Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 NOVEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-12-2020 en tekstbijwerking tot 19-08-2022)
Titre
20 NOVEMBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-12-2020 et mise à jour au 19-08-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2020043788
Datum: 2020-11-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020043788
Date: 2020-11-20
Moniteur: Voir
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 10 juni 2016: het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;
  2° departement: het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  3° schriftelijk: per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier;
  4° werkdag: elke kalenderdag met uitzondering van zondagen en wettelijke feestdagen.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° décret du 10 juin 2016 : le décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance ;
  2° département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
  3° par écrit : par lettre, par e-mail ou, le cas échéant, par formulaire en ligne ;
  4° jour ouvrable : chaque jour calendaire, à l'exception du dimanche et des jours fériés légaux.
HOOFDSTUK 2. - Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren
CHAPITRE 2. - Le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual
Art. 2. § 1. Binnen het departement wordt een Vlaams Partnerschap Duaal Leren opgericht.
  § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, regelen samen het secretariaat van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
  § 3. [1 Het departement wordt aangewezen als de dienst, vermeld in artikel 2bis, § 3, tweede lid, van het decreet van 10 juni 2016.]1
  Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren sluit met de in het eerste lid vermelde dienst hiervoor een samenwerkingsakkoord.
  § 4. De bevoegdheden om het huishoudelijk reglement van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren goed te keuren, vermeld in artikel 2bis, § 4, tweede en derde lid, van het decreet van 10 juni 2016 worden gedelegeerd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties.
  
Art. 2. § 1er. Au sein du département, il est créé un Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual.
  § 2. Le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation et le ministre flamand chargé des compétences règlent conjointement le secrétariat du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual.
  § 3. [1 Le Département est désigné comme le service visé à l'article 2bis, § 3, alinéa deux, du décret du 10 juin 2016.]1
  Le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual conclut à cet effet un accord de coopération avec le service mentionné à l'alinéa 1er.
  § 4. Les compétences d'approuver le règlement d'ordre intérieur du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual, visé à l'article 2bis, § 4, alinéas 2 et 3, du décret du 10 juin 2016 sont déléguées au ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation et au ministre flamand chargé des compétences.
  
Art. 3. Op voordracht van de stemgerechtigde leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren benoemen de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, samen de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
  Op voordracht van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen benoemen de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, samen de effectieve en plaatsvervangende leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren namens de representatieve middenstands-, zelfstandigen- en werkgeversorganisaties en namens de representatieve werknemersorganisaties.
Art. 3. Sur la proposition des membres à voix délibérative du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual, le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation, et le ministre flamand chargé des compétences nomment conjointement le président du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual.
  Sur la proposition du Conseil socio-économique de la Flandre, le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation, et le ministre flamand chargé des compétences nomment conjointement les membres effectifs et les membres suppléants du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual au nom des organisations représentatives des classes moyennes, des indépendants et des employeurs, et au nom des organisations représentatives des travailleurs.
Art. 4. § 1. De voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ontvangt een vergoeding die bestaat uit:
  1° een vaste vergoeding van 3600 euro op jaarbasis;
  2° een presentiegeld van 360 euro per vergadering waaraan de voorzitter heeft deelgenomen;
  3° een vergoeding voor reiskosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het mandaat.
  De bedragen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, volgen de evolutie van het gezondheidsindexcijfer conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld. Ze zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,04 (basis 2013).
  De vergoeding, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt toegekend conform de regeling die geldt voor de vergoeding van reiskosten van personeelsleden van de Vlaamse overheid.
  § 2. Het vastgestelde bedrag voor het presentiegeld per vergadering geldt voor maximaal twaalf vergaderingen per jaar. Als het Vlaams Partnerschap Duaal Leren in een bepaald jaar meer dan twaalf vergaderingen houdt, wordt het bedrag van het presentiegeld vanaf de dertiende vergadering gehalveerd. Per kalenderjaar wordt de som van de presentiegelden voor de vergaderingen van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren en van de vaste vergoeding op jaarbasis beperkt tot 9000 euro bruto.
