Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 MEI 2019. - Wet tot wijziging van diverse bepalingen wat het politionele informatiebeheer betreft
Titre
22 MAI 2019. - Loi modifiant diverses dispositions en ce qui concerne la gestion de l'information policière
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (39)
Texte (39)
TITEL I. - Algemene bepaling
TITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL II. - Wijzigingsbepalingen
TITRE II. - Dispositions modificatives
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet op het politieambt
CHAPITRE 1ER. - Modifications de la loi sur la fonction de police
Art. 2. In artikel 3 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 6° worden de woorden "artikel 36ter van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens" vervangen door de woorden "artikel 71 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens";
2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende:
"10° wet gegevensbescherming: de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.".
1° in de bepaling onder 6° worden de woorden "artikel 36ter van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens" vervangen door de woorden "artikel 71 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens";
2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende:
"10° wet gegevensbescherming: de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.".
Art. 2. A l'article 3 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, modifié en dernier lieu par la loi du 19 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le 6°, les mots "article 36ter de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "article 71 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel";
2° l'article est complété par un 10°, rédigé comme suit:
"10° loi relative à la protection des données: la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel.".
1° dans le 6°, les mots "article 36ter de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "article 71 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel";
2° l'article est complété par un 10°, rédigé comme suit:
"10° loi relative à la protection des données: la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel.".
Art. 3. In artikel 25/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2018, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"De in het eerste en tweede lid bedoelde registers worden, op verzoek, ter beschikking gesteld van het Controleorgaan, van de bestuurlijke en gerechtelijke politieoverheden en van de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in artikel 144 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.".
"De in het eerste en tweede lid bedoelde registers worden, op verzoek, ter beschikking gesteld van het Controleorgaan, van de bestuurlijke en gerechtelijke politieoverheden en van de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in artikel 144 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.".
Art. 3. Dans l'article 25/8 de la même loi, inséré par la loi du 21 mars 2018, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"Les registres visés aux alinéas 1er et 2 sont mis sur demande à la disposition de l'Organe de contrôle, des autorités de police administrative et judiciaire et du délégué à la protection des données visé à l'article 144 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux.".
"Les registres visés aux alinéas 1er et 2 sont mis sur demande à la disposition de l'Organe de contrôle, des autorités de police administrative et judiciaire et du délégué à la protection des données visé à l'article 144 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux.".
Art. 4. In artikel 44/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "en overeenkomstig de doeleinden omschreven in artikel 27 van de wet gegevensbescherming" ingevoegd tussen de woorden "afdeling 1," en "kunnen";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Met het oog op het uitoefenen van hun opdrachten mogen de politiediensten de persoonsgegevens bedoeld in artikel 34 van de wet gegevensbescherming verwerken ter aanvulling of ondersteuning van de andere categorieën van gegevens zoals bedoeld in artikel 44/5.
Naast de voorwaarde bedoeld in het eerste lid geldt het volgende:
1° de biometrische gegevens worden enkel verwerkt met het oog op het verzekeren van de ondubbelzinnige identificatie van de betrokken persoon als bedoeld in artikel 44/5, § 1, 2° tot en met 7 en § 3, 1° tot 6°. De biometrische gegevens van de personen, bedoeld in § 3, 7° tot en met 9°, en § 4 van artikel 44/5 worden uitsluitend verwerkt op basis van de toestemming van de betrokken persoon of wanneer zij duidelijk openbaar worden gemaakt door de betrokkene of om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen. Wanneer de verwerking van biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van de betrokken personen, in het bijzonder een verwerking waarbij nieuwe technologieën worden gebruikt, waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen oplevert, raadpleegt de verwerkingsverantwoordelijke of zijn verwerker het controleorgaan;
2° de gegevens betreffende gezondheid worden enkel verwerkt met het oog op het begrijpen van de omstandigheden waarin de betrokken persoon zich bevindt, evenals het garanderen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid van elke persoon die mogelijks in contact zou komen met de betrokken personen in het raam van politionele interventie. Wanneer gezondheidsgegevens worden verwerkt, wordt vermeld of deze gegevens al dan niet afkomstig zijn van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. De verwerking van gezondheidsgegevens waarnaar in dit artikel wordt verwezen, heeft nooit als gevolg de betrokkenen te laten onderwerpen aan medische onderzoeken;
3° de verwerking van genetische gegevens betreft enkel het inwinnen van genetische gegevens en de registratie van administratieve vermeldingen verbonden aan het genetisch profiel, met uitsluiting van de vergelijking van genetische profielen of de identificatie van het DNA-codenummer en wordt uitgevoerd in het kader van de uitoefening van opdrachten van gerechtelijke politie en de toepassing van de wetgeving inzake civiele bescherming.
Tijdens de in deze paragraaf bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens zijn de volgende waarborgen inzake bescherming van persoonsgegevens van toepassing:
1° de categorieën personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens worden aangewezen door de verwerkingsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, door de verwerker, met een beschrijving van hun functie ten aanzien van de verwerking van de gegevens in kwestie;
2° de lijst van de aangewezen personen om de in deze paragraaf bedoelde gegevens te verwerken, stelt de verwerkingsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, de verwerker ter beschikking van het Controleorgaan;
3° de aangewezen personen moeten, op grond van een wettelijke of statutaire verplichting, of een overeenkomstige contractuele bepaling, het vertrouwelijke karakter van de gegevens in kwestie in acht nemen;
4° er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de in artikel 44/5 bedoelde categorieën van personen;
5° er worden gepaste technische of organisatorische maatregelen getroffen om de persoonsgegevens tegen toevallige of niet-toegelaten vernietiging, tegen toevallig verlies of wijziging of elke andere niet-toegelaten verwerking van die gegevens te beschermen;
6° de verwerkingsverantwoordelijken vermelden in hun gegevensbeschermingsbeleid de te ondernemen acties om de verwerking van die gegevenscategorieën te beschermen en om de kwaliteit van de verwerkte gegevens te waarborgen, met name voor aspecten in verband met de beoordeling van de kwaliteit van de gegevens die in deze gegevensbestanden worden verwerkt, onder andere voor de aspecten in verband met de juistheid, volledigheid, betrouwbaarheid en de mate waarin zij actueel zijn. De bevoegde functionarissen voor gegevensbe-scherming zien erop toe dat dat beleid gevolgd wordt.
De Koning kan in andere gepaste aanvullende waarborgen voorzien.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "en overeenkomstig de doeleinden omschreven in artikel 27 van de wet gegevensbescherming" ingevoegd tussen de woorden "afdeling 1," en "kunnen";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Met het oog op het uitoefenen van hun opdrachten mogen de politiediensten de persoonsgegevens bedoeld in artikel 34 van de wet gegevensbescherming verwerken ter aanvulling of ondersteuning van de andere categorieën van gegevens zoals bedoeld in artikel 44/5.
Naast de voorwaarde bedoeld in het eerste lid geldt het volgende:
1° de biometrische gegevens worden enkel verwerkt met het oog op het verzekeren van de ondubbelzinnige identificatie van de betrokken persoon als bedoeld in artikel 44/5, § 1, 2° tot en met 7 en § 3, 1° tot 6°. De biometrische gegevens van de personen, bedoeld in § 3, 7° tot en met 9°, en § 4 van artikel 44/5 worden uitsluitend verwerkt op basis van de toestemming van de betrokken persoon of wanneer zij duidelijk openbaar worden gemaakt door de betrokkene of om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen. Wanneer de verwerking van biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van de betrokken personen, in het bijzonder een verwerking waarbij nieuwe technologieën worden gebruikt, waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen oplevert, raadpleegt de verwerkingsverantwoordelijke of zijn verwerker het controleorgaan;
2° de gegevens betreffende gezondheid worden enkel verwerkt met het oog op het begrijpen van de omstandigheden waarin de betrokken persoon zich bevindt, evenals het garanderen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid van elke persoon die mogelijks in contact zou komen met de betrokken personen in het raam van politionele interventie. Wanneer gezondheidsgegevens worden verwerkt, wordt vermeld of deze gegevens al dan niet afkomstig zijn van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. De verwerking van gezondheidsgegevens waarnaar in dit artikel wordt verwezen, heeft nooit als gevolg de betrokkenen te laten onderwerpen aan medische onderzoeken;
3° de verwerking van genetische gegevens betreft enkel het inwinnen van genetische gegevens en de registratie van administratieve vermeldingen verbonden aan het genetisch profiel, met uitsluiting van de vergelijking van genetische profielen of de identificatie van het DNA-codenummer en wordt uitgevoerd in het kader van de uitoefening van opdrachten van gerechtelijke politie en de toepassing van de wetgeving inzake civiele bescherming.
Tijdens de in deze paragraaf bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens zijn de volgende waarborgen inzake bescherming van persoonsgegevens van toepassing:
1° de categorieën personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens worden aangewezen door de verwerkingsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, door de verwerker, met een beschrijving van hun functie ten aanzien van de verwerking van de gegevens in kwestie;
2° de lijst van de aangewezen personen om de in deze paragraaf bedoelde gegevens te verwerken, stelt de verwerkingsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, de verwerker ter beschikking van het Controleorgaan;
3° de aangewezen personen moeten, op grond van een wettelijke of statutaire verplichting, of een overeenkomstige contractuele bepaling, het vertrouwelijke karakter van de gegevens in kwestie in acht nemen;
4° er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de in artikel 44/5 bedoelde categorieën van personen;
5° er worden gepaste technische of organisatorische maatregelen getroffen om de persoonsgegevens tegen toevallige of niet-toegelaten vernietiging, tegen toevallig verlies of wijziging of elke andere niet-toegelaten verwerking van die gegevens te beschermen;
6° de verwerkingsverantwoordelijken vermelden in hun gegevensbeschermingsbeleid de te ondernemen acties om de verwerking van die gegevenscategorieën te beschermen en om de kwaliteit van de verwerkte gegevens te waarborgen, met name voor aspecten in verband met de beoordeling van de kwaliteit van de gegevens die in deze gegevensbestanden worden verwerkt, onder andere voor de aspecten in verband met de juistheid, volledigheid, betrouwbaarheid en de mate waarin zij actueel zijn. De bevoegde functionarissen voor gegevensbe-scherming zien erop toe dat dat beleid gevolgd wordt.
De Koning kan in andere gepaste aanvullende waarborgen voorzien.".
Art. 4. A l'article 44/1 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 21 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots "et conformément aux finalités fixées à l'article 27 de la loi relative à la protection des données" sont insérés entre les mots "section 1re," et "les services";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. En vue d'exercer leurs missions, les services de police peuvent traiter les catégories particulières de données à caractère personnel visées à l'article 34 de la loi relative à la protection des données en complément ou en soutien d'autres catégories de données visées à l'article 44/5.
En plus de la condition visée à l'alinéa 1er:
1° les données biométriques sont traitées uniquement dans le but d'assurer l'identification certaine de la personne concernée visée à l'article 44/5, § 1er, 2° à 7° et § 3 1° à 6°. Les données biométriques des personnes visées au § 3, 7° à 9°, et au § 4 de l'article 44/5 sont traitées uniquement sur la base du consentement de la personne concernée ou lorsqu'elles sont manifestement rendues publiques par la personne concernée ou encore pour sauvegarder les intérêts vitaux de la personne concernée ou d'une autre personne physique. Lorsque le traitement des données biométriques en vue de l'identification unique des personnes concernées, en particulier par le recours aux nouvelles technologies, est susceptible d'engendrer un risque élevé pour les droits et libertés des personnes concernées, le responsable du traitement ou son sous-traitant consulte l'Organe de contrôle;
2° les données relatives à la santé sont traitées uniquement dans le but de comprendre le contexte lié à la personne concernée, ainsi que pour assurer la sécurité et protéger la santé de toute personne susceptible d'entrer en contact avec les personnes concernées dans le cadre de l'intervention policière. Lorsque des données relatives à la santé sont traitées, il est mentionné si ces données proviennent ou non de professionnels de soins de la santé. Le traitement de données relatives à la santé visé dans cet article n'a jamais pour conséquence de contraindre les personnes concernées à se soumettre à des examens médicaux;
3° le traitement des données génétiques concerne uniquement la collecte des données génétiques et l'enregistrement des mentions administratives liées au profil génétique, à l'exclusion de la comparaison des profils génétiques ou de l'identification du numéro de code ADN et s'effectue dans le cadre de l'exercice des missions de police judiciaire et de l'application de la législation relative à la protection civile.
