbedrag van 3.400.000 euro, en de herstructurering van de bestaande schuld, met een maximumbedrag van 28.600.000 euro (het huidige uitstaande saldo bedraagt 28.600.000 euro), heeft tot doel de schuldaflossingsprofielen in overeenstemming te brengen met de langetermijnhuurcontracten van S.F.A.R. en haar filialen.
Art. 111. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer la garantie régionale aux engagements de la S.R.I.B ou de ses filiales dans le cadre du Plan pour l'Avenir du Logement, pour une ligne de crédit de maximum 44.000.000 euros (par rapport à S.F.A.R. et ses filiales) en 2021.
Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer la garantie régionale aux emprunts conclus par S.F.A.R. (une filiale de la S.R.I.B.) en 2021 à concurrence d'un montant de maximum 32.000.000 d'euros en vue d'une part de refinancer ou de restructurer les emprunts actuels conclus par S.F.A.R. et bénéficiant déjà de la garantie régionale et d'autre part de consolider une partie des financements actuels à court terme.
La consolidation d'une partie de la dette à court terme qui portera sur une montant de maximum 3.400.000 d'euros et la restructuration de la dette existante qui portera sur un montant de maximum 28.600.000 d'euros (le solde restant dû actuel s'élève à 28.600.000 d'euros) a pour but de faire coïncider les profils d'amortissement de la dette avec les baux emphytéotiques détenus par S.F.A.R. et ses filiales.
Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer la garantie régionale aux emprunts conclus par S.F.A.R. (une filiale de la S.R.I.B.) en 2021 à concurrence d'un montant de maximum 32.000.000 d'euros en vue d'une part de refinancer ou de restructurer les emprunts actuels conclus par S.F.A.R. et bénéficiant déjà de la garantie régionale et d'autre part de consolider une partie des financements actuels à court terme.
La consolidation d'une partie de la dette à court terme qui portera sur une montant de maximum 3.400.000 d'euros et la restructuration de la dette existante qui portera sur un montant de maximum 28.600.000 d'euros (le solde restant dû actuel s'élève à 28.600.000 d'euros) a pour but de faire coïncider les profils d'amortissement de la dette avec les baux emphytéotiques détenus par S.F.A.R. et ses filiales.
Art. 112. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag visit.brussels (Brussels Agentschap voor het Toerisme) facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 112. Visit.brussels (Agence bruxelloise du tourisme) est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 113. In het kader van zijn statutaire opdrachten mag Brussel Ontmanteling facultatieve subsidies (aangeduid met de code FSF in haar begrotingstabel) toekennen.
Art. 113. Bruxelles Démontage est autorisé à octroyer des subventions facultatives (indiquées par le code FSF dans son tableau budgétaire) dans le cadre de ses missions statutaires.
Art. 114. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor de leningen aangegaan door hub.brussels, het Brussels Agentschap voor de Ondersteuning van het Bedrijfsleven NV in 2021 voor een maximum bedrag van 10.000.000 euro.
Art. 114. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par hub.brussels, l'Agence bruxelloise pour l'Accompagnement de l'Entreprise SA, pour un montant n'excédant pas 10.000.000 euros.
Art. 115. In afwijking van artikel 2, 2° van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, bevat de gewestelijke entiteit de geconsolideerde instellingen opgenomen in de geconsolideerde begroting van ontvangsten en uitgaven van de gewestelijke entiteit bepaald in artikel 2, 4de lid, van deze ordonnantie.
[1 In afwijking van de artikelen 59 en 90 van voornoemde ordonnantie van 23 februari 2006 worden de rekeningen van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (de gedelegeerde opdrachten), Brussel Ontmanteling, de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel (de gedelegeerde opdrachten) en de NV St'art (de gedelegeerde opdrachten) evenwel niet geconsolideerd in de algemene rekening van de gewestelijke entiteit en certificeert het Rekenhof deze rekeningen niet]1.
[1 In afwijking van de artikelen 59 en 90 van voornoemde ordonnantie van 23 februari 2006 worden de rekeningen van de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (de gedelegeerde opdrachten), Brussel Ontmanteling, de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel (de gedelegeerde opdrachten) en de NV St'art (de gedelegeerde opdrachten) evenwel niet geconsolideerd in de algemene rekening van de gewestelijke entiteit en certificeert het Rekenhof deze rekeningen niet]1.
Art. 115. Par dérogation à l'article 2, 2° de l'ordonnance du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, l'entité régionale comprend les institutions consolidées reprises dans le budget consolidé en recettes et en dépenses de l'entité régionale visé à l'article 2, alinéa 4, de cette ordonnance.
[1 Par dérogation aux articles 59 et 90 de l'ordonnance du 23 février 2006 précitée, les comptes de la Société d'Aménagement urbain (les missions déléguées), de Bruxelles Démontage, de la Société Régionale d'Investissement de Bruxelles (les missions déléguées) et de la SA St'art (les missions déléguées) ne sont pas consolidés dans le compte général de l'entité régionale, et la Cour des comptes n'établit pas de certification de ces comptes]1.
[1 Par dérogation aux articles 59 et 90 de l'ordonnance du 23 février 2006 précitée, les comptes de la Société d'Aménagement urbain (les missions déléguées), de Bruxelles Démontage, de la Société Régionale d'Investissement de Bruxelles (les missions déléguées) et de la SA St'art (les missions déléguées) ne sont pas consolidés dans le compte général de l'entité régionale, et la Cour des comptes n'établit pas de certification de ces comptes]1.
Art. 116. § 1. In afwijking van het artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de verbintenissen, die noodzakelijk zijn om de ononderbroken werking van de autonome bestuursinstellingen te verzekeren, maar aangegaan worden vanaf 1 november 2020, ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 2021, beperkt tot een derde van de ingeschreven vastleggingskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 2. In afwijking van het artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen, die verbonden zijn aan de verbintenissen die nodig zijn om de ononderbroken werking van de autonome bestuursinstellingen te verzekeren, uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de initiële begroting van de gewestelijke entiteit voor het volgende jaar ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de ingeschreven vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 3. De Inspecteur of Inspectrice van Financiën, toegewezen aan de betrokken functioneel bevoegde minister of staatssecretaris, beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de autonome bestuursinstelling van categorie 1 of 2 die onder deze minister of staatssecretaris valt.
§ 2. In afwijking van het artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen, die verbonden zijn aan de verbintenissen die nodig zijn om de ononderbroken werking van de autonome bestuursinstellingen te verzekeren, uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de initiële begroting van de gewestelijke entiteit voor het volgende jaar ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat volgende begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de ingeschreven vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van het lopende jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 3. De Inspecteur of Inspectrice van Financiën, toegewezen aan de betrokken functioneel bevoegde minister of staatssecretaris, beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de autonome bestuursinstelling van categorie 1 of 2 die onder deze minister of staatssecretaris valt.
