Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vorm, de inhoud, alsook van de beperkingen en modaliteiten voor de toegang tot en het gebruik van het blootstellingsregister en het stralingspaspoort en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en van het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende stralingen
Titre
20 JUILLET 2020. - Arrêté royal fixant la forme, le contenu ainsi que les modalités et restrictions d'accès et d'usage du registre d'exposition et du passeport radiologique et modifiant l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities
HOOFDSTUK II. - Blootstellingsregister
Afdeling 1. - Gebruik van het blootstellingsreg...
Afdeling 2. - Vorm en inhoud van het blootstell...
Afdeling 3. - Gebruiksmodaliteiten van het bloo...
Afdeling 4. - Rechten van de aan dosimetrisch t...
Afdeling 5. - Maatregelen ter beveiliging van h...
Afdeling 6. - Gegevensbewaring
Afdeling 7. - Link met de authentieke bronnen
HOOFDSTUK III. - Stralingspaspoort
Afdeling 1. - Vorm en inhoud van het stralingsp...
Afdeling 2. - Functionering en gebruik van het ...
Afdeling 3. - Toegangsvoorwaarden tot de gegeve...
Afdeling 4. - Maatregelen ter beveiliging van d...
Afdeling 5. - Voorwaarden betreffende de overee...
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
CHAPITRE II. - Registre d'exposition
Section 1re. - Utilisation du registre d'exposi...
Section 2. - Forme et contenu du registre d'exp...
Section 3. - Modalités d'usage du registre d'ex...
Section 4. - Droits de la personne soumise à la...
Section 5. - Mesures visant à sécuriser le regi...
Section 6. - Conservation des données
Section 7. - Lien avec les sources authentiques
CHAPITRE III. - Passeport radiologique
Section 1re. - Forme et contenu du passeport ra...
Section 2. - Fonctionnement et usage du passepo...
Section 3. - Conditions d'accès aux données con...
Section 4. - Mesures visant à protéger les donn...
Section 5. - Conditions relatives à la conventi...
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives
CHAPITRE V. - Dispositions finales
Tekst (42)
Texte (42)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la directive 2013/59/EURATOM du Conseil du 5 décembre 2013 fixant les normes de base relatives à la protection sanitaire contre les dangers résultant de l'exposition aux rayonnements ionisants et abrogeant les directives 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom et 2003/122/Euratom.
Art. 2. De definities vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen zijn van toepassing.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° monitoringperiode: het tijdsinterval voor hetwelk aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon een dosis te wijten aan een externe blootstelling wordt toegekend;
2° evaluatiedatum: de datum waarop aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon een dosis te wijten aan een inwendige blootstelling wordt toegekend;
3° officiële dosis: dosis die officieel aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon wordt toegekend als gevolg van de evaluatie van de uitwendige blootstelling van deze persoon gedurende een bepaalde monitoringperiode, of van de inwendige blootstelling van deze persoon op een bepaalde datum en die wordt gebruikt voor de controle op de naleving van de dosislimieten;
4° tussentijdse dosis: dosis die tijdelijk aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon wordt toegekend als gevolg van de evaluatie van de uitwendige blootstelling van deze persoon gedurende een bepaalde monitoringperiode, of de inwendige blootstelling van deze persoon op een bepaalde datum, en die wordt gebruikt voor de verificatie van de naleving van de dosislimieten, tot deze door een officiële dosis in het blootstellingsregister wordt vervangen;
5° speciale dosis: dosis die officieel wordt toegekend aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon als gevolg van de evaluatie van een uitwendige of inwendige blootstelling met speciale vergunning, zoals vermeld in artikel 20.1.6 van het algemeen reglement;
6° ongevalsdosis: dosis die officieel wordt toegekend aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon als gevolg van de evaluatie van een uitwendige of inwendige blootstelling bij ongeval, zoals vermeld in artikel 20.1.7 van het algemeen reglement;
7° dosis in noodsituaties: dosis die officieel wordt toegekend aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon als gevolg van de evaluatie van een uitwendige of inwendige blootstelling in een noodsituatie, zoals vermeld in artikel 20.2.3 van het algemeen reglement;
8° dosissubtype: benaming van een dosimetrische grootheid die desgevallend nog wordt aangevuld met een of meerdere van de volgende vermeldingen:
a. het lichaamsdeel waarop de dosis betrekking heeft;
b. of het een berekende dosis betreft;
9° wet van 15 april 1994: de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
10° regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens: de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, (Algemene verordening gegevensbescherming), de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 5 september 2018 tot oprichting van het informatieveiligheidscomité.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° monitoringperiode: het tijdsinterval voor hetwelk aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon een dosis te wijten aan een externe blootstelling wordt toegekend;
2° evaluatiedatum: de datum waarop aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon een dosis te wijten aan een inwendige blootstelling wordt toegekend;
3° officiële dosis: dosis die officieel aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon wordt toegekend als gevolg van de evaluatie van de uitwendige blootstelling van deze persoon gedurende een bepaalde monitoringperiode, of van de inwendige blootstelling van deze persoon op een bepaalde datum en die wordt gebruikt voor de controle op de naleving van de dosislimieten;
4° tussentijdse dosis: dosis die tijdelijk aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon wordt toegekend als gevolg van de evaluatie van de uitwendige blootstelling van deze persoon gedurende een bepaalde monitoringperiode, of de inwendige blootstelling van deze persoon op een bepaalde datum, en die wordt gebruikt voor de verificatie van de naleving van de dosislimieten, tot deze door een officiële dosis in het blootstellingsregister wordt vervangen;
5° speciale dosis: dosis die officieel wordt toegekend aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon als gevolg van de evaluatie van een uitwendige of inwendige blootstelling met speciale vergunning, zoals vermeld in artikel 20.1.6 van het algemeen reglement;
6° ongevalsdosis: dosis die officieel wordt toegekend aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon als gevolg van de evaluatie van een uitwendige of inwendige blootstelling bij ongeval, zoals vermeld in artikel 20.1.7 van het algemeen reglement;
7° dosis in noodsituaties: dosis die officieel wordt toegekend aan een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon als gevolg van de evaluatie van een uitwendige of inwendige blootstelling in een noodsituatie, zoals vermeld in artikel 20.2.3 van het algemeen reglement;
8° dosissubtype: benaming van een dosimetrische grootheid die desgevallend nog wordt aangevuld met een of meerdere van de volgende vermeldingen:
a. het lichaamsdeel waarop de dosis betrekking heeft;
b. of het een berekende dosis betreft;
9° wet van 15 april 1994: de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
10° regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens: de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, (Algemene verordening gegevensbescherming), de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 5 september 2018 tot oprichting van het informatieveiligheidscomité.
Art. 2. Les définitions visées à l'article 2 de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants s'appliquent.
Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° période de monitoring : l'intervalle de temps pour lequel une dose résultant d'une exposition externe est attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° date d'évaluation : la date à laquelle une dose résultant d'une exposition interne est attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
3° dose officielle : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation de l'exposition externe de cette personne pour une période de monitoring déterminée, ou de l'exposition interne de cette personne à une date donnée, et qui est utilisée pour la vérification du respect des limites de dose ;
4° dose intermédiaire : la dose temporairement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation de l'exposition externe de cette personne pour une période de monitoring déterminée, ou de l'exposition interne de cette personne à une date donnée, et qui est utilisée pour la vérification du respect des limites de dose jusqu'à ce qu`elle soit remplacée par une dose officielle dans le registre d'exposition ;
5° dose spéciale : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation d'une exposition externe ou interne sous autorisation spéciale telle que visée à l'article 20.1.6 du règlement général ;
6° dose accidentelle : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation d'une exposition externe ou interne accidentelle telle que visée à l'article 20.1.7 du règlement général ;
7° dose d'urgence : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation d'une exposition d'urgence externe ou interne visée à l'article 20.2.3 du règlement général ;
8° sous-type de dose : la dénomination de la quantité dosimétrique, complétée, le cas échéant, par une ou plusieurs des mentions suivantes :
a) la partie du corps concernée par la dose ;
b) s'il s'agit d'une dose calculée ;
9° loi du 15 avril 1994 : la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire ;
10° réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel : le règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation des données, et abrogeant la directive 95/46/CE (Règlement général sur la protection des données), la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel et la loi du 5 septembre 2018 instituant le comité de sécurité de l'information.
Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° période de monitoring : l'intervalle de temps pour lequel une dose résultant d'une exposition externe est attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° date d'évaluation : la date à laquelle une dose résultant d'une exposition interne est attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
3° dose officielle : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation de l'exposition externe de cette personne pour une période de monitoring déterminée, ou de l'exposition interne de cette personne à une date donnée, et qui est utilisée pour la vérification du respect des limites de dose ;
4° dose intermédiaire : la dose temporairement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation de l'exposition externe de cette personne pour une période de monitoring déterminée, ou de l'exposition interne de cette personne à une date donnée, et qui est utilisée pour la vérification du respect des limites de dose jusqu'à ce qu`elle soit remplacée par une dose officielle dans le registre d'exposition ;
5° dose spéciale : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation d'une exposition externe ou interne sous autorisation spéciale telle que visée à l'article 20.1.6 du règlement général ;
6° dose accidentelle : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation d'une exposition externe ou interne accidentelle telle que visée à l'article 20.1.7 du règlement général ;
7° dose d'urgence : la dose officiellement attribuée à une personne soumise à la surveillance dosimétrique résultant de l'évaluation d'une exposition d'urgence externe ou interne visée à l'article 20.2.3 du règlement général ;
8° sous-type de dose : la dénomination de la quantité dosimétrique, complétée, le cas échéant, par une ou plusieurs des mentions suivantes :
a) la partie du corps concernée par la dose ;
b) s'il s'agit d'une dose calculée ;
9° loi du 15 avril 1994 : la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire ;
10° réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel : le règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation des données, et abrogeant la directive 95/46/CE (Règlement général sur la protection des données), la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel et la loi du 5 septembre 2018 instituant le comité de sécurité de l'information.
HOOFDSTUK II. - Blootstellingsregister
CHAPITRE II. - Registre d'exposition
Afdeling 1. - Gebruik van het blootstellingsregister
Section 1re. - Utilisation du registre d'exposition
Art. 3. Het Agentschap bouwt een blootstellingsregister uit, beheert het en houdt het actueel. Het blootstellingsregister laat toe om:
1° een individueel dosimetrisch toezicht uit te voeren op de volledige loopbaan van een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
2° de goede werking van het systeem voor dosimetrisch toezicht, zoals beschreven in artikel 30.6 van het algemeen reglement, te controleren;
3° de naleving van de dosislimieten of van de interventierichtwaarden bij de dosis in noodsituaties te controleren;
4° de optimalisatiemarges van de bestaande blootstelling te identificeren zodat er, indien nodig, dosisbeperkingen kunnen worden bepaald en er vervolgens kan worden nagegaan of ze werden nageleefd;
5° dosisoverzichten op te stellen voor (groepen) personen die aan dosimetrisch toezicht zijn onderworpen, of dosisstatistieken voor groepen personen die aan dosimetrisch toezicht zijn onderworpen;
6° aan onderzoeksinstellingen de individuele dosimetrische gegevens te verstrekken die nodig zijn in het kader van epidemiologische studies nadat deze door de Koning werden aangewezen om toegang tot deze gegevens te hebben, of nadat ze de toestemming hebben verkregen van de personen waarop deze gegevens betrekking hebben.
1° een individueel dosimetrisch toezicht uit te voeren op de volledige loopbaan van een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
2° de goede werking van het systeem voor dosimetrisch toezicht, zoals beschreven in artikel 30.6 van het algemeen reglement, te controleren;
3° de naleving van de dosislimieten of van de interventierichtwaarden bij de dosis in noodsituaties te controleren;
4° de optimalisatiemarges van de bestaande blootstelling te identificeren zodat er, indien nodig, dosisbeperkingen kunnen worden bepaald en er vervolgens kan worden nagegaan of ze werden nageleefd;
5° dosisoverzichten op te stellen voor (groepen) personen die aan dosimetrisch toezicht zijn onderworpen, of dosisstatistieken voor groepen personen die aan dosimetrisch toezicht zijn onderworpen;
6° aan onderzoeksinstellingen de individuele dosimetrische gegevens te verstrekken die nodig zijn in het kader van epidemiologische studies nadat deze door de Koning werden aangewezen om toegang tot deze gegevens te hebben, of nadat ze de toestemming hebben verkregen van de personen waarop deze gegevens betrekking hebben.
Art. 3. L'Agence met en place, gère et tient à jour un registre d'exposition. Le registre d'exposition permet :
1° d'effectuer un suivi dosimétrique individuel sur la carrière entière d'une personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° de contrôler le bon fonctionnement du système de surveillance dosimétrique décrit à l'article 30.6 du règlement général ;
3° de vérifier le respect des limites de dose ou des niveaux guides d'intervention en situation d'urgence radiologique ;
4° d'identifier les marges d'optimisation de l'exposition existante afin de pouvoir si nécessaire fixer des contraintes de dose et vérifier ensuite qu'elles sont respectées ;
5° de produire des aperçus de doses pour des (groupes de) personnes soumises à la surveillance dosimétrique ou des statistiques de doses pour des groupes de personnes soumises à la surveillance dosimétrique ;
6° de fournir à des organismes de recherche les données dosimétriques individuelles qui leur sont nécessaires dans le cadre d'études épidémiologiques après que ceux-ci aient été désignés par le Roi pour pouvoir accéder à ces données ou après que ceux-ci aient reçu le consentement des personnes sur lesquelles portent les données.