Lors des traitements de données à caractère personnel visés dans ce paragraphe, les garanties suivantes en matière de protection des données à caractère personnel sont d'application:
1° les catégories de personnes, ayant accès aux données à caractère personnel, sont désignées par le responsable du traitement ou, le cas échéant, par le sous-traitant, avec une description de leur fonction par rapport au traitement des données visées;
2° la liste des catégories des personnes ainsi désignées pour traiter les données visées dans ce paragraphe est tenue à la disposition de l'Organe de contrôle par le responsable du traitement ou, le cas échéant, par le sous-traitant;
3° les personnes désignées sont tenues, par une obligation légale ou statutaire, ou par une disposition contractuelle équivalente, au respect du caractère confidentiel des données visées;
4° une distinction claire est opérée entre les catégories de personnes visées à l'article 44/5;
5° des mesures techniques ou organisationnelles appropriées sont adoptées pour protéger les données à caractère personnel contre la destruction accidentelle ou non autorisée, contre la perte accidentelle ainsi que contre la modification ou tout autre traitement non autorisé de ces données;
6° les responsables du traitement indiquent dans leur politique de protection des données les actions à mener pour protéger le traitement de ces catégories de données et pour assurer la qualité des données traitées notamment pour les aspects liés à l'évaluation de leur exactitude, leur exhaustivité, leur fiabilité et leur niveau de mise à jour. Les délégués à la protection des données compétents veillent à assurer le suivi de cette politique.
Le Roi peut prévoir d'autres garanties complémentaires appropriées.".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "et conformément aux finalités fixées à l'article 27 de la loi relative à la protection des données" sont insérés entre les mots "section 1re," et "les services";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. En vue d'exercer leurs missions, les services de police peuvent traiter les catégories particulières de données à caractère personnel visées à l'article 34 de la loi relative à la protection des données en complément ou en soutien d'autres catégories de données visées à l'article 44/5.
En plus de la condition visée à l'alinéa 1er:
1° les données biométriques sont traitées uniquement dans le but d'assurer l'identification certaine de la personne concernée visée à l'article 44/5, § 1er, 2° à 7° et § 3 1° à 6°. Les données biométriques des personnes visées au § 3, 7° à 9°, et au § 4 de l'article 44/5 sont traitées uniquement sur la base du consentement de la personne concernée ou lorsqu'elles sont manifestement rendues publiques par la personne concernée ou encore pour sauvegarder les intérêts vitaux de la personne concernée ou d'une autre personne physique. Lorsque le traitement des données biométriques en vue de l'identification unique des personnes concernées, en particulier par le recours aux nouvelles technologies, est susceptible d'engendrer un risque élevé pour les droits et libertés des personnes concernées, le responsable du traitement ou son sous-traitant consulte l'Organe de contrôle;
2° les données relatives à la santé sont traitées uniquement dans le but de comprendre le contexte lié à la personne concernée, ainsi que pour assurer la sécurité et protéger la santé de toute personne susceptible d'entrer en contact avec les personnes concernées dans le cadre de l'intervention policière. Lorsque des données relatives à la santé sont traitées, il est mentionné si ces données proviennent ou non de professionnels de soins de la santé. Le traitement de données relatives à la santé visé dans cet article n'a jamais pour conséquence de contraindre les personnes concernées à se soumettre à des examens médicaux;
3° le traitement des données génétiques concerne uniquement la collecte des données génétiques et l'enregistrement des mentions administratives liées au profil génétique, à l'exclusion de la comparaison des profils génétiques ou de l'identification du numéro de code ADN et s'effectue dans le cadre de l'exercice des missions de police judiciaire et de l'application de la législation relative à la protection civile.
Lors des traitements de données à caractère personnel visés dans ce paragraphe, les garanties suivantes en matière de protection des données à caractère personnel sont d'application:
1° les catégories de personnes, ayant accès aux données à caractère personnel, sont désignées par le responsable du traitement ou, le cas échéant, par le sous-traitant, avec une description de leur fonction par rapport au traitement des données visées;
2° la liste des catégories des personnes ainsi désignées pour traiter les données visées dans ce paragraphe est tenue à la disposition de l'Organe de contrôle par le responsable du traitement ou, le cas échéant, par le sous-traitant;
3° les personnes désignées sont tenues, par une obligation légale ou statutaire, ou par une disposition contractuelle équivalente, au respect du caractère confidentiel des données visées;
4° une distinction claire est opérée entre les catégories de personnes visées à l'article 44/5;
5° des mesures techniques ou organisationnelles appropriées sont adoptées pour protéger les données à caractère personnel contre la destruction accidentelle ou non autorisée, contre la perte accidentelle ainsi que contre la modification ou tout autre traitement non autorisé de ces données;
6° les responsables du traitement indiquent dans leur politique de protection des données les actions à mener pour protéger le traitement de ces catégories de données et pour assurer la qualité des données traitées notamment pour les aspects liés à l'évaluation de leur exactitude, leur exhaustivité, leur fiabilité et leur niveau de mise à jour. Les délégués à la protection des données compétents veillent à assurer le suivi de cette politique.
Le Roi peut prévoir d'autres garanties complémentaires appropriées.".
Art. 5. In afdeling 12 van hoofdstuk IV van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2018, worden de woorden "Onderafdeling 2 - De consulent voor de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" opgeheven.
Art. 5. Dans la section 12 du chapitre IV de la même loi, insérée par la loi du 18 mars 2014 et modifiée par la loi du 21 mars 2018, les mots "Sous-section 2 - Le conseiller en sécurité et en protection de la vie privée" sont abrogés.
Art. 6. In artikel 44/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 maart 2014, 27 april 2016 en 21 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de wet gegevensbescherming";
2° in paragraaf 1 worden het derde tot en met het achtste lid opgeheven;
3° de paragrafen 1/1 en 2 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de wet gegevensbescherming";
2° in paragraaf 1 worden het derde tot en met het achtste lid opgeheven;
3° de paragrafen 1/1 en 2 worden opgeheven.
Art. 6. A l'article 44/3 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par les lois des 26 mars 2014, 27 avril 2016 et 21 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "la loi relative à la protection des données";
2° dans le paragraphe 1er, les alinéas 3 à 8 sont abrogés;
3° les paragraphes 1er/1 et 2 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "la loi relative à la protection des données";
2° dans le paragraphe 1er, les alinéas 3 à 8 sont abrogés;
3° les paragraphes 1er/1 et 2 sont abrogés.
Art. 7. Artikel 44/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 maart 2014, 27 april 2016 en 21 maart 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. 44/4 § 1. Voor de verwerking van persoonsgegevens en informatie bedoeld in artikel 44/1 met inbegrip van deze ingevoegd in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 1° en 2°, is,voor wat betreft bestuurlijke politie, de verwerkingsverantwoordelijke de minister van Binnenlandse Zaken.
Voor de verwerking van persoonsgegevens en informatie bedoeld in artikel 44/1 met inbegrip van deze ingevoegd in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 1° en 2°, is, voor wat betreft gerechtelijke politie, de verwerkingsverantwoordelijke de minister van Justitie.
Voor wat betreft de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 3°, zijn de verwerkingsverantwoordelijken de korpschefs, de commissaris-generaal, de directeurs-generaal of de directeurs die de doeleinden van en de middelen voor deze bijzondere gegevensbanken hebben bepaald.
§ 2. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen, elk binnen het kader van hun bevoegdheden en onverminderd de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden, bij dwingende richtlijn de maatregelen die nodig zijn om het beheer en de veiligheid, waaronder in het bijzonder de aspecten met betrekking tot de betrouwbaarheid, de vertrouwelijkheid, de beschikbaarheid, de traceerbaarheid en de integriteit van de persoonsgegevens en de informatie die worden verwerkt in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, te verzekeren.
De logbestanden worden op zijn minst voor de volgende verwerkingen in de in artikel 44/2 bedoelde gegevensbanken aangemaakt: de verzameling, de wijziging, de raadpleging, de mededeling, met inbegrip van de doorgiften, de archivering, de koppeling en de uitwissing.
De logbestanden van de raadpleging en de mededeling laten toe om:
1° de beweegreden, de datum en het tijdstip van die verwerkingen vast te stellen;
2° vast te stellen welke categorieën van personen de persoonsgegevens hebben geraadpleegd alsook de persoon die die gegevens heeft geraadpleegd te identificeren;
3° vast te stellen welke systemen die gegevens hebben meegedeeld;
4° de categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens vast te stellen en indien mogelijk de identiteit van de ontvangers van die gegevens.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Controleorgaan, andere types verwerkingen vastleggen waarvoor de logbestanden worden aangemaakt.
Er worden gepaste maatregelen getroffen om de veiligheid van de logbestanden te verzekeren, in het bijzonder om elke niet-toegelaten verwerking te beletten en de integriteit van de verwerkte gegevens te verzekeren.
De procedures voor de toegang tot de logbestanden waarborgen de noodzaak en de proportionaliteit van de toegang tot de logginggegevens om de in artikel 56, § 2, van de wet gegevensbescherming bedoelde doeleinden te bereiken.
Die procedures worden voor advies voorgelegd aan het Controleorgaan.
De korpschefs voor de lokale politie en de commissaris-generaal, de directeurs-generaal en de directeurs voor de federale politie staan borg voor de goede uitvoering van deze richtlijnen voor wat de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, §§ 1 en 3, betreft.
De beheerder, aangewezen in rechte of in feite waarborgt de goede uitvoering van deze richtlijnen voor wat de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 2, betreft.
§ 3. Onverminderd de bevoegdheden van de gerechtelijke overheden, bepalen de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, elk binnen het kader van hun bevoegdheden, bij algemene en bindende richtlijn, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad de toegangsregels voor de leden van de politiediensten tot de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, §§ 1 en 3.
§ 4. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen, elk binnen het kader van hun bevoegdheden, bij algemene en bindende richtlijn, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad de nadere regels betreffende de koppeling van de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2 onderling of met andere gegevensbanken waartoe de politiediensten toegang hebben door of krachtens de wet of internationale verdragen die België binden.
Deze richtlijnen bepalen minstens op basis van de toereikende, terzake dienende en niet overmatige aard, de categorieën van gegevensbanken die onderling kunnen worden verbonden, de nadere regels betreffende de koppeling en de toegangsregels van de leden van de politiediensten betreffende het bestaan van relevante informatie in deze onderling gekoppelde gegevensbanken of, in voorkomend geval, betreffende de gegevens zelf, alsmede tot de daaruit voortvloeiende verwerkingen.
§ 5. De in de §§ 3 en 4 bedoelde profielen en nadere regels voor de toegang worden bepaald, onder andere op basis:
1° van de nood er kennis van te nemen, met inbegrip van de noodzaak de verwerkte gegevens te kruisen of te coördineren;
2° van de wettelijke doeleinden van elke gegevensbank;
3° van de verschillende categorieën van de in artikel 44/5 bedoelde personen;
4° van de evaluatie van de gegevens;
5° van de validatiestatus van de verwerkte gegevens.
De in de §§ 3 en 4 bedoelde toegangen moeten, oorspronkelijk of standaard, zo ontworpen worden dat de geëvalueerde en gevalideerde gegevens duidelijk zichtbaar zijn en prioritair kunnen worden geëxploiteerd.
De toegangsprofielen en de identificatie van personen die toegang hebben, worden ter beschikking gesteld van het Controleorgaan.
§ 6. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen, elk binnen het kader van hun bevoegdheden, bij algemene en bindende richtlijn gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, de toereikende, terzake dienende en niet overmatige maatregelen met betrekking tot de koppeling of correlatie van de technische gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 3, met de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, §§ 1 en 2, of met andere gegevensbanken waartoe de politiediensten toegang hebben door of krachtens de wet of internationale verdragen die België binden.
Deze richtlijn houdt rekening met criteria inzake tijd, ruimte en frequentie van de koppelingen en correlaties. Zij wijst minstens de overheid aan die dit soort maatregelen toestaat, alsook de gegevensbanken die onderling kunnen worden verbonden.".
"Art. 44/4 § 1. Voor de verwerking van persoonsgegevens en informatie bedoeld in artikel 44/1 met inbegrip van deze ingevoegd in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 1° en 2°, is,voor wat betreft bestuurlijke politie, de verwerkingsverantwoordelijke de minister van Binnenlandse Zaken.
Voor de verwerking van persoonsgegevens en informatie bedoeld in artikel 44/1 met inbegrip van deze ingevoegd in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 1° en 2°, is, voor wat betreft gerechtelijke politie, de verwerkingsverantwoordelijke de minister van Justitie.
