Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 APRIL 1998. - Overeenkomst tussen de Belgische-Luxemburgse Economische Unie en de Islamitische Republiek Pakistan inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 23 april 1998
Titre
23 AVRIL 1998. - Accord entre l'Union économique belgo-luxembourgeoise et la République islamique du Pakistan concernant l'encouragement et la protection réciproques des investissements, signé à Bruxelles le 23 avril 1998
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
  Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de term :
  1. " investeerder ":
  a) elke natuurlijke persoon die volgens de wetgeving van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Islamitische Republiek Pakistan wordt beschouwd als een onderdaan van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Islamitische Republiek Pakistan.
  b) elke rechtspersoon, met inbegrip van ondernemingen, verenigingen van ondernemingen, handelsondernemingen en andere instellingen die is opgericht of althans naar behoren georganiseerd in overeenstemming met de wetgeving van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Islamitische Republiek Pakistan.
  2. " investering ": alle soorten vermogensbestanddelen zoals allerhande goederen en rechten, en in het bijzonder, doch niet uitsluitend :
  - aandelen en andere vormen van deelneming in ondernemingen;
  - rechten voortvloeiend uit allerhande inbrengen die het creëren van economische waarde ten doel hebben, met inbegrip van elk krediet dat hiervoor wordt verleend ongeacht of het al dan niet gevaloriseerd wordt;
  - roerende en onroerende vermogensbestanddelen alsmede alle andere rechten zoals hypotheken, retentierechten, pandrechten en rechten van vruchtgebruik;
  - alle rechten op het gebied van intellectuele eigendom, met inbegrip van octrooien, auteursrechten en handelsmerken alsmede fabricagelicenties en rechten op het gebied van knowhow en goodwill;
  - rechten om economische en commerciële activiteiten uit te oefenen die krachtens de wet of bij overeenkomst zijn toegestaan, met name rechten voor het opsporen, ontginnen, winnen of exploiteren van natuurlijke rijkdommen.
  De term " investeringen " verwijst eveneens naar de indirecte investeringen door de investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij via een rechtspersoon die in een andere Staat is opgericht en waarvan het bestuur in handen is van de investeerders van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.
  Elke verandering in de vorm waarin vermogensbestanddelen worden geïnvesteerd, doet geen afbreuk aan de omschrijving ervan als " investering ", op voorwaarde dat deze verandering niet strijdig is met de wetten en voorschriften van de betreffende Overeenkomstsluitende Partij.
  3. " opbrengst ": de uit een investering, als hierboven omschreven, verworven inkomsten, en in het bijzonder doch niet uitsluitend, winst, dividenden, rente, vermogensaanwas, royalty's en vergoedingen.
  4. " grondgebied ": het grondgebied van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en de Islamitische Republiek Pakistan evenals de zeegebieden, dit wil zeggen de gebieden op en onder zee die zich voorbij de territoriale wateren van de betreffende Staten uitstrekken en waarin deze, overeenkomstig het internationaal recht, soevereine rechten en rechtsmacht uitoefenen met het oog op de opsporing, de winning en het behoud van de natuurlijke rijkdommen.
Article 1. Définitions
  Pour l'application du présent accord,
  1. Le terme " investisseur " désigne:
  a) toute personne physique qui est un ressortissant de la République Islamique du Pakistan, du Royaume de Belgique ou du Grand-Duché de Luxembourg, en vertu de la législation de l'Etat concerné;
  b) toute personne morale, y compris les sociétés, associations de sociétés, sociétés commerciales et autres organisations, qui est constituée ou du moins dûment organisée conformément à la législation de la République Islamique du Pakistan, du Royaume de Belgique ou du Grand-Duché de Luxembourg.
  2. Le terme " investissements " désigne tout élément d'actif quelconque, tel que tout type de biens et de droits, et notamment, mais non exclusivement:
  - les actions et autres formes de participations au capital de sociétés;
  - les droits découlant de tout type d'apport destiné à créer une valeur économique, y compris tout prêt accordé à cet effet, actualisé ou non;
  - les biens meubles et immeubles ainsi que tous autres droits tels que hypothèques, privilèges, gages ou usufruits;
  - tous droits en matière de propriété industrielle, y compris les droits portant sur les brevets, les droits d'auteur et les marques de commerce, ainsi que les licences de fabrication, le savoir-faire et le fonds de commerce;
  - les droits en vue de toute activité économique et commerciale, conférés en vertu du droit ou d'un contrat, notamment ceux relatifs à la prospection, à la culture, à l'extraction ou à l'exploitation de ressources naturelles.
