Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 MEI 2019. - Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn met betrekking tot de gewestelijke ontvangers
Titre
2 MAI 2019. - Décret modifiant certaines dispositions de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale relatives aux receveurs régionaux
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Dit decreet regelt een in artikel 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheid, overeenkomstig artikel 138 ervan.
Article 1er. Le présent décret règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128 de celle-ci.
Art. 2. In artikel 30, zevende lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2018, wordt het woord "ontvanger" vervangen door de woorden "financieel directeur"
Art. 2. A l'article 30, alinéa 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, modifié par le décret du 29 mars 2018, le mot " receveur " est remplacé par les mots " directeur financier ".
Art. 3. Artikel 43 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. 43. § 1. Alle personeelsleden worden aangeworven of benoemd door de raad voor maatschappelijk welzijn.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan deze bevoegdheid overdragen aan het vast bureau of aan de bijzondere comités.
Onverminderd het bepaalde in artikel 56, geschieden de aanwervingen en benoemingen overeenkomstig vooraf bepaalde aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden en binnen de perken van de personeelsformatie.
§ 2. In de openbare centra voor maatschappelijk welzijn waar het ambt van financieel directeur geen voltijdse activiteit vergt, wordt dat ambt aan een gewestelijke ontvanger of aan een deeltijdse financieel directeur toegewezen, onverminderd de toepassing van artikel L 1124-21, § 2, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en van artikel 41ter, § 4.
In afwijking van lid 1 kan een gewestelijke ontvanger, voor een periode van vier maanden, eenmaal verlengbaar, worden benoemd tot financieel directeur van elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat daarom verzoekt, in geval van een vacature of afwezigheid van de titularis van meer dan dertig dagen.
De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder en de wijze waarop dat ambt wordt toegewezen krachtens de leden 1 en 2.
§ 3. Behoudens andersluidende bepalingen in deze wet, zijn de bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, of die op grond daarvan zijn aangenomen, betreffende gewestelijke ontvangers die hun ambt binnen een gemeente uitoefenen, van toepassing op de gewestelijke ontvanger die zijn ambt uitoefent in een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
§ 4. Wanneer het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beslist om het ambt van financieel directeur niet langer toe te vertrouwen aan een gewestelijke ontvanger, deelt het zijn beslissing om het ambt van financieel directeur te creëren mee aan de gouverneur.
Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn mag de in lid 1 bedoelde vacature niet publiceren voordat de gouverneur het centrum in kennis heeft gesteld van zijn beslissing om de opdracht van elke gewestelijke ontvanger in het centrum te beëindigen.
Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat het ambt van financieel directeur opricht, kan echter onmiddellijk een gewestelijke ontvanger voor dit ambt aanwijzen. Deze beraadslaging heeft echter rechtstreekse uitwerking, onverminderd de bevoegdheden van de toezichthoudende overheid.
De gewestelijke ontvangers worden geacht te voldoen aan alle benoemingsvoorwaarden voor de betrekking van financieel directeur.
§ 5. Voor zover het centrum artikel L1124-21, § 2, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie toepast, wordt de financieel directeur van het centrum benoemd door de raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval oefent hij de functie van financieel directeur van het centrum uit in de lokalen ervan en volgens een uurrooster in gemeenschappelijk overleg bepaald door het centrum en de gemeente.".
"Art. 43. § 1. Alle personeelsleden worden aangeworven of benoemd door de raad voor maatschappelijk welzijn.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan deze bevoegdheid overdragen aan het vast bureau of aan de bijzondere comités.
Onverminderd het bepaalde in artikel 56, geschieden de aanwervingen en benoemingen overeenkomstig vooraf bepaalde aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden en binnen de perken van de personeelsformatie.
§ 2. In de openbare centra voor maatschappelijk welzijn waar het ambt van financieel directeur geen voltijdse activiteit vergt, wordt dat ambt aan een gewestelijke ontvanger of aan een deeltijdse financieel directeur toegewezen, onverminderd de toepassing van artikel L 1124-21, § 2, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en van artikel 41ter, § 4.
In afwijking van lid 1 kan een gewestelijke ontvanger, voor een periode van vier maanden, eenmaal verlengbaar, worden benoemd tot financieel directeur van elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat daarom verzoekt, in geval van een vacature of afwezigheid van de titularis van meer dan dertig dagen.
De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder en de wijze waarop dat ambt wordt toegewezen krachtens de leden 1 en 2.
§ 3. Behoudens andersluidende bepalingen in deze wet, zijn de bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, of die op grond daarvan zijn aangenomen, betreffende gewestelijke ontvangers die hun ambt binnen een gemeente uitoefenen, van toepassing op de gewestelijke ontvanger die zijn ambt uitoefent in een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
§ 4. Wanneer het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beslist om het ambt van financieel directeur niet langer toe te vertrouwen aan een gewestelijke ontvanger, deelt het zijn beslissing om het ambt van financieel directeur te creëren mee aan de gouverneur.
Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn mag de in lid 1 bedoelde vacature niet publiceren voordat de gouverneur het centrum in kennis heeft gesteld van zijn beslissing om de opdracht van elke gewestelijke ontvanger in het centrum te beëindigen.
Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat het ambt van financieel directeur opricht, kan echter onmiddellijk een gewestelijke ontvanger voor dit ambt aanwijzen. Deze beraadslaging heeft echter rechtstreekse uitwerking, onverminderd de bevoegdheden van de toezichthoudende overheid.
De gewestelijke ontvangers worden geacht te voldoen aan alle benoemingsvoorwaarden voor de betrekking van financieel directeur.
§ 5. Voor zover het centrum artikel L1124-21, § 2, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie toepast, wordt de financieel directeur van het centrum benoemd door de raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval oefent hij de functie van financieel directeur van het centrum uit in de lokalen ervan en volgens een uurrooster in gemeenschappelijk overleg bepaald door het centrum en de gemeente.".
Art. 3. L'article 43 de la même loi, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juillet 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 43. § 1er. Tous les membres du personnel sont recrutés ou nommés par le conseil de l'action sociale.
Le conseil de l'action sociale peut déléguer ce pouvoir au bureau permanent ou aux comités spéciaux.
Sans préjudice des dispositions de l'article 56, les recrutements et nominations se font conformément à des conditions de recrutement et d'avancement fixées au préalable et dans les limites du cadre.
§ 2. Dans les centres publics d'action sociale où l'exercice de la fonction de directeur financier ne requiert pas une activité à temps plein, cette fonction est confiée à un receveur régional ou à un directeur financier à temps partiel, sans préjudice de l'application de l'article L1124-21, § 2, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation et de l'article 41ter, § 4.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un receveur régional peut être désigné, pour une période de quatre mois renouvelable une seule fois, aux fonctions de directeur financier dans tout centre public d'action sociale qui en ferait la demande, en cas de vacance de l'emploi ou en cas d'absence du titulaire pour une durée excédant trente jours.
Le Gouvernement arrête les conditions et modalités suivant lesquelles cette fonction est confiée en vertu des alinéas 1er et 2.
§ 3. Sauf disposition contraire prévue par la présente loi, les dispositions du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, ou adoptées en vertu de celui-ci, concernant les receveurs régionaux exerçant leurs fonctions au sein d'une commune sont applicables au receveur régional exerçant ses fonctions au sein d'un centre public d'action sociale.
§ 4. Lorsque le centre public d'action sociale décide de ne plus confier la fonction de directeur financier à un receveur régional, il communique sa décision de créer l'emploi de directeur financier au gouverneur.
Le centre public d'action sociale ne peut pas publier la vacance visée à l'alinéa 1er avant que le gouverneur lui ait notifié sa décision de mettre fin à la mission de tout receveur régional dans le centre.
Le centre public d'action sociale qui crée l'emploi de directeur financier peut toutefois nommer immédiatement à cet emploi un receveur régional. Cette délibération produit directement ses effets, sans préjudice toutefois des pouvoirs de l'autorité de tutelle.
Les receveurs régionaux sont réputés satisfaire à toutes les conditions de nomination à l'emploi de directeur financier.
§ 5. Dans la mesure où le centre applique l'article L1124-21, § 2 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, le directeur financier du centre est nommé par le conseil de l'action sociale. Dans ce cas, il exerce la fonction de directeur financier du centre dans les locaux de ce dernier et selon un horaire déterminé de commun accord par le centre et la commune. ".
" Art. 43. § 1er. Tous les membres du personnel sont recrutés ou nommés par le conseil de l'action sociale.
Le conseil de l'action sociale peut déléguer ce pouvoir au bureau permanent ou aux comités spéciaux.
Sans préjudice des dispositions de l'article 56, les recrutements et nominations se font conformément à des conditions de recrutement et d'avancement fixées au préalable et dans les limites du cadre.
§ 2. Dans les centres publics d'action sociale où l'exercice de la fonction de directeur financier ne requiert pas une activité à temps plein, cette fonction est confiée à un receveur régional ou à un directeur financier à temps partiel, sans préjudice de l'application de l'article L1124-21, § 2, du Code de la démocratie locale et de la décentralisation et de l'article 41ter, § 4.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un receveur régional peut être désigné, pour une période de quatre mois renouvelable une seule fois, aux fonctions de directeur financier dans tout centre public d'action sociale qui en ferait la demande, en cas de vacance de l'emploi ou en cas d'absence du titulaire pour une durée excédant trente jours.
Le Gouvernement arrête les conditions et modalités suivant lesquelles cette fonction est confiée en vertu des alinéas 1er et 2.
