Artikel 1 Uitleveringsplicht
Elke Partij verbindt zich ertoe overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en op verzoek van de verzoekende Partij personen uit te leveren die op haar grondgebied gevonden werden en door de andere Partij gezocht zijn met de bedoeling strafrechtelijke procedures in te stellen tegen of het vonnis opgelegd aan die persoon uit te voeren.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 OKTOBER 2016. - Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk België en de Volksrepubliek China
Titre
31 OCTOBRE 2016. - Traité entre le Royaume de Belgique et la République populaire de Chine sur l'extradition
Dokumentinformationen
Numac: 2019A10102
Datum: 2016-10-31
Info du document
Numac: 2019A10102
Date: 2016-10-31
Tekst (24)
Texte (24)
Article 1er Obligation d'extrader
Chacune des Parties s'engage à livrer à l'autre Partie, conformément aux dispositions du présent Traité et à la demande de la Partie requérante, toute personne qui, se trouvant sur son territoire, est recherchée par l'autre Partie aux fins de poursuites pénales ou d'exécution de la peine infligée à cette personne.
Chacune des Parties s'engage à livrer à l'autre Partie, conformément aux dispositions du présent Traité et à la demande de la Partie requérante, toute personne qui, se trouvant sur son territoire, est recherchée par l'autre Partie aux fins de poursuites pénales ou d'exécution de la peine infligée à cette personne.
Art. 2.. Strafbare feiten
1. Een uitlevering zal niet worden toegestaan tenzij het gedrag waarvoor uitlevering gevraagd wordt overeenkomstig de wetgeving van beide Partijen een misdrijf vormt op het moment dat het verzoek gedaan wordt en voldoet aan de onderstaande voorwaarden :
(a) wanneer het uitleveringsverzoek gedaan wordt met de bedoeling een strafrechtelijke procedure in te stellen en het misdrijf volgens de wetgeving van beide Partijen bestraft wordt met een gevangenisstraf gedurende een periode van minstens een jaar of met een zwaardere straf; of
(b) wanneer het uitleveringsverzoek gedaan wordt met de bedoeling een gevangenisstraf op te leggen en de gevangenisstraf die nog uitgezeten moet worden door de gezochte persoon minstens zes maanden bedraagt op het moment dat het uitleveringsverzoek gedaan wordt.
2. Bij het vaststellen of het gedrag overeenkomstig alinea 1 van dit artikel een misdrijf vormt volgens de wetgeving van beide Partijen zal het van geen belang zijn of de wetgeving van beide Partijen het gedrag onder dezelfde misdrijfcategorie plaatst of het misdrijf met dezelfde terminologie benoemt.
3. Indien het uitleveringsverzoek betrekking heeft op twee of meer gedragingen die elk een misdrijf vormen volgens de wetgeving van beide Partijen en minstens een ervan voldoet aan de voorwaarden beschreven in alinea 1 van dit artikel, kan de aangezochte Partij de uitlevering voor al die misdrijven toestaan.
4. Een uitlevering kan niet worden geweigerd op grond van het feit dat de aangezochte Partij niet dezelfde belasting of heffing oplegt of niet dezelfde soort regeling inzake belastingen, heffingen, douane en deviezen kent als de verzoekende Partij.
1. Een uitlevering zal niet worden toegestaan tenzij het gedrag waarvoor uitlevering gevraagd wordt overeenkomstig de wetgeving van beide Partijen een misdrijf vormt op het moment dat het verzoek gedaan wordt en voldoet aan de onderstaande voorwaarden :
(a) wanneer het uitleveringsverzoek gedaan wordt met de bedoeling een strafrechtelijke procedure in te stellen en het misdrijf volgens de wetgeving van beide Partijen bestraft wordt met een gevangenisstraf gedurende een periode van minstens een jaar of met een zwaardere straf; of
(b) wanneer het uitleveringsverzoek gedaan wordt met de bedoeling een gevangenisstraf op te leggen en de gevangenisstraf die nog uitgezeten moet worden door de gezochte persoon minstens zes maanden bedraagt op het moment dat het uitleveringsverzoek gedaan wordt.
2. Bij het vaststellen of het gedrag overeenkomstig alinea 1 van dit artikel een misdrijf vormt volgens de wetgeving van beide Partijen zal het van geen belang zijn of de wetgeving van beide Partijen het gedrag onder dezelfde misdrijfcategorie plaatst of het misdrijf met dezelfde terminologie benoemt.
3. Indien het uitleveringsverzoek betrekking heeft op twee of meer gedragingen die elk een misdrijf vormen volgens de wetgeving van beide Partijen en minstens een ervan voldoet aan de voorwaarden beschreven in alinea 1 van dit artikel, kan de aangezochte Partij de uitlevering voor al die misdrijven toestaan.
4. Een uitlevering kan niet worden geweigerd op grond van het feit dat de aangezochte Partij niet dezelfde belasting of heffing oplegt of niet dezelfde soort regeling inzake belastingen, heffingen, douane en deviezen kent als de verzoekende Partij.
Art. 2.. Infractions donnant lieu à extradition1.
L'extradition ne sera accordée que si le fait à raison duquel elle est demandée constitue une infraction au moment où la demande est présentée en vertu des législations des deux Parties et remplit l'une des conditions suivantes :
(a) si la demande d'extradition est présentée aux fins de poursuites pénales, l'infraction est punie, selon les lois des deux Parties, d'une peine privative de liberté d'au moins un an ou d'une peine plus sévère; ou
(b) si la demande d'extradition est présentée aux fins d'exécution d'une peine privative de liberté, la durée de la peine restant à exécuter par la personne réclamée est de six mois au moins au moment de la demande d'extradition.
2. Pour déterminer si un fait constitue une infraction en vertu de la législation des deux Parties conformément au paragraphe 1er du présent article, il n'est pas tenu compte de ce que les législations des deux Parties classent ou non ce fait dans la même catégorie d'infractions et le décrivent ou non en des termes identiques.
3. Si la demande d'extradition vise deux ou plusieurs faits constituant chacun une infraction en vertu des législations des deux Parties et dont l'un au moins remplit les conditions prévues au paragraphe 1er du présent article, la Partie requise peut accorder l'extradition pour l'ensemble de ces infractions.
4. L'extradition ne pourra être refusée au motif que la législation de la Partie requise n'impose pas le même type de taxes ou d'impôts ou ne contient pas le même type de réglementation en matière de taxes, d'impôts, de douane et de change que la législation de la Partie requérante.
L'extradition ne sera accordée que si le fait à raison duquel elle est demandée constitue une infraction au moment où la demande est présentée en vertu des législations des deux Parties et remplit l'une des conditions suivantes :
(a) si la demande d'extradition est présentée aux fins de poursuites pénales, l'infraction est punie, selon les lois des deux Parties, d'une peine privative de liberté d'au moins un an ou d'une peine plus sévère; ou
(b) si la demande d'extradition est présentée aux fins d'exécution d'une peine privative de liberté, la durée de la peine restant à exécuter par la personne réclamée est de six mois au moins au moment de la demande d'extradition.
2. Pour déterminer si un fait constitue une infraction en vertu de la législation des deux Parties conformément au paragraphe 1er du présent article, il n'est pas tenu compte de ce que les législations des deux Parties classent ou non ce fait dans la même catégorie d'infractions et le décrivent ou non en des termes identiques.
3. Si la demande d'extradition vise deux ou plusieurs faits constituant chacun une infraction en vertu des législations des deux Parties et dont l'un au moins remplit les conditions prévues au paragraphe 1er du présent article, la Partie requise peut accorder l'extradition pour l'ensemble de ces infractions.
4. L'extradition ne pourra être refusée au motif que la législation de la Partie requise n'impose pas le même type de taxes ou d'impôts ou ne contient pas le même type de réglementation en matière de taxes, d'impôts, de douane et de change que la législation de la Partie requérante.
Art. 3.. Verplichte weigeringsgronden
De uitlevering zal worden geweigerd als :
(a) de aangezochte Partij van mening is dat het misdrijf waarvoor de uitlevering gevraagd wordt een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf misdrijfverband houdend misdrijf is. Een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf verband houdend misdrijf zal geen misdrijf omvatten dat als een politiek misdrijf beschouwd wordt volgens eender welk internationaal Verdrag waarin beide Partijen Partij zijn. De moord of poging tot moord op een staatshoofd of een lid van zijn of haar familie zal niet worden beschouwd als een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf verband houdend misdrijf. Een terroristisch misdrijf zoals gedefinieerd in eender welk internationaal Verdrag waarin beide Partijen Partij zijn, zal niet worden beschouwd als een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf verband houdend misdrijf;
(b) het misdrijf waarvoor de uitlevering gevraagd wordt enkel een militair misdrijf vormt;
(c) de aangezochte Partij voldoende redenen heeft om aan te nemen dat het uitleveringsverzoek gedaan werd om de gezochte persoon te vervolgen of te straffen op grond van zijn of haar ras, geslacht, geloof, nationaliteit of politieke overtuiging of dat de positie van die persoon in gerechtelijke procedures om een van die redenen benadeeld kan zijn;
(d) de vervolging of de tenuitvoerlegging van de straf van de gezochte persoon onmogelijk geworden is door verjaring volgens de wetgeving van de verzoekende Partij;
(e) de aangezochte Partij voor de feiten waarvoor om de uitlevering verzocht wordt al een definitief vonnis uitgesproken heeft tegen de uit te leveren persoon;
(f) de gezochte persoon door de verzoekende Partij aan folteringen en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen onderworpen werd of zou kunnen worden;
(g) het uitleveringsverzoek door de verzoekende Partij gedaan wordt ingevolge een verstekvonnis, tenzij de verzoekende Partij kan garanderen dat de gezochte persoon de gelegenheid kreeg om de zaak opnieuw te laten behandelen in zijn of haar aanwezigheid;
(h) de gezochte persoon niet de leeftijd van strafrechtelijke meerderjarigheid heeft op het moment van het misdrijf;
(i) de gezochte persoon voor het misdrijf waarvoor om de uitlevering wordt gevraagd, veroordeeld kan worden tot de doodstraf, tenzij de verzoekende Partij verzekert dat de doodstraf niet zal worden opgelegd of, indien ze wordt opgelegd, niet ten uitvoer zal worden gebracht.
