Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 FEBRUARI 2020. - Koninklijk besluit betreffende het Tariferingsbureau "Bouw" en de Compensatiekas(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-02-2020 en tekstbijwerking tot 01-03-2021)
Titre
4 FEVRIER 2020. - Arrêté royal relatif au Bureau de tarification " Construction " et à la Caisse de compensation(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-02-2020 et mise à jour au 01-03-2021)
Dokumentinformationen
Numac: 2020030121
Datum: 2020-02-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020030121
Date: 2020-02-04
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
Hoofdstuk 1. - Gemeenschappelijke bepaling
Chapitre 1er. - Disposition commune
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de wet van 31 mei 2017: de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid in de bouwsector;
2° de wet van 9 mei 2019: de wet van 9 mei 2019 betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector;
3° minister: de minister bevoegd voor Verzekeringen;
4° de FSMA: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° la loi du 31 mai 2017 : la loi du 31 mai 2017 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale dans le secteur de la construction;
2° la loi du 9 mai 2019 : la loi du 9 mai 2019 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile professionnelle dans le secteur de la construction;
3° ministre : le ministre qui a les Assurances dans ses attributions;
4° la FSMA: l'Autorité des services et marchés financiers, visée à l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.
Hoofdstuk 2. - Tariferingsbureau
Chapitre 2. - Bureau de tarification
Art. 2. Het Tariferingsbureau "Bouw", hierna "het Bureau" genoemd, wordt opgericht.
Het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds erkend door het koninklijk besluit van 12 april 2004 is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens door het Bureau.
Art. 2. Le Bureau de tarification " Construction ", ci-après dénommé " le Bureau ", est constitué.
Le Fonds commun de garantie belge agréé par l'arrêté royal du 12 avril 2004 est responsable du traitement des données effectué par le Bureau.
Art. 3. Overeenkomstig artikel 10, § 7, van de wet van 31 mei 2017 vertrouwt het Bureau het beheer van de door hem getarifeerde risico's toe aan een of meerdere verzekeringsondernemingen die door het Bureau werden in aanmerking genomen op basis van een door hen opgesteld bestek.
Art. 3. Conformément à l'article 10, § 7, de la loi du 31 mai 2017, le Bureau confie la gestion des risques tarifés par lui à une ou plusieurs entreprises d'assurances qui ont été retenues par le Bureau sur la base d'un cahier des charges établi par lui.
Art. 4. De voorzitter en de leden van het Bureau ontvangen, respectievelijk, een vergoeding van 150 en 75 euro per vergadering.
De bedragen bedoeld in het eerste lid zijn gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindex deze van de maand januari 2020. De indexering gebeurt jaarlijks op 1 januari.
De zitpenningen van de leden en de voorzitter van het Bureau zijn voor rekening van de werkingskosten van het Bureau.
Art. 4. Le président et les membres du Bureau reçoivent, respectivement, une indemnité de 150 et 75 euros par réunion.
Les montants visés à l'alinéa 1er sont liés à l'indice des prix à la consommation, l'indice de départ étant celui du mois de janvier 2020. L'indexation est opérée annuellement, le 1er janvier.
Les jetons de présence des membres et du président du Bureau sont repris dans les frais de fonctionnement du Bureau.
Art. 5. § 1. Teneinde het Bureau in staat te stellen zijn wettelijke opdracht uit te voeren in overeenstemming met de artikelen 10, § 1, eerste lid, § 2, derde lid en § 4, van de wet van 31 mei 2017 en 10, § 1, § 2, eerste en tweede lid, van de wet van 9 mei 2019, verstrekken de verzekeringsondernemingen die de contracten voor rekening van het Bureau beheren aan het Bureau volgende inlichtingen, in de vorm, binnen de termijnen en volgens de periodiciteit die het Bureau bepaalt :
- een overzicht van de ontvangen of vergoede premies en commissies naar aanleiding van de contractwijzigingen;
- de premies "contract per contract" alsook de betaalde en voorbehouden bedragen "schadegeval per schadegeval".
§ 2. De in voorgaande paragraaf bedoelde gegevens worden vijf jaar bewaard, vanaf de sluiting van het laatste "schadedossier" met betrekking tot het contract en, indien er geen schadegeval is, vijf jaar vanaf het verstrijken van het contract.
