1° administrateur-generaal: het personeelslid dat belast is met de leiding van de administratie en van het fonds;
2° [2 administratie: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;]2 3° afdeling: een gedeelte van een voorziening of van een organisatie voor bijzondere jeugdzorg dat qua vestigingsplaats, organisatie, materiële infrastructuur of pedagogisch beleid verschilt van een ander gedeelte van de voorziening of van de organisatie voor bijzondere jeugdzorg; [1 3° /1 afzondering: het verblijf van een minderjarige in een individuele afzonderingskamer die daarvoor speciaal voorzien is, of in een andere individuele ruimte, die de minderjarige niet zelfstandig kan verlaten;]1
[1 3° /2 afzonderingskamer: een specifiek veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte die de minderjarige niet zelfstandig kan verlaten;]1
4° bemiddeling: de bemiddeling, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 15 februari 2019; [4 4° /1 besluit van 5 mei 2023: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2023 over de uitvoering van een hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten;]4
5° betrokken partij: de minderjarige, de ouders, en in voorkomend geval zijn opvoedingsverantwoordelijken, betrokken personen uit zijn leefomgeving en de betrokken jeugdhulpaanbieders;
6° capaciteit: het aantal minderjarigen dat een erkende voorziening mag opnemen of begeleiden;
7° centraal permanent crisismeldpunt: het centraal permanent crisismeldpunt, vermeld in artikel 44, § 2, 1°, van het decreet van 12 juli 2013;
8° contextbegeleiding: de breedsporige ondersteuning van de minderjarige en alle relevante betrokkenen uit zijn gezins- en opvoedingsmilieu en andere belangrijke levensdomeinen;
9° dagbegeleiding: de breedsporige ondersteuning van de minderjarige gedurende een bepaald deel van de dag in een aangepaste omgeving;
10° decreet van 17 oktober 2003: het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen;
11° [6 decreet van 7 mei 2004: het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht]6;
12° decreet van [1 15 februari 2019]1: het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
13° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende integrale jeugdhulp ; [7 13° /1 decreet van 3 juni 2022: het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers;]7
14° departement Onderwijs en Vorming: het departement opgericht bij artikel 22 § 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
15° erkende voorzieningen: de voorzieningen die conform de bepalingen van hoofdstuk 2 van dit besluit zijn erkend;
16° fonds: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Fonds Jongerenwelzijn, vermeld in artikel 54 van het decreet van 7 maart 2008;
17° gebruiker: een gebruiker als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 17 oktober 2003;
18° gemeenschapsdienst: de gemeenschapsdienst, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 15 februari 2019 ;
19° gemeenschapsinstelling: een door de overheid ingerichte instelling met een gesloten aanbod, als vermeld in artikel 2, 4° van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht; [1
19° /1 GES+: ernstig externaliserend of internaliserend storend gedrag, in combinatie met een handicap, waarvan de impact dermate groot is dat er nood is aan continue, hoofdzakelijke residentiële ondersteuning met een semi-gesloten karakter;]1 [3
19° /2 gezinsbegeleiding: de breedsporige ondersteuning van een gezin en alle relevante betrokkenen, met als finaliteit het verbeteren van de opvoedingscontext en van de relationele, individuele, familiale en maatschappelijke context en gericht op maatschappelijke integratie; [6
19° /2/1 gezinshuis: een kleinschalige vorm van residentiële ondersteuning, waarbij een gezinshuisouder minderjarigen in het eigen gezin opvangt en begeleidt, die zich richt op minderjarigen met complexe problematieken die de draagkracht van het doorsneepleeggezin overstijgen]6; [6
19° /2/2 gezinshuisouder: een personeelslid dat bezoldigd en in voltijds dienstverband minderjarigen in het eigen gezin opvangt en begeleidt;]6
19° /3 gezinsverblijf: gezinsbegeleiding waarbij een gezin in residentieel verband opgevangen worden;
20° handelingsplan: een document als vermeld in artikel 58 van het decreet van 12 juli 2013, dat wordt opgemaakt door een jeugdhulpaanbieder;
21° herstelgericht groepsoverleg: het overleg, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 15 februari 2019;
22° inputgebieden: de organisatorisch gerichte aandachtsgebieden die betrekking hebben op de activiteiten die het mogelijk maken dat de organisatie bepaalde resultaten behaalt op het vlak van leiderschap, personeelsbeleid, beleid en strategie en middelen en partnerschappen;