  Als het mandaat van de voorzitter in een bepaald jaar minder dan twaalf maanden bestrijkt, wordt het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, pro rata berekend in maanden. Bij die berekening wordt de maand meegerekend waarin het mandaat begonnen of beëindigd is.
  § 3. De vergoeding van de voorzitter wordt uitbetaald per kwartaal.
  § 4. De vergoeding van de voorzitter is ten laste van het departement.
  § 5. De vergoedingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden niet toegekend als het voorzitterschap van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren wordt waargenomen door een lid van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren als vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 2° tot en met 11°, van het decreet van 10 juni 2016.
Art. 4. § 1er. Le président du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual reçoit une indemnité comprenant :
  1° une indemnité fixe de 3600 euros sur une base annuelle ;
  2° un jeton de présence de 360 euros par réunion à laquelle le président a assisté ;
  3° une indemnité pour frais de voyage liés à l'exécution du mandat.
  Les montants, visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, suivent l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. Ils sont liés à l`indice pivot 103,04 (base 2013).
  L'indemnité visée à l'alinéa 1er, 3°, est accordée conformément à la réglementation relative aux frais de parcours des membres du personnel de l'Autorité flamande.
  § 2. Le montant fixé pour le jeton de présence par réunion vaut pour douze réunions au maximum par an. Lorsque le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual tient plus de douze réunions dans une année déterminée, le montant du jeton de présence est réduit de moitié à partir de la treizième réunion. La somme des jetons de présence pour les réunions du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual et de l'indemnité fixe sur base annuelle est limitée à 9000 euros bruts par année calendaire.
  Lorsque, dans une année déterminée, le mandat du président couvre moins de douze mois, le montant visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, est calculé au prorata en mois. Le mois où le mandat a commencé ou est terminé est inclus dans ce calcul.
  § 3. L'indemnité du président est payée par trimestre.
  § 4. L'indemnité du président est à charge du département.
  § 5. Les indemnités visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne sont pas accordées si la présidence du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual est assurée par un membre du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual tel que visé à l'article 2bis, § 2, alinéa 1er, 2° à 11°, du décret du 10 juin 2016.
HOOFDSTUK 3. - Model van de stageovereenkomst alternerende opleiding en model van de overeenkomst van alternerende opleiding
CHAPITRE 3. - Modèle du contrat de stage formation en alternance et modèle du contrat de formation en alternance
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, en de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, bepalen samen het model van de stageovereenkomst alternerende opleiding en het model van de overeenkomst van alternerende opleiding, vermeld in artikel 3 van het decreet van 10 juni 2016.
Art. 5. Le ministre flamand chargé des compétences et le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation déterminent conjointement le modèle du contrat de stage formation en alternance et le modèle du contrat de formation en alternance, visés à l'article 3 du décret du 10 juin 2016.
HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden voor de onderneming
CHAPITRE 4. - Conditions pour l'entreprise
Art. 6. Het sectorale partnerschap of, bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren beoordeelt op basis van het uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, of de mentor van onberispelijk gedrag is als vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 1°, a), van het decreet van 10 juni 2016. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bepaalt hiertoe de richtlijnen. De Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, en de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, keuren samen die richtlijnen goed.
  Het uittreksel uit het strafregister, vermeld in het eerste lid, mag geen enkele relevante vermelding over feiten ten aanzien van minderjarigen bevatten. Het sectorale partnerschap of, bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bepaalt wat relevant is.
Art. 6. Le partenariat sectoriel ou, en l'absence d'un partenariat sectoriel, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual évalue, sur la base de l'extrait du casier judiciaire visé à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, si le tuteur est de conduite irréprochable au sens de l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 1°, a) du décret du 10 juin 2016. Le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual fixe les directives à cet effet. Le ministre flamand chargé des compétences et le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation approuvent conjointement ces directives.
  L'extrait du casier judiciaire visé à l'alinéa 1er ne peut contenir aucune mention pertinente de faits à l'égard de mineurs. Le partenariat sectoriel ou, en l'absence d'un partenariat sectoriel, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual détermine ce qui est pertinent.
Art. 7. De onderneming laat de mentor een mentoropleiding volgen en de bijkomende initiatieven die het sectorale partnerschap of, bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren eventueel neemt voor de professionalisering van de mentor.
