Artikel 1. Artikel 10 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"In afwijking van het vorige lid mag het sociaal tarief het bedrag van 2,636 c€/kWh (0,02636 €/kWh) niet overschrijden tot en met 31 juli 2019.
Dit bedrag is uitgedrukt exclusief btw, andere taksen en federale bijdrage, en, voor klanten in het Waals Gewest, exclusief aansluitings-vergoeding.
De Minister bevoegd voor Economie kan de datum van 31 juli 2019, bedoeld in het tweede lid, bij besluit vervangen door de datum van 31 januari 2020."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 MAART 2019. - Ministerieel besluit houdende wijziging van de ministeriële besluiten van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie en houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie
Titre
28 MARS 2019. - Arrêté ministériel portant modification des arrêtés ministériels du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture de gaz aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire et portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture d'électricité aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1er. L'article 10 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture de gaz aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" En dérogation de l'alinéa précédent, le tarif social ne peut pas dépasser le montant de 2,636 c€/kWh (0,02636 €/kWh) jusqu'au 31 juillet 2019 inclus.
Ce montant est exprimé hors T.V.A., autres taxes et cotisation fédérale et, pour les clients en Région wallonne, hors redevance de raccordement.
Le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions, peut par arrêté remplacer la date du 31 juillet 2019, visée au deuxième alinéa, par la date du 31 janvier 2020. "
" En dérogation de l'alinéa précédent, le tarif social ne peut pas dépasser le montant de 2,636 c€/kWh (0,02636 €/kWh) jusqu'au 31 juillet 2019 inclus.
Ce montant est exprimé hors T.V.A., autres taxes et cotisation fédérale et, pour les clients en Région wallonne, hors redevance de raccordement.
Le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions, peut par arrêté remplacer la date du 31 juillet 2019, visée au deuxième alinéa, par la date du 31 janvier 2020. "
Art. 2. Artikel 10 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"In afwijking van het vorige lid mag het sociaal tarief volgende bedragen niet overschrijden tot en met 31 juli 2019 :
- 14,579 c€/kWh (0,14579 €/kWh) voor het enkelvoudig tarief;
- 15,363 c€/kWh (0,15363 €/kWh) voor het tweevoudig tarief (piekuren);
- 11,550 c€/kWh (0,11550 €/kWh) voor het tweevoudig tarief (daluren);
- 8,753 c€/kWh (0,08753 €/kWh) voor het exclusief nachttarief.
Deze bedragen zijn uitgedrukt exclusief btw, andere taksen en federale bijdrage, en, voor klanten in het Vlaams Gewest, exclusief bijdrage energiefonds en, voor klanten in het Waals Gewest, exclusief aansluitingsvergoeding.
De Minister bevoegd voor Economie kan de datum van 31 juli 2019, bedoeld in het tweede lid, bij besluit vervangen door de datum van 31 januari 2020."
"In afwijking van het vorige lid mag het sociaal tarief volgende bedragen niet overschrijden tot en met 31 juli 2019 :
- 14,579 c€/kWh (0,14579 €/kWh) voor het enkelvoudig tarief;
- 15,363 c€/kWh (0,15363 €/kWh) voor het tweevoudig tarief (piekuren);
- 11,550 c€/kWh (0,11550 €/kWh) voor het tweevoudig tarief (daluren);
- 8,753 c€/kWh (0,08753 €/kWh) voor het exclusief nachttarief.
Deze bedragen zijn uitgedrukt exclusief btw, andere taksen en federale bijdrage, en, voor klanten in het Vlaams Gewest, exclusief bijdrage energiefonds en, voor klanten in het Waals Gewest, exclusief aansluitingsvergoeding.
De Minister bevoegd voor Economie kan de datum van 31 juli 2019, bedoeld in het tweede lid, bij besluit vervangen door de datum van 31 januari 2020."
Art. 2. L'article 10 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture d'électricité aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" En dérogation de l'alinéa précédent, le tarif social ne peut pas dépasser les montants suivants jusqu'au 31 juillet 2019 inclus :
- 14,579 c€/kWh (0,14579 €/kWh) pour le tarif simple ;
- 15,363 c€/kWh (0,15363 €/kWh) pour le tarif bihoraire (heures pleines) ;
- 11,550 c€/kWh (0,11550 €/kWh) pour le tarif bihoraire (heures creuses) ;
- 8,753 c€/kWh (0,08753 €/kWh) pour le tarif exclusif de nuit.
Ces montants sont exprimés hors T.V.A., autres taxes et cotisation fédérale, et, pour les clients en Région flamande, hors cotisation fonds énergie et, pour les clients en Région wallonne, hors redevance de raccordement.