Art. 5. § 1er. Afin de permettre au Bureau d'accomplir sa mission légale conformément aux articles 10, § 1er, alinéa 1er, § 2, alinéa 3 et § 4, de la loi du 31 mai 2017 et 10, § 1er, § 2, alinéas 1er et 2, de la loi du 9 mai 2019, les entreprises d'assurances gestionnaires des contrats pour le compte du Bureau lui transmettent dans la forme, les délais et selon la périodicité que le Bureau détermine :
- un aperçu des primes et commissions perçues ou remboursées par elles suite aux modifications des contrats;
- les primes " contrat par contrat " ainsi que les montants payés et réservés " sinistre par sinistre ".
§ 2. La durée de conservation des données visées au précédent paragraphe est de cinq ans à dater de la clôture du dernier " dossier sinistre " relatif au contrat et, à défaut de sinistre, cinq ans à dater de l'échéance du contrat.
Hoofdstuk 3. - Compensatiekas
Chapitre 3. - Caisse de compensation
Art. 6. § 1. De aanvraag tot erkenning van een Compensatiekas bedoeld in de artikelen 10/1, § 1, eerste lid, van de wet van 31 mei 2017 en 11, § 1, eerste lid, van de wet van 9 mei 2019 kan uitsluitend worden ingediend door een rechtspersoon die ten laatste op de datum van het indienen van de aanvraag is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.
§ 2. De verzekeringsondernemingen die, overeenkomstig de artikelen 10/1, § 3, van de wet van 31 mei 2017 en 11, § 3, van de wet van 9 mei 2019, gehouden zijn de stortingen te verrichten nodig voor het volbrengen van de opdracht van de Compensatiekas en voor de werking ervan, kunnen toetreden tot voormelde vereniging.
§ 3. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de FSMA, die de aanvraag samen met haar advies naar de minister zendt.
§ 4. Onverminderd het recht van de FSMA om bijkomende inlichtingen te vragen die zij nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag tot erkenning, worden bij de aanvraag de volgende inlichtingen en documenten verstrekt:
1° de statuten en de identificatiegegevens van de aanvrager, met name zijn ondernemingsnummer, zijn maatschappelijke benaming, het adres van zijn statutaire zetel en een professioneel e-mailadres;
2° het compensatiereglement;
3° een beschrijving van de financiële en administratieve organisatie van de aanvrager;
4° met het oog op de beoordeling van de professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid van de bestuurders en personen belast met de effectieve leiding van de aanvrager en van de naleving van artikel 20 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, de volgende inlichtingen en documenten betreffende voormelde personen:
a) hun identificatiegegevens, met name hun naam, voornamen, aanspreektitel, rijksregisternummer en voor de personen die niet zijn ingeschreven in het Belgische rijksregister, hun geboortedatum en geboorteplaats;
b) een uittreksel uit het strafregister bestemd voor gereglementeerde activiteiten dat niet ouder is dan drie maanden;
c) een toelichting die hun passende deskundigheid en professionele betrouwbaarheid aantoont.
Voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, wordt de FSMA beschouwd als verantwoordelijk voor de verwerking van de in deze paragraaf bedoelde persoonsgegevens door de FSMA.
Art. 6. § 1er. La demande en agrément d'une Caisse de compensation visée aux articles 10/1, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 31 mai 2017 et 11, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 9 mai 2019 peut uniquement être introduite par une personne morale qui, au plus tard à la date de l'introduction de la demande, a été constituée sous la forme d'une association sans but lucratif.
§ 2. Les entreprises d'assurances qui, conformément aux articles 10/1, § 3, de la loi du 31 mai 2017 et 11, § 3, de la loi du 9 mai 2019, sont tenues d'effectuer des versements nécessaires à l'exercice de la mission de la Caisse de compensation et à son fonctionnement peuvent adhérer à l'association précitée.
§ 3. La demande d'agrément est adressée à la FSMA qui la transmet au ministre en y joignant son avis.
§ 4. Sans préjudice du droit de la FSMA de demander des informations complémentaires qu'elle juge nécessaires pour apprécier la demande d'agrément, la demande est accompagnée des renseignements et documents suivants :
1° les statuts et les données d'identification du demandeur, à savoir son numéro d'entreprise, sa dénomination sociale, l'adresse de son siège statutaire et une adresse de courrier électronique professionnelle;
2° le règlement de compensation;
3° une description de l'organisation financière et administrative du demandeur;
4° en vue de l'appréciation de l'honorabilité professionnelle et de l'expertise adéquate des administrateurs et des personnes chargées de la direction effective du demandeur et du respect de l'article 20 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, les renseignements et documents suivants relatifs aux personnes précitées :
a) leurs données d'identification, à savoir leurs nom, prénoms, civilité, numéro de registre national ou pour les personnes non inscrites au registre national belge, leur lieu et date de naissance;
b) un extrait de casier judiciaire destiné à des activités réglementées qui ne remonte pas à plus de trois mois;
c) une note explicative démontrant leur expertise adéquate et honorabilité professionnelle.