De uitlevering zal worden geweigerd als :
(a) de aangezochte Partij van mening is dat het misdrijf waarvoor de uitlevering gevraagd wordt een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf misdrijfverband houdend misdrijf is. Een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf verband houdend misdrijf zal geen misdrijf omvatten dat als een politiek misdrijf beschouwd wordt volgens eender welk internationaal Verdrag waarin beide Partijen Partij zijn. De moord of poging tot moord op een staatshoofd of een lid van zijn of haar familie zal niet worden beschouwd als een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf verband houdend misdrijf. Een terroristisch misdrijf zoals gedefinieerd in eender welk internationaal Verdrag waarin beide Partijen Partij zijn, zal niet worden beschouwd als een politiek misdrijf of een met een politiek misdrijf verband houdend misdrijf;
(b) het misdrijf waarvoor de uitlevering gevraagd wordt enkel een militair misdrijf vormt;
(c) de aangezochte Partij voldoende redenen heeft om aan te nemen dat het uitleveringsverzoek gedaan werd om de gezochte persoon te vervolgen of te straffen op grond van zijn of haar ras, geslacht, geloof, nationaliteit of politieke overtuiging of dat de positie van die persoon in gerechtelijke procedures om een van die redenen benadeeld kan zijn;
(d) de vervolging of de tenuitvoerlegging van de straf van de gezochte persoon onmogelijk geworden is door verjaring volgens de wetgeving van de verzoekende Partij;
(e) de aangezochte Partij voor de feiten waarvoor om de uitlevering verzocht wordt al een definitief vonnis uitgesproken heeft tegen de uit te leveren persoon;
(f) de gezochte persoon door de verzoekende Partij aan folteringen en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen onderworpen werd of zou kunnen worden;
(g) het uitleveringsverzoek door de verzoekende Partij gedaan wordt ingevolge een verstekvonnis, tenzij de verzoekende Partij kan garanderen dat de gezochte persoon de gelegenheid kreeg om de zaak opnieuw te laten behandelen in zijn of haar aanwezigheid;
(h) de gezochte persoon niet de leeftijd van strafrechtelijke meerderjarigheid heeft op het moment van het misdrijf;
(i) de gezochte persoon voor het misdrijf waarvoor om de uitlevering wordt gevraagd, veroordeeld kan worden tot de doodstraf, tenzij de verzoekende Partij verzekert dat de doodstraf niet zal worden opgelegd of, indien ze wordt opgelegd, niet ten uitvoer zal worden gebracht.
Art. 3.. Motifs obligatoires de refus d'extradition
L'extradition sera refusée si :
(a) la Partie requise considère que l'infraction pour laquelle l'extradition est demandée constitue une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique. Une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique ne comprend pas les infractions non considérées comme infraction politique en vertu d'une quelconque convention internationale à laquelle les deux Parties sont parties. L'assassinat ou la tentative d'assassinat d'un chef d'Etat ou d'un membre de sa famille ne sera pas considéré(e) comme une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique. Une infraction terroriste telle que définie aux termes de tout Traité international à laquelle les deux Parties sont Parties ne sera pas considérée comme une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique;
(b) l'infraction pour laquelle l'extradition est demandée constitue uniquement une infraction militaire;(
c) la Partie requise a des raisons sérieuses de croire que la demande d'extradition a été présentée aux fins de poursuivre ou de punir la personne réclamée pour des considérations de race, de sexe, de religion, de nationalité ou d'opinions politiques ou que la situation de cette personne dans le cadre d'une procédure judiciaire risque de subir un préjudice pour l'une quelconque de ces raisons;
(d) la poursuite ou l'exécution de la peine de la personne réclamée est devenue impossible par suite de prescription conformément à la législation de la Partie requérante;
(e) la Partie requise a déjà rendu un jugement définitif à l'encontre de la personne à extrader pour les faits visés par la demande d'extradition;
(f) la personne réclamée a été ou pourrait être soumise à des actes de torture ou à d'autres peines ou traitements cruels, inhumains ou dégradants sur le territoire de la Partie requérante;
(g) la demande d'extradition est présentée par la Partie requérante en vertu d'un jugement rendu par défaut à moins que la Partie requérante ne garantisse à la personne réclamée la faculté d'un nouveau jugement en sa présence;
(h) la personne réclamée n'a pas atteint l'âge de la majorité pénale au moment de l'infraction;
(i) la personne réclamée risque d'être condamnée à la peine capitale pour l'infraction visée par la demande d'extradition, à moins que la Partie requérante ne donne des assurances que la peine capitale ne sera pas prononcée ou, si elle est prononcée, qu'elle ne sera pas exécutée.
L'extradition sera refusée si :
(a) la Partie requise considère que l'infraction pour laquelle l'extradition est demandée constitue une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique. Une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique ne comprend pas les infractions non considérées comme infraction politique en vertu d'une quelconque convention internationale à laquelle les deux Parties sont parties. L'assassinat ou la tentative d'assassinat d'un chef d'Etat ou d'un membre de sa famille ne sera pas considéré(e) comme une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique. Une infraction terroriste telle que définie aux termes de tout Traité international à laquelle les deux Parties sont Parties ne sera pas considérée comme une infraction politique ou une infraction liée à une infraction politique;
(b) l'infraction pour laquelle l'extradition est demandée constitue uniquement une infraction militaire;(
c) la Partie requise a des raisons sérieuses de croire que la demande d'extradition a été présentée aux fins de poursuivre ou de punir la personne réclamée pour des considérations de race, de sexe, de religion, de nationalité ou d'opinions politiques ou que la situation de cette personne dans le cadre d'une procédure judiciaire risque de subir un préjudice pour l'une quelconque de ces raisons;
(d) la poursuite ou l'exécution de la peine de la personne réclamée est devenue impossible par suite de prescription conformément à la législation de la Partie requérante;
(e) la Partie requise a déjà rendu un jugement définitif à l'encontre de la personne à extrader pour les faits visés par la demande d'extradition;
(f) la personne réclamée a été ou pourrait être soumise à des actes de torture ou à d'autres peines ou traitements cruels, inhumains ou dégradants sur le territoire de la Partie requérante;
(g) la demande d'extradition est présentée par la Partie requérante en vertu d'un jugement rendu par défaut à moins que la Partie requérante ne garantisse à la personne réclamée la faculté d'un nouveau jugement en sa présence;
(h) la personne réclamée n'a pas atteint l'âge de la majorité pénale au moment de l'infraction;
(i) la personne réclamée risque d'être condamnée à la peine capitale pour l'infraction visée par la demande d'extradition, à moins que la Partie requérante ne donne des assurances que la peine capitale ne sera pas prononcée ou, si elle est prononcée, qu'elle ne sera pas exécutée.
Art. 4.. Facultatieve weigeringsgronden
Een uitlevering kan worden geweigerd als
:(a) de aangezochte Partij overeenkomstig haar nationale wetgeving strafrechtelijke rechtsmacht heeft over het misdrijf waarvoor om de uitlevering wordt verzocht en voor het misdrijf een strafrechtelijke procedure voert of van plan is in te stellen tegen de gezochte persoon;
(b) de aangezochte Partij, rekening houdend met de ernst van het misdrijf en de belangen van de verzoekende Partij, van mening is dat de uitlevering onverenigbaar zou zijn met humanitaire overwegingen wegens de leeftijd of de gezondheidstoestand van de persoon.
Een uitlevering kan worden geweigerd als
:(a) de aangezochte Partij overeenkomstig haar nationale wetgeving strafrechtelijke rechtsmacht heeft over het misdrijf waarvoor om de uitlevering wordt verzocht en voor het misdrijf een strafrechtelijke procedure voert of van plan is in te stellen tegen de gezochte persoon;
(b) de aangezochte Partij, rekening houdend met de ernst van het misdrijf en de belangen van de verzoekende Partij, van mening is dat de uitlevering onverenigbaar zou zijn met humanitaire overwegingen wegens de leeftijd of de gezondheidstoestand van de persoon.
Art. 4.. Motifs facultatifs de refus
L'extradition peut être refusée si :
(a) conformément à sa législation nationale, la Partie requise est compétente en matière pénale à l'égard de l'infraction pour laquelle l'extradition est demandée et mène ou envisage d'engager une procédure pénale à l'encontre de la personne réclamée pour cette infraction;(
b) la Partie requise, tout en tenant compte de la gravité de l'infraction ainsi que des intérêts de la Partie requérante, estime que l'extradition serait incompatible avec des considérations d'ordre humanitaire eu égard à l'âge ou à l'état de santé de cette personne.
L'extradition peut être refusée si :
(a) conformément à sa législation nationale, la Partie requise est compétente en matière pénale à l'égard de l'infraction pour laquelle l'extradition est demandée et mène ou envisage d'engager une procédure pénale à l'encontre de la personne réclamée pour cette infraction;(
b) la Partie requise, tout en tenant compte de la gravité de l'infraction ainsi que des intérêts de la Partie requérante, estime que l'extradition serait incompatible avec des considérations d'ordre humanitaire eu égard à l'âge ou à l'état de santé de cette personne.
Art. 5.. Weigering van de uitlevering van onderdanen
1. Elke Partij beschikt over de discretionaire bevoegdheid om de uitlevering van haar eigen onderdanen te weigeren. Met de nationaliteit wordt rekening gehouden wanneer het uitleveringsverzoek gedaan wordt.
2. Indien de uitlevering niet toegestaan wordt ingevolge alinea 1 van dit artikel, zal de aangezochte Partij, indien de verzoekende Partij daarom vraagt, de zaak voorleggen aan haar bevoegde instanties met de bedoeling overeenkomstig haar nationale wetgeving strafrechtelijke procedures in te stellen tegen de persoon. Hiervoor zal de verzoekende Partij aan de aangezochte Partij alle documenten en bewijzen bezorgen die verband houden met de zaak.
1. Elke Partij beschikt over de discretionaire bevoegdheid om de uitlevering van haar eigen onderdanen te weigeren. Met de nationaliteit wordt rekening gehouden wanneer het uitleveringsverzoek gedaan wordt.
2. Indien de uitlevering niet toegestaan wordt ingevolge alinea 1 van dit artikel, zal de aangezochte Partij, indien de verzoekende Partij daarom vraagt, de zaak voorleggen aan haar bevoegde instanties met de bedoeling overeenkomstig haar nationale wetgeving strafrechtelijke procedures in te stellen tegen de persoon. Hiervoor zal de verzoekende Partij aan de aangezochte Partij alle documenten en bewijzen bezorgen die verband houden met de zaak.