Le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions, peut par arrêté remplacer la date du 31 juillet 2019, visée au deuxième alinéa, par la date du 31 janvier 2020. "
" En dérogation de l'alinéa précédent, le tarif social ne peut pas dépasser les montants suivants jusqu'au 31 juillet 2019 inclus :
- 14,579 c€/kWh (0,14579 €/kWh) pour le tarif simple ;
- 15,363 c€/kWh (0,15363 €/kWh) pour le tarif bihoraire (heures pleines) ;
- 11,550 c€/kWh (0,11550 €/kWh) pour le tarif bihoraire (heures creuses) ;
- 8,753 c€/kWh (0,08753 €/kWh) pour le tarif exclusif de nuit.
Ces montants sont exprimés hors T.V.A., autres taxes et cotisation fédérale, et, pour les clients en Région flamande, hors cotisation fonds énergie et, pour les clients en Région wallonne, hors redevance de raccordement.
Le Ministre qui a l'Economie dans ses attributions, peut par arrêté remplacer la date du 31 juillet 2019, visée au deuxième alinéa, par la date du 31 janvier 2020. "
Art. 3. Worden ingetrokken:
- de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2019, gedaan in toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie;
- de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2019, gedaan in toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.
- de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2019, gedaan in toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie;
- de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2019, gedaan in toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.
Art. 3. Sont retirées :
- la publication au Moniteur belge du 31 janvier 2019, faite en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture de gaz aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire ;
- la publication au Moniteur belge du 31 janvier 2019, faite en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture d'électricité aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire.
- la publication au Moniteur belge du 31 janvier 2019, faite en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture de gaz aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire ;
- la publication au Moniteur belge du 31 janvier 2019, faite en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture d'électricité aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire.
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2019.
Het sociaal tarief dat met toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie voor 1 februari 2019 had moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wordt geacht overeen te stemmen met het bedrag vermeld in artikel 10, tweede en derde lid, van dat besluit, zoals ingevoegd bij artikel 1 van dit besluit. De bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad geldt als die bekendmaking.
Het sociaal tarief dat met toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie voor 1 februari 2019 had moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad wordt geacht overeen te stemmen met de bedragen vermeld in artikel 10, tweede en derde lid, van dat besluit van 30 maart 2007, zoals ingevoegd bij artikel 2 van dit besluit. De bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad geldt als die bekendmaking.
Het sociaal tarief dat met toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie voor 1 februari 2019 had moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, wordt geacht overeen te stemmen met het bedrag vermeld in artikel 10, tweede en derde lid, van dat besluit, zoals ingevoegd bij artikel 1 van dit besluit. De bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad geldt als die bekendmaking.
Het sociaal tarief dat met toepassing van artikel 6 van het ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie voor 1 februari 2019 had moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad wordt geacht overeen te stemmen met de bedragen vermeld in artikel 10, tweede en derde lid, van dat besluit van 30 maart 2007, zoals ingevoegd bij artikel 2 van dit besluit. De bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad geldt als die bekendmaking.
Art. 4. Le présent arrêté produit ses effets le 1er février 2019.
Le tarif social qui en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture de gaz aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire aurait dû être publié au Moniteur belge avant le 1er février 2019, est censé correspondre au montant mentionné à l'article 10, deuxième et troisième alinéas de cet arrêté, comme inséré par l'article 1er du présent arrêté. La publication du présent arrêté au Moniteur belge vaut comme cette publication.
Le tarif social qui en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture d'électricité aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire aurait dû être publié au Moniteur belge avant le 1er février 2019, est censé correspondre aux montants mentionnés à l'article 10, deuxième et troisième alinéas de cet arrêté, comme inséré par l'article 2 du présent arrêté. La publication du présent arrêté au Moniteur belge vaut comme cette publication.
Le tarif social qui en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture de gaz aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire aurait dû être publié au Moniteur belge avant le 1er février 2019, est censé correspondre au montant mentionné à l'article 10, deuxième et troisième alinéas de cet arrêté, comme inséré par l'article 1er du présent arrêté. La publication du présent arrêté au Moniteur belge vaut comme cette publication.
Le tarif social qui en application de l'article 6 de l'arrêté ministériel du 30 mars 2007 portant fixation de prix maximaux sociaux pour la fourniture d'électricité aux clients résidentiels protégés à revenus modestes ou à situation précaire aurait dû être publié au Moniteur belge avant le 1er février 2019, est censé correspondre aux montants mentionnés à l'article 10, deuxième et troisième alinéas de cet arrêté, comme inséré par l'article 2 du présent arrêté. La publication du présent arrêté au Moniteur belge vaut comme cette publication.