  Le terme " investissements " désigne également les investissements indirects réalisés par les investisseurs de l'une des Parties contractantes sur le territoire de l'autre Partie contractante par l'intermédiaire d'une personne morale constituée dans un autre Etat et dont la direction effective est entre les mains des investisseurs de la première Partie contractante.
  Aucune modification de la forme dans laquelle les avoirs ont été investis n'affectera leur qualité d'investissements, à condition que cette modification ne soit pas contraire aux lois et règlements de la Partie contractante concernée.
  3. Le terme " revenus " désigne les sommes produites par un investissement, conformément à la définition ci-dessus, et notamment, mais non exclusivement, les bénéfices, dividendes, intérêts, accroissements de capital, royalties ou indemnités.
  4. Le terme " territoire " s'applique au territoire du Royaume de Belgique, au territoire du Grand-Duché de Luxembourg et au territoire de la République Islamique du Pakistan ainsi qu'aux zones maritimes, c'est-à-dire les zones marines et sous-marines qui s'étendent au-delà des eaux territoriales de l'Etat concerné et sur lesquels celui-ci exerce, conformément au droit international, ses droits souverains et sa juridiction aux fins d'exploration, d'exploitation et de conservation des ressources naturelles.
Art. 2. Bevorderen en toestaan van investeringen
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij moedigt investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij op haar grondgebied aan en laat zulke investeringen toe in overeenstemming met haar wetgeving.
  2. Elke Overeenkomstsluitende Partij vergemakkelijkt, indien nodig, het sluiten en uitvoeren van licentieovereenkomsten en overeenkomsten inzake commerciële, administratieve of technische bijstand, voor zover deze activiteiten verband houden met zulke investeringen.
  3. Deze Overeenkomst is ook van toepassing op investeringen die vóór de inwerkingtreding ervan werden gedaan door investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, in overeenstemming met de wetten en voorschriften van laatstgenoemde.
Art. 2. Promotion et autorisation des investissements
  1. Chacune des Parties contractantes encouragera les investissements sur son territoire par des investisseurs de l'autre Partie contractante et admettra ces investissements en conformité avec sa législation.
  2. En particulier, chaque Partie contractante facilitera si nécessaire la conclusion et l'exécution de contrats de licence et de conventions d'assistance commerciale, administrative ou technique, pour autant que ces activités aient un rapport avec les investissements.
  3. Le présent accord s'appliquera également aux investissements effectués avant son entrée en vigueur par des investisseurs de l'une des Parties contractantes sur le territoire de l'autre Partie contractante en conformité avec les lois et règlements de cette dernière.
Art. 3. Bescherming van investeringen
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij beschermt op haar grondgebied de investeringen door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij en verbindt zich het beheer, de ontwikkeling, de instandhouding, het gebruik, het genot, de uitbreiding, de verkoop of, voor zover het geval zich voordoet, de liquidatie van zulke investeringen niet door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen te belemmeren.
  2. Elke Overeenkomstsluitende Partij streeft ernaar de met betrekking tot deze investeringen noodzakelijke vergunningen te verlenen en staat, in het kader van haar wetgeving, toe dat uitvoering wordt gegeven aan arbeidsvergunningen en aan contracten die verband houden met fabricagelicenties en technische, commerciële, financiële en administratieve bijstand.
  3. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent, voor zover nodig, de vergunningen die vereist zijn om de werkzaamheden van adviseurs of deskundigen die door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn in dienst genomen, toe te laten.
Art. 3. Protection des investissements
  1. Chaque Partie contractante protégera les investissements réalisés sur son territoire par des investisseurs de l'autre Partie contractante et n'entravera d'aucune manière, par des mesures injustifiées ou discriminatoires, la gestion, le développement, l'entretien, l'utilisation, la jouissance, l'expansion, la vente et, si le cas se présente, la liquidation desdits investissements.
  2. Chaque Partie contractante s'efforcera d'accorder les autorisations nécessaires pour ces investissements et permettra, dans le cadre de sa législation, que les permis de travail et les contrats en matière de licences de fabrication et d'assistance technique, commerciale, financière et administrative soient effectivement mis en oeuvre.
  3. Chaque Partie contractante accordera également, si nécessaire, les autorisations requises en rapport avec les activités de consultants ou d'experts engagés par des investisseurs de l'autre Partie contractante.