Voor wat betreft de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 3°, zijn de verwerkingsverantwoordelijken de korpschefs, de commissaris-generaal, de directeurs-generaal of de directeurs die de doeleinden van en de middelen voor deze bijzondere gegevensbanken hebben bepaald.
§ 2. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen, elk binnen het kader van hun bevoegdheden en onverminderd de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden, bij dwingende richtlijn de maatregelen die nodig zijn om het beheer en de veiligheid, waaronder in het bijzonder de aspecten met betrekking tot de betrouwbaarheid, de vertrouwelijkheid, de beschikbaarheid, de traceerbaarheid en de integriteit van de persoonsgegevens en de informatie die worden verwerkt in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, te verzekeren.
De logbestanden worden op zijn minst voor de volgende verwerkingen in de in artikel 44/2 bedoelde gegevensbanken aangemaakt: de verzameling, de wijziging, de raadpleging, de mededeling, met inbegrip van de doorgiften, de archivering, de koppeling en de uitwissing.
De logbestanden van de raadpleging en de mededeling laten toe om:
1° de beweegreden, de datum en het tijdstip van die verwerkingen vast te stellen;
2° vast te stellen welke categorieën van personen de persoonsgegevens hebben geraadpleegd alsook de persoon die die gegevens heeft geraadpleegd te identificeren;
3° vast te stellen welke systemen die gegevens hebben meegedeeld;
4° de categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens vast te stellen en indien mogelijk de identiteit van de ontvangers van die gegevens.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Controleorgaan, andere types verwerkingen vastleggen waarvoor de logbestanden worden aangemaakt.
Er worden gepaste maatregelen getroffen om de veiligheid van de logbestanden te verzekeren, in het bijzonder om elke niet-toegelaten verwerking te beletten en de integriteit van de verwerkte gegevens te verzekeren.
De procedures voor de toegang tot de logbestanden waarborgen de noodzaak en de proportionaliteit van de toegang tot de logginggegevens om de in artikel 56, § 2, van de wet gegevensbescherming bedoelde doeleinden te bereiken.
Die procedures worden voor advies voorgelegd aan het Controleorgaan.
De korpschefs voor de lokale politie en de commissaris-generaal, de directeurs-generaal en de directeurs voor de federale politie staan borg voor de goede uitvoering van deze richtlijnen voor wat de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, §§ 1 en 3, betreft.
De beheerder, aangewezen in rechte of in feite waarborgt de goede uitvoering van deze richtlijnen voor wat de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 2, betreft.
§ 3. Onverminderd de bevoegdheden van de gerechtelijke overheden, bepalen de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie, elk binnen het kader van hun bevoegdheden, bij algemene en bindende richtlijn, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad de toegangsregels voor de leden van de politiediensten tot de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, §§ 1 en 3.
§ 4. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen, elk binnen het kader van hun bevoegdheden, bij algemene en bindende richtlijn, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad de nadere regels betreffende de koppeling van de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2 onderling of met andere gegevensbanken waartoe de politiediensten toegang hebben door of krachtens de wet of internationale verdragen die België binden.
Deze richtlijnen bepalen minstens op basis van de toereikende, terzake dienende en niet overmatige aard, de categorieën van gegevensbanken die onderling kunnen worden verbonden, de nadere regels betreffende de koppeling en de toegangsregels van de leden van de politiediensten betreffende het bestaan van relevante informatie in deze onderling gekoppelde gegevensbanken of, in voorkomend geval, betreffende de gegevens zelf, alsmede tot de daaruit voortvloeiende verwerkingen.
§ 5. De in de §§ 3 en 4 bedoelde profielen en nadere regels voor de toegang worden bepaald, onder andere op basis:
1° van de nood er kennis van te nemen, met inbegrip van de noodzaak de verwerkte gegevens te kruisen of te coördineren;
2° van de wettelijke doeleinden van elke gegevensbank;
3° van de verschillende categorieën van de in artikel 44/5 bedoelde personen;
4° van de evaluatie van de gegevens;
5° van de validatiestatus van de verwerkte gegevens.
De in de §§ 3 en 4 bedoelde toegangen moeten, oorspronkelijk of standaard, zo ontworpen worden dat de geëvalueerde en gevalideerde gegevens duidelijk zichtbaar zijn en prioritair kunnen worden geëxploiteerd.
De toegangsprofielen en de identificatie van personen die toegang hebben, worden ter beschikking gesteld van het Controleorgaan.
§ 6. De ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bepalen, elk binnen het kader van hun bevoegdheden, bij algemene en bindende richtlijn gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, de toereikende, terzake dienende en niet overmatige maatregelen met betrekking tot de koppeling of correlatie van de technische gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 3, met de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, §§ 1 en 2, of met andere gegevensbanken waartoe de politiediensten toegang hebben door of krachtens de wet of internationale verdragen die België binden.
Deze richtlijn houdt rekening met criteria inzake tijd, ruimte en frequentie van de koppelingen en correlaties. Zij wijst minstens de overheid aan die dit soort maatregelen toestaat, alsook de gegevensbanken die onderling kunnen worden verbonden.".
Art. 7. L'article 44/4 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par les lois des 26 mars 2014, 27 avril 2016 et 21 mars 2018, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 44/4 § 1er. En matière de police administrative, le responsable du traitement des données à caractère personnel et des informations visées à l'article 44/1, y compris celles incluses dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, est le ministre de l'Intérieur.
En matière de police judiciaire, le responsable du traitement des données à caractère personnel et des informations visées à l'article 44/1, y compris celles incluses dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, est le ministre de la Justice.
Pour ce qui concerne les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 3°, les chefs de corps, le commissaire général, les directeurs généraux ou les directeurs qui ont fixé les objectifs et les moyens relatifs à ces banques de données particulières sont les responsables du traitement.
§ 2. Les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences et sans préjudice des compétences propres des autorités judiciaires, déterminent par directives contraignantes les mesures nécessaires en vue d'assurer la gestion et la sécurité dont notamment les aspects relatifs à la fiabilité, la confidentialité, la disponibilité, la traçabilité et l'intégrité des données à caractère personnel et des informations traitées dans les banques de données visées à l'article 44/2.
Les fichiers de journalisation sont établis dans les banques de données visées à l'article 44/2 au moins pour les traitements suivants: la collecte, la modification, la consultation, la communication, y compris les transferts, l'archivage, l'interconnexion et l'effacement.
Les fichiers de journalisation de consultation et de communication permettent d'établir:
1° le motif, la date et l'heure de ces traitements;
2° les catégories de personnes qui ont consulté les données à caractère personnel, ainsi que l'identification de la personne qui a consulté ces données;
3° les systèmes qui ont communiqué ces données;
4° les catégories de destinataires des données à caractère personnel, et si possible, l'identité des destinataires de ces données.
Le Roi peut déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres après avis de l'Organe de contrôle, d'autres types de traitements pour lesquels les fichiers de journalisation sont établis.
Des mesures appropriées sont adoptées pour assurer la sécurité des fichiers de journalisation et, en particulier, pour empêcher tout traitement non autorisé et pour assurer l'intégrité des données traitées.
Les procédures d'accès aux fichiers de journalisation garantissent la nécessité et la proportionnalité de l'accès aux données de journalisation en vue d'atteindre les finalités visées à l'article 56, § 2, de la loi relative à la protection des données.
Ces procédures sont soumises à l'avis de l'Organe de contrôle.
Les chefs de corps pour la police locale et le commissaire général, les directeurs généraux et les directeurs pour la police fédérale sont les garants de la bonne exécution de ces directives en ce qui concerne les banques de données visées à l'article 44/2, §§ 1er, et 3.
Le gestionnaire, désigné en droit ou dans les faits est le garant de la bonne exécution de ces directives en ce qui concerne les banques de données visées à l'article 44/2, § 2.
§ 3. Sans préjudice des compétences des autorités judiciaires, les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences, déterminent par directive générale et contraignante, publiée au Moniteur belge, les règles d'accès des membres des services de police aux banques de données visées à l'article 44/2, §§ 1er, et 3.
§ 4. Les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences, déterminent par directive générale et contraignante publiée au Moniteur belge, les modalités relatives à l'interconnexion des banques de données visées à l'article 44/2 entre elles ou avec d'autres banques de données auxquelles les services de police ont accès par ou en vertu de la loi ou de traités internationaux liant la Belgique.
Ces directives déterminent au moins, sur la base du caractère pertinent, adéquat et non excessif, les catégories de banques de données qui peuvent être connectées entre elles, les modalités relatives à l'interconnexion et les règles d'accès des membres des services de police relatives à l'existence d'une information pertinente au sein de ces banques de données interconnectées ou, le cas échéant, aux données elles-mêmes ainsi qu'aux traitements qui en résultent.
§ 5. Les profils et les modalités d'accès visés aux §§ 3 et 4 sont déterminés notamment sur la base:
1° du besoin d'en connaître, en ce compris de la nécessité de croiser ou coordonner les données traitées;
2° des finalités légales de chaque banque de données;
3° des différentes catégories de personnes visées à l'article 44/5;
4° de l'évaluation des données;
5° de l'état de validation des données traitées.
Les accès visés aux §§ 3 et 4 doivent être conçus à la base ou par défaut de telle sorte que les données évaluées et validées apparaissent de manière claire et puissent être exploitées prioritairement.
Les profils d'accès et l'identification des personnes ayant accès sont tenus à la disposition de l'Organe de contrôle.
§ 6. Les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences, déterminent par directive générale et contraignante publiée au Moniteur belge les mesures adéquates, pertinentes et non excessives relatives à l'interconnexion ou la corrélation des banques de données techniques visées à l'article 44/2, § 3, avec les banques de données visées à l'article 44/2, §§ 1er et 2, ou avec d'autres banques de données auxquelles les services de police ont accès par ou en vertu de la loi ou de traités internationaux liant la Belgique.
Cette directive tient compte des critères de temps, d'espace et de fréquence des interconnexions et corrélations. Elles déterminent au moins l'autorité qui permet ce genre de mesures, ainsi que les banques de données qui peuvent être connectées entre elles.".
"Art. 44/4 § 1er. En matière de police administrative, le responsable du traitement des données à caractère personnel et des informations visées à l'article 44/1, y compris celles incluses dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, est le ministre de l'Intérieur.
En matière de police judiciaire, le responsable du traitement des données à caractère personnel et des informations visées à l'article 44/1, y compris celles incluses dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, est le ministre de la Justice.
Pour ce qui concerne les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 3°, les chefs de corps, le commissaire général, les directeurs généraux ou les directeurs qui ont fixé les objectifs et les moyens relatifs à ces banques de données particulières sont les responsables du traitement.
§ 2. Les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences et sans préjudice des compétences propres des autorités judiciaires, déterminent par directives contraignantes les mesures nécessaires en vue d'assurer la gestion et la sécurité dont notamment les aspects relatifs à la fiabilité, la confidentialité, la disponibilité, la traçabilité et l'intégrité des données à caractère personnel et des informations traitées dans les banques de données visées à l'article 44/2.
Les fichiers de journalisation sont établis dans les banques de données visées à l'article 44/2 au moins pour les traitements suivants: la collecte, la modification, la consultation, la communication, y compris les transferts, l'archivage, l'interconnexion et l'effacement.
Les fichiers de journalisation de consultation et de communication permettent d'établir:
1° le motif, la date et l'heure de ces traitements;
2° les catégories de personnes qui ont consulté les données à caractère personnel, ainsi que l'identification de la personne qui a consulté ces données;
3° les systèmes qui ont communiqué ces données;
4° les catégories de destinataires des données à caractère personnel, et si possible, l'identité des destinataires de ces données.
Le Roi peut déterminer, par arrêté délibéré en Conseil des ministres après avis de l'Organe de contrôle, d'autres types de traitements pour lesquels les fichiers de journalisation sont établis.
Des mesures appropriées sont adoptées pour assurer la sécurité des fichiers de journalisation et, en particulier, pour empêcher tout traitement non autorisé et pour assurer l'intégrité des données traitées.
Les procédures d'accès aux fichiers de journalisation garantissent la nécessité et la proportionnalité de l'accès aux données de journalisation en vue d'atteindre les finalités visées à l'article 56, § 2, de la loi relative à la protection des données.
Ces procédures sont soumises à l'avis de l'Organe de contrôle.
Les chefs de corps pour la police locale et le commissaire général, les directeurs généraux et les directeurs pour la police fédérale sont les garants de la bonne exécution de ces directives en ce qui concerne les banques de données visées à l'article 44/2, §§ 1er, et 3.
Le gestionnaire, désigné en droit ou dans les faits est le garant de la bonne exécution de ces directives en ce qui concerne les banques de données visées à l'article 44/2, § 2.