Art. 5.. Refus d'extradition des nationaux.
1. Chacune des Parties a la faculté de refuser l'extradition de ses nationaux. La nationalité est appréciée au moment de la demande d'extradition.
}2. Si l'extradition n'est pas accordée en vertu du paragraphe 1er du présent article, la Partie requise saisira, à la demande de la Partie requérante, ses autorités compétentes de l'affaire en vue d'engager des poursuites pénales à l'encontre de la personne conformément à sa législation nationale. A cette fin, la Partie requérante procurera à la Partie requise les documents et les éléments de preuve relatifs à l'affaire.
1. Chacune des Parties a la faculté de refuser l'extradition de ses nationaux. La nationalité est appréciée au moment de la demande d'extradition.
}2. Si l'extradition n'est pas accordée en vertu du paragraphe 1er du présent article, la Partie requise saisira, à la demande de la Partie requérante, ses autorités compétentes de l'affaire en vue d'engager des poursuites pénales à l'encontre de la personne conformément à sa législation nationale. A cette fin, la Partie requérante procurera à la Partie requise les documents et les éléments de preuve relatifs à l'affaire.
Art. 6.. Communicatiekanalen
Het uitleveringsverzoek en de ondersteunende documenten zullen via het diplomatieke kanaal worden verzonden .
Alle andere mededelingen omtrent het verzoek zullen rechtstreeks worden overgemaakt tussen :
- voor het Koninkrijk België, de Federale Overheidsdienst Justitie;
- voor de Volksrepubliek China, het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Het uitleveringsverzoek en de ondersteunende documenten zullen via het diplomatieke kanaal worden verzonden .
Alle andere mededelingen omtrent het verzoek zullen rechtstreeks worden overgemaakt tussen :
- voor het Koninkrijk België, de Federale Overheidsdienst Justitie;
- voor de Volksrepubliek China, het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Art. 6.. Voies de communication
La demande d'extradition et les pièces requises à l'appui de celle-ci seront transmises par la voie diplomatique.
Toutes les autres communications relatives à la demande seront transmises directement entre :
- pour le Royaume de Belgique, le Service public fédéral Justice;
- pour la République Populaire de Chine, le Ministère des Affaires étrangères.
La demande d'extradition et les pièces requises à l'appui de celle-ci seront transmises par la voie diplomatique.
Toutes les autres communications relatives à la demande seront transmises directement entre :
- pour le Royaume de Belgique, le Service public fédéral Justice;
- pour la République Populaire de Chine, le Ministère des Affaires étrangères.
Art. 7.. Uitleveringsverzoek en vereiste documenten
1. Het uitleveringsverzoek zal schriftelijk worden ingediend en het volgende omvatten :
(a) de naam van de verzoekende instantie;
(b) de naam, de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, het beroep, het domicilie of de verblijfplaats van de gezochte persoon en alle andere informatie die kan helpen bij het bepalen van de identiteit en de mogelijke locatie van de persoon; en, indien beschikbaar, de beschrijving van het voorkomen van de persoon, foto's en vingerafdrukken van de persoon en het nummer van identificatiedocumenten;
(c) een overzicht van de feiten van het misdrijf, waaronder tijdstip, plaats, gedrag en de gevolgen van het misdrijf, alsook de verklaring van het misdrijf;
(d) de wetsbepalingen die betrekking hebben op de strafrechtelijke bevoegdheid, de criminalisering en de sanctie die op het misdrijf van toepassing is;
(e) de relevante wetsbepalingen die strafvermindering of voorwaardelijke vrijlating toelaten indien de gezochte persoon overeenkomstig de wetgeving van de verzoekende Partij voor het misdrijf waarvoor om de uitlevering wordt verzocht, veroordeeld kan worden tot een levenslange gevangenisstraf; en
(f) de bepalingen van de wetten die betrekking hebben op verjaring bij vervolging of tenuitvoerlegging van straffen.
2. Naast de bepalingen van alinea 1 van dit artikel
(a) zal het uitleveringsverzoek dat ingediend wordt met de bedoeling strafrechtelijke procedures in te stellen tegen de gezochte persoon ook vergezeld worden van een eensluidend afschrift van het aanhoudingsbevel;
(b) het uitleveringsverzoek dat ingediend wordt met de bedoeling een op de gezochte persoon opgelegde straf ten uitvoer te leggen, zal tevens vergezeld worden van een eensluidend afschrift van het definitieve vonnis met vermelding, indien het vonnis zelf in een afzonderlijk document staat, dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, alsook een verklaring waarin staat hoeveel van de straf al uitgezeten werd.
3. De brief met het uitleveringsverzoek en alle andere relevante documenten ingediend door de verzoekende Partij overeenkomstig alinea's 1 en 2 van dit artikel zal officieel worden ondertekend en verzegeld door de bevoegde instantie van de verzoekende Partij en zal vergezeld worden van vertalingen in de officiële taal of een van de officiële talen van de aangezochte Partij, tenzij beide Partijen anders zijn overeengekomen.
1. Het uitleveringsverzoek zal schriftelijk worden ingediend en het volgende omvatten :
(a) de naam van de verzoekende instantie;
(b) de naam, de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, het beroep, het domicilie of de verblijfplaats van de gezochte persoon en alle andere informatie die kan helpen bij het bepalen van de identiteit en de mogelijke locatie van de persoon; en, indien beschikbaar, de beschrijving van het voorkomen van de persoon, foto's en vingerafdrukken van de persoon en het nummer van identificatiedocumenten;
(c) een overzicht van de feiten van het misdrijf, waaronder tijdstip, plaats, gedrag en de gevolgen van het misdrijf, alsook de verklaring van het misdrijf;
(d) de wetsbepalingen die betrekking hebben op de strafrechtelijke bevoegdheid, de criminalisering en de sanctie die op het misdrijf van toepassing is;
(e) de relevante wetsbepalingen die strafvermindering of voorwaardelijke vrijlating toelaten indien de gezochte persoon overeenkomstig de wetgeving van de verzoekende Partij voor het misdrijf waarvoor om de uitlevering wordt verzocht, veroordeeld kan worden tot een levenslange gevangenisstraf; en
(f) de bepalingen van de wetten die betrekking hebben op verjaring bij vervolging of tenuitvoerlegging van straffen.
2. Naast de bepalingen van alinea 1 van dit artikel
(a) zal het uitleveringsverzoek dat ingediend wordt met de bedoeling strafrechtelijke procedures in te stellen tegen de gezochte persoon ook vergezeld worden van een eensluidend afschrift van het aanhoudingsbevel;
(b) het uitleveringsverzoek dat ingediend wordt met de bedoeling een op de gezochte persoon opgelegde straf ten uitvoer te leggen, zal tevens vergezeld worden van een eensluidend afschrift van het definitieve vonnis met vermelding, indien het vonnis zelf in een afzonderlijk document staat, dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, alsook een verklaring waarin staat hoeveel van de straf al uitgezeten werd.
3. De brief met het uitleveringsverzoek en alle andere relevante documenten ingediend door de verzoekende Partij overeenkomstig alinea's 1 en 2 van dit artikel zal officieel worden ondertekend en verzegeld door de bevoegde instantie van de verzoekende Partij en zal vergezeld worden van vertalingen in de officiële taal of een van de officiële talen van de aangezochte Partij, tenzij beide Partijen anders zijn overeengekomen.
Art. 7.. Demande d'extradition et documents requis1.
La demande d'extradition revêt la forme écrite et contient ce qui suit :
(a) le nom de l'autorité requérante;
(b) les nom, âge, sexe, nationalité, profession, domicile ou résidence de la personne réclamée et tous renseignements de nature à permettre d'établir l'identité de cette personne et l'endroit où elle se trouve; le cas échéant, le signalement, des photographies et les empreintes digitales de cette personne et le numéro des documents d'identification;(
c) un exposé des faits constitutifs de l'infraction, y compris la date, le lieu, le fait et les conséquences de l'infraction ainsi que la qualification de l'infraction;
(d) les dispositions de lois relatives à la compétence pénale, à l'incrimination et à la peine encourue pour cette infraction;
(e) les dispositions légales pertinentes autorisant la commutation ou la libération conditionnelle si, conformément à la législation de la Partie requérante, la personne réclamée est susceptible d'être condamnée à la réclusion à perpétuité pour l'infraction à raison de laquelle l'extradition est demandée; et
(f) les dispositions légales relatives à la prescription de l'action pénale ou de l'exécution de la peine.
2. Outre les dispositions du paragraphe 1er du présent article,
(a) la demande d'extradition présentée aux fins de poursuites pénales à l'encontre de la personne réclamée sera également accompagnée d'une copie certifiée conforme du mandat d'arrêt;
(b) la demande d'extradition présentée aux fins d'exécution d'une peine infligée à la personne réclamée sera également accompagnée d'une copie certifiée conforme du jugement définitif indiquant, dans le jugement même ou dans un document séparé, que le jugement a acquis force de chose jugée, et d'une déclaration précisant la fraction de la peine déjà purgée.
3. La demande d'extradition et les autres pièces pertinentes soumises par la Partie requérante conformément aux paragraphes 1er et 2 du présent article doivent être revêtues d'office de la signature ou du sceau de l'autorité compétente de la Partie requérante et accompagnées de traductions dans la langue officielle ou l'une des langues officielles de la Partie requise, sauf convention contraire des deux Parties.
La demande d'extradition revêt la forme écrite et contient ce qui suit :
(a) le nom de l'autorité requérante;
(b) les nom, âge, sexe, nationalité, profession, domicile ou résidence de la personne réclamée et tous renseignements de nature à permettre d'établir l'identité de cette personne et l'endroit où elle se trouve; le cas échéant, le signalement, des photographies et les empreintes digitales de cette personne et le numéro des documents d'identification;(
c) un exposé des faits constitutifs de l'infraction, y compris la date, le lieu, le fait et les conséquences de l'infraction ainsi que la qualification de l'infraction;
(d) les dispositions de lois relatives à la compétence pénale, à l'incrimination et à la peine encourue pour cette infraction;
(e) les dispositions légales pertinentes autorisant la commutation ou la libération conditionnelle si, conformément à la législation de la Partie requérante, la personne réclamée est susceptible d'être condamnée à la réclusion à perpétuité pour l'infraction à raison de laquelle l'extradition est demandée; et
(f) les dispositions légales relatives à la prescription de l'action pénale ou de l'exécution de la peine.
