Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 JUNI 2020. - Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020
Titre
26 JUIN 2020. - Décret-programme de l'ajustement du budget 2020
Dokumentinformationen
Numac: 2020015123
Datum: 2020-06-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020015123
Date: 2020-06-26
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK 2. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media Afdeling 1. - Wijziging van het decreet van 12 ... Afdeling 2. - Indienmomenten voor de subsidieaa... Afdeling 3. - Uitdovingsregeling van de subsidi... HOOFDSTUK 3. - Internationaal Vlaanderen HOOFDSTUK 4. - Omgeving Afdeling 1. - Financiële ondersteuning erkende ... Afdeling 2. - Generieke maatregel subsidie Vlab... Afdeling 3. - Decreet van 18 juli 2003 betreffe... HOOFDSTUK 5. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling 1. - Wijziging van artikel 7/2 van het... Afdeling 2. - Overeenkomst tussen het Comité va... HOOFDSTUK 6. - Onderwijs en Vorming Afdeling 1. - Verlenging lerarenplatform basiso... Afdeling 2. - Stopzetting omzetting niet-ingevu... Afdeling 3. - Zorgtijdgarantie brede types basi... Afdeling 4. - Stopzetting omzetting niet-ingevu... Afdeling 5. - Afschaffen herberekening van het ... Afdeling 6. - Zorgtijdgarantie brede types secu... Afdeling 7. - Verhoging puntengewichten hogesch... Afdeling 8. - Verschuiving vroegere middelen ei... Afdeling 9. - Opheffing verwijzingen naar artik... Afdeling 10. - Vocvo (Vlaams Ondersteuningscent... Afdeling 11. - Structurele EVC-financiering vol... Afdeling 12. - Aanpassing groeinorm niet-NT2-aa... Afdeling 13. - Aanpassing berekeningswijze van ... Afdeling 14. - Technische aanpassing fonds Insc... Afdeling 15. - Aanwending aanvullende middelen ... Afdeling 16. - Opheffing extra ondersteuning vo... Afdeling 17. - Fonds Studietoelagen. Afdeling 18. - Fonds Dienstverlening AHOVOKS Afdeling 19. - Eenmalige toekenning van middele... Afdeling 20. - Impuls Handelswetenschappen en B... HOOFDSTUK 7. - Kanselarij en Bestuur HOOFDSTUK 8. - Financiën en Begroting Afdeling 1. - Verkeersbelasting Afdeling 2. - Belasting op de inverkeerstelling HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales CHAPITRE 2. - Culture, Jeunesse, Sport et Médias Section 1re. - Modification du décret du 12 mai... Section 2. - Moments d'introduction pour les de... Section 3. - Régime d'extinction du subventionn... CHAPITRE 3. - Affaires étrangères de la Flandre CHAPITRE 4. - Environnement et Aménagement du T... Section 1re. - Soutien financier aux refuges ag... Section 2. - Mesure générique subvention Vlabin... Section 3. - Décret du 18 juillet 2003 relatif ... CHAPITRE 5. - Bien-Etre, Santé publique et Famille Section 1re. - Modification de l'article 7/2 du... Section 2. - Convention entre le Comité de l'as... CHAPITRE 6. - Enseignement et Formation Section 1re. - Prolongation de la plate-forme d... Section 2. - Cessation de la conversion des rem... Section 3. - Garantie de temps d'encadrement da... Section 4. - Cessation de la conversion des rem... Section 5. - Suppression du recalcul du nombre ... Section 6. - Garantie de temps d'encadrement da... Section 7. - Augmentation des pondérations des ... Section 8. - Glissement des anciens moyens d'en... Section 9. - Suppression des références à l'art... Section 10. - Vocvo (" Vlaams Ondersteuningscen... Section 11. - Financement structurel de l'EVC p... Section 12. - Adaptation de l'objectif de crois... Section 13. - Adaptation du mode de calcul de l... Section 14. - Adaptation technique du fonds " I... Section 15. - Affectation de moyens supplémenta... Section 16. - Suppression de l'appui supplément... Section 17. - Fonds des allocations d'études Section 18. - " Fonds Dienstverlening AHOVOKS "... Section 19. - Allocation unique de moyens pour ... Section 20. - Impulsion " Handelswetenschappen ... CHAPITRE 7. - Chancellerie et Gouvernance publique CHAPITRE 8. - Finances et Budget Section 1. - Taxe de circulation Section 2. - Taxe de mise en circulation CHAPITRE 9. - Entrée en vigueur
Tekst (104)
Texte (104)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
CHAPITRE 2. - Culture, Jeunesse, Sport et Médias
Afdeling 1. - Wijziging van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd
Section 1re. - Modification du décret du 12 mai 2017 portant diverses dispositions dans les domaines politiques de la culture et de la jeunesse
Art. 2. In artikel 5/1, vierde lid, van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt de zinsnede "het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof" vervangen door de zinsnede "artikel 75 en 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019".
Art. 2. Dans l'article 5/1, alinéa 4, du décret du 12 mai 2017 portant diverses dispositions dans les domaines politiques de la culture et de la jeunesse, inséré par le décret du 29 mars 2019, le membre de phrase " au décret du 8 juillet 2011 réglant le budget, la comptabilité, l'attribution de subventions et le contrôle de leur utilisation, et le contrôle par la Cour des Comptes " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 75 et 76 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019. ".
Afdeling 2. - Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur
Section 2. - Moments d'introduction pour les demandes de subvention pour la construction ou la rénovation d'infrastructures sportives supralocales
Art. 3. In artikel 11 van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "jaarlijks" wordt vervangen door de zinsnede "maximaal twee keer per jaar";
  2° de zinnen "De Vlaamse Regering kan beslissen om een tweede indienmoment te organiseren indien het begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur minstens 10.000.000 euro (10 miljoen euro) bedraagt. In dat geval wordt per indienmoment minstens het minimale begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur van 5.000.000 euro (vijf miljoen euro), vermeld in artikel 3, vierde lid, voorzien." worden toegevoegd.
Art. 3. A l'article 11 du décret du 5 mai 2017 portant le soutien de l'infrastructure sportive supralocale et de l'infrastructure sportive de haut niveau, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " annuellement " est remplacé par le membre de phrase " au maximum deux fois par an " ;
  2° les phrases " Le Gouvernement flamand peut décider d'organiser un deuxième moment d'introduction si le crédit budgétaire pour le subventionnement d'infrastructures sportives supralocales s'élève au moins à 10.000.000 euros (10 millions d'euros). Dans ce cas, au moins le crédit budgétaire minimal pour le subventionnement d'infrastructures sportives supralocales de 5.000.000 euros (cinq millions d'euros), visé à l'article 3, alinéa 4, est prévu par moment d'introduction. " sont ajoutées.
Afdeling 3. - Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector
Section 3. - Régime d'extinction du subventionnement d'initiatives dans le secteur du sport, telles que visées à l'article 2, 2°, du décret du 8 novembre 2013 portant la stimulation, la coordination et le subventionnement de l'emploi dans le secteur du sport
Art. 4. In artikel 2 van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "1 januari 2003" en het woord "een" de zinsnede "tot 1 oktober 2020" ingevoegd;
  2° in punt 2° wordt het woord "ontvangt" vervangen door het woord "ontving";
  3° in punt 6° wordt het woord "loonsubsidie" vervangen door het woord "subsidie".
Art. 4. A l'article 2 du décret du 8 novembre 2013 portant la stimulation, la coordination et le subventionnement de l'emploi dans le secteur du sport, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2°, le membre de phrase " jusqu'au 1er octobre 2020 " est inséré entre le membre de phrase " 1er janvier 2003 " et le mot " , une " ;
  2° dans le point 2°, le mot " reçoit " est remplacé par le mot " recevait " ;
  3° dans le point 6°, les mots " subvention salariale " sont remplacés par le mot " subvention ".
Art. 5. In artikel 8, 3°, van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede "overlijden," en het woord "met" de zinsnede "uiterlijk op 31 mei 2020" ingevoegd.
Art. 5. Dans l'article 8, 3°, du même décret, le membre de phrase " au plus tard le 31 mai 2020 " est inséré entre le membre de phrase " décès " et les mots " , d'un ".
Art. 6. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector".
Art. 6. Dans le même décret, l'intitulé du chapitre 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 3. Régime d'extinction du subventionnement d'initiatives dans le secteur sportif ".
Art. 7. Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. De initiatieven in de sportsector ontvangen een subsidie voor de werknemer in een gewezen DAC-statuut tot uiterlijk het einde van de berekende fictieve opzegtermijn van de werknemer in kwestie. Het einde van de fictieve opzegtermijn wordt berekend alsof die werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg zou worden geplaatst met ingang van 1 oktober 2020, en enkel verlengd met 20 vakantiedagen op jaarbasis.
  Het recht op subsidies, vermeld in het eerste lid, vervalt als de werknemer in een gewezen DAC-statuut uit dienst treedt. Het initiatief in de sportsector deelt binnen de maand na uitdiensttreding deze wijziging mee aan het agentschap Sport Vlaanderen.".
Art. 7. L'article 19 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19. Les initiatives dans le secteur sportif bénéficient d'une subvention pour le travailleur dans un ancien statut TCT au plus tard jusqu'à la fin du délai de préavis fictif calculé du travailleur en question. La fin du délai de préavis fictif est calculée comme si ce travailleur dans un ancien statut TCT était mis en prévis à partir du 1er octobre 2020, et uniquement prolongé de 20 jours de congé sur une base annuelle.