§ 3. Sans préjudice des compétences des autorités judiciaires, les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences, déterminent par directive générale et contraignante, publiée au Moniteur belge, les règles d'accès des membres des services de police aux banques de données visées à l'article 44/2, §§ 1er, et 3.
§ 4. Les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences, déterminent par directive générale et contraignante publiée au Moniteur belge, les modalités relatives à l'interconnexion des banques de données visées à l'article 44/2 entre elles ou avec d'autres banques de données auxquelles les services de police ont accès par ou en vertu de la loi ou de traités internationaux liant la Belgique.
Ces directives déterminent au moins, sur la base du caractère pertinent, adéquat et non excessif, les catégories de banques de données qui peuvent être connectées entre elles, les modalités relatives à l'interconnexion et les règles d'accès des membres des services de police relatives à l'existence d'une information pertinente au sein de ces banques de données interconnectées ou, le cas échéant, aux données elles-mêmes ainsi qu'aux traitements qui en résultent.
§ 5. Les profils et les modalités d'accès visés aux §§ 3 et 4 sont déterminés notamment sur la base:
1° du besoin d'en connaître, en ce compris de la nécessité de croiser ou coordonner les données traitées;
2° des finalités légales de chaque banque de données;
3° des différentes catégories de personnes visées à l'article 44/5;
4° de l'évaluation des données;
5° de l'état de validation des données traitées.
Les accès visés aux §§ 3 et 4 doivent être conçus à la base ou par défaut de telle sorte que les données évaluées et validées apparaissent de manière claire et puissent être exploitées prioritairement.
Les profils d'accès et l'identification des personnes ayant accès sont tenus à la disposition de l'Organe de contrôle.
§ 6. Les ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de leurs compétences, déterminent par directive générale et contraignante publiée au Moniteur belge les mesures adéquates, pertinentes et non excessives relatives à l'interconnexion ou la corrélation des banques de données techniques visées à l'article 44/2, § 3, avec les banques de données visées à l'article 44/2, §§ 1er et 2, ou avec d'autres banques de données auxquelles les services de police ont accès par ou en vertu de la loi ou de traités internationaux liant la Belgique.
Cette directive tient compte des critères de temps, d'espace et de fréquence des interconnexions et corrélations. Elles déterminent au moins l'autorité qui permet ce genre de mesures, ainsi que les banques de données qui peuvent être connectées entre elles.".
Art. 8. In artikel 44/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° de gegevens betreffende personen die het voorwerp uitmaken van een bestuurlijke maatregel genomen door een bevoegde bestuurlijke overheid en dewelke de politiediensten krachtens de wet, het decreet of de ordonnantie gelast zijn deze op te volgen.";
2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt:
"8° de gegevens met betrekking tot de personen bedoeld in de artikelen 47novies/1, § 1, 47decies, § 1, en 102, 1° tot 3°, van het Wetboek van strafvordering;";
3° in paragraaf 6 worden de woorden "niet langer juist zijn of" ingevoegd tussen de woorden "de gegevens" en "niet langer beantwoorden";
4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
" § 7. In specifieke omstandigheden kunnen de gegevens bedoeld in § 4 daarenboven verwerkt worden in de A.N.G.".
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° de gegevens betreffende personen die het voorwerp uitmaken van een bestuurlijke maatregel genomen door een bevoegde bestuurlijke overheid en dewelke de politiediensten krachtens de wet, het decreet of de ordonnantie gelast zijn deze op te volgen.";
2° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt:
"8° de gegevens met betrekking tot de personen bedoeld in de artikelen 47novies/1, § 1, 47decies, § 1, en 102, 1° tot 3°, van het Wetboek van strafvordering;";
3° in paragraaf 6 worden de woorden "niet langer juist zijn of" ingevoegd tussen de woorden "de gegevens" en "niet langer beantwoorden";
4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
" § 7. In specifieke omstandigheden kunnen de gegevens bedoeld in § 4 daarenboven verwerkt worden in de A.N.G.".
Art. 8. A l'article 44/5 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 27 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par le 7° rédigé comme suit:
"7° les données relatives aux personnes faisant l'objet d'une mesure administrative prise par une autorité administrative compétente et que les services de police sont chargés de suivre par ou en vertu de la loi, du décret ou de l'ordonnance.";
2° dans le paragraphe 3, le 8° est remplacé par ce qui suit:
"8° les données relatives aux personnes visées aux articles 47novies/1, § 1er, 47decies, § 1er, et 102, 1° à 3°, du Code d'instruction criminelle;";
3° dans le paragraphe 6, les mots "ne sont plus exactes ou" sont insérés entre les mots "les données" et "ne remplissent plus";
4° l'article est complété par le paragraphe 7, rédigé comme suit:
" § 7. Dans des circonstances spécifiques, les données visées au § 4 peuvent en outre être traitées dans la B.N.G.".
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par le 7° rédigé comme suit:
"7° les données relatives aux personnes faisant l'objet d'une mesure administrative prise par une autorité administrative compétente et que les services de police sont chargés de suivre par ou en vertu de la loi, du décret ou de l'ordonnance.";
2° dans le paragraphe 3, le 8° est remplacé par ce qui suit:
"8° les données relatives aux personnes visées aux articles 47novies/1, § 1er, 47decies, § 1er, et 102, 1° à 3°, du Code d'instruction criminelle;";
3° dans le paragraphe 6, les mots "ne sont plus exactes ou" sont insérés entre les mots "les données" et "ne remplissent plus";
4° l'article est complété par le paragraphe 7, rédigé comme suit:
" § 7. Dans des circonstances spécifiques, les données visées au § 4 peuvent en outre être traitées dans la B.N.G.".
Art. 9. In afdeling 12 van hoofdstuk IV van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 21 maart 2018, wordt onderafdeling 4, die artikel 44/6 bevat, opgeheven.
Art. 9. Dans la section 12 du chapitre IV de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 21 mars 2018, la sous-section 4, comportant l'article 44/6, est abrogée.
Art. 10. In artikel 44/9 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 31 oktober 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "artikel 44/5, § 1, 1° " vervangen door de woorden "artikel 44/5, § 1, 1° en 7° ";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "2° tot 6° " vervangen door de woorden "2° tot 7° ";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden in de inleidende zin van littera a) de woorden "en § 4, 2° " ingevoegd tussen de woorden "6° " en de woorden ", bedoelde personen";
4° in paragraaf 2, eerste lid, d), worden de woorden "en § 4, 1° " ingevoegd tussen de woorden "9° " en ", bedoelde personen";
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
" § 3. Alle uitgevoerde verwerkingen in de A.N.G. maken het voorwerp uit van logbestanden die bewaard worden gedurende dertig jaar vanaf de in de A.N.G. uitgevoerde verwerking.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "artikel 44/5, § 1, 1° " vervangen door de woorden "artikel 44/5, § 1, 1° en 7° ";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "2° tot 6° " vervangen door de woorden "2° tot 7° ";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden in de inleidende zin van littera a) de woorden "en § 4, 2° " ingevoegd tussen de woorden "6° " en de woorden ", bedoelde personen";
4° in paragraaf 2, eerste lid, d), worden de woorden "en § 4, 1° " ingevoegd tussen de woorden "9° " en ", bedoelde personen";
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
" § 3. Alle uitgevoerde verwerkingen in de A.N.G. maken het voorwerp uit van logbestanden die bewaard worden gedurende dertig jaar vanaf de in de A.N.G. uitgevoerde verwerking.".
Art. 10. A l'article 44/9 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 31 octobre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots "l'article 44/5, § 1er, 1° " sont remplacés par les mots "l'article 44/5, § 1er, 1° et 7° ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "2° à 6° " sont remplacés par les mots "2° à 7° ";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase liminaire du littera a), est complété par les mots "et § 4, 2° ";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, d), les mots "et § 4, 1° " sont insérés entre les mots "9° " et ", dix ans";
5° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit:
" § 3. Tous les traitements réalisés dans la B.N.G. font l'objet d'une journalisation qui est conservée pendant trente ans à partir du traitement réalisé dans la B.N.G.".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots "l'article 44/5, § 1er, 1° " sont remplacés par les mots "l'article 44/5, § 1er, 1° et 7° ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "2° à 6° " sont remplacés par les mots "2° à 7° ";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase liminaire du littera a), est complété par les mots "et § 4, 2° ";
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, d), les mots "et § 4, 1° " sont insérés entre les mots "9° " et ", dix ans";
5° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit:
" § 3. Tous les traitements réalisés dans la B.N.G. font l'objet d'une journalisation qui est conservée pendant trente ans à partir du traitement réalisé dans la B.N.G.".
Art. 11. Artikel 44/10, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Alle uitgevoerde verwerkingen in de archieven van de A.N.G. maken het voorwerp uit van logbestanden die bewaard worden gedurende dertig jaar vanaf de in de archieven van de A.N.G. uitgevoerde verwerking.".
"Alle uitgevoerde verwerkingen in de archieven van de A.N.G. maken het voorwerp uit van logbestanden die bewaard worden gedurende dertig jaar vanaf de in de archieven van de A.N.G. uitgevoerde verwerking.".
Art. 11. L'article 44/10, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Tous les traitements réalisés dans les archives de la B.N.G. font l'objet d'une journalisation qui est conservée pendant trente ans à partir du traitement réalisé dans les archives de la B.N.G.".
"Tous les traitements réalisés dans les archives de la B.N.G. font l'objet d'une journalisation qui est conservée pendant trente ans à partir du traitement réalisé dans les archives de la B.N.G.".
Art. 12. In artikel 44/11, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de woorden "het in artikel 44/6 bedoelde Controleorgaan" vervangen door de woorden "het Controleorgaan".
Art. 12. A l'article 44/11, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014, les mots "l'Organe de contrôle visé à l'article 44/6" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle".
Art. 13. In artikel 44/11/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "en beheerd" ingevoegd tussen het woord "ontwikkeld" en het woord "door";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De gegevens die betrekking hebben op de opdrachten van bestuurlijke politie zijn toegankelijk gedurende vijf jaar vanaf de dag van de registratie ervan.
De gegevens die betrekking hebben op de opdrachten van gerechtelijke politie zijn toegankelijk gedurende vijftien jaar vanaf de dag van de registratie ervan.";
3° in de paragrafen 3, 4 en 5, worden de woorden "in § 2, derde lid" telkens vervangen door de woorden "in § 2, tweede lid";
4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende:
" § 8. Alle uitgevoerde verwerkingen in de basisgegevensbanken maken het voorwerp uit van logbestanden die bewaard worden gedurende vijftien jaar vanaf de in de basisgegevensbanken uitgevoerde verwerking. De verwerkingsverantwoordelijke kan, indien nodig, deze termijn verlengen met een maximale periode van vijftien jaar.".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "en beheerd" ingevoegd tussen het woord "ontwikkeld" en het woord "door";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De gegevens die betrekking hebben op de opdrachten van bestuurlijke politie zijn toegankelijk gedurende vijf jaar vanaf de dag van de registratie ervan.
De gegevens die betrekking hebben op de opdrachten van gerechtelijke politie zijn toegankelijk gedurende vijftien jaar vanaf de dag van de registratie ervan.";
3° in de paragrafen 3, 4 en 5, worden de woorden "in § 2, derde lid" telkens vervangen door de woorden "in § 2, tweede lid";
4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende:
" § 8. Alle uitgevoerde verwerkingen in de basisgegevensbanken maken het voorwerp uit van logbestanden die bewaard worden gedurende vijftien jaar vanaf de in de basisgegevensbanken uitgevoerde verwerking. De verwerkingsverantwoordelijke kan, indien nodig, deze termijn verlengen met een maximale periode van vijftien jaar.".
Art. 13. A l'article 44/11/2 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 26 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "et gérées" sont insérés entre le mot "développées" et le mot "par";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les données relatives aux missions de police administrative sont accessibles durant cinq ans à partir du jour de leur enregistrement.
Les données relatives aux missions de police judiciaire sont accessibles durant quinze ans à partir du jour de leur enregistrement.";
3° dans les paragraphes 3, 4 et 5, les mots "au § 2, alinéa 3" sont chaque fois remplacés par les mots "au § 2, alinéa 2";
4° l'article est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit:
" § 8. Tous les traitements réalisés dans les banques de données de base font l'objet d'une journalisation qui est conservée pendant quinze ans à partir du traitement réalisé dans les banques de données de base. Le responsable du traitement peut, si nécessaire, prolonger ce délai de maximum quinze ans.".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "et gérées" sont insérés entre le mot "développées" et le mot "par";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les données relatives aux missions de police administrative sont accessibles durant cinq ans à partir du jour de leur enregistrement.