2. Outre les dispositions du paragraphe 1er du présent article,
(a) la demande d'extradition présentée aux fins de poursuites pénales à l'encontre de la personne réclamée sera également accompagnée d'une copie certifiée conforme du mandat d'arrêt;
(b) la demande d'extradition présentée aux fins d'exécution d'une peine infligée à la personne réclamée sera également accompagnée d'une copie certifiée conforme du jugement définitif indiquant, dans le jugement même ou dans un document séparé, que le jugement a acquis force de chose jugée, et d'une déclaration précisant la fraction de la peine déjà purgée.
3. La demande d'extradition et les autres pièces pertinentes soumises par la Partie requérante conformément aux paragraphes 1er et 2 du présent article doivent être revêtues d'office de la signature ou du sceau de l'autorité compétente de la Partie requérante et accompagnées de traductions dans la langue officielle ou l'une des langues officielles de la Partie requise, sauf convention contraire des deux Parties.
Art. 8.. Aanvullende informatie
Indien de aangezochte Partij van mening is dat de informatie die verstrekt werd ter ondersteuning van een uitleveringsverzoek ontoereikend is, kan die Partij vragen aanvullende informatie te bezorgen binnen dertig dagen. Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de verzoekende Partij kan de tijdslimiet worden verlengd met vijftien dagen. Indien de verzoekende Partij de bijkomende informatie niet bezorgt binnen die termijn, zal ervan worden uitgegaan dat ze vrijwillig afstand gedaan heeft van het verzoek. Dat zal de verzoekende Partij echter niet beletten een nieuw uitleveringsverzoek voor dezelfde persoon en hetzelfde misdrijf in te dienen.
Indien de aangezochte Partij van mening is dat de informatie die verstrekt werd ter ondersteuning van een uitleveringsverzoek ontoereikend is, kan die Partij vragen aanvullende informatie te bezorgen binnen dertig dagen. Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de verzoekende Partij kan de tijdslimiet worden verlengd met vijftien dagen. Indien de verzoekende Partij de bijkomende informatie niet bezorgt binnen die termijn, zal ervan worden uitgegaan dat ze vrijwillig afstand gedaan heeft van het verzoek. Dat zal de verzoekende Partij echter niet beletten een nieuw uitleveringsverzoek voor dezelfde persoon en hetzelfde misdrijf in te dienen.
Art. 8.. Informations complémentaires
Si la Partie requise considère que les informations communiquées à l'appui d'une demande d'extradition sont insuffisantes, elle peut demander des informations complémentaires dans le délai de trente jours. Ce délai peut être prolongé de quinze jours à la demande en bonne et due forme de la Partie requérante. Si la Partie requérante n'a pas fourni le complément d'information dans ce délai, elle est présumée avoir renoncé volontairement à sa demande. La Partie requérante conserve néanmoins la possibilité de présenter une nouvelle demande d'extradition de la même personne pour la même infraction.
Si la Partie requise considère que les informations communiquées à l'appui d'une demande d'extradition sont insuffisantes, elle peut demander des informations complémentaires dans le délai de trente jours. Ce délai peut être prolongé de quinze jours à la demande en bonne et due forme de la Partie requérante. Si la Partie requérante n'a pas fourni le complément d'information dans ce délai, elle est présumée avoir renoncé volontairement à sa demande. La Partie requérante conserve néanmoins la possibilité de présenter une nouvelle demande d'extradition de la même personne pour la même infraction.
Art. 9.. Voorlopige aanhouding
1. In geval van hoogdringendheid kan een Partij bij de andere Partij een verzoek om voorlopige aanhouding van de gezochte persoon indienen alvorens een uitleveringsverzoek in te dienen. Dat verzoek kan elektronisch worden ingediend via de kanalen zoals voorzien in artikel 6 van dit Verdrag, de Internationale Criminele Politieorganisatie (INTERPOL) of andere kanalen zoals overeengekomen tussen de Partijen.
2. Het verzoek om voorlopige aanhouding zal de inhoud bevatten waarnaar verwezen wordt in artikel 7, alinea 1, a, b en c van dit Verdrag, een verklaring van het bestaan van de documenten waarnaar verwezen wordt in artikel 7, alinea 2, en een verklaring dat een formeel verzoek om uitlevering van de gezochte persoon zal volgen.
3. De aangezochte Partij zal de verzoekende Partij onmiddellijk op de hoogte brengen van het resultaat van de behandeling van het verzoek.
4. De voorlopige aanhouding zal worden beëindigd als de aangezochte Partij, binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de aanhouding van de gezochte persoon, geen formeel uitleveringsverzoek heeft gekregen.
5. De beëindiging van de voorlopige aanhouding ingevolge alinea 4 van dit artikel zal geen afbreuk doen aan het opnieuw aanhouden en de erop volgende uitlevering van de gezochte persoon als de aangezochte Partij nadien het formele uitleveringsverzoek heeft ontvangen.
1. In geval van hoogdringendheid kan een Partij bij de andere Partij een verzoek om voorlopige aanhouding van de gezochte persoon indienen alvorens een uitleveringsverzoek in te dienen. Dat verzoek kan elektronisch worden ingediend via de kanalen zoals voorzien in artikel 6 van dit Verdrag, de Internationale Criminele Politieorganisatie (INTERPOL) of andere kanalen zoals overeengekomen tussen de Partijen.
2. Het verzoek om voorlopige aanhouding zal de inhoud bevatten waarnaar verwezen wordt in artikel 7, alinea 1, a, b en c van dit Verdrag, een verklaring van het bestaan van de documenten waarnaar verwezen wordt in artikel 7, alinea 2, en een verklaring dat een formeel verzoek om uitlevering van de gezochte persoon zal volgen.
3. De aangezochte Partij zal de verzoekende Partij onmiddellijk op de hoogte brengen van het resultaat van de behandeling van het verzoek.
4. De voorlopige aanhouding zal worden beëindigd als de aangezochte Partij, binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de aanhouding van de gezochte persoon, geen formeel uitleveringsverzoek heeft gekregen.
5. De beëindiging van de voorlopige aanhouding ingevolge alinea 4 van dit artikel zal geen afbreuk doen aan het opnieuw aanhouden en de erop volgende uitlevering van de gezochte persoon als de aangezochte Partij nadien het formele uitleveringsverzoek heeft ontvangen.
Art. 9.. Arrestation provisoire
1. En cas d'extrême urgence, une Partie peut demander à l'autre l'arrestation provisoire de la personne réclamée avant de présenter une demande d'extradition. Cette demande peut être soumise sous forme électronique soit par les voies prévues à l'article 6 du présent Traité, soit par l'Organisation internationale de Police Criminelle (INTERPOL), soit par d'autres voies convenues par les deux Parties.
2. La demande d'arrestation provisoire contient les éléments prévus au paragraphe 1er, alinéas a, b et c de l'article 7 du présent Traité, une déclaration attestant l'existence des pièces visées au paragraphe 2 de l'article 7 et une déclaration selon laquelle une demande officielle d'extradition de la personne réclamée suivra.
3. La Partie requise informera sans délai la Parte requérante de la suite réservée à sa demande.
4. L'arrestation provisoire prend fin si, dans le délai de quarante-cinq jours à compter de l'arrestation de la personne réclamée, la Partie requise n'a pas été saisie de la demande officielle d'extradition.
5. La fin de l'arrestation provisoire en vertu du paragraphe 4 du présent article ne s'oppose pas à une nouvelle arrestation et à l'extradition subséquente de la personne réclamée si la Partie requise a reçu ultérieurement la demande formelle d'extradition.
1. En cas d'extrême urgence, une Partie peut demander à l'autre l'arrestation provisoire de la personne réclamée avant de présenter une demande d'extradition. Cette demande peut être soumise sous forme électronique soit par les voies prévues à l'article 6 du présent Traité, soit par l'Organisation internationale de Police Criminelle (INTERPOL), soit par d'autres voies convenues par les deux Parties.
2. La demande d'arrestation provisoire contient les éléments prévus au paragraphe 1er, alinéas a, b et c de l'article 7 du présent Traité, une déclaration attestant l'existence des pièces visées au paragraphe 2 de l'article 7 et une déclaration selon laquelle une demande officielle d'extradition de la personne réclamée suivra.
3. La Partie requise informera sans délai la Parte requérante de la suite réservée à sa demande.
4. L'arrestation provisoire prend fin si, dans le délai de quarante-cinq jours à compter de l'arrestation de la personne réclamée, la Partie requise n'a pas été saisie de la demande officielle d'extradition.
5. La fin de l'arrestation provisoire en vertu du paragraphe 4 du présent article ne s'oppose pas à une nouvelle arrestation et à l'extradition subséquente de la personne réclamée si la Partie requise a reçu ultérieurement la demande formelle d'extradition.
Art. 10.. Beslissing aangaande het uitleveringsverzoek
1. De aangezochte Partij zal het uitleveringsverzoek behandelen overeenkomstig de procedures vastgelegd in haar nationale wetgeving en zal de verzoekende Partij onmiddellijk op de hoogte brengen van haar beslissing.
2. Indien de aangezochte Partij het uitleveringsverzoek geheel of gedeeltelijk weigert of in geval van de opschorting van de procedure, zullen de redenen voor de weigering of de opschorting worden meegedeeld aan de verzoekende Partij.
1. De aangezochte Partij zal het uitleveringsverzoek behandelen overeenkomstig de procedures vastgelegd in haar nationale wetgeving en zal de verzoekende Partij onmiddellijk op de hoogte brengen van haar beslissing.
2. Indien de aangezochte Partij het uitleveringsverzoek geheel of gedeeltelijk weigert of in geval van de opschorting van de procedure, zullen de redenen voor de weigering of de opschorting worden meegedeeld aan de verzoekende Partij.
Art. 10.. Décision sur la demande d'extradition
1. La Partie requise traitera la demande d'extradition conformément aux procédures prévues par sa législation nationale et notifiera sa décision sans délai à la Partie requérante.