  Le droit aux subventions, visé à l'alinéa 1er, échoit si le travailleur dans un ancien statut TCT quitte sa fonction. L'initiative dans le secteur sportif communique cette modification à l'agence Sport Flandre dans le délai d'un mois après la cessation de ses fonctions. ".
Art. 8. Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. Het subsidiebedrag, vermeld in artikel 19, wordt vastgesteld op basis van het barema en de anciënniteit van de werknemer in een gewezen DAC-statuut, rekening houdend met het gesubsidieerde arbeidsvolume van de werknemer in een gewezen DAC-statuut. Het barema is de weddeschaal van de werknemer op 31 december 2002, zoals die is vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 tot vaststelling van de weddeschalen van de werknemers tewerkgesteld in het derde arbeidscircuit.
  Als de werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg is geplaatst uiterlijk op 31 december 2020 en wettelijk recht heeft op outplacementbegeleiding, wordt het subsidiebedrag verhoogd. Het subsidiebedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenkomt met het subsidiebedrag voor de maand december 2020.".
Art. 8. L'article 21 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21. Le montant de subvention, visé à l'article 19, est arrêté sur la base du barème et de l'ancienneté du travailleur dans un ancien statut TCT, en tenant compte du volume de travail subventionné du travailleur dans un ancien statut TCT. Le barème est l'échelle de traitement du travailleur le 31 décembre 2002, telle qu'elle a été fixée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 1994 fixant les échelles de traitement des travailleurs engagés dans le troisième circuit de travail.
  Si le travailleur dans un ancien statut TCT est mis en préavis au plus tard le 31 décembre 2020 et a légalement droit à l'accompagnement de l'outplacement, le montant de subvention est majoré. Le montant de subvention est majoré d'un montant correspondant au montant de subvention pour le mois de décembre 2020. ".
Art. 9. In hetzelfde decreet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 21/1. Het agentschap Sport Vlaanderen kent per kwartaal voorschotten toe die telkens 20% van het subsidiebedrag bedragen.
  Na goedkeuring door de minister, wordt het verschil tussen de uitbetaalde voorschotten en het subsidiebedrag ofwel als saldo uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is toegekend, ofwel teruggevorderd. Het saldo voor het werkingsjaar 2020 wordt verhoogd met het bedrag, vermeld in artikel 21, tweede lid.".
Art. 9. Dans le même décret, il est inséré un article 21/1, rédigé comme suit :
  " Art. 21/1. L'agence Sport Flandre accorde des avances trimestrielles de 20 % du montant de la subvention.
  Après l'approbation du ministre, la différence entre les avances payées et le montant de subvention est soit payée comme solde avant le 1er août de l'année qui suit l'année pour laquelle la subvention est octroyée, soit recouvrée. Le solde pour l'année d'activité 2020 est majoré du montant visé à l'article 21, alinéa 2. ".
Art. 10. In hetzelfde decreet wordt een artikel 21/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art.21/2. Het initiatief in de sportsector bezorgt voor het verstrijken van elk kwartaal het bewijs dat de werknemer in een gewezen DAC-statuut nog in dienst is via de loonfiches. Het voorschot voor het volgende kwartaal wordt uitbetaald nadat deze loonfiches zijn bezorgd.".
Art. 10. Dans le même décret, il est inséré un article 21/2, rédigé comme suit :
  " Art.21/2. Avant l'expiration de chaque trimestre, l'initiative dans le secteur sportif transmet la preuve que le travailleur est toujours employé dans un ancien statut TCT via les fiches de traitement. L'avance pour le trimestre suivant sera versée après la remise de ces fiches de traitement. ".
HOOFDSTUK 3. - Internationaal Vlaanderen
CHAPITRE 3. - Affaires étrangères de la Flandre
Art. 11. In artikel 4 van het decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Toerisme Vlaanderen", gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011 en 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zin "Toerisme Vlaanderen heeft als missie het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme te bevorderen." wordt vervangen door de zin "Toerisme Vlaanderen heeft als missie het verhogen van de aantrekkelijkheid van Vlaanderen als bestemming, en het bevorderen van het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme.";
  2° in de tweede zin wordt na de woorden "alsmede voor de coördinatie van deze ondersteuning" de zinsnede ", de uitbouw en coördinatie van het Vlaams topevenementenbeleid" toegevoegd.
Art. 11. A l'article 4 du décret du 19 mars 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Toerisme Vlaanderen " (Office du Tourisme de la Flandre), modifié par les décrets des 8 juillet 2011 et 7 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase " La mission de `Toerisme Vlaanderen' consiste en la promotion du tourisme, de la récréation touristique et des loisirs dans le cadre du tourisme. " est remplacée par la phrase " La mission de `Toerisme Vlaanderen' est d'accroître l'attractivité de la Flandre en tant que destination, et de promouvoir le tourisme, la récréation touristique et les loisirs dans le cadre du tourisme. " ;
  2° dans la deuxième phrase, le membre de phrase " , du développement et de la coordination de la politique flamande en matière d'événements de haut niveau " est inséré après les mots " ainsi que de la coordination de ce soutien ".
Art. 12. Aan artikel 5, § 1, van hetzelfde decreet wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° taken inzake het Vlaams topevenementenbeleid:
  a) het coördineren en het administratief en inhoudelijk ondersteunen van de cel EventFlanders;
  b) het participeren in en het voorzitten van het aansturingscomité voor EventFlanders;
  c) het financieel ondersteunen van Vlaamse topevenementen.".
Art. 12. L'article 5, § 1er, du même décret, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° tâches concernant la politique flamande en matière d'événements de haut niveau :
  a) coordonner et soutenir au niveau administratif et de fond la cellule EventFlanders ;
  b) participer au et présider le comité de pilotage de EventFlanders ;
  c) soutenir financièrement des événements flamands de haut niveau. ".
HOOFDSTUK 4. - Omgeving
CHAPITRE 4. - Environnement et Aménagement du Territoire
Afdeling 1. - Financiële ondersteuning erkende dierenasielen
Section 1re. - Soutien financier aux refuges agréés pour animaux
Art. 13. In de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, wordt een artikel 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5bis. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan de dierenasielen die zijn erkend overeenkomstig artikel 5, § 1.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.".
Art. 13. Dans la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux, modifiée en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, il est inséré un article 5bis, rédigé comme suit :
  " Art. 5bis. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions aux refuges pour animaux qui sont agréés conformément à l'article 5, § 1er.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités. ".
Afdeling 2. - Generieke maatregel subsidie Vlabinvest apb
Section 2. - Mesure générique subvention Vlabinvest APB
Art. 14. In artikel 7, eerste lid, van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfrastructuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het bedrag "736.000" wordt vervangen door het bedrag "696.000";
  2° het jaartal "2014" wordt vervangen door het jaartal "2020".
Art. 14. A l'article 7, alinéa 1er, du décret du 31 janvier 2014 attribuant à la Province du Brabant flamand la compétence relative à la conduite d'une politique foncière et du logement spécifique et d'une politique d'aide sociale et d'infrastructure de santé spécifique pour le Brabant flamand, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le montant " 736.000 " est remplacé par le montant " 696.000 " ;
  2° l'année " 2014 " est remplacée par l'année " 2020 ".
Afdeling 3. - Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
Section 3. - Décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018
Art. 15. In artikel 4.2.2.1.3, § 1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, wordt de zinsnede "de som van de bijdrage en de vergoeding, vermeld in de artikelen 4.3.2.1 tot 4.3.2.4, exclusief btw" vervangen door de zinsnede "de som van de bovengemeentelijke bijdrage en vergoeding, vermeld in artikel 4.3.2.1 en 4.3.2.2, exclusief btw".
Art. 15. Dans l'article 4.2.2.1.3, § 1er, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018 et modifié par le décret du 21 décembre 2018, le membre de phrase " la somme de la contribution et de l'indemnité, visées aux articles 4.3.2.1 à 4.3.2.4, hors T.V.A. " est remplacé par le membre de phrase " la somme de la contribution et et de l'indemnité supra-communales, visées aux articles 4.3.2.1 et 4.3.2.2, hors T.V.A. ".
Art. 16. In artikel 4.2.4.8, § 2, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 410 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992" vervangen door de zinsnede "artikel 61 van het Wetboek van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen".
Art. 16. Dans l'article 4.2.4.8, § 2, du même décret, le membre de phrase " l'article 410 du Code des impôts sur les revenus 1992 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 61 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales du 13 avril 2019 ".
Art. 17. In bijlage 5 bij hetzelfde decreet wordt rubriek 28 vervangen door wat volgt:
  " Land- en tuinbouwbedrijven :
Art. 17. Dans l'annexe 5 au même décret, la rubrique 28 est remplacée par ce qui suit :
  " Entreprises agricoles et horticoles :