1° d'effectuer un suivi dosimétrique individuel sur la carrière entière d'une personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° de contrôler le bon fonctionnement du système de surveillance dosimétrique décrit à l'article 30.6 du règlement général ;
3° de vérifier le respect des limites de dose ou des niveaux guides d'intervention en situation d'urgence radiologique ;
4° d'identifier les marges d'optimisation de l'exposition existante afin de pouvoir si nécessaire fixer des contraintes de dose et vérifier ensuite qu'elles sont respectées ;
5° de produire des aperçus de doses pour des (groupes de) personnes soumises à la surveillance dosimétrique ou des statistiques de doses pour des groupes de personnes soumises à la surveillance dosimétrique ;
6° de fournir à des organismes de recherche les données dosimétriques individuelles qui leur sont nécessaires dans le cadre d'études épidémiologiques après que ceux-ci aient été désignés par le Roi pour pouvoir accéder à ces données ou après que ceux-ci aient reçu le consentement des personnes sur lesquelles portent les données.
Afdeling 2. - Vorm en inhoud van het blootstellingsregister
Section 2. - Forme et contenu du registre d'exposition
Art. 4. Het blootstellingsregister wordt bijgehouden in de vorm van een elektronische databank conform de wetgeving op de elektronische archivering.
Art. 4. Le registre d'exposition est tenu sous la forme d'une base de données électronique conforme à la législation sur l'archivage électronique.
Art. 5. § 1. Voor elke aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon, bevat het blootstellingsregister naast de gegevens bedoeld in artikel 25/6, 1°, van de wet van 15 april 1994 de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens van zijn/haar werkgever;
2° de vermelding of de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon een werknemer, student, stagiair of leerling, of zelfstandige is;
3° indien van toepassing, de historiek van de verschillende door de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon gepresteerde arbeidsstelsels in het kader van een arbeidsovereenkomst met een bepaalde werkgever, met voor elk arbeidsstelsel de vermelding:
a) of het gaat om een deeltijds of voltijds arbeidsstelsel;
b) de periode van het arbeidsstelsel, aangegeven door de begindatum en indien van toepassing, de einddatum ervan.
§ 2. Voor elke exploitant, ondernemingshoofd en externe onderneming, bevat het blootstellingsregister naast de gegevens bedoeld in artikel 25/6, 1° en 2°, a), c), d) en e), van de wet van 15 april 1994 de activiteitssector waartoe de exploitant, het ondernemingshoofd of de externe onderneming behoort overeenkomstig de volgende lijst:
1° kernindustrie;
2° gezondheidszorg;
3° industrie;
4° vervoer;
5° sector waarbij personeel blootgesteld kan worden aan ioniserende stralingen uit natuurlijke stralingsbronnen;
6° hoger onderwijs en onderzoek in andere sectoren dan in de kernindustrie;
7° defensie;
8° interventie in een radiologische noodsituatie;
9° andere.
§ 3. Voor iedere dosis van een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon, bevat het blootstellingsregister:
1° in voorkomend geval, de identificatiegegevens van de werkgever van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
2° de identificatiegegevens van de exploitant of het ondernemingshoofd bij wie de dosis werd opgelopen;
3° de activiteitssector, zoals voorzien in de vorige paragraaf, van de exploitant of het ondernemingshoofd in het kader van dewelke de dosis hoofdzakelijk werd opgelopen, of desgevallend de vermelding of de dosis werd opgelopen tijdens een interventie in een radiologische noodsituatie;
4° de professionele hoofdactiviteit tijdens dewelke de dosis werd opgelopen overeenkomstig de classificatie bepaald door het Agentschap;
5° de dosiswaarde;
6° de monitoringperiode of de evaluatiedatum;
7° het type dosis, met name:
a) officiële dosis;
b) tussentijdse dosis;
c) ongevalsdosis;
d) speciale dosis;
e) dosis in noodsituatie.
Voor de types c), d) en e) worden de omstandigheden vermeld die tot de betrokken dosis hebben geleid.
Voor type c) en e) worden de ondernomen acties vermeld en voor type d) wordt de justificatie van de blootstelling vermeld;
8° het dosissubtype, overeenkomstig de mogelijkheden bepaald door het Agentschap;
9° ingeval een dosis werd gecorrigeerd:
a) de gebruiker die de correctie heeft doorgevoerd;
b) de datum van de correctie;
c) de reden van de correctie, zijnde:
1° de beschrijving van een tekortkoming tijdens de procedure die hetzij bij de deskundige erkend in de fysische controle, hetzij bij de erkende dosimetrische dienst toegepast wordt om de dosis te bepalen;
of,
2° de conclusie van het onderzoek bedoeld in artikel 23.1.5, b), 15, of in artikel 23.2.6, b), 11, van het algemeen reglement waaruit blijkt dat de dosis weliswaar correct gemeten werd, maar de werkelijke blootstelling van door de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon niet weerspiegelt.
1° de identificatiegegevens van zijn/haar werkgever;
2° de vermelding of de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon een werknemer, student, stagiair of leerling, of zelfstandige is;
3° indien van toepassing, de historiek van de verschillende door de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon gepresteerde arbeidsstelsels in het kader van een arbeidsovereenkomst met een bepaalde werkgever, met voor elk arbeidsstelsel de vermelding:
a) of het gaat om een deeltijds of voltijds arbeidsstelsel;
b) de periode van het arbeidsstelsel, aangegeven door de begindatum en indien van toepassing, de einddatum ervan.
§ 2. Voor elke exploitant, ondernemingshoofd en externe onderneming, bevat het blootstellingsregister naast de gegevens bedoeld in artikel 25/6, 1° en 2°, a), c), d) en e), van de wet van 15 april 1994 de activiteitssector waartoe de exploitant, het ondernemingshoofd of de externe onderneming behoort overeenkomstig de volgende lijst:
1° kernindustrie;
2° gezondheidszorg;
3° industrie;
4° vervoer;
5° sector waarbij personeel blootgesteld kan worden aan ioniserende stralingen uit natuurlijke stralingsbronnen;
6° hoger onderwijs en onderzoek in andere sectoren dan in de kernindustrie;
7° defensie;
8° interventie in een radiologische noodsituatie;
9° andere.
§ 3. Voor iedere dosis van een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon, bevat het blootstellingsregister:
1° in voorkomend geval, de identificatiegegevens van de werkgever van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
2° de identificatiegegevens van de exploitant of het ondernemingshoofd bij wie de dosis werd opgelopen;
3° de activiteitssector, zoals voorzien in de vorige paragraaf, van de exploitant of het ondernemingshoofd in het kader van dewelke de dosis hoofdzakelijk werd opgelopen, of desgevallend de vermelding of de dosis werd opgelopen tijdens een interventie in een radiologische noodsituatie;
4° de professionele hoofdactiviteit tijdens dewelke de dosis werd opgelopen overeenkomstig de classificatie bepaald door het Agentschap;
5° de dosiswaarde;
6° de monitoringperiode of de evaluatiedatum;
7° het type dosis, met name:
a) officiële dosis;
b) tussentijdse dosis;
c) ongevalsdosis;
d) speciale dosis;
e) dosis in noodsituatie.
Voor de types c), d) en e) worden de omstandigheden vermeld die tot de betrokken dosis hebben geleid.
Voor type c) en e) worden de ondernomen acties vermeld en voor type d) wordt de justificatie van de blootstelling vermeld;
8° het dosissubtype, overeenkomstig de mogelijkheden bepaald door het Agentschap;
9° ingeval een dosis werd gecorrigeerd:
a) de gebruiker die de correctie heeft doorgevoerd;
b) de datum van de correctie;
c) de reden van de correctie, zijnde:
1° de beschrijving van een tekortkoming tijdens de procedure die hetzij bij de deskundige erkend in de fysische controle, hetzij bij de erkende dosimetrische dienst toegepast wordt om de dosis te bepalen;
of,
2° de conclusie van het onderzoek bedoeld in artikel 23.1.5, b), 15, of in artikel 23.2.6, b), 11, van het algemeen reglement waaruit blijkt dat de dosis weliswaar correct gemeten werd, maar de werkelijke blootstelling van door de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon niet weerspiegelt.
Art. 5. § 1. Pour chaque personne soumise à la surveillance dosimétrique, le registre d'exposition contient, outre les données visées à l'article 25/6, 1°, de la loi du 15 avril 1994, les données suivantes :
1° les données d'identification de son employeur ;
2° la mention si la personne soumise à la surveillance dosimétrique est un employé, un étudiant, un stagiaire ou apprenti ou un indépendant ;
3° si d'application, l'historique des divers régimes de travail prestés par la personne soumise à la surveillance dosimétrique dans le cadre d'un contrat de travail avec un employeur donné précisant pour chaque régime de travail :
a) s'il s'agit d'un régime de travail à temps plein ou à temps partiel ;
b) la période du régime de travail, indiquée par la date de début et, le cas échéant, la date de fin de ce régime.
§ 2. Pour chaque exploitant, chef d'entreprise et entreprise extérieure, le registre d'exposition contient, outre les données visées à l'article 25/6, 1° et 2°, a), c), d) et e), de la loi du 15 avril 1994, le secteur d'activités auquel appartient l'exploitant, le chef d'entreprise ou l'entreprise extérieure conformément à la liste suivante :
1° industrie nucléaire ;
2° soins de santé ;
3° industrie ;
4° transport ;
5° secteur où le personnel est susceptible d'être exposé aux rayonnements ionisants d'origine naturelle ;
6° enseignement supérieur et recherche dans des secteurs autres que l'industrie nucléaire ;
7° défense ;
8° intervention en situation d'urgence radiologique ;
9° autres.
§ 3. Pour chaque dose d'une personne soumise à la surveillance dosimétrique, le registre d'exposition contient :
1° le cas échéant, les données d'identification de l'employeur de la personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° les données d'identification de l'exploitant ou le chef d'entreprise chez lequel la dose a été reçue ;
3° le secteur d'activités, visé au paragraphe précédent, de l'exploitant ou du chef d'entreprise dans le cadre duquel la dose a principalement été reçue ou, le cas échéant, la mention si la dose a été reçue lors d'une intervention en situation d'urgence radiologique ;
4° l'activité professionnelle principale dans le cadre de laquelle la dose a été reçue, selon la classification établie par l'Agence ;
5° la valeur de la dose ;
6° la période de monitoring ou la date d'évaluation ;
7° le type de dose, soit :
a) dose officielle ;
b) dose intermédiaire ;
c) dose accidentelle ;
d) dose spéciale ;
e) dose d'urgence.
Pour les types c), d) et e), les circonstances à l'origine de la dose en question sont précisées.
Pour les types c) et e), les actions entreprises sont précisées et pour le type d), la justification de l'exposition est précisée ;
8° le sous-type de dose selon les possibilités définies par l'Agence ;
9° dans le cas d'une correction de dose:
a) l'utilisateur qui a apporté la correction ;
b) la date de la correction ;
c) le motif de la correction, à savoir :
1° la description de l'anomalie lors de la procédure appliquée par l'expert agréé en contrôle physique ou par le service de dosimétrie agréé pour déterminer la dose ;
ou,
2° la conclusion de l'examen visé à l'article 23.1.5, b), 15, ou à l'article 23.2.6, b), 11, du règlement général selon laquelle la dose a été correctement mesurée mais ne reflète pas l'exposition réelle de la personne soumise à la surveillance dosimétrique.
1° les données d'identification de son employeur ;
2° la mention si la personne soumise à la surveillance dosimétrique est un employé, un étudiant, un stagiaire ou apprenti ou un indépendant ;
3° si d'application, l'historique des divers régimes de travail prestés par la personne soumise à la surveillance dosimétrique dans le cadre d'un contrat de travail avec un employeur donné précisant pour chaque régime de travail :
a) s'il s'agit d'un régime de travail à temps plein ou à temps partiel ;
b) la période du régime de travail, indiquée par la date de début et, le cas échéant, la date de fin de ce régime.
§ 2. Pour chaque exploitant, chef d'entreprise et entreprise extérieure, le registre d'exposition contient, outre les données visées à l'article 25/6, 1° et 2°, a), c), d) et e), de la loi du 15 avril 1994, le secteur d'activités auquel appartient l'exploitant, le chef d'entreprise ou l'entreprise extérieure conformément à la liste suivante :
1° industrie nucléaire ;
2° soins de santé ;
3° industrie ;
4° transport ;
5° secteur où le personnel est susceptible d'être exposé aux rayonnements ionisants d'origine naturelle ;
6° enseignement supérieur et recherche dans des secteurs autres que l'industrie nucléaire ;
7° défense ;
8° intervention en situation d'urgence radiologique ;
9° autres.