  Het sectorale partnerschap of, bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bepaalt de termijn waarin de mentor de mentoropleiding en de eventuele bijkomende initiatieven, vermeld in het eerste lid, moet volgen, en beslist over eventuele vrijstellingen. De termijn om de mentoropleiding te volgen, mag echter niet meer bedragen dan een jaar vanaf de erkenning.
  In afwijking van het tweede lid mag voor ondernemingen waarvoor de erkenning is verleend in de periode van 1 september 2019 tot en met 31 maart 2020, de termijn waarin de mentor de mentoropleiding moet volgen, niet meer bedragen dan achttien maanden vanaf de erkenning.
  De mentoropleiding omvat een opleiding in het coachen, motiveren, bijsturen en evalueren van leerlingen. Het sectorale partnerschap of, bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bepaalt welke opleidingen in aanmerking komen als mentoropleiding.
Art. 7. L'entreprise fait suivre au tuteur une formation de tuteur et toute autre initiative supplémentaire que le partenariat sectoriel ou, en l'absence d'un partenariat sectoriel, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual prend éventuellement pour la professionnalisation du tuteur.
  Le partenariat sectoriel ou, en l'absence d'un partenariat sectoriel, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual établit le délai dans lequel le tuteur doit suivre la formation de tuteur et toute initiative supplémentaire visée à l'alinéa 1er, et décide des éventuelles dispenses. Toutefois, le délai pour suivre la formation de tuteur ne peut excéder un an à compter de la date d'agrément.
  Par dérogation à l'alinéa 2, pour les entreprises pour lesquelles l'agrément est accordé dans la période du 1er septembre 2019 au 31 mars 2020, le délai dans lequel le tuteur doit suivre la formation de tuteur ne peut excéder dix-huit mois à compter de la date d'agrément.
  La formation de tuteur comprend une formation en matière de coaching, de motivation, d'adaptation et d'évaluation des élèves. Le partenariat sectoriel ou, en l'absence d'un partenariat sectoriel, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual détermine quelles formations peuvent être qualifiées de formation de tuteur.
Art. 8. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren oordeelt of de mentor een bewijs van vooropleiding heeft als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 10 juni 2016.
  De volgende documenten zijn een bewijs van vooropleiding als vermeld in het eerste lid:
  1° elk studiebewijs dat uitgereikt is door een reguliere onderwijsinstelling of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en dat betrekking heeft op de competenties die de onderneming volgens het opleidingsplan moet aanleren;
  2° elk bewijs van elders verworven competenties of kwalificaties dat betrekking heeft op de competenties die de onderneming volgens het opleidingsplan moet aanleren.
Art. 8. Le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual évalue si le tuteur dispose d'une preuve de formation préalable telle que visée à l'article 7, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, du décret du 10 juin 2016.
  Les documents suivants constituent une preuve de formation préalable telle que visée à l'alinéa 1er :
  1° tout titre délivré par un établissement d'enseignement régulier ou un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, et portant sur les compétences que l'entreprise doit enseigner selon le plan de formation ;
  2° toute preuve de compétences ou de qualifications acquises ailleurs portant sur les compétences que l'entreprise doit enseigner selon le plan de formation.
Art. 9. In dit artikel wordt verstaan onder jongere: elke jongere die in de onderneming een alternerende opleiding volgt als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 10 juni 2016.
  Per vestigingsplaats mag het aantal jongeren in opleiding niet meer bedragen dan het aantal werknemers met een arbeidsovereenkomst.
  Een onderneming die geen werknemers met een arbeidsovereenkomst in dienst heeft, kan maar één jongere tegelijk opleiden.
  Met behoud van de toepassing van het tweede lid kan het sectorale partnerschap het maximumaantal jongeren bepalen dat per mentor gelijktijdig kan worden opgeleid in de sector in kwestie.
  Met behoud van de toepassing van het tweede lid kan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren het maximumaantal jongeren bepalen dat per mentor gelijktijdig kan worden opgeleid in de sectoren waar geen maximumaantal jongeren per mentor is bepaald door een sectoraal partnerschap.
Art. 9. Dans le présent article, on entend par jeune : tout jeune qui suit une formation en alternance telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 10 juin 2016, dans l'entreprise.