Aux fins de l'application du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, la FSMA est considérée comme responsable du traitement des données à caractère personnel visées au présent paragraphe et effectué par la FSMA.
Art. 7. De minister verleent de erkenning van de Compensatiekas op voorwaarde dat de vereniging voldoet aan de voorwaarden bepaald in dit besluit.
Elke wijziging van het compensatiereglement die na de goedkeuring plaatsvindt, wordt door de minister goedgekeurd.
Art. 7. Le ministre agrée la Caisse de compensation pour autant que l'association se conforme aux conditions du présent arrêté.
Toute modification du règlement de compensation postérieure à l'agrément est approuvée par le ministre.
Art. 8. De documenten betreffende het compensatiemechanisme worden bewaard hetzij op de maatschappelijke zetel van de Compensatiekas, hetzij op elke andere plaats die door de FSMA vooraf is toegelaten.
Op eenvoudig verzoek van de FSMA verstrekt de Compensatiekas alle inlichtingen en alle documenten die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taak.
Voor de uitvoering van het eerste en tweede lid, kan de FSMA leden van haar personeel of onafhankelijke hiertoe gemachtigde deskundigen afvaardigen, die haar verslag uitbrengen.
Art. 8. Les documents relatifs au système de compensation sont conservés, soit au siège social de la Caisse de compensation, soit en tout autre lieu préalablement autorisé par la FSMA.
Sur simple demande de la FSMA, la Caisse de compensation fournit tous les renseignements et tous les documents nécessaires à l'exécution de sa mission.
Pour l'exécution des alinéas 1er et 2, la FSMA peut déléguer des membres de son personnel ou des experts indépendants mandatés à cet effet, qui lui font rapport.
Art. 9. § 1. Ten minste drie weken vóór elke samenkomst van de algemene vergadering, stelt de Compensatiekas de FSMA in kennis van de ontwerpen van jaarrekening en van de wijzigingen aan de statuten of aan het compensatiereglement, alsook van de beslissingen die zij van plan is tijdens die vergadering te nemen en die een weerslag kunnen hebben op haar wettelijke opdracht.
De FSMA kan eisen dat de opmerkingen die zij formuleert betreffende deze ontwerpen en beslissingen ter kennis worden gebracht van de algemene vergadering.
Deze opmerkingen en de betreffende antwoorden worden in de notulen opgenomen.
§ 2. Binnen de maand die volgt op hun goedkeuring door de algemene vergadering stelt de Compensatiekas de FSMA in kennis van de wijzigingen aan de statuten of aan het compensatiereglement en van de beslissingen die een weerslag kunnen hebben op haar wettelijke opdracht.
Binnen een termijn van ten hoogste twee maanden, te rekenen van de datum waarop zij er kennis van gekregen heeft, verzet de FSMA zich bij een met redenen omklede beslissing en per aangetekende zending, tegen de uitvoering van alle in het eerste lid bedoelde beslissingen die strijdig zijn met de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, met de bepalingen van dit besluit of met haar statuten en brengt ze de minister op de hoogte van dit verzet. De datum van verzending geldt als de datum van het verzet.
Art. 9. § 1er. La Caisse de compensation communique à la FSMA, au moins trois semaines avant chaque réunion de l'assemblée générale, les projets de comptes annuels et de modifications des statuts ou du règlement de compensation ainsi que les décisions qu'elle propose de prendre lors de cette réunion et qui peuvent avoir une incidence sur sa mission légale.
La FSMA peut exiger que les observations qu'elle formule concernant ces projets et décisions soient portées à la connaissance de l'assemblée générale.
Ces observations et les réponses qui y sont apportées figurent aux procès-verbaux.
§ 2. La Caisse de compensation communique à la FSMA dans le mois suivant leur approbation par l'assemblée générale les modifications des statuts ou du règlement de compensation ainsi que les décisions qui peuvent avoir une incidence sur sa mission légale.
Dans un délai maximum de deux mois à partir de la date où elle en a eu connaissance, la FSMA s'oppose, par décision motivée et par envoi recommandé, à l'exécution de toutes décisions visées à l'alinéa 1er, qui violeraient la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, les dispositions du présent arrêté ou ses statuts et en informe le ministre. La date de l'envoi est réputée être la date de l'opposition.