Art. 4. Behandeling van investeringen
  1. Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt op haar grondgebied een eerlijke en rechtvaardige behandeling ten aanzien van investeringen door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
  2. Deze behandeling mag niet minder gunstig zijn dan die welke elke Overeenkomstsluitende Partij toekent aan investeringen op haar grondgebied door investeerders van een derde land of door haar eigen investeerders, naar gelang van wat voor de betreffende investeerder het gunstigst is, en is in overeenstemming met de algemeen erkende beginselen van het volkenrecht.
  3. Deze behandeling is evenwel niet van toepassing op de voorrechten die een Overeenkomstsluitende Partij zou toekennen aan investeerders van een derde land op grond van zijn lidmaatschap van of associatie met een bestaande of toekomstige vrijhandelszone, een douane-unie, een gemeenschappelijke markt of soortgelijke internationale overeenkomst waarbij één van de Overeenkomstsluitende Partijen partij is of zou kunnen worden.
  4. De behandeling als bedoeld in dit Artikel strekt zich niet uit tot verminderingen en vrijstellingen van belastingen of andere soortgelijke voorrechten die één van de Overeenkomstsluitende Partij toekent aan investeerders van een derde land op grond van een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting dan wel op grond van gelijk welke belastingovereenkomst.
Art. 4. Traitement des investissements
  1. Chaque Partie contractante assurera aux investissements faits par des investisseurs de l'autre Partie contractante un traitement juste et équitable sur son territoire.
  2. Ce traitement ne sera pas moins favorable que celui que chaque Partie contractante accorde aux investissements de ses propres investisseurs ou d'investisseurs de tout pays tiers sur son territoire, suivant le traitement le plus favorable à l'investisseur concerné, et sera conforme aux principes universellement reconnus du droit international.
  3. Néanmoins, pareil traitement ne s'étendra pas aux privilèges qu'une Partie contractante pourrait accorder aux investisseurs d'un pays tiers en vertu de sa participation ou de son association à une zone de libre-échange, une union douanière, un marché commun ou à tout accord international analogue, existant ou futur, auquel l'une des Parties contractantes est ou pourrait devenir partie.
  4. Le traitement accordé en application du présent Article ne s'étendra ni aux abattements et dégrèvements fiscaux ni aux autres privilèges analogues accordés par l'une des Parties contractantes à des investisseurs de pays tiers en vertu d'un accord tendant à éviter la double imposition ou de tout autre accord en matière d'imposition.
Art. 5. Nationalisatie en onteigening
  1. Maatregelen zoals nationalisatie, onteigening dan wel gelijk welke maatregel die soortgelijke kenmerken of uitwerking heeft, kunnen door de overheid van een Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van investeringen op haar grondgebied door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij alleen worden toegepast om redenen van algemeen belang en in overeenstemming met de wetgeving. Ze zijn niet discriminatoir. De Overeenkomstsluitende Partij die zulke maatregelen neemt, is ertoe gehouden de investeerder of diens wettige begunstigde onverwijld een billijke schadeloosstelling in inwisselbare en vrij overdraagbare valuta te betalen. Deze schadeloosstelling levert rente op tegen een gewone commerciële rentevoet vanaf de vastgestelde datum tot de datum van betaling.
  2. Het bedrag van de schadeloosstelling komt overeen met de marktwaarde van de onteigende investering onmiddellijk voordat de onteigening of voorgenomen onteigening werd bekendgemaakt.
Art. 5. Nationalisation et expropriation
  1. La nationalisation, l'expropriation ou toute autre mesure ayant des caractéristiques ou des effets équivalents, auxquelles les autorités de l'une des Parties contractantes pourraient soumettre les investissements effectués sur son territoire par des investisseurs de l'autre Partie contractante seront exclusivement appliquées dans l'intérêt public, selon une procédure légale et ne seront en aucun cas discriminatoires. La Partie contractante qui prend pareilles mesures paiera sans délai à l'investisseur ou à son bénéficiaire légal une indemnité adéquate en monnaie convertible et librement transférable. Cette indemnité portera intérêt au taux commercial normal à compter de la date prévue jusqu'à la date de son paiement effectif.
  2. Le montant des indemnités correspondra à la valeur commerciale des investissements expropriés immédiatement avant que l'expropriation ou l'intention d'exproprier ne soit rendue publique.
Art. 6. Schadeloosstelling voor verliezen
  Aan investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij waarvan de investeringen of de opbrengst daarvan op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij schade zouden lijden wegens oorlog, andere gewapende conflicten, een nationale noodtoestand, oproer, ongeregeldheden of andere soortgelijke gebeurtenissen of die ingevolge vorderingen verliezen lijden, wordt wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of andere regelingen betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat verleent. Deze behandeling dient in overeenstemming te zijn met de algemeen erkende beginselen van het volkenrecht. Vergoedingen op grond van dit Artikel, dienen zonder vertraging te worden voldaan en dienen billijk, reëel en vrij overdraagbaar te zijn.