Art. 116. § 1er. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les obligations, nécessaires pour assurer le fonctionnement continu des organismes administratifs autonomes, ne peuvent être contractées qu'à partir du 1er novembre 2020, à charge des crédits d'engagement de l'année budgétaire 2021, dans la limite du tiers de ces crédits d'engagement inscrits pour les allocations de base de dépenses correspondantes de l'année en cours, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 2. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les liquidations nécessaires afférentes aux obligations nécessaires pour assurer le fonctionnement continu des organismes administratifs autonomes peuvent être effectuées à partir du vote de l'ordonnance contenant le budget initial de l'entité régionale pour l'année suivante à charge des crédits de liquidation du budget de cette année budgétaire suivante, dans les limites du tiers des crédits de liquidation inscrits pour les allocations de base de dépenses correspondantes de l'année en cours, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 3. L'Inspecteur ou l'Inspectrice des Finances, affecté(e) au ministre ou secrétaire d'Etat fonctionnellement compétent, évalue préalablement la nécessité des dépenses pour assurer le fonctionnement continu de l'organisme administratif autonome de catégorie 1 ou 2 qui est du ressort de ce ministre ou secrétaire d'Etat.
§ 2. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les liquidations nécessaires afférentes aux obligations nécessaires pour assurer le fonctionnement continu des organismes administratifs autonomes peuvent être effectuées à partir du vote de l'ordonnance contenant le budget initial de l'entité régionale pour l'année suivante à charge des crédits de liquidation du budget de cette année budgétaire suivante, dans les limites du tiers des crédits de liquidation inscrits pour les allocations de base de dépenses correspondantes de l'année en cours, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 3. L'Inspecteur ou l'Inspectrice des Finances, affecté(e) au ministre ou secrétaire d'Etat fonctionnellement compétent, évalue préalablement la nécessité des dépenses pour assurer le fonctionnement continu de l'organisme administratif autonome de catégorie 1 ou 2 qui est du ressort de ce ministre ou secrétaire d'Etat.
Art. 117. § 1. In afwijking van het artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de verbintenissen die nodig zijn om de ononderbroken werking te verzekeren van een nieuwe autonome bestuursinstelling, opgericht in de loop van het jaar voorafgaand aan het eerste begrotingsjaar, aangegaan worden vanaf 1 november van het jaar dat het eerste begrotingsjaar voorafgaat, ten laste van de vastleggingskredieten van de begroting van dat begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de ingeschreven vastleggingskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van dat jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 2. In afwijking van het artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen met betrekking tot die verbintenissen uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de eerste begroting van de betrokken nieuwe instelling ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat eerste begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de ingeschreven vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van dat jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 3. De Inspecteur of Inspectrice van Financiën toegewezen aan de betrokken functioneel bevoegde minister of staatssecretaris beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de nieuwe instelling van categorie 1 of 2 die onder deze minister of staatssecretaris valt.
§ 2. In afwijking van het artikel 44 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, mogen de noodzakelijke vereffeningen met betrekking tot die verbintenissen uitgevoerd worden vanaf de stemming van de ordonnantie houdende de eerste begroting van de betrokken nieuwe instelling ten laste van de vereffeningskredieten van de begroting van dat eerste begrotingsjaar, beperkt tot een derde van de ingeschreven vereffeningskredieten voor de overeenkomstige uitgavenbasisallocaties van dat jaar, onverminderd andere wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen.
§ 3. De Inspecteur of Inspectrice van Financiën toegewezen aan de betrokken functioneel bevoegde minister of staatssecretaris beoordeelt voorafgaandelijk de noodzakelijkheid van de uitgaven voor het verzekeren van de ononderbroken werking van de nieuwe instelling van categorie 1 of 2 die onder deze minister of staatssecretaris valt.
Art. 117. § 1er. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les obligations nécessaires pour assurer le fonctionnement continu d'un nouvel organisme administratif autonome, créé au cours de l'année qui précède la première année budgétaire, peuvent être contractées à partir du 1er novembre de l'année qui précède la première année budgétaire, à charge des crédits d'engagement du budget de cette année budgétaire dans les limites du tiers des crédits d'engagement inscrits pour les allocations de base de dépenses correspondantes de cette année, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 2. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les liquidations nécessaires afférentes à ces obligations peuvent être effectuées à partir du vote de l'ordonnance contenant le premier budget du nouvel organisme concerné à charge des crédits de liquidation du budget de cette première année budgétaire, dans les limites du tiers des crédits de liquidation inscrits pour les allocations de base de dépenses correspondantes de cette année, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 3. L'Inspecteur ou l'Inspectrice des Finances affecté(e) au ministre ou secrétaire d'Etat fonctionnellement compétent évalue préalablement la nécessité des dépenses pour assurer le fonctionnement continu du nouvel organisme de catégorie 1 ou 2 qui est du ressort de ce ministre ou secrétaire d'Etat.
§ 2. Par dérogation à l'article 44 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, les liquidations nécessaires afférentes à ces obligations peuvent être effectuées à partir du vote de l'ordonnance contenant le premier budget du nouvel organisme concerné à charge des crédits de liquidation du budget de cette première année budgétaire, dans les limites du tiers des crédits de liquidation inscrits pour les allocations de base de dépenses correspondantes de cette année, sans préjudice de certaines autres obligations légales, réglementaires ou contractuelles.
§ 3. L'Inspecteur ou l'Inspectrice des Finances affecté(e) au ministre ou secrétaire d'Etat fonctionnellement compétent évalue préalablement la nécessité des dépenses pour assurer le fonctionnement continu du nouvel organisme de catégorie 1 ou 2 qui est du ressort de ce ministre ou secrétaire d'Etat.
Art. 118. In het kader van de uitvoering van de wet van 19 juli 2012 houdende wijziging van de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, heeft de FOD Binnenlandse Zaken een rechtstreekse tussenkomst voor taalpremies betaald aan bepaalde Brusselse organisaties. Deze interventie was al opgenomen in hun initiële dotaties voor werking.
De betrokken instanties betalen het niet-gebruikte deel van de subsidie terug aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volgens het door de Regering vastgestelde bedrag.
De betrokken instanties betalen het niet-gebruikte deel van de subsidie terug aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volgens het door de Regering vastgestelde bedrag.