  28.a
  28.b
  28.c
  28.d
a) pluimveebedrijven
  b) varkenshouderijen
  c) rundveebedrijven
  d) veehouderijen niet in sub a, b en c begrepen

  1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water

  0,015/50
  0,015/20
  0,015/10
  0,015/5

  0,001/50
  0,001/20
  0,001/10
  0,001/5

  0,009/50
  0,009/20
  0,009/10
  0,009/5

  0
  0
  0
  0

  0,001
  0,001
  0,003
  0,005
28.e e) overige bedrijven1 m3 gebruikt water 0,015/100 0,001/100 0,009/100 0 0,000

  28.a
  28.b
  28.c
  28.d a) pluimveebedrijven
  b) varkenshouderijen
  c) rundveebedrijven
  d) veehouderijen niet in sub a, b en c begrepen
  1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water
  0,015/50
  0,015/20
  0,015/10
  0,015/5
  0,001/50
  0,001/20
  0,001/10
  0,001/5
  0,009/50
  0,009/20
  0,009/10
  0,009/5
  0
  0
  0
  0
  0,001
  0,001
  0,003
  0,005 28.e e) overige bedrijven1 m3 gebruikt water 0,015/100 0,001/100 0,009/100 0 0,000
" .

  28.a
  28.b
  28.c
  28.d
a) exploitations avicoles b) exploitations porcines
  c) exploitations bovines
  d) élevages de bétail non compris sous a, b et c

  1 m3 d'eau utilisée 1 m3 d'eau utilisée 1 m3 d'eau utilisée 1 m3 d'eau utilisée

  0,015/50
  0,015/20
  0,015/10
  0,015/5

  0,001/50
  0,001/20
  0,001/10
  0,001/5

  0,009/50
  0,009/20
  0,009/10
  0,009/5

  0
  0
  0
  0

  0,001
  0,001
  0,003
  0,005
28.e e) autres exploitations1 m3 d'eau utilisée 0,015/100 0,001/100 0,009/100 0 0,000