Art. 10. § 1. Behoudens toepassing van artikel 9, worden de wijzigingen of verdere bijwerkingen van de gegevens bedoeld in artikel 6, § 4, binnen een termijn van één maand aan de FSMA meegedeeld.
De FSMA stuurt de wijzigingen van de statuten of van het compensatiereglement, zo spoedig mogelijk en uiterlijk dertig dagen na hun ontvangst naar de minister, samen met haar met redenen omkleed advies.
§ 2. De Compensatiekas brengt uiterlijk op 30 juni van elk jaar verslag uit aan de FSMA over haar activiteiten.
De FSMA brengt de minister ervan op de hoogte.
§ 3. De FSMA verzet zich tegen de wijzigingen aan de financiële en administratieve organisatie van de Compensatiekas wanneer ze strijdig zijn met de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen of met dit besluit en brengt de minister op de hoogte van dit verzet. De FSMA geeft per aangetekende zending kennis aan de Compensatiekas van haar verzet of haar instemming, binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf die mededeling. De ontwerpen, die door de FSMA niet binnen die termijn werden ter kennis gebracht, mogen worden toegepast.
Art. 10. § 1er. Sauf application de l'article 9, les modifications ou mises à jour ultérieures des données visées à l'article 6, § 4, sont communiquées à la FSMA dans un délai d'un mois.
La FSMA transmet au ministre, dans les plus brefs délais et au plus tard trente jours après leur réception, les modifications des statuts ou du règlement de compensation pour approbation en y joignant son avis motivé.
§ 2. La Caisse de compensation communique à la FSMA au plus tard le 30 juin de chaque année un compte-rendu de ses activités.
La FSMA en informe le ministre.
§ 3. La FSMA s'oppose aux modifications apportées à l'organisation financière et administrative de la Caisse de compensation lorsqu'elles sont contraires à la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances ou au présent arrêté et en informe le ministre. La FSMA notifie par envoi recommandé à la Caisse de compensation son opposition ou son assentiment dans un délai d'un mois, à partir de cette communication. Les projets qui n'ont pas fait l'objet d'une notification de la part de la FSMA dans ce délai peuvent être mis en application.
Art. 11. De Compensatiekas kan beroep instellen bij de minister tegen het verzet dat de FSMA heeft gedaan met toepassing van artikel 10, § 3, en tegen de weigering van de FSMA om de aanwijzing van de commissaris, bedoeld in artikel 12, goed te keuren.
Het beroep is met redenen omkleed en wordt ingesteld bij een aangetekende zending binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van het verzet of de weigering bedoeld in het eerste lid. De datum van verzending geldt als de datum van de indiening van het beroep.
Het beroep is niet opschortend.
Art. 11. La Caisse de compensation peut introduire un recours auprès du ministre contre l'opposition formée par la FSMA en application de l'article 10 § 3, et contre le refus de la FSMA d'approuver la désignation du commissaire, visé à l'article 12.
Le recours est motivé et introduit par envoi recommandé dans les quinze jours de la notification de l'opposition ou du refus visés à l'alinéa 1er. La date de l'envoi est réputée être la date d'introduction de la demande.
Le recours n'est pas suspensif.
Art. 12. De artikelen 40 tot 42 betreffende de leidinggevenden van de verzekeringsondernemingen en de artikelen 325 tot 327 betreffende de aanstelling van de commissarissen van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn van overeenkomstige toepassing op de Compensatiekas.
Art. 12. Les articles 40 à 42 concernant les dirigeants des entreprises d'assurance et les articles 325 à 327 concernant la désignation des commissaires de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance sont d'application par analogie à la Caisse de compensation.
Art. 13. De voorzitter van het Bureau heeft zitting met raadgevende stem in de vergaderingen van de raad van bestuur van de Compensatiekas.
Art. 13. Le président du Bureau siège avec voix consultative aux réunions du conseil d'administration de la Caisse de Compensation.
Art. 14. De verzekeringsondernemingen die tot de stortingen nodig voor het volbrengen van de opdracht van de Compensatiekas en haar werking gehouden zijn, overeenkomstig de artikelen 10/1, § 3, van de wet van 31 mei 2017 en 11, § 3, van de wet van 9 mei 2019, verstrekken aan de Compensatiekas alle nodige inlichtingen ter vervulling van haar wettelijke opdracht in de vorm, binnen de termijnen en volgens de periodiciteit die zij bepaalt.