Art. 118. Dans le cadre de l'exécution de la loi du 19 juillet 2012 portant modification de la loi du 10 août 2001 créant un Fonds de financement du rôle international et de la fonction de capitale de Bruxelles et modifiant la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, le SPF Intérieur a versé directement une intervention pour les primes linguistiques à certains organismes bruxellois. Cette intervention était déjà inclue dans leurs dotations de fonctionnement initiales.
Les organismes concernés remboursent à la Région de Bruxelles-Capitale la part non utilisée de la subvention selon le montant arrêté par le Gouvernement.
Les organismes concernés remboursent à la Région de Bruxelles-Capitale la part non utilisée de la subvention selon le montant arrêté par le Gouvernement.
Sectie IV. - Bijzondere bepalingen in verband met de instellingen van openbaar nut van categorie A en B, bepaald door de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die niet zijn ondergebracht onder de sectoriële code 13.12, rubriek " Deelstaatoverheid ", van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen vervat in de Verordening (EG) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie Nihil
Section IV. - Dispositions spécifiques relatives aux organismes d'intérêt public de catégorie A et B, visées par la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, qui ne sont pas repris sous le code sectoriel 13.12, rubrique " administrations d'Etats fédérés ", du Système européen des comptes nationaux et régionaux, contenu dans le Règlement (CE) n° 549/2013 du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2013 relatif au système européen des comptes nationaux et régionaux dans l'Union européenne Nihil
Sectie V. - Bijzondere bepalingen in verband met de andere verbintenissen van de gewestelijke entiteit
Section V. - Dispositions spécifiques relatives aux autres engagements de l'entité régionale
Art. 119. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen aan de leningen aangegaan in 2021 door de door het Gewest erkende instellingen voor sociaal krediet, volgens de controleregels en ten belope van een maximumbedrag van 25.000.000 euro ; in voorkomend geval kan een bijkomend waarborgbedrag vastgelegd worden door de Regering op voorstel van de Minister van Begroting en de Minister voor Huisvesting.
Art. 119. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par les sociétés de crédit social agréées par la Région, selon des modalités de contrôle et à concurrence d'un montant maximum de 25.000.000 d'euros ; le cas échéant, un montant complémentaire de garantie pourra être fixé par le Gouvernement, sur la proposition du Ministre du Budget et du Ministre du Logement.
Art. 120. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen aan de leningen aangegaan in 2021 door de Brusselse Maatschappij voor het Waterbeheer (B.M.W.B.) voor een maximumbedrag van 20.000.000 euro.
Art. 120. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par la Société bruxelloise de la gestion de l'eau (S.B.G.E.) pour un montant maximal de 20.000.000 d'euros.
Art. 121. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor de leningen aangegaan in 2021 door de N.V. Sorteercentrum voor een maximumbedrag van 60.000.000 euro.
Art. 121. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par la S.A. Centre de Tri, pour un montant n'excédant pas 60.000.000 d'euros.
Art. 122. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen voor de leningen aangegaan door de C.V.B.A. Brussel-Energie in 2021 voor een maximum bedrag van 36.000.000 euro.
Art. 122. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux emprunts contractés en 2021 par la S.C.R.L. Bruxelles-Energie, pour un montant n'excédant pas 36.000.000 d'euros.
Art. 123. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen aan een lening, aan te gaan in 2021 door de vzw WIELS, Centrum voor Hedendaagse Kunst, voor een maximumbedrag van 1.500.000 euro.
Art. 123. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale à un emprunt à contracter en 2021 par l'ASBL WIELS Centre d'Arts Contemporains, pour un montant n'excédant pas 1.500.000 euros.
Art. 124. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering is gemachtigd om de kredieten die ingeschreven staan op de provisionele basisallocatie 06.002.99.01.80.00 aan te wenden voor het, ten uitzonderlijken titel, in 2021 toekennen van leningen op lange termijn en minimaal tegen marktvoorwaarden aan de geconsolideerde en niet geconsolideerde instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor een bedrag van maximaal 20.000.000 euro en dit met het oog op de financiering van hun statutaire opdrachten. De basisallocatie 06.002.99.01.80.00 met de onverdeelde economische code 80.00 mag niet rechtstreeks aangewend worden. In functie van de concrete dossiers zullen nieuwe basisallocaties gecreëerd worden, via kredietherverdeling, met verdeelde economische codes in functie van het type begunstigde.
Art. 124. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à utiliser les crédits qui sont inscrits à l'allocation de base provisionnelle 06.002.99.01.80.00 afin d'octroyer en 2021, à titre exceptionnel, des prêts à long terme et au minimum aux conditions de marché aux organismes consolidés et non consolidés de la Région de Bruxelles-Capitale pour un montant maximal de 20.000.000 euros en vue d'assurer le financement de leurs missions statutaires. L'allocation de base 06.002.99.01.80.00 au code économique non ventilé 80.00 ne peut pas être utilisée directement. En fonction des dossiers concrets, de nouvelles allocations de base seront créées, par nouvelle ventilation de crédits, aux codes économiques ventilés en fonction du type de bénéficiaire.
Art. 125. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om de gewestwaarborg te verlenen aan de operaties tot dekking in 2021 van het risico op interestvoet- en wisselkoersschommelingen (" options, futures, swaps,... ") die in strikte zin verbonden zijn met de door het Gewest gewaarborgde schuld.
Deze machtiging wordt verleend op basis van een voorafgaande risicoanalyse door de Front Office van het Agentschap van de Schuld.
Deze machtiging wordt verleend op basis van een voorafgaande risicoanalyse door de Front Office van het Agentschap van de Schuld.
Art. 125. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à apporter la garantie régionale aux opérations de couverture en 2021 du risque de variation des taux d'intérêts et de change (" options, futures, swaps,... ") associés strictement à l'endettement garanti par la Région.
Cette autorisation se fera sur la base d'une analyse de risques préalablement produite par le Front Office de l'Agence de la Dette.
Cette autorisation se fera sur la base d'une analyse de risques préalablement produite par le Front Office de l'Agence de la Dette.
Art. 126. Wanneer de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd is om de gewestwaarborg te verlenen voor financiële operaties waaronder in hoofdzaak aan te gane leningen of voor een afgeleid product dat eraan verbonden is, moet vooraf een risicoanalyse van de begunstigde entiteit van de gewestwaarborg en van de te waarborgen verrichting uitgevoerd worden door de diensten van de Regering.
Bij deze risicoanalyse wordt rekening gehouden met de financiële risico's, de institutionele nabijheid van de begunstigde entiteit t.o.v. het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en met elk ander element dat de blootstelling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als borgverlener verhoogt of verlaagt.