  28.a
  28.b
  28.c
  28.d a) exploitations avicoles b) exploitations porcines
  c) exploitations bovines
  d) élevages de bétail non compris sous a, b et c
  1 m3 d'eau utilisée 1 m3 d'eau utilisée 1 m3 d'eau utilisée 1 m3 d'eau utilisée
  0,015/50
  0,015/20
  0,015/10
  0,015/5
  0,001/50
  0,001/20
  0,001/10
  0,001/5
  0,009/50
  0,009/20
  0,009/10
  0,009/5
  0
  0
  0
  0
  0,001
  0,001
  0,003
  0,005 28.e e) autres exploitations1 m3 d'eau utilisée 0,015/100 0,001/100 0,009/100 0 0,000
" .
HOOFDSTUK 5. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 5. - Bien-Etre, Santé publique et Famille
Afdeling 1. - Wijziging van artikel 7/2 van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfra- structuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant
Section 1re. - Modification de l'article 7/2 du décret du 31 janvier 2014 attribuant à la Province du Brabant flamand la compétence relative à la conduite d'une politique foncière et du logement spécifique et d'une politique d'aide sociale et d'infrastructure de santé spécifique pour le Brabant flamand
Art. 18. In artikel 7/2, eerste lid, van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfrastructuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, ingevoegd bij het decreet van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het bedrag "2.500.000" wordt vervangen door het bedrag "2.350.000";
  2° het jaartal "2018" wordt vervangen door het jaartal "2020".
Art. 18. A l'article 7/2, alinéa 1er, du décret du 31 janvier 2014 attribuant à la Province du Brabant flamand la compétence relative à la conduite d'une politique foncière et du logement spécifique et d'une politique d'aide sociale et d'infrastructure de santé spécifique pour le Brabant flamand, inséré par le décret du 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le montant " 2.500.000 " est remplacé par le montant " 2.350.000 " ;
  2° l'année " 2018 " est remplacée par l'année " 2020 ".
Afdeling 2. - Overeenkomst tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid
Section 2. - Convention entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé
Art. 19. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, vervangen bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014, 18 december 2015, 8 juli 2016, 30 juni 2017, 21 december 2018, 29 maart 2019 en 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede "alternatieve beheersmaatregelen," en de woorden "voor de uitvoering" het woord "en" opgeheven;
  2° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede "artikel 54, § 3, van het decreet," en de zinsnede "wordt opgericht," de zinsnede "en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid," ingevoegd;
  3° een paragraaf 2/11 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/11. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
  4° een paragraaf 3/11 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3/11. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid.".
Art. 19. Dans l'article 2 du décret du 7 juillet 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 1998, remplacé par le décret du 19 décembre 2003 et modifié par les décrets des 8 juillet 2011, 21 décembre 2012, 19 décembre 2014, 18 décembre 2015, 8 juillet 2016, 30 juin 2017, 21 décembre 2018, 29 mars 2019 et 20 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, entre le membre de phrase " mesures de gestion alternatives, " et les mots " pour l'exécution ", le mot " et " est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " et pour l'exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé " est inséré entre le membre de phrase " l'article 54, § 3, du décret, " et le mot " dénommé " ;
  3° il est inséré un paragraphe 2/11, rédigé comme suit :
  " § 2/11. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
  4° il est inséré un paragraphe 3/11, rédigé comme suit :
  " § 3/11. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où elles sont liées à l'exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI et l'Agence des Soins et de la Santé. ".
HOOFDSTUK 6. - Onderwijs en Vorming
CHAPITRE 6. - Enseignement et Formation
Afdeling 1. - Verlenging lerarenplatform basisonderwijs
Section 1re. - Prolongation de la plate-forme des enseignants de l'enseignement fondamental
Art. 20. Aan artikel 153quaterdecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Tijdens het schooljaar 2020-2021 wordt het lerarenplatform voor één schooljaar verlengd.".
Art. 20. L'article 153quaterdecies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, inséré par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par le décret du 5 avril 2019, est complété par la phrase suivante :
  " Pendant l'année scolaire 2020-2021, la plate-forme des enseignants est prolongée d'une année scolaire. ".
Art. 21. In artikel 153septiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt tussen het woord "basisonderwijs" en het woord "Indien" de zin "Tijdens het schooljaar 2020-2021 bedraagt het aantal beschikbare voltijdse equivalenten uitzonderlijk 2291 voor alle scholen van het basisonderwijs." ingevoegd.
Art. 21. Dans l'article 153septiesdecies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, la phrase " Pendant l'année scolaire 2020-2021 le nombre d'équivalents à temps plein disponibles s'élève exceptionnellement à 2291 pour toutes les écoles de l'enseignement fondamental. " est insérée entre les mots " de l'enseignement fondamental. " et les mots " Dans le cas où ".
Art. 22. In artikel 153undevicies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt in het tweede lid tussen het woord "schooljaar" en het woord "De" de zin "Tijdens het schooljaar 2020-2021 kan deze aanstelling al ten vroegste aanvangen op 1 september." ingevoegd.
Art. 22. Dans l'article 153undevicies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, dans l'alinéa 2, la phrase " Pendant l'année scolaire 2020-2021, la désignation peut déjà commencer au plus tôt le 1er septembre. " est insérée entre les mots " de l'année scolaire. " et le mot " La ".
Art. 23. In artikel 153viciesquinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de woorden "een door de regering te bepalen datum" vervangen door de zinsnede "het einde van het schooljaar 2020-2021".
Art. 23. Dans l'article 153viciesquinquies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, les mots " à une date à fixer par le gouvernement " sont remplacés par les mots " à la fin de l'année scolaire 2020-2021 ".
Afdeling 2. - Stopzetting omzetting niet-ingevulde vervangingen basisonderwijs
Section 2. - Cessation de la conversion des remplacements non comblés dans l'enseignement fondamental
Art. 24. In artikel 153duodetricies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt de zinsnede "een door de regering te bepalen datum." vervangen door de zinsnede "1 juli 2020.".
Art. 24. Dans l'article 153duodetricies du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, le membre de phrase " à une date à fixer par le gouvernement " est remplacé par le membre de phrase " au 1er juillet 2020 ".
Afdeling 3. - Zorgtijdgarantie brede types basisonderwijs
Section 3. - Garantie de temps d'encadrement dans les larges types d'enseignement fondamental
Art. 25. In artikel 172quinquies, § 3, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het getal "13.623" wordt vervangen door het getal "18.974";
  2° het getal "12.985" wordt vervangen door het getal "17.845";
  3° het getal "7.747" wordt vervangen door het getal "10.761";
  4° het getal "2.605" wordt vervangen door het getal "3614";
  5° in de laatste zin worden de woorden "over een periode van vijf schooljaren" opgeheven.
Art. 25. A l'article 172quinquies, § 3, alinéa 3, du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le nombre " 13.623 " est remplacé par le nombre " 18.974 " ;
  2° le nombre " 12.985 " est remplacé par le nombre " 17.845 " ;
  3° le nombre " 7.747 " est remplacé par le nombre " 10.761 " ;
  4° le nombre " 2.605 " est remplacé par le nombre " 3.614 " ;
  5° dans la dernière phrase, les mots " sur une période de cinq années scolaires " sont abrogés.
Afdeling 4. - Stopzetting omzetting niet-ingevulde vervangingen secundair onderwijs
Section 4. - Cessation de la conversion des remplacements non comblés dans l'enseignement secondaire
Art. 26. In artikel 22/17 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt de zinsnede "een door de regering te bepalen datum." vervangen door de zinsnede "1 juli 2020.".
Art. 26. Dans l'article 22/17 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, inséré par le décret du 6 juillet 2018, le membre de phrase " à une date à fixer par le gouvernement " est remplacé par le membre de phrase " au 1er juillet 2020 ".
Afdeling 5. - Afschaffen herberekening van het aantal uren-leraar op basis van de leerlingenpopulatie van het eerste leerjaar A en B
Section 5. - Suppression du recalcul du nombre de périodes-professeur sur la base de la population d'élèves de la première année A et B
Art. 27. Artikel 209/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt opgeheven.
Art. 27. L'article 209/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, inséré par le décret du 15 juin 2018, est abrogé.
Afdeling 6. - Zorgtijdgarantie brede types secundair onderwijs
Section 6. - Garantie de temps d'encadrement dans les larges types d'enseignement secondaire
Art. 28. In artikel 314/8, § 3, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het getal "13.623" wordt vervangen door het getal "18.974";
  2° het getal "12.985" wordt vervangen door het getal "17.845";
  3° het getal "7747" wordt vervangen door het getal "10.761";