§ 3. Pour chaque dose d'une personne soumise à la surveillance dosimétrique, le registre d'exposition contient :
1° le cas échéant, les données d'identification de l'employeur de la personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° les données d'identification de l'exploitant ou le chef d'entreprise chez lequel la dose a été reçue ;
3° le secteur d'activités, visé au paragraphe précédent, de l'exploitant ou du chef d'entreprise dans le cadre duquel la dose a principalement été reçue ou, le cas échéant, la mention si la dose a été reçue lors d'une intervention en situation d'urgence radiologique ;
4° l'activité professionnelle principale dans le cadre de laquelle la dose a été reçue, selon la classification établie par l'Agence ;
5° la valeur de la dose ;
6° la période de monitoring ou la date d'évaluation ;
7° le type de dose, soit :
a) dose officielle ;
b) dose intermédiaire ;
c) dose accidentelle ;
d) dose spéciale ;
e) dose d'urgence.
Pour les types c), d) et e), les circonstances à l'origine de la dose en question sont précisées.
Pour les types c) et e), les actions entreprises sont précisées et pour le type d), la justification de l'exposition est précisée ;
8° le sous-type de dose selon les possibilités définies par l'Agence ;
9° dans le cas d'une correction de dose:
a) l'utilisateur qui a apporté la correction ;
b) la date de la correction ;
c) le motif de la correction, à savoir :
1° la description de l'anomalie lors de la procédure appliquée par l'expert agréé en contrôle physique ou par le service de dosimétrie agréé pour déterminer la dose ;
ou,
2° la conclusion de l'examen visé à l'article 23.1.5, b), 15, ou à l'article 23.2.6, b), 11, du règlement général selon laquelle la dose a été correctement mesurée mais ne reflète pas l'exposition réelle de la personne soumise à la surveillance dosimétrique.
Afdeling 3. - Gebruiksmodaliteiten van het blootstellingsregister
Section 3. - Modalités d'usage du registre d'exposition
Art. 6. § 1. Het Agentschap bepaalt de modaliteiten voor de toegang en voor opzoekingen in het blootstellingsregister.
§ 2. De gegevens van het blootstellingsregister mogen niet worden medegedeeld aan derden die geen overheden, instellingen of personen zijn die bevoegd zijn deze gegevens te raadplegen.
Deze paragraaf doet geen afbreuk aan andere deontologische, reglementaire of wettelijke verplichtingen, waaronder de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
§ 2. De gegevens van het blootstellingsregister mogen niet worden medegedeeld aan derden die geen overheden, instellingen of personen zijn die bevoegd zijn deze gegevens te raadplegen.
Deze paragraaf doet geen afbreuk aan andere deontologische, reglementaire of wettelijke verplichtingen, waaronder de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
Art. 6. § 1. L'Agence établit les modalités de l'accès au et des recherches dans le registre d'exposition.
§ 2. Les données du registre d'exposition ne peuvent pas être communiquées à des tiers autres que des autorités, instances ou personnes habilitées à consulter ces données.
Le présent paragraphe ne porte pas préjudice aux autres obligations déontologiques, réglementaires ou légales, dont la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
§ 2. Les données du registre d'exposition ne peuvent pas être communiquées à des tiers autres que des autorités, instances ou personnes habilitées à consulter ces données.
Le présent paragraphe ne porte pas préjudice aux autres obligations déontologiques, réglementaires ou légales, dont la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
Afdeling 4. - Rechten van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon
Section 4. - Droits de la personne soumise à la surveillance dosimétrique
Art. 7. § 1. De aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon heeft het recht:
1° te weten welke categorieën van persoonsgegevens over hem kunnen verwerkt worden in het blootstellingsregister;
2° te vernemen bij wie de persoonsgegevens worden ingezameld indien ze niet bij hem zelf werden bekomen;
3° om uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens;
4° te vernemen wat de verwerkingsdoeleinden zijn;
5° een kopie te krijgen van zijn gegevens die het voorwerp van de verwerking uitmaken;
6° te vernemen wie de ontvangers of categorieën van ontvangers zijn aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt;
7° te vernemen welke passende waarborgen worden genomen bij het doorgeven van de gegevens aan overheden, instellingen en personen die bevoegd zijn om zijn gegevens te raadplegen;
8° te weten door welke overheden, instellingen en personen, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens werden geraadpleegd of bijgewerkt.
§ 2. Wanneer de aan het dosimetrisch toezicht onderworpen persoon de in paragraaf 1 vermelde informatie wenst te bekomen, dient hij daartoe een verzoek in bij het Agentschap volgens de modaliteiten die het Agentschap daaromtrent heeft bepaald.
Het Agentschap verstrekt de verzoeker deze informatie zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het verzoek tot informatie.
Als het Agentschap oordeelt dat ze de gevraagde informatie moeilijk tijdig kan verschaffen, kan ze de termijn tot 45 kalenderdagen verlengen. In geval van verlenging van de termijn stelt het Agentschap de verzoeker uiterlijk de 20e kalenderdag te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het verzoek in kennis van de verlenging van de termijn en de motieven voor de verlenging.
Wanneer de betrokkene zijn verzoek in elektronische vorm indient, wordt de informatie, waar mogelijk, via beschermde elektronische weg verstrekt, tenzij de betrokkene anders verzoekt.
Indien het Agentschap het verzoek om informatie niet kan inwilligen, stelt het de verzoeker zo spoedig mogelijk en uiterlijk op de 20e kalenderdag te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het verzoek in kennis van deze beslissing en van de motieven voor de weigering van het verzoek.
1° te weten welke categorieën van persoonsgegevens over hem kunnen verwerkt worden in het blootstellingsregister;
2° te vernemen bij wie de persoonsgegevens worden ingezameld indien ze niet bij hem zelf werden bekomen;
3° om uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens;
4° te vernemen wat de verwerkingsdoeleinden zijn;
5° een kopie te krijgen van zijn gegevens die het voorwerp van de verwerking uitmaken;
6° te vernemen wie de ontvangers of categorieën van ontvangers zijn aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt;
7° te vernemen welke passende waarborgen worden genomen bij het doorgeven van de gegevens aan overheden, instellingen en personen die bevoegd zijn om zijn gegevens te raadplegen;
8° te weten door welke overheden, instellingen en personen, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens werden geraadpleegd of bijgewerkt.
§ 2. Wanneer de aan het dosimetrisch toezicht onderworpen persoon de in paragraaf 1 vermelde informatie wenst te bekomen, dient hij daartoe een verzoek in bij het Agentschap volgens de modaliteiten die het Agentschap daaromtrent heeft bepaald.
Het Agentschap verstrekt de verzoeker deze informatie zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het verzoek tot informatie.
Als het Agentschap oordeelt dat ze de gevraagde informatie moeilijk tijdig kan verschaffen, kan ze de termijn tot 45 kalenderdagen verlengen. In geval van verlenging van de termijn stelt het Agentschap de verzoeker uiterlijk de 20e kalenderdag te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het verzoek in kennis van de verlenging van de termijn en de motieven voor de verlenging.
Wanneer de betrokkene zijn verzoek in elektronische vorm indient, wordt de informatie, waar mogelijk, via beschermde elektronische weg verstrekt, tenzij de betrokkene anders verzoekt.
Indien het Agentschap het verzoek om informatie niet kan inwilligen, stelt het de verzoeker zo spoedig mogelijk en uiterlijk op de 20e kalenderdag te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het verzoek in kennis van deze beslissing en van de motieven voor de weigering van het verzoek.
Art. 7. § 1. La personne soumise à la surveillance dosimétrique a le droit :
1° de savoir quelles catégories de données à caractère personnel peuvent être traitées à son sujet dans le registre d'exposition ;
2° de savoir auprès de qui ses données personnelles sont collectées si elles ne l'ont pas été auprès d'elle-même ;
3° d'obtenir des informations sur le traitement éventuel des données à caractère personnel la concernant et, le cas échéant, obtenir l'accès à ces données ;
4° de connaître les objectifs du traitement ;
5° d'obtenir une copie de ses données qui font l'objet du traitement ;
6° de savoir qui sont les destinataires ou les catégories de destinataires auxquels ses données personnelles ont été ou seront fournies ;
7° de savoir quelles garanties appropriées sont prises lors de la transmission des données à des autorités, instances ou personnes habilitées à consulter ses données ;
8° de savoir par quelles autorités, instances et personnes, ses données ont été consultées ou traitées au cours des six derniers mois.
§ 2. Si la personne soumise à la surveillance dosimétrique souhaite obtenir les informations visées au paragraphe 1er, elle doit adresser une demande à l'Agence selon les modalités que l'Agence a déterminées à cet effet.
L'Agence communique ces informations au demandeur dans les meilleurs délais et au plus tard dans un délai de trente jours calendrier à compter de la date de réception de la demande de renseignements.
Si l'Agence estime qu'il est difficile de fournir les informations demandées à temps, elle peut étendre la période à 45 jours calendrier. En cas de prolongation du délai, l'Agence informe le demandeur à propos de la prolongation du délai et des motifs de la prolongation au plus tard le 20ème jour calendrier à compter de la date de réception de la demande.
Lorsque la personne concernée présente sa demande sous une forme électronique, les informations sont fournies par voie électronique protégée lorsque cela est possible, à moins que la personne concernée ne demande qu'il en soit autrement.
Si l'Agence n'est pas en mesure de donner suite à la demande d'informations, elle informe le demandeur de la présente décision et des motifs du refus de la demande dans les meilleurs délais et au plus tard le 20ème jour calendrier à compter de la date de réception de la demande.
1° de savoir quelles catégories de données à caractère personnel peuvent être traitées à son sujet dans le registre d'exposition ;
2° de savoir auprès de qui ses données personnelles sont collectées si elles ne l'ont pas été auprès d'elle-même ;
3° d'obtenir des informations sur le traitement éventuel des données à caractère personnel la concernant et, le cas échéant, obtenir l'accès à ces données ;
4° de connaître les objectifs du traitement ;
5° d'obtenir une copie de ses données qui font l'objet du traitement ;
6° de savoir qui sont les destinataires ou les catégories de destinataires auxquels ses données personnelles ont été ou seront fournies ;
7° de savoir quelles garanties appropriées sont prises lors de la transmission des données à des autorités, instances ou personnes habilitées à consulter ses données ;
8° de savoir par quelles autorités, instances et personnes, ses données ont été consultées ou traitées au cours des six derniers mois.
§ 2. Si la personne soumise à la surveillance dosimétrique souhaite obtenir les informations visées au paragraphe 1er, elle doit adresser une demande à l'Agence selon les modalités que l'Agence a déterminées à cet effet.
L'Agence communique ces informations au demandeur dans les meilleurs délais et au plus tard dans un délai de trente jours calendrier à compter de la date de réception de la demande de renseignements.
Si l'Agence estime qu'il est difficile de fournir les informations demandées à temps, elle peut étendre la période à 45 jours calendrier. En cas de prolongation du délai, l'Agence informe le demandeur à propos de la prolongation du délai et des motifs de la prolongation au plus tard le 20ème jour calendrier à compter de la date de réception de la demande.
Lorsque la personne concernée présente sa demande sous une forme électronique, les informations sont fournies par voie électronique protégée lorsque cela est possible, à moins que la personne concernée ne demande qu'il en soit autrement.
Si l'Agence n'est pas en mesure de donner suite à la demande d'informations, elle informe le demandeur de la présente décision et des motifs du refus de la demande dans les meilleurs délais et au plus tard le 20ème jour calendrier à compter de la date de réception de la demande.
Art. 8. Foutieve persoonsgegevens worden door het Agentschap op schriftelijke verzoek van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon op wie ze betrekking hebben verbeterd of gewist binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de ontvangst van het schriftelijke verzoek.
Het Agentschap stelt de betrokken aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon evenals de entiteit die de onjuiste identificatiegegevens heeft verzonden in kennis van de correctie of het gewist zijn binnen de tien kalenderdagen.
De aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon mag zich verzetten tegen de verwerking van gegevens die op hem betrekking hebben die geen dosimetrische gegevens zijn.
Het Agentschap stelt de betrokken aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon evenals de entiteit die de onjuiste identificatiegegevens heeft verzonden in kennis van de correctie of het gewist zijn binnen de tien kalenderdagen.
De aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon mag zich verzetten tegen de verwerking van gegevens die op hem betrekking hebben die geen dosimetrische gegevens zijn.
Art. 8. Des données personnelles incorrectes sont corrigées ou supprimées par l'Agence à la demande écrite de la personne soumise à la surveillance dosimétrique à laquelle elles se rapportent dans un délai de trente jours calendrier à compter de la réception de la demande écrite.
L'Agence informe la personne soumise à la surveillance dosimétrique ainsi que l'entité qui a envoyé les données d'identification incorrectes de la correction ou de l'effacement dans un délai de dix jours calendrier.
La personne soumise à la surveillance dosimétrique a le droit de s'opposer au traitement des données la concernant qui ne sont pas des données dosimétriques.
L'Agence informe la personne soumise à la surveillance dosimétrique ainsi que l'entité qui a envoyé les données d'identification incorrectes de la correction ou de l'effacement dans un délai de dix jours calendrier.