2. Si Partie requise refuse tout ou partie de la demande d'extradition ou en cas de suspension de la procédure, les motifs du refus ou de la suspension seront notifiés à la Partie requérante.
1. La Partie requise traitera la demande d'extradition conformément aux procédures prévues par sa législation nationale et notifiera sa décision sans délai à la Partie requérante.
2. Si Partie requise refuse tout ou partie de la demande d'extradition ou en cas de suspension de la procédure, les motifs du refus ou de la suspension seront notifiés à la Partie requérante.
Art. 11.. Overlevering van de uit te leveren persoon
1. Indien de uitlevering werd toegestaan door de aangezochte Partij, zullen de Partijen een tijdstip en plaats bepalen, alsook andere relevante afspraken maken voor de overlevering.
2. Indien de verzoekende Partij de uit te leveren persoon niet overgenomen heeft binnen vijftien dagen na de afgesproken datum voor de tenuitvoerlegging van de uitlevering, zal de aangezochte Partij de persoon onmiddellijk vrijlaten en kan ze een nieuw verzoek van de verzoekende Partij om uitlevering van die persoon voor hetzelfde misdrijf weigeren, tenzij anders bepaald is in alinea 3 van dit artikel.
3. Indien de overlevering of overname van de uit te leveren persoon door overmacht niet mogelijk is, zal de desbetreffende Partij de andere Partij op de hoogte brengen vóór het vervallen van de tijdslimiet bepaald in alinea 2. De Partijen zullen in dat geval opnieuw afspraken maken voor de tenuitvoerlegging van de uitlevering en in dat geval zullen de bepalingen van alinea 2 van dit artikel van toepassing zijn
1. Indien de uitlevering werd toegestaan door de aangezochte Partij, zullen de Partijen een tijdstip en plaats bepalen, alsook andere relevante afspraken maken voor de overlevering.
2. Indien de verzoekende Partij de uit te leveren persoon niet overgenomen heeft binnen vijftien dagen na de afgesproken datum voor de tenuitvoerlegging van de uitlevering, zal de aangezochte Partij de persoon onmiddellijk vrijlaten en kan ze een nieuw verzoek van de verzoekende Partij om uitlevering van die persoon voor hetzelfde misdrijf weigeren, tenzij anders bepaald is in alinea 3 van dit artikel.
3. Indien de overlevering of overname van de uit te leveren persoon door overmacht niet mogelijk is, zal de desbetreffende Partij de andere Partij op de hoogte brengen vóór het vervallen van de tijdslimiet bepaald in alinea 2. De Partijen zullen in dat geval opnieuw afspraken maken voor de tenuitvoerlegging van de uitlevering en in dat geval zullen de bepalingen van alinea 2 van dit artikel van toepassing zijn
Art. 11.. Remise de la personne à extrader
1. Si l'extradition a été accordée par la Partie requise, les Parties conviennent de la date, du lieu et des autres modalités de la remise.
2. Sauf disposition contraire au paragraphe 3 du présent article, si la Partie requérante n'a pas pris en charge la personne à extrader dans les quinze jours après la date convenue pour l'exécution de l'extradition, la Partie requise doit immédiatement remettre cette personne en liberté et peut refuser une nouvelle demande d'extradition, présentée par la Partie requérante, de ladite personne pour la même infraction.
3. En cas de force majeure empêchant la remise ou la prise en charge de la personne à extrader, la Partie intéressée en informera l'autre Partie avant l'expiration du délai visé au paragraphe 2. Les Parties conviendront une nouvelle fois des modalités pour l'exécution de l'extradition et les dispositions du paragraphe 2 du présent article seront applicables.
1. Si l'extradition a été accordée par la Partie requise, les Parties conviennent de la date, du lieu et des autres modalités de la remise.
2. Sauf disposition contraire au paragraphe 3 du présent article, si la Partie requérante n'a pas pris en charge la personne à extrader dans les quinze jours après la date convenue pour l'exécution de l'extradition, la Partie requise doit immédiatement remettre cette personne en liberté et peut refuser une nouvelle demande d'extradition, présentée par la Partie requérante, de ladite personne pour la même infraction.
3. En cas de force majeure empêchant la remise ou la prise en charge de la personne à extrader, la Partie intéressée en informera l'autre Partie avant l'expiration du délai visé au paragraphe 2. Les Parties conviendront une nouvelle fois des modalités pour l'exécution de l'extradition et les dispositions du paragraphe 2 du présent article seront applicables.
Art. 12.. Impact op de hechtenis
De tijd die door de uitgeleverde persoon in het kader van de uitlevering in hechtenis uitgezeten werd op het grondgebied van de aangezochte Partij zal worden afgetrokken van de hechtenistijd bij de verzoekende Partij. Hiertoe zal de aangezochte Partij de verzoekende Partij in kennis stellen van de tijd gedurende dewelke de uit te leveren persoon voorafgaand aan de overgave werd vastgehouden.
De tijd die door de uitgeleverde persoon in het kader van de uitlevering in hechtenis uitgezeten werd op het grondgebied van de aangezochte Partij zal worden afgetrokken van de hechtenistijd bij de verzoekende Partij. Hiertoe zal de aangezochte Partij de verzoekende Partij in kennis stellen van de tijd gedurende dewelke de uit te leveren persoon voorafgaand aan de overgave werd vastgehouden.
Art. 12.. Impact sur la détention
La période passée en détention par la personne extradée sur le territoire de la Partie requise aux fins d'extradition sera déduite de la période d'emprisonnement sur le territoire de la Partie requérante. A cette fin, la Partie requise notifiera à la Partie requérante la durée de la détention de la personne à extrader avant sa remise.
La période passée en détention par la personne extradée sur le territoire de la Partie requise aux fins d'extradition sera déduite de la période d'emprisonnement sur le territoire de la Partie requérante. A cette fin, la Partie requise notifiera à la Partie requérante la durée de la détention de la personne à extrader avant sa remise.
Art. 13.. Nieuw uitleveringsverzoek bij ontsnapping
Wanneer de uitgeleverde persoon ontvlucht en naar de aangezochte Partij terugkeert alvorens de strafrechtelijke procedure ten einde is of zijn door de verzoekende Partij opgelegde straf is uitgevoerd is Partij, kan de verzoekende Partij een nieuw uitleveringsverzoek indienen met betrekking tot hetzelfde misdrijf. In dat geval dient de verzoekende Partij niet opnieuw de documenten en het materiaal zoals bepaald in artikel 7 van dit Verdrag voor te leggen.
Wanneer de uitgeleverde persoon ontvlucht en naar de aangezochte Partij terugkeert alvorens de strafrechtelijke procedure ten einde is of zijn door de verzoekende Partij opgelegde straf is uitgevoerd is Partij, kan de verzoekende Partij een nieuw uitleveringsverzoek indienen met betrekking tot hetzelfde misdrijf. In dat geval dient de verzoekende Partij niet opnieuw de documenten en het materiaal zoals bepaald in artikel 7 van dit Verdrag voor te leggen.
Art. 13.. Nouvelle demande d'extradition en cas d'évasion
Si la personne extradée s'évade et retourne sur le territoire de la Partie requise avant la fin de la procédure pénale ou avant d'avoir purgé sa peine sur le territoire de la Partie requérante, la Partie requérante peut présenter une nouvelle demande d'extradition du chef de la même infraction. Dans ce cas, la Partie requérante ne doit pas soumettre les documents et pièces visés à l'article 7 du présent Traité.
Si la personne extradée s'évade et retourne sur le territoire de la Partie requise avant la fin de la procédure pénale ou avant d'avoir purgé sa peine sur le territoire de la Partie requérante, la Partie requérante peut présenter une nouvelle demande d'extradition du chef de la même infraction. Dans ce cas, la Partie requérante ne doit pas soumettre les documents et pièces visés à l'article 7 du présent Traité.
Art. 14.. Uitgestelde en tijdelijke overlevering
1. Indien de gezochte persoon bij de aangezochte Partij vervolgd wordt of een straf uitzit voor een ander misdrijf dan waarvoor de uitlevering is gevraagd, kan de aangezochte Partij, na beslist te hebben om de uitlevering toe te staan, de overlevering uitstellen tot de rechtszaak ten einde is of de straf is uitgezeten. De aangezochte Partij zal de verzoekende Partij op de hoogte brengen van het uitstel.
2. Als het uitstellen van de overlevering tot de verjaring van de strafrechtelijke procedure bij de verzoekende Partij zou kunnen leiden of de strafrechtelijke procedure ernstig zou kunnen belemmeren, kan de aangezochte Partij, op vraag en in zoverre de lopende strafrechtelijke procedure niet verhinderd wordt, de gezochte persoon tijdelijk aan de verzoekende Partij overleveren op voorwaarde dat de verzoekende Partij zich ertoe verbindt de persoon onvoorwaardelijk en onmiddellijk na beëindiging van de desbetreffende procedure terug over te dragen.
1. Indien de gezochte persoon bij de aangezochte Partij vervolgd wordt of een straf uitzit voor een ander misdrijf dan waarvoor de uitlevering is gevraagd, kan de aangezochte Partij, na beslist te hebben om de uitlevering toe te staan, de overlevering uitstellen tot de rechtszaak ten einde is of de straf is uitgezeten. De aangezochte Partij zal de verzoekende Partij op de hoogte brengen van het uitstel.
2. Als het uitstellen van de overlevering tot de verjaring van de strafrechtelijke procedure bij de verzoekende Partij zou kunnen leiden of de strafrechtelijke procedure ernstig zou kunnen belemmeren, kan de aangezochte Partij, op vraag en in zoverre de lopende strafrechtelijke procedure niet verhinderd wordt, de gezochte persoon tijdelijk aan de verzoekende Partij overleveren op voorwaarde dat de verzoekende Partij zich ertoe verbindt de persoon onvoorwaardelijk en onmiddellijk na beëindiging van de desbetreffende procedure terug over te dragen.
Art. 14.. Remise ajournée et temporaire
1. Si la partie réclamée fait l'objet de poursuites ou purge une peine sur le territoire de la Partie requise pour une infraction autre que celle pour laquelle l'extradition est demandée, la Partie requise peut, après avoir décidé d'accorder l'extradition, ajourner la remise jusqu'à la conclusion de la procédure ou jusqu'au terme de la peine. La Partie requise informera la Partie requérante de l'ajournement.