Deze risicoanalyse dient als basis voor de berekening van de vergoeding (fees) die door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal gevraagd worden voor het toekennen van de gewestwaarborg.
De fees worden opgenomen in een compartiment van het organieke Begrotingsfonds voor het beheer van de gewestschuld en zullen gebruikt worden om een eventueel toekomstig onvermogen op een gewestwaarborg te dekken.
Elke toegekende gewestwaarborg zal regelmatig opgevolgd worden door de diensten van de Regering tot aan de uitdoving ervan.
Bij deze risicoanalyse wordt rekening gehouden met de financiële risico's, de institutionele nabijheid van de begunstigde entiteit t.o.v. het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en met elk ander element dat de blootstelling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als borgverlener verhoogt of verlaagt.
Deze risicoanalyse dient als basis voor de berekening van de vergoeding (fees) die door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal gevraagd worden voor het toekennen van de gewestwaarborg.
De fees worden opgenomen in een compartiment van het organieke Begrotingsfonds voor het beheer van de gewestschuld en zullen gebruikt worden om een eventueel toekomstig onvermogen op een gewestwaarborg te dekken.
Elke toegekende gewestwaarborg zal regelmatig opgevolgd worden door de diensten van de Regering tot aan de uitdoving ervan.
Art. 126. Lorsque le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer la garantie régionale aux opérations financières dont principalement des emprunts à contracter ou à un produit dérivé y étant relatif, une analyse de risques de l'entité bénéficiaire de la garantie régionale et de l'opération à garantir doit être effectuée préalablement par les services du Gouvernement.
Cette analyse de risques tient compte des risques financiers, de la proximité institutionnelle de l'entité bénéficiaire par rapport à la Région de Bruxelles-Capitale et de tout autre élément augmentant ou diminuant l'exposition de la Région de Bruxelles-Capitale en tant que garant.
Cette analyse de risques sert de base de calcul à la rémunération (fees) qui sera demandée par la Région de Bruxelles-Capitale pour l'octroi de la garantie régionale.
Les fees sont rassemblés dans un compartiment du Fonds budgétaire organique de la gestion de la dette régionale et participeront à la couverture d'un défaut futur éventuel sur une garantie régionale.
Chaque garantie régionale octroyée fera l'objet d'un suivi régulier, par les services du Gouvernement, jusqu'à son extinction.
Cette analyse de risques tient compte des risques financiers, de la proximité institutionnelle de l'entité bénéficiaire par rapport à la Région de Bruxelles-Capitale et de tout autre élément augmentant ou diminuant l'exposition de la Région de Bruxelles-Capitale en tant que garant.
Cette analyse de risques sert de base de calcul à la rémunération (fees) qui sera demandée par la Région de Bruxelles-Capitale pour l'octroi de la garantie régionale.
Les fees sont rassemblés dans un compartiment du Fonds budgétaire organique de la gestion de la dette régionale et participeront à la couverture d'un défaut futur éventuel sur une garantie régionale.
Chaque garantie régionale octroyée fera l'objet d'un suivi régulier, par les services du Gouvernement, jusqu'à son extinction.
Art. 127. Om te voorkomen dat een schuldeiser een beroep doet op de gewestelijke waarborg, is de Regering gemachtigd om aan de begunstigde entiteiten van die waarborg een rechtstreekse lening toe te kennen voor een totaal bedrag van maximaal 100 miljoen euro voor het begrotingsjaar 2021, voor alle begunstigde entiteiten als geheel.
De lening kan slechts toegekend worden door de Regering na een financiële analyse en een contractvoorstel van de Front Office van het Agentschap van de Schuld.
Deze rechtstreekse lening kan enkel verstrekt worden als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
- het was niet mogelijk om tot een vergelijk te komen met de gewaarborgde schuldeiser en hierdoor bestaat er een imminent risico op activering van de waarborg ;
- de lening beoogt uitsluitend een volledige of gedeeltelijke dekking van de financiële lasten die uitsluitend verschuldigd zijn aan een gewaarborgde schuldeiser voor het betrokken begrotingsjaar ;
- de lening is gekoppeld aan een herstelplan of corrigerende maatregelen, bepaald in samenspraak met de toezichthoudende overheid.
De lening en de terugbetaling ervan worden voorafgaand aan de verstrekking geregeld in een contract.
De lening kan slechts toegekend worden door de Regering na een financiële analyse en een contractvoorstel van de Front Office van het Agentschap van de Schuld.
Deze rechtstreekse lening kan enkel verstrekt worden als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
- het was niet mogelijk om tot een vergelijk te komen met de gewaarborgde schuldeiser en hierdoor bestaat er een imminent risico op activering van de waarborg ;
- de lening beoogt uitsluitend een volledige of gedeeltelijke dekking van de financiële lasten die uitsluitend verschuldigd zijn aan een gewaarborgde schuldeiser voor het betrokken begrotingsjaar ;
- de lening is gekoppeld aan een herstelplan of corrigerende maatregelen, bepaald in samenspraak met de toezichthoudende overheid.
De lening en de terugbetaling ervan worden voorafgaand aan de verstrekking geregeld in een contract.
Art. 127. Afin de prévenir l'activation d'une garantie régionale par un créancier, le Gouvernement est autorisé à octroyer aux entités bénéficiaires de la garantie un prêt direct à concurrence d'un montant total maximum de 100 millions d'euros pour l'exercice 2021, pour toutes les entités bénéficiaires confondues.
Le prêt ne pourra être octroyé par le Gouvernement qu'après une analyse financière et une proposition de contractualisation émanant du Front Office de l'Agence de la Dette.
Ce prêt direct ne pourra être effectué que si les conditions suivantes sont remplies :
- une conciliation avec le créancier garanti n'a pas été possible, cette absence de conciliation pouvant entraîner un risque d'activation de la garantie imminent ;
- le prêt a pour finalité de couvrir totalement ou partiellement les charges financières exclusivement dues à un créancier garanti pour l'année budgétaire considérée ;
- le prêt s'accompagne d'un plan de redressement ou de mesures correctrices fixés en concertation avec le pouvoir de tutelle.
Le prêt et les conditions de son remboursement seront contractuellement établis au préalable de la mise en oeuvre du prêt.
Le prêt ne pourra être octroyé par le Gouvernement qu'après une analyse financière et une proposition de contractualisation émanant du Front Office de l'Agence de la Dette.
Ce prêt direct ne pourra être effectué que si les conditions suivantes sont remplies :
- une conciliation avec le créancier garanti n'a pas été possible, cette absence de conciliation pouvant entraîner un risque d'activation de la garantie imminent ;
- le prêt a pour finalité de couvrir totalement ou partiellement les charges financières exclusivement dues à un créancier garanti pour l'année budgétaire considérée ;
- le prêt s'accompagne d'un plan de redressement ou de mesures correctrices fixés en concertation avec le pouvoir de tutelle.