  4° het getal "2605" wordt vervangen door het getal "3614";
  5° in de laatste zin worden de woorden "over een periode van vijf schooljaren" opgeheven.
Art. 28. A l'article 314/8, § 3, alinéa 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, inséré par le décret du 6 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le nombre " 13.623 " est remplacé par le nombre " 18.974 " ;
  2° le nombre " 12.985 " est remplacé par le nombre " 17.845 " ;
  3° le nombre " 7747 " est remplacé par le nombre " 10.761 " ;
  4° le nombre " 2.605 " est remplacé par le nombre " 3.614 " ;
  5° dans la dernière phrase, les mots " sur une période de cinq années scolaires " sont abrogés.
Afdeling 7. - Verhoging puntengewichten hogescholen 2020
Section 7. - Augmentation des pondérations des instituts supérieurs 2020
Art. 29. Aan artikel III.5 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt een paragraaf 18 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 18. In het begrotingsjaar 2020 wordt het bedrag VOWprof, vermeld in of berekend conform dit artikel, vermeerderd met 4.000.000 euro.".
Art. 29. L'article III.5 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, modifié en dernier lieu par le décret du 4 mai 2018, est complété par un paragraphe 18, rédigé comme suit :
  " § 18. Dans l'année budgétaire 2020, le montant VOWprof, visé ou calculé conformément au présent article, est majoré de 4.000.000 euros. ".
Art. 30. Aan artikel III.19, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° In afwijking van punt 1°, c), bedraagt voor het begrotingsjaar 2020 het puntengewicht voor het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie 1,25. In afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2020 het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde 1,01.".
Art. 30. L'article III.19, § 1er, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, modifié en dernier lieu par le décret du 4 mai 2018, est complété par un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° Par dérogation au point 1°, c), pour l'année budgétaire 2020, la pondération de la discipline Sciences industrielles et Technologies est de 1,25. Par dérogation au point 1°, i), pour l'année budgétaire 2020, la pondération de la discipline Sciences commerciales et Gestion d'Entreprise est de 1,01. ".
Afdeling 8. - Verschuiving vroegere middelen eigenaarsonderhoud autonome hogescholen naar investeringsmiddelen hogescholen
Section 8. - Glissement des anciens moyens d'entretien incombant au propriétaire des instituts supérieurs autonomes vers des moyens d'investissement des instituts supérieurs
Art. 31. Aan artikel III.46 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, vervangen bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 10. Vanaf het begrotingsjaar 2020 wordt een bedrag van 797.000 euro voor 60% toegevoegd aan de enveloppe voor de gesubsidieerde vrije hogescholen en voor 40% aan de enveloppe van de publiekrechtelijke hogescholen, vermeld in paragraaf 2, 2°, van dit artikel.
  Het bedrag, vermeld in het eerste lid, op prijsniveau 2020, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig paragraaf 5 van dit artikel.".
Art. 31. L'article III.46 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, remplacé par le décret du 16 juin 2017, et modifié par le décret du 21 décembre 2018, est complété par un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. A partir de l'année budgétaire 2020, un montant de 797.000 euros est ajouté pour 60% à l'enveloppe des instituts supérieurs libres subventionnés, et pour 40% à l'enveloppe des instituts supérieurs de droit public, visés au paragraphe 2, 2°, du présent article.
  Le montant visé à l'alinéa 1er, au niveau des prix 2020, est adapté annuellement conformément au paragraphe 5 du présent article. ".
Art. 32. Artikel III.50 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 19 december 2014, wordt opgeheven.
Art. 32. L'article III.50 du même Code, modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 19 décembre 2014, est abrogé.
Afdeling 9. - Opheffing verwijzingen naar artikel 28 van Kwaliteitsdecreet in decreet Volwassenenonderwijs
Section 9. - Suppression des références à l'article 28 du décret sur la qualité dans le décret relatif à l'éducation des adultes
Art. 33. In artikel 10 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 19 juni 2015, wordt de zinsnede "die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs" opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 10 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 19 juin 2015, le membre de phrase " qui reçoivent une subvention en vertu de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement " est abrogé.
Art. 34. In artikel 24, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 19 juni 2015, wordt de zinsnede "die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs" opgeheven.
Art. 34. Dans l'article 24, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 19 juin 2015, le membre de phrase " qui reçoivent une subvention en vertu de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement " est abrogé.
Art. 35. In artikel 72sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011, 19 juni 2015 en 19 december 2015, wordt de zinsnede "die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, vermeld in artikel 50, § 1," opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 72sexies du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié par les décrets des 1er juillet 2011, 19 juin 2015 et 19 décembre 2015, le membre de phrase " qui reçoivent une subvention en vertu de l'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, visé à l'article 50, § 1er, " est abrogé.
Afdeling 10. - Vocvo (Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs)
Section 10. - Vocvo (" Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs " - Centre flamand d'Aide à l'Education des Adultes)
Art. 36. In artikel 44 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de zinsnede "enerzijds de Centra voor Basiseducatie en anderzijds de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, als vermeld in artikel 16 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs," vervangen door de woorden "de centra voor basiseducatie".
Art. 36. Dans l'article 44 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié par le décret du 8 mai 2009, le membre de phrase " d'une part les centres d'éducation de base et d'autre part les centres d'éducation des adultes qui ne sont pas portés en compte pour la fixation du cadre organique des services d'encadrement pédagogique, tel que visé à l'article 16 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, " est remplacé par les mots " les centres d'éducation de base ".
Art. 37. In artikel 45 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden de woorden "en de centra voor volwassenenonderwijs" opgeheven;
  2° punt 2° wordt opgeheven.
Art. 37. A l'article 45 du même décret, remplacé par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 1°, les mots " et des centres d'éducation des adultes " sont abrogés ;
  2° le point 2° est abrogé.
Art. 38. In artikel 47 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "956.000 euro vanaf het begrotingsjaar 2015" vervangen door de zinsnede "160.000 euro vanaf het schooljaar 2020-2021";
  2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "artikelen 45 en 49" vervangen door de zinsnede "artikel 45";
  3° paragraaf 9, toegevoegd bij het decreet van 20 december 2019, wordt opgeheven.
Art. 38. A l'article 47 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 20 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " 956.000 euros à partir de l'année budgétaire 2015 " est remplacé par le membre de phrase " 160.000 euros à partir de l'année scolaire 2020-2021 " ;
  2° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " aux articles 45 et 49 " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 45 " ;
  3° le paragraphe 9, ajouté par le décret du 20 décembre 2019, est abrogé.
Art. 39. Artikel 49 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt opgeheven.
Art. 39. L'article 49 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, est abrogé.
Art. 40. Artikel 50 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016, wordt opgeheven.
Art. 40. L'article 50 du même décret, remplacé par le décret du 17 juin 2016, est abrogé.
Art. 41. In artikel 72octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een globale subsidie van 995.086,73 euro ter beschikking van een organisatie of organisaties voor de volgende opdrachten in uitvoering van het Strategisch Plan Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden:
  1° de coördinatie en ondersteuning van de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie bij de uitwerking van een onderwijs- en vormingsbeleid voor gedetineerden, de organisatie van het detecteren van de onderwijs- en vormingsbehoeften van gedetineerden en de begeleiding van het onderwijstraject van gedetineerden;
  2° de ondersteuning van de onderwijscoördinatoren bij enerzijds de uitbouw van een behoeftedekkend en aangepast aanbod voor onderwijs aan gedetineerden en anderzijds de coördinatie van het onderwijsaanbod in de gevangenis.";
  2° paragraaf 4, toegevoegd bij het decreet van 20 december 2019, wordt opgeheven.
Art. 41. A l'article 72octies du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 20 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Chaque année, le Gouvernement flamand met une subvention globale de 995.086,73 euros à la disposition d'une ou de plusieurs organisations pour les missions suivantes en exécution du Plan stratégique d'aide et d'assistance aux détenus :