2. Si l'ajournement de la remise risque d'entraîner la prescription de l'action pénale ou d'entraver sérieusement la procédure pénale sur le territoire de la Partie requérante, la Partie requise peut, sur demande et dans la mesure où sa procédure pénale en cours ne s'en trouve pas entravée, remettre temporairement la personne réclamée à la Partie requérante pour autant que cette dernière s'engage à lui renvoyer ladite personne de façon inconditionnelle et immédiatement à la fin de la procédure en question.
1. Si la partie réclamée fait l'objet de poursuites ou purge une peine sur le territoire de la Partie requise pour une infraction autre que celle pour laquelle l'extradition est demandée, la Partie requise peut, après avoir décidé d'accorder l'extradition, ajourner la remise jusqu'à la conclusion de la procédure ou jusqu'au terme de la peine. La Partie requise informera la Partie requérante de l'ajournement.
2. Si l'ajournement de la remise risque d'entraîner la prescription de l'action pénale ou d'entraver sérieusement la procédure pénale sur le territoire de la Partie requérante, la Partie requise peut, sur demande et dans la mesure où sa procédure pénale en cours ne s'en trouve pas entravée, remettre temporairement la personne réclamée à la Partie requérante pour autant que cette dernière s'engage à lui renvoyer ladite personne de façon inconditionnelle et immédiatement à la fin de la procédure en question.
Art. 15.. Gelijktijdige verzoeken
Wanneer twee of meer staten, waaronder een van de Partijen, om de uitlevering van dezelfde persoon verzoeken wegens ofwel hetzelfde misdrijf, ofwel verschillende misdrijven, zal de aangezochte Partij bij het bepalen aan welke staat de persoon zal worden uitgeleverd rekening houden met alle relevante omstandigheden, in het bijzonder :
(a) of er verzoeken werden ingediend ingevolge een Verdrag;
(b) de relatieve ernst van de respectieve misdrijven;
(c) het tijdstip en de plaats van het feitelijke plegen van het misdrijf;
(d) de nationaliteit en de gebruikelijke verblijfplaats van de gezochte persoon
(e) de respectieve data van de verzoeken;
(f) de mogelijkheid op een daaropvolgende uitlevering aan een derde-staat.
Wanneer twee of meer staten, waaronder een van de Partijen, om de uitlevering van dezelfde persoon verzoeken wegens ofwel hetzelfde misdrijf, ofwel verschillende misdrijven, zal de aangezochte Partij bij het bepalen aan welke staat de persoon zal worden uitgeleverd rekening houden met alle relevante omstandigheden, in het bijzonder :
(a) of er verzoeken werden ingediend ingevolge een Verdrag;
(b) de relatieve ernst van de respectieve misdrijven;
(c) het tijdstip en de plaats van het feitelijke plegen van het misdrijf;
(d) de nationaliteit en de gebruikelijke verblijfplaats van de gezochte persoon
(e) de respectieve data van de verzoeken;
(f) de mogelijkheid op een daaropvolgende uitlevering aan een derde-staat.
Art. 15.. Concours de demandes
Si deux ou plusieurs Etats, dont l'une des Parties, demandent l'extradition de la même personne, que ce soit pour la même infraction ou pour des infractions différentes, la Partie requise décidera de l'Etat vers lequel la personne doit être extradée compte tenu de toutes les circonstances pertinentes, en particulier :
(a) l'existence d'un Traité à l'appui de la demande;
(b) la gravité relative des infractions respectives;
(c) les date et lieu de la commission des infractions;(
d) la nationalité et la résidence habituelle de la personne réclamée;
(e) les dates respectives des demandes;(
f) la possibilité d'une extradition subséquente vers un Etat tiers.
Si deux ou plusieurs Etats, dont l'une des Parties, demandent l'extradition de la même personne, que ce soit pour la même infraction ou pour des infractions différentes, la Partie requise décidera de l'Etat vers lequel la personne doit être extradée compte tenu de toutes les circonstances pertinentes, en particulier :
(a) l'existence d'un Traité à l'appui de la demande;
(b) la gravité relative des infractions respectives;
(c) les date et lieu de la commission des infractions;(
d) la nationalité et la résidence habituelle de la personne réclamée;
(e) les dates respectives des demandes;(
f) la possibilité d'une extradition subséquente vers un Etat tiers.
Art. 16.. Specialiteitsregel
1. De overeenkomstig dit Verdrag uitgeleverde persoon zal niet worden vervolgd en evenmin worden veroordeeld in het kader van een strafrechtelijke procedure, noch zal de persoon onderworpen worden aan de tenuitvoerlegging van een vonnis bij de verzoekende Partij voor een ander misdrijf dat door die persoon voor zijn uitlevering gepleegd werd, dan het misdrijf waarvoor de uitlevering is toegestaan, tenzij :
(a) de aangezochte PartijPartij daartoe de toestemming geeft. Om die toestemming te kunnen geven, kan de aangezochte Partij verzoeken de documenten en informatie te bezorgen waarnaar verwezen wordt in artikel 7 van dit Verdrag, alsook een verklaring door de uitgeleverde persoon met betrekking tot het desbetreffende misdrijf. De toestemming van de aangezochte Partij zal enkel worden gegeven als het misdrijf waarvoor de toestemming gevraagd wordt niet de uitlevering krachtens de voorwaarden van dit Verdrag belemmert;
(b) de persoon het grondgebied van de verzoekende Partij niet heeft verlaten binnen de dertig dagen na daartoe de vrijheid te hebben gekregen. Die termijn omvat echter niet de tijd gedurende dewelke de persoon het grondgebied van de verzoekende Partij niet kan verlaten om redenen buiten de wil van die laatste;
(c) de persoon vrijwillig is teruggekeerd naar het grondgebied van de verzoekende Partij na het te hebben verlaten; of
(d) de persoon vrijwillig en zich ten volle bewust van de gevolgen heeft toegestemd.
2. De verzoekende Partij kan echter alle maatregelen krachtens haar wetgeving treffen om eventuele rechtsgevolgen van verjaring te voorkomen.
3. Wanneer de omschrijving van het ten laste gelegde misdrijf wordt gewijzigd in de loop van de procedure, zal de uitgeleverde persoon alleen worden vervolgd of veroordeeld op voorwaarde dat het misdrijf onder de nieuwe omschrijving :
(a) gebaseerd is op substantieel dezelfde feiten als die in het uitleveringsverzoek en de ondersteunende documenten, en
(b) aan de hand van de wezenlijke elementen aangetoond kan worden dat het om een misdrijf gaat waarvoor een uitlevering toegestaan is.
1. De overeenkomstig dit Verdrag uitgeleverde persoon zal niet worden vervolgd en evenmin worden veroordeeld in het kader van een strafrechtelijke procedure, noch zal de persoon onderworpen worden aan de tenuitvoerlegging van een vonnis bij de verzoekende Partij voor een ander misdrijf dat door die persoon voor zijn uitlevering gepleegd werd, dan het misdrijf waarvoor de uitlevering is toegestaan, tenzij :
(a) de aangezochte PartijPartij daartoe de toestemming geeft. Om die toestemming te kunnen geven, kan de aangezochte Partij verzoeken de documenten en informatie te bezorgen waarnaar verwezen wordt in artikel 7 van dit Verdrag, alsook een verklaring door de uitgeleverde persoon met betrekking tot het desbetreffende misdrijf. De toestemming van de aangezochte Partij zal enkel worden gegeven als het misdrijf waarvoor de toestemming gevraagd wordt niet de uitlevering krachtens de voorwaarden van dit Verdrag belemmert;
(b) de persoon het grondgebied van de verzoekende Partij niet heeft verlaten binnen de dertig dagen na daartoe de vrijheid te hebben gekregen. Die termijn omvat echter niet de tijd gedurende dewelke de persoon het grondgebied van de verzoekende Partij niet kan verlaten om redenen buiten de wil van die laatste;
(c) de persoon vrijwillig is teruggekeerd naar het grondgebied van de verzoekende Partij na het te hebben verlaten; of
(d) de persoon vrijwillig en zich ten volle bewust van de gevolgen heeft toegestemd.
2. De verzoekende Partij kan echter alle maatregelen krachtens haar wetgeving treffen om eventuele rechtsgevolgen van verjaring te voorkomen.
3. Wanneer de omschrijving van het ten laste gelegde misdrijf wordt gewijzigd in de loop van de procedure, zal de uitgeleverde persoon alleen worden vervolgd of veroordeeld op voorwaarde dat het misdrijf onder de nieuwe omschrijving :
(a) gebaseerd is op substantieel dezelfde feiten als die in het uitleveringsverzoek en de ondersteunende documenten, en
(b) aan de hand van de wezenlijke elementen aangetoond kan worden dat het om een misdrijf gaat waarvoor een uitlevering toegestaan is.
Art. 16.. Règle de la spécialité1.
La personne extradée en vertu du présent Traité ne sera ni poursuivie dans le cadre d'une procédure pénale, ni jugée, ni soumise à l'exécution d'une peine sur le territoire de la Partie requérante pour une infraction, commise par cette personne antérieurement à son extradition, autre que celle pour laquelle l'extradition est accordée, sauf si :
(a) la Partie requise y consent. Aux fins d'un tel consentement, la Partie requise peut demander que lui soient soumis les documents et informations visés à l'article 7 du présent Traité ainsi qu'une déclaration faite par la personne extradée au sujet de l'infraction en question. Le consentement de la Partie requise ne sera donné que si l'infraction pour laquelle ce consentement est requis n'empêche pas l'extradition en vertu du présent Traité;
(b) ayant eu la liberté de quitter le territoire de Partie requérante, cette personne ne l'a pas fait dans les trente jours. Ce délai n'inclut toutefois pas la période pendant laquelle cette personne ne quitte pas le territoire de la Partie requérante pour des raisons indépendantes de sa volonté;
(c) après avoir quitté le territoire de la Partie requérante, cette personne y est volontairement retournée; ou
(d) cette personne a exprimé son consentement volontairement et en étant parfaitement consciente des conséquences.
2. La Partie requérante peut néanmoins prendre toutes mesures en vue d'une interruption de la prescription conformément à sa législation.