Art. 6. Indemnisation des dommages
  Les investisseurs de l'une des Parties contractantes dont les investissements ou les revenus y afférents sur le territoire de l'autre Partie contractante auraient subi des pertes dues à une guerre ou à tout autre conflit armé, état d'urgence national, révolte, émeute ou autres circonstances similaires, y compris des pertes découlant de mesures de réquisition, bénéficieront d'un traitement, en ce qui concerne les restitutions, indemnisations, compensations ou autres dédommagements, qui ne sera pas moins favorable que celui accordé par cette dernière Partie contractante à ses propres investisseurs ou aux investisseurs de tout Etat tiers. Ce traitement sera conforme aux principes universellement reconnus du droit international. Tout paiement effectué en vertu du présent Article s'effectuera sans délai, de manière adéquate et effective et sera librement transférable.
Art. 7. Overmaking
  1. Ten aanzien van de investeringen die op haar grondgebied worden gedaan, verleent elke Overeenkomstsluitende Partij de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij de toelating om alle uit een investering voortvloeiende inkomsten en andere daarmee verband houdende betalingen vrij over te maken. Deze omvatten in het bijzonder doch niet uitsluitend :
  - investeringsopbrengsten als omschreven in Artikel 1;
  - de in toepassing van de Artikelen 5 en 6 uitgekeerde schadeloosstellingen;
  - de opbrengst van de gehele of gedeeltelijke verkoop of liquidatie van een investering, met inbegrip van meerwaarden of verhogingen van het geïnvesteerde kapitaal;
  - gelden nodig voor de terugbetaling van leningen;
  - betalingen met het oog op de totstandbrenging, de instandhouding of de ontwikkeling van de investering zoals gelden die nodig zijn voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten alsmede om kapitaalgoederen te vervangen;
  - de lonen, wedden en andere vergoedingen die worden uitgekeerd aan de onderdanen van een Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij de met een investering verband houdende overeenkomstige arbeidsvergunningen hebben bekomen.
  2. De Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering wordt gedaan staat de investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij of de onderneming waarin deze geïnvesteerd heeft, op niet-discriminatoire wijze toe toegang te hebben tot de buitenlandse wisselmarkt ten einde de investeerder in staat te stellen de nodige buitenlandse valuta te verwerven met het oog op de overmakingen, als bedoeld in dit Artikel.
  3. De overmakingen gebeuren in vrij inwisselbare munt, tegen de wisselkoers die op de datum van overmaking van toepassing is op contante transacties in de gebruikte munt en in overeenstemming met de belastingvoorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering wordt gedaan.
  4. De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich de voorschriften die toelaten dat deze overmakingen zonder vertraging gebeuren te vergemakkelijken, overeenkomstig de werkwijzen die door de internationale financiële centra worden gehanteerd. Het tijdvak tussen de datum waarop de investeerder het naar behoren gedane verzoek tot overmaking indient en de datum waarop de overmaking daadwerkelijk plaats vindt, mag met name niet meer dan drie maanden bedragen. Te dien einde verbinden beide Overeenkomstsluitende Partijen zich de formaliteiten die vereist zijn voor zowel het verwerven van vreemde valuta als de daadwerkelijke overmaking naar het buitenland, binnen de voorgeschreven tijdspanne af te wikkelen.
  5. De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen de in dit Artikel bedoelde overmakingen een behandeling toe te kennen, die niet minder gunstig is dan die welke ze toekennen aan overmakingen die voortvloeien uit investeringen door investeerders van een derde Staat.
Art. 7. Transferts
  1. En ce qui concerne les investissements réalisés sur son territoire, chaque Partie contractante accordera aux investisseurs de l'autre Partie contractante le libre transfert des revenus produits par leurs investissements et des autres paiements en rapport avec ceux-ci, y compris notamment, mais non exclusivement:
  - des revenus des investissements tels que définis à l'Article 1;
  - des indemnités visées aux Articles 5 et 6;
  - du produit de la vente ou de la liquidation totale ou partielle d'un investissement, y compris les plus-values ou augmentations du capital investi;
  - des sommes en remboursement d'emprunts;
  - des paiements destinés à établir, à maintenir ou à développer les investissements tels que les fonds nécessaires à l'acquisition de matières premières ou consommables, de produits semi-finis ou finis ainsi qu'au remplacement d'actifs immobilisés;
  - des salaires, traitements et autres indemnités perçus par les citoyens de l'une des Parties contractantes qui ont obtenu sur le territoire de l'autre Partie contractante les permis de travail ad hoc en rapport avec un investissement.