  Par lieu d'établissement, le nombre de jeunes en formation ne peut dépasser le nombre de travailleurs avec un contrat de travail.
  Une entreprise qui n'a pas de travailleurs en service avec un contrat de travail, ne peut former qu'un seul jeune à la fois.
  Sans préjudice de l'application de l'alinéa 2, le partenariat sectoriel peut fixer le nombre maximal de jeunes pouvant être formés simultanément par un tuteur dans le secteur en question.
  Sans préjudice de l'application de l'alinéa 2, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual peut fixer le nombre maximal de jeunes pouvant être formés simultanément par un tuteur dans les secteurs où aucun nombre maximal de jeunes par tuteur n'a été fixé par un partenariat sectoriel.
Art. 10. Bij de beoordeling van de financiële draagkracht, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 10 juni 2016, wordt onder meer rekening gehouden met achterstallige belastingen en achterstallige bijdragen die een instelling int die belast is met de inning van de socialezekerheidsbijdragen. Er wordt geen rekening gehouden met bedragen die het voorwerp uitmaken van een afbetalingsplan bij de instelling die met de inning van de socialezekerheidsbijdragen is belast, dat wordt geëerbiedigd.
Art. 10. Lors de l'évaluation de la capacité financière visée à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, 3° du décret du 10 juin 2016, il est notamment tenu compte des arriérés d'impôts et des arriérés de cotisations à percevoir par une institution chargée de la perception des cotisations de sécurité sociale. Il n'est pas tenu compte des montants qui font l'objet d'un plan de paiement auprès de l'institution chargée de la perception des cotisations de sécurité sociale, qui est respecté.
HOOFDSTUK 5. - Beroepsmogelijkheden
CHAPITRE 5. - Possibilités de recours
Afdeling 1. - Beroep tegen de niet-erkenning van een onderneming, opheffing van de erkenning van een onderneming of uitsluiting van een onderneming
Section 1re. - Recours contre le non-agrément d'une entreprise, l'annulation de l'agrément d'une entreprise ou l'exclusion d'une entreprise
Art. 11. Binnen het Vlaams Partnerschap Duaal Leren wordt een beroepscommissie opgericht die is samengesteld uit:
  1° de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;
  2° twee van de vier leden, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 10 juni 2016;
  3° twee van de vier leden, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet;
  4° vier van de leden, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 4° tot en met 6°, van het voormelde decreet.
  Het secretariaat van de beroepscommissie wordt opgenomen door het secretariaat van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
  De werking van de beroepscommissie wordt geregeld in het huishoudelijk reglement van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
  Als een sectoraal partnerschap in het kader van een samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren of de dienst, vermeld in artikel 2, § 3, de onderneming niet erkent, de erkenning opheft of een onderneming uitsluit, kan de onderneming tegen die beslissing binnen tien dagen nadat ze de schriftelijke mededeling van de beslissing ontvangen heeft, schriftelijk een gemotiveerd verzoek tot herziening indienen bij de beroepscommissie, vermeld in het eerste lid. De schriftelijke mededeling van de beslissing tot de niet-erkenning, de opheffing van de erkenning of de uitsluiting van een onderneming wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzending.
  Na onderzoek en nadat ze de onderneming gehoord heeft, neemt de beroepscommissie een beslissing uiterlijk binnen zestig dagen na de dag waarop de beroepscommissie het verzoek heeft ontvangen. Bij overschrijding van die termijn is de omstreden beslissing van rechtswege nietig.
  [1 Als de beroepscommissie oordeelt over een gemotiveerd verzoek in het kader van artikel 8, § 5 en § 6, van het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs, wordt ze in afwijking van het eerste lid op de volgende wijze samengesteld:
   1° de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;
   2° twee van de vier leden, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 10 juni 2016;
   3° twee van de vier leden, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet;
   4° vier van de leden, vermeld in artikel 2bis, § 2, eerste lid, 12° en 13°, van het voormelde decreet. ]1

  
Art. 11. Au sein du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual, il est créé une commission de recours composée :
  1° du président du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual ;
  2° de deux des quatre membres visés à l'article 2bis, § 2, alinéa 1er, 2°, du décret du 10 juin 2016 ;
  3° de deux des quatre membres visés à l'article 2bis, § 2, alinéa 1er, 3°, du décret précité ;
  4° de quatre membres visés à l'article 2bis, § 2, alinéa 1er, 4° à 6°, du décret précité.