3. Lorsque la qualification de l'infraction incriminée est modifiée au cours de la procédure, la personne extradée ne sera poursuivie ou jugée que pour autant que l'infraction nouvellement qualifiée :
(a) soit fondée substantiellement sur les mêmes faits que ceux exposés dans la demande d'extradition et les documents requis à l'appui de celle-ci, et(
b) s'avère être une infraction permettant l'extradition eu égard à ses éléments constitutifs.
La personne extradée en vertu du présent Traité ne sera ni poursuivie dans le cadre d'une procédure pénale, ni jugée, ni soumise à l'exécution d'une peine sur le territoire de la Partie requérante pour une infraction, commise par cette personne antérieurement à son extradition, autre que celle pour laquelle l'extradition est accordée, sauf si :
(a) la Partie requise y consent. Aux fins d'un tel consentement, la Partie requise peut demander que lui soient soumis les documents et informations visés à l'article 7 du présent Traité ainsi qu'une déclaration faite par la personne extradée au sujet de l'infraction en question. Le consentement de la Partie requise ne sera donné que si l'infraction pour laquelle ce consentement est requis n'empêche pas l'extradition en vertu du présent Traité;
(b) ayant eu la liberté de quitter le territoire de Partie requérante, cette personne ne l'a pas fait dans les trente jours. Ce délai n'inclut toutefois pas la période pendant laquelle cette personne ne quitte pas le territoire de la Partie requérante pour des raisons indépendantes de sa volonté;
(c) après avoir quitté le territoire de la Partie requérante, cette personne y est volontairement retournée; ou
(d) cette personne a exprimé son consentement volontairement et en étant parfaitement consciente des conséquences.
2. La Partie requérante peut néanmoins prendre toutes mesures en vue d'une interruption de la prescription conformément à sa législation.
3. Lorsque la qualification de l'infraction incriminée est modifiée au cours de la procédure, la personne extradée ne sera poursuivie ou jugée que pour autant que l'infraction nouvellement qualifiée :
(a) soit fondée substantiellement sur les mêmes faits que ceux exposés dans la demande d'extradition et les documents requis à l'appui de celle-ci, et(
b) s'avère être une infraction permettant l'extradition eu égard à ses éléments constitutifs.
Art. 17.. Verderlevering aan een derde-staat
Behalve zoals bepaald in artikel 16, alinea 1, b en c zal de verzoekende Partij geen persoon die aan de verzoekende Partij overgeleverd werd en door een derde-staat gezocht wordt aan die derde-staat uitleveren in het kader van misdrijven die gepleegd werden vóór de overlevering zonder daarvoor de toestemming te hebben gekregen van de aangezochte Partij. De aangezochte Partij kan de voorlegging van de documenten vermeld in artikel 7, alinea's 1 en 2 vragen.
Behalve zoals bepaald in artikel 16, alinea 1, b en c zal de verzoekende Partij geen persoon die aan de verzoekende Partij overgeleverd werd en door een derde-staat gezocht wordt aan die derde-staat uitleveren in het kader van misdrijven die gepleegd werden vóór de overlevering zonder daarvoor de toestemming te hebben gekregen van de aangezochte Partij. De aangezochte Partij kan de voorlegging van de documenten vermeld in artikel 7, alinea's 1 en 2 vragen.
Art. 17. Réextradition vers un Etat tiers
Sauf dans le cas prévu au paragraphe 1er, alinéas b et c, de l'article 16, la Partie requérante ne peut, sans le consentement de la Partie requise, extrader vers un Etat tiers une personne qui lui aura été remise et qui est recherchée par ledit Etat tiers pour des infractions commises antérieurement à sa remise. La Partie requise pourra exiger la production des pièces prévues aux paragraphes 1er et 2 de l'article 7.
Sauf dans le cas prévu au paragraphe 1er, alinéas b et c, de l'article 16, la Partie requérante ne peut, sans le consentement de la Partie requise, extrader vers un Etat tiers une personne qui lui aura été remise et qui est recherchée par ledit Etat tiers pour des infractions commises antérieurement à sa remise. La Partie requise pourra exiger la production des pièces prévues aux paragraphes 1er et 2 de l'article 7.
Art. 18.. Overdracht van eigendommen
1. Indien de verzoekende Partij daarom verzoekt, zal de aangezochte Partij, in zoverre toegestaan door haar nationale wetgeving, de opbrengsten en de middelen van het misdrijf en alle andere eigendommen die als bewijs kunnen dienen en die gevonden werden op haar grondgebied in beslag nemen en, wanneer de uitlevering is toegestaan, aan de verzoekendeoverdragen.
2. Wanneer de uitlevering is toegestaan, kunnen de eigendommen waarnaar verwezen wordt in alinea 1 van dit artikel echter worden overgedragen wanneer de uitlevering niet kan worden uitgevoerd wegens het overlijden, het verdwijnen of de ontvluchting van de gezochte persoon.
3. De aangezochte Partij kan, om eventuele andere hangende strafrechtelijke procedures te voeren, de overdracht van voormelde eigendommen uitstellen tot die procedures ten einde zijn of de eigendommen tijdelijk overdragen op voorwaarde dat de verzoekende Partij zich ertoe verbindt om ze terug te bezorgen.
4. De overdracht van die eigendommen zal geen afbreuk doen aan de wettelijke rechten of belangen van de aangezochte Partij of elke derde met betrekking tot die eigendommen. Wanneer die rechten of belangen bestaan, zal de verzoekende Partij de overgedragen eigendommen zonder kosten aan de aangezochte Partij of de derde terugbezorgen van zodra dat mogelijk is na het beëindigen van de procedure.
1. Indien de verzoekende Partij daarom verzoekt, zal de aangezochte Partij, in zoverre toegestaan door haar nationale wetgeving, de opbrengsten en de middelen van het misdrijf en alle andere eigendommen die als bewijs kunnen dienen en die gevonden werden op haar grondgebied in beslag nemen en, wanneer de uitlevering is toegestaan, aan de verzoekendeoverdragen.
2. Wanneer de uitlevering is toegestaan, kunnen de eigendommen waarnaar verwezen wordt in alinea 1 van dit artikel echter worden overgedragen wanneer de uitlevering niet kan worden uitgevoerd wegens het overlijden, het verdwijnen of de ontvluchting van de gezochte persoon.
3. De aangezochte Partij kan, om eventuele andere hangende strafrechtelijke procedures te voeren, de overdracht van voormelde eigendommen uitstellen tot die procedures ten einde zijn of de eigendommen tijdelijk overdragen op voorwaarde dat de verzoekende Partij zich ertoe verbindt om ze terug te bezorgen.
4. De overdracht van die eigendommen zal geen afbreuk doen aan de wettelijke rechten of belangen van de aangezochte Partij of elke derde met betrekking tot die eigendommen. Wanneer die rechten of belangen bestaan, zal de verzoekende Partij de overgedragen eigendommen zonder kosten aan de aangezochte Partij of de derde terugbezorgen van zodra dat mogelijk is na het beëindigen van de procedure.
Art. 18. Remise de biens
1.A la demande de la Partie requérante, la Partie requise saisira, dans la mesure permise par sa législation, les produits et instruments de l'infraction et tous autres biens pouvant servir de pièces à conviction trouvés sur son territoire et, si l'extradition est accordée, les remettra à la Partie requérante.
2. Lorsque l'extradition est accordée, les biens visés au paragraphe 1er du présent article peuvent néanmoins être remis si l'extradition ne peut avoir lieu par suite de la mort, de la disparition ou de l'évasion de la personne réclamée.
3. La Partie requise peut, aux fins de toute autre procédure pénale en cours, ajourner la remise des biens précités jusqu'à la conclusion de cette procédure ou les remettre provisoirement à condition que la Partie requérante s'engage à les restituer.
4. La remise de ces biens ne portera pas atteinte aux droits ou intérêts légitimes que la Partie requise ou toute tierce partie pourrait faire valoir sur ces biens. Si de tels droits ou intérêts existent, la Partie requérante restituera les biens remis sans frais à la Partie requise ou à la tierce partie dans les plus brefs délais après la fin de la procédure.
1.A la demande de la Partie requérante, la Partie requise saisira, dans la mesure permise par sa législation, les produits et instruments de l'infraction et tous autres biens pouvant servir de pièces à conviction trouvés sur son territoire et, si l'extradition est accordée, les remettra à la Partie requérante.
2. Lorsque l'extradition est accordée, les biens visés au paragraphe 1er du présent article peuvent néanmoins être remis si l'extradition ne peut avoir lieu par suite de la mort, de la disparition ou de l'évasion de la personne réclamée.
3. La Partie requise peut, aux fins de toute autre procédure pénale en cours, ajourner la remise des biens précités jusqu'à la conclusion de cette procédure ou les remettre provisoirement à condition que la Partie requérante s'engage à les restituer.
4. La remise de ces biens ne portera pas atteinte aux droits ou intérêts légitimes que la Partie requise ou toute tierce partie pourrait faire valoir sur ces biens. Si de tels droits ou intérêts existent, la Partie requérante restituera les biens remis sans frais à la Partie requise ou à la tierce partie dans les plus brefs délais après la fin de la procédure.
Art. 19.. Doortocht
1. Wanneer de ene Partij een persoon vanuit een derde-staat moet uitleveren via het grondgebied van de andere Partij, zal ze de andere Partij vragen om toelating voor die doortocht. Dat verzoek zal de naam, de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, het beroep, het domicilie of de verblijfplaats van de persoon, alsook een samenvatting van de feiten, een omschrijving van het misdrijf en de straf die wettelijk opgelegd werd of kan worden bevatten. Dergelijk verzoek is niet vereist wanneer gebruikgemaakt wordt van luchtvervoer en er geen landing gepland is op het grondgebied van de andere Partij.
2. De aangezochte Partij zal het verzoek om transit ingediend door de verzoekende Partij inwilligen voor zover het niet strijdig is met haar nationale wetgeving en volgens dit Verdrag aan de uitleveringsvoorwaarden voldoet.
1. Wanneer de ene Partij een persoon vanuit een derde-staat moet uitleveren via het grondgebied van de andere Partij, zal ze de andere Partij vragen om toelating voor die doortocht. Dat verzoek zal de naam, de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit, het beroep, het domicilie of de verblijfplaats van de persoon, alsook een samenvatting van de feiten, een omschrijving van het misdrijf en de straf die wettelijk opgelegd werd of kan worden bevatten. Dergelijk verzoek is niet vereist wanneer gebruikgemaakt wordt van luchtvervoer en er geen landing gepland is op het grondgebied van de andere Partij.