  1° la coordination et l'appui des centres d'éducation des adultes et des centres d'éducation de base lors de l'élaboration d'une politique d'enseignement et de formation pour détenus, l'organisation de la détection des besoins d'enseignement et de formation des détenus et l'encadrement du parcours d'enseignement des détenus ;
  2° l'appui aux coordinateurs d'enseignement, d'une part pour le développement d'une offre d'enseignement aux détenus couvrant les besoins et adaptée et d'autre part pour la coordination de l'offre d'enseignement dans la prison. " ;
  2° le paragraphe 4, ajouté par le décret du 20 décembre 2019, est abrogé.
Afdeling 11. - Structurele EVC-financiering volwassenenonderwijs (cvo)
Section 11. - Financement structurel de l'EVC pour l'éducation des adultes (cvo)
Art. 42. Aan artikel 98 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3, tweede lid, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs dat als EVC-centrum erkend is, voor het schooljaar n/n +1 recht op aanvullende leraarsuren per kandidaat waarvan het in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 evaluaties voor een EVC-traject heeft afgenomen.
  Op basis van het aantal lestijden van het opleidingsprofiel, vermeld in artikel 24, dat voor de beroepskwalificatie werd vastgelegd, heeft het centrum recht op:
  1° 12 aanvullende leraarsuren per geteste kandidaat voor het ontwikkelen en afnemen van de evaluaties voor een beroepskwalificatie of deelkwalificatie die volgens het opleidingsprofiel minder dan 300 lestijden bedraagt;
  2° 18 aanvullende leraarsuren per geteste kandidaat voor het ontwikkelen en afnemen van de evaluaties voor een beroepskwalificatie of deelkwalificatie die volgens het opleidingsprofiel 300 tot en met 799 lestijden bedraagt;
  3° 24 aanvullende leraarsuren per geteste kandidaat voor het ontwikkelen en afnemen van de evaluaties voor een beroepskwalificatie of deelkwalificatie die volgens het opleidingsprofiel 800 of meer lestijden bedraagt.
  Voor de berekening van het aantal aanvullende leraarsuren komen enkel geteste kandidaten in aanmerking die voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht en die het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf, zoals bedoeld in artikel 1, 48°. ".
Art. 42. L'article 98 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié en dernier lieu par le décret du 15 mars 2019, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. En exécution de la mission, visée à l'article 63, § 3, alinéa 2, le centre d'éducation des adultes agréé comme centre EVC a droit, pour l'année scolaire n/n +1, à des périodes/enseignant complémentaires par candidat pour lequel il a procédé à des évaluations pour un parcours EVC dans la période de référence du 1er janvier n-1 au 31 décembre n-1.
  Sur la base du nombre de périodes de cours du profil de formation, visé à l'article 24, établi pour la qualification professionnelle, le centre a droit à :
  1° 12 périodes/enseignant complémentaires par candidat testé pour développer et effectuer les évaluations pour une qualification professionnelle ou une qualification partielle qui, selon le profil de formation, est inférieure à 300 périodes de cours ;
  2° 18 périodes/enseignant complémentaires par candidat testé pour développer et effectuer les évaluations pour une qualification professionnelle ou une qualification partielle qui, selon le profil de formation, s'élève à 300 à 799 périodes de cours ;
  3° 24 périodes/enseignant complémentaires par candidat testé pour développer et effectuer les évaluations pour une qualification professionnelle ou une qualification partielle qui, selon le profil de formation, s'élève à 800 périodes de cours ou plus.
  Seuls les candidats testés qui ont satisfait à l'obligation scolaire à temps partiel et qui ont fourni la preuve d'avoir la nationalité belge ou de remplir les conditions relatives à la résidence légale, telle que visée à l'article 1er, 48°, entrent en ligne de compte pour le calcul du nombre de périodes/enseignant complémentaires. ".
Art. 43. Aan artikel 108 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 20 december 2019, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Een centrum voor volwassenenonderwijs dat in uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3, tweede lid, als erkend EVC-centrum in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 evaluaties voor een EVC-traject heeft afgenomen en daarvoor een financiële bijdrage van minder dan 96 euro heeft ontvangen, heeft recht op een aanvullende werkingstoelage voor het schooljaar n/n +1.
  De aanvullende werkingstoelage bedraagt:
  1° 60 euro per geteste kandidaat die de verminderde financiële bijdrage voor een EVC-traject met het oog op het verwerven van een beroepskwalificatie heeft betaald;
  2° 48 euro per geteste kandidaat die de verminderde financiële bijdrage voor een EVC-traject met het oog op het verwerven van een deelkwalificatie heeft betaald.
  Voor de berekening van de aanvullende werkingstoelage komen enkel geteste kandidaten in aanmerking die voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht en die het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf zoals bedoeld in artikel 1, 48°.
  De bedragen, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.".
Art. 43. L'article 108 du même décret, remplacé par le décret du 16 mars 2018 et modifié par les décrets des 21 décembre 2018 et 20 décembre 2019, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Un centre d'éducation des adultes qui, en exécution de la mission visée à l'article 63, § 3, alinéa 2, en tant que centre EVC agréé, a effectué des évaluations pour un parcours EVC au cours de la période de référence du 1er janvier n-1 au 31 décembre n-1 et a reçu à cet effet une contribution financière inférieure à 96 euros, a droit à une subvention de fonctionnement complémentaire pour l'année scolaire n/n +1.
  La subvention de fonctionnement complémentaire s'élève à :
  1° 60 euros par candidat testé qui a payé la contribution financière réduite pour un parcours EVC en vue d'obtenir une qualification professionnelle ;
  2° 48 euros par candidat testé qui a payé la contribution financière réduite pour un parcours EVC en vue d'obtenir une qualification partielle.
  Seuls les candidats testés qui ont satisfait à l'obligation scolaire à temps partiel et qui ont fourni la preuve d'avoir la nationalité belge ou de remplir les conditions relatives à la résidence légale, telle que visée à l'article 1er, 48°, entrent en ligne de compte pour le calcul de la subvention de fonctionnement complémentaire.
  Les montants, visés à l'alinéa 2, sont adaptés annuellement à l'évolution de l'indice de santé. La date de référence pour l'adaptation annuelle est le 1er septembre 2019. Le montant est arrondi au nombre entier le plus proche. ".
Afdeling 12. - Aanpassing groeinorm niet-NT2-aanbod centra voor volwassenenonderwijs
Section 12. - Adaptation de l'objectif de croissance de l'offre non NT2 des centres d'éducation des adultes
Art. 44. In artikel 107, § 1, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018, wordt het percentage "1%" telkens vervangen door het percentage "0,8%".
Art. 44. Dans l'article 107, § 1er, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, remplacé par le décret du 16 mars 2018, le pourcentage " 1% " est chaque fois remplacé par le pourcentage " 0,8% ".
Afdeling 13. - Aanpassing berekeningswijze van de groei in de overgang naar het nieuwe financieringssysteem voor het volwassenenonderwijs
Section 13. - Adaptation du mode de calcul de la croissance dans le cadre de la transition vers le nouveau système de financement de l'éducation des adultes
Art. 45. In artikel 196septies van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2018 en gewijzigd bij de decreten van 5 april 2019 en 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt het cijfer "3,33" vervangen door het cijfer "3,37";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "en vermenigvuldigd met 3,33" vervangen door de zinsnede "waarbij de lesurencursist gerealiseerd in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 vermenigvuldigd worden met factor 2,95 en de lesurencursist gerealiseerd in de overige studiegebieden vermenigvuldigd worden met factor 3,60";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt het cijfer "3,33" vervangen door het cijfer "3,37";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "en vermenigvuldigd met 3,33" vervangen door de zinsnede "waarbij de lesurencursist gerealiseerd in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 vermenigvuldigd worden met factor 2,95 en de lesurencursist gerealiseerd in de overige studiegebieden vermenigvuldigd worden met factor 3,60".
Art. 45. A l'article 196septies du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 16 mars 2018 et modifié par les décrets des 5 avril 2019 et 20 décembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, le chiffre " 3,33 " est remplacé par le chiffre " 3,37 " ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, le membre de phrase " et multipliées par 3,33 " est remplacé par le membre de phrase " où les heures de cours/apprenant réalisées dans les disciplines " Nederlands tweede taal richtgraad 1 et 2 " et " Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 " sont multipliées par le facteur 2,95 et les heures de cours/apprenant réalisées dans les autres disciplines sont multipliées par le facteur 3,60 " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, le chiffre " 3,33 " est remplacé par le chiffre " 3,37 " ;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le membre de phrase " et multipliées par 3,33 " est remplacé par le membre de phrase " où les heures de cours/apprenant réalisées dans les disciplines " Nederlands tweede taal richtgraad 1 et 2 " et " Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 " sont multipliées par le facteur 2,95 et les heures de cours/apprenant réalisées dans les autres disciplines sont multipliées par le facteur 3,60 ".