La personne soumise à la surveillance dosimétrique a le droit de s'opposer au traitement des données la concernant qui ne sont pas des données dosimétriques.
Art. 9. De aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon heeft het recht een klacht in te dienen bij de gegevensbeschermingsautoriteit, opgericht bij wet van 3 december 2017.
Art. 9. La personne soumise à la surveillance dosimétrique a le droit de déposer une plainte auprès de l'autorité de protection des données, créée par la loi du 3 décembre 2017.
Afdeling 5. - Maatregelen ter beveiliging van het blootstellingsregister en ter bescherming van de daarin opgenomen gegevens
Section 5. - Mesures visant à sécuriser le registre d'exposition et à protéger les données qu'il contient
Art. 10. § 1. Het Agentschap duidt onder zijn personeelsleden een functionaris voor gegevensbescherming aan.
§ 2. De functionaris voor gegevensbescherming vervult de taken die opgesomd worden in artikel 39 van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG .
§ 3. De functionaris voor gegevensbescherming ziet er samen met de verantwoordelijke voor de informaticadienst van het Agentschap op toe dat veiligheidsmaatregelen worden ontwikkeld en toegepast die garanderen dat de gegevens opgenomen in het blootstellingsregister op een veilige wijze worden bewaard.
§ 4. De in paragraaf 3 bedoelde taken beperken zich tot het adviseren, stimuleren en documenteren van het Agentschap inzake de uitwerking van een veiligheidsbeleid in het kader van dit besluit en mogen niet louter bestaan uit de supervisie in het raam van de opmaak van een veiligheidsbeleid.
De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid en de verantwoordelijkheid betreffende de implementatie van het veiligheidsbeleid berusten bij het Agentschap.
§ 2. De functionaris voor gegevensbescherming vervult de taken die opgesomd worden in artikel 39 van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG .
§ 3. De functionaris voor gegevensbescherming ziet er samen met de verantwoordelijke voor de informaticadienst van het Agentschap op toe dat veiligheidsmaatregelen worden ontwikkeld en toegepast die garanderen dat de gegevens opgenomen in het blootstellingsregister op een veilige wijze worden bewaard.
§ 4. De in paragraaf 3 bedoelde taken beperken zich tot het adviseren, stimuleren en documenteren van het Agentschap inzake de uitwerking van een veiligheidsbeleid in het kader van dit besluit en mogen niet louter bestaan uit de supervisie in het raam van de opmaak van een veiligheidsbeleid.
De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid en de verantwoordelijkheid betreffende de implementatie van het veiligheidsbeleid berusten bij het Agentschap.
Art. 10. § 1. L'Agence désigne parmi son personnel un délégué à la protection des données.
§ 2. Le délégué à la protection des données exerce les missions visées à l'article 39 du règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation des données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
§ 3. Le délégué à la protection des données s'assure avec le responsable du service informatique de l'Agence que des mesures de sécurité sont développées et appliquées garantissant que les données reprises dans le registre d'exposition sont conservées en toute sécurité.
§ 4. Les tâches visées au paragraphe 3 se limitent à conseiller, stimuler et documenter l'Agence dans le cadre de l'élaboration d'une politique de sécurité visée dans le présent arrêté et ne peuvent pas uniquement consister à superviser l'élaboration d'une politique de sécurité.
En ce qui concerne l'implémentation de la politique de sécurité, le pouvoir de décision et la responsabilité finale incombent à l'Agence.
§ 2. Le délégué à la protection des données exerce les missions visées à l'article 39 du règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation des données, et abrogeant la directive 95/46/CE.
§ 3. Le délégué à la protection des données s'assure avec le responsable du service informatique de l'Agence que des mesures de sécurité sont développées et appliquées garantissant que les données reprises dans le registre d'exposition sont conservées en toute sécurité.
§ 4. Les tâches visées au paragraphe 3 se limitent à conseiller, stimuler et documenter l'Agence dans le cadre de l'élaboration d'une politique de sécurité visée dans le présent arrêté et ne peuvent pas uniquement consister à superviser l'élaboration d'une politique de sécurité.
En ce qui concerne l'implémentation de la politique de sécurité, le pouvoir de décision et la responsabilité finale incombent à l'Agence.
Art. 11. § 1. Hij die uit hoofde van zijn functie kennis neemt van de gegevens in het blootstellingsregister of betrokken is bij de inzameling, de verwerking of mededeling ervan, is ertoe gehouden het vertrouwelijk karakter ervan te eerbiedigen.
§ 2. Het bepaalde in paragraaf 1 doet geen afbreuk aan andere deontologische, reglementaire of wettelijke verplichtingen, waaronder de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
§ 2. Het bepaalde in paragraaf 1 doet geen afbreuk aan andere deontologische, reglementaire of wettelijke verplichtingen, waaronder de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
Art. 11. § 1. Celui qui, en raison de sa fonction, a connaissance de données du registre d'exposition ou qui participe à la collecte, au traitement ou à la communication de telles données est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
§ 2. La disposition du paragraphe 1er ne porte pas préjudice aux autres obligations déontologiques, réglementaires ou légales, dont la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
§ 2. La disposition du paragraphe 1er ne porte pas préjudice aux autres obligations déontologiques, réglementaires ou légales, dont la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
Afdeling 6. - Gegevensbewaring
Section 6. - Conservation des données
Art. 12. Na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 25/5, eerste lid, van de wet van 15 april 1994, verwijdert het Agentschap de in het blootstellingsregister opgenomen identificatiegegevens die op de betrokkene betrekking hebben.
De dosimetrische gegevens worden dan verder bewaard onder de vorm van anonieme gegevens, met het oog op een latere verwerking ervan zoals bedoeld in de uitvoeringsmaatregelen genomen met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en met het oog op statistisch en/ of beleidsonderzoek inzake beroepsziekten.
De verwijdering van de identificatiegegevens gebeurt op zodanige wijze dat elke verwerking van deze gegevens, met inbegrip van de opslag in de databanken, na het verstrijken van de in artikel 25/5, eerste lid, van de wet van 15 april 1994 bedoelde termijn stopt.
De dosimetrische gegevens worden dan verder bewaard onder de vorm van anonieme gegevens, met het oog op een latere verwerking ervan zoals bedoeld in de uitvoeringsmaatregelen genomen met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en met het oog op statistisch en/ of beleidsonderzoek inzake beroepsziekten.
De verwijdering van de identificatiegegevens gebeurt op zodanige wijze dat elke verwerking van deze gegevens, met inbegrip van de opslag in de databanken, na het verstrijken van de in artikel 25/5, eerste lid, van de wet van 15 april 1994 bedoelde termijn stopt.
Art. 12. Après l'expiration des délais visés à l'article 25/5, alinéa 1er, de la loi du 15 avril 1994, l'Agence supprime du registre d'exposition les données d'identification qui se rapportent à l'intéressé.
Les données dosimétriques sont ensuite stockées sous la forme de données anonymes en vue d'un traitement ultérieur tel que prévu dans les mesures d'exécution prises en application de la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel et en vue de recherches statistiques et/ou stratégiques sur les maladies professionnelles.
Les données d'identification sont supprimées de telle sorte que tout traitement de ces données, y compris leur stockage dans les bases de données cesse après l'expiration du délai visé à l'article 25/5, alinéa 1er, de la loi du 15 avril 1994.
Les données dosimétriques sont ensuite stockées sous la forme de données anonymes en vue d'un traitement ultérieur tel que prévu dans les mesures d'exécution prises en application de la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel et en vue de recherches statistiques et/ou stratégiques sur les maladies professionnelles.
Les données d'identification sont supprimées de telle sorte que tout traitement de ces données, y compris leur stockage dans les bases de données cesse après l'expiration du délai visé à l'article 25/5, alinéa 1er, de la loi du 15 avril 1994.
Afdeling 7. - Link met de authentieke bronnen
Section 7. - Lien avec les sources authentiques
Art. 13. Het Agentschap sluit een samenwerkingsprotocol met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voor de raadpleging van de gegevens uit het repertorium van de multifunctionele aangifte, van de onmiddellijke aangifte en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen die nodig zijn voor de consolidatie van de in artikel 5, § 1, 1° en 2°, vermelde gegevens die door de exploitanten, de ondernemingshoofden en de externe ondernemingen worden verstrekt.
Art. 13. L'Agence conclut un protocole d'accord avec la Banque Carrefour de Sécurité Sociale pour la consultation des données contenues dans les répertoires de la déclaration multifonctionnelle, de la déclaration immédiate et de l`Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants nécessaires à la consolidation des données visées à l'article 5, § 1er, 1° et 2°, fournies par les exploitants, les chefs d'entreprise et les entreprises extérieures.
Art. 14. Het Agentschap sluit een samenwerkingsprotocol met de sectororganisatie van de Belgische Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk voor de raadpleging van de gegevens die nodig zijn voor de consolidatie van de in artikel 25/6, 2°, d), van de wet van 15 april 1994 vermelde gegevens die door de exploitanten, de ondernemingshoofden en de externe ondernemingen worden verstrekt.
Art. 14. L'Agence conclut un protocole d'accord avec l'association sectorielle des Services externes de Prévention et Protection au Travail en Belgique pour la consultation des données nécessaires à la consolidation des données visées à l'article 25/6, 2°, d), de la loi du 15 avril 1994 fournies par les exploitants, les chefs d'entreprise et les entreprises extérieures.
HOOFDSTUK III. - Stralingspaspoort
CHAPITRE III. - Passeport radiologique
Afdeling 1. - Vorm en inhoud van het stralingspaspoort
Section 1re. - Forme et contenu du passeport radiologique
Art. 15. Het stralingspaspoort is een individueel document dat door het Agentschap wordt opgesteld en afgeleverd onder de vorm van een afdrukbaar elektronisch document.
Art. 15. Le passeport radiologique est un document individuel établi par l'Agence et délivré sous forme d'un document électronique imprimable.
Art. 16. § 1. Voordat een opdracht met blootstellingsrisico in het buitenland wordt gestart, bevat het stralingspaspoort de volgende gegevens:
1° de gegevens over de externe onderneming zoals bedoeld in artikel 37quater, 3°, a), van het algemeen reglement;
2° de gegevens van de externe werker zoals bedoeld in artikel 37quater, 3°, b), van het algemeen reglement;
3° de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker, zoals vermeld in artikel 37quater, 3°, c), van het algemeen reglement;
4° de dosislimieten voor personen die tijdens beroepsactiviteiten zijn blootgesteld, opgenomen in artikel 20.1.3 van het algemeen reglement;
5° de geldigheidsperiode van het stralingspaspoort, beginnend met de uitgifte van het stralingspaspoort en eindigend uiterlijk een jaar na deze uitgifte. De geldigheidsduur mag langer dan een jaar zijn mits door het Agentschap toegestane afwijking.
§ 2. Na elke opdracht met blootstellingsrisico in het buitenland bevat het stralingspaspoort de volgende gegevens:
1° de naam, het adres en indien beschikbaar, het identificatienummer dat specifiek is voor het land van de buitenlandse onderneming waarbij de externe werker een opdracht uitvoert en de desbetreffende periode van die opdracht;
2° een schatting van de door de externe werker opgelopen effectieve dosis voor de periode waarop de opdracht betrekking heeft;
3° in geval van een niet-uniforme blootstelling, schatting van de equivalente doses voor de verschillende lichaamsdelen;
4° in het geval van een opname van een radionuclide, schatting van de effectieve en equivalente volgdosissen.
De gegevens bedoeld in het eerste lid gerelateerd aan opdrachten waarvoor de externe onderneming volledig zorgt voor het individuele dosimetrisch toezicht van zijn werkers, worden niet opgenomen in het stralingspaspoort.
1° de gegevens over de externe onderneming zoals bedoeld in artikel 37quater, 3°, a), van het algemeen reglement;
2° de gegevens van de externe werker zoals bedoeld in artikel 37quater, 3°, b), van het algemeen reglement;
3° de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker, zoals vermeld in artikel 37quater, 3°, c), van het algemeen reglement;
4° de dosislimieten voor personen die tijdens beroepsactiviteiten zijn blootgesteld, opgenomen in artikel 20.1.3 van het algemeen reglement;
5° de geldigheidsperiode van het stralingspaspoort, beginnend met de uitgifte van het stralingspaspoort en eindigend uiterlijk een jaar na deze uitgifte. De geldigheidsduur mag langer dan een jaar zijn mits door het Agentschap toegestane afwijking.
§ 2. Na elke opdracht met blootstellingsrisico in het buitenland bevat het stralingspaspoort de volgende gegevens:
1° de naam, het adres en indien beschikbaar, het identificatienummer dat specifiek is voor het land van de buitenlandse onderneming waarbij de externe werker een opdracht uitvoert en de desbetreffende periode van die opdracht;
2° een schatting van de door de externe werker opgelopen effectieve dosis voor de periode waarop de opdracht betrekking heeft;
3° in geval van een niet-uniforme blootstelling, schatting van de equivalente doses voor de verschillende lichaamsdelen;
4° in het geval van een opname van een radionuclide, schatting van de effectieve en equivalente volgdosissen.