  Le secrétariat de la commission de recours est assumé par le secrétariat du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual.
  Le fonctionnement de la commission de recours est réglé dans le règlement d'ordre intérieur du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual.
  Si un partenariat sectoriel, dans le cadre d'un accord de coopération avec le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual ou le service visé à l'article 2, § 3, n'agrée pas l'entreprise, annule l'agrément ou exclut une entreprise, l'entreprise peut introduire auprès de la commission de recours visée à l'alinéa 1er, par écrit, une demande motivée de révision contre cette décision, dans les dix jours après avoir reçu la communication écrite de la décision. La communication écrite de la décision de non-agrément, de l'annulation de l'agrément ou de l'exclusion d'une entreprise est censée être reçue le troisième jour ouvrable après l'envoi.
  Après examen et après avoir entendu l'entreprise, la commission de recours prend une décision, au plus tard dans les soixante jours suivant le jour auquel la commission de recours a reçu la demande. Passé ce délai, la décision contestée est nulle de plein droit.
  [1 Si la commission de recours se prononce sur une demande motivée dans le cadre de l'article 8, §§ 5 et 6, du décret du 25 mars 2022 réglant certains aspects des formations duales dans l'éducation des adultes, elle est composée comme suit, par dérogation à l'alinéa premier :
   1° du président du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual ;
   2° de deux des quatre membres visés à l'article 2bis, § 2, alinéa premier, 2°, du décret du 10 juin 2016 ;
   3° de deux des quatre membres visés à l'article 2bis, § 2, alinéa premier, 3°, du décret précité ;
   4° de quatre des membres visés à l'article 2bis, § 2, alinéa premier, 12° et 13°, du décret précité. ]1

  
Art. 12. Als het Vlaams Partnerschap Duaal Leren de onderneming niet erkent, de erkenning opheft of een onderneming uitsluit, kan de onderneming binnen tien dagen nadat ze de schriftelijke mededeling van de beslissing ontvangen heeft, schriftelijk een gemotiveerd verzoek tot herziening indienen bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties. De schriftelijke mededeling van de beslissing tot de niet-erkenning, de opheffing van de erkenning of de uitsluiting van een onderneming wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzending.
  Na onderzoek en nadat hij de onderneming gehoord heeft, neemt de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, een beslissing uiterlijk binnen zestig dagen na de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen. Bij overschrijding van die termijn is de omstreden beslissing van rechtswege nietig.
Art. 12. Si le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual n'agrée pas l'entreprise, annule l'agrément ou exclut une entreprise, l'entreprise peut introduire auprès du ministre flamand chargé des compétences, par écrit, une demande motivée de révision, dans les dix jours après avoir reçu la communication écrite de la décision. La communication écrite de la décision de non-agrément, de l'annulation de l'agrément ou de l'exclusion d'une entreprise est censée être reçue le troisième jour ouvrable après l'envoi.
  Après examen et après avoir entendu l'entreprise, le ministre flamand chargé des compétences prend une décision, au plus tard dans les soixante jours suivant le jour auquel il a reçu la demande. Passé ce délai, la décision contestée est nulle de plein droit.
Art. 13. Zolang de beroepsprocedure tegen de niet-erkenning van de onderneming loopt, kan de onderneming geen overeenkomsten sluiten.
  Zolang de beroepsprocedure tegen de opheffing van de erkenning van de onderneming of tegen de tijdelijke uitsluiting van de onderneming loopt, kan de onderneming geen nieuwe overeenkomsten sluiten. De lopende overeenkomsten worden nog altijd uitgevoerd.
  Zolang de beroepsprocedure tegen de definitieve uitsluiting van de onderneming loopt, kan de onderneming geen nieuwe overeenkomsten sluiten. De lopende overeenkomsten worden beëindigd.
Art. 13. Tant que la procédure de recours contre le non-agrément de l'entreprise est en cours, elle ne peut conclure aucun contrat.