Les données relatives aux missions de police judiciaire sont accessibles durant quinze ans à partir du jour de leur enregistrement.";
3° dans les paragraphes 3, 4 et 5, les mots "au § 2, alinéa 3" sont chaque fois remplacés par les mots "au § 2, alinéa 2";
4° l'article est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit:
" § 8. Tous les traitements réalisés dans les banques de données de base font l'objet d'une journalisation qui est conservée pendant quinze ans à partir du traitement réalisé dans les banques de données de base. Le responsable du traitement peut, si nécessaire, prolonger ce délai de maximum quinze ans.".
Art. 14. In artikel 44/11/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wetten van 26 maart 2014 en 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. In specifieke omstandigheden kunnen de korpschefs, de commissaris-generaal, de directeurs-generaal en de directeurs, voor bijzondere behoeften, bijzondere gegevensbanken oprichten waarvoor ze de verwerkingsverantwoordelijke zijn, teneinde de erin vervatte gegevens verder te verwerken in het kader van de uitoefening van hun opdrachten en doeleinden van bestuurlijke en gerechtelijke politie.
De categorieën van gegevens bedoeld in artikel 44/5 mogen eveneens verwerkt worden in de bijzondere gegevensbanken voor zover de verwerking toereikend, terzake dienend en niet overmatig van aard is.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De verwerkingsverantwoordelijke duidt de opdrachten en doeleinden, die de creatie van een bijzondere gegevensbank verantwoorden, aan.
Het Controleorgaan wordt, via het unieke register van de verwerkingsactiviteiten van de politiediensten bedoeld in artikel 145 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, actief op de hoogte gebracht van de aanmaak of van wijzigingen in dat register met betrekking tot een bijzondere gegevensbank.";
3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Onverminderd de registratie of de archivering van de gegevens in overeenstemming met de artiklen 44/2, § 1, tweede lid, 1°, en 44/10, worden deze gegevens en de bijzondere gegevensbanken gewist van zodra de in § 1 bedoelde bijzondere behoeften verdwijnen.
De logbestanden van de verwerkingen worden bewaard gedurende minimum tien jaar. De verwerkingsverantwoordelijke kan, indien nodig, bij een gemotiveerde beslissing en na evaluatie deze termijn verlengen met een maximale periode van twintig jaar.";
4° paragraaf 5 wordt opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. In specifieke omstandigheden kunnen de korpschefs, de commissaris-generaal, de directeurs-generaal en de directeurs, voor bijzondere behoeften, bijzondere gegevensbanken oprichten waarvoor ze de verwerkingsverantwoordelijke zijn, teneinde de erin vervatte gegevens verder te verwerken in het kader van de uitoefening van hun opdrachten en doeleinden van bestuurlijke en gerechtelijke politie.
De categorieën van gegevens bedoeld in artikel 44/5 mogen eveneens verwerkt worden in de bijzondere gegevensbanken voor zover de verwerking toereikend, terzake dienend en niet overmatig van aard is.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De verwerkingsverantwoordelijke duidt de opdrachten en doeleinden, die de creatie van een bijzondere gegevensbank verantwoorden, aan.
Het Controleorgaan wordt, via het unieke register van de verwerkingsactiviteiten van de politiediensten bedoeld in artikel 145 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, actief op de hoogte gebracht van de aanmaak of van wijzigingen in dat register met betrekking tot een bijzondere gegevensbank.";
3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Onverminderd de registratie of de archivering van de gegevens in overeenstemming met de artiklen 44/2, § 1, tweede lid, 1°, en 44/10, worden deze gegevens en de bijzondere gegevensbanken gewist van zodra de in § 1 bedoelde bijzondere behoeften verdwijnen.
De logbestanden van de verwerkingen worden bewaard gedurende minimum tien jaar. De verwerkingsverantwoordelijke kan, indien nodig, bij een gemotiveerde beslissing en na evaluatie deze termijn verlengen met een maximale periode van twintig jaar.";
4° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 14. A l'article 44/11/3 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par les lois du 26 mars 2014 et du 27 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Dans des circonstances spécifiques, les chefs de corps, le commissaire général, les directeurs généraux et les directeurs peuvent créer, pour des besoins particuliers, des banques de données particulières dont ils sont responsables du traitement, dans le but de traiter les données qu'elles contiennent dans le cadre de l'exercice de leurs missions et finalités de police administrative et judiciaire.
Les catégories de données visées à l'article 44/5 peuvent également être traitées dans des banques de données particulières pour autant que ce traitement soit adéquat, pertinent et non excessif.";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Le responsable du traitement rend compte des missions et finalités qui justifient la création d'une banque de données particulière.
L'Organe de contrôle est averti activement, via le registre unique des activités de traitement des services de police visé à l'article 145 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, de la création ou de modifications dans ce registre relatives à une banque de données particulière.";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Sans préjudice de l'enregistrement ou de l'archivage des données conformément aux articles 44/2, § 1er, alinéa 2, 1°, et 44/10, ces données et les banques de données particulières sont supprimées dès que les besoins particuliers visés au § 1er disparaissent.
La journalisation des traitements est conservée pendant au minimum dix ans. Le responsable du traitement peut, si nécessaire, après évaluation et de manière motivée, prolonger ce délai de maximum vingt ans.";
4° le paragraphe 5 est abrogé.
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Dans des circonstances spécifiques, les chefs de corps, le commissaire général, les directeurs généraux et les directeurs peuvent créer, pour des besoins particuliers, des banques de données particulières dont ils sont responsables du traitement, dans le but de traiter les données qu'elles contiennent dans le cadre de l'exercice de leurs missions et finalités de police administrative et judiciaire.
Les catégories de données visées à l'article 44/5 peuvent également être traitées dans des banques de données particulières pour autant que ce traitement soit adéquat, pertinent et non excessif.";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Le responsable du traitement rend compte des missions et finalités qui justifient la création d'une banque de données particulière.
L'Organe de contrôle est averti activement, via le registre unique des activités de traitement des services de police visé à l'article 145 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, de la création ou de modifications dans ce registre relatives à une banque de données particulière.";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Sans préjudice de l'enregistrement ou de l'archivage des données conformément aux articles 44/2, § 1er, alinéa 2, 1°, et 44/10, ces données et les banques de données particulières sont supprimées dès que les besoins particuliers visés au § 1er disparaissent.
La journalisation des traitements est conservée pendant au minimum dix ans. Le responsable du traitement peut, si nécessaire, après évaluation et de manière motivée, prolonger ce délai de maximum vingt ans.";
4° le paragraphe 5 est abrogé.
Art. 15. In artikel 44/11/3bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 worden de woorden "het Orgaan bedoeld in artikel 44/6, tweede lid" vervangen door de woorden "het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2";
2° in paragraaf 4, tweede lid, en in paragraaf 8 worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "het Comité en het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2";
3° in paragraaf 9, tweede lid, vijfde streepje, worden de woorden "de consulent voor de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/1".
1° in paragraaf 3 worden de woorden "het Orgaan bedoeld in artikel 44/6, tweede lid" vervangen door de woorden "het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2";
2° in paragraaf 4, tweede lid, en in paragraaf 8 worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "het Comité en het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2";
3° in paragraaf 9, tweede lid, vijfde streepje, worden de woorden "de consulent voor de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/1".
Art. 15. A l'article 44/11/3bis de la même loi, inséré par la loi du 27 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 3, les mots "Organe visés à l'article 44/6, alinéa 2" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2";
2° dans le paragraphe 4, alinéa 2, et dans le paragraphe 8, les mots "de la Commission de la protection de la vie privée" sont chaque fois remplacés par les mots "du Comité et de l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2";
3° dans le paragraphe 9, alinéa 2, cinquième tiret, les mots "du conseiller en sécurité et en protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "du délégué à la protection des données visé à l'article 44/11/3quinquies/1".
1° dans le paragraphe 3, les mots "Organe visés à l'article 44/6, alinéa 2" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2";
2° dans le paragraphe 4, alinéa 2, et dans le paragraphe 8, les mots "de la Commission de la protection de la vie privée" sont chaque fois remplacés par les mots "du Comité et de l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2";
3° dans le paragraphe 9, alinéa 2, cinquième tiret, les mots "du conseiller en sécurité et en protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "du délégué à la protection des données visé à l'article 44/11/3quinquies/1".
Art. 16. In artikel 44/11/3ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In het kader van de uitoefening van hun opdrachten bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2 zijn het geheel of een deel van de persoonsgegevens en informatie van de gemeenschappelijke gegevensbanken rechtstreeks toegankelijk voor het Comité en het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2.";
2° in de paragrafen 2 en 3 worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "het Comité en het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In het kader van de uitoefening van hun opdrachten bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2 zijn het geheel of een deel van de persoonsgegevens en informatie van de gemeenschappelijke gegevensbanken rechtstreeks toegankelijk voor het Comité en het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2.";
2° in de paragrafen 2 en 3 worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "het Comité en het Controleorgaan bedoeld in artikel 44/11/3quinquies/2".
Art. 16. A l'article 44/11/3ter de la même loi, inséré par la loi du 27 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Dans le cadre de l'exercice de leurs missions visées à l'article 44/11/3quinquies/2, tout ou partie des données à caractère personnel et des informations des banques de données communes sont directement accessibles au Comité et à l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2.";
2° dans les paragraphes 2 et 3, les mots "de la Commission de la protection de la vie privée" sont chaque fois remplacés par les mots "du Comité et de l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2".
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Dans le cadre de l'exercice de leurs missions visées à l'article 44/11/3quinquies/2, tout ou partie des données à caractère personnel et des informations des banques de données communes sont directement accessibles au Comité et à l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2.";
2° dans les paragraphes 2 et 3, les mots "de la Commission de la protection de la vie privée" sont chaque fois remplacés par les mots "du Comité et de l'Organe de contrôle visés à l'article 44/11/3quinquies/2".
Art. 17. In onderafdeling 7bis van afdeling 12 van hoofdstuk IV van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet 27 april 2016, wordt een artikel 44/11/3quinquies/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 44/11/3quinquies/1. Een functionaris voor gegevensbescherming wordt gezamenlijk door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie aangewezen voor de persoonsgegevens en de informatie die verwerkt worden in het kader van de gemeenschappelijke gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 2.
Aanvullend op de in de wet gegevensbescherming voorziene opdrachten wordt de functionaris voor gegevensbescherming belast met de volgende opdrachten:
1° het verstrekken van deskundige adviezen inzake informatieveiligheid, inzake bescherming van gegevens en informatie en inzake hun verwerking en in het bijzonder waakt hij over de eerbiediging van de algemene voorwaarden voor de rechtmatigheid van de verwerking met betrekking tot verwerkingen van persoonsgegevens;
2° het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake beveiliging en bescherming van gegevens;
3° het uitvoeren van andere opdrachten inzake bescherming van gegevens en de beveiliging die bepaald worden door de Koning of die hem door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie worden toevertrouwd.
Hij oefent zijn functie uit, volledig onafhankelijk van de overheden, organen, instellingen, diensten en directies bedoeld in artikel 44/11/3ter. Hij brengt rechtstreeks verslag uit bij de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.".
"Art. 44/11/3quinquies/1. Een functionaris voor gegevensbescherming wordt gezamenlijk door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie aangewezen voor de persoonsgegevens en de informatie die verwerkt worden in het kader van de gemeenschappelijke gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 2.
Aanvullend op de in de wet gegevensbescherming voorziene opdrachten wordt de functionaris voor gegevensbescherming belast met de volgende opdrachten:
1° het verstrekken van deskundige adviezen inzake informatieveiligheid, inzake bescherming van gegevens en informatie en inzake hun verwerking en in het bijzonder waakt hij over de eerbiediging van de algemene voorwaarden voor de rechtmatigheid van de verwerking met betrekking tot verwerkingen van persoonsgegevens;
2° het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake beveiliging en bescherming van gegevens;
3° het uitvoeren van andere opdrachten inzake bescherming van gegevens en de beveiliging die bepaald worden door de Koning of die hem door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie worden toevertrouwd.
Hij oefent zijn functie uit, volledig onafhankelijk van de overheden, organen, instellingen, diensten en directies bedoeld in artikel 44/11/3ter. Hij brengt rechtstreeks verslag uit bij de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.".