De gegevens bedoeld in het eerste lid gerelateerd aan opdrachten waarvoor de externe onderneming volledig zorgt voor het individuele dosimetrisch toezicht van zijn werkers, worden niet opgenomen in het stralingspaspoort.
Art. 16. § 1. Avant qu'une mission comportant un risque d'exposition à l'étranger ne soit entamée, le passeport radiologique contient:
1° les données de l'entreprise extérieure visées à l'article 37quater, 3°, a), du règlement général ;
2° les données du travailleur extérieur visées à l'article 37quater, 3°, b), du règlement général ;
3° les résultats de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur visés à l'article 37quater, 3°, c), du règlement général ;
4° les limites de dose pour les personnes professionnellement exposées visées à l'article 20.1.3 du règlement général ;
5° la période de validité du passeport radiologique, débutant lors de l'émission du passeport radiologique et prenant fin au plus tard un an après cette émission. La durée de validité peut être supérieure à un an sur dérogation accordée par l'Agence.
§ 2. Après chaque mission comportant un risque d'exposition à l'étranger, le passeport radiologique contient les données suivantes :
1° le nom, l'adresse et, si disponible, le numéro d'identification propre au pays de l'entreprise étrangère dans laquelle le travailleur extérieur a exécuté une mission, ainsi que la période couverte par cette mission ;
2° une estimation de la dose efficace reçue par le travailleur extérieur pour la période couverte par la mission ;
3° en cas d'exposition non uniforme, une estimation des doses équivalentes dans les différentes parties du corps ;
4° dans le cas d'une incorporation de radionucléides, une estimation de la dose efficace engagée et des doses équivalentes engagées.
Les données visées à l'alinéa 1er en lien avec les missions pour lesquelles l'entreprise extérieure assure complètement la surveillance dosimétrique individuelle de ses travailleurs ne sont pas reprises dans le passeport radiologique.
1° les données de l'entreprise extérieure visées à l'article 37quater, 3°, a), du règlement général ;
2° les données du travailleur extérieur visées à l'article 37quater, 3°, b), du règlement général ;
3° les résultats de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur visés à l'article 37quater, 3°, c), du règlement général ;
4° les limites de dose pour les personnes professionnellement exposées visées à l'article 20.1.3 du règlement général ;
5° la période de validité du passeport radiologique, débutant lors de l'émission du passeport radiologique et prenant fin au plus tard un an après cette émission. La durée de validité peut être supérieure à un an sur dérogation accordée par l'Agence.
§ 2. Après chaque mission comportant un risque d'exposition à l'étranger, le passeport radiologique contient les données suivantes :
1° le nom, l'adresse et, si disponible, le numéro d'identification propre au pays de l'entreprise étrangère dans laquelle le travailleur extérieur a exécuté une mission, ainsi que la période couverte par cette mission ;
2° une estimation de la dose efficace reçue par le travailleur extérieur pour la période couverte par la mission ;
3° en cas d'exposition non uniforme, une estimation des doses équivalentes dans les différentes parties du corps ;
4° dans le cas d'une incorporation de radionucléides, une estimation de la dose efficace engagée et des doses équivalentes engagées.
Les données visées à l'alinéa 1er en lien avec les missions pour lesquelles l'entreprise extérieure assure complètement la surveillance dosimétrique individuelle de ses travailleurs ne sont pas reprises dans le passeport radiologique.
Afdeling 2. - Functionering en gebruik van het stralingspaspoort
Section 2. - Fonctionnement et usage du passeport radiologique
Art. 17. § 1. Voor een externe werker die een of meerdere opdrachten met blootstellingsrisico zal uitvoeren in het buitenland dient de externe onderneming voorafgaandelijk aan deze opdracht(en) een aanvraag voor het bekomen van een stralingspaspoort in bij het Agentschap en volgens de modaliteiten bepaald door het Agentschap.
In zijn aanvraag, vermeldt de externe onderneming:
1° zijn uniek identificatienummer onder de vorm van zijn identificatienummer in de Kruispuntbank der Ondernemingen;
2° het uniek identificatienummer van de werknemer onder de vorm van het Rijksregisternummer of in voorkomend geval het BIS-registernummer;
Indien de externe werker op het ogenblik van de aanvraag tijdens de in artikel 37quater, 3°, c), van het algemeen reglement bedoelde periodes bij een of meerdere andere werkgevers tewerkgesteld is, of was, voegt de externe onderneming bij de aanvraag een document toe waaruit blijkt dat de werker akkoord gaat met het feit dat de eventuele resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht in het kader van andere arbeidsovereenkomsten in het stralingspaspoort worden opgenomen.
Als de externe onderneming en/of de externe werker nog niet bekend is/zijn in het blootstellingsregister, vermeldt de externe onderneming aan het Agentschap de gegevens bedoeld in artikel 16, § 1, 1° en/of 2°. Deze gegevens worden dan opgenomen in het stralingspaspoort dat door het Agentschap afgeleverd wordt aan de externe onderneming.
§ 2. Bij het bekomen van het stralingspaspoort vult de externe onderneming het stralingspaspoort aan met de resultaten van het individuele dosimetrisch toezicht van de externe werker waarvan zij op de hoogte is maar die nog niet in het blootstellingsregister werden opgenomen op het moment waarop het stralingspaspoort werd opgesteld door het Agentschap.
Tijdens de geldigheidsperiode van het stralingspaspoort vult de externe onderneming het stralingspaspoort aan met de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker waarvan het op de hoogte wordt gebracht nadat het stralingspaspoort door het Agentschap is opgesteld.
§ 3. De periode van een opdracht met blootstellingsrisico in het buitenland moet volledig worden gedekt door de geldigheidsperiode van een stralingspaspoort.
In zijn aanvraag, vermeldt de externe onderneming:
1° zijn uniek identificatienummer onder de vorm van zijn identificatienummer in de Kruispuntbank der Ondernemingen;
2° het uniek identificatienummer van de werknemer onder de vorm van het Rijksregisternummer of in voorkomend geval het BIS-registernummer;
Indien de externe werker op het ogenblik van de aanvraag tijdens de in artikel 37quater, 3°, c), van het algemeen reglement bedoelde periodes bij een of meerdere andere werkgevers tewerkgesteld is, of was, voegt de externe onderneming bij de aanvraag een document toe waaruit blijkt dat de werker akkoord gaat met het feit dat de eventuele resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht in het kader van andere arbeidsovereenkomsten in het stralingspaspoort worden opgenomen.
Als de externe onderneming en/of de externe werker nog niet bekend is/zijn in het blootstellingsregister, vermeldt de externe onderneming aan het Agentschap de gegevens bedoeld in artikel 16, § 1, 1° en/of 2°. Deze gegevens worden dan opgenomen in het stralingspaspoort dat door het Agentschap afgeleverd wordt aan de externe onderneming.
§ 2. Bij het bekomen van het stralingspaspoort vult de externe onderneming het stralingspaspoort aan met de resultaten van het individuele dosimetrisch toezicht van de externe werker waarvan zij op de hoogte is maar die nog niet in het blootstellingsregister werden opgenomen op het moment waarop het stralingspaspoort werd opgesteld door het Agentschap.
Tijdens de geldigheidsperiode van het stralingspaspoort vult de externe onderneming het stralingspaspoort aan met de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker waarvan het op de hoogte wordt gebracht nadat het stralingspaspoort door het Agentschap is opgesteld.
§ 3. De periode van een opdracht met blootstellingsrisico in het buitenland moet volledig worden gedekt door de geldigheidsperiode van een stralingspaspoort.
Art. 17. § 1. Pour un travailleur extérieur qui exécutera à l'étranger une ou plusieurs missions comportant un risque d'exposition, l'entreprise extérieure introduit préalablement à cette (ces) mission(s) une demande d'obtention d'un passeport radiologique auprès de l'Agence et suivant les modalités établies par l'Agence.
L'entreprise extérieure indique dans sa demande :
1° son numéro d'identification unique sous la forme de son numéro d'identification à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
2° le numéro d'identification unique du travailleur sous la forme de son numéro au Registre national ou, le cas échéant, de son numéro au registre BIS ;
Si le travailleur extérieur est employé par un ou plusieurs autres employeurs au moment de la demande ou l'a été au cours des périodes visées à l'article 37quater, 3°, c), du règlement général, l'entreprise extérieure joint à sa demande un document attestant de l'accord du travailleur sur le fait que les éventuels résultats de surveillance dosimétrique individuelle dans le cadre d'autres contrats d'emploi soient repris dans le passeport radiologique.
Si l'entreprise extérieure et/ou le travailleur extérieur est/sont encore inconnu(s) dans le registre d'exposition, l'entreprise extérieure communique à l'Agence les données visées à l'article 16, § 1er, 1° et/ou 2°. Ces données sont alors reprises dans le passeport radiologique que l'Agence délivre à l'entreprise extérieure.
§ 2. Lors de l'obtention du passeport radiologique, l'entreprise extérieure complète le passeport radiologique par les résultats de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur dont elle a connaissance mais qui ne figuraient pas encore dans le registre d'exposition lorsque le passeport radiologique a été établi par l'Agence.
Au cours de la période de validité du passeport radiologique, l'entreprise extérieure complète le passeport radiologique par les résultats de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur dont elle prend connaissance après que le passeport radiologique a été établi par l'Agence.
§ 3. La période d'une mission comportant un risque d'exposition à l'étranger doit être entièrement couverte par la période de validité d'un passeport radiologique.
L'entreprise extérieure indique dans sa demande :
1° son numéro d'identification unique sous la forme de son numéro d'identification à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
2° le numéro d'identification unique du travailleur sous la forme de son numéro au Registre national ou, le cas échéant, de son numéro au registre BIS ;
Si le travailleur extérieur est employé par un ou plusieurs autres employeurs au moment de la demande ou l'a été au cours des périodes visées à l'article 37quater, 3°, c), du règlement général, l'entreprise extérieure joint à sa demande un document attestant de l'accord du travailleur sur le fait que les éventuels résultats de surveillance dosimétrique individuelle dans le cadre d'autres contrats d'emploi soient repris dans le passeport radiologique.
Si l'entreprise extérieure et/ou le travailleur extérieur est/sont encore inconnu(s) dans le registre d'exposition, l'entreprise extérieure communique à l'Agence les données visées à l'article 16, § 1er, 1° et/ou 2°. Ces données sont alors reprises dans le passeport radiologique que l'Agence délivre à l'entreprise extérieure.
§ 2. Lors de l'obtention du passeport radiologique, l'entreprise extérieure complète le passeport radiologique par les résultats de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur dont elle a connaissance mais qui ne figuraient pas encore dans le registre d'exposition lorsque le passeport radiologique a été établi par l'Agence.
Au cours de la période de validité du passeport radiologique, l'entreprise extérieure complète le passeport radiologique par les résultats de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur dont elle prend connaissance après que le passeport radiologique a été établi par l'Agence.
§ 3. La période d'une mission comportant un risque d'exposition à l'étranger doit être entièrement couverte par la période de validité d'un passeport radiologique.
Art. 18. Voordat de opdracht met blootstellingsrisico van de externe werker bij de buitenlandse onderneming begint, zorgt de externe onderneming ervoor dat het stralingspaspoort van de externe werker aan de buitenlandse onderneming wordt verschaft.
Art. 18. Avant que le travailleur extérieur ne commence la mission comportant un risque d'exposition auprès de l'entreprise étrangère, l'entreprise extérieure veille à ce que le passeport radiologique du travailleur extérieur soit transmis à l'entreprise étrangère.
Art. 19. Indien het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker tijdens zijn opdracht in het buitenland aan de buitenlandse onderneming wordt toevertrouwd, zorgt de externe onderneming ervoor dat de buitenlandse onderneming na afloop van de opdracht de in artikel 16, § 2, bedoelde gegevens in het stralingspaspoort van de externe werker opneemt.
Art. 19. Si la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur durant sa mission à l'étranger est confiée à l'entreprise étrangère, l'entreprise extérieure veille à ce que l'entreprise étrangère inscrive, à l'issue de la mission, les données visées à l'article 16, § 2, dans le passeport radiologique du travailleur extérieur.
Afdeling 3. - Toegangsvoorwaarden tot de gegevens opgenomen in het stralingspaspoort
Section 3. - Conditions d'accès aux données contenues dans le passeport radiologique
Art. 20. De enige entiteiten die toegang hebben tot de inhoud van het stralingspaspoort zijn:
1° de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
2° de werkgever van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
3° de vertegenwoordiger van de buitenlandse onderneming waar de opdracht met blootstellingsrisico wordt uitgevoerd;
4° het Agentschap.
1° de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
2° de werkgever van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon;
3° de vertegenwoordiger van de buitenlandse onderneming waar de opdracht met blootstellingsrisico wordt uitgevoerd;
4° het Agentschap.
Art. 20. Les seules entités ayant accès au contenu du passeport radiologique sont :
1° la personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° l'employeur de la personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
3° le représentant de l'entreprise étrangère où la mission comportant un risque d'exposition est exécutée ;
4° l'Agence.
1° la personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
2° l'employeur de la personne soumise à la surveillance dosimétrique ;
3° le représentant de l'entreprise étrangère où la mission comportant un risque d'exposition est exécutée ;
4° l'Agence.