  Tant que la procédure de recours contre l'annulation de l'agrément de l'entreprise ou contre l'exclusion temporaire de l'entreprise est en cours, l'entreprise ne peut conclure aucun nouveau contrat. Les contrats en cours sont toujours exécutés.
  Tant que la procédure de recours contre l'exclusion définitive de l'entreprise est en cours, elle ne peut conclure aucun nouveau contrat. Les contrats en cours sont terminés.
Afdeling 2. - Beroep tegen de beëindiging van de overeenkomst van alternerende opleiding of de stageovereenkomst alternerende opleiding
Section 2. - Recours contre la cessation du contrat de formation en alternance ou du contrat de stage formation en alternance
Art. 14. De leerling of de onderneming dient een gemotiveerd beroep als vermeld in artikel 26, § 3, derde lid, van het decreet van 10 juni 2016, schriftelijk in bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren binnen tien dagen na de dag waarop de leerling of de onderneming de schriftelijke mededeling van de beëindiging van de overeenkomst heeft ontvangen. De schriftelijke mededeling van de beslissing tot beëindiging van de overeenkomst wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzending.
  Het beroep is gericht aan de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren en bevat als bijlage een afschrift van de schriftelijke mededeling van de beëindiging van de overeenkomst.
  Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren spreekt zich binnen zestig dagen na de verzending van het beroep, vermeld in het eerste lid, uit over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de reden tot beëindiging van de overeenkomst. Daarbij hoort het Vlaams Partnerschap Duaal Leren de partijen die bij de overeenkomst betrokken zijn. De partijen kunnen zich laten bijstaan. De onderneming stelt de leerling in staat om aanwezig te zijn op de vergadering van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren waarop de partijen gehoord worden.
Art. 14. L'élève ou l'entreprise introduit un recours motivé tel que visé à l'article 26, § 3, alinéa 3, du décret du 10 juin 2016, par écrit, auprès du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual dans les dix jours suivant le jour auquel l'élève ou l'entreprise a reçu la communication écrite de la cessation du contrat. La communication écrite de la décision de cessation du contrat est censée être reçue le troisième jour ouvrable après l'envoi.
  Le recours est adressé au président du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual et contient en annexe une copie de la communication écrite de la cessation du contrat.
  Le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual se prononce, dans un délai de soixante jours de l'envoi du recours, visé à l'alinéa 1er, sur la recevabilité et le bien-fondé de la raison de la cessation du contrat. Le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual entend à cet effet les parties associées au contrat. Les parties peuvent se faire assister. L'entreprise permet à l'élève d'assister à la réunion du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual où les parties sont entendues.
HOOFDSTUK 6. - Vergoeding van de overeenkomst van alternerende opleiding
CHAPITRE 6. - Allocation du contrat de formation en alternance
Art. 15. De onderneming die verbonden is door een overeenkomst van alternerende opleiding, is aan de leerling een leervergoeding verschuldigd.
  [1 De leervergoeding bedraagt het volgende percentage van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen, vermeld in artikel 3, eerste lid van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen: ]1
  1° 34,50 % als de leerling de kwalificatiefase van het buitengewoon secundair onderwijs (opleidingsvorm 3) of een van de volgende jaren met succes heeft beëindigd:
  a) het tweede opleidingsjaar van een alternerende opleiding;
  b) het eerste jaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
  2° 32 % als de leerling een van de volgende jaren of graden met succes heeft beëindigd:
  a) het eerste opleidingsjaar van een alternerende opleiding;
  b) de tweede graad van het secundair onderwijs;
  3° 29 % als de leerling niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in punt 1° of 2°.
  Een leerling wordt geacht het opleidingsjaar met succes te hebben beëindigd als hij op basis van de competenties die hij tijdens dat opleidingsjaar verworven heeft, studievoortgang kan maken.
  De verhoging van de leervergoeding vangt aan bij de start van het volgende opleidingsjaar, op 1 september.
  Het bedrag van de maandelijkse leervergoeding die vastgesteld is conform het tweede lid, wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
  
Art. 15. L'entreprise qui est liée par un contrat de formation en alternance, doit payer à l'élève une allocation d'apprentissage.