Afdeling 14. - Technische aanpassing fonds Inschrijvingsgelden DKO
Section 14. - Adaptation technique du fonds " Inschrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs "
Art. 46. In artikel 94 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De bedragen, vermeld in artikel 91 en herrekend zoals bepaald in artikel 93, worden toegewezen aan het fonds Inschrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs, verder genoemd `het Fonds'.".
Art. 46. Dans l'article 94 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Les montants, visés à l'article 91 et recalculés comme prévu à l'article 93, sont affectés au fonds " Inschrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs " (Droits d'inscription de l'enseignement artistique à temps partiel), ci-après dénommé " le Fonds ".
Afdeling 15. - Aanwending aanvullende middelen voor pedagogische begeleidingsdiensten met personeelsformatie
Section 15. - Affectation de moyens supplémentaires pour les services d'encadrement pédagogique avec un cadre organique
Art. 47. In artikel 21/1, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het bedrag "5.731.000 euro" wordt vervangen door het bedrag "4.584.000 euro";
  2° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Van het voormelde bedrag, wordt voor het schooljaar 2019-2020 en schooljaar 2020-2021 478.000 euro gebruikt voor de begeleiding van leerkrachten bij de remediëring van leerlingen in de klas vanaf de opening van de scholen in het derde trimester van het schooljaar 2019-2020 tot en met 30 juni 2021.".
Art. 47. A l'article 21/1, alinéa 1er, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et remplacé par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le montant " 5.731.000 euros " est remplacé par le montant " 4.584.000 euros " ;
  2° il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
  " Pour l'année scolaire 2019-2020 et l'année scolaire 2020-2021, 478.000 euros du montant précité seront affectés à l'encadrement des enseignants lors de la remédiation des élèves en classe à partir de l'ouverture des écoles au troisième trimestre de l'année scolaire 2019-2020 jusqu'au 30 juin 2021 inclus. ".
Afdeling 16. - Opheffing extra ondersteuning volwassenenonderwijs
Section 16. - Suppression de l'appui supplémentaire à l'éducation des adultes
Art. 48. Artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014, 19 juni 2015 en 17 juni 2016, wordt opgeheven.
Art. 48. L'article 28 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié par les décrets des 18 décembre 2009, 8 juillet 2011, 21 décembre 2012, 19 décembre 2014, 19 juin 2015 et 17 juin 2016, est abrogé.
Afdeling 17. - Fonds Studietoelagen.
Section 17. - Fonds des allocations d'études
Art. 49. In artikel 21 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006, gewijzigd bij de decreten van 30 juni 2006, 22 december 2006, 21 december 2007 en 21 december 2018, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
  " § 4. Het fonds wordt aangewend voor:
  1° de betaling van school- en studietoelagen aan leerlingen en studenten, overeenkomstig het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  2° de kosten die voortvloeien uit de gedwongen invordering van terugvorderingen ter uitvoering van artikel 62 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  3° de betaling van andere uitgaven met betrekking tot de organisatie van de studiefinanciering.".
Art. 49. Dans l'article 21 du décret du 23 décembre 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2006, modifié par les décrets des 30 juin 2006, 22 décembre 2006, 21 décembre 2007 et 21 décembre 2018, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le fonds est affecté :
  1° au paiement d'allocations scolaires et d'allocations d'études aux élèves et étudiants, conformément aux dispositions du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande ;
  2° aux frais découlant du recouvrement obligatoire des recouvrements en exécution de l'article 62 du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande ;
  3° au paiement d'autres dépenses relatives à l'organisation du financement des études. ".
Afdeling 18. - Fonds Dienstverlening AHOVOKS
Section 18. - " Fonds Dienstverlening AHOVOKS " (Fonds Services AHOVOKS)
Art. 50. Aan artikel 26, § 3, van het decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2013, 19 juni 2015, 3 juli 2015, 8 juli 2016, 22 december 2017 en 17 mei 2019, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° terugstortingen van uitgaven en diverse ontvangsten gedaan in het kader van de dienstverlening van AHOVOKS.".
Art. 50. L'article 26, § 3, du décret du 21 décembre 2012 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2013, modifié par les décrets des 5 juillet 2013, 19 juin 2015, 3 juillet 2015, 8 juillet 2016, 22 décembre 2017 et 17 mai 2019, est complété par un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° des remboursements de dépenses et recettes diverses faites dans le cadre de la prestation de services par AHOVOKS. ".
Afdeling 19. - Eenmalige toekenning van middelen voor kinderen met een specifieke maatregel binnen de internaten
Section 19. - Allocation unique de moyens pour les enfants avec une mesure spécifique au sein des internats
Art. 51. Aan deel III, hoofdstuk 3, van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2018 en 15 maart 2019, wordt een afdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 3. Eenmalige toekenning werkingsmiddelen".
Art. 51. La partie III, chapitre 3, de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, modifiée par les décrets des 15 juin 2018 et 15 mars 2019, est complétée par une section 3, rédigée comme suit :
  " Section 3. Allocation unique de moyens de fonctionnement ".
Art. 52. In dezelfde codificatie wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 51, een artikel III.20/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. III.20/1. Deze afdeling is van toepassing op:
  1° internaten als vermeld in artikel III.21 en III.35 voor wat betreft hun openstelling op schooldagen;
  2° tehuizen als vermeld in artikel III.1, § 1, eerste lid, III.20 en III.35, § 1, 2°, voor wat betreft hun openstelling op schooldagen;
  3° de internaten buitengewoon onderwijs, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2.
  Verder in deze afdeling `instellingen' genoemd.".
Art. 52. Dans la même codification, dans la section 3, insérée par l'article 51, il est inséré un article III.20/1, rédigé comme suit :
  " Art. III.20/1. La présente section est applicable :
  1° aux internats tels que visés aux articles III.21 et III.35 en ce qui concerne leur ouverture durant les jours scolaires ;
  2° aux homes d'accueil tels que visés aux articles III.1, § 1er, alinéa 1er, III.20 et III.35, § 1er, 2°, en ce qui concerne leur ouverture durant les jours non scolaires ;
  3° aux internats d'enseignement spécial, visés au chapitre 4, section 1re, sous-section 2.
  dénommés ci-après dans cette section " institutions ". ".
Art. 53. In dezelfde codificatie wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 51, een artikel III.20/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. III.20/2. Voor de instellingen wordt een budget van 499.000 euro aan bijkomende werkingsmiddelen voorzien.
  Deze bijkomende werkingsmiddelen worden verdeeld over de instellingen a rato van het aantal internen die beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf binnen de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, bij een jeugdhulpaanbieder of pleegzorger, op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank.
  Voor het bepalen van dit aantal internen wordt dezelfde teldag gehanteerd als die voor de berekening van de omkadering van het werkjaar 2019/2020.".
Art. 53. Dans la même codification, dans la section 3, insérée par l'article 51, il est inséré un article III.20/2, rédigé comme suit :
  " Art. III.20/2. Un budget de 499.000 euros de moyens de fonctionnement supplémentaires est prévu pour les institutions.
  Ces moyens de fonctionnement supplémentaires sont répartis entre les institutions au prorata du nombre d'internes qui disposent d'une décision de services d'aide à la jeunesse pour la fonction de séjour au sein de l'aide à la jeunesse qui n'est pas directement accessible, auprès d'un offreur d'aide à la jeunesse ou d'un accueillant, sur la base d'une recommandation d'une structure mandatée ou d'un Service social du Tribunal de la jeunesse.
  Pour la détermination de ce nombre d'internes, on utilise le même jour de comptage que celui utilisé pour le calcul de l'encadrement pour l'année d'activité 2019/2020. ".
Afdeling 20. - Impuls Handelswetenschappen en Bedrijfskunde
Section 20. - Impulsion " Handelswetenschappen en Bedrijfskunde " (Sciences commerciales et gestion d'entreprise)
Art. 54. In de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 wordt een artikel III.40/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. III.40/3. In het begrotingsjaar 2020 ontvangen de instellingen die opleidingen binnen het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde aanbieden een bedrag van 200.000 euro als stimulans voor het versterken van de technologische component van deze opleidingen.