Afdeling 4. - Maatregelen ter beveiliging van de gegevens opgenomen in het stralingspaspoort
Section 4. - Mesures visant à protéger les données contenues dans le passeport radiologique
Art. 21. § 1. Hij die uit hoofde van zijn functie kennis neemt van de gegevens opgenomen in het stralingspaspoort of betrokken is bij de inzameling, de verwerking of mededeling ervan, is ertoe gehouden het vertrouwelijk karakter ervan te eerbiedigen.
§ 2. De gegevens van het stralingspaspoort mogen niet aan derden worden medegedeeld.
§ 3. Paragrafen 1 en 2 doen geen afbreuk aan andere deontologische, reglementaire of wettelijke verplichtingen, waaronder de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
§ 2. De gegevens van het stralingspaspoort mogen niet aan derden worden medegedeeld.
§ 3. Paragrafen 1 en 2 doen geen afbreuk aan andere deontologische, reglementaire of wettelijke verplichtingen, waaronder de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
Art. 21. § 1. Celui qui, en raison de sa fonction, a connaissance de données contenues dans le passeport radiologique ou qui participe à la collecte, au traitement ou à la communication de telles données est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
§ 2. Les données du passeport radiologique ne peuvent pas être communiquées à des tiers.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 ne portent pas préjudice aux autres obligations déontologiques, réglementaires ou légales, dont la règlementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
§ 2. Les données du passeport radiologique ne peuvent pas être communiquées à des tiers.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 ne portent pas préjudice aux autres obligations déontologiques, réglementaires ou légales, dont la règlementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
Afdeling 5. - Voorwaarden betreffende de overeenkomst tussen de externe onderneming en de buitenlandse onderneming
Section 5. - Conditions relatives à la convention entre l'entreprise extérieure et l'entreprise étrangère
Art. 22. De overeenkomst tussen de externe onderneming en de buitenlandse onderneming voldoet minstens aan de volgende voorwaarden:
1° ze wordt vóór de opdracht afgesloten;
2° ze beschrijft de verantwoordelijkheden tussen beide partijen op het gebied van stralingsbescherming van de externe werker tijdens zijn opdracht voor de buitenlandse onderneming en specificeert wie verantwoordelijk is voor:
a) de specifieke opleiding zoals bedoeld in artikel 25 van het algemeen reglement en, in voorkomend geval, de wijze waarop deze wordt verdeeld;
b) de terbeschikkingstelling aan de externe werker van alle persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn tijdens de opdracht en, in voorkomend geval, de wijze waarop deze wordt verdeeld;
c) het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker zoals bedoeld in artikel 30.6 van het algemeen reglement tijdens de opdracht en, indien van toepassing, de verdeling ervan;
3° ze specificeert de stralingsbeschermingsmaatregelen die tijdens de opdracht van toepassing zijn, en met name:
a) de meest restrictieve officiële dosislimieten tussen de twee landen;
b) de eventuele tussen beide partijen overeengekomen dosisbeperkingen;
c) de inhoud van de specifieke opleiding die moet worden gegeven met betrekking tot de bijzonderheden van de gecontroleerde zone en de uit te voeren taak;
d) de persoonlijke beschermingsmiddelen die voor de externe werker moeten voorzien worden;
e) het type dosimetrisch toezicht dat de externe werker moet krijgen;
4° ze specificeert de middelen en manieren van communicatie van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht tussen de twee partijen, om te garanderen dat:
a) de buitenlandse onderneming kennis neemt van de gegevens in het stralingspaspoort vóór de opdracht;
b) indien de buitenlandse onderneming verantwoordelijk is voor het dosimetrisch toezicht van de externe werker tijdens de opdracht, de buitenlandse onderneming na afloop van de opdracht, het stralingspaspoort invult met de gegevens vermeld in artikel 16, § 2, en het terugstuurt aan de externe onderneming binnen een overeen te komen termijn, welke niet langer is dan 2 maanden na het einde van de opdracht;
c) hun gebruik voldoet aan de voorschriften betreffende de bescherming van personen tijdens de verwerking van persoonsgegevens.
1° ze wordt vóór de opdracht afgesloten;
2° ze beschrijft de verantwoordelijkheden tussen beide partijen op het gebied van stralingsbescherming van de externe werker tijdens zijn opdracht voor de buitenlandse onderneming en specificeert wie verantwoordelijk is voor:
a) de specifieke opleiding zoals bedoeld in artikel 25 van het algemeen reglement en, in voorkomend geval, de wijze waarop deze wordt verdeeld;
b) de terbeschikkingstelling aan de externe werker van alle persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn tijdens de opdracht en, in voorkomend geval, de wijze waarop deze wordt verdeeld;
c) het individueel dosimetrisch toezicht van de externe werker zoals bedoeld in artikel 30.6 van het algemeen reglement tijdens de opdracht en, indien van toepassing, de verdeling ervan;
3° ze specificeert de stralingsbeschermingsmaatregelen die tijdens de opdracht van toepassing zijn, en met name:
a) de meest restrictieve officiële dosislimieten tussen de twee landen;
b) de eventuele tussen beide partijen overeengekomen dosisbeperkingen;
c) de inhoud van de specifieke opleiding die moet worden gegeven met betrekking tot de bijzonderheden van de gecontroleerde zone en de uit te voeren taak;
d) de persoonlijke beschermingsmiddelen die voor de externe werker moeten voorzien worden;
e) het type dosimetrisch toezicht dat de externe werker moet krijgen;
4° ze specificeert de middelen en manieren van communicatie van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht tussen de twee partijen, om te garanderen dat:
a) de buitenlandse onderneming kennis neemt van de gegevens in het stralingspaspoort vóór de opdracht;
b) indien de buitenlandse onderneming verantwoordelijk is voor het dosimetrisch toezicht van de externe werker tijdens de opdracht, de buitenlandse onderneming na afloop van de opdracht, het stralingspaspoort invult met de gegevens vermeld in artikel 16, § 2, en het terugstuurt aan de externe onderneming binnen een overeen te komen termijn, welke niet langer is dan 2 maanden na het einde van de opdracht;
c) hun gebruik voldoet aan de voorschriften betreffende de bescherming van personen tijdens de verwerking van persoonsgegevens.
Art. 22. La convention entre l'entreprise extérieure et l'entreprise étrangère satisfait au moins aux conditions suivantes :
1° elle est conclue préalablement à la mission ;
2° elle établit les responsabilités entre les deux parties en matière de protection radiologique du travailleur extérieur lors de sa mission pour l'entreprise étrangère, et spécifie qui prend en charge :
a) la formation spécifique telle que visée à l'article 25 du règlement général et le cas échéant, selon quelle répartition ;
b) la mise à disposition du travailleur extérieur des équipements de protection individuelle éventuellement nécessaires lors de la mission et le cas échéant, selon quelle répartition ;
c) la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur telle que prévue à l'article 30.6 du règlement général lors de la mission et le cas échéant, selon quelle répartition ;
3° elle précise les mesures de radioprotection mises en place pendant la mission et notamment :
a) les limites de dose officielles les plus contraignantes entre les deux pays ;
b) les contraintes de doses éventuellement convenues entre les deux parties ;
c) le contenu de la formation spécifique à prévoir en rapport avec les particularités de la zone contrôlée et de la tâche à exécuter ;
d) les équipements de protection individuelle à prévoir pour le travailleur extérieur ;
e) le type de suivi dosimétrique à prévoir pour le travailleur extérieur ;
4° elle précise les moyens et les modes de communication des résultats de surveillance dosimétrique individuelle entre les deux parties, garantissant que :
a) l'entreprise étrangère prenne connaissance des données contenues dans le passeport radiologique avant la mission ;
b) si l'entreprise étrangère est chargée de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur lors de la mission, l'entreprise étrangère remplisse, à l'issue de la mission, le passeport radiologique avec les données mentionnées à l'article 16, § 2, et le retourne à l'entreprise extérieure endéans un délai à convenir, ce délai ne pouvant être supérieur à 2 mois après la fin de la mission ;
c) leur utilisation respecte la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
1° elle est conclue préalablement à la mission ;
2° elle établit les responsabilités entre les deux parties en matière de protection radiologique du travailleur extérieur lors de sa mission pour l'entreprise étrangère, et spécifie qui prend en charge :
a) la formation spécifique telle que visée à l'article 25 du règlement général et le cas échéant, selon quelle répartition ;
b) la mise à disposition du travailleur extérieur des équipements de protection individuelle éventuellement nécessaires lors de la mission et le cas échéant, selon quelle répartition ;
c) la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur telle que prévue à l'article 30.6 du règlement général lors de la mission et le cas échéant, selon quelle répartition ;
3° elle précise les mesures de radioprotection mises en place pendant la mission et notamment :
a) les limites de dose officielles les plus contraignantes entre les deux pays ;
b) les contraintes de doses éventuellement convenues entre les deux parties ;
c) le contenu de la formation spécifique à prévoir en rapport avec les particularités de la zone contrôlée et de la tâche à exécuter ;
d) les équipements de protection individuelle à prévoir pour le travailleur extérieur ;
e) le type de suivi dosimétrique à prévoir pour le travailleur extérieur ;
4° elle précise les moyens et les modes de communication des résultats de surveillance dosimétrique individuelle entre les deux parties, garantissant que :
a) l'entreprise étrangère prenne connaissance des données contenues dans le passeport radiologique avant la mission ;
b) si l'entreprise étrangère est chargée de la surveillance dosimétrique individuelle du travailleur extérieur lors de la mission, l'entreprise étrangère remplisse, à l'issue de la mission, le passeport radiologique avec les données mentionnées à l'article 16, § 2, et le retourne à l'entreprise extérieure endéans un délai à convenir, ce délai ne pouvant être supérieur à 2 mois après la fin de la mission ;
c) leur utilisation respecte la réglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de données à caractère personnel.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives
Art. 23. § 1. In artikel 23.1.5, b), van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen worden de volgende wijzigingen aangebracht in:
1° punt 2., b., wordt vervangen als volgt: " b. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van het programma voor het individueel dosimetrisch toezicht en de radiologische controle van de werkplaats; ";
2° punt 2., e., wordt vervangen als volgt: " e. het voorstellen van bijkomende beschermingsmiddelen of middelen voor het individueel dosimetrisch toezicht en van gepaste procedures, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
3° er wordt een punt 2., h., toegevoegd luidende: " h. het voorstellen om dosisbeperkingen toe te passen, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
4° punt 6. wordt vervangen als volgt : " 6. de bepaling, in overleg met de erkende arbeidsarts belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers, externe werkers en hulpverleners in radiologische noodsituaties inbegrepen:
a. van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht, met inbegrip van de doses voortvloeiend uit inwendige blootstellingen en de doses te wijten aan blootstellingen bij ongeval, blootstellingen met speciale vergunning en blootstellingen in een noodsituatie;
b. van de radioactieve besmettingen van personen die resulteerden in ontsmettingsmaatregelen met medische tussenkomst; ";
5° punt 8. wordt vervangen als volgt: " 8. de bepaling, in voorkomend geval in overleg met de erkende deskundige in de medische stralingsfysica, van de omstandigheden waarin blootstellingen ten gevolge van een ongeval of incident, blootstellingen met speciale vergunning of blootstellingen in een noodsituatie zich hebben voorgedaan, en het voorstellen van te nemen maatregelen en te implementeren middelen om herhaling van blootstellingen bij ongeval en in een noodsituatie te voorkomen, en, in voorkomend geval, ervoor te zorgen dat deze worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem; ";
6° een punt 14. wordt toegevoegd, luidende: " 14. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van de rechtvaardiging van blootstellingen met speciale vergunning als bedoeld in artikel 20.1.6, d), in overleg met de erkende arbeidsarts voor wat betreft de aspecten gerelateerd met de gezondheid van de betrokken werknemers; ";
7° een punt 15. wordt toegevoegd, luidende: " 15. het bepalen van de omstandigheden die hebben geleid tot een dosiswaarde die geen weergave is van de reële blootstelling van een werknemer, alsook het rechtzetten van deze dosiswaarde indien de fout niet inherent is aan de procedure voor dosisbepaling toegepast door de erkende dosimetrische dienst of de deskundige erkend in de fysische controle; ";
8° een punt 16. wordt toegevoegd, luidende: " 16. het toezien op de overdracht van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht zoals bedoeld in artikel 30.6. ".
§ 2. Artikel 23.1.6, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"De resultaten van de proeven en alle vaststellingen, bepalingen en goedkeuringen van de dienst voor fysische controle worden gedocumenteerd in een duurzaam systeem dat het mogelijk maakt om elke invoering, validatie, wijziging en verwijdering van gegevens te traceren en om de fysieke persoon die de gegevens heeft ingevoerd, gevalideerd, gewijzigd of verwijderd te identificeren.".
§ 3. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 23.1.7 ingevoegd als volgt:
"23.1.7.