§ 3. Sauf disposition contraire prévue par la présente loi, les dispositions du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, ou adoptées en vertu de celui-ci, concernant les receveurs régionaux exerçant leurs fonctions au sein d'une commune sont applicables au receveur régional exerçant ses fonctions au sein d'un centre public d'action sociale.
§ 4. Lorsque le centre public d'action sociale décide de ne plus confier la fonction de directeur financier à un receveur régional, il communique sa décision de créer l'emploi de directeur financier au gouverneur.
Le centre public d'action sociale ne peut pas publier la vacance visée à l'alinéa 1er avant que le gouverneur lui ait notifié sa décision de mettre fin à la mission de tout receveur régional dans le centre.
Le centre public d'action sociale qui crée l'emploi de directeur financier peut toutefois nommer immédiatement à cet emploi un receveur régional. Cette délibération produit directement ses effets, sans préjudice toutefois des pouvoirs de l'autorité de tutelle.
Les receveurs régionaux sont réputés satisfaire à toutes les conditions de nomination à l'emploi de directeur financier.
§ 5. Dans la mesure où le centre applique l'article L1124-21, § 2 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, le directeur financier du centre est nommé par le conseil de l'action sociale. Dans ce cas, il exerce la fonction de directeur financier du centre dans les locaux de ce dernier et selon un horaire déterminé de commun accord par le centre et la commune. ".
Art. 4. In artikel 46 van dezelfde wet, vervangen bij het decreet van 18 april 2013 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2018, wordt een paragraaf 6bis ingevoegd, luidend als volgt:
" § 6bis. Bij afwezigheid van de gewestelijke ontvanger wijst de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris zo nodig een dienstdoende gewestelijke ontvanger aan. Deze aanwijzing geschiedt op vrijwillige basis. Indien geen enkele gewestelijke ontvanger zich vrijwillig heeft aangemeld, kan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris ambtshalve een gewestelijke ontvanger aanwijzen, met inachtneming van de door de regering gestelde voorwaarden.
Bij zijn ambtsaanvaarding en -neerlegging wordt voor elk van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die onder het ambtsgebied van de afwezige gewestelijke ontvanger vallen, een eindrekening opgemaakt en worden de kas en de boeken overgedragen, onder toezicht van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris van de provincie waarin elk van de betrokken centra is gevestigd.".
" § 6bis. Bij afwezigheid van de gewestelijke ontvanger wijst de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris zo nodig een dienstdoende gewestelijke ontvanger aan. Deze aanwijzing geschiedt op vrijwillige basis. Indien geen enkele gewestelijke ontvanger zich vrijwillig heeft aangemeld, kan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris ambtshalve een gewestelijke ontvanger aanwijzen, met inachtneming van de door de regering gestelde voorwaarden.
Bij zijn ambtsaanvaarding en -neerlegging wordt voor elk van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die onder het ambtsgebied van de afwezige gewestelijke ontvanger vallen, een eindrekening opgemaakt en worden de kas en de boeken overgedragen, onder toezicht van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris van de provincie waarin elk van de betrokken centra is gevestigd.".
Art. 4. A l'article 46 de la même loi, remplacé par le décret du 18 avril 2013 et modifié par le décret du 19 juillet 2018, il est inséré un paragraphe 6bis rédigé comme suit :
" § 6bis. En cas d'absence du receveur régional, le gouverneur ou le commissaire d'arrondissement délégué procède, s'il y a lieu, à la désignation d'un receveur régional faisant fonction. Cette désignation est opérée sur base volontaire. Si aucun receveur régional ne s'est porté volontaire, le gouverneur ou le commissaire d'arrondissement délégué peut désigner d'office un receveur régional dans le respect des conditions éventuellement fixées par le Gouvernement.
Lors de son installation et de la cessation de ses fonctions, il est procédé, pour chacun des centres publics d'action sociale du ressort du receveur régional absent, à l'établissement du compte de fin de gestion et à la remise de l'encaisse et des pièces comptables, sous la surveillance du gouverneur ou du commissaire d'arrondissement délégué de la province dans laquelle se situe chacun des centres concernés. ".
" § 6bis. En cas d'absence du receveur régional, le gouverneur ou le commissaire d'arrondissement délégué procède, s'il y a lieu, à la désignation d'un receveur régional faisant fonction. Cette désignation est opérée sur base volontaire. Si aucun receveur régional ne s'est porté volontaire, le gouverneur ou le commissaire d'arrondissement délégué peut désigner d'office un receveur régional dans le respect des conditions éventuellement fixées par le Gouvernement.
Lors de son installation et de la cessation de ses fonctions, il est procédé, pour chacun des centres publics d'action sociale du ressort du receveur régional absent, à l'établissement du compte de fin de gestion et à la remise de l'encaisse et des pièces comptables, sous la surveillance du gouverneur ou du commissaire d'arrondissement délégué de la province dans laquelle se situe chacun des centres concernés. ".