2. De aangezochte Partij zal het verzoek om transit ingediend door de verzoekende Partij inwilligen voor zover het niet strijdig is met haar nationale wetgeving en volgens dit Verdrag aan de uitleveringsvoorwaarden voldoet.
Art. 19.. Transit
1. Lorsqu'une Partie doit extrader une personne d'un Etat tiers en passant par le territoire de l'autre Partie, elle doit demander à l'autre Partie l'autorisation de ce transit. Cette demande comporte le nom, l'âge, le sexe, la nationalité, la profession, le domicile ou la résidence de la personne, un exposé des faits, la qualification de l'infraction ainsi que la peine infligée ou susceptible d'être infligée par la loi. Cette demande ne sera pas requise en cas de transport par la voie aérienne sans atterrissage prévu sur le territoire de l'autre Partie.
2. La Partie requise accédera à la demande de transit présentée par la Partie requérante dans la mesure où elle n'est pas contraire à sa législation nationale et remplit les conditions d'extradition en vertu du présent Traité.
1. Lorsqu'une Partie doit extrader une personne d'un Etat tiers en passant par le territoire de l'autre Partie, elle doit demander à l'autre Partie l'autorisation de ce transit. Cette demande comporte le nom, l'âge, le sexe, la nationalité, la profession, le domicile ou la résidence de la personne, un exposé des faits, la qualification de l'infraction ainsi que la peine infligée ou susceptible d'être infligée par la loi. Cette demande ne sera pas requise en cas de transport par la voie aérienne sans atterrissage prévu sur le territoire de l'autre Partie.
2. La Partie requise accédera à la demande de transit présentée par la Partie requérante dans la mesure où elle n'est pas contraire à sa législation nationale et remplit les conditions d'extradition en vertu du présent Traité.
Art. 20.. Kennisgeving van het resultaat
De verzoekende Partij zal, op verzoek van de aangezochte Partij, aan de aangezochte Partij meteen alle informatie bezorgen over de procedures of de tenuitvoerlegging van het vonnis tegen de uitgeleverde persoon en alle informatie over de uitlevering van die persoon aan een derde staat.
De verzoekende Partij zal, op verzoek van de aangezochte Partij, aan de aangezochte Partij meteen alle informatie bezorgen over de procedures of de tenuitvoerlegging van het vonnis tegen de uitgeleverde persoon en alle informatie over de uitlevering van die persoon aan een derde staat.
Art. 20.. Notification du résultat
La Partie requérante communiquera rapidement à la Partie requise, à la demande de celle-ci, les informations sur la procédure engagée contre la personne extradée, l'exécution de la peine ou la réextradition de cette personne vers un Etat tiers.
La Partie requérante communiquera rapidement à la Partie requise, à la demande de celle-ci, les informations sur la procédure engagée contre la personne extradée, l'exécution de la peine ou la réextradition de cette personne vers un Etat tiers.
Art. 21.. Kosten
Kosten voortvloeiend uit de procedures voor uitlevering in de aangezochte Partij zullen worden gedragen door die Partij. Vervoer- en transitkosten die verband houden met de overlevering zullen worden gedragen door de verzoekende Partij.
Kosten voortvloeiend uit de procedures voor uitlevering in de aangezochte Partij zullen worden gedragen door die Partij. Vervoer- en transitkosten die verband houden met de overlevering zullen worden gedragen door de verzoekende Partij.
Art. 21.. Frais
Les frais occasionnés par les procédures d'extradition sur le territoire de la Partie requise seront à la charge de cette Partie. Les frais de transport et de transit dans le cadre de la remise seront à la charge de la Partie requérante.
Les frais occasionnés par les procédures d'extradition sur le territoire de la Partie requise seront à la charge de cette Partie. Les frais de transport et de transit dans le cadre de la remise seront à la charge de la Partie requérante.
Art. 22. Verband met andere Verdragen
1. Dit Verdrag belemmert de Partijen niet met elkaar samen te werken aan een uitlevering volgens andere Verdragen waarin beide Partijen Partij zijn.
2. Dit Verdrag heeft geen impact op eventuele rechten en plichten van de Partijen krachtens een multilaterale overeenkomst, waaronder het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het Verdrag van 27 april 1961 betreffende diplomatieke relaties.
1. Dit Verdrag belemmert de Partijen niet met elkaar samen te werken aan een uitlevering volgens andere Verdragen waarin beide Partijen Partij zijn.
2. Dit Verdrag heeft geen impact op eventuele rechten en plichten van de Partijen krachtens een multilaterale overeenkomst, waaronder het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het Verdrag van 27 april 1961 betreffende diplomatieke relaties.
Art. 22.. Relations avec d'autres traité
Le présent Traité n'empêchera pas la coopération mutuelle entre les Parties en matière d'extradition conformément à d'autres Traités auxquels les deux Parties sont parties.
Le présent Traité ne portera pas atteinte aux droits et obligations des Parties au titre de toute convention multilatérale, dont Le Traité du 28 juillet 1951 relatif au statut des réfugiés et le Traité du 24 avril 1961 sur les relations diplomatiques.
Le présent Traité n'empêchera pas la coopération mutuelle entre les Parties en matière d'extradition conformément à d'autres Traités auxquels les deux Parties sont parties.
Le présent Traité ne portera pas atteinte aux droits et obligations des Parties au titre de toute convention multilatérale, dont Le Traité du 28 juillet 1951 relatif au statut des réfugiés et le Traité du 24 avril 1961 sur les relations diplomatiques.
Art. 23.. Regeling van geschillen
Alle geschillen die voortvloeien uit de interpretatie of toepassing van dit Verdrag zullen in overleg via de diplomatieke kanalen worden beslecht.
Alle geschillen die voortvloeien uit de interpretatie of toepassing van dit Verdrag zullen in overleg via de diplomatieke kanalen worden beslecht.
Art. 23.. Règlement des différends
Tout différend résultant de l'interprétation ou de l'application du présent Traité sera réglé au moyen de consultations par la voie diplomatique.
Tout différend résultant de l'interprétation ou de l'application du présent Traité sera réglé au moyen de consultations par la voie diplomatique.
Art. 24.. Inwerkingtreding, wijziging en beëindiging
1. Elke Partij zal de andere Partij door middel van een diplomatieke nota ervan in kennis stellen dat krachtens haar wetgeving alle nodige maatregelen werden getroffen voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag vanaf de datum van laatstgenoemde diplomatieke nota.
2. Dit Verdrag kan te allen tijde worden gewijzigd door middel van een schriftelijke overeenkomst tussen de Partijen. Elke wijziging zal van kracht worden volgens dezelfde procedure zoals beschreven in alinea 1 van dit artikel en zal deel uitmaken van dit Verdrag.
3. Elke Partij kan dit Verdrag te allen tijde door middel van een schriftelijke kennisgeving via de diplomatieke kanalen beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de honderdtachtigste dag na de datum van de kennisgeving. De beëindiging van dit Verdrag zal geen invloed hebben op de uitleveringsprocedures die gestart werden vóór de beëindiging.
4. Dit Verdrag is van toepassing op elk verzoek ingediend na de vankrachtwording, zelfs al vonden de desbetreffende misdrijven plaats vóór de vankrachtwording van het Verdrag.
1. Elke Partij zal de andere Partij door middel van een diplomatieke nota ervan in kennis stellen dat krachtens haar wetgeving alle nodige maatregelen werden getroffen voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag vanaf de datum van laatstgenoemde diplomatieke nota.
2. Dit Verdrag kan te allen tijde worden gewijzigd door middel van een schriftelijke overeenkomst tussen de Partijen. Elke wijziging zal van kracht worden volgens dezelfde procedure zoals beschreven in alinea 1 van dit artikel en zal deel uitmaken van dit Verdrag.
3. Elke Partij kan dit Verdrag te allen tijde door middel van een schriftelijke kennisgeving via de diplomatieke kanalen beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de honderdtachtigste dag na de datum van de kennisgeving. De beëindiging van dit Verdrag zal geen invloed hebben op de uitleveringsprocedures die gestart werden vóór de beëindiging.
4. Dit Verdrag is van toepassing op elk verzoek ingediend na de vankrachtwording, zelfs al vonden de desbetreffende misdrijven plaats vóór de vankrachtwording van het Verdrag.
Art. 24. Entrée en vigueur, modification et dénonciation
1. Chacune des deux Parties notifiera à l'autre Partie par note diplomatique l'accomplissement des procédures requises par son droit interne pour l'entrée en vigueur du présent Traité. Le présent Traité entrera en vigueur le trentième jour suivant la date d'envoi de la dernière note diplomatique.
2. Le présent Traité peut être modifié à tout moment par accord écrit entre les Parties. Toute modification prendra effet conformément à la procédure prescrite par le paragraphe 1er du présent article et fera partie intégrante du présent Traité.
3. Chacune des Parties peut dénoncer le présent Traité à tout moment par notification écrite adressée par la voie diplomatique. La dénonciation prendra effet le cent quatre-vingtième jour suivant la date de remise de la notification. La dénonciation du présent Traité n'affectera pas les procédures d'extradition entamées antérieurement à la dénonciation.
4. Le présent Traité s'applique à toute demande présentée après son entrée en vigueur même si les infractions concernées ont eu lieu antérieurement à son entrée en vigueur.
1. Chacune des deux Parties notifiera à l'autre Partie par note diplomatique l'accomplissement des procédures requises par son droit interne pour l'entrée en vigueur du présent Traité. Le présent Traité entrera en vigueur le trentième jour suivant la date d'envoi de la dernière note diplomatique.
2. Le présent Traité peut être modifié à tout moment par accord écrit entre les Parties. Toute modification prendra effet conformément à la procédure prescrite par le paragraphe 1er du présent article et fera partie intégrante du présent Traité.
3. Chacune des Parties peut dénoncer le présent Traité à tout moment par notification écrite adressée par la voie diplomatique. La dénonciation prendra effet le cent quatre-vingtième jour suivant la date de remise de la notification. La dénonciation du présent Traité n'affectera pas les procédures d'extradition entamées antérieurement à la dénonciation.
4. Le présent Traité s'applique à toute demande présentée après son entrée en vigueur même si les infractions concernées ont eu lieu antérieurement à son entrée en vigueur.