Art. 17. Dans la sous-section 7bis de la section 12 du chapitre IV de la même loi, insérée par la loi du 27 avril 2016, il est inséré un article 44/11/3quinquies/1 rédigé comme suit:
"Art. 44/11/3quinquies/1. Un délégué à la protection des données est désigné conjointement par les ministres de l'Intérieur et de la Justice pour les données à caractère personnel et informations traitées dans le cadre des banques de données communes visées à l'article 44/2, § 2.
En complément des missions prévues dans la loi relative à la protection des données, le délégué à la protection des données est chargé:
1° de la fourniture d'avis qualifiés en matière de protection des données et de sécurisation des données à caractère personnel et informations et de leur traitement et, plus particulièrement, il veille au respect des conditions générales de licéité du traitement à l'égard des traitements de données à caractère personnel;
2° de la mise en oeuvre, de la mise à jour et du contrôle d'une politique de sécurisation et de protection des données;
3° de l'exécution des autres missions relatives à la protection des données et à la sécurisation qui sont déterminées par le Roi ou qui lui sont confiées par les ministres de l'Intérieur et de la Justice.
Il exerce ses fonctions en toute indépendance par rapport aux autorités, organes, organismes, services et directions visés à l'article 44/11/3ter. Il rend compte directement aux ministres de l'Intérieur et de la Justice.".
"Art. 44/11/3quinquies/1. Un délégué à la protection des données est désigné conjointement par les ministres de l'Intérieur et de la Justice pour les données à caractère personnel et informations traitées dans le cadre des banques de données communes visées à l'article 44/2, § 2.
En complément des missions prévues dans la loi relative à la protection des données, le délégué à la protection des données est chargé:
1° de la fourniture d'avis qualifiés en matière de protection des données et de sécurisation des données à caractère personnel et informations et de leur traitement et, plus particulièrement, il veille au respect des conditions générales de licéité du traitement à l'égard des traitements de données à caractère personnel;
2° de la mise en oeuvre, de la mise à jour et du contrôle d'une politique de sécurisation et de protection des données;
3° de l'exécution des autres missions relatives à la protection des données et à la sécurisation qui sont déterminées par le Roi ou qui lui sont confiées par les ministres de l'Intérieur et de la Justice.
Il exerce ses fonctions en toute indépendance par rapport aux autorités, organes, organismes, services et directions visés à l'article 44/11/3ter. Il rend compte directement aux ministres de l'Intérieur et de la Justice.".
Art. 18. In dezelfde onderafdeling 7bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 april 2016, wordt een artikel 44/11/3quinquies/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 44/11/3quinquies/2. Met eerbied voor de uitoefening van hun respectievelijke bevoegdheden, wordt de controle op de verwerking van de in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 2, vervatte informatie en persoonsgegevens gezamenlijk verzekerd door:
1° het Controleorgaan;
2° het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in artikel 28 van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.
Zij kunnen op elk moment de aanbevelingen uitvaardigen die zij noodzakelijk achten voor de in de gemeenschappelijke gegevensbanken uitgevoerde verwerkingen.".
"Art. 44/11/3quinquies/2. Met eerbied voor de uitoefening van hun respectievelijke bevoegdheden, wordt de controle op de verwerking van de in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 2, vervatte informatie en persoonsgegevens gezamenlijk verzekerd door:
1° het Controleorgaan;
2° het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in artikel 28 van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.
Zij kunnen op elk moment de aanbevelingen uitvaardigen die zij noodzakelijk achten voor de in de gemeenschappelijke gegevensbanken uitgevoerde verwerkingen.".
Art. 18. Dans la même sous-section 7bis de la même loi, insérée par la loi du 27 avril 2016, il est inséré un article 44/11/3quinquies/2, rédigé comme suit:
"Art. 44/11/3quinquies/2. Dans le respect de l'exercice de leurs missions respectives, le contrôle du traitement des informations et des données à caractère personnel contenues dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 2, est assuré conjointement par:
1° l'Organe de contrôle;
2° le Comité permanent de contrôle des services de renseignement et de sécurité, visé à l'article 28 de la loi organique, du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignement et de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace.
Ils peuvent à tout moment émettre les recommandations qu'ils estiment nécessaires pour les traitements réalisés dans les banques de données communes.".
"Art. 44/11/3quinquies/2. Dans le respect de l'exercice de leurs missions respectives, le contrôle du traitement des informations et des données à caractère personnel contenues dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 2, est assuré conjointement par:
1° l'Organe de contrôle;
2° le Comité permanent de contrôle des services de renseignement et de sécurité, visé à l'article 28 de la loi organique, du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignement et de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace.
Ils peuvent à tout moment émettre les recommandations qu'ils estiment nécessaires pour les traitements réalisés dans les banques de données communes.".
Art. 19. In artikel 44/11/3septies, 2°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2018, worden de woorden "2° tot 5° " vervangen door de woorden "2° tot 5° en 7° ".
Art. 19. Dans l'article 44/11/3septies, 2°, de la même loi, inséré par la loi du 21 mars 2018, les mots "2° à 5° " sont remplacés par les mots "2° à 5° et 7° ".
Art. 20. In artikel 44/11/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 19 juli 2018, worden de woorden "en aan het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse" opgeheven.
Art. 20. A l'article 44/11/8 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 19 juillet 2018, les mots "et à l'Organe pour la coordination de l'analyse de la menace" sont abrogés.
Art. 21. In dezelfde wet wordt een artikel 44/11/8bis ingevoegd, luidende:
"Art. 44/11/8bis. Overeenkomstig de nadere regels vastgelegd in de richtlijnen van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, elk in het kader van hun bevoegdheden, kunnen de persoonsgegevens en de informatie ook worden meegedeeld aan het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse en aan de veiligheidsdiensten, onverminderd artikel 14 van de organieke wet van 30 november 1998 betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, om hen toe te laten hun wettelijke opdrachten uit te oefenen.
De nadere regels voor mededeling aan de politie van de gegevens van de veiligheidsdiensten zijn bepaald in een juridisch instrument waarvan de datum van inwerkingtreding simultaan is aan die van de rechtstreekse toegang van de inlichtingen en veiligheidsdiensten tot de A.N.G.".
"Art. 44/11/8bis. Overeenkomstig de nadere regels vastgelegd in de richtlijnen van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, elk in het kader van hun bevoegdheden, kunnen de persoonsgegevens en de informatie ook worden meegedeeld aan het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse en aan de veiligheidsdiensten, onverminderd artikel 14 van de organieke wet van 30 november 1998 betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, om hen toe te laten hun wettelijke opdrachten uit te oefenen.
De nadere regels voor mededeling aan de politie van de gegevens van de veiligheidsdiensten zijn bepaald in een juridisch instrument waarvan de datum van inwerkingtreding simultaan is aan die van de rechtstreekse toegang van de inlichtingen en veiligheidsdiensten tot de A.N.G.".
Art. 21. Dans la même loi, il est inséré un article 44/11/8bis, rédigé comme suit:
"Art. 44/11/8bis. Selon les modalités déterminées par les directives des ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de ses compétences, les données à caractère personnel et les informations peuvent aussi être communiquées à l'Organe pour la coordination de l'analyse de la menace et aux services de renseignement et de sécurité, sans préjudice de l'article 14 de la loi organique du 30 novembre 1998 des services de renseignement et de sécurité, pour leur permettre d'exercer leurs missions légales.
Les modalités de communication vers la police des données des services de renseignement sont déterminées dans un instrument juridique dont la date d'entrée en vigueur est simultanée à celle de l'accès direct des services de renseignement et de sécurité à la B.N.G.".
"Art. 44/11/8bis. Selon les modalités déterminées par les directives des ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de ses compétences, les données à caractère personnel et les informations peuvent aussi être communiquées à l'Organe pour la coordination de l'analyse de la menace et aux services de renseignement et de sécurité, sans préjudice de l'article 14 de la loi organique du 30 novembre 1998 des services de renseignement et de sécurité, pour leur permettre d'exercer leurs missions légales.
Les modalités de communication vers la police des données des services de renseignement sont déterminées dans un instrument juridique dont la date d'entrée en vigueur est simultanée à celle de l'accès direct des services de renseignement et de sécurité à la B.N.G.".
Art. 22. In artikel 44/11/9 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014 en gewijzigd bij de wet van 21 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 1° tot 4°, vervangen als volgt:
"1° de Cel voor financiële informatieverwerking;
2° de Dienst Vreemdelingenzaken;
3° de onderzoeks- en opsporingsdiensten en de administratie toezicht, controle en vaststellingen van de Algemene Administratie der douane en accijnzen.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Overeenkomstig de nadere regels vastgelegd in de richtlijnen van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, elk in het kader van hun bevoegdheden, kunnen ze eveneens meegedeeld worden aan de Belgische openbare overheden, publieke organen of instellingen of instellingen van openbaar nut die door de wet belast zijn met de toepassing van de strafwet of die wettelijke verplichtingen inzake de openbare veiligheid hebben, wanneer deze ze nodig hebben voor de uitoefening van hun wettelijke opdrachten.
De lijst van deze overheden, organen of instellingen wordt vastgesteld door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie op basis van een voorstel van het Comité Informatie en ICT bedoeld in artikel 8sexies van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Het advies van het Controleorgaan met betrekking tot dit voorstel wordt gevraagd.";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "commissaris-generaal van de federale politie" vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke".
1° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 1° tot 4°, vervangen als volgt:
"1° de Cel voor financiële informatieverwerking;
2° de Dienst Vreemdelingenzaken;
3° de onderzoeks- en opsporingsdiensten en de administratie toezicht, controle en vaststellingen van de Algemene Administratie der douane en accijnzen.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Overeenkomstig de nadere regels vastgelegd in de richtlijnen van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, elk in het kader van hun bevoegdheden, kunnen ze eveneens meegedeeld worden aan de Belgische openbare overheden, publieke organen of instellingen of instellingen van openbaar nut die door de wet belast zijn met de toepassing van de strafwet of die wettelijke verplichtingen inzake de openbare veiligheid hebben, wanneer deze ze nodig hebben voor de uitoefening van hun wettelijke opdrachten.
De lijst van deze overheden, organen of instellingen wordt vastgesteld door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie op basis van een voorstel van het Comité Informatie en ICT bedoeld in artikel 8sexies van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Het advies van het Controleorgaan met betrekking tot dit voorstel wordt gevraagd.";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "commissaris-generaal van de federale politie" vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke".
Art. 22. A l'article 44/11/9 de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014 et modifié par la loi du 21 avril 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les 1° à 4° sont remplacés par ce qui suit:
"1° la Cellule de traitement des informations financières;
2° l'Office des étrangers;
3° les services d'enquête et recherche et l'administration surveillance, contrôle et constatation de l'Administration générale des douanes et accises.";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Selon les modalités déterminées par les directives des ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de ses compétences, elles peuvent également être communiquées aux autorités publiques belges, organes ou organismes publics ou d'intérêt public chargés par la loi de l'application de la loi pénale ou qui ont des missions légales de sécurité publique lorsque ceux-ci en ont besoin pour l'exécution de leurs missions légales.
La liste de ces autorités, organes ou organismes est arrêtée par les ministres de l'Intérieur et de la Justice sur la base d'une proposition du Comité information et ICT visé à l'article 8sexies de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux. L'avis de l'Organe de Contrôle concernant cette proposition est sollicité.";
3° dans le paragraphe 3, les mots "commissaire général de la police fédérale" sont remplacés par les mots "responsable du traitement".
1° dans le paragraphe 1er, les 1° à 4° sont remplacés par ce qui suit:
"1° la Cellule de traitement des informations financières;
2° l'Office des étrangers;
3° les services d'enquête et recherche et l'administration surveillance, contrôle et constatation de l'Administration générale des douanes et accises.";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Selon les modalités déterminées par les directives des ministres de l'Intérieur et de la Justice, chacun dans le cadre de ses compétences, elles peuvent également être communiquées aux autorités publiques belges, organes ou organismes publics ou d'intérêt public chargés par la loi de l'application de la loi pénale ou qui ont des missions légales de sécurité publique lorsque ceux-ci en ont besoin pour l'exécution de leurs missions légales.
La liste de ces autorités, organes ou organismes est arrêtée par les ministres de l'Intérieur et de la Justice sur la base d'une proposition du Comité information et ICT visé à l'article 8sexies de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux. L'avis de l'Organe de Contrôle concernant cette proposition est sollicité.";
3° dans le paragraphe 3, les mots "commissaire général de la police fédérale" sont remplacés par les mots "responsable du traitement".
Art. 23. In de artikelen 44/11/10 en 44/11/11 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "het Controleorgaan".