§ 1. De gegevens vermeld in artikel 23.1.5, b), 6., 8., 11. en 15. worden rechtstreeks gemeld aan de erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Voor wat de externe werkers betreft, worden deze gegevens rechtstreeks gemeld aan de externe onderneming, aan hun erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van zijn interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de door de zelfstandige externe werker gekozen arts. Deze melding vindt onmiddellijk plaats in noodsituaties.
§ 2. De erkende arbeidsarts wordt in kennis gesteld van de in artikel 23.1.5, b), 1., bedoelde risicoanalyse gericht op stralingsbescherming alsook van de in artikel 23.1.5, b), 2., bedoelde programma's voor het individueel dosimetrisch toezicht en programma's voor basisopleiding en permanente vorming, zodra deze worden goedgekeurd.".
§ 4. In artikel 23.2.6, b), van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht in:
1° punt 2., a., wordt vervangen als volgt: " a. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van het programma voor het individueel dosimetrisch toezicht en de radiologische controle van de werkplaats; ";
2° punt 2., d., wordt vervangen als volgt: " d. het voorstellen van bijkomende beschermingsmiddelen of middelen voor het individueel dosimetrisch toezicht en van gepaste procedures, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
3° er wordt een punt 2., g., toegevoegd luidende: " g. het voorstellen om dosisbeperkingen toe te passen, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
4° punt 4. wordt vervangen als volgt : " 4. De bepaling, in overleg met de erkende arbeidsarts belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers, externe werkers en hulpverleners in radiologische noodsituaties inbegrepen:
a. van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht, met inbegrip van de doses voortvloeiend uit inwendige blootstelling en de doses te wijten aan blootstellingen bij ongeval, blootstellingen met speciale vergunning en blootstellingen in een noodsituatie;
b. van de radioactieve besmettingen van personen die resulteerden in ontsmettingsmaatregelen met medische tussenkomst; ";
5° punt 6. wordt vervangen als volgt: " 6. De bepaling, in voorkomend geval in overleg met de erkende deskundige in de medische stralingsfysica, van de omstandigheden waarin blootstellingen ten gevolge van een ongeval of incident, blootstellingen met speciale vergunning of blootstellingen in een noodsituatie zich hebben voorgedaan, en het voorstellen van te nemen maatregelen en te implementeren middelen om herhaling van blootstellingen bij ongeval en in een noodsituatie te voorkomen, en, in voorkomend geval, ervoor te zorgen dat deze worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem; ";
6° een punt 10. wordt toegevoegd, luidende: " 10. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van de rechtvaardiging van blootstellingen met speciale vergunning als bedoeld in artikel 20.1.6, d), in overleg met de erkende arbeidsarts voor wat betreft de aspecten gerelateerd met de gezondheid van de betrokken werknemers; ";
7° een punt 11. wordt toegevoegd, luidende: " 11. het bepalen van de omstandigheden die hebben geleid tot een dosiswaarde die geen weergave is van de reële blootstelling van een werknemer, alsook het rechtzetten van deze dosiswaarde indien de fout niet inherent is aan de procedure voor dosisbepaling toegepast door de erkende dosimetrische dienst of de deskundige erkend in de fysische controle; ";
8° een punt 12. wordt toegevoegd, luidende: " 12. het toezien op de overdracht van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht zoals bedoeld in artikel 30.6. ".
§ 5. In artikel 23.2.7., eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"De resultaten van de proeven en alle vaststellingen, bepalingen en goedkeuringen van de dienst voor fysische controle worden gedocumenteerd in een duurzaam systeem dat het mogelijk maakt om elke invoering, validatie, wijziging en verwijdering van gegevens te traceren en om de fysieke persoon die de gegevens heeft ingevoerd, gevalideerd, gewijzigd of verwijderd te identificeren.".
§ 6. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 23.2.8 ingevoegd als volgt:
"23.2.8.
§ 1. De gegevens vermeld in artikel 23.2.6, b), 4., 6., 8., en 11., worden rechtstreeks gemeld aan de erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Voor wat de externe werkers betreft, worden deze gegevens rechtstreeks gemeld aan de externe onderneming, aan hun erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van zijn interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de door de zelfstandige externe werker gekozen arts. Deze melding vindt onmiddellijk plaats in noodsituaties.
§ 2. De erkende arbeidsarts wordt in kennis gesteld van de in artikel 23.2.6, b), 1., bedoelde risicoanalyse gericht op stralingsbescherming alsook van de in artikel 23.2.6, b), 2., bedoelde programma's voor het individueel dosimetrisch toezicht en programma's voor basisopleiding en permanente vorming, zodra deze worden goedgekeurd.".
1° punt 2., b., wordt vervangen als volgt: " b. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van het programma voor het individueel dosimetrisch toezicht en de radiologische controle van de werkplaats; ";
2° punt 2., e., wordt vervangen als volgt: " e. het voorstellen van bijkomende beschermingsmiddelen of middelen voor het individueel dosimetrisch toezicht en van gepaste procedures, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
3° er wordt een punt 2., h., toegevoegd luidende: " h. het voorstellen om dosisbeperkingen toe te passen, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
4° punt 6. wordt vervangen als volgt : " 6. de bepaling, in overleg met de erkende arbeidsarts belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers, externe werkers en hulpverleners in radiologische noodsituaties inbegrepen:
a. van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht, met inbegrip van de doses voortvloeiend uit inwendige blootstellingen en de doses te wijten aan blootstellingen bij ongeval, blootstellingen met speciale vergunning en blootstellingen in een noodsituatie;
b. van de radioactieve besmettingen van personen die resulteerden in ontsmettingsmaatregelen met medische tussenkomst; ";
5° punt 8. wordt vervangen als volgt: " 8. de bepaling, in voorkomend geval in overleg met de erkende deskundige in de medische stralingsfysica, van de omstandigheden waarin blootstellingen ten gevolge van een ongeval of incident, blootstellingen met speciale vergunning of blootstellingen in een noodsituatie zich hebben voorgedaan, en het voorstellen van te nemen maatregelen en te implementeren middelen om herhaling van blootstellingen bij ongeval en in een noodsituatie te voorkomen, en, in voorkomend geval, ervoor te zorgen dat deze worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem; ";
6° een punt 14. wordt toegevoegd, luidende: " 14. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van de rechtvaardiging van blootstellingen met speciale vergunning als bedoeld in artikel 20.1.6, d), in overleg met de erkende arbeidsarts voor wat betreft de aspecten gerelateerd met de gezondheid van de betrokken werknemers; ";
7° een punt 15. wordt toegevoegd, luidende: " 15. het bepalen van de omstandigheden die hebben geleid tot een dosiswaarde die geen weergave is van de reële blootstelling van een werknemer, alsook het rechtzetten van deze dosiswaarde indien de fout niet inherent is aan de procedure voor dosisbepaling toegepast door de erkende dosimetrische dienst of de deskundige erkend in de fysische controle; ";
8° een punt 16. wordt toegevoegd, luidende: " 16. het toezien op de overdracht van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht zoals bedoeld in artikel 30.6. ".
§ 2. Artikel 23.1.6, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"De resultaten van de proeven en alle vaststellingen, bepalingen en goedkeuringen van de dienst voor fysische controle worden gedocumenteerd in een duurzaam systeem dat het mogelijk maakt om elke invoering, validatie, wijziging en verwijdering van gegevens te traceren en om de fysieke persoon die de gegevens heeft ingevoerd, gevalideerd, gewijzigd of verwijderd te identificeren.".
§ 3. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 23.1.7 ingevoegd als volgt:
"23.1.7.
§ 1. De gegevens vermeld in artikel 23.1.5, b), 6., 8., 11. en 15. worden rechtstreeks gemeld aan de erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Voor wat de externe werkers betreft, worden deze gegevens rechtstreeks gemeld aan de externe onderneming, aan hun erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van zijn interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de door de zelfstandige externe werker gekozen arts. Deze melding vindt onmiddellijk plaats in noodsituaties.
§ 2. De erkende arbeidsarts wordt in kennis gesteld van de in artikel 23.1.5, b), 1., bedoelde risicoanalyse gericht op stralingsbescherming alsook van de in artikel 23.1.5, b), 2., bedoelde programma's voor het individueel dosimetrisch toezicht en programma's voor basisopleiding en permanente vorming, zodra deze worden goedgekeurd.".
§ 4. In artikel 23.2.6, b), van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht in:
1° punt 2., a., wordt vervangen als volgt: " a. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van het programma voor het individueel dosimetrisch toezicht en de radiologische controle van de werkplaats; ";
2° punt 2., d., wordt vervangen als volgt: " d. het voorstellen van bijkomende beschermingsmiddelen of middelen voor het individueel dosimetrisch toezicht en van gepaste procedures, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
3° er wordt een punt 2., g., toegevoegd luidende: " g. het voorstellen om dosisbeperkingen toe te passen, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1, en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, alsook de herzieningen van de risicoanalyse; ";
4° punt 4. wordt vervangen als volgt : " 4. De bepaling, in overleg met de erkende arbeidsarts belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers, externe werkers en hulpverleners in radiologische noodsituaties inbegrepen:
a. van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht, met inbegrip van de doses voortvloeiend uit inwendige blootstelling en de doses te wijten aan blootstellingen bij ongeval, blootstellingen met speciale vergunning en blootstellingen in een noodsituatie;
b. van de radioactieve besmettingen van personen die resulteerden in ontsmettingsmaatregelen met medische tussenkomst; ";
5° punt 6. wordt vervangen als volgt: " 6. De bepaling, in voorkomend geval in overleg met de erkende deskundige in de medische stralingsfysica, van de omstandigheden waarin blootstellingen ten gevolge van een ongeval of incident, blootstellingen met speciale vergunning of blootstellingen in een noodsituatie zich hebben voorgedaan, en het voorstellen van te nemen maatregelen en te implementeren middelen om herhaling van blootstellingen bij ongeval en in een noodsituatie te voorkomen, en, in voorkomend geval, ervoor te zorgen dat deze worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem; ";
6° een punt 10. wordt toegevoegd, luidende: " 10. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van de rechtvaardiging van blootstellingen met speciale vergunning als bedoeld in artikel 20.1.6, d), in overleg met de erkende arbeidsarts voor wat betreft de aspecten gerelateerd met de gezondheid van de betrokken werknemers; ";
7° een punt 11. wordt toegevoegd, luidende: " 11. het bepalen van de omstandigheden die hebben geleid tot een dosiswaarde die geen weergave is van de reële blootstelling van een werknemer, alsook het rechtzetten van deze dosiswaarde indien de fout niet inherent is aan de procedure voor dosisbepaling toegepast door de erkende dosimetrische dienst of de deskundige erkend in de fysische controle; ";
8° een punt 12. wordt toegevoegd, luidende: " 12. het toezien op de overdracht van de resultaten van het individueel dosimetrisch toezicht zoals bedoeld in artikel 30.6. ".
§ 5. In artikel 23.2.7., eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"De resultaten van de proeven en alle vaststellingen, bepalingen en goedkeuringen van de dienst voor fysische controle worden gedocumenteerd in een duurzaam systeem dat het mogelijk maakt om elke invoering, validatie, wijziging en verwijdering van gegevens te traceren en om de fysieke persoon die de gegevens heeft ingevoerd, gevalideerd, gewijzigd of verwijderd te identificeren.".
§ 6. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 23.2.8 ingevoegd als volgt:
"23.2.8.
§ 1. De gegevens vermeld in artikel 23.2.6, b), 4., 6., 8., en 11., worden rechtstreeks gemeld aan de erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Voor wat de externe werkers betreft, worden deze gegevens rechtstreeks gemeld aan de externe onderneming, aan hun erkende arbeidsarts en aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van zijn interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de door de zelfstandige externe werker gekozen arts. Deze melding vindt onmiddellijk plaats in noodsituaties.
§ 2. De erkende arbeidsarts wordt in kennis gesteld van de in artikel 23.2.6, b), 1., bedoelde risicoanalyse gericht op stralingsbescherming alsook van de in artikel 23.2.6, b), 2., bedoelde programma's voor het individueel dosimetrisch toezicht en programma's voor basisopleiding en permanente vorming, zodra deze worden goedgekeurd.".