  De subsidie, vermeld in het eerste lid, geldt als bijdrage in de personeels- en werkingskosten die worden gemaakt in het kader van deze uitbouw. De middelen worden verdeeld over de betrokken instellingen op basis van het aantal gegenereerde financieringspunten in dit studiegebied in de academiejaren 2013-2014 tot en met 2017-2018.".
Art. 54. Dans le Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, il est inséré un article III.40/3, rédigé comme suit :
  " Art. III.40/3. Dans l'année budgétaire 2020, les établissements proposant des formations dans la discipline " Handelswetenschappen en Bedrijfskunde " (Sciences commerciales et gestion d'entreprise) recevront une somme de 200.000 euros à titre d'incitation pour renforcer la composante technologique de ces formations.
  La subvention visée à l'alinéa 1er vaut comme contribution dans les frais de personnel et de fonctionnement qui sont exposés dans le cadre de cette élaboration. Les moyens sont répartis entre les établissements concernés sur la base du nombre de points de financement générés dans cette discipline au cours des années académiques 2013-2014 à 2017-2018. ".
HOOFDSTUK 7. - Kanselarij en Bestuur
CHAPITRE 7. - Chancellerie et Gouvernance publique
Art. 55. In artikel 26 van het programmadecreet van 20 december 2019 bij de begroting 2020, worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen door de Federale Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn. Wijzigingen aan die percentages worden enkel in rekening gebracht als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur tot gevolg hebben.".
Art. 55. Dans l'article 26 du décret-programme du 20 décembre 2019 accompagnant le budget 2020, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
  " Pour les pourcentages de la contribution de base légale et pour le coefficient de responsabilisation, on se base sur les pourcentages sur lesquels sont basées les estimations des contributions de responsabilisation du Service fédéral des Pensions de mai 2019. Des modifications à ces pourcentages ne sont prises en compte que lorsqu'elles aboutissent à une diminution de la contribution de responsabilisation de cette administration. ".
Art. 56. Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. Vanaf 2020 stelt de Vlaamse Regering de dotatie, vermeld in artikel 26, voor elk bestuur vast op basis van de meest recente ramingen van de responsabiliseringsbijdragen die de Federale Pensioendienst haar op 30 september van het betrokken begrotingsjaar ter beschikking stelt. Vanaf 2021 wordt die dotatie gecorrigeerd met het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar en de effectieve dotatie waarop het bestuur recht had na het definitief worden van de responsabiliseringsbijdrage.
  Als de correctie, vermeld in het eerste lid, leidt tot een negatief bedrag, kan de Vlaamse Regering dat bedrag van het bestuur terugvorderen.".
Art. 56. L'article 27 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 27. A partir de 2020 le Gouvernement flamand arrête la dotation, visée à l'article 26, pour chaque administration sur la base des estimations les plus récentes des contributions de responsabilisation mises à disposition par le Service fédéral des Pensions chaque année le 30 septembre. A partir de 2021 cette dotation est corrigée par la différence entre la dotation accordée pour l'année précédente et la dotation effective à laquelle l'administration avait droit après que la contribution de responsabilisation soit devenue définitive.
  Si la correction visée à l'alinéa 1er aboutit à un montant négatif, le Gouvernement flamand peut récupérer ce montant auprès de l'administration. ".
Art. 57. Aan artikel 28 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, worden de dotaties aan de besturen pro rata het beschikbare begrotingskrediet betaald op de eerste werkdag van de maand december van dat jaar. Het nog te betalen saldo voor dat jaar wordt toegevoegd aan het begrotingskrediet van het volgende jaar en betaald binnen de twee maanden nadat daarvoor het nodige krediet op de begroting werd ingeschreven.".
Art. 57. L'article 28 du même décret est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Si le crédit budgétaire d'une certaine année est insuffisant, les dotations sont versées aux administrations au prorata du crédit budgétaire disponible le premier jour ouvrable du mois de décembre de cette année. Le solde restant à payer pour cette année est ajouté au crédit budgétaire de l'année suivante et est payé dans les deux mois suivant l'inscription au budget du crédit nécessaire. ".
HOOFDSTUK 8. - Financiën en Begroting
CHAPITRE 8. - Finances et Budget
Afdeling 1. - Verkeersbelasting
Section 1. - Taxe de circulation
Art. 58. In artikel 1.1.0.0.2, derde lid, 7°, van het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, wordt tussen het woord "handelaarsplaat" en het woord "of" de zinsnede ", beroepsplaat, nationale plaat" ingevoegd.
Art. 58. Dans l'article 1.1.0.0.2, alinéa 3, 7°, du décret contenant le Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 18 décembre 2015, le membre de phrase " , professionnelle, nationale " est inséré entre les mots " de marchand " et le mot " ou ".
Art. 59. In artikel 2.2.4.0.4, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "en 11° " vervangen door de zinsnede ", 11° en 15° ".
Art. 59. Dans l'article 2.2.4.0.4, alinéa 2, du même décret, le membre de phrase " et 11° " est remplacé par le membre de phrase " ,11° et 15° ".
Art. 60. Aan artikel 2.2.6.0.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017 en het decreet van 22 juni 2018, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° de voertuigen voorzien van een nationale plaat.".
Art. 60. L'article 2.2.6.0.1, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 8 décembre 2017 et le décret du 22 juin 2018, est complété par un point 15°, rédigé comme suit :
  " 15° aux véhicules munis d'une plaque nationale. ".
Art. 61. In artikel 2.2.6.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Dit artikel is niet van toepassing op de voertuigen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 6.".
Art. 61. Dans l'article 2.2.6.0.6 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2015 et modifié par le décret du 16 juin 2017, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le présent article ne s'applique pas aux véhicules, visés à l'article 2.2.4.0.1, § 6. ".
Afdeling 2. - Belasting op de inverkeerstelling
Section 2. - Taxe de mise en circulation
Art. 62. In artikel 2.3.4.1.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt de zinsnede ", artikel 2.3.6.0.2 en" vervangen door de woorden "en artikel".
Art. 62. Dans l'article 2.3.4.1.1 du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2015, le membre de phrase " aux articles 2.3.6.0.2 et " est remplacé par les mots " et à l'article ".
Art. 63. Aan artikel 2.3.6.0.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden een punt 4° en een punt 5° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "4° de voertuigen voorzien van een beroepsplaat;
  5° de voertuigen voorzien van een nationale plaat.".
Art. 63. L'article 2.3.6.0.1, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 23 décembre 2016, est complété par un point 4° et un point 5°, rédigés comme suit :
  " 4° les véhicules munis d'une plaque professionnelle ;
  5° les véhicules munis d'une plaque nationale. ".
Art. 64. Artikel 2.3.6.0.2, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 2018, wordt opgeheven.
Art. 64. L'article 2.3.6.0.2, alinéa 2, du même décret, remplacé par le décret du 21 décembre 2018, est abrogé.
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 9. - Entrée en vigueur
Art. 65. Dit decreet treedt in werking tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
  1° artikel 2, 14, 16, 18 en 19 die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2020;
  2° artikel 4, 6 tot en met 10, 58 tot en met 60 en 63 die in werking treden op 1 oktober 2020;
  3° artikel 20 tot en met 23, 25, 27 en 28, 33 tot en met 45, 48 en 51 tot en met 53 die in werking treden op 1 september 2020;
  4° artikel 24 en 26 die uitwerking hebben vanaf 1 juli 2020;
  5° artikel 46 en 47, 1°, die uitwerking hebben vanaf 1 september 2018;
  6° artikel 47, 2°, dat uitwerking heeft vanaf de dag waarop de scholen weer opengaan in het derde trimester van het schooljaar 2019-2020;
  7° artikel 61 dat van toepassing is op de belastbare tijdperken die starten vanaf 1 juli 2020;
  8° artikel 62 en 64 die van toepassing zijn op de voertuigen die geacht worden in het verkeer te zijn gesteld in het Vlaamse Gewest vanaf 1 juli 2020.
Art. 65. Le présent décret entre en vigueur dix jours après la date de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  1° des articles 2, 14, 16, 18 et 19 qui produisent leurs effets le 1er janvier 2020 ;
  2° des articles 4, 6 à 10 inclus, 58 à 60 inclus, et 63, qui entrent en vigueur le 1er octobre 2020 ;
  3° des articles 20 à 23 inclus, 25, 27 et 28, 33 à 45 inclus, 48 et 51 à 53 inclus, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2020 ;
  4° des articles 24 et 26, qui produisent leurs effets le 1er juillet 2020 ;
  5° des articles 46 et 47, 1°, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2018 ;
  6° de l'article 47, 2°, qui produit ses effets à partir de la date à laquelle les écoles s'ouvrent de nouveau dans le troisième trimestre de l'année scolaire 2019-2020 ;
  7° de l'article 61, qui s'applique aux périodes imposables qui commencent à partir du 1er juillet 2020 ;
  8° des articles 62 et 64 qui s'appliquent aux véhicules qui sont censés être mis en circulation en Région flamande à partir du 1er juillet 2020.