Le prêt et les conditions de son remboursement seront contractuellement établis au préalable de la mise en oeuvre du prêt.
Art. 128. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt gemachtigd om een gedeelte van het gebouw gelegen aan de Oudergemlaan nr. 63 te Etterbeek, gratis ter beschikking te stellen van de v.z.w. " Commissariaat voor Europa en Internationale Instellingen " waarvan ze de statuten heeft erkend.
Art. 128. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à mettre gratuitement à la disposition de l'ASBL dénommée " Commissariat à l'Europe et aux Organisations Internationales ", dont elle a reconnu les statuts, une partie du bâtiment sis à Etterbeek, avenue d'Auderghem n° 63.
Art. 129. In afwijking van de artikelen 3 en 5 van de wet van 22 december 1986 over de intercommunales, kunnen gemeenten een participatie nemen in de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Irisnet gewijd aan de levering van diensten van tele- en elektronische communicatie in het kader van de overheidsopdracht IRISnet 2 die door het Gewest in hun naam en voor hun rekening werd verwezenlijkt.
Art. 129. Par dérogation aux articles 3 et 5 de la loi du 22 décembre 1986 sur les intercommunales, les communes peuvent prendre une participation dans la société coopérative à responsabilité limitée Irisnet dédiée à la fourniture de services de télécommunications et de communications électroniques dans le cadre du marché public IRISnet 2 réalisé par la Région en leur nom et pour leur compte.
Art. 130. De gedecentraliseerde diensten, instellingen, overheidsbedrijven, publiekrechtelijke organen en rechtspersonen die werden opgericht door of die afhangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden gemachtigd om een participatie te nemen in het kapitaal van de CVBA Irisnet die instaat voor de levering van diensten van elektronische communicatie en die werd opgericht na afloop van de overheidsopdracht IRISnet2, die zelf werd gegund door het Gewest.
Art. 130. Les services décentralisés, établissements, entreprises publiques, organes et personnes morales de droit public qui ont été créés par ou qui dépendent de la Région de Bruxelles- Capitale sont autorisés à prendre des participations en capital dans la SCRL Irisnet dédiée à la fourniture de services de communications électroniques qui a été créée à l'issue du marché public IRISnet2, lui-même attribué par la Région.
Art. 131. In afwijking van het artikel 96 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of de betrokken autonome bestuursinstelling gemachtigd om in 2021 volgende prijzen toe te kennen :
Art. 131. Par dérogation à l'article 96 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ou l'organisme administratif autonome concerné est autorisé à octroyer en 2021 les prix suivants :
| Appellation | Montant en eurosBedrag in euro | Benaming |
| Prix Fernand Baudin : prix du plus beau livre à Bruxelles (secteur de l'édition) | 0(prix purement pour le prestige et l'image - prijs enkel voor prestigeen imago) | Prijs Fernand Baudin : prijs van het mooiste boek in Brussel (uitgeverssector) |
| Prix '' Brussels Invest & Export '' : dans le cadre du Défile de '' la Cambre Mode '' : prix attribué à un(e) étudiant(e) prometteur(teuse) afin de soutenir et d'encourager la réalisation de son stage de dernière année ou sa première expérience professionnelle à l'étranger (stage obligatoire de minimum 3 mois) et ainsi se faire l'ambassadeur/ambassadrice du talent bruxellois dans une importante Maison de Mode internationale | 2.000 | Prijs '' Brussels Invest & Export '' : in het kader van het Defilé van '' la Cambre Mode '' : prijs die wordt toegekend aan een veelbelovende student(e) teneinde de realisatie van zijn/haar laatstejaarsstage of zijn/haar eerste beroepservaring in het buitenland te ondersteunen en aan te moedigen (verplichte stage van minimum 3 maand) en om zich zo tot ambassadeur/ambassadrice te maken van het Brussels talent in een belangrijk internationaal Modehuis |
| Prix export de '' la Vitrine de l'Artisan '' : prix attribué à un(e) artisan(e) afin qu'il/elle puisse réaliser un projet de création à l'étranger | 2.500 | Exportprijs van '' Ambacht in de kijker '' : prijs die wordt toegekend aan een ambachtsman/-vrouw opdat deze een creatieproject zou kunnen realiseren in het buitenland |
| Prix '' ASBL Prix Roger Vanthournout '' : prix attribué, dans le cadre de la promotion de l'économie sociale, à une entreprise débutante (moins de 3 ans) et une entreprise confirmée (plus de 3 ans) afin de renforcer la visibilité du secteur et de faire connaître l'économie sociale dans sa diversité | 15.000 | Prijs '' ASBL Prix Roger Vanthournout '' : prijs toegekend, in het kader van de stimulering van de sociale economie, aan een beginnende onderneming (minder dan 3 jaar) en een gevestigde onderneming (meer dan 3 jaar) teneinde de zichtbaarheid van de sector te versterken en de sociale economie in haar verscheidenheid kenbaar te maken |
| YET AWARD 2021 - Expert Or : ce prix récompense le meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par un jury multidisciplinaire. | 3.000 | YET AWARD 2021 - Expert Goud : deze prijs is bestemd voor het beste ondernemerschapsproject, in het kader van de ''Young Entrepreneurs of Tomorrow''-strategie, toegekend door een multidisciplinaire jury. |
| YET AWARD 2021 - Expert Argent : ce prix récompense le deuxième meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par un jury multidisciplinaire. | 2.000 | YET AWARD 2021 - Expert Zilver : deze prijs is bestemd voor het tweede beste ondernemerschapsproject, in het kader van de ''Young Entrepreneurs of Tomorrow''-strategie, toegekend door een multidisciplinaire jury. |
| YET AWARD 2021 - Expert Bronze : ce prix récompense le troisième meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par un jury multidisciplinaire. | 1.000 | YET AWARD 2021 - Expert Brons : deze prijs is bestemd voor het derde beste ondernemerschapsproject in het kader van de '' Young Entrepreneurs of Tomorrow ''-strategie, toegekend door een multidisciplinaire jury. |
| YET AWARD 2021 - Prix du Public : ce prix récompense le meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'',attribué par le public | 1.000 | YET AWARD 2021 - Publieksprijs : deze prijs is bestemd voor het beste ondernemerschapsproject in het kader van de '' Young Entrepreneurs of Tomorrow ''-strategie, toegekend door het publiek. |
| YET AWARD 2021 - Parrain : ce prix récompense le meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par le parrain de l'évènement | 500 | YET AWARD 2021 - Peterschap : deze prijs is bestemd voor het beste ondernemerschapsproject in het kader van de '' Young Entrepreneurs of Tomorrow ''-strategie, toegekend door het peterschap van het evenement. |