Art. 14. Les entreprises d'assurances qui, conformément aux articles 10/1, § 3, de la loi du 31 mai 2017 et 11, § 3, de la loi du 9 mai 2019, sont tenues d'effectuer des versements nécessaires à l'exercice de la mission de la Caisse de compensation et à son fonctionnement, communiquent à ladite Caisse tous les renseignements nécessaires à l'accomplissement de sa mission légale dans la forme, les délais et selon la périodicité qu'elle détermine.
Hoofdstuk 4. - Tariferingsaanvraag
Chapitre 4. - Demande de tarification
Art. 15. [1 Bij de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid is alleen een aanvraag voor individuele dekking in de vorm van een polis per project ontvankelijk.
Bij de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid is alleen een aanvraag voor individuele dekking in de vorm van een jaarpolis ontvankelijk.]1

Art. 15. [1 En assurance obligatoire de la responsabilité civile décennale, seule une demande de couverture individuelle sous la forme d'une police par projet est recevable.
En assurance obligatoire de la responsabilité civile professionnelle, seule une demande de couverture individuelle sous la forme d'une police annuelle est recevable. ]1

Art. 16. De aanvraag is niet ontvankelijk wanneer de aanvrager voor hetzelfde dossier al een aanbod van het Bureau heeft ontvangen.
Art. 16. La demande n'est pas recevable lorsque le demandeur a déjà reçu une offre du Bureau pour le même dossier.
Art. 17. § 1. De tariferingsaanvraag voor een verplichte verzekering tienjarige burgerrechtelijke aansprakelijkheid wordt door het Bureau behandeld zodra alle documenten die noodzakelijk zijn om het Bureau in staat te stellen een tarief en de dekkingsvoorwaarden vast te stellen, zijn bezorgd, met name:
1° het formulier voor de indiening van de aanvraag, opgesteld door het Bureau, correct ingevuld en ondertekend;
2° drie weigeringsbrieven van verzekeringsdekking door verzekeringsondernemingen erkend overeenkomstig artikel 17 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, om dit soort verzekering te dekken. De datum van de weigeringsbrieven mag niet langer dan twee maanden geleden zijn;
3° het bewijs van beroepsbekwaamheid van de aanvrager en zijn onderaannemers;
4° het bewijs van een gezonde financiële en boekhoudkundige situatie, in het bijzonder afwezigheid van betalingsachterstand inzake fiscaliteit of sociale zekerheid;
5° het bewijs van de onderschrijving van een verzekering burgerlijke beroepsaansprakelijkheid wanneer deze wettelijk verplicht is;
6° het volledig en bewijskrachtig technisch dossier van de werf;
7° de overeenkomst of het ontwerp van overeenkomst met de opdrachtgever.
§ 2. De tariferingsaanvraag voor een verplichte verzekering burgerlijke beroepsaansprakelijkheid wordt door het Bureau behandeld zodra alle documenten die noodzakelijk zijn om het Bureau in staat te stellen een tarief en de dekkingsvoorwaarden vast te stellen zijn bezorgd, met name:
1° het formulier voor de indiening van de aanvraag, opgesteld door het Bureau, correct ingevuld en ondertekend;
2° drie weigeringsbrieven van verzekeringsdekking door verzekeringsondernemingen erkend overeenkomstig artikel 17 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen om dit soort verzekering te dekken. De datum van de weigeringsbrieven mag niet langer dan twee maanden geleden zijn;
3° de schadeattesten afgegeven door de vorige verzekeraar(s) voor de drie laatste jaren waarin de aanvrager gedekt was inzake burgerlijke beroepsaansprakelijkheid;
4° het bewijs van beroepsbekwaamheid van de aanvrager;
5° het bewijs van een gezonde financiële en boekhoudkundige situatie, in het bijzonder de afwezigheid van betalingsachterstand inzake fiscaliteit of sociale zekerheid.
§ 3. Het Bureau kan alle aanvullende informatie, nuttig voor de beoordeling van het risico, inwinnen.
§ 4. Onverminderd het artikel 5, § 2, worden de gegevens verzameld op basis van dit artikel vijf jaar bewaard, vanaf de betekening van de weigering aan de aanvrager.
§ 5. Het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds erkend door het koninklijk besluit van 12 april 2004 is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens door het Bureau.