  2. La Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement est réalisé autorisera l'investisseur de l'autre Partie contractante, ou la société dans laquelle il a investi, à avoir accès de manière non discriminatoire au marché des devises étrangères afin que l'investisseur puisse acquérir les devises étrangères nécessaires pour effectuer les transferts en exécution du présent Article.
  3. Les transferts seront effectués en monnaie librement convertible, au cours applicable à la date de ceux-ci aux transactions au comptant dans la monnaie utilisée, et conformément aux règlements fiscaux de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement est réalisé.
  4. Les Parties contractantes s'engagent à simplifier les procédures requises pour réaliser lesdits transferts sans délai conformément aux pratiques des places financières internationales. Il ne peut notamment s'écouler plus de trois mois entre la date à laquelle l'investisseur présente une demande en bonne et due forme en vue de l'exécution du transfert et la date effective du transfert. A cet effet, les deux Parties contractantes s'engagent à appliquer les formalités requises tant pour l'acquisition de monnaies étrangères que pour leur transfert effectif à l'étranger dans le laps de temps prescrit.
  5. Les Parties contractantes conviennent d'accorder aux transferts visés au présent Article un traitement non moins favorable que celui qu'elles accordent aux transferts découlant des investissements effectués par des investisseurs de tout Etat tiers.
Art. 8. Gunstiger voorwaarden
  Indien naast deze Overeenkomst de wettelijke bepalingen van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationale overeenkomsten die thans tussen de Overeenkomstsluitende Partijen bestaan of op een later tijdstip worden aangegaan, een regeling bevatten op grond waarvan investeringen door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in deze Overeenkomst is bepaald, hebben die bepalingen, in zoverre zij gunstiger zijn, voorrang boven deze Overeenkomst.
Art. 8. Conditions plus favorables
  Si les dispositions législatives de l'une ou l'autre Partie contractante ou les obligations découlant des conventions internationales en vigueur actuellement ou ratifiées dans l'avenir par les Parties contractantes, en plus du présent accord, contiennent des règles par l'effet desquelles les investissements des investisseurs de l'autre Partie contractante bénéficient d'un traitement plus favorable que celui accordé par le présent accord, ces dispositions, pour autant qu'elles soient plus favorables, prévaudront sur le présent accord.
Art. 9. Subrogatie
  Indien een Overeenkomstsluitende Partij of een door haar erkende instelling ten aanzien van een investering van haar investeerders op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door middel van een financiële waarborg een risicodekking heeft verleend, aanvaardt de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij dat de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij of de betreffende instelling in de rechten van de investeerders treedt op het tijdstip dat ze uit hoofde van genoemde waarborg een eerste betaling deed. Deze subrogatie stelt de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij of de door haar erkende instelling in staat als rechtstreeks begunstigde op te treden ten aanzien van de aan de oorspronkelijke investeerders eventueel uit te keren schadevergoeding.
Art. 9. Subrogation
  Si l'une des Parties contractantes ou l'organisme désigné par celle-ci a couvert par une garantie financière les risques liés à un investissement réalisé par ses investisseurs sur le territoire de l'autre Partie contractante, cette dernière acceptera que la première Partie contractante ou l'organisme concerné soit subrogé dans les droits des investisseurs à compter de la date à laquelle la première Partie contractante ou l'organisme concerné aura effectué le premier paiement en vertu de la garantie accordée. Cette subrogation permettra à la première Partie contractante ou à l'organisme concerné d'être le bénéficiaire direct de toutes les indemnités qui pourraient revenir aux investisseurs initiaux.
Art. 10. Regeling van investeringsgeschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen
  1. Alle geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dienen in de mate van het mogelijke langs diplomatieke weg te worden geregeld.
  2. Wanneer het geschil binnen zes maanden na het tijdstip waarop de onderhandelingen werden aangevat niet op die manier kan worden geregeld, kan het op verzoek van één van de twee Overeenkomstsluitende Partijen aan een scheidsgerecht worden voorgelegd.