  [1 L'allocation d'apprentissage s'élève au pourcentage suivant du revenu minimum mensuel moyen garanti, visé à l'article 3, alinéa premier, de la convention collective du travail n° 43 du 2 mai 1988 relative à la garantie d'un revenu minimum mensuel moyen :]1
  1° 34,50 % lorsque l'élève a réussi la phase de qualification de l'enseignement secondaire spécial (forme d'enseignement 3) ou l'une des années suivantes :
  a) la deuxième année de formation d'une formation en alternance ;
  b) la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire ;
  2° 32 % lorsque l'élève a réussi un(e) des années ou degrés suivants :
  a) la première année de formation d'une formation en alternance ;
  b) le deuxième degré de l'enseignement secondaire ;
  3° 29 % lorsque l'élève ne répond pas aux dispositions visées au point 1° ou 2°.
  Un élève est censé avoir accompli l'année de formation avec succès lorsqu'il est capable de progresser dans ses études sur la base des compétences qu'il a acquises pendant cette année de formation.
  L'augmentation de l'allocation d'apprentissage a lieu au début de l'année de formation suivante, le 1er septembre.
  Le montant de l'allocation d'apprentissage mensuelle fixée conformément à l'alinéa 2, est arrondi au multiple supérieur de 10 centimes.
  
Art. 16. De onderneming betaalt de leervergoeding aan de leerling, tenzij de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige leerling zich verzet.
  Bij verzet van de wettelijke vertegenwoordiger betaalt de onderneming de leervergoeding aan de wettelijke vertegenwoordiger.
Art. 16. L'entreprise paie l'allocation d'apprentissage à l'élève, à moins que le représentant légal de l'élève mineur ne s'y oppose.
  En cas d'opposition de la part du représentant légal, l'entreprise paie l'allocation d'apprentissage au représentant légal.
HOOFDSTUK 7. - Schorsing van de uitvoering van de overeenkomst wegens vakantie
CHAPITRE 7. - Suspension de l'exécution du contrat pour cause de vacances
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, keuren samen de structurele afwijkingen goed, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1°, van het decreet van 10 juni 2016.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, bepalen samen, op voorstel van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, de criteria, vermeld in artikel 19, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet. In sectoren waar er een sectoraal partnerschap is, doet het Vlaams Partnerschap Duaal Leren het voorstel op advies van dat sectorale partnerschap.
Art. 17. Le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation et le ministre flamand chargé des compétences approuvent conjointement les dérogations structurelles visées à l'article 19, alinéa 1er, 1° du décret du 10 juin 2016.
  Le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation et le ministre flamand chargé des compétences déterminent conjointement, sur la proposition du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual, les critères visés à l'article 19, alinéa 1er, 3°, du décret précité. Dans les secteurs où il existe un partenariat sectoriel, le Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual fait la proposition sur avis de ce partenariat sectoriel.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 18. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018, 3 mei 2019 en 17 april 2020;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2018 tot wijziging van de samenstelling van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, wat betreft de voorzitter;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 tot aanstelling en tot eervol ontslag van leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;
  4° het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2020 tot vervanging van een effectief lid van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.
Art. 18. Les réglementations suivantes sont abrogées :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2016 portant exécution du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 juin 2018, 3 mai 2019 et 17 avril 2020 ;
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2018 modifiant la composition du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual, en ce qui concerne le président ;
  3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 portant désignation et démission honorable de membres du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual ;
  4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 janvier 2020 portant remplacement d'un membre effectif du Partenariat flamand pour l'Apprentissage dual.
Art. 19. Artikel 71 tot en met 78 van het decreet van 19 juni 2020 tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd Agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen", tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam "Hermesfonds" treden in werking op 1 januari 2021.
Art. 19. Les articles 71 à 78 du décret du 19 juin 2020 portant abrogation de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " (Agence flamande pour la Formation d'Entrepreneurs - Syntra Flandre), réglant les missions et compétences et portant modification du nom " Hermesfonds " (Fonds Hermès), entrent en vigueur le 1er janvier 2021.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le 1 janvier 2021.
Art. 21. De Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, en de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le ministre flamand chargé des compétences et le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.