Art. 17. § 1er. La demande de tarification pour une assurance obligatoire de la responsabilité décennale est traitée par le Bureau lorsque l'ensemble des documents, qui sont nécessaires pour lui permettre de déterminer un tarif et les conditions de couverture, lui sont transmis, soit :
1° un formulaire de soumission de la demande établi par le Bureau dûment complété et signé;
2° trois lettres de refus de couverture d'assurance par des entreprises d'assurances agréées conformément à l'article 17 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, pour couvrir ce type d'assurance, datées de moins de deux mois;
3° la preuve de la capacité professionnelle du demandeur et de ses sous-traitants;
4° la preuve d'une situation financière et comptable saine démontrant notamment l'absence de retard de paiement en matière fiscale ou de sécurité sociale;
5° la preuve de la souscription d'une assurance responsabilité civile professionnelle lorsque celle-ci est légalement obligatoire;
6° le dossier technique complet et probant du chantier;
7° la convention ou le projet de convention avec le donneur d'ordre.
§ 2. La demande de tarification pour une assurance obligatoire de la responsabilité civile professionnelle est traitée par le Bureau lorsque l'ensemble des documents, qui sont nécessaires pour lui permettre de déterminer un tarif et les conditions de couverture, lui sont transmis soit :
1° un formulaire de soumission de la demande établi par le Bureau dûment complété et signé;
2° trois lettres de refus de couverture d'assurance par des entreprises d'assurances agréées conformément à l'article 17 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance, pour couvrir ce type d'assurance, datées de moins de deux mois;
3° le cas échéant les attestations de sinistralité délivrées par l'assureur ou les assureurs précédent(s) pour les trois dernières années pendant lesquelles le demandeur était couvert en assurance responsabilité civile professionnelle;
4° la preuve de la capacité professionnelle du demandeur;
5° la preuve d'une situation financière et comptable saine démontrant notamment l'absence de retard de paiement en matière fiscale ou de sécurité sociale.
§ 3. Le Bureau peut solliciter toutes informations complémentaires nécessaires à l'appréciation du risque.
§ 4. Sans préjudice de l'article 5, § 2, la durée de conservation des données collectées sur la base du présent article est de cinq ans à dater de la signification du refus au demandeur.
§ 5. Le Fonds commun de garantie belge agréé par l'arrêté royal du 12 avril 2004 est responsable du traitement des données effectué par le Bureau.
Art. 18. Voorafgaand aan de tarifering kan het Bureau aan de aanvrager opleggen om zijn risico te laten evalueren, op kosten van de aanvrager, door een extern controleorganisme, erkend op basis van een bestek opgesteld door het Bureau.
Art. 18. Préalablement à la tarification, le Bureau peut imposer au demandeur de faire évaluer son risque, aux frais de ce dernier, par un organisme de contrôle externe agréé sur la base d'un cahier des charges établi par le Bureau.
Art. 19. Binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek en van de inlichtingen die nodig zijn om het tarief vast te stellen, doet het Bureau een tariferingsvoorstel of motiveert het zijn weigering.
Het Bureau kan de termijn bedoeld in het eerste lid eenmaal verlengen voor eenzelfde duur en brengt daarvan de aanvrager op de hoogte.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst in geval beroep wordt gedaan op het controleorganisme bedoeld in artikel 16.
Het tariferingsvoorstel is twee maanden geldig te rekenen vanaf de kennisgeving aan de aanvrager.
Art. 19. Dans les deux mois de la réception de la demande et des renseignements qui sont nécessaires pour établir le tarif, le Bureau fait une proposition de tarification ou motive son refus.
Le Bureau peut proroger le délai visé à l'alinéa 1er une fois pour la même durée et en avise le demandeur.
Le délai visé à l'alinéa 1er est suspendu en cas de recours à l'organisme de contrôle visé à l'article 16.
La proposition de tarification est valable pendant deux mois à compter de sa notification au demandeur.
Hoofdstuk 5. - Opheffingsbepaling en slotbepalingen
Chapitre 5. - Disposition abrogatoire et dispositions finales
Art. 20. Het koninklijk besluit van 25 april 2007 betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect wordt opgeheven.
Art. 20. L'arrêté royal du 25 avril 2007 relatif à l'assurance obligatoire prévue par la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte est abrogé.
Art. 21. De minister bevoegd voor Middenstand, Zelfstandigen en KMO's en de minister bevoegd voor Verzekeringen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le ministre qui a les Classes moyennes, les Indépendants et les PME et le ministre qui a les Assurances dans ses attributions sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.