23° inrichtende macht: een openbaar bestuur of rechtspersoon die geen winst nastreeft en onder de verantwoordelijkheid waarvan een erkende voorziening functioneert;
24° jeugdhulpaanbieders: een natuurlijke persoon of een voorziening die jeugdhulpverlening aanbiedt als vermeld in artikel 3 van het decreet van 12 juli 2013, in de vorm van rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening of niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening of beide, en het ondersteuningscentrum Jeugdzorg, vermeld in artikel 33 van het voormelde decreet;
25° kernprocessen: de basisprocessen en -procedures volgens dewelke een organisatie haar hulpverlening vormgeeft, die bestaat uit:
a) onthaal van de gebruiker;
b) doelstellingen en handelingsplan;
c) afsluiting en nazorg;
d) pedagogisch profiel;
e) gebruikersdossier;
[3 25° /1 kleinschalige wooneenheid: minderjarigen die samenwonen onder flexibel toezicht en ondersteund door een begeleiding op maat, binnen een integraal begeleidingstraject;]3
26° kwaliteitsbeleid: het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, van het decreet van 17 oktober 2003;
27° kwaliteitshandboek: het kwaliteitshandboek, vermeld in artikel 5, § 4, van het decreet van 17 oktober 2003;
28° kwaliteitsmanagementsysteem: het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 5, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003;
29° kwaliteitszorg: de kwaliteitszorg, vermeld in artikel 4 van het decreet van 17 oktober 2003;
30° leerproject: een gestructureerd leerprogramma, als vermeld in artikel 2, 8° van het decreet van 15 februari 2019
31° minderjarige: elke natuurlijke persoon voor wie hulpverlening wordt georganiseerd met toepassing van het decreet van 12 juli 2013;
32° minderjarige delictpleger: een minderjarige als vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 15 februari 2019;
33° minderjarige verdachte: een minderjarige als vermeld in artikel 2, 12° van het decreet van 15 februari 2019;
34° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
35° module: een duidelijk afgelijnde eenheid van jeugdhulpverlening, op basis van de hulpvraag. Een module wordt aangeboden door een jeugdhulpaanbieder, en is gebaseerd op één enkele typemodule, die afzonderlijk, gelijktijdig of consecutief kan worden aangeboden met andere eenheden van jeugdhulpverlening, op een manier waarbij de flexibiliteit gewaarborgd is;
36° ondersteunende begeleiding: de breedsporige ondersteuning die zich richt op specifieke problematieken waarmee de minderjarige en zijn context in een lopend hulpverleningstraject te maken krijgen;
37° onderwijsinspectie: de inspectie, vermeld in artikel 32 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
38° opvoedingsverantwoordelijken: andere natuurlijke personen dan de ouders die de minderjarige op duurzame wijze in feite onder hun bewaring hebben of bij wie de minderjarige geplaatst is door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid;
39° outputgebieden: de resultaatgerichte aandachtsgebieden die betrekking hebben op de verschillende aspecten van de organisatievoering;
40° personeelsleden: personen die, al dan niet bezoldigd en al dan niet in beroepsverband, prestaties leveren in een voorziening; [6
40° /1 pleeggezin: een pleeggezin als vermeld in artikel 2, § 1, 45°, van het decreet van 12 juli 2013;]6
41° positief project: een project als vermeld in artikel 2,16 ° van het decreet van 15 februari 2019.
42° sociale dienst: de sociale dienst Jeugdrechtbank, vermeld in artikel 56, van het decreet van 12 juli 2013;
43° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013;
44° typemodule: een afgelijnde eenheid van jeugdhulpverlening die gebaseerd is op één functie of op een specifiek omschreven kernproces van hulpverlening, die deel uitmaakt van een intersectoraal opgemaakte set van typemodules en die tot doel heeft de kernopdrachten van de sectoren in eenzelfde taal te formuleren en op elkaar af te stemmen;
45° verblijf: een aangepaste woon- en leefomgeving onder toezicht en begeleiding;
46° vereffeningsfonds: een fonds dat minderjarige delictplegers in een bemiddelingsprocedure of binnen een herstelgericht groepsoverleg in staat stelt de mogelijkheid om schade die ze veroorzaakt hebben, te vergoeden bij het slachtoffer. Daarvoor doen ze een wederdienst naar de samenleving, in de vorm van vrijwilligerswerk;
47° zelfevaluatie: een zelfevaluatie als vermeld in artikel 5, § 3, van het decreet van 17 oktober 2003;
48° Zorginspectie: [5 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]5.