Art. 23. Dans les articles 44/11/10 en 44/11/11 de la même loi, insérés par la loi du 18 mars 2014, les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont chaque fois remplacés par les mots "l'Organe de contrôle".
Art. 24. In artikel 44/11/12, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" worden vervangen door de woorden "het Controleorgaan";
2° in de bepaling onder 1° worden de woorden "in artikel 44/11/7 en 44/11/8" vervangen door de woorden "in artikelen 44/11/7, 44/11/8 en 44/11/8bis".
1° de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" worden vervangen door de woorden "het Controleorgaan";
2° in de bepaling onder 1° worden de woorden "in artikel 44/11/7 en 44/11/8" vervangen door de woorden "in artikelen 44/11/7, 44/11/8 en 44/11/8bis".
Art. 24. A l'article 44/11/12, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle";
2° dans le 1°, les mots "à l'article 44/11/7 et 44/11/8" sont remplacés par les mots "aux articles 44/11/7, 44/11/8 et 44/11/8bis".
1° les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle";
2° dans le 1°, les mots "à l'article 44/11/7 et 44/11/8" sont remplacés par les mots "aux articles 44/11/7, 44/11/8 et 44/11/8bis".
Art. 25. In artikel 44/11/13, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de artikelen 21 en 22 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" worden vervangen door de woorden "de bepalingen van Titel 2, Hoofdstuk V van de wet gegevensbescherming";
2° de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" worden vervangen door de woorden "het Controleorgaan".
1° de woorden "de artikelen 21 en 22 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" worden vervangen door de woorden "de bepalingen van Titel 2, Hoofdstuk V van de wet gegevensbescherming";
2° de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" worden vervangen door de woorden "het Controleorgaan".
Art. 25. A l'article 44/11/13, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 18 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "aux articles 21 et 22 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "aux dispositions du Titre 2, Chapitre V, de la loi relative à la protection des données";
2° les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle".
1° les mots "aux articles 21 et 22 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "aux dispositions du Titre 2, Chapitre V, de la loi relative à la protection des données";
2° les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Organe de contrôle".
Art. 26. In artikel 46/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2018, worden de woorden "op de politionele informatie zoals bedoeld in artikel 44/6, hierna "Controleorgaan" genoemd," opgeheven.
Art. 26. Dans l'article 46/1 de la même loi, inséré par la loi du 21 mars 2018, les mots "de l'information policière visé à l'article 44/6, ci-après dénommé "Organe de contrôle,", sont abrogés.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux
Art. 27. In titel I van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus wordt een hoofdstuk VI ingevoegd, luidende:
"Hoofdstuk VI. Strategisch adviescomité voor informatie".
"Hoofdstuk VI. Strategisch adviescomité voor informatie".
Art. 27. Dans le titre Ier de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, il est inséré un chapitre VI intitulé:
"Chapitre VI. Comité d'avis en charge de la stratégie en matière d'information".
"Chapitre VI. Comité d'avis en charge de la stratégie en matière d'information".
Art. 28. In hoofdstuk VI, ingevoegd bij artikel 27, wordt een artikel 8sexies ingevoegd, luidende:
"Art. 8sexies. § 1. Er wordt een adviescomité opgericht dat belast is met de informatiestrategie en de ICT bij de geïntegreerde politie, "Comité Informatie en ICT" genoemd. Dit comité bestaat uit zes leden van de federale politie, zes leden van de lokale politie en een vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken en een vertegenwoordiger van de minister van Justitie.
De functionaris voor gegevensbescherming die bij de commissaris-generaal wordt aangewezen, of zijn vertegenwoordiger, zetelt in het Comité Informatie en ICT in de hoedanigheid van deskundige.
Het Comité Informatie en ICT wordt gezamenlijk voorgezeten door de directeur-generaal van het middelenbeheer en de informatie van de federale politie en de voorzitter van de Vaste Commissie voor de lokale politie of hun afgevaardigde die respectievelijk lid zijn van de federale politie en de lokale politie bedoeld in het eerste lid.
§ 2. Het Comité Informatie en ICT is hetzij op eigen initiatief hetzij op vraag van het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie, van de minister van Binnenlandse Zaken, van de minister van Justitie of van beiden via het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie, van het directiecomité van de federale politie, van de Vaste Commissie voor de lokale politie of van een verwerkingsverantwoordelijke belast met het verstrekken van aanbevelingen en het verlenen van met redenen omklede adviezen aan hen over:
1° het beleid en de regelgeving betreffende het politioneel informatiebeheer, de informatie- en communicatiesystemen van de geïntegreerde politie;
2° het beleid van de informatiebeveiliging;
3° het beleid van de bescherming van gegevens en de beveiliging van de persoonsgegevens en hun verwerking.
Het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie deelt het antwoord van het Comité Informatie en ICT mee aan de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie of aan beiden.
Het Comité Informatie en ICT zendt jaarlijks een verslag over aan de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie betreffende de tenuitvoerlegging en uitvoering van de wettelijke en reglementaire bepalingen aangaande de politionele operationele gegevensverwerking en in het bijzonder betreffende de archivering en het wissen van gegevens die opgenomen zijn in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, en de beoordeling van de kwaliteit van de gegevens die in deze gegevensbestanden worden verwerkt, onder andere voor de aspecten in verband met de juistheid, volledigheid, betrouwbaarheid en de mate waarin zij actueel zijn. Dit verslag wordt eveneens overgezonden aan het Controleorgaan bedoeld in artikel 71 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten bedoeld in artikel 4 van de wet van 18 juli 1991 de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.
Het Comité Informatie en ICT onderzoekt de initiatieven genomen inzake politioneel informatiebeheer en de ontwikkeling van de systemen teneinde, in voorkomend geval, aanbevelingen te formuleren en met redenen omklede adviezen te verlenen.
Het Comité Informatie en ICT verleent eveneens advies, hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag van een ver-werkingsverantwoordelijke, over elk voornemen om gegevens te verwerken dat het voorwerp was van uiteenlopende adviezen van functionarissen voor gegevensbescherming die onder verschillende, maar niet aan elkaar ondergeschikte overheden, vallen.
§ 3. Het Comité Informatie en ICT stelt een huishoudelijk reglement op dat de nadere regels voor de werking ervan vastlegt. Dit reglement wordt ter goedkeuring aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie voorgelegd.
§ 4. De adviezen van het Comité Informatie en ICT worden doorgegeven aan het Controleorgaan.".
"Art. 8sexies. § 1. Er wordt een adviescomité opgericht dat belast is met de informatiestrategie en de ICT bij de geïntegreerde politie, "Comité Informatie en ICT" genoemd. Dit comité bestaat uit zes leden van de federale politie, zes leden van de lokale politie en een vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken en een vertegenwoordiger van de minister van Justitie.
De functionaris voor gegevensbescherming die bij de commissaris-generaal wordt aangewezen, of zijn vertegenwoordiger, zetelt in het Comité Informatie en ICT in de hoedanigheid van deskundige.
Het Comité Informatie en ICT wordt gezamenlijk voorgezeten door de directeur-generaal van het middelenbeheer en de informatie van de federale politie en de voorzitter van de Vaste Commissie voor de lokale politie of hun afgevaardigde die respectievelijk lid zijn van de federale politie en de lokale politie bedoeld in het eerste lid.
§ 2. Het Comité Informatie en ICT is hetzij op eigen initiatief hetzij op vraag van het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie, van de minister van Binnenlandse Zaken, van de minister van Justitie of van beiden via het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie, van het directiecomité van de federale politie, van de Vaste Commissie voor de lokale politie of van een verwerkingsverantwoordelijke belast met het verstrekken van aanbevelingen en het verlenen van met redenen omklede adviezen aan hen over:
1° het beleid en de regelgeving betreffende het politioneel informatiebeheer, de informatie- en communicatiesystemen van de geïntegreerde politie;
2° het beleid van de informatiebeveiliging;
3° het beleid van de bescherming van gegevens en de beveiliging van de persoonsgegevens en hun verwerking.
Het coördinatiecomité van de geïntegreerde politie deelt het antwoord van het Comité Informatie en ICT mee aan de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie of aan beiden.
Het Comité Informatie en ICT zendt jaarlijks een verslag over aan de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie betreffende de tenuitvoerlegging en uitvoering van de wettelijke en reglementaire bepalingen aangaande de politionele operationele gegevensverwerking en in het bijzonder betreffende de archivering en het wissen van gegevens die opgenomen zijn in de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/2, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, en de beoordeling van de kwaliteit van de gegevens die in deze gegevensbestanden worden verwerkt, onder andere voor de aspecten in verband met de juistheid, volledigheid, betrouwbaarheid en de mate waarin zij actueel zijn. Dit verslag wordt eveneens overgezonden aan het Controleorgaan bedoeld in artikel 71 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten bedoeld in artikel 4 van de wet van 18 juli 1991 de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse.
Het Comité Informatie en ICT onderzoekt de initiatieven genomen inzake politioneel informatiebeheer en de ontwikkeling van de systemen teneinde, in voorkomend geval, aanbevelingen te formuleren en met redenen omklede adviezen te verlenen.
Het Comité Informatie en ICT verleent eveneens advies, hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag van een ver-werkingsverantwoordelijke, over elk voornemen om gegevens te verwerken dat het voorwerp was van uiteenlopende adviezen van functionarissen voor gegevensbescherming die onder verschillende, maar niet aan elkaar ondergeschikte overheden, vallen.
§ 3. Het Comité Informatie en ICT stelt een huishoudelijk reglement op dat de nadere regels voor de werking ervan vastlegt. Dit reglement wordt ter goedkeuring aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie voorgelegd.
§ 4. De adviezen van het Comité Informatie en ICT worden doorgegeven aan het Controleorgaan.".
Art. 28. Dans le chapitre VI, inséré par l'article 27, il est inséré un article 8sexies rédigé comme suit:
"Art. 8sexies. § 1er. Il est institué un Comité d'avis en charge de la stratégie en matière d'information et d'ICT au sein de la police intégrée, dénommé "Comité Information et ICT". Ce comité est composé de six membres de la police fédérale, de six membres la police locale et d'un représentant du ministre de l'Intérieur et d'un répresentant du ministre de la Justice.
Le délégué à la protection des données désigné auprès du commissaire général ou son représentant siège en qualité d'expert au Comité Information et ICT.
Le Comité Information et ICT est co-présidé par le directeur général de la gestion des ressources et de l'information de la police fédérale et le président de la Commission permanente de la police locale ou leur délégué, qui font respectivement partie des membres de la police fédérale et de la police locale visés à l'alinéa 1er.
§ 2. Le Comité Information et ICT est chargé, soit d'initiative, soit à la demande du Comité de coordination de la police intégrée, du ministre de l'Intérieur, du ministre de la Justice ou des deux via le Comité de coordination de la police intégrée, du Comité de direction de la police fédérale, de la Commission permanente de la police locale ou d'un responsable du traitement de formuler des recommandations et de leur remettre des avis motivés relatifs à:
1° la politique et aux règles relatives à la gestion de l'information policière et aux systèmes d'information et de communication de la police intégrée;
2° la politique de sécurité de l'information;
3° la politique de protection des données et de sécurisation des données à caractère personnel et de leur traitement.
Le Comité de coordination de la police intégrée communique la réponse du Comité Information et ICT au ministre de l'Intérieur et au ministre de la Justice ou aux deux.
Le Comité Information et ICT transmet annuellement au ministre de l'Intérieur et au ministre de la Justice un rapport quant à la mise en oeuvre et l'exécution des dispositions légales et réglementaires relatives à la gestion de l'information policière opérationnelle et en particulier quant à l'archivage et à l'effacement des données contenues dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police ainsi qu'à l'évaluation de la qualité des données traitées dans ces banques de données, notamment pour les aspects liés à l'exactitude, l'exhaustivité, la fiabilité et leur niveau de mise à jour. Ce rapport est également transmis à l'Organe de contrôle visé à l'article 71 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ainsi qu'au Comité permanent de contrôle des services de police visé à l'article 4 de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements et de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace.
Le Comité Information et ICT examine les initiatives prises en matière de gestion de l'information policière et de développement de systèmes pour formuler, le cas échéant, des recommandations et remettre des avis motivés.
Le Comité Information et ICT rend également un avis, d'initiative ou à la demande d'un responsable du traitement, concernant tout projet de traitement de données ayant fait l'objet d'avis divergents de délégués à la protection des données relevant d'autorités différentes, mais non subordonnées l'une à l'autre.
§ 3. Le Comité Information et ICT élabore un règlement d'ordre intérieur qui détermine les modalités de son fonctionnement. Ce règlement est soumis, pour approbation, aux ministres de l'Intérieur et de la Justice.