  3. Het scheidsgerecht wordt op de volgende wijze samengesteld : elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een scheidsman en deze twee scheidsmannen kiezen een onderdaan van een derde land tot voorzitter. De scheidsmannen worden benoemd binnen een tijdvak van drie maanden en de voorzitter binnen een tijdvak van vijf maanden vanaf de datum waarop één der Overeenkomstsluitende Partijen de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis heeft gesteld van haar voornemen het geschil aan een scheidsgerecht voor te leggen.
  4. Indien één van de twee Overeenkomstsluitende Partijen vóór het verstrijken van de vooropgestelde termijn geen scheidsman heeft aangeduid, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij de voorzitter van het Internationale Gerechtshof verzoeken die benoeming te verrichten. Ingeval de twee scheidsmannen vóór het verstrijken van de vooropgestelde termijn geen overeenstemming hebben bereikt over de benoeming van een derde scheidsman, kan eender welke Overeenkomstsluitende Partij een beroep doen op de voorzitter van het Internationale Gerechtshof om de passende benoeming te verrichten.
  5. Indien in het in lid 4 van dit Artikel omschreven geval, de voorzitter van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen of onderdaan is van een Overeenkomstsluitende Partij, wordt de Vice-voorzitter verzocht de noodzakelijke benoeming te verrichten. Indien de Vice-voorzitter belet is bedoelde functie te vervullen of onderdaan is van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is, beschikbaar is en geen onderdaan is van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen verzocht de noodzakelijke benoeming te verrichten.
  6. Het scheidsgerecht beslist op basis van de naleving van het recht met betrekking tot de regels als vastgelegd in deze Overeenkomst of in andere overeenkomsten die tussen de Overeenkomstsluitende Partijen van kracht zijn en met inachtneming van de algemeen erkende beginselen van het volkenrecht.
  7. Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen hier anders over beslissen, legt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
  8. Het scheidsgerecht doet uitspraak bij meerderheid van stemmen en de uitspraak is onherroepelijk en bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.
  9. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman alsmede die welke verband houden met haar vertegenwoordiging bij de arbitrageprocedure. De andere kosten, met inbegrip van de kosten van de voorzitter, worden gelijkelijk door de twee Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.
Art. 10. Règlement des différends entre les parties contractantes
  1. Tout différend entre les Parties contractantes relatif à l'interprétation ou à l'application du présent accord sera réglé, si possible, par la voie diplomatique.
  2. Si le différend ne peut être réglé de cette manière dans les six mois à dater du début des négociations, il sera soumis, à la demande de l'une ou l'autre Partie contractante, à un tribunal arbitral.
  3. Le tribunal arbitral sera constitué de la manière suivante: chaque Partie contractante désignera un arbitre et ces deux arbitres désigneront un ressortissant d'un pays tiers qui exercera la fonction de Président. Les arbitres seront désignés dans un délai de trois mois et le Président dans un délai de cinq mois à compter de la date à laquelle l'une des Parties contractantes a fait part à l'autre Partie contractante de son intention de soumettre le différend à un tribunal arbitral.
  4. Si l'une des deux Parties contractantes n'a pas désigné son arbitre avant la date limite fixée, l'autre Partie contractante pourra inviter le Président de la Cour Internationale de Justice à procéder à la nomination nécessaire. Dans le cas où les deux arbitres ne se mettent pas d'accord sur la nomination du troisième arbitre avant la date limite fixée, l'une ou l'autre Partie contractante pourra à son tour inviter le Président de la Cour Internationale de Justice à procéder à la nomination nécessaire.
  5. Si, dans le cas prévu au paragraphe 4 du présent Article, le Président de la Cour Internationale de Justice est empêché d'exercer cette fonction ou est ressortissant de l'une ou l'autre Partie contractante, le Vice-Président de la Cour Internationale de Justice sera invité à procéder à la nomination nécessaire. Si le Vice-Président de la Cour Internationale de Justice est empêché d'exercer cette fonction ou est ressortissant de l'une ou l'autre Partie contractante, le membre le plus ancien de la Cour qui n'est pas un ressortissant de l'une ou l'autre Partie contractante sera invité à procéder à la nomination nécessaire.
  6. Le tribunal arbitral rendra ses décisions sur la base du respect du droit et des règles contenues dans le présent accord ou dans tout autre accord en vigueur entre les Parties contractantes ainsi que des principes universellement reconnus du droit international.
  7. A moins que les Parties contractantes n'en décident autrement, le tribunal fixera ses propres règles de procédure.
  8. Les décisions du tribunal seront prises à la majorité des voix; elles seront définitives et obligatoires pour les deux Parties contractantes.