| Prix '' David Yansenne '' : prix afin de récompenser les partenariats entre les différents acteurs de la chaîne de prévention et de sécurité | 12.000(pour 3 prix : 6.000, 4.000 et 2.000)/ (voor 3 prijzen : 6.000, 4.000 en 2.000) | Prijs '' David Yansenne '' : prijs om de partnerschappen tussen de verschillende actoren van de preventie- en veiligheidsketen te belonen. |
| Prix '' Yves Cabuy '' : [1 prix ayant pour objectif de mettre en valeur des initiatives prises en vue de concevoir, de développer ou de garantir la professionnalisation de la passation et du suivi des marchés publics et des contrats de concession des pouvoirs locaux bruxellois conformément à la recommandation 2017/1805 de la Commission européenne du 3 octobre 2017 sur la professionnalisation de la passation des marchés publics.]1 | [1 0 euro (de winnaars ontvangen geen beloningen met geldwaarde maar wel een certificaat van erkenning van uitmuntendheid en publiciteit in de media)]1 | Prijs '' Yves Cabuy '' : [1 (de winnaars ontvangen geen beloningen met geldwaarde maar wel een certificaat van erkenning van uitmuntendheid en publiciteit in de media)]1 |
| Prix '' Atomium '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' : prix attribué à une bande dessinée sélectionnée par un jury | 7.500 | Prijs '' Atomium '' : in het kader van het '' Stripfeest '' : prijs die wordt toegekend aan een stripverhaal geselecteerd door een jury. |
| Prix '' Atomium des Enfants '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' ; récompense une bande dessinée pour son caractère pédagogique, sélectionnée par un jury | 6.750 | Prijs '' Atomiumkinderprijs '' : in het kader van het '' Stripfeest ''; deze prijs beloont een stripverhaal voor zijn pedagogisch karakter, geselecteerd door een jury |
| Prix '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : le prix est décerné à une ambassadrice scientifique bruxelloise qui sera un modèle pour les filles et les femmes. Le prix valorise son talent de vulgarisatrice qu'elle met au service des filles et femmes durant l'année de son titre d'ambassadrice afin de les encourager à opter pour la science et la technologie. | 10.000 | Prijs '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : de prijs wordt toegekend aan een Brusselse wetenschapsambassadrice die als rolmodel geldt voor meisjes en vrouwen. Het is een bekroning van haar vulgariserend talent dat ze in het jaar van haar ambassadriceschap ten dienste stelt van meisjes en vrouwen om hen aan te moedigen te kiezen voor wetenschap en technologie. |
| Prix '' Mémoire en Economie Circulaire '' : le prix reconnait les meilleurs travaux de recherche des étudiant(e)s d'institutions d'enseignement bruxelloises, pour ancrer les logiques d'économie circulaire dans les projets de recherche de toutes les universités et hautes écoles bruxelloises | 2.000 | Prijs '' Scriptie in Circulaire Economie '' : de prijs erkent het beste onderzoek van studenten en studentes aan Brusselse onderwijsinstellingen om op die manier de beginselen van de circulaire economie te verankeren in de onderzoeksprojecten van alle Brusselse universiteiten en hogescholen |
| (1)<ORD 2021-12-10/29, art. 28, 002; Inwerkingtreding : 10-12-2021> | ||
(voor 3 prijzen : 6.000, 4.000
en 2.000)Prijs '' David Yansenne '' : prijs om de partnerschappen tussen de verschillende actoren van de preventie- en veiligheidsketen te belonen.Prix '' Yves Cabuy '' : [1 prix ayant pour objectif de mettre en valeur des initiatives prises en vue de concevoir, de développer ou de garantir la professionnalisation de la passation et du suivi des marchés publics et des contrats de concession des pouvoirs locaux bruxellois conformément à la recommandation 2017/1805 de la Commission européenne du 3 octobre 2017 sur la professionnalisation de la passation des marchés publics.]1[1 0 euro (de winnaars ontvangen geen beloningen met geldwaarde maar wel een certificaat van erkenning van uitmuntendheid en publiciteit in de media)]1Prijs '' Yves Cabuy '' : [1 (de winnaars ontvangen geen beloningen met geldwaarde maar wel een certificaat van erkenning van uitmuntendheid en publiciteit in de media)]1Prix '' Atomium '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' : prix attribué à une bande dessinée sélectionnée par un jury7.500Prijs '' Atomium '' : in het kader van het '' Stripfeest '' : prijs die wordt toegekend aan een stripverhaal geselecteerd door een jury.Prix '' Atomium des Enfants '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' ; récompense une bande dessinée pour son caractère pédagogique, sélectionnée par un jury6.750Prijs '' Atomiumkinderprijs '' : in het kader van het '' Stripfeest ''; deze prijs beloont een stripverhaal voor zijn pedagogisch karakter, geselecteerd door een juryPrix '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : le prix est décerné à une ambassadrice scientifique bruxelloise qui sera un modèle pour les filles et les femmes. Le prix valorise son talent de vulgarisatrice qu'elle met au service des filles et femmes durant l'année de son titre d'ambassadrice afin de les encourager à opter pour la science et la technologie.10.000Prijs '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : de prijs wordt toegekend aan een Brusselse wetenschapsambassadrice die als rolmodel geldt voor meisjes en vrouwen. Het is een bekroning van haar vulgariserend talent dat ze in het jaar van haar ambassadriceschap ten dienste stelt van meisjes en vrouwen om hen aan te moedigen te kiezen voor wetenschap en technologie.Prix '' Mémoire en Economie Circulaire '' : le prix reconnait les meilleurs travaux de recherche des étudiant(e)s d'institutions d'enseignement bruxelloises, pour ancrer les logiques d'économie circulaire dans les projets de recherche de toutes les universités et hautes écoles bruxelloises2.000Prijs '' Scriptie in Circulaire Economie '' : de prijs erkent het beste onderzoek van studenten en studentes aan Brusselse onderwijsinstellingen om op die manier de beginselen van de circulaire economie te verankeren in de onderzoeksprojecten van alle Brusselse universiteiten en hogescholen(1)<ORD 2021-12-10/29, art. 28, 002; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
| Appellation | Montant en eurosBedrag in euro | Benaming |
| Prix Fernand Baudin : prix du plus beau livre à Bruxelles (secteur de l'édition) | 0(prix purement pour le prestige et l'image - prijs enkel voor prestigeen imago) | Prijs Fernand Baudin : prijs van het mooiste boek in Brussel (uitgeverssector) |