§ 4. Les avis du Comité Information et ICT sont transmis à l'Organe de contrôle.".
"Art. 8sexies. § 1er. Il est institué un Comité d'avis en charge de la stratégie en matière d'information et d'ICT au sein de la police intégrée, dénommé "Comité Information et ICT". Ce comité est composé de six membres de la police fédérale, de six membres la police locale et d'un représentant du ministre de l'Intérieur et d'un répresentant du ministre de la Justice.
Le délégué à la protection des données désigné auprès du commissaire général ou son représentant siège en qualité d'expert au Comité Information et ICT.
Le Comité Information et ICT est co-présidé par le directeur général de la gestion des ressources et de l'information de la police fédérale et le président de la Commission permanente de la police locale ou leur délégué, qui font respectivement partie des membres de la police fédérale et de la police locale visés à l'alinéa 1er.
§ 2. Le Comité Information et ICT est chargé, soit d'initiative, soit à la demande du Comité de coordination de la police intégrée, du ministre de l'Intérieur, du ministre de la Justice ou des deux via le Comité de coordination de la police intégrée, du Comité de direction de la police fédérale, de la Commission permanente de la police locale ou d'un responsable du traitement de formuler des recommandations et de leur remettre des avis motivés relatifs à:
1° la politique et aux règles relatives à la gestion de l'information policière et aux systèmes d'information et de communication de la police intégrée;
2° la politique de sécurité de l'information;
3° la politique de protection des données et de sécurisation des données à caractère personnel et de leur traitement.
Le Comité de coordination de la police intégrée communique la réponse du Comité Information et ICT au ministre de l'Intérieur et au ministre de la Justice ou aux deux.
Le Comité Information et ICT transmet annuellement au ministre de l'Intérieur et au ministre de la Justice un rapport quant à la mise en oeuvre et l'exécution des dispositions légales et réglementaires relatives à la gestion de l'information policière opérationnelle et en particulier quant à l'archivage et à l'effacement des données contenues dans les banques de données visées à l'article 44/2, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police ainsi qu'à l'évaluation de la qualité des données traitées dans ces banques de données, notamment pour les aspects liés à l'exactitude, l'exhaustivité, la fiabilité et leur niveau de mise à jour. Ce rapport est également transmis à l'Organe de contrôle visé à l'article 71 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel ainsi qu'au Comité permanent de contrôle des services de police visé à l'article 4 de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements et de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace.
Le Comité Information et ICT examine les initiatives prises en matière de gestion de l'information policière et de développement de systèmes pour formuler, le cas échéant, des recommandations et remettre des avis motivés.
Le Comité Information et ICT rend également un avis, d'initiative ou à la demande d'un responsable du traitement, concernant tout projet de traitement de données ayant fait l'objet d'avis divergents de délégués à la protection des données relevant d'autorités différentes, mais non subordonnées l'une à l'autre.
§ 3. Le Comité Information et ICT élabore un règlement d'ordre intérieur qui détermine les modalités de son fonctionnement. Ce règlement est soumis, pour approbation, aux ministres de l'Intérieur et de la Justice.
§ 4. Les avis du Comité Information et ICT sont transmis à l'Organe de contrôle.".
Art. 29. Titel V van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, wordt hersteld als volgt:
"Titel V. Nadere regels betreffende de verwerking van persoonsgegevens".
"Titel V. Nadere regels betreffende de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 29. Le titre V de la même loi, abrogé par la loi du 15 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Titre V. Modalités relatives au traitement de données à caractère personnel".
"Titre V. Modalités relatives au traitement de données à caractère personnel".
Art. 30. In titel V van dezelfde wet, hersteld bij artikel 29, wordt artikel 143, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, hersteld als volgt:
"Art. 143. Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder:
1° algemene verordening gegevensbescherming: de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de richtlijn 95/46/EG;
2° wet gegevensbescherming: de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.".
"Art. 143. Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder:
1° algemene verordening gegevensbescherming: de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de richtlijn 95/46/EG;
2° wet gegevensbescherming: de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.".
Art. 30. Dans le titre V de la même loi, rétabli par l'article 29, l'article 143, abrogé par la loi du 15 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 143. Pour l'application du présent titre, on entend par:
1° règlement général sur la protection des données: le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;
2° loi relative à la protection des données: la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel.".
"Art. 143. Pour l'application du présent titre, on entend par:
1° règlement général sur la protection des données: le Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;
2° loi relative à la protection des données: la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel.".
Art. 31. In dezelfde titel wordt artikel 144, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, hersteld als volgt:
"Art. 144. Elke verwerkingsverantwoordelijke en minstens elke politiezone, het commissariaat-generaal, elke algemene directie en elke directie van de federale politie wijst een of meerdere personeelsleden van de politie als functionaris voor gegevensbescherming aan overeenkomstig artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming en artikel 63 van de wet gegevensbescherming.
Deze functionaris voor gegevensbescherming kan zijn functies uitoefenen voor verschillende lokale politiezones of voor verschillende directies, algemene directies en het commissariaat-generaal van de federale politie.
Hij oefent zijn taken volledig onafhankelijk uit.
De Koning bepaalt, overeenkomstig artikel 38.6 van de algemene verordening gegevensbescherming en artikelen 63, vijfde lid, en 64, zesde lid, van de wet gegevensbescherming de nadere regels betreffende de opdrachten en de werking van de functionaris voor gegevensbescherming.
Alle verwerkers die deelnemen aan de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van een verwerkingsverantwoordelijke of van één van de voormelde entiteiten van de geïntegreerde politie alsook elke overheid die toegang heeft tot het communicatiesysteem of de gegevensverwerkingen door de politiediensten dienen eveneens een functionaris voor gegevensbescherming aan te wijzen.".
"Art. 144. Elke verwerkingsverantwoordelijke en minstens elke politiezone, het commissariaat-generaal, elke algemene directie en elke directie van de federale politie wijst een of meerdere personeelsleden van de politie als functionaris voor gegevensbescherming aan overeenkomstig artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming en artikel 63 van de wet gegevensbescherming.
Deze functionaris voor gegevensbescherming kan zijn functies uitoefenen voor verschillende lokale politiezones of voor verschillende directies, algemene directies en het commissariaat-generaal van de federale politie.
Hij oefent zijn taken volledig onafhankelijk uit.
De Koning bepaalt, overeenkomstig artikel 38.6 van de algemene verordening gegevensbescherming en artikelen 63, vijfde lid, en 64, zesde lid, van de wet gegevensbescherming de nadere regels betreffende de opdrachten en de werking van de functionaris voor gegevensbescherming.
Alle verwerkers die deelnemen aan de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van een verwerkingsverantwoordelijke of van één van de voormelde entiteiten van de geïntegreerde politie alsook elke overheid die toegang heeft tot het communicatiesysteem of de gegevensverwerkingen door de politiediensten dienen eveneens een functionaris voor gegevensbescherming aan te wijzen.".
Art. 31. Dans le même titre, l'article 144, abrogé par la loi du 15 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 144. Chaque responsable du traitement et au moins chaque zone de police, le commissariat général, chaque direction générale et chaque direction de la police fédérale désigne un ou plusieurs membres du personnel de la police en tant que délégué à la protection des données, conformément à l'article 37 du règlement général sur la protection des données et à l'article 63 de la loi relative à la protection des données.
Ce délégué à la protection des données peut exercer ses fonctions pour différentes zones de police locale ou différentes directions, directions générales et le commissariat général de la police fédérale.
Il exerce ses fonctions en toute indépendance.
Le Roi détermine, conformément à l'article 38.6 du règlement général sur la protection des données et aux articles 63, alinéa 5, et 64, alinéa 6, de la loi relative à la protection des données, les modalités relatives aux missions et au fonctionnement des délégués à la protection des données.
Tout sous-traitant participant au traitement de données à caractère personnel pour un responsable de traitement ou pour l'une des entités de la police intégrée précitées ainsi que chaque autorité ayant accès au système de communication ou aux traitements de données des services de police est également tenue de désigner un délégué à la protection des données.".
"Art. 144. Chaque responsable du traitement et au moins chaque zone de police, le commissariat général, chaque direction générale et chaque direction de la police fédérale désigne un ou plusieurs membres du personnel de la police en tant que délégué à la protection des données, conformément à l'article 37 du règlement général sur la protection des données et à l'article 63 de la loi relative à la protection des données.
Ce délégué à la protection des données peut exercer ses fonctions pour différentes zones de police locale ou différentes directions, directions générales et le commissariat général de la police fédérale.
Il exerce ses fonctions en toute indépendance.
Le Roi détermine, conformément à l'article 38.6 du règlement général sur la protection des données et aux articles 63, alinéa 5, et 64, alinéa 6, de la loi relative à la protection des données, les modalités relatives aux missions et au fonctionnement des délégués à la protection des données.
Tout sous-traitant participant au traitement de données à caractère personnel pour un responsable de traitement ou pour l'une des entités de la police intégrée précitées ainsi que chaque autorité ayant accès au système de communication ou aux traitements de données des services de police est également tenue de désigner un délégué à la protection des données.".
Art. 32. In dezelfde titel wordt artikel 145, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, hersteld als volgt:
"Art. 145. Er wordt een uniek register van verwerkingsactiviteiten voor de geïntegreerde politie gecreëerd overeenkomstig artikel 30 van de algemene verordening gegevensbescherming en artikel 55 van de wet inzake gegevensbescherming.
De Koning bepaalt de vorm, de inhoud en de nadere regels van het beheer van het register van verwerkingsactiviteiten.".
"Art. 145. Er wordt een uniek register van verwerkingsactiviteiten voor de geïntegreerde politie gecreëerd overeenkomstig artikel 30 van de algemene verordening gegevensbescherming en artikel 55 van de wet inzake gegevensbescherming.
De Koning bepaalt de vorm, de inhoud en de nadere regels van het beheer van het register van verwerkingsactiviteiten.".
Art. 32. Dans le même titre, l'article 145, abrogé par la loi du 15 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 145. Il est créé un registre unique des activités de traitement pour la police intégrée, conformément à l'article 30 du règlement général sur la protection des données et à l'article 55 de la loi relative à la protection des données.
Le Roi détermine la forme, le contenu et les modalités de gestion du registre des activités de traitement.".
"Art. 145. Il est créé un registre unique des activités de traitement pour la police intégrée, conformément à l'article 30 du règlement général sur la protection des données et à l'article 55 de la loi relative à la protection des données.
Le Roi détermine la forme, le contenu et les modalités de gestion du registre des activités de traitement.".
Art. 33. In dezelfde titel wordt artikel 146, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, hersteld als volgt:
"Art. 146. Alle verwerkingsverantwoordelijken van persoonsgegevens die door of krachtens de wet belast zijn met de toepassing van het statuut van de geïntegreerde politie delen aan elkaar de persoonsgegevens mee die behoren tot het toepassingsgebied van de algemene verordening gegevensbescherming en die noodzakelijk zijn voor de doeleinden die zij nastreven door of krachtens de wet.".
"Art. 146. Alle verwerkingsverantwoordelijken van persoonsgegevens die door of krachtens de wet belast zijn met de toepassing van het statuut van de geïntegreerde politie delen aan elkaar de persoonsgegevens mee die behoren tot het toepassingsgebied van de algemene verordening gegevensbescherming en die noodzakelijk zijn voor de doeleinden die zij nastreven door of krachtens de wet.".
Art. 33. Dans le même titre, l'article 146, abrogé par la loi du 15 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 146. Tous les responsables de traitements de données à caractère personnel qui sont chargés par ou en vertu de la loi de l'application du statut de la police intégrée se communiquent les données à caractère personnel qui relèvent du champ d'application du règlement général sur la protection des données qui sont nécessaires à l'exercice de leurs missions.".
"Art. 146. Tous les responsables de traitements de données à caractère personnel qui sont chargés par ou en vertu de la loi de l'application du statut de la police intégrée se communiquent les données à caractère personnel qui relèvent du champ d'application du règlement général sur la protection des données qui sont nécessaires à l'exercice de leurs missions.".
TITEL III. - Slotbepaling
TITRE III. - Disposition finale
Art. 34. Artikel 284 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van de natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is van toepassing op de artikelen 10, 4°, 11, 13, 4°, evenals artikel 14, 3°, voor wat betreft paragraaf 4, tweede lid.
Art. 34. L'article 284 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel est applicable aux articles 10, 4°, 11, 13, 4°, ainsi qu'à l'article 14, 3°, pour ce qui concerne le paragraphe 4, alinéa 2.