  9. Chaque Partie contractante supportera les frais liés à la désignation de son arbitre et ceux inhérents à sa représentation dans la procédure d'arbitrage. Les autres débours, y compris les frais du président, seront supportés, à parts égales, par les deux Parties contractantes.
Art. 11. Geschillen tussen een Overeenkomstsluitende Partij en investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij
  1. Geschillen die tussen een Overeenkomstsluitende Partij en een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij kunnen ontstaan ten aanzien van een investering als omschreven in deze Overeenkomst, worden door de Overeenkomstsluitende Partij die het geschil aanhangig maakt aan de andere betrokken Partij schriftelijk meegedeeld en uitvoerig toegelicht. De Partijen proberen in de mate van het mogelijke deze geschillen via onderhandelingen of door bemiddeling tussen de Overeenkomstsluitende Partijen langs diplomatieke weg te regelen.
  2. Wanneer deze geschillen binnen zes maanden na ontvangst van de in lid 1 vermelde schriftelijke kennisgeving niet op deze wijze kunnen worden geregeld, wordt het geschil, naar keuze van de investeerder, voorgelegd aan :
  - de bevoegde rechtbank van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering werd gedaan;
  - een scheidsgerecht ad hoc, ingesteld overeenkomstig het arbitragereglement van de Commissie inzake Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties;
  - het Internationale Centrum voor de Beslechting van Investeringsgeschillen (I.C.S.I.D.), dat is opgericht krachtens het " Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten ", dat op 18 maart 1965 te Washington voor ondertekening werd opengesteld;
  - het Hof van Arbitrage van de Internationale Kamer van Koophandel te Parijs.
  Elke Overeenkomstsluitende Partij geeft haar voorafgaande en onherroepelijke toestemming om elk geschil aan arbitrage te onderwerpen. Deze toestemming houdt in dat beide Partijen afstand doen van het recht, om de uitputting van alle nationale administratieve of rechtsmiddelen te verzoeken.
  Indien de arbitrageprocedure op initiatief van een Overeenkomstsluitende Partij werd ingesteld, zal deze Partij de betrokken investeerder schriftelijk verzoeken de scheidsrechterlijke instantie aan te wijzen aan wie het geschil dient te worden voorgelegd.
  3. Geen van de bij een geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, zal in enig stadium van de arbitrageprocedure of van de uitvoering van een scheidsrechterlijke uitspraak als verweer kunnen aanvoeren dat de investeerder die tegenpartij is bij het geschil, een vergoeding ter uitvoering van een verzekeringspolis of van de in Artikel 9 van deze Overeenkomst vermelde waarborg heeft ontvangen, die het geheel of een gedeelte van zijn verliezen dekt.
  4. Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van :
  - het bepaalde in deze Overeenkomst en in de andere tussen de Overeenkomstsluitende Partijen van kracht zijnde overeenkomsten;
  - de regels en de algemeen erkende beginselen van het volkenrecht;
  - de nationale wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering werd gedaan, met inbegrip van de regels betreffende rechtsgeschillen;
  - de voorwaarden van de bijzondere overeenkomst als omschreven in Artikel 12.
  5. De uitspraken van het scheidsgerecht zijn onherroepelijk en bindend voor de Partijen bij het geschil. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich de uitspraken uit te voeren in overeenstemming met haar nationale wetgeving.
Art. 11. Différends survenant entre l'une des Parties contractantes et des investisseurs de l'autre Partie contractante
  1. Tout différend pouvant survenir entre l'une des Parties contractantes et un investisseur de l'autre Partie Contractante au sujet d'un investissement au sens du présent accord fera l'objet d'une notification écrite, accompagnée d'informations détaillées, de la part de la partie qui a introduit la procédure à l'autre partie concernée. Dans la mesure du possible, les parties au différend tenteront de régler celui-ci par la négociation ou la conciliation entre les Parties contractantes par la voie diplomatique.
  2. Si le différend ne peut être réglé de cette manière dans les six mois à dater de la notification écrite visée au paragraphe 1, le différend sera soumis, au choix de l'investisseur:
  - au tribunal compétent de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement a été effectué;
  - au tribunal d'arbitrage ad hoc, établi selon les règles d'arbitrage de la Commission des Nations unies pour le Droit Commercial International (C.N.U.D.C.I.);
  - au Centre international pour le règlement des Différends relatifs aux Investissements (C.I.R.D.I.), créé par la " Convention pour le règlement des différends relatifs aux investissements entre Etats et ressortissants d'autres Etats ", ouverte à la signature à Washington le 18 mars 1965;
  - au Tribunal d'Arbitrage de la Chambre de Commerce Internationale, à Paris.