| Prix '' Brussels Invest & Export '' : dans le cadre du Défile de '' la Cambre Mode '' : prix attribué à un(e) étudiant(e) prometteur(teuse) afin de soutenir et d'encourager la réalisation de son stage de dernière année ou sa première expérience professionnelle à l'étranger (stage obligatoire de minimum 3 mois) et ainsi se faire l'ambassadeur/ambassadrice du talent bruxellois dans une importante Maison de Mode internationale | 2.000 | Prijs '' Brussels Invest & Export '' : in het kader van het Defilé van '' la Cambre Mode '' : prijs die wordt toegekend aan een veelbelovende student(e) teneinde de realisatie van zijn/haar laatstejaarsstage of zijn/haar eerste beroepservaring in het buitenland te ondersteunen en aan te moedigen (verplichte stage van minimum 3 maand) en om zich zo tot ambassadeur/ambassadrice te maken van het Brussels talent in een belangrijk internationaal Modehuis |
| Prix export de '' la Vitrine de l'Artisan '' : prix attribué à un(e) artisan(e) afin qu'il/elle puisse réaliser un projet de création à l'étranger | 2.500 | Exportprijs van '' Ambacht in de kijker '' : prijs die wordt toegekend aan een ambachtsman/-vrouw opdat deze een creatieproject zou kunnen realiseren in het buitenland |
| Prix '' ASBL Prix Roger Vanthournout '' : prix attribué, dans le cadre de la promotion de l'économie sociale, à une entreprise débutante (moins de 3 ans) et une entreprise confirmée (plus de 3 ans) afin de renforcer la visibilité du secteur et de faire connaître l'économie sociale dans sa diversité | 15.000 | Prijs '' ASBL Prix Roger Vanthournout '' : prijs toegekend, in het kader van de stimulering van de sociale economie, aan een beginnende onderneming (minder dan 3 jaar) en een gevestigde onderneming (meer dan 3 jaar) teneinde de zichtbaarheid van de sector te versterken en de sociale economie in haar verscheidenheid kenbaar te maken |
| YET AWARD 2021 - Expert Or : ce prix récompense le meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par un jury multidisciplinaire. | 3.000 | YET AWARD 2021 - Expert Goud : deze prijs is bestemd voor het beste ondernemerschapsproject, in het kader van de ''Young Entrepreneurs of Tomorrow''-strategie, toegekend door een multidisciplinaire jury. |
| YET AWARD 2021 - Expert Argent : ce prix récompense le deuxième meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par un jury multidisciplinaire. | 2.000 | YET AWARD 2021 - Expert Zilver : deze prijs is bestemd voor het tweede beste ondernemerschapsproject, in het kader van de ''Young Entrepreneurs of Tomorrow''-strategie, toegekend door een multidisciplinaire jury. |
| YET AWARD 2021 - Expert Bronze : ce prix récompense le troisième meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par un jury multidisciplinaire. | 1.000 | YET AWARD 2021 - Expert Brons : deze prijs is bestemd voor het derde beste ondernemerschapsproject in het kader van de '' Young Entrepreneurs of Tomorrow ''-strategie, toegekend door een multidisciplinaire jury. |
| YET AWARD 2021 - Prix du Public : ce prix récompense le meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'',attribué par le public | 1.000 | YET AWARD 2021 - Publieksprijs : deze prijs is bestemd voor het beste ondernemerschapsproject in het kader van de '' Young Entrepreneurs of Tomorrow ''-strategie, toegekend door het publiek. |
| YET AWARD 2021 - Parrain : ce prix récompense le meilleur projet entrepreneurial, dans le cadre de la stratégie ''Young Entrepreneurs of Tomorrow'', attribué par le parrain de l'évènement | 500 | YET AWARD 2021 - Peterschap : deze prijs is bestemd voor het beste ondernemerschapsproject in het kader van de '' Young Entrepreneurs of Tomorrow ''-strategie, toegekend door het peterschap van het evenement. |
| Prix '' David Yansenne '' : prix afin de récompenser les partenariats entre les différents acteurs de la chaîne de prévention et de sécurité | 12.000(pour 3 prix : 6.000, 4.000 et 2.000)/ (voor 3 prijzen : 6.000, 4.000 en 2.000) | Prijs '' David Yansenne '' : prijs om de partnerschappen tussen de verschillende actoren van de preventie- en veiligheidsketen te belonen. |
| Prix '' Yves Cabuy '' : [1 prix ayant pour objectif de mettre en valeur des initiatives prises en vue de concevoir, de développer ou de garantir la professionnalisation de la passation et du suivi des marchés publics et des contrats de concession des pouvoirs locaux bruxellois conformément à la recommandation 2017/1805 de la Commission européenne du 3 octobre 2017 sur la professionnalisation de la passation des marchés publics.]1 | [1 0 euro (les récompenses octroyées aux lauréats n'auront pas de valeur pécuniaire mais comprendront un certificat de reconnaissance d'excellence ainsi qu'une mise en valeur médiatique)]1 | Prijs '' Yves Cabuy '' : [1 "prijs met als doel initiatieven in de verf te zetten die worden genomen met het oog op het uitwerken, ontwikkelen of waarborgen van de professionalisering van de gunning van en het toezicht op overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten van de Brusselse plaatselijke besturen overeenkomstig de aanbeveling 2017/1805 van de Europese Commissie van 3 oktober 2017 betreffende de professionalisering van de gunning van overheidsopdrachten]1 |
| Prix '' Atomium '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' : prix attribué à une bande dessinée sélectionnée par un jury | 7.500 | Prijs '' Atomium '' : in het kader van het '' Stripfeest '' : prijs die wordt toegekend aan een stripverhaal geselecteerd door een jury. |
| Prix '' Atomium des Enfants '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' ; récompense une bande dessinée pour son caractère pédagogique, sélectionnée par un jury | 6.750 | Prijs '' Atomiumkinderprijs '' : in het kader van het '' Stripfeest ''; deze prijs beloont een stripverhaal voor zijn pedagogisch karakter, geselecteerd door een jury |
| Prix '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : le prix est décerné à une ambassadrice scientifique bruxelloise qui sera un modèle pour les filles et les femmes. Le prix valorise son talent de vulgarisatrice qu'elle met au service des filles et femmes durant l'année de son titre d'ambassadrice afin de les encourager à opter pour la science et la technologie. | 10.000 | Prijs '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : de prijs wordt toegekend aan een Brusselse wetenschapsambassadrice die als rolmodel geldt voor meisjes en vrouwen. Het is een bekroning van haar vulgariserend talent dat ze in het jaar van haar ambassadriceschap ten dienste stelt van meisjes en vrouwen om hen aan te moedigen te kiezen voor wetenschap en technologie. |