Art. 23. § 1. A l'article 23.1.5, b), de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2., b., est remplacé par ce qui suit: " b. l'examen et l'approbation préalable du programme de surveillance dosimétrique individuelle et de contrôle radiologique du lieu de travail ; " ;
2° le point 2., e., est remplacé par ce qui suit : " e. la proposition de moyens de protection ou de surveillance dosimétrique individuelle complémentaires et de procédures appropriées, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
3° un point 2., h., est ajouté comme suit : " h. la proposition d'application de contraintes de dose, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
4° le point 6. est remplacé par ce qui suit: " 6. la détermination, en concertation avec le médecin du travail agréé chargé de la surveillance de la santé des travailleurs, y compris pour les travailleurs extérieurs et les intervenants en situation d'urgence radiologique :
a. des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle, y compris les doses résultant d'expositions internes et celles dues aux expositions accidentelles, aux expositions sous autorisation spéciale et aux expositions d'urgence ;
b. des contaminations radioactives de personnes ayant entraîné des mesures de décontamination avec intervention médicale ; " ;
5° le point 8. est remplacé par ce qui suit : " 8. la détermination, le cas échéant en concertation avec l'expert agréé en radiophysique médicale, des circonstances dans lesquelles les expositions accidentelles, incidentelles, sous autorisation spéciale ou d'urgence se sont produites, et la proposition des mesures à prendre et des moyens à mettre en oeuvre pour prévenir la répétition des expositions accidentelles et d'urgence et, le cas échéant, s'assurer de leur prise en compte dans le système de gestion des risques ; " ;
6° un point 14. est ajouté comme suit : " 14. l'examen et l'approbation préalable de la justification des expositions sous autorisation spéciale telles que visées à l'article 20.1.6, d), en concertation avec le médecin du travail agréé pour ce qui concerne les aspects relatifs à la santé des travailleurs concernés ; " ;
7° un point 15. est ajouté comme suit : " 15. la détermination des circonstances ayant mené à une valeur de dose ne reflétant pas l'exposition réelle d'un travailleur ainsi que la rectification de cette valeur de dose si l'erreur n'est pas inhérente au processus de détermination de la dose par le service de dosimétrie agréé ou l'expert agréé en contrôle physique ; " ;
8° un point 16. est ajouté comme suit : " 16. la supervision du transfert des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle tel que visé à l'article 30.6. ".
§ 2. L'article 23.1.6, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Les résultats d'essais ainsi que toutes les constatations, déterminations et approbations du service de contrôle physique sont documentés dans un système durable qui prévoit un traçage de chaque introduction, validation, modification et suppression de données et permet l'identification de la personne physique qui a introduit, validé, modifié ou supprimé des données. ".
§ 3. Dans le même arrêté, un article 23.1.7 est inséré comme suit :
" 23.1.7.
§ 1. Les données reprises à l'article 23.1.5, b), 6., 8., 11. et 15., sont transmises directement au médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé du service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail. Pour les travailleurs extérieurs, ces données sont transmises directement à l'entreprise extérieure, à son médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé de son service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail ou au médecin choisi par le travailleur extérieur indépendant. Cette transmission est immédiate en cas d'urgence.
§ 2. Après approbation, l'analyse des risques orientée radioprotection visée à l'article 23.1.5, b), 1., ainsi que les programmes de surveillance dosimétrique individuelle et de formation initiale et continue visés à l'article 23.1.5, b), 2., sont transmis au médecin du travail agréé. ".
§ 4. A l'article 23.2.6, b), du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2., a., est remplacé par ce qui suit : " a. l'examen et l'approbation préalable du programme de surveillance dosimétrique individuelle et de contrôle radiologique du lieu de travail ; " ;
2° le point 2., d., est remplacé par ce qui suit : " d. la proposition de moyens de protection ou de surveillance dosimétrique individuelle complémentaires et de procédures appropriées, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
3° un point 2., g., est ajouté comme suit : " g. la proposition d'application de contraintes de dose, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
4° le point 4. est remplacé par ce qui suit : " 4. La détermination, en concertation avec le médecin du travail agréé chargé de la surveillance de la santé des travailleurs, y compris pour les travailleurs extérieurs et les intervenants en situation d'urgence radiologique :
a. des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle, y compris les doses résultant d'expositions internes et celles dues aux expositions accidentelles, aux expositions sous autorisation spéciale et aux expositions d'urgence ;
b. des contaminations radioactives de personnes ayant entraîné des mesures de décontamination avec intervention médicale ; " ;
5° le point 6. est remplacé par ce qui suit : " 6. la détermination, le cas échéant en concertation avec l'expert agréé en radiophysique médicale, des circonstances dans lesquelles les expositions accidentelles, incidentelles, sous autorisation spéciale ou d'urgence se sont produites, et la proposition des mesures à prendre et des moyens à mettre en oeuvre pour prévenir la répétition des expositions accidentelles et d'urgence et, le cas échéant, s'assurer de leur prise en compte dans le système de gestion des risques ; " ;
6° un point 10. est ajouté comme suit : " 10. l'examen et l'approbation préalable de la justification des expositions sous autorisation spéciale telles que visées à l'article 20.1.6, d), en concertation avec le médecin du travail agréé pour ce qui concerne les aspects relatifs à la santé des travailleurs concernés ; " ;
7° un point 11. est ajouté comme suit : " 11. la détermination des circonstances ayant mené à une valeur de dose ne reflétant pas l'exposition réelle d'un travailleur ainsi que la rectification de cette valeur de dose si l'erreur n'est pas inhérente au processus de détermination de la dose par le service de dosimétrie agréé ou l'expert agréé en contrôle physique ; " ;
8° un point 12. est ajouté comme suit : " 12. la supervision du transfert des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle tel que visé à l'article 30.6. ".
§ 5. L'article 23.2.7, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Les résultats d'essais ainsi que toutes les constatations, déterminations et approbations du service de contrôle physique sont documentés dans un système durable qui prévoit un traçage de chaque introduction, validation, modification et suppression de données et permet l'identification de la personne physique qui a introduit, validé, modifié ou supprimé des données. ".
§ 6. Dans le même arrêté, un article 23.2.8 est inséré comme suit :
" 23.2.8.
§ 1. Les données reprises à l'article 23.2.6, b), 4., 6., 8. et 11., sont transmises directement au médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé du service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail. Pour les travailleurs extérieurs, ces données sont fournies directement à l'entreprise extérieure, à son médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé de son service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail ou au médecin choisi par le travailleur extérieur indépendant. Cette transmission est immédiate en cas d'urgence.
§ 2. Une fois approuvés, l'analyse des risques orientée radioprotection visée à l'article 23.2.6, b), 1., ainsi que les programmes de surveillance dosimétrique individuelle et de formation initiale et continue visés à l'article 23.2.6, b), 2., sont transmis au médecin du travail agréé. ".
1° le point 2., b., est remplacé par ce qui suit: " b. l'examen et l'approbation préalable du programme de surveillance dosimétrique individuelle et de contrôle radiologique du lieu de travail ; " ;
2° le point 2., e., est remplacé par ce qui suit : " e. la proposition de moyens de protection ou de surveillance dosimétrique individuelle complémentaires et de procédures appropriées, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
3° un point 2., h., est ajouté comme suit : " h. la proposition d'application de contraintes de dose, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
4° le point 6. est remplacé par ce qui suit: " 6. la détermination, en concertation avec le médecin du travail agréé chargé de la surveillance de la santé des travailleurs, y compris pour les travailleurs extérieurs et les intervenants en situation d'urgence radiologique :
a. des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle, y compris les doses résultant d'expositions internes et celles dues aux expositions accidentelles, aux expositions sous autorisation spéciale et aux expositions d'urgence ;
b. des contaminations radioactives de personnes ayant entraîné des mesures de décontamination avec intervention médicale ; " ;
5° le point 8. est remplacé par ce qui suit : " 8. la détermination, le cas échéant en concertation avec l'expert agréé en radiophysique médicale, des circonstances dans lesquelles les expositions accidentelles, incidentelles, sous autorisation spéciale ou d'urgence se sont produites, et la proposition des mesures à prendre et des moyens à mettre en oeuvre pour prévenir la répétition des expositions accidentelles et d'urgence et, le cas échéant, s'assurer de leur prise en compte dans le système de gestion des risques ; " ;
6° un point 14. est ajouté comme suit : " 14. l'examen et l'approbation préalable de la justification des expositions sous autorisation spéciale telles que visées à l'article 20.1.6, d), en concertation avec le médecin du travail agréé pour ce qui concerne les aspects relatifs à la santé des travailleurs concernés ; " ;
7° un point 15. est ajouté comme suit : " 15. la détermination des circonstances ayant mené à une valeur de dose ne reflétant pas l'exposition réelle d'un travailleur ainsi que la rectification de cette valeur de dose si l'erreur n'est pas inhérente au processus de détermination de la dose par le service de dosimétrie agréé ou l'expert agréé en contrôle physique ; " ;
8° un point 16. est ajouté comme suit : " 16. la supervision du transfert des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle tel que visé à l'article 30.6. ".
§ 2. L'article 23.1.6, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Les résultats d'essais ainsi que toutes les constatations, déterminations et approbations du service de contrôle physique sont documentés dans un système durable qui prévoit un traçage de chaque introduction, validation, modification et suppression de données et permet l'identification de la personne physique qui a introduit, validé, modifié ou supprimé des données. ".
§ 3. Dans le même arrêté, un article 23.1.7 est inséré comme suit :
" 23.1.7.
§ 1. Les données reprises à l'article 23.1.5, b), 6., 8., 11. et 15., sont transmises directement au médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé du service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail. Pour les travailleurs extérieurs, ces données sont transmises directement à l'entreprise extérieure, à son médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé de son service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail ou au médecin choisi par le travailleur extérieur indépendant. Cette transmission est immédiate en cas d'urgence.
§ 2. Après approbation, l'analyse des risques orientée radioprotection visée à l'article 23.1.5, b), 1., ainsi que les programmes de surveillance dosimétrique individuelle et de formation initiale et continue visés à l'article 23.1.5, b), 2., sont transmis au médecin du travail agréé. ".
§ 4. A l'article 23.2.6, b), du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2., a., est remplacé par ce qui suit : " a. l'examen et l'approbation préalable du programme de surveillance dosimétrique individuelle et de contrôle radiologique du lieu de travail ; " ;
2° le point 2., d., est remplacé par ce qui suit : " d. la proposition de moyens de protection ou de surveillance dosimétrique individuelle complémentaires et de procédures appropriées, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
3° un point 2., g., est ajouté comme suit : " g. la proposition d'application de contraintes de dose, tenant compte du principe d'optimisation visé à l'article 20.1.1.1, des évolutions réglementaires, normatives et techniques ainsi que des révisions de l'analyse des risques ; " ;
4° le point 4. est remplacé par ce qui suit : " 4. La détermination, en concertation avec le médecin du travail agréé chargé de la surveillance de la santé des travailleurs, y compris pour les travailleurs extérieurs et les intervenants en situation d'urgence radiologique :
a. des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle, y compris les doses résultant d'expositions internes et celles dues aux expositions accidentelles, aux expositions sous autorisation spéciale et aux expositions d'urgence ;
b. des contaminations radioactives de personnes ayant entraîné des mesures de décontamination avec intervention médicale ; " ;
5° le point 6. est remplacé par ce qui suit : " 6. la détermination, le cas échéant en concertation avec l'expert agréé en radiophysique médicale, des circonstances dans lesquelles les expositions accidentelles, incidentelles, sous autorisation spéciale ou d'urgence se sont produites, et la proposition des mesures à prendre et des moyens à mettre en oeuvre pour prévenir la répétition des expositions accidentelles et d'urgence et, le cas échéant, s'assurer de leur prise en compte dans le système de gestion des risques ; " ;
6° un point 10. est ajouté comme suit : " 10. l'examen et l'approbation préalable de la justification des expositions sous autorisation spéciale telles que visées à l'article 20.1.6, d), en concertation avec le médecin du travail agréé pour ce qui concerne les aspects relatifs à la santé des travailleurs concernés ; " ;
7° un point 11. est ajouté comme suit : " 11. la détermination des circonstances ayant mené à une valeur de dose ne reflétant pas l'exposition réelle d'un travailleur ainsi que la rectification de cette valeur de dose si l'erreur n'est pas inhérente au processus de détermination de la dose par le service de dosimétrie agréé ou l'expert agréé en contrôle physique ; " ;
8° un point 12. est ajouté comme suit : " 12. la supervision du transfert des résultats de la surveillance dosimétrique individuelle tel que visé à l'article 30.6. ".
§ 5. L'article 23.2.7, alinéa 1er, du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Les résultats d'essais ainsi que toutes les constatations, déterminations et approbations du service de contrôle physique sont documentés dans un système durable qui prévoit un traçage de chaque introduction, validation, modification et suppression de données et permet l'identification de la personne physique qui a introduit, validé, modifié ou supprimé des données. ".
§ 6. Dans le même arrêté, un article 23.2.8 est inséré comme suit :
" 23.2.8.
§ 1. Les données reprises à l'article 23.2.6, b), 4., 6., 8. et 11., sont transmises directement au médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé du service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail. Pour les travailleurs extérieurs, ces données sont fournies directement à l'entreprise extérieure, à son médecin du travail agréé et au département ou à la section chargé de la surveillance de la santé de son service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail ou au médecin choisi par le travailleur extérieur indépendant. Cette transmission est immédiate en cas d'urgence.
§ 2. Une fois approuvés, l'analyse des risques orientée radioprotection visée à l'article 23.2.6, b), 1., ainsi que les programmes de surveillance dosimétrique individuelle et de formation initiale et continue visés à l'article 23.2.6, b), 2., sont transmis au médecin du travail agréé. ".
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions finales
Art. 24. Artikel 25 tot en met 28 van de wet van 26 januari 2014 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, wat betreft het dosimetrisch toezicht, treden in werking op de dag waarop dit besluit in werking treedt.
Art. 24. Les articles 25 à 28 de la loi du 26 janvier 2014 modifiant la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, en ce qui concerne la surveillance dosimétrique, entrent en vigueur le jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 25. Onze Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Notre Ministre de la Sécurité et de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.