  Chacune des Parties contractantes donne son consentement anticipé et irrévocable à ce que tout différend soit réglé par l'arbitrage. Ce consentement implique que les deux Parties renoncent à exiger l'épuisement des recours administratifs ou judiciaires internes.
  Si la procédure d'arbitrage a été introduite à l'initiative d'une Partie contractante, celle-ci invitera par écrit l'investisseur concerné à exprimer son choix quant à l'organisme d'arbitrage qui devra être saisi du différend.
  3. Aucune des Parties contractantes, partie à un différend, ne soulèvera d'objection, à aucun stade de la procédure d'arbitrage ni de l'exécution d'une sentence d'arbitrage, du fait que l'investisseur, partie adverse au différend, aurait perçu une indemnité couvrant tout ou partie de ses pertes en exécution d'une police d'assurance ou de la garantie prévue à l'Article 9 du présent accord.
  4. L'arbitrage s'effectuera sur la base:
  - des dispositions du présent accord ainsi que des autres accords en vigueur entre les Parties contractantes;
  - des règles et des principes universellement admis du droit international;
  - du droit interne de la Partie contractante sur le territoire de laquelle l'investissement a été réalisé, y compris les règles relatives aux conflits de lois;
  - des termes de l'accord particulier tel que défini à l'Article 12.
  5. Les sentences d'arbitrage seront définitives et obligatoires pour les deux parties au différend. Chaque Partie contractante s'engage à exécuter les sentences en conformité avec sa législation nationale.
Art. 12. Bijzondere overeenkomsten
  1. Investeringen waarvoor bijzondere overeenkomsten werden gesloten tussen een Overeenkomstsluitende Partij en investeerders van de andere Partij zijn onderworpen aan de bepalingen van deze Overeenkomst en aan die van bedoelde bijzondere overeenkomsten.
  2. Indien tussen een Overeenkomstsluitende Partij en investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij gunstiger voorwaarden zijn overeengekomen dan die waarin deze Overeenkomst voorziet, doet het bepaalde in deze Overeenkomst geen afbreuk aan deze voorwaarden.
Art. 12. Accords particuliers
  1. Les investissements ayant fait l'objet d'accords particuliers entre l'une des Parties contractantes et des investisseurs de l'autre Partie contractante seront régis par les dispositions du présent accord et par celles de ces accords particuliers.
  2. Les dispositions du présent accord ne porteront en rien atteinte aux conditions plus favorables que celles du présent accord, qui auront été accordées par l'une des Parties contractantes à des investisseurs de l'autre Partie contractante.
Art. 13. Meest begunstigde natie
  In alle aangelegenheden met betrekking tot de behandeling van investeringen genieten de investeerders van elke Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij de behandeling van meest begunstigde natie.
Art. 13. Nation la plus favorisée
  Pour toutes les questions relatives au traitement des investissements, les investisseurs de chacune des Parties contractantes bénéficieront, sur le territoire de l'autre Partie contractante, du traitement de la nation la plus favorisée.
Art. 14. Inwerkingtreding, voortzetting en beëindiging
  1. Deze Overeenkomst treedt in werking op het tijdstip waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke voorschriften voor de inwerkingtreding van internationale overeenkomsten is voldaan. Ze blijft van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar en wordt telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van tien jaar.
  Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst beëindigen, op voorwaarde dat zes maanden vóór de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur schriftelijk mededeling van beëindiging is gedaan.
  2. Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan of verworven vóór de datum van beëindiging van deze Overeenkomst en waarop de Overeenkomst anderszins van toepassing is, blijft het bepaalde in alle overige Artikelen van deze Overeenkomst van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar vanaf de datum van beëindiging.
Art. 14. Entrée en vigueur, reconduction et dénonciation
  1. Le présent accord entrera en vigueur à la date à laquelle les Parties contractantes se seront mutuellement notifié que les formalités constitutionnelles requises pour l'entrée en vigueur d'accords internationaux ont été accomplies. Il restera en vigueur pour une période initiale de dix ans et, par reconduction tacite, pour des périodes consécutives de dix ans.
  Chacune des Parties contractantes pourra dénoncer le présent accord par notification écrite six mois avant la date d'expiration.
  2. En ce qui concerne les investissements réalisés ou acquis antérieurement à la date d'expiration du présent accord, et pour lesquels le présent accord est également d'application, les dispositions de tous les autres articles du présent accord demeureront en vigueur pour une nouvelle période de dix ans à compter de cette date.