| Prix '' Mémoire en Economie Circulaire '' : le prix reconnait les meilleurs travaux de recherche des étudiant(e)s d'institutions d'enseignement bruxelloises, pour ancrer les logiques d'économie circulaire dans les projets de recherche de toutes les universités et hautes écoles bruxelloises | 2.000 | Prijs '' Scriptie in Circulaire Economie '' : de prijs erkent het beste onderzoek van studenten en studentes aan Brusselse onderwijsinstellingen om op die manier de beginselen van de circulaire economie te verankeren in de onderzoeksprojecten van alle Brusselse universiteiten en hogescholen |
| (1)<ORD 2021-12-10/29, art. 28, 002; En vigueur : 10-12-2021> | ||
(voor 3 prijzen : 6.000, 4.000
en 2.000)Prijs '' David Yansenne '' : prijs om de partnerschappen tussen de verschillende actoren van de preventie- en veiligheidsketen te belonen.Prix '' Yves Cabuy '' : [1 prix ayant pour objectif de mettre en valeur des initiatives prises en vue de concevoir, de développer ou de garantir la professionnalisation de la passation et du suivi des marchés publics et des contrats de concession des pouvoirs locaux bruxellois conformément à la recommandation 2017/1805 de la Commission européenne du 3 octobre 2017 sur la professionnalisation de la passation des marchés publics.]1[1 0 euro (les récompenses octroyées aux lauréats n'auront pas de valeur pécuniaire mais comprendront un certificat de reconnaissance d'excellence ainsi qu'une mise en valeur médiatique)]1Prijs '' Yves Cabuy '' : [1 "prijs met als doel initiatieven in de verf te zetten die worden genomen met het oog op het uitwerken, ontwikkelen of waarborgen van de professionalisering van de gunning van en het toezicht op overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten van de Brusselse plaatselijke besturen overeenkomstig de aanbeveling 2017/1805 van de Europese Commissie van 3 oktober 2017 betreffende de professionalisering van de gunning van overheidsopdrachten]1Prix '' Atomium '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' : prix attribué à une bande dessinée sélectionnée par un jury7.500Prijs '' Atomium '' : in het kader van het '' Stripfeest '' : prijs die wordt toegekend aan een stripverhaal geselecteerd door een jury.Prix '' Atomium des Enfants '' : dans le cadre de la '' Fête de la BD '' ; récompense une bande dessinée pour son caractère pédagogique, sélectionnée par un jury6.750Prijs '' Atomiumkinderprijs '' : in het kader van het '' Stripfeest ''; deze prijs beloont een stripverhaal voor zijn pedagogisch karakter, geselecteerd door een juryPrix '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : le prix est décerné à une ambassadrice scientifique bruxelloise qui sera un modèle pour les filles et les femmes. Le prix valorise son talent de vulgarisatrice qu'elle met au service des filles et femmes durant l'année de son titre d'ambassadrice afin de les encourager à opter pour la science et la technologie.10.000Prijs '' Woman Award in Technology and Science (WATS) '' : de prijs wordt toegekend aan een Brusselse wetenschapsambassadrice die als rolmodel geldt voor meisjes en vrouwen. Het is een bekroning van haar vulgariserend talent dat ze in het jaar van haar ambassadriceschap ten dienste stelt van meisjes en vrouwen om hen aan te moedigen te kiezen voor wetenschap en technologie.Prix '' Mémoire en Economie Circulaire '' : le prix reconnait les meilleurs travaux de recherche des étudiant(e)s d'institutions d'enseignement bruxelloises, pour ancrer les logiques d'économie circulaire dans les projets de recherche de toutes les universités et hautes écoles bruxelloises2.000Prijs '' Scriptie in Circulaire Economie '' : de prijs erkent het beste onderzoek van studenten en studentes aan Brusselse onderwijsinstellingen om op die manier de beginselen van de circulaire economie te verankeren in de onderzoeksprojecten van alle Brusselse universiteiten en hogescholen(1)<ORD 2021-12-10/29, art. 28, 002; En vigueur : 10-12-2021>
Art. 132. In afwijking van het artikel 96 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gemachtigd om in 2021 volgende giften toe te kennen :
- gift aan het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " ten voordele van het onderzoek naar leukemie en kanker (actie " Télévie " - RTL) ;
- gift aan de vzw " Vlaamse Liga Tegen Kanker " ten voordele van het onderzoek naar kanker (actie " Kom op tegen Kanker ").
- gift aan het " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " ten voordele van het onderzoek naar leukemie en kanker (actie " Télévie " - RTL) ;
- gift aan de vzw " Vlaamse Liga Tegen Kanker " ten voordele van het onderzoek naar kanker (actie " Kom op tegen Kanker ").
Art. 132. Par dérogation à l'article 96 de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à octroyer en 2021 les dons suivants :
- don au " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " en faveur de la recherche sur la leucémie et le cancer (action " Télévie " - RTL) ;
- don à l'ASBL " Vlaamse Liga Tegen Kanker " en faveur de la recherche sur le cancer (action " Kom op tegen Kanker ").
- don au " Fonds de la Recherche Scientifique - FNRS " en faveur de la recherche sur la leucémie et le cancer (action " Télévie " - RTL) ;
- don à l'ASBL " Vlaamse Liga Tegen Kanker " en faveur de la recherche sur le cancer (action " Kom op tegen Kanker ").
Art. 133. In afwijking van het artikel 90, § 1 en § 2, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, vindt het overmaken van de certificering door het Rekenhof van de algemene rekening van elke autonome bestuursinstelling van eerste en tweede categorie aan het Parlement ten laatste plaats op 31 oktober.
Art. 133. Par dérogation à l'article 90, § 1er et § 2, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, la transmission au Parlement de la certification par la Cour des comptes du compte général de chaque organisme administratif autonome de première et de seconde catégorie a lieu au plus tard le 31 octobre.
Art. 134. Alle ordonnateurs van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn gemachtigd om hun elektronische handtekening aan te wenden.
Art. 134. Tous les ordonnateurs de la Région de Bruxelles-Capitale sont autorisés à utiliser leur signature électronique.
Sectie VI. - Slotbepaling
Section VI. - Disposition finale
Art. 135. Deze ordonnatie treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 135. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2021.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 09-02-2021, p. 10657)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 09-02-2021, p. 10657)